Molenaar Jacques Van Droogenbroeck in de clinch met de bedesetters van Essene.

In 1668 spande Jacques Van Droogenbroeck, molenaar op de Bellemolen te Essene, een proces in tegen de bedesetters van Essene. Hij vond dat hij teveel dorpslasten moest betalen. Hij werd als molenaar en als boer belast voor 12 b land en zijn concurrent Lieven Van Liere van de Avenellemolen moest voor slechts 6 d betalen terwijl hij ook een bloeiend bedrijf had. De helft van de inwoners van Essene trok immers met hun graan naar de Avenellemolen. Zijn voorgangers werden zelfs op 18 b belast terwijl ze maar 15 b bezaten. Het werd tijd, vond hij, om de fouten weg te werken. Jacques was bereid voor 9 b bij te dragen aan de dorpskas op voorwaarde dat zijn molen op gelijke voet werd belast als de brouwers en biertappers. Daarom liet hij landmeter Van Langenhove zijn velden en weiden opmeten en dat resultaat maakte hij op 27 maart 1668 over aan de schepen bank van Asse.

Jacques stamde uit een familie van molenaars. Zijn grootvader Peter werd in 1621 molenaar te Sint-Martens-Bodegem op een molen op de Alfennebeek. Zijn zoon Jacobus volgde hem op en diens zoon Jacques werd de tweede man van Elisabeth Robijns, de weduwe van molenaar Jan Van de Putte van de Bellemolen[1]. Jacques was dus de zoon van Jacobus en Catharina Van de Waeter. Hij werd gedoopt in Sint-Martens-Bodegem en overleed op zondag 19 oktober 1681 in Essene. Hij werd er in de kerk begraven. Jacques trouwde op maandag 18 april 1667 in Essene met Elisabeth Robijns, 39 jaar oud. Zij was een dochter van Gaspar en Margaretha Van den Bossche. Zij werd gedoopt op zondag 9 april 1628 in Meldert. Elisabeth overleed op zondag 29 september 1715 in Essene, 87 jaar oud. Zij was eerst getrouwd, 17 jaar oud, op zondag 17 september 1645 in Meldert met Jan Van de Putte, 16 jaar oud. Hij was een zoon van Arnold jr. en Antonia De Vleeschouwere. Jan was gedoopt op donderdag 16 november 1628 in Essene. Bij de doop van Jan waren de volgende getuigen aanwezig: Arnold Van de Putte en Margaretha Van den Bossche, geboren in 1582. Jan werd geboren op de  Overnellemolen. Hij overleed op zondag 16 augustus 1665 in Essene, 36 jaar oud. Samen hadden ze negen kinderen. Elisabeth  trouwde, 39 jaar oud, op maandag 18 april 1667 in Essene met Jacques Van Droogenbroeck met wie ze nog twee kinderen had: Maarten, gedoopt op 27 februari 1668 en overleden in 1676 en Judocus, gedoopt op 20 april 1671 en overleden op 22 januari 1687.

Het bedrijf van de Bellemolen.

1. De hofstede Te Belle met hopveld palend aan de beek, de straat en de vijver, groot 380 r.

2. Een weide palend aan de Sluisvijver, de beek en de hofstede, groot 264 r.

3. Een veld op de Cleijne Capelle, palend aan Jan Van den Abbeele, de houtheg en meester Michiel Wambacq, groot 174 r.

4. Een perceel geheten De Spuerweijde gelegen aan de Jonghen Bosch, groot 3 b 3 d 22 r.

5. ’T Voorvelt naast de Spuerweijde en palend aan de Jonghen Bosch en de straat, groot 2 b 3 d  68 r.

6. Het Solleveldeken palend aan het goed van Affligem, de hofstede van Nicolaas Roelandt en de straat, 611 r.

7. Een weide palend met drie zijden aan Affligem en aan de straat, 190 r.

8. Een partij op De Boschveldekens palend met twee zijden aan Affligem, de hofstede van Van Brempt, 604 r.

9. Een veld ernaast palend met drie zijden aan de hofstede van Franchois Van den Abbeele, groot 352 r.

10. Een partij ernaast palend met drie zijden aan het goed van Affligem, groot 400 r.

Totaal 15 b 1 d 65 r.

Jacques nam het pachtcontract over dat Jan Van de Putte met de abdij had gesloten en nog drie jaar geldig was. De pacht bedroeg 550 g en hield een aantal verplichtingen in:

– de Molenvijver achter de hofstede, groot 2 b 75 r, onderhouden en een nieuwe dam aanleggen waarvoor hij van de abdij een vergoeding kreeg van 88 g.

– de velden behoorlijk bemesten en bewerken volgens de drieslag, mest en stro van de velden niet elders gebruiken, de riolen vrij houden, de waterlopen onderhouden.

– 12 abelen of eiken planten die hij niet mocht snoeien maar waarvan hij wel het houwmesrecht had.

– bij schade door onweer de abdij ervan op de hoogte brengen zodat de schade kan worden getaxeerd.

– alle draaiende onderdelen van de molen goed onderhouden.

Het antwoord van de bedesetters.

De bedesetters noemden de klacht van Jacques een klucht daar de molen al vele jaren op dezelfde wijze werd belast. Zijn voorganger betaalde de lasten zonder obstakel. Hij zoekt vijff voeten in een schaap en zij zullen zijn ongelijk in deze zaak soo claer als den dach bewijzen. De molenaar had zijn klacht ook doorgestuurd naar de Raad van Brabant. Van der Moesen antwoordde namens de Raad op 11 juni 1668 dat het verzet van Jacques een poging was om het proces op de lange baan te schuiven, wat een quad exempel zou geven. Hij raadde de schepenen aan om geen uitstel te verlenen en het proces snel af te handelen.

Lieve ende beminde.

Wij senden U alhier innegesloten die supplicatie gepresenteerd in onsen Raede geordonneerd in Brabant van weghen onse lieve ende beminde die bedesetters der prochie van Esschene ende midts de redenen daerinne begrepen ordonneren U ende bevelen bij dese dat ghij in de saecke breeder in de voorschreven supplicatie geruert, procedeert met sulcke peremptoire termijnen als ghij naer gelegentheijt der selver ende in goede justitie sult vinden te behooren geduerende oock de aenstaende off tegenwoordige vacantiën ende des niet en laet, want onse geliefte sulcx is. Lieve ende beminde onse heere Godt sij met U.

Geschreven binnen onse stadt Brussel den XI° juni 1668.

Indachtig het advies van de Raad vergaderden de bedesetters al op 12 juni. Zij stelden vast dat Van Droogenbroeck de dorpslasten op 12 b land al eerder zonder opmerkingen had betaald. Bovendien moest Essene in de moeilijke oorlogsomstandigheden[2] zoveel aan Sijne Majesteijt  betalen dat de bijdrage  van Van Droogenbroeck absoluut noodzakelijk was. Zonder die bijdrage kon Essene niet aan de verplichtingen voldoen en niet bijdragen aan de welvaart van de inwoners. De vraag om de molen op gelijke voet te belasten met de brouwers en de biertappers is niets anders dan een uitvlucht net zoals de vergelijking met de Avenellemolen. De Bellemolen is een groter bedrijf en de velden en weiden van beide molens zijn gelijk belast. De bedesetters verwierpen de andere klacht van Jacques, namelijk dat zijn voorganger voor 18 b moest bijdragen en maar 15 b bezat. Di setting is naar waarheid gebeurd.

De bedesetters verduidelijkten hoe zo’n setting gebeurde. Om alle twisten te vermijden kondigde de dorpsofficier met een kerkgebod het bedrag van ieders dorpslasten aan. Iedereen kon dan komen aangeven welke goederen hij niet meer in gebruik had. Wie dat niet deed, werd het vermelde bedrag, namelijk dat van het voorgaande jaar, aangerekend. Van die mogelijkheid had Van Droogenbroeck geen gebruik gemaakt. Hij kan evenwel nog komen aangeven van welke goederen hij afstand had gedaan.

De laatste opmerking van de schepenen betrof de opmetingen van landmeter Van Langenhove. Die zijn niet legaal omdat hij de bedesetters niet heeft uitgenodigd om de opmetingen bij te wonen. Ze zijn ervan overtuigd dat de molenaar meer goederen heeft dan in de meting zijn opgenomen. Hij  kan nog altijd zijn goederen door een gezworen landmeter laten opmeten in aanwezigheid van beide partijen.

Tweede reactie van de bedesetters.

Op 24 april geven de bedesetters meer uitleg over hun weigering om op de eisen van Van Droogenbroeck in te gaan. Geen enkele gemeente of stad heeft het recht in te gaan tegen de beden van de koning want die dienen de algemene welvaart. Als dat wel het geval was, dan konden de subsidies niet tijdig geïnd worden en de regeerders van de parochies zouden door de vele processen opgeëten worden. Jans Huijghe diende zo’n verzoek al in bij de Raad van Brabant, maar die werd afgewezen. Ook Van Droogenbroeck heeft dat recht niet, wel kan hij, na betaling, een herziening van zijn lasten vragen. Zijn klacht komt op een moment dat Essene in financiële moeilijkheden verkeert door de contributies die de Franse legers eisen, de dagelijkse doortrekkende troepen van Spanjaarden en andere legers.

Verzoek van Jacques Van Droogenbroeck.

Op 16 juli diende de advocaat van Jacques, Arnoult Adriani, het verzoek bij de schepenbank in om de settingboeken van de laatste 30 jaar tot de setboek van Jasper Camerman binnen de 14 dagen te mogen inkijken. Hij voegde er de opmerking nog aan toe dat de Bellemolen dubbel werd belast. Een eerste maal voor de grond waarop hij was gebouwd en een tweede maal als molen en dat is niet het geval bij andere inwoners van Essene zoals brouwers en biertappers. In Asse is  de belasting van een molen gelijk aan 2 of ten hoogstens 2,5 b land, wat beduidend minder is dan in Essene en in Mazenzele diende molenaar Jan Elskens een klacht in tegen bedesetter Adriaan De Smedt omdat hij veel te zwaar werd belast. Hij kreeg gelijk. Jacques stelde voor dat de Bellemolen niet hoger werd geschat dan de Avenellemolen, namelijk op 1 ½ b land, maar hij was bereid om tot 4 b te geven als hij voor zijn gronden slechts op 8 b of 9 b moet betalen. De opmeting van zijn goederen was correct en wat zijn voorgangers teveel betaalden, wil hij terug.

Op 24 augustus 1668 beslisten de schepenen de alle settingboeke tot Jaspae Camerman aan de schepenen te overhandigen.

Wij ondergeteeckent bedesetteren van de prochie van Esschenen geven vollen last aen Franchois Van Varenberch onsen mede bedesetter om te haelen de bedeboecken ende rekeningen raeckende de voorschreven prochie vuijt handen van den greffier van Assche ende dat op sijnen behoorelijcke salaris in oirconden hebben dit onderteeckent desen XXVI° november 1669. Merten Linthout.

Ick ondergeschreven bedesetter van Esschene hebbe ontfangen alle de originele bedeboecken die onder de greffie van Assche met oock alle de rekeningen die int proces van de bedesetteren voorschreven als …. tegen Jaecques Van Droogenbroeck geconsigneert waeren, gelovende ende verbindende etha. actum 26ste 9ber 1669.

Francoos Van Varenbergh.


[1] B. VERMOESEN, Een rijke geschiedenis in: De kracht van water, de Bellemolen te Essene, 2020, 20.

[2] In 1667 was een Frans leger de Zuidelijke Nederlanden binnengevallen. Een allegaartje van Spanjaarden, Walen en Duitsers tracht de veroveringstocht te stoppen, maar op 12 september 1667 viel Aalst in Franse handen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s