Hendrik Van Laecken schuldig bevonden (1762).

Op 30 maart 1762 werd Hendrik Van Laecken[1] in effigie[2] (zie voetnoot) veroordeeld met eene strope aen den hals aen eene galge ten hoogsten van den daege te woeden gehangen ten exemple.

Wat had Hendrik gedaan om de zwaarste straf te krijgen?

Op 14 mei 1761 had Hendrik Van Laecken de zoon van Gillis Lensens naar Catherina Heijvaert gestuurd met het verzoek om onmiddellijk naar zijn huis te komen. Hij dacht dat zijn vrouw stervende was. Toen Catharina bij het bed van zijn vrouw, Catharina Vermoesen, kwam, vermoedde ze dat haar vriendin al dood was. Dat zei ze tegen de onderpastoor en de koster die er al waren om haar te berechten want er liep bloed uit haar rechteroor en ze had een blauw oog. Tijdens haar tweede ondervraging door de schepenen op 26 oktober voegde ze er nog aan toe dat ze Van Laecken had horen zeggen: ze zullen wel zeggen dat ik mijn vrouw heb doodgeslagen. Catharina legde die getuigenis voor de schepenen af op 19 mei.

Cornelis Van den Bergen was de tweede getuige die door de schepenen werd verhoord. Hij woonde in een aanleunend huis en had die nacht van 14 mei keijvagie, dreigementen en slagen gehoord in het huis van Hendrik. Hij is naar Hendrik, zijn oom, gestapt en zag dat Catharina op haar rug op de grond lag. Hendrik trachtte haar recht te krijgen. Toen hij dacht dat er weer vrede was, keerde hij naar zijn huis terug. Hij lag al in bed toen hij Catharina Jezus Maria hoorde roepen. Wat later riep zijn oom hem, hij ging naar binnen en zag Catharina op de grond zitten en Hendrik hield zijn armen om haar heen. Het leek hem dat Catharina tot bewustzijn kwam en hij ging zijn vrouw halen om Catharina te helpen. Zijn vrouw kwam hem meermaals zeggen dat Catharina stervende was en ten slotte dat ze dood was. Cornelis voegde later aan zijn getuigenis nog toe dat het gerucht ging dat Hendrik zijn vrouw had doodgeslagen.

Franchois Lansons, ook een buurman van Hendrik, ging toen hij geroep hoorde,  naar het huis van Hendrik. Hij zag Catharina op een stoel zitten met schuim op haar mond. Hij vroeg Hendrik of de pastoor al verwittigd was, waarop Hendrik hem vroeg om dat te doen. Hij liep naar de pastorie en keerde terug met de onderpastoor en de koster. Bij aankomst zagen ze dat Catharina al dood was. De koster wees iedereen erop dat er bloed uit haar rechteroor kwam. Hendrik antwoordde dat ze uit bed was gevallen. Franchois vertelde aan de schepenen nog dat Catharina bijna dagelijks werd geslagen.

Gillis Lensens, gewekt door het tumult, was naar het huis van Hendrik gegaan en zag zijn vrouw op een pailliasse liggen. Zij was stervende. Hij liep de pastoor tegemoet en vroeg hem zich te haasten want er was perijckel van sterven. Als ze toekwamen, was Catharina al overleden en koster Jan Baptist Resteau merkte op dat ze bloedde. Jezus Maria, riep Van Laecken, ze zullen zeggen dat ik haar doodgeslagen heb. De onderpastoor vroeg hem waarom de mensen dat zouden zeggen, maar hij antwoordde niet.

Joanna Maria De Smedt, vrouw van Cornelis Van den Berghe, werd op 20 mei verhoord. Zij bevestigde dat er in de nacht van 13 mei deftige woorden waren tussen Hendrik en Catharina. Zij hoorde Catharina lamenteren over de slagen die ze kreeg. Joanna vroeg haar man Cornelis om toch eens te gaan kijken. Toen hij terug was, zei hij dat Catharina op de grond lag. Hendrik gaf als uitleg dat ze dempich hadden gegeten. Joanna was er niet gerust in en bleef nog een tijdje op terwijl haar man ging slapen. Even later herbegon de ruzie. Zij hoorde Hendrik schreeuwen gij sult van mijne handen noch sterven, alwaert dat de galge daer gerecht waere. Joanna liep onmiddellijk naar het huis en trachtte Hendrik te kalmeren. Dat lukte niet en ze ging slapen. Het laatste wat ze hoorde, was een harde slag. Niet lang daarna kwam Hendrik hen roepen. Zijn vrouw had iets gekregen, zei hij. Eerst ging haar man en hij zag dat Catharina naar adem snakte en riep Joanna om te komen helpen. Zij zag toen het blauwe oog en het bloed aan haar rechteroor.

Joanna Van de Perre, vrouw van Francis Lanson,  hoorde bijna dagelijks ruzie en slagen en had dikwijls compassie met de vrouw. Die nacht van 13 op 14 mei was de ruzie heel heftig en de slagen waren onverdraegelijck. Voor haar man was dat geen nieuws, het is dagelijks brood, zei hij. Rond drie uur kwam Hendrik hen roepen omdat zijn vrouw wilde sterven. Ze volgden hem tot bij Catharina die op een stoel zat en nauwelijks nog ademde. Ze nam haar in haar armen. Catharina Heijvaert merkte het bloed op en Hendrik antwoordde handenwrijvend ze sullen noch seggen dat ick haer dood geslagen hebbe. Niemand durfde te antwoorden.

Koster Jan Baptist Resteau kwam samen met de onderpastoor in het huis. De onderpastoor gaf haar de absolutie en vroeg hem haar gezicht eens nader te bekijken. Hij zag het bloed en de blauwe plekken en vroeg wat er met haar was gebeurd. Hendrik zei dat ze uit bed was gevallen. Voor Jan Baptist was het duidelijk: Catharina was vermoord en hij stelde voor om de aartsbisschop de toelating te vragen voor een lijkschouwing. Die lijkschouwing

had plaats op 23 mei en werd uitgevoerd door dokter Petrus Van Innes en chirurgijn Savena. Hun besluit was dat Catharina was gestorven aan de gevolgen van een zware slag op haar hoofd met een stok of een ander voorwerp. Ondertussen had drossaard Joannes Loovens de schepenen gevraagd om Hendrik Van Laecken te arresteren, maar die was al gevlucht. Op 2 juni gaf hij het bevel om zijn roerende goederen in beslag te nemen en de onroerende te verhuren. Gezien de zware misdaad door Hendrik begaan, werd het dossier overgemaakt aan de hoofddrossaard te Brussel die het advies van de Raad van Brabant vroeg. Dat kwam er op 13 februari 1762: dood door ophanging. De volgende schepenen ondertekenden op 30 maart het doodvonnis: P. Nulant, N. Van Heqinbeke, M. Van Vaerenbergh, G. Plas, P. Van Den Bossche, P. De Bidou, C. Van Den Houte, J. B. Van De Velde, Guilliam Goossens en Verstappen.

Henricus Van Laecken, trouwde op maandag 11 juli 1740 in Hekelgem met Catharina Vermoesen, 36 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 13 oktober 1703 in Hekelgem en overleed op donderdag 14 mei 1761 in Hekelgem, 57 jaar oud. Zij hadden een zoon Petrus, gedoopt op vrijdag 9 april 1745 in Hekelgem. Petrus overleed in 1747 in Hekelgem, 2 jaar oud.

Edmond Schoon en Ben Vermoesen.


[1] R.A. Leuven, schepenbank van Asse nr. 693.

[2] In effigie: Hendrik was voortvluchtig en in zijn plaats werd een beeld, dat hem moest voorstellen, opgehangen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s