Zacharias De Wever, een man van alle markten thuis.

Op het einde van het ancien regime en tijdens de Franse overheersing was Zacharias De Wever een belangrijk man in Hekelgem. Als zakenman en politicus behoorde hij tot de vooraanstaanden in Hekelgem en de moeite waard om hem wat nader toe te lichten. Frans Moortgat beschreef Zacharias als volgt:

Een dorpsfiguur uit het einde van de 18de eeuw die verdient ontrukt te worden aan de vergetelheid is Zacharias De Wever. De rol die hij in het plaatselijk openbaar leven speelde, geeft hem recht op een ereplaats in de geschiedenis van zijn dorp. Zijn grote herberg gelegen op Boekhout aan de steenweg van Brussel naar Gent was tot ver in de omtrek bekend. Wij kennen De Wever als stamvader, oprichter van de herberg De Kaaszak, pachter, brouwer, bareelhouder, bedesetter, schepen van het Land van Asse, municipaal agent en maire van Hekelgem[1].

Zacharias (Segerius)werd teSint-Katharina-Lombeek gedoopt op 8 december 1739 en overleed te Hekelgem op 5 januari 1828. Zacharias was een zoon van Jan Baptist en Maria Van Leeuw[2]. In 1790 werd Zacharias als volgt beschreven: 52 jaar, 6 voet 2 duym lanck (1,70 m) blont roshayer, blauwe ogen[3]. Datzelfde jaar werd Zacharias schepen in de schepenbank van het Land van Asse. Van 1795 tot 1799 was hij vertegenwoordiger voor Hekelgem (agent municipale) in de kantonale gemeenteraad te Asse en nadien werd hij maire te Hekelgem. Hij trouwde een 1ste maal te Hekelgem op 11 augustus 1765 met Anna Van de Perre, gedoopt te Hekelgem op 28 maart 1734 en aldaar overleden op 4 januari 1795. Zij was de dochter van Franciscus en Judoca Vonck. Anna was eerst weduwe van Joannes Baptist De Smedt en daarna van Judocus De Bailliu. Uit het eerste huwelijk van Zacharias:

1. Joanna Catharina, gedoopt te Hekelgem op 13 juli 1765 en te Sint-Katharina-Lombeek overleden op 27 oktober 1852. Zij huwde te Sint-Katharina-Lombeek op 9 januari 1790 met Leonard Van der Mijnsbrugge, gedoopt te Sint-Katharina-Lombeek in 1764 en aldaar overleden op 11 oktober 1836.

2. Maria Anna, gedoopt te Hekelgem op 12 mei 1768 en aldaar overleden op 14 maart 1796. Zij trouwde te Hekelgem op 2 maart 1788 met Guillaume Louies, gedoopt te Hekelgem op 28 december 1745 en aldaar overleden op 16 februari 1807. Hij was de zoon van Franciscus en Joanna Maria De Vis. Hij hertrouwde te Hekelgem op 24 maart 1800 met Anna Maria Heyvaert.

Maria Anna, ziek en bedlegerig, liet op 22 februari 1796 thuis haar testament opstellen door notaris S. F. Gillis. Dat was drie weken voor haar dood. Zij en haar man hadden voor 1 200 gulden schulden en Anna wou dat na haar dood die schulden werden afbetaald. Daartoe gaf zij haar man het recht om haar goederen, die na haar overlijden haar kinderen zouden erven, te verkopen om de schuld at te lossen. Bracht de verkoop meer op dan 1 200 gulden, dan was het resterend bedrag voor haar kinderen.

3. Anna Catharina, gedoopt te Hekelgem op 27 november 1769 en er overleden op 21 maart 1808. Zij huwde te Hekelgem op 3 januari 1791 met Petrus Franciscus Pauwels, gedoopt te Hekelgem op 29 januari 1765, en er overleden op 20 juli 1819.

4. Judocus, gedoopt te Hekelgem op 25 juni 1771 en aldaar overleden op 4 november 1826. Hij huwde te Asse op 9 mei 1799 met Maria Theresia De Smedt, gedoopt te Hekelgem op 17 april 1774 en aldaar overleden op 28 augustus 1814, dochter van Joannes Baptista en Anna Catharina Resteau. Judocus trad net als zijn vader in de politiek en werd gemeenteraadslid. Hij was ook pachter, herbergier, bareelhouder en baatte De Kaaszak uit.

Op 1 september 1790 vertrok hij met de volontairs van Hekelgem naar Tienen in een hopeloze poging om de Oostenrijkers uit het land te jagen. Judocus was kapitein[4]. Op 26 november 1790 ontving hij daarvoor de volgende vergoeding:

Item betaelt aen den onderpastor deser parochie ende aen den gewesen capiteijn der voluntairen, Judocus De Wever, de somme van hondert drij guldens negenthien stuijvers om daermede te voldoen eenige parochianen over hunne devoiren ten dienste deser parochie gedaen, volgens quittantie hiervan ingegeven ten eijnde van vergoedinge wegens de Heeren Staeten ende alhier bij copije annex, dus hier 103 – 19 – 0.

5. NN, levenloos geboren kind, gedoopt te Hekelgem op 8 maart 1773.

6. Gillis (Egidius), gedoopt te Hekelgem op 21 april 1774 en aldaar overleden op 4 december 1847. Gillis werd gemeenteraadslid. Hij trouwde een 1ste maal te Hekelgem op 13 mei 1794 met Petronilla Carolina Pauwels, gedoopt te Hekelgem op 25 juli 1755 en aldaar overleden op 8 april 1796. Hij huwde een 2de maal te Hekelgem op 13 september 1796 met Joanna Maria Droeshoudt, gedoopt te Hekelgem op 19 februari 1773 en aldaar overleden op 9 oktober 1842.

7. Petrus, gedoopt te Hekelgem op 2 april 1778 en aldaar overleden op 5 juni 1855. Hij huwde te Hekelgem op 24 oktober 1804 met Joanna De Ridder, gedoopt te Hekelgem op 3 maart 1787 en aldaar overleden op 24 december 1864, dochter van Henri en Elisabeth Van Vaerenbergh.

Zacharias trouwde een 2de maal te Hekelgem op 7 februari 1807 met Jacqueline Cecile Van De Velde, gedoopt te Hekelgem op 28 mei 1777 en aldaar overleden op 27 juni 1813.

Een gewiekste zakenman.

Zacharias kocht en verkocht gronden steeds met de bedoeling er winst uit te halen.

-1767: Op 30 april 1767 kocht hij een perceel land op de Boekhoutberg van Judocus Meert en Petronella Arijs voor 88 g 5 st. het veld paalde aan het koutergat van de Buiukouter, aan de weduwe Francis Van Vaerenbergh, de kinderen Peter Van Vaerenbergh en de erfgenamen Arnoldus Eeckhout. Het was belast met een grondcijns van 1 blank aan de abdij. Griffier Jan Baptist De Witte stelde de akte op.

Zacharias verkocht op 11 december 1770 het land aan Leonard Lenssens voor 105 g. J. B. De Witte stelde de verkoopakte op.

– 1769; Aankoop van 1 d 66 r op 18 maart. Het perceel lag ook op de Boekhoutberg en paalde aan de straat, Jacobus Roseleth en Peter Clauwaert. Het was belast met 2 kapoenen per jaar aan de markiezin van Asse. De verkopers waren Joos De Smedt en Anna De Valck. De verkoopprijs bedroeg 445 g 5 st 3 o. Na de dood van Zacharias en Anna moest de helft van het perceel gaan naar hun kinderen en de andere helft naar de kinderen van Anna uit haar vorige huwelijken.

– 1770: Aankoop van een meers van juffrouw Joanna Margarita Van Neervelt, de weduwe van Felix Hendrickx voor 1 200 g. De meers van 1 d 28 r lag op het dorp van Hekelgem en  aan de weduwe Gillis Arijs, Jan Verhoeven, Peter Emanuel Schoon en de straat. Het perceel was belast met een grondcijns van 36 st. aan de abdij.

– 1778: Aankoop van 42 r land op 14 september van Judocus Bosteels. Het goed lag op Boekhout en paalde aan de steenweg van Brussel naar Gent, de voetweg, Michiel Stevens en griffier De Witte en was belast met een grondcijns van 1 g aan de abdij en de armen van Hekelgem. Benedictus De Witte stelde de akte op.

– 1784: Van Jan De Bailliu en Josina De Bois, de erfgenamen van Judocus De Bailliu, de tweede man van Anna, kocht Zacharias een stuk land te Asbeek op het Cruijsvelt van 130 r. Het goed paalde aan Jan Baptist De Smedt, de straat van Asse naar Essene, de armen van Essene en Judocus Wellemans en was belast met twee penningen grondcijns aan de abdij. De koopprijs bedroeg 368 g.

– 1785: Op 18 juni aankoop van een bos van 30 ½ r te Asbeek in de Heijkens Broecke van Judocus De Pauw en Marie Anna Booms uit Meldert. De akte werd verleden door notaris S.F. Gillis. De koopprijs bedroeg 117 g. Het bos paalde aan Peter De Pijper, de weduwe Jan De Clerck en de armen van Asse.

– 1785: Op 21 september aankoop van land van 1 d en een hopveld van 83 r van Petrus Franciscus Verwee en Joanna Verhoeven uit Aalst. Benedictus De Witte stelde de akte op. De twee percelen lagen in de Bosstraat te Hekelgem en paalden de Bosstraat, Benedictus Schoon, Jan Baptist De leeuw en Andries Boterbergh. Het land kostte 741 g en het hopveld 582 g. Beide percelen waren belast met een grondcijns van 7 ½ st aan de abdij.

– 1795: Op 10 december kocht Zacharias een onbehuisde hofstede op Boekhout van de kinderen Peter Everaert en Theresia Jans, namelijk Maria, Michael, Christiaan en Thomas. De hofstede paalde aan de steenweg, Maria Everaert, de weduwe Jan Vertongen en de erfgenamen van Jan Baptist De Gheynd. De hofstede was belast met een grondcijns van 2 st 2 o aan de abdij en de koopprijs bedroeg 286 g.

1788: Op 1 september kocht hij een opstal van 3 r 67 ellen van de weduwe Anna Maria Plas.

– 1800: Op 23 september huurde Zacharias de helft van een meers van 3 ha 68 a 95 ca te Liedekerke voor een termijn van 9 jaar en een jaarlijks bedrag van 239,43 fr. De verpachter was Raphaël De Coster.

– 1802: Op 21 april kocht hij tijdens een openbare verkoop van bomen een eik van de erfgenamen Paschasius Vertongen en Petronella De Vis aan hun hofstede in de Langestraat voor 41 g.

– 1822: Op 20 februari kocht nog 98 r op de Buikouter aan de Kwezelsweg van de broers en zussen van zijn tweede vrouw Jacqueline Van de Velde. Notaris De Buck van Aalst stelde de akte op. Op 25 februari nog eens 64 r 50 ellen land op de Buikouter. Notaris E. G. Crick verleed de akte.

Leningen.

Zacharias en Anna gingen enkele belangrijke leningen aan. Was dat om hun grondaankopen te kunnen financieren?

– 1770: Op 22 november leenden Zacharias en Anna 700 g van Justina Cayman, de weduwe van Charles Dirickx. De rente bedroeg 31 g 10 st. Als ze de rente binnen de 3 maanden na de vervaldag betaalden, dan kregen ze een korting van 3 g. Als onderpand gaven ze de pas aangekochte weide.

– 1780: Een lening van 700 g bij Anna Maria Pensionaris, de vrouw van Christiaan Van den Driessche uit Erembodegem. De rente bedroeg 28 g. Griffier Benedictus De Witte stelde de akte op. Een clausule bepaalde dat na de dood van beiden hun kinderen bij de verkaveling van hun goederen 250 g opleg moeten geven aan hun halfbroer en halfzussen als de lening dan nog niet is afbetaald.

Een mislukte aankoop van blauwe steen van de abdij Affligem.

Op 18 augustus 1796, kort voor de Franse bezetter alle abdijgoederen confisqueerde, kocht Zacharias een hoeveelheid blauwe steen van proost Beda Regaus voor 500 g. Waarschijnlijk betrof het stenen die waren aangekocht voor de bouw van de nieuwe abdij volgens de plannen van architect Laurent Dewez. Er was pas 1/4de van de plannen gerealiseerd, maar de bouw was gestopt bij gebrek aan geldmiddelen en de ongunstige politieke situatie. Zacharias had de stenen nog niet weggehaald toen op 11 november 1796 de Fransen de abdij in beslag namen. Op 15 mei 1797 vroeg Zacharias aan de Franse overheid om de bewerkte stenen op het terrein van de (dan voormalige) abdij weg te halen. Hij kon een kwitantie op datum van 18 augustus 1796 voorleggen. Maar de directeur der domeinen beschouwde deze verkoop als nietig, daar ze uitgevoerd was in strijd met het besluit van 22 vendémiaire, jaar 4 (14 oktober 1795). Volgens hem was de verkoop frauduleus daar de abdij deze stenen vermoedelijk aan een hoge prijs had aangekocht om er haar nieuwe gebouwen mee op te trekken en deze verbouwing zou zeker plaatsgevonden hebben. Het is niet mogelijk dat deze zo rijke abdij geld van iemand anders nodig had en ze de stenen daarom zou verkocht hebben. Daarom stelde hij het volgende voor:

Gelet op de petitie van burger Zacharias De Wever, inwoner van Hekelgem, die een toelating wil bekomen om de blauwe stenen aan de voormalige abdij van Affligem weg te halen en die hij gekocht had van de proost van deze abdij op 18 augustus 1796.

– Gelet op de kwitantie van die dag van de vernoemde proost voor een som van 500 gulden.

– Gelet op de opmerkingen van de Directeur van de domeinen.

De Centrale Administratie van het Departement van de Dijle overwegende dat volgens het besluit van de vertegenwoordigers van volk van 22 vendémiaire an 4 (14 oktober 1795) er geen kerkelijke goederen niet meer konden vervreemd worden, en dat als gevolg hiervan alle contracten dienden te gebeuren voor door de staat aangestelde personen en door tussenkomst van de Directeur der domeinen of zijn beambten.

Overwegende dat de verkoop aan de verzoeker uitgevoerd werd in strijd met het vermelde besluit:

De Commissaris van de Directoire Exécutif gehoord, verklaart de verkoop als onbestaande en waardeloos, besluit dat de hierboven vermelde blauwe stenen zullen verkocht worden ten bate van de Republiek.

Dit besluit zal verzonden worden naar de Directie der Domeinen.

Gedaan te Brussel tijdens de zitting van 26 floréal, jaar 5. (15 mei 1797)

Getekend: Girardin en Van Merstraeten.

De herbergier

Als herbergier was Zacharias erin geslaagd om zijn herberg als een soort gemeentehuis te laten functioneren. De vergaderingen van de bedesetters gingen er door en al wat te maken had met gemeentelijke opdrachten en zo profiteerde hij van het vertier. Enkele voorbeelden:

– 18 februari 1770. Vertier van de bedesetters die vergaderden over de 20ste penning: 2-0-0.

– 18 april 1770. Verbruik van de wacht: 2-0-0.

– 22 juni 1770. De rendant van de bedesetters betaalde 4-0-0 voor hun vertier.

– 9 februari 1771.Vergadering van de bedesetters over het regelen van de patrouilles: 2-0-0.

– 28 februari 1771. Vertier van de bedesetters tijdens de beraadslaging over een dagvaarding van de commissarissen De Maré en Conincsloo: 2-0-0.

– Traktatie voor de gilde van Meldert die optrad tijdens de kermis: 8-0-0.

– 11 juni 1771. Regeling van de telling van de inwoners: 4-0-0.

– 24 maart 1772. Vergadering over het indragen van de corporaalschappen: 1-0-0.

– 12 juli 1772. Vergadering van de bedesetters over het aanvaarden van de provoosten: 2-0-0.

– 3 november 1775. De bedesetters vergaderen over het Oncostboeck: 2-0-0.

– 1778. Vertier van de bedesetters tijdens het regelen van de telling van de inwoners: 2-0-0.

Voor het billetteren der waegens ende peerden tot transport der canons en bagagien van hare majesteit: 5-0-0.

In 1771 werd Zacharias zelf bedesetter en kreeg hij een vergoeding voor bepaalde opdrachten.

– Op 28 augustus ging hij naar Asse om er zijn eed af te leggen en ontving daarvoor 1-5-2.

– Op 7 december gaat hij in opdracht van de gemeente een lening aan van 400 g met een rente van 14 g bij Petrus Ceuppens om een eerdere lening van 800 g af te betalen aan de weduwe van Jan Baptist De Witte. Michiel Clauwaert had op 5 september 1709 die lening aangegaan.

Als rendant van de bedesetters ontving hij op 5 juli 1775 in opdracht van de drossaard 23-9-3 voor het opstellen van de rekeningen. Hij betaalde aan zichzelf op 12 juni 1778 – 4-18-0 voor de levering van een nieuwe hoed voor de officier en 11-9-1 voor silvere gallon, litse ende knop voor die hoed.

10 juni 1778. Voor het billetteren van 2 recruteurs van het regiment van Saint-Ignon en logies: 0-14-0.

De Kaaszak.

De Kaaszak was een groot huis met twee verdiepingen, boven 5 vensters en op het gelijkvloers 4 met een deur in het midden. Deur en vensters hadden een arduinen omlijsting. In 1779 had Zacharias de herberg laten verbouwen. We menen dat het gebouw een erfenis was van zijn vrouw Anna Van de Perre. Er was ook een grote boerderij aan de herberg verbonden en de bareel van de steenweg was daar gevestigd. In 1860 baatte zijn kleinzoon Joannes Franciscus De Wever het bedrijf uit. Na de Eerste Wereldoorlog werd alles afgebroken en vervangen door het huidige gebouw. Er was een winkel, een café en een zaal. De naam Kaaszak komt wellicht van het feit dat er meestal een zakje met verse platte kaas hing uit te druipen.

De politicus.

Als bedesetters en ook schepen van het Land van Asse was Zacharias een invloedrijk man en een vertegenwoordiger van het ancien regime. Toch had hij er geen moeite mee om in dienst te gaan van de Franse bezetter. In het voorjaar van 1796 stelde de Franse overheid een municipale raad aan. Joannes Botergergh werd de eerste agent municipale en Henri De Ridder de adjoint. Op 5 april 1797 werd Zacharias met 25 stemmen verkozen tot assesor van de vrederechter Etienne François Gillis[5]. Een week later, op 12 april, volgde zijn verkiezing met 29 stemmen tot agent municipale[6]. In die functie gaf hij de opdracht om de geboorte- en overlijdensregisters te beginnen. Bij de tweede verkiezing voor de gemeenteraad, de assemblée communale op 5 april 1798 behaalde zijn zoon Gillis 6 stemmen en werd L. Van Roy met 11 stemmen de nieuwe voorzitter. Zacharias bleef agent municipale tot 13 mei 1799, dan zat zijn tweejarige ambtstermijn erop. De Kaaszak, zijn hofstede met brouwerij fungeerde dan officieel als eerste gemeentehuis. De Doncker, die Zacharias als burgemeester opvolgde, liet de municipale zetel overbrengen naar het dorpsplein bij Jan Baptist Robijns – ’t Kint waar hij zijn intrek had genomen.

14 januari 1798. Staet van verschotten gedaen door den borger Z. De Wever, agent municipael der gemeijnte van Hekelgem ten dienste der selve gemeijnte.

Betaelt aen den borger P. Arents seven guldens en seven stuijvers in voldoeninge van sijne devoiren gedaen op den 23, 24 en 25ste nivôse dito in het opstellen der acten der gebortenissen en overledene deser gemeijnte, dus 7 – 7 – 0.

Item betaelt aen Joannes de la Fonteijne smidt vijf guldens en vijf stuijvers in voldoeninge van sijne devoiren en leveringe van eene eijsere spille de welcke gestelt is op den thoren deser kercke, dus 5 – 5 – 0.

In 1795 schreef de Franse overheid een gedwongen lening uit. Voor Hekelgem stelde commissaris Spinnael een lijst op het geschatte bezit en van het jaarlijks inkomen. Zacharias staat op de 9de plaats met een geschat fortuin van 6600 pond en een jaarlijks inkomen van 1344 pond.[7] Op de lijst van de te betalen bedragen komt Zacharias in rang 13 bij de burgers die 1000 pond moesten betalen. In rang 15, de hoogste rang, betaalde men 1200 pond. Zacharias werd er als cijnsplichtige beschreven[8].

Op 8 september 1798 (22 fructidor an 6) protesteerden in een schrijven aan de Centrale Administratie van het departement van de Dijle de municipale agenten Zacharias De Wever van Hekelgem, J.B. Schoonjans, van Sint- Katharina-Lombeek, A.J. Van Nieuwenhove, van Essene en J.B. Vanderhasselt, van Zellik tegen de grondbelasting.

Aan de Centrale Administratie van het Departement van de Dijle[9].

In vier gemeenten die deel uitmaken van het kanton Asse, werd voor de gemeentelijke administratie tot op heden het Vlaams gebruikt om berichten te publiceren. De stukken worden nu regelmatig gelijktijdig in het Vlaams en het Frans opgesteld. De voorgaande administraties kwamen tot het besluit om de inning van de grondbelasting, jaar 5 en 6, aan te vechten. Deze inning werd geafficheerd en ingediend in de Franse taal terwijl in de gemeenten Teralfene en Sint-Katharina-Lombeek niemand de Franse taal kent, en te Hekelgem werd er geen affiche gestuurd. Meer nog, de aanbesteding werd gedaan zonder dat de respectievelijke agenten en adjuncten werden geraadpleegd. Tegen de inhoud van het besluit voor de inning van de grondbelasting heeft de genoemde gemeente zijn collecte ingeschreven aan 5 procent terwijl er meerdere werden ingeschreven aan 2,5 procent, waartegen een deel van de burgers van dit kanton hebben geprotesteerd. Daarom nemen de opstellers van dit schrijven, hun toevlucht tot de justitie van deze administratie hopende dat zij de inning ongedaan maken en de gemeentelijke administratie van het kanton Asse een nieuwe aanslag laten vestigen, nadat zij de voorwaarden van de aanslag van de grondbelasting in het Vlaams gepubliceerd heeft.

Getekend: Zacharias De Wever, Jean Baptist Van Der Hasselt, J.B. Schoonjans, Van Nieuwenhove.

Een ingewikkelde regeling met zijn stiefkinderen.

Uit haar eerste huwelijk met Joannes De Smedt had Anna Van de Perre drie kinderen:

1. Suzanna, gedoopt te Hekelgem op 5 oktober 1756, trouwde met Peter Stallaert;

2. Maria, gedoopt te Hekelgem op 23 april 1759, trouwde met Jan Baptist De Bailliu;

3. Joannes Baptist, gedoopt te Hekelgem op 24 november 1761, trouwde met Anna Crols.

Met Judocus De Bailliu had Anna een zoon, Hendrik, gedoopt te Hekelgem op 13 juli 1763, trouwde met Petronella Pauwels..

De regeling betrof de prijs van zijn velden met de verbeteringen die hij had aangebracht, het hout van het bos van 55 r in de Bleregembroeken, de restauratie van De Kaaszak, een behuisde hofstede met brouwerij aan de steenweg van 66 r, de lening van 500 g bij wijlen juffrouw Dirickx met een hypotheek op meerdere goederen en een lening van 700g van Christiaan Van den Driessche. Het compromis omvatte:

1. Zacharias, als erfgenaam van zijn vrouw Anna Van de Perre, zag af van zijn recht op de prijs en de verbeteringen op alle velden en de bomen.

2. Hij maakt geen enkele aanspraak op de kosten die hij maakte voor de restauratie van De Kaaszak.

3. Zacharias neemt de lening van 500 g over en ontlast de onbehuisde hofstede genaamd De Morette, groot 53 r.

4. De afbetaling van de lening van 700 g blijft ten laste van Zacharias.

5. De stiefkinderen zien af van alle aanspraken op:

– Een partij land op Boekhout van 1 d 66 r, gekocht op 18 maart 1769.

– Een weide met bomen en houtwas van 1d 88 r gekocht op 22 november 1770.

– Land te Asbeek van 1 d 30 r.

– Een bos met bomen en houtwas te Asbeek van 30 ½ r.

– Een akker een hopveld in de Bosstraat van 1 d 83 r.

– Een veld op de Fossel, genaamd Het Leenveld, groot 117 r.

– Een veld op De Motte van 25 r.

– De hofstede met gemetste huijse aan de steenweg en de voetweg, 32 r, gekocht van jan Bosteels op 14 september 1778.

– De Kaaszak, een hofstede met brouwerij, 66 r. Joannes De smedt kocht ze van Peter De Donder op 2 december 1755 volgens de akte van Jan Baptist De Witte. De Kaaszak paalde aan de steenwag van Brussel naar Gent, Adriaan Van Itterbeke, de goederen van Affligem, en Francis Verhasselt. Het was belast met een grondcijns aan de abdij. Het bedrijf was een erfenis van Anna Van de Perre.

Dat alles op voorwaarde dat Peter Stallaert en Jan Baptist De Bailliu onmiddellijk elk 400 g ontvingen en binnen de twee jaar nog eens 625 g. Hendrik De Bailliu moest dadelijk 400 g krijgen en binnen het jaar nog 900 g ontvangen. Jan Baptist De Smedt kreeg in volle eigendom nog Het Leenveld, groot 1 d 50 r en 125 g.

Overdracht van zijn woning aan zijn zoon Judocus.

Op 10 april 1795 stelde notaris E.F. Gillis de overdrachtsakte op. Dat is na de dood van Anna Van de Perre. Zacharias, pachter en dienende schepen van het Land van Asse komt met zijn kinderen Joanna Catharina, Maria Anna, Anna Catharina, Gillis en Petrus het volgende overeen.

Judocus neemt de hofstede met gemetste huijse van twee stagiën, schuere, stallingen ende alle andere edificiën daerop staende, groot 42 r over van zijn vader. Zacharias en Anna hadden de grond ervan gekocht op 14 september 1778 en er de gebouwen laten oprichten. Judocus kon er vanaf half maart over beschikken. Na de dood van Zacharias moest hij binnen de drie maanden aan de andere kinderen elk 625 g betalen. Zijn vader had recht op een jaarlijks bedrag van 105 g en zolang hij leefde op het vrij gebruik van drie kamers op het gelijkvloers en vrije doorgang in de keuken en andere plaatsen samen met zijn compagnie. Het huis was nog bewoond door juffrouw Tottenburgh.

Verkaveling van de onroerende goederen.

Op 28 oktober 1824 stelde notaris Jacobus De Deken uit Ternat de verkavelingsakte op. Zacharias onroerende goederen werden verdeeld in 6 kavels.

1. Judocus, pachter en herbergier, bekwam 1/3 van 29 r 41 ellen van het land aan de Kwezelsweg, waarde 312, g 50 cents en het bos op het Groot Leenveld van 34 g 29 c.

2. Joanna Catharina bekwam ook 1/3 van het land aan de Kwezelsweg voor 312, 50 c en de ½ van het bos te Asbeek van 49,71 c.

3. Joannes Pauwels, boer en man van wijlen Anna Catharina, kreeg het laatste derde van het land aan de Kwezelsweg en de andere helft van het bos te Asbeek, 49 g 71 c.

4. Petrus, boer, bekwam de ½ van het land op de Buikouter 330 g 10 c.

5. Gillis, boer, de andere helft, 330 g 10 c.

6. Franciscus Louis, boer en enig kind van wijlen Maria Anna, kreeg het land op de Molenkouter voor 491, 05 c.

De totale waarde van de goederen bedroeg 2 222 g 46 cents zodat het deel van elke erfgenaam een waarde had van 370 g 41 cents.

Het testament van Zacharias.

Een week voor zijn dood, op 29 december 1827, liet Zacharias door notaris Adrianus Franciscus De Lantsheere uit Opwijk zijn testament opstellen. Dat gebeurde in de slaapkamer van zijn vroeger huis waar hij inwoonde bij zijn kleinzoon Joannes De Wever, pachter en herbergier. Omwille van de goede zorgen van zijn kleinzoon liet hij hem na: een hoge horloge met kast, beddengoed, enkele kasten en andere meubelen, cash geld, kleren en lijnwaad en een bos van 7 r 87 ellen in de Steense Meers.


[1] Archief Frans Moortgat in HK Belledaal.

[2] Voorouders Zacharias De Wever.

I. Joos (Judocus) De Wever, gedoopt te Sint-Katharina-Lombeek op 19 september 1663, overleden aldaar op 4 april 1727. Hij huwde te Wambeek op 7 juli 1694 met Maria Seghers, overleden te Wambeek op 20 mei 1744.

Kinderen uit dit huwelijk te Sint-Katharina-Lombeek geboren:

1. Jan Baptist, volgt II.

2. Elisabeth, gedoopt op 22 mei1698.

3. Lenaert, gedoopt op 11 april 1700, hij huwde te Sint-Katharina-Lombeek op 13 juni 1723 met Elisabeth Van Der Heyden.

4 Hendrik, gedoopt op 10 juni 1702.

5. Joanna, gedoopt op 12 september 1706.

II. Jan Baptist De Wever, gedoopt op 23 juni 1695, hij huwde met Maria Van Leeuw, gedoopt te Vlezenbeek.

Kinderen uit dit huwelijk te Sint-Katharina-Lombeek geboren:

1. Zacharias (Segerius).

2. Leonardus, gedoopt op 19 maart 1741.

3. Anna Catharina, gedoopt op 7 november1742.

4. Gabrriël, gedoopt op 21 december 1744, aldaar overleden op 2 februari 1836, hij huwde met Anna Maria Eylenbosch.

5. Peter, gedoopt op 9 december 1746.

6. Jan Baptist, gedoopt op 28 december 1747.

[3] J. OCKELEY, Een paspoortenboek uit 1790, in: Ascania, 1985, 99.

[4] Samen met hem marcheerden P. L. Boelpaep, de onderpastoor van Hekelgem, Franciscus Robyns als 1ste luitenant, Engelbertus Van Nieuwenhove de foerier, J. B. De Schrijver, ook kapitein, Petrus Van De Velde, tamboer, Rochus Verleysen, vleugelman, Joannes Van Ransbeeck, kapitein – Michiel Verveken (of Verbeken), sergeant, Petrus De Laet, François Wambacq, Judocus De Schrijver, Judocus De Meij, Adriaen Vermeiren, Josephus Van De Perre, Adrianus Van Nieuwenborg, Michiel Van De Perre, Emmanuël Van Kreklyom, Hieronimus Valkenier, Jacobus Vanderkelen, Petrus Van Vaerenbergh, major, Petrus Vermeeren, Guillam Van Grimbergen, Jacobus De Vis, Joannes Van De Perre, Joannes De Schrijver, Petrus Van Vaerenbergh, minor, Engelbertus Stenvenijns, Paulus Mergien, Petrus Calson, Joannes B. Godefroy, Petrus Polsterman, Henricus Hellincx, Jacobus Callebaut,Andreas Sterremans, Henricus De Leeuw, Joannes De Smet, Jacobus De Coster, Passchasius Vertongen en Livinus Coppens. Zie de lijst in het Jaarboek H K Belledaal, 1989-90, blz. 3 e.v. en Asse, vroeger en nu, 1989, deel IV, blz. 82.

[5] E. SCHOON, Het bestuur van het kanton Asse tijdens het Directoire, in: Eigen Schoon en De Brabander, jg. 90, nr. 2, 283.

[6] IBIDEM, 290.

[7] E. SCHOON, De gedwongen lening door de Franse overheid, 1795, 5.

[8] IBIDEM, 9. Een cijnsplichtige had cijnsgoederen in zijn bezit. Een cijnsgoed is een geheel van gronden die door een grondheer voor zeer lange tijd – in de regel voor eeuwig – werden afgestaan tegen betaling van een veelal vaste recognitie in geld en/of in natura. De gronden zelf werden door de heer in leen gehouden of waren zijn allodiaal bezit. Bij blijvende wanbetaling kon de heer de goederen inwinnen of ze eventueel verwerven. Beslaglegging in geval van niet-betaling van een cijns was uitgesloten. De grondgebruiker was bezitter van de grond en kon deze verkopen en laten vererven.

[9] Brief opgesteld in het Frans. Vertaling Edmond Schoon.

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s