Het manuaal van pastoor Jacobus Vresins te Meldert.

Jacobus Vresins (ook Vresius gespeld) werd op 2 december 1676 in Mechelen geboren. Hij ontving de priesterwijding te Brussel op 24 september 1701. Hij werd eerst aangesteld als onderpastoor en vanaf 1708 als pastoor te Erembodegem. Na een examen volgde zijn benoeming als pastoor te Meldert op 6 juni 1710. Zijn aanstelling gebeurde op 30 september 1710.

Hij was geen goede pastoor: hij hoorde nooit biecht, dronk te veel en hij zou ook twee kinderen hebben. Waarschijnlijk was de pastorie, gebouwd in 1598 versleten. In 1717 liet hij een nieuwe pastorie bouwen en liet de kosten door de aartsbisschop en de abdij betalen, maar hun lening betaalde hij niet terug. De pastorie met de huis, schuur en stal was omtrent 1 ½ d groot.

Vresins schreef veel testamenten voor zijn parochianen zoals voor Joanna Van der Goten, Guillam Robijns, Peeternelle Vinck, Peeter Bades en voor koster Gillis Mertens. Hij geraakte ook verwikkeld in verschillende processen. Zo klaagde Judocus Fieremans hem bij de Raad van Brabant aan omdat hij zich een bedrag van 150 gulden had toegeëigend. Er waren ook processen met de collector van de 20ste penning, met de hoofdrossaard en met de bedesetters.Volgens J. Robijns stond hij sterk op zijn tiendenrecht en aarzelde niet om een proces in te spannen om een boom die op een halve roede land van de pastorie was geplant Beda Regaus schreef over hem: Hij was zwaarlijvig en zijn meid nog meer, maar de katten en de honden waren het niet minder. Daarom zegde zijne Eminentie Kardinaa d’ Alsace: Meldert is een zeer vette pastorie.

In maart 1746 ging pastoor Vresins naar Asse bij notaris Franciscus Crick om zijn testament op te stellen. Hij overleed in zijn 70ste jaar op 12 december 1746[1]. Op zijn grafsteen stond:

Hier werd op 12 december 1746 het dode lichaam …. van de zeereerwaarde heer Jacobus Vresins, geboortig van Mechelen, gedurende 38 jaar ijverige pastoor te Meldert in het 45e jaar van zijn priesterschap en in de ouderdom van omtrent 70 jaar[2].

Zijn grafsteen werd bij een verplaatsing gebroken en de stukken werden later weggeworpen. Maria Robijns nam een stuk mee en bewaarde dat op haar hof, het eerste huis in de Putstraat[3].

Notaris Sebastiaan Frans Crick uit Asse stelde eind december 1746 de inventaris op van de inboedel van de pastorie met de bedoeling die openbaar te verkopen. Daaruit blijkt dat de pastoor zeker geen sukkelaar was. Zijn boeken, geestelijke en profane werken, werden in 125 loten verkocht en voor het eet- en keukengerei, de gebruiksvoorwerpen, de meubels en de voorraad daagden 84 kopers op. De openbare verkoop bracht 918 g 19 ½ st op[4].

1.Hantboeck[5] van den heer Jacobus Vresins pastoor in Meldert beginnende van den 24ste juni 1723.

Een manuaal of handboek is een schrift waarin de pastoor alles noteerde wat verband hield met zijn ambt. Hij had een ingewikkeld systeem van inkomsten die bestonden uit vergoedingen voor huwelijken, begrafenissen en jaargetijden, tienden, cijnzen, het huurgeld van de verpachte gronden en de toelage van de collator. Hij had ook uitgaven zoals de aflossing van leningen. Van groot belang was ook de inventaris van de eigendommen van de pastorie met vermelding van de juiste grootte en ligging. In tegenstelling tot bijvoorbeeld pastoor J.F. Goetgebuer, zijn opvolger, was pastoor Vresins behoorlijk slordig in zijn boekhouding. Hij heeft het vooral over de verpachting van de tienden en die van de goederen van de kerk en de armen.

Verpachting van de kerktienden.

Het innen van belastingen onder de vorm van tienden steunt op een verordening van Karel de Grote. Hij besliste dat iedereen elk jaar 10 % van zijn opbrengsten van het graan, van de veldvruchten en van de veeteelt aan de Kerk moest afstaan. De Kerk verdeelde die inkomsten als volgt: 1/3 voor de armen, 1/3 voor de pastoor en 1/3 voor de eredienst en het onderhoud van de kerk. Geleidelijk aan echter evolueerde de tiendenheffing. Feodale heren die een eigenkerk bezaten die ook als parochiekerk dienst deed, eigenden zich de inkomsten toe. Ook abdijen die het patronaatsrecht bezaten en voor de kerk en de pastoor moesten zorgen, usurpeerden de tienden.  Vanaf de twaalfde eeuw ontstonden nieuwe of novale tienden die geheven werden op nieuw ontgonnen gronden en op nieuwe gewassen zoals aardappelen in de zeventiende eeuw. De inning gebeurde aanvankelijk in natura. De tiendenheffer ging zijn deel ophalen om, tenminste als het om een grote tiendenheffer ging, de opbrengst op te slaan in een tiendenschuur. Het derde deel dat de pastoor toekwam, werd de derde schoof genoemd. Maar niet op alle bebouwde gronden moesten tienden afgedragen worden. Een parochie werd ingedeeld in tiendenwijken. Pastoor Vresins was nogal slordig in zijn boekhouding,  maar in het manuaaal van pastoor Goetgebuer vinden we de tiendenwijken: Molenkouter, de binnenwijk van Doment, het Domentveld, de Neerwijngaard, de Klaarhaag,  de wijk Hendrik Van Zeebroek, de binnenwijk van Pierijs, Hof te Putte, de kerkwijk van Pierijs, Onder St.-Petronillaberg, de kerkweg naast Doment. De tiendensteker zorgde in latere tijden voor het ophalen in natura of in munten.

Daar het kerkelijk recht de pastoors verbood om de tienden zelf te innen om moeilijkheden met de parochianen te vermijden, werden jaarlijks de tienden verpacht. Dat gebeurde volgens vastgelegde pachtvoorwaarden en na betaling van een bepaald bedrag.

Condities op 24 juni 1723.

1- De pachter zal de tienden niet wijzigen.

2- De pachter moet alle kosten voor de parochie, de 20ste penning, beden etc. betalen zonder vermindering van de pacht.

3- De pachter moet een borg geven tot voldoening van de heer pastoor en de kerkmeester.

4- De pachter zal zijn pacht betalen op Kerstavond na de vrome 1723 of anders zal de kerkmeester hem of zijn borg aanspreken.

5- De pachter zal als godspenning[6] betalen: van elke gulden een stuiver en van iedere tiendenwijk  zeven stuivers als borgtocht.

6- Wie nog kerkschulden heeft komt niet in aanmerking als huurder of pachter.

7- De eerste wijk naast “Pierijsvelt” is bij Jan Baptist Hasselijns gebleven voor 3 7 – 0 – 0 en de borg is ook gebleven: Jan Hasselijns.

8- De tweede wijk naast “Doment” is bij Gillis De Clerck gebleven voor 40 gulden en de borg is ook gebleven: Gillis Mertens, koster. Solvit ongeld ende is opgesteken bij Jan De Visch kerckmeester.

De verpachting van 1723 tot 1729.

Op 1 juni 1723 verpachtte Vresius zijn pastorale tienden voor drie jaar aan Francis Robijns voor 308 gulden en 6 stuivers voor het eerste jaar. Hij was Francis nog 8 gulden en 6 stuivers schuldig voor ’t brouwen. De twee volgende jaren voor 300 gulden, 100 gulden om de vier maanden volgens de voorwaarden  opgesteld in aanwezigheid van Joannes Boels, onderpastoor in Moorsel, en Jacqueline De Witte zijn vrouw.

1724: De eerste wijk naast “Pierijsvelt” is bij Jan De Baetselier gebleven voor 30 gulden en de borg Peeter De Ridder is ook gebleven; 1725: Jan Van Nieuwenborch voor 55 gulden en de borg: Peeter De Clerck; 1726: de heer pastoor voor vijftig gulden: 1727: Hereman voor tweeënzestig gulden,. Borg Peeter Van Ighem; 1728: Peeter Van Ighem voor 50 g, borg Frans Hereman; 1729: Gillis Elskens voor 50 g waarvan de horelogiemaecker is betaald.

1724:  De tweede wijk naast “Doment” is bij Gillis De Clerck gebleven voor 38 gulden en de borg Jacobus Van De Mael is ook gebleven; 1725:  Gillis De Clerck voor 40 gulden, borg: Gillis Van Bosch; 1726: Gillis De Clerck voor 51 gulden, borg Peeter De Clerck; 1727: Gillis De Clerck voor 56 gulden, borg Jan De Coster. Ongeld ontvangen door Jan Van Vaerenberch, kerkmeester; 1728: Frans Mertens, koster, voor 40 g, borg Peeter Geeroms. Het ongeld is naderhand ontvangen door de heer pastoor met ruzie met pachter Linthout.

Verkoop voor de armen.

Op  9 januari 1724 verkocht hij voor de armen 6 kopen schaarhout en 60 kopen eiken niettegenstaande het verzet van Jan De Coster. Het schaarhout werd gekocht door:

  1. Jan Van Den Wijngaert voor 30 – 10 – 0;
  2. Jan Baptist Elskens voor 5 – 10 – 0.
  3. Jan Mannaert voor 4 – 15 – 0.
  4. Franciscus Robijns voor 7 – 10 – 0.
  5. Peeter Clerck voor 6 – 5 – 0.
  6. Peeter Clerck voor 5 – 15 – 0.

De bomen door:

  1. Jan De Visch voor 22 – 0 – 0.
  2. Adriaen De Leeuw voor 16 – 15 – 0.
  • Franciscus Robijns voor 15 – 10 – 0.
  • Jan Baptist Elskens voor 20 – 0 – 0.
  • Jan Baptist Elskens voor 15 – 15 – 0.
  • Gillis De Clerck voor 19 – 10 – 0.

Verkoop van tiendenwijken.

– Op 18 juni 1726 verkocht hij zijn tiendenwijk naast “Den Domentschen Driesch”, zowel de lichte novale als de andere tienden voor de som van negenendertig gulden aan Jan Van De Steen. Borg Franciscus Machiels. Hij betaalde op 3 februari 1727. Belast met vijf gulden aan de tiendensteker.

– In juni 1726 de tienden in “De Cleerhaege” met uitzondering van de plaats onderaan de berg waar de koster zijn scholen heeft  en dat voor zesenzestig gulden, met dezelfde conditie als Affligem. Ontvangen vijfenveertig gulden twee stuivers van Jan Van Nieuwenborch en Jan Willems. Voldaan op den 27 Xbris 1726.

Totaal  van de verkochte tienden 306 – 12 – 0.

Verpachting van de kerkgoederen.

Condities.

1. De pachttermijn bedraagt zes jaar vanaf kerstavond en de betaling moet voor Pasen gedaan zijn.

2. Is de pacht de volgende kerstavond niet betaald, dan wordt de pacht verbeurd verklaard zonder aanspraak te kunnen maken op de vruchten, het werk en de mest.

3. De pachters moeten het land loffelijck  labeuren met sijn vier getijdige voren zoals een goede pachter schuldig is te doen en binnen de drie laatste jaren van zijn termijn de landen overbemesten.

4. De pachters betalen alle onkosten van schattingen, beden en settingen.

5. De pachter moet alle grachten, straten en waterlopen onderhouden.

6. De pachter zal aan niemand land overlaten zonder toestemming van de pastoor, kerk- en armenmeester op straf van de pacht te verliezen.

7. Het is de pachters verboden van bomen te kappen of enige landen rooien.

8. De pachters stellen voldoende borg tot voldoening van de verhuurders.

9. Elke pachter zal eenmalig een godspenning van  zeven stuivers geven zonder afslag van pacht.

10. De kerk- of armenmeesters zullen niets ondernemen zonder de heer pastoor te raadplegen.

De pachters van de kerkgoederen.

– Ontvangen van Geertruij Van Den Cruijce voor 4 – 5 – 0.

– 1 ½ d “Onder den Bergh” door Michiel De Vis en Jan De Ridder, voordien gepacht door Hendrick Cordeman voor 8 – 10 – 0. Borg Gilliam De Nil.

– 5 d gelegen onder “Den Peeternelleberch”, voordien door dezelfde gepacht, voor 18-0 – 0. Borg Michiel De Vis.

– 3 d gelegen op “ ’t Reucken” door Gillis Van Zeebroeck voor 14 – 0 – 0. Borg Antoon Beeckman.

– 1 ½ d op ? door Gillis De Clerck voor 9 – 10 – 0. Borg Peeter De Clerck.

– 2 d 82 r gelegen op het “Goosenbroeck” door Andries Van Ransbeeck, voordien in huur bij Gillis Van Onchem, voor 12 – 0 – 0. De helft voor Jan Baptist Elskens voor ten bate van de wezen van Gillis Vonck. Borg Gillis Van Onchem.

– ½ d op “Den Hoogenpael” in Hekelghem door Andries De Baetselier voor 3 – 0 – 0.

– 4 d gelegen op het “Swaenevelt” door Henderick Jacob, voordien in huur Joos Buggenhout, voor 21 – 0 – 0. Borg Gilliam Vermoesen.

– 1 ½ d land gelegen op “ ‘t Reucken” door Peeter (Van) Buggenhout, zoon van Franciscus, voor  8 – 10 – 0. Borg Franciscus Buggenhout.

– 2 d 46 r  gelegen op “ ‘t Meirbroeck” door Antoon Beeckman en Joos De Biscop voor 9 – 10 – 0. Borg Peeter Buggenhout. Op 12 februari 1724 heeft Paulus Van Malderen de post van Joos De Biscop aangenomen met consent van Jacobus Van De Mael kerkmeester

– 2 d 86 r gelegen op ? door Hieroen Van Herstraet, Joos Buggenhout en Joos De Biscop voor 13 – 10 – 0. Solvit Joos Buggenhout 4 – 10 – 0. Jeroon Van Herstraet betaelt 4 – 10 – 0. Borg Peeter De Ridder.

– Een ? gekocht door Cornelis Van Geete, kerkmeester, tot profijt van de kerk en een weide gelegen onder “Sinte Peeternellenberch” door de weduwe van Cornelis Van Geete voor 12 – 0 – 0. Solvit Joos Buggenhout 4 – 10 – 0. Jeroon Van Herstraet 4 – 10 – 0. Borg Antoon Beeckman. Na de dood van de weduwe heeft Antoon Beeckman de pacht overgenomen op 3 mei 1724 in de presentie van de kerkmeester Jacobus Van De Mael.

– 2 d 46  r gelegen op “ ’t Meirbroeck” door Peeter Janssens voor 12 – 0 – 0.

– 1 d 47 r op het veldje onder de begh en 1 ½ d  op het “ Pierijsvelt” met nog een partij op “Den Steenputte” omtrent de hofstede van Joos Van Onchem door Joos Van Onchem voor 16 – 0 – 0. Ontvangen van Jacobus Van Onchem 11 g, van Judocus De Ridder 5 g en daarmee voldaan.

– 79 r gelegen op het “Reucken” door Franciscus Kindermans, voordien Peeter De Mol voor 4 – 10 – 0. Heeft nu overgenomen Jan Van Nieuwenborch op 22 mei 1725.

– 1/3 van “ ’t Eeckelveldeken” door Antoon Beeckman voor 2 – 16 – 3.

Nu volght de verhueringhe van den Armen.

– 1 ½ d op het “Goosenbroeck” door Andries Van Ransbeeck, voordien Gillis Van Onchem, voor 7 – 0 – 0.

– 2 d gelegen op het “Vaerensvelt” door Henderick en Jan Van Andenhove voor 13 – 13 – 0.

– 1 d gelegen op het “Vaerensvelt” door Jan Hasselijns voor 6 – 5 – 0.

– 1/3 van ‘ ’t Eeckelveldeken” door Antoon Beeckman voor 2 – 16 – 3.

– 1 d gelegen op “ ‘t Meirbroeck” door Peeter Janssens voor 8 – 0 – 0.

– ½ d gelegen op “ ‘t Domentvelt” en 65 r op het “Hofveldeken” en 50 r roeden op het “Broeckvelt” door Joannes Van Vaerenberch voor 7 – 0 – 0.

– 1 d 25 r gelegen op het “Vaerensvelt” door Frans Thomaes voor 6 – 15 – 0.

– 1 d gelegen op het “Schepersvelt” door Frans Buggenhout de oude, voor 5 – 10 – 0.

– 1 d hopland genoemd “De Roeijstede” door Jan Willems voor 11 – 0 – 0.

– 1 d 33 r gelegen op het “Swaenenvelt” door Päulus Thomaes voor 7 – 5 – 0.

– 75 r gelegen op het “Vaerensvelt” door Jan Van Andenhove voor 3 – 10 – 0.

– 75 r gelegen op “De Meijsberch” door Peeter De Ridder, zoon van Petrus voor 3 – 0 – 0.

– ½ d door Frans Robijns voor 3 – 0 – 0.

– 1 d gelegen op het “Duijffelvelt” door Joos Christiaens voor 6 – 0 – 0.

– 1 d 38 r genoemd “ ‘t Kerckenbosch” door Merten Van Den Bosch waarop Jasper Van Huijneghem 7 – 0 – 0 betaalde en Merten Van Den Bosch 14 – 0 – 0.

– Het “Melaetslochtinxken” door Steven Van Onchem voor 1 – 0 – 0.

– 1 d 22 r gelegen op het “Meirbroeck” door Gilliam Vermoesen voor  7 – 0 – 0.

– 1 d broeckagie gelegen in de “Boonhof” voor 4 – 0 – 0.

– land door Peetert Van Ighem en Joannes Bastiaens voor 8 – 0 – 0.

– de hofstede van Peeter Verdoot voor 2 – 0 – 0.

– land door Jan Van Ighem voor 2 – 0 – 0. Het ongeld is geïnd door Peeter De Clerc, armenmeester.

Inkomsten van de armenmeester.

– Op 10 januari 1724 kwamen de pastoor en de armenmeesters van Meldert overeen met koster Gillis Mertens en Adriaen De Leeuw om de rente op 300 g van de huisarmen van Meldert gehypotequeerd op de hofstede van wijlen Robert Mertens te verminderen van 6,25 naar 5% vanaf 1717. Ondertekend door Gillis Mertens, J. Vresins, Peeter De Clercq, Jan Mannaert.

– Ontvangen op 28 juli 1726 van de huisvrouw van Engel Vermoesen 8 g voor een jaar rente  van 4% voor 1724.

– Ontvangen 6 g van Peeter Goeman van een obligatie voor 1724.

Nota: Henderick De Nil heeft van de armen 50 g en Pauwel Roodemont 100 g.

– Op 24 januari 1728 8 g 14 st ontvangen van Jan Willems van een lening van 150 g  aan 6,25%.

– Op 13 juni 1728 ontvangen van Gilliam Vermoesen de rente van 1 g van het jaar 1724 van  de erfgenamen van Jan Mannaert.

– Op 23 januari 1724 gaven Arenout Van Molm en Gillis De Cort 16 st rente uitgaande op een  land dat Gillis Van Zeebroeck gekocht had.

– 2 g 15 st rente van Gilliam Opalphens  betalend voor Steven De Kempeneer aan de armen.

– 3 g rente van Antoon Beeckman aan de huisarmen van Meldert op 2 oktober 1729.

– 12 st rente van Carel voor zijn part aan de armen op 23 Xbris 1729.

– 5 g van Marie De Moor voor de kerk voor 1722.

– 5 g 10 st rente van mijnheer de griffier De Witte voor Joannes Baptista Bastiaens voor de armen voor 1724. .

– 12 ½ st van de vrouw van Peeter Maes. Jan De Ridder moet de helft betalen.

– 20 g op 19 oktober 1732 van de weduwe van Jan Verbeiren voor armen voor het jaar 1724.

Verkoop tiendenwijken.

– Anno 1727 op 30 mei verkocht de pastoor de binnenwijk naast “Pierijs” met de novale tienden aan Jan Baptist Hasselijns voor 120 g alles op de conditie van voorgaand jaar, namelijk te weten: 5 d voor de tiendensteker, 1 st de gulden aan de ……… Borg Paulus Van Malderen.

– Anno 1727 op 30 mei de wijk “De Claerhaeghe” aan Hieronymus Van Herstraeten voor 15 pond met de condities van voorgaand jaar.

– Anno 1727 op 10 juni de binnenwijk naast “Doment” aan Peeter De Kempeneer, de zware   tienden, de lichte en de novale[7] voor 75 g, borg Jan Mannaert en de 5 g aan de tiendensteker.

– Op 6 juni 1728 de wijk naast “Pierijs” aan Franciscus Hereman voor 56 g.

– Op 7 juni 1728 de binnenwijk naast “Parijs” aan Hieronymus Van Herstraeten voor 100 g voor zowel de lichte als de novale en 5 gulden aan Peeter Buggenhout.

– Op 8 juni 1728 “Kokerije” aan Jan De Coster voor 75 g.

– Op 11 juni 1728 de binnenwijk naast “Doment” aan Jan Mannaert voor 66 g.

– Anno 1729 op 26 juni naast “Pierijs”, de lichte en de novale thienden voor 75 g aan Jan Muijsewinckel .

– Op 26 juni 1729 naast “Doment” aan Gillis De Clerck voor 25 g. Borg is gebleven Peeter De Clerck; “De Claerhaege” aan Franciscus Hereman voor 88 g. Borg is gebleven Jan De Coster; de binnenwijk naast “Doment” aan Jacobus De Witte voor 82 g 10 st. Borg is gebleven Francis Hereman. Hierop betaald 12 kroonstuckcken met een patacon op 27 oktober 1729. Nog betaald 13 – 0 – 0 en 18 – 0 – 0. Quod attestor Vresins pastoor in Meldert.

– Anno 1729 op 27 juni de binnenwijk naast “Pierijs” aan Jan De Coster, zowel lichte als novale tinden voor 131 g;

– Op 9 juli 1730 naast “Pierijs” aan Jan Opalphens, zowel de novale als de lichte tienden voor 42; naast “De Claerhaeghe”, de “Vijf Bunder”, en “Den Sueremeerschcouter” met de novale aan Frans Hereman voor 58.

– Anno 1730 op 10 juli het “Domentsvelt” aan Gaspar Van Huijneghem voor 27 g op last van de tiendensteker; “ ’t Nuvelvelt” en de “Molecouter” voor 35 g; “ ’t Swaenevelt” en het blok “Cravaelvelt” aan Jacobus De Witte voor 25 g.

– Anno 1730 op 11 juli “Den Sollendriesch” aan Peetert Robijns voor 14 g; mijn tiendenwijk ? aan Hieronimus Herstraeten voor 30 g; ’t gehucht van “Doment” aan koster Franciscus Mertens voor 28 g; mijn kerktiendenwijk naast “Doment” aan Gillis De Clerck voor 14 g.

Condities waerop den heer pastoor compt te vercoopen sijne thiende hem competerende van den jaere 1731 den 10de juli.

1. De Koper van de tienden zal voor iedere wijk zonder afslag van de koopsom een ½  pattacon ene voor iedere gulden een stuiver ene zeven stuivers borghtocht.

2. De koper zal de eerste betaling direct en de tweede met Kerstmis 1731 geven en wanneer hij in gebreke is voor iedere wijk 12 g meer betalen.

3. De kopers betalen de tiendensteker.

4. De kopers hebben geen recht op de gerst, die komt toe aan de pastoor.

Verkoop van de tiendenwijk in 1731.

– Op 8 juli kocht Gillis Van Zeebroeck “De Vijf Bunder, ‘t Lochtevelt” etc. met de schoof van ’t klooster, de gerst en de novale van ’t vlas novale voor 45  g.

– Op 9 juli kocht Adriaen Van Linthout zijn hof voor 50 g zonder de gerst.

– Op 10 juli kocht Jan Baptist Asselijns “Den Hoogen” en de “Neren Wijngaert” voor 19 g; Gillis De Clerck zijn kerktienden voor 24  19 st; Jan Opalphens de tienden naast “Pierijs” voor 60 g; Jan De Coster de binnenwijk naast “Doment” voor 100 g; de binnenwijk naast “Pierijs” door Peeter Robijns voor 34 g; “Domentsvelt” door Gillis Opalphens voor 40 g;  koster Franciscus de tienden “Onder den Bergh” met de novale tienden voor 12 g.

Verhuur in 1732 met uitzondering van de gerst en 2 ½ g voor de tiendensteker.

– Op 3 juli de binnenwijk naast “Pierijs” aan Jan Opalphens voor 72 g

– Op 4 juli “Den Claerhaeghe” aan Gilliam De Nil voor 8 pond groot; Franciscus Robijns “Den Hoogen” en de “Neren Wijngaert” voor 18 g; zijn schoof van ? aan Jan De Coster voor 36 g

– Op 6 juli mijn schoof met de kerktienden naast “Doment” aan Gillis De Clerck voor 19 g; naast “Doment” voor 80 g en 2 ½ g; de wijk naast “Doment” aan Joos Christiaens en Jan Van De Steen voor 87 g; “ ’t Domentsvelt” voor 24  ½ g voor 24.

– Op 28 juni naast Pierijs aan Jan De Coster voor 47 g, naast “Doment” aan Gillis De Clerck voor 16; ‘t Lochteveldt aan Gillis Van Zeebroeck voor 36 g.

– Op 2 juli “Den Hoogen en den Nerenwijngaert” aan Jan De Mol voor 10 g; “De Cleerhaeghe” aan Gilliam De Nil voor 40 g.

– Op 30 juli 1 ½ d van zijn land belast met een rente voor sieur Danis boekdrukker te Brussel verhuurd aan Jan Kindermans, zoon van Andries voor 8 g voor een termijn van zes jaar.

Condities waerop men sal verpachten ende vercoopen de kercke thiende de anno 1729 den 26ste juni den kerckmeester Peeter Goeman. Boven de lasten ordinaire.

1 De pachter moet voldoende borg stellen.

2 De pacht wordt betaald op Kerstmis in de handen van de kerkmeester.

3 Als ongeld betaalt de huurder 1 st voor iedere gulden en 7 stuivers voor borghtocht.

4 De wijk naast “Doment” is bij Gillis De Clerck gebleven voor 50 g en Peeter De Clerck is borg gebleven.

5 De wijk naast “Pierijs” is bij Jan Muijsenwinckel gebleven voor 63 g. Jan Opalphens is borg gebleven. Ongeld bij Peeter Goeman kerkmeester.

6 De tiendenwijk op Baerdeghem is bij Jan Arssens gebleven voor 10 g 10 st.

De verpachting.

– De 2 wijck voor Gillis De Clerck voor 47 g.

– De tienden van Baardeghem aan Herssens voor 6 g.

– Op 2 juli de wijk naast “Doment” aan Gillis De Clerck voor 33 g, borg Franciscus Mertens.

– De wijk naast “Pierijs” is gebleven bij Franciscus Hereman voor 38 g 10 st, borg is gebleven Peeter Hereman.

– Op 28 juni Jan De Coster heeft de wijk naast “Pierijs” voor 31 /2 g; Gillis De Clerck kocht de wijk naest “Doment” voor 30 g 5 st. Ongeld bij Henderick Jacob,  kerkmeester.

– Op 24 juni Jan Opalphens heeft de wijk naast “Pierijs” voor 30 g. Kerkmeester Andries Van Ransbeke heeft het ongeld; Andries Ransbeke naast “Doment” voor 48 g en overgelaten aan Gillis De Clerck. Kerkmeester Andries Van Ransbeke heeft het ongeld.

Anno 1730 den 15de januari: Condities ende voorwaerden waerop dat men de goederen van kerck ende Armen is verhuerende ’t sij uijterhant off met verhooginghe volgens de condities ende voorwaerden van ’t jaer 1724 den 9de januari.

– 1 ½ d gelegen onder de berg voor Machiel De Visch en Geertruij Van Den Cruijce weduwe van Jan De Ridder voor  8 g 10 st.

– Gilliam De Nil heeft 5 d gelegen onder “Sinte Peeternellenberch” voor 18 g. Borg is Gillis Van Zeebroeck.

– Gillis Van Zeebroeck heeft 3 d gelegen op het “Reucken” voor 14 g. Borg is gebleven Guilliam De Nil.

– 1 d land op het “Huijsselvelt” voor Gillis De Clerck voor 9 g. Borg is Franciscus Mertens.

– 2 ½ d land gelegen op het “Goosenbroeck” voor Jan Baptist Elskens voor 17 g. Borg is Gillis Elskens.

– 4 d land gelegen op het “Swaenevelt” voor Henderick Jacob voor 21g. Borg is Gillis Van Zeebroeck.

– 1 ½ d land gelegen op het “Reucken” voor Peeter Buggenhout voor 8 g 10 st. Borg is Franciscus Buggenhout.

– 2 d 46 r gelegen op het “Meirbroeck” voor Antoon Beeckman voor 10 g 10 st. Borg is Paulus Van Malderen.

– 2 d 86 r land gelegen op het “Wouvelt” voor Jeroon Van Herstraete voor 15  g. Borg is Jan Buggenhout.

– een partij land en een weide voor Cornelis Van Geete gelegen onder “Sinte Peeternellenberch” voor 12  g 10 st. Borg Peeter Buggenhout.

– 2 d 46 r voor Peeter Janssens voor 12 g. Borg is Joannes Bastiaenst.

– 1 ½ d gelegen op het “Veldeken onder den berch” en 1 ½ d  op het “Pierijsvelt” met nog een partij gelegen op “Den Steenputte” omtrent de hofstede van Joos Van Onchem gebleven bij Jacobus Van Onchem voor 16 g 10 st. Borg is Joos De Ridder.

– 79 r land gelegen op het “Reucken” voor Jan Van Nieuwenborgh voor 4 g 10 st. Borg is Peeter Buggenhout.

– ½ d land gelegen op “Den Hoogepael” in Hekelgem voor 15 g.

Dese verhueringhe is geschied ten huijse van Peeter Robijns ter presentie van de kerckmeesters ende armmeesters Peeter Goeman ende Peeter Robijns, Jan De Visch ende Peeter Goetvinck ende ’t ongeld is opgesteken bij Peeter Goeman kerckmeester. Quod attestor J. Vresins pastor in Meldert.

Verhueringhe van den armengoed de anno 1730 den 15de januari.

– 1 12 d op het “Goosenbroeck” voor Gillis Elskens voor 10 g 15 st. Borg is Jan Baptist Elskens.

– 2 d gelegen op het “Vaerenvelt” voor Jan Van Andenhove voor 13 g. Borg is Henderick Van Andenhove.

– 1 d op het “Vaerenvelt” voor Jan Hasselijns voor 6 g 5 st. Borg is Peeter Buggenhout.

– 1/3 van “ ‘t Eeckelveldeken” voor Antoon Beeckman voor 2 g 16 st 1 bl. Borg is Peeter Buggenhout.

– 1 d land en enige r gelegen op het “Meirbroeck” voor Peeter Van Dam voor 8 g. Borg is Joannes Bastiaens.

– 1 d land op het “Domentvelt”, item 75 r op het “”Hofveldeken” en 50 r op het “Broeckvelt” voor Jan Van Vaerenberch voor  7 g. Borg is Franciscus Mertens.

– 1 d 25 r op het “Vaerenvelt” voor Frans Thomaes voor 6 g 15 st. Borg is Jan Van Andenhove.

– 1 d op het “Schepersvelt” voorPeeter Buggenhout voor 6 g. Borg is Antoon Beeckman.

– 1 d hoplochting genoemd “De Roijstede” voor Jan Willems voor 8 g 10 st. Borg is Jan De Coster.

– 1 d 33 r , item nogh 22 r op het “Swaenevelt” voor Paulus Thomaes voor 8 g 6 st. Borg is Jan Opalphens.

– 75 r op het “Vaerensvelt” voorJan Van Andenhove voor 3 g 10 st. Borg is Hendrick Van Andenhove.

– 75 r voor Peeter De Ridder voor 3 g.

– ½ d land gelegen op “Thien Pontstede” voor 3 g.

– 1 d land gelegen op het “Huijsselvelt” voor Joos Christiaens voor 6 g. Borg is Gaspar Van Huijneghem.

– 1 d 38 r land genoemd “ ’t Kerckenbosch” voor Gaspar Van Huijneghem voor 10 g. Borg is Joos Christiaens.

– een lochting voor Steven van Onchem voor 1g. Borg is Franciscus Mertens.

– 1 d 22  r voor Gilliam Vermoesen op het “Meirbroeck” voor 7 g. Borg is Franciscus Mertens.

– 1 d 22 r voor Gilliam Vermoesen op het “Meirbroeck” voor 7 g. Borg is Franciscus Mertens.

– ½ broecagie in “Den Boonhof” voor ? Borg is Franciscus Mertens.

– een partij land gelegen op Baardegem voordien bij Cornelis De Haecke en bezet door Peeter Van ighem voor 8 g. Borg is Joannes Bastiaens.

– van de armen een partij land aangenomen voor Franciscus Robijns voor 3.

– een partij land en heest voor Peeter Verdoot voor 2 g.

’t Ongeld heeft opgesteken Jan De Visch armmeester ende de verhueringhe is geschied int huijs van Peeter Robijns ter presentie van armmeesters ende kerckmeesters den 15de januari 1730. Quod attestor J. Vresins pastor in Meldert.

Verhuring tienden in 1734, 1735 en 1736 met uitzondering van de gerst.

– Op 24 juni mijn tienden van zijn hof aan: 50 g.

– Op 27 juni “Den Hoogen ende Nerenwijngaert” aan Franciscus Robijns voor 21; “Den Claerhaghe aan Gillis Van den Biest voor 47 g;  de tienden van de kerk an Gillis De Clerck voor 24 g; “ ‘t Domentsvelt” aan Geeraert Van Den Brempt voor 27 g.

– Op 13 juli aan Gillis Van Zeebroeck “ ’t Lochtevelt” en vijf bunder voor 45 g.

– Op 15 juli Gillis Bruijnincx heeft “ ’t Domentsvelt” voor 23 g.

– Op 22 juni 1735 ’t Domentsvelt” aan Gillis De Bruijn voor 26 g; de pachting van  Adriaen Linthout voor 50 g; Peeter De Clerck en Engel Vermoesen hebben t “Den Binnenwijck” naast Doment voor 50 g; Jan Van Nieuwenborch heeft onder de berg voor 13 g.

– Op 23 juni Gilliam Verhulst heeft “Den Hoogen ende Nerenwijngaert” voor 7 g.

– Op 24 juni Peeter Ringoot heeft “Den Claerhaeghe” voor 47g; Gillis Van Zeebroeck heeft op “ ‘t Lochtevelt” 5 bunder voor 43 g.

– Op 25 juni heeft Geeraert Gordts “Den Binnenwijck naast Pierijs” gehuurd voor 50 g.

– Op 26 juni heeft ? de kerktienden naast “Pierijs” voor 60 g, de vrouw van Gillis De Clerck heeft de kerktienden naast “Doment” 18 g.

Op 20 juni 1736 mijn thenden van “Domentsvelt” aan Machiel Van Ransbeke voor 35 g; de binnenwijk naast “Doment” aan Franciscus Mertens voor 64 g; mijn tiendenwijk naast “Parijs” aan Geeraert Gortd voor 66 g.

– Op 21 juni mijn tienden aan Adriaen Van Linthout voor 40 g; mijn tienden van “Den Hoogen en de Neren Wijngaert” voor 13 g; mijn schoof van de tienden van de pachting Van Zeebroeck voor 7 pond groot aan Peeter Beeckman.

– Op 4 juni aan Ringoot mijn tienden op  “De Claerhaeghe” voor 7 pond of 42 g.

– Op 29 zijn schoof van de kerktienden naast “Doment” aan Jan Van De Steen voor 20 g; mijn schoof op “Den Molencauter” voor 40 g aan Franciscus Hereman; mijn tienden onder den berg aan Jan Pieters voor 9 g aan Franciscus.

Verhueringhe van mijn thiende de anno 1737 den 18de juni.

– De kerktienden van Opalphens naast “Pierijs” 50 g.

– “Den Claerhaege” is gebleven aan Antoon Beeckman voor 42.

– De pachting Van Zeebroeck is gebleven aan Zeebroeck voor 48  g.

– De binnenwijk naast “Pierijs” is gebleven aan Hereman voor 66 g.

– “Den Hoogen ende Leegen Wijngaert” is gebleven aan Franciscus Mertens voor 25 g.

– De kerktienden naast “Pierijs” is gebleven aan Jan Opalphens voor 50 g.

– De wijk “onder den berch” is geblevenaan Franciscus Mertens voor 8 g.

– ’t Hof te Putte is gebleven an Jan Van De Steen voor 50 g.

– ’t Domentsvelt is gebleven aan Gillis Opalphens voor 25 g.

– De binnenwijk van “Doment” is gebleven aan Geeraert Gorts voor 66 g.

– “Den Molencauter” is gebleven aan Jacobus Van Den Brande voor 40 g.

– De kerktienden naast “Doment” zijn geblevenaan Gillis De Clerck voor 14 g.

Verhueringhe van mijn thiende de anno 1738, 1739, 1740, 1741, 1742 alles op de voorgaende conditie..

– Op 4 juni de wijk van “ ’t Hof te Put” aan de pachter voor 42 g.

– Op 6 juni heeft Hereman mijn tienden van de binnenwijk naast “Pierijs” gehuurd voor 68 g; de binnenwijk naast “Doment” aan Gilliam Van De Steen voor 61 g. Borg Geerard Gorts.

– Op 9 juni “Den Hoogen en de Neren Wijngaert” aan de vrouw van Paulus Van Nuffel voor 20 g; “Den Berg” aan Franciscus Mertens voor drie jaar voor 8 ½ g.

– Op 23 juni “Den Hoogen en de Neren Wijngaert” aan Gilliam Van De Steen voor 24 g, de wijk “onder den berch” heeft de koster voor 2 jaar voor 8 g; aan de pachteres de wijk van “ ’t Hof te Putte” voor 42 g.

– Op 2 juli “Den Molencauter” aan Benedictus Crick voor 42 g en 8 vaten haver.

– Op 13 ? 1740 de wijk van Henderick Van Zeebroeck aan hem voor 75 g.

– Op 20 juli “Den Hoogen en de Neren Wijngaert” aan Geeraert Gorts voor 23 g.

– Op 23 juli aan Gillis Opalphens de binnenwijk naast “Doment” uitgezonderd het vlas aan Jacobus De Witte 110, Gillis Opalphens, Gillis De Cort en  Peeter Van Onsem hebben “ ’t Domentsvelt” gehuurd voor 50 g; mijn kerktienden naast “Pierijs” voor 75 g aan Peeter Van Dam, Jan Opalphens en Joos De Biscop.

– Op 25 juli de wijk van “ ’t Hof te Put” aan Henricus Sas voor 42 g uitgezonderd de vleestienden.

– Op 27 juli “Den Molencauter” aan Franciscus Hereman 60 g; “De Claerhaege” aan Franciscus Beeckman en Gillis Beeckman voor 70 g.

– Op 28 juli de binnenwijk naast “Pierijs” voor 120 g.

– Op 23 juni 1741 “De Claerhaeghe” verhuard aan Peeter Ringoot en Goeman voor 80 g;  “Den Hoogen en de Nerenwijngaert” aan Paulus Van Nuffel voor 26 g; de wijk van de pachting aan Henderick Van Zeebroeck voor 76 g.

– Op 24 juni de binnenwijk naast “Doment” aan Gilliam Van Den Hout voor 85 g; “onder den berch” aan Jan Van Nieuwenborch voor 8 g; de binnenwijk naast “Pierijs” aan Antoon Beeckman voor 122 g.

– Op 30 juni de binnenwijk naast “Doment” aan Gilliam Van Den Hout voor 85 g; de kerktienden naast “Pierijs” aan Frans Hereman en Gillis De Nil voor 70 g; Henderick Sas heeft van mij zijn wijk gekocht voor 42 g.

– Op 2 juli de tienden onder “Sinte Peeternelleberch” verhuurd aan Guillielmus Pieters voor  8 g.

– Op 3 juli kocht Gillis De Cort mijn tienden op “ ‘t Domentsvelt” voor 38 g.

– Op 5 juli de binnenwijk verhuurd aan Gilliam Van Den Hout voor 70 g.

– Op 6 juli Paulus Van Nuffel huurt van mij mijn tienden op “Den Hoogen en de Nerenwijngaert” voor 23 g.

– Op 8 juli Henderick Sas huurt mijn tienden voor 40 g.

– Op 10 juli mijn kerktienden van “Doment” voor 21 g aan Francis Mertens.

– Op 24 juli de wijk Van Zeebroeck voor 65 g.

– Op 9 juli 1743 ‘t Sas heeft mijn tienden voor 40 g.

– Op 10 juli Guillielmus Pieters heeft mijn tienden “onder den berch” voor 8 g en heeft nog  Van Nuffels weide; Guilliam De Nil heeft “De Claerhaeghe” voor 50 g; Paulus Van Nuffel heeft “Den Hoogen en de Nerenwijngaert” voor 15 g; Jan Opalphens heeft de binnenwijk naast “Pierijs” voor 55 g.  Borg is Antoon Beeckman.

– Op 5 juli “ ‘t Domentsvelt” voor Gillis De Bruijn voor 29 g; Van Zeebroeck heeft mijn tienden schoof voor 39 g.

– 13 juli 1744 de binnenwijk naast “Pierijs” voor Judocus Opalphens voor 110 g zonder de gerst; De kerktienden is bij Gillis Muijsewinckel gebleven voor 65 g;  de “Hooge en de Nerenwijngaert” is bij Peeter Muijsewinckel gebleven voor 15 g; De “Claerhaeghe” is bij Francis Hereman gebleven voor 64 g; idem het “ ’t Domentsvelt” bij Jan De Meij voor 30 g. Borg is Andries Verhasselt. De wijk Van Zeebroeck is aan hem verhuurd voor 45 g

– Op 19 juli de kerktienden naast “Doment” aan Leonardus De Roy voor 21 g.

– 20 juli 1744 de binnenwijk naast “Pierijs” aan Antoon Beeckman voor 87 g.

– Op 29 juni 1745 “Den Claerhage” aan Adriaen De Saedeleer voor 61 g zonder de gerst; het  “Domentsvelt” aan Aernout Verhasselt voor 37 g; Antoon Beeck(man) heeft de binnenwijk naast “Pierijs” voor 110 g.

– Op 30 juni heeft Henderick Van Zeebroeck zijn wijk gehuurd voor 38 g.

– Op 1 juli “Den Molencauter” verhuurd aazn Jan De Ridder voor 30 g.

– Op 4 juli de kerktienden naast “Pierijs” voor Adriaen De Coster voor 65 g; Peeter De Pauw heeft de kerktienden naast “Doment” gehuurd voor 24 g.

– Op 9 juli heeft Michiel Vermoesen de binnenwijk naast “Doment” gehuurd voor 90 g.

– Op 25 juni 1746 “ ’t Domentsvelt” aan Gillis De Cort voor 50 g; Cornelis Van Den Hout heeft  de binnenwijk naast “Doment” voor 105 g. Borg is Peeter De Pauw; de binnenwijk naast “Pierijs” voor Franciscus Hereman en Gilliam Van De Steen voor 100 g.

– Op 26 juni “De Claerhage” aan Machiel Van De Wijngaert 95 g.

– Op 28 juni Paulus Van Nuffel heeft “Den Hoogen en Nerenwijngaert” voor 25 g.

– Op 29 juni Gillis De Clerck heeft de kerktienden naast “Doment” voor 27 g.

– Op 26 juni Hendrick Van Zeebroeck zijn wijk gehuurd voor 50 g.

Op 27 juni Paulus Van Malderen “De Molencauter” gehuurd voor 45 g; Paulus Van Malderen heeft mijn kerktienden gehuurd voor 65 g.

Lijst Kerkmeesters van Meldert.

Hiernaer volgen de naemen van de kerckmeesters van Meldert sedert het jaer sesthien hondert ende tachentich[8].

1680    Franchois Van Buggenhout.

1681    Joos De Clercq.

1682    Michiel Van Den Putte.

1683    den heer rentmeester Van Nuffel.

1684    Gillis Hooft.

1685    Jan Robijns.

1686    Joos De Meersman.

1687    Peeter De Visch.

PETRUS DE VIS, zoon van ARNOLDUS DE VIS en CATHARINA JEUMAN. Hij is gedoopt op woensdag 8 januari 1648 in MELDERT. PETRUS is overleden op zondag 15 december 1720 in MELDERT, 72 jaar oud. PETRUS trouwde met MARIA DE RIDDER. Zij is gedoopt omstreeks 1662. MARIA is overleden op dinsdag 2 juli 1715 in MELDERT, ongeveer 53 jaar oud. Notitie bij overlijden van MARIA: Zij werd in der kerk van Meldert Begraven.

1688    Guilliam De Visch.

1689    Jan Van Buggenhout.

1690    Guilliam De Clerck.

1691    Geeraert Robijns.

GERARDUS ROBIJNS, zoon van MARTINUS ROBIJNS en MARIA EECKHOUT. Hij is gedoopt op vrijdag 4 mei 1657 in HEKELGEM. GERARDUS is overleden op woensdag 17 februari 1694 in MELDERT, 36 jaar oud. GERARDUS trouwde, 22 jaar oud, op woensdag 31 mei 1679 in HEKELGEM met ANNA DE CLERCQ. ANNA is overleden op woensdag 21 juli 1694 in MELDERT.

1692    Jacobus De Witte.

JACOBUS DE WITTE, zoon van JAN DE WITTE en MAGRIETE COOLS. JACOBUS is overleden op donderdag 3 mei 1725 in MELDERT. JACOBUS trouwde op zondag 4 maart 1696 in MECHELEN met BARBARA VAN MULDERS, 33 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 23 april 1662 in MELDERT. BARBARA is overleden op donderdag 9 september 1723 in MELDERT, 61 jaar oud.

1693    Carel Ardenois.

1694    Jan Van Vaerenberch.

1695    Jan Geerstman.

1696    Jan De Witte.

JOANNES DE WITTE, zoon van JAN DE WITTE en MAGRIETE COOLS. Hij is gedoopt op zondag 5 november 1617 in STRIJTEM. JOANNES is overleden op zaterdag 13 maart 1706 in MELDERT, 88 jaar oud. Hij is begraven op zondag 14 maart 1706 te MELDERT. JOANNES trouwde, 57 jaar oud, op dinsdag 12 februari 1675 in MELDERT met ANNA ROBIJNS, ongeveer 30 jaar oud. Zij is een dochter van PAUWEL ROBIJNS en ADRIANA BREYNAERT. Zij is gedoopt omstreeks 1645. ANNA is overleden omstreeks 1710, ongeveer 65 jaar oud.

1697    Gillis Robijns.

1698    Adr. Van Linthout.

1699    Jan De Valck.

1700    Jan Willems.

1701    Jan Van Nieu(wen)borgh.

1702    Jan Baptist Robijns.

1703    Gillis Van Nieuwenborgh.

1704    Jan Van Mulders.

1705    Michiel Buggenhout.

1706    Gillis Van Zeebroeck.

1707    Cornelis Van Gete.

1708    Peeter Crick.

1709    Jacobus De Kempeneer.

1710    Peeter De Mol.

1711    Peeter De Nil sone Henricx.

1712    Gillis Van Den Wijngaerde.

1713    Gillis Gekeer.

Ontbreekt tot 1746.

1747    Jan De Vis molder.

JOANNES DE VIS(CH), zoon van PETRUS DE VIS en MARIA DE RIDDER. Hij is gedoopt op maandag 19 januari 1699 in MELDERT. JOANNES is overleden op zaterdag 27 augustus 1768 in MELDERT, 69 jaar oud. Hij is begraven op maandag 29 augustus 1768 te MELDERT.

1748    Arnoldus Ge(e)stman.

1749    Franciscus Robijns – dit jaer is aenbesteet de bougeringh der hooge choor.

1750    Joannes Gekeer.

1751    Alexander Van Der Schueren.

ALEXANDER VAN DER SCHUEREN, zoon van MICHAEL VAN DER SCHUEREN en PETRONELLA CLAUWAERT. Hij is gedoopt op zaterdag 30 januari 1723 in HEKELGEM. ALEXANDER is overleden op donderdag 1 mei 1766 in MELDERT, 43 jaar oud. Hij is begraven op zaterdag 3 mei 1766 te MELDERT. ALEXANDER trouwde, 19 jaar oud, op zaterdag 1 december 1742 in MELDERT met JACOBA DE BAETSELIER, 32 jaar oud. Zij is een dochter van GUILLIAM (Willem) DE BAETSELIER en ADRIANA DE WITTE. Zij is gedoopt op maandag 17 maart 1710 in MELDERT. JACOBA is overleden op zondag 11 juli 1762 in MELDERT, 52 jaar oud.

1752    Jan Willems in den Hoorick.

1753    Jan Van Overstraeten.

1754    Paulus Gregoir.

PAULUS GREGOIR, zoon van THOMAS GREGOIR en JACOBA PAUWELS. Hij is gedoopt op maandag 22 april 1715 in HEKELGEM. PAULUS trouwde, 27 jaar oud, op zondag 24 februari 1743 in MELDERT met CATHARINA VAN MULDERS.

1755    Jan Arijs.

1756    Peeter De Coningh.

1757    Andries Robijns.

ANDRIES JOZEF ROBIJNS, zoon van FRANCISCUS ROBIJNS en JOANNA MARIA VINCK. Hij is gedoopt op donderdag 26 januari 1702 in MELDERT. ANDRIES is overleden op vrijdag 29 juli 1791 in MELDERT, 89 jaar oud.

Notitie bij ANDRIES: Koster te Meldert 1750-1791 – Armen- en H.Geestmeester.

ANDRIES: (1) trouwde, 23 jaar oud, op zondag 23 september 1725 in MELDERT met JOANNA ISABELLA ROSA DE WITTE, 26 jaar oud. Bij het kerkelijk huwelijk van JOANNA en ANDRIES waren de volgende getuigen aanwezig: EGIDIUS MERTENS en JACOBUS DE WITTE (1682-1750). Zij is een dochter van JACOBUS DE WITTE en BARBARA VAN MULDERS. Zij is gedoopt op donderdag 8 januari 1699 in MELDERT. Bij de doop van JOANNA waren de volgende getuigen aanwezig: ELISABETH VAN MULDERS en JOANNES DE WITTE (1676-na 1710). JOANNA is overleden op donderdag 26 februari 1733 in MELDERT, 34 jaar oud.

(2) trouwde, 31 jaar oud, op woensdag 22 juli 1733 in MAZENZELE met CATHARINA MEERT, 27 jaar oud. Zij is gedoopt op dinsdag 22 september 1705 in MAZENZELE. CATHARINA is overleden op maandag 19 augustus 1793 in MELDERT, 87 jaar oud.

(3) trouwde, 54 jaar oud, in 1756 met PETRONELLA DE KEGEL.

1758    Adriaen De Coster.

ADRIANUS DE COSTER. Hij is gedoopt op zaterdag 1 oktober 1718 in MELDERT. ADRIANUS is overleden in 1798 in MELDERT, 80 jaar oud. ADRIANUS trouwde, 25 jaar oud, op woensdag 8 januari 1744 in MELDERT met JOANNA MARIA BEECKMAN, 26 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 16 mei 1717 in MELDERT. JOANNA is overleden omstreeks 1800 in MELDERT, ongeveer 83 jaar oud.

1759    Paschasius Moons.

1760    Michiel De Clercq.

1761    Paulus Van Nuffel.

1762    Cornelis Van Vaerenbergh.

1763    Adriaen Verbeeren.

1764    Joannes Baptista Van Linthout.

1765    Guilielmus Van Zeebroeck.

1766    Gillis Van Den Broeck.

1767    Judocus Van Brempt.

1768    Francis Goeman.

1769    Gillis Moison.

1770    Joseph Van Malder.

1771    Jacobus Robijns.

1772    Judocus De Vis.

1773    Joannes De Vis.

1774    Joannes Baptista Van Der Schueren.

1775    ?

1776    Guilliam De Mol.

1777    Peeter Van Nuffel.

1778    Judocus Ophalvens.

1779    Judocus De Vis sone Michiel.

1780    Gillis Van Nieuwenborgh.

1781    Peeter De Vis filius Jan.

1782    Judocus Robijns.

1783    Laureijs Clauwaert.

1784    Jan Baptist Ledeghen.

1785    Peeter Van Den Broeck.

1786    Peeter Van langenhove.

Vraag tot vrijstelling van belastingen.

Aen de seer eerweirde en edele heeren mijn heeren Staeten van Brabant[9].

Verthoonen seer ootmoedighlijck de heeren pastoors van den Lande van Assche, van Merchtem en Cobbeghem gelegen in Brabant hoe dat den seer eerw. heer pastoor Van Bossuijt en deken van het district aldaer met over de 150 geteekende pastoors heeft ingediend een request opgestelt door den heere advocaet Mosselman ten jaere 1788 om den vrijdom van de pastoors van Brabant weder te crijghen gelijk het geweest is onder de regeeringh van Maria Theresia keijserinne, coninginne en hertoghinne van Brabant ende loffelijke gedachtenisse van hunne vaders van het land, voor welcke bij te staen sij voor het goed van den staet alles gedaen hebben dat in hun macht was en aengesien de abdijen in Brabant hun vrijdom wedergecreghen hebben soo en twijfelen wij oock niet van dese gratie te becomen aengesien deser hunnen vrijdom tegen recht en reden is afgenomen uijtvindende dat de pastoors nu meerder incomste hebben en niet overdenckende dat de pastoors nu met 900 guldens soo veel niet en connen doen in dese tijden om de dierte van al het gene sij van noode hebben als in het jaer 1686 met 300 guldens, te meer dat volgens den 58ste en 59ste artikelen van de bleijde incomste de pastoors vrij sijn van twintighste, beden, oncostenboecken en andere lasten welckers competentie ten jaere 1686 niet en excedeerde de somme van 300 guldens.

Dit selve heeft Maria Theresia genaedige souverijne ter loffelijker gedaghtenisse voor goed gehouden ende geratificeerd in het reglement van den 12de augustus 1749 den seventhienden daerna seggende dat de goederen van de competentie der pastoors welcker ….. ten jaere 1686 niet en excedeerde de somme van 300 guldens sullen genieten den vrijdom volgens de dispositie die des aengaende vastgesteld is.

Dat is oock besworen door onsen tegenwoordighen souverijn Leopoldus 2 in  de huldinghe als hertogh van Brabant.

Het is bovendien notoir dat het concilie van Trente alle de voorgaende wettighe conciliën geconfirmeerd heeft met van Lateranen in ’t jaer 1179 het welck ten opsight van de pastoors seker in sijn geheel gebleven is.

Jae, selfs het licht van den natuur heeft ons in dat doen draeghen den last der zielen van alle weirelijke lasten moeten wesen bevrijdt gelijck de heijdene coninghen aen hunne priesters gedaen hebben en alnogh doen gelijk …………….

Overdenckende dat gijlieden vaders van het vaderland genaemt wordt omdat gijlieden bewaerders sijt van de dierbaerste usanties en privilegiën principalijk van de herders der zielen want door hunne usasigiën en privilegiën van den vrijdom te verliezen worden sij gelijck gestelt aen den minsten van het land en hierdoor worden sij van hun eijgen ondersaeten veraght dat sij selfs niet beschaemd en sijn hun publiekelijk te noemen cneghten van hun.

Sijd seker vaders van het vaderland dat alle pastoors in Brabant die het beroepen request ingediend hebben in alle nood van den staet U sullen bijstaen gelijk het notoir genoegh is dat sij bethoont hebben.

Soo wordt betrouwt dat de pastoors in Brabant voortaen niet meer en sullen worden belast als ten tijde van onse genaedige souverijne Maria Theresia ter loffelijke gedaghtenisse in hunne persoonen, thienden, goederen die hun gebleven sijn.

Waerop betrouwende etc, etc.


[1] W. VERLEYEN, Meldert, 1980, 183 – 184.

[2] J. ROBIJNS, Grafstenen te Meldert, in: Ascania, 1970, 10 – 11.

[3] J. ROBIJNS, 11.

[4] J. OCKELEY, De inboedel van pastoor Vresins van Meldert, in: Ascania, 1988, 113 – 119.

[5] Stadsarchief Aalst, kerk Meldert, nr. 3.

[6] Godspenning: bedrag overhandigd ter bevestiging van een koopovereenkomst.

[7] Zware tienden: het tiende deel,  lichte tienden: het 33ste deel, novale tienden op nieuw ontgonnen gronden.

[8] Stadsarchief Aalst, kerk Meldert, nr. 18.

[9] Stadsarchief Aalst, kerk Meldert, nr. 17.

Geef een reactie