De term drossaard verwijst naar een historische figuur uit de regio Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen die het ambt van drossaard uitoefende. Een drossaard was een lokaal bestuurder en rechterlijk officier. Hij was tijdens het ancien régime de vertegenwoordiger van de landheer en werd ook wel drossard, baljuw of schout genoemd. Zijn taken bestonden uit het handhaven van de openbare orde en veiligheid, het opsporen en vervolgen van misdadigers, het voorzitten van de lokale schepenbank. Binnen de lokale geschiedschrijving en genealogie komen er personen voor met de naam Moortgat. In de regio Asse, Malderen, Steenhuffel en Buggenhout is de naam historisch zeer sterk verankerd[1].
Hubertus Moortgat was drossaard van het Land van Asse. Documenten uit het einde van de 17e eeuw tonen aan dat inwoners en lokale functionarissen hem waarschuwden en contacteerden over misdrijven en plunderingen. Hij werd omstreeks 1660 geboren in Asse. Zijn leven en familiebanden situeren zich primair in de driehoek Buggenhout, Asse en Brussel. Vanaf 1698 was hij actief als drossaard van de markiezen van Asse. Hij overleed op 10 mei 1727.
Het Land van Asse omvatte het dorp Asse met de gehuchten Asbeek, Ter Heide, Krokegem, Koutertaverent en Walfergem en de buitenparochies Baardegem, Essene, Hekelgem, Mazenzele, Meldert en Mollem. Aan het hoofd stond een meier die vanaf de 17de eeuw ook overmeier of drossaard of hoofddrossaard werd genoemd. Hij trad op als vertegenwoordiger van de hertog van Brabant en had uitgebreide bevoegdheden. Hij beëdigde de zeven schepenen, de vorsters en de bedesetters. De daders van zware misdrijven waarop een lichamelijke straf stond, moest hij overdragen aan de amman van Brussel. Maar het vonnis, executie door ophanging, onthoofding of levend verbranden, of verminking door radbraken of brandmerken, moest hij zelf uitvoeren. De stoffelijke resten van de veroordeelden werden als afschrikking tentoongesteld, bijvoorbeeld op de Boekthoutberg te Hekelgem. Ook de lagere justitie, waarbij goederen werden behandeld in de laatbanken, zoals de laatbank van de abdij Affligem of het laathof van de H. Geestdis te Meldert, ontsnapten aan zijn gezag. De gedupeerden daarvan konden wel in beroep gaan bij de schepenbank van Asse die door de drossaard werd voorgezeten. De drossaard was vooral als gerechtsofficier actief. Hij behandelde met de schepenen zaken met boeten en lichtere straffen. Ze zetelden in vierschaar in een zaal van het gasthuis van Asse. Voor de buitenparochies ging de helft van de boeten naar de hertog. Enkele drossaards uit de 17de eeuw waren Christoffel Van Wijnantshoven, Gillis Van Langenhove, Lucas Van Langenhove en Arnold Adriani (tot 1633). Adriani was nadien griffier van 1633 tot 1656. Hij trad ook op als notaris. Andere bekende drossaards waren Charles Van den Slachmolen, Hubertus Moortgat, Charles Ignatius Crabeels en Joannes Dominicus Gheude.
Drossaard Hubert Moortgat overleed te Brussel op 10 mei 1727, 67 jaar oud. Zijn weduwe Agnes T’Kint wou de onroerende goederen van haar man verkopen, maar om zeker te zijn dat bepaalde personen of gemeenten geen aanspraken konden maken op gronden of huizen wou ze er een bescrijving van laten opstellen. Daarvoor vroeg ze op 16 juni 1727 de toelating aan de Raad van Brabant. Deurwaarder Ferdinandus Willems ging op haar vraag naar het stadhuis van Brussel en naar Asse op de dag van de begrafenis van Hubertus om er het volk toe te spreken. Hij nodigde iedereen die meende enig recht te hebben op een deel van de erfenis uit om op 26 november 1727 zich bij de Raad van Brabant aan te melden. Hij bezorgde ook een brief aan een hele lijst van personen en aan de regeerders van de dorpen van het Land van Asse. Dat deed hij nog eens op 13 december om zich te melden op 21 april 1728 en een derde maal op 8 mei om op 25 augustus voor de Raad te verschijnen. Ferdinandus Willems ging op 24 oktober 1728 naar Asse, Mazenzele, Buggenhout, Brussegem en Kobbegem om de verkoop van de goederen aan te kondigen Twee andere deurwaarders deden hetzelfde. Diezelfde dag bezocht Lammertijn Steenhuffel, Malderen en Lippelo en de meier of officier de heerlijkheid van Baasrode en op 27 oktober ging Fernandus Willems naar het stadhuis van Brussel, deurwaarder Claukens naar de grote werf buiten Antwerpen en deurwaarder Molaert naar Mechelen.
Er werden vier zitdagen voorzien voor de openbare verkoop. Op de eerste zitdag op 10 november 1728 in het huis van Ferdinand Willems in de Kreupelstraat nabij de meiboom te Brussel meldde zich niemand aan. Ook niet op de volgende koopdagen van 1 december, 22 december en 13 januari 1729.

Decreet Jouff. Agnes T’Kint weduwe van wijlen de heer Hubertus Mortgat in sijn leven hoofddrossaert des landts ende marquisaet van Assche als erfgenaem beneficiant over het sterffhuijs ende naerlaetentheijt van haeren voorschreven decretante[2].
Carel bij der gratie Godts Rooms keijser altijd vermeerder des Rijckx, coninck van Castilliën &a., alle die gene die dese tegenwoordighe sullen sien off hooren lesen saluijt, doen te weten dat alsoo Ferdinandus Willems deurweerder van onsen Souv. Raede geordonneerd in desen onsen lande ende hertoghdomme van Brabant hem op den 23ste october 1728 hadde begeven ter cleijnder puijen van den stadthuijse deser onser stadt Brussele op den 24ste dito binnen die prochiën ende heerelijckheden van Assche, Maeselen Buggenhout, Bruijsseghem ende Cobbeghem, item eodem die door den deurweerder Lammertijn die prochiën ende heerelijckheden van Steenuffele, Malderen ende Lippeloo mitsgaders ten selven daege door den meijer ofte officier der prochie ende heerelijckheijt van Baesrode Lande van Dendermonde in Vlaenderen, op den 27ste dito door den deurweerder Claukens op de groote werve buijten onse stadt Antwerpen ende ten selven daeghe door den deurweerder Molaert binnen de stadt Mechelen ofte plaetse ordinair ende aldaer respectieve ter publ.
De goederen in het Land van Asse.
1) Een groot huis met poort, koer, schuur, tuin, boomgaard met fruitbomen gelegen in Asse, palend aanDe Oude Meert en Het Quaet Gat, achteraan tegen het blok van de markies van Asse, aan de hoplochten van de erfgenamen van Michiel De Raet en aan Het Muervelt. Het huis is belast met een grondcijns van 13 cappuinen[3], 20 1/2 stuivers en 6 mijten Brabants aan de heer van Asse, een penning en 16 mijten Brabants voor de kerk van Asse en nog 2 schellingen groot Brabants, maar met enige twijfel of deze belasting al dan niet gekweten is.
De huurder was Peeter Borremans.
2) Een nieuwbouw met 2 deuren gelegen in Asse beneden De Oude Meert in het straatje Het Quaet Gat, palend aan de goederen van het grote huis met dezelfde lasten. Dit tweede huis was verhuurd aan Gillis De Groot. Op 11 februari 1729 kocht procureur Verhulst de twee huizen voor 4200 gulden in opdracht van Petrus Robijns[4], griffier van het Land van Asse.
3) Drie percelen land samen 3 d 89 r gelegen in het gehucht Ten Berg van Asse op het Sekelken en palend aan de wezen van Michiel Van Moortel, De Bergestraete, Theresia Moortgat en de de goederen van Sint-Jansgasthuis te Brussel en het veld Den Wallaert. De percelen zijn onbelast behalve 90 r die belast zij met een penning Lovens aan de heer van Bodegemen waarvan Peeter De Wandeleer de huurder is. Jacobus Platteborse kocht de goederen voor 340 g.
4) Het Westbroeck, groot 5 d, palend aan de Westbeek, de goederen van Elisabeth Mulders en de goederen van de erfgenamen van Peeter Van Ghindertaelen. Verkocht voor 610 g.
5) 7 d bos gelegen op Het Borrevelt in het gehucht Walfvergem, palend aan Het Borrestraetjen, Het Mansvelt, de erfgenamen van Engel De Buijst, het leengoed van de heer tot Asse. Verkocht voor 1 000 g.
6) Een bos van 1/2 b gelegen op Lanter Noortvelt palend met twee zijden aan de goederen van de erfgenamen van Jan Schoonjans, de representanten van Laureijs De Greve, de heer advocaat Cole en de voetweg naar Terlinden. Verkocht voor 150 g.
7) Een bos, eertijds land gelegen in drie ‘heijmen’ in het gehucht Walfvergem beneden de Boterenbergh, palend aan de Schuerenstraete, het goed van advocaat Van Den Torren en zijn erfgenamen en de erfgenam van Lenaert Cornelis, groot 1/2 b. Het bos is cijnsplichtig aan Groot-Bijgaarden. De zuidwestkant en de zuidoostkant zijn beplant met houtwas en bomen en in het noorden paalt het bos aan de erfgenamen van Laureijs De Greve volgens de notitie van den overledene. Deze koop moet worden gedepecheerd aan Jan De Greve voor 300 g.
8) Een veld genoemd Het Block palend aan het bos nr. 7, de grens met Bekkerzeel, groot 4 d 83 r, het Neckerborrenbosch volgens de notitie van de overledene. Veruurd aan Jan De Troch woonende tvan Bekkerzeel. Verkocht aan procureur De Boeck voor advocaat Joannes Remaclus Van Den Broeck voor 460 g.
9) Een bos van 565 r gelegen tegen de Boterenbergh, De Neckerborre, De Vlemincxheijde en de straat. Verkocht aan Joannes Baptista Rottiers voor 400 g.
10) Een bos van 1 b bunder op Ten Borre, palend aan de goederen van Ignatius Moortgat, de Borrendries, Het Neerveldeken en de goederen van de erfgenamen van wijlen Hendrick De Buijst. Verkocht aan Guillam Fasseel voor 350 g.
11) Een bos 3 d 48 r gelegen op Den Bernoij, palend aan het Godshuis van Groot Bijgaarden, Hendrick De Decker, de straat. Het bos is omheind behalve tegen het goed van Groot-Bijgaarden volgens de notitie van de overledene. Verkocht aan Guillam Fasseel voor 400 g.
12) Het bos Saetblock, groot 1 d 4 r, palend aan De Vlemmixheijde, de heer Ignatius Moortgat enhet goed van Affligem. Verkocht voor 140 g.
13) Het stokbos Den Neckerborre gelegen tegen de Het Block gelegen op de Boterbergh tegen Bekkerzeel, Het Haselerenbosch, De Vlamincxheijde. groot 3 d 37 r. Het bos is leenplichtig aan Groot-Bijgarden. Verkocht aan Jan De Greeff voor 410 g.
14) Het bos De Borreweij, groot 3 d 54 r, palend aan …. en sieur Heijmans. Het bos is volledig omheind. Verkocht aan Jan De Greeff voor 465 g.
15) Het bos Het Heijligh Geestblock gelegen op Waelborre, groot 5 d, palend aan de goederen van de erfgenamen van Lodewijcx Van Den Velden, Gillis De Grave, beneden aan de Molenweg, De Heijligen Geestweijde en de vijvers. de straat en het land van sieur Borrens. Het bos is onbelast en is eigen goed. Verkocht aan de deurwaarder Willems voor Petrus Verspecht voor 600 g.
16) Het bos De Heijligh Geest Vijvers, groot 2 d 20 r volgens de parochiemeting door meester Joos De Decken, gezworen landmeter van Asse, palend aan Het Molenstraetje, en de erfgenamen van Engel Van Den Bossche. Verkocht voor 260 g.
17) Het bos Het Eijcken of Den Ondersten Ballinckbosch, een stokbos gelegen in het gehucht Cautertaverent, groot 3 b 2 d, palend aan De Lawijnstraete, de goederen van de heer ??, de erfgenamen van wijlen Jan Dero en het losgat tegen Het Gijnstblock. Het bos is omheind aan de dreef en Affligem en tegen het Gijnstblock en juffr. Roeloffs volgens de notitie van den overledene. Verkocht aan de procureur Verhulst door notaris Egidius Crick voor 1060 g.
18) Een zaailand gelegen op het Meijmensvelt, groot 1 b 25 r, palend aan ??, de heer secretaris ? en de goederen van Sint-Elisabeth te Brussel. De huurder is Adriaen Mahieu van Kappelle. Verkocht aan Adriaen Mahieu voor 495 g.
19) “Het Borrenbosch” gelegen op Ten Borre, groot 2 b 2 d 36 r, palend aan het goed eertijds genoemd Phlips Horinx, nu van Jan Vrijen, Het Boterberghvelt, met de onderste zijde aan het goed van meester J. B. Boonaert, rentmeester van Sint-Elooi te Brussel en de goederen van Gillis Beijdaels, licentiaat in de godheid en pastoor van Bekkerzele, Peeter De Cauwer en de heer van Sint-Ulriks-Kapelle en met de bovenste zijde aan de goederen van jonker Mattheijs Van Craesbuecke. Jacobus Platteborse kocht het bos voor 700 g.
20) Een bos gelegen Asse op het Boterveld, groot 5 d 60 r en palend aan Het Borrenstraetien, de erfgenamen Finio en het goed van Sint-Jansgasthuis te Brussel. Het is belast met een cijns aan de abdij Affligem. Jacobus Platteborse kocht de goederen voor 900 g.
21). Een bos van 3 d gelegen in het gehucht Ten Berg en palend aan Den Wallaert, de goederen van wijlen de heer vicomte de Breuck, de goederen van de erfgenamen van Engel Van Den Bossche. Het bos is omgeven met hagen op de bermen. Jacobus Platteborse kocht de goederen voor 800 g.
22) Een land van 150 r gelegen op Den Wallaert en palend aan sieur Van Den Stock, sieur Van Pede, en de goederen van de weduwe De Buijst of haar erfgenamen. De huurder is Martinus Slachmolen. Jacobus Platteborse kocht de goederen voor 170 g.
23) Een land van 106 r gelegen op Den Bockvosch. De huurder is de weduwe Hendrick Van Den Bossche. Jacobus Platteborse kocht de goederen voor 100 g.
24) Een weide van 3 d 70 r gelegen op de Putteelen en palend aan Den Vromenmeers, de markies van Asse, Jan Van Bever en de straat. De weide is onbelast en en rondom beplant met bomen behalve aan de oostzijde. Jan De Greve en zijn vrouw Josina Van Der Borght kochten de weide voor 350 g op 25 februari 1729.
25) Een bos of elsbroek gelegen in het gehucht Krokegem op het Legeland, groot 1 d 50 r en palend aan het Berckerveld, de goederen van Francis Bailliu, de goederen van de heer Steenlant en het goed van Jan De Kempeneer. Anna De Kempenere, de weduwe van Judocus Melchior huurde het bos. Van Halewijck kocht het bos voor 205 g op 25 februari 1729.
26). 35 r land gelegen op het Legeland palend aan de kerkgoederen van Asse en de straat. Het veld en het bos (nr. 9) behoren tot het leenhof van Sittart. Jan Hoeman en zijn 6 kinderen kochten het voor 125 g op 25 februari 1729.
27) Een d 59 r land gelegen Den Cruijscauter, palend aan het goed van de armen van Asse, de weduwe Merten De Keijser en nr. 10. De partij land behoort leenroerig aan de heer van het leenhof van Ghinderom volgens de notitie van den overledene. Gekocht door Jan Hoeman en zijn 6 kinderen voor 175 g.
28) Een zaailand genoemd Het Sillaertblock palend aan het koutergat, komende van Den Waerborrenmolen naar Eijsenbeecke grenst het bovenaan tegen het bos van de erfgenamen Adriaen Verspecht en met het andere einde tegen het goed van Sint-Nicolaas, groot 7 d 20 r, beplant met grote en kleine opgaande bomen. Gekocht door Fredrick Van Der Beken ten behoeve van Catharina De Smeth, de weduwe van Hendrick Van Den Bossche voor 1200 g op 26 februari 1729.
29) Een land van 1 b palend aan de kasseiweg van Asse naar Bekkerzeel op Den Brecker. Gekocht door Fredrick Van Der Beken voor 400 g op 26 februari 1729.
30) Het bos Het Eet, groot 5 d 41 r, nu deels bos, deels land, palend aan mijnheer Van Der Goten en Den Nieuwen Casseijdewegh, Den Brecker op Kobbegem, de advocaat Colie en zijn erfgenamen, het begijnhof van Brussel en de de weduwe Judocus T’Kint. De huurders zijn Paulus Van Heijmbeke en N. Herincx. Gekocht door Fredrick Van Der Beken voor 500 g op 26 februari 1729.
31) Een bosje genoemd D’Aijer palend aan de beek waarop de Waelborremolen staat, met twee zijden de straat en de weduwe van sieur Simon Herbosch en erfgenamen, groot 75 r volgens de notitie van de overledene. Gekocht door Jacobus Collin ten behoeve van jufr. Marie Françoise Van Itterbeeck, weduwe Takels voor 100 g op 26 februari 1729.
32) Het bos Den Hoorick op het Boterberghvelt, palend aan Den Borrenbosch, mevrouw Theresia Mortgat en het Bekkerzeelveld, groot 2 d 30 r. Het is een leengoed van het Hof van Sittaert. Verkocht aan de deurwaarder Willems voor Joannes Franciscus Moortgat voor 200 g.
33) Twee percelen bos waarvan het eerste een 1/2 b groot is gelegen op Den Bernoi palend aan de straat, de goederen van de dochters van Groot-Bijgaarden en de goederen van Joos Van Assche. Het bos is een leen van Sittaert. De koper is Joannes Chrisostomus de la Court voor Joannes Franciscus Moortgat voor 50 g.
De goederen in de heerlijkheid van Buggenhout.
1) Twee velden gelegen in Buggenhout in het kwartier van de Meulestraet, groot samen 3 d palend aan Cornelis Sarens en de straat. In huur bij de weduwe Francis Van Den Brande en de weduwe Joos Sarens. Koper was Hubertus Verhavert voor 325 g op 25 februari 1729.
2) Een veld genoemd ’t Cromvelt, groot 3,5 d, palend aan het bos van meester Jan Van Zeune, de goederen van de erfgenamen Andries Van Asbroeck, genoemd Het Nulant, de goederen van Mattheus Van Praet en het land van Cornelis Heijmans, genoemd De Drije Daghwant. Het veld is belast met een cijns van 15 st aan de grondheer. De huurder is Jan Van Waffenhoven.en de koper Hubertus Verhavert voor 500 g op 25 februari 1729.
3) Een zaailand genoemd Het Nieuwlant, groot omtrent een half bunder gelegen achter de Brantstraat, palend aan de goederen van de weduwe Adriaen Van Oost en de goedreen van Daniel Van Praet. Het zaailand is belast met een cijns aan de heer van 4 st 1 blank. De huurders zijn de weduwe Gillis Pauwels en Peeter Van Den Eede. De koopprijs bedroeg 280 g.
4) 2 d 11 1/2 r land genoemd Den Grooten Panneelaert palend aan de goederen van Martinus Van Den Dijcke, Joos Vermeeren en de erfgenamen de la Heijne. De huurder is Francis Heijvaert. Verkocht voor 180 g.
5) Een land in de veertiende wijk achter De Hooghe Linde, groot 212 r, belast met een cijns aan de graaf van Grimbergen, palend aan de erfgenamen Affuerius Van Wemmele, sieur Peeter Van Den Eede, Jan Van Praet en sieur J. B. Van Wemmele. De huurder is Peeter Van Praet.
6) Een land gelegen in de veertiende wijk achter De Hooghe Linde, groot 175 r, palend aan Adriaen De Borger, de erfgenamen Affuerius Van Wemmele, Adriaen Jacops en de weduwe Engel De Moor. De huurder is Peeter Van Praet. Nrs. 5 en 6 werden gekocht door Hubertus Verhaevert voor 450 g.
7) Een land genoemd Het Lanck Bosselken gelegen in het kwartier Den Diepmanstraete, palend aan de straat, Den Heuvelbosch, de erfgenamen van Gillis Van Der Gucht. Het land is belast met een cijns van een halve hen en 4 st 1 blank aan de hertog van Bournoville. De huurder is N. Joos. Verkocht voor 260 g aan Hubertus Verhaevert.
8) Het bos De Raveweijde, groot 1 b, palend aan De Pennekens, De Raveboskens, Spaenoghenbosch en Laureijs Willocx of zijn erfgenamen. Belast met een cijns van 5 st aan de graaf van Grimbergen. De koper is Jan Baptist Verhaevert, meier van Opdorp, voor 450 g op 25 februari 1729.
9) Een land genoemd Den Vondel, groot 200 r en palend aan de straat, Het Dresken en de voetweg van Buggenhout naar Opdworp. Deze partij heeft een ‘keur insmoors rolle’ toebehoorend aan de heer Gillis Van Wemmele volgens de notities van den overledene. De huurder is Jan Baptista Van Der Gucht en de koper is Jan Van der Gucht voor 250 g op 25 februari 1729.
10) 3/4 van een perceel van 2 d 20 r gelegen in Den Ouden Bril, palend aan de straat, de erfgenamen van Geeraert Van Den Moorsele, de erfgenamen van Guillam Van Laecken en Jacques Joos, zoon van Gillis. Het goed is belast met een cijns aan de graaf van Grimbergen van 4 st volgens notitie van de overledene. Verkocht aan Adriaenus Verhavert voor 80 g &an Hubertus Anthonius Moortgat, griffier van Lippeloo.
11) Het bos De Hoogheweijde, groot 5 d, gelegen in De Pierstraete, pale,d aan de straat, het bos van Buggenhout, het bos van Aert Van Den Guchte, het bos De Calcken van de hoofddrossaard van Asse en zijn vrouw A. T’Kint met een cijns aan de graaf van Grimbergen. Verkocht voor 400 g aan Hubertus Anthonius Moortgat.
12) Een land van 1 b genoemd Den Cleijnen Bouw, palend aan de straat, Den Grooten Bouw en in De Mattestraete. Het land is belast met een cijns van 10 st aan de hertogh van Bournoville. De huurder is Gillis Van Den Voorden. Verkocht voor 25 g Hubertus Anthonius Moortgat.
13) Een genoemd De Hellenheijde met een lichte tiende, groot 7 d en palend aan de straat, de erfgenamen van Michiel Van Moorsele, de goederen van Guillam De Boeck en belast met een cijns aan Affligem. De huurder is Peeter Boits. Verkocht aan Hubertus Verhavert voor 149 g.
14) Het bos Den Meertbosch, groot 1 b 50 r, gelegen in de Revierestraete, palend aan de straat, de raadsheer Van Der Varent en, de huisarmen. Belast met een cijns van graaf van Grimbergen. Verkocht voor 150 g.
15) Een land gelegen in de honderdtwintigste wijk in Den Opstalbosch, groot 3 d, palend aan de erfgenamen van sieur N. Wasschenhoven, de straat, de erfgenamen Adriaen Van Der Gucht en Guillam De Reijngre. Nog een land gelegen zoals voorgaande, groot 230 r in de vermelde partij van 530 r. Belast met een cijns aan de heer van 8 1/2 st penningen Lovens, 1 1/2 viertel elk aan de hertog van Bournoville. De huurders zijn Francis Van Den Bossche en Peeter Van Den Eede. Verkocht voor 510 g.
16) Een land van 92 r waarop een huis staat van 4 gebinten, palend aan De Camerstraet, Neelkens Hoff, sieur Spaenoghen en Peeter Van Der Hanghen. De huurder is Jan Daniel voor 20 g. Verkocht voor 45 g.
17) Het land Het Thiendeveldeken, groot 2 d 50 r, gelegen tegen de heirbaan tussen Buggenhout en Baasrode, palend aan de straat van Buggenhout naar Den Bril, het Godshuis van Affligem en …… Vrij van tienden. Belast met een cijns van 8 st of een haan aan de hertog van Bournonville. De huurder is Peeter Deckers. Verkocht voor 360 g.
18) De helft van tien bunder bos genoemd Het goed te Calcken. Het bos wordt in 2 volle lenen gehouden van het graafschap van Grimbergen. Koper is Josephus Collin ten behoeve van Hubertus Anthonius Moortgat voor 2 100 g.
19) Het bos De Rave Boskens, groot 1/2 d gelegen omtrent De Ravestraete, palend aan de erfgenamen ….., de erfgenamen van sieur David Moortgat. Belast met een cijns van 2 viertels koren aan de armen. Koper is Joannes Baptista Verhavert ten behoeve van Hubertus Anthonius Moortgat voor 170 g.
20) De weide gelegen in Dierbroeck in Lippelloo en wordt jaarlijks verhuurd voor elf g volgens de notitie van de overledene aan Dominicus Van Achter. Koper is Joannes Baptista Verhaevert voor Hubertus Moortgat voor 130 g.
21) Het bos Den Boterbergh, palend aan de Poelstraat, groot 4d 80 r. Koper is de deurwaarder Willems voor de weduwe Tackels voor 300 g.
22) Een land ten noorden van het vorige bos, de weduwe De Grave, de straat, groot 2 d 65 r. Koper is de weduwe Tackels voor 150 g.
23) Het bos Tomsberg, palend aan het goed van Affligem, de steenpoel, de straat, Gillis De Brucker, groot 79 r. Verkocht aan de weduwe Taeckels voor 40 g.
24) Het bos Sittert palend aan Theresia Coppens, het bos van mevrouw T’Kint, groot 2 d 57 r. Verkocht aan de selve weduwe Taeckels voor 100 g.
De goederen in de heerlijkheid van Steenuffel.
Den Heuvelbosch, groot 3 1/2 d gelegen tussen de goederen Waelrot, de goederen van Lieven Peeters en de goederen van Geeraert Goossens. Belast met een cijns van 6 ‘veertelkens’ rogge en 5 schoven aan de heer van Zeellaert en Boeckhaut. Een 1/2 d ervan is belast met 5 schoven of 28 st te betalen op de zitdag in Steenhuffel op donderdag na Sint-Andries volgens de notities van den overledene. De koper is Philip Van der Voorde voor 300 g op 25 februari 1729.
De goederen in de heerlijkheid van Brussegem.
Een rente van achttien g vallend op Kersmis, bepand op de persoon en de goederen van wijlen Laureijs Van Den Perre uitt Linthout onder Brussegem volgens de akte van de erflaten van het laathof van Oijenbrugge op 29 september 1640 ondertekend door Lonck waarvan de ene helft toekomt aan de weduwe De Grave en haar erfgenamen en dat de andere helft eigendom is van hoofddrossaard van het Land en markiezaat van Asse, Hubertus Mortgat. Gekocht door Laureijs Van Den Perre van Linthout voor 130 g op 26 februari 1729.
De goederen in Baasrode.
Een land, eertijds bos gelegen achter Den Nieuwen Bril, groot 1 b, palend aan de erfgenamen van Jan Van Den Moortere, de goederen van ………en een leengoed van …. volgens de notitie van de overledene. De huurder is Gillis Verheijden. Gekocht door deurwaarder Willems voor Livinus Rottiers voor 300 g op 26 februari 1729..
Huizen in Brussel.
1) Een hofstede met huis, een plaats daarachter, een pomp en andere toebehoorten genoemd Het Sebaentjen.
2) Een herberg in de Van Der Elststraat voorbij de poort van het begijnhof en tussen het huis en het erf van juffr. Mosselmans, palend aan de goederen van de erfgenamen van wijlen juffr. Margareta Van Der Schueren, de weduwe wijlen Joos Verheijleweghen, achteraan palend aan tegen de goederen van eertijds joncker Willem De Keijser nu toebehoorende aan de heer Van Den Hecke. Gekocht door Maria Petronella Van Cauwenbergh, de weduwe van wijlen Lucas De Roovere voor 2 225 g op 26 februari 1729.
3) Een hofstede met een herberg genoemd Den Steur, plaats en stallingen gelegen op de Vismarktt met een grote poort in De Clijn Schipstraete.
4) Drie kleine huizen in de Schipstraat naast de grote poort en palend aan Den Steur, de hoek van de Schipstraat, de goederen van Agnes Van Zenne, nu sieur Van Asbroeck. Belast met een cijns van 3 deniers Lovens aan zijne majeteit St. Nic. Verkocht aan Joannes Franciscus Moortgat voor 4 000 g.
Niet genoeg.
Drossaard Moortgat was een rijk man. Hij bezat 13 b 38 r land, 3 b 2 d 25 r bos en 4 huizen verspreid over 6 gemeenten. Maar uit een klacht van de regeerders van Asse tegen de drossaard blijkt dat hij nog meer wou. Ze beschuldigen hem van fraude met de gemeentegelden.
Op 3 april 1772 dienden de regeerders van Asse en hun procureur Van Coninxloo een klacht in bij de Raad van Brabant tegen hun drossaard Huberus Moortgat. Zij eisten dat de drossaard de ‘setboecken’ van de Vrijheid en de parochie van Asse van Sint-Jansmis 1710 tot Sint-Jansmis 1711 zou voorleggen. Zij waren ervan overtuigd dat de drossaard had gefraudeerd. Daarmee was een proces gestart dat tot 1727 zou duren met de gebruikelijke ‘persisteringhe, contrarie persisteringhe, naerdere persisteringhe, naerdere contrarie persistering …’ Dan bleven er de volgende onregelmatigheiden nog over:
– Hubert Moortgat had 96 gulden ontvangen van Meerbeek voor een wagen.
Dat bedrag moet hij aan de regeerders betalen.
– Aan de Vrijheid moet hij nog 192 gulden en geen 794 zoals de regeerders hadden geëist.
Op 5 april 1727 beslisten de commissarissen dat de drossaard 3/4 en de regeerders van Asse 1/4 van de gerechtskosten moesten betalen.

Den procureur Van Coninxloo, suppliant ende de regeerders van Assche interveniënten – den heer Hubertus Moortgat drossaert van Assche .
Gesien in den Souverijnen Raede van sijne keijserlijcke ende cath. majesteijt geordonneerd in Brabant die requeste des suppliants aldaer gepresenteerd den 3de aprilis 1722 tenderende ten eijnde den voorschreven raede gediend soude wesen aen den gedaeghde te ordonneren ende des noodt sijnde den selven te condemneren aen den suppliant in sijne qualiteijt van gewesen collecteur der Vrijheijt ende prochie van Assche van alle de setboecken van Sint Jansmisse 1710 tot Sint Jansmisse 1711 bij provisie op te leggen ende te restitueren de somme van vier duijsent sesse hondert eenennegentich guldens vijfthien stuijvers om daer uijt te restitueren aen alle de ghene, volgens sijne gecorrigeerde boecken, den overset der selve, midtsgaeders alle andere pretensiën des suppliants soo over sijnen tantième als mede die menichvuldige comparitiën, betaelinghe van comparitiën als oock over sijne vacatiën breeder aldaer vermeld ter arbetragie van desen hove, alles cum expensis damnis et interesse ende in cas van communicatie gemerckt van de liquiditeijt des suppliants pretensiën claerelijck bleke uijt het extract der rekeninghe aldaer gereclameerd interim ex. ten laste van de gedaeghde.
Kwartierstaat van HUBERTUS MOORTGAT.
Generatie I.
1. HUBERTUS MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 14 maart 1660, overleden te BRUSSEL op 10 mei 1727, begraven te BRUSSEL in SINT- GOEDELE op 12 mei 1727, hij huwde een 1ste maal te BUGGENHOUT op 7 april 1688 met MARIA CHRISTOPHORA VAN WEMMELE, gedoopt te BUGGENHOUT op 11 november 1657, overleden te ASSE op 20 december 1689; hij huwde een 2de maal te BRUSSEL op 24 april 1698 met AGNES T’KINT, gedoopt te BRUSSEL op 2 maart 1674, overleden te ASSE op 31 januari 1734, dochter van STEPHANUS en MARIA VAN BOSSUYT.
Generatie II.
2. PETRUS MOORTGAT, gedoopt te BUGGENHOUT op 31 mei 1626, † aldaar op 19 september 1685, hij huwde te ASSE op 23 november 1652 met
3. CATHARINA DOMINICA GOOSSENS, gedoopt te ASSE op 5 oktober 1633, † te BUGGENHOUT op 24 februari 1702.
Uit dit huwelijk:
a. ELISABETH MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 5 september 1654.
b. PETRUS MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 21 augustus 1656, overleden te MECHELEN op 18 mei 1700, hij huwde te MECHELEN op 6 maart 1685 met MARIA PAELMANS.
c. ANNA EGIDIA MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 19 mei 1658.
d. HUBERTUS, zie 1.
e. IGNATIUS MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 26 april 1662, overleden te BUGGENHOUT op 4 mei 1735, hij huwde te BUGGENHOUT op 12 mei 1682 met CATHARINA VAN HOVE (VERHOEVEN), gedoopt te BUGGENHOUT op 6 januari 1656, aldaar overleden op 1 augustus 1710.
f. JOANNES PHILIPPUS MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 26 juni 1664.
g. MARIA THERESIA MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 19 september 1666, overleden te BUGGENHOUT op 15 november 1669.
h. ISABELLA MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 21 juli 1668, overleden te BORNEM op 11 augustus 1720, zij huwde te BUGGENHOUT op 15 maart 1687 met JACOBUS DE GRAVE.
i. MARIA THERESIA MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 4 december 1670, overleden te MECHELEN op 29 juli 1750.
j. FRANCISCUS DOMINICUS MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 10 januari 1673.
k. CATHARINA MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 11 juli 1674.
l. CECILIA MARIA MOORTGAT, gedoopt te ASSE op 22 oktober 1676, † aldaar op 27 oktober 1676.
[1] Bron Wikipedia.
[2] RA Vorst, inventaris van het archief van de Raad van Brabant: Deel 1: Archief van de griffies, toegang I 18 nr. 977, blz. 6.
[3] Cappuin is een oude en streekgebonden meervoudsvorm van kapoen, wat kan verwijzen naar gecastreerde hanen, ondeugende kinderen, of als historische betalingseenheid in Vlaamse cijnsregisters.
[4] PETRUS ROBIJNS, zoon van JAN BAPTIST ROBIJNS en ANNA COPPENS. Hij is gedoopt op zondag 31 mei 1693 in MELDERT. PETRUS is overleden op woensdag 14 juni 1741 in ASSE, 48 jaar oud. Hij is begraven op donderdag 15 juni 1741 te ASSE.
PETRUS trouwde, 40 jaar oud, op donderdag 17 september 1733 in TERNAT met ANNA MARIA HENRICA DE HEZE, 22 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 27 juni 1711 in TERNAT. ANNA is overleden op vrijdag 16 september 1774 in BRUSSEL, 63 jaar oud. ANNA was een Meisenier.
Kinderen van PETRUS en ANNA:
1 JOANNES BAPTIST ANTONIUS ROBIJNS. Hij is gedoopt op maandag 20 december 1734 in ASSE. JOANNES is overleden op zaterdag 14 december 1793 in BRUSSEL, 58 jaar oud.
2 MARTINUS FRANCISCUS ROBIJNS. Hij is gedoopt op maandag 6 februari 1736 in ASSE. MARTINUS is overleden op woensdag 24 mei 1809 in BRUSSEL, 73 jaar oud. MARTINUS trouwde, 24 jaar oud, op dinsdag 20 mei 1760 in BRUSSEL met MARIE CONSTANCE BENOITE POWIS WESTMALLE, 22 jaar oud. MARTINUS was Licentiaat in de rechten en advocaat bij de Souvereine Raad van Brabant. Marie is gedoopt op donderdag 12 december 1737 in BRUSSEL en is overleden op dinsdag 24 juli 1798 in BRUSSEL, 60 jaar oud.
3 CAROLUS JOANNES ROBIJNS. Hij is gedoopt in augustus 1737 in ASSE. CAROLUS is overleden op vrijdag 14 maart 1800 in BRUSSEL, 62 jaar oud. Hij trouwde, 34 jaar oud, op vrijdag 17 juli 1772 in BRUSSEL met CATHERINE MARTINA MARIA DE LEEU, 23 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 1 februari 1749 in BRUSSEL. CATHERINE is overleden op donderdag 18 november 1784 in BRUSSEL, 35 jaar oud.
4 JOANNA MARIA ROBIJNS. Zij is gedoopt op donderdag 30 april 1739 in ASSE. JOANNA is overleden op donderdag 16 februari 1792 in BRUSSEL, 52 jaar oud.
JOANNA (1) trouwde, 18 jaar oud, op zaterdag 15 oktober 1757 in BRUSSEL met CHARLES JOSEPH COLLIN, 21 jaar oud. CHARLES was bestendige sekretaris van de Souvereine Raad van Brabant, aanvaard in het Serhuyghs-geslacht. Hij is gedoopt op zondag 23 september 1736 in BRUSSEL. CHARLES is overleden op zondag 23 september 1764 in BRUSSEL, 28 jaar oud.
(2) trouwde, 26 jaar oud, op zondag 30 juni 1765 in BRUSSEL met JEAN MAXIMILIEN URBAIN MISSON, 41 jaar oud. JEAN was licentiaat in de beide rechten en bestendig secretaris van de Souvereine Raad van Brabant. Hij is gedoopt op maandag 27 december 1723 in BRUSSEl en is overleden op dinsdag 21 juli 1812 in BRUSSEL, 88 jaar oud.
5 LUDOVICUS JOSEPHUS ROBIJNS. Hij is gedoopt op dinsdag 8 november 1740 in ASSE. LUDOVICUS is overleden op maandag 11 april 1814 in BRUSSEL, 73 jaar oud. Hij trouwde, 24 jaar oud, op maandag 15 april 1765 in BRUSSEL met MARIE ISABELLE THERESE DE VOS, 21 jaar oud. LUDOVICUS was jonker en licentiaat in de rechten van de Leuvense Universität 1763, advocaat in de Souvereine Raad van Brabant (1 8 ), lid van de gemeenteraad van Brussel, benoemd bij keizerlijk dekreet van 10 november 1807 van Napoleon I, gegeven te Fontainebleau.
Marie is gedoopt op dinsdag 17 december 1743 in BRUSSE en is overleden op vrijdag 17 maart 1775 in BRUSSEL, 31 jaar oud.
