Meldert tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740 – 1748).

1 – Meldert in 1747.

Artikel gepubliceerd in De Faluintjes.

2 – De rampzalige zomer van 1745.

De schepenbank van Asse bewaart twee documenten over verplichte leveringen en plunderingen in augustus en september van 1745[1]. Op 13 juli waren 2 800 Franse soldaten de abdij binnen gevallen. Ze bleven er zes weken en Meldert moest mee instaan voor hun onderhoud. De eerste lijst bevat de refraichissementen die de troepen van sijne alder chtistelijcke Majesteijt in Meldert hebben genoten. De bedragen zijn uitgedrukt in gulden, stuivers en oorden.

Een commando van de kolonel Grassin van omtrent 300 man infanterie met enige officieren te paard verteerden op drie en vier augustus voor 116-4-0 waarvan een gedeeltelijke kwitantie.

– Op 16 september consumeerde een commando infanterie van het regiment met grijze kleren en purperen omslagen op hun mouwen: brood, boter, vlees, bier, wijn en andere voor 54-4-0, waarvan kwitantie.

– Op 19 september eiste een commando van omtrent 100 mannen van verscheidene regimenten, waaronder enigen van het regiment van Piëmont, bier, brood, boter, vlees en specerijen voor 36-6-0.

– Op 25 september geleverd aan een commando van ’t zelfde volk brood, kippen en andere voor 6-1-0.

– In de maand augustus werden voor 36 werkdagen transporten gedaan met wagens waaronder een transport van 5 dagen met 4 paarden, een van 4 dagen met 3 paarden en een van 27 dagen met twee paarden en dat voor 164-0-0.

– Voorts nog meerdere opdrachten te voet en te paard naar Lippelo, Aalst en Affligem, in het totaal voor 82 dagen waarvan 68 met een paard en 16 te voet. De reis te paard zijn gerekend aan 3 gulden per dag en die te voet aan 1 gulden, samen 236-0-0.

– Tijdens de maand augustus werden 257 pioniers geleverd voor Lebbeke en Affligem aan 1 gulden voor iedere pionier maakt 257-0-0.

Totaal: 869-15-0.

Onder de lijst staat de volgende vermelding:

Wij onderschreven bedesetters en ingezetenen van de voorschreven parochie verklaren dat de bovenstaande leveranties ende devoiren in de lijst vermeld, behoorlijk geleverd en geschied zijn en voorzien van enige kwitanties, maar niet van alle en opdat de heren en hoven er volkomen geloof aan zouden hechten, wat nodig is, hebben wij dit ondertekend. Actum Meldert deze zevende oktober 1745 H. Van Zeebroeck, Jan Willems, J. De Witte, J.L. Van Brempt.

De tweede lijst handelt over de plunderingen op 12 en 13 augustus door alweer de troepen van de alder christelijckste Majesteijt. Forcelijck ende reguereuselijck hebben zij uit de huizen en stallingen gesleurd: allerlei meubels, kleren, lijnwaad, koper, tin, bier, boter, vlees, brood en andere, koeien, varkens en andere. Uit de schuren haalden ze vruchten en hooi. De schade beliep tot 3 184 gulden volgens de ingediende lijsten die de bedesetters hebben geverifieerd opdat de heren en hoven er geloof aan zouden hechten. In het teken der waarheid tekenden op zeven oktober 1745.

J. De Witte, J.L. Van Brempt, H.Van Zeebroeck, Joos Van Biesen, Jan Willems, Gillis Beeckman, Francis Beeckman, Carel Geeroms, Gillis Beeckman

3 – De lening van 1748.

Op 26 mei 1746 klaagde pastoor F. Goetgebuer over de armoede in zijn parochie en het jaar daarop is de nood zo hoog dat de bedesetters, regeerders, ingesetenen en gegoeide van Meldert aan Franciscus Beeckman en Peter van Ighem de opdracht gaven om een lening van 6 000 gulden aan te gaan tegen de intrest die ze konden bekomen. Daarmee wilden ze verscheidene particulieren terugbetalen die in 1745, 1746 en 1747 de kosten van de dagelijkse leveringen voor de gelegerde troepen voorgeschoten hadden. Hun opdracht hield ook in dat ze aen de eerwaerde en edele heeren staeten van Brabant de toestemming voor die lening vroegen. Was getekend op 2 augustus 1748. Tekenden: J. De Witte, Franciscus Beeckman, Peter Van Ighem, Alexander VanderSchueren, A. De Coster, Guillam Vermoesen, Pauwel Van Malder.

4 – De toegekende vergoedingen voor 1746.

Op 15, 16, 17 en 18 juli 1749 legden de bedesetters, principaelste gegoeide ende gemeijntenaeren collegiaal de vergoedingen vast voor de door troepen opgelegde prestaties in 1746 voor logementen, pionierdiensten en verplichte reizen te paard of te voet door inwoners van Meldert:

– voor iedere reis te voet of te paard: 5 stuivers per dag.

– voor een pionier: 15 st/dag.

– voor elke begeleiding te paard: 35 st/dag.

– voor iedere begeleiding te voet: 15 st/dag.

– een transport met wagen naar Aalst: 25 st/dag.

– idem naar Affligem: 10 st/dag.

– idem nar Asse: 1g/dag.

De beslissing viel vier jaar na de feiten. Hopelijk volgde de betaling snel.

Edmond SCHOON

Ben VERMOESEN


[1] R.A. Leuven, schepenbank van Asse, nr. 6884.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s