De oorlogslasten voor Meldert in 1696.

De Franse koning Lodewijk XIV had, met zijn ambitie om Frankrijk natuurlijke grenzen te geven, zijn veroveringsoorlogen tijdens de Negenjarige Oorlog (1689 – 1697) in de Zuidelijke Nederlanden uitgevochten. Voor onze streken betekende dat extra belastingen, contributies, opeisingen, plunderingen en verwoestingen. In 1696 liet de raadsheer van Financiën Michel Servai een balans opmaken van de oorlogsschade tot 1696. Zijn verslag geeft een beeld van de situatie per dorp op het einde van de vijandelijkheden. Het bevat de verschillende factoren die hebben bijgedragen tot de totale schade die de dorpen hebben geleden tot 1696. De raadsheer maakte geen onderscheid tussen de contributies die de Fransen of de geallieerden hebben geheven, maar wel tussen de rechtstreekse gevolgen van de strijd zoals brandstichting, plundering, logementen, confiscaties, opgelegde karweien enz.[1] Om voor Meldert aan de geëiste bedragen te komen, hadden de bedesetters de inwoners een dubbele belasting opgelegd. De eerste belasting gebeurde volgens gewoonelijcke costume deser lande usantie en de tweede volgens de oppervlakte van de gronden die ze bewerkten. Daarvan volgt een lijst. Maar eerst beschrijven we kort het verloop van de Negenjarige Oorlog (1689 – 1697) in onze regio. Dan volgt een overzicht van de schadeclaims van Baardegem en Meldert, vervolgens een lijst met de hoogste oorlogslasten en tenslotte een selectie uit de lijst van de geleverde karweien van 1692 tot 1696.

De Negenjarige oorlog (1689 – 1697).

Wonen in de schaduw van de beroemde en rijke abdij Affligem bracht voor Meldert veel voordelen. Maar in oorlogstijd was dat een groot nadeel. De troepen, zowel de aanvallende Fransen als onze zogenaamde bevrijders, de Spanjaarden, Nederlanders, Engelsen, Brandenburgers …, wisten heel goed dat de abdij een rijke buit was en kwamen maar al te graag, plunderend en brandstichtend naar Affligem en Meldert deelde mee in de klappen.

Dom Bernard beschreef nogal beeldrijk hoe het leven in die tijd was voor de abdij en het omliggende[2]:

Toen gevoelde Affligem meer dan ooit de ongelukken van der oorlogen; geen dag zonder soldaten; geen morgend zonder vrees; geen avond zonder schrik; nauwelijks mochten wij ons verheugen over het vertrek van éénen soldaat of wij moesten ons bedroeven over de aankomst van velen: hooi en haver hadden wij in overvloed en nogthans weldra was alles verdwenen en men voedde de peerden met gerst en tarwe; voor de soldaten kon men geen bier of wijn genoeg opdienen; het droge hout voor vele jaren, werd op eenige maanden verbrand. Alle rust was voor de monniken verloren, de onbeschoftheid en de woede der soldaten was ons dagelijks brood en het water der bitterheid onze drank; somtijds waren drij of vier benden peerdenvolk en zooveel benden voetvolk met hunne oversten onze medebewooners en iedereen zal gemakkelijk begrijpen hoe spoedig al wat er in het klooster was, verteerd werd. Men haalde geld op, men kocht nieuwe levensmiddelen, maar altijd hetzelfde gebrek.

Daarna volgden  de oorlogsfeiten elkaar snel op[3]:

– Op 19 september 1690 viel een bende Fransen de abdij in en namen de proost gevangen omdat de abdij de oorlogsschatting nog niet had betaald.

– De 25ste arriveerde een nieuwe bende met de opdracht de abdij en Essene en Hekelgem af te branden. Dank zij het moedige optreden van de monniken, beperkten de soldaten zich tot het verbranden van enkele huizen en trokken dan verder om hun opdracht uit te voeren.

– 13 oktober. 400 Franse soldaten komen ’s nachts toe aan de abdij. De bevolking slaat in paniek op de vlucht.

– 29 november. De helft van een Frans legioen komt in de abdij overwinteren. Op 28 december arriveert generaal Du Puis met de andere helft en verandert de abdij in een versterkte vesting.

– 24 maart 1691. Het Franse legioen vertrekt.

– 12 mei. 20 Spaanse ruiters in de abdij.

– 23 mei. Veldheer Mocada komt met 70 ruiters de eerste groep versterken.

– 1 juni. 50 Fransen vallen ’s nachts de abdij aan. Zij breken de deuren open en vertrekken nadat ze voldoende geld kregen.

– 11 juni. Dezelfde bende keert terug. Ze eisen bier en eten en vertrekken dan naar Meldert. Ze komen diezelfde nacht terug om de paarden te stelen.

– Heel de zomer wordt er rond de abdij gevochten tussen Spanjaarden en Fransen. Op 7 juli steken de Fransen Meldert in brand omdat de oorlogsbelasting nog niet was betaald.

– 13 september. Fransen steken in Asse 52 huizen in brand en in Meldert 2 huizen en het Hof te Mutsereel.

– 1695. Na de beschieting van Brussel van 13 tot 15 augustus kwamen enige Franse soldaten naar de abdij en roofden gedurende 2 dagen al wat ze konden wegnemen en staken het verblijf van de aartsbisschop in brand.

– 4 mei 1696. Graaf Noyailles vestigt zich in de abtwoning.  Gevolg: het gebouw brandt af.

De verhalende bronnen over de oorlog leren ons dat niet alleen de abdij, maar ook de omliggende dorpen Asse, Baardegem, Essene, Hekelgem en Meldert zwaar werden getroffen.

De schadeclaims van 1696.

Om een idee te hebben van de zware lasten, geven we de cijfers voor de Vrijheid Asse en voor  Baardegem en Meldert. De bedragen zijn uitgedrukt in gulden en stuivers[4].

  Vrijheid Asse Baardegrem Meldert
Jl contributie 24 950 5 885 – 16 7 224
Op 7 jaar 174 625 441 200 50 568
Reeds betaald 35 600 3 000 2 000
Brand 80 000 10 500 50 000
Fourage 7 500 2 030 2 275
Logementen 140 500 6 500 6 500
Transport 38 595 9 651 8 433 – 9
Hout 10 100 1 000 1 000
Koeien en paarden 12 010 3 050 600
Pionniers 2 350 1 025 975
Plundering 18 750    
Graan en stro 384 000 98 000 98 750
Totaal 868 457 231 145 – 12 268 541 – 9

Uit de vergelijking met de naburige dorpen kunnen we besluiten dat Meldert zwaar werd getroffen:

Essene liep voor 189 765 g 9 st schade op, Baardegem voor 231 145 g 12 st, Hekelgem voor 241 548 g 19 st en Meldert voor 268 541 g 9 st. Opvallend is dat de brandschade voor Baardegem eerder beperkt bleef, de andere factoren zijn min of meer in evenwicht.

Selectie uit de belastinglijst van Meldert.

219 gezinshoofden kregen een rekening gepresenteerd voor alle verachterde verloopen renten, belastinggen van pionniers, verteiringhen ende redemptiën, leveringen van diversche effecten gedaen ende gevraecht tot laste der voorschreven prochie. De betalingen mochten in vier schijven gebeuren: ¼ onmiddellijk, ¼ met Sint-Andriesmis, ¼ met Kerstmis 1696 en het resterende ¼ op Sint-Jansmis 1697. De gewone grondbelasting van 6 gulden per bunder werd verhoogd tot 18 gulden. Om een idee te geven van de grootte van de opgelegde bedragen, selecteerden we uit hun lijst[5] al de inwoners die meer dan 1 bunder bewerkten. Na de naam volgt de oppervlakte van de gronden in bunder, dagwand en roeden en het bedrag in gulden, stuivers en oorden

Aelbrecht Merten: met 2 b 89 r moet betalen 40-1-0.

Aelbrecht Peter: met 2 b 2 d 24 r moet betalen 46-2-1/2.

Arijs Joos met 1 b 1 d 96 r moet betalen 26-15-1/2.

Asselijns Jan met 1 b 1 d moet betalen 22-10-0.

Ardenois Carel met 2 b 1 d 67 r moet betalen 43-10-3/4.

Beeckman Pauwel met 8 b 18 r moet betalen 144-16-7/8.

De Biss(chop) Michiel met 3 b 1 d 14 r moet betalen 77-3-1/2.

De Boitselier Anthoon met 1 b 1 d 33 r moet betalen 23-19-1/4.

De Clerck Guillam, nu Franciscus met 51 b 3 d 71 r moet betalen 934-13-0.

De Clerck Joos met 15 b 3 d 44 r moet betalen 285-9-3/4.

De Gols Jan met 1 b 27 r moet betalen 19-4-0.

De Kegel Peter met 1 b 2 d 52 r moet betalen 29-7-1/4.

De Kempeneer Aert met 1 b 25 r moet betalen 19-2-2.

De Kempeneer Steven met 1 b 1 d 17 r moet betalen 23-5-3/4.

De Koecker Jan met 1 b 78 r moet betalen 21-9-7/8.

De Meersman Jan met 1 b 2 r moet betalen 18-2-1/4.

De Meersman Joos met 3 b 1 d 55 r moet betalen 60-19-1/2.

De Mol Jan, nu Van Geert Cornelius met 1 b 2 d 50 r moet betalen 29-5-0.

De Mol Merten met 1 b 1 d 19 r moet betalen 29-8-0.

De Groote ? van Moorsel met 1 b moet betalen 18-0-0.

De Ridder Jacques met 1 b 30 r moet betalen 19-7-0.

De Ridder Peter filius Jans met 5 b 9 r en 1/3 van 1 b bij abuis op Robijns gesteld, moet betalen 96-9-0.

De Ridder Peter met 1 b moet betalen 18-0-0.

De Valck Steven met 1 b 3 d 68 r moet betalen 34-11-7/8.

De Valck Thomas met 1 b 1 d 63 r moet betalen 25-6-1/4.

De Vis Guillam met 2 b 17 r moet betalen 26-14-5/8.

De Witte Jan met 4 b 1 d 84 r moet betalen 80-6-1/2.

De Witte Jacobus met 3 b 2 d 20 r moet betalen 63-18-0.

De Wolf Anthoon met 1 b 1 d 93 r moet betalen 26-14-3/8.

De Wolf Joos, nu Dionijs Verbremt met 1 b 3 d 9 r moet betalen 31-17-7/8.

Elskens Adriaan met 3 b 2 d 18 r moet betalen 63-16-7/8.

Geerstman Peter met 35 b 1 d 17 r moet betalen 668-5-3/4.

Godman Jan? met 13 b 97 r moet betalen 238-7-3/4.

Goeffinck Peter, nu De Leeuw Daniël met 1 b 1 d 99 r moet betalen 26-19-1/4.

Goossens Merten met 1 b 70 r moet betalen 21-3-0.

Henricus Jan met 2 b 3 d 21 r moet betalen 50-9-1/8.

Janssens Peter met 1 b 1 d 30 r moet betalen 23-17-0.

Kindermans Andreas met 1 b 68 r moet betalen 21-1-1/8.

Lemmens Peter met 5 b 83 r moet betalen 40-14-1/4.

Linthout Niclaes met 1 b 32 r moet betalen 19-9-1/4.

Lenaert Alexander, nu Van der Meersch Jan met 5 b 66 r moet betalen 92-19-5/8.

Maes Joos met 1 b 51 r moet betalen 20-5-3/4.

Mannaert Peter met 3 b 2 d 18 r moet betalen 67-4-3/4.

Marissens Jan met 1 b 2 d 14 r moet betalen 27-13-1/2.

Meert Joos tot Aalst met 1 b 97 r moet betalen 22-7-3/4.

Meijsman Steven met 1 b 1 d 98 r moet betalen 26-19-1/4.

Mertens Peter, nu Robert met 3 b 1 d 39 r moet betalen 60-6-0.

Robijns Gerard met 14 b 47 r moet betalen 254-1-5/8.

Robijns Jan, nu Geerstman Jan met 29 b 3 d 32 r moet betalen 436-19-1/4.

Robijns Jan Baptist met 2 b 1 d 3 r moet betalen 40-12-1/4.

Robijns Joos, nu Gillis met 4 b 3 d 83 r moet betalen 80-1-3/4.

Smet Jacques met 1 b 3 d 93 r moet betalen 35-14-0.

Thomas Joos met 1 b 4 r moet betalen 18-4-1/2.

Van Andenhoff Christoffel met 2 b 1 d 25 r moet betalen 41-3-1/2.

Van Buggenhout Jan met 6 b 43 r moet betalen 109-17-1/4.

Van Buggenhout Michiel met 1 b 1 d 63 r moet betalen 25-7-3/8.

Van den Biesen Jan met 8 b 3 d 22 r moet betalen 158-10-0.

Van den Biesen Michiel met 1 b 16 r moet betalen 18-13-1/2.

Van den Biesen ? met 2 b 1 d 32 r moet betalen 41-19-1/4.

Van den Bosch Joos met 1 b 36 r moet betalen 19-11-1/2.

Van den Hout, nu Van Vaerenbergh Jan met 2 b 2 d 64 r moet betalen 47-18-1/2.

Van den Hout Joos met 1 b 24 r moet betalen19-2-1/2.

Van der Borght Karel, nu De Nil Peter met 3 b 1 d 40 r moet betalen 60-6-0.

Van der Borght Jan met 3 b 65 r moet betalen 56-18-1/2.

Van der Jeught Franciscus met 1 b 83 r moet betalen 21-15-3/8.

Van der Jeught Michiel met 1 b 2 d 29 r moet betalen 28-7-0.

Van de Putte Michiel met 25 b 23 r moet betalen 451-1-3/8.

Van de Velde Gillis met 1 b 2 d 72 r moet betalen 30-5-1/4.

Van de Velde Jan met 2 b 1 d 58 r moet betalen 43-1-3/4.

Van den Wijngaert Peter, nu Verhoeven Peter met 1 b 1 d 18 r moet betalen 13-6-7/8.

Van Droogenbroeck Jacques met 1 b 1 d 70 r moet betalen 25-17-1/2.

Van Ighem Michiel met 1 b 1 d 76 r moet betalen 25-17-1/2.

Van Langenhoff Peter met 2 b 3 d 74 r moet betalen 52-17-1/2.

Van Langenhove Jacques filius Adriaen met 3 b 3 r moet betalen 54-3-3/8.

Van Mulders Gillis met 5 b 1 d 91 r moet betalen 47-12-1/8.

Van Neervelt Jasper, nu Jan Willems met 3 b 94 r moet betalen 58-5-1/2.

Van Nieuwenborgh Christiaen met 1 b 2 d 28 r moet betalen 28-5-7/8.

Van Nuffel Jan met 2 b 67 r moet betalen 38-19-5/8.

Van Nuffel Joos met 1 b 1 d 50 r moet betalen 24-15-0.

Van Onchem Gillis met 6 b 2 d 74 r moet betalen 120-6-3/8.

Van Onchem Joos met 2 b 6 r moet betalen 36-5-1/4.

Vermoesen Michiel met 2 b 14 r moet betalen 36-13-1/2.

Vinck Gillis &Franciscus Robijns met 11 b 1 d 58 r moet betalen 198-1-5/8.

Vinck Joos met 1 b 62 r moet betalen  20-16-1/4.

Met de betaling van de oorlogslasten hield de miserie voor de mensen niet op. Er waren nog de gewone uitgaven zoals de pachten. Er was weinig privébezit in Meldert daar 2/3 van de gronden in handen was van de abdij Affligem. De gemiddelde pachtprijs op het einde van de 17de eeuw was het equivalent van 17,8 werkdagen per hectare of 22 werkdagen per bunder, wat gelijk stond met 250 liter tarwe of 60 kg vlees[6]. Voor Gillis Van Mulders bijvoorbeeld, die in 1655 zo’n 5 b 2 d 70 r van de abdij pachtte, betekende dat 110,5 werkdagen of 1256 liter tarwe of 301 kg vlees.

Verplichte karweien en leveringen.

We vonden drie lijsten van leveringen voor het Franse leger en voor de geallieerden. De eerste Liste van de fouragie gelevert in het leger tot Geersbergen, Vitseroel t’Assche ende elders mitsgaders van brood, boter als andersints dateert van 1696. De tweede lijst off billet van costen is van Jan Van den Biesen van 19 juni 1695 en bevat eveneens een opsomming van de kosten voor leveringen en karweien die inwoners van Meldert uitvoerden voor verschillende legers met de bedoeling om die bedragen in mindering te brengen op de grondlasten. De lijst werd later nog aangevuld  met een corte specificatie van de billetten van costen. Uit de lijsten maken we op dat het vooral de paardenboeren waren die voor de karweien moesten opdraaien Waar de karweien of leveringen moesten uitgevoerd worden, werd niet altijd vermeld. Om het geheel overzichtelijker te maken, hebben we de drie lijsten samengevoegd en op naam gerangschikt.

Beeckman Pauwel

– met een vracht naar Ham: 3-0-0.

– idem naar Grimbergen: 3-0-0.

– idem naar Merchtem om brood: 2-0-0.

– idem naar Brussel: 3-0-0.

– met een vracht naar Vilvoorde, twee dagen: 6-0-0.

– idem met een vracht hout naar Steenvoorde: 2-0-0.

– idem naar het kwartier van Gent:, drie dagen: 9-0-0.

– naar Opwijk met brood en boter: 1-15-0.

– aan de vrouw van Joos De Clerck gegeven voor een groep Fransen: 2-12-0.

– idem: 2-8-0.

– in mijn huis aan een groep gegeven: een brood en drinken: 1-0-0.

– tweemaal naar Baardegem geweest om te beletten dat soldaten naar Meldert zouden komen: 0-12-0.

– gegeven aan de soldaten te Merchtem: 3-5-0.

– gegeven aan de luitenant die paarden kwam zoeken: 1-6-0.

– gegeven aan een groep ruiters: 1-6-0.

– naar Merchtem om het logementsgeld te betalen: 1-6-0.

– voor twee vaten haver, gehaald bij Joos De Clerck voor de officier van het volk van de drossaard van Brabant: 1-4-0.

– gegeven aan twee ruiters: 1-10-0.

– idem aan Jan Van vaerenbergh voor een groep soldaten: 5-4-0.

– met een vracht en een paard naar destelbergen: 4-10-0.

– tweemaal met een paard naar Dendermonde: 2-0-0.

– met een paard naar Affligem om brood te halen: 0-5-0.

Jan Buggenhout.

100 bussels stro naar Vitseroel: 3-0-0.

een stuk haver: 4-16-0.

Michiel Buggenhout.

-een stuk: 4-16-0.

De Bruecker Jan.

-voor de schade aan zijn tarwe door het kamp van de Engelsen en de foerage die niet klaar was: 5-0-0.

Guillam De Clerck:

– leverde op 18 juni 1697 een ton bier aan de Engelsen.

– reed met een wagen met drie paarden naar Hamme: 4-10-0.

– idem met een voer stro naar de Koeweide: 2-16-0.

– idem met Engelsen naar Kalken met een wagen en drie paarden: 9-0-0.

– idem met 2 wagens en vijf paarden naar Brussel in september 1694: 7-10-0.

– aan de Engelsen 26 pond brood geleverd op 18 juni 1694.

– een stuk vlees geleverd aan het kasteel Steenvoort: 1-10-0.

– met een vracht naar Mollem in 1694: 1-10-0.

Totaal voor Guillam De Clerck: 23-4-0.

Joos De Clerck.

-35 pond brood: 1-4-0.

De Kempeneer Steven.

– geleverd 7 ½ pond brood, 1 ¼ pond boter, samen: 0-13-3/4.

– twee voeders klaveren naar de Koeweide, zonder de vracht: 4-0-0.

Peter De Ridder.

– een zak haver 4-16-0.

– reed een vracht met 1 paard naar Herp: 1-10-0 en naar Hekelgem: 0-6-0.

– reed naar Gent in 3 dagen: 4-10-0 en nog eens tot Herp: 1-10-0.

Jacobus De Witte.

– leverde aan generaal Dopt te Geraardsbergen132 bussels en nog 854 te Vitseroel, samen 27-2-0;

– maakte drie voyagiën naar Geraardsbergen bij generaal Dopt: 7-4-0;

– leverde 11 pond boter op verzoek van Goeman à 6 stuivers het pond: 3-6-0;

– gaf een ½ pond boter aan de officieren die kwamen recognosceren de fouragie: 0-3-0.

– bracht  2 vrachten naar Vitseroel, nl. 116 bussels hooi en 24 vaten haver: 29-0-0.

-11 pond boter aan een partij op verzoek van Goeman aan 6 st het pond: 3-6-0.

Jan Geerstman.

– 60 bussels stro: 9-16-0.

– met 200 bussels hooi naar Vitseroel: 7-10-0.

– met een wagen en drie paarden naar Gent, drie dagen: 13-10-0.

– geleverd op 1 mei 1695 een ton bier, 100 staken voor piketten, met een vracht naar Vilvoorde: 18-0-0.

– met een kwartiermeester van de soldaten die hier gelegerd zijn, met mijn paard naar Aalst gevoerd om daar hun kwartier te maken: 0-15-0.

– betaald aan een partij ten huize van Joos De Clerck op 10 september 1695 in aanwezigheid van de vrouw: 1-10-0.

– idem op 5 oktober 1695 betaald aan een partij in aanwezigheid van Beeckman: 1-6-0.

– idem op 12 oktober aan de adjudant van Steenvoort in aanwezigheid van Van Vaerenbergh: 1-0-0.

– naar Opwijk met het regimentsgeld op 18 oktober 1695: 2-14-0.

– 200 cloppaerts geleverd in Brussel voor de luitenant van Moncade: 9-0-0.

– betaald aan de adjudant van Merchtem in aanwezigheid van De Mulder: 3-5-0.

– betaald aan een partij ten huize van Joos De Clerck op 16 januari 1696: 1-13-0.

– idem op 20 januari 1696: 0-19-1/2.

– naar Brussel met de lijst van de paarden: 1-0-0.

– in mijn huis een partij verfrissing aangeboden op 28 maart 1696: 2-14-0.

– met een paard en wagen van Peter Geerstman naar Wichelen: 1-10-0.

– met 200 tarwe cloppaert naar Asse op 21 oktober 1696: 7-4-0.

– naar Hekelgem met de bagage vanvan du Puishelestijn: 0-12-0.

Peter Geerstman.

– 50 bussels stro naar Vitseroel: 9-10-0.

60 mutsaarts op 8 oktober 1696 naar Vitseroel: 5-2-0.

– idem 40 bussels hooi: 4-0-0.

– met wagen en twee paarden naar Mechelen, 3 dagen: 9-0-0.

– met twee paarden naar Brussel, 2 dagen: 6-0-0.

– naar Bollebeek met drie paarden, 1 dag: 4-10-0.

– met een paard voor de kolonel, 1 dag: 1-10-0.

– twee reizen naar Gent, twee dagen: 12-0-0.

– naar Leuven met twee paarden, drie dagen: 9-0-0.

– naar Brussel met drie paarden, een dag: 4-10-0.

– naar Gent met drie paarden, drie dagen: 9-0-0.

– naar Herp met vier paarden, een dag: 6-0-0.

– naar Mollem en vabndaar naar Mechelen met drie paarden, drie dagen: 13-10-0.

– naar Gent met twee paarden, twee dagen: 6-0-0.

– tot Asse en vandaar naar Brussel voor de drossaard: 0-12-0.

Jan Goeman.

-50 bussels hooi en 60 stro naar Vitseroel: 11-6-0.

Adriaan Linthout.

– 50 bussels hooi, 60 stro, 20 korenvaten haver: 29-4-0.

– 200 bussels stro: 7-10-0.

–  een lam met een hamel: 14-0-0;

– 67 bussels à 16 pond, 9 sisters haver, nog 6 sisters op de plaats  voor ’t Schort van Slapperendorff, samen 24-0-0.

–  maakte een reis van drie dagen naar ?: 9-0-0;

– bracht voor de Engelsen een paard naar Grimbergen, een tocht van 2 dagen: 6-0-0;

– reed tweemaal naar Dendermonde met drie paarden en een keer met twee paarden: 4-8-0;

– bracht een ton bier voor Matha: 6-0-0;

– bracht in twee dagen een vracht naar Vilvoorde voor het volk van Lamot: 6-0-0; een vracht naar Hekelgem in mei 1696: 0-0-0;

– met paard en wagen naar Overmere voor Lamot: 3-0-0;

– leverde 50 staken die Joos De Clerck had gekocht voor het piket van Matha: 31-0-0.

Peter Mannaert.

– een voeder klaveren naar het klooster (=abdij) voor de Brandenburgers, zonder de vracht: 2-0-0.

– geleverd 2 pond brood, 1 pond boter ten behoeve van de Engelsen, samen: 0-16-0.

De pastoor

-100 bussels stro: 3-0-0.

Gillis Robijns.

– met een paard en Van de Putte naar Heist bij Lier, 4 dagen: 6-0-0

– met twee paarden naar Gent: 9-0-0

– naar drie paarden naar Dendermonde: 2-8-0

– om amonitiebrood  naar Affligem: 0-10-0

– met vier paarden tot onder Gent, 2 ½ dagen: 16-0-0

– met twee paarden naar Hofstade, 1 ½ dag: 4-10-0

Jan Robijns.

– met wagen en paard naar Ham: 1-10-0

– idem naar Brussel: 1-10-0

– idem van paardenvrachten: 14-1-0

– idem van daguren: 5-16-0

Joos Robijns:

– met een wagen met drie paarden naar Ham: 4-10-0

– met 2 paarden naar Brussel op 1 dag: 3-0-0

– geleverd 4 pond boter à 5 st het pond: 1-0-0

– met een vracht hooi en 3 paarden naar Asse: 1-16-0

– idem met de wagen van Jan Geerstman voor 2 dagen naar (onleesbaar): 6-0-0

– idem naar Gent voor 5 dagen: 9-0-0

– 200 cloppaerts geleverd in Brussel: 9-0-0

– idem nog het verteer door de Fransen op 23 april 1693: 3-0-0-

Franciscus Robijns

– een stuk: 4-16-0

Jacques Smet

-6 havermaat en 6 korenmaat haver: 8-8-0

Michiel Van de Putte

-50 broden en 50 bussels hooi aan het kamp te Vitseroel: 14-10-0

Jan Van den Biesen

-50 bussels hooi, 60 stro en 12 vaten haver: 11-6-0

Gillis Van den Bossche

-20 pond brood: 0-15-0

– hij pretendeert dat hij met de soldaten in mei 1696 in het kantonnement van Holestijnbeck 15 nachten de wacht hield op de toren: 6-0-0

Gillis Van Mulders

– 12 korenvaten haver: 7-4-0,

– 40 pond brood à ¾ stuiver het pond: 1-10-0

-een reis met soldaten naar Grimbergen: 1-10-0

-met een paard naar Gent, drie dagen: 4-10-0

-idem naar Overmere: 3-0-0

-idem naar Hekelgem: 0-6-0

-idem naar Hofstade: 1-10-0

-betaald voor drie ruiters, waarvan er twee bij Pauwel Beeckman waren: 2-5-0

Van Nieuwenborg Gillis

mutsaarts geleverd op de Koeweide, voor de helft te betalen vermits de andere helft wordt betaald door Hekelgem: 0-3-0

Franciscus Van Onchem

-11 pond brood à ¾ pond: 0-8-1/4

Gillis Van Onchem

-met een vracht naar Gent of Kalken: 7-10-0

-idem met twee paarden naar Brussel: 3-0-0

-idem met ,een paard naar Brussel: 1-10-0

-idem in ’t klooster om brood: 0-10-0

-idem naar Hekelgem met een vracht: 0-10-0

-idem naar dendermonde: 2-0-0

Jan Van Vaerenbergh

betaalde 21 stuivers aan de advocaat Van Mulders voor zijn specificatie: 1-1-0

-reed naar Ham met twee paarden: 3-0-0

-drie voederen klaveren geleverd in de Koeweide: 7-4-0

-een geleverd aan de Engelsen en een aan de Pruis wanneer Zijne Hoogheid naar Aalst reed, dus memorie

-met twee paarden een dag naar Brussel: 3-0-0

-idem met twee paarden naar Brussel toen Lecluse hier logeerde: 6-0-0

-geleverd 20 pond brood, ½ pond boter, 7 bieren van 2 stuivers, samen: 1-16-1/2

-vlees weggevoerd met een paard: 1-10-0

amonitie brood in Merchtem gehaald voor ?? volk: 2-0-0

-van verteringen van partijen volgens zijn notitie en bevestigd door Jan Geerstman, van daguren van vervoer naar Brussel, merchtem, Baardegem en elders, gerekend tot heden de 19de december 1695, de som van 21-7-1/2

-idem 4 daguren in Brussel anno 1694: 4-0-0

-nog gegeven aan partijen op 26 februari 1696: 4-11-0

-idem nog 0-6-1/2

-idem aan Joos van Ternat op vraag van Michiel Van de Putte: 1-0-0

-een ton bier aan Matta: 6-0-0

-naar Gent met Matta anno 1695: 7-10-0

-naar Hekelgem: 0-12-0

-naar Dendermonde met een vracht: 2-0-0

Idem naar Destelbergen: 9-0-0

Vermoesen Michiel

-geleverd 14 pond brood: 0-14-0

Jan Willems

-met een paard naar Ham: 1-10-0

-idem naar Brussel: 1-10-0

Op 20 april 1707 werd een bedrag van 842-6-1/2 goedgekeurd als vergoeding voor de geleden prestaties, wat meestal overeenkwam met de ingediende kosten.

Besluit

Pastoor Franciscus Goetgebuer (1747 – 1800) klaagde over de armoede van de Meldertse bevolking. Dat was terecht[7]. De nabijheid van de rijke abdij, in vredestijd een weldaad, was in oorlogstijd bijzonder nadelig. De troepen, zowel de Franse aanvallers als de zogenaamde verdedigers, de Spanjaarden, Engelsen, Nederlanders, Brandenburgers … kwamen maar al te graag naar de abdij in de hoop daar een rijke buit te vinden of om er te overwinteren. De omliggende dorpen deelden in de miserie. Maar de ellende van de bevolking was erger dan de materiële nood. De mensen leefden voortdurend in angst voor het onvoorspelbare gedrag van de soldaten, voor plunderingen, brandstichtingen en opeisingen.

Wel verstaende dat den pachter van de augmentatie den tantième in de voorgaende conditie geëxprimeert niet en mach genieten dan hij sal ontfanghen hebben maer sal van ’t gene gecort off geliquideert wort genieten van ider hondert guldens 5 stuijvers daer mede hij hem bij dese sal houden gecontendeert in teecken van dier hebbe dese geteeckent den 5de januari 1696. Toirconden etta.

Edmond SCHOON

Ben VERMOESEN


[1] R. VERMOESEN, De Negenjarige Oorlog in het Land van Asse, in: ESDB, 2002, nrs. 10-11-12,  435 – 436.

[2] DOM BERNARD, Geschiedenis der Benedictijner Abdij van Affligem, Gent, A. Siffer, 1890,  284.

[3] ID., 286.

[4] ARA. Rekenkamers, nr. 1 378 Het Land van Asse, in: R. VERMOESEN, De Negenjarige Oorlog, 436.

[5] R.A. Leuven, schepenbank van Asse, nr. 6887.

[6] C. VANDENBROECKE, Vlaamse koopkracht, gisteren, vandaag en morgen, Kritak, Leuven, 1984, 154.

[7] B. VERMOESEN, Uit het manuaal van pastoor Goetgebuer (Meldert (1747 – 1800), in: De faluintjes, 2010, nr. 1, 76.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s