Tussen de Vrijheid van Asse en de buitenparochies Baardegem, Meldert, Essene, Mazenzele en Mollem zijn eertijds diverse akkoorden gesloten over wederzijdse hulp bij personele lasten, logementen van soldaten, opgelegde karweien zoals wagenvrachten en bevoorradingen. Tot nu toe werden die kosten verdeeld onder de verschillende parochies van het markizaat van Asse volgens het bedrag van de beden. Op 30 juni en op 13 en 14 augustus 1667 logeerden er in Hekelgem 30 regimenten ruiters onder het bevel van de graaf van Marchin en de prinse de Ligne. Dat kostte de bedesetters duizenden guldens die in de repartitie, de ‘smaldeling’ van het Land van Asse, moesten opgenomen worden en dat is nog niet gebeurd. In 1668 werden zes paarden gestolen door soldaten van de koning van Frankrijk en ook daarvoor heeft de meierrij van Asse geen contributie gegeven. Om de drossaard en de regeerders van het Land van Asse te verplichten om de geleden kosten in de repartitie op te nemen, richtte advocaat Adriani op 11 april 1670 in naam van de bedesetters een brief aan de Raad van Brabant . Daarin beschreef de advocaat de hiervoor gemelde feiten. Hij voegde er onderstaande bewijzen aan toe..
‘Je soussigné adjudant de commissaire général de la cavalerie certifié les dites trouppes avoir logée audict village d’Hekelghem soubs le commandement de ces excellents mon sieurs le comte de Marchin et monsieur le prince de Ligne le 30ième de juin et 13ième d’aoust 1667 et estait soussigné François Lope de Vidanxxita plus bas estait escrit’.
Op 22 april volgde het antwoord van de drossaard. Volgens de bedesetters van Hekelgem steunen zij hun eis op vroeger gemaakte akkoorden. Die wil hij eerst zien alvorens hij de kosten in de repartitie wil opnemen. Op 16 mei 1670 ging advocaat Adriani op die vraag in en voegde er zes bewijsstukken bij.
‘Je confesse avoir pris du village d’Hekelghem six chevaux sur le Xième de mars 1668 par ordre de monsieur le marquis de Rochefort pour obliger a contribuer la mairie d’Assche et a cause que les villages du terroir d’Assche ont pour alors payée également la contribution ainsi est ce que nous désirones et voulones que les susdit chevaux passeront en generale conste du terroir et mairie d’Assche dont ie leur ait donné le présent certificat faict au camp de Ninove ce 12ième de may 1668. De Somville’
A. De ‘smaeldeelinge’ (repartitie) opgemaakt door meier Gielis Van Langenhove en de schepenen Gielis Van Ginderachtere, Symon Van Der Heijden, Willem Van Neervelt, Merten Vuijttersproct en Joos Van Langenhove van de Vrijheid van Asse voor het ter beschikking stellen van een halve legerwagen, twee paarden en een half en een vierendeel en half knecht voor de stad Brussel in dienst van de koning op 17 januari 1659
Asse 121 rinsguldens.
Baardegem 18 rg.
Hekelgem 44 rg.
Meldert 37 rg.
Essene 37 rg.
Mazenzele 14 rg.
Mollem en Bollebeek 28 rg
Samen 300 rinsguldens.
Opgemaakt en wettelijk gesmaldeeld op 17 januari 1595 in aanwezigheid van Peeter De Clerck, Lieven Rinschaert, Joos Buggenhout, inwoners van Meldert, Jan Mertens van Mazenzele, Joos Van Der Borcht, Nicolaes De Nagel, Willem Van Der Slachmeulen, Machiel ene Ferry Wamback van Essene en Raphael Van Mulders inwoner van Mollem.
B. De smaldeling gemaakt om een gearresteerde verminkte persoon naar Tienen te brengen.
Asse 61 rg.
Baardegem 9 rg.
Hekelgem 22 rg
Meldert 18 rg 10 st.
Essene 18 rg 10 st.
Mazenzele 7 rg.
Mollem & Bollebeek 9 rg.
Samen 150 rinsguldens.
Wettelijk gesmaldeed op 15 november 1595 in aanwezigheid van meier Gielis Van Langenhove, burgemeester Gielis Van Ginderachtere, schepen Willem Van Neervelt; Sacharias Esselijns, Lauwereijs De Greve, Adriaen Van Volcxem, Ghijsbrecht Esselijns, en Willem De Valck, inwoners van Asse; Joos Van Langenhove filius Gielis, Olivier De Meerschman en Gielis De Clerck, inwoners van Baardegem; Anthoon Maes en Jasper Verleijsen, inwoners van Hekelgem; Willem Wauters, Aert Robijns, Peeter Van Den Bossche, Lieven Rinschaert en Joos Buggenhout, inwoners van Meldert; Jan Van Den Bossche en Jan Mertens, inwoners van Mazenzele; Jan Jacops, Claes Meerte, Jan Van Cauwenberch en Joos Van Der Borcht, inwoners van Essene. Ondertekend G. Van Langenhove.
C. Na een schrijven van meier Gielis Van Langenhove en de schepenen van het Land van Asse over de vele klachten van de bedesetters van de buitenparochies over de verdeelsleutel (repartitie of smaldeling) voor de lasten aan parochies opgelegd, adviseerde de Raad van Brabant om een samenkomst met alle betrokkenen te beleggen om tot een vaste verdeelsleutel volgens het vermogen van elke parochie te komen. De Raad verwees naar de ordonnantie van 18 september 1595 waarin werd beslist een samenkomst voor alle betrokkenen te organiseren op 2 februari 1596. De volgende personen van de buitenparochies waren daarop aanwezig: voor Baardegem Peeter Van Den Biesen; voor Hekelgem Willem Van Neervelt en Hendrick De Clerck; voor Meldert Aert Robijns, Lieven Rinschaert, Jacus Van Den Bossche en Steven Ooge; voor Mazenzele Jan Mattens en Machiel Van De Velde; voor Essene Claes Meerte, Claes Van Grimbergen, Joos Van Der Borcht; voor Mollem en Bollbeek Peeter Verhasselt, Hendrick Geerstman, Willem Diericx en Gielis Leeman en voor de Vrijheid van Asse de wethouders, een deel van de bedesetters en inwoners van Asse.
De meier gaf opdracht aan de griffier om de ordonnantie voor te lezen en de aanwezigen gingen met de voorgestelde repartitie akkoord behalve die van Mollen en Bollebeek. Daarop verzocht de meier dat ze hun bezwaar schriftelijk zouden indienen. De akte werd ondertekend door de schepen Gielis Van Ginderachter, Peeter De Clerck en G. Van Langenhove.
D. Op het verzoek van de parochies Baardegem en Hekelgem aan de Raad van Brabant hebben de meier en de schepenen van de Vrijheid van Asse geantwoord op 10 mei 1607 dat ze door hun geweten en eed verplicht zijn de smaldeling te doen volgens de ‘qualiteijt, conditie ende macht’ van elke parochie zonder rekening te houden met de beden omdat in tijden van oorlog sommige dorpen zwaar worden getroffen en andere gespaard blijven. Ondertekend door meier Gielis Van Langenhove, schepenen Hendrick Van Ginderachter, Jan T’Sas, Hendrick De Clerck en Jan Van Den Wijngaerde.
E Op 30 september 1600 velde het Hof van de Raad van Brabant het vonnis. Alle lasten van de parochies van het Land van Asse van ‘herwagens, pioniers, fourage off andersints’ moeten over alle parochies worden verdeeld volgens de verdeelsleutel van de beden.
Daarmee was het probleem niet opgelost. De bedesetters van de Vrijheid van Asse en van Baardegem, Meldert, Essene, Mazenzele en Mollem gingen op 16 mei 1670 niet akkoord met een smaldeling. Volgens hen gaven de voorgelegde stukken van Hekelgem onvoldoende bewijzen om de kosten van logement en de inbeslagname van zes paarden over alle parochies te verdelen. Komt daarbij dat de troepen waarover Hekelgem klaagt er alleen hebben overnacht om de vijand in het oog te houden en er was geen order van de gouverneur-generaal. In dat geval zijn de kosten voor de betrokken gemeente. Aan andere dorpen is zo’n tegemoetkoming steeds geweigerd. De parochie heeft het logement niet geregeld, de soldaten hebben zelf een onderkomen gezocht en hebben zelf eten gezocht voor hen en hun paarden in de omliggende dorpen. Een repartitie gebeurde alleen na een order van de majesteit zoals blijkt uit een akkoord van 1654. De bedesetters ontkennen ook dat de paarden in beslag werden genomen omdat het Land van Asse de contributie niet volledig had betaald. Ieder dorp moet in die contributie bijdragen. De zes paarden zijn meegenomen van de abdij om hun pakken te dragen zoals er ook 16 paarden van Asse zijn meegenomen en die kosten moet Asse dragen. Tot slot merkten de bedesetters nog op dat Hekelgem weigerde te betalen toen Mazenzele en Asse ook zo’n logering hadden. Was ondertekend De Paepe.
Op 14 juni 1670 zond de Raad van Brabant Michiel De Bisschop naar een vergadering van de bedesetters van het Land van Asse om haar vonnis uit te voeren, namelijk dat Hekelgem recht had op een verdeling van de oorlogslasten volgens de repartitie van de beden. Aanwezig waren Jan Van Der Slachmolen, meester Guilliam ’t Kint en Peeter Moortgat schepenen; Andries Van Stichele, Steven Jacobs, Philps De Handtschutter, Michiel Van De Velde, Jan Van Den Driessche, Joos Linthout, Merten Linthout, Pauwel De Backer, Jan De Valck, Peeter De Buijst, Jan Van Hersele en Jan Vereertbruggen, bedesetters van Asse, Baardegem, Mazenzele, Mollem en Essene en griffier Van Mulders.
De bedesetters van Hekelgem gaven niet toe en reageerden op 20 juni 1670 met de vraag dat het akkoord van 1654 aan de Raad zou worden overhandigd samen met ‘smaldeelinge boecken’ vanaf 1654. Ze wilden ook dat de bedesetters van het Land van Asse onder eed zouden getuigen van hun eerlijke bedoelingen. Op 8 augustus 1670 getuigde Michiel De Bisschop als vertegenwoordiger van de bedesetters van het Land van Asse bij notaris Van Droogenbroeck te Brussel dat ze in het proces te goeder trouw handelden. Aan de raad werd ook dit extract uit het akkoord van 1654 overhandigd:
‘personele lasten van forieringen ende logementen van soldaten vuijt seijnden van legerwaegens, pioniers ende generaelijck alle andere onder wat pretext ’t selve souden mogen geschieden ende daer ’t voorschreven Landt van Assche behoorelijck van wegen sijne majesteijt sal worden belast gevonden sullen worden op den voet van de hemelsche breijdde ende metingen daeraff gedaen’.
Op 25 februari 1671 reageerde Hekelgem met een uitgebreide ‘replique’. De troepen logeerden op bevel van de graaf van Marchin en van de prins de Ligne, generaals in het Spaanse leger. Hekelgem heeft trouwens tweemaal Spaanse troepen gelogeerd. De tweede maal hebben de soldaten zelf voor logement gezorgd, maar de eerste maal gebeurde dat op bevel van de generaals. Dan werden de soldaten voorzien van eten en drank en zo voldeed de parochie aan de voorwaarden van het akkoord van 1654. .
De ‘duplique’ van 25 februari 1671 van de andere bedesetters van het Land van Asse is het laatste document in dit proces. De tekst verduidelijkt dat de hele discussie gaat over het logement van drie compagnieën, negen regimenten en 18 ‘tercen’ cavalerie. Maar het order werd niet getekend door een ‘audiencier’ en Hekelgem kon niet aantonen dat er in dergelijk geval ooit al repartities zijn geweest. Hekelgem heeft ook geen opgave gegeven over het aantal gelogeerde soldaten zodat de kosten niet konden worden berekend. De bedesetters aanvaardden dat er een logement was, maar alleen dat van een leger op doortocht. Dan werden de argumenten die Hekelgem aanbracht ontkracht:
1. De smaldeling van 17 januari 1595 betreft de kosten van een halve legerwagen en twee paarden.
2. Die van 15 november ging over enige kosten toen de meier door een ‘gemutineerde’ gevangen was.
3. Op 2 februari 1596 hebben alle dorpen onder Asse een akkoord gesloten dat de smaldeling zal gelden voor wagens, paarden, en dergelijke lasten en voor opgelegde penningen volgens de repartitie van 1595.
4. Op 10 mei 1605 gaven de meier en de schepenen van de Vrijheid van Asse het advies dat de lasten moeten worden verdeeld volgens de ‘qualiteijt, conditie ende maght van elcke prochie. Dat heeft niets te maken met logementen van troepen.
5. De bedesetters stellen ook dat ten tijde van het logement de meeste van de bedesetters gevlucht waren en dat de lasten alleen op de schouders kwamen van degenen die zijn gebleven. Bijgevolg zouden de gevluchten nog winst halen bij een repartitie.
6. Door hun vlucht hebben soldaten in de andere dorpen naar voedsel en drank voor hen en voor hun paarden gezocht.
7. Op weg van Asse naar Aalst heeft een troep Fransen nog in Asse gelogeerd en er veel schade aangericht, maar de kosten bleven buiten de smaldeling.
8. De resolutie van 6 september 1654 heft het akkoord van 1646 op
9. De laatste weerlegging handelt over de inbeslagname van zes paarden van de abdij. De waarheid is dat de vijand de paarden genomen heeft om de pakken van de abdij te dragen.
Besluit.
Dat er na een proces dat anderhalf jaar duurde, geen reactie van Hekelgem meer kwam, betekende wellicht dat de bedesetters er de brui aan gaven en dat ze noodgedwongen zelf voor de kosten moesten opdraaien.
