Het verhaal van “De Valk”.

De naam van de hoeve De Valck is nauw verbonden met de familie Schoon die de hofstede ruim twee eeuwen bewoonde. Ze bevindt zich in de Langestraat nr. 207 te Hekelgem. Aan de straatkant is er niets meer van de oude geschiedenis te zien want die gevel vernieuwd. Aan de achterkant evenwel zijn er nog gevels opgetrokken met oude Spaanse baksteen en oude, met zandsteen omlijste vensters waarvan sommige zijn dichtgemetseld (zie foto). In het huis bevinden zich nog twee gewelfde kelders, in een ervan is een waterput. In het begin van de jaren 50 van vorige eeuw waren er nog drie oude Vlaamse schouwen in zandsteen en een brede statige trap met een mooie leuning. Dr. Jozef Wijns, toen conservator van Bokrijk, kocht er twee schouwen. Hij vertelt daarover in zijn boek “Het verhaal van ons huis”.

Achtergevel van De Valck. Foto Edmond Schoon.

Toen Jozef Wijns eens met dom Reinerius Podevijn van de abdij op stap was, trok een voorname woning in de Dorpsstraat (nu Langestraat) zijn aandacht. De ankers van de gevel boven de poort vormden het jaartal 1650. Nieuwsgierig als hij was, opende hij de poort en zag er naast het voeder voor de koeien dikke eiken prachtig gedraaide trapbaluster liggen. Hij vermoedde dat er nog meer prachtige dingen te vinden waren en liet dom Reinerius de inwoners beloven niets weg te doen tot zijn terugkomst. Daar het hele binnenhuis was uitgebroken en vernieuwd, kwam dr. Wijns nog meerdere keren terug. Hij kon er vier balusters, koper, tin, moortjes, een mortier en nog wat klein gerief en vooral twee witstenen schouwen kopen. De schouwen plaatste hij in een kamer en de keuken van zijn nieuw huis. Dr. Wijns bestempelde ze als “voorname” stukken waaraan ooit de schepenen van de abdij en misschien ook de abt als bezoekers hebben plaats genomen.

Over de geschiedenis van deze merkwaardige hoeve en haar bewoners gaat deze bijdrage.

Een later schrijven van Dr. Weijns als dank.

Jan Van Nuffel.

De oudste vermelding van De Valk vinden we in een akte van 27 juli 1679. Jan Van Nuffel, de rentmeester van de abdij, kocht toen voor 1 500 g een gemetst huijs ende hoffstede mette mauterije, schuren, stallen, ast en andere edificiën daerop staende, soo ende gelijck ’t selve gestaen ende gelegen is onder de prochie van Hekelgem bij het clooster van Affligem mitsgaders den meersch daeraen gelegen ende tot dijen den hoplochtinck achter insgelijck gelegen, tsamen groot een bunder twee dachwanden LXIX roeden (2 ha 10 a 32 ca), palende voor tegen tsheeren straete, ter tweedere sijn selffs goet ende d’ erffgenaemen Lemmens, ter derdere Guilliam Cornelis ende Jan Verhoeven, ter vierdere in twee sijden Affligem goet, ter vijffdere Lucas Crick ende de weduwe Janssens, alleenlijck belast metten heerlijcken grontchijns daerop uijtgaende aen den Godtshuijse van Affligem ende eenen pot wijn aen de kercke van Hekelgem.

De verkopers waren de kanunniken van de O.-L.-Vrouwkathedraal te Antwerpen: Carolus Joannes De Sourneau, aartsdiaken; Pauwels Van Halmale, aartspriester en officiaal; Carolus Comperus en Anthonius Hoeffslach. Zij waren de provisors van een fundatie voor 12 arme priesters en het geld van de verkoop, 1500 g, was bestemd voor het onderhoud van die priesters. Drie jaar eerder had Ambrosius Capello (1597 – 1676), bisschop van Antwerpen, op 24 maart 1675 die fundatie gesticht. De stichtingsakte werd verleden door notaris Guilielmo De Hase. Volgens de Affligemse schepenen Adriaan Van Nuffel en Jan De Witte was de hofstede door haar goede ligging en deuchtsaemheijt 7 000 g waard. Jan Van Nuffel betaalde voor de hofstede die bekend werd onder de naam “De Valck”. De eerste 6 opeenvolgende jaren moest hij jaarlijks 93 g 15 st betalen en daarna 52 g 10 st wat overeenkwam met een rente van 3,5%. Wanneer de rente uiterlijk 2 maanden na de betaaldag niet was vereffend, konden de provisors comen ende slaen handt aen de voorschreven panden.

Jan Van Nuffel was een zoon van Adriaan en Jacoba Robijns. Adriaan was afkomstig van Wieze en werd bos- en rentmeester en ook schepen van de abdij. Hij trouwde met Jacoba op 31 oktober 1625 in de Sint-Kathelijnekerk te Brussel. Zij hadden vier kinderen te Hekelgem gedoopt[1]:

1 Franciscus, gedoopt op 12 augustus 1630. Hij trad in 1652 te Affligem in 1652 en kreeg als kloosternaam Vedastus. In 1659 werd hij priester gewijd. Dom Vedastus was een briljant latinist en bracht het tot prior, novicemeester en proost. Te Brussel kopieerde hij de charters van de abdij die in het aartsbisschoppelijk paleis werden bewaard.

2 Joannes, gedoopt op 18 maart 1633. Joannes werd zoals zijn vader bosmeester. Hij was ook griffier, stadhouder en ontvanger van het leenhof en ontvanger van het kwartier Mechelen. Hij trouwde met Ursula Van Aken en woonde eerst op het dorp te Meldert. Na zijn dood ontdekte men een tekort op zijn rekeningen en de abdij sloeg zijn goederen aan. Was dat een gevolg van de aankoop van De Valck?

3 Martinus, gedoopt op 21 januari 1635. Hij legde op 5 mei 1658 de geloften af in de cisterciënzerabdij Sint-Bernard-aan-de- Schelde.

4 Judocus trouwde te Hekelgem op 18 november 1675 met Catharina Robijns, geboren te Meldert op 21 juni 1646. Het gezin woonde te Meldert. Judocus overleed op 8 februari 1763 en werd in de kerk van Meldert begraven.

Jacobus De Witte.

Jacobus De Witte, griffier van de abdij, verwierf De Valck op 17 februari 1708. Eigenlijk kocht zijn schoonvader, Michiel Clauwaert, die de hoogsten en lesten verdierdere metten vuijtganck van de berrerder keersse is gebleven, de volledige hofstede voor zijn schoonzoon Jacobus en zijn dochter Joanna Maria. De Affligemse meier Guilliam De Baetselier stelde de akte op in aanwezigheid van de schepenen Peter Van Langenhove en Andries De Witte. De grondcijns bedroeg toen 5 g 5 st ½ mijt, 26 ½ hennen en een kapoen voor de abdij en een pot wijn voor de Kerk van Hekelgem. Na het overlijden van Jacobus werd op 3 november 1751 de inventaris van het sterfhuis opgemaakt. De Valck werd dan als volgt beschreven: sekere hofstede mette steenen huijse, mouterije met de weijde, hof, bogaert ende block, groot int geheel 6 dagwanden 69 roeden, vercreghen bij decrete tegens de proviseurs der fondatie van Capello volgens brieve gepasseert voor schepenen van Afflighem in dathe 17de september 1708.

Jacobus trouwde te Hekelgem op 19 januari 1707 met Joanna Maria Clauwaert, dochter van Michiel en Anna Buggenhout. Voor dat huwelijk kreeg het paar dispensatie wegens bloedverwantschap in de vierde graad. Jacobus overleed in De Valck op 8 mei 1750 en zijn vrouw op 31 december 1751. Ze kregen 9 kinderen, te Hekelgem gedoopt:

1 Adriana, gedoopt op 22 oktober 1707, religieuze in Ten Rozen.

2 Joannes Baptist, gedoopt op 11 oktober 1708. Zijn dooppeter was zijn oom E.H. Jan De Witte. Hij overleed te Hekelgem op 20 november 1785. Hij trouwde met Theresia Meert  te Hekelgem op 20 mei 1747. Hij volgde zijn vader op als griffier van Affligem. Hun zoon Benedictus Emmanuel werd de laatste griffier van de abdij. Het is in zijn huis, ’t Griffiershof, dat de laatste proost Beda Regaus onderdak vond na de verdrijving van de monniken door de Franse overheid.

3 Jacobus, gedoopt op 26 augustus 1710.

4 Anna Maria, gedoopt op 4 juni 1712, trouwde met Martinus Van Vaerenbergh.

5 Benedictus, gedoopt op 21 maart 1714, zijn dooppeter was dom Odo De Craecker, proost van de abdij en zijn doopmeter domna Gertrudis Vinck, abdis. Hij werd priester gewijd ca 1739. Onderpastoor te Asse tot 30 juli 1787.

6 Joanna Petronella, gedoopt op 8 maart 1716, trouwde te Hekelgem op 23 oktober 1751 met Petrus Emmanuel Schoon. Voor de trouw verkreeg het paar dispensatie voor de drie roepen. Pastoor De Cuyper deed de huwelijksviering in de kapel van het Magdalenaklooster te Brussel. Joanna overleed te Hekelgem op 19 november 1787, Petrus op 22 augustus 1778. Hun zoon Benedictus trouwde met Van Lierde Anna Francisca.

7 Bernardus Hiëronymus, gedoopt op 26 januari 1718 door dom Hiëronymus De Wolf, syndicus van de abdij.

8 Maria Theresia, gedoopt op 2 mei 1719.

9 Anna Catharina, gedoopt op 19 augustus 1723.

Jacobus was een welvarend man. Hij kon zijn bezittingen aan onroerende goederen, landbouwgrond, bos, hopveld en 2 hofsteden uitbreiden tot ca 11 ha. Hij stond voor een bedrag van 4 092 gulden leningen toe aan 14 verschillende personen. De lange lijst van de verkoop van zijn roerende goederen op 19 januari 1752 toont ook zijn welstand. Opvallend daarin een staande horloge, 12 Spaanse lederen stoelen en twee schilderijen. Zijn volledige eigendom was een slordige 32 000 gulden waard, of 800 maal het gemiddelde jaarloon van een knecht van de abdij.

Als een van de weinige paardenboeren te Hekelgem, hij had twee paarden, voerde hij bepaalde taken in opdracht van de gemeente uit. Zo leverde hij hooi aan de geallieerden te Vilvoorde in 1745 en ontving daarvoor 17 g 10 st en nog eens 16 g 13 st voor wagen- vrachten, levering van brood en pottagie en voor het logement van huzaren.

De grafsteen van Jacobus ligt naast de kerk van Hekelgem, achter het monument. Hetzelfde familiewapen komt voor op een schilderij in het Brussels Museum voor Oude Kunst. Het is een XVde eeuws Brugs retabel met als schenker Jan De Witte.

Petrus Emmanuel Schoon.

Petrus Emmanuel Schoon, gedoopt te Hekelgem op 25 december 1712 trouwde op 23 oktober 1751 met Joanna Petronella De Witte in het Magdalenaklooster te Brussel. Petrus was de zoon van Cornelius en Judoca Pauwels. Joanna Petronella werd te Hekelgem gedoopt op 8 maart 1716 als dochter van Jacobus en Joanna Maria Clauwaert. Petrus overleed te Hekelgem op 22 augustus 1778 en Joanna op 19 november 1787. Zij hadden een zoon: Benedictus, gedoopt op 26 augustus 1752.

Na de verdeling van de nalatenschap van Jacobus De Witte volgde op 17 februari 1752 een ruil van de kavel van Joanna, de vrouw van Petrus Schoon met de kavel van Anna Maria, de vrouw van Martinus Van Vaerenbergh. Daarmee kwam De Valck in het bezit van Petrus en Joanna. De hofstede De Valck omvatte toen:

1 Een stenen huis, schuur, stallen, waterput en edificiën, groot 33 a 32,4 ca, belast met een grondcijns aan de abdij, waarde 5 660 g 19 ¾ st,  bomen en houtwas geschat op 62 g. Er is geen sprake meer van een mouterij.

 2 Een meers van 86 a 14 ca, belast met een grondcijns aan de abdij, met een geschatte waarde van 1429 g 11 ¼ st, bomen en houtwas voor 190 g 14 st.

3 Het Blok, palende aan de straat en de voetweg, 90 a 85 ca, belast met een grondcijns aan de abdij, 860 g 18 st, bomen en houtwas 114 g 2 st.

4 Een hopveld, palend aan de straat en aan voorgaande, belast met een grondcijns aan de abdij, 475 g7 ¼ st, bomen en houtwas 37 g 3 st.

De hele kavel was 8 830 g 15 st 1 o waard.

In 1752 wordt Petrus vermeld als livreiknecht van de proost van de abdij en kreeg daarvoor als vergoeding 45 gulden. Na zijn huwelijk werd hij schepen van de schepenbank van Affligem en bedesetter van Hekelgem, maar die aanstelling ging niet van een leien dakje. Beda Regaus schreef daarover[2]:

Af en toe hebben sommigen staande gehouden dat onze schepenen niet de functie van bedesetter moeten of kunnen op zich nemen; dienaangaande gebeurde in het jaar 1768 dat de officier van Asse, gezonden door de drossaard op 4 februari bij onze proost kwam om hem te vragen of hij er zich tegen zou verzetten indien Petrus Schoon, onze schepen, als bedesetter zou aangesteld worden (hij had de geheime opdracht in geval dat er verzet zou rijzen af te zien van het gevraagde) aan wie de proost antwoordt dat hij er zich tegen zou verzetten daar beide functies niet voldoende met elkaar te verzoenen zijn, maar weinige dagen later komt Petrus Schoon naar de proost die eerst geweigerd had opdat hij erin zou toestemmen, waarin de proost na overweging en na de raad van anderen te hebben ingewonnen toestemde.

Petrus en Joanna boerden goed want op 2 mei 1769 kochten ze een perceel op de Molenkouter, groot 1 d 7 r voor 440 g 6 st. De verkopers waren Anna Maria De Witte, zus van Joanna en haar man Martinus Van Vaerenbergh. Het land was en deel van de erfenis van de ouders, Jacobus De Witte en Joanna Maria Clauwaert. Jan De Witte, de griffier van de abdij stelde, in afwezigheid van meier Hendrik T’Sas de akte op. Louis Van den Bossche en Hendrik Van Zeebroeck tekenden als schepenen.

In 1771 ontving Petrus 10 g 2 st 2 o over sijne gedaene devoiren als bedesetter deser parochie.

Een akte verleden door notaris M. Van Itterbeke op 20 juli 1767 ging over de verkoop van een hofstede met huijse, schuere, stallinghen ende alle andere edificiën, groot een dagwant drijenseventigh roeden geleghen onder prochie van Hekelgem, gemenelijck genoemt Den Valck. Jan Baptist De Smedt kocht die hoeve van Maria Anna Crick. Merkwaardig is dat het niet over de hoeve van Petrus Schoon ging want de hofstede grensde aan de Langestraat en de Nieuwstraat (nu Boekhoutstraat) en dus praktisch rechtover de “oude” Valck lag. Een vergissing? Had de benaming “De Valck” te maken met het beroep van valkenaar, de beambte belast met de zorg over de voor de jacht afgerichte valken?[3] Een weinig waarschijnlijke hypothese. De omliggende bossen waren in het bezit van de abdij en of ze een valkenaar in dienst had en over jachtpartijen met valken is (tot hiertoe) niets geweten. Een andere mogelijke verklaring is dat De Valck een uithangbord was van een herberg. Veel benamingen van uithangborden hadden diernamen zoals De Wolf, De Beer enz. en verwezen naar het aldaar beoefende beroep. Vermits er een mouterij was, kan er ook een herberg geweest zijn. Verhuisde die naar de overkant wanneer de mouterij stopte? De ligging voor een herberg was ideaal. De Langestraat was in de late middeleeuwen en tot de aanleg van de huidige steenweg in 1704 een belangrijkere verbindingsweg tussen Aalst en Brussel dan de oude heerbaan. Er waren niet alleen talrijke passanten er was ook een bonte bedrijvigheid aan de Voorpoort van de abdij, wat verderop gelegen. Op hoogdagen, bij processies, bedevaarten, begrafenissen van monniken, tijdens de broodbedelingen aan de Voorpoort liep er heel wat volk heen en weer.

Benedictus Schoon.

Als enige zoon van Petrus en Joanna De Witte erfde Benedictus de hoeve De Valck. Hij trouwde met Anna Francisca Van Lierde te Hekelgem op 11 juli 1780. Zij was de dochter van de welstellende molenaar Josephus Van Lierde en Joanna Catharina De Kegel en werd te Hekelgem gedoopt op 7 mei 1756. Benedictus overleed op 19 maart 1808 en Anna Francisca op 13 september 1797. In het gezin werden 12 kinderen geboren en te Hekelgem gedoopt:

1- Joanna Maria, gedoopt op 3 mei 1781, trouwde te Hekelgem met Benedictus Vertonghen op 26 oktober 1807, overleden te Hekelgem op 13 april 1831.

2- Benedictus, gedoopt op 20 oktober 1782, overleden op 28 december 1854

3- Joannes Franciscus, gedoopt op 3 januari 1784, zie verder.

4- Joanna Benedicta, gedoopt op 20 oktober 1785, trouwde te Hekelgem op 18 februari 1835 met Joannes Bosmans en overleed te Moorsel op 26 februari 1852.

5- Joannes Baptist, gedoopt op 28 februari 1787, trouwde te Hekelgem 21 november 1850 met Rosalia Cobbaert, geboren te Denderleeuw en overleed te Hekelgem op 31 juli 1856.

6- Petrus Joannes, gedoopt op 7 juni 1788, overleed te Hekelgem op 7 juni 1788.

7- Joannes Hubertus, gedoopt op 3 november 1789, trouwde te Hekelgem op 29 mei 1822 met Judoca Carolina Plas en overleed aldaar  op 13 februari 1863. Hij hielp op de oude molen bij zijn oom Petrus Van Lierde en zijn tante Carolina Plas. Na de dood van Petrus trouwde Joannes met de weduwe Carolina en ze kregen nog twee kinderen: Amelia en Joanna Schoon. In 1835 werd hij tot schepen verkozen.

8- Catharina Jacoba, gedoopt op 8 juli 1791, trouwde te Hekelgem op 13 mei 1818 Joannes Baptist Vanderbeken uit Erwetegem.

9- Maria Francisca, gedoopt op 16 december 1792 en begraven te Hekelgem op 2 juni 1798.

10- Maria Theresia, gedoopt op 19 april 1794, huwde te Hekelgem op 22 april 1817 met Egidius Clauwaert, te Hekelgem begraven op 25 december 1874.

11- Emmanuel, gedoopt op 7 februari 1796 en overleden te Hekelgem op 25 april 1869.

12- Petronella, gedoopt op 27 augustus 1797 en te Hekelgem overleden op 29 augustus 1798.

Benedictus, hoewel een welstellende boer, werd niet door het leven gespaard. Hij was 45 jaar toen zijn vrouw op 41-jarige leeftijd stierf, twee weken na de geboorte van Petronella. Zijn oudste kind was 16 jaar. Toen Benedictus overleed in 1808 op 55-jarige leeftijd liet hij een gezin achter waarvan een dochter was getrouwd, vier kinderen al waren gestorven en nog zeven in het ouderlijk huis verbleven. Wellicht werden de jongste kinderen in de familie opgevangen Joannes Hubertus die bij zoon oom Petrus Van Lierde verbleef.

Uit het gemeentelijk overlijdensregister:

Benedictus geeft de dood van zijn dochter Petronella aan.

Op 26 november 1779 ontving Benedictus 6 gulden van de schepenbank van Hekelgem als vergoeding voor een transport van drie dagen met twee paarden naar Genappe met de bagagie van hare majesteijts trouppen in de maend van juni lestleden”.

In 1780 vinden we zijn naam terug in een onderzoek van de bedesetters voor het aanstellen van een “rontgast” voor de bewaking van de gewassen te Hekelgem. Hij had toen Hendrik Wambacq als knecht.

 In het Zettingboek van de 20ste penning te Hekelgem van 24 december 1783 werd Hij belast op 8 b 61 r land (10 ha 21 a 81 ca) en betaalde hiervoor 32 g 1st 2 o.

In het register van 1796 van de Franse administratie pachtte hij van de abdij 5 ha 64 a land, het Asserenbos met een oppervlakte van 23 ha 81 a 42 ca en de Cambergvijver die hij waarschijnlijk niet als visvijver gebruikte, maar na de leegloop als natte weide. Het bos pachtte hij voor het onderhout dat in een negenjarige cyclus gehakt werd en verwerkt tot mutsaards voor het stoken van ovens en voor verwarming. Gezien de grootte van het bos zal hij een deel van het onderhout hebben verkocht. De verkoop van de gepachte percelen op 17 januari 1799 te Brussel bracht 2 000 fr. op.

Voor de “Gedwongen Lening” (Emprunt forcée) van de Fransen werd zijn jaarlijks inkomen geschat op 2 650 gulden. Hij werd ingedeeld in rang 12 en diende 900 pond te lenen aan de Franse overheid. Later werd het bedrag teruggebracht tot 600 pond.

Na de uitdrijving van de monniken door de Franse revolutionairen op 11 november 1796 gingen meerdere monniken bij hun schepen Benedictus ontbijten alvorens naar het kasteel Overham te gaan.

Tijdens het neerslaan van  de opstand van baron de Meer aan de abdij op 3 januari 1797 kreeg Pieter Colson, die niet tot de opstandelingen behoorde, een schot in de buik. Hij sleepte zich met veel moeite tot aan De Valck waar hij totaal uitgeput in de schuur neerzonk. Joanna Beneddicta, 12 jaar oud, vond hem daar. Ze meende eerst dat het haar vader was.

Tweemaal ging Benedictus een lening aan. Op 27 oktober 1800 leende hij 400 gulden van Carolus Marckx en Anna Francisca De Troch uit Aalst. Op 28 mei 1796 had hij met zijn vrouw al een lening bij Marckx aangegaan die nu werd afbetaald met een nieuwe lening. Zijn schoonvader Jan Francis Van Lierde, pachter en molder, stelde zich borg. Eenjaar voor zijn dood, op 19 mei 1807, leende hij van Isabelle De Valck, servante te Brussel, 400 gulden. Was dat om het huwelijk van zijn dochter Joanna Maria te bekostigen die op 28 oktober dat jaar zou trouwen? Als pand gaf hij land en bos van 90 a op Het Blok aan de Langestraat gelegen.

Ferrariskaart ca 1770. De Valck is de hofstede in u-vorm aan de Langestraat en rechtover de (huidige) Boekhoutstraat. Achter de gebouwen ligt een groentetuin en rechts een boomgaard. Achter en rechts van De Valck drie vijvers van de abdij.

Joannes Franciscus Schoon.

Na de dood van zijn vader moest Joannes, samen met zijn broer Benedictus de zorg dragen voor de zes andere kinderen en de zaak draaiende houden. Joannes, gedoopt te Hekelgem op 13 januari 1784, overleed er op 10 februari 1869. Hij trouwde een eerste maal te Hekelgem op 24 oktober 1821 met Maria Judoca Schollaert, gedoopt te Welle op 22 december 1785 en overleden te Hekelgem op 12 april 1824. Zij was een dochter van Adrianus en Maria Van der Heyden. Joannes hertrouwde  op 20 oktober 1830 te Hekelgem met Anna Maria Van der Straeten, gedoopt te Essene op 14 februari 1803 en overleden na 1872, dochter van Michael Remigius en Maria Catharina Van Brempt.

Uit het eerste huwelijk werd Maria Joanna te Hekelgem geboren op 14 januari 1823. Zij trouwde te Welle op 25 augustus 1845 met Franciscus Van de Velde.

De kinderen uit het tweede huwelijk te Hekelgem geboren:

1- Joanna Maria, geboren op 28 september 1830 en overleden na 1872.

2- Jan Baptist, geboren 23 oktober 1832, huwde te Hekelgem op 23 april 1872 met Henrica De Wever, geboren te Hekelgem op 11 oktober 1842 en aldaar overleden op 24 september 1876. Zij was de dochter van Jan Baptist en Theresia Verbeiren.

3- Jan Hubert, zie verder.

4- Schoon, levenloze zoon, geboren op 28 augustus 1822.

Het grote landbouwbedrijf van Benedictus werd verkaveld onder de 9 nog levende kinderen van Benedictus. Joannes Franciscus erfde op 24 mei 1818 De Valck. Die hoeve was na de verkaveling nog 33 a 31 ca groot en werd getaxeerd op 2 539 fr. 38 ct., de bomen, houtwas en de mest op 132 fr. 6 ct. Volgens het kadaster van 1833 was hij eigenaar van een huis en land met een oppervlakte van 69 a 30 ca.

Hij was op 1 maart 1813 medestichter van de Koninklijke Harmonie Sinte Cecilia[4]. In juni 1841 verkocht hij een half dagwand gerst aan veldwachter Frans Van Vaerenbergh voor 21 guldens 10 stuivers en een jaar later nog een half dagwand hooi voor 22 guldens[5].

Jan Hubert.

Jan Hubert kocht De Valck op 17 mei 1871, tijdens de tweede openbare verkoopdag in de herberg van Jan Baptist Bellemans. De aankoop omvatte een hofstede met huis, schuur, stallingen en verdere gebouwen, groot 34 a 12 ca, de losbaan ten oosten ervan inbegrepen. De Valck paalde toen noord aan Eugène Reyntjes, oost aan Paulina De Witte, zuid aan de Langestraat of Kloosterstraat en west aan de vrouw van Joannes Baptista Callebaut.

Jan waszoals zijn vader lid van de Koninklijke Harmonie Sinte Cecilia. Maar toen er in 1892 tweedracht ontstond, koos hij voor Petrus Roseleth die de fanfare “De Katholieke Gilde” oprichtte. In 19303 werd hij na de verkiezingen lid van de gemeenteraad.

De Valck op de Poppkaart (ca 1860). De Boekoutstraat ligt niet meer tegenover de hoeve. De gebouwen staan niet meer in u-vorm maar in een vierkant.

Jan Hubert, geboren te Hekelgem op 14 februari 1843 overleed er op 4 april 1930. Hij trouwde te Hekelgem op 30 april 1872 met Catharina Honorina Merckx, geboren te Hekelgem op 30 oktober 1845 en er overleden op 29 mei 1914. Zij was de dochter van Petrus Joannes en Gudula Constantina Vasseur.

Zij kregen 6 kinderen te Hekelgem geboren:

1- Benedictus Robert, geboren op 12 maart en overleden te Hekelgem op 17 februari 1899. Hij was ook lid van de fanfare en van de toneelkring “De Vlaamsche Vrienden”. Daar ze niet over een lokaal beschikten repeteerden ze op een hopkar in De Valck. Na een repetitie begeleidde Robert hun leider Henri Roseleth naar huis. Toen hij via de Boekhoutstraat terugkeerde, werd hij daar aangevallen door een trio van de tegenpartij. Hij overleed een tijd later aan de gevolgen van zijn verwondingen.

2- Johanna Josephina, geboren op 18 augustus 1874 en overleden op 30 december 1964.

3- Theresia, geboren op 25 september 1875 en overleden 17 september 1797.

4- Jan Edmond, zie verder.

5- Jeannete-Emma, geboren op 13 december 1878 en overleden op 6 juli 1953. Jeannette was huishoudster bij de heer D’ Hoe in de Kerkstraat te Hekelgem. Op 22 juni 1953 schreef zij eigenhandig haar testament.

1- Zij wenste een lijkdienst om 10 u. en begraven te worden op de familiegrond van haar ouders met een grafsteen.

2- Kort na haar overlijden moet er een  dienst in de abdijkerk gecelebreerd worden om 9u30 en een gregoriaans dertigste tot lafenis van haar ziel in de abdijkerk.

3- Aan het sterfhuis moet een rouwkapel geplaatst worden en er moeten doodsbrieven worden gedrukt zoals het past bij een lijkdienst van 10 U.

4- Zij schonk aan haar zus Hendrika Frederica, echtgenote van Romain Christiaens, haar huis met andere gebouwen, bebouwde grond, hof, boomgaard en hopgrond, alles gelegen in de Kerkstraat te Hekelgem nr. 30 op conditie van binnen de 6 maanden na haar dood 200 000 fr. te storten in haar nalatenschap.

5- Haar nalatenschap was voor de helft voor haar zus Hendrika en voor de helft voor haar broer Jan Edmond.

Notaris Goossens te Ternat stelde de akte op

6- Amelia, geboren op 28 september 1880 en overleden te Essene op 27 september 1950. Zij trouwde te Hekelgem op 31 augustus 1909 met Henricus Franciscus De Pauw, geboren te Meldert op 13 februari 1886, zoon van August en Francisca Van Nieuwenborgh.

7- Maria Clemencia, geboren op 22 september 1882 en overleden op 17 oktober 1958. Ook Maria stelde een testament op.

1 Zij wou een begrafenis om 10 u. met doodsbrieven en bidprentjes, een dienst om 9 u. in de abdijkerk, 10 jaar lang een gezongen jaargetijde in de kerk van Hekelgem en 5 gezongen missen voor haar broer Robert en haar zus Theresia ook in de kerk van Hekelgem.

2 Zij wou begraven worden op een schone plaats op het kerkhof van Hekelgem. Daarvoor moest grond worden gekocht voor haar en voor “mijne zusters Joanna Dymphna, gewoonlijk genaamd Josephine en voor Maria Severina, gewoonlijk genaamd Severine”.

3 Op het graf wil ze een arduinen grafzerk met haar naam en die van haar zussen.

4 Zij  legateerde aan haar genoemde zussen:

– al haar geld

– het vruchtgebruik van al goederen.

5 Van haar nalatenschap zal de helft naar haar broer Edmond gaan en de andere helft naar haar zus Henriëtte.

8 Henriëtte Frederica, geboren op 13 november 1885 en overleden op 31 oktober 1967. Zij trouwde te Hekelgem met Petrus Romanus Christiaens, geboren te Teralfene op 23 februari 1885 en overleden te Hekelgem op 28 juni 1970.

9 Maria Isabella Severina, geboren op 29 juli 1889 en overleden te Hekelgem op 23 januari 1977.

De drie ongetrouwde dochters, Josephine, Clemence en Severine bleven het huis bewonen. Met de dood van Severine in 1977 eindigt het verhaal van De Valck. De nieuwe eigenaar, tandarts Stassijns liet het huis verbouwen en er bleef alleen nog een woning over. Geen mouterij, herberg of boerderij meer.

De drie zussen Schoon vlnr Henriëtte, Clemence en Severine. Foto  genomen voor WOI.


[1] W. VERLEYEN, Dom Vedastus Van Nuffel (1630 – 1707), Eigen Schoon en De Brabander, 1996, 125 – 127.

[2] B. REGAUS, Directorium Abbatiae Hafflighemensis; R.A. Brussel, 2002, kol. 405. Vertaling van dom Wilfried Verleyen.

[3] F. DE BRABANDERE, Woordenboek van de Familienamen in België en Noord-Frankrijk, Gemeentekrediet, 1993,

[4] E. SCHOON, Een geschiedenis van de familie Schoon, in: Jaarboek Belledaal, 2010, 25; Geschiednis van de Familie Schoon, onuitgegeven artikelenreeks.

[5] B. VERMOESEN, Het cijferboek van Frans Van Vaerenbergh, in: Jaarboek Belledaal, 2005, 81.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s