Adrianus Philippus Du Four, zoon van Petrus en Catharina Berrevoets, werd gedoopt op vrijdag 6 maart 1693 in Ninove. Hij overleed op woensdag 16 april 1749 in Teralfene, 56 jaar oud.
In 1734 stelde pastoor Du Four zijn handtboeck van inkomsten verbonden aan zijn ambt op. Het ging om alle de pastorale goederen, cijnzen, rechten en molumenten met vermelding van de goederen gelegen in Teralfene, Hekelgem, Liedekerke, Erembodegem en Iddergem die hij op kerstavond 1734 opnieuw verpachtte onder de volgende voorwaarden:
1. De pachters zijn verplicht bovenop de pachtsom ook alle lasten en contributies van de overheid aan de ontvangers van de vermelde parochies te betalen.
2. Als de pacht zes weken na de vervaldag niet is betaald, dan kan de verhuurder de goederen aan een ander verhuren zonder tussenkomst van de twee steden van het Land van Aalst, Aalst en Geraardsbergen of enige andere instantie.
3. De pachters verbinden zich ertoe dat, in het geval zij de hoger vermelde dorpslasten niet betalen, de verhuurder de achterstallige gelden kan verhalen op hun persoon en op hun huidige en toekomstige goederen en dat van hun erfgenamen. Alle kosten daarvan zijn door hen te betalen.
4. De pachters moeten het pachtcontract ondertekenen of hun merkteken zetten in aanwezigheid van twee getuigen.
De pastorale goederen gelegen in Teralfene.
1. Een half bunder land op De Heuvels palend aan palend aan Joos Van Nieuwenhove en Francis De Pauw, met de andere zijde aan Judocus Van Den Abbeele en Guillam Cortvrint. Gepacht door Jan Beeckman voor een termijn van zes jaar voor de som van 14 gulden per jaar plus alle lasten die de majesteit kan opleggen volgens de condities hiervoor vermeld. Bovendien moet hij 14 dagen voor de kermis van Teralfene twee koppel kiekens leveren.
Jan Beeckman sloot dan op kerstavond 1740 een nieuw contact voor 6 jaar af voor 16 g en twee koppel kippen.
2. Een half dagwand meers gelegen achter Den Daal, palend west het goed van Affligem, oost de kerk van Teralfene en de losweg, noord Cornelis Arijs. De pastoor verkocht in 1737 het hooi met de tommaert aan Martinus Tastenoy voor 7 g met een koppel kiekens, in 1738 aan Pieter ? van Hekelgem voor 6 g en de toemaat aan Pieter Steenhout 2 g 2 st, in 1739 aan Bastiaen Van Mol met de toemaat voor 8 g. In 1739 verpacht aan Pieter Van Den Berghe voor 6 jaar voor 7 g en een koppel kippen. Op het einde van de termijn was Pieter de pastoor nog 16 stuivers schuldig en hij noteerde in zijn manuaal: niet meer aen den selven te verhuren als sijnde eenen quaden betaelder. Dient voor memorie.
3. Een meers op Den Dender, groot elf roeden, palend met een zijde aan Arnhout Eeckhout en met de andere zijde aan Charel Van Ginderdeuren. Verpacht aan Pieter Van Den Bergh samen met Het Pesterveld” op Hekelgem.
4. Een hoplochting van 213 r, palend aan Judocus Van Den Abbeele, west de straat, oost de voetweg en zuid Francis Van Vaerenbergh, gebruikt bij de heer pastoor.
5. Een hofstede palend west de straat, noord de weduwe van Joos Van Vaerenbergh, oost de voetweg en zuid Judocus Van Den Abbeele, groot 142 r, verhuurd van jaar tot jaar aan Jacobus VanDen Berghe met alle lasten en contributies voor 12 g en een varkenshesp vanaf de Kerstmis van 1735. Voor de helft verhuurd aan dezelfde tot Kerstmis 1740 voor 6 g en twee koppel kiekens ieder jaar voor kermis. Nu verpacht aan Judocus Koeck en Jan Christiaens voor een termijn van 6 jaar vanaf 1742 voor 15 g en een koppel kiekens te geven 14 dagen voor de kermis.
6. Een land op Den Bremt, groot 60 r, palend noord en west het goed van de abdij, zuid de straat, west Pieter Van Janbeeck, weduwnaar, verhuurd aan Pieter De Coninck voor 6 g en twee koppel kippen vanaf kerstmis 1734 voor 6 jaar.
7. Een land op Den Bocht, 15 r verhuurd aan Joos Vaereman voor een termijn van 6 jaar voor 21 st en een koppel kiekens, vanaf kerstavond 1734, andermaal verhuurd aan Vaereman voor 6 jaar voor 24 st. Zijn zoon betaalde voor 1744 tot 1748.
8. Het bos Den Papenhoek gelegen achter Den Daal, groot 57 r, palend west en noord het goed van Affligem, oost Jan Eeckhout en Michael De Buscop, zuid dezelfde Buscop. De pastoor verhuurt jaarlijks het gras voor 3 g met last van de riolen te ruimen door pachter Hendrick Meuleman op zijn kosten, ingaande Kerstmis 1740.
9. Hendrik Meuleman huurt 1/3 van het gras van Den Bauweel voor de som van 2 g met last van op zijn kosten te rajoullen, ingaande Kerstmis 1742. Hij moet jaarlijks leveren een koppel kiekens 14 dagen voor de kermis. Hij heeft al een stuk varkensvlees van 3 pond à 3 st het pond geleverd.
10. Nog 1/3 van het bos op Den Bauweel, groot 41 2/3 r. Blijft in het bezit van de pastoor en als de bomen worden verkocht is 1/3 voor de pastoor. De Kerk heeft de helft getrokken van de verkoop van een es staande in de kant van de weide verhuurd aan Jan Beeckman. Ik moet dus de helft hebben van de bomen aan het hopveld van Beeckman. Den onderwas van het gras is verhuurd aan Hendrik Meuleman met last van ruimen voor 2 g zonder korting op de pachtsom, ingaande op kerstavond 1742 en alle jaren een koppel kiekens. In 1742 betaalde hij 2 g voor 3 jaar in plaats van de kiekens en de andere jaren bleef hij schuldig.
11. Van het bos Den Daal is het gras verhuurd aan Hendrik Meuleman voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1740 voor de som van 3 g met last van op zijn kosten te roiioulen en alle 3 jaar een koppel kiekens te geven14 dagen voor de kermis. Verkocht aan dezelfde 300 dekstro aan 3 g 5 st1 o het honderd, komt op 9 – 15 – 1.
Ik heb voor Hendrik 2 missen gelezen en in 1743 3 vaten graan gehaald aan 12 st, komt op 1 – 16 – 0. In 1744 haalde de knecht 6 vaten graan aan 12 st, komt op 3 – 12 – 0 en in 1746 nog 5 vaten aan 16 st.
1.Op De Bordelle een meers groot 1 d 20 r, palend west en oost het goed van Affligem, noord Cornelis Eeckhout, zuid ……….. De pastoor verkocht in 1735 het hooi aan Pieter Droeshout voor 18 g en de toemaat voor 7 g, in 1737 het hooi en de toemaat aan Pieter Van Vaerenbergh en consoorten voor 25 g, in 1738 het hooi voor 18 g aan Jaspar Van Vaerenbergh en de toemaat voor 4 g 10 st aan Jan Boudart. Nadien gebruikte hij zelf het hooi en verkocht alleen de toemaat tot 1745.
2. Een meers van 1 d en 50 r, palend west de eerw. paters Carmelieten van Muilen, noord de Dender, oost het goed van de abdij, zuid ……….. De pastoor verkocht het hooi en hield de toemaat zelf. In 1737 het hooigras verkocht voor 18 g, de toemaat voort 7 g. In 1738 het gras verkocht aan Jaspar Van Vaerenbergh voor 18 g, de toemaat aan Jan Boudart voor 4 – 10 – 0; in 1739 het hooigras verkocht aan Jacobus Van Den Berghe voor 17 g, de toemaat aan dezelfde voor 6 g; in 1740 alleen de toemaat verkocht aan Jacobus Van Den Berghe voor 16 – 14 – 0. In 1741 en 1745 alles zelf gebruikt.
3. Een meers van 1 ½ d, palend west de eerw. paters Carmelieten van Muilem, noord de Dender en oost het goed van de abdij van Affligem, zuid ……….. In 1737 het gras verkocht aan de koster en Jan Van Vaerenbergh voor de som van 18 – 10 – 0, de toemaat aan Joos Vaereman voor 6 – 10 – 0. In 1738 het hooigras verkocht voor 22- 0 – 0, de toemaat aan Adriaen De Reuse voor 8 g; in 1739 het hooigras verkocht voor 23 – 10 – 0, de toemaat 9 – 0 – 0, in 1740 het gras verkocht aan Jan Goossens voor 35 – 0 – 0, de toemaat aan David Verbeecken voor 14 – 0 – 0 en vier schellingen aan knecht en meiden; in 1740 zelf gebruikt.
1. Een d 7 r land gelegen op Het Pestervelt, palend oost en noord het goed van de abdij van Affligem in pacht bij Gillis Van Den Broeck nu Pieter Van Den Berghe, zuid en west het koutergat en het land van de kerk van Teralfene, verhuurd voor een termijn van 6 jaar voor de 7 g ingaande op kerstavond 1734 en jaarlijks te brengen twee koppel kiekens 14 dagen voor de kermis bovenop de pachtsom. De kiekens geleverd tot het jaar 1738. In 1742 verhuurd aan Judocus Coeck en Jan Christiaens filius Jan voor 12 g met een koppel kiekens.
2. Drie d 50 r land op De Ballei volgens een oud curenboeck, palend west Pieter Eeckhout, de twee ander zijden aan het goed van de abdij komend aan Den Drapdriesch. Verhuurd in drie delen vanaf kerstavond 1734 voor 6 jaar voor 8 g het dagwand waarvan 1 d in gebruik bij koster Jaspar Van Vaerenbergh voor 12 vaten graan volgens het pastoraal boek met last van jaarlijks voor de kermis een koppel kiekens te brengen. Het ander dagwand is verpacht aan de weduwe van Gillis Van Overstraeten voor 8 g voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1734 met ook jaarlijks te leveren een koppel kiekens 14 dagen voor de kermis van Teralfene . Vanaf 1740 verhuurd aan Adriaen Arijs, haar schoonzoon voor 6 jaar voor 10 g met dezelfde condities. Het derde blok verhuurd aan Adriaen Van Vaerenbergh met dezelfde condities en vanaf 1740 en 1746 opnieuw verhuurd aan Adriaan voor 10 g.
De goederen te Erenbodegem.
1.Een land gelegen op Het Hageveld, groot 75 r, palend oost Jan Baptista Van De Maele en erfgenamen van Jan Dedemaecker, west het koutergat, noord Joos Van De Maele filius Jans, verhuurd vanaf kerstavond 1735 aan Joos Beeckman voor 5 g met dezelfde verplichting van jaarlijks een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene. Na de termijn van 6 jaar werd de pacht verlengd met 6 jaar voor dezelfde prijs.
2. Een dagwand 20 roeden land het Ronsevaalveld, verhuurd met dezelfde condities aan Cornelis Arijs voor 6 g en een koppel kapoenen. Vanaf 1737 twee koppel kiekens in plaats van kapoenen.
3. Een voormalig bos van 75 r nu land komend tegen de Kleistraat of Groenstraat en aan de ander zijde De Rozenbos, de andere zijde tegen het goed van Caijman van Aalst, belast in het cijnsboek of spijker van Aalst toebehorend de weduwe De Camps, nu heer De Smet baljuw van het markizaat van Lede met een kapoen en twee deniers per jaar, verhuurd aan Michael Vertonghen en nu overgelaten met consent van de heer pastoor van Teralfene aan Rogier Hutsbaut voor 4 g 10 st 1 kapoen en 2 deniers in de spijker van Aalst en het leveren van een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene.
4. Een dagwand bos op het Letterveldt in het Achter Heijenbroeck, palend oost Francis De Pauw, zuid het goed van de abdij. De pastoor behoudt het bos en kapt het alle acht jaen in twee parcelen. Dient voor gouverne.
Landpacht te Idergem.
96 r land, palend oost Jan Lievens, zuid Francis Heeman, west Den Aelsterschen wegh” en noord Francis Heeman. Verhuurd aan Adriaen De Deijnne wonende in Iddergem voor de som van 1 g 8 st en vier vaten koren waarvan hij tweejaarlijks 2 vaten moet geven aan de kerk van Idergem en 2 vaten de kerk van Teralfene en een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene. Op kerstavond verhuurd aan Pieter Sterck voor 6 jaar voor de som van 6 g 10 st en een koppel kiekens te geven 14 dagen voor onze kermis.
In 1622 stelde pastoor Joannes De Ruijsschere[2] een lijst op van het kerkbezit.
Een kelk met inscriptie “Sint Jan Evangelist”.
Twee paar stenen amppullen.
Een rokij armesijnen[3] beurs met toebehoren zonder kelkdoek.
Een beurs met knoppen en toebehoren zonder kelkdoek.
Een rode grote gebloemde kazuifel gemaakt anno 1620, kostprijs 24 gulden.
Een kleine rode gebloemde kazuifel met een altaarkleed en nog een stoffen dwaal voor het hoogaltaar.
Nog een rode kazuifel.
Een violette kazuifel uit 1621, kostprijs 16 gulden.
Een slechte bijna versleten kazuifel.
Twee alben[4] met kantwerk aan de hals en aan de mouwen met drie ?? waarvan de beste gemaakt is anno 1621 met twee amicten[5] en twee ronde gedraaide garengondels.
Nog een slechte albe met een amict?
Een antipendium of altaarkleed voor het Onze-Lieve-Vrouwaltaar met een band van rode grote bloemen zoals de beste kazuifel met drie gouden (maar slechte) parementen door gemaakt voor anno 1621, gegeven van de gemeente door het bidden van de pastoor.
Nog een antipendium van dezelfde stof en fatsoen voor Sint-Jansaltaar ook gegeven door de gemeente door het bidden van de pastoor.
Een paar rode armesijnen gordijnen voor het hoogaltaar.
Een paar meijen of bloempotten gekocht anno 1621.
Een tabernakeltje met versiersel om het H. Sacrament op het altaar daerin te zetten. Het versiersel is zoals het antipendium van het hoogaltaare.
Nog drie paar gordijnen, voor elk altaar een paar. Ze zijn van verschillende kleur.
Nog twee antipendia, een aan het hoogaltaar en een aan het Onze-Lieve-Vrouwaltaar die dagelijks hangen.Drie mappen of dwalen[6] voor elk altaar een om boven ende sijn gecocht anno 1621 ende 1622.
Nog twee kleine dwalen, een voor het hoogaltaar en een voor Onze-Lieve-Vrouw.
Daar is nog oud lijnwaad zoals dwalen om onder de beste te leggen.
Twee missalen, een grote en een kleine, de groten gebonden anno 1620 en de andere ook dan gekocht.
Twee kussens voor het hoogaltaar van dezelfde stof zoals het antipendium en de dwalen.
Drie tapijtkussens om voor de celebrant, diaken en subdiaken, gemaakt anno 1621 van een oud tappijt.
Nog versiersel voor het H. Sacramenthuisje.
Een tapijtantipendium voor Sint-Jansaltaar.
Vier kleine metalen kandelaars op het hoogaltaar, twee op het Onze-Lieve-Vrouwaltaar.
Nog 2 kandelaars met lange pinnen op het Sint-Jansaltaar.
Een wierookvat van koper.
Twee schilden aan de gordijnroden van Onze-Lieve-Vrouwe, gemaakt anno 1621.
Drie zilveren buskens voor het H. Oliesel en het chrisma, gemaakt anno 1621 in Mechelen, kostprijs IV gulden.
Een blauw fluwelen doos om met Pasen de geconsacreerde hosties in te doen.
Een wijwatervat.
Een stenen om de handen voor de handwassing tijdens de mis.
Een witte gebloemde rok voor Onze-Lieve-Vrouw voor het klein kindeken Jesu.
Een witte kelkdoek met een kruis door en kantwerk aan de rand.
Een overrok voor de pastoor en een voor de koster.
Twee kanten voor het antipendium van het hoogaltaar en van Onze-Lieve-Vrouw autaer met noch twee om elc banxken met blou luwaet onder gedriecht deze heeft geprocireert (van een jouffrouw) den pastoor anno 1621.
Item noch eenen witten clinkanten keijssers hoet met noch zes groote ronde ende vier cleijne van de selve stoffe met noch andere rondeeltens om te croonen ende noch andere ronde ?? van verscheijde coleuren gegeven anno 1621 van de jonge dochters ende dat door het bidden van de pastoor.
Item noch eenen gedraeijden candelaer daer die mechdelees op staet gemaeckt anno 1620.
Item een groote belle die voor het H. Sacrament gaet als men totte zieken gaet met noch cleijn andere om te clincken onder de misse.
Item ………………. verder heeft de pastoor niets meer genoteerd.
Toen de welgestelde ziek te bed lag en aan zijn overlijden dacht, liet hij een aantal akten opstellen voor de bestemming van zijn goederen.
– Op 24 juli 1656 liet hij twee akten opstellen. De eerste betrof een schenking aan de Kerk van Teralfene van 8 ponden groot om jaarlijks 12 missen voor zijn zielenrust te celebreren op de eerste op de dag van zijn overlijden. Voor elke mis kreeg de pastoor 20 st en de koster 10 st. Wat overbleef was voor de Kerk. De tweede akte betrof een schenking van 40 ponden 5 schellingen groot voor de huisarmen van Teralfene. Dat bedrag moest direct na zijn overlijden aan de pastoor en de advocaat Taelman worden betaald. Zij moesten instaan voor de verdeling ervan. Als onderpand gaf Geeraert:
1.De meers in de Klapstraat, groot 380 r, palend aan Joseph en Adriaen Van vaerenberghe en Jan Van Nieuwenhove.
2.Een meers van 214 r palend aan Jan Van de Maele, de erfgenamen van Pieter Van Vaerenberghe en de straat.
3.De meers Den Appelboom die paalde aan Frans Van Vaerenberghe, de heer Dongelberch en de Wisselmaat gracht.
4. De meers D’Hertstocken, groot 12 r, palend aan Joos Asselman en het bos.
5. Een veld op het Molenveld, groot 60 r, palend aan Cornelis Van Langenhove, Niclaes De Reuse en de beek.
6. Een veld op de Steenberg, groot 84 r, palend aan Ransen Joos, Joos Asselman en de Klapstraat.
7.Een veld achter Den Daal, groot 24 r, palend aan Niclaes Cortvrindt, Geert Eeckhout en de Dender.
8.Een rente van 12 ponden ten laste van meerdere personen van Teralfene, Liedekerke en Denderleeuw. De akte werd ondertekend door Geeraert zelf, pastoor Peeter De Vleeschouwer, baljuw Niclaes Cortvrindt, Geeraert Van Nieuwenhove, Gillis Cricke en P. Eeckhout.
– Op 28 juli 1656 regelde hij de erfenis van zijn goederen. Hij liet de schenking aan de huisarmen verminderen tot 22 ponden groot[9] aan de huisarmen van Teralfene en van 8 ponden groot aan de pastoor. De akte werd ondertekend door burgemeester Gillis Cricke, officier Joos De Bolle en Schepen Pieter Eeckhout.
– Met de akte van 18 augustus 1656, verleden door de meier en de schepenen van de heerlijkheid Erembodegem, regelde hij de overdracht van zijn goederen aan de kinderen van zijn zussen Anna en Marie. De kinderen Jan, Gillis , Geert, Joos, Marie en Cathelijne van Anna en haar man Peeter Van Vaerenberghe kregen de helft van de gronden en de renten, de andere helft ging naar Jan Van Vaerenberghe, de zoon van Marie:
1.De hofstede met huis, schuur en stallen die hij bewoonde en paalde aan Michiel Eeckhout en Jan Van Vaerenberghe, zoon van Geert.
2.Een hofstede gelegen tegenover de eerste en die paalde aan Van Langenhove, Jan Van Vaerenberghe, de zoon van Peeter, en de beek Moicke.
4.Een velde gelegen achter Ten Daele, palend aan de weduwe Geeraert Van Vaerenberghe en aan de erfgenamen Jan Eeckhout.
5. Een perceel gelegen op de Steenberg, palend aan Joos Van Schingen en aan Joos Asselman.
6. Twee d 14 r meers gelegen in Liedekerke, palend aan Jan Van de Maele en aan de erfgenamen Peeter Van Vaerenberghe.
7. Een meers gelegen in Liedekerke, palend aan Francis Van Vaerenberghe, de diensten van Ninove, de heer Dongelberch en de Wisselmaatgracht.
8. Een meers te Liedekerke in de Ertstocken, groot 112 r, palend aan Joos Asselman en de bossen.
9. Een veld op het Molenveld in Liedekerke, groot 60 r, palend aan Cornelis Van Langenhove, Niclaes De Reuse.
10. Een meers in de Klapstraat, groot 3 d 50 r, palend aan Cornelis Segers, Adriaen Van Vaerenberghe, Jan Van Nieuwenhove en het goed van Dillegem.
11. Een rente van 3 ponden tot last van Joos Dirickx, Denderleeuw, en zijn goederen.
12. Een rente van 6 ponden tot last van de weduwe Jan De Bolster, Liedekerke, en haar goederen.
13. Tien gulden 10 st. tot last van Hendrick Snel, Liedekerke, en zijn goederen.
14. Een rente van 6 g tot last van Joos Van Linthout, Teralfene, en zijn goederen.
15. Een rente van 15 g tot last van Adriaen Van Vaerenberghe, Teralfene, en zijn goederen.
16. Een rente van 6 g tot last van Peeter Pauwels, Hekelgem, en zijn goederen.
17. Een rente van 121 g tot last van Niclaes Evenepoel, Liedekerke, en zijn goederen.
De schenkingen zijn op conditie dat de schenker levenslang het usefruct behoudt. In dezelfde akte verminderde hij zijn giften aan de Kerk van Teralfene van 8 naar 4 ponden en de huisarmen kregen nog slechte 10 ponden te betalen door zijn erfgenamen na zijn overlijden, maar ze moesten wel 1 800 g geven aan de pastoor van Teralfene en de advocaat Taelman. Een opmerkelijke bepaling in de akte is de onterving van Geeraert Eeckhout ten voordele van Jan Van de Maele en Jan Van Vaerenberghe voor alle gronden en renten gelegen in de baronie van Liedekerke. Diezelfde Geeraert Eeckhout wachtte nog een tweede onterving. De volgende dag, op 19 augustus, moest hij voor de meier en de burgemeester van Denderleeuw verschijnen om te vernemen dat hij ook geen recht meer had op de rente van 3 ponden groot tot last van Joos Dierickx van denderleeuw en dat ten voordele van van de kinderen van zijn zussen. De akte werd ondertekend door meier Francis Snel en de schepenen Joos Roelant en Jan Steppe.
Die nieuwe beslissing wekte heel wat ongenoegen bij de pastoor en de verantwoordelijken voor de huisarmen. De pastoor, de baljuw NIclaes Cortvrindt, de schepen P. Eeckhout en de kerk- en armenmeesters Joos Asselman en Geeraert Van Nieuwenhove schreven een brief naar aartsbisschop en abt van Affligem, Karel de Croy, met de melding dat Geraert Muylaert volgens hen onwettige veranderingen had aangebracht aan de akten van schenkingen. De rechtsgeleerden die ze hadden geraadpleegd bevestigde hen dat Geeraert zich moest houden aan de bepalingen van zijn eerste schenkingen. Zij verzochten de aartsbisschop de erfgenamen te dwingen zich te houden aan de bedragen van die eerste schenking. Op 10 november volgde de aartsbisschop het standpunt van de rechtsgeleerden en hij werd gevolgd door de heer van Erembodegem op 15 december 1656.
Parenteel van JOANNES MUYLAERT.
I. JOANNES MUYLAERT, † te TERALFENE op 22 april 1654, hij huwde met GERTRUDIS DEKENS, † te TERALFENE op 19 november 1646.
3. PETRUS MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 1 september 1605, † aldaar 1632.
4. GERARDUS MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 22 juni 1613, † aldaar 1656.
IIa. ANNA MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 31 oktober 1599, † aldaar op 14 april 1649, zij huwde te TERALFENE op 28 mei 1619 met PETRUS VAN VARENBERGE, † te TERALFENE op 27 oktober 1662.
Uit dit huwelijk:
1. JOANNES VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 3 maart 1620, † aldaar 1696.
2. MARIA VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 24 januari 1622, † aldaar 1623.
3. PETRUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 1 februari 1624.
4. EGIDIUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 17 december 1626, † aldaar 1698.
5. MARIA VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 6 mei 1629, † aldaar 1665.
6. GERARDUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 12 januari 1632, † aldaar 1707.
7. CATHARINA VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 15 maart 1635, † aldaar 1695.
8. JUDOCUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 15 november 1637.
9. GERTRUDIS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 20 mei 1643, † aldaar 1648.
IIb. MARIA MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 6 augustus 1602, † aldaar op 8 april 1628, zij huwde te TERALFENE op 26 november 1624 met GUILIELMUS VAN DE MALE.
Uit dit huwelijk:
JOANNES VAN DE MALE, gedoopt te TERALFENE op 25 maart 1626.
De rekeningen van pastoor Peeter (Pieter) De Vleeschoudere[10][11].
Wat er met de schenkingen van Geeraert Muylaert aan de Kerk en armen van Teralfene gebeurde, lezen we samen met andere betalingen in de rekeningen die pastoor De Vleeschoudere presenteerde aan de baljuw en de schepenen van Teralfene.
1.De rekening van 31 december 1646 voor de bouw van een nieuw curenhuis (pastorie).
Ontvangsten.
– Ontvangen van Adriaen Van Nuffel vanwege de aartsbisschop van Mechelen voor de bouw van het curenhuis: 200 – 0 – 0.
– De verkoop van het oud curenhuis op 23 maart 1637 bracht 130 – 0 – 0 op. Van die som gaf Jan Eechout 14 g aan baljuw Eechout[12] die we nog dat bedrag schuldig waren.
– De opbrengst van de kerkhop in 1643 met kerkmeester Franciscus De Buschop, verkocht aan Thomaes De Hert te Aalst, diende om Guillam Van Den Meerssche te betalen.
– De kerkhop van 1644 bracht 51 – 2 – 0 op.
– Van de kerkhop van 1645 met als kerkmeester Jan Eechout werd een partij verkocht aan Jan Van Den Abbeele: 27 – 10 – 0. Er bleef nog 100 hop over, gewogen door Cornelius Van Langhenhove[13] schepen.
– Franciscus De Bisschop betaalde als afkorting van zijn rekening op 1 maart: 1645: 35 – 6 – 0 en Joos Van Schinghene[14] op 4 maart 1645: 16 – 0 – 0.
– Op 12 maart 1644 het oud stro van de pastorie verkocht door de baljuw: 12 – 14 – 0.
– Het schuddelinck van het deckstroo door de baljuw verkocht: 7 – 3 – 0.
– Het block van eenen boom aan de baljuw door Niclaes Meert verkocht: 0 – 14 – 0.
– Op 15 mei 1645 ontving Niclaes Cortvrint van de 20ste penning van zijn koop toebehorende aan de kerk van Teralfene 8 – 0 – 0, van Hendrick De Schrijver over dezelfde 20ste penning 12 – 0 – 0 en van Cornelius Van Langhenhove 3 – 0 – 0.
– Op 12 november 1645 met Jan Eechout, kerkmeester, en schepen Joos Van Varenberghe in de parochie omgehaald 11 – 18 – 2.
– Ontvangen van Jan Eechout 5 – 1 – 0.
– De klei en de kalk van het afgebroken huis verkocht aan Guillam Van Den Meerssche voor 3 g 10 st.
– Joos Van Schinghene betaalde op 18 december 1644 aan mij en aan baljuw Eechout 2 ducatons, 28 g 15 st, Joos ontving 37 g 12 st waarvan de baljuw Eechout 29 g 3 st heeft gekregen, de pastoor 6 g, de koster 2 g voor de uitvaart van de koningin van Spanje, 5 g 12 st werden uitgegeven aan kaarsen voor de uitvaart en voor de kerk, blijft: 13 – 12 – 0.
– Joos gaf mij op 16 november 1646 nog 3 g 10 st en kortte nog 36 voor het jaargetijde van Lieven Motteman.
– Van Joos Van Varenberch 7 – 0 – 0.
– Op 7 april 1646 van baljuw Cortvrint 6 – 0 – 0.
– Van de kerkmeester Joos Van Nuwenhuve ontving de pastoor gelden die dienden voor de betalingen van geleverd werk voor de pastorie: op 21 januari 1646 voor Cypriaen Ghelij, kareelbakker: 14 – 0 – 0, op 3 februari 1646 voor Michiel Meert, slotenmaker te Aalst: 12 – 18 – 0, op 9 november 1646 voor Gheert Eechout: 9 – 3 – 0, op 12 november 1646 voor Michiel Meert: 4 – 10 – 0, op 17 mei voor de daguren van Michiel Van Varenberch, timmerman 5 – 17 – 0, op 17 december voor Michiel Meert voor ijzerwerk thuis geleverd 3 – 12 – 0, op 18 december 1646 voor Gheert Eechout 4 – 10 – 2, op 17 december 1646 voor Jaspar Vermoesen, zoon van Michiel van het kalkhuis te Aalst voor geleverde kalk en stenen 23 – 0 – 0.
– De pastoor leverde bomen uit het curenbos op conditie dat de gemeentenaren 100 g zouden betalen aan de kerk, zij betaalden 66 g 7 st.
Somma van de ontvangsten: 681 – 16 – 2.
Uitgaven.
– Op 28 april 1644 het huis van Guillam Van Den Meerssche gekocht door de baljuw Michiel Eechout en schepen Niclaes Cortvrint: 400 g.
– Aan baljuw Eechout de 200 g van de aartsbisschop Jacobus Boonen overgemaakt.
– Aann Gheert Eechout voor bier voor de gemeentenaren bij de afbraak van het huis: 6 – 0 – 0.
– Op 2 oktober 1644 aan Joos Van Schinghene voor een boom: 14 – 0 – 0.
– Op 22 mei 1644 aan Jan De Meijer en Philips De Clerck om 450 ribben te zagen: 3 – 7 – 2.
– Op 5 juni 1644 aan timmerman Michiel Van Varenberghe voor 14 dagen werk: 12 – 12 – 0.
– Op 27 juni 1644 aan twee werklieden: 1 – 0 – 0.
– Op 24 augustus 1644 aan timmerman Peeter Van Varenberghe voor 12 ½ dagen werk: 11 – 5 – 0.
– Aan gedronken bier bij de timmermannen en de zagers: 2 – 16 – 0.
– Op 6 juni 1644 aan smid Gillis Arijs voor 16 ijzeren staken met een gewicht van 224 pond: 26 – 10 – 0.
– Op 27 juni 1644 aan Niclaes Meert voor twee bundels latten: 1 – 16 – 0.
– Op 3 oktober 1644 aan Niclaes Cortvrint voor 4 bundels latten: 3 – 12 – 0.
– Aan Gheert Eechout voor de jonge eiken boompjes die na taxatie heeft laten staan op de bosjes waar men de bomen van het curenhuis heeft verkocht: 2 – 8 – 0.
– Op 17 september 1644 aan Josijn De Leeuw voor nagels: 2 – 0 – 0.
– Op 20 juni 1644 aan Pieter De Hond, dakbedekker, voor 5 daguren: 3 – 10 – 0.
– Op 3 oktober 1644 aan Jan Arts, de knecht van Pieter De Hond: 2 – 10 – 0.
– Aan twee bundels latten: 1 – 16 – 0.
– Op 25 juni 1644 aan heer Jan Van De Ghylen voor 175 dekstro bij zijn moeder geleverd: 8 – 15 – 0.
– Aan Joos Scheerlinck voor3 potten bier gedronken door Adriaen Van Varenberghe voor het halen van het stro te Erembodeghem met zijn wagen: 0 – 4 – 2.
– Op 16 september 1644 aan Adriaen Michiels voor een lat ijzer: 1 – 10 – 0.
– Op 17 oktober 1644 aan Michiel Vermoesen voor 3 stukken kalk: 2 – 14 – 0.
– Voor het huren van zakken voor twee dagen: 0 – 3 – 0.
– Op 12 oktober 1644 aan Jan De Leeuw, metselaar voor twee dagen werk en voor 3 dagen van zijn diender: 3 – 10 – 0.
– Aan Guillam, de preter[15] van Hekelgem drinkgeld voor ? die op het huis op Hekelgem is gestoken: 0– 6 – 0.
– Op 9 november 1645 aan Jan De Leeuw, metselaar, voor het metselen van de schouw en de kelder: 27 – 0 – 0.
– Aan baljuw Eechout voor 4 jaar huur van zijn stallen wat de gemeente moet betalen: 0 – 0.
– Aan Jan De Leeuw ,metselaar voor het werk: 0 – 7 – 2.
– Aan Michiel de knecht van Gheert Eechout drinkgeld gegeven om een boom te halen in Bauweel op de kluis: 0 – 2 – 0.
– Op 1 maart 1645 aan Peeter Roelant voor 150 dekstro: 6 – 15 – 0.
– Op 25 maart 1645 aan Van Der Poorten te Welle voor 400 dekstro: 18 – 0 – 0.
– Aan Gillis Arijs voor ijzerwerk: 5 – 10 – 0.
– As de gemeentenaren pleisterden en voor 20 schoven stro: 1 – 0 – 0.
– Op 2augustus 1645 aan Michiel Van Varenberghe voor zijn werk aan het huis: 10 – 16 – 0.
– Nog 3 daguren aan diverse personen betaald: 1 – 10 – 0.
– Voor de uitvaart van de koningin van Spanje is door de baljuw Eechout aan de pastoor betaald 6 g en aan de koster 2 g: 8 – 0 – 0.
– Voor de kaarsen van de uitvaart en voor de kerk aan Guillam Van De Mael te Brussel 5 – 12 – 0.
– Aan Michiel Van Varenberch voor 46 voeten bert: 2 – 6 – 0.
– Op 5 november 1645 aan Hendrick Cortvrint voor 30 stukken: 24 – 0 – 0.
– Aan de voerman voor de delen van Aalst tot Teralfene te voeren en tot drinkgeld: 0 – 6 – 0.
– Op 7 november 1645 aan Bartholomeus Van Den Spieghele voor 1550 kareel: 8 – 10 – 2.
– Op 27 juni 1645 aan Franciscus Lambrecht voor 6 kalkzakken: 0 – 15 – 0.
– Op 14 oktober 1645 aan 150 dekstro : 6 – 15 – 0.
– Op 7 november 1645 aan Jan Chenoy voor 400 kareel: 2 – 4 – 0.
– Aan Cypriaen Gheleijn voor 7 707 kareel: 42 – 7 – 0.
– Aan dezelfde Cypriaen voor 300 kareel beloopt – 1 – 13 – 0.
– Op 23 november 1645 aan Michiel Vermoesen voor 400 dubbele Antwerpse pavensteen: 4 – 10 – 0.
– Aan Cornelius Van Langhenhove van Erembodegem betaald voor 200 dekstro: 9 – 14 – 0.
– Aan Andries Raedtmacker op Bouckhout en aan Joos Linthout om diverse stukken te zagen: 4 – 6 – 0.
– Nog betaald aan 4 daguren: 2 – 0 – 0.
– Op 29 november 1645 aan 8 vaten kalk:
– Op 13 november 1645 aan Jan Eeman voor een bundel latten en 7 dagen werk: 4 – 10 – 0.
– Aan Niclaes De Reus voor 3 dagen en een half werk: 1 – 5 – 0.
– Aan dezelfde en aan Cornelius Van Langhenhove voor een bundel latten: 1 – 0 – 0.
– Aan dezelfde en aan Joos Van Nuwenhove voor 5 dagen werk: 2 – 10 – 0.
– Aan dezelfde en aan Jan De Vrindt voor 5 dagen en een half werk: 2 – 5 – 0.
– Nog betaald voor 3 daguren: 1 – 10 – 0.
– Voor twee latten: 0 – 2 – 2.
– Op 29 november 1645 aan Gregoir Dons, steenkapper, voor een dag werk: 0 – 18 – 0.
– Op 27 november 1645 aan timmerman Jacques Sterck voor 22 dagen werk: 17 – 18 – 0.
– Op 8 december 1645 en op 1 maart 1646 aan Jan De Leeuw voor de kamer, keuken, voorvloer, kelder en spiende te paveren en de trappen te metselen etc: 10 – 0 – 0.
– Op 4 januari 1646 aan Josijn De Leeuw voor nagels door haar geleverd: 13 – 2 – 0.
– Aan Micjhiel Vermoesen te Aelst in het kalkhuis: 47 – 11 – 0.
– Peeter Eechout de jonge heeft geleverd: 4 berden door de koster, op 10 oktober 1645 32 voeten bert, gemeten door Jaeck Sterck, timmerman, en op 12 dito nog 60 voeten bert door dezelfde gemeten, op 30 augustus 1645 heeft hij nog geleverd een boom voor 8 g.
– Aan Gheert Eechout: 19 – 8 – 2.
– Aan Michiel Meert, slotenmaker te Aalst: 21 – 0 – 0.
– Op 22 januari 1646 aan Gillis Arijs voor ijzerwerk: 0 – 16 – 0.
– Nog aan 2 lenen, 2 …. , 3 grendels met 2 krammen, een houvast, het kelderslot met de sleutel en aan een sleutel voor de grote kamer: 1 – 11 – 2.
– Aan Jan Bronckost voor een glazen venster op de zolderkamer: 1 – 0 – 0.
– Aan Franciscus Cortvrint over 4 delen ? op 27 november 1645: 3 – 4 – 0.
– Op 13 juni 1646 aan Merten Kuijpers voor wijmen: 2 – 0 – 0.
– Op 30 mei 1646 aan Joos De Pape en Adriaen De Leeuw voor 433 voeten kepers, rijghels ende wormeijnden door hem gezaagd: 3 – 10 – 0.
– Op afkorting en betaling van het gekocht huis door Cornelius Van Langhenhove, schepen, aan Guillam Van Den Meerssche: 33 – 0 – 0.
– Op 4 maart 1645 aan Guillam Van Den Meerssche de volle betaling door de baljuw Eechout en Cornelius Van Langhenhove, schepen te Aalst: 44 – 0 – 0.
– Voor de onkosten door Gilliam Van Den Meerssche voorgeschoten door de baljuw en Langhenhove: 1 – 13 – 0.
– Jan Eechout op afkorting van zijn rekening aan het curenhuis gezaagd hout: 14 – 6 – 0.
– Aan Gheert Eechout voor een stijl 9 voeten lang en een plaat 21 voeten lang: 3 – 0 – 0.
– Op 17 mei 1646 aan Michiel Van Varenberch, timmerman, voor zijn daguren: 5 – 17 – 0.
– Voor de uitvaart van de prins van Spanje Balthasar Carolus[16] voor de pastoor 6 g en voor de koster 2 g: 8 – 0 – 0.
Somma van de uitgaven: 783 – 7 – 2.
De ontvangst was: 681 – 16 – 2.
Ergo meer uitgegeven als ontvangen: 101 – 11 – 0.
Aldus gepasseerd ter presentie van Niclaes Cortvrint baljuw der vierschaar van Erembodegem, Jan Van Varenberghe en Cornelius Van Langhenhove, schepenen op de laatsten dag van december 1646.
Ik onderschreven beken ontvangen te hebben uit handen van Joos Van Nuwenhove op afkorting van het slot van zijn rekening en de betaling van de schulden van het curenhuis van 101 – 11 – 0 de som van 27I g en 6 st. Item uit handen van Gillis Van Varenberghe de som van 74 g 5 st waarmee ik beken voldaan te zijn.
3 Xbris 1648 Ondertekend Peeter De Vleeschoudere pastoor in Teralfene.
2.De rekening van 22 januari 1671.
– Joos Dierickx van Denderleeuw betaalde een rente van 3 ponden groot van 1656 tot 1661.
– Marten Linthout en Jan Van Vaerenberghe namen de rente over van 1662 tot 1666.
– Hendrick De Schrijver en nadien zijn weduwe Jenneken betaalden de rente 10 g 10 st van Hendrick Snel, zoon van Joos uit Liedekerke van 1660 tot 1665.
– Niclaes Evenepoel van Liedekerke betaalde een rente van 2 ponden groot voor 1656 tot 1670.
– De weduwe van Jan De Bolster van Liedekerke betaalde een rente van 6 g tot 1664.
– Gerardus Van Nieuwenhove[17], getrouwd met Anna De Bolster, dochter van Jan, betaalde 6 g voor 1659, 1660 en 1663 .
– Franciscus Van Vaerenberghe betaalde de rente van 6 g voor 1662.
– Adriaen Van Vaerenberghe, zoon van Geerard en man van Jaecquemijne De Reuse, betaalde voor zijn schoonouders Jaecques De reuse en Catlijn De Schrijver, die een rente hadden van 15 g voor 1657 tot 1668.
– Niclaes De Reuse[18] had een rente van 31 g en 5 st in 1656.
– Adriaen Van Nieuwenhove[19] en zijn vrouw Anna Eeckhout, dochter van Peeter leende een bedrag met een rente van 13 g 5 st die ze betaalden van 166 tot 1669.
– Geert Van Nieuwenhove, zoon van Joos had een rente van 15 g in 1671.
– Peeter De Clerck van Erenbodegem had een rente van 11 g van 1657 1663. Vanaf 1664 betaalde Franciscus De Clerck die rente tot 1668.
– Niclaes De Reuse had een rente van 6 g in1656. Hij betaalde de lening af in 1660.
– Op 22 juni 1661 loste in Sint-Kwintens-Lennik schepen Cornelis Van Langenhove een lening af van 250 g.
– Adriaen Van Nyghem betaalde een rente van 7 g van 1663 tot 1665.
– De rente van Gillis Van Blijenberghe uit Sint-Katharina-Lombeek bedroeg 6 g 5 st liep van 1661 tot 1665 en in 1666 betaalde zijn weduwe.
– Jan Van De Maele had een rente van 3 g ½ st en betaalde van 1660 tot 1664.
– Jan De Witte en Cathlijn Eeckhout, zijn vrouw hadden een rente van 6 g volgens de schepenbrief van 20 oktober die liep van 1665 en in 1669 werd afbetaald.
– Joos en Peeter Van Varenberghe, zonen van Adriaen hadden een rente van 6 g vaaf 1667.
– Jan Van Varenberghe, zoon van koster Peeter kreeg een lening van de Kerk en de armen van 15 g 9 st waarvoor hij jaarlijks 19 ½ st moest betalen van 1660 tot 1665..
– Machiel Arijs, zoon van Gillis, betaalde een rente van 30 g vanaf 1666.
– Op 19 april 1660 6 g betaald aan Peeter Van Nijghen, zoon van Peeter en zijn vrouw Gillijn Van Den Broeck in tegenwoordigheid van schepen Cornelis Van Langenhove, Niclaes De Reuse en Adriaen Van Nieuwenhove. Later werd het bedrag aan Adriaen Van Nijghen en zijn vrouw Jenne De Peutter betaald.
– Op 10 november 1660 6 5 st betaald aan Gillis Van Blijenberghe in aanwezigheid van de schepenen Michiel Eeckhout en Cornelis Van Langenhove.
– Op 15 februari 1661 ontvingen oud-baljuw Michiel Eeckhout en de schepen Cornelis Van Langenhove van de vierschaar van Erenbodegem, om te voldoen aan rente van 4 ponden groot voor de Kerk van Teralfene
– Aan Smiedts voor het schilderen van God aan ’t kruis, de H. moeder Maria en Sint-Jan, het buitenwerk rondom het hoogaltaar: 30 – 0 – 0.
– Op 27 juli 1661 te Brussel op de vaart aan Bartholomeus Van Turnhout voor 30 geschelpte delen waarmee het koor van Sint-Jan is gelambriseerd: 17 – 5 – 0.
– Op 6 juli 1662 aan dezelfde Bartholomeus Van Turnhout voor 16 geschelpte delen om een helft van het koor van Onze-Lieve-Vrouwkerk te lambriseren: 8 – 16 – 0.
– Op 24 december 1661 aan Jan Coeck, timmerman, voor het lambriseren van Sint-Janskoor en gekruisigde God met Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan tegen de muur van de kerk te plaatsen: 20 – 0 – 0.
– Aan meester Jan Van Den Kroegh, schilder van Antwerpen, op 13 december 1661: voor twee schilderen en door hem geleverd aan de kerk van Teralfene, te weten Christus zittende op de blauwe steen en Onze-Lieve-Vrouw ……….. die in het hoogkoor hangen: 40 – 0 – 0.
– Op 16 december 1661 aan schrijnwerker van Affligem voor de twee lijsten voor de twee schilderijen: 3 – 5 – 0.
– Op 3e maart 1662 aan meester Jan Cortvriendt 350 g voor het altaar Onze-Lieve-Vrouw: 132 – 9 – 0.
-Aan Jan Coeck, timmerman, voor het zagen van bert en rebben voor de kerk op 13 maart, 28 mei en 2 november 1662: 7 – 7 – 3.
– Aan de heer Carel Van De Kerckhove, pastoor van Liedekercke, op 17 december 1661 voor het grote schilderij in het hoogkoor van de kerk: de boodschap van H. Engel Gabriel aan de moeder Gods: 30 – 0 – 0.
– Aan de schrijnwerker van Affligem voor de lijst van deze schilderij: 3 – 0 – 0.
– Aan Jan Van Varenberghe, koster, op 14 october 1662 voor een eijcken bole voor de kerk om daarvan rebben te zagen: 5 – 0 – 0.
– Betaald aan Jan Van Varenberghe, zoon van kerkmeester Geert, om aan de armen uit te delen en de de schulden van de kerk te betalen volgens zijn rekening van 19 december 1662: 89 – 4 – 3.
– Op 12 januari 1663 aan Cornelis Van Nieuwenhove, timmerman, voor het lambriseren van het koor; 19 – 10 – 0.
– Op 20 februari 1663 betaald aan Jan Van Nieuwenhove voor 125 voeten abelen planken: 5 – 12 – 2.
– Voortot het lambriseren van het koor van Sint-Jan aan nagels, planken en rijgels en het wat hij te kort kwam om de deur te maken van de ingang van het Sint-Janskoor om naar boven te gaan: 5 – 17 – 3.
– Op 20 december 1662 betaald aan Jan Van Varenberghe, koster, voor een eiken bole om daarvan 2 schoren te zagen voor het stutten van de balk op de klokzolder in de toren: 2 – 6 – 0.
– Op 20 februari 1663 aan meester Jan Van Den Kroegh, schilder van Antwerpen, voor het altaarstuk van Sint-Jan in de olie te zetten: 84 – 0 – 0.
– Op 27 april 1663 aan Lauwreijs Bolli, steenhouwer te Brussel, voor een schelp van Barbansonsteen voor een wijwatervat voor de kerk: 10 – 0 – 0.
– Op 27 juni 1663 aan Jan Couck, timmerman, om alle balken aan drie zijden te schaven en het hout aan kant die van beneden te zien is en voor het venstergat op de zuidzijde op den zolder twee vensterdeurtjes te maken. Ook voor de plank beneden de zoldering, om een brandgat met een deur in de beuckzolder te maken, om op de hoogste klokzolder de watervensters met de rijghelen te stellen en te nagelen, om 2 schoren te zetten onder de balk in de eerste torenzolder en de balk recht te zetten zodat het anker van buiten de toren recht staat, om de klene klok op te schorssen en te hernagelen, om aan de trap en de deur een vierkante kassijn te maken om van de laagste torenzolder op den beukzolder te gaan: 22 – 0 – 0.
– Aan dezelfde voor anderhalve dag werk in de kerk: de trap af te doen, de winde te maken en voor de nagels: 2 – 0 – 0.
– Op 30 juli 1663 aan Matthieus Van Hecke voor 60 delen planken voor de kerk waarmee de beukzolder gelegd: 35 – 13 – 2.
– Voor 9 balken voor de beukzolder van de kerk: 12 – 12 – 0.
– Op 27 oktober 1663 aan Philips Brack, metselaar voor 4 dagen in de kerk te metselen, te weten: het deurgat te kappen om op de zolder te komen, het oud deurgat toe te metselen, de kerk te witten en alles te repareren met zijn knaap: 6 – 0 – 0.
– Op 30 oktober 1663 aan Adriaen Gillis te Aalst voor 1 100 zolderijzers voor de beukzolder: 3 – 6 – 0.
– Op de 25 maart 1664 aan J. De Coninck, griffier van de bank van de heerlijkheid van Kruikenburg voor een schepenbrief van 6 g 5 st per jaar ten voordele van de kerk en de armen van Teralfene en tot last van Gillis Van Blijenbergh en zijn vrouw Martijne Rollet: 2 – 17 – 0. En aan Merten De Kuijper, preter van Sint- Katherina-Lombeek: 0 – 3 – 0.
– Op 19 september 1664 aan Matthieus Van Hecke voor 13 planken voor de kerk: 11 – 4 – 0, voor het transport per schip: 10 st 2 o, voor 12 balken 12 voeten lang voor de laagste zolder van de toren: 14 – 8 – 0.
– Op 23snovember 1664 aan meester Jan Cortvriendt de eerste betaling voor het Sint-Jansaltaar door hem gemaat en geleverd voor 330 g te betalen in drie schijven, hier: 100 – 0 – 0.
– Op 20 oktober 1664 aan Jan De Witte en zijn v rouw Cathlijn Eeckhout de jaarlijckse rente tvoor de kerk en de armen van Teralfen: 96 – 0 – 0.
– Op 28 oktober 1664 aa Jan Couck, timmerman, voorr het leggen van de eersten zolder van de toren: 8 – 0 – 0. Voor de nagels: 1 – 10 – 0.
I- Op 28 oktober 1665 aan meester Jan Cortvriendt de tweede betaling van Sint-Jansaltaar: 100– 0 – 0.
– Op de laatste dag van december 1665 aan meester Jaecques Gaudiciabroies te Aelst voor Machiel Arijs een rente van 30 g ten laste van Michiel Arijs: 80 – 0 – 0.
– voor het verloop van negen maanden en 16 dagen, te weten: van 15 maart 1664 tot 31 december 1665: 23 – 17 – 0. De rente van 30 g verschijnt jaarlijcks op 15 maart en het eerste jaar van betaling is 15 maart 1666 met conditie dat hij deze rente mag lossen in twee schijven, elke keer de helft van de som, te weten 240 g.
– Op 27 maart 1667 aan meester Arnoud De Cock, schrijnwerker van Hekelgem voor een zitbank voor het koor van Sint-Jan, daarin begrepen de mondkosten: 18 – 8 – 0.
– Op 25 mei 1667 aan juffr. Marie Coty, vrouw van meester Jan Cortvriendt op afkorting van de derde betaling van het Sint-Jansaltaar: 51 – 0 – 0.
– Op 18 februari 1669 aan Michiel Arijs voor 124 ponden ijzerwerk, ankers en andersints, voor de pastorie: 15 – 10 – 0.
– Op 7 juni 1669 aan Niclaes Evenepoel voorr 186 voeten planken bij hem geleverd voor de bouw van de pastorie: 6 – 14 – 1.
– Op den 21oktober 1668 betaald aan Francijn Eeckhout, vrouw van Geert Eeckhout[20] voor een populier voor de bouw van de pastorie: 7 – 0 – 0.
– Op 20 mei 1669 aan Jacobus De Ladron voor 3 populieren en 1 abeel voor de bouw van de pastorie: 21 – 15 – 0.
– Op 28 juli 1669 voor een kar en een half kalk voor de bouw van de pastorie te Brussel aan Margriet Buscops: 5 – 5 – 0. Voor de vracht van Brussel naar Teralfene: 1 – 16 – 0.
– Op 9 juni 1669 aan de baljuw Arnoud Cortvriendt voor 7 populieren aan 5 g het stuk en nog 3 populieren aan 3 g het stuk en 50 latte boomen aan 3 g 15 st voor de bouw van de pastorie: 47 – 15 – 0.
– Op 14 juni 1669 te Brussel aan de weduwe van Batholomeus Van Turnhout wonende op de vaart voor 13 delen berders aan 15 st het stuk: 9 – 15 – 0.
– Op 22 maart 1670 aan de griffier Waesbergh voor de rentebrief tot last van Machiel Arijs en de cassatie van de oude rentebrief ten profijte van meester Jaecques Gaudiciabroies: 1 – 10 – 0 en om voor de kerk en de H. Geest van Teralfene een nieuwe brief te schrijven.
– Op 17 oktober 1670 aan meester Jan Cortvriendt op afkorting van het Sint-Jansaltaar: 12 – 0 – 0.
– Op 28 oktober 1670 aan Joos en Peeter Van Varenberghe, broers en zonen van Adriaen waarvoor zij aan de kerk en de H. Geest moeten betalen jaarlijks 6 g, het eerste jaar op 28 oktober 1671: 96 – 0 – 0.
– Op 6 januari 1671 aan pater Vicarius van Muilem voor 5 000 kareelstenen voor de bouw van de pastorie: 31 – 5 – 0.
– Op 28 december 1669 aan Geerard Van Nieuwenhove, zoon van Joos, waarvoor hij aan de kerk en de H. Geest moet betalen een rente van 15 g bepand op zijn hofstede, groot 1 d en 22 r, met het huis, schuur en ast: 240 – 0 – 0.
– Op 20 januari 1671 aan Peeter Schellinck voor de aankoop van 10 bomen, zowel abelen als populieren voor de bouw van de pastorie: 19 – 10 – 0.
– Op 8 april 1670 aan de baljuw van Liedekerke voor de aankoop van een 4 eiken uit Liedekerkebos voor de bouw van de pastorie: 19 – 16 – 0.
– Op 8 oktober 1670 aan Arnoud Cortvriendt voor een eiken bole voor rebben voor de pastorie: 24 – 0 – 0.
– Op 7 november 1670 aan meester Jan Lippens, schilder van Aalst over het ……. van de schilderij van Onze-Lieve-Vrouwaltaar door hem van de Fransen gekocht en voor het repareren en vernissen van de schilderij: 10 – 16 – 0.
– Op 28 november 1670 aan Peeter Eeckhout, zoon van Michiel voor een populieren bole om planken te zagen voor de pastorie: 8 – 10 – 0.
– Op 6 december 1670 te Brussel gehaald 3 karren kalk aan 3 g 10 st per kar met 1 wagen met vier paarden: 12 – 0 – 0.
– is de pastoor ………. over XII jaar: 36 – 0 – 0.
Summa van de uitgaven: 2537 – 17 – 2.
Den ontvangst: 2589 – 4 – 2.
Dus meer ontvangen dan uitgegeven: 51 – 7 – 0.
1660. Een lening aan Gillis Van Bleijenberghe[21].
Op 14 december 1660 verschenen Gillis Van Bleijenberghe en Martijne Pollet voor baljuw Martinus De Coninck en de schepenen van de bank en heerlijkheid van Kruikenburg, Wambeek, Lombeek en Ternat voor de opstelling van de akte van een lening. Pastoor De Vleeschoudere leende hen 100 rijnsgulden met een erfelijke rente van 6 g 5 st te betalen aan de armenmeester van Teralfene. Als pand gaven ze een hofstede en 1 d land gelegen aan De Esschene Winckele en palend aan Andries Timmermans, de erfgenamen Erasmus kieckens en de heer ontvanger.
Pastoor Ludovicus De Clerck stelde op 4 maart 1702 het testament op van de zieke Geerart Van der Elst. Geerart bepaalde dat:
1. Zijn begrafenis moest plaats hebben in Teralfene en dat kort na zijn overlijden 100 missen moeste worden gecelebreerd voor zijn zielenheil.
2. Tijdens de uitvaart er te Erembodegem, Muilem en Essene een kaars moest branden met uitdeling van brood aan de armen van Teralfene voor een bedrag van 15 g..
3. Voor een eeuwigdurend jaargetijde voor hem en zijn broers schonk hij aan de kerk van Teralfene 1 d meers gelegen in de Bollemeersch te Liedekerke. Voor elk jaargetijde zou de pastoor 1 g ontvangen en de koster 10 st.
4. Zijn zus Joanna gaf hij voor haar hulp ½ d bos gelegen in het Elsbos.
Gaspar Van vaerenbergh en Peeter Eeckhout waren de getuigen.
Op 21 mei 1715 legde pastoor Ludovicus De Clerck de Rekeninghe, bewijs ende reliqua voor aan de baluw, de meier en de schepenen ende dat van de penningen die den voornoemde heere pastoor genoten ende ontfangen heeft van diversche kerck ende armmeesters ende den uijtgeef bij den selven daer jegens gedaen
Ontvangsten.
– Van G. Arijs, ontvanger van de kerk en de armen: 574 – 18 – 0.
– Van Peeter Vareman, ontvanger: 37 – 12 – 0.
– Van Adriaen Van Droogenbroeck, ontvanger: 75 – 0 – 0.
– Van Michiel De Busschop, ontvanger: 42 – 0 – 0.
– Van mijnheer Blondel, heer van deze parochie,uit pure jonste voor het maken van een nieuw altaar: 96 – 0 – 0.
– Gehaald uit het offerblok van de H. Drievuldigheid: 30 – 0 – 0.
– Van Adriaen Van Droogenbroeck als kerkmeester: 28 – 6 – 0.
– Van Michiel De Busschop: 49 – 0 – 0.
– Van Peeter Vaereman: 21 – 0 – 0.
– Van Geeraert Eeckhout: 63 – 0 – 0.
– Van de heer proost, gewezen landdeken van Aalst: 28 – 0 – 0.
– Ontvangen van de dochters van deze parochie voor het versieren van het beeld van Onze- Lieve-Vrouw: 17 – 3 – 0.
– Voor den aflegh van Jan Van Nieuwenhove, zoon van Geeraert: 56 – 0 – 0.
– Van Judocus Van Den Abbeele: 9 – 2 – 0.
– Van Michiel De Busschop: 75 – 11 – 0.
– Van Haerenaut Eeckhout: 21 – 4 – 0.
– Van Jan Van Nieuwenhove en Adriaen De Busschop van het verkocht goed van juffr. Meulemans, begijntje: 8 – 0 – 0.
– Van Geeraert Eeckhout: 26 – 2 – 2.
– Van Peeter Vaereman: 17 – 0 – 3.
Uitgaven.
– Een voorschot op het schrijven van een obligatie ten profijte van deze kerk en armen tot last van Peeter De Brand en Jan Van Nieuwenhove, zoon van Geert: 4 – 1 – 0.
– Een obligatie voor Joos Suijs ten profijt van deze kerk en de armen: 60 – 0 – 0.
– Betaald aan een nieuw altaar en twee schilderijen voor het hoogkoor: 670 – 0 – 0.
– Aan nagels, kalk en andere kleine bagatellen: 8 – 18 – 0.
– Voor mondkost van de werklieden van het altaar: 30 – 0 – 0.
– Betaald voor het draaien van de klokzelen: 8 – 15 – 0.
– Betaald aan de glazenmaker om de vensters van de kerk te repareren: 9 – 10 – 0.
– Diverse aalmoezen: 7 – 4 – 0.
– Betaald aan de timmerman en de smid voor het maken van het doksaal en het repareren van de vint?: 21 – 9 – 0.
– Betaald aan de heer Gabriel Verbruggen, ontvanger van de cijnzen van mijnheer Gottignies voor de jaren 1705, 1706, 1707, 1708, 1709 en 1710: 8 – 0 – 1.
– Betaald voor een nieuwe lamp en wierookvat: 14 – 2 – 0.
– Voor een obligatie aan Gillis Cristaens op 26 mei 1713: 56 – 0 – 0.
– Een obligatie tot last van Elisabeth De Veust op 7 februari 1713: 28 – 0 – 0.
– Een obligatie tot last van Adriaen Slachmeulen op 5 maart 1713: 18 – 0 – 0.
– Betaald aan juffr. Schutters voor een kleed van Onze-Lieve-Vrouw: 43 – 0 – 0.
– Aan de heer Franciscus Van Raffelghem van Aalst voorde levering van twee zilveren kronen: 17 – 3 – 0.
– Betaald voor drie gringels: 3 – 0 – 0.
– Betaald aan Peeter De Rooster voor het maken van twee kasten: 98 – 10 – 0.
– Een obligatie op 21 maart 1714 aan Jan Van Nieuwenhove, zoon van Geeraert: 28 – 0 – 0.
– Voor acht dagen kost aan twee werklieden die aan de kasten hebben gewerkt: 8 – 16 – 0.
– Een lening afgelost aan Joos Van Nieuwenhove, zoon van Geeraert: 112 – 0 – 0.
– Voor het maken van de schepenbrief: 2 – 17 – 0.
– In 1714 een obligatie ten profijte van de kerk voor Michiel Meert: 224 – 0 – 0.
– Aankoop van drie alben en amicten en het communiekleed: 53 – 3 – 0.
– Om twee kisten naar Brussel te zenden: 2 – 16 – 0.
– Voor een manuaal om de zieken te administreren: 0 – 18 – 0.
– Voor een nieuw doek met kant; 3 – 6 – 0.
– Gerestitueerd aan Cornelis Arijs dieaan de kerk te veel had betaald: 0 – 15 – 0.
– Voor het marbeliseren van de voet dienend voor het opstellen van het venerabel: 1 – 1 – 0.
– Voor de heer pastoor voor zijn devoren gedaen in vacaties te Mechelen, Brussel als elders voor de kerk van 6 jaren tot nu: 6 – 0 – 0.
– Aan de baljuw en schepenen voor het passeren van deze rekening: 1 – 10 – 0.
– Aan de griffier voor de kopie: 3 – 0 – 0.
– Aan dezelfde voor het passeren en calculeren van deze rekening: 0 – 15 – 0.
Summa van de uitgaven 1554 – 9 – 1.
De ontvangst bedroeg 1475 – 0 – 0.
Dus meer betaald: 79 – 9 – 1.
Aldus wettelijk gepasseerd in de absentie van de heer baljuw met zijn consent ter presentie van Jan Baptist Touriani en Michiel De Busschop schepenen.
Op 15 oktober 1719 gaven de pastoor en de baljuw een bos van 75 r in cijns aan Michiel Vertonghen gelegen in de parochie van Erembodegem, palend aan “Den Raesenbosch”, de heer Jan Rogier Caijman[25] voor een termijn van 29 jaar. Het bos behoorde toe aan de pastorie van Teralfene. De cijns bedroeg vier gulden tien stuivers boven de last van een kapoen en twee …. ten profijte van de spijker van Aalst en ook alle andere lasten die vanwege zijne Majesteit daarop zou gevraagd worden. De aanvaarder zal het bos in gebruik kunnen nemen vanaf november 1718. De eerste betaling is voor november 1719. Dat alles op conditie dat de aanvaarder enkele edifitiën op de cijnsgrond mag oprichten. Hij dient de cijns jaarlijks te betalen aan de pastoor. Volgens de authorisatie verleend door de aartsbisschop van Mechelen op 14e 8ber 1719 dient de aanvaarder suffisante borg te geven. Jacobus De Coninck heeft zich met zijn goederen als borg opgegeven, alsook zijn erfgenamen..
De akte werd opgesteld op ? januari 1720 overstaan van Gillis Arijs preter loco meier en de schepenen Adriaen De Schrijver, Peeter Van Den Driessche en Jans Verleijsen.
OP 24 januari 1703 stelde Jaecques Ignatius Willems, openbaar notaris geadmitteerd bij hooge ende moghende heeren van den Raede in Vlaenderen te Aelstresiderende het testament op van Hendrick De Bolle[27], zoon van Joos. Zijn uiterste wil is:
1.Begraven te worden in de kerk van Sint-Jan van Teralfene met een zerk op zijn graf van drie voeten in het vierkant.
2. Kort na zijn overlijden zullen tot lafenis van zijn ziel 100 requiemmissen gecelebreerd worden van zes stuivers. Daarvan moeten dertig missen gecelebreerd worden door de paters Karmelieten van Muilem en vierentwintig missen door de paters Kapucienen van Aalst en de resterende missen door de heer pastoor van Teralfene.
3. Tot lafenis van zijn ziel zal jaarlijks en voor eeuwig een jaargetijde gecelebreerd worden.
4. Voor de zielen van zijn ouders, Joos De Bolle en Anna Van Geite, voor Hendrick De Bolle en Marie Van Geite, zijn oom en moijken en de zeven zonen van Joos De Bolle en Anna Van Geite zal eveneens een jaargetijde gecelebreerd worden op de dag van zijn overlijden. Een tweede jaargetijde zal opgedragen worden onder het octaaf van Allerheiligen.
5. Jaarlijks zal op zijn jaargetijde gecelebreerd in Teralfene en dat voor eeuwig aan de armen Teralfene voor twintig stuivers aan brood uitgedeeld worden. Voor die twee jaargetijden zullen de pastoor en de koster samen een gulden zestien stuivers ontvangen en de kerk voor wijn en kaarsen samen veertien stuivers.
6. Voorts wil hij dat voor het beeld van den H. Jozef, dat hij zal laten maken voor de kerk jaarlijks een witte wassen kaars van drie gulden zal branden op alle zondagen en heiligdagen gedurende de mis en dat de kaars in de processie van het H. Sacrament zal gedragen worden door naaste vrienden. De kerkmeester zal hen die kaars overhandigen.
7. Alle vermelde taken moeten volbracht worden door zijn erfgenamen die ook verplicht zijn de twee jaargetijden met het brood, kaarslicht, wijn en de rechten van pastoor en koster en de kaars voor het beeld van de H. Jozef, samen zes gulden tien stuivers per jaar, te bezetten op suffisante panden en gronden tot voldoening van de heren proviseurs van de kerk. Dat moet gebeuren kort na zijn overlijden en vooraleer zijn erfenis wordt verdeeld.
Het testament werd op
gesteld te Aalst in aanwezigheid Ludovicus De Clerck en François Van Den Hauwe op 24 januari 1703.
Aan het testament werd tot tevredenheid van de pastoor en de proviseurs van de der kerk voldaan met de betaling van XXII ponden groot en drie gulden voor de kaars van Sint-Jozef en van vier gulden door Adriaen De Bolle aan de kerk op 6 februari 1716.
Nasleep.
Op 20 april 1730 richtten Adriaen De Bolle en Jan Van de Velde, erfgenamen van Hendrick De Bolle, een schrijven aan de burgemeester en de schepenen van de prochie ende vierschaere van Erembodeghem ende Teralphene met betrekking tot de testament van Hendrick. Op 6 februari 1706 betaalden zij de 22 ponden groot en 13 stuivers voor het jaargetijde van Hendrick zoals bepaald was in zijn testament. Zij wezen erop dat het jaargetijde niet meer werd gecelebreerd evenmin als de uitbdeling van brood aan de armen niettegenstaande hun vriendelijke vermaningen aan pastoor De Clercq en de kerk- en armenmeester Cornelis Arijs. De pastoor en de kerkmeester stelden dat de 22 ponden groot en 13 stuivers onvoldoende waren om de kosten te dekken. Om een proces te vermijden stelden ze voor om uit eigen borse drie ponden groot in de comme van de armenmeester te deponeren op conditie dat daarmee de verplichting om eeuwig het jaargetijde te celebreren met de brooduitdeling zou vervallen. Op 13 februari 1731 ondertekenden Adriaen De Bolle en Jan Van de Velde de overeenkomst.
Adrianus Philippus Du Four, zoon van Petrus en Catharina Berrevoets, werd gedoopt op vrijdag 6 maart 1693 in Ninove. Hij overleed op woensdag 16 april 1749 in Teralfene, 56 jaar oud.
Het manuaal is ingebonden in een perkamenten boekband.
In 1734 stelde pastoor Du Four zijn handtboeck van inkomsten verbonden aan zijn ambt op. Het ging om alle de pastorale goederen, cijnzen, rechten en molumenten met vermelding van de goederen gelegen in Teralfene, Hekelgem, Liedekerke, Erembodegem en Iddergem die hij op kerstavond 1734 opnieuw verpachtte onder de volgende voorwaarden:
1. De pachters zijn verplicht bovenop de pachtsom ook alle lasten en contributies van de overheid aan de ontvangers van de vermelde parochies te betalen.
2. Als de pacht zes weken na de vervaldag niet is betaald, dan kan de verhuurder de goederen aan een ander verhuren zonder tussenkomst van de twee steden van het Land van Aalst, Aalst en Geraardsbergen of enige andere instantie.
3. De pachters verbinden zich ertoe dat, in het geval zij de hoger vermelde dorpslasten niet betalen, de verhuurder de achterstallige gelden kan verhalen op hun persoon en op hun huidige en toekomstige goederen en dat van hun erfgenamen. Alle kosten daarvan zijn door hen te betalen.
4. De pachters moeten het pachtcontract ondertekenen of hun merkteken zetten in aanwezigheid van twee getuigen.
De pastorale goederen gelegen in Teralfene.
1. Een half bunder land op De Heuvels palend aan palend aan Joos Van Nieuwenhove en Francis De Pauw, met de andere zijde aan Judocus Van Den Abbeele en Guillam Cortvrint. Gepacht door Jan Beeckman voor een termijn van zes jaar voor de som van 14 gulden per jaar plus alle lasten die de majesteit kan opleggen volgens de condities hiervoor vermeld. Bovendien moet hij 14 dagen voor de kermis van Teralfene twee koppel kiekens leveren.
Jan Beeckman sloot dan op kerstavond 1740 een nieuw contact voor 6 jaar af voor 16 g en twee koppel kippen.
2. Een half dagwand meers gelegen achter Den Daal, palend west het goed van Affligem, oost de kerk van Teralfene en de losweg, noord Cornelis Arijs. De pastoor verkocht in 1737 het hooi met de tommaert aan Martinus Tastenoy voor 7 g met een koppel kiekens, in 1738 aan Pieter ? van Hekelgem voor 6 g en de toemaat aan Pieter Steenhout 2 g 2 st, in 1739 aan Bastiaen Van Mol met de toemaat voor 8 g. In 1739 verpacht aan Pieter Van Den Berghe voor 6 jaar voor 7 g en een koppel kippen. Op het einde van de termijn was Pieter de pastoor nog 16 stuivers schuldig en hij noteerde in zijn manuaal: niet meer aen den selven te verhuren als sijnde eenen quaden betaelder. Dient voor memorie.
3. Een meers op Den Dender, groot elf roeden, palend met een zijde aan Arnhout Eeckhout en met de andere zijde aan Charel Van Ginderdeuren. Verpacht aan Pieter Van Den Bergh samen met Het Pesterveld” op Hekelgem.
4. Een hoplochting van 213 r, palend aan Judocus Van Den Abbeele, west de straat, oost de voetweg en zuid Francis Van Vaerenbergh, gebruikt bij de heer pastoor.
5. Een hofstede palend west de straat, noord de weduwe van Joos Van Vaerenbergh, oost de voetweg en zuid Judocus Van Den Abbeele, groot 142 r, verhuurd van jaar tot jaar aan Jacobus Van Den Berghe met alle lasten en contributies voor 12 g en een varkenshesp vanaf de Kerstmis van 1735. Voor de helft verhuurd aan dezelfde tot Kerstmis 1740 voor 6 g en twee koppel kiekens ieder jaar voor kermis. Nu verpacht aan Judocus Koeck en Jan Christiaens voor een termijn van 6 jaar vanaf 1742 voor 15 g en een koppel kiekens te geven 14 dagen voor de kermis.
6. Een land op Den Bremt, groot 60 r, palend noord en west het goed van de abdij, zuid de straat, west Pieter Van Janbeeck, weduwnaar, verhuurd aan Pieter De Coninck voor 6 g en twee koppel kippen vanaf kerstmis 1734 voor 6 jaar.
7. Een land op Den Bocht, 15 r verhuurd aan Joos Vaereman voor een termijn van 6 jaar voor 21 st en een koppel kiekens, vanaf kerstavond 1734, andermaal verhuurd aan Vaereman voor 6 jaar voor 24 st. Zijn zoon betaalde voor 1744 tot 1748.
8. Het bos Den Papenhoek gelegen achter Den Daal, groot 57 r, palend west en noord het goed van Affligem, oost Jan Eeckhout en Michael De Buscop, zuid dezelfde Buscop. De pastoor verhuurt jaarlijks het gras voor 3 g met last van de riolen te ruimen door pachter Hendrick Meuleman op zijn kosten, ingaande Kerstmis 1740.
9. Hendrik Meuleman huurt 1/3 van het gras van Den Bauweel voor de som van 2 g met last van op zijn kosten te rajoullen, ingaande Kerstmis 1742. Hij moet jaarlijks leveren een koppel kiekens 14 dagen voor de kermis. Hij heeft al een stuk varkensvlees van 3 pond à 3 st het pond geleverd.
10. Nog 1/3 van het bos op Den Bauweel, groot 41 2/3 r. Blijft in het bezit van de pastoor en als de bomen worden verkocht is 1/3 voor de pastoor. De Kerk heeft de helft getrokken van de verkoop van een es staande in de kant van de weide verhuurd aan Jan Beeckman. Ik moet dus de helft hebben van de bomen aan het hopveld van Beeckman. Den onderwas van het gras is verhuurd aan Hendrik Meuleman met last van ruimen voor 2 g zonder korting op de pachtsom, ingaande op kerstavond 1742 en alle jaren een koppel kiekens. In 1742 betaalde hij 2 g voor 3 jaar in plaats van de kiekens en de andere jaren bleef hij schuldig.
11. Van het bos Den Daal is het gras verhuurd aan Hendrik Meuleman voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1740 voor de som van 3 g met last van op zijn kosten te roiioulen en alle 3 jaar een koppel kiekens te geven14 dagen voor de kermis. Verkocht aan dezelfde 300 dekstro aan 3 g 5 st1 o het honderd, komt op 9 – 15 – 1.
Ik heb voor Hendrik 2 missen gelezen en in 1743 3 vaten graan gehaald aan 12 st, komt op 1 – 16 – 0. In 1744 haalde de knecht 6 vaten graan aan 12 st, komt op 3 – 12 – 0 en in 1746 nog 5 vaten aan 16 st.
De goederen te Liedekerke.
1.Op De Bordelle een meers groot 1 d 20 r, palend west en oost het goed van Affligem, noord Cornelis Eeckhout, zuid ……….. De pastoor verkocht in 1735 het hooi aan Pieter Droeshout voor 18 g en de toemaat voor 7 g, in 1737 het hooi en de toemaat aan Pieter Van Vaerenbergh en consoorten voor 25 g, in 1738 het hooi voor 18 g aan Jaspar Van Vaerenbergh en de toemaat voor 4 g 10 st aan Jan Boudart. Nadien gebruikte hij zelf het hooi en verkocht alleen de toemaat tot 1745.
2. Een meers van 1 d en 50 r, palend west de eerw. paters Carmelieten van Muilen, noord de Dender, oost het goed van de abdij, zuid ……….. De pastoor verkocht het hooi en hield de toemaat zelf. In 1737 het hooigras verkocht voor 18 g, de toemaat voort 7 g. In 1738 het gras verkocht aan Jaspar Van Vaerenbergh voor 18 g, de toemaat aan Jan Boudart voor 4 – 10 – 0; in 1739 het hooigras verkocht aan Jacobus Van Den Berghe voor 17 g, de toemaat aan dezelfde voor 6 g; in 1740 alleen de toemaat verkocht aan Jacobus Van Den Berghe voor 16 – 14 – 0. In 1741 en 1745 alles zelf gebruikt.
3. Een meers van 1 ½ d, palend west de eerw. paters Carmelieten van Muilem, noord de Dender en oost het goed van de abdij van Affligem, zuid ……….. In 1737 het gras verkocht aan de koster en Jan Van Vaerenbergh voor de som van 18 – 10 – 0, de toemaat aan Joos Vaereman voor 6 – 10 – 0. In 1738 het hooigras verkocht voor 22- 0 – 0, de toemaat aan Adriaen De Reuse voor 8 g; in 1739 het hooigras verkocht voor 23 – 10 – 0, de toemaat 9 – 0 – 0, in 1740 het gras verkocht aan Jan Goossens voor 35 – 0 – 0, de toemaat aan David Verbeecken voor 14 – 0 – 0 en vier schellingen aan knecht en meiden; in 1740 zelf gebruikt.
De goederen te Hekelgem.
1. Een d 7 r land gelegen op Het Pestervelt, palend oost en noord het goed van de abdij van Affligem in pacht bij Gillis Van Den Broeck nu Pieter Van Den Berghe, zuid en west het koutergat en het land van de kerk van Teralfene, verhuurd voor een termijn van 6 jaar voor de 7 g ingaande op kerstavond 1734 en jaarlijks te brengen twee koppel kiekens 14 dagen voor de kermis bovenop de pachtsom. De kiekens geleverd tot het jaar 1738. In 1742 verhuurd aan Judocus Coeck en Jan Christiaens filius Jan voor 12 g met een koppel kiekens.
2. Drie d 50 r land op De Ballei volgens een oud curenboeck, palend west Pieter Eeckhout, de twee ander zijden aan het goed van de abdij komend aan Den Drapdriesch. Verhuurd in drie delen vanaf kerstavond 1734 voor 6 jaar voor 8 g het dagwand waarvan 1 d in gebruik bij koster Jaspar Van Vaerenbergh voor 12 vaten graan volgens het pastoraal boek met last van jaarlijks voor de kermis een koppel kiekens te brengen. Het ander dagwand is verpacht aan de weduwe van Gillis Van Overstraeten voor 8 g voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1734 met ook jaarlijks te leveren een koppel kiekens 14 dagen voor de kermis van Teralfene . Vanaf 1740 verhuurd aan Adriaen Arijs, haar schoonzoon voor 6 jaar voor 10 g met dezelfde condities. Het derde blok verhuurd aan Adriaen Van Vaerenbergh met dezelfde condities en vanaf 1740 en 1746 opnieuw verhuurd aan Adriaan voor 10 g.
De goederen te Erenbodegem.
1.Een land gelegen op Het Hageveld, groot 75 r, palend oost Jan Baptista Van De Maele en erfgenamen van Jan Dedemaecker, west het koutergat, noord Joos Van De Maele filius Jans, verhuurd vanaf kerstavond 1735 aan Joos Beeckman voor 5 g met dezelfde verplichting van jaarlijks een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene. Na de termijn van 6 jaar werd de pacht verlengd met 6 jaar voor dezelfde prijs.
2. Een dagwand 20 roeden land het Ronsevaalveld, verhuurd met dezelfde condities aan Cornelis Arijs voor 6 g en een koppel kapoenen. Vanaf 1737 twee koppel kiekens in plaats van kapoenen.
3. Een voormalig bos van 75 r nu land komend tegen de Kleistraat of Groenstraat en aan de ander zijde De Rozenbos, de andere zijde tegen het goed van Caijman van Aalst, belast in het cijnsboek of spijker van Aalst toebehorend de weduwe De Camps, nu heer De Smet baljuw van het markizaat van Lede met een kapoen en twee deniers per jaar, verhuurd aan Michael Vertonghen en nu overgelaten met consent van de heer pastoor van Teralfene aan Rogier Hutsbaut voor 4 g 10 st 1 kapoen en 2 deniers in de spijker van Aalst en het leveren van een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene.
4. Een dagwand bos op het Letterveldt in het Achter Heijenbroeck, palend oost Francis De Pauw, zuid het goed van de abdij. De pastoor behoudt het bos en kapt het alle acht jaen in twee parcelen. Dient voor gouverne.
Landpacht te Idergem
96 r land, palend oost Jan Lievens, zuid Francis Heeman, west Den Aelsterschen wegh” en noord Francis Heeman. Verhuurd aan Adriaen De Deijnne wonende in Iddergem voor de som van 1 g 8 st en vier vaten koren waarvan hij tweejaarlijks 2 vaten moet geven aan de kerk van Idergem en 2 vaten de kerk van Teralfene en een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene. Op kerstavond verhuurd aan Pieter Sterck voor 6 jaar voor de som van 6 g 10 st en een koppel kiekens te geven 14 dagen voor onze kermis.
Op 18 juni 1735 liet Michael De Biscop, sieck te bedde liggende nochtans sijn verstand en sinnen wel gebruijckende, zijn testament opstellen doorpastoor Dufour. Hij wenste dat zijn uitvaart gebeurde met een plechtige mis met drie priesters om daarna begraven te worden in gewijde aarde. De dag daarna wil hij een mis in aanwezigheid van al zijn vrienden en buren. Op herdenking van zijn sterfdag zal voor eeuwig een jaargetijde opgedragen worden waarvoor de pastoor 1 g zal krijgen, de koster 10 st. en de kerk 10 st. voor de kaarsen en de wijn. De koster zal op de vooravond en de volgende morgen de klokken luiden. Daarvoor krijgt hij 2 st. Als vergoeding schenkt hij een partij land, zijn huis en erf aan de kerk, palend aan de weduwe van Jan Van Nuwenhove, de weduwe van Guillam Van Vaerenbergh, Jan Van Vaerenbergh, zoon van Matthijs en de pastorie.
Als getuigen traden op Judocus De Biscop, broer van Michael en Jan Van Vaerenbergh.
Nicolaes Rousseau stelde op 2 januari 1742 te Brussel het testament op van Catharina Van Nuwenhove, begijnt in het Groot Begijnhof te Brussel. Als executrice stelde zij begijn Anna Maria Stock aan, met volledige autoriteit zodat ze aan iemand van de erfgenamen verantwoording schuldig is. Voor haar opdracht zal ze vijfentwintig gulden ontvangen. Catharina wenste begraven te worden in de begijnhofkerk. Tot lafenis van haar ziel zullen honderd missen worden opgedragen en de begijnen zullen een elk brood en een stuiver ontvangen. Haar bezittingen liet ze na aan Maria Arijs, dochter van Cornelis en Elisabeth Van der Borght en als zij de erfenis niet kan ontvangen aan de kinderen van Anna Arijs, vrouw van N. De Biscop.
Het testament werd opgesteld in het huis van Catharina in aanwezigheid van de kapelaan van het begijnhof Fredinandus Josephus Steurs en Anthonius Ignatius Josephus De Fraije, advocaat.
Op 13 november 1742 hielden pastoor Dufour en kerk- en armenmeester Geeraert Eeckhout[32] een openbare verpachting van de kerkgoederen met volgende condities:
1.De goederen worden verpacht voor een termijn van zes jaar, ingaand op kerstavond 1742.
2. De eerste betaling valt op kerstavond 1743.
3. De grootte van elk perceel is dezelfde als die van de voorgangers.
4. De huurders moeten alle settingen, contributies, de 20ste penning en het wijngeld betalen.
5. Aan de afgaande pachters betalen de nieuwe huurders de prijs van het labeur, de mest en het zaadgoed. Op het einde van de termijn zullen zij dat van de nieuwe huurders ontvangen.
6. In het geval van discussie of onenigheid zullen de burgemeester en de schepenen van de vierschaar als rechters optreden.
7. Als een pachter zich niet naar het oordeel schikt, wordt het gepachte goed hem ontnomen en aan een ander verpacht.
8. Wie meer dan drie jaar pacht aan de kerk of de armen schuldig is, is als pachter uitgesloten.
9. Wie twee met de betaling achter is, verliest het gepachte goed. Het wordt dan een anderen verhuurd.
10. Elke pachter moet twee personen als borg opgeven. In het geval van wanbetaling zullen zij voor de betaling aangesproken worden.
De nieuwe pachters:
– De helft van 1 b meers, gelegen aan De Heuvels en palend aan het goed van de pastorie, Jan Van Vaerenbergh, Thomas Vaereman, laatste pachter Jan Baptista Beeckman: 12 – 0 – 0, plus 16 st wijngeld[33]en ongeld[34]. Borgstellers: Adriaen Meuleman en Jaspar Van Vaerenbergh.
– 1 d 18 r land op De Balleije tegen de Drapdriesch, palend oost het curengoed van Teralfene en het kloostergoed van Affligem, zuid …….. west Peeter Vaereman en anderen en noord Franciscus Van Nieuwenhove, verpacht aan Cornelis Cammu[35], zoon van Michiel, voor 10 – 0 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borgen Peeter Sonck, zoon van Peeter, en Jan Baptista Beeckman.
– 60 r land gelegen op De Balleije”, palend oost Joos Van Vaerenbergh, het goed van Affligem, verpacht aan Adriaen Janssens[36], zoon van Peeter, voor 6 – 10 – 0, plus 6 st wijngeld en ongeld, borgen Peeter De Coninck, zoon van Geeraert, en Franciscus Van Nijghen.
– 62 r land op Het Pestervelt, palend aan het curengoed van Teralfene, de voetweg en ’t kloostergoed van Affligem, verpacht aan Gillis Christiaens[37], zoon van Peeter, voor 7 – 0 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borgen Adriaen Meuleman en Jaspar Van Vaerenberghe.
– 50 r land op Den ?? palend oost de erfgenamen van sieur Hendrick De Smedt, noord de erfgenamen van Peeter Eeckhout en de straat, verpacht aan Gillis Asselman[38], zoon van Cornelis, voor 2 – 15 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borg Franciscus Van Nijghen.
– 1 d land gelegen binnen in Denderleeuw in Den Aelsack, palend oost Joos Van Der Poorten of Jan De Bruijn, west de erfgenamen van Christaen Steppe, verpacht aan Ludovicus Otterbeke voor 5 – 5 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borg Cornelis Schoon[39] zoon van Jan.
– 61 r 10 voeten land liggend in de parochie van Teralfene op De Grootte Cromhaeghe onder De Heuvels, palend aan een zijde Peeter Cortvrindt, de andere zijde de erfgenamen van Geeraert Cortvriendt, verpacht aan Jaspar Van Vaerenbergh, koster voor 6 – 0 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borg Adriaen Meuleman en Jan Baptista Beeckman.
– 1 d en 19 voeten land binnen de parochie op De Clijn Cromhaeghe, palend aan Brabant, oost Michiel Meert, noordwest de volgende partij, verpacht aan Judocus Couck, zoon van Gillis, voor 8 – 10 – 0, 14 st wijngeld en ongeld, borg Franciscus Van Nijghen.
– 48 r land op hetzelfde veld, palend zuidoost de voorschreven partij, Den Bauwel” , verpacht aan Jan Van Mieghem, zoon van Jan, voor 6 – 0 – 0, plus 14 st wijngeld en ongeld, borgen Peeter De Coninck, zoon van Geeraert, en Guilliam Arijs, zoon van Cornelis.
– Twee delen van drie van een half bunder meers, nu het bos Den Bauwel, palend aan Brabant zijn bij de voorgaande verhuring niet verpacht geweest maar worden door de kerk en de armen gebruikt. Het resterende derde competeert de pastorie.
– 18 r meers achter Den Daal, palend aan Carel Van Ginderdeuren, zuid Peeter Vaereman, west Geeraert Eeckhout en noord de pastorie, verpacht aan Jan De Gheijnt voor 1 – 10 – 0, plus 3 st wijngeld en ongeld, borg Jan Vaerman.
– 1 d en 20 r roeden land op Den Steenberg, palend aan ’t goed van de erfgenamen Franciscus De Busschop, noordoost Peeter Eeckhout, beneden tegen De Klapstraat, verpacht aan Peeter De Coninck, zoon van Geeraert, voor 10 – 0 – 0, plus 1 g wijngeld enongeld, borgen Guilliam Arijs, zoon van Cornelis, en Adriaen Janssens.
– ½ d meers gelegen op Den Avinnenbergh, palend aan de kloostermeers van Affligem en tegen de Dender, verpacht aan Peeter Van Vaerenbergh, zoon van Cornelis, voor 4 – 0 – 0, plus 8 st wijngeld en ongeld, borg Adriaen Van Den Abbeele.
– 1 d meers gelegen in Liedekerke genoemd de Bollemeers, vorige pachter Geeraert Van Der Elst, nieuwe pachter Joos De Busschop, zoon van Carel, voor 5 – 0 –0, plus 6 st voor wijngeld en ongeld, borg Adriaen Meuleman, zoon van Gillis.
– een bos gelegen in Erembodegem op het Bosveld, groot 70 r en wordt niet verpacht, het is in cijns gegeven.
Alles wettelijk omgeroepen en verpacht door de heer Franciscus De Pauw, baljuw, ten overstaan van Adriaen Van Den Abbeele en Franciscus Van Nijghen, schepenen van Teralfene op dertien november zeventienhonderd tweeënveertig. Was ondertekend F. J. Verbrugghen.
Op 28 oktober 1762 verkochten baljuw Franciscus De Noose en Adriaen Van Den Abbeele en Frans De Doncker schaarhout uit het bos Den Bauweel. 2/3 was eigendom van de kerk en de armen van Teralfene, het resterende 1/3 van de pastoor.
De verkoopsvoorwaarden
1. De kopers betalen de koopsom in handen van de pastoor van Teralfene.
2. Bovendien betalen zij de 20ste penning en 18 st wijngeld voor elke koop.
3. De kopers aanvaarden hun aankoop zoals die geschalmd[41] staan zonder dat de juiste maat 4. De kopers moeten hun gekochte hout kappen met bijl en houwmes voor half maart en het hout voor half mei 1763 wegvoeren op straf van het dubbel van de schade die de verkopers lijden te betalen. Experts zullen de schade bepalen.
5. In het geval van onenigheid met de koper zullen de wethouders van Teralfene een beslissing nemen zonder daarvoor getuigen te moeten ondervragen.
6. De kopers moeten zorgen voor een goede personele borg.
7. Voor het niet onderhouden van alle condities kunnen de respectieve kopers en hun borgen veroordeeld worden, elk in solidium[42].
De verkoop
– De 1ste koop schaarhout: de heer pastoor van Teralfene voor 35 – 0 – 0.
– De tweede koop voor Geerard Haelbrecht voor 35 – 0 – 0. Borg Pieter Kerckhove. Op 27 november 1763 betaalde Judocus Van Varenberghe elf gulden dertien stuivers een oord voor zijn derde part in deze tweede koop met Geerard Albrecht en Peeter Kerckhove. Op 12 januari 1764 heeft Peeter Kerckhove zijn derde part betaald. Op den 25 november 1765 betaalde Geeraert Albrecht zijn resterende derde part, namelijk 11 g 13 st 2 o.
– De derde koop voor Judocus Meert van Erembodegem voor 24 – 0 – 0. Borg Michiel Meert van Erembodegem. Betaald op 16 oktober 1763.
– De vierde was voor Jan Baptist Temmerman voor 27 – 0 – 0. Borg Adriaen Van Den Abbeele. Betaald op 30 oktober 1763.
– De vijfde koop voor Judocus De Schrijver, zoon van Judocus, van Erembodegem voor 35 – 0 – 0. Borg Judocus De Schrijver, zoon van Judocus de jonge van Erembodegem.
– De zesde koop voor Jan Lanckman voor 32 – 0 – 0. Solv; 18 november 1764.
Ales wettelijk verkocht na oproeping door de heer Petrus Franciscus De Noose, baljuw, ten overstaan van Adriaen Van Den Abbeele, Frans De Doncker op 28 8ber 1762.
Ontvangst van deze verkoop: honderdachtentachtig gulden. Vermits hiervan 2/3 de kerk en armen toebehoort en het resterende derde deel aan de pastorje moet de pastoor als ontvanger van de verkoop aan de kerk en de armen honderdvijfentwintig gulden zes stuivers twee oorden.
Ontvangen van de omgehaalde hopbellen in 1764: 50 – 11 – 2.
Totaal: 175 – 18 – 0.
Betaling aan de kerk en de armen:
– Op 15 juni 1764 aan Judocus Van Slaghmeulen 50 g.
– Op 21 augustus 1764: 38 g 9 st 1 o.
Samen 88 g 9 st 1 o en met dat bedrag schrijnhout gekocht te Aedt (Ath) komend van Baumon en Chimay.
– Betaald op 22 augustus 1764 voor 26 jaar achterstal van een half bunder eusel aan de Balleije à 10 deniers per jaar aermede voldaen tot ende met jare 1763 – 0 – 10 – 3/4.
– Op 15 november 1764 betaald aan Judocus Van Den Slaghmolen, meester schrijnwerker van Aalst, de som van vijfentachtig gulden vier stuivers voor 1000 eiken planken die ik als schrijnhout heb gekocht te Ath waarbij vier gulden tien stuivers voor des schipvracht en veertien stuivers losgeld: 85 – 4 – 0.
– Op 9 januari 1765 betaald aan Lucas Beeckman tien schellingen (= 3 g 10 st) voor het halen en bezorgen en planten voor het Bauweelbos.
– Op 25 november 1765 betaald aan Geeraert Albrecht twee gulden zeven en half stuivers voor het uitkappen van verdroogde planten en planten van het plantsoen in 1764.
– Op 15 februari 1766 ontvangen voor de kerk van de hopbellen opgehaald in september 1765: 178 – 17 – 0.
1764. Testament van Ludovicus Van Nieuwenhove
Op 29 maart 1764 stelde pastoor J. Van Overstraeten het testament op van de zieke Ludovicus Van Nieuwenhove.
1. De testateur wil begraven worden op het kerkhof van Teralfene na eenen eerelijcken en treffelijcken lijckdienst geassisteerd door twee paters van Muilem.
2. Hij wil dat er na zijn doods tweehonderd gelezen missen worden opgedragen zoals dat ook is gebeurd voor zijn broer Cornelius en voor zijn zuster Catharina.
3. Aan Ludovicus Van Nieuwenhove[43] zijn kozijn en peter zal men honderd gulden vooraf geven voor zijn goede getrouwe dienst waarvan hij al menige jaren heeft genoten.
4.Aan zijn nicht Maria Anna Van Nieuwenhove[44] die nu al enige jaren bij hem woont en zijn huishouden en affaires trouw heeft beheerd zal men ook honderd gulden vooraf geven zonder de huur omwille van haar devoiren en getrouwe naerstigheijt.
Het testament werd opgesteld in aanwezigheid van de getuigen die mee ondertekenden.
Op 6 september 1764 liet Ludovicus Van Nieuwenhove nog optekenen dat er voor de armen van Teralfene na zijn dood twee zakken koren van elk zes vaten of 8 veertels aan de arme huishoudens zullen uitgedeeld worden naar het goeddunken van de heer pastor tussen zijn dood en de vier of vijf maanden wanneer de nood onder de arme huishoudens het grootst is. Gedaan en gepasseerd voor twee getuigen. De testateur was niet meer in staat te ondertekenen..
J. Van Overstraeten pastor in Teralfene.
1- jaargetijde met het zingen: 3 – 3 – 0.
2- jaargetijde ieder met de libera ofte miserere et profundis, aan de pastoor voor ieder jaargetijde 1 gulden, aan de koster telkens 10 stuivers, samen 3 – 0 – 0.
3- vaten graan met een gemiddelde prijs van 15 stuivers een oord, maakt jaarlijks 2 guldens 5 stuijvers en 12 stuijvers en om het in 12 broden te bakken die gulden per jaar, dus als profijt voor kerk en de armen tot 3 guldens per jaar van de rente die daarvoor gelaten wert. Memorie.
Manuale ofte handtboecke van de curegoederen, chijnsen ofte renten competerende de pastorege van de prochie van Ter Alphene. Ontvangstboek van 1772 tot 1803 ??
– Op 27 juni 1758 in de comme[46]gelegd: 227 – 6 – 2 met het kapitaal van een obligatie tot last van Jan ??: 72 – 0 – 0. Samen 299 – 6 – 2.
– Christiaens heeft voldaan voor 1792, 1793 voor de kruismis.
– Joannes Van Nieuwenhove, Adriaen Van Den Bossche en Petronella Jacobs hebben voor de kruismis van 1795, 1796 en 1797 betaald, Angela Van Varenbergh voor 1795, Adriaen Van Den Bossche voor 1796 en 1797, ? Jacob tot het jaar 1802: 8 st en Franciscus Van Nieuwenhove heeft voldaan tot het jaar 1802 inclusief 7 st voor de pastoor voor alle jaren.
-Op 17 december 1758 heeft Guillam Van Den Bossche 93 g betaald als opleg van de koopsom van het huis en de hofstede door hem van de kerk en armen gekocht voor 343 g. Van deze som was een rente op het huis en de hofstede bezet van 250 g. Hij heeft hiermee aan de koopsom voldaan.
– Op 14 december 1758 heb ik samen met de schepenen Adriaen Van Den Abbeele en Francis De Doncker het geld in de comme gelegd, zodat het totaal nu is: 248 – 17 – 0.
Blad 3.
Testament van Lieven Motteman[47] en zijn vrouw Maria Bogaerts.
Op 26 februari 1648 noteerde pastoor Peeter De Vleeschoudere[48] in aanwezigheid van schepen Joos Van Vaerenbergh en Joos Step, beiden ingezetenen van Teralfene, het testament van Lieven Motteman. Hij wil dat er na zijn dood voor euwig een gezongen jaargetijde in de kerk van Teralfene zal gecelebreerd worden voor hem en ook voor zijn vrouw Maria Bogaerts na haar dood. Daartoe schenkt hij een erfelijke rente van 3 g bepand op de hofstede waar hij nu woont, groot omtrent 90 r gelegen Ten Daele, oost de genoemde Joos Step, west de straat, noord Jan Eeckhout.
De pastoor zal voor een gezongen mis 10 st ontvangen en de koster vijf 5 st, de kerk voor licht, wijn en misbrood 10 st, de armen 35 st voor brood. De kerkmeester zal alle jaren aan eigenaars van zijn hofstede de rente vragen en bij gebrek van betaling het geld verhalen op de goederen.
Het testament werd opgesteld in zijn huis op 26 februari 1648. Hij ondertekende en ook de pastoor en de genoemde getuigen.
Concordat cum originali quod attestor Peeter De Vle(e)schoudere pastoor in Ter Alphene. Bij mij Joos Van Vaerenbergh. Bij mij Joos Steppe. 1648.
De kruismissen tijdens de vasten moeten alle vrijdagen in de kerk gezongen worden en betaald worden door: Jan Baptist Christiaens vooor 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796 en 1797: 1 – 10 – 0; Franciscus Van Nieuwenhove heeft voldaan in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796 en 1797 en 1803: 0 – 7 – 0; Adriaen Van Den Bossche in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796, 1797, 1798 en 1799: 1 – 0 – 0. Petronilla Jacob in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796 tot 1802, 1803 en 1804: 0 – 8 – 0; Angelina Van Varenbergh, nu Joannes Van Den Bossche, in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795 tot 1803: 0 – 15 – 0.
Petrus De Bisschop is nog twee jaargetijden schuldig aan de pastoor.
Voor Geraert Van Der Elst werd een mis gefundeerd in de maand maart op een meers van 110 roeden: 3 – 2 – 1. Betaald in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796.
Lucas Beeckman moet alle jaren voor een jaargetijde op zijn hofstede 10 st geven. Betaald in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795.
Voor Lucas Beeckman op 10 november 1805: 2 – 0 – 0 en nog eens 2 – 2 – 0.
Blad 6.
Deze kruismissen zijn herbegonnen in het jaer 1802 als de diensten weer toegelaten waren. De batlingen: Adriaen Van Den Bossche in 1802: 1 – 0 – 0; Petronilla Jacobs in 1803: 0 – 8 – 0; Franciscus Van Nieuwenhove in 1803: 0 – 7 – 0; Joannes Van Den Bossche 0 – 15 – 0 tot het jaar 1803; J. B. Christiaens tot 1803: 1 – 10 – 0, de weduwe Adriaen Van Den Bossche moet hiervan boven de gulden aan de pastoor 10 st geven en aan de koster en de kerk 5 st, in totaal 35 st; Joannes Van Den Bossche loco Angelina Van Varenbergh 15 st voor de pastoor en voor de koster en de kerk 10 ½ st; Petronilla Jacob 8 st aan de pastoor 4 o aan de koster en de kerk; deze Petronilla heeft voldaen tot 1802 incluis; Joannes Baptista Christiaens geeft voor de kruismissen 52 ½ st alle jaeren, 30 st voor pastoor, voor de kerk 7 ½; Franciscus Van Nieuwenhovebetaalt alle jaren 10 ½ st waarvan 7 st voor de pastoor.
Al deze mensen hebben het restant voldaan tot 1802.
Blad 7.
Kruismissen in de vasten ten laste van de volgenden waarvoor een perceel land op De Balleij is belast: 4 g zijn alleen het deel van de pastoor; Jan Baptist Christiaens: 1 – 10 – 0; Franciscus Van Nieuwenhove: 0 – 7 – 0; Adriaen Van Den Bossche, filius Guillielmi, : 1 – 0 – 0; Petronilla Jacobs: 0 – 8 – 0; Angela Van Varenbergh, nu Joannes Van Den Bossche: 0 – 15 – 0.
Summa: 4 – 0 – 0.
Vaten granen die jaarlijks aan de kerk en de armen van Teralfene moeten voldaen worden door: de abdij Affligem: 4; Ludovicus Van Nieuwenhove: 1; de heer pastoor der parochie van Teralfene: 4; Jan Van Den broeck: ½; Joannes Van Nieuwenhove: 2; de heer pastoor van Teralfene nog twee vaten: 2; de erfgenamen van de heer Van Cothem tot Aelst: 3; de erfgenaemen van Joseph Schoon: 2, die werden verkocht aan Hyronimus Van De Perre; Jan Van Mol: ½; Adriaen De Bisschop: ½.
Blad 8.
De vaten graan zijn voldaan door: de abdij Affligem tot het jaar 1793; Ludovicus Van Nieuwenhove tot 1796; de heer pastoor der parochie tot 1796; Jan Van Den broeck tot 1796; Joannes Van Nieuwenhove tot 1796; de erfgenamen van de heer Van Cothem tot 1792; Hyronimus Van De Perre tot 1795 en een vat in 1796; Joseph Schoon tot 1795, en een half vat in 1796; Jan Baptist Vaerman een half vat in 1790, 91, 92, deze drie door verkoping van het land van Joseph Schoon dat belast was met twee vaten; Joannes Van Nieuwenhove, vervanger van Adriaen Van Den Abbeele door kaveling een half vat in 1795 en 1796; Jan Van Mol een half vat voldaan tot 1795 en 1796; Adrianus De Bisschop een half vat in 1795.
De kruismissen van alle vrijdagen van de vasten die bezet zijn op een land op De Ballije worden betaald door: het deel van de pastoor is 4 – 0 – 0 en van de koster 2 – 0 – 0; Jan Baptist Christiaens 1 g 10 st; koster 15 st; kerk 7 st 2 o = 2 – 12 – 2. Voldaan 2 – 5 – 0 – 1804.
De weduwe Adriaen Van Den Bossche, nu Joannes Van Vaerenbergh, voor de pastoor 1 g, voor de koster 10 st, voor deen kerk 5 st = 1 – 15 – 0. Voldaan voor 1803 en 1804.
Joannes Van Den Bossche, loco[49] Angelina Van Vaerenbergh, voor de pastoor 15 st, voor de koster 7 st 2 o, voor de kerk 3 st, dus 1 – 5 – 2. Voldaan in1804.
Franciscus Van Nieuwenhove voor de pastoor 7 st en voor de koster 0 – 3 – 2, in het totaal 0 – 10 – 2. 1804.
Blad 10.
Michael De Bisschop, opvolger van Petronella Jacobs, voor de pastoor 8 st, voor de koster 4 st, voor de kerk 1 st 2 o. Voldaan in1804.
Vernieuwing van de jaargetijden in de kerk van Teralfene op 6 oktober 1803, opgesteld door Rollier pastoor in Teralfene.
De weduwe Petrus De Bisschop is debet aan de pastoor voor twee jaargetijden voor Gerardus Van Der Elst en één voor zijn vrienden in de maand maart, bij testament voor eeuwig gefundeerd op een meers, groot 110 roeden, aan de pastoor 2 g 2 st 2 o, aan de koster 1 – 1 – 1, de kerk niets. Voldaan tot de maand maart 1803 tot 1806. De weduwe Petrus De Bisschop moet nu alle jaren 2 – 0 – 0 geven. Voldaan tot in maart van 1802 tot 1812. Joanna Van Nuffel, nu getrouwd met Ferdinand Meganck van Aalst als consort van de weduwe Petrus De Bisschop alle jaren 1 – 4 – 0 geven. Voldaan van maart 1807 tot 1812.
De erfgenamen van Judocus Van Overstraeten moeten voor een jaargetijde jaarlijks 5 – 10 – 0 geven en een zak brood aan de armen van onze parochie. De pastoor krijgt hiervoor omtrent Allerheiligen 2 – 0 – 0, de koster 1 – 0 – 0. In maart nog een mis voor dezelfden waarvoor 1 – 0 – 0 voor de pastoor, voor de koster 0 – 10 – 0, voor de kerk 1 – 0 – 0. Dus in het totaal aan de pastoor 3 – 0 – 0, aan de koster 1 – 10 – 0 en aan de kerk 1 – 0 – 0. Voldaan van 1803 tot 1812.
Blad 13. De kruismissen.
Vanaf 1806 moet de pastoor met de koster van de ergenamen Judocus Van Overstraeten 6 g hebben, de rest is voor de kerk. Voldaan van 1806 tot 1808.
Blad 14.
Het jaargetijde van Judocus De Reuse en zijn zuster, begonnen op 18 mei 1787 voor 33 jaar: aan de pastoor 1 – 0 – 0, de koster 10 st en de kerk 10 st. Voldaan in 1807. Vanaf 1808 tot 1819 moet de mis op 30 mei opgedragen worden. Voldaan van 1809 tot 1812. Einde van dit jaargetijde 1819.
Blad 15.
Voor het lof in het octaaf van de hoogwaardige heer Joannes Henricus, bisschop van Mechelen, en na het lof de profundis krijgt de pastoor 2 – 0 – 0, de koster 1 – 0 – 0. Voldaan van 1806 tot 1808 tot last van Joannes Baptista Christiaens van 1807 tot 1810.
Blad 16.
Voor 2 jaargetijden, een voor Michael Cobbaert, het ander voor Anna Van De Maele komt aan de pastoor toe: 1 – 4 – 0, aan de koster 0 – 12 – 0 en dat ten laste van de erfgenamen Gillis Jansens namelijk Joannes De Bisschop en de weduwe Joannes Baptist De Bisschop. De jaargetijden zijn bezet op een d land, palend aan de straat, noord de weduwe Adriaen De Schrijver. Voldaen in 1806 en 1807 tot 1811. J. B. De Bisschop betaalde in 1812 0 – 18 – 0 en de weduwe J. B. De Bisschop 0 – 19 – 3. Voldaan tot 1824.
Blad 17 – nihil.
Blad 18.
Voor het jaargetijde van Joannes De Bolle en Maria Pauwels komt aan de pastoor 0 – 10 – 0 toe, aan de koster 0 – 5 – 0 en dat ten laste van Joannes Baptist Beeckman, bezet op een huis en grond, groot 801 r, palend oost Francis Dierickx, west de straat, zuid Adrianus Asselman en noord De Cromhaege, de kerk en de armen krijgen 3 st. Betaald van 1796 tot 1801.
Blad 19 – nihil.
Blad 20.
Voor het jaargetijde voor Adrianus Franciscus De Schrijver, begonnen in het jaar 1794 voor 25 jaar heeft de pastoor 1 – 0 – 0, de koster 0 – 10 – 0 en de kerk 0 – 2 – 0. Jaarlijks voldaen tot het jaar 1809.
Hetzelfde moet voor 25 jaar gedaen worden voor Anna Cobbaert, de weduwe Adrianus De Schrijver, vanaf haar sterfdag op 22 februari 1810. Voldaan van 1811 tot 1813.
Blad 21.
Voor het jaargetijde en het luiden ’s avonds van de klok van Michael De Bisschop: voor de pastoor 1 g, voor de koster 14 st en voor de kerk 10 st, bezet op zijn hofstede ten laste van Benedictus Temmerman. Voldaan 1807 en 1808.
Blad 22.
Voor het jaargetijde van Barbara Van Vaerenbergh en Jan Baptist Pauwels van Hekelgem, voor de pastoor 1 g, voor de koster 10 st, bezet op een meers genoemd Het Dender Meerschelken ter somme van 1 – 10 – 0 . Gedaan in 1806 en 1807.
Blad 23 – nihil.
Blad 24.
Een rente ten laste van keizer Franciscus[51], het kapitaal bedraagt 600 g in Brabants courant tegen vier g 10 st per cent in Brabants geld, dus 27 g jaarlijks. Valt altijd op 9 februari. Voldaan tot 9 februari van 1805 tot 1807 in Brabants geld 47 – 19 – 3. Voldaen op 9 februari 1808 de som van 11 – 6 – 0.
Uitgaven van de pastoor gedaan sedert 27 juni 1758 tot 11 oktober ber 1758.
Eerst 151 – 6 – 3.
Betaald voor het beeld van Onze-Lieve- Vrouw: 63 – 0 – 0.
Rest: 214 – 6 – 3.
Blad 27 – nihil.
Blad 28.
Manuaal van de curegoederen, cijnzen, renten van pastorie van de paochie van Teralfene.
N° 1.
1.Een stuk land van 1 d gelegen in Iddergem jaarlijks belast met twee vaten graan aan de kerk van Idderghem en twee vaten graan aan kerk en armen van Teralfene. Is het laatst verhuurd geweest aan Peeter Sterckx op 4 januari 1773 voor zes achtereenvolgende jaren waarvan het eerste aanvangt op kerstavond 1772 op conditie dat de pachter jaarlijks de vaten koren aan de kerk van Iddergem geeft en 8 g betaalt aan de pastoor van Teralfene en alle lasten zoals dat in het pachtcontract is bepaald.
2. Op ? november 1774 betaalde Peeter Sterckx 8 g voor het jaar 1773. Vanaf 1775 heeft de vrouw van Peeter Sterckx, Anja Schoepe de 8 g betaald tot in maart 1778.
Op 26 april 1778 sloot Adrianus Ludovicus Steppe van Iddergem een contract van landpacht met mij Van Overstraeten[52], pastoor van Teralfene voor een partij curegoed van Teralfene gelegen onder Iddergem, groot 1 d voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1777 met de volgende condities dat hij de vaten koren jaarlijk aan de kerk van Iddergem zal leveren en jaarlijk aan de pastoor van Teralfene 10 g betaalt Hij pachtte het land tot 1801.
Blad 30.
De pastoor noteerde in 1801 dat Steppe van Iddergem consideratie van alle pastoors verdient vermits hij zijn pacht aan de pastoor bleef betalen ook al was het perceel in 1797 als kerkgoed door de Fransen aangeslagen.
Een land op het Haegeveldt in Erembodegem, groot omtrent 75 r, verpacht aan Michael (De) Raes, getrouwd met de weduwe van Joos Beeckman, de eerste pachter van het perceel voor 6 g 10 st en bovendien te leveren binnen de 14 dagen voor de kermis van Teralfene een koppel kippen en dat voor een termijn van 6 jaar vanaf kertavond 1772. Michael pachtte tot 1792 en betaalde vanaf 1784 7 g en van 1789 8 g.
Blad 35.
Peeter Frans De Beenhouwer nam in 1793 de pacht over voor hetzelfde bedrag.
Blad 36.
Peeter Frans De Beenhouder betaalde vanaf 1797 niet aan de Franse overheid, wel aan pastoor De Mol. Die noteerde: Dit sij memorie voor alle de naersaeten om hem gratieuselijck te handelen en nooit het selve goed te onttrecken.
Blad 37 – nihil.
Blad 38.
N° 3.
Een perceel van 120 r in Erembodegem, de vroegere pachter was Cornelis Arijs en nadien r Petronella N. zijn weduwe voor 7 g en een koppel. Betaald tot 1780.
Op 20 november heeft Egidius Ledeghen de 120 r gepacht voor 11 g zonder de kippen. Betaald tot 1797. Pastoor G. De Mol[53] voegde eraan toe: Men heeft mij geseijt dat den selven Ledeghen dese partije curegoed heeft gecocht van de Fransche Republicke als dese in het jaer 1798 sijn aengeslagen, verdient alvolgens geene gratie en van het selve berooft te worden. Sij dit voor memorie.
Blad 41 – nihil.
Blad 42.
N° 4.
Een land van 75 r gelegen aan de Groenstraat in Erembodegem gepacht door Guilielmus De Koninck voor een termijn van zes jaar waervan vanaf kerstavond 1772 voor 6 g, een koppel kippen te leveren omtrent 14 daghen voor de kermis van Teralfene en de cijns van een kapoen en 2 deniers aan het spijker van Aalst. Guillelmus bleef huren tot 1796.
Blad 43.
Nadien betaalde hij niets meer, ook niet aan de Franse overheid.
Blad 44 – nihil.
Blad 45.
N° 5.
Een partij bos, groot 106 r, gelegen op Het Letterveld” in Achter Steijenbroeck in Erembodegem. Het bos was meerdere jaren niet verpacht. De pastoor gebtuikte het houtgewas. De setting betaalde hij aan J. Terlinden, zus van de vrouw van den heer pensionaris Lenaert tot 1766. De opvolger van pastoor Overstraeten, G. De Mol kapte en verkocht het houtgewas..
Blad 46 – nihil.
Blad 47.
N° 6.
Een stuk land, groot 1 d gelegen op Het Pesterveld” boven Den Vogelsanck in Hekelgem tegenwoordig in pacht bij Guilielmus Van Cutsem woonachtig in Den Vogelsanck. De pachtsom bedroeg 8 g
In 1792 op 22 december nam Franciscus Van Hove, getrouwd met Joanna Maria Van Nieuwenhove, de pacht over tot 1799.
Blad 50 – nihil.
Blad 51.
N° 7.
Het 1/3 part van 375 r land gelegen, op de Balleije in Hekelgem, moet aan het cijnsboek van Affligem 2 st en 2 deniers. Werd op kerstavond 1774 in pacht genomen Jan Baptist Verelst[54], koster van Teralfene, voor zes jaar op conditie van jaarlijks in specie te leveren twaalf vaten koren en alle lasten te dragen.
G. De Mol pastoor van Teralfene stelde de pachter vrij van de vaten koren. Nadien verhuurd door de Fransen.
Blad 52 – nihil.
Blad 53.
N° 8.
Een land van ruim 1 d gelegen op De Balleije inHekelgem, gepacht op kerstavond 1772 door Barbara Van Overstraeten, de weduwe van Adriaen Arijs[55] voor 6 jaar voor 10 g 10 st..
Een perceel van 1 d gelegen op De Balleije in pacht genomen op kertavond 1772 door Jan Van Vaerenberghe, zoon van Adrianus, voor zes jaar voor 10 g 10 st en een koppel kippen.
Deze Jan Van Varenbergh betaalde niets meer nadat de Fransen het goed hadden aangeslagen. Pastoor De Mol moest heel wat beledigingen slikken van de zoon Josephus. Hij werd vervolgd en moest ten slotte de parochie verlaten. Zijn verraders waren erop uit om de bossen van Affligem en van het kapittel van Nijvel te kunnen kopen.
Zijn verraders waren: Judocus Willems, de aansteker van alles en de ergste, Cornelis Steenhout, Joannes Christiaens uit de ast, Josephus De Bisschop, de ondermaire, Josephus Van Varenbergh met zijn broer, Nicolaus Guldemont met zijn zoon in wiens herberg alles was beraamd en die de meeste bomen en het hout van de nationale goederen heeft vervoerd en veel ervan heeft gekocht, en veel mannen van Ten Daele die de bossen hebben gerooid.
In het jaar 1803 heeft Jan Van Varenbergh zijn deel betaald, maar de anderen niet.
Blad 60 – nihil.
Blad 61.
N° 10.
15 r land gelegen op De Mansbroeck in Teralfene in pacht genomen door Joseph Boudart[57] voor 1 g 15 st en voor een termijn van zes jaar vanaf kerstavond 1772.
Josephus Boudart betaalde nog voor 1798 en 1799 niettegenstaende dat de goederen waren aangeslagen.
Voldaen voor het jaer 1814 aan P. Van Broeckhoven[58] deservitor in Teralfene.
Blad 62 – nihil.
Blad 63.
N° 11.
Een land en curestede[59] eertijds hoplochting gelegen Ten Daele, groot 213 r. Pastoor Van Overstraeten bewerkte het land, maar pastoor De Mol ruilde het met de wezen van Joseph Schoon. Bij zijn aantreden als pastoor in 1788 behield hij 14 r die geïncorporeerd waren in de tuin van de pastorie. Wanneer hij de partij achter het kerkhof gelegen van de wezen vroeg, was het al een hoplochting en verkreeg hij het met grote moeite van de voogden die met de ruil de curestede wilden hebben. Ze vroegen 3 r in ruil voor 1 r en uiteindelijk 3 r voor 2 r en dat is met een contract, dat is de pastorie ligt, gepasseerd voor de vierschaar van Erenbodegem.
De hagen en bomen zijn geplant door de pastoor. Als zij die willen hebben, moeten ze alles samen met de prijs van het hof overnemen.
Bijgevolg bleef van de curestede na de ruiverkaveling 75 r groot.
Blad 64.
De curestede is aangeslagen geweest door de Franse Republiek maar zonder tuin. De plaats die op De Daal ligt en door de pastoor werd bewerkt, gaven de Fransen op 12 november 1803 terug aan pastoor Rollier.
7 r op de curestede verhuurd aan Gerardus Arijs waarvoor hij jaarlijks 14 st moet geven plus 3 st 2 o voor de grondlasten. Voldaan tot 1811.
9 r ¼ op de curestede verhuurd aan Joseph Bodaert voor 18 st 2 o. Voldaan van 1804 tot 1812.
Blad 65.
7 r land op de curestede verhuurd aan Josephus Christiaens voor 14 st met 3 st 2 o voor de grondlasten. Voldaan van 1804 tot 1812.
7 r land op de curestede verhuurd voor 17 st 2 o. Voldaan in 1804 en daarna verhuurd aan Josephus Raes tot 1811.
7 r land op de curestede verhuurd aan Cornelius Droeshout voor 17 st 2 o. Voldaan van 1804 tot 1809 en voor 1810 5 st 3 o.
Blad 66 – nihil.
Blad 67.
N° 12.
140 r land gelegen op Ten Daele achter en naast het huis van Jan Baptist Christiaens, tegenwoordig niet verhuurd maar gebruikt door de pastoor. In 1791 verpacht aan Petrus De Bisschop voor 16 g en een voer mest.
Voldaen het jaer 1792 tot 1797.
Blad 68 – nihil.
Blad 69.
N° 13.
Een land, de helft van een oud bunder, waarvan de andere helft competeert aa de kerk en armen van Teralfene. Dit land is ook niet verhuurd maar is voor 2/3 beplant met hop en het derde deel is beplant met schaarhout en is in gebruik bij de pastoor.
Het hopveld is verhuurd aan Jacobus Schoon[60] van Hekelgem voor de som van 21 g. Voldaan van 1788 tot 1797. Daarna gepacht door Josephus Boudaert, Carolus Schouppe en Adrianus De Bolle. Verhuurd door de Fransen en het gras van het bos aan Joannes Permentier voor 1 g. Voldaan van 1803 tot 1811.
Blad 70 – nihil.
Blad 71.
N° 14.
Een land gelegen op De Bremdt palend aan de Hekelgemse Straat in Teralfene, groot 51 r en wordt gebruik door pastoor De Mol. Vanaf 1789 verpacht aan Petrus De Bisschop voor 6 gr. Voldaan tot 1797.
Blad 72 – nihil.
Blad 73.
N° 15.
Een meers, nu schaarbos, van 51 r gelegen achter Den Daele komend tegen een meers van Affligem, wordt ook gebruikt en gekapt door pastoor.
Blad 74 – nihil.
Blad 75.
N° 16.
Een meers gelegen achter Den Daele, groot ½ d in Teralfene in gebruik bij de pastoor.
Hierbij omtrent 11 r meers, een smalle streep palend aan de Dender, gepacht door Joanna Eeckhout, dochter van Arnoldus. In 1791 heeft de pastoor dit perceel zelf gehouden en overgelaten aan Joseph Boudart voor 5 permissie schellingen. Voldaan tot 1797.
Blad 76 – nihil.
Blad 77.
N° 17.
140 r hooimeers gelegen op De Pardelle in Liedekerke tegen de Dender. Dooor het afkalven van de Dender is de oppervlakte veel verminderd. Wordt gebruikt door de pastoor. 33 roeden in 1808.
Blad 78 – nihil.
Blad 79.
N° 18.
118 r meers gelegen in Liedekerke op De Pardelle palend aan de Pardellegracht recht over de Koemeers van Den Vogelsanck, gebruikt door de pastoor.
Verkocht op 6 november 1803 en ontfangen van Francis Van Hove de som van 40 g.
Blad 80 – nihil.
Blad 81 – Cijnzen competerende de pastorie van Teralfene.
Een cijns van 16 st tot last van de abdij Affligem uitgaande op het Hof ter Eijden gelegen in Teralfene. Betaald door de heer Wouters, rentmeester van Affligem tot en met het jaar 1769.
Een cijns 4 st 2 o tot last van de abdij Affligem uitgaande op 60 r land gelegen aan het Hof ter Eijde. Betaald door de heer Wouters rentmeester van Affligem tot en met 1769.
N° 3.
Een cijnsrente van 18 st uitgaande op de hofstede Het Schildeken tot last van Jan Baptist Timmerman, betaald en voldaan tot 1785..
Blad 82.
N° 4.
Een cijnsrente van 1 g tot last van de erfgenamen van Arnaut Eeckhout uitgaande op een meers gelegen achter Den Daele, genoemd Den Dieren Coop. Betaald door Joanna Eeckhout, dochter van Arnoldi tot 1758 met 8 g, nadien betaalde Judocus Couck voor sijn moeije Joanna Eeckhout tot 1787.
Een cijns van 1 g 2 st uitgaande op ¾ land genoem De Duijfhuijse paelende. Deze cijns is volgens het manuaal van de heer Franco eigendom van de kerk en armen van Teralfene.
N° 6.
Een cijns van 10 st tot last van de weduwe Charles De Bisschop[61] uitgaande op een meers gelegen achter Den Daele. Betaald tot 1792.
Egidius Droeshout, getrouwd met Petronilla Van Nieuwenhove, met zeven kinderen, ontving op 16 januari 1767 twee gulden, op 24 januari twee gulden 9 ½ stuivers, op 19 februari een gulden acht stuijvers en op 5 april twee guldens 6 1/2 stuijvers.
Besluit
Uit het manuaal blijkt dat de pastorie over 20 d 30 r grond beschikte waarvan de pastoor een deel zelf bewerkte.In 1797 onteigende de Franse overheid alle bezittingen zodat de pastoors geen inkomsten meer hadden. Tot aan het concordaat van Napoleon in 1803 mochten ze geen priesterlijke taken uitvoeren. Vanaf 1803 kregen ze, in ruil voor de gestolen goederen een jaarwedde van de overheid.
1777. Testament van Johannes De Gijndt en Anna Maria Vaerman[63].
Op 24 juni 1777 lieten Johannes De Gijndt[64] en zijn vrouw Anna Maria Vaerman door pastoor Van overstraeten hun testament opstellen. Hun drie kinderen waren toen al overleden.
1. Zij willen begraven worden op het kerkhof van Teralfene na eenen solemnelen kerckelijcken Godts dienst met drij priesters ende drij achtervolghende gesonghen missen ende dat korts naer hun overlijden tot laefenisse van hunne zielen. Zij willen ook dat de pastoor van Teralfene voor hen 300 gelezen missen zal opdragen na hun dood.
2. Tijdens hun uitvaart moeten er in het totaal voor 12 ponden witte kaarsen branden op het hoogaltaar, de zijaltaren en aan de kist.
3. De testateurs willen dat er kort na hun dood de kerk 100 g krijgt waarvoor de kerk 50 opeenvolgende jaeren een plechtig gezongen jaargetijde zal celebreren waarvoor de pastoor 20 st en de koster 10 st zal ontvangen.
4. Hun goederen zullen onder hun erfgenamen worden verdeeld volghens recht ende costume.
De getuigen waren Franciscus De Doncker en Franciscus Van Vrechem
Adrianus Van Varenbergh liet op 3 februari 1779 in aanwezigheid van Judocus Willems en griffier Franciscus Philips Lixon zijn testament opstellen.
1. Hij wil na zijn overlijden een eeuwigdurend jaargetijde. Daarvoor zullen zijn erfgenamen 100 g aan de pastoor geven. Voor elk jaargetijde krijgt de pastoor 1 g en de koster 10 st. Bovendien moeten in de kerk kort na zijn dood 200 requiemmissen met de profundis gecelebreerd worden en 50 missen door de paters minderbroeders-recolletten van Aalst en 50 missen door de eerw. paters Lieve-Vrouwe-Broeders van Muilem. Dat tot lafenis van zijn ziel en van zijn overleden ouders en vrienden voor ieder zal 10 st worden betaald.
2. Hij verzoekt begraven te worden op het kerkhof van Teralfene met de hoogste kerkelijke dienst.
1786. Testament van Jan Baptist Verelst en Matie Catharina Asselman[66].
Op 23 juni 1786 stelde pastoor J. Van Overstraeten het testament op van koster Jan Baptist Verelst en zijn vrouw Marie Catharina Asselman.
1.Zij willen begraven worden op het kerkhof van Teralfene na een kerkelijke dienst met drie gezongen missen.
2. Tijdens elke uitvaart willen ze dat er 18 pond wassen kaarsen aan de lijkbaar branden: 8 pond op de lijkbaar, 6 op het hoogaltaar, 4 1/2 op Onze-Lieve-Vrouwaltaar en 4 1/2 op het Sint-Jansaltaar.
3. Kort na de uitvaart willen zij een gezongen mis of een lof.
4. Na de uitvaart begeren zij dat er 30 dertigh dagen een gezongen mis wordt gecelebreerd. Na de mis na de mis moet de profundis gelezen worden waarvoor den pastoor 1 g zal hebben en de koster 12 st.
5. De vrienden moeten op elke uitvaart met hesp, rundvlees en bier getrakteerd worden.
6. Kort na de dood moeten er voor ieder 100 gezongen missen opgedragen worden tot lafenis van hun ziel. Daarvoor zal de pastoor 1 g krijgen, de koster 10 st en de kerk 2 st. voor het licht.
7. Zij willen ook dat kort na hun overlijden voor elk van hen 100 missen worden gelezen door de paters van Onze-Lieve-Vrouw-Broeders van Muilem met na elke mis het de profondus.
8. Op elke uitvaart zullen 5 zakken graan aan de armen worden uitgedeeld
9. Hun slechte kleren, de helft van hun hemden en de helft van hun mutsen moeten aan de armen worden gegeven tot lafenis van hun zielen.
10. De langst levende zal al de meubelen van de keuken, de kamer en de voorvloer, het vlees, boter, smout, tin en koper heel zijn leven behouden.
11. Marie Catharina Asselman wil dat haar gouden kruis met de schuifsteen aan Onze- Lieve-Vrouw van Teralfene wordt gegeven.
De getuigen waren Joannes Van Nieuwenhove en Adriaen Francis De Schrijver.
1786. Parochianen[67] communicanten binnen de prochie van Ter Alphene.
Parochianen[68] communicanten binnen de prochie van Ter Alphene.
Communicanten
Minderjarige kinderen
Jan Baptist Christiaens, sijn huijsvrouwe en 6 kinderen
4
4
Engelbertus Touriani, sijn huijsvrouwe en 4 voorkinderen
6
0
Michael De Bisschop, sijn huijsvrouwe en 6 kinderen
4
4
Michael Van Varenbergh, sijn huijsvrouwe en 4 kinderen
5
1
Franciscus Eeman, sijn huijsvrouwe en 4 kinderen
4
2
De weduwe Petrus Christiaens
3
1
De weduwe Cornelis De Reuse
5
2
Jacobus Van Den Bossche, sijn huijsvrouwe en 3 kinderen
3
2
Joannes Arijs, sijn huijsvrouwe en 5 kinderen
4
3
Joannes Van Vaerenbergh, sijn huijsvrouwe en 7 kinderen
4
5
Petrus Permentier
1
0
Cornelius De Bisschop
4
3
Josephus Van Nijghem met broeder en suster en dienstmaerte
4
0
De weduwe Franciscus Van Nieuwenhove, 3 sonen en dienstmaerte
5
0
De weduwe Petrus Raes met sone en dochter
3
0
Franciscus Cougneau, sijn huijsvrouwe
2
3
Cornelius Seminckx en sijn huijsvrouwe
3
1
De weduwe Gillis Van Vaerenbergh
5
0
Sebastianus Christiaens en sijn huijsvrouwe
4
1
Judocus De Reuse
3
0
Adrianus Van Den Bossche en sijn huijsvrouwe
4
2
Adrianus De Bisschop en sijn huijsvrouwe
5
3
Franciscus De Doncker en huijsvrouw
4
3
Victor Van Vaerenbergh en huijsvrouw
3
3
Adriaen Van Nijghen en huijsvrouw
8
1
Petrus De Bisschop en huijsvrouw
4
0
Carolus Steenhout en huijsvrouw
5
2
Petrus Arijs en huijsvrouw
2
4
Peeter De Bisschop en huijsvrouw
5
2
Judocus Willems en huijsvrouw
4
4
Adrianus Meulemans en huijsvrouw
2
2
Judocus De Reuse en huijsvrouw
3
3
Christianus Callebaut en huijsvrouw
3
4
Cornelius Van Den Berghe en huijsvrouw
2
2
De weduwe Carolus De Bisschop
5
0
Judocus Van Valckenberg en huijsvrouw
2
1
Joannes Asselman
2
0
Nicolaus Guldemont en huijsvrouw
2
3
Judocus Van Vaerenbergh en huijsvrouw
5
3
Andreas Eeman en huijsvrouw
2
0
Andreas Van Den Berghe en huijsvrouw
3
0
Guilielmus De Bisschop en huijsvrouw
4
1
Judocus Van Vaerenbergh en huijsvrouw
2
1
Joannes Baptista Timmerman en huijsvrouw
8
1
Guillam De Bisschop en huijsvrouw
2
2
Joannes Franciscus Schoonjans en huijsvrouw
2
0
Joannes Van Mol en huijsvrouw
6
0
Joannes Christiaens en huijsvrouw
2
2
Mattheus Christiaens en huijsvrouw
4
1
Egidius Janssens
2
0
Adrianus Franciscus De Schrijver en huijsvrouw – 1 incapabel
Pastoor J. Van Overstraeten stelde op 17 mei 1787 het testament op van de zieke Judocus De Reuse[70].
1. Zoals de meeste testateurs wil Judocus begraven worden op het kerkhof van Teralfene na een uitvaert met drie priesters en 16 kaarsen.
2. Omtrent zijn sterfdag moet er 33 jaar lang een jaargetijde voor hem en voor zijn zuster Elisabeth opgedragen worden waarvoor de pastoor 10 st, aan de koster 10 st en 10 st aan de kerk voor het icht en deornamenten.
3. Kort na zijn overlijden zullen in zijn parochiale kerk 100 missen gelezen worden voor 8 st volgens reglement van het bisdom tot lafenis van zijn ziel en die van zijn zuster.
4.Voorts wil hij dat Adriaen en Catharina De Reuse, zijn neef en nicht voor hun getrouwe dienst en hulpvaardigheid van vele jaeren boven op hun loon ieder 100 g ontvangen.
5. Al zijn resterende goederen zullen aan zijn wettige erfgenamen toekomen.
De getuigen waren de eerw. heer Egidius Van Ophem coadjutor van Teralfene en Cornelius De Bisschop.
1787. Testament van pastoor J. Van Overstraeten[71].
Anthon Jan Eeman notaris publicq royal geadmitteerd in sijnen Majesteijts Raede tot Brussel binnen de stad Aelst residerende, stelde op 11 oktober 1787 het testament op van Judocus Van Overstraeten pastoor[72] van Teralfene.
1. Hij beveelt dat, zo haast hij zal komen te sterven en zijn ziel aan God, zijn schepper en zaligmaker is toevertrouwd, zijn lichaam in de gewijde aarde van het kerkhof wordt begraven dicht achter het hoogkoor onder een blauwe zerksteen van tenminste zeven voeten lang en met een breedte in verhouding en met als opschrift zijn naam, sterfdag en ouderdom.
2. Zijn uivaart moet gebeuren met een gewone dienst en aan de lijkbaar moeten er achttien wassen kaarsen branden, ieder van anderhalf pond en van vierentwintig pond aan het altaar.
3. Aan de armen van Teralfene zullen er na de dienst de broden van vijftien vaten koren uitgedeeld worden door de twee kerkmeesters en de koster.
4. Aan de inwoners van de parochie worden vier tonnen groot bier in vier distincte herbergen gegeven en 60 mastellen van twee oorden stuk en in iedere herberg een hesp van twaalf pond met korenbrood naar behoefte. Iedere herbergier van de vier herbergen krijgt twee guldes boven het gemelde bier, de mastellen, de hesp en het brood.
5. Daarna zal in de parochiale kerk een dertigste gecelebreerd worden met de profundis[73]. na iedere mis. De celebrant ontvangt daarvoor 9 stuivers en de koster 1 stuiver.
6. Na het dertigste zal in de parochiale kerk op vijftig opeenvolgende donderdagen een gezongen mis worden gecelebreerd. In de kerk zal het Allerheiligste worden uitgestald ter intentie van de testateur en ter lafenis van zijn ziel. Daarvoor zal de celebrant een gulden ontvangen, de kerk tien stuivers voor de kaarsen en de koster voor het assisteren en zingen tien stuivers.
7. Gedurende drie opeenvolgensde jaren worden elk jaar nog 100 missen gelezen in de parochiale kerk,voor elke mis 8 stuivers.
9. De paters karmelieten van Muilem zullen in hun klooster vijftig gelezen missen opdragen à acht stuivers ter intentie van de testateur.
10. De testateur wil dat er na zijn overlijden een eeuwigdurend jaargetijde tot lafenis van zijn ziel zal opgedragen worden. Dan zal men nocturnes van het officium defunctorum met de lauden zingen waarvoor de celebrant twee gulden zal ontvangen, de koster een gulden voor het assisteren en zingen en de kerk voor kaarsen en licht tien stuivers. Aan de armen die op de uitvaart aanwezig waren zal men op dezelfde dag zes vaten koren uitdelen.
11. Een tweede jaargetijde tot lafenis van de zielen van zijn ouders en van zijn vrienden zal gezongen worden in de maand mei en daarvoor ontvangt de celibrant celebrant tien stuivers, de koster tien stuivers en ook de kerk voor wijn en kaarsen.
12. Het staat zijn erfgenamen vrij een andere kerk te kiezen dan die van Teralfene voor de gevaagde missen.
13. Al zijn goederen komen aan zijn wettelijke erfgenamen toe op voorwaarde dat zij en hun nakomelingen zijn testament uitvoeren. Daarom wil hij dat er in de pastorie en in de kerkcomme een kopie van zijn testament wordt bewaard.
Het testament werd opgesteld in de pastorie in aanwezigheid van de eerw. heer Egidius Van Ophem, prietser en coadjutor en van Joannes Baptiste Verelst, koster.
Overlijdensregister van Teralfene.
1790. Akte van de ergenamen van pastoor van Overstraeten.
Op 15 april 1790 verschenen Nicolaus Van Overstraeten, jongman en ingezetene van de Borggravie van Lombeke en zijn zuster juffrouw Anna Van Overstraeten, beggijntje in het beggijnhof in de stad Brussel en bijgestaan door Philiphus Jacobus De Backer voor Livinus Meert, officier loco van de baljuw en meier, en de schepenen Judocus Evenepoel, Peeter Franciscus Menschaert, Jan Baptist Van Vaerenbergh en Jacobus Eylenbosch van de vierschaar van de Borggravie. Zij legden het testament van pastoor Judocus Van Overstraeten voor en lieten een nieuwe akte opstellen waarin ze een meers in Lombeek gelegen en genoemd Den Dierickx Meersch, groot twee dagwand dertig roeden, palend aan de beek, Joannes Van Overstraeten en Het Dierickxveld ter beschikking stelden voor de uitvoering van het testament.
Voor Bruno Jacop, officier en vertegenwoordiger van de heer baljuw, de burgemeester Livinus Van Vaerenbergh en de schepenen van de heerlijkheid van Erembodegem en Teralfene Philippus Mattens en Franciscus De Doncker verschenen op vijf november 1788 enerzijds Jacobus Schoon van Hekelgem en Joannes Van Nieuwenhove van Teralfene, respectivelijk pater en maternele voogden van de meerderjarige wees Adriana Schoon, dochter van Josephus[75] en van wijlen Maria Anna Van Nieuwenhove. De voogden waren geassisteerd door Peeter Josephus Schouppe, in huwelijk met Catharina Schoon, zuster van Maria Anna en anderzijds de heer Guilielmus De Mol, pastoor van Teralfene.
De comparanten waren overeengekomen gronden te ruilen. De eerste comparanten boden een partij van 75 r aan dat deels in de pastorietuin lag en waarvan 54 r een hopveld op Het Kerkveldt lag, palend oost Gillis Christiaens, zuid Joannes Schoon, west de straat en noord het curengoed en het kerkhof. Pastoor De Mol bood een partij land en hoplochting van eveneens 75 r aan uit een groter geheel in het gehucht Ten Daele, De Curenstede genoemd. Het deel paalde oost Geeraerd Arijs, zuid de straat, west Jan Baptista Christiaens en noord De Cromhaeghe. De mangeling gebeurde op de volgende voorwaarden:
1. De ruil blijft geldig zolang de pastoor leeft.
2. Dat ieder neemt de lasten die op de grond rusten voor zich.
3. De waarde van het hout dat op de percelen staat, zal door een expert worden bepaald en aan ieder vergoed.
4. Dat is ook het geval voor fruitbomen, legumen en de haag van de actuele hof van de pastorie.
5. Aan de grond van de pastoor ligt een voetweg waarvan de oppervlakte, 3 r, wordt geruild voor 2 r.
6. De ruil is gebeurd zonder opleg van geld.
7. Op het einde van de ruilovereenkomst die grond weer in cultuur brengt.
Desen seghel dient tot de annexe copije authentique van eene gebruijck mangelinge van land gedaen tusschen den heere Guilielmus De Mol pastor van Teralphenen ende Jacobus Schoon, Joannes Van Nieuwenhove, als voogden over de meerderjaerige innocente[76] weese Adriana Schoon midtsgaeders als naeste bestaenden aen de voorseijde weese causa uxoris, Peeter Josephus Schouppe wel gepasseert den 5de 9ber 1700 achtententachentigh.
Ondertekenden de overeenkomst: Jacobus Schoon, Joannes Van Nieuwenhove, Peeter Josephus Schouppe, Guilielmus De Mol, Bruno Jacop, Livinus Van Vaerenbergh met parafe 1788, Philippus Mattens, F. De Doncker met parafe 1788.
Pastoor De Mol schreef in 1789 een brief naar baljuw, de burgemeester, de schepenen van Teralfene. Daarin legt hij uit dat een deel van het kerkhof langs de kant van de pastorie niet ommuurd is. Er staat alleen een haag. Het zou beter zijn dat de ommuring van het hele kerkhof wordt voltooid want aan de bestaande muur zijn tanden gelaten voor de aanbouw. Voor hem en zijn opvolgers kan deze nieuwe muur nog nuttig zijn om er fruitbomen aan te planten of om er een remise tegen op te trekken. Daarom wil hij ¼ van de kosten betalen. In de marge stond het antwoord op datum van 13 februari 1789 van de baljuw en de schepenen. Zij gaan akkoord met het voorstel van de pastoor en zeggen toe dat de kerkhof muur nog hetzelfde seizoen zal worden gebouwd.
Getekend: P. F. Denoose, F. De Doncker 1789, Joannes Van Nieuwenhove.
Geeraert Arijs, Franciscus Van Nieuwenhove en bij afwezigheid van de baljuw en meier de burgemeester en de schepenen Franciscus De Doncker en Joannes Van Nieuwenhove lieten weten dat ingevolge het kerkgebod van 1 maart, zij op 3 maart 1789 om 3 u. naar de tuin achter de pastorie zijn gegaan ten einde de kerkweg te verplaatsen gezien er na het kerkgebod niemand een bezwaar daartegen had ingediend. Zij hebben de weg aan de straat zuidwaarts langs het goed van Joannes Schoon[79], zoon van Josephus geleid tot aan de nieuwe hof van de pastorie aan de oostkant. De nieuwe weg paalt nu noordwaarts van aan de straat tot aan de nieuwe hof van Joannes Schoon.
Ondertekend door Geeraerdt Arijs, Franciscus Van Nieuwenhove, Franciscus De Doncker met parafe 1789 en Joannes Van Nieuwenhove.
Deesen seghel dient tot annexe verplaetsing van den kerckwegh wettelijck gedaen den 3de meert 1789.
Tegelijk stonden ze aan de pastoor toe dat hij de beek, die zuitwaarts langs het kerkhof en naast de hof van de pastorie tot aan de straat loopt, dwars door zijn hof en onder het curengoed zou leiden en dit zo lang het de pastoor of zijn opvolgers zal gelieven. Zo kan het water blijven stromen zoals het al van oude tijden deed.
Aan al die dit zullen zien, lezen of horen lezen lieten burgemeester en de schepenen van de parochie en de vierschaar van Erembodegem en Teralfene weten de in de griffie de volgende akte is ondergebracht.
Voor de meijer, burgemeester en de schepenen van de parochie en de heerlijkheid van Erembodegem en Teralfene verscheen de heer Guilielmus De Mol, pastoor van Teralfene, die verklaarde dat hij van de kerk- en armenmeesters van Teralfene een som van zeshonderd gulden had ontvangen. Daarvoor verkreeg hij de toelating van de aartsbisschop van Mechelen. Als pand gaf hij de pastorle goederen gelegen binnen de parochie van Teralfene om in geval van achterstallige betalingen die te verhalen op de goederen. Ondertekend in de vergadering van 20 mei 1794: J. B. Van Nieuwenhove, J. B. Christiaens en Ludovicus Van Nieuwenhove,
1795. Testament van Adriaen De Schrijver en Maria Cobbaert[81].
Op 19 april 1795 stelde pastoor Guillelmus De Mol weer een testament op. Ditmaal voor de zieke Adriaen Franciscus De Schrijver en zijn vrouw Maria Anna Cobbaert. De pastoor gebruikte daarvoor een modeltestament, het eerste deel van het testament komt altijd terug: de erflater is ziek, maar nog bij zijn volle verstand, de dood komt onverwachts en de testateur wil op het kerkhof begraven worden,. Dan volgt, volgens zijn wens, hoeveel missen er na het overlijden zullen gecelebreerd worden met de kosten daarvan, het aantal kaarsen tijdens de uitvaart en een gift voor de armen wordt niet vergeten.
Adriaen De Schrijver en zijn vrouw wensten te worden begraven met een gezongen mis met 18 pond kaarsen waarvan 8 pond aan de kist, 6 op het hoogaltaar, 4 ½ op het altaar van O.-L.-Vrouw en hetzelfde op het altaar van Sint-Jan, nadien volgen er nog drie gezongen missen. De vrienden zullen getrakteerd worden met bier en hesp. Kort na hun overlijden zal de pastoor 100 gezongen missen opdragen tot lafenis van hun zielen.Voor elke mis ontvangt de pastoor 1 gulden, de koster 10 stuivers en de kerk 2 stuivers voor licht en wijn. De paters van Muilem werden niet vergeten. Zij worden gevraagd 100 missen op te drgagen en de psalm de profundis te bidden.
Hun slechte kleren, de helft van hun hemden en de helft van hun mutsen moet uitgedeeld worden aan de armen van Teralfene. Op elke uitvaart zullen 5 zakken graan aan de armen worden gegeven. De langstlevende behoudt zijn kleren, lijnwaad, zilveren gesp, kist en zijn bed, alle meubelen van de keuken, in de kamer en op de voorvloe, vlees, boter, smout, tin, koper en stoelen gedurende hun leven.
1795. Het settingboek van Teralfene.
In 1794 veroverden de Franse revolutionairen het gebied dat nu België is en in 1795 werd het bij Frankrijk ingelijfd. Teralfene maakte dan deel uit van het kanton Asse. De Franse overheid wilde al onmiddellijk de inkomsten van de inwoners kennen om de voor haar broodnodige belastingen te kunnen innen. M. Gruber, commissaris van de uitvoerende macht van het kanton Asse, legde de gemeente een belasting op van 2236 gulden. De gemeentelijke administratie[82]moest een lijst opmaken van de inwoners met hun inkomsten van velden, weiden en bossen. Die belasting moest voor 31 juli voldaan worden ten comptoire generael.
De resolutie[83] (het besluit) over het settingboeck vanTeralfene over 1795 werd overgemaakt aan de borger P. J. E. Van Der Heijden. Hij kreeg als vergoeding 64 – 0 – 0 en voor de gemeentelijke administratie 970 – 11 – 6. Daar Teralfene in het totaal 172 bunder aan akkers, weiden en bossen had, werd een belasting van 13 gulden per bunder opgelegd om aan een bedrazg van 2236 gulden te komen[84].
De agent municipael adjoint en de commissaris der uijtvoerende macht, J. B. Vaerman een M. Gruber ondertekenden op 19de fructidor 4de republikeins jaar (5 september 1796).
Deze belasting werd geheven op de oppervlakte die men in gebruik had. Doe oppervlakte werd uitgedrukt in de oude maten en in het nieuwe tiendelig stelsel met hetaren, aren en centiaren. De belaste personen werden alfabetisch gerangschikt.
Naam
Opp – roeden
Opp – ha, a, ca
guldens
Aelbrecht Geeraert
248 1/2
76 a 40 ca
8 – 2 – 1
Arijs Adriaen
125
38 a 43 ca
1 – 3 – 3
Arijs Frans
107 1/2
33 a 5 ca
3 – 10 – 0
Arijs Geeraert
210 1/4
64 a 64 ca
6 – 16 – 3
Arijs Jan filius Adriaen – op Den Dael
197
60a 57 ca
6 – 9 – 0
Arijs Jan filius Martinus (Portegiesstraet°
333 1/2
1 ha 2 a 54 ca
10 – 17 – 0
Arijs Josephus
211
64 a 87 ca
6 – 17 – 1
Arijs Peeter
267 3/4
82 a 32 ca
8 – 13 – 1
Asselman Adriaen
1155
3 ha 55 a 11 ca
37 – 10 – 3
Asselman Joannes
557
1 ha 71 a 25 ca
18 – 2 – 1
Beekman Guilliam
893
2 ha 74 a 56 ca
29 – 1 – 2
Beekman Lucas filius Jan
422
1 ha 29 a 75 ca
13 – 14 – 3
Boddaert Josephus
239 3/4
73 a 71 ca
7 – 16 – 0
Brewie Jan (Welle)
51
15 a 68 ca
1 – 17 – 1
Callebaut Christiaen
601 1/2
1 ha 84 a 93 ca
19 – 11 – 0
Christiaens Gillis
249
76 a 56 ca
8 – 2 – 2
Christiaens Jan Baptist filius Jan
1657 1/4
5 ha 9 a 61 ca
53 – 7 – 1
Christiaens Jan Baptist filius Geert – wed.
561 1/2
1 ha 72 a 64 ca
18 – 5 – 1
Christiaens Jan filius Gillis
629 3/4
1 ha 93 a 62 ca
Christiaens Joannes filius Jan
637 1/4
1 ha 95 a 93 ca
20 – 14 – 2
Christiaens Joannes filius Sebastiaen
473
1 ha 45 a 43 ca
15 – 8 – 1
Christiaens Josephus
139 1/4
42 a 81 ca
4 – 10 – 3
Christiaens Josephus
65 1/2
20 a 14 ca
2 – 2 – 3
Christiaens Josephus filius Peeter
31 1/2
9 a 68 ca
1 – 0 – 3
Christiaens Peeter filius Jan – weduwe
132
40 a 58 ca
4 – 6 – 0
Claes Judocus
27
8 a 30 ca
0 – 17 – 3
Collijns Jan (Denderleeuw)
73
22 a 44 ca
2 – 8 – 2
Congnau Frans
281
86 a 40 ca
9 – 2 – 3
Couck Judocus
390 1/2
1 ha 20 a 6 ca
12 – 14 – 1
Coucke Adriaen Frans
74
22 a 75 ca
2 – 8 – 2
D’Haese Frans
195
59 a 95 ca
6 – 7 – 3
D’Hont Joannes
40 1/2
12 a 45 ca
1 – 6 – 3
De Backer Geeraert
210
33 a 82 ca
3 – 11 – 3
De Bisschop Adriaen filius Judocus
636 1/4
1 ha 95 a 62 ca
20 – 14 – 0
De Bisschop Carel filius Joos – weduwe
45
13 a 84 ca
1 – 9 – 2
De Bisschop Cornelis
605
1 ha 86 a 2 ca
19 – 13 – 1
De Bisschop Frans filius Michiel
118
36 a 28 ca
3 – 1 – 1
De Bisschop Guiliam filius Adriaen
997
3 ha 6 a 53 ca
32 – 9 – 0
De Bisschop Guilielmus filius Carel
582
1 ha 78 a 94 ca
18 – 18 – 2
De Bisschop Jan Baptist
38
11 a 68 ca
1 – 5 – 0
De Bisschop Josephus filius Carel
27 1/2
8 a 46 ca
0 – 18 – 0
De Bisschop Josephus filius Carel
60
18 a 45 ca
1 – 19 – 1
De Bisschop Josephus filius Peeter
351
1 ha 7 a 92 ca
11 – 8 – 1
De Bisschop Michiel filius Adriaen
140
43 a 4 ca
4 – 11 – 3
De Bisschop Michiel filius Joos
396 1/2
1 ha 21 a 91 ca
12 – 17 – 0
De Bisschop Michiel filius Judocus
964 1/2
2 ha 96 a 54 ca
31 – 7 – 3
De Bisschop Peeter filius Joos
180
55 a 34 ca
5 – 17 – 0
De Bisschop Peeter filius Michiel
1176 1/2
3 ha 61 a 72 ca
38 – 4 – 3
De Bolle Adriaen
592
1 ha 82 a 1 ca
19 – 5 – 0
De Bolle Hendrick (de hoirs)
206
63 a 34 ca
6 – 14 – 0
De Bolle Joannes
259
79 a 63 ca
8 – 8 – 2
De Bolle Judocus
316 1/2
97 a 31 ca
10 – 6 – 0
De Cuijper Michiel weduwe
1521
4 ha 67 a 64 ca
49 – 9 – 0
De Groot Josephus
73 1/2
22 a 60 ca
2 – 8 – 2
De koning Andries
61
18 a 75 ca
1 – 19 – 3
De Koning Jan Baptist
162 1/2
49 a 96 ca
5 – 5 – 3
De Leeuw Joannes
58
17 a 83 ca
2 – 15 – 2
De Paep Gillis (Lombeke)
206 1/2
63 a 49 ca
6 – 14 – 1
De Pauw Jan (Liedekerke)
82
25 a 21 ca
2 – 13 – 2
De Reuse Adriaen
679 1/2
2 ha 8 a 92 ca
22 – 1 – 3
De Reuse Joannes filius Cornelis
1065 3/4
3 ha 27 a 67 ca
34 – 13 – 0
De Reuse Judocus
454 1/2
1 ha 39 a 74 ca
14 – 15 – 2
De Reuse Judocus filius Cornelis
398
1 ha 22 a 37 ca
12 – 19 – 3
De Rijck Joannes
36
11 a 7 ca
1 – 3 – 3
De Rijck Peeter
248
76 a 25 ca
8 – 1 – 3
De Schrijver Frans
1069
3 ha 28 a 67 ca
34 – 16 – 2
De Smet Jan Baptist
276
84 a 86 ca
8 – 19 – 2
Diependael Josephus
70 1/2
21 a 68 ca
2 – 7 – 2
Diericx Frans
127 1/2
39 a 20 ca
4 – 3 – 0
Diericx Joseph
94 1/2
29 a 5 ca
3 – 3 – 2
Droeshout Michiel
245
75 a 33 ca
7 – 19 – 3
Droeshout Peeter filius Jan
139
42 a 74 ca
4 – 10 – 3
Eckeman Josephus
313
96 a 23 ca
10 – 3 – 3
Eckeman Michiel
301 1/4
92 a 62 ca
9 – 15 – 3
Eeckhout Judocus
253 1/2
77 a 94 ca
8 – 4 – 3
Eeman Frans
673
2 ha 6 a 92 ca
21 – 18 – 2
Ghijsels Ludovicus
264 3/4
81 a 40 ca
8 – 12 – 1
Goedvinck Guilliam
731 1/2
2 ha 24 a 90 ca
23 – 15 – 3
Guldemont Nicolaus
142
43 a 66 ca
4 – 12- 3
Itterbeek Adriaen
76 1/2
23 a 52 ca
2 – 9 – 2
Janssens Gillis
268 1/2
82 a 55 ca
8 – 14 – 3
Kerk van Teralphene
67
20 a 60 ca
2 – 5 – 1
Kestens Mattheus
152 1/2
46 a 89 ca
4 – 19 – 1
Lannoy Pauwel
272 3/4
83 a 86 ca
8 – 19 – 0
Luijsterman Joannes
230 3/4
70 a 95 ca
7 – 10 – 1
Mattens Philippus
189
58 a 11 ca
6 – 3 – 0
Meert Jacobus
700 1/2
2 ha 15 a 37 ca
22 – 15 – 1
Meuleman Adriaen filius Adriaen
160
49 a 19 ca
5 – 4 – 1
Meuleman Adriaen filius Gillis
167
51 a 34 ca
5 – 5 – 3
Meuleman Gillis – weduwe
487
1 ha 49 a 73 ca
15 – 16 – 3
Meuleman Guillam
150
46 a 12 ca
4 – 17 – 2
Meuleman Joos
130
39 a 97 ca
4 – 4 – 3
Pauwels Joannes
326
1 ha 23 ca
10 – 12 – 0
Pauwels Peeter Frans
278
85 a 47 ca
9 – 0 – 3
Permentier Joannes filius Robert
227 1/4
69 a 87 ca
7 – 8 – 0
Permentier Peeter
11 1/2
3 a 54 ca
0 – 7 – 3
Pollet Thomas
227 1/2
69 a 95 ca
7 – 8 – 0
Raes Peeter
136
41 a 81 ca
4 – 8 – 3
Schoon Jacobus
137
42 a 12 ca
4 – 9 – 2
Schoon Jan Baptist
264 1/4
81 a 25 ca
8 – 16 – 0
Schoon Joannes
354 1/2
1 ha 8 a 99 ca
11 – 10 – 2
Schouppe Carolus
160
49 a 19 ca
5 – 3 – 1
Schouppe Josephus
317
97 a 46 ca
10 – 6 – 1
Semink Cornelis – weduwe
200
61 a 49 ca
6 – 10 – 0
Semink Guil.
19
36 a 59 ca
2 – 11 – 2
Smet Carel (Erpe)
100
30 a 75 ca
3 – 5 – 0
Sonck Jan Baptist
62 1/2
19 a 22 ca
2 – 0 – 3
Steenhout Carel
254
78 a 9 ca
8 – 5 – 1
Steenhout Jan Baptist
282
86 a 70 ca
12 – 8 – 2
Steenhout Josephus
96
29 a 52 ca
3 – 3 – 2
Steppe Hendrick
275 1/2
84 a 70 ca
8 – 19 – 0
Suijs Guilielmus
358 1/4
1 ha 10 a 15 ca
11 – 13 – 0
Suijs Michiel
280 1/2
86 a 24 ca
9 – 2 – 2
Suijs Peeter filius Joos
277
85 a 17 ca
9 – 0 – 0
Tack Joannes
81 1/2
25 a 6 ca
2 – 16 – 0
Tassenoy Jacobus
465 1/4
1 ha 43 a 4 ca
15 – 8 – 3
Tassenoy Jan filius Martinus
573 1/4
1 ha 76 a 33 ca
18 – 13 – 0
Temmerman Jan Baptist
1618
4 ha 97 a 46 ca
52 – 18 – 2
Touriani Engel
177
54 a 42 ca
5 – 15 – 0
Vaerman Jan Baptist
87 1/2
26 a 90 ca
2 – 17 – 0
Vaerman Jan Baptist (costumier?)
242 3/4
74 a 63 ca
7 – 18 – 3
Vaer(e)man Judocus
122
37 a 51 ca
3 – 19 – 3
Vaerman Philip Jacobus
278 1/2
85 a 63 ca
9 – 1 – 0
Van Bleijenberg Geeraert
215 1/2
66 a 68 ca
7 – 2 – 1
Van Cutsem Guilliam
1130 1/2
3 ha 47 a 58 ca
36 – 15 – 0
Van De Maele Guiliam (de hoirs)
644
1 ha 98 a
20 – 19 – 0
Van De Perre ? filius Andries
346 1/2
1 ha 6 a 53 ca
11 – 5 – 3
Van De Perre Jacobus
30
9 a 22 ca
0 – 19 – 3
Van De Putte Philippus – weduwe
568 1/2
1 ha 74 a 79 ca
18 – 9 – 3
Van De Velde Jan
523 1/2
1 ha 60 a 95 ca
17 – 0 – 3
Van De Velde Hendrick filius Adriaen
62
19 a 6 ca
2 – 0 – 3
Van Den Abbeele Adriaen
675 1/4
2 ha 7 a 61 ca
21 – 19 – 0
Van Den Berge Andries
382 3/4
1 ha 17 a 68 ca
12 – 12 – 3
Van Den Berge Cornelis filius Jacobus
176
54 a 11 ca
5 – 14 – 2
Van Den Berge Jacobus
319 1/4
98 a 16 ca
10 – 7 – 3
Van Den Berge Peeter filius Jacobus
248
76 a 25 ca
8 – 1 – 3
Van Den Bossche Adriaen filius Guil.
413 1/4
1 ha 27 a 6 ca
13 – 8 – 3
Van Den Bossche Adriaen filius Peeter
408 1/4
1 ha 25 a 52 ca
13 – 5 – 3
Van Den Bossche Frans
30
9 a 22 ca
0 – 19 – 3
Van Den Bossche Hendrick filius Guil.
472 1/2
1 ha 45 a 27 ca
15 – 8 – 3
Van Den Bossche Jacobus
360 3/4
1 ha 10 a 91 ca
11 – 14 – 3
Van Den Bossche Jan
175
53 a 80 ca
5 – 14 – 3
Van Den Bossche Jan
455
1 ha 39 a 89 ca
14 – 16 – 0
Van Den Broeck Jan
403 1/2
1 ha 24 a 6 ca
13 – 2 – 1
Van Den Broeck Peeter
50
15 a 37 ca
1 – 12 – 2
Van Der Borgt Adriaen
34
10 a 45 ca
1 – 2 – 2
Van Der Gucht Philippus – weduwe
355
1 ha 9 a 15 ca
11 – 10 – 3
Van Der Mijnsbrugge Josephus
152
46 a 73 ca
4 – 18 – 3
Van Droogenbroek Jan
58 1/2
17 a 99 ca
1 – 18 – 1
Van Kerckhoven Frans (de hoirs)
373
1 ha 14 a 68 ca
12 – 2 – 1
Van Migom Jan
80
24 a 60 ca
2 – 12 – 0
Van Mol G. – pastoor
1747
5 ha 37 a 13 ca
56 – 16 – 0
Van Mol Jan
279 1/4
85 a 86 ca
9 – 1 – 3
Van Mol Peeter
34 3/4
10 a 68 ca
1 – 3 – 0
Van Nieuwenborg Nicolaus David
48
14 a 76 ca
2 – 1 – 3
Van Nieuwenhove Frans
292 1/2
89 a 93 ca
9 – 10 – 2
Van Nieuwenhove Frans – weduwe
949
2 ha 91 a 78 ca
30 – 17 – 2
Van Nieuwenhove Jan filius Frans
350
1 ha 7 a 61 ca
11 – 7 – 2
Van Nieuwenhove Joannes
2848
8 ha 75 a 63 ca
92 – 11 – 3
Van Nieuwenhove Josephus
17
5 a 23 ca
0 – 11 – 1
Van Nieuwenhove Judocus
981 1/2
3 ha 1 a 77 ca
31 – 18 – 0
Van Nieuwenhove Ludovicus
2275 1/2
6 ha 99 a 62 ca
73 – 19 – 0.
Van Nieuwenhove Peeter
617 1/2
1 ha 89 a 85 ca
20 – 1 – 3
Van Nijgen Adriaen
1628 1/2
5 ha 69 ca
52 – 18 – 3
Van Nijgen Judocus (de hoirs)
1085
3 ha 33 a 59 ca
35 – 5 – 2
Van Vaerenbergh Adriaen filius Michiel
33
10 a 15 ca
1 – 1 – 3
Van Vaerenberg Carolus
62 1/2
19 a 22 ca
2 – 0 – 3
Van Vaerenberg Engelbertus
91 1/2
28 a 13 ca
2 – 19 – 3
Van Vaerenberg Frans
85
26 a 13 ca
2 – 15 – 2
Van Vaerenberg Gillis – weduwe
373
1 ha 14 a 68 ca
12 – 3 – 1
Van Vaerenberg Jacobus (Erembodegem)
240
73 a 79 ca
7 – 16 – 2
Van Vaerenberg Jan filius Adriaen
273 1/2
84 a 9 ca
8 – 18 – 3
Van Vaerenberg Jan filius Geert
514 1/2
1 ha 58 a 19 ca
16 – 14 – 3
Van Vaerenberg Joannes
806 1/2
2 ha 47 a 96 ca
26 – 4 – 3
Van Vaerenbergh Joos
778 1/4
2 ha 39 a 28 ca
25 – 6 – 0
Van Vaerenberg Joos
85 1/2
26 a 29 ca
2 – 15 – 3
Van Vaerenberg Judocus (Steenberg)
390
1 ha 19 a 91 ca
12 – 13 – 3
Van Vaerenberg Josephus
69 1/2
21 a 37 ca
2 – 6 – 3
Van Vaerenberg Judocus filius Geert
648 1/2
1 ha 99 a 39 ca
21 – 2 – 0
Van Vaerenberg Livinus (de hoirs)
46
14 a 14 ca
1 – 10 – 2
Van Vaerenberg Michiel
60
18 a 45 ca
1 – 19 – 1
Van Vaerenberg Michiel filius Peeter
351
1 ha 7 a 92 ca
11 – 8 – 1
Van Vaerenbergh Victor
412
1 ha 26 a 67 ca
13 – 8 – 0
Verbeken Jan Frans
100
30 a 75 ca
3 – 5 – 0
Verelst Joannes Baptist – coster
568 1/4
1 ha 74 a 71 ca
18 – 9 – 3
Vonck Peeter (Hekelgem)
106
32 a 59 ca
3 – 9 – 0
Willems Judocus
190 3/4
58 a 65 ca
6 – 4 – 1
Het geheel emport van desen boeck beloopt op ende ter somme van f. 2242 – 0 – 0.
Tantième = 64 – 1 – 0.
180?. Rekenig ende bewijs[85] die mits dezen doende de borgers Josephus Van Nijghem, Joannes Asselman, Ludovicus Van Nieuwenhove, Francies De Reuse ende Petrus Van Nieuwenhove als commissarissen van Weldadigheid der gemeijnte van Teralphene, arrondissement van Assche, departement der Dijle.
Mooi voorbeeld van de overgang van de zorg voor de armen van de kerkelijke instelling Den Armen ook H. Geesttafel genoemd, naar de controle door de gemeente. Met de inlijving van de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk kreeg de ‘openbare onderstand’ (de overheidszorg voor armen) een nieuw gezicht. Het belang van het religieuze verkleinde. De wetten van 16 vendémaire an 5 (7 oktober 1796) en 7 frimaire an 5 (27 november1796) voorzagen in de oprichting van “les Commissions des Hospices Civils” (Commissie van Burgerlijke Godshuizen) en “les Bureaux de Bienfaisance” (Burelen van Weldadigheid). De hospices zouden steun verlenen aan de mensen die in een instelling verbleven en de Burelen van Wekdadigheid zouden steun geven aan de huisarmen ter vervanging van de armendis. Het duurde een aantal jareneer de Franse overheid de administratie op orde had, onder meer ook omdat ze voortdurend haar beslissingen wijzigde. Daardoor werd er tijdens het Directiore weinig betaald zoals hieronder blijkt.
Ontvangsten van landpacht.
– Gillis Janssens twintig gulden voor de helft van 62 roeden land gelegen in Teralphene op De Ballije over vijf jaar.
– Van Jan Tassenoy vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden land gelegen op ?
– Van Geeraerd Aelbrecht 30 gulden voor zes jaar pacht van 1/3 van de helft van twee partijen land, d’eerste groot 30 r gelegen op De Cromhaege en de 2de 60 r op De Waterleede, de twee resterende derden zijn in gebruik bij Judo De Schrijver en Francis Hoefs:
– Van de weduwe Van Nieuwenhove vijf gulden en vijf stuivers voor vijf jaar pacht van de helft van achttien roeden meer gelegen in Teralfene.
– Ontvangen van Michiel De Bisschop van dertien gulden voor vier jaar pacht van de helft van 60 roeden land gelegen op De Cromhaege.
– Van Judocus De Reuse vijftien gulden voor zes jaar pacht van 1/3 van de helft van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg.
– Van Charel Schouppe zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van 78 roeden land gelegen in Teralfene.
– Van Adriaen Cobbaert achttien gulden zeven stuivers en twee oorden voor zeven jaar pacht van de helft van vijftig roeden meers gelegen Den Avinneberg, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800)..
– Van Judocus De Schrijver zes gulden voor vier jaar pacht van 1/3 van de helft van twee partijen land, de eerste dertig roeden op De Cromhaege onder de Hemdenbosch en de tweede op De Waterleede, groot zestig roeden waarvan de resterende 2/3 in gebruik zijn bij Francis Hoefs en Geeraerd Aelbrecht, laatst op vijf nivôse negende jaar (25 december 1800).
– Van Frans Hoefs zes gulden voor vier jaar pacht van het resterende derde van de helft van de voorschreven twee partijen land, laatst verschenen als voorgaende.
– Gillis Janssens vier gulden voor de helft van tweeënzestig roeden land gelegen op De Ballije, voor vijf jaar, laatst leste verschenen vijf nivôse tiende jaar, 25ste december 1801, de som van twintig gulden.
– Van Jan Tassenoy vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden land, laatst verschenen als de voorgaande.
– Van Geeraerd Aelbrecht de som van negen gulden voor zes jaar pacht van 1/3 van de helft van twee partijen land, de eerste 30 roeden gelegen op De Cromhaege en de 2de 60 roeden op De Waterleede, dit zijn de twee resterende derden in gebruik bij Judo De Schrijver en Francis Hoefs, laatst verschenen als voren.
– Van de weduwe Franciscus Van Nieuwenhove vijf gulden en vijf stuivers voor vijf jaar pacht van de helft van achttien roeden meers, laatst verschenen ut ante[86].
– Van Jan Christiaens zeventien gulden voor vier jaar pacht van de helft van tweeënzestig roeden land gelegen op Het Pesterveld onder Hekelgem, laatst verschenen als voren.
– Van dezelfde Jan Christiaens vijf gulden en tien stuivers voor vier jaar pacht van de helft van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als de voren.
– Van de weduwe Gillis Meuleman zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van twee- honderd roeden land gelegen op De Heuvels.
– Van Peeter Van Den Berghe elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar landpacht van een vierde van 118 roeden land gelegen op De Ballije, laatst verschenen als de voorgaande.
– Van Peeter ? twaalf gulden voor vier jaar pacht van een vierde van honderd roeden land gelegen in Denderleeuw, laatst verschenen vijf nivôse tiende jaar (25 december 1801).
– Van Guillam De Vrind zes gulden voor vier jaar pacht van de helft van 1/3 honderd roeden meers gelegen in Liedekerke, genoemd Het Wolfshoofd, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800) dus 6 – 0 – 0.
– Van Cornelis Stijleman vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden hofstede en hoplochting gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen ut ante.
– Van Geeraerd Arijs elf gulden en vijf stuivers voor vijf jaar pacht van de helft van honderd zeventien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als voorgaande.
– Van dezelfde Arijs twaalf gulden en tien stuivers voor vijf jaar pacht van 1/3 van de helft van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen als voren 5 nivôse negende jaar (25 december 1800).
– Van Josephus De Groot van twee gulden en tien stuivers voor een jaar pacht van een derde van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen vijf nivôse vijfde jaar (25 december 1796).
– Van de weduwe Philippus Van De Gucht elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar pacht van ¼ van honderd en achttien roeden land gelegen op De Balleije onder Hekelgem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaer (25 december 1800).
– Van de weduwe Peeter Droeshoudt zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van zeventig roeden land gelegen in Erembodegem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar.
– Van dezelfde Jan Christiaens vijf gulden en tien stuivers voor vier jaar pacht van de helft van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als de voren.
– Van de weduwe Gillis Meuleman zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van twee- honderd roeden land gelegen op De Heuvels.
– Van Peeter Van Den Berghe elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar landpacht van een vierde van 118 roeden land gelegen op De Ballije, laatst verschenen als de voorgaande.
– Van dezelfde Jan Christiaens vijf gulden en tien stuijvers voor vier jaar pacht van de helft van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als de voren.
– Van de weduwe Gillis Meuleman zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van twee- honderd roeden land gelegen op De Heuvels, laatst verschenen ut ante.
– Van Peeter Van Den Berghe elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar landpacht van een vierde van 118 roeden land gelegen op De Ballije, laatst verschenen als de voorgaande.
– Van Peeter ? twaalf gulden voor vier jaar pacht van een vierde van honderd roeden land gelegen in Denderleeuw, laatst verschenen vijf nivôse tiende jaar (25 december 1801).
– Van Guillam De Vrind zes gulden voor vier jaar pacht van de helft van 1/3 van honderd roeden meers gelegen in Liedekerke, genoemd Het Wolfshoofd, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800).
– Van Cornelis Stijleman vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden hofstede en hoplochting gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen ut ante.
– Van Geeraerd Arijs elf gulden en vijf stuijvers voor vijf jaar pacht van de helft van honderd en zeventien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als voorgaande.
– Van de zelfde Arijs twaalf gulden en tien stuivers voor vijf jaar pacht van 1/3 van de helft van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen als voren 5 nivôse negende jaer (25 december 1800).
– Van Josephus De Groot twee gulden en tien stuivers voor een jaar pacht van een derde van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst vijf nivôse vijfde jaar (25 december 1796).
– Van de weduwe Philippus Van De Gucht elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar pacht van ¼ van honderd en achttien roeden land gelegen op De Balleije onder Hekelgem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800).
– Van de weduwe Peeter Droeshoudt zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van zeventig roeden land gelegen onder Erembodegem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar.
– Van de weduwe Jan Arijs een gulden zeven stuivers en twee oorden voor een jaar pacht van de helft van ¼ van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen vijf nivôse zesde jaar (25 december 1797).
Van de borger Graindorge voor Frans Van Den Winckel achttien gulden voor zes jaar pacht van ¼ van honderd roeden land gelegen onder Denderleeuw in Den Haelsack, laatst verschenen vijf nivôse elfde jaar (25 december 1802).
– Van de erfgenamen van wijlen Jacobus Schoon achttien gulden voor negen jaar cijns ofte emphiteuse pacht van de helft van ? roeden land gelegen onder Hekelgem op De Balleije, palend oost de weduwe Carel Eeckhout, zuid dezelfde, west de Balleistraat” en noord het goed der gewezen abdij Affligem, uitgegeven voor een termijn van negenentwintig jaar vanaf 25 december 1780, laatst verschenen op vijf nivôse achtste jaar (25ste december 1799).
Summa 1 van de ontvangsten beloopt tweehonderd zevenennegentig gulden en vijf stuivers.
Ontvangsten van de renten:
– Van Sebastiaen Christiaens zeven gulden zeventien stuivers en twee oorden voor drie jaar rente van de helft van een lening van honderd vijftig gulden, laatst verschenen 20 pluviose 6de jaar (9 februari 1798 uitgaande op een land gelegen onder Essene van tweeënvijftig roeden genoemd Het Hooghuijs blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor schepenen van Affligem op negentien februari 1781 en geteekend door griffier B. E. De Witte.
– Van Francis Dierickx negen gulden voor drie jaar rente van de helft van een lening van honderd vijftig gulden, laatst verschenen veertien prairial achtste jaar (3 junii 1800) bezet ent op een behuisde hofstede van zestig roeden gelegen onder Teralfene blijkens den constitutiebrief gepasseerd voor meijer en schepenen van Erembodegem en Teralfene op den 3 juni 1791. Geteekend door griffier J. B. Wagon.
– Van Joannes Van Vaerenbergh zestig gulden voor vijf jaar rente van de helft van een lening van zeshonderd gulden, laatst verschenen op 19de pluviose tiende jaar (8 februari 1802), bezet op een hofstede met huis en andere edificiën van negentig roeden gelegen in De Portugiese Straete en op een meers en gelegen omtrent De Drijstraete, groot honderd roeden blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de hiervoor genoemde schepenen op 14 februari 1793. Geteekend door J. B. Wagon.
– Van Geeraert Arijs zeventien gulden tien stuivers voor vijf jaar rente van de helft van een lening van tweehonderd gulden, laatst verschenen op 20 germinal 8ste jaar (10 april 1800), bezet op een behuisde hofstede van 44 roeden, gelegen op Ten Daele blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op 11 april 1782. Ggetekend door Lixon.
– Van Francis Eeman zevenenveertig gulden en vijf stuivers voor zes jaar rente van de helft van een lening van vierhonderd vijftig gulden, laatst verschenen op 1 fructidor 8ste jaar (19 augustus 1800), bezet op 1) negenenveertig roeden en een half meers gelegen in Teralfene en 2) een hofstede met huis en andere edificiën gelegen aan de Portugiese Straete blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op 19 augustus 1779? Ondertekend Lixon.
– Van de weduwe Jan Arijs tien gulden en tien stuivers voor drie jaar rente van de helft van een lening van tweehonderd gulden, laatst verschenen op 4 oktober 1787, bezet 1) op een behuisde hofstede op TenDaele, groot achtendertig roeden en 2) op vijfentwintig roeden land ofe hoplochting gelegen Ten Daele blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op vijf mei 1774. Getekend adoor de geëede klerk J. B. De Moor. Zij hebben devoiren gedaen tot recouver van den achterstel.
– Van Josephus Christiaens twintig gulden voor vier jaar rente van de helft van een lening twee onderd vijftig gulden, laatst verschenen op 12 prairial 8ste jaar (1 juni 1800), bezet op de helft van een behuisde hofstede gelegen aan de Portugiese Straet blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op twintig juni 1793. Getekend J. B. Wagon.
– Van Jan Van Haever, voorheen Joannes Van Gijsegem uit Erembodegem, twaalf gulden voor vier jaar rente van de helft van een lening geld laatst verschenen op vijf germinal 8ste jaar (26 maart 1800), bezet op een land gelegen onder Erembodegem omtrent Den Peirboom, groot circa zestig roeden.
– Van de weduwe Philippus Van Guscht acht gulden vijfthien stuivers voor de rente van de helft van een lening van vijfhonderd gulden,i bezet op een behuisde hofstede, groot 130 roeden, palend oost en zuid de straat, west J. B. Christiaens. Niet betaald sinds 1793.
– De provincie van Vlaanderen geeft jaarlijks op 27 september aan de armen een som van 44 – 9 – 4 voor de rente van de helft van een obligatie van f. 2546 – 2 – 10 deniers, maar niet meer betaald 1793. Deze originele obligatie is overgezonden aen de administratie departementaal volgens preuve de date 19 ventose 7de jaer.
– Dezelfde provincie moet nog achttien gulden per jaar voor de rente van de helft van een lening van negenhonderd gulden op 25 juni. Niet betaals sinds 1793. Idem en is deze originele obligatie overgezonden aen de administratie departementaal volgens preuve de date 19 ventose 7de jaer.
– Totaal van de ontvangsten door de borger Van Der Heijden van Aalst, gewezen ontvanger van Teralfene: honderd tweeëntwintig gulden achttien stuivers een oord
Summa 2 van de ontvangsten: driehonderd zeven gulden en drie oorden.
Ontvangsten van cijnzen en jaargetijden.
– Jan Baptist Christiaens, Jan Van Vaerenberg en Gillis Van Vaerenberg moeten jaarlijks tien stuijvers voor de helft van de cijns van 31 roeden land op De Balleije en nog 70 roeden op hetzelfde veld palend oost de kerk en de armengoederen van Teralfene, zuid de gewezen abdij Afflighem, west Gillis Van Den Wijngaerde en noord de abdij voor wijnbrood en andere voor de dienst van de H. Kruismissen. Nota: de genoemden Christiaens en Jan Van Vaerenbergh betalen voor hun deel in de voorschreven cijns 3 ¾ stuivers. Geen voldoening sedert 1796.
– Van Gillis Van Vaerenberg 2 ½ stuijvers en geen voldoening sedert 1793.
– Van Peeter De Bisschop, zoon van Michiel …. bepand op en zijn hofstede, groot 116 roeden, gelegen aan Den Grooten Driesch, palend oost Judo De Bolle, zuid Jan Van Nieuwenhove, west de straat en noord de genoemde dries. Idem geen betaling sedert 1790. – De erfgenamen van Paulus De Lannoy moeten jaarlijks de helft van een gulden en twee stuivers bepand op een half dagwand meers en hoplochting in hun erf op Ten Daele, palend oost Adriaen De Bisschop, zuid Petrus Droeshoudt, west idem en noord de straat, laatst verschenen op 2 december 1801 met vier gulden negentien stuijvers.
– De erfgenamen van Amandus Eeckhout moeten jaarlijks de helft van zes stuivers over het licht der maendelijksche misse van requiem voor de zielen van Jan Van Der Slaghmolen bepand op 2/3 van een half bunder meersch achter “Den Daele” paelende oost Guillam De Bisschop, zuid Jan Baptist De Smedt, west de weduwe Judo Asselman, ende noord Peeter Van Vaerenberg ende mits geene voldoening sedert den jaere 1791 alhier gebracht voor bewijs en memorie.
– Jan Baptist Christiaens, zoon van Jan, moet jaarlijks de helft van acht stuivers betalen voor het licht van het jaargetijde van Geeraert Van ?, bepand op een stede gelegen Ten Daele, groot 145 roeden, palend oost het curegoed, zuid de straat, west de sraat en noord De Cromhaege. Geen voldoening sedert 1797.
– Voor Lovicus Van Nieuwenhove de helft van 25 stuivers voor een jaargetijde van Geeraert en Elisabeth Bogaerts bezet op 190 roeden meers achter Den Daele, palend oost Joseph Jacobs, zuid de erfgenamen Adriaen Van Den Abbeel, west Den Maijmeersch en noord Guillam De Bisschop. Geen voldoening sedert 1794. Nota: dat in de vermelde cijns Joos Pauwels uit Hekelgem wegens zijn vrouw en N…….. Van Den Abbeel voor haar vader Adriaen Jaarlijks de helft van ¾ stuijver moeten betalen. Geen voldoening sedert 1795.
– Peeter De Bisschop, zoon van Jan, moet de helft van acht stuivers voor het jaargetijde van Henricus Pensaert, bepand op ¾ van een dagwand stede, vroeger land, gelegen op Ten Daele, palend oost de weduwe Carel Eeckhoudt, zuid de straat en de weduwe Judocus De Wolf. Geen voldoening sedert 1790. Voor het vermelkde jaargetijde moeten Judocus Couck en Cornelis De Bisschop ieder de helft van een stuive. Geen voldoening sedert 1792.
– Adriaen De Bisschop, zoon van Joos, en Judocus Van Vaerenberg voor de weduwe Joos Asselman en Geeraert Van Bleijenberg, moeten jaarlijks de helft van ? stuivers bepand op een half bunder land en stede gelegen opTen Daele, palend oost Jan Van Nieuwenhove, zuid Den Bought, west de erfgenamen Lannoy en noord de straat. Deze cijns moet nu betaald worden door Josephus Steenhoudt. Geen voldoening sedert 1795.
– Philippus Vaerman moet de helft van tien stuivers. Geen voldoening sedert 1792.
– Adriaen Van Den Bossche, zoon van Peeter, moet de helft van acht stuivers bepand op zijn stede gelegen binnen deze gemeente, palend oost en zuid de straat en noord Van Backstael. Geen voldoening sedert 1795. Adriaen De Bisschop, zoon van Judo, betaalt voor Cornelis Asselman de helft van ? die cijns bepand op zijn stede, voorheen meers.
– De erfgenamen van Joannes Tack uit Aalst, voorheen Guillam De Brand en anderen, moeten jaarlijks de helft van tweeëndertig stuivers voor het jaargetijde op vrijdag na Lichtmis van Geeraert Eeckhoudt en Jan Arijs en voor Mottemans en Maria Bogaerts volgens het testament van 21 februari 1698, bepand op de hofstede Het Egdeken, groot 102 roeden palend oost de weduwe Guillam Van Den Abbeel, zuid en west de straat, en noord de dreef van de Callenmeersch. Geen voldoening sedert 1786.
– Judocus Van Den Berghe en de weduwe Gillis Asselman, moeten ieder voor de helft van zes stuivers voor het jaargetijde van heer Jan Arijs op Pinkstermaandag, bepand op hun stede en hop lochting opTen Daele, oost Jan De Ghendt, west de erfgenamen Carel Van Ginderdeuren, en noord de straat. Geen voldoening sedert 1795.
– Lucas Beeckman moet de helft van drie stuivers voor het licht en ornamenten van het jaargetijde van Jan De Bolle en Marie Pauwels, bepand op hun stede, groot omtrent een dagwand gelegen op Ten Daele, paalend oost Peeter Van De Maele, zuid de straat, west het straAtje lopend van Den Vogelensang en de Cromhaege; geen voldoening sedert 1796.
– Voor Guillam Van De Maele, zoon van Guillam, geldt de helft van twaalf stuivers voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Geeraert De Reuse uitgaand op een dagwand en half meers. Geen voldoening sedert 1793.
– Voor Laureijs De Boom voor zijn vrouw en Adriaen Meert uit Erembodegem geldt jaarlijks de helft van 3 gulden 12 stuivers voor het jaargetijde van Jan Van Vaerenberg en Catharina Bruggemans. Geen voldoening sedert 1773.
– Voor Peeter Van Den Bossche wegens zijn vrouw Catharina De Reuse, dochter van Gillis voor haar vader met consoorten geldt jaarlijks de helft van dertig stuivers voor het jaargetijde van Adriaen Moock en Catharina Van Vaerenberg, bepand op hun stede, groot 90 roeden, palend oost en zuid de straat, west Adriaen De Bisschop. Geen voldoening sedert 1792.
– Voor Adriaen Van Nijgem geldt jaarlijks de helft van twee gulden voor het jaargetijde van Peeter Van Den Broeck, te celebreren kort na Lichtmis, bepand op zijn hofstede gelegen aan Den Driessche, palend oost de weduwe Gillis Asselman, zuid en west de voetweg en noord de straat. Geen voldoening sedert 1790.
– Voor Louis Van Nieuwenhove geldt jaarlijks de helft van twee gulden voor twee altijd durende jaargetijden voor de ouders van Peeter Van Den Broeck, te celebreren op het laatste van de maand augustus, bepand op 120 roeden land gelegen op Het Meuleveld, palend oost Joseph De Troyer, zuid Michiel Van Vaerenberg, west Jan Van Nieuwenhove en noord de beek. Geen voldoening sedert 1794.
– Voor Joos Pauwels wegens zijn vrouw geldt jaarlijks de helft van dertig stuivers, bepand op de meers De Bouckxkens, palend aan de Dender. Geen voldoening sedert 1795.
– Voor Gillis Van Vaerenbergh van Essene geldt jaarlijks de helft van drie gulden altijd vallend op 20 oktoberr voor de jaargetijden gefondeerd door Anthoon Taeleman, te celebreren de eerste woensdag na Sint-Jan en de het 2de woendag na H. ?, bepand 1ste op zijn hofstede, groot honderd roeden, palend oost Joannes Van Den Abbeel, zuid de straat, west Hendrick De Pauw en noord de voetweg; 2de op honderd roeden land gelegen ………. palend oost Jan Van Der Slagmolen, noord de straat. Geen betaling sedert 1796.
– Voor de weduwe Peeter Vaerman voor de helft en Judocus Eeckhoudt voor de wederhelf voor Cornelis Meuleman en ? Van Mol voor de helft van dertig stuivers, bepand op hun stede en land. Geen voldoening sedert 1792.
– Voor Joseph Redant, zoon van Jan, en de erfgenamen Jan Baptist Verhelst gelden jaarlijks tien stuivers, te weten de redant 1/3 en de erfgenamen 1/3 voor het licht en de ornamenten van het jaargetijde van Michiel De Bisschop, bepand op hun respectievelijke hofstede. Geen voldoening sedert 1797.
Summa 3 van de ontvangsten beloopt vier gulden en negentien stuivers.
De Franse revolutionairen ageren tegen de godsdienst.
Het valt op dat vanaf het begin van de oorlog van de Fransen tegen de Oostenrijkers de betalingen voor de cijnzen bijna volledig stopten. Daar zijn meerdere redenen voor. Sedert 1789 was er bijna voortdurend oorlog en de Franse overheid plunderde vanaf 1794 het land en voerde een anticlericale politiek:
– Al in augustus 1794 beval het Comité de Salut Public: Overlaad de rijken en de clerus met belastingen, beroof België van alle bestaansmiddelen.
– In oktober besliste de Conventie dat de kerkelijke bezittingen staatseigendom werden.
– In februari 1795 leggen de commissarissen van de Franse krijgsmacht de armendis een verplichte lening op.
– September 1795. Een bijzondere wet schaft alle ordes, kloosters en abdijen af. Alle kerkelijke gioederen met inbegrip van de kapelanieën, de pastorale goederen en de broederschappen worden aangeslagen als nationaal goed. De kerk- en armenmmesters worden uit hun ambt ontzet en zijn verplicht de rekeningboeken en het geld af te geven
– Het decreet van 19 maart 1797 verplichtte de bedienaars van de erediensten de volgende verklaring af te leggen:je reconnais due l’ universalité des citoyens français est le souverain et je promais soumission et obéissabce aux lois de la République. De priesters kregen 10 dagen de tijd om de verklaring af te leggen. Wie daarna nog een kerkelijke functie uitoefende kreeg een boete van 500 pond en 3 maanden gevangenisstraf. De aartsbisschop wou niet dat de priesters de verklaring aflegden.
– In augustus 1797 erkende het Directoire de vrijheid van de eredienst, maar buiten de kerk zijn alle religieuze emblemen verboden. Het kruis op de torens en op kapellen, heiligenbeelden op de openbare weg en in kapellen moeten weg.
-September 1797. Door het decreet van 9 fructidor an 5 ( 5 september) breekt de godsdienstvervolging los. De priesters moeten de eed van haat afleggen: Je jure la haine à la royauté et à l’ anarchie; je jure attachement et fidélité à la république en à la constitution de l’ an 2. Aartsbisschop von Franckenberg verbiedt de priesters de eed af te leggen omdat hij inging tegen de wet van de liefde. Ongeveer 10 ooo priesters weigeren de eed af te leggen. IN december begon een klopjacht op de onbeëdigde priesters die onderdoken De besloten tijd was begonnen.
– E.H. Van den Broeck schreef in de begeleiding van zijn Gezinsboeken dat in zijn familie werd verteld dat zijn grootvader Machiel Van den broeck in 1798 in het geheil op de Oude Molen werd gedoopt.De ouders brachten het kind niet zelf naar de molen, wel enkele moedige vrouwen zoals Barbara Malchos (een schuilnaam) en Anna Maria Cuyper, de vrouw van de Teralfense koster.
– Okotber. De erediensten worden overla stopgezet. De klokken mogen niet meer luiden.
– November. De Fransen beginnen met de verkoop van dekerkelijke goederen. In Teralfene gebeurt dat op 15 maart 1799.
– Januari 1800. De Franse passen de vervolgingswetten minder streng toe. De kerken mogen weer open, maar onbeëdigde priesters krijgen geen toelating om weer in dienst te komen.
– Paus Pius VII ondertekent op 15 augustus het concordaat met Napoleon. De overeenkomst houdt in dat de Franse republiek het katholocisme erkent als de godsdienst van de meerderheid. De nog niet in beslag genomen religieuze gebouwen komen ter beschikking van de clerus. Onteigende kerkelijke goederen blijven in het bezit van de kopers. De clerus heeft geen vervogingen meer te vrezen[87].
Ontvangsten van rogge.
– Voor Ludovicus Van Nieuwenhove geldt jaarlijks een vat rogge, laatst verschenen op vijf nivôse tiende jaar (25 Xber 1801), dus 5 vaten.
– Voor Joannes Van Vaerenberg een vat rogge, laatst verschenen zoals voorgaande, dus vijf vaten.
– Voor de weduwe Jan Van Den Broeck en Joannes Van Nieuwenhove een vat rogge, laatst verschenen als de voorgaande, dus vijf vaten.
– Voor Josephus Schoon 1/2 vat rogge, laatst verschenen zoals voorgaande, dus 2 1/2 vaten.
– Jeroom Van De Perre een vat rogge, laatst verschenen op 5 nivôse 8ste jaer (25 december 1799) dus 2 vaten.
– Jan Baptist Vaerman 1/2 vat rogge, laatst verschenen op vijf nivôse Xde jaar (25 december) 1802, dus 3 vaten.
– Joannes Van Nieuwenhove twee vaten rogge uitgaande op zijn hofstede, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800), dus 8 vaten.
– Francis Van Nieuwenhove met consoorten 7/8 van een vat rogge, laatst verschenen vijf nivôse Xde jaar (25 december 1801), dus 4 3/8 vaten.
De gehele ontvangst van rogge van 34 7/8 vaten werd aan de armen uitgedeeld..
Uitgaven.
– Aan de borger D’Herdt van Aalst drie gulden en drij stuivers voor de levering van drie registers voor het noteren van de ontvangsten en uitgaven van de armen: 3 – 3 – 0.
– Aan Geeraert Arijs twee gulden voor zijn devoiren ten dienste van de armen: 2 – 0 – 0.
– Aan de borger Janssen, chirurgijn te Erembodegem voor gedane visites en levering van medicijnen aan verscheidene arme zieken: 8 – 6 – 0.
– Aan port voor een brief op 9 frimaire 7de jaar: 0 – 10 – 0.
– Aan Gillis Dierickx, garde champetter, voor zijn devoiren voor de armen: 1 – 0 – 0.
– Aan port voor een brief van 15 thermidor 7de jaar: 0 – 7 – 0.
– Aan de borger Gaspar voor levering van tien werkdekens voor de armen: 13 – 0 – 0.
– Aan Peeter Van De Maele voor levering van enige stoffen en kousen ten dienste van de armen: 18 – 4 – 2.
– Aan Matheus Rosenol voor het maken en repareren van verscheidene kleren van de arme kinderen: 1 – 5 – 0.
– Aan Hendrick De Troch voor het maken van twee paar nieuwe schoenen van twee arme mensen: 3 – 17 – 0.
– Aan een hoed voor de zoon van de weduwe Coigneau: 1 – 1 – 0.
– Aan de voorschreven borger Gaspar voor de levering van acht dekens voor de armen: 9 – 9 – 0.
– Aan Francis Dierickx voor het maken van twee lichgters voor de begrafenis van de vrouw van Josephus Eekeman en het kind van Frans D’Haese: 4 – 0 – 0.
– Aan Engel Van Vaerenbergh voor het onderwijzen van de arme kinderen 1779: 4 – 13 – 3
– Aan Adriana Van Nijghem op 14 juli 1800 voor het leveren van veertien vaten koren voor distributie aan de arme lieden: 19 – 5 – 0.
– Aan Matheus Rosenol voor het maken en repareren van kleren van de armen: 0 – 12 – 0.
– Aan de voorschreven Janssens voor zijn visites en levering van medicamenten voor verscheidene arme mensen: 6 – 16 – 2.
– Aan Jan Baptist De Bisschop voor de levering van winkelwaren aan de weduwe Franciscus D’Haese: 3 – 3 – 0.
– Aan N. Guldemont voor de levering van enig brandhout, brandewijn en café(?) voor een arme onbekende persoon ziek liggend ten huize van Josephus De Bisschop: 1 – 16 – 3.
– Aan de genoemde Gillis Dierickx voor enige vermaningen aan de debiteurs van de armen: 0 – 7 – 0.
– Aan Adriana Deleu van Borglombeek voor de levering van drie dekens voor de armen: 4 – 14 – 2.
– Aan Engel Vaerenberg voor zijn devoiren in het leren lezen en schrijven van de arme kinderen in 1800 en 1801: 7 – 5 – 0.
– Aan N. Guldmont voor levering van brood en bier aan de weduwe van Frans D’Haese: 0 – 18 – 3.
– Op 10 mei 1802 aan Louis Van Nieuwenhove voor de levering van negen vaten rogge voorde armen: 21 – 0 – 0.
– Op 20 juni aan dezefde voor de levering van drie vaten rogge: 7 – 10 – 0.
– Aan Jan Baptist Christiaens voor de levering van drie zakken rogge: 45 – 0 – 0.
– Aan Josephus Van Nijghem voor del evering van 4 ½ vaten rogge: 11 – 5 – 0.
– Aan Hendrick De Troch voor het maken van een paar schoenen voor de zoon van Joseph De Raese: 2 – 2 – 0.
– Op 11 juli 1802 aan N. Guldemont voor de levering van brood en bier aan de weduwe Frans D’Haese: 2 – 14 – 0.
– Op 19 juli aan Michiel Eekeman voor de levering van een vat en half rogge voor Josephus De Raese: 2 – 17 – 0.
– Aan Josephus De Bisschop voor de levering van een vat en half pataten en twee paar houten schoenen aan de weduwe D’Haese: 1 – 0 – 0
– Op 23 juli aan Gillis Dierickx aan Frans Van de Winckel uit Denderleeuw voor de opzeg van de goederen van de armen die hij in gebruik had: 0 – 5 – 0.
– Op 27 juli aan N. Guldemont voo de levering van brood en bier aan de weduwe D’Haese: 2 – 17 – 0.
– Aan pastoor De Mol voor het begraven en de uijtvaart van de weduwe D’Haese: 6 – 6 – 0.
– Aan Frans Dierickx voor het leveren van een lichter voor de weduwe: 3 – 0 – 0.
– Op 2 augustus 1802 aan Gillis Dierickx voor zijn devoiren in het oproepen en verkopen van de vruchten op een land van armen gelegen onder Denderleeuw en in het gebruik geweest bij Frans Van Den Winckel: 0 – 7 – 0.
– Aan Janssens voor het behandelen van verscheidene arme mensen en levering van medicijnen: 17 – 14 – 2.
– Aan Peeter Van De Maele van Aalst voor de levering van drie ellen stof, twee paar koussen en een voorschoot voor enige arme lieden: 4 – 12 – 0.
– Aan twee hemden, een rok en corset voor de wees van wijlen Frans D’Haese: 4 – 7 – 2.
– Aan Matheus Rosenol voor het maken en repareren van enige kleren voor de kinderen van D’Haese: 1 – 1 – 0.
– Aan de borger Van Der Heijden voor de grondcontributie van de armen van het jaar vijf : 14 – 3 – 3. De huurders moeten hetzelfde bedrag betalen.
– Voor de inscriptie van een lening ten laste van Joseph Christiaens: 3 – 19 – 2.
– Voor de inschrijving van een rente ten laste van de weduwe Philippus Van De Gucht: 4 – 0 – 1.
Summa van de uitgaven: 274 – 19 – 1.
Andere uitgaven
– Aan de armen uitgedeeld: op vier floréal 7de republikeins jaer 41 – 0 – 0; op 26 prairial van hetzelfde jaar 39 – 3 – 0; op 18 februari, 23 april en 3 juni 1801: 21 – 16 – 2; op 20 7ber, 10 8ber, 16 en 29 9ber van hetzelfde jaar 26 – 18 – 3; op 20 Xber 1801, op 5, 11 en 18 januari 1802: 45 – 4 – 0; op 17 februari, 2 en 22 maart 1802 aan de weduwe Frans D’Haese: 2 – 4 – 1; op 12, 13 en 28 april aan drie arme mensen 8 – 1 – 0; aan de zieke vrouw van Jan Camu op 18 juni 1802: 3 – 3 – 0; op 22 juli: 48 – 5 – 0; op twee augustus: 56 – 4 – 0.
Summa van deze uitgaven: 291 – 19 – 2.
Distributie van rogge.
– Op 21 mei 1800 gedistribueerd aan de armen vijftien vaten en een vierde rogge.
– Op 16 juli 1801 negentien vaten een vierde rogge.
De gehele uitgaven voor de rogge: 34 1/2 vaten.
Finale uitgaven van de rendant
– Aan de borger Petrus Van Nieuwenhove de tantième van de ontvangsten en de distributie van de penningen van de armen en de twintigste penning. Vermits die belopen zeshonderd negen gulden vier stuivers en drie oorden, bedraagt de tantième 30 – 9 – 1.
– Voor het opstellen van deze rekening, examinatie van de papieren en de bescheiden: 11 – 8 – 0.
– Voor de kopie voor de rendant: 5 – 14 – 0.
Summa 3° van de uitgaven 47 – 11 – 1.
Summa summarum van de uitgaven 600 – 6 – 1.
De ontvangsten bedroegen 609 – 4 – 3.
De rendant heeft meer ontvangen dan uitgegeven 8 – 18 – 2.
Aldus gedaen, gerekent ende gesloten onder allen &, coram de ondergeteekende binnen Assche dezen 7de floréal 11de jaer, waeren geteekent Josephus Van Nijghem, P. Van Nieuwenhove, L. Van Nieuwenhove Jan Asselman, Joannes De Reuse, J. De Bisschop adj. Gruber maire, J. F. Gillis juge de paix en P. Fieremans.
1807. Teruggave van gronda an de kerkmeesters[88]..
Toen de kerkmeesters vernamen dat een perceel van 30 a 42 ca palend aan het goed van de vroegere abdij Affligem, aan de pastorie en aan Francis Van Nieuwenhove, toebehorend aan de kerk op 6 december zou worden verkocht, stuurden ze een brief naar de prefect te Brussel. In hun schrijven vroegen ze de teruggave van het perceel omdat het belast was met fundaties ten voordele van de kerkfabriek. Het veld was als domaine nationale aangeslagen. Op 3 maart 1807 ging de prefect in op hun verzoek.
Napoléon par la grâce de Dieu et les constitutions de l’empire, empereur des Français, roi d’Italie, protecteur de la confédération du Rhin &a à tous présent et à venir, salut, faisons savoir que :
Dat Jacques Maximilien Catoir, notaris te Brussel voor dokter Jean De Loecker uit de Eikstraat n° 1373 te Brussel op 20 oktober 1810 de verkoopakte opstelde van zijn bos te Teralfene, groot 18 a 80 ca. Het bos paalde aan 1° een hopveld in gebruik bij Adrien De Bolle, 2° de weduwe Adrien De Schrijver, 3° Josse De Bisschop, 4° une lisière de raspe de l’église de Teralphene in het bezit van Adrien et Guillaume Meulemans. De koper was François Rollier, pastoor te Teralfene en de koopsom bedroeg 180 fr.
1811. Oprechten staat van goederen soo land en weiden, bosschen, renten[90].
Op 22 juni 1811 maakte iemand (de pastoor?) de inventaris op van de bezittingen van de kerkfabriek.
Land, weiden en bossen
Een perceel op de Heuvels, groot 100 roeden. Verhuurd aan Guilielmus Meuleman en Jan Baptist Steenhout voor 16, 50 francs.
Een land in Hekelgem op De Ballije, groot 118 roeden. Verpacht aan Ludovicus Van Gucht en Petrus Van Den Berghe voor 17,00 fr.
Een land in Hekelgem op De Ballije, groot 30 roeden. Verpacht aan Jan Baptist De Bisschop voor 8,00 fr.
Een land in Hekelgem op Het Pesterveld, groot 31 roeden. Verpacht aan Judocus Christiaens voor 8,00 fr.
Een land op Den Nuffelteurre?. Verpacht aan Jean Tastenoy voor 6,50 fr.
Een land in Denderleeuw, groot 46 roeden. Verpacht voor 13 francs aan Petrus Borriau.
Een land op De Cromhaege, groot 27 ½ roeden. Verpacht aan Jan Baptist De Bisschop, zoon van Michael voor 8,00 fr.
59 roeden op De Heuvels. Verpacht aan Gillis Dierickx, Michael Arijs en Judocus Christiaens samen voor 9,50 fr.
39 roeden op De Klein Cromhaege. Verpacht aan Ludovicus Van Gucht voor 8,50 fr.
Een meers van 8 ½ roeden achter Den Daele. Verpacht aan Petrus Van Nieuwenhove, zoon van Franciscus voor 2,50 fr.
57 roeden op de Steenberg. Verpacht aan Judocus De Reuse, Gerardus Arijs, Jan Permentier voor 15,00 fr.
Een meers van 25 roeden op Den Avinneberg. Verpacht aen Jan Tack voor 6,00 fr.
Een hofstede van 25 roeden op de Steenberg. Verpacht aan Cornelis Steyleman voor 5,44 fr.
55 roeden op De Klein Cromhaege. Verpacht aan Gerardus Arijs, Jan Baptist Schoon, Gillis Dierickx voor 12,00 fr.
35 roeden in Erembodegem. Verpacht aan de weduwe Petrus Droeshout voor 8,00 fr.
Een meers in Liedekercke genoemd Het Wolfshoofd, groot 16 ½ roeden. Verpacht aan Guilielmus De Vrind voor 3,50 fr.
Een land van 30 roeden De Cromhaege. Verpacht aan Judocus De Schrijver en Franciscus Hoefs voor 7,00 fr.
15 roeden op De Kleine Cromhaege. Verpacht aan Carolus Albrecht voor 3,50 fr.
Een land van 31 roeden in Hekelgem op De Ballije. Verpacht aan Amandus Vertongen voor 3,60 fr.
100 roeden in Hekelgem op De Ballije. Verpacht aan Judocus Heeremans belast jaarlijks met 4 vaten koren aan de armen van Teralfene voor 14,50 fr.
Renten.
Een rente op 100 gulden geeft jaarlijks 6,50 verkregen op 4 mei 1774 tot last van Jan Arijs, Michael Arijs en Petrus De Backer (1) bepand op een behuisde hofstede, groot 38 roeden op Ten Daele, palend oost Francis Arijs, zuid Mansbroekveld, west Francis Van Nieuwenhove, noord de straat, (2) bepand op 31 roeden meers in ?, palend zuid Jan Baptist Christiaens, west Den Avinneberg, noord de weduwe Frans Van Nieuwenhove, (3) nog 25 roeden land in Teralfene, palend oost Ludovicus Geysens, zuid Affligem, west Jan Christiaens, noord dezelfde, gegoed voor de wet van Erembodegem ((= de schepenbank) volgens de akten alhier berustend
Een rente op 75 gulden geeft jaarlijks 4,75 verkregen op 9 februari 1781 tot last van Sebastianus Christiaens en Josephus Christiaens, bepand op een land van 52 roeden genoemd Het Hooghuijs in Essene, oost de straat, zuid de beek, west de erfgenamen Joos Van Der Biest, gegoed voor de wet van Affligem alhier berustend.
Een rente op 100 gulden geeft jaarlijks 6,34 ten laste van Gerardus Arijs van Teralfene, bepand op een behuisde hofstede van 44 roeden op Ten Daele, palend oost de wezen Francis Arijs, zuid de straat, west de pastorie, noord de voetweg, gegoed door de wet van Erembodegem, gelicht 10 april 1782 volgens akten alhier berustend.
Een rente op 75 gulden geeft jaarlijks 5,44 ten laste van Petrus Snel tot Mijlbeek, bepand op land in Erembodegem omtrent Den Peirenboom, groot circa 60 roeden. Deze rente is niet gehypothequeerd, ook geen constitutiebrief.
Een rente op 250 gulden geeft jaarlijcks 13,60 ten laste van Philip, nu Ludovicus, bepand op een behuisde hofstede van 131 roeden, palend oost en zuid de straat, west Jan Baptist Christiaens, noord Adrianus Van Den Bossche, nu Jan Baptist Van Vaerenberg, van 18 februari 1788, gegoed voor de wet van Erembodegem volgens de akte alhier berustend.
Een rente op 750 gulden ten laste van Francis Dierickx, bepand op een behuisde hofstede van 60 roeden, palend oost het wederdeel van deze, zuid de straat, west de erfgenamen van Petrus Van Vaerenbergh, nu Michael De Bisschop, noord Den Breedeweg,ingaande op 3 juni 1794 voor de wet van Erembodegem volgens de akte.
Een rente op 12 gulden geeft jaarlijks 3,70 tot last van Joannes Baptist Christiaens, nu Josephus, bepand op 150 roeden, oost het goed van de abdij Affligem, zuid De Portegiese straete, west de weduwe Petrus Christiaens, noord de erfgenamen Judocus Van Neijgem, ingaande op ? juni 1793, gegoed voor de wet van Erembodegem volgens de akten alhier berustend.
Ontvangst van cijnzen.
Een land van 31 roeden in Hekelgem op De Ballije, belast met 2 francs 37 cent waarvan 1,35 fr. voor de pastoor, 68 cent voor de koster 68 cent en voor de kerk 34 cent tot last van Jan Baptist Christiaens. Vernieuwd in 1811 over een ten deel van de kruismissen ten tijde van de vasten.
Een land in Hekelgem op De Ballije, belast met drie francs 17 cent waarvan 1,90 fr. voor de pastoor, voor de koster 98 cent en voor de kerk 22 cent, tot last van Joannes Van Vaerenberg, zoon van Judocus, over een deel van de kruismissen ten tijde van de vasten. Vernieuwd op 7 floreal jaar 11 en laatst vernieuwd in juni 1811.
Een land op De Ballije in Hekelgem, ten laste van Petronella Jacobs, jaarlijks belast door een deel der kruismissen ten tijde van de vasten met 1 franc 21 cent, voor de pastoor 67 cent, de koster 38 cent en de kerk 5 cent.
Een land op De Ballije in Hekelgem ten laste van Francis Van Nieuwenhove, jaarlijks belast met ? voor een deel van de kruismissen ten tijde van de vasten. Vernieuwd op 9 juni 1811.
Een land op De Ballije ten laste van Joannes Van Den Bossche, in plaats van Angelina Van Vaerenbergh, jaarlijks belast met 2 francs 30 cent, waarvan 1, 26 fr. voor de pastoor, voor de koster 63 cent en voor de kerk 40 cent, voor een deel van de kruismissen ten tijde van de vasten. Vernieuwd 29 juni 1811.
Een land op Den Dries, groot 116 roeden, palend oost Petrus Van Neijgem, zuid Jan Van Nieuwenhove, west de straat naar de dries, jaarlijks belast één franc 16 (cent) ten laste van Joannes Christiaens en Ludovicus De Bisschop. Vernieuw in 1811.
Een hofstede op Ten Daele, palend oost Judocus Christiaens, zuid Petrus Van Nieuwenhove en de weduwe Timmerman, west Judocus Couck, noord de straat, groot 50 roeden, ten laste van Paulus Lannoy voor 1 fr.
Een meers achter Den Daele, palend oost Guilielmus De Bisschop, zuid Jan Baptist De Smet, west de weduwe Judocus Asselman, noord Petrus Van Vaerenbergh, ten laste van Judocus Couck, groot 133 roeden, geeft jaerlijkx 27 cent voor licht en ornamenten van het jaargetijde van Jan Van Der Slagmolen.
Een hofstede op Den Daele, groot 145 roeden, palend oost de pastorie, zuid de straat, west het pastoreel goed, noord De Cromhaege, ten laste van Joannes Baptist Christiaens, zoon van Jan, voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Gerardus Van Schingen en Elisabeth Petermans, geeft jaarlijks 1,72 fr., waarvan 90 cent voor de pastoor, voor de koster 45 cent en voor de kerk 36 cent. Vernieuwd 1811.
Een meers achter Den Daele, groot 190 roeden, palend oost Joseph Jacobs nu Joannes Baptist Christiaens, zuid Adrianus Van Den Abeele, west Den Meijmeersch, noord Guilielmus De Bisschop, ten laste van Ludovicus Van Nieuwenhove voor het jaargetijde van Gerardus en Elisabeth Bogaer(t)s, geeft jaarlijks 1,13 fr. Vernieuwd ? Ludovicus Van Nieuwenhove geeft alle jaren 75 cent en Judocus Van Blijenbergh 38 cent.
Een hofstede aan Den Grooten Driessche ten laste van Petrus Van Neijgem voor het jaargetijde van Petrus Van Den Broek, geeft jaarlijks 1,81 fr. Vrnieuwd.
Een land van 120 roeden in Liedekerke op Het Molenveld, ten laste van Ludovicus Van Nieuwenhove, jaarlijks belast met 1,81 fr. voor twee jaargetijden in de maand augustus voor de ouders van Petrus van Den Broek.
Een meers gelegen achter Den Daele tegen de Dender, ten laste van Henricus De ? uit Hekelgem voor het jaargetijde van Barbara Van Vaerenbergh, geeft jaalijks 1,26 fr.
Een hofstede en een land in Essene, groot 100 roeden, palend oost de straat, zuid de straat, west de weduwe van Gillis De Pauw, noord de voetweg. Nog 100 roeden palend aan Jan Van Der Slagmolen, noord de straat, waarvan een deel voor de H. Geest, de rente is 2,71 fr. ten laste van de weduwe van Gillis De Pauw voor het jaargetijde van Carolus Steppe, komt uit de rekening van 1768 en vernieuwd in 1811.
Een hofstede op Den Mollenhoek, palend oost Jan Baptist Vaerman, zuid Joannes Christiaens, west Petrus De Naijer, noord het losgat van De Mansbroek, ten laste van Petrus De Rijck voor een cijns van 67 cent, komt uit de rekening van het jaar 1768.
Een land gelegen in Den Mollenhoek, palend oost de voetweg, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Judocus Eekhout en noord het goed van de pastorie, belast met de helft van 67 ct, komt uit de rekening van het jaar 11 en vernieuwd.
Een land en hofstede van de weduwe Benedictus Timmerman, palend oost de straat, zuid de voetweg, west Guilliam ? en noord Michael Van Vaerenbergh, jaarlijks belast met 45 cent voor licht en ornamenten van ’t jaargetijde van Michael De Bisschop, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Een land gelegen achter Den Daele aan Den Schullenberg, groot 102 roeden, palend oost Jan Baptist Van Nieuwenhove, zuid en west de straat en noord Joannes Vaerman en Jan Baptist Van Nieuwenhove, tot last van Jonnes Tack uit Aalst, jaarlijks belast met 1 fr. 45 cent voor het jaargetijde op vrijdag na Lichtmis, volgens het testament van 21 juli 1698, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd
20- Een hofstede palend oost De Klapstraete, zuid de straat, west Jan Baptist Gijsens, noord Petrus Van Neijgem tot laste van de weduwe van Adriaen Van Den Bossche, zoon van Peeter met sijn consoorten jaarlijks belast met 36 centimen aan de kerk, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
21-Een hofstede van 90 roeden, palend oost en zuid de straat, west Joannes Baptist Gijsens en noord Petrus Van Neijgem, tot last van de weduwe Adriaen Van Den Bossche, is belast met1 fr. 36 cent voor het jaargetijde van Adriaen Moock en Catharina Van Vaerenbergh, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
22- Een hofstede van Judocus Christiaens belast 31 ct, de erfgenamen van Joseph Steenhout betalen 6 cent, de weduwe van Benedictus Timmerman ook 16 cent, te samen 63 cent, bezet op hun hofsteden en land, palend oost Jan Baptist Van Nieuwenhove, zuid de voetweg, west Paulus Lannoy en noord de straat, komt uit de rekening van 11. Vernieuwd.
23- Een hofstede op Ten Daele aan de Leemput, tot last van de erfgenamen van Petrus Van Den Bergh, jaarlijks belast met 13 cent voor het jaargetijde op pinkstermaandag van sieur Jean Arijs, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
24-Een hoplochting op Ten Daele tot last van Christiaen Van Vaerenbergh uit Erembodegem, is jaarlijks belast met 13 cent voor het jaargetijde Jean Arijs, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd
25- Een hofstede van Frans De Vis in Hekelgem vanwege zijn vrouw en Michael Van Vaerenbergh ook vanwege zijn vrouw, jaarlijks belast op hun hofsteden gelegen op Ten Daele, palend oost de erfgenamen van Petrus Van Den Bergh, zuid de straat, west Joanna Catharina De Wolf en noord de voetweg, met een cijns van 36 cent voor de zielenrust van Hendrick Pissaert, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
26- Een hoplochting en land gelegen op Ten Daele aan Den Leemput tot last van de weduwe van Jan Baptist Beeckman, de erfgenamen van Petrus Van Den Bergh, jaarelijks belast met acht cent, voor de weduwe Jan Baptist Beeckman vier cent, Jan Baptist Schoon en de erfgenamen van Peeter Van Den Bergh ieder twee cent voor het jaargetijde van Hendrick Pissaert. De hoplochting paalt oost Ludovicus Van Nieuwenhove, zuid de straat, west Frans De Vis en noord de voetweg.
Een hofstede gelegen op Ten Daele tot last van Jan Baptist Beeckman, zoon van Lucas, palend oost Frans Dierickx, zuid de straat, west het straatje lopende naar Den Vogelensang en noord de voetweg, jaarlijks belast met 27 cent voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Jean De Bolle en Marie Pauwels, komt uit de laatste rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
150 roeden meers tot last van Elisabeth Van De Maele, palend aan Den Avinnenbergh, is jaarlijks belast 56 cent voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Gerardus Dekens, komt uit de laatste rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Een hofstede tot last van de weduwe van Benedictus Timmerman, palend oost de straat, zuid de voetweg, west Guilliaume Goetvinck en noord Egidius Christiaens en Michael Van Vaerenbergh, jaarlijks belast 3 fr. 53 cent, waarvan de pastoor 2 fr 3 cent krijgt, koster 1 fr. 2 cent en de kerk 45 cent.
Ontvangsten van wijn.
Een hofstede en hoplochting gelegen in Den Mollenhoek, palend oost de weduwe van Benedictus Timmerman, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Guilliam De Bisschop en noord Judocus Couc, tot last van Joannes Droeshout, Petrus Van Den Bossche, Joseph Christiaens, Guilliam De Bisschop en Judocus Couck, samen jaarlijks belast met een half pint wijn, komt op 22 cent, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Een hoplochting gelegen in Den Mollenhoek, palend oost Petrus Van Nieuwenhove, zuid de erfgenamen van Petrus Suijs, west Petrus Van Den Bossche, Joannes Droeshout, Joseph Christiaens, belast een half pint wijn voor 22 cent, jaarlijks te voldoen door de weduwe van Benedictus Timmerman en de weduwe van Jan Baptist Timmerman, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Een hoplochting in Den Mollenhoek, palend oost de weduwe Benedictus Timmerman, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west de weduwe Benedictus Timmerman en noord de voetweg, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent tot last van Petrus Van Nieuwenhove, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Een hoplochting gelegen in Den Mollenhoek, palend oost Jacobus Lankman, Judocus Eeckhout, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Petrus Van Nieuwenhove en noord de voetweg, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent tot last van de weduwe Benedictus Timmerman en Adriaen Asselman, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Een hofstede in Hekelgem, palend oost Franciscus Hoef, west het losgat van Het Pesterveld en noord Petrus Van Bleijenbergh, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent tot last van Guillielmus Van Vaerenbergh, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Een hofstede en bos in Hekelgem, palend oost en zuid Franciscus Hoef, west het losgat van Het Pesterveld, noord Guil. Van Vaerenbergh, jaarlijks belast met een half pint wijn of 22 cent, tot last van Petrus Van Bleijenbergh, Jan Baptist De Bolle, zoon van Hendrick, en Guil. Goetvinck, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Een hofstede gelegen aan de Potaerdestraet, palend aan Judocus Van Vaerenbergh, zuid de straat, west de heer Van Kerckhoven en noord de weduwe van Adriaen Meuleman, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent, tot last van Hieronymus Van Der Perre, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Een hofstede en hoplochting gelegen aan de Potaerdestraet, palend aan oost Ludovicus Van Nieuwenhove, zuid de straat, west Hieronymus Van Der Perre, en noord Michael Van Vaerenbergh en Michael Suijs, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent, tot last van Joannes Baptista en Judocus Van Vaerenbergh, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Copie[91] van het extract afgeleverd door den heer procureur des konings van ’t gerechtshof van eersten aanleg en correctie van het arrondissement van Brussel van het onderzoek door hem gedaan van de registers van den burgerlijke stand der gemeente van Teralphene over ’t jaar 1823 ten eijnde daar nevens voor den meijer der zelve gemeente gebracht te worden zijne bedenkingen als volgt:
Extract van ‘t proces-verbaal van de heer procureur des konings.
Antwoord en bedenkingen van den meijer.
Advies staetsraed van 6 juni 1807.
De secretaris die geen bevoegdheid voor de akten van de burgerlijke stand heeft, bekent dat en wordt op het einde genoemd.
De secretaris tekent op de akten van de burgerlijke stand ingevolge art. 3 van een instructie voorgeschreven voor de secretarissen door de deputatie der staten gebracht in de memoriaal der administratie van het jaar 1919 en n° 19 pag. 212 wat door deze gemeente is gevolgd.
Art. 34 en 57 van het burgerlijk wetboek.
De akten vermelden de leeftijd van de moeders niet en meestal is er ook geen vermelding van geboorte of woonplaats, en van de geboorteplaats van het kind.
De akten zijn gemaakt ingevolge een model of project in ’t Vlaams uitgegeven door de deputatie der staten aan de meiers van de provincie wat niet werd vermeld.
Art. 42
Op bladzijde 2 is er een verzending goedgekeurd met parafen in plaats van met handtekeningen goedgekeurd.
Men heeft gemeend dat het kon omdat een renvoy in een notariële akte geen handtekening vereist. In de toekomst zal men het doen zoals het behoort.
Art. 70-71 burgerlijk wetboek.
Op de bladz. 3 en 5 verso zijn akten van notoriteit als vonnissen van rectificatie voor akten van geboorten ingeschreven, de akten van notoriteit kunnen slechts voor het aangaan van huwelijken worden aangenomen.
De akten van notoriteit zijn behoorlijk gehomologeerd voor de rechtbanken van eerste aanleg. Men meende dat het zo moest.
Art. 43
Het register is niet gesloten doch het laatste blad is gekruist.
Men meende dat dit wel het geval was.
Art. 43
Afkondigingen. Men heeft het beroep en de woonplaats der echtgenoten of andere akten 3 verso in de laatste niet vermeld. Er is een los niet ingebonden blad bijgevoegd, er is geen slot en na de laatste akte is het papier gekruist. Er is geen tafel.
In het model is de woonplats der ouders niet voorgeschreven. Het moet bij vergetentheid zijn, dat dit blad niet ingebonden is. Zoals eerder is vermeld.
Art. 76 en 150. Advies van de staatsraad van 4 thermidor 13.
Huwelijken. Men vindt blanco’s aan de alinea blz. 3 en de akten op het einde van het blad zijn niet gedaan op blz. 2 verso en 3.
Als de zin ten einde is, zal men in de toekomst de blanco vakken met een pen doorstrepen.
Art. 148 burgerlijk wetboek.
Als vader en moeder overleden zijn, wordt er van de toestemming of het overlijden van grootvader en grootmoeder geen gewag gemaakt, zie blz. 2 verso. Op blz. 4 heeft de familieraad de toestemming gegeven zonder vermelding van het overlijden van grootvader en –moeder. Op blz. 3 leven vader en moeder nog en is er slechts van de vader toestemming melding gemaakt.
Men zal zorgen van in de toekomst dit uitvoert lzoals het hoort.
Art. 43
Geen slot.
Men meende dat dit er wel was.
Art. 43
Overlijden. Het register is niet gesloten
Zoals voren werd vermeld.
Aldus beantwoord door de ondergeteekende schepenen van den burgerlijke stand der gemeente van Teralphene den 10de Xber 1824. J. B. Vaerman.
Register der patentschuldigen in Teralfene behorend tot de 6de rang voor 1825. Ontvangen door dej controleur op 17mei 1825[92].
In de bevolkingsregisters van de 19de eeuw vinden we telkens een momerntopname van de bevolking per gezin met een opgave van de uitgeoefende beroepen. De textielnijverheid was na de landbouw en de veehouderij de belangrijkste bron van inkomsten. Wie in die sectoren zijn kost niet verdiende, werd opgenomen in patentregisters. Met een patent kreeg men, onder bepaalde voorwaarden, de bevoegdheid om een bedrijf uit te oefenen. Oefende iemand twee niet verwante beroepen uit, of waarvan het samengaan geen normale zaak was, dan moest die tweemaal het patentrecht betalen. In de patentregisters kunnen de gemeentenaren dus dubbel voorkomen. Niet iedereen was evenwel belastingplichtig. Geestelijken, ambtenaren, renteniers, mensen die in de agrarische sector werkzaam waren en jongens en meisjes beneden de leeftijd van twintig jaar, die voor fabrieken of trafieken werkten hoefden geen belasting te betalen. Ook het huispersoneel was vrijgesteld, terwijl het met de inschrijving van wevers en spinsters wat vreemd gesteld was, omdat het weven en spinnen deel konden uitmaken van het dagelijkse werk op de boerderij. En dat was vrijgesteld van belasting[93].
Register der patentschuldigen van Teralfene van de 6de rang. Controle te Asse, 1838.
Naam
Woonplaats
Beroep
André Petrus
Kleijnen Dries
Kleermaker, alleen.
Arijs Jean
Hoogstraet
Winkelier beide soorten.
Arijs Joseph
Potaerdestraet
Slachter, alleen.
Baeijens Josephus
Grooten Dries
Schoenmaker, alleen.
Callebaut Joseph
Grooten Dries
Onderwijzer.
Christiaens Jan Baptist
Kerk
Winkelier van de 2de soort. Koopman in dranken. Verkoopt uit de dranken met vat, kan en ½ kan.
De Bisschop Dominique
Hoogstraet
Kolenhandelaar.
De Bolle Dominicus
Kerkstraet
Herbergier.
De Bolle Jan Baptist
Kerkstraet
Herbergier. Broodbakker. Winkelier beide soorten.
De Meersman Petrus
Mollenhoeck
Herbergier.
De Ridder Frans
Dael
Herbergier. Winkelier beide soorten.
De Wagter Joannes
Kerkstraet
Herbergier.
Goedvinck Frans
Hoogstraet
Hertbergier.
Goedvinck Jacobus
Hoogstraet
Handeldrijver in steenkolen.
Goedvinck Jan Baptist
Hoogstraet
Herbergier. Koopman in lijnzaad, koopt in met tonnen.
Goedvinck Josse
?
Winkelier beide soorten.
Guldemont Nicolaus
Grooten Dries
Molenaar van boekweit met een paard. Herbergier.
Guldemont Petrus
Grooten Dries
Winkelier beide soorten.
Guldemont Willem
Kerk
Onderwijzer.
Heremans Dominique
Kerk
Waskarsenmaker.
Steppé Judocus
Terelst
Herbergier.
Suijs Judocus
Grooten Dries
Winkelier beide soorten.
Van Cauter Constant
Kerkstraet
Paardensmid, alleen. Herbergier.
Van Den Bergh Cornelius
Kerkstraet
Winkelier beide soorten.
Van Den Broeck Michel
Dael
Beenhouwer.
Van Den Broeck P. Joseph
Portugiestraet
Slachter, alleen.
Van Den Houte André
Hoogstraet
Timmerman met een gast.
Van Den Plas Ferdinand
Grooten Dries
Brouwer.
Van Gucht Frans
Klapstraet
Kleermaker, alleen.
Van Gucht Jean
Grooten Dries
Herbergier.
Van Nieuwenhove Felix
Dael
Winkelier beide soorten.
Wambacq Benedictus
Kerkstraet
Winkelier beide soorten.
Aldus opgemaakt en gesloten den tegenwoordige register door ons burgemeester en zetters der gemeente Teralphene mitsgaders door den heer controleur der directe belastingen der afdeling van Assche. Te Teralphene den 15de januari 1838.
Register der patentschuldigen van Teralfene van de 6de rang. Controle te St.-Jans- Molenbeek, 1846.
Heeft een boekweitmolen met een paard en herbergier.
Guldemont Pierre Jean
Winkelier. Bakker. Slotenmaker.
Heremans Dominique
Lijnwaadhandelaar.
Schoon Jean François
Commissaris.
Steppe Joseph
Herbergier. Schoenmaker, alleen.
Van Cauter Constantin
Hoefsmid, alleen. Herbergier.
Van Den Bergh Corneille
Winkelier.
Van Den Broeck Amand
Kolenhandelaar.
Van Den Broeck Michel
Bakker.
Van Den Broeck Pierre Joseph
Slachter, alleen.
Van Den Houte André
Timmerman, alleen.
Van Den Plas Ferdinand François
Brouwer.
Van Gucht Jean
Herbergier. Winkelier.
Van Nieuwenhove Felix
Winkelier.
Van Vaerenbergh Pierre Jean
Winkelier.
Verbeiren Pierre
Winkelier.
Wambacq Pierre Benoit – veuve
Winkelier.
Arrêté le présent registre des patentables au nombre de trente cinq patentables inscrits.
A Teralphene le 15 janvier 1846.
Overzicht van de verschillende beroepen
Beroep 1825 18381 1846
Bakker 2 1 3
Beenhouwer/slager 2 1 1
Brouwer 1 1 1
Commissaris – – 1
Facteur – – 1
Handelaar in dranken – 1 –
Handelaar in lijnzaad – – –
Herbergier 6 11 9
Hoefsmid – – 1
Houthandelaar 1 – –
Kaarsenmaker – 1 –
Kleermaker – 2 –
Kolenhandelaar 1 2 1
Kuiper – 1 –
Likeurhandelaar – – 1
Lijnwaadhandelaar 1 – 1
Molenaar 1 1 1
Onderwijzer 1 2 1
Paardensmid – 1 –
Schoenmaker 1 1 2
Slachter 1 2 3
Slotenmaker – – –
Smid 1 – –
Timmerman – 1 2
Winkelier 4 9 10
Wagenmaker – – 1
Besluit.
In Teralfene vinden we in het midden van de 19de eeuw 25 verschillende beroepen naast de boeren en de textielbewerkers. Het hoge aantal herbergiers en winkeliers is te verklaren door het feit dat bakker, slagers, smeden en anderenambachtlieden behalve hun eigen beroep ook een café of winkel hadden.
1826. Prijzij van de vruchten in de pastorietuin[95].
Op 5 september 1826 vergaderden in de pastorie van Teralfene Joseph De Doncker, pachter en gevolmachtigde van Carolus Amandus Van Broeckhoven, particulier in Geel en broer en enige erfgenaam van wijlen de eerwaarde heer Jan Baptist Van Broeckhoven[96], overleden pastoor van Teralfene, Petrus Joannes Coppens[97] coadjutor en Jan Baptist Van Nieuwenhove[98] burgemeester. Ze wilden de waarde bepalen van de vruchten en van de gebruite meststoffezn in twee tuinen van de pastorie. Het was gebruikelijk dat de nieuwe pastoor de groenten, de meststoffen, het schaarhout en het fruit van de bomen aan de erfgenamen van de overleden pastoor betaalde. De fruitbomen zelf waren eigendom van de passtorie en de pastoor was alleen de gebruiker.
– De legumen, aardappels, asperzen en de meststoffen in de tuin van circa 24 roeden werden geschat op 13 – 15 – 0.
– De waarde van de vruchten in de buitenhof ten zuiden van ’t kerkhof, circa 18 roeden groot, werde geschat op 6 – 2 – 0.
– Het schaarhout in een bos in gebruik door …. groot 60 roeden gelegen op De Heuvels: 28 – 5 – 0. Het schaarhout in een bosje gelegen in de Achterdael, groot circa 50 roeden: 21 – 10 – 0.
Totaal = 69 – 12 – 0.
Aldus gedaan en geëvalueerd op de declaratie van Joseph Arijs, bijgenaamd koninklijk werkman in deze pastorie.
Ondertekend door C. A. Van Broeckhoven, P. J. Coppens coadjutor, J. B. Van Nieuwenhove, J. De Doncker.
Den voormelde en ondergeteekende Joseph De Doncker als geautoriseerde van den voornoemden Carolus Amandus Van Broeckhoven bij procuratie van date vijfden september 1826 behoorlijk geregistreerd in den bureau van Assche den negensten der zelve maand bekend bij dezen ontfangen te hebben van de voormelde heere Coppens actuelijk pastor van ’t voornoemde Teralphene de voorenstaende prijs.
Te Teralphene den 15de december 1826. J. De Doncker.
Op 8 oktober 1833 stelden notaris Josephus Angelus Augustus Crick van Asse ende leden van de kerkfabriek van Teralfene, Asselman, P. J. Coppens pastoor, J. B. De Bolle, D. De Bisschop, D. J. Heeremans, de voorwaarden op voor de openbare verkoop van bomen en schaarhout uit het bos Den Braweel. De condities waren:
1. De verkoping geschiedt in fr.
2. De kopers betalen het bedrag in handen en in de woning van de thesaurier van de gemelde kerkfabriek binnen de maand oktober achttien honderd vierendertig. Wie niet tijdig betaalt, zal voor elke vermaning van de ontvanger vijftig centiemen betalen en in het geval van wettelijke vervolging zullen de vervolgden tot twaalf fr. fixe en de andere kosten van vervolging betalen.
3. De kopers zullen contant de onkosten van de verkoop, namelijk 10% van hun koopsom en bovendien 1, 50 fr. per koop betalen, waarvoor ze kunnen genieten van een kan bier per koop, dit alles volgens gebruik der plaatse.
4. De nabeschreven kopen schaarhout worden verkocht zoals ze zijn zonder garantie over kwaliteit of kwantiteit en zo haast zij toegewezen zijn, zijn de kopen hun verantwoordelijkheid.
5. De kopers moeten hun kopen kappen en van de grond weren voor de eerste maart achttienhonderd vierendertig.
6. De kopers zijn verantwoordelijk voor alle schade die zij of hun werklieden veroorzaken door het kappen, het vallen of het vervoeren van hun gekocht hout, ’t zij aan de kerk, ’t zij aan alle andere aangrenzende eigendommen.
7. De kopers moeten op alle verzoek zelfs mondeling van het bijzittende lid of van de notaris een of meer goede en welgekende borgen geven die in het kanton van Asse wonen. Kan een koper geen borg stellen dan zal die koop of kopen herverkocht worden en de lagere prijs zal verhaald worden op de gebrekkige kopers en het meergeldende blijft ten profijte van de kerk van Teralfene.
Vu et approuvé par la députation des états de Brabant, Bruxelles le 21 octobre 1833 signé J. De Coppin par ordonnance, le secrétaire général, signé Du Thène.
Enregistré à Assche le six novembre 1833,
Bureel van enregistrement te Assche, extract uit den register der verklaeringen tot openbaere verkoopingen van roerende voorwerpen.
De openbare verkoop ging door op 13 november achttienhonderd driëndertig om twee uur in de herberg van Jan Baptist De Bolle.
Tweede koop Jacobus Goetvinck, borg Dominicus Heeremans: 26,00.
Derde koop Franciscus Bogaert[101], borg Judocus Van Bleijenberg beide landbouwers te Teralfene die niet konden schrijven: 30,00.
Vierde koop Dominicus Heeremans[102], borg Jacobus Goetvinck: 32,00.
Vijfde koop Benedictus De Bisschop[103], borg Jan Baptist Arijs beide landbouwers te Teralfene, de eerste heeft verklaard niet te kunnen schrijven, de tweede heeft getekend: 30,00.
Zesde koop Dominicus Heeremans, borg Jacobus Goetvinck: 32,00.
Zevende koop Frans De Reuse[104], borg Joseph Callebaut beide landbouwers te Teralfene: 33,00.
Achtste koop Adriaen Frans Asselman[105], landbouwer te Teralfene: 35,00.
Negende koop Adriaen Frans Asselman, 29,00.
Tiende koop Joannes De Gheijndt, borg Jan Baptist Arijs, beide landbouwers te Teralfene, De Gheijndt heeft verklaard niet te kunnen schrijven, Arijs heeft getekend: 16,00.
Twaalfde koop Jan Baptist Arijs, borg Dominicus Heeremans: 32,00.
Totaal van de verkoop: 353,00.
10% van de verkoopsom: 35,30.
1,50 fr. per koop: 18,00.
Samen vierhonderd zes fr. en dertig centiemen: 406,30.
De verborgde kopen bedroegen 289,00.
Alles is contant betaald.
Het verhaalschrift werd gesloten omtrent vier uur ten huize van Jan Baptist De Bolle in tegenwoordigheid van Joannes Baptista Rossignol, veldwachter van Teralfene en van Jan Francis Christiaens, landbouwer. Na voorlezing tekenden met de kopers en hun borgen, de heer Jan Baptist De Bolle voorzittend lid van voormeld kerkfabriek, de notaris met uitzondering van de kopers en de borgen die verklaard hebben niet te kunnen schrijven. Getekend: D. Heeremans, A. F. Asselman, J. F. Christiaens, G. De Bisschop, J. B. Arijs, J. Goetvinck, Joseph Callebaut, Frans De Reuse, J. B. Rossignol, J. F. Christiaens, J. B. De Bolle, J. A. A. Crick notaris.
Op 7 februari 1834 verkocht notaris Josephus Angelus Augustus Crick in aanwezigheid van de getuigen Josephus Eeckhout landbouwer en Joannes Baptista Rossignol veldwachter en op verzoek van Petrus Joannes Coppens pastoor en Adriaenus Franciscus Asselman, burgemeester, Dominicus Judocus Heremans koster, Michael Suijs landbouwer, David Couck landbouwer en Joannes Baptista De Bolle herbergier, allen inwoners van Teralfene en uitmakend de meerderheid van de leden van de kerkraad. Ingevolge het decreet van dertig december achttienhonderd en negen en het koninklijk besluit van zeven januari achttienhonderd vierendertig wilden ze in het bezit komen van de hierna vermelde goederen voortkomend van de pastorie van Teralfene en tot op heden aan de domeinen verzwegen geweest. Ze waren in gebruik van pastoor Coppens die heeft verklaard ze ter beschikking van de kerkfabriek te willen stellen.
1. Een land en hoplochting van 36 roeden 31 ellen gelegen oo Ten Daele, palend oost de erfgenamen van Adriana Schoon, zuid de straat, west Geerard Van Varenberg, noord Jan Baptist Van Nieuwenhove en de erfgenamen Van Den Hote.
2. Een maaimeers van vijftien roeden achtendertig ellen gelegen Den Daele, palend oost ander goed van de kerk van Teralfene, zuid Joseph De Smet, west Geerard Van Vaerenberg, noord de kinderen van Adriaen De Bolle.
De vernoemde heren van de kerkraad hebben verklaard dat de eigendom van de beschreven goederen tot heden van de pastorie van Teralfene waren. Dat is nooit betwist geweest en bijgevolg dient voorhandige akte om het bezit in voordeel van de kerkfabriek te behouden en te bekrachtigen.
In de marge: transcrit littéralement au bureau des hypothèques à Bruxelles le dix sept février 1800 quarante deux vol. 997 n° 21. Reçu suivant détail ci-contre deux francs vingt deux centimes.
Op zaterdag 26april 1834 verschenen voor notaris Carolus Benedictus Hendrickx koninklijke notaris met residentie de stad Aalst geassisteerd van voor de verkoping van de volgende goederen bij vonnis verleend door de rechtbank van eerste aanleg van Brussel op vijftien maart achttienhonderd vierendertig
1° de heer Petrus Joannes Rollier, pachter en grondeigenaar wonend in Essene, in eigen naam als in de hoedanigheid van gemachtigde wegens juffrouw Joanne Marie Rollier en haar man de heer Emanuel Joseph Heyvaert, pachters en grondeigenaars wonend in Opwijk; de heer Franciscus Bernardus Beeckman, grondeigenaar wonend in Aalst; Joannes Franciscus Plas, particulier wonend in Hekelgem; juffrouw Maria Amelia Plas, meerderjarige dochter wonend te Brussel en juffrouw Catharina ? meerderjarige dochter van Josephus en van wijlen Barbara Plas, particuliere wonend te Hekelgem.
2° de heer en meester Josephus Judocus Beeckman, notaris wonend in Wichelen, in eigen naam als in de hoedanigheid van toeziend voogd van de wezen De Buijsscher en voorts in kwaliteit van gemachtigde wegens de heer Petrus Franciscus De Buijsscher, ontvanger der directe belastingen wonend in Ninove, in kwaliteit van vader en wettige voogd over Carolus Alexander Bernardus Ghislenis en Marie Francisca Cornelia De Buijsscher, alle vier zijn minderjarige kinderen met wijlen juffrouw Joanna Francisca Beeckman; sieur Gillis Plas pachter wonend in Hekelgem, in eigen naam als in kwaliteit van eerste toeziend voogd van de wees Boonen en ten tweede als voogd over Seraphina en Ghislenus Elias Verbeecken, beide minderjarige kinderen van wijlen Jacobus Amandus en Joanna Catharina Plas; sieur Nicolaus Hendrickx, pachter wonend in Liedekerke in kwaliteit van toeziend voogd van dezelfde wezen Verbeecken; juffrouw Marie Elisabeth Plas en haar man sieur Judocus Van Der Heijden, pachter wonend in Hekelgem in eigen naam en als toeziend voogd over de wezen De Smet; juffvrouw Carolina Judoca Plas en haar man sieur Joannes Hubertus Schoon, ook pachters wonend te Hekelgem in eigen naam en als toeziend voogd van Petrus Emanuael Plas; juffrouw Marie Philippina Plas en haar man de heer Jan Baptist Linthoudt, pachters wonend in Essene, in eigen naam en als voogd over Petrus Emanuael Plas; sieur Henri Robijns landbouwer wonend te Hekelgem als bijzondere toeziend voogd van de laatst gemelde wees; sieur Josephus Boonen, bakker wonend te Brussel in de Pastoorstraat, wijk vijf, numero dertien, in kwaliteit van vader en wettige voogd over Amelia Boonen zijn alnog minderjarige dochter van zijn huwelijk met wijlen Barbara Plas en sieur Jan Baptiste De Smedt, landbouwer wonend te Hekelgem in hoedanigheid van vader en wettige voogd over Joanna Maria en Joanna Albertina De Smedt, zijn twee minderjarige kinderen gewonnen met wijlen Joanna Catharina Plas in haar tweede huwelijk.
De openbare verkoop door notaris Hendrickx in aanwezigheid van de heer vrederechter van het kanton Aalst.
Eerste koop.
Gemeente Munte enz.
Eenendertigste koop.
Gemeente Teralfene.
Een kapbos gelegen in Teralfene, groot achttien roeden vierentachentig ellen, palend ten eerste aan een hoplochting in gebruik bij Adriaen De Bollen, ten tweede de weduwe Adriaen De Schrijver, ten derde Judocus De Bisschop, ten vierde aan een streep bos van de kerk van Teralfene in gebruik bij Adriaen en Guillielmus Meulemans.
Tweeëndertigste koop.
De voorschreven goederen, vrij van alle hypotheken en inschrijvingen behoren aan hen toe als enige erfgenamen van hun oom en oudoom wijlen de heer Adriaen Francis Rollier[109] in zijn leven pastoor, gestorven te Gooik op twee augustus achttienhonderd drieëndertig.
Condities der verkoping.
Deze goederen worden verkocht met alle bomen, catheilen[110], gebouwen, droge en groene catheijlen, aerd, wortel en nagelvast daarop staande en met alle hun zichtbare en onzichtbare servituten, actieve en passieve en de kopers moeten het gekochte nemen in de staa waarin het zich bevindt ……….
Den eenendertigste koop werd definitief toegewezen aan de heer Franciscus Asselman burgemeester te Teralfene alhier tegenwoordig en aanvaardend voor rekening van de kerkfabriek van Teralfenevoor tweehonderd twintig fr. boven de condities en heeft dito Asselman na lezing de aan hem gedaan alhier getekend A. F. Asselman.
1841. Kohier der lasten en voorwaerden der aenbesteding der te doene werken van vergrooting aen de kerk der gemeente Teralphene, arrondissement Brussel, provincie Brabant[111].
In 1840 was de Teralfense bevolking aangegroeid tot ca 900 en de kerk was te klein geworden. Bovendien was ze in slechte staat. Pasroor Coppens liet de kerk vergroten. Het schip van de kerk werd ca 8 m groter, er kwamen 2 zijbeuken en een nieuw koor met twee sacristies[112].
Samenstelling der loten.
Eerste lot. Bestaande in het afbreken van al het oud metselwerk, het maken van al het nieuw metselwerk in witte arduinsteen en kareelsteen daarin begrepen de pilaren, bogen en fundering. De grachten voor de funderingen zullen door de gemeente gemaakt worden.
Tweede lot. Bestaande in het afbreken van al het oud timmerwerk, zo nodig het wegnemen der kerkmeubels, het maken van al het nieuw timmerwerk, inbegrepen het leggen van het schalieberd en het maken der centers en bogen.
Derde lot. Het afnemen der oude schaliën, het leggen van nieuwe schaliën per vierkante meter oppervlakte.
Vierde lot. Het verkappen van al de arduinsteen, harden en weken per vierkante meter oppervlakte.
Vijfde lot. Het maken van het pleisterwerk van plafonds, kroonlijsten, binnen en buiten en de muren, daarin begrepen het nagelen der latten.
Zesde lot. Het verwerken van oud en nieuw ijzer per kilo.
Zevende lot. Het leveren van zes ijzeren ramen volgens plan.
Achtste lot. Het wegnemen van het oud glas in massa en het inzetten van halfwit glas en leveren van plaster per vierkante meter.
Lasten en voorwaarden.
De kerkfabriek levert alle bouwstoffen, elke aannemer zal zich moeten voorzien van nodige gereedschappen als bogen, centers, stellingen, koorden, ladders, kuipen enzovoorts.
Al de werken geschieden onder het opzicht van de heer Spaak, arrondissements- bouwmeester of zo nodig onder het toezicht van een andere bouwmeester hiertoe gecommitteerd naar wiens bevelen elke aannemer zich stipt zal moeten gedragen.
Elke aannemer wordt verondersteld het plan goed te begrijpen en ook den devis estimatief.
Alle afbraak za met de grootste zorgvuldigheid moeten geschieden, namelijk degene aangewezen bij letter A. De kalk zal door de gemeente geleverd worden.
Al de oude steen, houtwerk, schaliën, ijzer enzovoorts, moeten voor zover de bouwmeester het zal goedvinden, hergebruikt worden.
De oude schaliën moeten herkapt en verwerkt worden op de aangewezen plaatsen, deze en de nieuwe schaliën moeten op tenminste 1/3 gelegd worden en zowel de nieuwe als de oude worden met twee nagels vastgehecht.
In drie lagen wordt de pleister aangebracht met eiken latten voor het gewelf, de moluren, de cornichen en de muren naast de binnenkant. De grondlaag zal gemaakt worden van zoveel kalk als zavel, de tweede laag van zes zesden kalk en vijf zesden zavel en de derde laag grond in witte Naamse kalk met het nodige bruin en wit haar door de kerkfabriek te leveren.
Voor het verwerken van het oud ijzer en ander door de kerkfabriek te leveren zal dit een verlies betekenen van tien ten honderd. Het verwerkte ijzer zal gewogen worden.
Alle werken moeten volgens de regels der kunst verricht worden. De onregelmatige werken en alle slechte constructies worden afgebroken en hermaakt op kosten van de aannemer die voor de kerk verantwoordelijk blijft voor schade en interest. Alle onbekwame werklieden mogen worden afgedankt.
De aanbesteding zal plaets hebben in fr. aan de minstbiedende bij gesloten brief getekend door de bieders, de verlaging mag gevraagd worden zo dikwils als de kerk en gemeenteraad het goedvinden, de toewijzing zal geschieden aan een der laatste minstbiedende.
De werken zullen beginnen vijf dagen na de goedkeuring der aanbesteding ten uiterste op tien mei aanstaande, zij zullen moeten beëindigd zijn als volgt: het metselwerk tot het opzetten van het dak voor de vijftiende juli aanstaande, de kap met de centering voor de welfsels en het schaliënberd voor den vijftiende augustus aanstaande en het leggen der schaliën voor de vijftiende september daarop volgend. De pleisterwerken voor het leggen van de eerste laag moeten gedaan zijn binnen de maand november aanstaande, de twee laatste lagen het toekomende jaar in de maand april of vroeger zodanig dat heel het pleisterwerk zal voltrokken zijn voor de vijftiende mei achttienhonderd tweeënveertig. Dat alles op straf ten laste van den aannemer met een boete van tien fr. voor elke dag vertraging.
Vooraleer de aannemers betaling vragen, moeten de werken goedgekeurd zijn door een bouwmeester. Daarna zullen de aannemers het beloop van hun aanneming bekomen als volgt: een derde nadat de metselwerken tot vijf meter boven de grond gemetseld zijn, een derde nadat het dak gedekt en het metselwerk zal voltrokken zijn en het resterende derde twee maanden nadat de pleisterwerken voltrokken zijn in de maand mei van het aanstaande jaar.
Alle aannemers moeten bekwame en wel gekende borgen hebben tot voldoening van de administraties die met de aannemers solidair verbonden zijn.
Al wat bij het plan, bestek en uitleg aangewezen is, wordt aanzien als deel uit te maken van het tegenwoordig lastenkohier en de aannemers zullen zich hieraan stipt moeten houden.
Alle hoegenaamde contestaties die kunnen ontstaan tussen de aannemers en de belanghebbende administraties, worden als zaken van openbare administratie aanzien en worden volgens deze regelgeving beslist, indien nodig door de permanente deputatie van den provincieraad van Brabant.
Alle hoegenaamde onkosten als het registreren van dit lastenkohier en andere stukken die kunnen ontstaan door het aanleggen van een rechterlijke vervolging namens een of meer aannemers moeten door hen betaald worden aan de kerkfabriek.
De belanghebbende administraties reserveren zich de faculteit van de voor uitgedrukte werken in een, twee of meer massa’s of in een massa aan te besteden en de aanbesteding in het geheel of ten dele op te schorsen.
Het is verboden op de zondagen en feestdagen te werken.
De aannemer van het vijfde lot, het pleisterwerk, zal de kalk moeten beslagen, de zavel zal door de gemeente geleverd worden.
In alles zullen de aannemers en hun borgen zich moeten gedragen naar het tegenwoordig lastenkohier, verbindend hierover hun personen en goederen onder renunciatie als naar recht. Er wordt ook wederzijds gerenuncieerd aan art. 1325 van het burgerlijk wetboek zodat dit kohier in een origineel voor allen zal verplichtend zijn.
Aldus gedaan te Teralfene de twintigste april achttienhonderd eenenveertig.
Proces-Verbaal van aanbesteding.
Op dinsdag 27 april 1841 ondertekenden de leden van de gemeente- en de kerkraad van Teralfene ingevolge de aanplakbrieven afgekondigd in deze omstreken op de twee laatste zondagen de openbare aanbesteding van de uit te voeren werken van de vergroting van de kerk de van Teralfene volgens hier geannexeerd plan en na behoorlijke voorlezing voor het publiek van het lastenkohier en de voorwaarden, vastgesteld op de wintigste dezer maand met duidelijke aanwijzing van de samenstelling van ieder lot.
Het afbreken van het oud timmerwerk en het maken van het nieuw timmerwerk volgens plan en condities is toegewezen aan Jan Baptist Couck, timmerman te Denderleeuw voor de som van zeshonderd vijfennegentig fr. Hij verklaarde het plan en het lastenkohier goed te begrijpen, stelde als borg Frans Couck voor, metselaar te Denderleeuw en beiden hebben getekend.
3de lot.
Het afnemen in massa der oude schaliën en het leggen van nieuwe schaliën per vierkante meter oppervlakte volgens de condities, is toegewezen aan Peeter Jean Faut, schaliedekker te Denderleeuw voor de som van dertig centiemen per vierkante meter, stelde voor borg Emanuel Dierickx, veldwachter te Denderleeuw voor. Beiden hebben getekend.
4de lot.
Het verkappen van de arduinsteen per vierkante meter, is toegewezen aan Antoon Frans Van Frachem steenhouwer te Asse voor een frank tachentig centiemen per vierkante meter, stelde voor borg Joseph Vasteravondt particulier te Asse en hebben getekend.
5de lot.
Proces-Verbael van aenbesteding.
Op heden dijnsdag zevenentwintigsten april duijzend acht honderd eenenveertig ten een ure naermiddag.
Wij ondergeteekende leden van den gemeente- ende kerkeraad der gemeente van Teralphene arrondissement Brussel, ingevolge aenplakkingsbrieven afgekondigd in deze omstreken op de twee laetste zondagen ons begeven hebben aldaer voortgegaen tot de openbaere aenbesteding der te doene werken van vergrooting aen de kerk dezer gemeente volgens plan hier geannexeerd en naer behoorlijke voorlezing aen het publiek van het voorgaende kohier der lasten en voorwaerden, vastgesteld den twintigsten dezer maend aenwijzende duidelijk den samenstel van ieder lot is deze aenbesteding gedaen geweest als volgt:
1ste lot.
Het afbreken van het oud metswerk en het maken van het nieuw metswerk nader uijtgeleijd in het kohier der lasten is toegewezen geweest aen Franciscus Couck metser woonende te Denderleeuw voor de somme van veertien honderd zeventig franks, verklarende zeer wel te verstaen het plan en het kohier der lasten, stellende voor borg Joannes Couck woonende te Denderleeuw en naer voorlezing hebben beide geteekent.
2de lot.
Het afbreken van het oud timmerwerk en het maken van het nieuw timmerwerk volgens plan en condities is toegewezen geweest aen Jan Baptist Couck timmerman te Denderleeuw voor de somme van zes honderd vijfennegentig franks, verklarende zeer wel te verstaen het plan en lastenkohier, stelde voor borg Frans Couck metselaar te Denderleeuw en hebben beide getekend.
3de lot.
Het afnemen in massa der oude schaliën en het leggen der ,ieuwe schaliën per vierkante meter oppervlakte volgens condities is toegewezen aen Peeter Jean Faut schaliedekker te Denderleeuw voor de somme van dertig centiemen per meter vierkant, stellende voor borg Emanuel Dierickx veldwagter te Denderleeuw, heeft getekend.
4de lot.
Het verkappen van den arduinsteen per vierkante meter is toegewezen aen Antoon Frans Van Frachem steenhouwer te Assche voor een frank tachentig centiemen per vierkante meter, stellende voor borg Joseph Vasteravondt particulier te Assche en hebben getekend.
5de lot.
Het maken van al het plekwerk is toegewezen geweest volgens plan aen Franciscus Couck metser te Denderleeuw aennemer van het eerste lot voor de somme van twee hodnerd vijfennegentig franks, stellende borg Jan Couck te Denderleeuw en hebben geteekend.
6de lot.
Het verwerken van het oud ijzer en het leveren van het nieuw ijzer per kilo is toegewezen geweest aen Constant Van Cauter smid te Teralphene als volgt: het verwerken van het oud ijzer voor vier centiemen per kilo en het leveren verwerkt het nieuw ijzer voor vijfendertig centiemen per kilo, stellende voor borg Jan Baptist Rossignol veldwagter te Teralphene en hebben beide geteekend.
7de lot.
Het leveren zes ijzeren raemen volgens plan is toegewezen geweest aen Jan Baptist Jacobs Donderwolke, ijzerwinkelier te Ninove op den hoek de Bever en Biesestraet, voor een totale somme van honderd vijfenvijftig franks voor de zes ramen. Stellend voor solidaire borg Dominicus De Bisschop landbouwer te Teralphene en hebben beide geteekend.
8ste lot.
Het uitnemen van het oud glas in massa en het leveren en inzetten van nieuw half wit glas per vierkante meter is toegewezen geweest aen Adriaen Gerardi glazenmaker te Aelst voor de somme van een frank per vierkante meter, stellende voor borg Frans Couck metser te Denderleeuw en hebben met ons geteekend.
Alle de aennemers en hunne borgen hebben verklaert wel te verstaen het kohier der lasten, doende ter uitvoering dezer alle verkiezing van woonste ten huize van den Eerw. Heer Coppens pastoor te Teralphene en naer voorlezing hebben alle geteekend ter uitzondering van sieur Faut ongeleerd zijnde te Teralphene, date als vooren ten vijf uren naermiddag.
Al de aannemers en hun borgen hebben verklaard het lastenkohier wel te verstaan, allen kiezen woonst ten huize van de Eerw. Heer Coppens, pastoor te Teralfene en na voorlezing hebben allen getekend met uitzondering van sieur Faut, ongeleerd zijnde te Teralfene.
1840. Goedkeuring van de aanvraag van de kerkfabriek voor de verbouwing van de kerk.
Op 13 oktober 1840 ontving de kerkfabriek van het ministerie van justitie de vegunning voor de verbouwingswerken aan de kerk.
1841. Toezegging van een subsidie.
Op 3 maart 1841 ontving de kerkfabriek de toezegging van een subsidie van 2000 fr. voor de bouwwerken aan de kerk.
De toale kosten voor de verbouwing liepen op tot 14.491,54 fr. De staat en de provincie gaven een subsidie van 2000 fr, het gemeentebestuur gaf 250 fr[113].
Eijndelijk neme ik de penne in de hand om U te onderrigten over mijne positie, God zij gedankt, ik ben tevreden. Dit is het eerste en het laetste dat ik kan zeggen zoo meijne ik dat het met U ook gesteld is en dan kan men niet meer verlangen. Ik wensche U dat gij zoude seffens een onderpastoor hebben.
Ik ben verwonderd dat ik zoo lang naer dat geld moet wachten, te weten naer die 25 francs welke ik nog moet hebben. Ik verhope dat het niet lang meer zal dueren want ik oorden noodig hebbe.
Hiermede hebbe de eer te zijn met alle achting.
Uwen dienaar L. J. Tambuijse.
Sint Agatha Berchem, 31 meert 1840.
1866. Uit de correspondentie van pastoor Benedictus Verheyden[115].
Pastoor Verheyden had op 11 april 1866 aan het aartsbisdom een reductie van het aantal jaargetijden gevraagd. In zijn antwoord zegt de vicaris-generaal dat hij de akte van 27 of 29 maart 1839 heeft nagekeken en ook de inventaris van 1829 en als gevolg daarvan formuleert hij enige aanmerkingen.
1ste Het jaargetijde van Joannes De Bolle en Maria Pauwels is vermeld in de inventaris maar niet in de brieven van Mr. Coppens noch in de akte van 1839. Men is hier te goeder trouw geweest. Zijne Eminentie Cardinaal keurt goed wat u hebt gedaan.
Ge schrijft in uw brief dat men 15 stuivers betaalt voor de celebrant en 3 voor de kerk, maar worden die 15 stuivers niet betaald voor de celebrant en de koster of ontvangt de koster een afgezonderd stipendium?
2de Geen der twee jaargetijden van Antonius Taelman staat in de inventaris en men zou twee dingen moeten weten: ten eerste op welke wijze is het kapitaal van 54,40 fr. weer aangebracht en hoeveel brengt het jaarlijks op? Ten tweede heeft men jaargetijden gecelebreerd voor de achterstel of blijven er nog te celebreren?
3de In den inventaris van 1829 wordt er maar gewag gemaakt van een jaargetijde voor de eerw. heer De Bolle en zijn ouders, nochtans gij spreekt er van twee waarvan een voor de pastoor en een voor zijn ouders. Zijt gij wel zeker dat er twee zijn?
Ik verwacht uw antwoord op deze vragen eerweerde heer pastoor vooraleer de akte van reductie toe te zenden. Gelieve te aanvaarden de verzekering van mijn ware achting.
M. C. Vanderlinden Vic. Gen.
Nota: Na dit heb ik de oude inventaris der jaargetijden naar het bisdom opgezonden en zo hebben ze zelf kunnen oordelen. Verheijden.
Het antwoorde van het aartsbisdom volgde op 3 juni 1866.
Mr. Verheijden, pastoor van Teralpfne heeft ons voorgesteld:
1ste Dat het jaargetijde van Joannes De Bolle en Maria Pauwels maar betaald wordt met 15 stuivers voor de celebrant (en de koster) en 3 stuivers voor de kerk.
2de Dat 2 jaargetijden à 15 stuivers voor Antonius Taelman die sedert 1832 niet meer betaald geweest zijn in 1866 afgelegd zijn met 30 guldens en dat in die tijd de achterstel betaald werd aan Mr. Coppens, voorzaat van Mr. Verheijden.
3de Dat 2 jaargetijden, het ene voor de eerw. Egidius De Bolle, pastoor van Berchem, en het andere voor zijn ouders worden betaald à rato van 24 stuivers elk.
Het stipendium voor die jaargetijden te laag zijnde, hebben wij goed gevonden het celebreren der jaargetijden te regelen als volgt:
1ste Dat van Joannes De Bolle en Maria Pauwels zal maar eens om de 2 jaar en die van Antonius Taelman zullen verenigd en 4 maal op 5 jaar gecelebreerd worden op de voet van 30 stuivers.
2de Die van de eerw. Hr. Egidius De Bolle en zijn ouders viermaal op vijf jaar.
3de Het stipendium van de koster zal gelijkvormig zijn aan onze akte van 27 maart 1839 en men zal trachten jaarlijks te celebreren hetzelfde getal jaargetijden tot nu toe gedaan.
Gegeven te Mechelen den 3de juni 1866.
Aertsbisdom van Mechelen.
Mechelen den 13de juni 1866. (aan Mr. Verheijden pastoor te Teralfene).
Eerweerde heer pastoor, de inventaris van 1829 geeft geen inlichting over het zingen van jaargetijden op gestelde dagen.
Volgens de door u gegeven uitleg en het voorzien van het gezonden register en rol heeft men u een akte van reductie voor enige jaargetijden kunnen geven.
Nu zoudt gij een nieuw register moeten maken in welke gij ten eerste moet inschrijven het register geheel en gans dan ook al wat op de rol staat na dezelve volledig gemaakt te hebben want er ontbreekt voor juli, augustus en september. Voorts zult gij er bijvoegen het afschrift van de twee akten van reductie als ook een nieuwe lijst der jaargetijden voor het toekomende opmaken met zorg van er de jaargetijden in op te tekenen naar mate zij zullen gezongen worden.
Hierbij zult gij enige bemerkingen vinden waarvan gij zult kunnen gebruik maken.
Aanveerd eerweerde heer pastoor de verzekering mijner ware achting.
M. C. Vanderlinden Vic. Gen.
1887. Zitting van de raad van de kerkfabriek.
Op zondag twee oktober 1887 vergaderde de raad van de kerkfabriek over het testament van pastoor Judocus Van Overstraeten[117] verleden voor den notaris Eeman te Aalst op 11 oktober 1787. In het testament schonk de pastoor jaarlijks een zak koren aan de armen en stichtte hij twee jaargetijden te celebreren in de kerk van Teralfene tegen jaarlijkse betaling van vijf gulden tien stuivers, in toenmalige geldwaarde tien frank. Die lasten werden door de erfgenamen erkend zijn en tot zekerheid ingeschreven op pand van een weide gelegen te Borcht-Lombeek ter plaatse gekend als Dierickx Meersch, groot twee dagwand en dertig roeden, in huidige landmaat ca negenenvijftig aren bij akte verleden voor burgemeester en schepenen der Borggrave van Lombeek onder dagtekening 15 april 1790.
Die jaargetijden werden nog altijd gecelebreerd en de raadsleden willen de erfgenamen van verplichten een de aangegane verplichting te vernieuwen. Zij komen overeen de raad van het weldadigheidsbureel te vragen de nodige pogingen aan te wenden om een verlenging te bekom en. Hun zullen hunbeslissing ter goedkeuring naar de bestendige deputatie zenden en de heer Bursers, ontvanger van gemeld bureau machtigen die zaak in naam van de kerkfabriek te behandelen en zelfs in de gevallen voorzien bij art. 1912 van het burgerlijk wetboek de aflossing van het kapitaal te eisen en dat alles ten laste der schuldenaren.
Aldus gedaan en ondertekend op dag en plaats als ten hoofde gemeld.
De voorzitter J. B. Plas.
De leden B. De Bolle, J. L. Couck, Callebaut, Bosteels ……
Onvoldoende inkomsten.
In de 19de eeuw werd het duidelijk dat de inkomsten voor de vroeger gestichte jaargetijden onvoldoende waren geworden. In 1897 en 1923 deed de pastoor opnieuw aanvragen om het aantal jaargetijden te mogen verminderen. Hieronder het antwoord van de aartsbisschoppen Goossens en Mercier.
Op 30 juli 1882 schreven de gemeenteraadsleden van Teralfene een brief naar koning Leopold II. De minister van justitie had het besluit genomen dat de gemeenten met minder dan 1500 inwoners niet meer het recht hadden op een onderpastoor. Zoals het toen passend was, schreven de dat ze de eer hadden U met veel eerbied te vertoonen en somden de redenen op om toch te pleiten voor het behoud van een onderpastoor.
Aan zijne Majesteit Leopold II koning der Belgen.
Sire,
De ondergetekenden leden van den gemeenteraad te Teralphene, arrondissement Brussel, hebben de eer U met veel eerbied te vertoonen.
Dat volgens een besluit van den heer minister van justitie de plaats van onderpastoor wordt afgeschaft te beginnen met 1 januari 1883 in de plaatsen van min dan duizend vijf honderd inwoners.
Daar zij met reden vrezen dat die maatregel ook hunne gemeente zal treffen nemen zij hunne toevlucht tot Uwe Majesteit en komen U smeken niet toe te laten dat die plaats bij hun zou worden ingetrokken.
De ontbering van eenen onderpastoor zou de bevolking in eenen zeer moeilijke toestand plaatsen en zich drukkend doen gevoelen om de volgende reden:
De gemeente telde dan 1454 inwoners en de raadsleden verwachtten dat tegen 1 januari 1884 het vereiste getal van 1500 zal bereikt zijn.
De kerk heeft een oppervlakte van tweehonderd vierenvijftig vierkante meter en is veel te klein om ineens al de gelovigen die verplicht zijn de goddelijke diensten bij te wonen een plaats te geven.
Zo’n tweehonderd personen van gehuchten van buurgemeenten die te ver van hun parochiekerk wonen, komen regelmatig de diensten in Teralfene bijwonen.
Het koninklijk besluit een onderpastoor aan Teralfene te verlenen, dagtekent van 1839 toen de gemeente amper negenhonderd inwoners telde.
De afschaffing van het ambt van onderpastoor zal nadelig zijn voor de bevolking want: De bevolking is braaf, werkzaam, maar weinig door het fortuin bedeeld en zeer verkleefd aan den godsdienst en zou zich door de gevolgen van die maatregel smartelijk getroffen gevoelen in hunne dierbaarste belangen.
Wij bidden met veel ootmoed Uwe Majesteit de verzekering te willen aanvaarden van den diepen eerbied der genen die zich noemen.
Van Uwe Majesteit de zeer nederige, gehoorzame en trouwe dienaars.
Teralphene den 30ste juli 1882.
In de marge:
N.B. moet op een geheel blad geschreven worden.
De tussenkomst van de gemeenteraad had succes. Na Alfons Voordeckers in 1876 werd in 1898 Karel Reyniers onderpastoor
Deze boedellijst werd opgemaakt op 2 juli 1883 overeenkomstig het art. 55 van het decreet van 1809 door de voorzitter van de kerkmeesters en kapelaan Goelen.
NR
Beschrijving voorwerp
Afmeting
Verkrijging
Wijze
1
Kelk met pateen, verguld zilver
20 cm hoog
1865
Gift
2
Kelk wit zilver, pateen verguld zilver
28 cm hoog
Aankoop
3
Kelk, voet koper, verguld zilver, idem pateen
22 cm hoog
1880
Aankoop
4
Zilveren ciborie met zilveren scheel
34 cm hoog
1882
Gift
5
Koperen ciborie met zilveren scheel
35 cm hoog
6
Twee zilveren hostie dozen
7
Zilveren (re)monstrans met opschrift Ecclesia Teralphene.
70 cm hoog
8
Wierookvat met schaal, zilver
1875
Gift
9
Wierookvat met schaal, koper
10
2 zilveren wijn pottekens
11
Verzilverde offerschotel, langwerpig
12
3 autaar tabellen met verzilverde lijst
13
Kroon O.L.V. verguld zilver met scepter
1868
Gift
14
Kroon O.L.V. met scepter, wit zilver
15
Kroon Sint Anna, wit zilver
16
Lessenaar voor misboek in rood fluweel met zilveren beslag
34 cm hoog
Gift
17
Misboek rood leder met zilveren sloten
18
Misboek rood leder koperen sloten
19
Gewoon misboek met koperen sloten
20
2 kleine misboeken voor lijkmissen
21
2 ceremonieboeken klein
22
2 gradualen en 2 vesperale met 4 kleine en koorzang
23
6 kandelaren met verzilverd kruis, item 2 armkandelaren en 2 koorkandelaren
83 cm hoog
24
4 kandelaren in kopergoud met kruis
85 cm hoog
25
4 kandelaren verzilverd koper
50 cm hoog
26
4 koperen kandelaren met kruis, autaar O.L.V.
57 cm hoog
27
4 koperen kandelaren
48 cm hoog
28
4 koperen kandelaren op hoogautaar met 2 arm- en 2 koorkandelaren
Divers
29
Koperen koorlamp verzilverd
30
Wit misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken met koorkap met goud geborduurd.
1879
Gift
31
Wit misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken met koorkap
32
Rood misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken.
33
Purper misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken en koorkap.
34
Zwart misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken en koorkap.
35
Item, 1 kazuifel, 2 dalmatieken en koorkap.
36
1 witte kazuifel met goud geborduurd.
1882
Gift
37
Een kazuifel grond goud
38
1 witte kazuifel zondag gewaad
39
2 witte kazuifels dagelijks gewaad
40
2 rode kazuifels zondag gewaad
41
2 rode kazuifels dagelijks gewaad
42
2 purperen kazuifels zondag gewaad
43
2 purperen kazuifels dagelijks gewaad
44
2 zwarte kazuifels dagelijks gewaad
45
1 groene kazuifel
46
2 schouder klederen
47
6 linnen alben met gewone kanten van 45 cm.
48
6 linnen alben voor zondags gebruik
49
6 linnen alben voor zondags gebruik
50
3 beste roketten met kanten
51
6 zondagse en 6 dagelijkse roketten. 4 roketten voor koster, 12 voor de misdienaars. 12 voor kruis-, vaandragers en zangers.
52
6 linnen alben voor dagelijks gebruik
53
3 rode en 3 zwarte togen voor de misdienaars.
54
6 zwarte togen voor koster, voor lanteern-, kruisdragers en zangers.
55
9 altaardoeken voor de altaren
56
15 linnen schouder klederen
57
25 kelkdoeken, 15 corporalen, 15 singels.
58
2 linnen communie klederen
59
2 witte stolen voor feestdagen, 2 witte zondagse, 2 witte dagelijkse, 2 purperen en 1 rode dagelijkse.
60
Fluwelen mantel O.L.V. kleed met goud borduursel.
1867
Gift
61
Witte mantel Sint Anna met gouden boord. Wit kleed geborduurd.
62
Rood tapijt.
5,5 m lang 3,5 m breed
63
Klein rood tapijt
2 m²
64
Traptapijt
7 m lang
65
2 beelden, H. Hart van Jesus en Maria met de twee voetstukken.
1,4 m hoog
66
Beeld O.L.V. onbevlekt ontvangen
1,2 m hoog
67
Beeld H. Hypolitus
1,2 m hoog
68
Groep verbeeldende de H. Drievuldigheid.
0,9 m hoog
1873
Gift
69
Beeld H. Joseph
1,2 m hoog
70
Beeld H. Anna en H. Eligius
0,5 m hoog
71
Beeld H. Joannes Berchmans
1 m hoog
72
Beeld H. Kindsheid.
0,9 m hoog
73
Beeld H. Joannes Evangelist.
0,9 m hoog
74
Schilderij hoog altaar verbeeld den H. Joannes Evangelist
2 m hoog 1,8 m breed
75
Houten kruis met Christusbeeld hangende in het midden der koor
4 m hoog
76
14 staties van de kruisweg uitgekapt in witte steen
1,7 m hoog 0,9 m breed
Gift
77
Voetstuk H. Hypolitus
1,5 m hoog 1 m breed
78
Voetstuk met vergulde troon O.L.V.
3 m hoog 0,8 m breed
79
Draaghemel voor processie
2,6 m hoog
80
Voetstuk met troon H. Drievuldigheid
1,6 m hoog 0,7 m breed
81
Koperen processiekruis
1,7 m hoog
82
Verzilverd processiekruis
83
2 verzilverde processie lantaarns
0,7 m hoog
84
Wit voorstuk hoogaltaar
1 m hoog 2,1 m breed
85
Gebronsd voorstuk hoogaltaar
1 m hoog
86
Zwart voorstuk hoogaltaar
1 m hoog
87
Twee lijkbaar kleden
88
8 houten kandelaars
1,2 m hoog
89
2 voetstukken voor koorkandelaars
0,8 m hoog
90
Een zwart en blauw vaan
91
Zes meter zwart behangsel
92
Twee stellingen voor lijkbaar
93
Drij koorstoelen
94
Vier knielkussen
95
Drij houten lessenaars voor misboek
96
Twee altaar tabellen met vergulde lijst
97
Honderd grootte en 200 kleine kerkstoelen
1884. Tweede boedellijst
Op 26 mei 1884 vergeleken de voorzitter van de kerkfabriek en kapelan Goelen de boedellijst van de kerkvoorwerpen met de lijst van 1883.
Zij bevestigden dat alles ongeschonden en in volmaakte staat van bewaring was behalve de voorwerpen van de nummers:
– 19 het gewoon misboek met koperen sloten is onbruikbaar;
– 28 vier koperen kandelaars op het hoogaltaar zijn onbruikbaar;
– 46 twee schouderkleren waarvan een versleten is.
Bijgvolg dient de boedellijst van 1883 als volgt gewijzigd te worden:
nr. 19 schrappen, nr. 28 wordt twee arm- en twee koorkandelaars, en nr. 46 een beste wit schouderkleed.
Lijst[120] der eigenaars van kerkstoelen (van 1879 tot 1883).
Lijst der stoelen – Potjaarstraat.
2 – Weduwe Francis Van Nieuwenhove.
1 – Bernardus Van Nieuwenhove.
1 – Carolus Van Vaerenbergh.
1 – Jan Baptist Suijs vrouw Seraphina.
1 – Vrouw Bernardus Dierickx.
4 – Xaverus Callebaut.
2 – Jan Baptist Heeremans – Clementina Guldemont.
1 – Vrouw Franciscus Plas – Martha Guldemont.
1 – Dominicus Heeremans.
1 – André De Bisschop – Ida André.
2 – Jan Baptist Plas en vrouw.
Daal.
2 – drij zusters Rossignol.
1 – Joseph Van Den Broeck – Maria Anna Heeremans.
1 – Vrouw Dominicus Goetvinck.
2 – Bernardus De Prijck.
1 – Vrouw Christaen Gijzens.
2 – Ludovicus Goetvinck en vrouw.
1 – Petrus De Bolle.
1 – Van Neijghem vrouw en broeders Jean – Joseph.
1 – Eugene Van Neijghem en vrouw.
3 – Dominicus De Bolle – vrouw en kinderen.
1 – Maria De Gheijm.
2 – Aug. Van Neijghem – vrouw Sophia De Bolle.
2 – Constant Lanckman en vrouw.
1 – Elisabeth Couck.
1 – Fredericus Van Nieuwenhove.
1 – weduwe Petrus Arijs.
1 – Michael Eckman.
1 – Dominicus Rossignol.
1 – Judocus De Bisschop – vrouw Hortentia Christiaens.
2 – weduwe Felix Van Nieuwenhove – Sophia Heeremans.
2 – Jean Van Den Broeck en vrouw.
1 – J. B. Suijs.
1 – Maria Benedicta Asselman.
3 – Jean Couck, vrouw en kinderen.
2 – weduwe Felix Van Nieuwenhove.
1 – Benedicta Van Nieuwenhove.
1 – weduwe Albert Guldemont.
1 – Jan Baptist Guldemont, vrouw Judoca Arijs.
1 – Leo Callebaut.
1 – Isabella Tastenoy.
2 – Michiel Van Den Broeck en vrouw.
1 – Joseph Van Den Broeck – Doka Suijs.
2 – August Guldemont – Theresia De Bolle.
1 – Joanna Eckman.
1 – Jan Baptist Van Nieuwenhove – vrouw Colleta Couck.
Molhoek.
2 – Dominicus Van Vaerenbergh.
1 – Josepha De Rijck.
2 – weduwe Egidius Lenssens.
Tuimelaar.
1 – Joannes Steppé.
1 – Joannes Van De Winkel.
1 – Fredericus Van De Winkel.
2 – Dominicus Van Den Broeck en vrouw.
1 – De Rijck – Van De Perre – Hekelgem.
1 – Maria Joanna Van Vaerenbergh – Erembodegem.
1 – Joseph De Smedt – Hekelgem.
2 – Adrianus Van Den Bossche, vrouw en kinderen – Hekelgem.
1 – August Callebaut – Beatrix Van Den Broeck.
Breeweg.
1 – Jan Baptist Asselman.
2 – Joannes Joos en vrouw.
2 – weduwe Arijs en kinderen.
1 – ? Asselman.
1 – Albertina Dierickx.
6 – De zusters Annuntiaten.
Ter Elst.
4 – Joseph Van Nieuwenhove en Sophia Suijs – Hekelgem.
3 – Petrus Vertongen – Hekelgem.
2 – Bernardus De Bolle.
2 – Egidius De Geijzeleer.
1 – Benedictus De Reuse – vrouw Isabella Rossignol.
1 – Felix Van Den Bossche – vrouw Francisca Van Neijghem.
Kerkstraat.
1 – Catharina Messens? Pastorij.
1 – W. Van Der Mijnsbrugge.
3 – Jan Baptist Asselman – vrouw Rosa Guldemont.
3 – Franciscus De Bolle.
1 – weduwe Van Vaerenberg – Joanna De Bisschop.
1 – L. Bussens – Sidonia Poodt.
2 – Jan Baptist Rossignol.
1 – Coleta Van Ransbeeck.
1 – Franciscus De Raes – vrouw Sophia Van Ransbeeck.
2 – Ludovicus Van Nieuwenborgh.
4 – Bernardus Callebaut.
1 – Christiaens – Joanna Van Den Broeck.
1 – Petrus Christiaens – vrouw Maria De Bisschop.
Processiebaan.
4 – Jean Van Nieuwenhove – vrouw en kinderen.
1 – Franciscus Lanckman – vrouw Seraphina Van Den Bosch.
1 – Joseph Van Vaerenbergh.
1 – Arijs ?
1 – Amatus De Reuse en vrouw.
1 – Felix Christiaens.
1 – Joannes Van Den Houwe en vrouw Francisca De Leeuw.
3 – Adrianus Callebaut en kinderen.
1 – Joanna Catharina Arijs.
Van ’t huizeke naar Dries.
1 – Franciscus Temmerman en vrouw Celestina.
1 – Adrianus De Bisschop en vrouw Felicia De Reuse.
2 – Benoit De Bisschop – vrouw en kinderen.
3 – J. B. Guldemont – vrouw en kinderen.
1 – Joanna De Bisschop.
1 – Felix D’Haezeleer.
2 – weduwe Carolus De Bisschop en dochter.
1 – Joannes Van Vaerenberg en vrouw.
2 – weduwe Jean Callebaut en kinderen.
1 – Benedicta Suijs.
1 – De Wilde.
2 – weduwe Jan Baptist Christiaens en zoon.
3 – Godefridus De Reuse – vrouw en kinderen.
2 – Joannes De Leu – vrouw en kinderen.
Klein Dries.
2 – Jan Baptist Mertens – Amerijckx.
2 – Romanus André en kinderen.
5 – Romanus Pollet – vrouw en kinderen.
1 – Jacobus De Rijck – vrouw Cecilia Van Gucht.
2 – Plas – Rollier.
1 – ? Christiaens.
1 – weduwe Joseph Van Den Bossche.
1 – weduwe ?
3 – Dominicus Geijssens.
4 – Louis Bosteels – vrouw Isabella Christiaens.
1 – Franciscus Claes – vrouw Philomena Van Nieuwenhove.
1 – Leontina Sonck.
1 – Angelica Beeckman.
3 – Donatus Machiels.
1 – Maria Theresia Guldemont.
1 – Seraphina De Reuse.
1 – Dominicus Van Varenbergh.
1 – Amandus Van Der Borgt.
2 – J. B. Christiaens.
1 – Franciscus Arijs.
1 – Judoca Arijs – vrouw Rossignol.
1 – Joseph De Raes.
1 – Franciscus De Reuse.
1 – Amandus Van Den Broeck.
Kei.
2 – Joannes Snel.
1 – Joannes Meert en zuster.
1 – weduwe Franciscus De Bolle – Barbara De Reuse.
Op ouden lijst Judocus Arijs – puto loco = Judoca.
1894. Teralfene. Selectie van documenten uit een lijvig dossier over werken aan de kerk[121].
Op 12 maart 1876 teisterde een zwaar onweer de kerk. Pastoor Verheyden schreef:
Buitengewoon tempeest dat geduurd heeft van 3 tot 7 uur namiddag. De schaliën der kerk, met honderden zag men ze als zwaluwen door de lucht vliegen. Menigvuldige bomen werden uitgerukt. Vele kerken zijn ingestort. Meer dan 1000 werd gedood door ‘t orkaan[122].
Als gevolg van het stormweer was de toren niet meer stabiel. Men kon hem zien bewegen. De klokken, de horloge en het orgel werden ontruimd en de kerk was alleen nog toegankelijk via een achterdeur. Herstellingen waren dringend nodig, maar omdat de kosten zo hoog opliepen, besloot men de kerk te vergroten en een nieuwe toren te bouwen.Een drukke correspondentie volgde om de nodige vergunnen en de noodzakelijke financiële steun te bekomen.
Wij hebben hier de originele tekst van de documenten behouden
Teralphene, den 28ste januari 1894.
Mijnheer de minister,
Moesten de bestendige afvaardiging van den provincieraad van Brabant en uw departement den toestand kennen waarin wij oms bevinden door het afbreken van den toren van Teralphene dan zouden zij zeker niet meer aarzelen om ons ter hulp te komen ten einde tot zijnen heropbouw te kunnen overgaan.
Onze drij klokken zijn op zijde gezet, ons orgel is uiteengedaan, de daken zijn beschadigd door het vallen der stenen welk men onmogelijk kon beletten tijdens het afbreken van den toren.
Het voorlopig dak der basis van dezen toren kan het indringen van het water niet tegenhouden.
In een woord, onze bevolking beklaagt dezen betreurenswaardige toestand ten zeerste. Moest men de toelage des kerkfabriek en der gemeente tot het beloop van een derde des uitgave brengen dan zouden wij onze laatste geldmiddelen uitputten om tot dezen uitslag te komen, de tussenkomst van provincie en staat tot een beloop van het derde gedeelte voor beiden.
In afwachting van een gunstig besluit noemen wij ons, mijnheer de minister, een zeer nederige en verkleefden dienaar.
Prov. de Brabant, Bruxelles, le 12 mars 1984.
Messieurs,
Comme suite à votre lettre du 20 février dernier n° 303, j’ai l’honneur de vous faite connaître que la députation permanente en séance du 28 des même mois a décidé d’accorder sur les fonds provinciaux un subside de 1650,33 frs représentant le sixième de la dépense qu’entrainera la démolition et la reconstruction de la tour de l’église de votre commune. Cette décision a été prise sous la réserve du maintien au budget provincial de 1895 du crédit ordinaire de 10 000 frs destiné aux travaux de l’espèce.
A l’occasion de la proposition de subside qui lui a été faite pour le même objet.
Monsieur le ministre de la justice viens de me réclama le plan den double des travaux à effectuer.
Je vous prie messieurs faire déposer le plan et de me l’adresser dans le plus bref délai possible.
Le gouverneur, Aug. Vergote.
Schaerbeek 2 augustus 1894.
Mijnheer den pastoor, (= pastoor Goelen)
Ik heb mijnheer Peeters verschillige keren versocht te werken te beginnen. Hij heeft mij altijd voor antwoord gegeven dat het schip stenen nog niet aangekomen was.
Ik heb hem vandaag geschreven voor hem te laten weten dat zonder foute het werkvolk moet bezig zijn toekomende maanden en dat ik dijnsdag namiddag zal gaan zien.
Wilt mijnheer den pastoor de uitdrukking mijne hoogachting ontfangen.
Van Roelen.
F. Van Roelen, architecte, rue Vanderlinden 37, Bruxelles.
Schaarbeek, den 23ste januari 1795.
Mijnheer pastoor,
Mijnheer Kleinen die ik verleden maandag in ’t bisdom gezien heb, heeft mij geraden van zekere leden der comiteit te gaan bezoeken.
Ik heb dit gedaan. Allen zeggen dat zij willen de plannen aannemen in geval de anderen het ook doen. Maar alleen kunnen zij niet.
Toekomende zaterdag moet ik nog een lid bezoeken en als het dan niet lukt, dan is het verlooren en dan blijft mij niets over dan alles te herbeginnen. Ik heb bijzonder aangedrongen op de zes duizend franken dat het meer zal kosten, maar dat dragen ze hun niet aan. Ik heb beweezen dat al dat ik gedaan heb is voor de minsten kost te ……… en alle de heeren zeggen mij dat dat mijn groot ongelijk is. Ge ziet mijnheer pastoor dat men soms nog niet goed doet als men alles doet om wel te doen.
Ik zal nog schrijven toekomende zaterdag.
Aanvaard waarde heer mijne hoogachting.
Van Roelen.
12 februari 1895. Werken aan de toren van de kerk.
Zitting van 7 april 1895.
Uittreksel van het verhaalschrift der zitting van den kerkraad gehouden op zondag zeven april 1800 vijfennegentig.
Aanvraag over toelage van de provincie voor de reeds uitgevoerde werken aan den kerktoren.
Bij koninklijk besluit van 11 juni 1894 is de kerkfabriek van Teralphene bemachtigd geworden om den bouwvallige toren af te breken en herop te bouwen met eener toelage voor dit werk van den staat en de provincie.
Dit ontwerp is niet kunnen uitgevoerd worden om reden van den slechten stand der deelen van het gebouw welke men zich voorstelde te kunnen behouden. De begonnen werken zijn dan op bevel der bevoegde overheid opgeschort geworden, nieuwe plannen en bestekken zijn thans opgemaakt en de regering ter goedkeuring aangeboden.
Uit dien staat van zaken zijn groote onkosten gesproten die redelijker wijze zoo wel door den staat, de provincie en de gemeente als door het kerkfabriek zouden moeten gedragen worden.
De kerkraad dezen toestand overwegende en gezien dat de staat reeds eene toelage heeft verleent van 1333,33 fr. welke som gebruikt is voor de hooger aangehaalde werken.
Besluit: den heer gouverneur zeer eerbiediglijk te verzoeken op het provinciaal fonds eene toelage te willen verleenen tot beloop van een zesde der onkosten die volgens den hierbij gevoegde staat berekend zijn op 11 5363,79 fr.
Aldus gedaan op dag en plaats als ten hoofde. De voorzitter, Bosteels. De schrijver, Goelen. De leden, ? Callebaut, J. B. De Bolle, J. Van Den Broek, J. B. Suijs.
Uittreksel van het register van beraadslagingen der kerkfabriek te Teralfene.
De raad der kerkfabriek te Teralphene vergaderd in zitting van 7 juli 1895.
Dagorde.
Aanbieding van de begrootingsstaat voor het dienstjaar 1896.
Wijzigingen toe te brengen aan de begrootingsstaat voor 1895.
Overwegende dat ten einde de dringendste betaling der voorlopige werken uitgevoerd aan de kerk en den toren, het bestuur is verplicht geweest te beschikken over de som van 1128,33 fr. zijnde het overschot van het dienstjaar 1893 om het evenwicht te kunnen behouden bij den rekendienst van het laatst afgeloopen jaar.
Gezien dat het bestuur beschikt over een som van 3321,84 fr. geschonken ten titel van vrijwillige gifte bestemd over de werken uit te voeren aan de kerk en dat er tot dit doel een som dient in uitgave gebracht te worden die met het overschot op de begrooting van voor 1895 voorzien beloopende tot 454,47 fr. kan gebracht worden op 3776,11 fr.
Besluit: bij de bestendige deputatie van den provincialen raad met veel eerbied de toelating te vragen om aan den begrootinsstaat voor 1895 de volgende wijzigingen te mogen toebrengen.
Kerkfabriek van Teralfene – voorwerp: verkoop van afbraak.
De raad der kerkfabriek te Teralphene vergaderd in zitting van 7 juli 1895.
Gezien dat bij de groote herstellingswerken thans in uitvoering aan de kerk en den toren er eene dubbele deur en beschotten in oud eikenhout zijn moeten afgebroken worden, welke voorwerpen toebehooren aan de kerk van kleine waarde zijn en voor de nieuwe werken in het geheel niet meer kunnen dienen.
Gezien het koninklijk besluit van 16 augustus 1824.
Besluit: bij dezen aan den heer gouverneur der provincie met veel eerbied de noodige toelating te vragen om bovengemelde voorwerpen uitte hand te mogen verkoopen.
Aldus gedaan in zitting op dag, plaats als boven.
Zitting van 6 october 1895 – kerkfabriek te Teralfene.
Aanmerkingen en uitleggingen van den fabriekraad.
Reden van de voorgestelde veranderingen.
De raad der kerkfabriek te Teralphene vergaderd in de gewone zaal in zitting van zondag 6 october 1800 vijfennegentig.
Overwegende dat het dak der behouden kruiskoor groot 94,59 vierkante meter gansch versleten is en er aan de vensters en muren van dit deel ook dringende herstellingswerken dienen uitgevoerd te worden.
Gehoord hebbende het gevoelen van den heer Van Roelen bouwmeester te Schaarbeek gelast met de werken thans in uitvoering aan de kerk.
Gezien de plannen en schattend bestek beloopende tot de somme van duizend zeven honderd drijentwintig frank twintig centiemen door gemelde bouwmeester op verzoek aangeboden als volledigingswerk der kerk.
Besluit:
Het hierbij gevoegd ontwerp met plannen en dubbel der bevoegde overheid tot goedkeuring aan te bieden.
Het staatsbestuur, de provincie en gemeenteraad met veel eerbied te bidden ook voor dit werk een hulpgeld te willen verleenen.
Bij deze de toelating te vragen om voorgestelde werken ook door den heer Couck aannemer der tegenwoordige werken te laten uitvoeren.
De raad zal in zijne eerste zitting middelen beramen om in het deel ten zijnen laste te voorzien.
Aldus gedaan in zitting op dag, plaats als boven.
Mechelen, den 30ste juli 1896.
Eerwaarde heer pastoor. Teralphene.
Ik heb de eer Ued den devis te sturen voor een nieuwe horlogie voor uwen nieuwen toren.
Ik beloof Ued van een werk te maken daar de parochie zal over tevreden zijn.
Vandaag nog, hoop ik, de plaat voor de cadran te krijgen van het fabriek. Dan gaan wij seffens aan het werk om dezen af te maken, te schilderen en te vergulden.
Wij zullen om best doen om de horlogie nog deze maand te kunnen stellen.
Gelief intussen te ontvangen eerw. heer pastoor de verzekering mijner hoogachting en bijzondere eerbied.
Ed. Michiels.
Ed. Michiels-Moeremans. Graanmerkt 6 Mechelen.
Mechelen den 18de februari 1897.
Eerwaarde Heer pastoor,
Ziehier mijn gedacht over den klepel uwer klok.
Het ijzerwerk in werking gebracht wordt en door een langdurig gebruik wordt krikkel en soms wel zoo danig dat het breekt gelijk glas.
Dit zal het geval zijn met den klepel in kwestie en ik geloof dat er noodzakelijk eenen splinter nieuwe noodig is.
Indien Ued u wilde wenden bij mijnen zoon te Doornik boulevard du nord. MM Michiels fondeur de clocher. Deze zal u kunnen helpen.
Teralphene bij Denderleeuw, 24 februari (18)97.
Mijnheer Michiels.
Over eenige dagen schreef ik aan uwen achtbare vader te Mechelen om hem te vragen wat mij te doen stond om het breeken te voorkomen van eenen klokklepel die op negen maanden tijd drijmaal aaneen is gezet en nu wederom in stukken ligt.
Vader Michiels gaf mij den raad den klepel naar U te zenden en U te verzoeken eenen nieuwen te verveerdigen.
Heden heb ik den ouden klepel met al wat er toe behoord opgezonden. Gelief hem zoo haast mogelijk af te maken en het beloop ervan per port te ontvangen.
Ziehier eenige aanmerkingen over de klok, zij is van staal en vervaardigd in de gieterij van Bochum wegende omtrent 750 kilogrammen. De middenlijn onder buitenkant is van 1 meter 20.
Kerkfabriek van Teralfene – voorwerp: terugbetaling van borgtocht.
Het bureel der kerkmeesters te Teralphene vergaderd in zitting zondag 14 meert 1897.
Gezien dat de heer Damiaan Couck ondernemer te Denderleeuw als aannemer der werken van heropbouwing en vergrooting van kerk en toren dezer gemeente ten titel van borgtocht in de staatskas een som heeft gestort van ………….
Gezien het verhaalschrift der voorlopige aanneming of keuring der werken door de heer …… provinciaal bouwmeester die plaats gehad heeft den 9de november van het laatst afgelopen jaar waaruit blijkt dat den heer Couck bij uitzondering van eenige kleine verbeteringen aan zijne verbintenissen heeft voldaan.
Gezien art. 795 afd. 5 der algemeene onderrichtingen waerbij bepaald wordt dat den borgtocht aen den ondernemer zal terugbetaald worden een maand na de voorlopige keuring der werken.
Besluit: dat blijkens het bovengemelde er zich niets meer verzet tegen de terugbetaling van de borgtocht door den heer Couck in de staatskas gestort.
Bij dezen met veel eerbied de noodige toelating te verzoeken tot de terugbetaling van de gemelde borgtocht.
Een drij dubbel afschrift dezer beraadslaging zal aan de bevoegde overheid worden toegezonden.
Aldus gedaan in zitting op dag en plaats als ten hoofde.
Teralphene den 9de mei 1897.
Aan mijnheer de gouverneur der provincie Brabant.
Mijnheer de gouverneur,
De ondergetekenden voorzitter en leden van het bureel der kerkmeesters te Teralphene vertoonen met veel eerbied het volgende.
In de eerste helft des jaars 1893 was den toren der kerk bouwvallig geworden en moest na onderzoek door de heer Dumortier provinciale bouwmeester gedeeltelijk afgebroken en heropgebouwd worden.
Dit werk volgens schattend bestek beraamd op een som van 9901,96 fr. werd na goedkeuring der bevoegde overheid toevertrouwd aan de heer Brassinne ondernemer te Brussel en in zitting van den provincialen raad gehouden den 28ste februari 1894 werd er voor dit werk een toelage verleend van een zesde, zij 1650,33 fr. van welke beslissing er bericht werd gezonden bij brief van den heer gouverneur gedagtekend van 12 maart 1894, N° 100573 a 31541.
Gemeld ontwerp is onuitvoerbaar geweest om reden dat het deel van den toren het welk men dacht te kunnen behouden ook in zeer slechte staat bevonden werd. Het werk is dan op bevel gestaakt, nieuwe plannen en bestekken zijn opgemaakt en goed gekeurd volgens de welke een gedeelte der kerk en den toren thans zijn opgebouwd.
De kosten van het plaatsen der stellingen en werken van afbraak ter uitvoering van het eerste ontwerp beliepen tot de som van 5363,79 fr. alles blijkens de staat van rekening waarvan een dubbel is opgezonden aan den heer gouverneur den 7de april 1895.
De toelagen verleend door de staat en de gemeente is door het kerkbestuur reeds ontvangen en het aandeel der provincie beloopende tot de som van 893,96 fr. is tot heden toe niet voldaan geworden.
Op 4 november 1896 bij de voorlopige aanneming der werken van vermeerdering der kerk heropbouwing van den toren zijn de kosten vastgesteld en later door de bestendige deputatie goedgekeurd geworden op een som van 34 680,13 fr.
Hierop was ook een zesde toegestaan door de provincie, zij 5780,02 op welke vergunning er tot heden toe ontvangen is een som van 2500,00 fr.
Uit het voorgaande blijkt dat er door de provincie nog te betalen blijft 893,96 + 5780,02 – 2500,00 = 4173,90fr.
De toelagen verstuurd door de staat en de gemeente zijn reeds ten volle uitbetaald en daar de bepaalde aanneming der werken eerstdaags zal plaats hebben komen zij U bidden mijnheer de gouverneur te willen bevelen dat de toelagen door de provincie verleend zo spoedig mogelijk ook voldaan worden ten einde het kerkbestuur in staat te stellen hunne verplichtingen jegens den aannemer te kunnen voldoen.
Met de hoop dat hun verzoek een gunstig onthaal zal te beurt vallen noemen zij zich met waren eerbied.
[1] Laatste bladzijden register overlijden kerk van Teralfene – 2-2-1600 tot 9-2-1673.
[2] Joannes De Ruijsschere was afkomstig van Aalst. Was pastoor van 1620 tot 1623. P. VAN LIEDEKERKE, teralfene, 209.
[3] Armesijn = benaming voor een soort zijdestof of taf, uit het Oosten ingevoerd en later ook in Europa vervaardigd. De vorm armozijn komt overeen met fr. armoisin, it. ermesino; eng. ormesine. De vorm armozij beantwoordt aan fr. Armoisy (uit rabelais aangehaald bij hatzfeld-darmsteter) en aan sp. ormesi; te Lyon ook armoise (littré 1, 196). De afleiding is onzeker; bij yule-burnell staat (zie het art. Ormesine): ”the name suggests derivation from Ormuz”. Die afleiding is reeds oud, want kil. [1599] geeft: Armesinnen, pannus sericus, vulgo ormuzinus: ex Ormuz insula primum allatus” (zie ook de vries, War. 159). Is de stof inderdaad naar de Perzische stad genoemd, dan is armozij waarschijnlijk de oudere benaming; armozijn beantwoordt dan aan eene Romaansche vervorming, afkomstig uit Italië, vanwaar volgens littré de stof naar noordelijker landen gekomen is.
[4] De albe is het witte onderkleed dat een priester of diaken draagt onder zijn andere gewaden, namelijk de cingel, de stola en de kazuifel.
[5] De amict is een rechthoekige linnen doek met twee lange dunne linten eraan, die in de katholiekeliturgie gedragen wordt als halsdoek. De amict is vooral bedoeld om te zorgen dat meer kostbare paramenten, zoals kazuifels en dalmatieken niet bezoedeld worden door het zweet van de celebranten. Tevens zorgt de amict ervoor dat de onderkleding van de geestelijke niet zichtbaar is rond de hals. Zo zorgt de amict tevens ervoor dat de puur liturgische rol van de diegene die het draagt benadrukt wordt. meer los aan de amict bevestigd zodat het, als men de amict wilde wassen, makkelijk te verwijderen was. Bron: Wiklipedia.
[6] Een altaardwaal of dwaal (mappa in het Latijn) is een drievoudig wit linnen doek dat over het altaar wordt gespreid en er langs weerszijden van afhangt.
[7] Het graduale is een gregoriaans gezang of het boek met gregoriaanse muziek. Wikipedia.
[8] R.A. Leuven, archief van de parochie Teralfene, nr.13.
[9] Het Vlaamse pond (ook wel aangeduid als pond Vlaams) was tot circa 1795 een oude munteenheid in Vlaanderen, die ook in de rest van de Nederlanden als betaalmiddel werd gebruikt. Het Vlaamse pond was onderverdeeld in 20 schellingen en in 240 groten (1 schelling was derhalve 12 groten). Wikipedia.
[10] Peter De Vleeschoudere was afkomstig van Brussel.
[11] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 125.
[12]GERARDUS EECKHOUT, zoon van GERARDUS EECKHOUT en ANNA ENGELS. Hij is gedoopt op zondag 20 mei 1601 in TERALFENE. GERARDUS is overleden op maandag 27 januari 1670 in TERALFENE, 68 jaar oud. (1) trouwde, 22 jaar oud, op zondag 4 juni 1623 in TERALFENE met ANNA CORTVRINT. (2) trouwde, 65 jaar oud, op donderdag 26 augustus 1666 in TERALFENE met JUDOCA COOLENS.
[13]CORNELIUS VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt in 1591 in TERALFENE. CORNELIUS is overleden op dinsdag 26 juli 1667 in TERALFENE, 76 jaar oud. CORNELIUS trouwde, 26 jaar oud, op dinsdag 3 oktober 1617 in TERALFENE met CATHARINA VAN VARENBERGE, 24 jaar oud. Zij is gedoopt in 1593 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op dinsdag 24 juni 1659 in TERALFENE, 66 jaar oud.
[14]JUDOCUS VAN SCHINGHENE, zoon van JOANNES VAN SCHINGHENE en CATHARINA GHYSELS. Hij is gedoopt op woensdag 1 januari 1603 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op dinsdag 12 november 1675 in TERALFENE, 72 jaar oud.
Hij werd vermoedelijk vermoord in 1646, waarschijnlijk door personen uit de entourage van het koninklijke hof. Het feit schokte de Spaanse koning Filips IV zeer diep. Tot zijn dood (1665) zou deze verbitterd achterblijven, hopende dat het zijn tweede zoon, Karel II van Spanje, beter zou vergaan. Balthasar was in zijn korte leven verloofd met Maria Anna van Oostenrijk, die later trouwde met koning Filips. wikipedia.org.
[17]GERARDUS VAN NIEUWENHOVE, zoon van JOANNES VAN NIEUWENHOVE en PETRINA VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt op donderdag 8 juli 1621 in TERALFENE. GERARDUS is overleden op maandag 2 januari 1702 in TERALFENE, 80 jaar oud. GERARDUS:
(1) trouwde, 32 jaar oud, op vrijdag 24 oktober 1653 in TERALFENE met CATHARINA VAN VAERENBERGH, 23 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 7 maart 1630 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op woensdag 24 september 1659 in TERALFENE, 29 jaar oud.
(2) trouwde, 38 jaar oud, op maandag 26 januari 1660 in LIEDEKERKE met ANNA DE BOLSTER. Zij is een dochter van JOANNES DE BOLSTER. Zij is gedoopt in LIEDEKERKE. ANNA is overleden op vrijdag 17 maart 1702 in TERALFENE.
[17]JACOBA DE REUSE, dochter van JACOBUS DE REUSE en CATHARINA DE SCHRIJVER. Zij is gedoopt op woensdag 12 januari 1628 in TERALFENE. JACOBA is overleden op donderdag 22 april 1688 in TERALFENE, 60 jaar oud. JACOBA trouwde, 22 jaar oud, op zaterdag 4 juni 1650 in TERALFENE met ADRIANUS VAN VAERENBERGH, 23 jaar oud. Hij is een zoon van GERARDUS VAN VAERENBERGH en MAGDALENA EEMAN. Hij is gedoopt op woensdag 2 december 1626 in TERALFENE. ADRIANUS is overleden op woensdag 3 augustus 1689 in TERALFENE, 62 jaar oud.
[18]NICOLAUS DE REUSE. NICOLAUS is overleden op zondag 28 november 1666 in TERALFENE. NICOLAUS trouwde op zondag 16 februari 1620 in TERALFENE met ELISABETH DE SCRYVERE. ELISABETH is overleden op zondag 2 juli 1662 in TERALFENE.
[19]ADRIANUS VAN NIEUWENHOVE, zoon van JOANNES VAN NIEUWENHOVE en PETRINA VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt op woensdag 14 oktober 1626 in TERALFENE. ADRIANUS is overleden in 1679 in TERALFENE, 53 jaar oud. ADRIANUS trouwde, 34 jaar oud, op zaterdag 14 mei 1661 in TERALFENE met ANNA EECKHOUT, 21 jaar oud. Zij is een dochter van PETRUS EECKHOUT en ANNA VAN VARENBERCH. Zij is gedoopt op woensdag 7 september 1639 in TERALFENE.
[20]GERARDUS EECKHOUT. GERARDUS trouwde op vrijdag 25 februari 1661 in TERALFENE met FRANCISCA EECKHOUT.
[21] R.A. Leuven, archief van de parochie Teralfene, nr. 28.
[22] [22] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 14.
[23] R.A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 129.
[24] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 2.
[25]JOANNES ROGERIUS CAYMAN. Hij is gedoopt op zaterdag 25 november 1656 in AALST. JOANNES is overleden op woensdag 12 januari 1746 in AALST, 89 jaar oud. Notitie bij JOANNES: Schepen van Aalst.
JOANNES trouwde, 25 jaar oud, op zondag 7 juni 1682 met CLARA VAN DEN BRANDEN, 28 jaar oud. Zij is gedoopt op maandag 25 augustus 1653 in AALST.
[26] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 25.
[27]HENRICUS DE BOLLE, zoon van JUDOCUS DE BOLLE en ANNA VAN GEITE. Hij is gedoopt op woensdag 9 maart 1633 in TERALFENE. HENRICUS is overleden op dinsdag 2 februari 1706 in TERALFENE, 72 jaar oud. Hij is begraven op donderdag 4 februari 1706 te TERALFENE
[28] R.A. Leuven, archief van de parochie Teralfene, nr. 134.
[29] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 16.
[30] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 17.
[31] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 5.
[32]GERARDUS EECKHOUT, zoon van GERARDUS EECKHOUT en CATHARINA VAN VARENBERGH. Hij is gedoopt op maandag 12 juli 1700 in TERALFENE. GERARDUS is overleden op woensdag 20 januari 1751 in TERALFENE, 50 jaar oud. GERARDUS trouwde, 22 jaar oud, op zaterdag 29 mei 1723 in TERALFENE met MARIA VAN VARENBERGH, 39 jaar oud. Zij is gedoopt op maandag 27 maart 1684 in TERALFENE. MARIA is overleden op maandag 19 maart 1753 in TERALFENE, 68 jaar oud.
[35]CORNELIUS CAMU. CORNELIUS is overleden op woensdag 14 mei 1755 in TERALFENE. CORNELIUS trouwde op zondag 14 september 1692 in TERALFENE met ELISABETH EECKHOUT, 27 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 12 december 1664 in TERALFENE. ELISABETH is overleden op maandag 21 september 1744 in TERALFENE, 79 jaar oud
[36]ADRIANUS JANSSENS. Hij is gedoopt op donderdag 12 november 1699 in TERALFENE. ADRIANUS is overleden op zondag 26 januari 1777 in TERALFENE, 77 jaar oud. ADRIANUS trouwde, 32 jaar oud, op dinsdag 4 november 1732 in TERALFENE met CATHARINA VAN VALKENBORGH, 27 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 29 mei 1705 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op vrijdag 6 maart 1772 in TERALFENE, 66 jaar oud.
[37]EGIDIUS CHRISTIAENS, zoon van PETRUS CHRISTIAENS en ELISABETH MOVYS. Hij is gedoopt op zaterdag 26 januari 1704 in TERALFENE. EGIDIUS is overleden op maandag 9 juni 1777 in TERALFENE, 73 jaar oud. EGIDIUS trouwde met THERESE DE SCHUTTER. THERESE is overleden op donderdag 12 november 1767 in TERALFENE.
[38]EGIDIUS ASSELMAN, zoon van CORNELIUS ASSELMAN en PETRONELLA VAN NIEUWENHOVE. Hij is gedoopt op zaterdag 7 februari 1693 in TERALFENE. EGIDIUS is overleden op zondag 4 maart 1759 in TERALFENE, 66 jaar oud. EGIDIUS trouwde, 45 jaar oud, op dinsdag 6 mei 1738 in TERALFENE met MARIA VAN MOL, 24 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 6 mei 1714 in TERALFENE. MARIA is overleden op dinsdag 12 januari 1790 in TERALFENE, 75 jaar oud.
[39]CORNELIUS SCHOON, zoon van JOANNES SCHOON en JUDOCA VAN NIEUWENHOVE. Hij is gedoopt op woensdag 18 december 1680 in HEKELGEM. CORNELIUS is overleden, 85 jaar oud. Hij is begraven op vrijdag 22 augustus 1766 te HEKELGEM.
[40] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 8.
[42] De verbintenis in solidum is de verbintenis waarbij de schuldeiser, bij pluraliteit van schuldenaars, op grond van hun aansprakelijkheid voor eenzelfde schade, van elke schuldenaar de betaling kan vorderen van de gehele schuld, ondanks de afwezigheid van hoofdelijkheid en ondeelbaarheid. De in solidum-gehoudenheid is een creatie van de rechtspraak, omdat het toepassingsgebied van de passieve hoofdelijkheid te beperkt was. Passieve hoofdelijkheid geldt immers enkel voor gevallen bepaald in de wet of een overeenkomst, of uit gewoonte. Voor gevallen van buitencontractuele aansprakelijkheid geldt de passieve hoofdelijkheid niet en is het slachtoffer (de schuldeiser) niet beschermd. De grondslag van de aansprakelijkheid in solidum is de wenselijkheid om aan het slachtoffer een bijzondere waarborg te verlenen wanneer er meerdere schadeverwekkers zijn. Elke schadeverwekker kan voor het geheel worden aangesproken.
[43]LUDOVICUS VAN NIEUWENHOVE, zoon van FRANCISCUS VAN NIEUWENHOVE en JUDOCA VAN EYGEM. Hij is gedoopt op zaterdag 12 mei 1736 in TERALFENE. LUDOVICUS is overleden op donderdag 18 januari 1816 in TERALFENE, 79 jaar oud. LUDOVICUS trouwde met MARIA THERESIA EECKHOUDT. Zij is gedoopt op dinsdag 6 oktober 1739 in TERALFENE. MARIA is overleden op zaterdag 6 juli 1793 in TERALFENE, 53 jaar oud.
[44]MARIA (JO)ANNA VAN NIEUWENHOVE, dochter van FRANCISCUS VAN NIEUWENHOVE en JUDOCA VAN EYGEM. Zij is gedoopt op woensdag 5 augustus 1733 in TERALFENE. MARIA is overleden op zondag 28 september 1794 in TERALFENE, 61 jaar oud. MARIA trouwde, 36 jaar oud, op dinsdag 24 juli 1770 in TERALFENE met JUDOCUS VAN NIEUWENHOVE, 38 jaar oud. Hij is gedoopt op dinsdag 27 november 1731 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op maandag 24 oktober 1796 in TERALFENE, 64 jaar oud.
[45] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 135.
[47]LIVINUS MOTTEMANS is geboren omstreeks 1591. LIVINUS is overleden op zondag 27 september 1665 in TERALFENE, ongeveer 74 jaar oud. LIVINUS:
(1) trouwde, ongeveer 35 jaar oud, op dinsdag 30 juni 1626 in TERALFENE met CATHARINA ASSELMAN. CATHARINA is overleden op woensdag 19 oktober 1633 in TERALFENE.
(2) trouwde, ongeveer 50 jaar oud, op woensdag 6 februari 1641 in TERALFENE met MARIA BOGAERT.
[48] Petrus De Vleeschoudere, geboren in Brussel in 1608, pastoor te Teralfene van 1641 tot 1679. P. Van Liedekerke, Teralfene tuuse alfnam en Affligem, 1985, 209.
[52] Judocus Van Overstraeten was afkomstig van Borcht-Lombeek. Hij was pastoor van 1751 tot 1787 en kwam op tragische wijze aan zijn dood. Hij is dood gevonden tussen Muylhem en de brug die Liedekerke van Teralfene scheidt in eene beek vol slijk, waar hij nauwelijks een voet en half ingezakt was, zodanig dat zijn rug buiten het water stak. P. Van liedekerke, Teralfene tussen Alfnam en Affligem, 1985, 210.
[53] Guillelmus De Mol, afkomstig van Brussel, pastoor van 1788 tot 1803. Hij heeft onder de Franse bezetting veel moeilijkheden gehad. P. Van Liedekerke, o.c., 212.
[54]JOANNES BAPTIST VERELST. JOANNES trouwde op donderdag 1 januari 1761 in TERALFENE met MARIA ASSELMAN, 35 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 3 oktober 1725 in TERALFENE. MARIA is overleden op vrijdag 9 december 1808 in TERALFENE, 83 jaar oud.
[55]ADRIANUS ARIJS. ADRIANUS is overleden op zondag 30 oktober 1768 in TERALFENE. ADRIANUS trouwde op dinsdag 10 januari 1736 in TERALFENE met BARBARA VAN OVERSTRAETEN, 28 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 4 augustus 1707 in TERALFENE. BARBARA is overleden op woensdag 24 augustus 1785 in TERALFENE, 78 jaar oud.
[56]JOSEPHUS ARIJS, zoon van ADRIANUS ARIJS en BARBARA VAN OVERSTRAETEN. Hij is gedoopt op zondag 19 september 1745 in TERALFENE. JOSEPHUS is overleden op zondag 17 juli 1814 in TERALFENE, 68 jaar oud. JOSEPHUS trouwde, 40 jaar oud, op maandag 5 juni 1786 in TERALFENE met JUDOCA DE PADUWA, 27 jaar oud. Zij is gedoopt in 1759. JUDOCA is overleden op woensdag 2 februari 1842 in TERALFENE, 83 jaar oud.
[57]JOSEPHUS BOUDART. Hij is gedoopt in 1740. JOSEPHUS is overleden op zondag 27 juli 1817 in TERALFENE, 77 jaar oud. JOSEPHUS:
(1) trouwde, 30 jaar oud, op dinsdag 20 februari 1770 in TERALFENE met JOANNA SCHOONJANS.
JOANNA is overleden op dinsdag 19 april 1774 in TERALFENE.
(2) trouwde, 34 jaar oud, op dinsdag 31 mei 1774 in TERALFENE met THERESIA ARYS, 31 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 25 mei 1743 in TERALFENE. THERESIA is overleden op zaterdag 18 april 1812 in TERALFENE, 68 jaar oud.
[58] P. Van Broekhoven, afkomstig van Geel, was pastoor van 1814 tot 1826. P. Van liedekerke, o.c., 212.
[60]JACOBUS SCHOON, zoon van CORNELIUS SCHOON en JUDOCA PAUWELS. Hij is gedoopt op zondag 6 april 1727 in HEKELGEM. Bij de doop van JACOBUS was de volgende getuige aanwezig: JACOBA PAUWELS (1678-1750). JACOBUS is overleden, 70 jaar oud. Hij is begraven op woensdag 31 mei 1797 te HEKELGEM.
Notitie bij JACOBUS: Bedezetter van Hekelgem 1772 tot 1774 of langer. JACOBUS trouwde met MARIA-ANNA BARBE. MARIA-ANNA is geboren op woensdag 3 december 1738 in GOOIK, dochter van JOANNES BARBE en ELISABETH ABELOOS. MARIA-ANNA is overleden op dinsdag 23 juli 1799 in HEKELGEM, 60 jaar oud.
[61]CAROLUS DE BUSCHOP, zoon van JUDOCUS DE BISSCHOP en CATHARINA DE BOLLE. Hij is gedoopt op vrijdag 5 juli 1715 in TERALFENE. CAROLUS is overleden op vrijdag 19 november 1773 in TERALFENE, 58 jaar oud. CAROLUS trouwde, 32 jaar oud, op donderdag 4 juli 1748 in TERALFENE met CATHARINA EECKHAUT, 24 jaar oud. Bij het kerkelijk huwelijk van CATHARINA en CAROLUS waren de volgende getuigen aanwezig: JUDOCUS DE BISCOP en GERARDUS EECKHOUT. Zij is gedoopt op zaterdag 13 mei 1724 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op zaterdag 10 maart 1792 in TERALFENE, 67 jaar oud.
[62]NICOLAUS GULDEMONT is geboren omstreeks 1755. NICOLAUS is overleden op zondag 13 december 1846 in TERALFENE, ongeveer 91 jaar oud. NICOLAUS trouwde met MARIA CATHARINA DE BISSCHOP. Zij is een dochter van CAROLUS DE BUSCHOP en CATHARINA EECKHAUT. Zij is gedoopt op dinsdag 13 augustus 1754 in TERALFENE. MARIA is overleden op dinsdag 10 januari 1815 in TERALFENE, 60 jaar oud.
[63] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 19.
[64]JOANNES DE GHENT. JOANNES is overleden op woensdag 17 maart 1779 in TERALFENE. Hij trouwde op donderdag 24 augustus 1741 in TERALFENE met ANNA MARIA VAEREMAN, 37 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 21 december 1703 in TERALFENE. ANNA is overleden op maandag 6 juli 1778 in TERALFENE, 74 jaar oud.
Kinderen van JOANNES en ANNA:
1- THOMAS DE GHENT. Hij is gedoopt op zondag 15 april 1742 in TERALFENE. THOMAS is overleden in 1742 in TERALFENE, geen jaar oud.
2- CATHARINA DE GHENT. Zij is gedoopt op woensdag 15 april 1744 in TERALFENE.
3- EGIDIUS FRANCISCUS DE GHENT. Hij is gedoopt op zaterdag 28 januari 1747 in TERALFENE. EGIDIUS is overleden in 1747 in TERALFENE, geen jaar oud.
[65] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 20.
[66] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 21.
[67] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 133.
[68] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 133.
[69] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 22.
[70]JUDOCUS DE REUSE, zoon van ADRIANUS DE REUSE en JOANNA VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt op zaterdag 20 juli 1715 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op woensdag 30 mei 1787 in TERALFENE, 71 jaar oud.
[71] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 23.
[72]JUDOCUS VAN OVERSTRAETEN, zoon van CORNELIUS VAN OVERSTRAETEN en BARBARA VAN CUTSEM. Hij is gedoopt omstreeks 1725 in BORCHTLOMBEEK. JUDOCUS is overleden op vrijdag 9 november 1787 in LIEDEKERKE, ongeveer 62 jaar oud.
Notitie bij JUDOCUS: Deze pastoor is op 9 november 1787 een treurig einde beschoren zoals we kunnen lezen in de archieven van Affligem. “Hij is dood gevonden tussen Muylhem en de brug die Liedekerke van Teralfene scheidt, in een beek vol slijk, waar hij nauwelijks een voet en half ingezakt was zodanig dat zijn rug buiten het water stak. (Teralfene tussen Alfnam en Affligem – 1985, Pierre Van Liedekerke, blz. 210).
[73] De profundis = uit de diepte. Dat is het begin van psalm 130: Uit de diepte van ellende… en is een smeking om vergeving.
[74] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 136.
[75]JOSEPHUS SCHOON, zoon van CORNELIUS SCHOON en JUDOCA PAUWELS. Bij de aangifte van de geboorte van JOSEPHUS was de volgende getuige aanwezig: JUDOCUS PAUWELS (1640-1698). Hij is gedoopt op donderdag 17 februari 1724 in HEKELGEM. Bij de doop van JOSEPHUS was de volgende getuige aanwezig: PETRONELLA PAUWELS (geb. 1681). JOSEPHUS is overleden op zondag 7 maart 1784 in TERALFENE, 60 jaar oud. JOSEPHUS trouwde, 27 jaar oud, op dinsdag 30 november 1751 in TERALFENE met MARIA VAN NIEUWENHOVE, 23 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 5 december 1727 in TERALFENE. MARIA is overleden op zondag 28 september 1794 in TERALFENE, 66 jaar oud.
Kinderen van JOSEPHUS en MARIA:
1 JOANNES SCHOON. Hij is gedoopt op zaterdag 22 april 1752 in TERALFENE. JOANNES is overleden op donderdag 4 november 1813 in TERALFENE, 61 jaar oud. JOANNES trouwde, 39 jaar oud, op vrijdag 8 juli 1791 in TERALFENE met ANNA MARIA VAN CUTSEM, 32 jaar oud. Zij is gedoopt in 1759 in WAMBEEK. ANNA is overleden op vrijdag 15 september 1826 in TERALFENE, 67 jaar oud.
2 ISABELLA SCHOON. Zij is gedoopt op donderdag 23 mei 1754 in TERALFENE. ISABELLA is overleden in 1783 in TERALFENE, 29 jaar oud. ISABELLA trouwde met GUILLIELMUS D’HOOFT.
3 PETRUS EMMANUEL SCHOON. Hij is gedoopt op donderdag 4 november 1756 in TERALFENE.
4 PETRUS JUDOCUS SCHOON. Hij is gedoopt op zaterdag 7 januari 1758 in TERALFENE.
5 LUCIA SCHOON. Zij is gedoopt op zaterdag 4 april 1761 in TERALFENE.
6 JOANNA CATHARINA SCHOON. Zij is gedoopt op maandag 7 mei 1764 in TERALFENE. JOANNA is overleden op zaterdag 7 januari 1804 in DENDERLEEUW, 39 jaar oud. JOANNA trouwde, 21 jaar oud, op dinsdag 16 augustus 1785 in TERALFENE met PETRUS JOSEPHUS SCHOUPPE. PETRUS is overleden op maandag 19 december 1791 in TERALFENE.
7 ADRIANA SCHOON. Zij is gedoopt op vrijdag 13 maart 1767 in TERALFENE. ADRIANA is overleden op donderdag 24 juli 1817 in TERALFENE, 50 jaar oud.
8 JUDOCUS SCHOON, geboren op dinsdag 7 augustus 1770 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op dinsdag 29 april 1828 in TERALFENE, 57 jaar oud. JUDOCUS trouwde, 31 jaar oud, op zaterdag 27 februari 1802 in TERALFENE met ANNE MARIE PRIEM, 25 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van ANNE en JUDOCUS waren de volgende getuigen aanwezig: JOANNES CHRISTIAENS (1751-1826), GILLES CHRISTIAENS (geb. ±1754), GILLES DIERICKX (geb. ±1766) en PETRUS DE BISSCHOP (geb. 1767). ANNE is geboren op zondag 9 juni 1776 in WAMBEEK. ANNE is overleden op woensdag 23 december 1857 in TERALFENE, 81 jaar oud.
[77] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 9.
[78] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 10.
[79]JOANNES SCHOON, zoon van JOSEPHUS SCHOON en MARIA VAN NIEUWENHOVE. Hij is gedoopt op zaterdag 22 april 1752 in TERALFENE. JOANNES is overleden op donderdag 4 november 1813 in TERALFENE, 61 jaar oud. JOANNES trouwde, 39 jaar oud, op vrijdag 8 juli 1791 in TERALFENE met ANNA MARIA VAN CUTSEM, 32 jaar oud. Zij is gedoopt in 1759 in WAMBEEK. ANNA is overleden op vrijdag 15 september 1826 in TERALFENE, 67 jaar oud.
[80] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 30.
[81] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 24.
[82] Volgens het billet van uijtsendinge wegens de administratie van den Lande van Aelst in date 13 nivôse 4de jaer der republiek (3 januari 1796) onderteekent F. De Ruijter president, J. P. Begheijn secretaris,
[83] R. A. Leuven – archief van de gemeente Teralfene, toegang 352/15 nr. 16.
[84]Een bunder = 4 dagwand = 400 roeden. Te Teralfene bedroeg een vierkante roede = 30,7456 ca.
[94] Een facteur kocht voor grote hophandelaars de hop bij de boeren op.
[95] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 429.
[96] Jan Baptist Van Broeckhoven, afkomstig van Geel, was pastoor vanaf 1814. Hij overleed te Teralfen in 1826.
[97] Petrus Joannes Coppens, afkomstig van St.-katharina-Lombeek.
[98] Jan Baptist Van Nieuwenhove was burgemeester van 1825 tot 1829.
[99] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 169.
[100]JACOBUS GOETVINCK is geboren op maandag 15 maart 1790 in TERALFENE. JACOBUS is overleden op woensdag 20 maart 1878 in TERALFENE, 88 jaar oud.
JACOBUS trouwde, 30 jaar oud, op zaterdag 24 februari 1821 in TERALFENE met ANNA CATHARINA VAN DEN EYNDE, 35 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 9 september 1785 in WELLE. ANNA is overleden op dinsdag 22 maart 1859 in TERALFENE, 73 jaar oud.
[101]FRANCISCUS BOGAERT. Hij is gedoopt op zondag 8 januari 1786 in TERALFENE. FRANCISCUS is overleden op donderdag 2 december 1847 in TERALFENE, 61 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 25 jaar oud, op dinsdag 5 februari 1811 in TERALFENE met JOANNA CATHARINA POLLET, 23 jaar oud. Zij is een dochter van THOMAS POLLET en PETRONELLA COLLIER. Zij is gedoopt op woensdag 27 juni 1787 in TERALFENE. JOANNA is overleden op dinsdag 6 februari 1838 in TERALFENE, 50 jaar oud.
[102]DOMINICUS JUDOCUS HEEREMANS is geboren op zaterdag 21 april 1804 in TERALFENE. DOMINICUS is overleden op woensdag 5 april 1882 in TERALFENE, 77 jaar oud. Koster te Teralfene. DOMINICUS trouwde, 24 jaar oud, op woensdag 30 juli 1828 in TERALFENE met JOANNA MARIA TEMMERMAN, 24 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 15 maart 1804 in TERALFENE. JOANNA is overleden op vrijdag 17 januari 1873 in TERALFENE, 68 jaar oud.
[103]BENEDICTUS DE BISSCHOP is geboren op donderdag 12 maart 1801 in TERALFENE, zoon van JOANNES BAPTIST DE BISSCHOP en ANNA CATHARINA CHRISTIAENS. BENEDICTUS is overleden op woensdag 27 december 1882 in TERALFENE, 81 jaar oud. BENEDICTUS trouwde, 27 jaar oud, op woensdag 8 oktober 1828 in TERALFENE met MARIA JOSEPHA ARIJS, 28 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 4 december 1799 in TERALFENE. MARIA is overleden op vrijdag 15 december 1882 in TERALFENE, 83 jaar oud.
[104]FRANCISCUS DE REUSE. Hij is gedoopt op donderdag 11 november 1784 in TERALFENE. FRANCISCUS is overleden op maandag 10 februari 1851 in TERALFENE, 66 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 28 jaar oud, op maandag 8 februari 1813 in TERALFENE met MARIA CALLEBAUT, 24 jaar oud. Huis aan den Groten driesch. Zij is gedoopt op zondag 31 augustus 1788 in TERALFENE. MARIA is overleden op zaterdag 18 februari 1854 in TERALFENE, 65 jaar oud.
[105]ADRIANUS FRANCISCUS ASSELMAN is geboren op woensdag 21 maart 1804 in TERALFENE, zoon van JOANNES ASSELMAN en JOANNA CATHARINA VAN DEN BOSSCHE. ADRIANUS is overleden op zondag 20 oktober 1878 in TERALFENE, 74 jaar oud. ADRIANUS:
(1) trouwde, 28 jaar oud, op woensdag 16 mei 1832 in TERALFENE met JEANNE CATHERINE CHRISTIAENS, 25 jaar oud. JEANNE is geboren op donderdag 31 juli 1806 in TERALFENE. JEANNE is overleden op dinsdag 14 april 1846 in TERALFENE, 39 jaar oud.
(2) trouwde, 42 jaar oud, op donderdag 5 november 1846 in TERALFENE met JUDOCA SCHOON, 42 jaar oud. JUDOCA is geboren op dinsdag 14 augustus 1804 in TERALFENE, dochter van JUDOCUS SCHOON en ANNE MARIE PRIEM. JUDOCA is overleden op maandag 13 januari 1890 in TERALFENE, 85 jaar oud.
[106]GUILIELMUS DE BISSCHOP. Hij is gedoopt op zondag 14 december 1794 in TERALFENE. GUILIELMUS is overleden op dinsdag 28 april 1840 in HEKELGEM, 45 jaar oud. GUILIELMUS trouwde, 30 jaar oud, op woensdag 28 september 1825 in TERALFENE met THERESIA FONTEYN, 30 jaar oud. Zij is een dochter van JAN DE LA FONTAIN en FRANCISCA DE GEYNT. Zij is gedoopt op zondag 12 juli 1795 in HEKELGEM. THERESIA is overleden op zaterdag 30 mei 1835 in HEKELGEM, 39 jaar oud.
[107] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 165.
[108] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 164.
[109]ADRIANUS FRANCISCUS ROLLIER, zoon van NICOLAAS ROLLIER en JOANNA FRANCISCA VAN DER ELST. Hij is gedoopt op zondag 13 april 1760 in PAMEL. ADRIANUS is overleden op vrijdag 2 augustus 1833 in GOOIK, 73 jaar oud.
Antwerpenaar Jan Karel Broeckmans werd op 20 december 1716 pastoor te Hekelgem. Hij ontving zijn priesterwijding op 42-jarige leeftijd op 3 december 1700. Zijn eerste opdracht was deservitor te Bavegem en vervolgens vanaf 4 december 1701 pastoor te Neigem. Hij was begaan met zijn kerk en liet heel wat werken uitvoeren. Er was na de oorlogen van de Franse koning Lodewijk XIV een tijd van vrede aangebroken en er kwam welvaart. In 1712 werd het houten gewelf van het koor vernieuwd, in 1715 werden het hoogaltaar en twee zijaltaren gemarmerd, kostprijs 430 gulden en in 1716 werd het dak van de kerk in orde gebracht en het interieur gewit. De nieuwe communiebank, aangekocht in 1719, kostte 131 gulden 16 stuivers. Datzelfde jaar liet hij het gebinte en het dak van de toren herstellen en in 1722 kwam er een nieuwe biechtstoel, toegewijd aan O.-L.-Vrouw, voor 470 gulden. De deken had het jaar voordien tijdens de visitatie opgemerkt dat er in de kerk een zeer vuile biechtstoel stond. De Raad van Brabant verbood op 24 september 1721 het gaaischieten op pene van thien pattacons. De schutters schoten naar een vogel die men op een wip uit de kerktoren stak, met nogal wat schade tot gevolg. De pastoor en de kerkmeesters mochten de gaten sluiten waaruit de wip werd gestoken.
Aanvankelijk beoordeelde de deken pastoor Broeckmans als een middelmatig priester (1716). Dat viel hem blijkbaar zwaar want tijdens de volgende visitaties was hij afwezig, in 1717 verbleef hij in Antwerpen en in 1720 in Brussel. We vernemen ook iets over de rivaliteit met de abdij. In 1712 klaagde hij erover dat de parochianen in de abdijkerk de mis gingen bijwonen omdat de paters niet preekten. Van bij zijn aanstelling tot zijn dood in 1724 hield hij een memorieboek bij waarin hij de landpachten noteerde en allerlei interessante gegevens. Pastoor Broeckmans overleed op 6 augustus 1724[1].
Op 17 juni 1723[2] liet heer ende meester Joannes Carolus Broeckmans, pastoor van Hekelgem, nog gezond van lichaam en geest, door notaris Eg. Crick van Asse zijn testament opstellen. Als hij kwam te overlijden beval hij zijn ziel aan zijn barmhartige zaligmaker Jezus Christus en aan de moeder Gods aan en ook aan zijn geliefde heiligen: Jozef, Joachim en Anna, de aartsengelen Michael en Raphael, Joannes Baptista, Joannes Evangelist, Joannes Chrisostomus, Carolus Borromeus, zijn patronen, en alle andere Gods lieve heiligen. Voorts bepaalde hij dat:
1- Hij wil begraven worden aan de voet van het altaar van de Allerheiligste Rozenkrans in de kerk van Hekelgem en dat op zijn graf een blauwe zerksteen met letters van witte marmer wordt gelegd.
2- Het is zijn wens dat zijn uitvaart kort na zijn dood plaats vindt en dat hij naar zijn graf wordt gedragen door de pastoors van Essene, Meldert, zijn onderpastoor en een andere priester te kiezen door de executrice van zijn testament.
3- Hij wil dar er in zijn sterfhuis na de uitvaart alleen een sober pastorael noenmaal voor de concelebranten, zijn testateurs en vrienden van Antwerpen wordt aangeboden. Dezelfde dag zal er in de kerk van Hekelgem ook een requiemmis worden opgedragen tot lafenis van zijn ziel waarvoor aan iedere priester prompt drie gulden zal ontvangen.
4- Tijdens de uitvaartdienst zullen op het hoogaltaar maar vier kaarsen en ook vier kaarsen aan de baar branden.
5- Na de dienst zal men aan de arme mensen van buiten de parochie die de dienst bijwoonden twee gulden en tien stuivers in de kerk geven en niets buiten de kerk.
6- De armen van Hekelgem die de dienst bijwoonden krijgen tweehonderd witte broden van een stuiver.
7- Hij wil dat terstond na zijn overlijden 1579 missen van 8 stuivers gecelebreerd worden tot lafenis van zijn ziel zoals hij in een brief heeft opgeschreven. Indien de executrice van zijn testament die brief niet vindt, kan zij de missen laten celebreren naar haar goeddunken.
8- De testateur wil vanaf de derde dag na zijn uitvaart in de kerk van Hekelgem aan het altaar van de Heilige Rozenkrans dertig requiemmissen worden opgedragen en dat daarna aan zijn graf een miserere en de profundis gelezen worden. In de zomer om zeven uur en in de winter om acht uur. Aan hetzelfde altaar zullen vier kaarsen en aan de baar zes kaarsen van witte was van een pond branden. De kaarsen moeten om de veertien dagen vernieuwd worden. De pastoor of de deservitor zal hiervoor twintig gulden ontvangen, de koster drie gulden op conditie nochtans dat hij de missen heeft gediend met zijn overrok aan.
9- De testateur verlangt dat op de eerste maandag van de maand na zijn overlijden aan het altaar van de Heilige Rozenkrans tot lafenis van zijn ziel en die van zijn vrienden en van de overleden broeders en zusters van dezelfde broederschap het officie van de doden en een gezongen requiemmis met de gewone diensten aan de baar gecelebreerd worden. Op de vooravond zullen de doodsklokken worden geluid en op de dag van de dienst driemaal een half uur lang. Aan de baar zullen twaalf kaarsen branden, tien op het hoogaltaar, vier op het altaar van de Heilige Rozenkrans, een voor het beeld van Sint-Jozef, een voor het beeld van de heilige Anna en vier kaarsen op het altaar van de heilige engelbewaarder. Ieder kaars zal een pond wegen.
10- Voor de relieken van Sint-Cornelis moeten twee kaarsen branden en een voor het beeld van Sint-Rochus, iedere kaars van een vierendeel witte was. Die kaarsen zullen de volgende zondagen, zijnde de eerste zondag van de maand als ook op de feestdagen van de Heilige Rozenkrans worden ontstoken en gedurende de goddelijke dienst branden totdat zij opgebrand zijn.
11- Op dezelfde dag krijgen alle broeders en zusters van Rozenkrans een wit brood van zes stuivers en in geld vijftien stuivers. Daarvoor zullen de broeders en zusters tijdig worden verwittigd zodat zij de dag voordien, zijnde de zondag, een volle aflaat komen verdienen tot lafenis van zijn vrienden en van de broeders en zusters van de Heilige Rozenkrans. Aan de armen van Hekelgem die dan de dienst Gods bijwoonden, worden driehonderd witte broden van een stuiver uitgedeeld. Als hij testateur zou overlijden omtrent een feestdag van de heilige maagd Maria voor de eerste zondag van de maand dan zullen de dag na de feestdag de diensten moeten geschieden. Daarvoor zal de pastoor of de deservitor acht gulden ontvangen en de koster samen met het luiden vier gulden.
12- Aan de kerk van Hekelgem legateert de testateur vier van schilderijen, te weten: de boodschap, Christus tussen twee wenende engelen, de driekoningen en Christus gekruisigd. Ze hangen boven de schouw in zijn kamer samen met twintig gulden om de schilderijen te versieren en te bewaren zodat de ze niet bedorven worden. De testateur wil dart ze in de kerk worden gehangen in het koor van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans.
13- Aan Constantia Theresia Van Dipenbeeck, dochter van Abraham en van Joanna Margarita Broeckmans, zijn nicht wonend bij de witzusters te Antwerpen, schenkt hij zestig gulden om daar in de kerk een kleine uitvaart te houden tot lafenis van zijn ziel en de rest voor een recreatie in hun refter.
14- Aan de armste priesters van het college te Antwerpen schenkt hij al zijn zwarte kleren, mantels, zwarte toga, oude dikken nachttambaert, al zijn goede hemden en kragen en voor de bibliotheek van het college enige boeken die hij heeft aangeduid en met zijn naam ondertekend. De boeken moeten daar in de bibliotheek blijven. De crediteuren van het college hebben er geen recht op en in het geval van onenigheid kan de executrice of haar erfgenamen ze altijd mogen opeisen.
15- De testateur begeert dat er jaarlijks en voor eeuwig tot lafenis van zijn ziel, die van zijn vrienden en van de broeders en zusters van de Heilige Rozenkrans een gezongen jaargetijde in de kerk van Hekelgem zal gecelebreerd worden aan het altaar van de Heilige Rozenkrans in de maand oktober de eerste maandag na de feestdag van de Heilige Rozenkrans. De pastoor zal dat twee zondagen te voren te aankondigen zowel voor als na de middag om ieder aan te sporen tot devotie voor de heilige rozenkrans. Daartoe zullen de klokken een half uur lang luiden op de avond voordien, ’s anderendaags ’s morgens vroeg en tweemaal voor de mis en ook ’s avonds. Daarvoor zal de pastoor drie gulden ontvangen en de koster dertig stuivers mits hij aan de baar de miserere en de profundis zingt. Op het altaar van de heilige maagd Maria zullen vier kaarsen branden, op het hoogaltaar zes, aan de bar zes, op het altaar van de heilige engelbewaarder vier, voor de beelden van de heilige Jozef en Anna elk een, ieder kaars van een pond, voor de relieken van Sint-Cornelis twee, voor het beeld van de heilige Rochus een, ieder een vierendeel van witte was. Na de dienst zal ook jaarlijks aan vijftien broeders en zusters van de heilige rozenkrans zeven stuivers met een wit brood van zes stuivers uitgedeeld worden. Wie het geld en het brood jaarlijks zullen genieten, heeft de pastoor al uitgekozen. De namen staan op een blad en na de dood van een van hen zal de pastoor een nieuwe kandidaat aanduiden. De broden moeten voor de mis op de tafel van de provisor van de broederschap liggen en na de dienst worden uitgedeeld. De pastoor, koster en de provisor zullen jaarlijks ook genieten van een der voorschreven witte broden van zes stuivers. Opdat deze fundatie wel eeuwig volbracht kan worden, zal de testateur in de muur naast het altaar onder het beeld van de heilige Jozef een blauwe steen laten metselen waarin met wit leesbare letters van witte plaaster de datum van het jaargetijde wordt aangebracht met de vermelding dat het jaargetijde voor de lafenis van zijn ziel is en ook de penningen die daarvoor zijn voorzien. Als de steen niet tijdens zijn leven is aangebracht, dan moet de executrice daarvoor de opdracht geven. Daarvoor laat hij de som van honderd dertig gulden na. Aan de Kapel van de Heilige Rozenkrans in de kerk van Hekelgem laat hij de volgende renten na:
– Een rente van 32 gulden van een kapitaal van achthonderd gulden op 12 november tot last van molenaar Peeter Maes mulder, bepand volgens de akte gepasseerd voor schepenen van Affligem op 10 december 1714. ondertekend J. De Witte.
– Een rente van 12 gulden 15 stuivers van een kapitaal van driehonderd vijftig gulden 9 mei tot last van Andries Willems en consoorten, bepand volgens de akte gepasseerd voor voorschreven schepenen van Affligem op de …………
– Een rente van 8 gulden van een kapitaal van 200 gulden op 17 november sprekende tot last van Peeter Verleijsen en Catharina De Valck volgens de akte gepasseerd voor de voorschreven schepenen op 2 december 1715. Ondertekend J. De Witte.
16- Als de lasten betaald zijn dan zal het resterende geld worden gebruikt voor de versiering van het beeld van Onze-Lieve-Vrouw.
17- De testateur heeft aan de kardinaal-aartsbisschop van Mechelen en aan de eerw. heren proost en religieuzen van Affligem beloofd om na zijn dood 600 gulden te doen betalen voor de nieuwbouw van de pastorie van Hekelgem. Zij zullen voor hen ook een gelijke som vinden als rente van een kapitaal van 7000 gulden. Dat bedrag moet na zijn dood worden betaald.
18- De testateur legateert aan Jan Baptista Van Der Elst en Catharina Constantia Broeckmans, zijn zuster en zwager, hun leven lang 1400 gulden en na hun dood aan Jacobus Van Der Elst, hun zoon. In het geval die komt te overlijden zonder wettig kind of kinderen zal het bedrag toekomen aan Anna Marie, Susanna, Catharina en Maria Constantia Van Diepenbeecq, kinderen van wijlen Abraham en Joanna Margarita Broeckmans.
19 Anna Marie Van Diepenbeecq, dochter van Abraham en Margarita Broeckmans, weduwe van Lowies Josephus Coeberghen, in zijn leven secretaris van Zantvliet ene Berendrecht ontvangt een som van 1800 gulden.
20- Aan Susanna Van Diepenbeecq acht gulden, aan Marie Constantia Van Diepenbeecq 1700 gulden, Catharina Van Diepenbeecq 1600 gulden, aan Franciscus en Catharina Broeckmans, zijn kozijn en nicht uit Holten in Duitsland 100 gulden.
21- Aan de Philippina en Anna Laporte, geestelijke dochters die in Aalst wonen schenkt hij zijn grote kleerkast, de houten scribaen[3] die in die kast stond en naderhand onder zijn tafel en nog een andere scribaen met twee deuren en 23 laijen met nog 50 gulden.
22- Aan Elisabeth Ravijts, dochter van Laurijs, zijn meid, schenkt hij voor haar trouwe dienst van vele jaren 1170, bedrag haar prompt na zijn dood moet gegeven worden tenzij hij het bedrag voor haar al heeft belegd. Zij krijgt ook een pluimen beddeken waarmee zij gewoonlijk sliep, het beste van de twee oude wollen matrassen, een gestreept garen behangsel, een hoofdkussen doorj haar uit te kiezen, alle de oude fluwijnen en een paar van de beste, de vier beste paar lakens met de naad over het bed, alle de oude dekens uitgenomen een en de twee kleine witte die tot nettigheijt van de beddens dienen, drie kleine hammelaeckens, alle oude servetten met een half dozijn van de beste, al de blauwe en de gedamde doeken met al de voorschoten, vier messen door haar te kiezen, drie lepels en drie Engels vorken, een zoutvat, mosterdpot en de inlandse peperdoos, zes oude inlandse tinnen talloiren door haar te kiezen, vier middelbare tinnen schotelkens, zijn nachttabbaard, drie paar van de beste kousen, al zijn schoenen, muilen, het ledikant, strozak en de behangsels waarop de testateur gewoon is op te slapen ende al de boter met de kuipen de in zijn sterfhuis worden gevonden.
23- Aan de voorschreven Elisabeth Ravijts laat hij 100 gulden na voor een…… en voor een vol jaar huur 42 gulden.
24- Aan Adriana Goijens van Vlierzele schenkt hij 50 gulden en aan Jan Baptista Resteau, zoon van de koster alhier, 12 gulden.
25- Anna Maria Van Diepenbeecq, zijn erfgenaam en executrice zal na zijn dood zonder uitstel al de kosten van de begrafenis, uitvaert, zielenmissen, de voorschreven legaten gemaakt aan Elisabeth Ravijts, de juffrouwen Laporte, Adriana Goijens, de vrienden van Holten, Jan Baptista Resteau, de rouw en de huur van de voorschreven Elisabeth Ravijts, de onkosten van zijn zerksteen, versiersels van de schilderijen door hem gemaakt aan de kerk van Hekelgem en nog een klein legaat bij de heer comparant op het apart bezet geschreven en bij hem ondertekend. Dat moet eerst gebeuren met contante penningen, met de opbrengst van de resterende meubelen en katteilen in het sterfhuis gevonden en ook met de kapitalen en de renten die men in zijn sterfhuis aantreft.
26- Alle nog resterende goederen komen toe aan de voorschreven juf. Anna Marie Van Diepenbeecq, weduwe van de heer Lowies Josephus Coeberghen, dochter van wijlen de heer Abrahams en Joanna Margarita Broeckmans en na haar dood aan haar kind behouden van de voorschreven man en eventueel nog andere kinderen. Ingeval het kind of de kinderen komen te overlijden zonder wettige kinderen aan Marie Constantia Van Diepenbeecq, ook dochter des voorschreven Abrahams en Joanna Margarita Broeckmans.
Aldus gedaan te Hekelgem in het en woonhuis van de testateur ter presentie van de eerw. heer Ludovicus De Clerck, pastoor van Teralfene en Peeter Van Den Bosch, zoon van Michiel, getuigen.
[1] B. VERMOESEN, De parochie van Hekelgem tot 1792, in: Jaarboek Belledaal, 2008, 84 – 86.
[2] R.A. Leuven, notaris Eg. Crick, toegang 882/522, nr. 21.
[1] R. A. Leuven, Schepenbank van Asse, toegang 94, nr. 5752.
Volgens het plakkaat van keizerin Maria Theresia van 27 december 1754 moest er in Hekelgem een volkstelling worden gehouden. Dat gebeurde op 9 en 10 januari 1755. De telling is een interessant document omdat het niet alleen de gezinssamenstelling weergeeft maar ook het beroep van de man. Helaas zijn de laatste bladzijden onleesbaar.
1. De pastoor (Rumoldus De Cuyper) met zijn onderpastoor, 1 knecht, 1 meid.
2. De abdij van Affligem met de proost, de subprior, de hofmeester, de gasten pater, de syndicus, de koster, de lector en nog 22 monniken.
18 domestiquen de pachterije doende in de abdij.
3. Laureijs Leemans bakker in de abdij en winkelier met zijn vrouw en twee kinderen, een van 21 en een van 19 jaar.
4. De weduwe Carel Arijs werkt in het klooster, een kind van 15 jaar.
5. Jan Baeck, smid, met zijn huisvrouw en een kind van 9 jaar.
6. Jacobus Bellemans, broodmaecker en winkelier met zijn vrouw en een kind van 1 1/2 dag oud.
7. Jan Baptist Bellemans, kuijper en winkelier met zijn vrouw en twee kinderen, een van 2 1/2 en van 1 jaar, een knecht en een meid.
8. Jan Boon, werkman, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn huisvrouw en 3 kinderen, een van 6, een van 4 en een van 1 jaar.
9. Peter Bosteels, pachter met zijn huisvrouw en 3 kinderen, een van 6, een van 3 en een van 12 maanden, 2 knechten, 1 meid.
10. Franciscus Callebaut, knecht in de abdij, met zijn vrouw en een kind van 2 jaar.
11. Gillis Cammaert, kleermakersknecht met zijn vrouw en een kind van 1 1/2 jaar.
12. Engel Carnoij, leeft van de Tafel van den H. Geest met 2 kinderen, een van 16 en een van 10 jaar.
13. Weduwe Peeter Carnoije, clijnecossaert[1] en een zoon van 31 jaar.
14. Jan Baptist Clauwaert, herbergier met zijn vrouw een kind van 1 1/2 jaar.
15. Laureijs Clauwaert, kossaard, met zijn vrouw en een kind van 20 jaar, leeft in armoede.
16. Peter Clauwaert, herbergier, brouwer en pachter, met zijn vrouw met 7 kinderen, een van 28, een van 23, een van 20, een van 17,een van 15, een van 11 en een van 10 jaar.
17. Peter Clauwaert, zoon van Jan, met zijn vrouw, leeft van aalmoezen.
18. Peter Ceuppens, pachter, brouwer en herbergier, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 20 en een van 16 jaar, en een meid.
19. Hendrick Dauwe, gareelmaker en schoenmaker, met zijn vrouw en een kind van 22 jaar, een knecht en een meid.
20. Jan De Bailliu, pachter, met zijn vrouw, met zonen, een van 24, een van 22, een van 20 en 1 een van 16 jaar, 1 dochter van 19 jaar en een meid.
21. Michiel De Bisschop, kossaard, met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 26, een van 20 en van 8 jaar, leeft van de Tafel van de H. Geest.
22. Weduwe Andries De Boitselier, kossaard, met huwbare dochters, een van 27 en een van 22 jaar.
23. Francis De Boitselier, kossaard, leeft in armoede van de Tafel van de H. Geest met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 14, een van 10 en een van 3 jaar.
24. Peter De Clercq, zoon van Jan, kossaard, met zijn huisvrouw en een dochter van 27 jaar.
25. Weduwe Peter De Clercq, zoon van Michiel, kossaard, 2 kinderen, een van 39 en een van 20 jaar, met een werkman.
26. Jan De Cort met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 19, een van 17 en een van 12 jaar.
27. Laureijs De Cort, kleine kossaardmet zijn huisvrouw en 4 kinderen, een van 8, een van 6, een van 2 en een van 1 jaar.
28. Joos De Coster, kossaard, leeft van de Tafel van de H. Geest met zoon van 29 en dochter 23 jaar.
29. Gillis Cromphout, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 10 jaar.
30. Guilliam De Donder, herbergier en kossaard, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn huisvrouw en 2 kinderen, een van 25 en een van 17 jaar.
31. Peter De Donder, kleine kossaard, met zijn huisvrouw met 3 kinderen, een van 12, een van 9 en een van 7 jaar.
32. Jan Baptist De Gendt, smid, met zijn huisvrouw en 5 kinderen, een van 11, een van 8, een van 7, een van 4 en een van 8 maanden, 1 knecht.
33. Peter De Gols, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 1 1/2 jaar.
34. Weduwe Geeraert De Kegel, kossaard, een zoon van 20 jaar, 2 dochters van 18 en 14 jaar.
35. Weduwe Gillis De Kegel, kossaard, met 2 kinderen, een van 25, is onnoosel, een van 22 jaar, 1 knecht, 1 meid.
36. Weduwe Joos De Kegel, kossaard, 1 knecht, 1 meid.
37. Peter De Kegel, kossaard, weduwnaar met 3 kinderen, een van 30, een van 25, een van 20 jaar.
38. Geeraert De Meij, werkman, met zijn huisvrouw, gaan naar Essene wonen, met 2 kinderen, een van 8 en een van 5 jaar.
39. Pauwel De Meersman, werkman in het klooster, met zijn vrouw en een kind van 3 jaar.
40. Peter De Meij, kossaard, leeft van de Tafel van den H. Geest, met zijn vrouw en 2 kinderen, een en een van 2 jaar.
41. Francis De Mesmaecker, kleine kossaard, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 27 en een van 14 jaar, leeft in armoede.
42. Francis De Nil, met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 8, een van 5 en een van 3 jaar, grote armoede, leeft van de Tafel van de H. Geest.
43. Philips De Nil, met zijn vrouw en een kind van 5 jaar.
44. Jan Baptist De Pape, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 2 jaar.
45. Weduwe Hendrick De Raedt, met een knecht, raedemaecker en 3 dochters van 19, 17, en 15 jaar.
46. Jacobus De Raedt, kleine kossaard, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 4 en een van 6 dagen.
47. Judocus De Ridder, wever, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 12 en een van 7 jaar.
48. Martinus De Ridder, werkman, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 12 en een van 9 jaar.
49. Peter De Ridder, kossaard, met zijn vrouw, een zoon van 17 en twee dochters van 20 en 17 jaar.
50. Weduwe Francis De Schrijver, pachtersse met 3 kinderen, een van 19, een van 15 en een van 11 jaar, 1 knecht, 1 meid.
51. Jan De Schrijver, kossaard, met zijn huisvrouw, 3 kinderen, een van 4, een van 3 en een van 1 jaar, 1 meid en de vader van zijn vrouw, Geert Van Varenbergh, een oude mens.
52. Gillis De Smedt, pachter en herbergier, met zijn vrouw, met 3 kinderen, een van 23, een van 21 en een van 17 jaar, 2 knechten en J. Verleijsen aldaar uit armoede gehouden.
53. Jan Baptist De Smedt, pachter met zijn vrouw, 2 knechten, een meid.
54. Joos De Smedt, kleine kossaard, met zijn huisvrouw zonder kinderen.
55. Marinus De Smedt, pachterken, met zijn vrouw en een kind van 3 jaar, een knecht.
56. Francis De Vis, kossaard en werkman, met zijn vrouw en 4 kinderen, een van 16, een van 12, een van 7 en een van 1 jaar.
57. Francis De Vis, zoon van Aert, weduwnaar, kleine kossaard en timmermansknecht, met twee kinderen, een van 22 en een van 11 jaar.
58. Jan De Vis, kleine kossaard, met zijn vrouw.
59. Weduwe Peter DeVis, kossaard, met 3 kinderen, een van 40, een van 36 en een van 30 jaar.
60. Peter De Vis, weduwnaar, timmerman, met twee kinderen, een van 32, ziek en een van 31 jaar.
61. Peter De Vis, zoon van Jan, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 2 1/2 jaar. 62. Eene cranckzinnige vrouwspersoon leeft van de Tafel van den H. Geest.
63. Andries De Vos, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 1 jaar.
64. Franciscus De Witte, kossaard, met zijn vrouw.
65. Sieur Jan Baptist De Witte, griffier van Affligem met zijn huisvrouw en 4 kinderen, een van 6, van 5, een van 4 en een van 3 jaar, 2 knechten, 1 meid.
66. Jan Droeshout, kleine pachter, met zijn huisvrouw en 6 kinderen, een van 24, een van 20, een van 18, een van 16, een van 13 en een van 11 jaar, 1 knecht.
67. Peter Droeshout, kleine pachter en herbergier, weduwnaar met 5 kinderen, een van 30, een van 28, een van 26, een van 20 en een van 18 jaar.
68. Philips Druwé, kleermacker in het klooster, met zijn vrouw en met een meid.
69. Peter Everaert, kossaard, met zijn huisvrouw en een kind van 1 jaar.
70. Christiaen Galemaert, pachter, met zijn huisvrouw en 4 kinderen, een zoon van 20, een zoon van 11 en een zoon van 7 jaar, 1 dochter van 12 jaar, een meid en een knecht.
71. Guilliam Goddefroy, kossaard, met 2 kinderen, een van 24 en een van 20 jaar.
72. Peter Guns, werkman met zijn vrouw.
73. Matthijs Jacobs, kleine kossaard, met zijn huisvrouw en een kind van 14 jaar en een ander kind van den armen.
74. Michiel Janssens, krankzinnige oude man, leeft van aalmoezen.
75. Gaspar Koijman, tiendensteker, met zijn vrouw en een kind van 4 jaar.
76. Jan Leemans, kleermaker, met zijn huisvrouw, zonder kinderen.
77. Francis Louis, blockschoenvercooper, met zijn vrouw en een kind van 9 jaar.
78. Christiaen Mattens, kleine kossaard, met zijn vrouw.
79. Francis Mattens, kossaard, weduwnaar, met zijn zoon van 30 jaar.
80. Weduwe Jan Mattens, kleine kossaard, met een zoon van 40 jaar.
81. Jan Baptist Mattens, kossaard, leeft van de Tafel van den H. Geest, met zijn huisvrouw en 2 kinderen, een van 25 en een van 20 jaar.
82. Peter Mattens, kossaard en winkelier, met zijn vrouw, een meid.
83. Francis Meert, pachter en herbergier, met zijn huisvrouw met 6 kinderen, een van 21, een van 20, een van 14, een van 6, een van 5 en een van 3 jaar.
84. Jan Meert, kleine pachter, weduwnaar, met een zoon van 30 jaar, 2 knechten, 1 meid.
85. Francis Mertens, kossaard, met zijn huisvrouw en 2 kinderen, een van 11 en een van 2 1/2 jaar.
86. Jan Mertens, zoon van Peter, werkman, met zijn vrouw en een kind van 9 jaar.
87. Jan Moens, kleine kossaard, met zijn huisvrouw.
88. Joos Nieulant, kossaard, met zijn vrouw met 2 kinderen, een van 8 en een van 15 jaar.
89. Weduwe Judocus Pauwels, kleine pachter, met 4 kinderen, een van 30, een van 26, een van 25 en een van 23 jaar.
90. Joannes Pauwels, pachter, met zijn huisvrouw zonder kinderen, 2 knechten, 1 meid.
91. Peter Pensionaris, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 13 jaar.
92. Jan Baptist Pereman, kleine kossaard, met zijn vrouw, een zoon, gebreckelijck onnoosel niet connende gaen, oud 22 jaar.
93. Gillis Plas, pachter met zijn huisvrouw, 4 zonen, een van 36, een van 24, een van 22 en een van 19 jaar, een dochter van 15 jaar, 3 knechten, 2 meiden.
94. Hendrick Poels, kossaard, met zijn huisvrouw.
95. De erfgenamen Nicolaas Raes, zoon van 25 jaar, lijnwever, een dochter van 19 jaar.
96. Meester Joannes Baptista Resteau, koster en winkelier, met zijn huisvrouw, 3 kinderen, een van 17, een van 13 en een van 11 jaar, 1 knecht, een andere voor drie maanden.
97. Judocus Roggeman grote kossaard, met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 18, een van 10 en een van 6 jaar, een zieke dochter aldaar gelogeerd uit liefde, leeft van aalmoezen.
98. Jacobus Roseleth, herbergier, met zijn huisvrouw, een kind van 11 jaar, 1 meid, Philip Roseleth logeert er.
99. Judocus Scheirlinck, werkman, leeft ten dele van de Tafel van de H. Geest met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 5, een van 4 en een van 1 jaar.
100. Carel Schellincx, werkman met zijn vrouw.
101. Cornelis Schoon, pachter, met zijn huisvrouw met 2 kinderen, een van 34 en een van 30 jaar, 1 knecht.
102. Peter Schoon, kleine pachter, met zijn vrouw, een kind van 2 jaar, een knecht en een meid.
103. Benedictus Schoonjans, kossaard, met zijn vrouw en een kind van 4 maanden.
104. Caerel Steven, kossaard, met zijn huisvrouw en een zoon van 35 jaar.
105. Gillis Van Cauter, smid, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 3 en een van 4 dagen, een knecht.
106. Hendrick Van Brempt, kossaard, met zijn vrouw, een vrouw met een kind aldaar logerende als vreemdelingen.
107. Jacobus Van De Perre, kossaard, met zijn huisvrouw en 2 kinderen, een van 5 en een van 2 jaar.
108. De kinderen Jan Van De Perre, Peter Van De Perre oud 46 jaar, Elisabeth Van De Perre 50 jaar
109. Weduwe Hendrick Van De Velde, kossaard, met een zoon van 35 jaar.
110. Jan Baptist Van De Velde, kossaard, met zijn huisvrouw met 3 kinderen, een van 17, een van 12, onnoosel, en een van 2 jaar, 1 knecht, 1 meid.
111. Jan Baptist Van De Velde, kossaard en werkman, met zijn huisvrouw en een kind oud 2 jaar.
112. Michiel Van De Velde, kossaard, met zijn huisvrouw met twee kinderen, een van 7 en een van 3 jaar, een knecht bij hem woont, Jan Van De Velde.
113. Geeraert Van Den Biesen, herbergier, met zijn huisvrouw zonder kinderen, 1 meid bij hem inwonend.
114. Francis Van Den Bossche, kossaard, met zijn vrouw en een meid.
115. Michiel Van Den Bossche, kossaard, met zijn huisvrouw, zonder kinderen.
116. Jan Van Den Broeck, kossaard, met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 12, een van 9 en een van 6 jaar.
117. Peter Van Den Driessche, kossaard, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 16 en een van 9 jaar.
118. Jan Van Den Eijnd, strodekker, met zijn huisvrouw een kind van 20 jaar.
119. Gillis Van Den Weijngaert, kossaard, weduwnaar, 3 kinderen, een van 20, een van 18 en een van 9 jaar.
120. Niclaes Van Der Elst, blockschoenmaecker, met zijn vrouw en een kind van 11 jaar.
121. Jan Van Der Jeught, kossaard, met zijn vrouw en een zoon van 29 jaar en een dochter van 26 jaar.
122. Geeraert Van Der Jeught, is blind, leeft van de Tafel van den H. Geest, met zijn vrouw, armoede.
123. Michiel Van Der Schueren, pachter, met zijn huisvrouw en 2, een van 21 van 18 jaar, een knecht, een meid.
124. Andries Van Geite, kleine kossaard, met zijn vrouw, 3 kinderen, een zoon van 17 geraakt, een van 9 en een van 20 jaar.
125. Jaspar Van Impen, werkman, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn vrouw en een kind van 9 maanden.
126. Jan Van Itterbeke, kossaard, met zijn huisvrouw, een zoon van 25 jaar.
127. Francis Van Langenhove, kleine pachter en herbergier, met zijn huisvrouw met een kind van 7 jaar, drie knechten, een meid.
128. Joseph Van Lierde, molenaar, met zijn huisvrouw met 4 kinderen, een van 6, een van 4,
een van 2 en een van 3 maanden, 1 knecht, 1 meid, zijn vader Cornelis Van Lierde woont er ook.
129. Francis Van Nieuwenborgh, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn vrouw en twee kinderen, een van 10 en een van 8 jaar.
130. Jan Baptist Van Nieuwenhove, raedemaecker met zijn vrouw zonder kinderen.
131. Jacobus Van Ockeleijen, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 14 en een van 6 jaar.
132. Peter Van Onsem, kossaard, met zijn vrouw en een kind van omtrent 8 jaar.
133. Weduwe Joos Van Ransbeke, werkster met haar dochter van 26 jaar, armoede.
134. Weduwe Nicolaes Van Ransbeke, met een zoon timmermansknecht, oud 24 jaar.
135. Jan Van Varenbergh, kossaard, met zijn huisvrouw, met 3 kinderen, een van 17, een van 13 en een van 8 jaar.
136. Jan Van Varenbergh, zoon van Jan, beenhouwer, met zijn vrouw en twee kinderen, een van 10 en een van 8 jaar.
137. Hendrick Verdoodt, grote kossaard, met zijn vrouw, met 4 kinderen, een van 17, een van 16, een van 8 en een van 6 jaar, en Henricus Van Ransbeke, aldaar aanbesteed leeft van de Tafel van den H. Geest.
138. Jacques Verdoodt, werkman, met zijn vrouw en een kind van 17 jaar.
139. Aert Verleijsen, kossaard, met zijn vrouw, een zoon van 28 en een dochter van 31 jaar.
140. Jan Verleijsen, zoon van Michiel, weduwnaar, kleine kossaard, met twee kinderen, een van 35 en een van 23 jaar.
141. Peter Verleijsen, kleine kossaard, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 8 en een van 6 jaar.
Aldus gedaen, gestelt en opgenomen den 9de en 10de januari 1755 coram de ondergeteeckende bedesetteren, Andries De Coninck en Francis Van Langenhove.
Besluit.
De gemeente telde meer dan de hier besproken 141 huishoudens. Daar de laatste bladzijden onleesbaar zijn, vernemen we niets over de families Vermoesen, Vonck, Wambacq en anderen. Toch kunnen we een aantal algemene besluiten trekken.
Het meest opvallende aan de telling is dat de vrouwen niet bij naam worden genoemd. Ze zijn de (huis)vrouw of de weduwe van hun man. Op het gebied van gelijke rechten hadden ze nog een lange weg af te leggen. Een tweede opmerkelijke punt is de grote armoede. De Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748), een oorlog waarin Frankrijk, Pruisen en Spanje tegen de nieuwe Maria Theresia van Oostenrijk en haar bondgenoten vochten, was toch al enkele jaren afgelopen, maar de schade door troepen was enorm. Op 13 juli 1745 waren 2 800 Franse soldaten de abdij binnen gevallen. Ze bleven er zes weken en de omliggende gemeenten moesten instaan voor hun onderhoud. Ze plunderden meerdere huizen en eisten werklieden op voor verdedigingswerken. Dat deden ook de keizerlijke troepen en zeven jaar na de vredesonderhandelingen waren de rampzalige gevolgen van de oorlogen nog merkbaar. Elf gezinnen genoten steun van de H. Geesttafel en twee anderen leefden in armoede. Er waren 11 weduwes en 5 weduwnaars
Van al de gezinnen kennen we de beroepsactiviteit. 82 van de 141 gezinnen hadden een boerderij. De tellers maakten daarbij een onderscheid tussen de pachters, de grote boeren, en de cossaerts en de cleine cossaerts. De pachers die met 20 waren hadden meestel knechten en meiden in dienst. Vijftiengezinnen hadden 1 knecht, vier gezinnen 2 en 2 gezinnen hadden zelfs 3 knechten in dienst. In twintig gezinnen was er 1 meid, in twee gezinnen waren er 2. Opvallend: in de abdij werkten 18 knechten en 5 die niet in de abdij verbleven. De 42 cossaerts kleine boeren bewerkten minder dan 5 ha en de cleijne cossaerts moesten het stellen met minder dan 1 ha. Sommigen hadden nog andere inkomsten als winkelier, herbergier enz.
Een overzicht van de verschillende beroepen:
Bakker: 2.
Brouwer: 2.
Gareelmaker: 1.
Herbergier: 10.
Kleermaker: 3.
Knecht: 14.
Kuiper:1.
Molenaar: 1.
Radenmaker: 2.
Schoenmaker: 2.
Smid: 3.
Strodekker: 1.
Tiendensteker: 1.
Timmerman: 1.
Verkoper: 1.
Wever: 2.
Winkelier: 4.
[1] Cossaert: keuterboer, met een bedrijf kleiner dan 1 ha.
De term steenweg slaat op een grote verharde weg. Aanvankelijk waren de wegen tussen steden en dorpen onverhard, maar in het centrum van de steden en belangrijke dorpen kwamen de eerste gekasseide wegen al in de 15de eeuw voor. Als we de heirbanen van de Romeinen buiten beschouwing laten, kunnen we stellen dat de eerste verharde wegen buiten de centra in België werden aangelegd tijdens de zestiende eeuw. Het waren verlengingen van de geplaveide wegen van de stad met het doel het transport van het platteland naar de stad te vergemakkelijken. Onder het bestuur van de landvoogden Albrecht van Oostenrijk en Infante Isabella (1598-1633), een periode van vrede, nam het verharden van de wegen sterk toe.
De zandwegen tussen de steden en dorpen werden slecht onderhouden en waren vaak na een zware regenbui en in de wintermaanden onberijdbaar. De Aalsterse Dreef bijvoorbeeld, van aan de abdij tot Aalst, was dat nog tot aan de Tweede Wereldoorlog. Bovendien waren die wegen erg kronkelig met als gevolg dat het transport van goederen traag verliep en soms onmogelijk was. Dan kwam de bevoorrading van de grote steden in het gedrang. Hoe het met de wegen in onze regio was gesteld vernemen we uit enkele documenten uit de 16de en de 17de eeuw. Die geven ons een beeld van de toestand van de belangrijke weg van Brussel naar Aalst. Hij werd toen genoemd de principaelste passagiën van dese lande tot gerieff van inwoonders ende van alle de gene die met wagens, kerren, paerden off te voet rijden. Voor het onderhoud van het gedeelte binnen de Vrijheid van Asse stond Asse zelf in samen metde buitenparochies Baardegem, Essene, Hekelgem, Mazenzele, Meldert en Mollem. Elke parochie moest, volgens haar belang, instaan voor de aanvoer van materialen zoals kasseien en zavel. Alleen de wagenlieden kregen als vergoeding een pot bier zoals blijkt uit volgende extracten[1]:
– Voor de wagenlieden van Mollem die stenen haalden, hebben tot diversche stonden ende in diversche herbergen verteert: 1 gulden 10 st uivers 2 oorden. Betaald op 11 maart 1544.
– De kasseileggers die het werk kwamen aanvaarden, verteerden voor 0-12-0; de knechten van de pachters van Essene die met wagens en paarden stenen haalden, kregen als drinkgeld 0-13-2; de knechten van de pachters van Meldert voor dezelfde karwei: 0-2-0. Betaald op 11 maart 1554.
– Aan die van Mazenzele die stenen haalden: 1-6-0; aan de wagenlieden die stenen en zavel haalden: 1-5-0; Hendrik Van Langenhove, Peter Van den Bossche, Steven De Wagener en Hendrik Van den Houte trakteerden de wagenlieden van Asse om hen te overhalen om de stenen te halen: 4-6-0; aan Willem Middelborch die daarvan een verslag opstelde: 0-9-0. Betaald op 15 maart 1563 door Jacob Van Bellingen en Joos De Mol, kasseimeesters en poorters van Asse.
– Twee traktaties in het huis van Joos De Mol voor de kasseimeesters en de wagenknechten van Mollem en voor de wagenknechten die vier lege wagens haalden om stenen te vervoeren. Betaald op 18 september 1566: 28-9-0.
– Joos Vranckx betaalde op 23 juni 1568 aan de knechten van de pachters van Mazenzele, Mollem, Bollebeek en Krokegem die met 48 paarden stenen haalden voor hun vertier in de Klaarhaag 3-10-0 en voor 8 bezems voor de kasseiers: 0-6-0.
Het valt op dat er praktisch om de tien jaar werken aan de straat nodig waren. Omdat er telkens kasseien werden aangevoerd, veronderstellen we dat het ging om uitbreidingen van de gekasseide weg daar de oorspronkelijke verharding in slechte staat was.
Documenten uit de 17de eeuw brengen hetzelfde verhaal maar met meer informatie. Zo verkregen op 31 juli 1619 de meier, de schepenen en de poorters van de Vrijheid van Asse van het landsbestuur de toelating om op elke aam[2] bier die binnen de Vrijheid van Asse werd verbruikt een extra belasting van 6 stuivers te heffen voor een termijn van 6 jaar met uitzondering van de bieren waarvan de prijs lager lag dan 25 stuivers. Met die opbrengst zou men de weg van Brussel naar Vlaanderen, die op het grondgebied van de Vrijheid, weer eens in zeer slechte staat was, kunnen verbeteren. Zes jaar later was al 2 500 gulden besteed aan de werken, maar er was zeker nog 2 000 gulden nodig voor verdere reparatiewerken en voor een nieuwe waag daar de oude tijdens de voorbije troebelen was verwoest. De extra belasting bracht jaarlijks tussen de 1 200 en 1 400 gulden op en daarom vroegen de meier en de schepenen in 1625 om de extra heffing op het bier met twee jaar te verlengen. Na raadpleging van de officier fiscael gaf koning Filips II op 30 augustus 1625 de vergunning op voorwaarde dat de opbrengst alleen gebruikt werd voor de noodzakelijke wegenwerken. Bovendien moesten ze binnen de 14 dagen na de verlopen termijn van twee jaar de rekeningen voorleggen en jaarlijks 6 gulden betalen voor het octrooi.
Als antwoord op de vergunning stuurden de meier, de schepenen en de poorters van de Vrijheid op 16 augustus 1626 een verzoek aan de kanselier. Sinds mensenheugenis, zo betoogden ze, hielpen de inwoners van de buitenparochies van Asse bij het herstel van de weg. Ze met hun wagens en karren haalden de stenen en de zavel, elke parochie volgens haar aandeel in de Vrijheid. Maar de pachters van Essene hebben ooit eens geweigerd om hun deel van de taken uit te voeren. Na een proces werden ze toch gedwongen om hun deel te doen. Zij willen nu voorkomen dat het nog eens gebeurt. Zij wezen de kanselier dat er ook op de inwoners van de Vrijheid geen kasseigeld betaalden als ze met hun wagens en karren over de kasseien rijden, hoewel alleen die getoogen van Brabant en anderen volgens een oude ordonnantie waren vrijgesteld. Zij stelden ook vast dat de casseyen andermael soo is vervallen dat er drie roeden nieuwe steen nodig zijn en de kosten zullen meer dan 200 gulden bedragen. Ze zullen verplicht zijn om de inwoners van de Vrijheid opnieuw aan te spreken om de stenen en de zavel aan te halen, maar enige parochies lieten al weten dat ze die taken zullen weigeren daar de opbrengst van het kasseigeld amper 40 gulden bedraagt en er een tekort zou ontstaan van 60 gulden. Het gevolg is dat de casseye lancx hoe meer is vervallende en voor de winter niet meer zal gemaakt geraken. Zij vragen de kanselier om de onwillige buitenparochies te verplichten hun deel van het werk te doen.
Zowat om de tien jaar waren er herstellingen aan de kasseiweg nodig. Na de wegenwerken van 1619-1620 en 1626 waren er in 1634 10 wagens nodig om de kasseien in Vilvoorde te halen en 15 wagens voor de zavel. Voor elke vracht stenen kreeg de pachter 4 gulden en voor de zavel 2 gulden 10 stuivers. Vijf jaar later, in 1639, moest elke parochie op de zaterdag na 19 augustus een wagen bespannen met drie paarden leveren om kasseien en zavel te vervoeren.
Over welke weg gaat het hier? Was het de weg die door Asse liep en verder van Kokegem naar Asse –Terheide en daar een tracé volgde ten zuiden van de huidige steenweg tot aan het Zandtapijt in Hekelgem? Daar wordt hij de “Oude Baan” genoemd en volgens R. De Schrijver was dat de oude Romeinse heerbaan, een deel van de handelsroute van Brugge naar Keulen[3]. Volgens Lindemans[4] echter was Asse in de eerste eeuwen een knooppunt van zes wegen, maar was er geen weg die naar Asse-Terheide liep. Pas in de 8ste eeuw zou er volgens hem een aftakking zijn aangelegd van in Krokegem naar Asse-Terheide en verder door naar Aalst[5]. Verbesselt daarentegen kwam tot het besluit dat pas in de late middeleeuwen de “Oude Baan” werd aangelegd en liep de handelsroute dichter bij de in 1062 gestichte abdij Affligem. Dat zou dan de huidige Langestraat zijn die aan de grens met Meldert afboog naar Doment en verder richting Asse-Terheide en daar het tracé van de steenweg naar Krokegem volgde[6]. Adriaan Van Marselaer bezocht in 1597 de ruïnes van de abdij en noteerde dat den heerbaene loopende van Aelst naer Brussel voorbijt clooster liep[7]. Ockeley vermeldt nog een andere optie. De verbinding Langestraat met Asse zou over de Heidekouter, Assestraat en Notstraat naar Asse gaan[8]. Wanneer deze weg aan belang inboette en het tracé van de Oude Baan over Essene en Hekelgem ( zie de stippellijn op kaart 1) belangrijker werd, weten we niet precies.
Waar al die herstellingswerken gebeurden kunnen we dus niet exact nagaan. Maar we mogen ervan uitgaan de het kasseien vooral in het centrum van Asse gebeurde en van daaruit naar de buitenparochies. Dat kan de onwil van sommige parochies om een deel van werk op zich te nemen verklaren.
Door de groei van de economie op het einde van de 17de eeuw ontstond de nood aan betere wegen. In opdracht van de Spaanse overheid begon men nieuwe wegen aan te leggen die van uit Brussel vertrokken. Tussen 1704 en 1718 werden de volgende nieuwe grote en verharde wegen aangelegd:
In 1688 ontwierp J. Boulangier, ingenieur en luitenant-generaal bij de artillerie een nieuw tracé voor de verbinding van Brussel naar Gent. J. Ockeley publiceerde in 2018 een grondige studie over de aanleg van de steenweg Brussel-Aalst[9]. Wij beperken ons tot het gedeelte tussen Asse-Terheide en de grens met Vlaanderen op de Boekhoutberg. Hij stelde daarvoor meerdere tracés voor. Een eerste ontwerp volgde de oude weg van Asse-Terheide naar de Heidekouter, Doment, Abdijstraat en Langestraat. Het tweede ontwerp werd uitgevoerd en liep van de Sint-Hubertuskapel van Asse-Terheide rechtdoor tussen twee vijvers van de abdij op Koudenberg tot de Boekhoutberg (kaart 2). In tegenstelling tot de Oude Baan liep de nieuwe weg niet over de heuvelkam maar vanaf Asse-Terheide in de vlakte[10].
Kaart 1. De kaart van Boulangier van Asse-Terheide (rechts) naar Boekhout. De stippellijn is het nieuwe tracé.
Legende: 1 Asse-Terheide, 2 De Oude Baan, 3 Koudenberg, 4 De abdij Affligem, 5 Langestraat, 6 Nu Oud Zandtapijt, 7 De galg (domein Verbrugghen).
De nieuwe steenweg werd 13 m breed waarvan 5 m gekasseid. Langs beide zijdenkwam er een zandweg en een gracht van 1,5 m breed en een diepte van 50 à 60 cm. De kasseien hadden een afmeting van 4 tot 5 duim op 6 tot 7 duim en boordstenen moesten 3 duim dik zijn en 1 ½ voet hoog. De dorpsbesturen waren verplicht om op eigen kosten paarden, wagens en karren ter beschikking te stellen voor het vervoer van de stenen en van zand en een aantal pioniers leveren die moesten helpen bij het uitgraven van de bedding. Dat gold niet alleen voor de dorpen op wiens grondgebied de weg werd aangelegd, maar voor alle dorpen die op een of andere wijze van die weg konden profiteren. Voor het vervoer van 700 000 kasseistenen van Aalst naar Asse-Terheide moesten 10 dorpen instaan. Meldert leverde 3 wagens, Essene en Baardegem 4. Voor het transport van zand waren 5 dorpen verantwoordelijk en Hekelgem stelde daarvoor 5 wagens ter beschikking. Het aantal pioniers voor Essene bedroeg 9, voor Hekelgem 13 en 12 voor Meldert[11]. In Hekelgem aan de Fosselstraat en op de Boekhoutberg was er een werf.
Kaart 2. De nieuwe steenweg van de kapel van Asse-Terheide tot aan de galg op de Boekhoutberg. De windmolen waarvan de naam onleesbaar is, kan niet anders zijn de Oude Molen op de Molenberg, maar hij staat niet op de juiste plaats. Op 26 mei 1706 werd molenaar Petrus De Vis er door Franse soldaten vermoord.
De overheid paste voor de nieuwe steenwegen net zoals in de middeleeuwen het principe toe van de verbruiker betaald. Om de vijf kilometer kwam er een slagbomen en werd er tol geheven. Dat was het geval in Essene. De benaming ’t Bareeltje verwijst er naar. Het bedrag van de tol hing af van het aantal paarden. Voor een paard met ruiter betaalde men 1 stuiver, voor een kar met 1 paard 2 stuivers. Het handelsverkeer nam snel toe dank zij de kortere reistijd, de stiptere uren en de zekerheid van de berijdbaarheid. Er waren ook minder paarden nodig om zware lasten te vervoeren. Een transport met vier paarden van Aalst naar Terhulpen (nabij Waterloo) duurde via de oude wegen één dag, dat kon nu op de nieuwe steenwegen in drie uur tijd en met een paard minder[12]. Daar iedereen aan de slagbomen moest stoppen, groeiden de bareelhuizen al snel uit tot pleisterplaatsen waar men de paarden konden voederen en de mensen iets konden eten en drinken. Ook elders langs de weg rezen herbergen als paddestoelen uit de grond. In Hekelgem waren er twee: de Kaaszak en het Bourgondisch Cruys.
Die laatste afspanning dankte zijn naam aan een Frans officier. Marquis Jean Baptiste Roseleth lag in 1692 in winterkwartier in Hekelgem en maakte er kennis met Anna Goetvinck, een dochter van peer en Catharina Carnoy die een herberg hadden op Boekhout. Het paar trouwde op 13 april 1693. Jean Baptiste verliet uit het leger en nam de herberg van zijn schoonouders over en gaf hem de naam het Burgoins Cruys[13]. Na de aanleg van de steenweg breidde zijn zaak snel uit. In 1715 was er al een standplaats van al de post- en reizigerskoetsen van de geregelde dienst tussen Gent en Brussel. De verzendingen voor Hekelgem, Meldert en andere omliggende gemeenten kwamen in Het Burgoins Cruys toe. In 1777 werden de gebouwen herbouwd en de afspanning vergroot met kamers en nieuwe stallingen[14]. Van Het Bourgondisch Cruys is nu niets meer te zien. In 1797 was het tolbureau van Essene al verhuisd naar De Kaaszak van Zacharias De Wever. Deze landbouwer, brouwer en eigenaar van die afspanning was een man van aanzien in Hekelgem. Van 1785 tot 1795 was hij schepen voor het Land van Asse en bedesetter in Hekelgem. Als municipaal agent schrijft hij op 13 april het eerste gemeentelijk geboorteregister. In zijn herberg ( naast het vroegere gemeentehuis en rechtover het Oud Zandtapijt aan de Brusselbaan) kwam het eerste gemeentehuis van Hekelgem. Aan een zijmuur hing altijd een kaaszak voor de bereiding van “platte kaas”.
[10] J. BOULANGER, carte figurative de la route de chemin depuis la ville de Bruxelle jusques à celle d’ Alost ij comprenant les abbijes, bourgages, chasteaux, villages scituéés au long dudit chemin jusques ou s’estendant les terres et terroire de la province et duché de Brabant jusques à celle de Flandre.
[12] B. BLONDE & R. VERMOESEN, De Steenweg naar Brussel, 118.
[13] Het Burgoins Cruys of Bourgondisch Kruis is in de heraldiek een schuinsgeplaatst kruis van twee knoestige stokken, soms laurierstokken genoemd, vaak eindigend in breed uitlopend omkrullend loofwerk. Het lijkt enigszins op het Andreaskruis, dat uit twee gladde balken bestaat. Andreaskruis en Bourgondisch kruis worden vaak met elkaar verward. De hertogen van Bourgondië voerden in hun vaandels een rood, groot-uitgeschulpt schuin kruis.
[14] J. GRAVEZ, Stamboom van de familie Roseleth te Hekelgem, deel 2, 2003.
Het Hof ter Saele kent een lange geschiedenis. Het hoorde bij de burcht van Hekelgem die waarschijnlijk was opgericht door een Frankische hoofdman en die zijn naam aan het dorp gaf. De burcht stond op een motte die in 1862 nog te zien was en dan werd afgevoerd om er de vroegere wallen en de vijver mee op te hogen[1]. Die burcht werd een eerste maal verwoest tijdens de oorlog tussen Vlaanderen en Brabant (1333 – 1334). Ze werd heropgebouwd, maar verdween definitief tijdens de godsdienstoorlogen op het einde van de 16de eeuw. Wanneer de burcht werd gebouwd, was niet te achterhalen. Verbesselt meent, te oordelen naar de vorm, de structuur en de ligging, dat het een hoog-middeleeuwse burcht was. Gezien de ligging nabij de grens met Vlaanderen en langs een oude verbindingsweg naar de Dender, zou het een belangrijke versterking zijn geweest. Van hieruit kon men de toegang tot Brabant bewaken. De oudste wegen van het dorp Hekelgem lopen alle richting de motte en bakenen grote kouters af. Het geheel verwijst naar een oorspronkelijke eenheid, een domeingoed, van ca 240 b, zowat de helft van Hekelgem en dat ouder is dan de abdij die in 1062 werd gesticht.
De motte zou zelfs ouder zijn dan de kerk. Dat besluit Verbesselt afgaande op het wegennet. De kerk is niet het centraal punt, maar het mottecomplex. Ook de veldindeling wijst naar de burcht[2].
De Affligemse historicus dom Odo Cambier (+1651) heeft nog de ruïnes van de burcht gezien en schreef daarover:
In de gemeente hadden wij ook een groot kasteel; omringd van water, en oudtijds Saele geheten. Een voorwerp der bewondering van eenieder was de fontein, waaruit het water zeer hoog opsprong en waarvan men heden nog overblijfsels ziet. De gebouwen uit gekapten arduin opgetrokken waren ruim en prachtig, zoals men kan opmerken uit de puinen. Daarneven ligt er nu nog een landgoed, waarschijnlijk vroeger een afhankelijkheid van ’t kasteel, een neerhof, zoals men dat noemt.
1 de kerk, 2 het Hof ter Saele en 3 de pastorie
Bron: J. Verbesselt, Het parochiewezen in Brabant, 109.
In de 11de eeuw woonde er Heriman (Hermanus) van Heclengem. Hij verbleef er samen met zijn broer Sigerus (Zeger), Thidbaldus de Thidalmont (Doment) en Renizo, de jachtmeester van de graaf, nabij Affligem. Zij stonden als ridders in dienst van de graaf van Leuven en hadden hun bezittingen in leen van Ingelbertus Calverstert, broer van Herebrandus van Herdersem[3]. Graaf Hendrik III van Leuven schonk voor 1106 zijn achterleen aan de abdij. De oudste gekende pachter is wellicht Boudewijn van Hekelgem die in 1291 een half dagwand heidegrond nabij het hof en de opstal verkreeg. Hij betaalde daarvoor jaarlijks met Kerstmis een denier aan de heer van Asse. De hoeve was toen belast met een cijns van 2 denier aan de heer van Asse en een vierling rogge aan de parochiekerk[4]. Op 23 december 1498 kocht de abdij het volledig omwalde hof van jonker Hendrik van Schoonhove en Jeanne Coteriau[5]. Beda Regaus noteerde[6]: Hierboven is oock gesproken van ’t hoff van Hekelghem, ’t is “Ter Sale”, dan der huijsinge met het heel pachthoff is aen eene besonderen pachter …….. (geschrapt door B. Regaus). Dit hoff “Ter Sale” is gecoght geweest 23 december 1498 van joncker Hendrick van Schoenhove, ende Janne Coteriau voor 100 ponden groot Vlaems, bestaande in landen, weijden, wateringhe en bempden. Inden gracht van ’t hof bijt 1d. 80 r. In 1521 was Andries van Beringhen pachter en hij had dan 42 bunder 1 dagwand 75 roeden en vanaf 1541 was Jan Nijs op het hof.
De familie Cornelis.
De oudst bekende pachter van ’t Hof ’t Hekelgem (Ter Saele)[7] waarover we meer gegevens hebben, is Laureys Cornelis. Hij overleed te Hekelgem op 8 oktober 1673. Zijn vrouw, Elisabeth Van Neervelt, overleed eveneens te Hekeklgem op 25 maart 1630. Zij hadden 3 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1) Jan, gedoopt op 11 maart 1607, zie verder
2) Anna, gedoopt op 13 oktober 1604, zij trouwde met Michael Crick
3) Adrianus, gedoopt op 17 augustus 1611
In 1611 en 1626 werd Laureys vermeld als kerkmeester en armenmeester. In de rekening van de armenmeester van 1620 vinden we speciale uitgave voor een arme vrouw die in Laureys Cornelis backhuijs woont. In de jaren 1625 en volgende kocht Laureys het fruit op het kerkhof. In 1573 pachtte hij van de abdij Affligem het hof met 54 bunder land en weide en betaalde een cijns van een vierling rogge waarmee het hof was belast ten voordele van de kerk. Vanaf 1578 teisterden de geuzen de hele omgeving. De winter daarop was er een massale aanwezigheid van plunderende soldaten. In 1580, op 16 juni, staken de geuzen de abdij, de kerken van Meldert en Hekelgem en andere gebouwen in brand. De burcht en het Hof ter Saele gingen eveneens in vlammen op. De burcht bleef in puin liggen, maar het hof werd heropgebouwd met materiaal van het kasteel. Het jaartal 1643 in de deuromlijsting herinnert daaraan. In het huis kwam er een grote zaal waar de schepenbank van de abdij vergaderde, althans volgens de Hekelgemse historicus Henri Roseleth. Dom Wilfried Verleyen betwistte deze stelling omdat de schepenen in de Voorpoort aan het begin van de huidige Abdijstraat een eigen lokaal hadden. In 1660 waren er 11 koeien en 100 schapen, in 1624 8 paarden, 15 melkkoeien en 150 schapen[8].
Het Hof vormde toen een vierkant van ca 17 a 3 ca. Het huis stond in het zuiden, ten westen stond een wagenloods, in het noorden de schuur en de paarden-en koeienstal vormden de oostkant.
Inmiddels was Jan Cornelis, gehuwd met Barbara Wambacq, in 1653 zijn vader Laureys[9], als pachter opgevolgd. Jan en Barbara hadden samen 10 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1) Franciscus, gedoopt op 8 december 1632, armenmeester van 1692 tot 1695 en van 1697 tot 1700.
2) Catharina, gedoopt op 3 december 1634
3) Michael, gedoopt op 6 juli 1636, zie verder
4) Joannes, gedoopt op 27 april 1638
5) Petrus, gedoopt op 8 februari 1640, zie verder
6) Guillelmus, gedoopt op 11 september 1642, zijn peter was dom Guillelmus Van der Ost, hij trouwde met Elisabeth Robijns, was armenmeester in 1670 en van 1685 tot 1687. In de kerkrekeningen lezen we: ontfanghen van Guilliam Cornelis van het euselken ghelegen inde Bosschraet groot ontrent een dachwant vorm alsvooren over sijnen pacht.
7) Arnoldus, gedoopt op 16 november 1644
8) Martinus, gedoopt op 22 augustus 1646, armenmeester in 1662.
9) Catharina, gedoopt op 30 januari 1649
10) Robertus, gedoopt op 10 november 1650
De hoeve omvatte 54 b land en weide. In 1671 bedroeg de jaarlijkse pacht 300 g, 18 mudden koren, 6 mudden gerst en 9 mudden haver. Toen was Jan al opgevolgd door zijn twee zonen Peter en Michiel.
Michael, gedoopt op 7 juni 1636, trouwde op 24 juni 1657 met Anna Smet, gedoopt te Hekelgem in november 1634 en er overleden op 16 december 1697. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1) Franciscus, gedoopt op 21 maart 1658
2) Martinus, gedoopt op 24 april 1660
3) Catharina, gedoopt op 28 november 1662
4) Judoca, gedoopt op 27 december 1665
5) Joannes Baptist, gedoopt op 25 april 1669
6) Andreas, gedoopt op 14 mei 1671, trouwde met Anna Robijns
7) Jacobus Michael, gedoopt op 29 maart 1674
Bij de algemene schatting van de huizen met het oog op het bepalen van de oorlogsbelasting werden gebouwen aangeslagen voor 49 g 10 st; wat tot de hoogste belasting van Hekelgem was[10]. Hij was armenmeester van 1675 tot 1678 en van 1679 tot 1684.
Peter gedoopt op 8 februari 1640 en overleden op 15 december 1700 trouwde met Catharina De Vleeshouder, overleden te Hekelgem op 27 november 1686. Zij hadden 8 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1) Anna, gedoopt op 30 december 1670, zij trouwde met koster Franciscus Resteau.
2) Franciscus, gedoopt op 22 februari 1672, zijn peter was dom Franciscus Cornely (zijn naam komt niet voor in het Necrologium van dom Wildried Verleyen). Franciscus trouwde met Anna De Merchy, weduwe van koster Andries Seghers.
3) Guillelmus, gedoopt op 23 juli 1673
4) Maria, gedoopt op 15 januari 1675
5) Judoca, gedoopt op 1 oktober 1677
6) Martinus, gedoopt op 9 januari 1680. Zijn peter was dom Martinus Cornely
7) Elisabeth, gedoopt op 9 februari 1682
8) Catharina, gedoopt op 29 april 1684.
Peter was armenmeester in 1672
De broers betaalden 300 g voor 31 b 3 d 53 r zaailand en 12 b 3 d 75 r weiland en broekagie en het Fortuyn van 2 b 3 d 36 r. Zij huurden ook 12 b land en weide op de Keukenshage van de kapelanie van het H. Sacrament in Sint-Goedele te Brussel. Van de parochie huurden ze 236 r land op Geukenshage. Michiel pachtte behalve van de abdij ook van kerk van Hekelgem: 2 d 50 r land op de Buikouter, 1 d 2 r op de Mattenslochting. In 1673 waaide een deel van de schuur af en staken de Fransen de rest in brand[11]. Peter Cornelis behield later een deel van de pacht over en richtte naast de kerk een brouwerij op. Op 17 januari 1684 dreigde er nieuw gevaar. Soldaten van Lodewijk XIV wilden het hof en het Blakmeershoeve in brand steken, maar de hofmeester van de abdij slaagde erin de soldaten met 80 patacons om te kopen. Het Hof was voorlopig gered, maar op 25 september 1689 stonden Franse soldaten aan de abdijpoort om alle gebouwen in brand te steken omdat de abdij de oorlogsschade nog niet had betaald. Dom Celestinus Ghijsbrechts was er echter in geslaagd om van de legerleiding een vrijgeleide te verkrijgen en zo ontsnapte de abdij aan een nieuwe vernieling. Proost Vedastus Van Nuffel, afkomstig van Hekelgem, noteerde dat de soldaten bij hun aftocht enkele huizen en het Hof ter Saele in brand staken. De pachter had met wat smeergeld de brand kunnen voorkomen. Gelukkig voor hem mocht hij zijn intrek nemen in de wasserij van de abdij, het huidige jeugdheem, tot de abdij het nodige geld had voor de herstelling van het hof.
In 1699 liet Michiel zijn bedrijf over aan zijn zoon Martinus.
Martinus, gedoopt op 9 januari 1680 overleed te Hekelgem op 25 augustus 1730. Hij trouwde met Anna Claes en samen hadden ze 11 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1) Michael, gedoopt op 10 oktober 1700
2) Anna, gedoopt op 19 mei 1702
3) Joanna, gedoopt op 26 april 1704
4) Catharina, gedoopt op 19 september 1706
5) Franciscus, gedoopt op 6 juni 1709
6) Petrus, gedoopt op 6 juni 1709
7) Anna Maria, gedoopt op 24 januari 1712
8) Petronella, gedoopt op 10 januari 1714
9) Anna Maria, gedoopt op 26 mei 1716
10) Drisina Francisca, gedoopt op 26 juni 1718
11) Anna Maria, gedoopt op 5 februari 1721
Hij had een bedrijf van 46 b land en weide. In de dorpsrekeningen vinden we de naam Merten Cornelis die in 1704 16 g van de rentmeester van de parochie ontving voor het transport van een halve wagenvracht van Mechelen naar Zoutleeuw[12].
Pentekening van de oude deur. Paul Lindemans, ESDB, 1928
De familie De Bailliu.
In 1710 verliet Martinus Cornelis[13] verlaat Hof ’t Hekelgem en Geeraad Van Biesen werd de nieuwe pachter, maar slechts voor enkele jaren want in 1717 komt de familie De Bailliu[14] op de hoeve. Deze familie verbleef er meer dan 120 jaar namelijk tot 1839. De naam veranderde in Bailliu’s Hof.
Jan De Bailliu overleed te Hekelgemop 3 maart 1764. Zijn vrouw Josina (Judoca) Dubois overleed ook te Hekelgem op 30 oktober 1783. Zij hadden 12 kinderen te Hekelgem gedoopt :
1) Elisabeth, gedoopt op 7 mei 1717 en overleden te Hekelgem in 1785. Zij trouwde met Franciscus De Witte
2) Henricus, gedoopt op 16 december 1718
3) Anna, gedoopt op 8 december 1720
4) Petronella, gedoopt op 17 januari 1723
5) Franciscus, gedoopt op 26 november 1724
6) Franciscus, gedoopt op 7 december 1725
7) Judocus, gedoopt op 26 december 1727, trouwde met Anna Van de Perre
8) Carolus Henricus, gedoopt op 6 juli 1730
9) Barbara, gedoopt op 9 september 1732
10) Petrus Josephus, gedoopt op 7 november 1734
11) Joannes Baptist, gedoopt op 16 maart 1737
12) Joanna, gedoopt op 2 maart 1739.
Zijn bedrijf was verminderd. Hij had maar 3 of 4 paarden. Van 1721 tot 1724 en in 1735 en 1736 was hij bedesetter. Op 23 oktober 1744 logeerden een kapitein en 4 soldaten met 7 paarden van de Hollandse ruiterij in het Hof ter Saele. Dat was bij de inval van het Franse leger in onze streken. Frankrijk erkende het bestuur van Maria Theresia niet en maakte weer eens aanspraken op de Oostenrijkse Nederlanden.
Engelse en Hollandse soldaten kampeerden toen in Hekelgem. Op bevel van de overheid leverde Jan wagens en paarden en verzorgde hij het transport voor het leger. Op 14 maart 1748 ontving hij daarvoor en voor de levering van brood 55 g 2 st. Nog datzelfde jaar, op 13 november, kreeg hij 244 g 5 st en nog eens 252 g 2 st ook voor transport met zijn wagens. Op 3 november 1756 reed hij met bagage van Brussel naar Genappe, een tocht van drie dagen in dienst van hare majesteijts trouppen. In 1780 ontving zijn weduwe voor het logement van 2 ruiters en hun paarden van de compagnie van de drossaard van Brabant 6 st.
Jan Baptist De Bailliu, zoon van Jan, werd te Hekelgem gedoopt op 16 maart 1737. Hij trouwde te Hekelgem op 3 februari 1784 met Maria Judoca De Smedt. Zij was de dochter van Jan Baptist en Anna Van de Perre en was te Hekelgem gedoopt 23 april 1759. Jan Baptist overleed te Hekelgem op 30 januari 1815 en Maria Judoca op 10 september 1839. Zij hadden 9 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1) Joanna Catharina, gedoopt op 23 november 1784
2) Petronella, gedoopt op 9 februari 1786, zij trouwde met Josephus Taelemans, zij werden landbouwers te Hekelgem.
3) Suzanna, gedoopt op 4 april 1788
4) Joannes Baptist, gedoopt op 20 februari 1790 en te Hekelgem overleden op 8 februari 1862.
5) Anna Maria, gedoopt op 9 februari 1792, huwelijk met Franciscus Van Der Straeten, landbouwer te Ternat.
6) Joanna Petronella, gedoopt op 17 januari 1794, zij trouwde met Judocus De Bailliu, landbouwer te Hekelgem.
7) Anna Catharina, gedoopt op 21 maart 1796, huwelijk met Judocus Arijs, landbouwer te Hekelgem.
8) Guillelmus, gedoopt op 28 april 1798 en overleden te Hekelgem op 20 jnui 1806..
9) Judocus, gedoopt op 8 mei 1801, boer te Hekelgem.
Op 28 oktober 1780 vroeg de drossaard aan de regeerders van de parochie een burgerwacht in te stellen voor een periode van drie vanaf 15 januari 1781. De bedoeling was om patrouilles te organiseren ter bescherming van de inwoners en hun goederen. 46 Hekelgemnaren gingen erop in, meestal de grotere boeren met hun knechten. Jan Baptist stelde zich kandidaat met zijn twee broers en hun knecht.
Op het einde van de 18de eeuw werd de brede dreef van de Kasteelstraat naar het Hof aangelegd. Hij was beplant met bomen en liet toe dat grote wagenvrachten de hoeve bereikten.
De openbare verkoop op 23 juni 1798.
Tot de Franse Revolutie vormde het Hof ter Saele een blok van 12 b ingesloten door de Bellestraat, de Kasteelstraat, de weg naar de Blakmeershoeve en de Geukenhaaglos. De openbare verkoop van het abdijgoed geeft ons een duidelijk van de gebouwen en het landbouwbedrijf.
Op 1 oktober 1795 werden de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik bij de Franse republiek aangehecht en golden hier ook de Franse antikerkelijke wetten. Met de wet van 5 september 1796 werden alle religieuze gemeenschappen opgeheven, hun onroerend goed werd genationaliseerd en verkocht. Daarbij ging de Franse overheid als volgt tewerk. Eerst stelden commissarissen lijsten op van de onroerende goederen van kerken en kloosters. Ze vermeldden voor elk goed de aard (hoeve, land, weide, bos), de grootte, de pachter, de laatste pachttermijn, het bedrag en eventuele achterstallige pacht. Dan kwamen schatters die voor elk goed de jaarlijkse opbrengst, de pachtsom, de ligging noteerden en een verkoopprijs voorstelden.
Het Hof ter Saele werd beschreven als een hoeve met zestien bunder drie dagwand 26 roeden (21 ha 14 a 49 ca) land, weide en bos, verpacht aan Jean Baptiste De Bailliu voor een jaarlijkse pachtsom van 304 gulden, lasten niet inbegrepen. Deze goederen waren opgedeeld in:
1) Het hof bestaande uit een woonhuis, kamers, zolder, kelders, gebouwd in baksteen, gedekt met stro, schuur, bergplaats, paardenstal, stallen in leem, dit alles staande op een erf van één dagwand (31 a 44 ca), de groentetuin inbegrepen.
3) Vier bunder twee dagwand (5 ha 65 a 87 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op de plaats genaamd “Ceukenshaege”,
4) Zeven bunder twee dagwand 26 roeden (9 ha 51 a 30 ca) landbouwgrond.
5) Één bunder drie dagwand (2 ha 20 a 6 ca) weide en bos gelegen te Hekelgem op de plaats genaamd “Polderkens”,
6) Één bunder één dagwand (1 ha 57 a 19 ca) boomgaard en bos, gelegen te Hekelgem op de plaats genaamd “Den Boomgaert”,
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 mei 1798. De schatters waren Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 920, en de verkoopprijs op £ 18 400, de 54 hoogstammige bomen op £ 120, samen £ 18 520. De goederen waren door de abdij voor 9 jaar verpacht aan burger Jean Baptiste De Ballieu. De pachter deed de schatters noteren dat hij van het schaarhout op de betrokken percelen het vruchtgebruik had. De schatters noteerden dit, maar schreven erbij dat dit in pachtcontract niet vermeld werd. De verkoop had plaats te Brussel op 23 juni 1798. Het bieden ving aan met een openingsbod van 11 250 pond. Met een bod van 350 000 pond werd Jean François Merckaert, uit Aalst de nieuwe eigenaar.
In 1820 werd baron Filips August de Mevius van Mechelen de volgende eigenaar.
Na de dood van Maria Judoca De Smedt in 1839, zij was toen al 24 jaar weduwe van Jan Baptist, volgde op vraag van de kinderen de openbare verkoop van de roerende voorwerpen op 12 en 13 maart 1840. Notaris Angelus Augustus Crick leidde de verkoop ter plaatse.
Onder de vele voorwerpen die er werden verkocht, waren onder andere 36 taillooren, een oliekaraf, 2 spiegels, 4 melkemmers, een theepot, een boterpot enz. Voorts 2 zwarte merries, 4 koeien, 3 runderen en twee varkens, een keef met kiekens en heel wat alaam zoals een ploeg, een voorderboom, 2 eggen enz. De eerste verkoopdag bracht de som op van 2 821, 90 fr. De volgende dag begon de verkoop met het hooi, van een hopast die op het hopveld stond en moest worden afgebroken enz. Die dag werd voor 638, 30 fr. verkocht.
Volgens het kadaster van 1830[15] bezat de weduwe van Jan Baptist de volgende goederen :
– 34 a 60 ca land op de Kwezel
– 29 a 30 ca land op de Boekhoutberg
– 24 a 30 ca land op Bleregem
– 14 a 40 ca bos op Bleregem
– 8 a 10 ca bos op Bleregem
– 14 a 20 ca land op de Kwezel
– 28 a 20 ca land op de Boekhoutberg
– 37 a 80 ca land op Boekhoutberg
– 6 a 80 ca bos in de Kasteelstraat
– 7 a 60 ca land in de Kasteelstraat
– 14 a hop in de Kasteelstraat
– 1 a 80 ca huis in de Kasteelstraat.
Jan Baptist De Wever
Na de dood van zijn moeder liet Jan Baptist, de 49-jarige ongehuwde zoon, in 1839 het bedrijf over aan Jan Baptist De Wever, bijgenaamd “den nieuwen boer”. Zijn kinderen waren in 1879 verplicht de hoeve te verlaten want alles werd openbaar verkocht. Het ging toen om een boerderij met 10 ha 70 a grond, verhuurd voor 2000 fr.
Na de dood van de Mevius ging het hof naar Sophie Caroline Adelaïde de Mevius en haar man Alexandre Louis Dugniolle. In 1860 bezat Alexandre behalve het Hof ter Saele ook een boomgaard verdeeld over twee percelen, voor en rechts van het Hof, respectievelijk van 75 a 70 ca en 38 a 50 ca, in het totaal 1 ha 14 a 40 ca. Om uit onverdeeldheid te geraken verkochten hun kinderen Jules, Louise, Maximilien, Jean, Alexandre en Eugénie ter Saele in 1859 het Hof met de landerijen. Notaris Edouard Auguste Vandenhouten uit Gamlaarden verkocht openbaar de 44 loten waarin de bezittingen waren verdeeld. Lot 1 was het hof zelf met paarden- en koeienstal, schuur, en enkele afhankelijkheden, boomgaard, hopveld en tuin, groot 85 a 70 ca. Bij de 43 andere loten waren er 8 hopvelden met een gezamenlijke grootte van 1 ha 95 a 35 ca, 2 boomgaarden samen 49 a 23 ca groot, 2 bossen, 94 a 46 ca groot, een weide van 25 a en 30 percelen landbouwgrond met een totale oppervlakte van 6 ha 85 a 25 ca of een gemiddelde grootte van 23 a per perceel. Notaris François Le Tellier van Ath kocht de hoeve voor 7500 fr. en een groot aantal percelen. Andere kopers waren onder meer Cornelius Plas, Adrien Arijs, Henri De Smet en Jan Egidius Van Lierde.
Het Hof ter Saele in 1859 met aanduiding van 13 van de 44 loten.
Romain Adolphe de Wolf, handelaar te Aaalst kocht het hof in 1860 en Jan Frans Van Hoorde, man van Theresia De Wolf in 1871. Hij liet de laatste arduinen grondvesten van de burcht uitbreken en de kasteelheuvel afgraven[16]. Die was begroeid met enkele bomen en houtgewas tussen de overblijfsels van de gebouwen. Er stonden ook fruitbomen. De graafwerken werden gedaan door vreemde arbeiders, polderboeren geheten, en duurden een hele zomer[17]. Henri Roseleth (+1939) heeft de fontein zelf nog gezien. Ze was met arduinstenen omwald en tot het begin van de 20ste eeuw leverde zij nog bij grote droogten, water voor de bevolking van de Kasteelstraat[18].
De familie Plas
Op 16 maart 1876 werd het Hof ter Sale 54 loten verkocht aan verscheidene landbouwers. De familie Plas kocht de eigenlijke hoeve met boomgaard en hoplochting (1, 70 ha). De bouwvallige schuur en stallen werden gesloopt en het woonhuis onderging meerdere veranderingen. Romain Plas maakte van de grote zaal een koeienstal.
Sinds 1965 is het weer een woonhuis. Karel Druwé en Begga D’haese, begonnen met de restauratie. Bij de laatste verbouwing in 1985 onder leiding van architect K. De Neve door radioloog dr. P. D’Haenens, verdween de zandstenen schouw van de opkamer. Het wapenschild van de gemeente is het vroegere zegel van het hof.
Besluit
Het hof ter Saele is eeuwenlang een belangrijk landbouwbedrijf geweest. Van de grote boerderijgebouwen is niets meer overgebleven, het woonhuis bleef gelukkig gespaard. In 197 werd het als volgt beschreven: Heden is het een éénlaags boerenhuis onder zadeldak (pannen) dat voor een groot deel werd gerestaureerd, hiervoor werden o.m. nieuwe Balegegemse steen en van Nieuwerkerken afkomstig afbraakmateriaal (kruiskozijnen) gebruikt. Acht traveeën brred huis met opkamer, opgetrokken uit baksteen op een afdgeschuinde plint van zandsteen. De zware gootsteen, de rondboogdeur in de achtergevel, en de gelijksoortige voordeur met verweerd opschrift “Anna/1643” op de imposten, zijn oorspronkelijk. Eén zijpuntzevel van baksteen zonder vlechtingen,de andere met zandstenen sokkel. Binnenin moerbalken met geprofileerde sloffen en kraagstenen van zandsteen en een schouw met geprofileerde rechtstaanden van zandsteen. Mooie bomendreef vanaf de straat[19].
[1] J. VERBESSELT, Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw, dl V, 1966, 106.
In Hekelgem vinden we van de 17de tot eind 19de eeuw 8 generaties Vonck. In deze bijdrage beperken we ons tot de zonen, de naamdragers, die in Hekelgem zijn blijven wonen. Voor de dochters beperkten we ons tot de namen van de echtgenoten en die van hun kinderen om het geheel enigszins overzichtelijk te houden. De oudste verwant van de Hekelgemse familie Vonck is Jan.
I- Jan, gedoopt te Aalst omstreeks 1585 en aldaar overleden op 26 januari 1647. Hij huwde te Erembodegem op 20 oktober 1609 met Petronella Van den Broeck. Zij hadden een zoon Petrus.
II- Petrus, gedoopt te Aalst op 27 maart 1624 en overleden te Hekelgem op 4 maart 1673. Hij huwde te Hekelgem op 13 augustus 1644 (ondertrouw op 11 juli 1644) met Catharina Van Der Hoeven, gedoopt te Hekelgem op 19 juli 1627 en aldaar overleden op 4 maart 1682. Hij bracht de naam Vonck naar Hekelgem.
11 juli (1644 te Hekelgem) hebben zich in mijn tegenwoordigheid verloofd Petrus Vonck en Catharina Van Der Hoeven, getuigen Joannes Vonck en Gaspard Van Der Hoeven.
Op 13 augustus zijn ze gehuwd met dezelfde getuigen.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Anna, gedoopt te Hekelgem op 13 oktober 1644 en aldaar overleden op 9 januari 1678. Zij huwde te Hekelgem op 22 september 1672 met Michael De Keghel, gedoopt te Hekelgem op 18 februari 1629 en aldaar overleden op 10 oktober 1681.
2. Franciscus, gedoopt te Essene op 4 september 1646 te Essene, volgt IIIb.
3. Joannes, gedoopt te Hekelgem op 8 september 1648 en aldaar overleden op 4 februari 1672. Hij trouwde te Hekelgem op 27 maart 1670 met Anna De Greve te Hekelgem overleden op 8 mei 1671.
4. Petronella, gedoopt te Hekelgem op 24 maart 1652 en aldaar overleden op 1 augustus 1685. Zij huwde te Hekelgem op 3 februari 1677 met Joannes Pauwels, overleden te Hekelgem op 19 mei 1692.
5. Antonia, gedoopt te Hekelgem op 30 juli 1654.
6. Petrus, gedoopt te Hekelgem op 26 september 1656, volgt IIIa.
7. Susanna, gedoopt te Hekelgem op 30 oktober 1660.
8. Maria, gedoopt te Hekelgem op 21 juni 1663.
Petrus was kerkmeester in 1658.
IIIa – Petrus.
Petrus, te Hekelgem overleden op 12 september 1708 was aldaar getrouwd met Maria Van den Wijngaert op 6 februari 1683. Maria overleed op 6 juli 1711. Petrus Vonck was de brouwer van Den Kalecoenschen Haen. De verdeling van hun erfenis volgde op 12 september 1714. Officier Jan Van Huijnegem verving de drossaard van het Land van Asse, Hubert Mo(o)rtgat, om de akte op te stellen. Peter Clauwaert en Joannes Van den Bossche, de schepenen van het Land van Asse tekenden de akte. Petrus en Maria hadden nog 7 kinderen in leven: Elisabeth, Franciscus, Joannes, Petrus, Anna, Maria, Judoca, Petronella, Maria Anna en Philippus Ludovicus. Vooraf was, na voorgaande adviezen, bepaald dat wie de kavel A had, gehouden was om Elisabeth Vonk, de zus van hun vader en hun moijken, heel haar leven te onderhouden van eten drincken ende cleeren, soo bij sieckte als in gesontheijt. Hun vader had dat ook gedaan en had daarvoor het genot van haar erfenis. De helft van die erfenis kwam bij kavel A zolang Elisabeth leefde en na haar dood moest de bezitter van kavel A aan de andere kinderen eenmalig 50 gulden geven. De verdeling toont duidelijk hoe de velden in kleinere percelen werden verdeeld om elk kind een deel te kunnen geven.
Zij hadden een zoon Jodocus die elders is geboren en 11 kinderen te Hekelgem gedoopt.
1-Petronella, gedoopt op 25 juli 1684 en overleden voor 1700.
2- Elisabeth, gedoopt op 21 februari 1686 en te Hekelgem overleden op 1 maart 1721. Zij trouwde te Hekelgem op 3 januari 1706 met Joannes De Vis, gedoopt te Hekelgem op 17 januari 1669. Zij hadden 9 kinderen te Hekelgem gedoopt.
1- Petrus, gedoopt op 6 april 1706.
2- Anna Maria, gedoopt op 25 augustus 1707.
3- Franciscus, gedoopt op 27 november 1709 en overleden te Hekelgem in 1768.
4- Joanna Catharina, gedoopt op 17 december 1711.
5- Catharina, gedoopt op 26 december 1713.
6- Joanna Gertrudis, gedoopt op 23 oktober 1715.
7- Barbara, gedoopt op 27 februari 1717 en te Hekelgem overleden in 1772.
8- Petronella, gedoopt op 19 december 1718.
9- Anna Francisca, gedoopt op 27 februari 1721.
Elisabeth erfde van haar ouders:
– Een perceel land met houtwas op Den Vossel te Erembodegem, groot 2 d 12 r, palend aan de straat van Affligem naar Aalst.
– 43 r land op de Boekhoutberg palend aan Jan Vonck, belast met een cijns van 6 st 1 o aan de markiezin.
– Een som van 272 g 14 st 1 blank van Franchois.
3- Franciscus, volgt IVa.
4- Joannes, volgt IVb.
5- Petrus, gedoopt op 12 januari 1694 en er overleden in 1756. Hij trouwde met Anna Vermoesen, te Hekelgem gedoopt op 27 augustus 1686 en er overleden op 6 februari 1772.
Zij hadden 6 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Elisabeth, gedoopt op 5 maart 1718
2- Joanna Maria, gedoopt op 9 februari 1719, huwelijk met Petrus Van den Broeck
3- Judocus, gedoopt op 3 oktober 1721
4- Anna Catharina, gedoopt top 6 oktober 1723
5- Petrus Ignatius, gedoopt op 31 juli 1727
6- Joannes Baptist, gedoopt op 4 september 1729 en overleden in 1792. Hij trouwde met Joanna Droeshout. Vanaf 1751 inde Jan Baptist een rente van 21 g voor zijn vader die aan de parochie een lening had toegestaan. Zelf kende hij op 26 november 1774 aan de parochie een lening toe van 300 g. De rente bedroeg 10 g 10 st.[1] Van 1768 tot 1770 was hij bedesetter.
Petrus erfde:
– Een meers van 1 d 4 r op de Molenmeers te Meldert, belast met een grondcijns van 14 st aan de abdij.
– Een veld en een hopveld van 50 r op de Kluiskouter, palend aan de Langesstraat, belast met een grondcijns aan de abdij van 9 st 4 ½ mijten.
– De ast op de hofstede.
– Het brandewijn gereck.
– 56 r land op de Boekhoutberg, palend aan zijn broer Jan en zijn zus Anna Maria; belast met 6 st 1 o aan de markiezin.
– Een som van 240 g 14 ½ st van Franchois.
6- Anna, gedoopt 23 maart 1696, overleden in 1761. Anna trouwde met Andreas Verleysen op 10 oktober 1714. Andreas werd te Hekelgem gedoopt op 3 november 1687. Hij was een zoon van Petrus en Elisabeth Van Geite. Zij stierf in hun vierde huwelijksjaar. Zij hadden 4 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Petrus, gedoopt 29 december 1715
2- Franciscus, gedoopt op 11 december 1726, trouwde met Joanna Maria Beeckman uit Denderbelle
3- Jacobus, gedoopt op 28 mei 1729(?)
4- Joannes, gedoopt op 3 november 1738.
Anna erfde:
– Een veld van 98 r op de Kluiskouter, belast met 2 st aan de abdij.
– Een land van 1 d 30 r bos gelegen in de Hulstbos, belast met een cijns van 11 st aan de abdij.
– Een land van 43 r op de Boekhoutberg, palend aan zijn broer Petrus, belast met een cijns van 6 st aan de markiezin.
– Een som 64 g 2 st van zijn broer Franchois.
7- Maria, gedoopt op 13 september 1698 en overleden voor 1714.
8- Judoca, gedoopt op 13 september 1698 en overleden voor 1714.
9- Petronella, gedoopt op 23 februari 1700.
De erfenis van Petronella omvatte:
– Een weide van 3 d 66 r in de Nieuwstraat, belast met een cijns van 11 ½ st aan de abdij.
– Een perceel van 43 r op de Boekhoutberg, palend aan Anna en Maria Anna Vonck, belast met een cijns van 6 st aan de markiezin.
– Een schuur. Petronella moet opleggen aan haar zus Anna 62 g 10 st 1b en aan haar zus Maria Anna 83 g 9 st.
In 1735 en1736 ondertekende een peeternellen vonck de kerkrekeningen, daartoe geconvoceerd. Het is merkwaardig dat zij als vrouw de rekeningen mocht ondertekenen en dat zij kon schrijven. Het is ook mogelijk dat het om Petronella, de dochter van Francis (IIIb) gaat.
10- Maria Anna, gedoopt op 5 februari 1702.
Maria Anna erfde:
– Een blok van 3 d 27 r gelegen op het Segershof, palend aan de straat. Het perceel was belast met een cijns van 5 g 16 st aan de abdij.
– Een perceel van 43 r op de Boekhoutberg, palend aan de grens met Vlaanderen en belast met een cijns van 6 st aan de markiezin.
11- Philipus Ludovicus, gedoopt op 8 juli 1705 en overleden voor 1714.
Petrus was kerkmeester van 1675 tot 1679.
De Langestraat op de poppkaart, ca 1860. Den Kalecoenschen Haen op de hoek van de Langestraat en de Steenpoelweg, nrs. 725 en 726. Rechts de gewezen brouwerij van Joannes Boterbergh, nr. 127.
IIIb – Franciscus.
Franciscus overleed te Hekelgem op 29 september 1697. Hij trouwde op 1 november 1673 met Anna Mattens en had met haar 6 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Joannes, gedoopt op 16 oktober 1674.
2- Joannes, gedoopt op 12 september 1675 en overleden in 1678.
3- Petrus, gedoopt op 30 november 1677.
4- Catharina, gedoopt op 29 november 1680.
5- Petronella, gedoopt op 15 september 1682.
6- Joannes, gedoopt op 31 oktober 1687.
Na de dood van Anna hertrouwde Franciscus te Hekelgem op 25 februari 1691 met Catharina Acostes. Haar naam is een mooi staaltje van volksetymologie en verwijst naar de beroepsnaam koster. Catharina overleed te Hekelgem op 13 januari 1696. Zij hadden 3 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Judoca, gedoopt op 24 november 1691, overleden op 15 oktober 1776. Zij trouwde met Franciscus Pensionaris te Hekelgem op 20 oktober 1712. Franciscus werd te Hekelgem gedoopt op 1 januari 1688 en overleed te Hekelgem op 29 februari 1720. Zij hadden 3 dochters te Hekelgem gedoopt:
1- Anna Maria, gedoopt op 12 september 1713
2- Elisabeth, gedoopt op 2 juni 1716
3- Catharina, gedoopt op 22 maart 1719. Zij trouwde Joannes Clauwaert, te Hekelgem gedoopt op 19 november 1698. Met hem had ze 2 kindeen te Hekelgem gedoopt: Fraciscus, gedoopt op 28 januari 1751 en overleden in 1798 en Joanna Catharina, gedoopt op 20 juni 1753. Na de dood van Joannes hertrouwde Catharina met Egidius Beeckman.
Na de dood van Franciscus Pensionaris hertrouwde Judoca met Franciscus Van de Perre op 30 januari 1720, te Hekelgem gedoopt op 17 oktober 1701 en aldaar overleden op 8 augustus 1780. Met hem had Judoca nog 6 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Joannes Baptist, gedoopt op 22 maart 1722 en overleden in 1779, huwelijk met Joannes Plas.
2- Andreas, gedoopt op 14 augustus 1725, overleden in 1794, huwelijk met Petronella Verdoodt.
3- Petrus, gedoopt op 19 oktober 1728.
4- Joanna Catharina, gedoop top 13 maart 1731, huwelijk met Petrus Vassaet.
5- Anna, gedoopt op 28 maart 1734, huwelijk met Joannes De Smedt, tweede huwelijk met Judocus De Bailliu en derde huwelijk met Zacharias De Wever, overleden in 1795.
6- Franciscus, gedoopt op 16 oktober 1738, overleden in 1744.
2 Maria, gedoopt op 14 augustus 1693
3 Egidius, gedoopt op 9 juni 1695.
IVa – De tak Franciscus.
De tak Franciscus, zoon van Petrus en Catharina Van den Wjngaert, gaat over Franciscus (IVa), zijn zoon Joannes (V), zijn zonen Petrus (VIa) en Jan Baptist (VIb) en de zoon van Petrus, nl. Bernardus (VIII).
Franciscus, gedoopt te Hekelgem op 12 januari 1688en overleden te Hekelgem op 8 februari 1722. Hij trouwde een 1ste maal voor 1713 met Catharina Van Wies, overleden te Hekelgem voor 1716 en huwde een 2de maal met Catharina Van der Bisen, overleden te Hekelgem op 26 september 1752.
Uit zijn 1ste huwelijk had Franciscus een zoon, Joannes, volgt V.
Met zijn tweede vrouw had Franciscus nog 3 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Franciscus, gedoopt op 16 februari 1716, trouwde met Elisabeth Dauw.
2- Anna Maria, gedoopt op 3 februari 1719, trouwde met Petrus Plas.
3- Petronella, gedoopt op 29 april 1729.
Franchois erfde kavel A, namelijk:
– sekere hoffstede soo ende gelijck de selve gestaen ende gelegen is binnen de prochie van Hekelgem met den hoppelochtinck daer aen gelegen, groot 1 d 53 r, genoemd Den Kalecoenschen Haen. De hofstede paalde aan juffrouw Longien, Jan Vonck en de straat van Affligem naar Aalst (de Langestraat) en was belast met een oord cijns aan de abdij.
– Het huis met twee kamers en de poort, twee kelders, de borreput en het varkenskot.
– De goedbierketel, de brouwerij, de bak en de kuip, de onderbakken, leeckbakken, hetrooster en de tonnen.
– De helft van de hopstaken, de lindeboom en alle fruitbomen.
– 43 r land op de Boekhoutberg, palend aan de steenweg en Jan Vonck. Het perceel was belast met een grondcijns van 6 st 1 o aan de markiezin van Asse.
Van die kavel moest Franchois 91 g 17 ½ st aan zijn broer Jan geven, en aan de anderen272 g 19 st 1 blank zodat zijn erfenis 1682 g 2 st bedroeg, hetzelfde bedrag van de andere kinderen.
V – Joannes, de zoon van Franciscus, werd gedoopt op 1 oktober 1713 en overleed te Hekelgem op 18 december 1780. Hij trouwde met Catharina Timmermans, overleden te Hekelgem op 21 december 1761, in het kinderbed. Kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Martinus, gedoopt op 17 maart 1750 en nog hetzelfde jaar overleden
2- Jacoba, gedoopt op 5 juli 1751 en te Hekelgem overleden in 1828. Zij trouwde met Joannes Bernard Tavenier, gedoopt te Hekelgem op 28 februari 1744 en er overleden op 23 juni 1796. Zij woonden in de Langestraat en hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Catharina, gedoopt op 18 juli 1777, trouwde met Petrus De Vis, overleden in 1785.
2- Michael, gedoopt op 26 maart 1779, overleden in 1779.
3- Joanna, gedoopt op 30 september 1780, overleden in 1785.
4- Petrus, gedoopt op 22 februari 1783, overleden in 1783.
5- Joannes Baptist, gedoopt op 22 oktober 1785, overleden in 1822.
6- Martinus, gedoopt op 11 september 1789, overleden in 1823.
7- Petronella, gedoopt op 4 augsutus 1792, overleden in 1832.
3- Petrus, gedoopt op 19 november 1753, volgt VIa.
4- Maria Anna, gedoopt op1 november 1755 en nog hetzelfde jaar overleden
5- Joanna Maria Christina, gedoopt op 30 oktober 1756, overleden in 1832, huwelijk met Joannes Mattens te Hekelgem op 6 november 1781. Zij woonden in het Mazits en hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Michael, gedoopt op 29 september 1782 en overleden in 1858.
2- Petrus, gedoopt op 24 januari 1784 en overleden in 1790.
3- Theresia, gedoopt op 24 januari 1786 en overleden in 1788.
4- Joannes, gedoopt op 6 augustus 1788, overleden in 1792.
5- Franciscus, gedoopt op 6 augustus 1788, overleden in 1788.
6- Petrus Franciscus, gedoopt op 15 augustus 1790 en overleden in 1810.
7- Joanna Petronella, gedoopt op 19 november 1792, overleden in 1845, trouwde met Judocus Sonck en hertrouwde met Judocus De Cort.
6- Francisca, gedoopt op 18 maart 1759 en nog het zelfde jaar overleden
7- Egidius, gedoopt op 6 april 1760 en nog hetzelfde jaar overleden
8- Jacobus, gedoopt op 15 december 1761 en hetzelfde jaar overleden.
Na de dood van Catharina Timmermans hertrouwde Joannes op 4 mei 1762 met Catharina Van Gheite. Zij werd te Hekelgem gedoopt op 24 oktober 1726 en overleed er op 25 maart 1783. Hun dochter Joanna Catharina, geboren op 12 juni 1765 werd niet in Hekelgem gedoopt. Drie kinderen werden te Hekelgem gedoopt:
1- Maria Theresia, gedoopt op 14 juni 1763 en overleden op 25 februari 1836. Zij trouwde met Petrus De Schrijver, gedoopt te Hekelgem op 22 november 1749 en overleden op 14 april 1806. Zij hadden vier kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Maria Petronella, gedoopt op 7 oktober 1798, overleden in 1799.
2- Judocus, gedoopt op 29 novermber 1799.
3- Joannes, gedoopt op 4 februari 1803, overleden in 1806.
4- Petrus, gedoopt op 17 november 1805, overleden in 1806.
Op 4 juli 1818 kocht Maria Theresia 36 a 14 ca land met de naam Brilhaert, gelegen aan de Kruisstraat voor 800 fr. De verkoper was Judocus Verleysen. Notaris Jacobus Carolus De Deken uit Ternat stelde de akte op. In 1826, op 30 augustus, kon ze nog een onbehuisde hofstede in de Boekhoutstraat kopen, groot 10 r 21 ellen 72 palmen (Nederlandse maten) voor 105 Nederlandse gulden. De hofstede was afgescheiden van een andere van 23 r 57 ellen 81 palmen.
2- Isabella, gedoopt op 2 mei 1767, overleden in 1824.
3- Joannes Baptist, gedoopt op 5 juli 1769, volgt VIb.
Op 28 februari 1764 gingen Joannes en Catharina een lening aan van 300 g bij Gillis Plas en Elisabeth Goossens. De rente bedroeg 10 g 10 st. Als pand gaven ze de helft van 2,5 d land palend aan de Boekhoustraat en de Morette en 1 d land op Erembodegem gelegen. Griffier Benedictus E. De Witte stelde de akte op.
Joannes was bedesetter van 1744 tot 1747 en nog eens in 1755[2]. Om zijn devoiren gedaan als bedesetter betaalde de rendant van de parochie hem op 7 mei 1749 de som van 12 g.
In de periode 1744 tot 1748, de tijd van de Franse bezetting tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog, was hij verplicht meerdere taken uit te voeren:
– Op 23 oktober 1744 moest hij 4 ruiters logies geven.
– In 1749 ontving hij van de rendant van de kerkrekeningen 15 g en nog eens 26 g voor de wagenvrachten door hem geleverd in 1745.
– Voor logementen van soldaten ontving hij achtereenvolgens 3 g 18 st, 3 g 12 st en 2 g 8 st – Volgens de generale ordonnantie de dathe 13de november 1748 ontving Joannes 134 g 8 st en daarna nog eens 145 g in 1749.
– Voor een opdracht op 7 mei 1749 ontving hij 40 g.
– Voor leveringen op 17 december 1748 de som van 12 g en nog eens 48 g 12 st.[3]
VIa – Petrus.
Petrus, de zoon van Joannes en Catharina Timmermans, werd gedoopt te Hekelgem op 19 november 1753 en overleed er op 5 februari 1805. Hij huwde een 1ste maal te Hekelgem op 21 augustus 1782 met Anna Catharina Haegeman, gedoopt omstreeks 1763, overleden te Hekelgem op 18 augustus 1785. Zij hadden twee kinderen:
1- Petrus, gedoopt op 29 november 1783.
2- Judocus, gedoopt op 13 augustus 1785 en overleden op 28 augustus 1788.
Petrus hertrouwde te Hekelgem met Petronella De Nil, gedoopt te Hekelgem op 16 januari 1755 en er overleden op 18 januari 1836. Petrus was pachter en ook brouwer van Den Kalecoenschen Haen, gelegen in de Langestraat rechtover de brouwerij van Johannes Boterbergh. Petronilla hertrouwde op 20 augustus 1806 met Jan Baptist Roseleth. Jan Baptist was eerst getrouwd geweest met Anna Maria Boterbergh op 5 juni 1795. Zij was de dochter van brouwer Joannes en Petronilla Temmerman. Die hadden zich gevestigd als brouwers in de Langestraat bijna rechtover Den Calcoenschen Haen. Anna Maria overleed op 16 mei 1797. Jan Baptist werd na zijn huwelijk met Petronilla De Nil in 1806 de brouwer van Den Calcoenschen Haen. Samen met zijn zoon uit zijn eerste huwelijk, Joannes Franciscus, gedoopt te Hekelgem op 3 april 1796, zette hij de zaak voort. Op 17 maart 1840 kocht hij de brouwerij over. Later werd de brouwerij Bourgoniemans genoemd omdat Jan Baptist uit het Bourgondisch Kruis kwam.
Kinderen uit het huwelijk van Petrus en Petronilla te Hekelgem gedoopt:
1-Jacobus, gedoopt op 14 september 1786, aldaar overleden in 1786.
2-Joannes Bernard, gedoopt op 15 november 1787, aldaar overleden in 1787.
3-Henricus, gedoopt op 11 augustus 1789, aldaar overleden op 19 april 1847. Hij huwde te Hekelgem op 3 februari 1819 met Isabella De Nil geboren te Hekelgem op 13 november 1802. Zij hadden een huis aan de Dorpstraat. Twee kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Petronella, gedoopt op 14 december 1818, overleden in 1818
2- Constantia, gedoopt op 7 november 1819.
4- Anna Maria, gedoopt op 19 april 1791, aldaar overleden in 1792.
5- Petrus Joannes, gedoopt op 30 november 1793, aldaar overleden in 1797.
6- Joanna, gedoopt op 24 juni 1795, overleden te Iddergem op 12 november 1851. Zij trouwde te Iddergem op 15 juli 1824 met Bernardus De Luyck, gedoopt te Iddergem op 10 juli 1788, aldaar overleden op 19 april 1847 op 15 januari 1849.
7-Anna Catharina, geboren op 15 november 1799, aldaar overleden op 9 maart 1862. Zij trouwde te Hekelgem op 28 mei 1823 met Judocus De Wever, geboren te Hekelgem op 16 januari 1800, aldaar overleden op 11 februari 1853, zoon van Gillis (Egidius) en Joanna Maria Droeshoudt. Anna Catharina en Judocus hadden 6 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Nathalie, geboren op 15 maart 1824, overleden in 1883, huwelijk met Joannes Franciscus Van Onchem te Hekelgem op 29 april 1859. Hij werd op 18 december 1810 geboren als zoon van Josephus en Petronilla Van Kerkhoven.
2- Jan Baptist, geboren op 11 september 1826, trouwde met Clementia Van Malderen te Hekelgem op 21 februari 1884. Zij werd te Essene geboren op 18 februari 1858, dochter van Petrus Josephus en Joanna Van den Biesen.
3- Maria Josephina, geboren op 27 februari 1829, trouwde te Hekelgem met Benedictus Willems op 13 mei 1863. Hij werd te Wieze geboren op 15 augustus 1834.
4- Constantinus, geboren op 4 september 1831 en aldaar overleden in 1893. Hij trouwde te Essene op 13 december 1861 met Berlindis Wambacq, geboren te Essene op 2 februari 1827, dochter van Nicodemus en Barbara De Smedt.
5- Ursula, geboren in 1835
6- Henrica, geboren in 1842 en overleden in 1844.
Op 3 maart 1790 betaalde de rendant van Hekelgem 60 g aan de weduwe Anna Maria Plas voor een gestorven paard. Op bevel van de drossaard en de bedesetters van 27 november 1789 was het aan de keijserlijcke trouppen geleverd en gestorven door fatiguen.
VIb – Joannes Baptist.
Gedoopt op 5 juli 1769, overleden op 21 december 1818. Hij trouwde met Elisabeth De Coninck, gedoopt te Hekelgem op 17 augustus 1771 en overleed op 23 november 1818. Zij hadden 8 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1- Maria Theresia, gedoopt op 30 juli 1797, aldaar overleden op 5 februari 1830.
2- Joannes Baptist, gedoopt op 19 oktober 1798.
3- Andreas, gedoopt op 15 maart 1800.
4- Jacoba, gedoopt op 26 april 1801.
5- Maria Anna, gedoopt op 4 februari 1806, nog hetzelfde jaar overleden op 10 februari
6- Franciscus, gedoopt op 12 november 1810.
7- Bernardus, volgt VII.
VII – Bernardus.
Gedoopt op 17 februari 1817 en overleden te Hekelgem op 28 december 1896. Hij trouwde te Hekelgem op 13 februari 1851 met Maria Josepha Scheirlinckx, geboren te Hekelgem op 19 december 1821 en er overleden op 9 februari 1885, dochter van Petrus en Elisabeth Maria De Bolle. Zij hadden 5 kinderen te Hekelgem geboren:
1- Jan Baptist, geboren op 3 februari 1853 en te Hekelgem overleden op 24 oktober 1854.
2- N.N., geboren op 16 augustus 1855 en nog dezelfde dag overleden.
3- Joanna Maria Hortensia, geboren op 21 juli 1857.
4- Franciscus, geboren op 30 mei 1859.
5- Jacobus, geboren op 7 oktober 1863 en twee dagen later overleden.
Bernard en Maria Josepha woonden in de Langestraat net voorbij de Kruiskouterlos, hun huis is nr. 165 a en de tuin nr. 170 op de poppkaart.
IVb – De tak Joannes.
Joannes gedoopt op 5 september 1689 en overleden te Hekelgem op 3 december 1757. Joannes trouwde te Hekelgem met Elisabeth Suys op 19 januari 1712, dochter van Christianus Suys en Catharina Carnoy. Zij werd te Hekelgem gedoopt op 3 februari 1686 en overleed er op 27 januari 1751. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1- Joannes, gedoopt op 24 juli 1712.
2- Maria Catharina, gedoopt op 14 augustus 1714, aldaar overleden op 22 juni 1783. Zij huwde in 1741 met Petrus Verleysen, gedoopt te Hekelgem op 3 februari 1712 en aldaar overleden op 5 februari 1794, zoon van Petrus en Catharina De Valck.
3- Franciscus, gedoopt op 26 juli 1717.
4- Petrus, gedoopt op 24 februari 1720 en aldaar overleden in 1750.
5- Elisabeth, gedoopt op 7 november 1722, overleden in 1780, huwelijk met Thomas Everaert.
6- Judocus, volgt V.
7- Anna Maria, gedoopt op 13 juli 1727, overleden in 1808, huwelijk met Joannes De Mey
8- Maria Anna, gedoopt op 25 juni 1732, huwelijk met Joannes Meersman.
Joannes (Jan) kreeg als erfenis:
– Een hofstede met hop en land, groot 2 d 14 r, palend aan Franchois en juffrouw Longien en de Langestraat en belast met een grondcijns aan de abdij van 7 st 1 blank
– De helft van de hopstaken, nl. 1106 staken.
– De appelbomen.
– 43 r land op de Boekhoutberg, palend aan Franchois, belast met een cijns van 6 st 1 o aan de markiezin van Asse.
– Een som van 91 g 17 1/2 st van Franchois.
Joannes betaalde in 1721 en in 1747 23 g belastingen[4]. Hij was ook kerkmeester van 1748 tot 1752.
V – Judocus.
Gedoopt op 13 februari 1725 en aldaar overleden op 10 september 1785. Hij huwde een 1ste maal (ondertrouw te Hekelgem op 10 oktober) 1758 met Joanna Verleysen, gedoopt te Hekelgem op 6 oktober 1728, aldaar overleden op 9 februari 1763. Zij hadden 4 kinderen:
1- Elisabeth, gedoopt te Hekelgem op 11 juni 1759, aldaar overleden in 1809, huwelijk met Benedictus De Ridder.
2- Alexander, gedoopt te Hekelgem op 1 november 1760, aldaar overleden in 1760.
3- Joannes, gedoopt te Hekelgem op 1 november 1760, aldaar overleden in 1760.
4- Joannes Baptist, gedoopt op 18 september 1761, aldaar overleden in 1765.
Judocus hertrouwde te Hekelgem op 3 mei 1763 met Anna Maria Francisca Plas, gedoopt te Hekelgem op 15 oktober 1739, aldaar overleden op 22 januari 1803, dochter van Judocus en Catharina Verleysen. Zij kregen dispensatie voor 4de graads bloedverwantschap.
Zij hadden 9 kinderen.
5- Anna Catharina, gedoopt op 19 april 1764.
6- Joanna Maria, gedoopt op 9 maart 1766, aldaar ovrleden op 5 april 1822, zij huwde te Hekelgem op 13 april 1793 met Egidius Wambacq, gedoopt te Hekelgem op 4 november 1766, aldaar overleden op 19 april 1836, zoon van Franciscus en Anna Maria Herremans. Zij hadden 5 kinderen te Hekelgem geboren:
1- Joannes Baptist, geboren op 3 september 1794, hij huwde te Hekelgem op 25 juli 1827 met Joanna Catharina Plas.
2- Isabella, geboren op 5 september 1796, zij huwde te Hekelgem op 26 mei 1827 met Petrus Verleysen, gedoopt te Hekelgem op 1 januari 1792, zoon van Petrus Joannes en Joanna Maria Van Vaerenbergh.
3- Joannes Benedictus, geboren op 6 mei 1798, overleden te Teralfene op 22 juli 1839, hij huwde te Teralfene op 16 april 1825 met Joanna De Mol.
4- Henricus, geboren op 22 maart 1800, hij huwde te Hekelgem op 11 juni 1830 met Maria Joanna Paulina Callebaut, geboren te Hekelgem op 12 juli 1797, dochter van Peeter en Anna Maria Van Ransbeeck.
5- Maria, geboren op 9 juli 1802, aldaaroverleden op 25 december 1834, zij huwde te Erembodegem op 23 november 1827 met Andreas Van Holsbeeck, geboren te Erembodegem op 31 januari 1802.
7- Isabella, gedoopt op 3 oktober 1767, aldaar overleden in 1832.
8- Maria Francisca, gedoopt op 19 september 1769.
9- Joannes Baptist, gedoopt op 2 september 1771, aldaar overleden op 9 september 1840.
Hij trouwde met Maria De Schrijver te Hekelgem op 14 april 1812. Maria was te Hekelgem gedoopt op 11 juli 1781 en er overleden op 12 augustus 1818. Zij woonden in de Langestraat en hadden 2 kinderen te
Hekelgem geboren:
1- Joanna Maria, geboren op 11 februari 1802, overleden te Hekelgem in 1824
2- Petrus Joannes, geboren op 13 februari 1817, trouwde in 1844 met De Braekeleer Francisca.
Na de dood van Maria hertrouwde Joannes Baptist met Anna Maria Verhoeven. Hij bleef in de Langestraat wonen. Zij kregen 2 dochters, te Hekelgem geboren:
13- Franciscus Josephus Joannes, gedoopt op 9 januari 1779, overleden in 1861. François huwde te Hekelgem op 20 mei 1812 met Elisabeth Van Geite, gedoopt te Hekelgem op 3 augustus 1784 en aldaar overleden op 10 november 1864. Zij was een dochter van Joannes Baptist en Isabella De Bisschop. Op 4 oktober 1836 stelde notaris Petrus Josephus Hamerijckx te Asse zijn testament op. Hij liet al zijn bezittingen na aan zijn vrouw Elisabeth. De meubele goederen behelsden de meubels, het akkerbouwalaam, de vruchten op struik, het zaad, stro, mest, het fruit van de bomen en de houtwas. Van de immeubele goederen kreeg ze het vruchtgebruik. Haar viel ook ten laste de schulden van zijn nalatenschap en de rente van een speciale hypotheek.
14- Judocus, gedoopt 18 maart 1786, nog hetzelfde jaar overleden.
Judocus was bedesetter in 1768.
VI – Benedictus.
Gedoopt te Hekelgem op 15 augustus 1776, aldaar overleden op 30 mei 1848. Hij huwde te Hekelgem op 28 april 1808 met Anna Catharina Van den Wijngaert, gedoopt te Hekelgem op 13 oktober 1781, aldaar overleden op 24 juni 1828, dochter van Michael en Catharina Van Nieuwenborgh.
Uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:
1- Joannes Baptist geboren op 16 juni 1808.
2- Joannes Baptist Victor, geboren op 21 april 1810.
Na de dood van Anna Catharina hertrouwde Benedictus te Hekelgem op 6 september 1831 met Anna Maria Verleysen, geboren te Hekelgem op 28 juli 1797. Zij had een dochter, Lucia Verleysen, geboren op 11 april 1829. Anna Maria overleed op 13 februari 1834 en Benedictus trouwde voor de derde maal met Joanna Van der Poorten te Meldert. Zij was in 1794 geboren als dochter van Petrus en Maria Josepha Van den Berg. Zij overleed te Hekelgem op 19 april 1858.
Ca. 1860 woonden de kinderen van Benedictus in de Langestraat in nr. 165a rechtover de Mazitsstraat.
De Langestraat op de poppkaart. Aan het kruispunt Langestraat- Mazitsstraat-Kruiskouterlos met de Steense Meers: de kinderen Benedictus met het huis nr.165a en de tuin nr.170.
VIIa. – Felix.
Geboren te Hekelgem op 15 augustus 1813, aldaar overleden op 11 maart 1869. Hij trouwde te Hekelgem op 1 mei 1852 met Maria Josepha Valckeniers, geboren te Hekelgem op 30 oktober 1814, aldaar overleden op 27 november 1885, dochter van Anna Valckeniers. Zij sloten een huwelijkscontract bij notaris Joannes De Schaepdryver te Nieuwerkerken op 29/04/1852.
Uit dit huwelijk te Hekelgem geboren
1- Constantia, geboren op 26 maart 1853 en aldaar overleden op 17 juni 1916. Zij huwde te Hekelgem op 19 maart 1879 met Benedictus Clocheret, geboren te Hekelgem op 3 november 1844 en aldaar overleden op 18 juni 1916, zoon van Carolus en Sophia Verleysen. Zij sloten een huwelijkscontract bij notaris Boone te Aalst op 15/03/1879. Zij hadden 6 kinderen te Hekelgem geboren:
1- Maria Catharina, geboren op 21 juni 1880
2- Sophia Clementia, geboren op 14 februari 1882
3- Leopold Theophiel, geboren op 28 december 1885
4- Maria hortensia, geboren op 20 april 1888, overleden op 24 februari 1891
5- Jan Baptist, geboren op 14 oktober 1891
6- Frans Eugeen, geboren op 2 september 1894.
2- Joanna Catharina, geboren op 7 februari 1855, overleden te Hekelgem op 7 augustus 1883. Zij huwde te Hekelgem op 20 december 1882 met Petrus Emmanuel Verleysen, geboren te Hekelgem op 26 juni 1859. Zij sloten een huwelijkscontract bij notaris Delwart te Assche op 12/12/1882. Zij hadden een dochter, Constantia, te Hekelgem geboren op 1 augustus 1883.
VIIb – Petrus Joannes.
Geboren op 25 oktober 1819 en te Hekelgem overleden op 27 januari 1879. Hij trouwde op 10 oktober 1855 met Lucia Van Holsbeeck, te Hekelgem geboren op 17 september 1828, dochter van Andreas en Maria Wambacq. Zij hadden 5 kinderen te Hekelgem geboren:
1- Clementia, geboren op 25 februari 1860.
2- Joanna Maria, geboren op 28 februari 1862.
3- Gustaaf, geboren op 18 juli 1864 en overleden te Hekelgem op 11 augustus 1877.
4- Maria Josephina, geboren op 3 september 1868 en te Hekelgem overleden op 14 januari 1891.
5- Jan Baptist, volgt VIII.
VIII – Jan Baptist.
Geboren op 5 juni 1871. Hij trouwde te Hekelgem op 10 augsutus 1898 met Maria Christina Droeshoudt, geboren te Essene als dochter van Franciscus Ferdinand en Rosalia Verbeeren. Zij hadden 3 kinderen te Hekelgem geboren:
1- Frans, geboren op 22 november 1898.
2- NN, geboren op 28 november 1899 en nog dezelfde dag te Hekelgem overleden.
3- Rosalia, geboren op 30 oktober 1900.
Besluit.
Opvallend in deze geschiedenis van de familie Vonck is het hoge aantal kinderen dat stierf voor dat ze de volwassen leeftijd bereikten. Bij Petrus (III) stieven 4 van zijn 11 kinderen, bij Joannes (V) 5 van de 11, bij Petrus (VIa) 5, bij Bernardus 3 van de 5 en bij Judocus (V)4 van de 14. Een kind baren hield voor vrouwen een groot risico in. Catharina Van Wies stierf na de geboorte van haar eerste kind, Anna Catharina Haegeman na de geboorte van haar 2de kind. Opvallend is ook de verdeling in kleinere percelen van de akkers om bij de verkaveling ieder kind een deel van de erfenis te kunnen geven. Tenslotte is het ook opvallend dat meerdere leden van de familie kerkmeesters waren in Hekelgem, ook al woonden ze ver van het dorpscentrum.
[1] E. SCHOON, De dorpsfinanciën van Hekelgem in de 18de eeuw, dl V, 5.
[2] E. SCHOON, De dorpsfinanciën van Hekelgem in de 18de eeuw, dl II, 103
De naam Clauwaert komt van de klauwaard, de Vlaamsgezinde, naar de klauwende leeuw in het wapen van Vlaanderen[1]. Tijdens het geschil tussen het Gentse gewone volk en de rijke Franstaligen uit Brugge, rukten de Gentenaars op met een zwarte vlag met drie witte leeuwenklauwen. Zij werden de Clauwaerts genoemd. Grote concentraties van de familie Clauwaert vindt men rond Gent, rond Aalst en in de omgeving van de abdij Affligem.
I- PETRUS.
De oudste Clauwaert in Hekelgem is Petrus, waarschijnlijk geboren te Hekelgem ca 1535. Hij was buitenpoorter van Aalst.
Hij had drie kinderen te Hekelgem gedoopt:
1.Petrus, volgt II.
2. Maria, geboren ca 1580, getrouwd met Gaspar Verberen, overleden te Hekelgem op 28 september 1624.
3. Margaretha, geboren ca 1580, getrouwd ca 1600 te Hekelgem met Nicolaus Camby, overleden op 14 december 1622.
II- PETRUS.
Petrus werd te Hekelgem gedoopt omstreeks 1565 en overleed er op 23 oktober 1637. Hij huwde met Elisabeth Ophalvens, gedoopt te Hekelgem in 1570.
Uit dit huwelijk:
1. Maria, geboren voor 1600, trouwde op 17 juli 1612 met Nicolaus Mattens die te Hekelgem overleed op 18 november 1637. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Judoca, gedoopt op 27 mei 1613.
2. Petrus, gedoopt op 24 februari 1615, overleden te Hekelgem in 1673. Hij trouwde eerst met Joanna Verleysen en een tweede maal met Judoca Versinck.
3. Barbara, gedoopt op 20 april 1617.
4. Judocus, gedoopt op 16 april 1620, huwelijk met Anna De Leeuw.
5. Michael, gedoopt op 8 november 1622.
6. Elisabeth, gedoopt op 12 november 1628.
7. Guilielma, gedoopt op 9 juli 1634.
2. Joanna, gedooptvoor 1600, getrouwd te Hekelgem op 18 juni 1628 met Joannes Van Boven. Zij hadden 5 kinderen te Hekelgem gedoopt:
De naam Petrus Clauwaert komt voor in de kerkrekeningen van Hekelgem, 1589/90 en 1596.
– 1589: pag 6: “item ghegeven Pieter Clauwaert den ioenghen over een halffen daech Sinte Machiels coer te meyesten als de meyesters daer waeren”
– 1596: pag 3: “ontfang van Pieter Clauwaert voor het fruit van het kerkhof over’t jaer sesenneghentigh”. De eerste vermelding slaat zeker op deze Petrus daar er slechts twee in Hekelgem waren op dat ogenblik en de benaming “de jongere” slechts gebruikt wordt als de oudere nog in leven is. Bij de laatste vermelding bestaat geen zekerheid of het hier over deze Pieter gaat of over zijn vader[2].
– 1597: Petrus koopt nog eens het fruit van het kerkhof voor 4 g 6 st.
– 1603: aen Peeter Clauwaert die verschoten hadde XVIII stuivers aende officieren die gevangen hadden eene creupelen waele daer op dat suspicie genomen was dat hy soude hantdadich geweest hebben int berooven van de kercke dwelck so niet en is gebleecken en also de gevangenen persoon laten lossen. Daer vooren vanwegen de kerckmeesters es beaelt XVIII stuivers.
– 1607: Peter koopt het hout van den Vrijlaet.
– 1626: Hij koopt het fruit van het kerkhof.
IIIa-PETRUS.
Petrus werd gedoopt in 1605 en overleed in 1655. Hij huwde een 1ste maal te Hekelgem op 22 oktober 1631 met Elisabeth Van Neervelt. Elisabeth overleedte Hekelgem op 16 augustus 1642. Zij hadden 4 kinderen te Hekelgem gedoopt:
Uit het eerste huwelijk:
1. Catharina, gedoopt op 1 augustus 1632 en overleden op 27 maart 1670. Zij trouwde met Joannes Verleysen op 25 oktober 1653.
1. Petrus, gedoopt op 11 oktober 1654, huwelijk met Elisabeth Van Ghete.
2. Franciscus, gedoopt op 12 juli 1657.
3. Elisabeth, gedoopt op 11 april 1660. Zij trouwde met Joannes Eeman.
4. Martinus, gedoopt op 11 juli 1666.
Na de dood van Joannes hertrouwde Catharina met Judocus De Wolf te Hekelgem op 2 mei 1667. Uit dit huwelijk werd Joannes geboren. Hij werd te Hekelgem gedoopt op 28 april 1669.
2. Judocus, gedoopt op 20 februari 1635.
3. Anna, gedoopt op 29 mei 1638, overleden te Hekelgem op 22 maart 1691, trouwde te Hekelgem op 5 mei 1672 met Petrus De Boetselier in 1660. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Guilielmus, gedoopt op 27 augustus 1660.
2. Andreas, gedoopt op 1 augustus 1663, huwde met Anna Robijns, overleden in 1731.
3. Martinus, gedoopt op 2 mei 1666.
4. Judoca, gedoopt op 20 juni 1669.
5. Elisabeth, gedoopt op 11 oktober 1671.
4. Paschasia, gedoopt op 14 januari 1641.
Na de dood van Elisabeth Van Neervelt hertrouwde Petrus te Hekelgem op 16 augustus 1642 met Joanna Verleysen, te Hekelgem gedoopt op 2 oktober 1616 en er overleden op 26 november 1667. De kinderen uit het tweede huwelijk te Hekelgem gedoopt:
5. Joanna, gedoopt op 2 augustus 1643 en overleden in 1667. Zij trouwde met Lucas Crick.
6. Judoca, gedoopt op 13 mei 1649.
7. Margareta, gedoopt op 10 november 1653, overleden in 1727. Zij trouwde met Franciscus Robijns te Hekelgem op 23 september 1679, gedoopt te Hekelgem op 22 januari 1653 en er overleden op 18 augustus 1698. Zij huwde een 2de maal te Hekelgem op 19 december 1700 met Egidius Wambacq, gedoopt te Essene op 1 september 1671 en overleden te Hekelgem op 27 juli 1721, zoon van Martinus en Anna Vranckx.
IIIb-ARNOLDUS.
Arnoldus, gedoopt te Hekelgem op 21 mei 1606 en aldaar overleden op 7 september 1632. Hij huwde te Hekelgem op 25 juni 1627 met Margareta De Greve, gedoopt te Hekelgem op 8 oktober 1605, dochter van Michaël en Catharina Quaribbe.
2. Maria, gedoopt op 30 juni 1630, zij huwde met Joos Berlange.
3. Michael, gedoopt op 23 februari 1632.
Arnold was koster en onderwijzer vanaf 1627. Hij volgde in die functie zijn schoonvader Machiel De Greve op. De koster behoorde toen tot de geestelijke stand. Hij ontving een speciale wijding en droeg de tonsuur. Bij het ontvangen van de kruinschering kreeg hij van de bisschop bewijsbrieven en daarmee kon hij in dienst treden. De provinciale synode van Mechelen legde de taken van de koster vast: tijdens de week de mis dienen, op zon- en feestdagen hoogmis en vespers zingen, de pastoor assisteren bij doopsels en begrafenissen, zorgen voor de kerkgewaden, de kerk openen en sluiten, ze proper houden, driemaal per dag het angelus kleppen, op zon- en feestdagen luiden voor de mis en bij het toedienen van de laatste sacramenten de priester voorafgaan met bel en licht. Hij diende ook “het licht te luiden”, dit verwijst naar een gewoonte die tot de jaren vijftig van de 19de eeuw doorliep: ‘s morgens en ‘s avonds werden de klokken geluid om het begin en het einde van de arbeidsdag aan te kondigen. Bij de uitoefening van zijn dienst diende hij een superplie te dragen. De koster was niet tot het celibaat verplicht maar eens gewijd was het hem verboden om na de dood van zijn vrouw een tweede huwelijk aan te gaan, tenzij met dispensatie van de bisschop. De inkomsten van de koster waren gering en daarom kreeg hij een vrijstelling van belasting ter waarde van 10 st. en uit de armenrekening een supplement van 25 g. Hij had ook het recht met Pasen in het dorp eieren rond te halen. Tijdens de oogst mocht hij ook enkele schoven per gezin ophalen. Voor zijn lessen betaalden de bemiddelden 1 stuiver per jaar per kind. Daar hij niet over een eigen woning beschikte, gaf hij les in de kerk. De gemeenschap vroeg toelating om 2 of 3 bomen van de armendis te mogen gebruiken om zijn huis te herstellen[3].
De kerkrekening van 1620 vermeldt dat Aert Clauwaert het gras van het kerkhof gratis krijgt als vergoeding om het morgen- en avondlicht te luiden en als tegemoetkoming voor t cleyn proffyt der costerije.
IV- PETRUS.
Petrus werd gedoopt op 5 maart 1628 en overleed te Hekelgem op 22 januari 1677 op 48-jarige leeftijd. Hij had zijn ondertrouw te Meldert op 19 december 1654 en trouwde op 23 januari 1655 te Meldert met Catharina Robijns, gedoopt te Meldert op 4 april 1632, overleden te Hekelgem op 14 december 1666. Kinderen uit het huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Petrus, volgt Va.
2. Franciscus, gedoopt op 21 december 1655.
3. Maria, gedoopt op 4 april 1657, zij huwde een 1ste maal te Hekelgem op 25 april 1677 met Judocus Berlange, gedoopt te Hekelgem op 4 april 1657 en aldaar overleden op 25 november 1679. Zij huwde een 2de maal te Hekelgem op 28 februari 1680 met Joannes Blondeel, gedoopt te Hekelgem in 1655 en aldaar overleden op 28 augustus 1681.
4. Michael, gedoopt 10 juni 1660, volgt Vb
Petrus huwde een 2de maal te Meldert op 25 mei 1667 met Elisabeth De Visch gedoopt te Meldert in 1645 en overleden na 1679. Kinderen uit dit 2de huwelijk te Hekelgem gedoopt:
5. Joannes, gedoopt op 12 april 1669, trouwde te Meldert met Gertrudis Verdoodt. Werd de tak Meldert.
6. Catharina, gedoopt op 3 oktober 1670.
7. Franciscus, gedoopt op 19 februari 1673.
8. Guillelmus, gedoopt op 24 februari 1675.
9. Elisabeth, gedoopt op 2 maart 1677, overleden te Meldert op 25 december 1737.
Na de dood van Catharina zorgde Petrus voor de toekomst van zijn kinderen.
– Op 19 februari 1663 verkreeg Peter een lening van Joannes Bernaerts, priester ende pastoir der prochie van Hekelghem met een rente van 6 g. F. Wambacq van de schepenbank van de abdij stelde de akte op.
– Op 9 maart 1671 kocht hij een kleine hofstede voor zijn kinderen die hij had met Catharina Robijns. De hofstede was gelegen te Meldert aan de Nieveldries. Meier Michiel Wambacq stelde de akte op.
– Op 21 mei 1674 kregen de kinderen van Peter en Catharina een erfelijke rente van 8 g, een erfenis van hun moeder. Die rente was bepand op een behuisde hofstede te Essene, gelegen aan de Grote Domentse Dries en 1 d land gelegen op het Domentveld. Schepen Jan Van langenhove van de schepenbank van de abdij stelde de akte op. Philips Van Gete, Niclaes Robijns, Gillis De Bailliu en Peter Geerstman tekenden.
– Op 16 december 1776 was Joos Van den Driessche nog 28 g schuldig aan de kinderen van Catharina en Petrus. Dat was een restant van een vroegere lening met een rente van 3 g. Als pand had hij een hofstede met huis gegeven, gelegen te Nievel en palend aan De Vuijlbuijck. Het pand was belast met een grondcijns aan de abdij. Op 21 oktober 1721 werd de lening afbetaald.
– Op 6 maart 1679 kocht Elisabeth, dan al weduwe, 1 d elsbroek van Peter Schoon. Het perceel paalde aan goederen van de abdij en aan Merten Robijns. Schepen Jan Van Langenhove van de abdij stelde de akte op. De schepenen Gillis De Bailly, Adrien Van Nuffel, Peter Geerstman, Jan Van Seebroeck en Jan Kieckens ondertekenden de akte.
Uit de verdeling van de erfenis van Petrus en Catharina (Cathelijne) Robijns op 22 februari 1680 blijkt dat ze welvarend waren.
Maria erfde:
– een meers met bomen van 82 r, gelegen te Bleregem en palend aan de erfgenamen van wijlen den heere secretaris Steenwinckel en belast met een cijns aan de abdij van 15 st.
– 1 d 4 r land gelegen op het Domentveld te Essene, palend aan de erfgenamen Melchior Carnoy en Joos Van den Houter.
– een erfelijke rente van 6 g ten laste van Geert Lambrechts van een lening van 96 g.
– een bijdrage van 23 g 1st. van haar broer Michaël.
Michaël (Michiel) erfde:
– een hofstede met huis te Bleregem, palend aan de straat, de Molenkouter en de hofstede van Michiel Mertens.
– de ½ van 3 d 15 r broek met schaarhout en boompjes te Asbeek, Den Rottincam genoemd, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en de voetweg.
– de ½ van 2 d 32 r land te Asbeek, Den Geestcauter genoemd, palend aan Jan Van Boven en de jezuïeten.
– een perceel van 1 d 91 r op Den Rottincam, palend aan Jan De Coster, Thomas Verbeken, Cornelis De Backer en Peter De Smet.
– 94 r land op Den Cleijnen Esschenen Elst, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en den heere fiscael Coloma.
– een weide van 2 28 r te Hekelgem palend aan Gillis De Schrijver, Adriaan Van Nieuwenhove en de Nieuwstraat. Het was belast met een grondcijns aan de abdij.
– Michiel moest aan zijn broer Franchois 278 g 2 st 1 bl.
De erfenis van Petrus:
-1 d 18 r land met hout op het Schepersveld te Hekelgem, palend aan Andries Segers, Michiel Van de Putte en de straat.
– een hopveld van 35 r op Nievel te Meldert, palend aan de Molenkouter, de Nieveldries en de hofstede van Jan Segers.
– rente van 8 g ten laste van Jacques Vermatten voortkomend van een lening van 128 g.
– een rente van 6 g ten laste van Michiel Mertens, voortkomend van een lening van 96 g.
– een rente van 3 g ten laste van Joos Van den Driessche.
– een bijdrage van Michiel (Michaël) van 45 g.
Va- PETRUS.
Petrus, gedoopt te Hekelgem omstreeks 1655, en aldaar overleden op 11 september 1723. Hij huwde te Hekelgem op 14 mei 1689 met Joanna Cornelis, gedoopt te Hekelgem in 1665 en aldaar overleden op 27 september 1722. Zij woonden nabij de abdij.
Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Anna Francisca, gedoopt op 21 januari 1690 en begraven te Hekelgem op 23 mei 1762. Zij huwde te Hekelgem op 23 februari 1720 met Egidius De Kegel, gedoopt te Hekelgem op 8 april 1674, begraven aldaar op 1 maart 1731, zoon van Judocus De Kegel en Joanna Van den Bruel.
Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Anna Maria, gedoopt op 15 december 1720, aldaar overleden op 10 mei 1754.
2. Joanna Catharina, gedoopt op 30 november 1722, aldaar overleden op 21 juni 1796. Zij trouwde te Hekelgem op 15 mei 1747 met Josephus Cornelis Van Lierde, gedoopt te Hekelgem op 12 mei 1720, begraven aldaar op 1 februari 1785, zoon van Cornelis en Anna Segers.
3. Josephus, gedoopt op 5 februari 1725
4. Francisca Petronella, gedoopt op 20 oktober 1727, overleden te Hekelgem in 1798. Zij schonk op 19 april 1781 een boerderij op Boekhout aan haar neef Joannes Franciscus Van Lierde. De akte werd verleden bij notaris Jacobus De Smedt te Asse. Deze boerderij had zij op haar beurt geërfd van haar ouders op 17 november 1762 volgens de akte verleden bij notaris M. Van Itterbeke te Asse.
5. Petrus Joannes Baptist, gedoopt op 20 februari 1730, overleden te Hekelgem in 1777.
Op 4 april 1740 kocht Anna, dan al weduwe, een weide van 88 r te Bleregem voor 208 g van de kinderen Guillam Berlange.
2. Petrus Josephus, gedoopt op 20 april 1693, volgt VIa
3.Franciscus, gedoopt op 21 augustus 1696 volgt VIb.
4.Joannes Baptist, volgt VIc.
5.Joanna Catharina, gedoopt op 6 december 1700, overleden op 14 maart 1736, trouwde met Peter Droeshout te Hekelgem op 25 juli 1720. Hij werd te Hekelgem gedoopt op 8 augustus 1689 en overleed aldaar op 11 december 1769. Zij hadden 8 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Joanna Maria, gedoopt op 14 november 1721, overleden te Hekelgem in 1812.
2. Petrus, gedoopt op 31 januari 1723.
3. Joannes Baptist, gedoopt op 14 oktober 1724, overleden te Hekelgem in 1771.
4. Anna Maria, gedoopt op 20 december 1726, overleden te Hekelgem in 1784. Zij trouwde met Joannes Bellemans.
5. Michaël Benedictus, gedoopt op 25 juli 1727.
6. Barbara, gedoopt op 19 juli 1732.
7. Petronella, gedoopt op 6 januari 1734, overleden te Hekelgem in 1794. Zij trouwde met Ferdinand Meert.
8. Michaël, gedoopt op 26 februari 1736, overleden te Hekelgem in 1806. Hij trouwde met Elisabeth Verelst.
Op 19 oktober 1723 erfde Joanna Catharina van haar ouders:
– de helft van 3 d 15 r broek te Asbeek op de Rottingcam palend aan hendrik De Bailliu, Franchois van Linthout, de heere fiscael Coloma en de voetweg.
– de helft van 3 d 32 r land op de Geestkouter te Asbeek, palend aan Joannes Van Bever, de erfgenamen van advocaat Horenbeke, Louis Van Handenhove en de jezuïeten.
– 93 r land op de Montil te Essene, palend aan Adriaan Van Linthout en de Dokkenstraat. Op 14 januari 1727 verkochten Joanna Catharina en haar man Peter Droeshout dit perceel aan Livinus Dauman en Peternilla De Nil voor 312 g 13 st 1 bl. Notaris Crick stelde de akte op.
– 3 d 60 r land op de Hoge Paal te Hekelgem, palend aan de Oude Heerbaan, de voetweg van Bleregem naar de kerk van Hekelgem en de erfgenamen Franchois Robijns.
– van Franchois Clauwaert 230 g 12 st.
– van Peter Clauwaert 5 g 12 st 1 bl.
6. Michaël, gedoopt op 21 mei 1703, overleden te Brussel op 20 januari 1748. Hij huwde te Brussel op 28 november 1738 met Margarita Nicolai. Op 29 mei 1743 ging hij een lening aan van 200 g met een rente van 10 g (5%) bij griffier Jacobus De Witte en zijn vrouw Joanna Maria Clauwaert. Als pand gaf hij een weide van 2 d 28 r palend aan de Nieuwstraat. Op 18 augustus 1775 was de lening volledig terugbetaald.
Michiel erfde van zijn ouders:
-De helft van 3 d 15 r broek op de Rottincam te Asbeek, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en de heere fiscael Coloma en de voetweg.
– de helft van 2 d 32 r land op de Geestkouter te Asbeek, palend aan Jan Van Bever, de erfgenamen van advocaat Louis Van Handenhove en Guillam Bastaert.
– 1 d 91 r land op de Rottincam, palend aan Jan De coster, Thomas Verbeken.
– een perceel op de Cleijnen Esschenen Elst, 94 r, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en Coloma.
– een weide gelegen te Hekelgem van 2 d 28 r, palend aan de Nieuwstraat en Franchois Resteau.
In 1687 was Petrus / Peter paardenknecht in de abdij. In 1687 kwam hij in moeilijkheden na een klacht van de pastoor Adolf Droesbeeck van Erembodegem bij de aartsbisschop A. de Berghes tegen de knechten van de abdij. Volgens hem hadden zij zich onbetamelijk gedragen na de processie van O.-L.-Vrouw Hemelvaart in de herberg De Drie Koningen. Als gevolg van de aanklacht ondervroeg proost Vedastus Van Nuffel, bijgestaan door notaris Jan De Witte van Meldert al het mannelijk dienstpersoneel van de abdij. Dat waren er 23 waarvan de meesten nog vrij jong waren. Enkele oudere knechten waren misschien niet meer actief maar mochten in de abdij van kost en inwoning genieten. De aanklacht luidde dat ze in De Drie Koningen bij de speelman waren geweest en daar hadden gedanst, gesprongen, gekust ende geleckt. Ook de waard en de waardin, nl. Guillam Cornelis, die niet kon schrijven, en Elisabeth Robijns, werden gedagvaard. Proost Vedastus dagvaardde 23 knechten en onder hen de paardenknecht Peter Clauwaert, een wagenmaker, een kuiper, een schoenmaker, een smid, een hovenier, een mulder, een kok en een schommelcock (een occassionele kok), een kleermaker, een portier en een organist. Peter Clauwaert verklaarde dat hij op 15 augustus mis had gehoord, gebiecht en gecommuniceerd, nadien aanwezig was in de vespers en bij de preek. Hij had deelgenomen aan de processie en was daarna met enige eerelycke jonkmans naar De Drij Coninghen gegaan bij zijn oom en moye (tante) Elisabeth. Zij was de zus van zijn moeder waar hij na de dood van zijn moeder was opgegroeid. Hij was er ongeveer anderhalf uur gebleven, doch niet bij de speelman, die hij wel had gehoord in een andere kamer. Daar waren nog 18 a 19 jonkmans en enige dochters, onder wie de zusters van de pastoor van Erembodegem, vergezeld van de pastorieknecht. Peter Clauwaert was bereid zijn verklaring met een eed te bekrachtigen. Bij het ontvangen van de dagvaarding antwoordde de waardin, Elisabeth Robijns, aan de pedel dat zij zich niet bekommerde om dergelijke zaken en er met de proost, die haar verwant was, over gesproken had. Zij diende 5 st. of zo iets aan de pedel te betalen en de anderen werden door de tussenkomst van de proost niet verontrust[4].
Vanaf 1688 werd Peter in de kerkrekeningen vermeld als pachter van kerkgoederen en nog in dat jaar leverde hij aan koster Andries Segers een koe die hij zelf bereidde voor het dodenmaal van de broer van Andries. In 1696 was hij kerkmeester samen met zijn broer Michiel. Na de dood van Elisabeth Robijns verwierf hij de afspanning De Drij koningen. In de kerkrekeningen vinden we de volgende vermeldingen:
– In 1693 en 1696: betaald aan Peter 3 g voor het vertier in zijn huis voor het winnen van eenen silveren keeghel.
– 1697 en 1700: betaald aan Peter 9 g 3 st voor het vertier van de kerkmeesters na het omhalen van de kerkhop en het winnen van eenen silveren voghel ende eenen keeghel.
Hij en Joanna waren welstellende mensen. Hij was ook een grote boer die niet minder dan 35 d 65 r gronden huurde[5]. Derhalve was hij een belangrijke figuur in de gemeente. Van 1711 tot 1723 ondertekende hij als schepen van de schepenbank van Asse meerdere documenten en ook de rekeningen van de parochie. Zij konden ook nog land bijkopen.
– Op 22 februari 1712 kochten Peeter (Petrus) en Joanna Cornelis 117 r elsbroek te Bleregem voor 200 g. De verkoper was Laureijs De Greve. Het elsbroek paalde aan Francis Robijns, Hendrik De Kegel en Michiel Clauwaert. De grondcijns aan de abdij beliep 1 st. Meier Guilliam De Baetselier van de Affligemse schepenbank stelde de akte op. De schepenen Peter Van Langenhove, Michiel Clauwaert en Andries De Witte ondertekenden de akte.
– 8 juli 1720: Peter en Joanna kopen 1 d land te Hekelgem op de Hoge Paal van Jaspar De Keijser en Anna Theresia De Maeseneer. Het goed paalde aan de voetweg naar de kerk en aan Jan Meert. Het was belast met een grondcijns van 3 st aan de abdij. Notaris Crick stelde de akte op.
– Na de dood van (Egidius) Gillis kocht Anna Francisca op 4 april 1740 nog een weide van 80 r voor 208 g van Guilliam Berlange. De weide lag op Bleregem en paalde aan advocaat ’t Kint en was belast met een grondcijns van 16 st aan de abdij. Meier Martinus Linthout van de abdij stelde de akte op en de schepenen Judocus Godefroij, Hendrik De Voghel, Jan De Vis en Jan Meert ondertekenden de akte.
– Op 24 januari 1743 gaf Anna Francisca een lening van 200 g aan Catharina Mannaert uit Meldert, de weduwe van Peeter Goetvinck. De rente bedroeg 5%. Indien Catharina de rente binnen de drie maanden na de vervaldag betaalde kreeg ze een korting van 2 g. Als onderpand gaf ze een hofstede met huis van 1 d aan de Domentstraat te Meldert en 59 r bos in Den Oensbosch te Meldert gelegen. Op 30 oktober 1745 werd de lening terugbetaald.
– Op 29 november 1750 kocht Josephus Van Lierde, de schoonzoon van Anna Francisca, voor haar 98 r land op de Morette te Hekelgem. De verkopers waren de kinderen van wijlen Jan Everaert. Het land paalde aan de steenweg, aan een eigen perceel, Carel Everaert en de voetweg. Het was belast met een grondcijns aan de abdij.
VIa- PETRUS JOSEPHUS, de tak Petrus Josephus – Joanna Maria Bastien.
Petrus Josephus, te Hekelgem gedoopt op 20 april 1693 overleed aldaar op 12 april 1785. Hij huwde een 1ste maal te Hekelgem in 1724 met Maria Cooremans, gedoopt te Hekelgem in 1695 en aldaar overleden op 20 juni 1727. Petrus Josephus hertrouwde te Liedekerke op 18 april 1728 met Joanna Maria Bastien, gedoopt te Liedekerke in 1702, overleden te Hekelgem op 2 januari 1785.
Kinderen uit het eerste huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1.Joanna Catharina, gedoopt op 18 april 1725, overleden te Hekelgem in 1808.
2. Joannes Franciscus, gedoopt op 18 april 1725, overleden te Hekelgem in 1782.
Kinderen uit het tweede huwelijk met Joanna Maria Bastien te Hekelgem gedoopt:
3. Michaël, gedoopt op 21 december 1728, overleden te Hekelgem vóór 1734.
4. Anna Maria, gedoopt op 11 januari 1730, overleden te Hekelgem in 1802.
5. Petrus, gedoopt op 13 maart 1732, overleden te Hekelgem in 1754.
12. Judocus, gedoopt op 20 maart 1744, overleden te Hekelgem in 1817.
Petrus Josephus erfde van zijn ouders:
– een broek van 1 d 4 r te Asse, palend aan de Droge Weide, Carel Rogiers, het klooster van Jericho en Jan Leemans.
– 2 d 70 r land te Asbeek, ook op de Droge Weide gelegen en palend aan de beek.
– 1 d 16 r land genoemd Den Quaden Meersch, palend aan de beek en Jan Leemans.
– 1 d 15 r broek en bos te Bleregem, palend aan Jan Baptist Robijns, Arnout De Vis en de erfgenamen Michiel Clauwaert.
– 1 d 1r land op de Kluiskouter, palend aan Philips Robijns, Michiel Crick, Gillis Lenssens en de abdij.
– 1 d 20 r land op Het Schepersveld, palend aan Cornelis Van Lier, Aernout Van Droogenbroeck en de straat.
– Een hofstede met huis en land, groot 2 d 15 r op Boekhout, palend aan de steenweg en de hofstede van Geeraert Van Den Biesen. De hofstede was belast met 5 g 12 st 1 bl grondcijns aan de abdij.
– Elke erfgenaam van Petrus en Joanna Cornelis moest elk jaar 1 pattacon geven aan zuster Bernardine van het gasthuis te Asse en 1 pattacon aan Jan Baptist Clauwaert, religieus van Bogaarden te Brussel.
Petrus / Peter was collecteur van Hekelgem van 1756 tot 1769 en bedesetter 1722 tot 1732. In 1758 betaalde hij als welstellende boer voor de 20ste penning 25 g 9 st 1 o voor 7 b 58 r land, een woning en een nerick of commerschap (brouwerij en taverne).
De handtekeningen van Jan Baptist ’t Sas, M. Van der Schueren, Michiel Bellemans en Peeter Clauwaert onder de rekening van 1733.
Peter was in staat om zijn bedrijf uit te breiden.
– Op 1 maart 1728 kocht Peter (Petrus) voor 167 g een onbehuisde hofstede op Boekhout, palend aan de steenweg, de weduwe Philips Verleysen, Carel Stevens. De hofstede was belast met een cijns van 3 st aan de abdij en 30 st aan de kerk van Hekelgem.
– Op 17 december 1736 stond hij een lening van 200 g toe aan Gillis Van Nieuwenhove met een rente van 20 g. Als onderpand gaf Gillis zijn woning met hof en hopveld, groot 59 r en palend aan de Mazitsstraat, Barbara Gole en Francis Verleysen. Het goed was belast met een cijns aan de Kerk van Hekelgem van 12 st.
– Op 9 oktober 1747 aankoop door Peter en Joanna Maria Bastien van een hofstede van 2 d aan de steenweg te Hekelgem voor 2040 g en 20 g voor hopstaken. Het goed paalde aan de erfgenamen Lieven Daens, Peter De Keghel, Geeeraert Van den Biesen en Andries Van Ghete. De verkopers waren Jan Droeshout en zijn vrouw Joanna Van Rampelbergh uit Erembodegem. De verkopers mochten nog het loof en de klaveren weghalen. De hofstede was belast met een cijns aan de abdij en een cijns van 16 st aan de Kerk van Hekelgem. Er rustte nog een lening op van 600 g, een bedrag dat de kopers in mindering mochten brengen. Griffier Jacobus De Witte stelde de akte op als vervanger voor meier Hendrik ’t Sas. De schepenen Jan Meert en Louis Van den Bossche ondertekenden de akte.
Volgens de gemeentetelling van 27 december 1754 bestond het gezin van Peeter Clauwaert, herbergier en brouwer-pachter met sijne huijsvrouwe met seven kinderen, 1 van 28 jaer, 1 van 23 jaer, 1 van 20 jaer, 1 van 17 jaer, 1 van 15 jaer, 1 van 11 jaer, 1 van 10 jaer. Hij had een herberg waar de bedesetters regelmatig vergaderden, net zoals die dat ook deden in het Bourgoins Cruijs bij de familie Roseleth en later in De Kaaszak bij Zacharias De Wever. Voor het vertier ontving hij een vergoeding. Een selectie uit de rekeningen van de bedesetters:
– 3 juli 1753: vergadering over de vergoeding van de drossaard.
– In 1754 vergaderden de bedesetters meermaals over het aandeel van Hekelgem in een verloren proces tegen enkele meierijen.
– 30 augustus 1755: beraadslaging over de betaling van een deurwaarder.
– 8 maart 1758: betaling van 8 g voor het vertier van de gildebroeders van Meldert tijdens de kermis van Hekelgem.
– Op 25 december 1767 maakten de bedesetters een lijst op van de korporaals van de wacht. Zij verteerden voor 2 g.
– Op 25 januari 1768 vergaderden ze over de 20ste penning en verteerden voor 4 g.
Als een van de grote boeren van Hekelgem behoorde hij tot de selecte groep die voor de overheid bepaalde opdrachten moest uitvoeren. Op 17 mei 1744 waren Franse troepen Vlaanderen binnengedrongen en verdreven de Hollanders uit de Barrièresteden. Op 23 november zochten Hollandse ruiters logement in Hekelgem. Peter moest 6 ruiters met een kwartiermeester-generaal onderdak bieden. Ze hadden ook 16 paarden bij. Nadien volgden nog verplichte leveringen:
– Op 30 januari 1743 ontving hij van de rendant van de parochie 11 g 8 st voor de levering van een wagen bespannen met 4 paarden voor het transport van bagage van sijne Majesteijt van Brussel naar Tibies (Tubize?). Dat was ook nog eens het geval op 19 december 1743.
– Voor de levering van een koe aan het Franse leger ontving hij in 1747 40 g.
– In 1748 leverde hij voor 9 g 16 st 2 o hooi aan de geallieerden.
– Op 8 januari 1748 ontving hij 60 g 12 st 2 o voor hooi, stro, eetwaren en vervoer gedaan in 1745.
– Voor de levering van 50 bussels hooi op 10 oktober 1745 en nog eens 7 bussels op 10 december 1745 aan de geallieerden betaalde collecteur Andries Daens 9 g 15 st.
– Op 2 mei 1758 voerde Peter in opdracht van de bedesetters van Hekelgem enkele gevangenen naar Brussel. Als vergoeding kreeg hij 6 g 4 st plus 1 g 18 st voor het vertier van de gevangenen bij hem thuis.
– In opdracht van de drossaard vervoerde Peter in 1759 enkele vrachten ten dienste van sijne Coninclijke Majesteijt waarvoor de rendant van Hekelgem hem 60 g gaf.
– Op 24 maart 1763 voerde hij met een wagen getrokken door 4 paarden de bagage van het regiment van Piëmont naar Halle en naar Tubeke voor een vergoeding van 21 g.
-Op 9 december 1779 ontving Peter 13 g voor het transport van een wagen bespannen met 2 paarden naar Genappe en naar Mechelen met de bagage van de kanonniers. De reis duurde 3 dagen.
– Op 20 oktober 1763 trok de toen 72-jarige Peter, pachter en brouwer, naar Brussel om te getuigen in een proces dat door Peter Bosteels was aangespannen tegen Jan Baeck die een carte figuratief van Hekelgem had getekend. Peter was, samen met de pastoor, de armenmeesters en de rendant, gedagvaard door officier Jan Cauckens ten huize van de schepen en rechtsgeleerde Theijs. Het ging om een aantal geschillen zoals de verkeerde vermelding van de eigenaar of de betwisting of er voor een bepaald perceel al of niet een losgat was.
– Op 29 december 1767 ontving Peter 8 g 15 st, de rente van een obligatie ten laste van de gemeente.
– 27 juni 1770. Peter gaf op vraag van de bedesetters en regeerders der prochie van Hekelgem een lening van 500 g met een rente van 17 g 10 st (3,5%). De lening moest binnen de 3 jaar terugbetaald worden en diende om een eerdere lening aan sieur Willicx af te lossen. De akte werd ondertekend door Peter Em. Schoon, J.B. Vonck, Ferdinand Meert, J.C. De Ridder, Gillis Plas, Peter Ceuppens, Franciscus Meert, Zacharias De Wever en J. Van Lierde. De lening werd in 2 schijven afgelost, nl. op 23 november 1770 en 31 mei 1783.
Dramatisch ongeval voor Jan Baptist.
Op 28 april 1781 reed Jan Baptist op vraag van de econoom van de abdij met paard en kar naar Aalst om een lading kalk. Op de terugweg, hij was al nabij zijn ouderlijk huis op de Boekhoutberg, wilde hij iets van de wagen nemen, viel eraf en kwam onder de wagen terecht. Zijn buik werd verpletterd door het achterwiel. Buurbewoners brachten hem naar zijn thuis. Hij was er erg aan toe en iemand liep naar de pastorie om de pastoor te verwittigen. Die was afwezig, maar de onderpastoor kwam direct mee om Jan baptist de ziekenzalving te geven. Hij stierf nog dezelfde nacht.
Toen de onderpastoor ’s morgens het overlijden vernam, verbood hij de familie om het lijk naar de abdij over te brengen waar Jan Baptist in dienst was. Terwijl men nog bezig was om het lijk op de wagen te plaatsen, kwam de officier van het Land van Asse daar voorbij. Hij stelde van het ongeval een proces verbaal op en verbood ook om het lijk te vervoeren. Ondertussen was proost Beda Regaus van het ongeval en van het verbod van de onderpastoor op de hoogte gebracht. Hij zond een notaris naar de onderpastoor van Hekelgem om te protesteren tegen het verbod. De notaris wees de geestelijke op de mogelijke gevolgen als die verbod bleef handhaven. De onderpastoor liet daarop het lijk naar de abdij overbrengen. Daar de pastoor nog altijd afwezig was, zocht hij de pastoor van Meldert op om zich beter te informeren over de plaatselijke toestand. Door de Meldertse pastoor overtuigd van het recht van de proost ging hij naar de abdij om zijn excuses aan te bieden. Aan Beda Regaus verklaarde hij dat zijn verbod maar tijdelijk was. Hij wou zich eerst bij een confrater op de hoogte stellen van de plaatselijke gebruiken. De abdij behoorde niet tot de parochie van Hekelgem of Meldert en het dienstpersoneel was feitelijk parochiaan van de abdij. Die situatie ging terug tot een oorkonde uit 1121 van hertog Godfried met de Baard. Alle personen die in regelmatige dienst van de abdij stonden, waren onderworpen aan de rechtsmacht en het gezag van de abt. Wanneer knechten of meiden een daad stelden waarbij het kerkelijk gezag moest tussenbeide komen, was het de abt of de proost als zijn vervanger, die het gezag vertegenwoordigde. Zo moesten ze bijv. hun paasplicht in de abdijkerk houden.
Daarmee was het probleem nog niet opgelost. Diezelfde middag van 29 april kwam de drossaard van Asse naar de abdij en even later bood de officier die het proces verbaal had opgesteld zich ook aan bij de proost. De drossaard wees erop dat het ongeval plaats had in zijn rechtsgebied en dat er een lijkschouwing moest gebeuren. Beda Regaus beval dan om het lijk buiten het abdijdomein te brengen voor de lijkschouwing. Zo kon de drossaard geen daad van rechtsmacht op het domein van de abdij stellen. Na de lijkschouwing bracht men het lijk terug naar de abdij en kon de ongelukkige Jan Baptist op het abdijkerkhof worden begraven[6].
VIIa-MICHAEL.
Michaël, de zoon van Petrus Josephus en Maria Bastien werd te Hekelgem gedoopt op 2 februari 1734, overleed er op 10 oktober 1782. Hij huwde te Hekelgem op 4 november 1761 met Anna Petronella Droeshout, gedoopt te Hekelgem op 17 november 1726 en er overleden op 31 december 1808, dochter van Joannes en Barbara Van Vaerenbergh. Zij hadden 4 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Barbara Petronella, gedoopt op 24 november 1761 en te Hekelgem overleden in 1761.
2. Joanna Maria, gedoopt op 14 december 1764, overleden te Hekelgem in 1835. Zij trouwde met Andreas Coppens te Hekelgem op 5 november 1794. Andreas overleed te Hekelgem op 23 januari 1842. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Anna Maria, gedoopt op 11 januari 1796, overleden te Hekelgem in 1862. Zij trouwde te Hekelgem met Judocus De Bailliu.
2. Joanna, gedoopt op 21 mei 1797.
3. Balduinus, gedoopt op 28 augustus 1798, overleden te Hekelgem in 1809.
4. Joannes Baptist, gedoopt op 5 november 1800.
5. Joanna Catharina, gedoopt op 25 juni 1803.
6. Petrus Franciscus, gedoopt op11 april 1806.
7. Maria Josepha, gedoopt op 30 december 1808, trouwde met Petrus ’t Kint.
3. Maria Judoca, gedoopt op 4 december 1767, overleden te Hekelgem in 1790.
4. Maria Catharina, gedoopt op 13 januari 1771, overleden te Hekelgem in 1833. Zij trouwde op 9 februari 1808 te Hekelgem met Petrus Bosteels, te Hekelgem gedoopt op 11 mei 1751 en er overleden op 15 april 1830. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Joannes Franciscus, gedoopt op 21 januari 1809.
2. Andreas, gedoopt op 30 april 1812, overleden te Hekelgem in 1820.
Michaël (Michiel) was collecteur van de schepenbank van Hekelgem van 1767 tot 1770 en bedesetter van 1772 tot1777.
Op 14 december 1764 betaalde Judocus Van de Perre, voogd van de Joanna, Fidelis, Henricus, Maria Theresia Van de Perre, minderjarige kinderen van Franciscus en Catharina Van Nieuwenborgh 485 g 14 st 3 deniers aan Joanna Maria en Maria Catharina Clauwaert, meerderjarige kinderen van Michiel en Anna Petronella Droeshout. Anna Petronella kreeg 74 g 5 st 9 deniers. Daarmee was een lening van 560 g afgelost die Franciscus Van de Perre en Catharina Van Nieuwenborgh waren aangegaan op 17 juni 1792.
VIIb- JACOBUS.
Jacobus, zoon van Petrus Josephus en Maria Bastien, werd te Hekelgem gedoopt op 20 december 1741 en overleed er in 1805. Hij huwde te Hekelgem op 24 november 1783 met Maria Theresia Bellemans, te Hekelgem gedoopt op 2 april 1759 en er overleden op 20 mei 1800. Zij was een dochter van Joannes Baptist en Anna Maria Droeshout. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Petrus Franciscus, gedoopt op 8 april 1782, overleden te Hekelgem in 1783. Onwettig kind, ouders 19 maanden later getrouwd.
4. Judocus, gedoopt op 5 mei 1789 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.
5. Judocus, gedoopt op 25 april 1790.
6. Jacobus Bernardus, gedoopt op 9 juli 1792 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.
7. Petrus Joannes, gedoopt op 29 januari 1794 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.
8. Petrus Ferdinand, gedoopt op 1 augustus 1795 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.
In het huis van Jacobus woonden ook Joanna Catharina en Joannes Bellemans, kinderen van competenten ouderdom van Jan Baptist Bellemans en Anna Maria Droeshout. Jacobus verkocht voor 548 g 2 st een behuisde hofstede van 8 r aan Frans Verleyen. Het goed paalde aan de Langestraat, de erfgenamen Petrus Mattens, Frans Clauwaert en Hendrik Van Nieuwenborgh[7]
Op 16 juni 1798 werden de geconfisqueerde goederen die Jacobus pachtte van de abdij in een verkoopzaal te Brussel openbaar verkocht[8]. De lijst geeft een duidelijk beeld van de omvang van de boerderij van Jacobus. De goederen waren 8 mei 1798 geschat door Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst was geschat op £ 306, en de verkoopprijs op £ 6120, de 105 hoogstammige bomen werden geschat op £ 320, samen £ 6440. Ze waren verpacht aan burger Josse Clauwaert, voor negen jaar voor een pachtsom van £ 139 met een onderhandse akte verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem. De pacht eindigde op 25 december 1805. Jacobus liet de schatters noteren dat het schaarhout op de percelen nr. 4 en 6 zijn eigendom was.
Beschrijving van de goederen:
Zes bunder 51 roeden (7 ha 70 a 53 ca) land, weide en bos gelegen te Hekelgem, kanton Asse, verpacht voor een jaarlijkse som van 139 gulden, lasten niet inbegrepen. Deze goederen waren gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Één dagwand 88 roeden (59 a 10 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Hekelghemcauter” grenzend aan een zijde aan het goed van de pastorij van Hekelgem, 2de idem, 3de aan het steegje genaamd “Het Losgat”, en 4de aan de goederen van burger Jean Verleijsen.
2- Twee dagwand 55 roeden landbouwgrond gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Het Hooghde” grenzend aan een zijde aan de straat genaamd “Kerkstraat”, 2de & 3de aan de goederen van de pastorij van Hekelgem en 4de aan de goederen van burger Josse Lelie.
3- Drie dagwand 60 roeden (1 ha 13 a 17 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Schaepschuur” grenzend langs drie zijden aan de goederen van de abdij Affligem en 4de aan de steenweg van Asse naar Aalst.
4- Één bunder één roede (1 ha 26 a 6 ca) weide en bos gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Den Dome Driesch” (Domentdries) grenzend aan twee zijden aan de straat genaamd “den Driesch”, 3de aan de goederen van de abdij Affligem, en 4de aan de goederen van burger Pierre Accoleijen.
5- Één bunder 40 roeden (1 ha 38 a 32 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op de plaats genaamd “Heyenboschcauter” grenzend langs drie zijden aan de goederen van de abdij Affligem, en 4de aan de steenweg van Asse naar Aalst.
6- Één bunder 47 roeden (1 ha 40 a 52 ca) landbouwgrond en bos gelegen te Essene op de plaats genaamd “Mertelinckxbosch” grenzend aan een zijde aan de vijver genaamd “Cauwenbergvijver”, 2de aan de steenweg van Brussel naar Gent, 3de & 4de aan de goederen van de abdij Affligem.
7- Drie dagwand 60 roeden (1 ha 13 a 18 ca) weide gelegen te Sint-Katharina-Lombeek op de plaats genaamd “Kerrebroeken”, grenzend langs drie zijden aan de goederen van de abdij Affligem, en 4de aan de “Molenbeek”.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 4 830 pond. Burger A. Camusel bood daar als laatste 88 000 pond, dit was niet genoeg volgens de administratie. Een nieuwe toewijzing werd vastgelegd een decade later op 26 juni 1798. Daar werden de goederen opnieuw aangeboden en dan toegewezen voor een eindbod van 89 000 pond aan burger Everard Tops uit te Brussel. Vermoedelijk was hij een stroman voor een onbekende opdrachtgever[9].
Op 18 juli 1791 verkochten Jacobus en zijn vrouw Maria Theresia Bellemans een behuisde hofstede van 8 r en gelegen aan de Langestraat aan Frans Verleysen voor 548 g 2 st. De hofstede paalde aan de erfgenamen Petrus Mattens, Frans Clauwaert en Hendrik Van Nieuwenborgh. In dat jaar woonden Joanna Catharina en Joannes Bellemans, jongeren van competenten ouderdom, zus en broer van Maria Theresia bij hen in.
VIIIa- BENOIT.
Benoit (Benedictus) werd te Hekelgem geboren op 23 juli 1785 en overleed er op 11 april 1837. Hij trouwde te Hekelgem op 7 juli 1806 met Angelina Francisca t’Kint, te Hekelgem geboren op 11 december 1778 en er overleden op 2 april 1813. Zij was de dochter van Gaspar Petrus en Elisabeth Schelkens. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:
1.Pierre Benoit, volgt IX.
2. Gaspar Joseph, geboren op 17 mei 1810.
3. Jeanne Marie, geboren op 10 december 1812.
Na de dood van Angelina Francisca ging Benoit een tweede huwelijk aan te Hekelgem op 25 augustus 1815 met Elisabeth Ringoot. Elisabeth was teWouw geboren op 14 december 1793 en overleed te Hekelgem op 28 februari 1820. Zij was de dochter van Joannes Baptist en Cornelia Deblaey. Er werden nog 3 kinderen te Hekelgem geboren:
4. Marie Thérèse, geboren op 10 november 1815.
5. Seraphine, geboren op 27 juli 1818 en te Hekelgem overleden op 31 maart 1824.
6. André, geboren op 16 januari 1820 en te Hekelgem overleden op 19 februari 1820.
In 1832 werd Benedictus burgemeester na het overlijden van Joseph De Doncker. Emmanuel ’t Kint was schepen. Hij bleef burgemeester tot de verkiezingen van 1836. Dan werden hij en zijn schepen Emmanuel ’t Kint niet verkozen. J. Bosteels werd de nieuwe burgemeester.
IX- PIERRE BENOIT.
Pierre Benoit geboren te Hekelgem op 8 mei 1807 en er overleden op 20 december 1878. Hij trouwde met Barbara Joanna Callebaut te Hekelgem op 9 maart 1837. Zij was te Aalst geboren op 9 september 1811 en overleed te Hekelgem op 12 november 1890. Barbara was de dochter van Josephus en Colleta Mergan. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:
1. Hortensia, geboren op 12 april 1837.
2. Augustus, geboren op 2 oktober 1838, volgt Xa.
3. Cecilia, geboren op 15 mei 1841.
4. Emmanuel, geboren op 4 februari 1842.
Volgens de poppkaart bezat hij in 1860 een huis op 2 a grond in de Langestraat rechtover de Warande van de abdij met daarbij een weide van 9 a 20 ca.
X- AUGUSTUS.
August werd te Hekelgem geboren op 2 oktober 1838 en overleed er op 8 augustus 1888. Hij trouwde te Hekelgem op 2 juni 1869 met Henrica Clocheret, te Hekelgem geboren op 9 januari 1843 en er overleden op 19 maart 1891. Henrica was de dochter van Carolus en Sophie Verleysen. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:
1. Sophia Josepha, geboren op 29 maart 1870.
2. Barbara Celina, geboren op 27 september 1872.
3. Eugenius Joannes, geboren op 22 december 1876.
4. Benedictus Leopoldus, geboren op 22 december 1878.
5. Jan Baptist, geboren op 5 december 1881.
VIIIb- JAN BAPTIST.
Landbouwer Jan Baptist werd te Hekelgem geboren op 30 december 1786 en overleed er op 4 december 1870. Hij trouwde te Hekelgem op 7 juni 1820 met Cecilia Roseleth, te Hekelgem geboren op 20 november 1783 en er overleden op 6 juli 1865. Zij was de dochter van Franciscus en Maria Anna Droeshoudt. Zij hadden een dochter Maria Benedicta, te Hekelgem geboren op 20 september 1824.
Volgens het register van Popp bezat Jan Baptist op de Boekhoutberg nr. 914 zijn huis, nr. 915 tuin, nr.913 hopveld. Voorts nog 3 ha 7 a 7 ca land verspreid over 11 percelen, 41 a 70 ca bos verspreid over 4 percelen en een tui van 9 a 70 ca.
Popp vermeldt een tweede Jan Baptist die in Hekelgem 1 ha 56 a 8 ca aan landerijen bezit maar er niet woont.
Poppkaart ca 1860.
Vb- MICHAEL / MICHIEL.
Michaël werd te Hekelgem gedoopt op 10 juni 1660 als zoon van Petrus en Catharina Robijns. Hij overleed er op 14 juni 1716. Hij trouwde met Anna Buggenhout, te Hekelgem overleden op 31 maart 1739. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Francisca, gedoopt op 27 december 1682.
2. Joannes, gedoopt op 27 december 1682.
3. Joanna Maria, gedoopt op 1 oktober 1684, overleden te Hekelgem in 1751, huwelijk met Jacobus De Witte op 19 januari 1707. Jacobus was griffier van de abdij en overleed te Hekelgem op 8 mei 1750. Zij hadden 9 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Adriana, gedoopt op 22 oktober 1707.
2. Joannes Baptist, gedoopt op 11 oktober 1708, overleden te Hekelgem in 1772, huwelijk met Theresia Meert. Zijn dooppeter was E. H. Joannes Baptist De Witte.
3. Jacobus, gedoopt op 26 augustus 1710.
4. Anna Maria, gedoopt op 4 juni 1712.
5. Benedictus, gedoopt op 21 maart 1714. Zijn dooppeter was dom Odo De Craecker, proost van de abdij en zijn doopmeter domna Gertrudis Vinck, abdis van de abdij Ten Rozen.
6. Joanna Petronella, gedoopt op 8 maart 1716, overleden te Hekelgem in 1787, gehuwd met Petrus Schoon.
7. Bernardus Hiëronymus, gedoopt op 26 januari 1718.
8. Maria Theresia, gedoopt op 2 mei 1719.
9. Anna Catharina, gedoopt op19 augustus 1723.
4. Adriana, gedoopt op 3 april 1687.
5. Petrus, gedoopt op 16 december 1689, overleden te Hekelgem in 1703.
6. Andreas, gedoopt op 3 oktober 1692.
7. Petronella, gedoopt op 17 november 1697, trouwde met Michaël Van der Schueren te Hekelgem op 17 december 1720. Michaël overleed te Hekelgem op 15 december 1763 en werd in de kerk begraven. Zij hadden 10 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Maria Anna, gedoopt op 26 oktober 1721, begijn in het Groot Begijnhof te Brussel.
2. Job, gedoopt op 30 januari 1723.
3. Alexander, gedoopt op 30 januari 1723.
4. Anna Maria, gedoopt op 7 augustus 1724.
5. Joanna Maria Ludovica, gedoopt op 21 februari 1726.
6. Theresia, gedoopt op 3 februari 1728.
7. Joanna, gedoopt op 29 januari 1730.
8. Anna Catharina, gedoopt op 11 januari 1732.
9. Joannes Franciscus, gedoopt op 30 augustus 1733.
10. Joannes Baptist, gedoopt op 23 juni 1737.
Handtekening van Michiel onder een dorpsrekening[10]
In 1703, bij de verkoop van een grond werd Michiel genoemd als schepen van Affligem en in 1714 als meier. Hij woonde met Anna op een hofstede in Bleregem. Michiel en Anna boerden goed en konden hun bezittingen gestaag uitbreiden.
– Op 30 augustus kochten Michiel en Anna 3 d zaailand en bos te Hekelgem. De verkoper was Guilliam De Raedt. Het goed paalde aan Adriaan Van Rampelbergh en Franchois Robijns. Het was belast met een grondcijns van 9 st aan de abdij. Meier Michiel Wambacq stelde de akte op.
– Op 25 februari 1687 kochten ze ½ d land op het Domentveld te Essene van Melchoir Carnoy. Het paalde aan De Neuckers, de wezen Joos Berlange en de erfgenamen van Joos Van den Houte. Michiel Wambacq stelde de akte op.
– Op 19 augustus 1687 kochten ze 1 d op Bleregem van de voogden en wezen van Anthoon Antheunis en Maria Meert. Het perceel grensde aan Joos Van den Bossche, Adriaan De Baetselier en de straat. Het was belast met een cijns van 10 mijten Artios, 17 schellingen 9 penningen, 2 kapoenen en 4 hennen aan de abdij.
– Op 29 december 1687 kochten ze van Barbara De Decker en Joos Raspoet 1 d 20 r land te Hekelgem. Het stuk paalde aan de straat, Guilliam Cornelis en de wezen Anthoon Anbthonus. De cijns aan de abdij bedroeg 17 schellingen 1 blank 2 kapoenen en 4 hennen.
– Op 16 mei 1694 kende Michiel een lening van 300 g toe met een looptijd van 2 jaar aan de parochie van Hekelgem. De rente bedroeg 18 g 15 st. De bedesetters Peter Clauwaert, Guilliam De Valck en Peter De Kegel ondertekenden de akte.
– Op 27 september 1706 volgde de aankoop van 1 d op de Cleinen Hoogenpael aan de Fossel, palend aan de erfgenamen Jan De Lieuw, François Verhoeven, de abdijgoederen. en Hendrik De Valck. De verkoper was François Cornelis. Schepen Peter Van Langenhove van de Affligemse schepenbank stelde de akte op.
– 3 januari 1707 aankoop van een huis, mouterij, schuur, stallingen, ast en hoplochting, groot 6 d 69 r. Het goed lag in de Langestraat. De verkopers waren de erfgenamen van Jan Van Nuffel. Hun dochter Joanna Maria en haar man Jacobus De Witte, dan meier van Affligem, namen er later hun intrek.
– 6 februari 1713: aankoop van 90 r land van de kinderen De Meschmaecker. Het land paalde aan Jan De Clercq, Franchois Verleysen, Joos Van den Eynde en de straat en was belast met een grondcijns aan de abdij en een rente van 6 g aan de weduwe Jan Van Nuffel. Guilliam De Baetselier stelde de akte op.
– 27 februari 1713: aankoop van een hofstede van 90 r op de Hoge Paal te Bleregem, palend aan de abdijgoederen, de straat en Jacobus Van Ransbeeck. De verkoper was Peter Van den Biesen; 100 r land op de Molenkouter, palend aan Merten Cornelis en de erfgenamen Michiel Mertens; 53 r land op de Hoge Paal, palend aan de voetweg van Bleregem naar de kerk van Hekelgem, Franchois Robijns en de erfgenamen van Andries Segers. Het perceel was belast met een grondcijns aan de abdij en een rente van 100 g aan juffrouw Beeckmans, begijn te Aalst.
Michiel en Anna waren ook actief op de financiële markt als leengever:
– Op 8 februari 1695 gaf Michiel een lening van 72 g met een rente van 4 g 10 st aan de minderjarige kinderen van Fraciscus De Vis en Maria Clauwaert. Het geld diende voor het onderhoud van de kinderen. De drossaard Mortgat, de schepenen Andries Segers en Jan Van Seebroeck hadden de transactie goedgekeurd. Als pand verkreeg Michiel 1 d land op het Wouwveld, palend aan de abdijgoederen, Michiel Mertens en Joos Van den Houte.
– 6 april 1712: een lening van 78 g aan Gillis Van den Bossche uit Meldert. De rente bedroeg 4 g 17 st (6,25%). Gillis gaf als onderpand een perceel van 72 r op Het Cromphout te Meldert.
– 9 januari 1713: een lening van 200 g aan Jasper Van Huijnegem met een rente van 12 g 10 st. Als onderpand gaf Jasper 2 d 1 r palend aan de Grote Dries te Meldert. Als getuigen waren aanwezig Peter Van Langenhove, Peter Van den Bossche en Andries De Baetselier, de erflaters van het laathof van de abdij te Baardegem.
– 16 januari 1714: lening van 400 g aan Martinus Cornelis met een rente van 25 g (6,5%) met een korting tot 5% bij betaling binnen de 6 weken na de vervaldag. Als onderpand gaf Martinus een hofstede met huis van 3 d 34 r te Bleregem, palend aan de straat, de erfgenamen Franchois Dauwe, de erfgenamen Michiel Mertens en Michiel Clauwaert. Notaris Crick stelde de akte op. De lening werd afgelost op 24 maart 1721.
– 21 januari 1715: een tweede lening aan Martinus Cornelis, nu van 150 g met een rente van 9 g 7 ½ st (6,25%). Als onderpand gaf Martinus dezelfde hofstede als voor de lening van 16 januari 1714. Meier Guilliam De Baetselier stelde de akte op.
– 18 februari 1715: een lening van 400 g aan Michiel Van Nieuwenborgh met een rente van 6,25%. Als onderpand gaf hij een hofstede met huis te Meldert op Nievel. De hofstede paalde aan de Nieveldries en Jan Laus en was belast met een grondcijns aan de abdij.
– 18 januari 1715: een lening van 500 g aan Peter Goeffinck en Catharina Van den Houte met een rente van 25 g (5%). Als onderpand gaven zij een hofstede met huis te Nievel, palend aan de Nieveldries en de goederen van de abdij en een tweede hofstede met huis, palend aan voorgaande. De lening werd afgelost op 4 november 1718.
– 11 februari 1716 aankoop van 2 d broek te Bleregem van Peter Van Brempt voor 200 g.
– 7 mei 1725: Na de dood van Michiel gaf Anna nog een lening van 72 g aan Peter Buggenhout uit Meldert. De rente bedroeg 3 g 12 st. Als onderpand gaf Peter een hofstede van 50 r, gelegen te Meldert en palend aan Joos Buggenhout, de straat van Affligem naar Baardegem en de wezen Joanna Buggenhout.
Michiel en Anna stonden meerdere leningen toe aan de parochie van Hekelgem zoals blijkt uit de betalingen van de renten. : in 1703 en 1704 ging het om 75 g tot zelfs 83 g 15 st in 1711 en 127 g 10 st in 1714. Vanaf 1715 tot na het overlijden van Michiel tot 1734 telkens 60 g per jaar.
Op 10 februari 1716 kregen Michiel en Anna een gift van Guillam De Vis, vrijgezel en zoon van Franchois en Marie Clauwaert. Het was een hofstede van 20 r te Bleregem en palend aan de erfgenamen Andries Segers , Joos Bossaer en Franchois De Vis.
Testament van Michiel en Anna.
Op 9 juni 1716 kwam notaris Crick naar hun huis om het testament te noteren. Michiel was toen bedlegerig. Zij wilden begraven worden in het koor van de St.-Michielskerk van Hekelgem onder eenen vasten marbere sercksteen. Zij wilden elk jaar een jaargetijde op de dag van hun overlijden en daarvoor moesten hun erfgenamen 30 stuivers betalen. Het broek dat ze in februari hadden aangekocht diende als pand voor die betaling. Als erfgenamen duidden ze hun dochters Joanna Maria, Anna en Peternella aan. Dom Antheunis Jouvina van de abdij en Jan Baptista Geerstman waren de getuigen.
Op 12 januari 1717 werd Peter De Keyser, meester-beenhouwer van Asse veroordeeld tot de betaling van 52 g 11 st 1 blank. Anna Van Buggenhout, dan weduwe, had tegen hem een proces aangespannen bij de schepenbank van Asse omdat hij haar nog 25 g schuldig was voor de vette beesten die zij hem had geleverd. De beenhouwer werd driemaal voor de schepenbank gedaagd, maar kwam niet opdagen.
VIb- FRANCISCUS.
Franciscus werd te Hekelgem gedoopt op 21 augustus 1696 en te Hekelgem overleden op 17 augustus 1732. Hij trouwde met Anna Van der Slagmeulen, te Hekelgem overleden op 14 juli1743. Na zijn dood hertrouwde Anna met Joannes Ceurtvriendt. Zij hadden 3 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Joannes Baptist, gedoopt op 24 juni 1726.
2. Petrus, gedoopt op 12 augustus 1728.
3. Michael, gedoopt op 8 juli 1731.
Franchios erfde van zijn ouders:
-Het huis genoemd De Drij Coninghen met schuur, stallen, ast, brouwerij, stokerij met de ketels, kuip, leback, slang, balance onderhandt, stuijckmannen, drije riecken, eenen hacker, eenen bierboom, ende oock alle de schelfboomen behalvens in de nast, coets op de kelderkamer ende schappraye, coets op de slaepkamer, de schappraye in de keuken ende oock de stellingen die daer sijn huijsinghe hopstaecken daerop staende, groot van grond volgens de prochie metinghe 73 r. Het huis was belast met een cijns aan de abdij, met een jaargetijde in de kerk van Hekelgem met uitdelen van een gulden brood.
– Franchois moest opleggen aan zijn broer Michiel 278 g 2 st 1 bl en aan zijn zus Joanna 233 g 12 st.
Regeling van de inkomsten en uitgaven voor de kinderen van Francis en Anna.[11]
Peter Clauwaert, de broer vanFraciscus, stelde, als voogd van de kinderen van Francis en Anna de balans op van de ontvangsten en de uitgaven na het overlijden van beide ouders. Vermits het laatste gedeelte van de map ontbreekt, kennen we de juiste datum niet, wel het jaar, namelijk 1747.
De ontvangsten.
-voor de verhuur van De Drij Coninghen, huizen en een meers van 1744 tot 1747: 400-0-0
-verhuur van ½ b meers voor het jaar 1747: 23-0-0
–verkoop van hopstaken: 13-0-0
Totaal van de ontvangsten: 436 gulden.
Uitgaven.
Van de lange lijst met uitgaven noteerden we alleen de namen en de bedragen als ook de reden van betaling werd vermeld.
– aan P. Snagels voor leveringen: 3 – 0 – 2.
– aan Maximilian Spinnael voor leveringen: 5 – 0 – 0 en voor zijn werk: 7 – 16 – 0.
– aan Petrus Engelken om een nieuw stuk aan de slangh te zetten: 6 – 0 – 0.
– aan Pauwel Gregoir voor zijn werk: 3 – 0 – 0.
– aan Jan Baptist Clauwaert, zoon van Francis voor geleverd laken: 2 dukaten of 11 – 18 – 0.
– aan koster F. Resteau tot voldoening van zijn de kerkrechten bij de uitvaart van Peter Clauwaert, zoon van Francois: 3 – 7 – 0.
– aan pastoor De Cuyper tot voldoening van de uitvaart van Peter Clauwaert: 5 – 19 – 0.
– aan W. Van Bostraet voor de geleverde medicijnen voor Jan Baptist Clauwaert: 1 – 18 – 2.
– aan zuster Josina Pieters voor de medicijnen: 1 – 14 – 0.
– aan M. Meganck voor 2 ellen laken en vijf vierendeelen lijnwaert: voor Francis: 2 – 11 – 2.
– aan J. De Witte voor een jaar cijns ten behoeve van Afflighem: 5 – 18 – 0.
– aan Ign. Fr. Lindemans voor 3 en een halve maand schoolgeld, voorschot aan boeken, kaarsen enz: 26 – 7 – 0.
– aan A. Diericx voor een jaar rente op 14 november 1744: 28 – 0 – 0.
Totaal van deze uitgaven: 255 – 5 – 2.
Andere uitgaven
– aan de wethouders voor het afnemen van de beden als voogd en aan Hendrik Dauwe ook als voogd: 1 – 11 – 0.
– aan notaris Van Itterbeke voor het opstellen van het request: 1 – 7 – 0.
– aan J. B. Clauwaert voor het coopen van knopen: 0 – 10 – 0.
– aan Hendrik Dauwe voor een paar schoenen: 1 – 18 – 0.
– aan Hendrik Dauwe voor een paar schoenen en het lappen van een ander paar: 2 – 0 – 0.
– aan Borremans voor het maken van een broek en een jurk: 1 – 8 – 0.
– voor een paar kousenn voor Jan Baptist Clauwaert: 1 – 6 – 0.
– acht manden kalk gekocht voor de wezen van Franciscus Clauwaert aan 7½ st om de vloer te plavijen en de steenput te repareren: 3 – 0 – 0.
– 700 plavijen en honderd clomkens gekocht aan 14 st de 100: 5 – 12 – 0.
– voor het maken van een jurk en een broek aan Fr. Snaegels te Brussel en aan sieur Spinnael: 8 – 1 – 2.
– aan sieur Meganck van Aalst voor lakenstof: 2 – 11 – 0.
– aan Jan Baptist Verleijsen voor het maken van een broek: 0 – 15 – 0.
– aan Peeternelle Guns voor sijn ziekte en voor het wassen: 2 – 2 – 0.
– aan advocaet Bodry voor een schriftelijk advies: 2 – 16 – 0.
– een paar kousen gekocht: 1 – 5 – 0.
– aan Jan Baptist Clauwaert gegeven op 8 april 1747: 4 – 4 – 2.
– voor 28 voeten bert voor het repareren van de schuur, voor het werk, en nagels: 1 – 16 – 0.
– voor het jaargetijde van Elisabeth Robijns en Guillam Cornelis op 22 januari 1747: 2 – 2 – 2.
– aan Jan Baptist Clauwaert op 8 april 1747: 4 – 4 – 0.
– voor 3 bussels latten à 12 st de bussel voor het dak van het huis der wezen volgens certificatie van Philippus Van Den Bossche: 1 – 16 – 0.
– aan Peter Van Den Winckel voor het aansteken van de brandewijnketel: 0 – 15 – 0.
– aan Michiel Clauwaert voor het voorschot aan Jan Baptist Clauwaert: 6 – 17 – 2.
– door de rendant betaald: 9 – 6 – 3.
– betaald voor de wees Michiel Clauwaert: 3 – 13 – 0.
– aan Martinus Taffenier voor zijn werk: 9 – 1 – 0.
– gegeven aan Michiel Clauwaert, zoon van Franciscus voor in diverse opdrachten: 1 – 11 – 2.
– aan J. B. Clauwaert op 17 september 1747: 13 – 0 – 0.
– aan stenen voor de reparatie van de stal; 1 – 5 – 0.
– voor Michiel Clauwaert[12] een callemande calson en lijnwaertom ’t selve te voeren met het maken: 3 – 3 – 0.
– voor Michiel Clauwaert een el lijnwaad gekocht voor een paar ?? en het maken: 0 – 16 – 2.
– aan Michiel Clauwaert om sokken en blockschoenen (klompen) te kopen: 0 – 14 – 0.
– voor Michiel Clauwaert voor lijnwaad en voor zijn onderhoud: 5 – 17 – 2.
– aan Michiel Clauwaert voor het maken van een juppon en broek met lijnwaad: 2 – 12 – 0.
– gegeven aan Jan Baptist Clauwaert op 28 januari 1748: 1 – 1 – 0.
– voor een jaargetijde op 28: 2 – 2 – 0.
– gegeven aan Jan Baptist Clauwaert om een casack te kopen: 7 – 0 – 0.
Totaal van de uitgaven: 121 – 19 – 1.
VIc- JOANNES BAPTIST, de tak Joannes Baptist – Catharina Pensionaris.
Joannes Baptist gedoopt op 19 november 1698, overleden te Hekelgem. Hij trouwde met Catharina Pensionaris, te Hekelgem gedoopt op 22 maart 1719 en er overleden op 12 november 1814. Zij hadden 2 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Franciscus, volgt VII.
2. Joanna Catharina, gedoopt op 20 juni 1753.
In 1726 en 1727 ondertekende hij de rekeningen van de parochie.
VII- FRANCISCUS.
Franciscus werd te Hekelgem gedoopt op 28 januari 1751 en overleed er op 10 januari 1798. Hij trouwde met Joanna Brys en zij woonden nabij de abdij. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Egidius, gedoopt op2 juni 1787, volgt VIII.
2. Joannes Baptist, gedoopt op 18 februari 1792.
3. Maria Joanna, gedoopt op 17 september 1794.
VIII- EGIDIUS.
Egidius werd te Hekelgem gedoopt op 2 juni 1787 en overleed er op 18 maart 1857. Hij trouwde te Hekelgem op 22 april 1817 met Maria Theresia Schoon. Zij werd te Hekelgemgedoopt op 19 april 1794 als dochter van Benedictus en Anna Francisca Van Lierde. Zij woonden in de Langestraat nabij de abdij en hadden 5 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Joanna, geboren op 22 september 1817.
2. Anna Maria, geboren op 26 maart 1819 en te Hekelgem overleden op 25 januari 1826.
3. Carolus Ludovicus, geboren op 31 januari 1820, overleden te Hekelgem op 14 april 1829.
4. Joanna Benedicta, op 4 augustus 1822, overleden te Hekelgem op 26 december 1828.
5. Sophia, geboren te Hekelgem op 4 augustus 1822, overleden te Hekelgem op 23 december 1838.
6. Joannes Hubertus, geboren op 7 maart 1825 en overleden te Hekelgem op 3 oktober 1872.
7. Petrus Emanuel, geboren op 20 oktober 1827.
8. Benedictus Carolus, geboren op 14 mei 1829 en te Hekelgem overleden op 2 december 1881.
9. Fredericus, geboren op 5 februari 1832.
10. Franciscus Henricus, geboren op 12 mei 1835 en te Hekelgem overleden op 1 maart 1836.
Volgens de poppkaart bezat Egidius een huis met tuin, 6 a 10 ca groot aan het begin van de Fosselstraat. In 1813 was Egidius een van de eerste muzikanten van de Koninklijke Harmonie Ste-Cecilia.
[1] F. DE BRABANDERE, Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk, Gemeentekrediet, 1993, 276.
[9] Enregistré à Bruxelles le 7 thermidor an 6, reçu un franc. Smets.
Et le huit messidor an six, Nous, Administrateurs du département de la Dyle, accompagnés du citoyen Mallarmé, commissaire du Directoire exécutif, avons réexposé le bien désigné ci-dessus en adjudication définitive, lequel ayant été porté à la somme de quatre vingt neuf mille livres, offerte par le Citoyen Tops, il a été allumé un dernier feu pendant la durée duquel il n’a plus été fait aucune enchère, l’Administration à adjugé ledit bien au citoyen Everard Tops, demeurant à Bruxelles, aux charges, clauses et conditions énoncées de l’autre part.
L’acquéreur Everard Tops justifié par quittance du 7 floréal an 6, avoir soldé le prix de son acquisitation. Expédition délivrée le 13 floréal au citoyen Tops.
Van Helmont, Mallarmé, P. Annemans, A. J. Olderen. Enregistré à Bruxelles le 7ième thermidor an 6 de la République française. Fol. 48, reçu quatre-vingt neuf francs.
[10] E. SCHOON, De Dorpsfinanciën van Hekelgem, dl 4.
[11] R.A. Leuven, Schepenbank van Asse, toegang 94, nr. 5115.
[12]MICHAEL CLAUWAERT, zoon van FRANCISCUS CLAUWAERT en ANNA VAN DER SLAGHMOLEN. Hij is gedoopt op zondag 8 juli 1731 in HEKELGEM.
De eerste van de familie Plas te Hekelgem was Jan (Joannes). Hij was boer van het Hof ten Blakmeers. Joannes was dezoon van Adrianus en Elisabeth De Smet. De familie Plas was afkomstig van Mazenzele.
ADRIANUS PLAS.
Adrianus werd gedoopt te Mazenzele omstreeks 1648 en overleed te Hekelgem op 29 januari 1724. Hij trouwde te Meuzegem – Wolvertem op 4 augustus 1674 met Elisabeth De Smet, gedoopt te Mazenzele op 18 september 1656 en aldaar overleden op 17 oktober 1713.
Kinderen uit dit huwelijk te Mazenzele gedoopt:
1. Barbara, gedoopt op 19 mei 1675 en overleden te Mazenzele op 28 oktober 1741. Zij huwde te Mazenzele op 5 februari 1701 met Laurentius Van Huyneghem, gedoopt te Asse op 2 februari 1668 en aldaar overleden op 3 november 1741.
2. Gillis, gedoopt op 18 april 1677. Hij huwde te Mazenzele op 30 augustus 1716 met Petronilla Michiels, gedoopt te Mazenzele op 29 januari 1692 en aldaar overleden op 3 mei 1742. Een notitie van 6 december 1729 geeft aan dat Gillis meisenier was te Grimbergen.
3. Hendrick, gedoopt op 3 december 1679 en overleden op 21 januari 1754. Hij huwde te Mazenzele op 25 februari 1705 met Petronilla Wouters, gedoopt te Mazenzele op 27 juli 1672 en aldaar overleden op 2 juli 1739.
6. Egidius, gedoopt op 8 september 1688, overleden te Brussegem op 28 mei 1752.
7. Petrus, gedoopt op 5 oktober 1690.
8. Adrianus, gedoopt op 18 oktober 1693, overleden te Mollem op 2 mei 1752. Hij trouwde te Bollebeek op 22 augustus 1724 met Cecilia Jacobs.
9. Petronilla, gedoopt op 29 september 1697.
IIa – JOANNES, de tak van de Blakmeershoeve.
Joannes (Jan) werd gedoopt op maandag 19 mei 1681 in Mazenzele. Hij overleed op vrijdag 15 mei 1744 in Hekelgem, 62 jaar oud. Hij trouwde, 32 jaar oud, op woensdag 21 maart 1714 in Hekelgem met Margaretha Moerenhout, 36 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 10 februari 1678 in Rossem – Wolvertem. Margaretha overleed op donderdag 17 oktober 1715 in Hekelgem, 37 jaar oud. Zij was de weduwe van Egidius Van Ginderachter (1673-±1713), met wie zij trouwde op zaterdag 3 februari 1703 in Rossem-Wolvertem. Met haar eerste man had Margaretha zes kinderen:
1. Henricus, gedoopt op woensdag 12 december 1703 in Rossem-Wolvertem.
2.Joanna Theresia, gedoopt in 1704. Joanna is overleden op dinsdag 9 september 1794 in Kobbegem, 90 jaar oud.
3. Anna Maria, gedoopt in 1705.
4. Anna Catharina, gedoopt op vrijdag 23 december 1707 in Hekelgem
5. Egidius, gedoopt op zondag 14 april 1709 in Hekelgem.
6. Maria, gedoopt op maandag 11 mei 1711 in Hekelgem.
Kinderen van Joannes en Margaretha:
1. Franciscus Benedictus, gedoopt op donderdag 21 maart 1715 in Hekelgem. Franciscus overleed op vrijdag 27 juli 1798 in Hekelgem, 83 jaar oud. Hij trouwde, 49 jaar oud, op zondag 7 oktober 1764 in Hekelgem met Joanna Verherstraeten, 32 jaar oud. Zij werd gedoopt op donderdag 13 december 1731 in Asse. Joanna overleed op vrijdag 2 november 1810 in Hekelgem, 78 jaar oud.
2. Joanna Maria, gedoopt op donderdag 21 maart 1715 in Hekelgem.
Na de dood van Margaretha trouwde Jan, 35 jaar oud, op zondag 19 juli 1716 in Mollem met Maria Anna Coppens, 34 jaar oud. Zij is gedoopt op dinsdag 3 maart 1682 in Mollem. Maria is overleden op vrijdag 28 maart 1721 in Hekelgem, 39 jaar oud. Met Maria had Jan één kind: Elisabeth, gedoopt op maandag 27 september 1717 in Hekelgem. Elisabeth overleed op vrijdag 16 mei 1794 in Essene, 76 jaar oud. Zij trouwde, 25 jaar oud, op woensdag 7 augustus 1743 in Hekelgem met Joannes Baptist Van De Putte, 31 jaar oud. Hij was een zoon van François en Joanna Van Den Broeck, gedoopt op zondag 9 augustus 1711 in Essene. Joannes overleed op woensdag 22 augustus 1764 in Essene, 53 jaar oud.
Jan trouwde een derde maal, 45 jaar oud, op zaterdag 11 januari 1727 in Hekelgem met Elisabeth Goossens, 20 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 9 juni 1706 in Mazenzele. Elisabeth overleed op zondag 15 november 1772 in Hekelgem, 66 jaar oud. Zij trouwde later op zondag 11 juli 1745 in Hekelgem met Egidius Plas (1703-1778). Kinderen van Elisabeth en Joannes:
1. Judocus, gedoopt op woensdag 19 november 1727 in Hekelgem en overleden op dinsdag 5 september 1815 in Essene, 87 jaar oud. Hij trouwde, 27 jaar oud, op dinsdag 20 mei 1755 in Essene met Barbara Van De Putte, 25 jaar oud.
2. Catharina Theresia, gedoopt op dinsdag 7 juni 1729 in Hekelgem.
3. David, gedoopt op woensdag 11 juli 1731 in Hekelgem. David overleed in 1762, 31 jaar oud.
4. Guillelmus, gedoopt op maandag 15 juni 1733 in Hekelgem.
5. Gerardus, gedoopt op woensdag 3 november 1734 in Hekelgem. Hij overleed op maandag 21 juli 1794 in Hekelgem, 59 jaar oud.
Ferrariskaart 1777.
Boer op de Blakmeershoeve.
De Blakmeershoeve was een van de grote hoeves van de abdij in Hekelgem. De eerste vermelding van een pachter, Geert Schoonjans, was in 1615. Onder Joos Smeth werd in 1649 de hoeve vernieuwd. Hij bewerkte in 1650 zo’n 25 b land en weide en in 1672 betaalde hij 500 gulden voor 28 b 18,50 r.[1] De familie Smeth verliet de hoeve in 1683 en werd opgevolgd door Aart Wambacq. In 1684 kon de abdij verhinderen dat Franse soldaten de hoeve in brand staken. Dat schrijft dom Wilfried Verleyen, de Affligemse historicus[2] en dat in tegenstelling tot Remi De Schrijver die beweerde dat Franse troepen de hele boerderij door brand vernielden. Nadien werd, aldus De Schrijver, een nieuwe hoeve gebouwd 250 m noordwaarts op een hogere en vastere grond[3]. Dom Verleyen die noteerde dat in 1726 een nieuwe paardenstal, een koeienstal en een kelderkamer werden gebouwd. Dat de hoeve van 1684 tot 1726 in puin lag is niet aannemelijk. Een nieuwe schuur kwam er in 1779.
In 1696 werd de weduwe van Aart de laatste maal als pachter vermeld. Zij verliet het Hof ten Blakmeers om met haar tweede man, Frans Willems, de afspanning De Kroon uit te baten.
Hun plaats werd ingenomen door Philip Franssens die er tot 1714 bleef en door Jan Plas werd opgevolgd. De hoeve omvatte toen 37 b land, weide, broekagie met nog de Jongenbos van 5 b en de nieuwenbos van 17 b. Of Jan een uitstekende boer was, weten we niet, wel dat hij geregeld in aanraking kwam met het gerecht zoals blijkt uit de stukken van de schepenbank van Asse.
In de clinch met Guuilliam Cortvrindt.
In 1723 schakelde Jan zijn advocaat Egidius Crick in om bij de schepenbank van Asse een klacht in te dienen tegen Guilliam Cortvrindt uit Hekelgem. Hij had hem meerdere ladingen klaver geleverd maar Cortvrindt maakte geen aanstalten om de rekening te betalen. Het ging om het behoorlijke gedrag van 47 g 12 ½ st. Nadat de schepenbank Cortvrindt tweemaal tevergeefs had gedagvaard , vroeg Crick de schepenen om Cortvrindt te veroordelen tot de betaling van de achterstallige rekening verhoogd met kosten, samen 55 g 14 st. De wanbetaler werd echter nog een derde maal en alweer tevergeefs, gedagvaard, ditmaal ten huize van Jan Louies te Hekelgem op 29 maart 1724. Het vonnis, ondertekend door schepen Ledegen en hoofddrossaard Mortgat, viel op 13 mei 1724: Guilliam moest de 55 g 14 st betalen.
Een klacht tegen Franchois Ledegen.
Franchois Ledegen, collecteur van Hekelgem, eiste van Jan Plas de betaling van 67 g 5 st 1 o als zijn deel in de grondbelasting (het Oncostboeck).Voor de jaren 1724 en 1725 hadden de bedesetters elke bunder land, weide en bos getaxeerd op 1 g 18 st. Voor Jan Plas met een landbouwbedrijf 34 b 2 47 r betekende dat een belasting van 67 g 5 st 1o en dat vond hij te veel. Hij verzette zich tegen de opgegeven oppervlaktes en betaalde niet. Collecteur Ledegen diende, na mislukte pogingen tot een minnelijke schikking, op 26 november 1726 een klacht in bij de schepenbank van Asse. Maar in plaats van te betalen, legde Jan Plas zelf een klacht neer tegen de collecteur. Uit het Oncostboeck blijkt dat in Hekelgem 522 b 58 r in aanmerking kwamen voor die grondbelasting. Dat gaf een bedrag van 991 g 16 st. De lijst was opgesteld op 5 juni 1725 door de bedesetters Thomas Verleysen, Jan Baptista ’t Sas, Peter Verleysen en, merkwaardig, Jan Plas zelf. Daar Plas weigerde te betalen, kwam de zaak op 7 juni 1728 in handen van de hoofddrossaard Jacobus Josephus Jacops. Op 26 oktober 1728 volgde de uitspraak. In gebanne vierschaere beslisten de schepenen Martinus Linthout, Peter Verleysen en Hendrik Voghel dat Jan Plas het verschuldigde bedrag moest betalen. Maar daarmee was de zaak nog niet opgelost. In het archief van de schepenbank vonden we nog een vonnis van 27 mei 1732 waarin de boer van de Blakmeers hoeve nog eens werd veroordeeld voor de betaling van de 67 g 15 st 1 o en bijkomende gerechtskosten. Het vonnis was ondertekend door Jan Van den Bossche, Jan Van Assche, Hendrik De Voghel, Peter Verleysen, Philippe Van Humbeeck en Jacobus Meert. P. Robijns was de griffier.
Was Jan Plas de vader van het kind van Joanna De Smedt?[4]
Tijdens de hoppluk september-oktober 1727 zou Jan Plas, de boer van de Blakmeershoeve een van de pluksters verkracht hebben. Dat gerucht deed de ronde en dat was voor de hoofddrossaard van het Land van Asse, Jacobus Josephus Jacops, de aanleiding om een vooronderzoek in te stellen.
7 juni 1728:
De schepenen van de schepenbank van Asse, Hendrik De Voghel en Martinus Linthout ondervroegen op zijn verzoek Maria Anna Keijmolen. Deze 51-jarige vroedvrouw woonde in Ternat. Zij vertelde aan de schepenen dat in de namiddag van 4 juni 1728 Jan De Pauw, die in een kamer van het huis van wijlen Peter De Smedt op Asse-ter-heide woonde, haar kwam vragen om aanstonds mee te gaan naar het huis van die Peter De Smedt. Maria wou weten of het voor Joanna was, voor de dochter van Peter, van wie men vertelde dat ze zwanger was van Jan Plas, de boer van de Blakmeershoeve. Dat bevestigde Jan De pauw en ze vertrokken dadelijk. Onderweg riep de vrouw van Jan Verhasselt haar toe dat ze verder moesten gaan want zij had het kind al gedoopt. De vroedvouw hechtte daar geen geloof aan en spoedde zich naar Asse-ter-Heide. In de keuken zag zij Joanna liggen omringd door andere vrouwen. Zij onderzocht haar en stelde vast dat haar water nog niet was gebroken. Maria zei dat ze Joanna wilde helpen bij de geboorte op voorwaarde dat ze bekend maakte wie de vader van het kind was. Joanna legde daarop in haar handen de eed af dat Jan Plas van de Blakmeershoeve de vader was en dat zij nooit vleselijcke conversatie heeft gehad tenzij eenmaal met Jan Plas. Francis Van den Houte en Gerard De Valck waren er getuigen van. Dat gebeurde in zijn schuur in aanwezigheid van twee andere vrouwen. Joanna had hen zelfs om hulp gevraagd, maar zij wilden of durfden haar niet komen helpen. Ook na de geboorte bleef Joanna beweren dat Jan Plas de vader was.
19 april 1728: bijkomende verhoren.
– Anna De Cort, de vrouw van Ingel De Coster, 44 jaar en van Asse-ter-Heide, bevestigde de verklaring van Joanna[5]. Zij voegde er nog aan toe dat Jan Plas gezegd had dat hij haar nek zou breken.
– Petronella De Smedt, de zus van Joanna, was thuis toen de boer en zijn vrienden binnen vielen. Hij schreeuwde en tierde dat hij wou weten wat Joanna van hem vertelde. Een angstige Joanna antwoordde dat ze alleen eer en deugd van hem kon vertellen. Achteraf voegde ze eraan toe dat ze uit schrik niet meer wist wat ze had gezegd.
– Joanna Van Vaerenbergh, de vrouw van Merten Van den Broeck, legde dezelfde getuigenis af als Anna De Cort.
12 juni 1728: Nog meer getuigen.
De schepenen Hendrik De Voghel [6] en Martinus Linthout riepen nog meer getuigen op.
– Petronella De Valck uit Mazenzele, 32 of 33 jaar, was een van de hoppluksters in september 1727. Op de 3de of 4de dag was zij met de andere vrouwen uit de kamer waar zij sliepen weggegaan omwille van de vuijlicheijt van luijsen van Joanna De Smet. Zij, Maria De Blanck en Joanna zijn in de schuur op het hooi gaan liggen. Kort na middernacht kwam de boer binnen en ging bij Joanna liggen. Zij hoorde hem zeggen ick en sal u geen quat doen. Na ongeveer een half uur, toen de honden begonnen te blaffen, ging hij weg.
– Marie De Blanck, 32 jaar, uit Opwijk en vrouw van Joos Verdoodt[7], was een van de pluksters. Aan Joannes Van den Bossche en Peter Van Humbeek zegt ze dat ze met Joanna en Petronella De Smedt in één kamer sliepen.
– Jan De Pauw van Asse-ter-Heide, 40 jaar, heeft Hendrik Plas horen zeggen dat ze het huis van Joanna in brand zullen steken als ze bleef herhalen dat ze was groot gaende van Jan Plas.
7 juni 1728: getuigenis van Joanna De Smedt.
De twee getuigen, Francis Van den Houte, een 52-jarige Assenaar en Gerard De Valck uit Asse-ter-Heide, 32 jaar, bevestigden de verklaring van de vroedvrouw. Joanna zelf werd door officier Carel Rogiers voor de schepenbank gedaagd. Zij was 21 of 22 jaar oud en dochter van Catharina Geeroms. Zij had begin oktober hop geplukt bij Jan Plas. Op een avond, na de maaltijd, was zij, samen met twee andere vrouwen, naar de schuur gegaan om er op het hooi wat te rusten. Zo rond middernacht was Jan Plas bij haar gekomen. Hij had haar nog nooit aangeraakt, maar nu begon hij haar forselijck te verkrachten. Zij heeft zich daartegen verzet en de twee vrouwen om hulp gevraagd, maar die wilden haar niet helpen. Niettegenstaande haar verzet heeft de boer haar forselijck gedefloreert. Na zijn vleselijcken lust volbracht te hebben, dreigde hij ermee dat, als zij zou vertellen wat er was gebeurd, hij haar zou neerschieten. Zes weken geleden was hij naar het huis van haar moeder gekomen, samen met zijn vrouw, zijn knechten, zijn broer Franciscus, Francis Van den Houte, Cornelis De Boeck en nog enkele anderen. Hij greep Joanna bij haar arm en vroeg haar wat zij van hem te vertellen had. Uit angst durfde Joanna alleen maar deugdelijke dingen te zeggen. Hij schreeuwde haar toe dat hij zich zou ophangen als ze bleef vertellen dat ze van hem in verwachting was. Drie weken later kwam Catharina, de dochter van Francis Van den Houte, haar vragen mee te gaan naar haar ouders. Daar toonde ze haar een verklaring die ze moest ondertekenen. Hendrik Plas, een broer van Jan, dreigde ermee haar huis in brand te steken als ze niet tekende. Joanna ondertekende dan het blad met een X.
22 juni 1728: hoofddrossaard vat de feiten ten laste van Jan Plas samen.
Drie hoppluksters sliepen in de schuur van Jan Plas op de Blakmeershoeve. Op een nacht werd Joanna, een van de pluksters, door Jan Plas verkracht. Later ging die samen met zijn kompanen Joanna bedreigen en zijn broer Hendrik verplichtte Joanna een verklaring van Jans onschuld te ondertekenen. Jan Plas was eerder al eens voor een dergelijk feit aangeklaagd.
Uit het doopregister van Asse:7 (juni 1728 te Asse) is gedoopt Joannes onwettige zoon van Joanna De Smedt die tijdens de bevalling in tegenwoordigheid van de vroedvrouw Maria Anna Kijmolen en de getuigen Franciscus Van Den Houte en Gerardus De Valck verklaarde dat Joannes Plas de vader was.
13 juli 1728: de reactie van Jan Plas.
Volgens hopboer Jan Plas sliepen de drie pluksters samen met zijn dochters en meiden samen in één kamer. Daar zijn dochters kloegen over luizen bij de pluksters verzocht zijn vrouw de drie pluksters in de schuur te gaan slapen. Op een nacht, hij kwam juist uit zijn ast waar hij met de knechten het vuur onderhield om de hop te drogen, hoorde hij lawaai in de schuur. Hij opende de poort en vroeg wie daar was. De drie vrouwen maakten zich bekend en hij ging naar zijn huis. Vijf of zes weken geleden kwam zijn broer Hendrik hem melden dat Joanna De Smedt hem van verkrachting beschuldigde. Zo’n valse aanklacht kon hij niet aanvaarden en daarom trok hij met zijn vrouw, zijn broer en vrienden naar het huis van Joanna. Zij heeft toen openlijk gezegd dat zij geen betrekkingen hebben gehad. Meer nog, in aanwezigheid van Francis Van den Houte en Cornelis De Boeck, ondertekende Joanna een verklaring waarin ze ontkende dat hij de vader van haar kind was. Over die eerdere veroordeling zei hij dat hij toen weduwnaar was en abusief werd veroordeeld. Hij wou toen niet in beroep gaan tegen het vonnis omdat het meisje arm was en geen schadevergoeding kon betalen.
25 augustus 1728: op zoek naar meer bewijzen.
Jan Plas daagde de hoofddrossaard uit om echte bewijzen voor te leggen. Die vroeg op 26 oktoberde getuigen opnieuw te verhoren en om nog meer mensen te ondervragen. De schepenen Martinus Linthout, Peter Verleysen en Hendrik De Voghel gingen in op de vraag van Jan Plas en riepen op 6 december de getuigen op voor een nieuw verhoor. Peter De Bailliu, Joannes Van den Bossche, Peter Van Humbeek en Gillis Van Ginderachter deden de ondervragingen.
– Mariana Keijmolen bleef bij haar eerste getuigenis.
– Francis Van den Houte hield vol dat hij Joanna onder eed en tijdens haar barensweeën hoorde zeggen dat Jan Plas de vader van haar kind was.
– Gerard De Valck zei hetzelfde.
– Joanna kwam met nieuwe feiten. Jan Plas had in oktober haar verscheide reijsen noch vleselijck bekent in de schuere.
– Anna De Cort vertelde dat Joanna haar eens zei dat ze niet wist wie de vader was, maar later zei ze dat het een man was die geleek op de man van haar moeder. Op 4 juni duidde ze een zekere Joseph uit Bijgaarden aan als de vader. Maar na enig aandringen van Anna gaf ze toe dat het Jan Plas was.
– Petronella De Smedt, de vrouw van Jan De pauw, bevestigde de verklaringen van Anna De Cort.
– Joanna Van vaerenbergh, de vrouw van Merten Van den Broeck van Asse-ter-Heide, wist niet dat Jan Plas Joanna verbood om hem als de vader van het kind aan te duiden en dat hij haar nek zou breken als ze het toch deed. Zij had niet gehoord dat Joanna om hulp riep die nacht in de schuur. Maar ze wis zeker dat Joanna tijdens het baren zei dat een zekere Joseph tijdens de hoppluk met haer besigh hadde geweest, hadde geslapen ende vleesselijcke geconverseert. Later zou ze aan die Joseph hebben voorgesteld om naar de pastoor te gaan en te trouwen.
– Petronella De Valck uit Mazenzele, 32 jaar, wist dat Jan Plas in de schuur is gekomen, maar dat sij niet en is gewaer geworden dat hij bij Joanna was gaan liggen of dat zij om hulp riep.
– Jan De Pauw bleef bij zijn eerste getuigenis. Hij voegde er wel aan toe dat hij Jan Plas en zijn twee knechten in het huis van Joanna hoorde zeggen dat zij het huis van vier kanten in brand zouden steken.
– Marie De Blanc kwam pas op 14 december aan de beurt. Nu wist ze plots dat niet Jan Plas maar een man uit Lebbeke twee of drie nachten bij Joanna was gaan liggen.
– Francis Van den Houte en Cornelis De Boeck bevestigden dat Joanna een verklaring ondertekende waarin ze Jan Plas niets ten laste legde.
– Joanna Marie Van Ingelghem, de vrouw van Francis Van den Houte, waarschuwde Joanna op 19 april 1728 niets te ondertekenen als ze met Jan Plas iets had gehad. Joanna antwoordde haar dat hij noijt aen mij is geweest en heeft noijt met mij vuijtstaens ofte te doen gehadt en dan ondertekende ze de brief.
– Catharina De Bruijn, de vrouw van Govaert Van Brempt van Doment[8], ging in april 1728 naar Asse en onderweg stapte ze bij de moeder van Joanna binnen om voor haar een halve zak zout mee te brengen als ze met haar kerre naar Brussel reed. Aan Joanna Vroeg ze wie de vader van haar kind was en zij antwoordde dat het Joseph uit Bijgaarden was. Op 7 mei was ze weer in het huis van Joanna’s moeder om een ton azijn te bestellen. Ze sprak Joanna nog eens aan over het vaderschap en Joanna hield vol dat Joseph de vader was en dat Jan Plas haar nooit getoucheert had. Joseph was vorige zondag nog bij haar gekomen toen ze naar Asse naar de mis ging. Hij wou haar toen beschunken. Catharina sprak ook nog met Joanna’s moeder omdat die vertelde dat Jan Plas, een eerlijk man volgens Catharina, haar dochter wel had verkracht en dat terwijl Joanna die Joseph als de dader aanwees. De moeder antwoordde dat Jan Verhertbruggen, de armenmeester van Asse, haar had verwittigd dat ze niets meer van de armendis zou krijgen als ze bleef volhouden dat Jan de vader was.
– Marie De Blanc kwam nog eens met een gewijzigde verklaring. Nu beweerde ze dat Joanna in de schuur tussen haar en Petronella De Valck sliep en dat de boer nooit in de schuur was geweest.
– Jan Temmerman, de smid uit Asse-ter-Heide, zag Joanna eens haar woning verlaten met een zekere Joseph. Hij vroeg haar moeder of zij met die Joseph zou trouwen en kreeg als antwoord dat ze met die deugniet niet kon trouwen want zij konden het kind niet onderhouden. Later stelde hij dezelfde vraag aan Joanna en die zei wat soude ick met dien deugniet doen, ick sal wel eenen rijke persoon vinden om als vader te declareren.
– Digna De Bailliu, de vrouw van Jan Verhaselt herinnerde zich nog dat in juni Peternelle, de zus van Joanna, haar kwam vragen om direct mee te gaan naar het huis van haar moeder om Joanna bij te staan tijdens haar bevalling. Haar man was er tegen, maar uit christelijke liefde voor haar evennaaste was ze toch meegegaan. Daar er geen vroedvrouw was, hielp ze Joanna tot Joanna Van den Houte, de vrouw van Cornelis De Boeck binnen kwam. Zij eiste van Joanna dat ze zou zeggen wie de echte vader was, anders zou ze haar niet hepen. Joanna zei, en iedereen kon het horen, dat Joseph van Bijgaarden de vader was en dat Plas haar nooit had aangeraakt. Digna verliet dan het huis en vernam achteraf dat Joanna een soontien had dat in de kerk van Asse werd gedoopt.
– Joanna Van den Houte herhaalde de vorige getuigenis.
– Anna De Cort, de vrouw van Engel De Coster, woonde met haar gezin in een deel van de hofstede van Joanna’s moeder. Zij was ook bij de geboorte en hoorde dat Joanna Joseph de vader noemde.
– Aan Engel De Coster vertelde Joanna dat ze met Joseph naar Asse was gegaan om te trouwen, maar uiteindelijk bij de pastoor niet wou binnen gaan omdat die soude gaen kijven.
20 juni 1729 nieuwe ondervragingen.
Hendrik De Voghel, Peter Verleysen met griffier P. Robijns ondervroegen nog eens Francis Van den Houte, Cornelis De Boeck, Joanna Maria Van Ingelghem, Maria De Blanc, Catharina De Bruijn en Jan Temmermans. Een dag later kwamen Digna De Bailliu, Anna De Cort en Engel De Coster aan de beurt, maar er kwamen geen nieuwe feiten aan het licht.
Aldus gedaen ende wettelijck verhoord desen 21ste juni 1729 present Joannes Van Den Bossche, Henricus De Voghel ende Peeter Verlijsen schepenen.
28 september 1730: het verzoek van Jan Verhertbruggen.
Jan verhertbruggen, een pachter van Asse, verzocht Carel Rogiers en Peter Ledegen om het kind van Joanna aan Jan Plas toe te wijzen. Zij weigerden tenzij de hoofddrossaard hen daartoe het bevel zou geven.
17 maart 1731: het oordeel van de hoofdrossaard.
De hoofdrossaard was van mening dat er bij delicten nooit duidelijker informatie was ingewonnen dan in dit proces. Het bewijs leverde de vroedvrouw die onder eed vernam dat het kind van Jan Plas was. Dat was in aanwezigheid van Francis Van den Houte en Gerard De Valck. Zij hebben dat bevestigd. Die getuigenissen werden versterkt door de bedreigingen van Jan Plas. Petronella De Valck en Maria De Blanc getuigden dat Jan Plas een half uur bij Joanna was gaan liggen. Jan Plas zelf zei dat hij in de schuur was geweest.
Petronella De Valck en Marie De Blanc ontkenden later dat Jan Plas bij Joanna was gaan liggen ook al ze hadden in hun eerste getuigenis onder eed afgelegd het tegenovergestelde beweerd. Maar ze zaaiden twijfel: waren hun verklaringen geloofwaardig? Ook de eed van Joanna is geene genosghsaeme preuve gezien de tegenstrijdige verklaringen die ze herhaalde malen aflegde. Ook al was het delict een criminele zaak onderworpen aan zware straffen, de hoofdsrossard zag zich verplicht Jan Plas te dechargeren van alle calumnie. Jan Plas, boer op het Hof te Blakmeers ging dus vrijuit.
Waar was de vader van Joanna?
De moeder van Joanna werd herhaaldelijk een weduwe genoemd. Toch was het niet zeker dat haar man dood was. Peter De Smedt, zoon van Cornelis, was afkomstig van Teralfene en woonde in Asse –ter-Heide. Op 3 september 1706 werd hij veroordeeld wegens diefstal. Hij had drie koeien gestolen, een van Peter Cortvrindt uit Denderleeuw, een van Jasper en een van Cornelis, een Fransman uit Ninove. Hij had ze op de markt te Brussel verkocht, maar werd toch gesnapt en zwaar gestraft door de leenmannen van de burcht en kasteel van Liedekerke en substituut Paschier De Brauwer: geseling met scherpe roeden tot bloedens, brandmerking en verbanning uit Vlaanderen voor 15 jaar.
Een milieudelict.
In de zomer van 1733 loosde Jan Plas het vuile water van 6 vlasputten in de Arckeijebeke (Okaaibeek?) met als gevolg dat enkele dieren van de abdij, die van het water van de beek hadden gedronken, ziek werden en een ervan stierf. Ook alle vissen van de beek tot aan de Dender waren dood. Op verzoek van drossaard Joannes Emmanuel Loovens onderzocht Jacobus Van der Elst de zaak. Voor de abdij, als benadeelde partij, stelden schepen Jacobus Meert en meier Martinus Linthout ook een onderzoek in. Het gevolg was dat de drossaard bij de schepenbank een klacht neerlegde tegen Jan Plas. De schepenen Peter Van de Putte, Carel Rogiers oordeelden dat zo’n daad niet gepermitteerd was en noch en mach getolereerd worden ter oorsaecke het voorschreven rioolwater veroorsaeckt sieckten aen het vee ende teenemael vernietight ende ruineert de visscherije. Zij verzochten de hoofdofficieren om Jan Plas een boete op te leggen.
Een lening niet terugbetaald.
De erfgenamen van jonker Olivier Franciscus Limnander eisten van Jan Plas 231 g 14 st 1 o. Was dat voor achterstallige pacht of ging het om de afkorting van een lening, dat is niet duidelijk. Jan werd op 19 april 1735 door officier Gommaert Verloes voor de schepenen gedaagd door hun advocaat Egidius Crick. Advocaat Van Mulders verdedigde Plas met het argument dat het bedrag te hoog was daar zijn cliënt eerder al bedragen had overgemaakt. Crick eiste dat de tegenpartij de bewijzen van eerdere betalingen zou voorleggen. Op 4 mei 1735 toonde Van Mulders bewijzen van vroegere betalingen:
– Hij heeft kwitanties voor 147 g 10 st. tot 16 november 1729.
– Een kwitantie voor vertier van 23 g van posthouder Jacobus Stombaije van Asse en van Jacobus Roselet van Hekelgem.
– Een getuigenis van Jan Baptist Stoels dat hij 6 p betaalde.
– Een bewijs dat hij in Het Bourgondisch Kruis 30 g betaald.
Het antwoord van Crick volgde op17 mei. Hij vond de kwitanties niet aannemelijk. De advocaten bleven elkaar verwijten toesturen tot de schepenen, na advies, ingewonnen bij de rechtsgeleerden van de Souverynen Raede van Brabant, eisten dat beide partijen op 23 augustus 1735 zouden verschijnen ten huize van advocaat Goijvaerts te Brussel. Op 29 november 1735 volgde een uitspraak ten nadele van Jan Plas. Hij moet het geëiste bedrag betalen. Hendrik De Voghel, Gillis Meert en Peter Verleysen ondertekenden de uitspraak.
Een lening aan Jan Van den Houte.
Jan Van den Houte en zijn vrouw Barbara De Nil uit Meldert gingen op 9 september 1733 bij Jan Plas een lening van 50 g met een intrest van 5% aan bij Jan Plas. Zij moesten binnen de drie jaar de lening terugbetalen.
Na de dood van Jan ging zijn weduwe Elisabeth Goossens een tweede huwelijk aan met Egidius, broer van Jan. Hij overleed op 15 november 1772. Dit huwelijk bleef kinderloos.
IIIa. – FRANCISCUS BENEDICTUS PLAS.
Franciscus Benedictus, zoon van Jan en Margaretha, werd gedoopt op donderdag 21 maart 1715 in Hekelgem. Franciscus overleed op vrijdag 27 juli 1798 in Hekelgem, 83 jaar oud. Hij trouwde, 49 jaar oud, op zondag 7 oktober 1764 in Hekelgem met Joanna Verherstraeten, 32 jaar oud. Zij werd gedoopt op donderdag 13 december 1731 in Asse. Joanna overleed op vrijdag 2 november 1810 in Hekelgem, 78 jaar oud.
Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Barbara, gedoopt op 19 augustus 1765, aldaar overleden op 3 april 1854. Zij huwde te Hekelgem op 7 januari 1795 met Jacobus De Coster, gedoopt te Hekelgem op 30 oktober 1767 en aldaar overleden op 8 maart 1837.
Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt/ geboren:
1. Gerardus, gedoopt op 28 januari 1800, overleden te Mons (Bergen) op 14 april 1820:
Décédé suite à une “fièvre gastrique” à l’Hopital Civil de Mons. Il servait dans l’infanterie comme fusillier.
2. Maria Catharina, geboren op 1 oktober 1802, zij huwde te Hekelgem op 11 november 1829 met Petrus De Ridder, geboren te Ternat op 7 december 1799, overleden te Hekelgem op 21 augustus 1866, zoon van Adrianus en Elisabeth Faes.
2. Gerardus, gedoopt op 17 juli 1768, aldaar overleden op 9 januari 1839.
3. Henricus, gedoopt op 24 november 1770, aldaar overleden op 17 april 1814.
4. Thomas, gedoopt op 26 november 1773, aldaar overleden op 29 juni 1811.
IIIb. – ELISABETH.
Elisabeth, dochter van Jan en Margaretha Moerenhout, werd gedoopt te Hekelgem op 27 september 1717 en overleed te Essene op 16 mei 1794. Zij trouwde te Hekelgem op 7 augustus 1743 met Joannes Baptist Van de Putte, gedoopt te Essene op 9 augustus 1711, aldaar overleden p 22 augustus 1764, zoon van François en Joanna Van den Broeck.
IIIc – JUDOCUS.
Judocus Plas, zoon van Jan en zijn derde vrouw Elisabeth Goossens, gedoopt te Hekelgem op 19 november 1727 overleed Essene op 5 september 1815. Hij trouwde te Essene op 20 mei 1755 met Barbara Van de Putte. Zij werd te Essene gedoopt op 8 december 1729 en overleed er in 1801. Barbara was een dochter van Peter en Maria Pepersack en weduwe van Jacobus De Bus met wie ze een kind had, Phillipus Jacobus De Bus. De hoofdrossard en de schepenen van Asse, als voogden van het kind, hadden hun toestemming gegeven mits de opmaak van een huwelijkscontract. Als Barbara als eerste van het nieuwe huwelijk zou sterven dan moest Judocus het kind opvoeden in de Roomsche catholijcke religie en het onderhouden van cost, drank, cleederen ende lijnwaert naer staet soo in saecke als gesontheijt behoorelijck doen leeren lesen ende schrijven. Op zijn 25 jaar zou hij 250 g ontvangen. Sterft Philippus eerder dan behied Judocus de goederen van de goederen van Jacobus De Bus.
Uit het huwelijk werden 9 kinderen geboren en te Essene gedoopt:
1. Egidius, gedoopt op 28 februari 1756 en overleden te Essene op 19 december 1756.
2. Joanna Maria Berlindis, gedoopt op 1 oktober 1757 en te Opwijk overleden op 18 mei 1820. Zij trouwde te Essene op 26 november 1793 met Hiëronymus Van Malder, gedoopt te Baardegem op 21 juli 1758, † te Opwijk op 17 maart 1839.
3. Maria Elisabeth, gedoopt op 13 oktober 1759 en overleden te Essene op 6 december 1839. Zij huwde te Essene op 22 juni 1791 met Joannes Baptist De Smedt, gedoopt te Essene op 7 januari 1760 en aldaar overleden op 12 mei 1835.
4. Maria Catharina, gedoopt op 22 juli 1761 en overleden te Essene op 18 november 1763.
5.Isabella, gedoopt op 22 april 1763 en overleden te Essene op 21 december 1806.
6. Cecilia, gedoopt op 30 oktober 1764 en overleden te Essene op 27 december 1767.
7. Joanna Catharina, gedoopt op 4 december 1766 en overleden te Lebbeke op 21 februari 1837. Zij huwde een 1ste maal met Joannes Ludovicus De Backer, gedoopt te Lebbeke op 11 juni 1757 en overleden te Lebbeke op 5 augustis 1810, zoon van Phillipus Jacobus en Judoca Van Daelem. Zij trouwde een 2de maal te Lebbeke op 26 augustus 1811 met Petrus Dauwe, gedoopt Lebbeke op 3 november 1750 en aldaar overleden op 23 juni 1826.
8.Maria Theresia, gedoopt op 9 april 1768 en overleden te Essene op 25 november 1824. Zij huwde met Egidius De Pauw, gedoopt te Essene op 5 juli 1757 en aldaar overleden op 18 maart 1808.
9. Joanna Maria, gedoopt op 20 maart 1770 en er overleden op 19 maart 1808, zij huwde te
huwde te Essene op 14 november 1804 met Franciscus De Mesmaecker, gedoopt te Essene op 22 mei 1762 en er overleden op 28 januari 1828
IIId. – GERARDUS.
Gerardus, gedoopt te Hekelgem op 3 november 1734, overleed aldaar op 21 juli 1794. Hij trouwde te Hekelgem op 31 juli 1769 met Joanna Maria Rollier, gedoopt te Pamel op 12 juni 1747, overleden te Hekelgem op 23 januari 1803, dochter van Nicolaas en Joanna Francisca Van der Elst. Gerard nam na de dood van zijn moeder Elisabeth op 15 november 1772 de hoeve over.
Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Elisabeth, volgt IVa.
2. Egidius, volgt IVb.
3. Judocus Benedictus, gedoopt op 8 maart 1775, aldaar overleden op 10 januari 1804.
10. Carolus Franciscus, gedoopt op 20 juni 1790, aldaar overleden op 23 mei 1792.
Gerard en zijn vrouw Joanna Maria boerden goed en konden meerdere leningen toestaan:
– Op 17 februari 1791 leenden ze 800 g aan 3,5% aan Michiel Wambacq, zoon van Peter en zijn vrouw Catharina Willems uit Essene. Als borg gaven Michiel en Catharina 3 d 58 r land gelegen op Het Horeken, palende aan Ludovicus Rogiers, de heer Serclaes, Peter De Weese en Peter Van Vaerenbergh. Het perceel was belast met een grondcijns aan de abdij van 5 o. J. De Smedt was de notaris.
– Twee jaar later stonden ze een lening van 275 g toe aan Peter Monsieur en Franchoise Boom met een rente van 12 g 7 st 2 o per jaar. Werd de rente binnen de 6 weken na de vervaldag betaald, dan kregen ze een korting van 1 g. Als pand stelden ze een behuisde hofstede, groot 47 r, nabij het curenhuis van Hekelgem. Het perceel was ook belast met een grondcijns aan de abdij. Notaris Egidius De Coster stelde de akte op.
Gerard overleed in 1794 maar zijn weduwe tekende op 6 oktober 1795 een nieuwe pachtovereenkomst voor 6 jaar. Ze betaalde 700 g voor 38 b 1 d 55 r. Er was nog een achterstallige pacht van 350 g.
– Op 8 oktober 1795 leenden ze 700 g aan de abdij, die door de Franse bezetters zwaar was belast, met een rente van 28 g. Notaris Van der Schueren stelde de akte op[9].
Op 4 april 1798 bekende Michiel Meert aan notaris Van Itterbeke dat hij 300 g schuldig was aan Joanna Maria Rollier voor de levering van kareelstenen. Ze beloofde binnen de drie jaar haar schuld te betalen plus een intrest van 3%.
Verkoop van de hoeve.
Vanaf 6 oktober 1795 was de burgerlijke grondwet van de Franse overheid in onze gewesten van toepassing. Als gevolg van deze wetgeving werden alle kerkelijke goederen in onze contreien geconfisqueerd. In Frankrijk was dat al met de wet van 2 november 1789 gebeurd. De Franse republikeinen wilden immers de katholieke godsdienst uitroeien en met hun wet van 15 fructidor an IV (1 september 1796) werden de abdijen en kloosters in de 9 departementen van wat nu België is, opgeheven De geconfisqueerde goederen werden als nationaal goed in een “Caisse” ondergebracht in afwachting van hun verkoop. Zij dienden als onderpand voor de uitgifte van papiergeld, de assignaten. De verkoop van het pachthof gebeurde op 26 juni 1798.
Vooraf had de Franse overheid een beschrijving van de Blakmeershoeve laten opmaken: een hoeve genaamd “Ten Blauwkerse” (Blackmeersch) bestaande uit een woonhuis, schuur, paardenstallen, stallen, gebouwd in baksteen en bedekt met stro, met achtendertig bunder (47 ha 78 a 50 ca) land en weiden, verpacht aan de weduwe Gerard Plas met een pachtcontract eindigend jaar 11 voor een jaarlijkse pachtsom van 580 gulden, lasten niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- 33 ha 95 a 25 ca landbouwgrond in een stuk gelegen op het veld genaamd “Boschcauter”.
2- 5 ha 3 a weide gelegen op de plaats genoemd “Feesttruyn”.
3- 4 ha 40 a 12 ca gelegen op de plaats genaamd “Tijke”, vermoedelijk “Het Heiken”.
4- 1 ha 25 a 75 ca weide gelegen te Essene op de “Steenbrugge”.
Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse stelden het PV van de schatting op 25 mei 1798 op. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 920, en de verkoopprijs op £ 38 000, de 25 hoogstammige bomen werden geschat op £ 60, samen £ 38 060. Alles was voor 9 jaar verpacht aan de weduwe Gerard Plas met een pachtcontract van 25 december 1794 en eindigend op 25 december 1803 voor een jaarlijkse pachtsom van 580 gulden. De weduwe Plas liet noteren dat de schuur op het erf haar eigendom was.
De verkoop had plaats te Brussel op 26 juni 1798 om 10 uur volgens affiche nr. 94, artikel 4. Het bieden ving aan met een openingsbod van 19 500 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars werden de goederen toegewezen voor het eindbod van 540 000 pond aan burger Josse Adrien De Wolf wonende te Aalst. Joanna Maria werd meermaals aangemaand om het bedrijf te kopen, maar zij weigerde. Was dat onder invloed van Adriaan Rollier, pastoor van Teralfene? De aartsbisschop Johannes von Franckenberg, tevens abt van Affligem, had de gelovigen verboden om kerkelijk goed (zwart goed) te kopen. Alleen de familie Van de Putte van de Bellemolen te Essene kocht de molen die ze pachtte. Egidius (Gillis), de oudste zoon had er nochtans op aangedrongen om de hoeve toch te kopen. Hij kon nadien de gedwongen afstand van het hof moeilijk verkroppen. Met haar 60 ha was de Blakmeershoeve het belangrijkste landbouwbedrijf in Hekelgem. Nu is de semi-gesloten hoeve omgebouwd tot een riant woonhuis, met 24 are bestrijkende bebouwde vertrekken. Voor de restauratie van het schuurdak waren 24 000 dakpannen nodig.
Een nieuw pachtcontract.
Voor borgeresse Joanna Maria Rollier, zat er niets anders op dan met de nieuwe eigenaar een nieuw pachtcontract af te sluiten voor het Hof de Blauwkerre (!). Dat gebeurde op 19 juni 1799 bij notaris Philippe Van Itterbeke en voor een termijn van 6 jaar en bevatte de volgende artikels:
– Het Hof de Blauwkerre met land, weide en bos, groot 34 b werd verpacht voor 1 469 fr. 38 ct. (Frans geld) vanaf 25 december 1798. De pachter betaalt de pacht in de woning van de eigenaar in goud of zilveren speciën.
– Alle belastingen zijn ten laste van de huurder.
– De pachter moet het land en de weiden behoorlijk bemesten en cultiveren.
– In geval van schade door hagel of overstroming zal de huurder de verhuurder binnen de 24 u. op de hoogte stellen van de schade om kwijtschelding of korting van pacht te bekomen. Een expert zal de schade vaststellen.
– De huurder moet jaarlijks in Charleroi of elders een vracht houille halen met een wagen bespannen met vier paarden en die naar de woning van de verhuurder brengen. Alle kosten van vertier en bareelrechten zijn ten laste van de huurder. De verhuurder zal de wagen aanduiden die de huurder daarvoor moet gebruiken.
– De huurder moet jaarlijks 300 mutsaards, samengesteld uit allerlei soorten hout zoals els, eik, zeselaeren maar geen wilg. leveren ten huize van de verhuurder.
– De huurder moet jaarlijks op verzoek van de huurder op de kanten van velden en weiden poten planten van witze, populieren of abbeelen, 25 voet van elkaar. De middelste poot is voor de pachter en zal dienen als tronkboom. De pachter zal de poten ophalen die de verhuurder zal aanduiden.
– De huurder heeft geen recht op de peplante poten.
– De huurder moet op zijn kosten de aanpalende straten en wegen onderhouden en de beken ruiumen.
– Overlijdt de pachter voor het einde van de pachttermijn, dan hebben de erfgenamen de keuze. Ze kunnen het pachtcontract overnemen of opzeggen. De opzeg moet gebeuren een jaar voor de volgende vervaldag.
– Als de erfgenamen na de pachttijd de hoeve willen verlaten, moeten ze een jaar vooraf hun opzeg meedelen.
– De huurder moet op zijn kosten het huis, de schuur en de stallen onderhouden
IVa – Elisabeth.
Elisabeth, de oudste dochter van Gerard en Joanna Maria, werd op 23 februari 1771 te Hekelgem gedoopt. Zij huwde te Hekelgem op 15 april 1812 met Josse Van der Heyden, gedoopt te Wemmel op 29 december 1781. In 1810 nam de ongetrouwde Elisabeth de Blakmeershoeve over na afrekening met haar broer Cornelis en haar zussen Carolina en Barbara. Met Isabella Josepha Van wambeke, de weduwe van Adriaan De Wolf, sloot Elisabeth een nieuwe pachtovereenkomst voor 6 jaar voor een bedrag van 1300 gulden. De hoeve omvatte toen 45 ha 53 a 36 ca aan land, weiden en bossen. Na haar huwelijk met Josse Van der Heyden in 1812 zetten ze samen uitbating voort tot 1836. Josse stierf op 20 juli in dat jaar en daar ze geen kinderen hadden zag Elisabeth zich genoodzaakt de pacht op te zeggen. De eigenares liet de waarde van de gebouwen schatten en er werd een minderwaarde sinds 1810 van 209 gulden 14 stuivers vastgeteld, bedrag dat Elisabeth moest betalen. Haar dieren, 7 paarden en 20 koeien, en landbouwalaam werd openbaar verkocht op 14 en 15 maart 1837 en bracht 11 264,31 Belgische fr. op. De volgende pachter, Hendrik Ermens uit Steenhuffel betaalde voor de prijzij 4 172,32 fr. en voor de houtwas2 729,32 fr. Daarmee eindigde de geschiedenis van de familie Plas op de Blakmeershoeve.
IVb – Egidius.
Egidius, zoon van Gerard en Joanna Maria, werd gedoopt op 22 februari 1773 en overleed aldaar op 26 september 1855. Hij huwde te Hekelgem op 31 december 1806 met Elisabeth Meert, gedoopt te Hekelgem op 13 ktober 1776, aldaar overleden op 1 juli 1846, dochter van Joannes Baptist en Petronille Van de Velde.
Kindren uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:
1. Joannes Baptist, geboren op 10 mei 1807, overleden te Teralfene op 17 januari 1892. Hij huwde te Hekelgem op 28 november 1838 met Joanna Bernardina Van Nieuwenhove, geboren te Teralfene op 20 september 1797 en aldaar overleden op 4 april 1886, dochter van Joannes Baptista en Joanna Van Cutsem.Joannes Baptist was boer en voorzitter van de kerkraad te Teralfene.
2. Cornelius, geboren op 27 februari 1809, aldaar overleden op 12 januari 1889.
3. Petrus Jacobus, geboren op 8 juli 1810, aldaar overleden op 12 april 1892.
4. Joannes Baptist, geboren op 11 mei 1812, aldaar overleden op 4 september 1812.
5. Petrus Franciscus, geboren op 2 oktober 1813, overleden in 1893. Hij huwde te Teralfene op 4 mei 1859 met Martina Guldemont, geboren te Teralfene op 5 september 1835, aldaar overleden op 19 december 1890.
6. Letitia Paula, geboren op 6 maart 1817.
Bij de dood van zijn moeder rezen er moeilijkheden onder de kinderen. In 1806 volgde een eerste verkaveling, gevolgd door een volledige verdeling van de onroerende nalatenschap in 1809 met een akte van 8 november. De onroerende nalatenschap bestaande uit de 24 koeien en 8 paarden, landbouwalaam, huisraad, waarden van de vruchten bedroeg op 3 maart 1812 zo’n 12 763 g 10 st 4 deniers[10]. Egidius was toen hij in 1806 trouwde al uit de gemeenschap getreden.
Egidius en zijn zus Carolina, de vrouw van Hubertus Schoon, moederlijcke oom en moey, van Carolina Amelia Boonen, stelden op 6 december 1854 notaris Josephus Angelus Crick aan om de erfenis van Carolina op te sporen. Zij was op 8 oktober 1854 overleden in de Vlierstraat te Brussel. Samen met de notaris werden ook Cornelis Josephus Plas, rentenier te Hekelgem, de echtgenoten Schoon-Plas en Joannes Egidius Van Lierde, rentenier te Hekelgem, aangesteld. Carolina Amelia was de dochter van Gerard Boonen en Barbara Plas, de zus van Egidius en Carolina. De inventaris van haar goederen werd door notaris Elias opgesteld op 8 november 1854. Voor de erfgenamen bleef de vraag of zij de successie zouden aanvaarden of afwijzen. In het laatste geval zou alles verkocht worden.
IVc – JUDOCA CAROLINA.
Judoca werd te Hekelgem gedoopt op 15 januari 1780, overleed aldaar op 5 april 1856. Zij trouwde een 1ste maal te Hekelgem op 29 januari 1807 met Petrus Jacobus Van Lierde, geboren te Hekelgem op 30 juni 1766, aldaar overleden op 8 februari 1821, zoon van Josephus Cornelis en Joanna Catharina De Kegel. Zij huwde een 2de maal te Hekelgem op 29 mei 1822 met Jan Hubert Schoon, gedoopt te Hekelgem op 3 november 1789, aldaar overleden op 13 februari 1863, zoon van Benedictus Emmanuel en (Jo)Anna Francisca Van Lierde.
Op 24 januari 1807 sloten Judoca Carolina en Petrus Jacobus een huwelijkscontract af bij notaris jean Hubert Bouwmans te Asse. Het contract bepaalde dat ze al hun bezittingen, behalve de onroerende, in de gemeenschap brachten. De langstlevende zal, als er geen kinderen zijn, tot zijn dood het vruchtgebruik genieten en al hun bezittingen erven. In het geval er kinderen zijn, zal de langstlevende zich schikken naar de bestaande wetgeving inzake successie.
Kinderen uit het eerste huwelijk te Hekelgem geboren:
1.Jean François, geboren op 7 november 1808
2.Jean Egide, geboren op 10 maart 1811
3.Jeanne Benedicte, geboren op 24 novermber 1813 en overleden te Hekelgem op 20 september 1876.
Kinderen uit het tweede huwelijk:
1.Amelia, geboren op 7 april 1822
2.Joanna Maria, geboren op 2 maart 1825.
Jean François (Joannes Franciscus) kreeg de studiebeurs Franchoys Lemmens-Broeckx uit Meldert. Vanaf 1826 studeerde hij aan het zeer vermaarde groot seminarie Saint Sulpice in Parijs. Priester gewijd te Amiens in 1835 en vanaf 1836 Oratoriaan. Pastoor oratoriaan op het eiland Nordstrand (Denemarken), erflater van de betwiste goederen te Affligem[11].
Jan Egidius werd molenaar en schepen te Hekelgem, ondervoorzitter van de harmonie van 1821 tot 1866 en erevoorzitter 1866-69[12]. Op de algemene vergadering van de Landbouwcomice van Asse in 1860, werd Joannes Egidius Van Lierde, schepen van Hekelgem, verkozen als lid van het vast bureau[13].
IVd – CORNELIS.
Cornelis werd te Hekelgem gedoopt op 4 december 1784 en overleed Essene op 14 juli 1827. Hij trouwde te Hekelgem op 24 oktober 1810 met Annie Robijns, gedoopt te Hekelgem op 30 augustus 1778 en te Essene overleden op 11 juli 1818, dochter van Martinus en Francisca Resteau.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Marie Philippine, geboren te Hekelgem op 19 december 1810, overleden te Essene op 8 augustus 1886.
2. Petrus Emmanuel, geboren te Essene op 13 mei 1817. Hij huwde een 1ste maal met Paulina Van de Velde, overleden te Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek op 24 oktober 1856. Hij huwde een 2de maal te Essene op 16 januari 1839 met Joanna Maria De Clerck, geboren te Essene op 17 juli 1815, aldaar overleden op 23 april 1839. Hij trouwde een 3de maal te Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek op 18 juni 1857 met ReginaVan der Velden, geboren te Herfelingen op 4 februari 1824.
Petrus werd koopman in likeuren te Sint-Jans-Molenbeek. Op 15 februari 1853 verkocht hij aan Joannes Franciscus Bosteels en Maria Catharina Clauwaert 38 a 11 ca land gelegen op de Buikouter. Het perceel paalde aan de kinderen Roseleth en Jan Baptist Clauwaert en was belast met die eeuwigdurende jaargetijden in de kerk van Hekelgem waarvoor jaarlijks 10,88 fr. moest worden betaald.
IVe – JOANNA CATHARINA.
Joanna Catharina werd gedoopt te Hekelgem op 25 november 1787, overleed aldaar op 7 juni 1825. Zij huwde een 1ste maal te Hekelgem op 23 september 1813 met Jacobus Amandus Verbeecke, gedoopt te Hekelgem op 12 mei 1790, aldaar overleden op 24 juli 1817, zoon van François en Elisabeth Van Havermaet. Zij huwde een 2de maal te Hekelgem op 24 mei 1820 met Joannes Baptist De Smedt, geboren te Hekelgem op 12 maart 1796, zoon van Jan Baptist en Anna Maria Crols.
Kinderen uit het eerste huwelijk te Hekelgem geboren:
1. Seraphina, geboren op 23 november 1814
2. Ghislain, geboren op 19 januari 1817.
Kinderen uit het tweede huwelijk te Hekelgem geboren:
1. Anna Marie, geboren op 23 maart 1823.
2. Joanna Huberta, geboren op11 mei 1823.
IIb. – JUDOCUS, de broer van Joannes, pachter van de Blakmeershoeve.
Judocus, broer van Jan, werd gedoopt te Mazenzele op 3 oktober 1686 en overleed te Hekelgem op 7 februari 1745. Hij was eerst getrouwd te Hekelgem op 27 januari 1723 met Catharina Verleysen, gedoopt te Hekelgem op 16 maart 1699, aldaar overleden op 16 augustus 1775.
2. Joanna Catharina, gedoopt te Hekelgem op 17 december 1725, zij huwde te Hekelgem op 26 november 1748 met Joannes Baptist Van de Perre, gedoopt te Hekelgem op 22 maart 1722, aldaar overleden op 27 april 1779, zoon van Franciscus en Judoca Vonck.
3. Franciscus, gedoopt op 25 november 1728.
4. Franciscus, gedoopt op 8 december 1729, aldaar overleden op 3 april 1773.
Petrus, gedoopt te Hekelgem op 13 februari 1724, aldaar overleden op 8 september 1757, hij huwde te Hekelgem op 24 september 1748 met Anna Maria Vonck, gedoopt te Hekelgem op 3 februari 1719, aldaar op 29 november 1811, dochter van Franciscus en Catharina Van der Biesen
2. Joanna Catharina, gedoopt op 9 januari 1752, aldaar overleden op 15 juni 1754.
3. Petronella, gedoopt op 27 januari 1754, aldaar overleden op 10 maart 1830.
4 Franciscus. gedoopt te Hekelgem op 1 oktober 1756, aldaar overleden op 19 januari 1823, hij huwde te Hekelgem op 13 juni 1804 met Elisabeth Pieters, gedoopt te Meldert op 20 oktober 1763, overleden te Hekelgem op 20 juni 1849.
Op 9 december 1748 kochten Petrus en Anna Maria twee oude dagwanden land gelegen te Hekelghemop Den Cluijscauter van Adriana De Witte, weduwe van Guilliam De Baetselier. De meier van Affligem, Hendrik ’t Sas stelde de akte op. Het perceel paalde aan de steenweg, de kinderen Martinus De Baetselier en Joannes Vonck. Het was belast met een grondcijns aan de abdij. Voor het stuk moesten ze jaarlijks 12 gulden erfrente betalen.
IVa. – JOANNES PLAS,
Joannes werd gedoopt te Hekelgem op 23 juli 1749, aldaar overleden op 5 februari 1830. Hij huwde te Hekelgem op 10 februari 1784 met Susanna De Gols, gedoopt te Hekelgem op 18 mei 1759, aldaar overleden op 6 oktober 1828, dochter van Petrus en Judoca De Wolf.
Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Franciscus, gedoopt op 18 november 1784, aldaar overleden op 10 februari 1840.
2. Joannes, gedoopt op 2 oktober 1786, aldaar overleden op 9 maart 1837.
3. Petrus Benedictus, gedoopt op 25 februari 1789. Hij was een dienstplichtige in 1809 en werd als volgt beschreven: Plas Pierre Benoit, lengte: 1,66 m, landbouwer, geboren te Hekelgem op 25 februari 1789, woonplaats Hekelgem, zoon van Plas Jean en De Gols Suzanne. Hij had een broer die toen als conscrit deel uitmaakte van het 112de régiment d’infanterie de ligne.
4. Joanna Catharina, gedoopt op 27 februari 1792. Zij trouwde te Hekelgem op 25 juli 1827 met Joannes Baptist Wambacq.
5. Joannes Franciscus, gedoopt op 29 januari 1795, overleden te Aalst op 7 juni 1847. Hij huwde met Maria Egidia Sienaert, geboren te Aaalst op 12 januari 1807, aldaar overleden op 31 mei 1850.
6. Egidius, gedoopt op 21 augustus 1799, aldaar overleden op 21 oktober 1849.
Joannes en Susanna hadden een huis aan de Langestraat.
IIIb – HENRICUS.
Henricus, gedoopt te Hekelgem op 25 april 1733, aldaar overleden op 16 februari 1797, hij huwde met Joanna Maria De Kegel, gedoopt te Hekelgem op 30 november 1738, aldaar overleden op 23 november 1804.
2. Joannes, gedoopt op 20 april 1779, hij huwde met Izabella Van Nieuwenborgh.
Op 5 juli 1801 bekwamen Petrus en Joannes alle bezittingen van hun tante Catharina De Kegel voor 425 g of 770,97 Franse fr.
IVa. – PETRUS.
Petrus werd gedoopt te Hekelgem 28 maart 1775, overleed aldaar op 6 november 1847. Hij huwde te Hekelgem op 3 augustus 1808 met Maria Raes, gedoopt te Hekelgem op 9 maart 1787, aldaar overleden op 17 december 1853.
Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:
1. Izabella, geboren op 28 januari 1811, zij huwde te Hekelgem op 28 juni 1845 met Henricus De Vis, geboren te Meldert op 6 september 1808, zoon van JoannesBaptist en Petronilla De Leeuw.
2. Henricus, geboren op 16 juli 1819, hij huwde te Hekelgem op 17 november 1858 met Maria Josepha Plas, geboren op 4 augustus 1835, dochter van Judocus en Maria Anna Pieters.
3. Constantinus, geboren op 26 februari 1821, hij huwde te Hekelgem op 13 september 1854 met Apolonia De Bus, geboren Essene op 9 februari 1823.
IIIc – ANNA MARIA FRANCISCA.
Anna Maria Francisca werd gedoopt te Hekelgem op 15 oktober 1739, aldaar overleden op 22 januari 1803. Zij huwde te Hekelgem op 3 mei 1763 met Judocus Vonck, gedoopt te Hekelgem op 13 februari 1725, aldaar overleden op 10 september 1785, zoon van Joannes en Elisabeth Suys en weduwnaar van Joanna Verleysen
Bij hun huwelijk kregen ze dispensatie voor 4de graadbloedverwantschap.
[1] R. DE SCHRIJVER, Geschiedenis van het Hof ten Blakmeers, in: Jaarboek Belledaal, 2004, 29.
[2] W. VERLEYEN, De abdijhoeven in Affligem, Jaarboek Belledaal, XXX, 67.
[4] R. A. Leuven, schepenbank van Asse, toegang 94, nr. 629.
[5] Anna De Cort trouwde op zaterdag 30 oktober 1717 in Essene met Ingel De Coster.
[6] Hendrik De Voghel was de zoon van Andreas en Maria Van den Meerssche. Hij werd gedoopt op woensdag 17 januari 1685 in Asse en overleed op vrijdag 1 juni 1742 in Asse. Hij trouwde op dinsdag 24 juni 1710 in Meldert met Anna De Clerck, in Meldert gedoopt in 1688 en overleden op woensdag 15 oktober 1738 in Asse.
[7] Marie De Blanck, gedoopt op 7 januari 1681 in Opwijk, trouwde op 5 oktober 1709 in Opwijk met Joos Verdoodt. Zij overleed op 15 februari 1732 in Opwijk. Joos Verdoodt, gedoopt op 7 april 1687 in Opwijk overleed op 10 maart 1749 in Opwijk.
[8] Govaert Van Brempt, gedoopt ca 1673 overleed op vrijdag 23 oktober 1744 in Meldert. Hij trouwde op zaterdag 1 december 1696 te Asse met Catharina De Bruyn, gedoopt ca 1674 en overleden op zondag 17 oktober 1756 in Meldert.
[9] R.A. Leuven, archief abdij Affligem, 700, nr. 4676.
De abdij Affligem bezat in Teralfene meerdere hoeven die in 1796 al verdwenen waren:
– het Hof van Alfene verdween in 1455;
– het Nieuwenhove in de 14de eeuw;
– de hoeve Serjacobs, een schenking van Hendrik ’t Serjacobs, vader van abt Jan ’t Serjacobs, in 1390, de oppervlakte bedroeg 5, 5 d;
– het Hof te Ransenier met 76 b in 1550:
– het Hof ter Heyde met ca 18 b afgebroken in 1629.
Meer info hierover in: W. VERLEYEN, De abdijhoeven in de gemeente Affligem, in: Jaarboek Belledaal, 1986, 40 e.v.
De persoons- en plaatsnamen staan in de oorspronkelijke spelling.
De roede in Teralfene = 30,7456 ca.
Christian Arijs, nr. 426.
Beschrijving van de goederen: Een perceel landbouwgrond gelegen op “Daelhem”[1], groot 62 a 80 ca, waarvan er ongeveer 40 roeden beplant met schaarhout van twee jaar, grenzend langs een zijde aan Jean ?, 2de aan Jean Elinx, 3de aan de weg, en 4de aan een voetpad.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 23 juli 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De verkoopprijs werd geschat op 200 frank. Verpacht aan Christian Arijs, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 19,95 frank. De ontvanger der domeinen te Asse verklaarde dat dit goed verpacht werd sinds 1786 voor een jaarlijkse pachtsom van 10 gulden. Christian Arijs liet optekenen dat hij dit perceel pachtte sinds 16 opeenvolgende jaren.
De verkoop had plaats te Brussel op 14 augustus 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 329 artikel 14. Het bieden ving aan met een openingsbod van 220 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 510 frank aan burger Honoré Joseph Helin wonende te Brussel, rue de Namur nr. 929, en Guillaume Graindorge wonende te Asse.
Guillaume Beeckman, nr. 6.
Guillelmus trouwde te Teralfene op 21 november 1747 met Maria Anna Van Nieuwenhove, te Teralfene gedoopt op 27 juli 1722. Guillelmus overleed te Teralfene op 7 november 1796 en Maria Anna op 19 juli 1766. Zij hadden 7 kinderen: Petrus (°23 februari 1748), Joannes Baptista (°31 december 1749), Adrianus Josephus (°28 januari 1753), Maria Judoca (°19 juni 1755), Adrianus Guillelmus (°5 mei 1758), Joanna Maria (°31 oktober 1760) en Michael (°29 december 1762).
Beschrijving van de goederen: twee bunder (2 ha 45 a 96 ca) weide, gedeeltelijk hopveld, gedeeltelijk schaarhout, grenzend langs twee zijden aan de goederen van de erfgenamen Van Nijgen, 3de aan de beek en 4de aan de erfgenamen van François Van Nieuwenhoven.
Verpacht aan Guillaume Beekman en Adrien Rense, met een pachtcontract afgesloten op 10 oktober 1793 en eindigend op 10 oktober 1803 door de weduwe Wouters, ontvanger van de abdij Affligem voor een pachtprijs van 41 gulden per jaar, de lasten niet inbegrepen.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 18 december 1796 door Philippe Van Itterbeke, expert en Mathias Gruber, commissaris. De verkoopprijs werd geschat op 744 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 49 – 12 – 2. Guillaume Beekman weigerde het proces-verbaal te ondertekenen. De landbouwgrond was van middelmatige kwaliteit
De verkoop had plaats te Brussel op 22 januari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 17 artikel 6.
Het bieden ving aan met een bod van 1500 pond. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 1500 pond aan burger Troussel. Deze persoon was de stroman van Jean Baptiste Paulée wonende te Parijs, rue Boudreau, divisie place de Vendôme. Hij beschikte over een volmacht geregistreerd op 10 december 1796 te Brussel.
In de rand vermeld: burger Troussel gevolmachtigde van burger J. B. Paulée betaalde de helft van het 1ste tiende deel van de prijs en tekende in voor 4 obligaties gelijk aan 8 tienden van de prijs.
Egidius (Gillis) Christiaens, zie ook Jean Van der Borght, nr.369.
Egidius werd te Teralfene gedoopt op 14 november 1754 en overleed er op de Vogelenzang (in het huis van een van de kinderen?) op 24 juni 1824. Hij trouwde met Maria Anna Van Bellinghen, te Teralfene gestorven op 14 oktober 1821 in hun huis Ten Daele. Zij hadden 9 kinderen: Joanna Maria (°10 mei 1775), Cornelia (°3 maart 1777), Rosa (°1 februari 1779), Petrus Franciscus (°4 september 1781), Maria Catharina (°22 januari 1784), Petrus Johannes (°5 juni 1785), Petrus Donatus (°4 januari 1788), Judoca (°8 oktober 1789) en Maria Egidia (°7 juli 1791).
Beschrijving van de goederen: twee bunder 50 roeden (2 ha 61 a 34 ca) land en verpacht aan de burgers Jean Van Der Borght & Gillis Christiaens voor een jaarlijkse pachtsom van 88 frank. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1-Eén bunder 50 roeden (1 ha 38 a 36 ca) landbouwgrond gelegen op “Cortenbosch” grenzend langs een zijde aan de weg naar Erembodegem, 2de aan de “Cortenbosch”, 3de aan burger André Van De Velde, en 4de aan burger Jean Van Der Borght.
2- Eén bunder (1 ha 22 a 98 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Ickel” grenzend langs een zijde aan de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan burger Kerkhove, 3de aan burger Van Neijghen?, en 4de aan de weduwe Adrien De Kerkhove.
Er werden twee proces-verbalen van schatting samengevoegdtot een proces-verbaal.
1) PV van de schatting werd opgemaakt op 3 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 20 gulden, en de verkoopprijs op 800 pond. Verpacht aan burger Jean Van Der Borght wonende te Teralfene, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Fulgentius De Schijn, voormalig ontvanger van de abdij Affligem op op 24 mei 1794, in voege vanaf 24 mei 1796 en eindigend op 24 mei 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 gulden, belastingen niet inbegrepen. Dit PV betreft het nummer 1 van de beschrijving van de goederen.
2) PV van de schatting werd opgemaakt op 30 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 20 gulden, en de verkoopprijs op 800 pond. Verpacht aan burger Gillis Christiaens wonende te Teralfene, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem op 16 mei 1793, in voege vanaf 16 mei 1795 en eindigend op 16 mei 1804, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 gulden. Dit PV betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.
De verkoop had plaats te Brussel op 5 september 1800 om 12 uur volgens de affiche nr. 263 artikel 11. Het bieden ving aan met een openingsbod van 704 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 125 frank aan burger Henry Grundt wonende te Brussel, op de hoek van Cantersteen, stroman die kocht met een volmacht van burger Daniël De Smet wonende te Aalst.
Jean Christiaens, nr.178.
Beschrijving van de goederen: vijf bunder (6 ha 14 a 91 ca) weide op “Den Maensbroeck”[2] grenzend oost aan de weg naar de weide genaamd “Koeijmeersch”, zuid aan dezelfde weide, west aan de weide genaamd “Den Borgwant” en aan de goederen van de weduwe François De Schrijver en anderen.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 20 mei 1798 door Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 250, en de verkoopprijs op £ 5 000. Verpacht aan burger Jean Christiaens, zonder pachtcontract, voor een jaarlijkse pachtsom van 120 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 23 juni 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 93 artikel 1. Het bieden ving aan met een openingsbod van 3750 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 298 000 pond aan burger Philippe François Delcambe wonende te Brussel, rue Egalité nr. 1064, stroman die kocht met een volmacht van Charles Jacques Bagien, wonende te Brussel, rue Egalité nr. 1061, aan het park.
Sébastien Christiaens, nr. 469.
Sebastiaan werd te Teralfene gedoopt op 19 oktober 1728 en overleed er op 21 oktober 1804. Hij trouwde met Barbara D’Haeseleer. Zij hadden 6 kinderen: Josephus (°24 augustus 1758), Joanna (°26 mei 1760), Petrus Franciscus (°16 oktober 1762), Angela (°7 januari 171767), Petrus Fanciscus (°15 maart 1770) en Joannes (°1 februari 1774).
Beschrijving van de goederen: één ha 11 a 74 ca land, weide, en schaarhout gelegen op “Den Rosier”. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- 83 a 57 ca landbouwgrond, weide en schaarhout grenzend langs een zijde aan het goed verpacht aan Adrien De Bolle, 2de aan het goed verpacht aan de kinderen Henri De Bolle, 3de aan de “Bollemeerschen”[3] verpacht aan Jean De Reus, 4de aan een perceel toegewezen aan burger De Locker, en heden eigendom van Joseph De Bisschop.
2- 28 a 17 ca landbouwgrond grenzend langs twee zijden aan het goed verpacht aan Adrien De Bolle, 3de aan de “Bellebeek” die daar de scheiding vormt Teralfene en Sint-Katherina-Lombeek en 4de aan Jean Van Vaerenbergh, eigenaar.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 23 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 44 frank en de verkoopprijs op 484 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Sébastien Christiaens, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1608 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 30,83 frank. Het kuisen van de “Bellebeek” die daar de scheiding vormt tussen aan een perceel grensde viel ten laste van de pachter.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 6.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 484 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 940 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.
Adriaan De Bolle, nr. 429.
Adriaan werd te Teralfene gedoopt op 12 mei 1748 en is er overleden op 15 april 1818. Hij trouwde te Teralfene op 10 augustus 1773 met Catharina Willems te Teralfene overleden op 7 juli 1798. Zij woonde al in Teralfene voor ze trouwden. Het paar woonde aan de kerk en had 8 kinderen: Joannes Baptista (°6 februari 1774), Josina (°4 juni 1777), Joannes Franciscus (°30 juli 1779), Donatus (°22 november 1782), Elisabeth (°30 juni 1784), Guillelmus (°30 januari 1787), Doantus (°12 september 1789) en Maria Petronella (°29 juni 1792).
Na de dood van zijn eerste vrouw hertrouwde Adriaan op 16 september 1799 met Petronella De Bisschop, te Teralfene gedoopt op 29 juni 1776 en er overleden op 11 september 1815 in hun huis aan de kerk. Daar had zich de Franse soldaat Rossignol verstopt[4]. Met zijn tweede vrouw had Adriaan nog 6 kinderen: Maria Francisca (°21 december 1800), Dominicus (°24 januari 1803), Jacobus (°5 juni 1805), Maria Theresia (°16 september 1807), Petrus Joannes (°18 april 1810) en Beatrix (°17 november 1812).
Beschrijving van de goederen: éen perceel landbouwgrond gelegen op “Kromack”, groot 70 a 10 ca, grenzend langs een zijde aan de weg naar Aalst, 2de aan een kleine weg naar de kerk, 3de aan Adrien Van Den Abeele, en 4de aan Josse Meulemans.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 23 juli 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De verkoopprijs werd geschat op 220 frank. Verpacht aan Adriaan De Bolle, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 21,76 frank. De ontvanger der domeinen te Asse verklaarde dat dit goed verpacht werd sinds 1793 voor een jaarlijkse pachtsom van 11 gulden. Adriaan De Bolle liet optekenen dat hij dit perceel pachtte sinds 19 opeenvolgende jaren en dat de grond zanderig en van slechte kwaliteit was.
De verkoop had plaats te Brussel op 14 augustus 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 329 artikel 17. Het bieden ving aan met een openingsbod van 242 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 510 frank aan burger Adrien De Bolle wonende te Teralfene, landbouwer en pachter van de grond.
Jean De Bolle, nr. 471.
Joannes werd te Teralfene gedoopt op 31 oktober 1764 en is er overleden op 14 augustus 1821. Hij trouwde te Teralfene op 19 januari 1796 met Catharina Van Vaerenbergh, te Teralfene gedoopt op 14 juli 1756 en er overleden op 24 juni 1827. Zij woonden in d’ Ocye (Okaai) en hadden 3 kinderen: Petrus Joannes (°8 december 1796), Maria Judoca (°12 december 1798) en Petrus Franciscus (°11 november 1802).
Beschrijving van de goederen: een perceel weide en schaarhout gelegen op “Den Rosier”, groot 1 ha 25 a 20 ca, grenzend langs een zijde aan de beek die de scheiding vormt tussen de gemeenten Essene en Teralfene, 2de aan het goed verpacht aan Corneille Stijlemans, 3de aan de percelen verpacht aan Adrien De Bolle en Sébastien Christiaens, en 4de aan het perceel genaamd “Bollemeerschen” verpacht aan Jean De Reus.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 60 frank en de verkoopprijs op 660 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Jean De Bolle, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1693 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 48,97 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403artikel 8.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 660 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 550 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.
De weduwe Michel De Cuyper, nr. 248.
Michael overleed te Teralfene op 25 mei 1786. Hij was te Teralfene getrouwd op 17 mei 1761 met Petronella Cobbaert, te Teralfene gedoopt op 25 februari 1741 en er overleden op 13 februari 1814 in het huis in de Potaardestraat. Zij hadden 8 kinderen: Adrianus Josephus (°4 februari 1762), Anna Maria (°16 december 1763), Petrus Josephus (°30 oktober 1765), Adrianus Franciscus (°9 februari 1769), Isabella Theresia (°7 december 1770), Maria Anna (°18 mei 1775), Joanna Francisca (°11 februari 1779) en Maria Josina (°30 oktober 1782).
Beschrijving van de goederen: vijf bunder één dagwand 92 roeden land en weide gelegen te Hekelgem en Teralfene, verpacht aan de weduwe Michel Cuyper voor een jaarlijkse pachtsom van 183 frank, belastingen niet inbegrepen.
1- Vier bunder twee dagwand (5 ha 65 a 88 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem grenzend langs een zijde aan de weg van Teralfene naar Aalst, 2de aan Joannes Bosteels, 3de aan Michel Drosart (Droeshout?), 4de aan Michel Van Der More?, en 5de aan Cornelis De Schrijver.
2- Drie dagwand 92 roeden (1 ha 20 a 52 ca) weide gelegen te Teralfene, grenzend langs een zijde aan Pierre Jean Bosteels, 2de aan Michel Drousart, 3de aan de rivier genaamd “Dender”, en 4de aan de weduwe Jean Baptiste Smets.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 100 gulden, en de verkoopprijs op £ 4 000, plus de 10 hoogstammige bomen die geschat werden op £ 30, samen £ 4 030. Verpacht aan de weduwe Michel Cuyper, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 10 oktober 1796 en eindigend op 10 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 100 gulden.
De verkoop vond plaatste Brussel op 1 januari 1799 om 10 uur volgens de affiche nr. 142 artikel 19. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1710 frank door André Van Gaver. Nadien werd er geen hoger bod meer uitgebracht en de administratie besliste dat er een decade later een tweede keer een toewijzing plaats moest vinden. Tijdens het branden van de laatste kaars op 11 januari 1799 volgde er dan een tweede toewijzing aan een bod van 1810 frank en werd het goed definitief toegewezen aan burger André Van Gaver wonende te Brussel.
De weduwe van Adrien De Reus, Anna Marie De Bisschop, nr. 460.
Adriaan, overleden te Teralfene op 30 oktober 1801, was te Teralfene getrouwd op 27 december 1787 met Anna Maria De Bisschop. Zij was te Teralfene gedoopt op 23 februari 1755 en er overleden op 5 september 1840 in een huis in de Portugeesstraat. Zij hadden 5 kinderen: Joannes Baptista (°10 februari 1789), Guillelmus (°25 augustus 1790), Maria Anna (°16 februari 1792), Joanna Maria (°26 januari 1794) en Joanna (°9 december 1798).
Beschrijving van de goederen: een perceel van 62 a 60 ca landbouwgrond en weide, grenzend langs een zijde aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Joseph Van Nijghem, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Michel Beekman, 3de aan de “Bellebeek”, scheiding tussen de gemeenten Teralfene en Liedekerke.
HetPV van de schatting werd opgemaakt op 10 augustus 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 39,73 frank en de verkoopprijs op 397,30 frank. Verpacht aan Anne Marie De Bisschop, weduwe van Adrien De Reus, wonende te Teralfene, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1578 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 31,73 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 23 september 1803 om 12 uur volgens de affiche nr. 383 artikel 1. Het bieden ving aan met een openingsbod van 437 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 650 frank aan burger Guillaume Van Der Perren wonende te Teralfene.
Judocus De Reuse, nr. 470.
Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond, weide, schaarhout en hopveld gelegen op “De Bollemeerschen”, groot 2 ha 81 a 70 ca, grenzend langs een zijde aan een perceel toegewezen aan burger De Locker, en heden eigendom van Joseph De Bisschop, 2de naast de weg naar de “Bellemolen”, 3de met de helft van de gracht aan de weiden van de abdij Affligem aangekocht door burger Van De Putte, en 4de aan het goed verpacht aan Jean De Reus.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 120 frank en de verkoopprijs op 1 320 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Jean Van Vaerenbergh & Judocus De Reuse, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1553 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 91 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 7.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 320 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 5 300 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.
Jean De Reuse, nr. 570.
Beschrijving van de goederen: twee ha 51 a 20 ca landbouwgrond, hopveld, weide en schaarhout gelegen op “De Bollemeerschen” grenzend langs een zijde aan de losweg en met de helft van de beek aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, vroeger verpacht aan Jean Van Nieuwenhove en thans aan Pierre Van Neijghem, 2de met de helft van de beek aan de goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan Josse De Reus(e) en Jean De Reuse, 3de met de helft aan de “Occijbeek” die de scheiding vormt van de gemeenten Teralfene en Essene aan de weide van aangekocht door Sieur Van De Putte, en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan de kinderen Henri De Bolle en Sébastien Christiaens. Dit perceel werd doorsneden door een voetpad van Teralfene naar de Bellemolen.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 10 december 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 110 frank en de verkoopprijs op 2 300 frank, de bomen die op het perceel stonden, inbegrepen. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Jean De Reuse wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 367 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 78 frank.
Jean De Reuse liet noteren dat er enkele stukken van dit perceel gebruikt werden door de weduwe Adrien De Bisschop, Jean Christiaens, zoon van Gille, Jacques Tassenoy, Jean Christiaens, zoon van Jean Pierre, Michel Van Vaerenbergh, en Jean De Bolle.
De verkoop had plaats te Brussel op 16 mei 1807 om 12 uur volgens de affiche nr. 572 artikel 9. Het bieden ving aan met een openingsbod van 2 300 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 725 frank aan Joseph De Doncker wonende te Teralfene.
De weduwe van Michel Droeshout, nr. 662.
Beschrijving van de goederen: elf ha 64 a 94 ca landbouwgrond, hopveld, weide en schaarhout gelegen te Hekelgem en Teralfene. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- 53 a 38 ca hopveld gelegen te Hekelgem, gehucht “Ten Bossche”, grenzend langs een zijde aan de weg die de scheiding vormt tussen de gemeenten Erembodegem en Hekelgem, 2de aan de tuin en hopveld van de weduwe Michel Droeshout en het volgende perceel, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Gillis De Wever, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Bosteels.
2- 31 a 40 ca landbouwgrond gelegen te Hekelgem, gehucht “Ten Bossche”, op “Het Lindeken”, grenzend langs een zijde aan de tuin en hopveld van de weduwe Michel Droeshout, 2de met de veldweg aan het volgende perceel, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Henri De Baillieu en Gillis De Wever, en 4de aan het voorgaande perceel.
3- Twee ha 10 a 80 ca landbouwgrond gelegen te Hekelgem, gehucht “Ten Bossche”, op “De Lettecauter”, grenzend langs een zijde aan de goederen van Jean Bosteels, Jean De Rijcke en Jean Van Nuffel, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Michel Droeshout, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Pierre Vonck, en 4de aan de veldweg naast de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Henri De Baillieu en het voorgaande perceel.
4- Drie ha 45 a 40 ca landbouwgrond gelegen te Hekelgem, gehucht “Ten Bossche”, op “De Meerecauter”, grenzend langs een zijde aan aan de goederen van Corneille Cannic, het goed verpacht aan François De Backer, en een gerooid bos van de abdij Affligem, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de weduwe Michel Droeshout, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jacques Lanckman en de kinderen Van Vaerenbergh, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de kinderen Van Vaerenbergh.
5- 94 a 20 ca landbouwgrond gelegen te Hekelgem, gehucht “Ten Bossche”, aan “De Nieuwstraet”, grenzend langs een zijde aan “De Nieuwstraet”, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de kinderen Van Vaerenbergh, 3de & 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Gillis De Wever. Op dit perceel bevonden zich zes beuken.
6- 43 a 96 ca landbouwgrond en schaarhout gelegen te Hekelgem, op “Den Molencauter”, grenzend langs een zijde aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Van Nieuwenhove, 2de aan de goederen verpacht aan de weduwe François Verbeken, 3de & 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François De Smedt.
7- 62 a 80 ca landbouwgrond en weide gelegen te Hekelgem, op “Den Molencauter” dichtbij de windmolen van Boekhout, grenzend langs een zijde aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de kinderen Bosteels, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Van Nieuwenhove, 3de aan de weg van de windmolen van Boekhout naar het gehucht “Ten Bossche”, 4de aan het goed van Jean De Cort verpacht aan Benoit Bombeek, het goed van de weduwe Van Vaerenbergh, François Verhasselt en Guillaume Van Vaerenbergh, en 5de aan het goed van een andere Van Vaerenbergh.
8- Twee ha 19 a 80 ca landbouwgrond en hopveld gelegen te Hekelgem, op de “Drooghuysel” grenzend langs een zijde aan het gerooid bos van de abdij Affligem genaamd “Cortenbosch”, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Bosteels, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de weduwe De Cuyper, en 4de aan de weg van Teralfene naar Aalst. Op dit perceel bevonden zich vier eiken en negen beuken.
9- 94 a 20 ca weide gelegen te Teralfene, op de “Pittantiemeersch”[5] grenzend langs een zijde aan het gerooid bos van de abdij Affligem genaamd “Caviebosch”, 2de aan een perceel weide en schaarhout van Jean Van Der Borght en aan de Dender, 3de aan een weide van de abdij Affligem verpacht aan Jean Bosteels, en 4de aan een weide van de abdij Affligem verpacht aan de weduwe De Cuyper , aan een bos schaarhout van de pastorij van Teralfene, en aan de goederen van Jacques Lanckman. Dit perceel werd doorsneden door een losweg naar de weide van de weduwe De Cuyper.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 februari 1809 door Guillaume De Becker, expert, wonende te Brussel, en Zacharias De Wever, burgemeester te Hekelgem. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 419 frank en de verkoopprijs op 8 438 frank, de hoogstammige bomen geschat 58 frank, inbegrepen. Verpacht aan de weduwe van Michel Droeshout en Jean Droeshout wonende te Hekelgem, voor zes jaar, ingaande op 26 december 1804, tijdens de openbare aanbesteding van 22 maart 1804, door de burgemeester van Asse in naam van de prefect van het departement, voor een jaarlijkse pachtsom van 340 frank, belastingen niet inbegrepen.
De verkoop had plaats te Brussel op 22 juli 1809 om 12 uur volgens de affiche nr. 661 artikel 15. Het bieden ving aan met een openingsbod van 8 438 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 10 200 frank aan Jean François Laurent Tack wonende te Aalst & Pierre Joseph Coppijn wonende te Brussel, rue de l’Hopital.
François Eeman, nr. 74.
Francisus werd te Teralfene gedoopt op 25 mei 1740 en is er overleden op 3 november 1813. Hij trouwde met Elisabeth de Roock, te Teralfene overleden op 29 oktober 1797. Zij hadden 5 kinderen: Andreas (°29 mei 1771), Maria Joanna (°24 augustus 1773), Gerardus (°17 december 1776), Maria Anna (°31 oktober 1782) en Isabella (°27 juli 1787). Na de dood van Elisabeth hertrouwde Frranciscus op 9 januari 1799 te Teralfene met Petronella Arijs. Zij was 40 jaar weduwe en overleed te Teralfene op 22 november 1853 in het huis van haar schoonzoon Joannes Franciscus Van Nieuwenhove. Zij kregen nog 3 kinderen: Josephus (°1 januari 1800), Maria Theresia (°12 maart 1802) en Franciscus (°23 november 1805).
Beschrijving van de goederen: een perceel land, weide en schaarhout gelegen op “Den Rosier”, groot 1 ha 21 a 15 ca, grenzend langs een zijde met de helft van de gracht aan de weiden van burger Van De Putte, 2de aan de “Bellebeek, 3de aan het goed verpacht aan Adrien De Bolle, en 4de aan het goed verpacht aan Corneille Stijlemans.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 19 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 52 frank en de verkoopprijs op 572 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan François Eeman, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1606 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 34,46 frank. Het kuisen van de “Bellebeek” die die aan het perceel grensde viel ten laste van de pachter.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 11. Het bieden ving aan met een openingsbod van 520 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 350 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.
François Hoefs, nr. 7.
Beschrijving van de goederen: vier bunder twee dagwand (3 ha 7 a 46 ca) weide grenzend aan Guillaume Bisschop, 2de aan de weduwe De Schrijver, 3de aan Pierre Van Varenberg? & anderen en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem. Verpacht aan de burgers Adriaen Van Nijgen, Van Nieuwenhoven en François Hoefs met een pachtcontract afgesloten op 24 oktober 1795 en eindigend op 24 december 1805 door de weduwe Wouters, ontvanger van de abdij Affligem, voor een pachtprijs van 100 gulden per jaar, de lasten niet inbegrepen.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 december 1796 door Philippe Van Itterbeke, expert en Mathias Gruber, commissaris. De verkoopprijs werd geschat op 1506 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 100 – 8 – 0 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 22 januari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 17 artikel 7 Het bieden ving aan met een bod van 2800 pond. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 2800 pond aan burger Troussel. Deze persoon was de stroman van Jean Baptiste Paulée wonende te Parijs, rue Boudreau, divisie place de Vendôme. Hij beschikte over een volmacht geregistreerd op 10 december 1796 te Brussel.
In de rand vermeld: burger Troussel gevolmachtigde van burger J. B. Paulée betaalde de helft van het 1ste tiende deel van de prijs en tekende in voor 4 obligaties gelijk aan 8 tienden van de prijs.
Judocus Lelie, nr. 428.
Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gelegen op “Daelhem”, groot 62 a 80 ca, grenzend langs een zijde aan Jean ?, 2de aan Jean Elinx, 3de aan de weg, en 4de aan een voetpad.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 juli 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De verkoopprijs werd geschat op 200 frank. Verpacht aan Judocus Lelie, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 19,04 frank. De ontvanger der domeinen te Asse verklaarde dat dit goed verpacht werd sinds 1786 voor een jaarlijkse pachtsom van 9 gulden. Judocus Lelie liet optekenen dat hij dit perceel pachtte sinds 16 opeenvolgende jaren. Tijdens de schatting werd er tarwe en klaveren op geteeld.
De verkoop had plaats te Brussel op 14 augustus 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 329 artikel 16. Het bieden ving aan met een openingsbod van 220 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 620 frank aan burger Jean Baptiste Neesen, notaris, wonende te Gent, rue du Raeme nr. 413.
Adrien Rense, nr. 6.
Beschrijving van de goederen: twee bunder (2 ha 45 a 96 ca) weide, gedeeltelijk hopveld, gedeeltelijk schaarhout, grenzend langs twee zijden aan de goederen van de erfgenamen Van Nijgen, 3de aan de beek en 4de aan de erfgenamen van François Van Nieuwenhoven.
Verpacht aan Guillaume Beekman en Adrien Rense, met een pachtcontract afgesloten op 10 oktober 1793 en eindigend op 10 oktober 1803 door de weduwe Wouters, ontvanger van de abdij Affligem voor een pachtprijs van 41 gulden per jaar, de lasten niet inbegrepen.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 18 december 1796 door Philippe Van Itterbeke, expert en Mathias Gruber, commissaris. De verkoopprijs werd geschat op 744 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 49 – 12 – 2. Guillaume Beekman weigerde het proces-verbaal te ondertekenen.
De landbouwgrond was van middelmatige kwaliteit
De verkoop had plaats te Brussel op 22 januari 1797 om– 9 uur volgens de affiche nr. 17 artikel 6.
Het bieden ving aan met een bod van 1500 pond. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 1500 pond aan burger Troussel. Deze persoon was de stroman van Jean Baptiste Paulée wonende te Parijs, rue Boudreau, divisie place de Vendôme. Hij beschikte over een volmacht geregistreerd op 10 december 1796 te Brussel.
In de rand vermeld: burger Troussel gevolmachtigde van burger J. B. Paulée betaalde de helft van het 1ste tiende deel van de prijs en tekende in voor 4 obligaties gelijk aan 8 tienden van de prijs.
J. Schoon, nr.416.
Joannes werd te Teralfene gedoopt op 22 april 1752 en overleed er op 4 november 1813. Hij trouwde te Teralfene op 5 juli 1791 met Anna Maria Van Cutsem, afkomstig van Wambeek en te Teralfene overleden op 15 september 1826. Zij woonden aan de kerk en hadden 3 kinderen: Joannes Baptista (°29 november 1793), Joanna Francisca (°24 februari 1797) en Judocus (°1 maart 1800).
Beschrijving van de goederen: één bunder twee dagwand land en weide, verpacht aan J. Schoon, voor een jaarlijkse pachtsom van 81 frank, belastingen inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Eén bunder 2 roeden (1 ha 26 a 38 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op de “Bellecauter” grenzend langs een zijde aan de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan de goederen van de kinderen Guillaume Beekmans, 3de aan L. Van Nieuwenhove, en 4de aan Jean Van Nieuwenhove.
2- Twee dagwand 37 roeden (72 a 87 ca) weide gelegen te Teralfene op “De Kuyp” grenzend zuid aan burger Jean Van Nieuwenhove, 2de aan burger Jean Baptiste Christiaens, 3de aan de “Bellebeke”, en 4de aan burger Jean Van Nieuwenhove.
HetPV van de schatting werd opgemaakt op 22 december 1800 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 81,40 frank, en de verkoopprijs op 651,20 frank. Verpacht aan J. Schoon, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Piré Van Beeke, voormalig bosmeester van de abdij Affligem op 25 mei 1793, in voege vanaf 10 november 1793 en eindigend op 9 november 1802, voor een pachtsom van 62,40 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 14 maart 1801 om 12 uur volgensde affiche nr. 306 artikel 5.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 648 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 125 frank aan burger Evrard Tops wonende te Brussel, rue Neuve, stroman die vermoedelijk kocht voor een onbekende opdrachtgever.
Cornelius Steijlemans, nr. 472.
Cornelius werd te Teralfene gedoopt op 23 januari 1766 en overleed er op 15 september 1831. Hij trouwde te Teralfene op 8 januari 1788 met Joanna Catharina Van Valckenbergh, te Teralfene gedoopt op 30 augustus 1765 en er overleden op 23 april 1834. Het echtpaar woonde op den Hoek. Joanna Catharina stierfin een huis in Okaai. Zij hadden 7 kinderen: Guillelmus (°28 april 1789, niet in Teralfene geboren), Henricus (°22 april 1793), Joannes Baptista (°1 maart 1795), Francisca (°2 oktober 1799), David (°5 maart 1802), Joannes Baptist (°20 januari 1805) en Joannes Baptist (°4 december 1807).
Beschrijving van de goederen: een perceel land, weide en schaarhout gelegen op “Den Rosier”, groot 62 a 60 ca, grenzend langs een zijde aan de beek die de scheiding vormt tussen de gemeenten Essene en Teralfene, 2de aan het goed verpacht aan François Eeman, 3de aan het goed verpacht aan Adrien De Bolle, en 4de aan het goed verpacht aan de kinderen Henri De Bolle.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 21 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 22 frank en de verkoopprijs op 242 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Cornelius Steijlemans, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1609 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 15 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 9.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 242 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 800 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.
Diezelfde dag werd nog een perceel dat Cornelius Steijlemans pachtte, verkocht, nr. 473.
Beschrijving van de goederen: een perceel land, weide en schaarhout gelegen op “Den Rosier”[6], groot 1 ha 11 a 74 ca, grenzend langs een zijde aan het goed verpacht aan de kinderen Henri De Bolle, Coneille Steijlemans, en François Eeman, 2de aan het goed verpacht aan Sébastien Christiaens, 3de aan J. Van Vaerenberg, eigenaar, en 4de aan de “Bellebeek” die de scheiding vormt tussen de gemeenten Teralfene en Sint-Katherina-Lombeek.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 20 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 44 frank en de verkoopprijs op 484 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Cornelius Steijlemans, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1607 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 29,92 frank. Het kuisen van de “Bellebeek” die die aan het perceel grensde viel ten laste van de pachter.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 10. Het bieden ving aan met een openingsbod van 284 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 350 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.
Pierre Van den Brouck, nr.506.
Petrus werd te Teralfene gedoopt op 2 februari 1758 en is er overleden op 1 december 1832. Hij trouwde te Teralfene op 4 maart 1794 met Maria Theresia Christiaens, te Teralfene gedoopt op 12 oktober 1762 en er overleden op 27 mei 1832. Petrus zou de stamvader van de familie Van den Broeck te Teralfene zijn. Zij woonden op den Dael en hadden 5 kinderen: Joanna (°26 juni 1794), Petrus Josephus (°29 oktober 1795), Michael (°28 oktober 1798), Amandus (°29 november 1800) en Joanna Catharina (°29 juni 1808).
Beschrijving van de goederen: een perceel hopveld, weide en schaarhout gelegen op “De Wallen”, groot 62 a 80 ca, grenzend langs een zijde aan de “Portugaisestraet”, 2de aan de weide van Jean Christiaens, 3de met de helft van de gracht aan de weide van de erfgenamen Van Nieuwenhove en de weide van de abdij Affligem verkocht aan burger Paulée, verpacht aan Michel Beeckman, en 4de met de gracht aan een boord schaarhout van de abdij Affligem verpacht aan Pierre De Bisschop.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 10 oktober 1805 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 30 frank en de verkoopprijs op 620 frank, de bomen die op het perceel stonden, inbegrepen. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan burger Pierre Van Den Brouck, landbouwer, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 80 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 18,14 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 9 november 1805 om 12 uur volgens de affiche nr. 494 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 620 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 630 frank aan burger Pierre Van Den Brouck wonende te Teralfene, huurder van het perceel.
Jean Van der Borght, nr.369.
Beschrijving van de goederen: twee bunder 50 roeden (2 ha 61 a 34 ca) land en verpacht aan de burgers Jean Van Der Borght & Gillis Christiaens voor een jaarlijkse pachtsom van 88 frank. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- één bunder 50 roeden (1 ha 38 a 36 ca) landbouwgrond gelegen op “Cortenbosch” grenzend langs een zijde aan de weg naar Erembodegem, 2de aan de “Cortenbosch”, 3de aan burger André Van De Velde, en 4de aan burger Jean Van Der Borght.
2- éen bunder (1 ha 22 a 98 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Ickel” grenzend langs een zijde aan de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan burger Kerkhove, 3de aan burger Van Neijghen?, en 4de aan de weduwe Adrien De Kerkhove.
Er werden twee proces-verbalen van schatting samengevoegdtot een proces-verbaal.
1) PV van de schatting werd opgemaakt op 3 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 20 gulden, en de verkoopprijs op 800 pond. Verpacht aan burger Jean Van Der Borght wonende te Teralfene, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Fulgentius De Schijn, voormalig ontvanger van de abdij Affligem op op 24 mei 1794, in voege vanaf 24 mei 1796 en eindigend op 24 mei 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 gulden, belastingen niet inbegrepen. Dit PV betreft het nummer 1 van de beschrijving van de goederen.
2) PV van de schatting werd opgemaakt op 30 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 20 gulden, en de verkoopprijs op 800 pond. Verpacht aan burger Gillis Christiaens wonende te Teralfene, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem op op 16 mei 1793, in voege vanaf 16 mei 1795 en eindigend op 16 mei 1804, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 gulden. Dit PV betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.
De verkoop had plaats te Brussel op 5 september 1800 om 12 uur volgens de affiche nr. 263 artikel 11. Het bieden ving aan met een openingsbod van 704 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 125 frank aan burger Henry Grundt wonende te Brussel, op de hoek van Cantersteen, stroman die kocht met een volmacht van burger Daniël De Smet wonende te Aalst.
Jean Van Mol, nr. 427.
Beschrijving van de goederen: Een perceel landbouwgrond gelegen op de “Bellecauter”, groot 31 a 40 ca, grenzend langs een zijde aan de weg naar Hekelgem, 2de aan het voetpad naar de molen, 3de aan het land van Jean Van Nieuwenhove. Langs de weg was het perceel afgeboord met bomen die aan de pachter toebehoorden.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 juli 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De verkoopprijs werd geschat op 100 frank.
Verpacht aan Jean Van Mol, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 9,97 frank. De ontvanger der domeinen te Asse verklaarde dat dit goed verpacht werd sinds 1783 voor een jaarlijkse pachtsom van 5 gulden. Jean Van Mol liet optekenen dat hij dit perceel pachtte sinds 19 opeenvolgende jaren en dat de grond van een middelmatige kwaliteit was en niet veel opbracht.
De verkoop had plaats te Brussel op 14 augustus 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 329 artikel 15. Het bieden ving aan met een openingsbod van 110 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 320 frank aan burger Honoré Joseph Helin wonende te Brussel, rue de Namur nr. 929, en Guillaume Graindorge wonende te Asse.
Van Nieuwenhoven, nr. 7.
Beschrijving van de goederen: vier bunder twee dagwand (3 ha 7 a 46 ca) weide grenzend aan Guillaume Bisschop, 2de aan de weduwe De Schrijver, 3de aan Pierre Van Varenberg? & anderen en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem. Verpacht aan de burgers Adriaen Van Nijgen, Van Nieuwenhoven en François Hoefs met een pachtcontract afgesloten op 24 oktober 1795 en eindigend op 24 december 1805 door de weduwe Wouters, ontvanger van de abdij Affligem, voor een pachtprijs van 100 gulden per jaar, de lasten niet inbegrepen.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 december 1796 door Philippe Van Itterbeke, expert en Mathias Gruber, commissaris. De verkoopprijs werd geschat op 1506 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 100 – 8 – 0 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 22 januari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 17 artikel 7 Het bieden ving aan met een bod van 2800 pond. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 2800 pond aan burger Troussel. Deze persoon was de stroman van Jean Baptiste Paulée wonende te Parijs, rue Boudreau, divisie place de Vendôme. Hij beschikte over een volmacht geregistreerd op 10 december 1796 te Brussel.
In de rand vermeld: burger Troussel gevolmachtigde van burger J. B. Paulée betaalde de helft van het 1ste tiende deel van de prijs en tekende in voor 4 obligaties gelijk aan 8 tienden van de prijs.
François Van Nieuwenhove, nr. 253.
Franciscus werd te Teralfene gedoopt op 27 september 1718 en overleed er op 16 maart 1801. Hij trouwde te Teralfene op 30 augustus 1750 met Anna Droeshout, te Teralfene overleden op 20 april 1809. Zij hadden 6 kinderen: Joanna (°16 juni 1751), Adrianus (°3 december 1753), Maria Petronella (°16 augustus 1756), Petrus (°8 mei 1789), Joannes Baptista (°21 november 1761) en Petrus (°25 mei 1765).
Beschrijving van de goederen: twee bunder twee dagwand land en weide gelegen te Teralfene, Hekelgem en Liedekerke (roede = 30,7456 a), verpacht aan François Van Nieuwenhove voor een jaarlijkse pachtsom van 91 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- 85 roeden (26 a 13 ca) landbouwgrond gelegen te Teralfene op het “Welleken”[7] grenzend langs een zijde aan François Hermans, 2de aan Judocus Van Nijghen, 3de aan dezelfde, en 4de aan de los naar de weiden.
2- Drie dagwand 15 roeden (99 a 3 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem, grenzend langs een zijde aan burger Joannes Schoon, 2de aan de weg van Mechelen naar Ninove, 3de aan Joannes Ph. Rollier, en 4de aan burger Judocus De Reuse.
3- Drie dagwand (92 a 24 ca) landbouwgrond gelegen te Liedekerke, grenzend langs een zijde aan een kleine weg, 2de aan burger M. Custens, 3de aan de Bellebeek, en 4de aan Joannes Christiaens.
4- Drie dagwand (92 a 24 ca) weide gelegen te Liedekerke, grenzend langs een zijde aan een kleine weg, 2de aan burger M. Custens, 3de aan de Bellebeek, en 4de aan Joannes Christiaens
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 23 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 50 gulden, en de verkoopprijs op £ 2 000, plus 12 hoogstammige bomen. Verpacht aan burger François Van Nieuwenhove, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 10 oktober 1795 en eindigend op 10 oktober 1804, voor een jaarlijkse pachtsom van 50 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 7 januari 1799 om 10 uur volgens de affiche nr.144 artikel 27.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 868 frank door André Van Gaver. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 885 frank aan burger André Van Gaver wonende te Brussel.
Joannes Van Nieuwenhove, nr. 320.
Joannes werd te Teralfene gedoopt op 5 februari 1726 en overleed er op 27 augustus 1809. Hij trouwde met Anna pensaert, te Teralfene overleden op 20 december 1773. Zij hadden een dochter: Maria Joanna, gedoopt op 5 februari 1762. Na haar dood hertrouwde Joannes met Maria Judoca Van den Abbeele, te Teralfene gedoopt op3 juni 17431 en er overleden op 6 maart 1815. Zij woonden op het dorp en hadden 3 kinderen: Joannes Baptista (°6 april 1776), Maria Anna (°6 april 1776) en Joannes Baptista (°4 juni 1777).
Beschrijving van de goederen: vijf bunder 70 roeden land, weide en bos gelegen te Teralfene, Hekelgem en Liedekerke, verpacht aan Joannes Van Nieuwenhove voor een jaarlijkse pachtsom van 200 frank. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Drie bunder (3 ha 68 a 95 ca) landbouwgrond gelegen te Teralfene op het veld “De Bremme” [8]grenzend langs een zijde aan de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan het voetpad naar Ninove, 3de aan burger Jean Bresse, en 4de aan burger Louis Van Nieuwenhove.
2- Twee dagwand (62 a 87 ca) landbouwgrond waarvan de helft voordien schaarhout, gelegen te Hekelgem grenzend langs een zijde aan het voetpad naar de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan Jean Van Nieuwenhove, 3de aan burger J. Verbeke, en 4de aan burger Joannes Franciscus Van Hove.
3- Eén bunder 70 roeden (1 ha 47 a 76 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld “Ballae” grenzend langs een zijde aan de kinderen Joannes Pauwels, 2de aan François Van Nieuwenhove, 3de aan burger Lawis, en 4de aan burgeres weduwe Jacques Schoon.
4- Twee dagwand (61 a 49 ca) landbouwgrond en weide gelegen te Liedekerke op het veld “Baudelle” grenzend langs een zijde aan de “Bellebeek” komende van Belle, 2de aan burger Michel De Bisschop, 3de aan burger Joannes Franciscus Van Hove, en 4de aan burger Mertens.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 24 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 100 gulden, en de verkoopprijs op 2 027 pond, 9 hoogstammige bomen geschat op 27 pond inbegrepen. Verpacht aan Joannes Van Nieuwenhove wonende te Teralfene, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 21 mei 1794, in voege vanaf 21 mei 1796 en eindigend op 21 mei 1805, voor een pachtsom van 80 gulden.
Land van gemiddelde kwaliteit.
De verkoop had plaats te Brussel op 14 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 229 artikel 15.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 600 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Louis Badin, die burger Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger, verving. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 3 225 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.
Drie dagen later werd nog een perceel dat Jean Van Nieuwenhove pachtte verkocht, nr. 477.
Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gebruikt als hopveld gelegen op de plaats “onleesbaar”, groot 78 a 3 ca, grenzend langs een zijde aan Jean De Bolle, 2de aan Joseph Christiaens, 3de & 4de onleesbaar.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 24 juli 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De verkoopprijs werd geschat op 280 frank.
Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Jean Van Nieuwenhove, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 27,21 frank. De ontvanger der domeinen te Asse liet noteren dat het perceel verpacht was sinds 1783 voor een jaarlijkse pachtsom van 14 gulden. De pachter verklaarde dat hij het perceel reeds 19 jaar bewerkte. Het perceel was van een gemiddelde kwaliteit en werd gebruikt als hopveld.
De verkoop had plaats te Brussel op 17 maart 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 408 artikel 22.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 308 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 800 frank aan burger Egide Heijmans wonende te Brussel, “rue de Louvain”.
Judocus Van Nieuwenhove, nr. 308.
Judocus werd te Teralfene gedoopt op 27 november 1731 en is er overleden op 24 oktober 1796. Hij trouwde te Teralfene op 24 juli 1770 met Maria Anna Van Nieuwenhove, gedoopt te Teralfene op 5 augustus 1733 en er overleden op 28 september 1794. Joannes en Maria waren bloedverwanten in de 3de ende 4de graad. Zij hadden 3 kinderen: Joannes Baptista (°20 augustus 1771), Josephus (°26 mei 1774) en Emanuel (°26 december 1777).
Beschrijving van de goederen: vier bunder land (4 ha 97 a 46 ca) gelegen te Teralfene & Essene, verpacht aan Judocus Van Nieuwenhove voor een jaarlijkse pachtsom van 144 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Twee bunder (2 ha 51 a 50 ca) landbouwgrond gelegen te Essene (roede = 31,4375 a) op het veld genaamd “Bellecauter” grenzend langs een zijde aan de “Bellestraet”, 2de aan burger Joannes Christiaens, 3de aan de “Nieuwenbosch”, en 4de aan burger Zacharias De Wever. Goede grond.
2- Twee bunder (2 ha 45 a 96 ca) landbouwgrond gelegen te Teralfene op de “Bellecauter” grenzend langs een zijde aan de “Bellestraet”, 2de aan burger Jean Christiaens, 3de aan burger Joseph Rollier, en 4de aan burgeres weduwe Jacques Meert. Grond van 2de kwaliteit.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 80 gulden, en de verkoopprijs op 3 200 pond. Verpacht aan Judocus Van Nieuwenhove, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 26 mei 1791, in voege vanaf 6 mei 1793 en eindigend op 6 mei 1801, voor een pachtsom van 80 gulden.
De verkoop vond plaats te Brussel op 12 februari 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 223 artikel 28. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Louis Badin, die burger Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger, verving. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 950 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.
Adriaan Van Nijgen, nr. 7.
Adriaan werd te Teralfene gedoopt op 1 januari 1729 en is er overleden op 15 februari 1815. Hij trouwde met Elisabeth barbé, te Teralfene overleden op 7 augustus 1804. In 1815 woonde Adriaan ten grooten Driessche. Zij hadden 6 kinderen; Elisabeth Joanna (°30 juni 1761), Petrus Plilippus (°11 augustus 1763), Maria Philippina (°22 april 1766), Joanna Francisca (°29 januari 1769), Joannes Baptista (°26 maart 1771) en Maria Philippina (°21 augustus 1778).
Beschrijving van de goederen: vier bunder twee dagwand (3 ha 7 a 46 ca) weide grenzend aan Guillaume Bisschop, 2de aan de weduwe De Schrijver, 3de aan Pierre Van Varenberg? & anderen en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem. Verpacht aan de burgers Adriaen Van Nijgen, Van Nieuwenhoven en François Hoefs met een pachtcontract afgesloten op 24 oktober 1795 en eindigend op 24 december 1805 door de weduwe Wouters, ontvanger van de abdij Affligem, voor een pachtprijs van 100 gulden per jaar, de lasten niet inbegrepen.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 december 1796 door Philippe Van Itterbeke, expert en Mathias Gruber, commissaris. De verkoopprijs werd geschat op 1506 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 100 – 8 – 0 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 22 januari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 17 artikel 7 Het bieden ving aan met een bod van 2800 pond. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 2800 pond aan burger Troussel. Deze persoon was de stroman van Jean Baptiste Paulée wonende te Parijs, rue Boudreau, divisie place de Vendôme. Hij beschikte over een volmacht geregistreerd op 10 december 1796 te Brussel.
In de rand vermeld: burger Troussel gevolmachtigde van burger J. B. Paulée betaalde de helft van het 1ste tiende deel van de prijs en tekende in voor 4 obligaties gelijk aan 8 tienden van de prijs.
Judo Van Nijghem nr. 415.
Beschrijving van de goederen: zes dagwand 86 roeden (2 ha 10 a 91 ca) land van 2de kwaliteit, verpacht aan Judo Van Nijghem voor een jaarlijkse pachtsom van 96 frank, belastingen inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Zes dagwand (1 ha 84 a 47 ca) landbouwgrond gelegen op het veld a”Hiemiese” grenzend langs een zijde aan burger Guillaume Beekmans, 2de aan de “Bellebeke”, 3de aan een kleine weg naar de weiden, en 4de aan de weg genaamd “Posegisstraet” (Portugeesstraat?).
2-86 roeden (26 a 44 ca) landbouwgrondgelegen op het veld “Hiemiese” grenzend langs een zijde aan de weg genaamd “Posegisstraet”. (Portugeesstraat?), 2de aan weduwe Joannes Van Nieuwenhove, 3de aan de kinderen Judocus Van Agen (Van Nijgen?), en 4de aan burger Van Vaerenbergh.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 25 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 40 gulden, en de verkoopprijs op 1 615 pond, inbegrepen 5 hoogstammige bomen geschat op 15 pond. Verpacht aan Judo Van Nijghem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een pachtsom van 40 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 13 april 1801 om 12 uur volgens de affiche nr. 306 artikel 4.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 688 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 425 frank aan burger George Joseph Van Varenberg wonende te Ninove, stroman die kocht met een volmacht van Cornelis Leva wonende te Brussel, rue de la Loi.
Jean Van Vaerenbergh, nr. 470.
Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond, weide, schaarhout en hopveld gelegen op “De Bollemeerschen”, groot 2 ha 81 a 70 ca, grenzend langs een zijde aan een perceel toegewezen aan burger De Locker, en heden eigendom van Joseph De Bisschop, 2de naast de weg naar de “Bellemolen”, 3de met de helft van de gracht aan de weiden van de abdij Affligem aangekocht door burger Van De Putte, en 4de aan het goed verpacht aan Jean De Reus.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 120 frank en de verkoopprijs op 1 320 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Jean Van Vaerenbergh & Judocus De Reuse, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1553 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 91 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 7.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 320 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 5 300 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.
[1] Dalhem: Daele: Daal: een laagte, waar de grond afhelt.
[2] Maansbroek: een uitgebreid moerassig gebied langs de Dender.
[3] Bollemeers: ook Bellemeers: een ontwaterd weiland aan de samenvloeiing van de Hollebeek en de Bellebeek op het grondgebied van Liedekerke. Het weiland werd ontwaterd door greppels. Tussen de greppels lag de uitgegraven grond opgehoogd tot bermen. En dat woord leidt naar de Indo-Europese stam “behr” wat omhoogsteken betekent. Cfr. De winterbedden in de moestuin. De Berremeers dankt hoogstwaarschijnlijk zijn aam aan de vorm van zijn oppervlak. W. BEECKMAN, De Affligemstraat, 2011, 54.
[5] Pitancie betekent een extraatje, vooral met betrekking tot de levensmiddelen voor monniken en monialen waarvoor de pitancier inkomsten zocht door de verhuur van bepaalde goederen, bijv. een pitnciemeers. W. BEECKMAN, Woorden voor Affligemse Ooorden, 2013, 73 – 74.
[8] Bremme: komt waarschijnlijk van brem, een plant van de vlinderbloemigen. Die maakte het ontstaan van landbouw mogelijk op arme zandgronden. Brem maakt de grond snel vruchtbaar en was het voornaamste voedsel van schapen.Oude bremstruiken werden gebruikt om steenoverns aan te steken.