Documenten uit het pastoriearchief van Hekelgem 19de eeuw.

1800. Lijsten opgesteld tijdens de 18de eeuw[1].

Pastoor Rumoldus De Cuyper maakte in 1744 een inventaris van het archief van de pastorie op ten behoeve van de aartsbisschop Thomas d’ Alsace en zond de lijst in 1774 ook naar aartsbisschop Joannes Henricus van Franckenberg.

Eerste lijst.

1- 14 requesten over verscheidene zaken in verband met de jaarlijkse betaling van 200 gulden vanaf 1779. Een kopie ervan ligt bij de landdeken te moorsel.

2- Vrijstelling van patrouille van de knecht van de pasoor. Privilege verkregen van prins Karel, gouverneur van de Nederlanden.

3- Zeven registers van dopen, huwelijken en overlijdens en nog drie in de maak.

4- Originele meting van de parochie en van de tienden.

5- Contract met de parochianen van Hekelgem over het spelen van het orgel en het contract van het onderhoud.

6- De betalingen en de ontvangsten van de pastoor van de kerk, van de armen, van  jaargetijden, renten en cijnzen.

7- Advies voor de armen van Hekelgem in hun geschil met M. Wamback etc.

8- Proces tegen de drossaard van Asse over zijn aanwezigheid bij de opstelling van de rekening van kerk en armen waarvoor hij niets ontvangt maar die wel moet tekenen voor de  landdeken en de pastoor.

9- Status animarum van de parochie door R. De Cuijper en P. De Laddersous, actuele pastoor.

10- De meting van de grootte van de hof en van het land rondom de wallen en enig ander land en weiden.

11- Declaratie van de gescheurde weide door Petrus Bosteels tegen den weg naar Teralfene, welke tiende Affligem pretendeert maa die aan de pastoor toekomt.

12- Kopie van scheiding tussenvan Hekelgem en Essene.

13- Extract uit het cohier van 1686 over de XXste penningen.

14- Attestaties van de relikwieën in de kerk van Hekelgem.

15- Alle rekeningen en rentebrieven van de kerk en de armen

16- Enkele contracten voot gezongen jaargetijden en een manuaal.

Tweede lijst.

1- Contract van de confrerie van de rozenkrans.

2- De staat van goederen, cijnzen competerende de pastorie.

3- Vrijstelling van parouille voor de knecht van de pastoor verleend door landvoogd prins Karel.

4- Ondertekening van de oude conferentie van1749.

5- Enkele plakkaten en een sermoen over het ……. in de oorlog.

6- Originele meting van de parochie van Hekelgem.

7- Executie van de subsidie als de waarde 300 gulden bedraagt en enkele brieven over de kwitantie van de gelichte penningen op het curenhuis.

8- Lijst van de arme mensen van de parochie van Hekelghem.

9- Het contract voor het bespelen het spelen van het orgel in Hekelgem.

10- Vraag en antwoord van pastoor van 8 maart 1779 aan Zijn Excellentie Joannes Henricus van Frankenberg.

11- Het contract voor het onderhoud van het orgel.

12- Requesten voor de aartsbisschop, een voor den onderpastoor van 20 oktober 1752, het ander voor het curenhuis van 3 juni 1770.

13- Betalingen voor de pastorie en ontvangsten van de armen, de kerk, jaargetijden, renten, cijnzen etc.

14- Aangaande de school van Hekelgem.

15- Dispensatie en decreten van de bisschop van Mechelen.

16- Wat de pastoor moet betaelen voor zijn huis, hof, meers etc.

17- De tiendenwijken van de pastorie de verpachting met meting van 1743.

18- Een erfelijke rente ten laste van Peeter Pirong voor 4 gelezen missen.

19- Recht van twee sisteren rogge voor de cure op ‘Het Verlijsen Vijverken’ waarvoor 1/3 aan de kerk is afgestaan.

20- Status animarum parochie Hekelgem.

21- Kopie van een advies voor het restaureren van het curehuis.

22- Een apostille van de Raad van Brabant over de vrijstelling van de curegoederen zelfs als ze gehuurd worden.

23- De verkop van het curegoed tot ……..

24- Vraag over de XXste penning van de pastoor van Hekelgem.

25- Testament van Joannes Bernaerts pastoor van Hekelgemen het gegeven land aan de cure voor een jaargetijde.

26- Specificatie van de tenden van Affligem in Hekelgem en de scheiding met Meldert.

27- Kopie van de scheiding van Hekelghem en Essene.

28- Extract uit het cohier van 1686 over de twintigste penningen.

29- Plakkaat van de armen die in een ander parochie wonenen het decreet van 1780.

30- Attestatie van relikwieën.

31- Advies over de vondelingen.

32- Originele meting van enige tienden waaronder begrepen de weide van P. Bosteels.

33- Attestatie dat den pastoor met soldaten gebilleteerd is.

34- Advies voor een bastaard en de conventie daarover.

1806. Condities en verpachting van de kerkgoederen[2].

Op 4 juli 1806 maakten de kerkmesters L. Van Roy, H. De Bailliu en Amandus Vertonghen, aangesteld door de prefect van het departement van de Dijle de voorwaarden bekend waarop de kerkgoederen verpacht worden. Frans André leidde de verpachting diezelfde dag de verpachting. De moest met franken en centiemen

1- Alle nieuwe pachters moeten de afgaande pachters behoorlijk vergoeden voor mestvet, arbeid e;a. Experts zullen de waarde bepalen..

2- Alle pachgters moeten zich houden aan de grootte zoals nu in gebruik is.

3- De pachters moeten de straten en losgaten onderhouden en de grachten ruimen. Boeten voor nalatigheid zijn voor de pachters

4- Als de vruchten door fourage beschadigd worden, kunnenn de pachters geen kwijtschelding van pacht krijgen.

5- De pachgters mogen de opgaande bomen niet snoeien tenzij het hun door de kermeesters wordt toegestaan.

6- De pachters moeten solvente borg geven tot voldoening van de kermeesters die, als de pachter in gebreke van betaling komt,  betaling van de borgsteller eisen.

7- De pachters moeten alle contributies betalen.

8- De pachters betalen voor de kerkgeboden, zegels en vacaties elf centiemen per frank en het enregistrement.

9- De kerkmeesters zijn vrij om na afzeggen van de partij een van de twee hoogste bieders of de vorige pachter te nemen.

10- Als de veldwachter of de oproeper zich vergist in ’t oproepen, dan kan hij zijn oproep herhalen.

11- De goederen worden verpachg voor een termijn van drie, zes of negen jaar ingaande vanaf Kerstmis 1807. De pacht wordt betaald op de vervaldag of uiterlijk zes weken daarna in handen van de rentmeester op straf van pachtbreuk

Aan al deze condities zal ieder zich moeten houden.

De pachters.

Nummer 1: 194 r land palend aan de kleine baan van Boekhout langs ‘Den Hulstbosch’, de armen van Hekelgem, J. B. Van Nieuwenborg en Bernardus Van Geite, en nog een land en bos van 195 r palend aan de kleine baene, de erfgenamen Joannes Van Lierde, de H. Geest  en de kerk van Hekelgem. Gebleven aan Andries Everaert voor 30 – 00.

Nummer 2: 153 r land op ‘Den Cluijscauter’ palend aan J. B. Verleijsen, Affligem, Henderik De Gols en J. B. Van Den Wijngaerdt. Ook met dezelfde grootte palend aan Affligem,  weduwe Jacobus Meersman, Hendrik De Gols en de weduwe P. Vonck Petronilla De Nil. Gebleven aan de weduwe Peeter Vonck voor 22 – 00.

Nummer 3: 179 r land waarvan de helft van de kerk en de helft van de armen, gelegen op Eerembodegem,  palend aan de kassei, de erfgenamen Frans De Gendt en J. B. Van Nieuwenhove. Gebleven aan Andries Everaert voor 17 – 00.

Nummer 4: 75 r op ‘De Moret’ palend aan de voetweg, de armen van Asse, P. De Wever en  Gillis De Ridder. Gebleven aan Nicolaus David Van Nieuwenborg voor 19 – 00..

Nummer 5: 123 r op ‘Den Hoogenpael’ palend aan Fernand Meert, het koutergat, het curegoed en de erfgenamen J. Van Lierde. Gebleven aan Joseph Serrier voor 21 – 00.  53 ½ r op ‘Den Hekelgemkouter’ palend aan de voetweg, A. Cappuijns, Frans Van Nieuwenhove en de weduwe J. B. De Smedt. Gebleven aan Pauwel Mergan voor 11 – 00.

Nummer 7: 102 r op ‘Den Mattenlogting’ palend aan de straat, ‘Den Buijcauter en de erfgenamen Fernand Meert. Gebleven aan Gillis Verbeken voor 27 – 00.

Nummer 8: 25 r op ‘Den Hekelgemcauter’ palend aan Gillis Verleijsen, het Kapelrijgoed, de erfgenamen M. Robijns en de kerkweg. Gebleven aan Anna Maria Crols voor 5 – 00. Nummer 9: 150 r op ‘Den Asscherenbosch’ palend aan de weduwe Peeter Vasseur, J. B. Van Den Wijngaerde, Affligem en Joannes De Gendt. Gebleven aan Frans Van Varenberg voor 32 – 00..

Nummer 10: 92 ½ r genoemd ‘Den Eijerdop’ palend aan Affligem, G. Verbeken en de straat. Gebleven aan Joannes Verleijsen voor 8 – 00.

Nummer 11: 152r op ‘De Capruijn’ palend aan Affligem, de armen, de voetweg en Joannes Verleijsen. Gebleven aan Jan Baptista De Schrijver voor 32 – 00. .

Nummer 12: 48 rhofstede in de Langestraat palend aan de straat, de H. Geest van Hekelgem, Hendrik Van Buiten en de kerk van Hekelgem. Gebleven aan Jan Baptista Van Den Wijngaerd voor 9 – 00.

Nummer 13: 96 r hofstede in de Langestraat palend aan de straat, de kerk van Hekelgem,  G. Bernauw en J. De Schrijver, de weduwe J. Boterberg. Gebleven aan Jan Baptist De Schrijver voor 21 – 00.

Nummer 14: 120 r land en bos op ‘Het Leenvelt’ palend aan de kassei, A. De Meersman, B. E. De Witte en P. Van Ransbeek. Gebleven aan Benedictus De Pauw voor 22 – 00. Nummer 15: 75 r op ‘De Keukenshaege’ palend aan Joannes Van Vaerenberg en Affligem. Gebleven aan Christiaen Arijs voor 25 – 00

Nummer 16: 89 r meers genoemd ‘Kerken Huijsselken’ palend aan de dreef, Affligem en J. Van Der Schueren. Gebleven aan Petrus Verleijsen voor 60 – 00.

1807. Over achterstallige betalingen[3].

Chaban, prefect van het departement van de Dijle antwoordde op 16 februari 1807 – in het Frans – op een vraag van de burgemeester van Hekelgem. Het betrof de achterstallige betalingen aan het Bureau van Liefdadigheid en de vraag luidde: Wat moeten ze doen om de achterstallige betalingen te recupereren? Volgens de prefect was dart een zaak van justitie en de verantwoordelijken dienden een klacht in te dienen met de vermelding van de nodige gegevens: wie betaalde niet, het bedrag van de achterstallen en de opgelopen rente.

Bruxelles, le 16 février année 1807. Je vous salue, Chaban.

In een tweede brief met dezelfde datum stelde le maître des requêtes voor dat de kerkontvanger de klacht zou indienen.

1812. Witten van de kerk[4].

Op 16 augustus 1812 lieten pastoor De malander en kerkmeester J.B. Robijns aan Joseph Palliandi een Italiaanse verver, weten dat zij akkoord gaan met zijn voorstel om de kerk te witten voor 120 gulden Brabants geld. Behalve de kerk witten moet hij de zijkanten en de pilaren met olieverf behandelen, het houtwerk van het okzaal, het orgel en de deur van het portaal onder het okzaal met melkverf instrijken. Hij moet ook de pastorie witten. Het werk moet eind augustus beginnen.

De Malander pastoor in Hekelghem. J. B. Robijns. Joseph Paliandi.

1812. Lijst van de kerkmeubelen[5].

Het zilverwerk.

  1. Een zilveren remonstrans.
  2. Twee zilveren kelken.
  3. Een derde kelk met een zilveren kap en koperen voet.
  4. Drie zilveren tabellen.
  5. Twee missaals gegarnierd in zilver.
  6. Een kleine ciborie voor de publieke ziekenzalvingen.
  7. Twee zilveren potjes met voet voor de H. Oliën.
  8. Twee zilveren doosjes voor de ziekenzalvingen.
  9. Twee zilveren kronen voor ’t beeld van Maria en ’t kindje met zilveren bolletjes.
  10. Twee zilveren relikwieën, een van St.-Blasius en een van St.-Barbara.
  11. Een zilveren kruis met voet voor de relikwie van het H. Kruis.

Koperwerk.

  1. Een ciborie vanbinnen verguld.
  2. Een doosje voor de geconsacreerde hosties der remonstrans.
  3. Een wierookvat, schop en bel.
  4. Een wijwaterketel.
  5. Twee koperen kruisen voor de processies.
  6. Twee kronen hangend in ’t midden van de kerk.
  7. Vier kandelaars voor roetkaarsen.
  8. Een pannetje voor de kerkmeesters.
  9. Een lamp in het koor aan de berging.
  10. Een deksel van de doopvont.
  11. Drie ….. een voor elk altaar.
  12. Zes grote en vier kleinere altaarkandelaars.
  13. Vier gegoten kandelaars, vier blakers en twee kandelaars voor de choralen.
  14. Een lantaarn voor de processies.
  15. Een Christus gekruist in de sacristie.
  16. Twee kronen voor Maria en ’t kindje, item scepter.
  17. Twee kaarssnijders.
  18. Twee lezenaars voor het altaar.
  19. Twee metalen bellen.
  20. Een missaal met koperen sloten.

IJzerwerk.

  1. Acht pinnkandelaars.
  2. Een boor voor de grafmaker.
  3. Een kroon staande voor het altaar van O.-L.-Vrouw.
  4. Een voet van een lezenaar staande op het okzaal.
  5. Een grote horologie op de toren.
  6. Een vorm voor de grote hostie der remonstrans.
  7. Een snutter, domper en twee blakers.
  8. Een lantaarn.
  9. Een vuurslag.

Ornamenten.

  1. Beste wit met dalmatica, koorkap, velum en antipendium.
  2. Gemeender wit met dalmatica en koorap.
  3. Beste zwart met dalmatica en koorkap different.
  4. Gemeender zwartt met dalmatica en koorkap.
  5. Een afhangsel voor het badactum?
  6. Een overtreksel voor de relikwiekast van St.-Cornelis.
  7. Drie baarklederen, een beste zwart, gemeen en een wit.
  8. Een kazuifel, het kruis van wit ivoor.
  9. Een beste rood met koorkap different.
  10. Drie kazuifels wit gemeen.
  11. Drie rood gemeen.
  12. Twee violetten en een koorkap.
  13. Twee groene.
  14. Een beste zwart gelijk n° 3.
  15. Drie zwarte gemeen.
  16. Drie bekleedsels rood voor de communiebank.
  17. 5 rode togen voor de koralen.
  18. Een knielkussen.
  19. Drie deksels voor de drie altaren.
  20. Een best kleed van O.-L.-V.
  21. Nog twee bovenklederen.
  22. Twee voolen?

Lijnwaad.

  1. 14 alben, 4 goede alle andere al gerepareerd.
  2. 9 grote overrokken.
  3. 9 kleine overrokken.
  4. 16 amicten.
  5. 12 singels.
  6. 15 mappen.
  7. 12 handdoeken.
  8. 5 benedictiedoeken.

1813. rekening van kerkmeester J.B. Robijns[6].

De rekening gaat over de periode van 1 april 1812 tot 1 april 1813.

Ontvangsten.

  1. Vooreerst wordt in rekening gebracht als ontfvangsten ’t slot van rekening van 1812 gepasseerd op 5 april 1812: 113 – 11 – 1.
  2. Van de schaal 71 – 19 – 3.
  3. Van de rest die Judo Van Vaerenberg debet was van de pacht van stoelen van 1811:  28 – 2 – 0.
  4. De pacht van stoelen van 1812 verpacht à 80 gulden 39 – 2 – 1.
  5. Over de beste klederen voor de uitvaarten 9 – 13 – 2.
  6. Levering van was voor de uitvaarten 29 – 10 – 0.
  7. 21 pond oud was verkocht 20 – 2 – 0.
  8. Van de relikwieën 31 – 18 – 0.
  9. Van den ommegang van hop 44 – 0 – 0.
  10. Van de jaargetijden 8 – 14 – 0.
  11.  1/3 van het zuivelgeld 1 – 8 – 0.
  12. Van de offerblokken 3 – 2 – 0.
  13. Van kaarsen in het octaaf van Barbara 4 – 0 – 0.

Totaal ontvangsten = 405 – 2 – 3.

Uitgaven

  1. Aan 24 ellen kloosterdoek voor drie alben 32 – 8 – 0.
  2. Voor de zomerwas 10 – 10 – 0.
  3. Voor reparatie van lijnwaad 2 – 0 – 0.
  4. Voor 4 paar schoenen voor de koralen 7 – 7 – 0.
  5. Voor kanten van de drie nieuwe alben 18 – 18 – 0.
  6. Voor 20 zakken kalk, pannen e.a. 18 – 13 – 0.
  7. Voor 3000 kareelstenen 21 – 0 – 0.
  8. Voor vervoer van stenen en vertier 6 – 13 – 0.
  9. Voor reparatie aan de pomp 9 – 19 – 0.
  10. Voor de heer pastoor: rente, cijns, e.a 28 – 12 – 0.
  11. Aan de koster, jaargeld e.a 17 – 19 – 0.
  12. Voor het bespelen van het orgel 10 – 10 – 0.
  13. Maken van drie alben e.a 13 – 7 – 0.
  14. Aan Joannes Benedictus Vermoesen meestermetselaar 18 – 1 – 1.
  15. Aan Jacobus Van Den berg metser knecht – 10 – 0 – 0.
  16. Aan J. B. Robijns voor geleverd hout 6 – 17 – 0.
  17. Aan Gillis Verbeken voot ’t zelfde 5 – 2 – 0.
  18. Aan Peeter De Vis voor 190 voet planken 10 – 10 – 0.
  19. Aan Thomas Libaert, smid 5 – 4 – 2.
  20. Aan J. B. Ledegen, timmerman 14 – 17 – 0.
  21. Voor spaans groene litargeverf 16 – 8 – 0.
  22. Voor wit lood 6 – 0 – 0.
  23. Op rekening van Paliarde, verver 20 – 0 – 0.
  24. Voor winterwas 10 – 10 – 0.
  25. Voor twee stenen rode kaarsen 5 – 12 – 0.
  26. Aan Cornelis De Geijnt, smid 4 – 6 – 0.
  27. Aan de zangers volgens gewoonte 6 – 6 – 0.
  28. Aan een steen rode kaarsen 2 – 8 – 0.
  29. Voor geleverde kalk 4 – 10 – 0.
  30. Voor een jaar miswijn 33 – 0 – 0.
  31. Voorr een jaar misbrood, groot en klein 10 – 10 – 0.
  32. Voor een jaar wierook 7 – 0 – 0.
  33. Voor papier, pennen, inkt, port van brieven van ’t bisdom, deken e.a. 8 – 16 – 1.

Totaal uitgaven = 403 – 14 – 2.

Boni = 1 – 8 – 1.

Dus blijkt dat er 1 guldden 8 stuivers 1 oord meer is ontvangen dan er is uitgegeven. Aldus gedaan op 9 april 1813 ter presentie van Guilielmus De Smet president, De Malander pastoor, F. De Doncker mayer, Martinus Vasseur en Petrus De Vis.

1813. Registers in de kom van de kerk[7].

Met een schrijven van 15 december 1813 zonder vermelding van de bestemmeling, lieten pastoor P. J. De Malander, onderpastoor J. B. Gemoets en olieslager en oud-griffier van Affligem B. E. De Witte weten dat burgemeester J. De Doncker de parochie- en gemeenteregister naar de kom van de kerk had overgebracht. De bedoeling was om ze in veiligheid te brengen voor het geval dat vreemde troepen het land binnen vielen of voor andere accidenten.

Parochieregisters.

N° 1. Un register met de akten van geboorte, huwelijken en overlijdens van 1604 tot 1635 waarvan 4 bladzijden  van de geboorten en huwelijken zijn weggesneden.

N° 2. De geboorten vanaf 1636 tot 1660, huwelijken vanaf 1636 tot 1662 en de overlijdens vanaf 1636 tot 1675 met nog 7 lege bladzijden zijn aangehecht.

N° 3. Overlijdens vanaf 1676 tot mei 1725.

N° 4. Geboorten en huwelijken vanaf 1661 en 1663 tot 1687.

N° 5. Geboorten en huwelijken vanaf 1688 tot 1716.

N° 6. Geboorten vanaf 1717 tot 1763.

N° 7. Overlijdens vanaf 1726 tot 1788 en huwelijken vanaf 1733 tot 1788.

N° 8. Geboorten van 1763 tot 1790.

N° 9. Geboorten van 1790 tot oktober 1796.

N° 10. Huwelijken van 1789 tot 1796.

N° 11. Overlijdens van 1789 tot 1796.

Gemeentelijke registers.

N° 12. Drie van geboorten, huwelijken en overlijdens van het jaar 5 en 6 van de Republiek.

N° 13. Twee geboortenregisters en overlijdens van het jaar 7.

N° 14. Twee dezelfde van het jaar 8.

N° 15. Drie registers van geboorten, huwelijken en overlijdens van het jaar 9.

N° 16. Drie van het jaar 10.

N° 17. Drie tienjarige tabellen van geboorten, huwelijken en overlijdens van het jaar 1 tot 10.

N° 18. Drie van geboorten, huwelijken en overlijdens van het jaar 11.

N° 19. Drie dezelfde van het jaar 12.

N° 20. En van het jaar 13.

N° 21. Vier registers met huwelijksbeloften van de jaren 9, 10, 11 & 12 van de Republiek.

N° 22. Drie van geboorten, huwelijken en overlijdens van het jaar  14 ( 1806).

N° 23. Idem van 1807.

N° 24. Idem van 1808.

N° 25. Idem van 1809.

N° 26. Idem van 1810.

N° 27. Idem van 1811.

N° 28. Idem van 1812.

1817. Terstament van Judocus Clauwaert[8].

J.C. De Deken, notaris te Ternat, stelde op 21 september 1817 het testament op van Judocus Clauwaert, zoon van Petrus en Joanna Maria Bastien, Judocus woonde op Boekhout aan de steenweg. Hij wil dat op de dag van zijn uitvaart voor tien halve hectoliters gebakken korenbroden aan de armen worden uitgedeeld. Een jaar na zijn overlijden moeten 12 gezongen requiemmissen, een per maand, worden gecelebreerd tot lafenis van zijn ziel en na elke mis zal men voor de aanwezige armen twee halve hectoliters en ¼ gebakken korenbroden uitdelen. Bovendien zal men nog 300 requiemmissen voor zijn zielenheil opdragen.

Het testament werd opgesteld in het huis van Judocus waar hij ziek te bed lag. Getuigen waren Franciscus Verhasselt, Joannes Baptista De Gheijndt, zoon van Cornelis, Joannes Baptista Van De Perre, zoon van wijlen Michiel en van Joannes De Smedt. De getuigen waren alle vier landbouwers die op Boekhout woonden.

JUDOCUS CLAUWAERT, zoon van PETRUS JOSEPHUS CLAUWAERT en JOANNA MARIA BASTIEN. Hij is gedoopt op vrijdag 20 maart 1744 in HEKELGEM. JUDOCUS is overleden op donderdag 16 oktober 1817 in HEKELGEM, 73 jaar oud.

Getekend: J. Clauwaert, Franciscus Verhasselt, Jan Baptiste De Geijndt, Joannes Baptista Van De Perre, Joannes De Smedt en J. C. De Deken notaris.

1817. Eigendom kerkfabriek van Hekelgem[9].

Situation des biens.Nature des biens.haaca
1HekelghemBewerkte grond 6098
2IdId 4810
3Boekhoutberg ErembodegemId 2715
4HekelgemId 2357
5IdId 9815
6IdId 1682
7MattenslochtingHopveld 3205
8HekelghemBerwerkte grond 785
9AsscherenbosId 4714
10EijzendopId 2892
11Capruijnid 1778
12Langestraat sous HekelghemId 159
13IdId 3018

1817. Renten kerkfabriek van Hekelgem[10].

°BedragNaam en woonplaats van de debiteur.
17,25Jean Van De Perre à Hekelgem
226,55Gilles Boom à Essene
323/65Gerard ………. Essene
410,34Jean Baptiste Robijns à Hekelgem
55,44Bernard Van Geete et Gillis De Gols à Hekelgem
60,32François Ruijssinck et consoorten à Hekelgem
72,18André Everaert et consoorten à Hekelgem
80,36Weduwe van Jean Baptiste Van Der Perre à Hekelgem.
92,90Erfgenamen van François Roseleth
100,15Jean Baptiste Meert à Hekelgem
112,71De erfgenamen van Josse Clauwaert à Hekelgem
121,81Josse De Wever à Hekelghem
130,19Jean Baptiste Pauwels en Benoit Cooreman à Hekelgem
141,09Josse De Wever en erfgenamen
150,36Josse Verleijsen à Erembodegem
163,35De kinderenvan Pierre Van Nieuwenborgh à Meldert
170,09De kinderen van Laurent Robijns à Meldert
180,36François De Baetselier à Hekelgem
190,68De erfgenamen van de Martinus Robijns à Hekelgem

Voor echt verklaard: de leden van de kerkfabriek van Hekelgem op 14 november 1817.

P. J. De Malander, pastoor, J; De Doncker, G. De Smedt, F. Droeshout, J. Roseleth.

1821. Verzekering[11].

Verzekeringspolis van de Compagnie D’Assurance verzekert tegen brand in het algemeen en in het bijzonder wat volgt :

Aan de leden van de kerkfabriek van Hekelgem die optreden voor rekening van de gemeeente met dezelfde naam de som van twintigduizend vijhonderd Hollandse gulden.

  1. Zestienduizend gulden voor de kerk met sacristie en klokkentoren te Hekelgem, gebouwd met zandsteen en baksteen en bedekt met leien.
  2. Vierduizend vijfhonderd gulden voor de pastorie bestaande uit 1ier de voordeur en twee zijdelingse gebouwen dienend als bergplaats, gebouwd met bakstenen en bedekt met pannen, ieder geschat op 250 gulden. 2ième een woning na een kleine binnenplaats tussen de twee  bergplaatsen, gebouwd met bakstenen en bedekt met leien, geschat op 4000 guldens. Totaal 4 500.

Totaal = 20 500.

De gebouwen zijn geschat zonder de waarde van de grond. De verzekeringspolis geldt voor zeven jaar vanaf deze dag met een jaarlijkse betaling van 16,50 gulden

1823. Verpachting van de kerkstoelen[12].

De 100 stoelen worden verpacht voor een jaar te rekenen vanaf de eerste februari aenstaande en eindigt op 31 januari 1824.

  1. De pachter voor het gebruik van iedere stoel een oord per keer vragen alle de dagen van ’t jaar als zij worden gebruikt.
  2. De verhuring wordt gedaan in Brabants geld en gewisseld met Nederlandse gulden Het stoelgeld wordt op de eerste zondag van de maand na de hoogmis aan de pastoor betaald.
  3. De pachter zorgt voor goede suffisante borg tot tevredenheid van de pastoor en de kerkmeesters.Deze borg geldt vanaf de ondertekening van dit document en zal in geval van gebrek van betaling, aangesproken worden zonder voorgaandelijke op de pachter. In dat geval zullen alle de onkosten van vervolging ten zijne laste zijn. zijnen koste.
  4. De pachter zal alle maandagen en in geval van een heiligdag op dinsdag de kerk behoorlijk uitvegen met borstels die hij van de kerk zal krijgen en nadien de stoelen op hun gewone plaats zetten volgens de opdrachten van de pastoor en de kerkmeesters.
  5. De pachter zal de kleine reparaties of het onderhoud van de stoelen doen zoals aan de ‘spetten’, bruggen en de leuningen. Het vlechten is voor de kerk. Op het einde van de pachttermijn zullen alle stoelen in goede staat moeten zijn.
  6.  De handstoelen mogen bezet worden in alle de goddelijke diensten door iemand van ’t huis behalve van de knechten of meiden zonder dat de pachter daarvoor iets zal mogen vragen.
  7. In het geval dat de pachter twee maanden niet betaalt,  dan zal men de stoelen  herverpachten voor het restant van zijn termijn. Is er een meerinkomen, dan komt dhet extra bedrag ten goede van de kerk. Is het bedrag lager, dan moet de eerste pachter het ontbrekende bedrag bijpassen.  De pastoor en de kerkmeesters zijn vrij om de borg aan te spreken voor de onbetaalde maanden. De kosten zijn ten laste van de eerste pachter of de borg

De condities werden voorgelezen en na oproeping en meerdere biedingen werd sieur Jan De Schrijver, herbergier en landbouwer in het Hekelgem de nieuwe pachter voor de  som van zesentachentig gulden zevenenvijftig cent of honderd en een gulden. Borg werd sieur Andries Cortemans, landbouwer in Hekelgem. Hij werd aanvaard. Het document in tweevoud werd ondertekend door de pachter en door de pastoor en de kerkmeesters op 29 januari 1823 om acht uur in de voormiddag voormiddag.

Dit X is het merk van Jan De Schrijver. A. Cortemans. J. B. Gemoets pastor in Hekelghem. D. De Cooman. J. F. Schoon, als getuigen.

Op donderdag 29 januari 1824 om 8.30 u. ‘s morgens zijn de stoelen verpacht aan Jan De Schrijver, herbergier en landbouwer in Hekelghem voor een som van zevenenzestig gulden eenenzeventig cent. Borg werd opnieuw sieur Andries Courtemans

Dit X is het merk van Jan De Schrijver, A. Cortemans. P. J. Reijntens pastoor,  J. F. Schoon en J. B. Clauwaert als getuigen.

1824. Over de kerkbesturen en de kerkelijke administratie[13].

Besluit nr. 45 van 16 augustus 1824 over de kerkbesturen en de kerkelijke administraties:

Vanaf 16 augustus 1824 kunnen de kerkbesturen en kerkelijke administraties geen beslissingen nemen over onderwerpen die niet door de wetten, reglementen of verordeningen zijn bepaald.

Wij Willem bij de gratie Gods, koning der Nederlanden, prins van Oranje Nassau, groothertog van Luxemburg enz. enz.

In aanmerking nemend dat enkele kerkbesturen uit het oog hebben verloren dat zij slechts  beheerders van de kerkgoederen zijn en dat hun daden zich niet verder dan tot die van een eenvoudig beheer beperken.

Op de voordracht van de directeur-generaal voor de zaken van den Rooms-Katholieke eredienst van 30 januari en 9 maart dit jaar n° 3 en 17.

Gezien het rapport van onze staatsraaddirecteur-generaal voor de zaken der hervormde kerk van 28 februari laatstleden n° 9.

Gezien het rapport van onze minister voor het publieke onderwijs der nationale nijverheid en de kolonies van 24e maart laatstleden n° 6.

Gelet op het rapport van onze minister van justitie van 15 april laatstleden n° 57.

De Raad van State gehoord advies van 10 augustus 1824 n° 1.

Hebben besloten en besluiten.

Art 1.

Alle kerkbesturen en kerkelijke administraties zullen vermijden om bestellingen te doen of beschikkingen te maken omtrent onderwerpen waarvan de bezorging hun niet uitdrukkelijk bij bestaande wetten, reglementen, orders of instructies is opgedragen.

Art 2.

Zonder onze toestemming te hebben verkregen is het niet geoorloofd zijn om nieuwe kerken of gebouwen voor de beoefening van de openbare eredienst te stichten of te bouwen noch om de bestaande te herbouwen of een andere inrichting te geven. De kerkbesturen moeten zich beperken tot de werken van noodzakelijk onderhoud die de instandhouding der gebouwen bevorderen.

Art 3.

Bij de aanvragen om onze toestemming tot de stichting, opbouw, herbouw of het veranderen van de inrichting of ten uitvoer brengen van andere werken die noodzakelijk zijn tot onderhoud der kerken en gebouwen van de openbare eredienst bestemd, moeten voorzien zijn van een opgave van de daartoe vereiste kosten en van de middelen welke voorhanden zijn om die kosten te kunnen betalen.

Art 4.

Zonder daartoe alvorens onze toestemming te hebben verkregen zal het niet geoorloofd zijn om enige nieuwe kerkelijke gemeenten op te richten of in te stellen.

Art 5.

Evenmin zal het geoorloofd zijn om zonder daartoe onze toestemming of de toekenning der openbare machten uit de kerken weg te breken, te vervoeren of te vervreemden of om zich enige andere beschikking te veroorloven met opzicht tot de in de kerken geplaatste voorwerpen van kunst of geschiedkundige gedenkstukken van welke aard die ook mogen zijn, voor zover zij niet toebehoren aan bijzondere genootschappen of bijzondere personen.

Onze minister van justitie en van Binnenlandse Zaken, Onderwijs en Waterstaat en de directeur-generaal van de zaken van de Rooms-Katholieke en van de hervormden eredienst zijn belast met de uitvoering van het tegenwoordig besluit het welk in het staatsblad zal worden geplaatst.

Gegeven te ’S Gravenhage op 16 augustus 1824 en van onze regering het elfde, getekend Willem, vanwege de koning geteekend J. G. De Meij Van Streefkerk, uitgegeven op 23 augustus 1824, de secretaris van staat geteekend J. G. De Meij Van Streefkerk.

Voor gelijkvormig extract afgeleverd ingevolge de circulaire van den heer gouverneur der provincie van Zuid-Brabant in datum van 13 september 1824 gebracht in de N° 66 van de memoriaal van administratie door de ondergetekende meier der gemeente van Hekelgem aan ’t kerkbestuur tot informatie en nazicht.

J. De Doncker, F. Dierickx.

1824. Besluit aangaande de benoeming van de commissie voor de jaarlijkse kerkrekeningen[14].

Extractuit een besluijt van de heer gouverneur van de provincie van Zuid-Brabant aangaande de benoeming van de commissie voor het onderzoek van de jaarlijkse kerkrekeningen en begrotingen als volgt:

Memoriaal van administratie n° 63.

N° 115. De aanstelling van een gemengde commissie voor het onderzoek van de jaarlijkse rekeningen en begrotingen van kerkfabrieken.

Besluit.

De gouverneur:

Gezien het decreet van 31 december 1809 betrekkelijk de administratie der kerkfabrieken.

Gezien het verslag van zijne hoogheid de aartsbisschop van Mechelen van 15 januari en 4 februari laatstleden.

Gezien de missive van zijne excellentie de directeur-generaal voor de zaken van de Rooms-Katholieke eredienst van 14 april laatstleden.

Overwegende dat niet alle de administraties der kerkfabrieken in het opmaken van hun rekeningen en begrotingen de gewenste zorg en nauwkeurigheid aanwenden en dat de onderscheidenen bij herhaling gegeven instructies niet genoegzaam waren nagekomen en dat dientengevolge vele rekeningen en begrotingen van kerkfabrieken slechts als onvolmaakte verslagen worden beschouwd.

Dat tot voorkoming dezer ongeregeldheden en om met juiste kennis van zaken omtrent de voordrachten van de genoemde administraties te kunnen oordelen hetzij tot bekomen van onderstand van zijne majesteit, hetzij tot subsidie uit de provinciale of gemeentefondsen het noodzakelijk wordt maatregelen daartegen te stellen om de bedoelde rekeningen en begrotingen zorgvuldig te onderzoeken.

Met gemeen overleg van zijne hoogheid de aartsbisschop van Mechelen en gedeputeerde staten dezer provincie heeft goedgevonden te bepalen:

Art. 1.

In de hoofdplaats van ieder arrondissement en in elke stad zal een gemengde commissie van drie leden worden aangesteld bestaande:

Voor ieder arrondissement:

  1. Uit de heer arrondissementscommissaris.
  2. Uit de heer landdeken voor de kerkfabrieken in zijn dekenij.
  3. Uit een aanzienlijke persoon in het arrondissement woonachtig.

En voor elke stad:

  1. Uit de heer burgemeester.
  2. Uit het hoofd van de geestelijken in de stad.
  3. Uit een aanzienlijke inwoner der stad of omtrek.

Art. 2.

De commissies zullen vergaderen voor de gemeenten in het commissariaat van de  respectieve arrondissementen en voor de steden in het stadhuis.

Art. 3.

De commissies zullen met het eerste onderzoek der jaarlijkse rekeningen en begrotingen van alle kerkfabrieken in hun ressort zullen de rekeningen en begrotingen aan zijne hoogheid de aartsbisschop van Mechelen worden onderworpen met de aanmerkingen en vervolgens na door gezegde prelaat te zijn goedgekeurd zullen ze aan gedeputeerde staten der provincie medegedeeld.

Art. 4.

De heren landdekens zullen voor kosten van verplaatsing een schadeloosstelling genieten even gelijk met die bij het reglement door besluit van zijne majesteit van 25 juli 1818 n° 47 goedgekeurd aan de openbare ambtenaren toegestaan.

De schadeloosstelling zal ieder jaar worden uitbetaald door de kerkfabrieken in deze respectieve dekenijen gelegen volgens een verdeling die ze zelf opmaken naar evenredigheid van de gewone inkomsten.

Art. 5.

Op voordracht van de heren arrondissementscommissarissen en door de stedelijke regeringen worden bij deze tot derde lid der meergemelde commissies benoemd de volgende personen, te weten:

  • Voor het arrondissement Brussel de heer J. B. J. baron de Viron, vader.
  • Voor het arrondissement Leuven de heer C. M. baron de Rijckman.
  • Voor het arrondissement Nijvel de heer Dangomau burgemeester der stad Nijvel.
  • Voor de stad Brussel de heer ………….. lid der provinciale staten en van de raad der regering.
  • Voor de stad Leuven de heer Poullet schepen.
  • Voor de stad Thienen de heer J. A. Pardon.
  • Voor de stad Nijvel de heer Auguste Deprelle.
  • Voor de stad Diest de heer Joannes Andreas Cantillon.
  • Voor de stad Halle de heer C. J. Van Der Cammen notaris.
  • Voor de stad Waver de heer Jean Charles Hallaux.
  • Voor de stad Aarschot de heer Matheus Cornelius Van Calster.

Art. 6.

De tegenwoordige ordonnantie zal in het memoriaal van administratie worden geplaatst, de stedelijke regeringen en de meiers der gemeenten zijn belast met de uitvoering ervan en om daarvan een afschrift aan iedere administratie van kerkfabrieken af te leveren tot nazicht.

En zal afschrift ervan aan zijne hoogheid de aartsbisschop van Mechelen worden toegezonden tot informatie.

Brussel 2 september 1824 getekend burggraaf Du Bus de Gisignies.

Voor gelijkvormig afschrift afgeleverd door de ondergetekende meier der gemeente van Hekelgem aan de administratie van het kerkfabriek.

J. De Doncker.

Charles Mathias Jean de Ryckman de Betz (Diest, 24 augustus 1784 – Leuven, 23 december 1837)

DANGONAU Jean Baptiste (Auxonne 1770 – Baulers 1854) 1ste burgemeester van Nijvel bij Koninklijk Besluit van 25 juli 1817 tot 22 oktober 1830

1824. Nieuwe overeenkomst met de koster[15].

Volgens het kerkarchief kwamen op 30 november 1824 de kerkmeesters van Hekelgem in een buitengewone algemene vergadering samen om de vergoedingen van de koster te bepalen. Er was onenigheid ontstaan met Anthonius Cappuyns (koster en organist van 1776 tot 1812) en diens zoon Henricus (koster en organist vanaf 1812) omdat de kwitanties voor de betalingen aan de koster niet vermeldden voor welke prestaties die vergoedingen waren. Om in de toekomst alle geschillen te vermijden, wou men precies bepalen wat voor welke prestaties diende te worden betaald.

  1. Voor de dienst als koster waaronder het behoorlijk schikken en net houden van de sacristie, koor, altaren en okzaal naar het goeddunken van de heer pastoor zal 15 gulden 12 stuivers worden betaald te beginnen van Sint-Jansmis 1824.
  2. Voor het spelen van ’t orgel in alle parochiale diensten op zondag en heiligdagen voor een jaar ook vanaf Sint-Jansmis 1824 zal 10 gulden 10 stuivers worden betaald. Bovendien moet de organist voor die som het orgel onderhouden en stemmen.
  3. Voor het borstelen van de kerk, tweemael per week volgens de vraag van de heer pastoor, voor het plaatsen en wegzetten van de banken van de kinderen voor en na de catechismus is de vergoeding 17 gulden en tien stuivers Brabants courant. Voor het borstelen van de kerk en het plaatsen van de banken kan de heer pastoor zelf een persoon kiezen.
  4. Voortaan mag er in de kerk of pastorie niets geplaatst worden zonder toesremming en het oud was zal ter beschikking zijn van de heer pastoor tot profijt van de kerk.

Aldus gedaan en besloten in onze extraordinaire vergadering en in het teken der waaheid hebben wij het eigenhandig ondertekend. De Doncker, P. J. Reijntens pastoor, D. De Cooman, J. F. Schoon, J. B. Clauwaert, J. Pauwels.

1825. Kerkrekening[16].

kerkrekening door de heer pastoor van Hekelghem van ontvangsten en uitgaven in Brabants courant geld ter presentie van de eerw. heer landdeken en leden van de kerkraad van  oktober 1823 tot 26 juli 1825.

Ontvangsten.

  1. Slot van de laatste rekening van de inkomsten der kerk van 30 december 1823 door Joannes Bosteels daartoe geautoriseerd door de erfgenamen van de eerw. heer J. B. Gemoets de som van vierhonderd veertien gulden en dertien stuivers, dus 414 – 13 – 0.
  2. Ontvangsten voor de kerk gedaen door mijnheer Consgen in kwaliteit van deservitor van Hekelgem in augustus en september van 1823 de som van achtien gulden en acht stuivers daarin zestien gulden zestien stuivers betaald door J. B. De Schrijver om de kleine stoelen van de kerk uit te zetten in juni en juli van 1823, een frank voor de stoel van Cath. De Kock voor een half jaar, een gulden en een stuiver van offer en jaargetijden, dus 18 – 8 – 0. Totaal = 433 – 1 – 0.
  3. In oktober, november en december 1823 achtien gulden zestien stuivers en zes deniers uit de schaal en offerblok, dus 18 – 16 – 6.
  4. Tien stuivers voor twee gezongen missen, te weten voor Petronilla Clauwaert en Michiel Van Der Schueren, dus 0 – 10 – 0.
  5. Tien stuivers voor het jaargetijde van Guill. Van Neervelt en Paschasia De Paep, dus 0 – 10 – 0.
  6. Vier gulden voor was op de uitvaart van Joanna Callebaut, dus 4 – 0 – 0.
  7. De vier eerste maanden van 1824 ontvngen uit de schaal en offerblokken zestien gulden negentien stuivers en zes deniers, dus 16 – 19 – 6.
  8. Van J. B. De Schrijver, stoelzetter, tweeënzestig gulden en acht stuivers waarmee hij het restant van zijn pacht van de kleine stoelen van de kerk voor 1823 kwijt: honderd en een gulden, dus 62 – 8 – 0. J. B. De Schrijver heeft tot afkorting van de  pachtschuld aan de heer pastoor Gemoets drieëndertig gulden twaalf stuivers betaald die in de laatste rekening van de inwendige revenu van de kerk als ontvangsten zijn ingebracht en dat hij op die pacht vijf gulden Brabants courant korting van de kerkraad heeft bekomen om de schade te vergoeden die hij geleden heeft omdat er in het jaar op verscheidene zondagen maar een mis is geweest.
  9. Zevenendertig gulden een stuiver van de stoelen in de kerk in 1823, dus 37 – 1 – 0.
  10. Twee gulden vijftien stuivers zes deniers van de jaargetijden voor J. B. Crick, voor Petronilla Van Neervelt en Maria Anna Crick voor 1823, dus 2 – 13 – 6.
  11. Drieëndertig stuivers voor de beste klederen op de uitvaart van Isabella Vonck, dus 1 – 13 – 0.
  12. In mei, juni en augustus van 1824 ontvngen uit de schaal en offerblok de som van drieënvijftig gulden een stuiver negen deniers, dus 53 – 1 – 9.
  13. Vier gulden voor was op de uitvaart van Antonia Wamback, dus 4 – 0 – 0.
  14. Een gulden voor de mis van Maria Anna Van Der Schueren  voor 1824, dus 1 – 0 – 0.
  15. Zes stuivers voor de twee missen voor Egid De Keghel en Anna Clauwaert voor  1824, dus 0 – 6 – 0.
  16. Drieëndertig stuivers voor de beste klederen op de uitvaart van Judoca Schollaert, dus 1 – 13 – 0.
  17. Vier gulden voor was op de uitvaart van Frederica Van Ransbeeck, dus 4 – 0 – 0.
  18. In de vier laatste maanden van 1824 ontvangen uit de schael en offerblok eenentwintig gulden twee stuivers negen deniers, dus 21 – 2 – 9.
  19. Van de opgehaalde hop achtentachtig gulden vijf stuivers drie deniers, dus 88 – 5 – 3.
  20. Tien stuivers voor het jaargetijde van Guill. Van Neervelt en Paschasia De Paep, dus 0 – 10 – 0.
  21. Tien stuivers voor twee jaargetijden voor Petronilla Clauwaert en Michiel Van Der Schueren, dus 0 – 10 – 0.
  22. Twaalf stuivers voor jaargetijden betaeld door mijnheer De Wit(te) griffier, dus 0 – 12 – 0.
  23. Acht gulden voor was van twee uitvaarten te weten: van Franciscus Wauters en Judocus De Ridder, dus 8 – 0 – 0.
  24. In de vier eerste maanden van 1825 ontvangen uit de schaal en offerblok achtentwintig gulden zeven stuivers zes deniers, dus 28 – 7 – 6.
  25. Van J. B. De Schrijver negenenzeventig gulden voor zijn pacht van de stoelen voor  1824, dus 79 – 0 – 0.
  26. Van de standstoelen zesenviertig gulden dertien stuivers zeven deniers, dus 46 – 13 – 7.
  27. Twaalf gulden voor was op drie uijvaarten, te weten: van Joannes De Batselier, van Judocus Van Oudenhove, en van Anna Cath. Van Nieuwenborgh, dus 12 – 0 – 0.
  28. Dertien gulden tien stuivers voor het uitzetten van de kleine stoelen voor februari en maart 1825 van Peeter Scheerlinckx, dus 13 – 10 – 0.
  29. In mei en juni 1825 ontvangen uij de schaal en offerblokken e.a vierenvijftig gulden veertien stuivers drie deniers, dus 54 – 14 – 3.
  30. Van stoelzetter Peeter Scheerlinckx dertien gulden tien stuivers voor het uitzetten van de stoelen in april en mei 1825, dus 13 – 10 – 0.
  31. Acht gulden voor was op twee uitvaarten, te weten: van Regina De Meester en van Henricus De Nil, dus 8 – 0 – 0.
  32. Zes stuivers voor de missen voor Egid De Keghel en Anna Clauwaert voor 1825, dus 0 – 6 – 0.
  33. In juli 1825 ontvangen uit de schaal en offerblok e.a negen gulden en viertien stuivers Zes deniers, dus 9 – 14 – 6.
  34. Van Peeter Scheerlinckx zes gulden vijftien stuivers voor het zetten van de kleine stoelen in juni, dus 6 – 15 –

Totaal ontvangsten = 1033 – 6 – 1.

Uitgaven

  1. Gerembourseerd aan onderpastoor Consgen de betaeling tot last van de kerk die hij deed toen hij in augusts en september 1823 deservitor was, de som van twintig gulden drie stuivers twee deniers waarin begrepen zijn veertien stuivers voor het port van brieven van het bisdom, drie gulden en vier stuivers  voor uitgedeed brood aan de armen, veertien gulden zeventien stuivers acht deniers voor gefundeerde missen en achtentwintig stuivers voor miswijn, dus 20 – 3 – 2.
  2. In de drie laatste maanden van 1823 heeft de rendant aan J. F. Ledegen negen gulden zes deniers betaald  voor geleverd hout aan de kerk en gedane arbeid volgens kwitantiee, 9 – 0 – 6.
  3. Voor de kerkvisitatie aan de heer deken vijfendertig stuivers, dus 1 – 15 – 0.
  4. Vijftien gulden veertien stuivers zes deniers aan Liv. Callebaut voor arbeid en glas voor de kerk en pastorie volgens kwitantie, 15 – 14 – 6.
  5. Vijfendertig stuivers voor wierook, 1 – 15 – 0.
  6. Zeven gulden veertien stuivers aan Peeter Callebaut voor vier paar schoenen voor de koralen e.a volgens kwitantie, 7 – 14 – 0.
  7. Aan J. H. Schoon negen gulden twaalf stuivers voor het tractement van de  kerkmeesters, misdienaars op de feestdag van Cecilia, 9 – 12 – 0.
  8. Aan Joannes Bosteels vijfentwintig gulden voor miswijn geleverd door de heer pastoor J. B. Gemoets, 25 – 0 – 0.
  9. Voor lint en reparatie aan het kerklijnwaad drie gulden, dus 3 – 0 – 0.
  10. Aan Joannes Bosteels voor de erfgenamen van de heer pastoor Gemoets zeven gulden zeventien stuivers zes deniers voor zeven maanden intrest van een rente en cijns, te weten: van de 1 januari tot 31 juli 1823, dertien gulden en tien stuivers aan de cure competerende ten laste van de kerk, 7 – 17 – 6.
  11. Aan mijnheer Cousgen als deservitor een gulden en twee stuivers zes deniers voor intrest van augustus 1823 van de gemelde rente en cijns, 1 – 2 – 6.
  12. Aan de rendant als pastoor van Hekelghem komt vier gulden tien stuivers van de  gemelde rente en cijns voor de vier laatste maanden van 1823, 4 – 10 – 0.
  13. Voor de winterwas van kerklijnwaad tien gulden, 10 – 0 – 0.
  14. Voor miswijn voor de vier laatste maanden van 1823 acht gulden tien stuivers, 8 – 10 – 0.
  15. In de vier eerste maanden van 1824 heeft de rendant aan E. Meert van Aalst negen gulden betaald voor een jaar misbrood e.a voo 1823 volgens kwitantie, 9 – 0 – 0.
  16. Aan Joseph Van De Perre, vaandrager dertig stuivers, 1 – 10 – 0.
  17. Voor brieven van ’t bisdom, papier, pennen, ink e.a voor de vier laatste maanden van 1823 twee gulden, 2 – 0 – 0.
  18. Aan de koster achtentwintig gulden zeven stuivers zes deniers voor geleverd en verwerkt was 28 – 7 – 6.
  19. Aan J. B. Ledegen voor geleverd hout en arbeid gedaan voor de kerk drie gulden twee stuivers zes deniers volgens kwitantie 3 – 2 – 6.
  20. In de mei, juni, juli en augustus 1824 aan J. B. Ledegen vijfentwintig gulden zestien stuivers drie deniers voor arbeid en geleverd hout voor de kerk en pastorie, 25 – 16 – 3.
  21. Achtentwintig stuivers voor de H. Olien 1 – 8 – 0.
  22. Aan J. Eeman zeven gulden viertien stuivers drie deniers voor verf en olie voor de pastorie volgens kwitantie, 7 – 14 – 3.
  23. Aan Joannes Verleijsen voor een slot en andere objecten voor de pastorie negen gulden drie stuivers volgens kwitantie, 9 – 3 – 0.
  24. Aan Livin Callebaut voor het borstelen van de der kerkmuren, kuisen van het glas twaalf gulden zestien stuivers volgens kwitantie, 12 – 16 – 0.
  25. Aan mijnheer de deken voor de visitatie van de kerk vijfendertig stuiver en voor het bijwonen der kerkrekening twee gulden en zestien stuivers, 4 – 11 – 0.
  26. Aan de koster eenentwintig gulden veertien stuivers negen deniers voor geleverd was e.a volgens kwitantie, 21 – 14 – 9.
  27. Zes gulden zeventien stuivers voor reparatie aan het kerklijnwaad, kazuivels e.a aan garen en lint, 6 – 17 – 0.
  28. Voor borstels en bezems,, voor vier ellen opneemdoeken voor de kerk drie gulden vijf stuivers, 3 – 5 – 0.
  29. Zeven gulden elf stuivers aan Peeter Callebaut voor vier paar schoenen voor de koralen volgens kwitantie, 7 – 11 – 0.
  30. Een rente van zes gulden, een cijns van zeven gulden tien stuivers voor 1824,  samen 13 – 10 – 0.
  31. Dertig gulden voor miswijn aan de kerk overgelaten voor 1824, 30 – 0 – 0.
  32. Twintig gulden voor het wassen van het kerklijnwaad in 1824, 20 – 0 – 0.
  33. Elf gulden twaalf stuivers Zes deniers voor 91/2 pond waskaarsen aan de kerk overgelaten à vijfentwintig stuivers het pond, 11 – 12 – 6.
  34. Elf gulden voor port van brieven van ’t bisdom e.a, voor port van de vergulde kelk, van de remonstrans, van Sint-Cornelius en andere objecten van de kerk, van pennen, papier, inkt e.a voor 1824, 11 – 0 – 0.
  35. In de vier eerste maanden van 1825 heeft de rendant aan schrijnwerker Joannes Brand voor geleverd hout en arbeid voor de kerk en pastorie negenenvijftig gulden een stuiver drie deniers betaald volgens kwitantie, 59 – 1 – 3.
  36. Aan J. Fontijn voor ijzer en arbeid voor de sacristie, kapellejes en pastorie elf gulden  een stuiver, blijft onverlet.
  37. Aan J. B. Adam vier gulden twee stuivers deniers voor geleverd blik en arbeid aan de kerk en pastorie volgens kwitantie, 4 – 2 – 6.
  38. Voor wierook, misbrood e.a zeventien gulden vijf stuivers, 17 – 5 – 0.
  39. Aan J. Maes, zilversmid zesendertig gulden achttien stuijver voor ’t vergulden van een kelk, het maken van een zilveren pateen e.a, 36 – 18 – 0.
  40. In mei, juni en juli van 1825 betaald aan zilversmid J. Maes vijftig frank of zevenentwintig gulden elf stuivers drie deniers voor een vergulde hoorn volgens kwitantie, 27 – 11 – 3.
  41. Aan J. Lenssens voor arbeid en leveringe voor de kerk, kapelletjes en pastorie tweeënzestig gulden vier stuivers negen deniers, 62 – 4 – 9.
  42. Aan Peeter Callebaut zeven gulden negentien stuivers voor vier paar schoenen voor de misdienaars volgens kwitantie, 7 – 19 – 0.
  43. Aan Livin Callebaut voor glas en arbeid aan de kerk en pastorie tweeënvijftig gulden veertien stuivers volgens kwitantie, 52 – 14 – 0.
  44. Aan H. Cappuijns dertien gulden zes stuivers voor geleverd en verwerkt was volgens kwitantie, 13 – 6 – 0.
  45. Aan H. Cappuijns zesentwintig gulden twee stuivers als koster en organist in 1824 tot 1825 volgens kwitantie, 26 – 2 – 0.
  46. Aan schrijnwerker P. J. Brand tachtig gulden op afkorting van een meerdere som voor geleverde ramen, ijzerwerk, arbeid e.a voor de kerk en pastorie volgens kwitantie, 80 – 0 – 0.
  47. Aan H. Cappuijns voor het zingen in tien gefundeerde jaargetijden tot laste van de kerk vijf guldens thien stuivers en drie deniers, 5 – 10 – 3.
  48. Aan Joanna Van Eeckhout en Peeter Scheerlinckx zeventien gulden en tien stuivers van 1824 tot 1825, 17 – 10 – 0.
  49. Nog schuldig aan de kerk voor 1825 eerst vijftien gulden voor de miswijn van de zes  eerste maaden, 15 – 0 – 0.
  50. Zes gulden en dertien stuivers voor de mondkosten en logies van P. J. Brand voor  negentien dagen tijdens zijn werk voor kerk en pastorie à zeven stuivers daags, 6 – 13 – 0.
  51. Elf gulden voor tien gefundeerde jaargetijden, 11 – 0 – 0.

Totale uitgave = 1088 – 16 – 11.

De rendant heeft 55 – 10 – 10 meer uitgegeven dan ontvangen.

Aldus overgegeven door de pastoor aan de zeer eerweerde heer deken van Asse en aan de leden van de kerkraad van Hekelgem di de rekening contrleerden en goedkeurden en tekenden op 26 juli 1825.

1825. Kopie van een deliberatie van de kerkraad[17].

De leden van de kerkraad van Hekelgem, dekenschap en kanton van Asse vergaderden  om  ingevolge een brief van de heer Forgeur, vicaris-generael van het aartsbisdom Mechelen van 3 augustus, de tresorier van de kerk van Hekelgem de opdracht te geven tot betaling van  141 gulden 75 cent (300 francs) voor supplement van tractement aan de heer pastoor voor  1824 of hun redenen voor de weigering bekend te maken. De leden van de kerkraad zijn van mening het supplement niet te betalen:

  1. Omdat de pastoor al voldoende inkomsten geniet als pastoor van een parochie van 1700 zielen.
  2. Omdat een van zijn voorgangers,  wijlen de heer pastoor De Malander in 1806 of 1807 niet meer heeft gevraegt voor tractement en supplement dan wat de actuele heer pastoor tegenwoordig geniet van het gouvernement, te weten 800 fr. Indien het gouvernement hem slechts 400 fr. betaalde hij van de gemeente een toeslag van 400 zou geven. .
  3. Omdat de parochianen door omstandigheden het zeer moeilijk hebben om hun lasten te betalen er rekeningmee houden dat de parochianen die toeslag moeten geven omdat zij de kerk moeten ondersteunen als zij te kort komt.

in vergadering van den tiende augustus 1825.

Was onderteken J. F. Louis, D. De Cooman, J. F. Schoon, J. B. Clauwaert en J. Pauwels.

1826. Rekening van ontvangsten en uitgaven in de drie laatste maanden 1826 van de inwendige inkomsten van de kerk[18].

Op 3 oktober 1826 legde de pastoor zijn rekeningen voor aan de deken van Asse en de leden van de kerkraad.

Ontvangsten.

  1. Het slot van de voorgaande rekening tot oktober 1826 honderd zesenveertig gulden ezstien stuivers tien deniers, dus 146 – 16 – 10.
  2. Negentig fr. zeven stuivers zes deniers of negenenveertig gulden negentien stuivers negen deniers van de standstoelen – 49 – 19 – 9.
  3. Achtendertig gulden vijf stuivers van de kerkstoelen voor de vijf laatste maanden van de pacht van 1826,  afgetrokken tien stuivers omdat er op een zondag maer een mis gedan is – 38 – 5 – 0.
  4. Drieëntwintig gulden vier stuivers offer-en schaalgeld – 23 – 4 – 0.
  5. Achttien gulden voor het geleverd was en gebruik van de beste klederen op de uitvaat van Leonora Pauwels, Joannes De Rijck, Cath. Verdood, Anna Maria Janssens, Peeter Van Bleijenbergh, Cath. Belmans en Cath. De Gols – 18 – 0 – 0.
  6. Zevenenzestig gulden sestien stuivers negen deniers van de hopomhaling – 67 – 16 – 9.

Totaal ontvangsten: 344 – 2 – 4.

Uitgaven.

  1. Voor misbrood en hosties voor de communie negen gulden volgens kwitantiequittantie – 9 – 0 – 0.
  2. Vijftien gulden voor miswijn van de laatste maanden van 1826 – 15 – 0 – 0.
  3. Tien gulden voor acht ponden was à 25 stuivers per pond – 10 – 0 – 0.
  4. Drie gulden voor wierook – 3 – 0 – 0.
  5. Voor de winterwas, de reparatie van het kerklijnwaad, tien gulden tien stuivers – 10 – 10 – 0.
  6. Achtendertig gulden voor een groene kazuifell met alle toebehoorten volgens kwitantie – 38 – 0 – 0.
  7. Aan Peeter Scheerlinckx om tweemaal in de week de kerkvloer te vegen in de zes laatste maanden van 1826 acht gulden vijftien stuivers à rato van zeventien gulden tien stuivers per jaar – 8 – 15 – 0.
  8. Aan dezelfde een gulden vijf stuivers om het vaandel te dragen de zeven en half laatste maanden van 1826 – 1 – 5 – 0.
  9. Aan H. Cappuijns dertien gulden een stuiver voor het bedienen van de kosterij en het spelen van het orgel op zondagen e.a de zes laatste maanden van 1826 volgens kwitantie – 13 – 1 – 0.
  10. Voor de H. Olie, pennen, papier, port van mandementen, brieven e.a acht gulden – 8 – 0 – 0.
  11. Aan P. J. Lensens drie gulden voor reparatie aan de steenput van de der pastorie en leverantie …….. volgens kwitantie – 3 – 0 – 0.
  12. Eenendertig gulden negentien stuivers negen deniers voor gefundeerde jaargetijden, loven en uitdeling van brood aan de armen – 31 – 19 – 9.
  13. Negen gulden voor het tractement van de kerkmeesters op Cecilia – 9 – 0 – 0.
  14. Aan de heer landdeken voor de kerk visitatie en bijwonen van de kerkrekening vier gulden elf stuivers – 4 – 11 – 0.

Totale uitgaven: – 165 – 1 – 9.

Overschot 179 – 0 – 7.

Aldus voorgeled door de heer pastoor van Hekelgem aan de heer deken van Asse en aan de leden van de kerkraad die de rekening goedkeurdenop 18 juni 1827.

1833. Hekelgemnaren niet op de kieslijst[19].

Een aantal hekelgemnaren vonden hun naam niet op de lijst van de kiesgerechtigden voor de kamer van volksvertegenwoordigers niettegenstaande ze voldoende kiescijns betaalden. Ze schreven op 24 mei 1833 een brief naar de provincieraad om toch het stemrecht te bekomen. De brief is voor allen dezelfde en is duidelijk opgesteld door een advocaat of door Alexis Lespirt de secretaris van de gemeente. Hieronder een voorbeeld.

Mijnheeren,

Vertoond met alle eerbied Guillielmus De Bisschop landbouwer woonende te Hekelgem district Brussel provincie Brabant dat hij ingevolge van ’t gemeijntebestuur hunne verklaering hierbij gevoegd heeft de vereijschte hoedaenigheden ingevolge den 1ste artikel der wet van den 3de meert 1831 om kiezer der volksvertegenwoordigers te zijn.

Oorsaeke door sijne onwetendheijd en dat er geenen exacte lijst der gene die den kieschijns betaelen aen het gemeijntebestuur van Hekelgem is toegezonden.

Dat hij sijne contributies om tot dit kieschijns te komen betaeld in de gemeijnte Teralphene heeft het voornoemd bestuur den vertooner op den lijst der kiezers niet kunnen stellen.

Den vertooner neemt sijnen toevlugt tot U lieden autoriteijt ten eijnde om stemregt te bekomen.

’T is de gratie.G. De Bisschop. Hekelgem den 24ste mei 1833.

Judocus De Bisschop en Benedictus Cooreman gaven dezelfde verklaring en Franciscus vermeldde dat hij zijn contributies in Erembodegem betaalde.

1854. Register van de goederen van de kerk van Hekelgem met vermelding van de pachters en de pachtsom, de renten en grondcijnzen met de namen van de verschuldigden, de ontvangsten van pachten, cijnzen en intresten[20].

N° 1.

Franciscus De Ridder[21] Hekelgem huurt een partij land groot dertig roeden negenenveertig ellen gelegen aan  ’t Verleijsen Vijverken voor vijftien fr. Een partij land en bos gelegen op Erembodegem op de Boekhoutberg, groot zevenentwintig roeden en vijftig ellen voor 8,50 frs.

Totaal drieëntwintig fr. – 23,50 – is betaeld 1827.

BetalingenSom
22 9ber 1835 vier jaren pacht 1828, 1829, 1930 en 1831 de som van 94 fr.94,00
7de Xber 1836 pacht van 1832: drieëntwintig fr vijftig centiemen.23,50
10de Xber 1837 pacht van 1833 de som van drieëentwintig fr vijftig centiemen.23,50
10de Xber 1838 pacht van 1834 de som van drieëentwintig fr vijftig centiemen.23,50
7de 8ber 1839 pacht van 1835 de som van drieëentwintig fr vijftig centiemen.23,50
14de 8ber 1839 pach van 1836, 1837 en 1838 de som van zeventig fr vijftig centiemen.70,50
10de Xber 1840 pacht van 1839 de som van drieëntwintig fr vijftig centiemen.23,50
Frans De Ridder huurt twee partijen land een van 33 roeden 19 ellen voor zesentwintig frs en de andere van 26 roeden 5 ellen te Erembodegem aan den Boekhoutberg voor vijftien frs. Samen eenenveertig frs. Het eerste jaer verschenen op 24 Xber 1840. 
19de 9ber 1841pacht van 1840 eenenveertig fr41,00
4de maart 1843 het jaar 1841 eenenveertig fr41,00
5de Xber 1843 het jaar 1842 eenenveertig fr41,00
27ste Xber 1844 het jaar 1843 eenenveertig fr41,00
16de Xber 1846  het jaar 1844 eenenveertig fr41,00
24ste 9ber 1847 het jaar 1845 eenenveertig fr41,00
12de Xber 1848 de jaren 1846 en 1847 tweeëntachtig fr82,00
3de 9ber 1850 het jaar 1848 eenenveertig fr41,00
1849 verhoging van de pacht tot 45 fr 
14de 7ber 1851 het jaar 1849 vijfenveertig fr45,00
10de januari 1852 het jaar 1850 vijfenveertig fr45,00
29ste juni 1853 het jaar 1851 vijfenveertig fr45,00
20ste Xber 1853 het jaar 1852 vijfenveertig fr45,00
20ste Xber 1854 het jaar 1853 vijfenveertig fr45,00
11de Xber 1855 het jaar 1854 vijfenveertig fr45,00
26ste februari 1857 het jaar 1855 vijfenveertig fr45,00
16de Xber 1857 het jaar 1856 vijfenveertig fr45,00
4de februari 1859 het jaar 1857 vijfenveertig fr45,00
1860 de pacht bedraagt nu vijftig fr. 
22ste februari 1860 het jaar 1858 vijftig fr50,00
6de februari 1861 het jaar 1859 vijftig fr50,00
1ste februari 1862 het jaer 1860 vijftig fr50,00
31ste januuari 1863 het jaar 1861 vijftig fr50,00
15de januuari 1864 het jaar 1862 vijftig fr50,00
23ste Xber 1864 het jaar 1863 vijftig fr50,00
27ste Xber 1865 het jaar 1864 vijftig fr50,00
28ste 9ber 1866 het jaar 1865 vijftig fr50,00
27ste Xber 1867 het jaar 1866 vijftig fr50,00

N° 2.

De weduwe Franciscus D’Haeselaer te Hekelgem huurt vijftien roeden vierentwintig ellen vijftig palmen – 48 1/2 roeden – gelegen het Verleijsen Vijverken voor zeven fr vijftig centiemen , dus 7,50 volgens de rekening van 1830..

BetalingenSom
21ste 9ber 1833 voor 1831 en 1832 de som van 15 fr15,00
9de januari 1835 voor 1833 de som van 7 fr 50 centiemen.7,50
3de Xber 1837 voor 1834, 1835 en 1836 de som van 22 fr 50 centiemen.22,50
15de 7ber 1839 voor 1837 en 1838 de som van 15 fr.15,00
22ste 9ber 1840 voor 1839 de som van 7 fr  50 centiemen.7,50
Charles Van De Perre te Hekelgem opvolger van D’Haeselaer (en J. B. De Schrijver) huurt eenentwintig roeden negentien ellen voor zestien fr vanaf 1840. 
14de 9ber 1841 voor 1840 zestien fr.16,00
8ste Xber 1842 voor 1841 zestien fr.16,00
13de 8ber 1844 voor 1842 en 1843 tweeëndertig fr.32,00
17de Xber 1846 voor 1846 zestien fr.16,00
30ste januari 1848 voor 1845 en 1846 tweeëndertig fr.32,00
3de Xber 1848 voor 1847 zestien fr.16,00
24ste 9ber 1850 voor 1848 zestien fr.16,00
18de 9ber 1851 voor 1849 en 1850 tweeëndertig fr32,00
13de 9ber 1853 voor 1851 en 1852 tweeëndertig fr.32,00
28ste 9ber 1854 voor 1853 zestien fr16,00
3de Xber 1855 voor 1854 zestien fr.16,00
 5de 9ber 1856 voor 1855 en 1856 tweeëndertig fr.32,00
23ste Xber 1858 voor 1857 zestien fr.16,00
Verhoging tot negentien fr. 
2de 9ber 1859 voor 1858 negentien fr.19,00
16de januari 1861 voor 1859 negentien fr19,00
6de februari 1862 voor 1860 negentien fr.19,00
8ste Xber 1862 voor 1861 negentien fr.19,00
25ste januari 1864 voor 1862 negentien fr.19,00
20ste 9ber 1864 voor 1863 negentien fr.19,00
1ste 9ber 1865 voor 1864 negentien fr.19,00
13de 9ber 1866 voor 1865 negentien fr.19,00
28ste 9ber 1867 voor 1866 negentien fr.19,00

N° 3.

Jan Baptista de Schrijver[22] mandenmaker Hekelgem huurt vijftien roeden vierentwintig ellen vijftig palmen – 48 1/2 roeden – geleg ook een partij land gelegen op  de Capruijn groot zevenenveertig roeden zevenenzeventig ellen – 152 roeden – voor tweeëndertig fr dus 32,00.

Totaal negenendertig frs vijftig centiemen 39,50 waarop volgens de rekening is betaald het jaar 1829.

BetaelingenSom
9de 7ber 1832 voor 1830 de som van 39 fr 50 centiemen.39,50
24ste Xber 1832 voor 1831 39 fs 50 centiemen.39,50
 23ste Xber 1832 voor 1832 39 fr 50 centiemen.39,50
22ste februari 1836 voor 1833 negenendertig fr vijftig centiemen39,50
9de Xber 1837 voor twee jaar negenenzeventig fr79,00
15de Xber 1838 voor 1836 negenendertig fr vijftig centiemen39,50
14de 8ber 1839 voor 1837 en 1838 negenenzeventig fr79,00
22ste Xber 1841 voor 1839 negenendertig fs vijftig centiemen39,50
1840 Joannes Vertonghen, de pacht is nu vijfendertig fr 
22ste 9ber 1842 voor 1840 vijfendertig fr, en zeventien fr vijftig centiemen op rekening van  184152,50
26ste mei 1843 voor 1841 zeventien fr vijftig centiemen17,50
26ste mei 1843 voor 1842 vijfendertig fr35,00
23ste januari 1844 voor 1843 vijfendertig fr35,00
10de maart 1845 voor 1844 vijfendertig fr35,00
28ste januari 1846 voor 1845 vijfendertig fr35,00
6de februari 1847 voor 1846 vijfendertig fr35,00
25ste februari 1848 voor 1847 vijfendertig fr35,00
1ste 7ber 1849 voor 1848 vijfendertig fr35,00
Nu Jan Baptist Callebaut[23] en J. Egide Van Lierde[24]. De pacht tweeënveertig frs. 
17de Xber 1850 voor 1849 tweeënveertig fr42,00
28ste 9ber 1851 voor 1850 tweeënveertig fr42,00
9de meert 1853 voor 1851 tweeënveertig fr42,00
4de Xber 1853 voor 1852 tweeënveertig fr42,00
6de 9ber 1854 voor 1853 tweeënveertig fr42,00
26ste 9ber 1855 voor 1854 tweeënveertig fr42,00
15de Xber 1856 voor 1855 tweeënveertig fr42,00
16de 9ber 1857 voor 1856 tweeënveertig fr42,00
20ste Xber 1858 voor 1857 tweeënveertig fr42,00
Jan Baptist Callebaut en Michiel De Meeter[25], nu vijftig fr 
18de 9ber 1859 voor 1858 vijftig fr50,00
13de Xber 1860 voor 1859 vijftig fr50,00
25ste 9ber 1861 voor 1860 vijftig fr50,00
6de Xber 1862 voor 1861 vijftig fr50,00
4de 9ber 1863 voor 1862 vijftig fr50,00
7de Xber 1864 voor 1863 vijftig fr50,00
23ste 9ber 1865 voor 1864 vijftig fr50,00
19de 9ber 1866 voor 1865 vijftig fr50,00
8ste oktober 1867 voor 1866 vijftig fr50,00

N° 4.

Joannes Roseleth[26] pachter heeft in huur twee partijen land op de Kluiskouter van achtendertig roeden achtendertig ellen voor tweeëntwintig fr dus 22,00 volgens de rekening is betaald 1829.

BetalingenSom
23ste mei 1832 voor 1830 22 fr.22,00
14de 7ber 1833 voor 1831 22 fr.22,00
24ste 8ber 1834 voor 1832 22 fr.22,00
15de april 1835 voor 1833 22 fr.22,00
11de februari 1836 voor 1834 22 fr.22,00
22ste januari 1837 voor 1835 22 fr.22,00
19de februari 1838 voor 1836 22 fr.22,00
11de januari 1839 voor 1837 22 fr.22,00
16de 8ber 1839 voor 1838 22 fr.22,00
4de januari 1841 voor 1839 22 fr.22,00
Nu J. Frans Roseleth heeft in huur een partij land voor 24 fr, het eerste jaar op 24ste Xber 1840. 
7de januari 1842 voor 1840 vierentwintig fr24,00
28ste Xber 1842 voor 1841 vierentwintig fr.24,00
8ste januari 1844 voor 1842 vierentwintig fr.24,00
9de Xber 1844 voor 1843 vierentwintig fr.24,00
19de januari 1846 voor 1844 vierentwintig fr.24,00
23ste januari 1847 vààr 1845 vierentwintig fr.24,00
31ste januari 1848 voor 1846 vierentwintig fr.24,00
3de 9ber 1848 voor 1847 vierentwintig fr.24,00
29ste januari 1850 voor 1848 vierentwintig fr.24,00
Nu zesentwintig fr 
29ste januari 1851 voor 1849 zesentwintig fr.26,00
19de 9ber 1851 voor 1850 zesentwintig fr.26,00
7de januari 1853 voor 1851 zesentwintig fr.26,00
5de januari 1854 voor 1852 zesentwintig fr.26,00
8ste januari 1855 voor 1853 zesentwintig fr.26,00
1ste februari 1856 voor 1854 zesentwintig fr.26,00
27ste juli 1857 voor 1855 en 1856 tweeënvijftig fr.52,00
20ste Xber 1857 voor 1857 zesentwintig fr.26,00
Nu dertig fr voor J. Frans Roseleth 
26ste 9ber 1858 voor 1858 dertig fr.30,00
15de Xber 1859 voor 1859 dertig fr.30,00
8ste juli 1861 voor 1860 dertig fr.30,00
26ste november 1861voor 1861 dertig fr.30,00
26ste Xber 1862 voor 1862 dertig fr.30,00
30ste 9ber 1863 voor 1863 dertig fr.30,00
30ste Xber 1864 voor 1864 dertig fr.30,00
6de januari 1866 voor 1865 dertig fr.30,00
28ste augustus 1867 voor 1866 dertig fr.30,00

N° 5.

Peeter Van Nieuwenborgh[27] zoon Nicolaus heeft in huur een partij land gelegen op De Moret van drijentwintig roeden zevenenvijftig ellen – 75 roeden- voor negentien frs, dus 19,00 waarop het laatst is betaald in 1828.

BetalingenSom
29ste 8ber 1832 voor 1829, 1830, 1831 57 fr.57,00
24ste februari 1834 voor 1832 negentien fr.19,00
26ste juli 1836 voor 1833 en 1834 achtendertig fr.38,00
23ste 9ber 1837 voor 1835 en 1836 achtendertig fr.38,00
4de Xber 1838 voor 1837 negentien fs.19,00
15de 8ber 1839 voor 1838 negentien fr.19,00
6de januari 1841 voor 1839 negentien fr19,00
1840 De pacht is nu achttien fr 
12de 9beri 1841 voor 1840 achttien fr.18,00
25ste februari 1843 voor 1841 achttien fr.18,00
11de 9ber 1843 voor 1842 achttien fr.18,00
2de 9ber 1844 voor 1843 achttien fr.18,00
24ste 9ber 1845 voor 1844 achttien fr.18,00
8ste mei 1847 voor 1845 achttien fr.18,00
22ste februari 1848 voor 1846 achttien fr.18,00
9de 8ber 1848 voor 1847 achttien fr.18,00
 23ste Xber 1849 voor 1848 achttien fr.18,00
Nu Jan Baptist Herzeel[28] 
22ste Xber 1850 voor 1849 achttien fr.18,00
1ste 8ber 1851 voor 1850 achttien fr.18,00
18de 8ber 1852 voor 1851 achttien fr.18,00
23ste 8ber 1853 voor 1852 achttien fr.18,00
22ste 8ber 1854,voor 1853 achttien fr18,00
20ste januari 1856 voor 1854 achttien fr.18,00
16de 9ber 1856 voor 1855 achttien fr.18,00
18de 8ber 1857 voor 1856 achttien fr.18,00
4de februari 1858 voor 1857 achttien fr.18,00
1859 Nu vierentwintig fr 
20ste 9ber 1859 voor 1858 vierentwintig fr.24,00
24ste Xber 1860 voor 1859 vierentwintig fr.24,00
4de Xber 1861 voor 1860 vierentwintig fr.24,00
19de 9ber 1862 voor 1861 vierentwintig fr.24,00
9de Xber 1863 voor 1862 vierentwintig fr.24,00
9de 9ber 1864 voor 1863 vierentwintig fr.24,00
29ste 9ber 1865 voor 1864 vierentwintig fr.24,00
13de 9ber 1866 voor 1865 vierentwintig fr.24,00
20ste 9ber 1867 voor 1866 vierentwintig fr.24,00

N° 6.

Joannes Judocus Cappuijns[29] heeft in huur een partij land op “Den Hoogenpael van  achtendertig roeden vijfenzestig ellen – 122 roeden- voor eenentwintig frs, dus 21,00 waarvan de rekening van 1830 is betaald.

BetalingenSom
13de Xber 1832 voor 1831 21 fr21,00
24ste januari 1834 voor 1832 eenentwintig fr.21,00
13de 7ber 1835 voor 1833 en 1834 tweeënveertig fr.42,00
28ste januari 1836 voor 1835 eenentwintig fr.21,00
22ste februari 1837 voor 1836 eenentwintig fr.21,00
15de 8ber 1838 voor 1837 eenentwintig fr.21,00
9de juni 1839 voor 1838 eenentwintig fr.21,00
4de juni 1841 voor 1839 eenentwintig fr.21,00
11de juni 1842 voor 1840 eenentwintig fr.21,00
6de 9ber 1842 voor 1841 eenentwintig frs.21,00
28ste juli 1844 voor 1842 en 1843 tweeënveertig fr.42,00
17de 8ber 1845 voor 1844 eenentwintig fr.21,00
25ste juli 1846 voor 1845 eenentwintig fr.21,00
30ste juli 1847 voor 1846 eenentwintig fr.21,00
  
28ste april 1849 voor 1848 eenentwintig fr.21,00
1849 Julie De Doncker en Joannes Judo Cappuijns. De pacht is nu achtentwintig fs. 
9de april 1850 voor 1849 achtentwintig fr.28,00
1ste mei 1851 voor 1850 achtentwintig fr.28,00
14de maart 1853 voor 1851 en 1852 56 fr.56,00
31ste januari 1854 voor1853 achtentwintig fr.28,00
4de mei 1855 voor 1854 achtentwintig fr.28,00
24ste februari 1856 voor 1855 achtentwintig fr.28,00
10de mei 1857 voor 1856 achtentwintig fr.28,00
4de februari 1858 voor 1857 achtentwintig fr.28,00
1859 De pacht is nu dertig fr 
17de januari 1859 voor 1858 dertig fr30,00
12de maart 1860 voor 1859 dertig fr30,00
1ste maart 1861 voor 1860 dertog fr30,00
9de maart 1862 voor 1861 dertig fr30,00
8ste maart 1863 voor 1862 dertig fr30,00
8ste april 1864 voor 1863 dertig fr30,00
23ste april 1865 voor 1864 dertig fr30,00
10de januari 1866 voor 1865 vijftien fr15,00
11de mei 1866 voor 1865 vijftien fr15,00
3de januari 1867 voor 1866 vijftien fr15,00
12de april 1867 voor 1866 vijftien fr15,00

N° 7.

Joseph Callebaut[30] landbouwer te Hekelgem huurt kerk een partij land gelegen op de Hekelgemkouter, groot zestien roeden  tweeëntachentig ellen – 53 1/2 roeden – voor elf frs  – 11,00. Rekening is betaald in 1825.

BetalingenSom
6de   januari 1834 voor 1826, 1827, 1828 en 1829 vierenveertig fr.44,00
20ste 7ber 1835 voor 1830 en 1831 tweeëntwintig fr.22,00
23ste 9ber 1837 voor 1832 en 1833 tweeëntwintig fr.22,00
11de Xber 1837 voor 1834 en 1835 tweeëntwintig fr22,00
26ste 9ber 1838 voor 1838 elf fr.11,00
8ste 8ber 1839 voor 1837 en 1838 tweeëntwintig fr.22,00
20ste 9ber 1840 voor 1839 elf frs.11,00
1842 Nu is de pacht vijftien fr 21ste februari 1842 voor 1840 vijftien fr15,00
18de januari 1844 voor 1841 en 1842 dertig fr.30,00
11de 8ber 1844 voor 1843 vijftien fr.15,00
19de Xber 1846 voor 1844 vijftien fr.15,00
5de Xber 1848 voor 1845 en 1846 dertig fr.30,00
12de Xber 1848 voor 1847 vijftien fr.15,00
1ste 7ber 1849 voor 1848 vijftien fr.15,00
1851 De pacht is nu zestien fr. 
26ste juli 1851 voor 1849 zestien fr.16,00
21ste Xber 1851 voor 1850 zestien fr.16,00
3de Xber 1853 voor 1851 en 1852 tweeëndertig fr.32,00
23ste 9ber 1854 voor 1853 zestien fr.16,00
3de 9ber 1856 voor 1854 en 1855 tweeëndertig fr.32,00
3de Xber 1857 voor 1856 zestien fr.16,00
4de 9ber 1859 voor 1857 zestien fr.16,00
1861 De pacht is nu 21 fr 
12de meert 1861 voor 1858  21 fr21,00
 2de november 1861 voor 1859 21 fr21,00
17de augustus 1862 voor 1860 eenentwintig fr21,00
20ste augustus 1863 voor 1861 eenentwintig fr21,00
19de 9ber 1863 voor 1862 eenentwintig fr21,00
23ste 9ber 1864 voor 1863 eenentwintig fr21,00
5de 8ber 1865 voor 1864 eenentwintig fr21,00
26ste 8ber 1866 voor 1865 eenentwintig fr21,00
22ste 9ber 1867 voor 1866 eenentwintig fr21,00

N° 10.

Antonius De Ridder en Francis Van Den Wijngaert landbouwers te Hekelgem hebben in huur een partij land op het Asserenbosveld van drijentwintig roeden  zevenenvijftig ellen   voor zestien fr – 16,00. Rekening is betaald 1828.

BetalingenSom
16de 7ber 1832 voor 1829 en 1830 tweeëndertig fr.32,00
28ste 8ber 1833 voor 1831 16 fr16,00
9 9ber 1833 voor 1832 16 fr16,00
20ste 9ber 1836 voor 1833 16 frs16,00
31ste januari 1837 voor 1834 en 1835 ter somme van tweeëndertig fr32,00
17de Xber 1837 voor 1836 16 fr16,00
14de 8ber 1839 voor 1837 en 1838 tweeëndertig fr32,00
27ste februari 1842 voor 1839 16 fr16,00
1840 De pacht is nu 21 fr 
27ste februari 1842 voor 1840 eenentwintig fr21,00
20ste februari 1843 voor 1841 eenentwintig fr21,00
1ste Xber 1844 voort 1842  eenentwintig fr21,00
1ste Xber 1846 voor 1843 eenentwintig fr21,00
21ste Xber 1846 voor 1844 en 1845 tweeënveertig fr42,00
10de Xber 1848 voor 1846 en 1847 tweeënveertig f42,00
14de april 1851 voor 1848 eenentwintig fr21,00
14de april 1851 voor 1849 eenentwintig fr21,00
22ste meert 1852 voor 1850 en 1851 tweeënveertig fr42,00
3de februari 1854 voor 1852 en 1853 tweeënveertig fr42,00
28ste 8ber 1856 voor 1854 en 1855 tweeënveertig fr42,00
16de Xber 1857 voor 1856 eenentwintig fr21,00
26ste Xber 1859 voor 1857 eenentwintig fr21,00
1858 De pacht is nu zesentwintig fr. Nieuwe pachters Antoon Verleijsen en Frans Van Den Wijngaert 
26ste Xber 1859 voor 1858 zesentwintig fr26,00
26ste Xber 1860 voor 1859 en 1860 – 52 fr52,00
31ste meert 1862 voor 1861 – 26 fr26,00
16de Xber 1863 voor 1862 en 1863 – 52 fr52,00
18de Xber 1865 voor 1864 en 1865 – 52 fr52,00
16de februari 1868 voor 1866 – 26 fr26,00

N° 11.

Joannes Van den Biesen[31] landbouwer te Hekelgem heeft in huur een partij land op het Asserenbosveld, groot drijentwintig roeden  vijftig ellen – 75 roeden – voor zestien fr  – 16,00 waarvan is betaald 1829.

BetalingenSom
1ste 7ber 1832 voor 1830 en 1831 tweeëndertig fr.32,00
22ste februari 1834 voor 1832 16 fr16,00
20ste 7ber 1834 voor 1833 en verschijnen zal 1834 32 fr32,00
18de Xber 1837 voor 1835 16 fr16,00
8ste 7ber 1839 voor 1836 16 fr16,00
15de 8ber 1839 voor 1837 16 fr16,00
17de 8ber 1839 voor 1838 16 fr16,00
12de Xber 1840 voor 1839 16 fr16,00
1840 De pacht is nu negentien fr. Nieuwe pachter de weduwe Joannes Van Den Biesen 
7de 9beri 1841 voor 1840 negentien fr19,00
6de augustus 1841 voor 1841 negentien fr19,00
24ste Xber 1844 voor 1842 negentien fr19,00
26ste 7ber 1847 voor 1843 en 1844 achtendertig fr38,00
24ste meert 1848 voor 1845 negentien fr19,00
21ste 9ber 1848 voor 1846 negentien fr19,00
5de mei 1850 voor 1847 negentien fr19,00
26ste juli 1851 voor 1848 negentien fr19,00
Nu Joannes Egide Van Lierde 
10de 9ber 1851 voor 1849 en 1850 achtendertig fr38,00
4de Xber 1853 voor 1851 negentien fr19,00
19de augustus 1854 voor 1852 negentien fr19,00
16de Xber 1855 voor 1853 negentien fr19,00
22ste 9ber 1856 voor 1854 en 1855 38 fr38,00
2de Xber 1857 voor 1856 negentien fr19,00
16de 9ber 1858 voor 1857 negentien fr19,00
1858 De pacht is nu vierentwintig fr. Nieuwe pachter Egidius Nevens[32] – Van Biesen 
24ste juli 1859 voor 1858 vierentwintig fr24,00
18de november 1860 voor 1859 vierentwintig fr24,00
22ste september 1861 voor 1860 vierentwintig fr24,00
19de 8ber 1862 voor 1861 vierentwintig fr24,00
5de 8ber 1863 voor 1862 vierentwintig fr24,00
16de 8ber 1864 voor 1863 vierentwintig fr24,00
8ste 8ber 1865 voor 1864 vierentwintig fr24,00
14de 8ber 1866 voor 1865 vierentwintig fr24,00
13de oktober 1867 voor 1866 vierentwintig fr24,00

N° 12.

Joannes Van den Wijngaert[33] landbouwer van Hekelgem huurt zijn hofstede op de Langestraat, groot vijftien roeden  acht ellen – 48 roeden – voor negen r – 9,00. Rekening is betaald voor 1824.

BetalingenSom
8ste 8ber 1832 voor 1825 en 1826 achttien fr.18,00
9de 9ber 1833 voor 1827 en 1828 achttien fr.18,00
17de 9ber 1833 voor 1829 9 fr9,00
12de januari 1837 voor 1830 en 18231 achttien fr.18,00
1ste Xber 1837 voor 1832 negen fr9,00
16de augustus 1838 voor 1838  vierenvijftig fr54,00
Nu de kinderen van J. B. Vonck en Frans De Brakeleer 
5de 9ber 1840 voor 1839 – 9 fr9,00
1840 De pacht is nu tien fr 
6de 8ber 1841 voor 1840 tien fr10,00
5ste 7ber 1842 voor 1841 tien fr10,00
23ste Xber 1843 voor 1842 tien fr10,00
21ste 9ber 1844 voor 1843 tien fr10,00
18de Xber 1847 voor 1844 tien fr10,00
31ste 8ber 1848 voor drie jaar dertig fr30,00
18de Xber 1849 voor 1848 tien fr10,00
1849. De pacht is nu twaalf fr. Nieuwe pachters Frans De Braekeleer en Judocus Pieters. 
5de 9ber 1851 voor 1849 – twaalf fr12,00
3de maart 1853 voor 1850 – twaalf fr12,00
20ste 8ber voor 1851 en 1852 – vierentwintig fr24,00
25ste februari 1855 voor1853 – twaalf fr12,00
6de 9ber 1856 voor 1854 – twaalf fr12,00
12de Xber 1857 voor 1855 en 1856 – 24 fr24,00
25ste 9ber 1858 voor 1857– 12 fr12,00
1859 De pacht is nu zeventien fr 50 centiemen. Nieuwe pachters: J. Vonck en J. Pieters. 
1ste 9ber 1859 voor 185817,50
17de Xber 1860 voor 185917,50
20ste Xber 1861 voor 186017,50
28ste Xber 1862 voor 186117,50
19de Xber 1863 voor 186217,50
23ste 8ber 1864 voor 186317,50
15de 8ber 1865 voor 186417,50
4de 9ber 1866 voor 186517,50
8ste februari 1868 voor 186617,50

N° 13.

Joseph De Greve landbouwer te Hekelgem heeft in huur een behuisde hofstede aan de Langestraat, groot drtig roeden  achttien ellen – 96 roeden – voor eenentwintig fr – 21,00 waarvan laatst is betaald 1830.

BetalingenSom
22ste juli 1832 voor 1831 21 fr.21,00
18de 9ber 1833 voor 1832 21 fr21,00
1ste Xber 1834 voor 1833 21 fr21,00
19de januari 1836 voor 1834 21 fr.21,00
26ste 9ber 1837 voor 1835 21 fr.21,00
16de 7ber 1838 voor 1836 21 fr21,00
15de 8ber 1839 voor 1837 en 1838 – 42 fr.42,00
27ste Xber 1840 voor 1839 21 fr.21,00
24ste januari 1842 voor 1840 21 fr.21,00
8ste meert 1843 voor 1841 21 fr.21,00
 27ste maart 1844 voor 1842 21 fr.21,00
16de Xber 1848 vooreren 1843 en 1844 tweeënveertig fr.42,00
30ste mei 1850 voor 1845, 1846 en 1847 drieënzestig fr.63,00
24ste meert 1851 voor 1848 21 fr.21,00
Niewe pachter: Joannes Frans Roseleth[34] 
13de 9ber 1851 voor 1849 en 1850 tweeënveertig fr42,00
3de januari 1854 voor 1851 en 1852 tweeënveertig fr.42,00
15de januari 1855 voor 1853 21 fr.21,00
19de april 1856 voor 1854 21 fr21,00
 27ste 9ber 1856 voor 1855 21 fr.21,00
24ste 9ber 1857 voor 1856 21 fr.21,00
4de januari 1859 voor 1857 21 fr.21,00
1858 De pacht is nu achtentwintig fr Nieuwe pachters: de kinderen van Joseph De Greef 
25ste 9ber 1859 voor 1858 28 fr.28,00
20ste 9ber 1860 voor 1859 28 fr.28,00
21ste Xber 1861 voor 1860 28 fr.28,00
22ste Xber 1862 voor1861 28 fr.28,00
13de 9ber 1863 voor 1862 28 fr.28,00
1ste Xber 1864 voor 1863 28 fr.28,00
7de Xber 1865 voor 1864 28 fr.28,00
21ste 9ber 1866 voor 1865 28 fr.28,00
5de Xber 1867 voor 1866 28 fr.28,00

N° 14.

Joannes De Pauw vleeshouwer te Hekelgem huurt een partij land en bos gelegen op de Fosse” groot negentien roeden  drieëndertig ellen – voor elf fr  – 11,00 waarvan de rekening laatst is betaald in  1830.

BetalingenSom
29ste april 1832 voor 1831 11 fr.11,00
10de januari 1833 voor 1832 11 fr.11,00
20ste januari 1834 voor 1833 11 fr.11,00
12de januari 1835 voor 1834 11 fr.11,00
19de januari 1836 voor 1835 11 fr.11,00
3de januari 1837 voor 1836 11 fr.11,00
28ste Xber 1837 voor 1837 11 fr.11,00
14de januari 1839 voor 1838 11 fr.11,00
30ste Xber 1839 voor 1839 11 fr11,00
3de januari 1841 voor 1840 11 fr.11,00
26ste januari 1842 voor 1841 11 fr.11,00
20ste Xber 1843 voor 1842 11 fr.11,00
1ste februari 1847 voor 1843 11 fr.11,00
31ste 8ber 1847 voor 1844 11 fr.11,00
3de 9ber 1848 voor 1845 11 fr.11,00
7de 9beri 1849 voor 1846 11 fr.11,00
22ste februari 1851 voor 1847 11 fr.11,00
20ste Xber 1851 voor 1848 11 fr.11,00
1849 De pacht is nu tien fr. Nieuwe pachter: J. E. Van Lierde 
29ste Xber 1852 voor 1849 – tien fr.10,00
11de Xber 1853 voor 1850 – tien fr.10,00
5de Xber 1854 voor 1851 – tien fr.10,00
19de meert 1856 voor 1852 – tien fr.10,00
23ste Xber 1856 voor 1855 en 1856 – twintig fr.20,00
1853 en 1854werden kwijtgescholden volgens deliberatie van de kerkraad door achterstellen van zijn voorganger. 
24ste 9ber 1857 voor 1857 – tien fr.10,00
1859 De pacht is nu elf fr. Nieuwe pachter: Paulus De Boeck[35] 
10de januari 1859 voor 1858 – elf fr.11,00
6de 8ber 1859 voor 1859 – elf fr.11,00
15de 9ber 1860 voor 1860 – elf fr.11,00
27ste 7ber 1862 voor 1861 – elf fr.11,00
13de 9ber 1862 voor 1862 – elf fr.11,00
25ste 9ber 1864 voor 1863 en 1864 – 22 fr22,00
21ste 9ber 1865 voor 1865 – elf fr.11,00
22ste Xber 1866 voor 1866 – elf fr.11,00

N° 15.

Amandus Vertonghen[36] zoon Jan landbouwer te Hekelgem huurt een partij land en bos op de Fossel, groot negentien roeden  drieëndertig ellen – voor elf fr – 11,00 waarvan volgens de rekening laatst is betaald in 1821.

BetalingenSom
15de januari 1834 voor 1822 tot 1827 zesenzestig fr.66,00
18de 9ber 1835 voor 1828 tot 1830 drieëndertig fr.33,00
11de Xber 1837 voor 1831 tot 1835 vijfenvijftig fr.55,00
16de 8ber 1839 voor 1836 en 1837 tweeëntwintig fr.22,00
16de 8ber 1839 voor 1838 elf fr11,00
2de mei 1841 voor 1839 elf fr11,00
Niewe pachter: de weduwe Michael De Meersman 
2de mei 1841 voor 1840 elf fr11,00
17de januari 1843 voor 1841 en 1842 tweeëntwintig  fr22,00
22ste 9ber 1844 voor 1843 elf fr11,00
5de februari 1846 voor 1844 elf fr11,00
23ste 8ber 1847 voor 1845 en 1846 tweeëntwintig fr22,00
5de 9ber 1848 voor 1847 elf fr11,00
16de januari 1850 voor 1848 elf fr11,00
Joanna Vertongen, weduwe van M. De Meersman[37], huurt twee partijen land, een van twaalf fr en de andere partij vijftien fr, te betalen vanaf 1849, samen 27 fr 
…. 1851 voor 1849 en 1850 vierenvijftig fr54,00
27ste 9ber 1853 voor 1851 zevenentwintig fr27,00
20ste 8ber 1854 voor 1852 en 1853 vierenvijftig fr54,00
5de Xber 1856 voor 1854 zevenentwintig fr27,00
8ste 9ber 1857 voor 1855 en 1856 vierenvijftig fr54,00
21ste 9ber 1858 voor 1857 zevenentwintig fr27,00
1859 De pacht is nu achtentwintig fr. Nieuwe pachter: Dominicus Schoonjans 
23ste 9ber 1859 voor 1858 achtentwintig fr28,00
23ste januari 1861 voor 1859 achtentwintig fr28,00
17de 9ber 1861 voor 1860 achtentwintig fr28,00
8ste 9ber 1862 voor 1861 achtentwintig fr28,00
8ste 9ber 1863 voor 1862 achtentwintig fr28,00
30ste 8ber 1864 voor 1863 achtentwintig fr28,00
24ste 7ber 1865 voor 1864 achtentwintig fr28,00
16de 7ber 1866 voor 1865 achtentwintig fr28,00
17de 9ber 1867 voor 1866 achtentwintig fr28,00

N° 16.

Christianus Arijs[38] landbouwer te Hekelgem heeft in huur een partij land groot drieëntwintig roeden zevenenvijftig ellen – 75 roeden – gelegen op Keukenshaag voor twintig fr – 20,00 waarvan volgens rekening laatst is betaald 1829.

18de Xber 1832 voor 1830 tot 1831 40 fr.40,00
25ste januari 1833 voor 1832 20 fr20,00
8ste januari 1834 voor 1833 20 fr20,00
29ste Xber 1834 voor 1834 20 fr20,00
19de januari 1836 voor 1835 20 fr20,00
7de januari 1837 voor 1836 20 fr20,00
8ste januari 1838 voor 1837 20 fr20,00
31ste januari 1839 voor 1838 20 fr20,00
15de januari 1840 voor 1839 20 fr20,00
15de januari 1841 voor 1840 20 fr20,00
11de januari 1842 voor 1841 20 fr20,00
30ste 8ber 1842 voor 1842 20 fr20,00
10de januari 1844 voor 1843 20 fr20,00
 28ste Xber 1844 voor 1844 20 fr20,00
5de januari 1846 voor 1845 20 fr20,00
16de januari 1847 voor 1846 20 fr20,00
21ste januari 1848 voor 1847 20 fr20,00
19de februari 1849 voor 1848 20 fr 1849 De pacht is nu drieëntwintig fr20,00
21ste februari 1851 voor 1849 en 1850 – 46 fr46,00
7de januari 1852 voor 1851 drieëntwintig fr23,00
31ste januari 1853 voor 1852 drieëntwintig fr23,00
2de januari 1854 voor 1853 drieëntwintig fr23,00
28ste Xber 1854 voor 1854 drieëntwintig fr23,00
14de januari 1856 voor 1855 drieëntwintig fr23,00
19de januari 1857 voor 1856 drieëntwintig fr23,00
30ste Xber 1857 voor 1857 drieëntwintig fr23,00
1859 De pacht is nu zesentwintig fr. Nieuwe pachter: Peeter Arijs 
22ste januari 1859 voor 1858 zesentwintig fr26,00
9de januari 1860 voor 1859 zesentwintig fr26,00
4de januari 1861 voor 1860 zesentwintig fr26,00
2de januari 1862 voor 1861 zesentwintig fr26,00
7de januari 1863 voor 1862 zesentwintig fr26,00
7de januari 1864 voor 1863 zesentwintig fr26,00
11de januari 1865 voor 1864 zesentwintig fr26,00
8ste januari 1866 voor 1865 zesentwintig fr26,00
7de januari 1867 voor 1866 zesentwintig fr26,00

N° 17.

Joannes Bernardus Verleysen[39] landbouwer te Hekelgem heeft in huur een partij land op de Boekhoutberg, groot eenentwintig roeden 90 ellen – 52 roeden – voor acht fr – 8,00 waarvan volgens de rekening laatst is betaald in 1830.

BetalingenSom
11de 9ber 1832 voor 1831 8 fr.8,00
8ste 9ber 1833 voor 1832 8 fr.8,00
21ste Xber 1834 voor 1833 8 fr.8,00
8ste 9ber 1835 voor 1834 8 fr.8,00
13de 9ber 1836 voor 1835 8 fr.8,00
8ste Xber 1837 voor 1836 8 fr.8,00
27ste 9ber 1838 voor 1837 8 fr.8,00
14de 8ber 1839 voor 1838 8 fr.8,00
5de 9ber 1840 voor 1839 8 fr.8,00
1840 De pacht is nu tien fr 
28ste 9ber 1841 voor 1840 – tien fr.10,00
26ste 7ber 1842 voor 1841 – tien fr10,00
3de Xber 1843 voor 1842 – tien fr.10,00
27ste 8ber 1844 voor 1843 – tien fr.10,00
9de 9ber 1845 voor 1844 – tien fr.10,00
8ste 9ber 1846 voor 1845 – tien fr.10,00
7de 9ber 1847 voor 1846 – tien fr.10,00
5de 9ber 1848 voor 1847 – tien fr.10,00
16de 9ber 1849 voor 1848 – tien fr.10,00
12de januari 1851 voor 1849 – tien fr.10,00
16de 9ber 1851 voor 1850 – tien fr.10,00
14de 9ber 1852 voor 1851 – tien fr.10,00
11de Xber 1853 voor 1852 – tien fr.10,00
28ste Xber 1854 voor 1853 – tien fr.10,00
19de 9ber 1855 voor 1854 – tien fr.10,00
16de 9ber 1856 voor 1855 – tien fr.10,00
25ste 8ber 1857 voor 1856 – tien fr.10,00
11de 9ber 1858 voor 1857 – tien fr.10,00
1859 De pacht is nu vijftien fr. Pachter de weduwe Joannes Bernardus Verleysen 
13de 9ber 1859 voor 1858 – vijftien fr.15,00
16de Xber 1860 voor 1859 – vijftien fr.15,00
17de november 1861 voor 1860 – vijftien fr.15,00
16de 9ber 1862 voor 1861 – vijftien fr.15,00
25ste 8ber 1863 voor 1862 – vijftien fr.15,00
13de 9ber 1864 voor 1863 – vijftien fr.15,00
29ste 8ber 1865 voor 1864 – vijftien fr.15,00
19de 9ber voor 1865 – vijftien fr.15,00

N° 18.

Joannes Hubertus Schoon[40] pachter te Hekelgem heeft in huur een partij meers gelegen in de Bosstraat of Bekkenelen” groot negenentwintig roeden zevenennegentig ellen – 95 1/2 roeden – voor veertig fr – 40,00 waarvan volgens de rekening laatst is betaald in 1828.

BetalingenSom
7de Xber 1833 voor 1829, 1830, 1831 en 1832 honderd zestig fr .160,00
6de Xber 1834 voor 1833 40 fr40,00
12de Xber 1835 voor 1834 40 fr40,00
13de Xber 1836 voor 1835 40 fr40,00
13de Xber 1837 voor 1836 40 fr40,00
21ste 9ber 1838 voor 1837 40 fr40,00
17de 8ber 1839 voor 1838 40 fr40,00
4de Xber 1840 voor 1839 40 fr40,00
1840 De pacht is nu zevenendertig fr 
24ste Xber 1841 voor 1840 – zevenendertig fr37,00
11de 9ber 1842 voor 1841 – zevenendertig fr37,00
6de Xber 1843 voor 1842 – zevenendertig fr37,00
14de 9ber 1844 voor 1843 – zevenendertig fr37,00
11de 9ber 1845 voor jaer 1844 – zevenendertig fr37,00
18de 9ber 1846 voor 1845 – zevenendertig fr37,00
23ste 9ber 1847 voor 1846 – zevenendertig fr37,00
7de 9ber 1848 voor 1847 – zevenendertig fr37,00
12de 9ber 1849 voor 1848 – zevenendertig fr37,00
1849 De pacht is nu veertig fr 
8ste 9ber 1850 voor 1849 – veertig fr40,00
26ste 9ber 1851 voor 1850 – veertig fr40,00
8ste augustus 1851 voor 1851 – veertig fr40,00
8ste februari 1853 voor 1852 – veertig fr40,00
10de januari 1854 voor 1853 – veertig fr40,00
2de januari 1855 voor 1854 – veertig fr40,00
15de januari 1856 voor 1855 – veertig fr40,00
8ste januari 1857 voor 1856 – veertig fr40,00
7de januari 1858 voor 1857 – veertig fr40,00
29ste Xber 1858 voor 1858 – veertig fr40,00
6de Xber 1859 voor 1859 – veertig fr40,00
21ste januari 1861 voor 1860 – veertig fr40,00
4de Xber 1861 voor 1861 – veertig fr40,00
9de Xber 1862 voor 1862 – veertig fr40,00
8ste januari 1864 voor 1863 – veertig fr40,00
29ste Xber 1864 voor 1864 – veertig fr40,00
30ste Xber 1865 voor 1865 – veertig fr40,00
17de Xber 1866 voor 1866 – veertig fr40,00

oannes Vertonghen is verschuldigd aan de kerk een kapitale rente van vijfentachentig gulden eenenzeventig cent à vier % of drie gulden tweeënveertig cent – 3,42 – in fr zeven fr vijfentwintig ct – 7,25 fr. waarvan volgens de rekening laatst is betaald in 1828.

BetalingenSom
3de 8ber 1832 voor 1829, 1830, 1831 de som van 21 fr 75 ct21,75
Deze rente is afbetaald door Joannes Vertonghen op 23 mei 1834 en ook de  intrest betaald van 1832 en 1833: de som van veertien fr eenenvijftig ct, te weten de jaeren 1832 en 183314,51

N° 19.

Guillielmus De Meersman heeft in huur een partij land gelegen op de Kluiskouter, groot 15 roeden 60 ellen bekend bij het kadaster onder n° 106 der sectie A voor negen fr. Het eerste jaar is 1840.

BetalingenSom
11de 9ber 1840 voor 1840 negen fr.9,00
26ste Xber 1841 voor 1841 – negen fr.9,00
3de Xber 1842 voor 1842 – negen fr.9,00
3de januari 1844 voor 1843 – negen fr.9,00
19de Xber 1844 voor 1844 – negen fr.9,00
28ste Xber 1845 voor 1845 – negen fr.9,00
4de februari 1847 voor 1846 – negen fr.9,00
11de Xber 1847 voor 1847 – negen fr.9,00
30ste 9ber 1848 voor 1848 – negen fr.9,00
1849 Nu is de pacht twaalf fr. Nieuwe pachter Guillielmus De Meersman. 
17de 9ber 1850 voor 1849 – twaalf fr.12,00
11de Xber 1851 voor 1850 – twaalf fr.12,00
29ste 8ber 1853 voor 1851 en 1852 –vierentwintig fr.24,00
24ste 8ber 1854 voor 1853 – twaalf fr.12,00
21ste 9ber 1855 voor 1854 – twaalf fr.12,00
4de 9ber 1856 voorr 1855 – twaalf fr.12,00
12de 8ber 1857 voor 1856 – twaalf fr.12,00
18de Xber 1858 voor 1857 – twaalf fr.12,00
1859 De pacht is nu vijftien fr. Nieuwe pachter de weduwe De Meersman  
30ste 8ber 1859 voor 1858 – vijftien fr.15,00
22ste 8ber 1860 voor 1859 – vijftien fr.15,00
15de 8ber 1861 voor 1860 – vijftien fr.15,00
24ste 8ber 1862 voor 1861 – vijftien fr.15,00
22ste 8ber 1863 voor 1862 – vijftien fr.15,00
3de 9ber 1864 voor 1863 – vijftien fr.15,00
2de 8ber 1865 voor 1864 – vijftien fr15,00
16de 9ber 1866 voor 1865 – vijftien fr.15,00
19de 9ber 1866 voor 1866 – vijftien fr.15,00

N° 20.

De erfgenamen Gerardus De Backer – nu Peeter De Bolle Essene – hebben een schuld van vijftien guldentweeënveertig ct voor een rente en kapitaal van zes honderd vijfentwintig gulden eenenzeventig ct dus 15,42.

In fr veertienhonderd eenenvijftig fr 24 ct volgens de rekening betaald in 1818.

BetalingenSom
12de Xber 1833 de som van honderd vijfenveertig fr twaalf ct voor de vervallen intresten bij moderatie voldaa tot 18 december 1800 eenendertig.145,12
8ste Xber 1834 voor 1832 drieënveertig fr drieënvijftig ct43,53
23ste 9ber 1836 voor 1833 drieënveertig fs vierenvijftig ct.43,54
10de 9ber 1838 voor 1834 drieënveertig fr vierenvijftig ct.43,54
25ste 8ber 1839 honderd fr daarmee voldaan de intrest van 1835 en 1836 blijft op rekening betaald twaalf fr drie ct voor 1837.100,00
9de 9ber 1840 voor het restant van 1837 eenendertig francs eenenvijftig ct.31,51
7de 9ber 1841 voor 1838 en 1839 zevenentachtig fr acht ct.87,08
3de 9ber 1842 voor 1840 vijfenzestig fr eenendertig ct, 1840 blijft op rekening  21 fr 77 ct van 1841.65,31
25ste februari 1843 drieënveertig fr vierenvijftig ct voor 1841, blijft op rekening van 1842 21 fr 77 ct.43,54
8ste Xber 1845 drieënveertig fr vierenvijftig ct voor 1842 en blijft op rekening 21 fr 77 ct van 1843.43,54
24ste 8ber 1847 drieënveertig fr vierenvijftig ct voor 1843 en blijft op rekening  21 fr 77 ct van 1844.43,54
1ste juli 1849 vierenvijftig fr voor 184454,00
19de 9ber 1849 drieënveertig fr vierenvijftig ct voor 1845 en blijft op rekening 32 fr 23 ct van 184643,54
10de 9ber 1850 het restant van ’1846 elf fr 31 ct.11,31
6de januari 1851 voor 1847 43 fr 54 ct.43,54
24ste 8ber 1851 voor 1848 en het half jaar 1849 65 fr 31 ct.65,31
20ste 8ber 1852 65 fr 31 ct voor de rest van 1849 en 1850.65,31
5de 9ber 1853 intrest van 1851 – 43 fr 54 ct.43,54
Ontvangen eenentwintig fr 77 ct voor 185221,77
11de 8ber 1854 65 fr 31 ct voor 1852 en  185365,31
4de 9ber 1855 voor 1854 – 43 fr 54 ct.43,54
2de 9ber 1856 voor 1855 – 43 fr 54 ct.43,54
17de 8ber 1857 voor 1856 – 43 fr 54 ct.43,54
18de Xber 1858 voor 1857 – 43 fr 54 ct.43,54
1ste 9ber 1859 voor 1858 – 43 fr 54 ct.43,54
11de 9ber 1860 voor 1859 – 43 fr 54 ct.43,54
26ste october 1861 voor 1860 – 43 fr 54 ct.43,54
16de 8ber 1862 voor 1861 – 43 fr 54 ct.43,54
23ste 8ber 1863 voor 1862 – 43 fr 54 ct.43,54
15de 8ber 1864 voor 1863 – 43 fr 54 ct.43,54
14de 8ber 1865 voor 1864 – 43 fr 54 ct.43,54
27ste 8ber 1866 voor 1865 – 43 fr 54 ct.43,54
10de 8ber 1867 voor 1866 – 43 fr 54 ct.43,54

N° 21.

Josephus Robijns pachter te Hekelgem is verschuldigd een rente van vier gulden achtentachtig ct In fr 10,33.

Voldaa r 1823.

BetalingenSom
Geen inschrijvingen 

N° 22.

De weduwe Joseph De Doncker[41] te Hekelgem is verschuldigd voor cijnsrenten waarover zij verantwoord heeft in haar laatste rekening van 29 december 1831 voor de volgende personen:

  1. Bernardus Van Gheite en Gillis De Gols, landbouwers te Hekelgem, twee gulden zesenvijftig ct – 2,56.
  2.  Jan Baptist Clauwaert en de kinderen Francis Roseleth, landbouwers, een gulden en zevenendertig ct, dus 1,37.
  3. Andries Coppens, landbouwer, een gulden achtentwintig ct – 1,28.
  4. Benedictus Cooreman, landbouwer, twee ct – 0,02.
  5. De weduwe Peeter De Schrijver, landbouwster, zeventien ct – 0,17.
  6. Francis De Boitselier zeventien ct – 0,17.
  7. De kinderen Jan Baptist Robijns tweeëndertig ct – 0,32.

Geheel vijf gulden en negenentachtig ct – 5,89. De laatste betaling is gedaan in 1830.

Betalingen Som
13de Xber 1832 voor 1831 12 fr 45 ct. 12,45
Dezelfde dag voor 1832 12 fr 45 ct. 12,45
24ste januari 1834 voor 1833 12 fr 45 ct. 12,45
29ste 8ber 1835 vierendertig fr eenenveertig ct intrest van 1833, 1834 en 1835 tot 29ste 8ber 21,96
Dezelfde dag zijn deze cijnzen betaald met een som van twee honderd negenenveertig fr twintig ct. 249,20

N° 23.

Franciscus Ruijssinck en consoorten te Hekelgem zijn verschuldigd een cijns van zeven en half ct (in gulden) dus 07 1/2 waarvan de laatste betaling is gedaan in 1812:

BetalingenSom
20ste 8ber 1833 ontvangen van Francis Ruijjsinck een fr achtenvijftig ct voor 1813 tot 1822.1,58

N° 24.

Franciscus De Ridder[42] en Joannes De Gijseleer,landbouwers te Hekelgem, zijn verschuldigd een cijns van een gulden twee ct en half dus 01 2 ½,  laatste betaald in 1824:

BetalingenSom
22ste 9ber 1833 ontvangen van Francis De Ridder zeven fr 63 ct voor 1825 tot 1831.7,63
Ontvangen van Joannes De Geijseleer zes fr drieënvijftig ct voor 1822 tot 18276,53
7de Xber 1836 ontvngen van Frans De Ridder twee fr 18 ct voor 1832 en 1833.2,18
17de Xber 1837 ontvangen van Joannes De Geijseleer drie jaar cijns 1828  tot 1830 drie fr 27 ct.3,27
28ste 8ber 1838 ontvangen van Joannes De Geijseleer vijf jaar cijns vijf fr vijfenveertig ct.5,45
10de Xber 1838 van Frans De Ridder intrest voor1834 een fr 8 ct.1,08
3de 9ber 1840 van Joannes De Geijseleer vier jaar cijns vier fr 36 ct.4,36
10de Xber 1840 van Frans De Ridder een fr 8 ct voor 1835.1,08
28ste 8ber 1844 van Joannes De Geijseleer cijns van 1840, 1841 en 1842 drie fr 27 ct.3,27
27ste Xber 1844 van de weduwe Frans De Ridder cijns voor 1836, 1837 en 1838 drie fr 27 ct.3,27
22ste 9ber 1847 van Joannes De Geijseleer cijns voor 1843, 1844 en 1845 drie fr 26 ct.3,26
24ste 9ber 1847 van de weduwe Frans De Ridder zeven jaar cijns lzeven fr 61 ct.7,61
6de 9ber 1851 van Joannes De Geijseleer cijns 4 fr 35 ct.4,35
8ste 9ber 1853 van Joannes De Geijseleer cijns van 1842 – drie fr 27 ct.3,27
 5de januari 1854 van Joannes De Geijseleer cijns – vier fr 36 ct.4,36

N° 25.

De heer De Witte olieslager te Hekelgem voor de weduwe Jan Baptist Van De Perre die verschuldigd is een cijns van zeventien ct 00 – 17 laatt betaald in 1806:

BetalingenSom
Geen aantekeningen. 

N° 26.

De erfgenaemen Jan Baptist Meert te Hekelgem zijn verschuldigd een cijns van zeventien ct en half, dus 0,7 1/2 is  laatst betaald in 1804:

BetalingenSom
Geen aantekeningen. 

N° 27.

Jan Franciscus De Wever pagcher te Hekelgem is verschuldigd twee cijnsen – 1° voor zijn hofstede een fr21 ct, 2° voor zijn boomgaard vierenvijftig ct. Samen twee fr vijfendertig cten, dus 2,35 is  laatst betaald in1827:

BetalingenSom  
Geen aantekeningen. 

N° 28.

Franciscus Gowie smid te Hekelgem is verschuldigd een cijns van zesentwintig ct dus voor de kinderen Thomas Everaert 0,26 (gulden),is ’t laast betaald in 1812:

BetalingenSom
18de januari 1834 ontvangen vier fr vierendertig ct daarmee voldaan tot 1833.4,34

N° 29 niet aanwezig.

N° 30.

De kinderen Peeter Van Nieuwenborgh te Hekelgem zijn verschuldigd een cijns van een gulden achtenvijftig ct en half, dus 1,58 1/2 (gulden), is laatst betaald in 1815:

BetalingenSom
9de Xber 1833 ontvangen zesendertig fr eenennegentig ct bij moderatie daarmee voldaan tot 1831.26,91
19de meert 1834 ontvangen het kapitaal van deze cijns de som van zevenendertig gulden Brabants courant en intrest van 1832 en 1833 de som van zes fr eenenzeventig ct dus van Jan Baptist De Coster.6,71

N° 31.

De erfgenaemen Laureijs Robijns te Meldert zijn verschuldigd een cijns van vier gulden waarvan het laatste is betaald in 1814:

BetalingenSom
Geen aantekeningen. 

1834. Goederen aan de domeinen verzwegen[43].

1-Een partij land groot dertig roeden zesenzeventig ellen voortkomend van de abdij Affligem gelegen in de gemeente van Moorsel omtrent de Aalsterse Dreef, palend aan de dreef, de kerk of armengoed van Moorsel, de baan en de heer De Clecq, in bezit en gebruikt door Joannes Vermoesen te Moorsel.

2-Eenpartij land, groot dertig roeden zesenzeventig ellen voortkomend van de abdij  Affligem gelegen onder de gemeente van Moorsel omtrent de voorschreven partij, palend aan de Aalsterse Dreef, Judocis De Ridder als huurder, de baan en de kerk of armen van Moorsel, in bezit en gebruikt door Bernardus De Bisschop te Moorsel.

De inbezitneming is gedaan op declaratie en overgeving der panden en bezitters gedaan door de heer Guillielmus De Bisschop, landbouwer te Hekelgem hier present.

Waarvan akte gepasseerd in de gemeente van Hekelgem in de pastorie op zesentwintig februari achttienhonderd vierendertig in de tegenwoordigheid van Jan Baptist De Vis en Petrus Scheirlinckx, beide landbouwers te Hekelgem, als getuigen die na voorlezing hebben getekend met de heeren comparanten.

3-Een partij land en bos gelegen onder Hekelgem op de Hoogenpaal groot tweeënzestig roeden zevenentachtig ellen, palend aan Jan Baptist De Vis met goederen voortkomend van de abdij Affligem, de kinderen Bosteels, andere goederen door de domeinen verkocht en  Jan Frans Van Lierde, tegenwoordig gebruikt door Jan Baptist De Vis.

De heren comparanten hebben verklaard de inbezitneming der voorschreven partij te doen zonder de minste restrictie van de drie andere.

4- Een partij land groot een bunder vijfentwintig roeden voortkomend van de abdij Affligem gelegen in op de Molenkouter” doorsneden met de dreef naar de abdij, palend oost de Fosselstraat, zuid de kinderen Graindorge, west de straat, en noord de heer Servais, in bezit en gebruikt door Dominicus De Cooman te Hekelgem.

Waarvan akte gepasseerd in Hekelgem in de pastoriel op zesentwintig februari achttien- honderd vierendertig in de tegenwoordigheid van Jan Baptist De Vis en Petrus Scheirlinckx, beide landbouwers wonend in Hekelgem, als getuigen de na voorlezing hebben getekend met de heren comparanten  en de notaris.

1838. Rekening van James Bastien, klokkengieter te Bergen[44].

Klok gegoten op 20 juli 1838.

Ontvangen van de kerk van Hekelgem de som van tweeduizend zeventig fr negen ct van een rekening van vierduizend driehonder drieëntachtig fr die de kerk mij verschuldigd is  voor een nieuwe klok die ik voor de kerk heb gegoten.

Hekelgem, tien augustus 1838 Bastien James.

Ik bevestig de ontvangst van de gemeente Hekelgem van de  som vijftienhonderd fr op de rekening die de kerk mij verschuldigd is..

Hekelgem, tien augustus 1838. Bastien James.

Ontvangen achthonderd fr, de rest van de schuld ,van de kerk van Hekelgem voor de nieuwe klok. Hekelgem 19 november 1839. Bastien James.

1838. Betwisting van een rente van 200 gulden[45].

Op 25 juli richtte Stockmans, secretaris van de notaris in naam van Josephus De Doncker, tresorier van de kerkfabriek van Hekelgem een schrijven aan de leden van die kerkfabriek. Uit de rekeningen bleek dat J. B. Robijns gedurende 15 jaar, van 1809 tot 1823 een rente van 200 gulden aan 5 gulden 14 stuivers per jaar, samen 25 gulden 10 stuivers onwettig heeft betaald.

Philippus De Donder[46] en zijn echtgenote Josine Van De Velde hadden een lening van 200 gulden aangegaan bij Cornelius Van Lierde[47] en Anne Segers bij akte verleden voor de schepenen van Affligem op 18 april 1730, maar eigendom van de kerk sedert 1746. De lening was bepand op:

1- Een partij land gelegen in Meldert op ?? groot 112 1/2 roeden. Het was ten dele leengoed en ten dele cijnsgoed palend aan de straat, de erfgenamen Jan De Ridder, Gillis Van Nuffel en de erven van Jan Van Mulder.  Door aankoop waren de  bepanders Peeter De Kegel en Anna Van Nuffel.

2-Een behuisde hofstede gelegen te Hekelgem. Het goed was verkregen door wijlen Andries Robijns[48] en Maria Anna De Bailliu en haar tweede man Peeter Ceuppens. Zij had twee kinderen:

  1. Martin Robijns getrouwd met Francisca Resteau,
  2. Adriaen Ceuppens, in zijn leven onderpastoor in Schendelbeke.
  3. 114 roeden land gelegen te Meldert op het Queddelsveld palend volgens de kavelbrief gepasseerd voor notaris Van Der Schueren te Meldert op 8 januari 1777 tussen Martin Robijns en de eerwaarde priester Ceuppens, aan Jan De Ridder, Jan Willems, Hendrick Van Brempt en de kinderen wijlen Philippus De Donder. Door aankoop verkregen van Jan Van Nuffel en Peeter De Kegel volgens goedenissebrief gepasseerd voor de schepenen van Affligem op 150oktober 1742 welk perceel land het enigste is op die kouter dat te kavel is gevallen aa priester Ceuppens.

Uit de beschrijving van de palen van de genoemde partijen blijkt dat die rente nooit ten laste van wijlen Martinus Robijns was en ook niet ten laste van zijn halfbroer, de heer Ceuppens.

De ouders van de kavelanten kochten op 15 oktober 1742 het kwestieus land Queddelsveld delen van het goed op 8 januari 1777 zonder dat er van de rente gewag werd gemaakt, Philippus De Donder betaalde de intresten en daarna zijn zoon Guillielmus en nadien de erfgenamen sedert 1731 tot en met 1798. Op dat tijdstip waren de ouders van Adriaen Ceuppens en hij al in bezit van de 114 roeden sedert 56 jaren en indien zij rentgelders waren, betaalde de familie De Donder de intresten.

Anna Maria Resteau betaalde de intresten 1799, 1800 en 1801. Dan werd zij tresorier en ontving de intresten! Sedert 1801 tot 1829 betaalde J. B. Robijns. In de rekening van 1826 vindt men de fout en men zegt dat Joseph Robijns als opvolger van Henri Robijns de rente moet betalen wat bij vergissing met echtheid heeft aangemerkt.

Uiit het aangehaalde resulteert (zie figuur hieronder) dat de familie Robijns – Ceuppens nooit die rente verschuldigd was noch de hypotheek bezat. Dat betekent dat de kerkfabriek de rente 22 jaar, in het totaal 125 gulden 8 stuivers, aan de kinderen J. B. Robijns dient te restitueren. Die som moet binnen de 8 dagen betaald worden anders zal ik, als hun gevolmachtigde met alle middelen van recht het bedrag opeisen, temeer omdat De Doncker die jaren een deel ervan aan J. B. Robijns heeft verantwoord en dat zijn kinderen met de weduwe De Doncker tot geen vereffening kunnen komen voor de restitutie. Gelieve uw antwoord aan Cappuijns tegen zondag te geven en die zal mij uw antwoord geven.

Ch. Stockmans clerc van notaris.

Korte beschrijving van de rente van 200 gulden courant eerst geconstitueerd door Philip De Donder en Josina Van De Velde ten behoeve van Cornelius Van Lierde en Anna Segers bij akte gepasseerd voor schepenen van Affligem op 18 april 1730 thans ten behoeve van de kerk van Hekelgem

Deze goederen zijn volgens de constitutiebrief in hypotheek gegeven met kanten en gedesigneerd zoo volgt:

  1. Het goed verkregen door Martinus Robijns en zijn huijsvrouw Francoise Resteau is gelegen te Meldert op “Het Quedderveld” groot 114 roeden paelende ter eendere Jan De Ridder, ter 2de Jan Willems, ter 3de Hendrick Van Brempt, ter 4de de kinderen wijlen Philip De Donder hun competerende bij koop tegen Jan Van Nuffel en Peeter De Kegel volgens goedenissebrief Een partij land gelegen onder Meldert op het Querdersvelt groot omtrent 112 1/2 roeden, deels leengoed en deels cjnsgoed
  2. 19 roeden hofstede met het huis gelegen in Hekelgem palend aan de straat van Affligem naar Meldert, de erfgenamen van Martin De Coster, Peeter Van Den Wijngaerde vanwege zijn vrouw en Michiel De Donder met het wederdeel   gescheiden van de comparant verkregen bij successie van 15april 1729.

De Donder kocht van Peeter De Kegel en Anna Van Nuffel en het pand werd belast in 1730 terwijl Martin Robijns het goed in 1742 kocht van Jan Van Nuffel en Peeter De Kegel. Dan werd Philip De Donder d houder van de hypotheek. De weduwe Resteau en haar opvolgers hebben van 1799 tot en met 1823 de intresten betaald die zij nooit schuldig waren. In 1777 werd van die rente niet gesproken. Martinus Robijns, man van Francoise Resteau kavelt op 8 januari 1777 voor notaris J. B. Van Der Schueren te Meldert met zijn halfbroer, de eerwaardige heer Adriaenus Ceuppens, zoon van Peeter en Maria Anna De Bailliu en ook moeder van Martin Robijns uit haar huwelijk met Andries Robijns.

Het Queddersveld is te kavel gevallen aan de priester Ceuppens, toen onderpastoor te Schendelbeke. Martin Robijns en Adrianus Ceuppens waren de wee enige kinderen van Anna Maria De Bailliu.

1841. Amandus Vertonghen betaalt schuld[49].

Op 23 april 1841 kwam Amandus Vertonghen, oud-tresorier van de kerkfabriek van Hekelgem,  met de volgende leden van de kerkfabriek, namelijk Petrus Joannes Reijntjens pastoor, Joannes Bosteels, burgemeester en grondeigenaar, Petrus Plas, landbouwer en  Franciscus Roggeman landbouwer, 5de Cornelius Vermoesen landbouwer, 6de Joannes Baptista Robijns, landbouwer en Seraphien De Meersman, bakker, allen wonend in  Hekelgem, overeen om zijn schuld af te betalen door middel van een schenking. Notaris Crick stelde de akte op.

Amandus Vertonghen[50] kwam aan het slot van zijn rekening van 17 augustus 1812 en stond daarvoor een partij land af gelegen op de Morette, sectie A nummer 909, groot vijftien aren negen centiaren palend aan Jan Baptist Clauwaert, dezelfde Clauwaert en de weduwe Jan Baptist De Smedt, de kinderen van Petrus Jacobus Van Lierde en de kinderen van Jan Baptist Mattens. Het goed werd geschat op vijfhonderd fr. Deze partij land behoorde toe aan Amandus Vertonghen bij verkaveling uit de successie van wijlen zijn ouders Joannes Vertonghen en Maria Theresia De Keghel, bij akte 13 april 1795, geregistreerd te Asse op 30 oktober 1807. De comparant Vertonghen verklaarde dat het land onbelast is van alle schulden en hypotheken. In ruil hebben de leden van de kerkfabriek aan Amandus Vertonghen de volle en definitieve kwittantie en ontlasting van zijn schuld gegeven.

De raad van de kerkfabriekkan te allen tijde het land in bezit nemen en gebruiken zonder vergoeding voor vetten of culturerechten.

Waarvan akte gepasseerd in Hekelgem, in de pastorie op 23 april 1841, in de tegenwoordigheijd van Carolus Hellinckx en Petrus Scheirlinckx, beide landbouwers te Hekelgem, als getuigen.

Op 3 augustus 1841 gaf Amandus Vertonghen aan de kerk van Hekelgem een hoplochting gelegen op de De Morette,  palend aan oost J. B. Clauwaert, dezelfde en de weduwe J. B. De Smedt, de kinderen Petrus Jacobus Van Lierde en de kinderen J. B. Mattens, groot   vijftig roeden oude maat. De hoplochting erfde Vertonghen van zijn ouders Joannes Vertongen en Maria Theresia De Kegel waarvan de kerk van Hekelgem nu de volle eigendom zal genieten vanaf de eerste kerstdag na zijn overlijden zonder enige amelioratie of mestvetten te moeten betalen, zonder de hopstaken.

1843. Een eeuwigdurende rente voor de kerk[51].

Op 10 maart 1843 ompareerden Michiel Van Den Bossche[52] en zijn vrouw Francisca De Smedt, landbouwers te hekelgem voor nota           ris Crick te Asse. Als eigenaars van een hofstede vernieuwden ze in het voordeel van de kerk een eeuwig durende rente met een kapitaal van duizend achtentachtig fr vierenveertig ct met een intrest van 4 ½ % verminderd tot 4¨ ingeval van betaling binnen de zes weken na elke vervaldag op 2 juni. De rente was  oorspronkelijk aangegaan door Judocus De Smedt en Catharina De Gheijndt, ouders van de comparante Francisca De Smedt. Van het kapitaal was negenhonderd zevenennegentig fr vierenzeventig ct ten behoeve van de eerwaarde heer Petrus De Laddersous, in leven pastoor van Hekelgem. De akte was verleden door notaris Jacobus De Smedt te Asse op 2 juni 1792 en geregistreerd door schepenen van Affligem op 30 juni. De resterende negentig fr zeventig ct werden na de dood van de eerwaarde heer De Laddersous aan de eerwaarde heer De Malander overgedragen, in leven ook pastoor te Hekelgem,  op 11 november achttien- honderd vier met een bijzondere hypotheek op de hofstede door de comparanten Van Den Bossche. Zij wonen op de hofstede gelegen in Terlinden en omvat een huis en andere edificiën, groot van grond drieëntwintig aren negentig centiaren,  palend aan  noordoost de Terlindenstraat, zuidoost vroeger Petrus De Schrijver nu Petrus Joannes Verleijsen, zuidwest den armen van Asse, en noordwest vroeger Henricus Bernauw nu Joannes Baptista Van De Perre.

De vermelde kapitale rente van duizend achtentachtig fr en vierenveertig ct maakt deel uit van een fundatie door de eerwaarde heren De Laddersous en De Malander gesticht in de kerk van Hekelgem en waarvan de intresten jaarlijks aan de kerkfabriek worden betaald voor zes missen in het octaaf van de gelovige zielen met de overschot voor licht en ornamenten.

Petrus Joannes Reijntens, tegenwoordig pastoor van Hekelgem en er wonend en lid van de kerkfabriek, heeft verklaard de vernieuwing ten voordele van de kerkfabriek te aenvaarden zonder in iets te veranderen aan de condities van de fundatiebrieven.

Waarvan akte gepasseerd in de gemeente van Hekelgem in het huis van de echtlieden Van Den Bossche op 10 maart 1843, in de tegenwoordigheijd van Engelbertus Van Gheite en Petrus Joannes Verleijsen, beide landbouwers te Hekelgem, getuijgen die na voorlezing hebben getekend met de eerwaarde heer P. J. Reijntens en de notaris met uitzondering van de echtlieden Van Den Bossche die verklaard hebben niet te kunnen schrijven. P. J. Reijntens, E. Van Gheite, P. J. Verleijsen en J. A. A. Crick notaris.

1843 Reglement van de zondagsschool[53].

  1. De school werd opgericht door zijne eminentie Engelbertus, kardinaal en aartsbisschop van Mechelen in 1840 en wordt bestuurd door de geestelijken van de parochie.
  2. Zij is gesteld onder de bescherming van O.-L.-V. koningin van alle H. H. en van den H. Jozef patroon der jeugd.
  3. Zij zal beginnen op zondag 20 december 1840 voor de jongens onmiddellijk na de hoogmis en voor de meisjes onmiddellijk na de rozenkrans. Ieder zorgt ervoor om op tijd te komen om de gratie van de H. Geest af te smeken en het onze vader en het weestgegroe te bidden en de geloofsbelijdenis, de 10 geboden van God en de 5 geboden van de H. Kerk op te zeggen.
  4. Het is verboden in de school te spreken of met luide stem te leren.
  5. Na de christelijke lering bidt men de akten van geloof, hoop en liefde en een akte van berouw. Alle leerlingen verlaten zonder te lopen en zonder lawaai de school.
  6. Alle leerlingen zullen proper zijn en geen modieuze of ongeschikte kleren dragen.
  7. Leerlingen die anderen bespotten, beschimpen of verwijten, die vechten, vloeken, vuile klap spreken, die anderen naroepen, die ongemaniertheden bedrijven, zullen met liefde vermaand worden en willen zij zich niet bekeren dan moeten zij thuis blijven.
  8. Niemand mag zonder wettige reden van de school wegblijven anders zullen zij een zwarte nota of een ‘crabbe’ krijgen.
  9. Ale leerlingen moeten hun meesters en meesteressen eren en gehoorzamen, wie daarin te kort schiet, zal men wegzenden en vermits zij geen tijdelijke beloning ontvangen voor hun liefde, verdienen zij beloond te worden door de gebeden der leerlingen.

Ita est P. J. Reijntens pastor in Hekelghem.

Project aangaende de zondagsschool voorgelezen op Pinksteren 1844.

De zondagsschool is gesloten door het verwerken van de akten. Het voordeel dat daeruit volgt is:

  1. Alle kinderen van de school die de W nog niet kunnen lezen, zullen op dezelfde tijd de wijze van leren lezen de W leren om te begrijpen wat zij lezen en om kracht aan de woorden te kunnen geven.
  2. Alle kinderen die het goede willen, zullen inzien hoe voordelig en vermakelijk het is nu en dan wat tijd door te brengen met een schoon boek te lezen of een stichtende historie. Dat zal hen aansporen om de school met meerder ijver bij te wonen en meer aendacht te geven aan de manier van lezen die hun meesteressen hun voorhouden.
  3. Kinderen gij zult zo een zedenles naar huis meedragen die veel kan leren en u voordeliger kan zijn dan al het tijdelijke dat gij door geleerdheid kunt bekomen.

1848. Klacht tegen Egidius Plas[54].

Op 20 december 1848 zonden de burgemeester en de leden van de kerkfabriek een schrijven – in het Frans – naar de arrondissementscommissaris van Brussel om toelating te vragen om Egidius Plas te kunnen vervolgen. Gillis Plas, pachter te Hekelgem van 1839  tot Kerstmis 1848 van de kerkfabriek hofstede huurde, gelegen aan de Bellestraet,groot 13 aren 30 centiaren, bekend bij het kadaster onder N° 262 tot en met 266 der sectie D,  palend aan de Bellestraat, Benedictus Meert en andere met daarop een batiment dat al lang van de eigenaars is. Daar de pachttermijn is verlopen heeft de huurder het recht volgens lands- gebruik om de waarde van de mestvetten te laten schatten en het bedrag op te eisen. Om tot die schatting over te gaan stelden de burgemeester en de kerkraad Petrus Ludovicus Prégaldino, deurwaarder bij de rechtbank van eerste aenleg zitting houdend te Brussel en gehuisvest te Asse aan om Gillis Plas te dagvaarden. Op 19 maart 1849  ging met Petrus Reijntjens, voorzitter van de kerkraad en van de ontvanger Judocus De Schrijver bij Gillis Plas om hem te dagvaarden om op 22 maart om twee u. naar de hofstede te gaan ten einde over te gaan tot de schatting van de prijzij.

Op 22 maart trof de deurwaarder Petrus Ludovicus Prégaldino[55] de zoon van Gillis Plas Cornelius[56] op de hofstede aan.  Hij trad op in naam van zijn vader. De deurwaarder bepaalde de prijzij als volgt: 

  1. Drie aren hof grond geschat zes fr – 6,00.
  2. Drie aren sloren geschat zes frs – 6,00.
  3. Vijfhonderd veertien kuilen hop geschat op zesenveertig frs zesentwintig ct – 46, 26.
  4. Het houtgewas op de hagen – 7,00.

Samen vijfenzestig frs zesentwintig ct – 65,26.

Maar Cornelius Plas weigerde prijzij te aanvaarden omdat zijn vader nog niet akkoord was met de schatting van het batiment op de gemelde grond.  De kerkfabriek wou voor de prijzij 57 fr betalen en was akkoord om voor het gebouw schatters aan te stellen volgens het lastencohier van openbare verpachting van de leden van de kerkraad van 17 oktober 1839 en goedgekeurd door de gemeenteraad.  

De ondergetekende Gillis Plas pacher te Hekelgem bekent ontvangen te hebben uit handen van de eerw. heer P. J. Reijntens, pastoor van Hekelgem en voorzitter van de kerkfabriek de som van zevenenvijftig fr in voldoening van een prijzj van mestvet van een land op de Mattenlochting eertijds gebruikt door de bovengenoemde Gillis Plas.

Hekelgem 22 augustus 1849.

1849. Stichting van jaargetijden[57].

Op 19 april 1849 liet Paula Joanna Francisca De Witte,[58] rentenierster wonend in Hekelgem, dochter van wijlen Benedictus Emmanuael De Witte en Catharina Paula De Lantsheere door notaris Crick de akte opstellen van de stichting van 5 eeuwigdurende jaargetijden voor haar ouders. Daarvoor had ze uit de liquidatie van de erfenis van haar ouders en met toestemming van haar mede-erfgenamen een som van vier honderd fr gelicht om daarmee de gezongen jaargetijden te stichten en ze met de intresten daarvan te betaelen. De jaargetijden moeten in de maand mei gecelebreerd worden in de kerk van Hekelgem  tot lafenis van de zielen van haar ouders en van hun nakomelingen in de eerste graad. De betaling zal elk jaar gebeuren aan de tresorier van de kerk zolang de kosten niet hoger liggen dan 20 fr voor de 5 jaargetijden. Paula De Witte gaf als pand een weide gelegen op Bleregem, groot 31 a 10 ca, palend noord Amandus Vertonghen, oost de erfgenamen van Gillis De Ridder, zuid de kinderen Van Der Stocken-Tack en west Joannes Franciscus De Wever. De weide was een erfenis van de ouders bij de akte van verdeling van notaris Crick  gepasseerd op 16 maart 1848. Er zal op deze weide ten voordele van de kerkfabriek voor de jaargetijden een hypothecaire inschrijving mogen opgesteld worden gedurende de dertig eerste jaren van 800 fr met een intrest van vijf ten hondert. Constantinus Alexander De Witte, ook rentenier te Hekelgem en zoon van Benedictus Emmanuel De Witte en Catharina Paula De Lantsheere verklaarde de schikking te aanvaarden voor hem en voor zijn zussen en broers.

De akte werd opgetseld in het huis van Paula De Witte in de tegenwoordigheijd van Petrus Joannes Verleijsen en Joannes Baptista Verleijsen, beiden landbouwers te Hekelgem, als , getuigen.

1853. Aankoop van een nieuw orgel[59].

De kerkfabriek van Hekelgem kocht op 2 januari 1853 een nieuw orgel van de heer Cappuijns Policarpe Florentin wonende tot Mechelen bestaande als volgende met kas, blaasbalken enz.

Met overneming der oude orgel en kas zo nochtans dat het kerkfabriek zal liber zijn van de kas te houden aan dertig franks en het positief aan vijftig franks.

Den transport tot laste van de kerk, te weten: vijfendertig franks met afhaling met een peerd tot aan de Laekepoort als ook veertien dagen logie, kost en drank op de maaltijden tot placeren der nieuwe orgel ook vier dagen een schrijnwerker.

En ook zal het orgel moeten geplaceert worden zo nochtans er sterfgeval voorviel van wederzijds en zullen kerkfabriek daarvoor betalen aan den boven gemelde heer Cappuijns de somme van drij duizend vijftig franken en welke betalingen zullen moeten geschieden, te weten:

Twee duizend vijftig franken als zij geplaceert en goed gekeurd is en het overig duizend francs een jaar later en ook beloofd en verbind den heer Cappuijns responsabel te zijn een jaar voor alles wat aan het orgel of toebehoorten zoude kunnen miskomen en eens te stellen als ook nog vier jaar responsabel aangaande de constructie.

Ook is er geconditioneerd dat de toppen en zeker den pelicaan van de oude orgelkas al aan de kerk blijven.

Gedaan in dobbel te Hekelgem 2 januari 1853.

1868. Voorwaarden voor de herstellingswerken aan de pastorie van Hekelgem.

De aanbesteding zal geschieden in een lot met de hierna beschreven werken.

  1. Omtrent honderd vijftig meters (kubiek) grond uitgraven voor een kelder onder de voornaamste zaal.
  2. Omtrent honderd tien kubieke meters metselwerken in  kareelsteen. De mortel moet  samengesteld zijn uit de helft Doornikse kalk en de helft …..?
  3. Omtrent vijf kubieks meters blauwe arduinsteen voor dorpels, plinten enz.
  4. Omtrent duizend kilogram ijzeren ribben.
  5. Omtrent tachtig vierkante meter kelderwelfsels, een steen dik.
  6. Omtrent negentig meter vloer in de kelders in kareelsteen.
  7. Het verlagen van achttien vensterdorpels.

Timmerwerken.

  1. Omtrent elf kubiek meter dennenhout voor de timmerwerken.
  2. Omtrent honderd tien vierkante meter plankenvloer in dennenhout zonder knoesten.
  3. Omtrent honderd vierkante meter plankenvloer in wit hout.
  4. Omtrent dertig lopende meter dakgoot in dennenhout te plaatsen op de consoles in steen.

Zinkwerken.

  1. Omtrent dertig vierkante meter zinkgoten van nr. 14 te plaatsen in de dakgoten.
  2. Omtrent veertig meter afloopgoten in zink van nr. 12.

Dakwerken.

  1. Omtrent veertig vierkante meter dekking in schaliën.
  2. Omtrent dertig vierkante meter dekking in blauwe pannen voor het washuis, strijken inbegrepen.
  3. Omtrent honderd kilogram ijzeren ankers en nagels.

Bezoldering en plaasterwerken.

  1. Omtrent drij honderd twintig vierkante meter bezoldering met eiken latten en mortel met koeienhaar.
  2. Omtrent acht honderd vierkante meter plaasterwerk.
  3. Omtrent veertig vierkante meter dakgootmoluren.
  4. Een rosette voor de zaal van dertig fr.

Schrijnwerkerij.

  1. Achttien ramen in eikenhout van twee duimen dik, een meter twintig centimeter breed en twee meter 50 centimeter hoogte erin begrepen het glas en verven.
  2. Acht koppel luiken, verven inbegrepen.
  3. Twaalf binnendeuren in dennenhout met drie panelen, inbegrepen de omlijsting, een slot met twee krukken en verven.
  4. Een dubbele deur voor de zaal ook alles inbegrepen.
  5. De voordeur in eikenhout alsook de achterdeur.
  6. Een trap van tweeëntwintig treden in eikenhout tot aan de eerste verdieping, de leuning inbegrepen.
  7. Een trap in beukenhout van twintig treden van de eerste verdieping naar de zolder, de balustrade tevens inbegrepen.
  8. Omtrent drij honderd vierkante meter verven met lijnolie (viermaal).

Steenhouwerij.

  1. Omtrent twintig vierkante meter vloer in zwarte steen voor den gang.
  2. Een schouw voor de zaal in marmer van 150 fr.
  3. Zes schouwen in granietsteen van 25 fr stuk.
  4. Achttien venstertabletten in granietsteen.

Algemene bepalingen.

Art. 1. De onderneming zal plaats hebben bij prijsborderel. De aannemers zullen in hun offerte de prijs per kubiek – vierkante meter of per stuk voor iedere soort van werken.

Art. 2. De onderneming geschiedt door aanneming.

Art. 3. De ondernemers zullen als goede werkbazen moeten erkend worden door de kerkfabriek die zich het recht behoudt van tussen de drie laagste offertes degene te kiezen die de beste waarborg aanbiedt voor de goede uitvoering der werken.

Art. 4. De werken zullen moeten verricht worden volgens plan opgemaakt door de heer Spaak, bouwkundige opzichter van het arrondissement Brussel en de voorwaarden van de  aanneming en daarenboven al de regels van de kunst volgen onder straf van afbreking en heropbouwing ten koste van de aannemer.

Art. 5. De bouwstoffen die van geen goede hoedanigheid erkend worden, zullen afgewezen en door andere vervangen worden ten laste van de aannemers.

Art. 6. Alle de afbraakwerken zijn ten laste van de aannemers.

Art. 7. De kerkfabriek behoudt zich het recht voor de werken van het tegenwoordig gebouw die in goede zijn te behouden doch mits aftrek en afrekening met de aannemer volgens de opmeting.

Art. 8. De werken zullen aanvang nemen op vijftiend maart aanstaande en zullen moeten voltrokken zijn op de eerste september daarop volgend op straf van tien fr boete voor elke dag vertraging.

Art. 10. De werken zullen na hun voltrekking gemeten worden door een gezworen landmeter door de kerk aan te stellen en waarvan de onkosten volgens gebruik gezamenlijk zullen gedragen worden.

Art. 11. De betalingen zullen op volgende wijze geschieden. Een derde nadat de werken de helft zullen voltrokken zijnn, een tweede derde na het einde der werken en het laatste zes maanden daarna.

Art. 12. De aannemer zal in zijn offerte de prijs of dagloon van metselaar, dienders, timmerman, schrijnwerker en plakker vermelden voor de herstellingen die per dag kunnen gedaan worden.

Art. 13. De zegel en inschrijvingskosten zijn ten laste van de aannemers.

Art. 14. De aanneming zal slechts volledig zijn na de goedkeuring der bevoegde overheid.

Gedaan te Hekelgem in zitting van 5 januari 1868.

Proces-verbaal van aanbesteding[60].

1868, 18 maart om twee uur.

Wij leden van de kerkfabriek van Hekelgem, arrondissement Brussel, ingevolge kohier van lasten en voorwaarden goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 12 februari laatstleden en door de bestendige deputatie van de provincieraad in zitting van vier maart. Na berichten aangeplakt in al de omliggende steden en gemeenten, alsook afkondigingen alhier op de twee laatst afgelopen zondagen gedaan, hebben we ons begeven naar het gemeentehuis en zijn daar in de tegenwoordigheid van de heer Spaak, bouwkundige opzichter van het arrondissement en na voorlezing van de voorwaarden overgegaan tot de openbare aanbesteding vazn de herstelling en veranderingswerken te verrichten aan de pastorie van onze gemeente. Na de opening van de aanbiedingen werd Joseph De Bisschop, ondernemer te Hekelgem, gekozen om de werken te doen voor de som van negenduizend zeshonderd eenenveertig frs en Petrus Tistaert, schrijnwerker te Asse voor de som van negenduizend achthonderd zesendertig fr tien ct.

1874. Vergadering van de raad van de kerkfabriek[61].

Aanvraag van Petrus Judocus Evenepoel,[62] landbouwer Hekelgem, voor teruggave te mogen doen van een fundatie met kapitaal van vierhonderd frs gegesticht bij act verleden voor de notaris Crick te Assche op 19 april 1849[63] door juffrouw Paula Joanna Francisca De Witte[64] voor het voor het celebreren van vijf jaargetijden voor haar familie en bepand op een perceel weide te Hekelgem op gehucht Bleregem, nu eigendom van de verzoeker, ingeschreven ten kantoor van grondpanden te Brussel op 8 juni 1849 boek 769 nr. 39.

Besluit:

De heer Baeten, tresorier van de raad van de kerkfabriek, wordt gemachtigen om het  kapitaal te ontvangen en er kwijting  en ontlasting van te geven.

Te Hekelgem in zitting van 4 oktober 1874.

Namens de raad van de kerkfabriek raad, de secretaris Roseleth, de voorzitter T’Kint.

Vu et approuvé par le conseil communal d’Hekelgem en séance du 24 décembre 1874.

R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 394.

1923. Proces-verbaal van schatting.

De ondergetekenden:

  1. Camille Germanes landmeter en schatter wonende te Merchtem.
  2. Camille Van Ginderachter landmeter en schatter wonende te Asse.

Gezien de aanvraag van mijnheer Theofiel Roseleth eigenaar wonende te Hekelgem tot de aankoop van een perceel land gelegen onder de gemeente van Hekelgem toebehorende aan de kerkfabriek dezer gemeente waarvan beschrijf zie onder.

Verklaren ons ter plaatse te hebben begeven op 15 oktober 1923.

Beschrijf van het goed:

Een perceel land gelegen onder de gemeente van Hekelgem voornoemd ter plaatse genaamd Mazits gekend op het kadaster onder nummer 802a der wijk A voor een grootte van 21 aren 90 centiaren, palende aan: 1° De steenpoelweg niet begrepen en daarover de heer De Geijselaer, 2° De Braeckeleer Benoit, 3° de aanvrager mijnheer Theofiel Roseleth, en 4° het bureau van weldadigheid der gemeente Hekelgem.

Schatting: na de nodige afmetingen en onderzoek hebben wij de waarde ervan vastgesteld er inbegrepen het derde deel voor meerdere waarde volgens de wet op de som van tweeduizend acht- honderd frank.

Waarvan proces-verbaal van schatting opgemaakt te Asse datum als voren.

Germanes, Van Ginderachter.

1924. Zitting van de kerkfabriek van Hekelgem.

Op 6 juli 1924 vergaderden de leden van de kerkfabriek, Eduard De Schrijver voorzitter, Coppens Frans, Evenepoel Xavier, Scheerlinckx H., De Troy Louis en Willems Isidoor, over de aanvraag van Theofiel Roseleth om een perceel land aan te kopen, gelegen in Mazits, wijk A, n° 801, 802, met een oppervlakte 21 aren 90 centiaren, voor de som van 2800 fr..

De kerkfabriek zocht financiële middelen om meubelen bij te koopen in de nieuwe opgebouwde kerk, het plaatsen van elektriciteit, kasten in de sacristie, enz. Daar er geen tegenkantingen waren gekomen na het onderzoek de commodo en incommodo besliste de raad met eenparigheid van stemmen het perceel te verkopen.

De gemeenteraad van Hekelgem keurde tijdens de zitting van 16 december 1924 de verkoop goed voor de som van drieduizend frank.

Voor de raad: de secretaris Vertonghen, de burgemeester De Witte.

1924. Kerkfabriek van Hekelgem[65].

Notaris Stas stelde op 6 juli 1924 de verkoopsakte op in aanwezigheid van Eduard De Schrijver, Coppens Frans en Evenepoel Xavier,voorzitter, ontvanger en lid van de kerkfabriek van Hekelgem en  samen de meerderheid van de raad en inegevolge de beraadslaging van het bureau van de kerkfabriek op 6 juli 1924, goedgekeurd door de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarvan een afschrift hieraan zal gehecht blijven. Zij verklaren te verkopen voor vrij, zuiver en onbelast en met waarborg tegen alle stoornissen en beletsels aan mijnheer Theopfiel Benedictus Roseleth grondeigenaar te Hekelgem,[66] een perceel land gelegen te Hekelgem ter plaatse Mazits, wijk A, n° 801 groot 21 aren 90 centiaren. Het perceel land was sinds lang eigendom van de kerkfabriek en openbaar bezit sedert meer dan dertig jaar. De koper zal zich moeten vergenoegen met dit bewijs van eigendom en geen andere titels mogen eisen dan een afschrift dezer.

Het perceel wordt verkocht voor vrij, zuiver en onbelast van schulden en pachtrechten zoals  het zich bevindt met als zijn voordelige en nadelige gekende en ongekende erfdienstbaarheden en gerechtigheden zonder waarborg over maat.

Het goed is verhuurd tot de dertigste november 1929 door de openbare verhuring door de notaris Stas te Asse opgemaakt op vijf oktober 1920 aan Petrus Robijns, Mazits voor 52 frank 50 centiemen.

1919. Inventaris van de Verslagen van de Eerste Wereldoorlog van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel en de Bisdommen Brugge, Doornik, Gent en Luik.

  1. Gemeente en parochie Hekelgem provincie Brabant arrondissement Brussel, kanton Assche, dekenij Asse.

De gemeente Hekelgem is gelegen op het uiteinde van Brabant palende aan Oost-Vlaanderen.

  • Bij de inval van de vijand heeft de geestelijke overheid enige bijzondere voorwerpen der kerk in veiligheid gebracht zoals de bijzonderste kelk, remonstrants en de  registers van de kerk. Aan de kerkfabriek is geen schade toegebracht. Bij de inval hebben Duitse soldaten enkele gesloten huizen ingebeukt. De tramlijn hebben de Duitsers doen springen op 21 augustus.
  • Onze soldaten zijn blijmoedig ten strijde getrokken, 7 vrijwilligers in de gemeente waaronder 4 jongelingen van de lichting 1914.
  • In het begin van de oorlog was de bevolking vol geestdrift en vertrouwen. De gelovigen, aangespoord door de overheid, gaven grote blijken van godsdienst. Elke avond vergaderden zij talrijk in de kerk waar de rozenkrans werd gebeden en  vaderlandse en godsdienstige liederen werden gezongen. De heilige mis werd redelijk goed bijgewoond en dagelijks zag men talrijke personen, die men vroeger maar zelden opmerkte, tot de H. Tafel naderen. Elke avond had een boetprocessie plaats en men zag een grote schaar volk al biddend de priester vergezellen.
  • Op 21 augustus 1914 om 7 u. ’s morgens verscheen onverwachts de voorwacht van de vijand langs het gehucht Mazits en trok naar Teralfene. Deze onverwachte inval maakte een akelige indruk op ons volk dat zeer terneergeslagen scheen.

Om 9 u. kwam een Duitse legerafdeling, bestaande uit ulanen, van Meldert afgestormd en trok langs de Fossel en Kerkstraat naar Terafhene en verder naar Ninove. Die doortocht duurde van 9 tot 5 u. in de namiddag. Men schatte dat ongeveer 8000 manschappen was doorgetrokken met alle soorten van oorlogsmateriaal. Hierbij was de kroonprins in ee prachtige auto gezeten omringd van zijn bijzondere wacht bestaande uit een twaalftal prachtige ruiters, allen gezeten op sneeuwwitte dravers.

Op hun doortocht hebben zij in verschillende huizen ingebroken en alle soort van voorraad meegenomen zoals vlees, eetwaren voor paarden enz. zelfs dit alles met geweld opgeëist.

De vlag die op onze kerktoren nog fier wapperde, moest ook spoedig op Duits bevel weggenomen worden en sindsdien bleef ze weggestopt tot 11 november 1918.

Schade van enige waarde is niet veroorzaakt geweest in de gemeente.

Op 1 september waren er enige schermutselingen tussen Belgische soldaten en Duitse voorposten. Misschien alles samen werden een tiental geweerschoten gelost zonder iemand te kwetsen, dit is alles.

Op 3 september werd verbod gegeven van nog met de klokken te luiden.

  • Niets aan te merken.
  • Van 10 tot 24 april 1915 kreeg de gemeente een straf van de Duitse overheid omdat op zekere nacht op het grondgebied van de parochie de telegraafdraad was doorgesneden.

Straf: van begin tot het einde van de grote steenweg op hekelgem moest dag en nacht een wacht circuleren op alle … afgewisseld voor de bewaking van de draad. Of onze wandelende jongens vermaak hadden!.

  • Niets.
  • a- Rechtstreeks door kanonballen, bommen, ontploffingen van de oorlog heeft onze kerk niet geleden. Alles was gereed voor de oorlog om de herstelling der kerk te beginnen. Daar de goddelijke diensten niet meer op behoorlijke wijze konden gedaan worden door den slechten staat der muren en der daken en daar zelfs het bovenste deel dreigde in te storten, zijn wij verplicht geweest, op aanraden den provinciale bouwmeester, de gedeeltelijke herstelling der kerk te doen gedurende de oorlog.

Hieraan zijn wij begonnen op 28 juni 1918. De middenbeuk, twee zijbeuken, kleine toren, bovenste deel van de toren zijn prachtig herteld geweest. Voor die herstelling heeft men de goedkeuring bekomen van geestelijke overheid, gemeentelijke overheid, van de afgevaardigde der deputatie en ook heeft men de toelating moeten vragen bij de Duitse overheid.

b- De goddelijke diensten zijn niet onderbroken geweest, slechts een zondag, de laatste van september 1914, heeft men zich moeten beperken tot een gelezen hoogmis waarin slechts een tiental personen aanwezig waren. Geen enkele Duitse godsdienstige plechtigheid is er geschied.

c- Het voorlezen van den bisschoppelijke brief van Nieuwjaar 1915 is verboden geweest op de vooravond van de voorlezing. Om 9 1/2 u. ’s avonds kwam een Duitse officier nog aanbellen en heeft de brief van zijne eminentie opgeëist en meegenomen. Na een …. gepredikt door een pater redemptorist werd een plechtige processie naar de grot van O. L. V. te Teralfene gepland en aangekondigd. Daar zou gepredikt worden, maar op bevel van de Duitse commandatuur werd de processie wel toegelaten, maar het sermoen in openbare lucht werd verboden. Datt werd gezien aan een meting en niet als een godsdienstige plechtigheid. Voor het overige hebben wij geen last gehad, wij hebben zelfs onze jaarlijkse processie der kerk regelmatig gedaan zonder hindernis.

d- Het bijwonen der goddelijke diensten gedurende de bezettingsjaren liet wel te wensen over door de onverschilligheid der gelovigen. Te zeer bekommerd om hun tijdelijke, hebben zij zich gans onverschillig getoond voor hun geestelijke noodwendigheden door ’s nachts eetwaren en andere voorwerpen uit de Vlaanderen naar Brabant te smokkelen. Ook ’s zaterdagsnacht en ’s morgens waren zij afgemat en gaven zich de niet de moeite om ’s zondags de H. Mis bij te wonen. Zo langzamerhand is er een onverschilligheid onder het volk gekomen en daaruit volgde het verwaarlozen der zondagmis die op verschrikkelijke schaal is aangegroeid. Hieruit volgt ook natuurlijk het verwaarlozen der sacramenten. Het bijwonen der oefeningen voor congregaties en christen moeders is gezakt. Thans na den wapenstilstand en na een warme oproep, begint God dank alles wat te herleven. De plechtige communie der kinderen kende zijn gewone gang, geen kinderen zijn achtergebleven. De plechtigheid heeft haar vroegere luister bewaard en is zelfs meer toegenomen onder den oorlog.

De openbare zedelijkheid, wat droeve en onaangename regels moeten hierover neergeschreven worden. Hier hebben in den oorlog (jaren 1916, 17, 18) tonelen plaats gehad waaraan men voor den oorlog zelfs niet had durven denken en die de verontwaardiging van elke weldenkende burger hebben ontstoken. Geldverkwistingen, braspartijen, dansvergaderingen die plaatsgrepen niet alleen op zondag maar ook drie, vier dagen in de week. Men zag daar zwieren en draaien, ganse troepen Duitse soldaten samen met onze jongens en jonge dochters, ja met kinderen vanaf 15 jaar. Dagen waren er dat het beloop der ingangskaarten steeg tot 500 en 600 fr in verschillende danszalen en dat er bovendien nog verschillende honderden fr werden verbrast aan drank. Herhaalde sermoenen over de losbandigheid, over de ontering der vaderlandse gevoelens, over de verschrikkelijke gevolgen voor onze jeugd. Huiselijk bezoek bij de ouders om hun kinderen te bewaken, verbod der gemeentelijke overheid, niets hielp om die meeslepende stroom naar genot en vermaak te weerhouden. Meer dan vroeger bij een kermisdag zag men de jonkheid langs alle kanten, zelfs der omliggende dorpen, naar die verderfelijke en onvaderlandse vergaderingen met ganse benden toestromen. Het zal eeuwigdurende schande voor de jonkheid van Hekelgem blijven en bijzonder voor die patronen die dan na verbod der Belgische overheid de toelating gingen vragen bij de Duitse overheid om hun zedenbederfelijk werk te mogen voortzetten. De leuze der Duitsers was immers: onze soldaten en de Belgische jeugd moeten zich vermaken in de oorlog.

De oorzaak van dit alles? Er was te veel geld in de handen onzer jonkheid! Er werd veel geld gewonnen door het smokkelen dat moest lichtzinnig verteerd worden. Dit licht gewonnen geld werd door de kinderen achtergehouden, er waren vele rijke kinderen met arme ouders.

Vergelijkende tafels der communies.

1913 – zijn er 21 950 communies uitgedeeld in de parochiekerk buiten de kerk der abdij van Affligem.

1914 – 31 550.

1915 – 35 400.

1916 – 39 600.

1917 – 35 500.

1918 – 34 325.

e- Maximum programma der lagere scholen voertaal Vlaamsch.

Gewoon toezicht: meester Leflot? meester De Paepe, meester Lambrechts.

Buitengewoon: geen.

De gewone jaarwedde is regelmatig betaald geweest. Als buitengewone toelage is er aan iedere onderwijzeres der lagere school 100 fr voor duurtebijslag betaald geweest in het jaar 1917 en 1918.

Onderwijzend personeel:

Zuster Marie Verhulst

Zuster Josephine Engels.

Zuster Lamberte Van Nijverseel.

Zuster Norberte De Wandeleer.

Zuster Gerarde De Rijck.

Bewaarschool:

Zuster Magdalena Osterath.

Zuster Leonarda Verbeken.

f- Niets bijzonder op te merken.

De catechismussen van volharding, vroeger talrijk en regelmatig bijgewoond hebben onder de oorlog veel geleden, de oorzaak ligt in bovengemeld artikel d.

g- Geen enkel feit voor deze parochie.

h- 1- In oktober 1914 werd door de geestelijken een rondhalen gedaan ten huize der inwoners met een opbrengst van ongeveer 2100 fr. Met die som werd te Gent bloem en meel gekocht om reeds van oktober 1914 brood aan de noodlijdende families uit te delen. Dit bedroeg 2 tot 4 broden per week en huisgezin volgens de noodwendigheden en dit heeft geduurd tot de officiële oprichting van de commiteiten.

2- Op 8 november 1914 hebben wij hier bij de eerw. zusters de schoolsoep opgericht uitsluitend voor de arme schoolkinderen. Aan de kinderen van de zusterschool en de gemeenteschool werd elke middag volledige rantsoenen soep uitgedeeld met boterhammen zodanig dat de ouders hun kinderen ’s middags niet moesten voeden. De kinderen bleven in de scholen van 9 tot 4 uren, ’s middag onder de waakzaamheid der zusters of van een surveillant.

Dit schoon werk heeft geduurd van 8 november 1914 tot 1916 wanneer deze maaltijden dan officieel vervangen werden door de volkssoep.

Dit schone werk had de grootste bijval bij de arme families. Het werd gestuurd door de eerw. zusters onder geleide van de geestelijke overheid. Voor onderhoud der kosten werd elke zondag een omhaling gedaan in de kerk door de geestelijken. Later dan van in 1915 kregen wij ook bijzondere onderstand van het commité. Het getal kinderen voor dit middagmaal, begonnen met ongeveer 125, steeg weldra tot het schoon getal van 300 à 325.

3- In 1915 hebben wij bij de zusters met verschillende juffr. der gemeente vergaderd die bereidwillig hun hulp hebben verleend tot vervaardigen van honderden kostuumpjes voor arme schoolkinderen. De stof was een bijzondere gift.

4- Uitdeling op verschillende tijdstippen van wel 2500 paar blokken aan arme schoolkinderen, gekocht met het geld van particuliere giften.

5- Daarna zijn de commité begonnen en sedert is alles met de commités samengesmolten.

i-Niets.

           10 Niets voor geestelijken of kloosterlingen (zie rapport van de abdij Affligem)

72 soldaten werden onder de wapens geroepen.

7 vrijwilligers hebben zich bij het leger aangesloten.

Geen enkel gesneuvelde in de oorlog.

Geen enkel serieus verminkte.

2 soldaten zijn na den wapenstilstand overleden in Duitsland, een van de griep, de andere is in een krankzinnigenhuis overleden.

Beide waren krijgsgevangen.

Geboorten.                                         overlijdens.

1913                76 geboorten                                      66 overlijdens.

1914                82 geboorten.                                     41 overlijdens.

1915                71 geboorten.                                     45 overlijdens.

1916                42 geboorten                                      51 overlijdens.

1917                47 geboorten                                      54 overlijdens.

  1.             59 geboorten                                      75 overlijdens.

Niettegenstaande het verzet van de heer pastoor hebben twee Duitse soldaten met de sleutel, bij toeval gevonden in het huis van de koster, de kerk binnengedrongen op het ogenblik dat de koster op de toren moest zijn en zo hebben zij de klokken en het orgel genoteerd, doch er is later geen inbeslagneming geschied.

  1.  In de parochie is niets merkwaardig gebeurd, geen bijzondere daden van vaderlandsliefde, ook geen tekortkomingen, slechts hier of daar een afzonderlijk feit van enige gemeenschap met Duitse soldaten.

Geen bijzondere vaderlandse betogingen in de gemeente tenzij de plechtige diensten in de kerk op de feestdagen van H. Jozef en van het H. Hart. De jaarlijkse plechtige lijkdienst voor de gesneuvelde soldaten.

  1. De ontruiming is hier tamelijk kalm afgelopen, veel Duitsers zijn hier terneergeslagen en mismoedig doorgetrokken. Bij hun vertrek hebben zij nog getracht omal wat zij  eetwaren konden vinden mee te pakken. Een feit zo dient aangemerkt te worden: in Hekelgem kwam een commandatuur. Op Allerzielen 1918, onder het lof, werd bevel gegeven dat het armengesticht binnen de 2 uren moest ontruimd zijn. Droevig was het om zien wanneer al die ouderlingen en zieken naar de klassen van de zusters, die zo goed mogelijk in ziekenzalen waren veranderd, werden gedragen. Droevig schouwspel met als gevolg het berechten van twee zieken en het overlijden van twee.

Dit verhuizen en het verblijf der Duitse soldaten in het gasthuis heeft een grote schade aangericht. Ook verschillende voorwerpen moesten te hunner beschikking blijven en werden later niet meer teruggevonden. De schade werd geschat is op 2700 fr.

  1. Nauwelijks vernamen we de goede tijding der bevrijdinge of aanstonds werden onze driekleurige vlaggen, zo lang verborgen, weerom te voorschijn gehaald en wapperden zij vrolijk aan de huizen.

Bij de intrede van onze eerste troepen was de geestdrift groot en algemeen, den 1ste zondag na de ontruiming werd hier een plechtige stoet ingericht met vaderlandse vlaggen, vlaggen van de verschillende maatschappijen zonder onderscheid, voorafgegaan schoolkinderen, alle maatschappijen en een talrijke menigte burgers vormden den stoet. Indrukwekkend was de doortocht door de straten der gemeente onder het spelen van de muziekmaatschappijen en het zingen van vaderlandse liederen.

In de kerk, na de ontruiming, heeft een plechtige mis van dankzegging plaatsgehad op Sint-Jozef, op die dag ’s morgenswas de algemene communie wel gelukt.

’s Anderdaags een plechtige zielendienst voor de gesneuvelde soldaten.

Van gedenkteken is hier nog geen serieuze bespreking geweest om reden dat er van de gemeente geen gesneuvelden zijn. (zie 10)

Waarschijnlijk zal er toch wel een gedenkteken van denoorlog in de kerk of op het kerkhof opgericht worden.

Aldus opgemaakt te Hekelgem door meester Is. Willems, pastoor, bijgestaan en ingelicht door m. De Witte, burgemeester en door m. Roseleth Henri, eigenaar in de gemeente welke drie personen bovenstaande beantwoording als rechtzinnig opgemaakt ondertekenen.


[1] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 188.

[2] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 13.

[3] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 361.

[4] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 367.

[5] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 368.

[6] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 402.

[7] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 669.

[8] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 382.

[9] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 383.

[10] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 383.

[11] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 369.

[12] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 369.

[13] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 384.

[14] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 384.

[15] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 364. Info Belledaal, september 2011, nr. 5, blz 12.

[16] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 408.

[17] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 361.

[18] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 409.

[19] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 685.

[20] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 385.

[21] FRANCISCUS DE RIDDER. Hij is gedoopt op zaterdag 28 september 1782 in HEKELGEM. FRANCISCUS is overleden op maandag 21 december 1840 in HEKELGEM, 58 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 29 jaar oud, op dinsdag 14 april 1812 in HEKELGEM met THERESIA EVERAERT, 22 jaar oud. Notitie bij FRANCISCUS en THERESIA: Huis in ’t Mazits.

Zij is gedoopt op zondag 11 april 1790 in HEKELGEM. THERESIA is overleden op maandag 30 oktober 1871 in HEKELGEM, 81 jaar oud.

[22] JOANNES BAPTIST DE SCHRIJVER, zoon van MICHAEL DE SCHRIJVER en ANNA MARIA LANSON. Hij is gedoopt op maandag 2 maart 1778 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op woensdag 30 oktober 1861 in HEKELGEM, 83 jaar oud. Notitie bij JOANNES: Huis op bouckhout.

JOANNES trouwde, 31 jaar oud, op zaterdag 11 november 1809 in HEKELGEM met ELISABETH DE RIDDER, 29 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 10 juni 1780 in HEKELGEM. ELISABETH is overleden op donderdag 6 september 1849 in HEKELGEM, 69 jaar oud.

[23] JOANNES BAPTIST CALLEBAUT is geboren op maandag 10 maart 1806 in EREMBODEGEM, zoon van JOSEPHUS CALLEBAUT en COLETTE MERGAN. JOANNES is overleden op maandag 31 januari 1887 in EREMBODEGEM, 80 jaar oud. JOANNES trouwde, 29 jaar oud, op woensdag 22 juli 1835 in HEKELGEM met VICTORIA DE VOS, 25 jaar oud.

VICTORIA is geboren op zaterdag 13 januari 1810 in HEKELGEM. VICTORIA is overleden op vrijdag 27 mei 1881 in HEKELGEM, 71 jaar oud.

[24] JAN EGIDIUS VAN LIERDE is geboren op zondag 10 maart 1811 in HEKELGEM, zoon van PETRUS JACOBUS VAN LIERDE en JUDOCA CAROLINA PLAS. Van de geboorte is aangifte gedaan op vrijdag 11 maart 1808. JAN is overleden op maandag 30 augustus 1869 in HEKELGEM, 58 jaar oud.

[25] MICHIEL DE MEETER is geboren op zondag 23 februari 1806 in HEKELGEM, zoon van PETRUS DE MEETER en CATHARINA SCHELLINCKX. MICHIEL is overleden op zaterdag 6 februari 1892 in HEKELGEM, 85 jaar oud. MICHIEL trouwde met MARIA JOSEPHINA TAELEMANS. MARIA is geboren op woensdag 21 april 1813 in HEKELGEM, dochter van CAROLUS TAELEMANS en MARIA JOANNA DE SCHRIJVER. MARIA is overleden op dinsdag 27 oktober 1846 in HEKELGEM, 33 jaar oud.

[26] JOANNES FRANCISCUS ROSELETH is geboren op zondag 3 april 1796 in HEKELGEM, zoon van JAN BAPTIST ROSELETH en ANNA MARIA BOTERBERGH. JOANNES is overleden op donderdag 16 februari 1865 in HEKELGEM, 68 jaar oud. JOANNES trouwde, 22 jaar oud, op donderdag 23 juli 1818 in HEKELGEM met MARIA THERESIA DE SMEDT, 20 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van MARIA en JOANNES waren de volgende getuigen aanwezig: JEAN BAPTISTE ROBYNS (1780-1830), JEAN BAPTISTE LEDEGEN (geb. ±1786), HENRICUS CAPPUYNS (1791-1873) en JOANNES BAPTIST DE SMEDT (geb. 1796). MARIA is geboren op vrijdag 16 februari 1798 in HEKELGEM, dochter van JAN BAPTIST DE SMEDT en ANNA MARIA CROLS. MARIA is overleden op donderdag 26 mei 1836 in HEKELGEM, 38 jaar oud.

[27] PEETER VAN NIEUWENBORGH. Hij is gedoopt op zondag 31 maart 1782 in HEKELGEM. PEETER is overleden op maandag 21 maart 1842 in HEKELGEM, 59 jaar oud. PEETER trouwde met MARIA DE VOS. Zij is gedoopt op dinsdag 2 november 1779 in HEKELGEM. MARIA is overleden op zondag 10 december 1848 in HEKELGEM, 69 jaar oud.

[28] JAN BAPTIST HERZEEL is geboren op zaterdag 3 mei 1817 in HEKELGEM, zoon van PETRUS VAN HERZEEL en THERESIA ARIJS. JAN is overleden op woensdag 23 december 1885 in HEKELGEM, 68 jaar oud.Notitie bij JAN: Kleermaker (1860)

JAN trouwde, 24 jaar oud, op woensdag 4 augustus 1841 in HEKELGEM met IZABELLA VAN NIEUWENBORGH, 26 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van IZABELLA en JAN waren de volgende getuigen aanwezig: FRANCOIS ANDRE (geb. ±1777), CAROLUS JOSEPHUS HELLINCKX (±1803-1856), MARTINUS DE SMEDT (geb. 1803) en SERAPHIEN DE MEERSMAN (geb. ±1807). IZABELLA is geboren op zaterdag 17 september 1814 in HEKELGEM, dochter van PEETER VAN NIEUWENBORGH en MARIA DE VOS. IZABELLA is overleden op maandag 10 januari 1881 in HEKELGEM, 66 jaar oud.

[29] JOANNES JUDOCUS CAPPUYNS, zoon van ANTOINE CAPPUYNS en JOANNA JUDOCA SCHOONJANS. Hij is gedoopt op dinsdag 25 december 1792 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op dinsdag 4 juli 1865 in HEKELGEM, 72 jaar oud. JOANNES trouwde, 43 jaar oud, op zaterdag 16 april 1836 in HEKELGEM met CECILIA BEGGA PLAS, 49 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van CECILIA en JOANNES waren de volgende getuigen aanwezig: JAN HUBERT SCHOON (1789-1863), JOANNES BOSTEELS (geb. ±1792), CONSTANTINUS ALEXANDER DE WITTE (1800-1882) en SERAPHIEN DE MEERSMAN (geb. ±1807). Zij is een dochter van JOANNES ANTONIUS PLAS en PETRONILLA PLAS. Zij is gedoopt op donderdag 23 november 1786 in HEKELGEM. CECILIA is overleden op zondag 16 februari 1845 in HEKELGEM, 58 jaar oud. Zij is weduwe van JOSEPHUS DE DONCKER (1780-1831). Notitie bij CECILIA: Winkelierster te Hekelgem – 1835.

[30] JOSEPHUS CALLEBAUT, zoon van JOANNES FRANCISCUS CALLEBAUT en ANNA CATHARINA DE RYCK. Hij is gedoopt op vrijdag 13 februari 1784 in EREMBODEGEM. JOSEPHUS is overleden op woensdag 18 juni 1862 in HEKELGEM, 78 jaar oud. JOSEPHUS trouwde, 23 jaar oud, op vrijdag 15 januari 1808 in EREMBODEGEM met COLETTE MERGAN. COLETTE is overleden op donderdag 28 november 1872 in HEKELGEM.

[31] JOANNES VAN DEN BIESEN. Hij is gedoopt op vrijdag 16 mei 1777 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op zondag 28 juli 1839 in HEKELGEM, 62 jaar oud. JOANNES trouwde met ELISABETH GOOSENS. Zij is gedoopt in 1781. ELISABETH is overleden op maandag 19 februari 1855 in HEKELGEM, 74 jaar oud.

[32] EGIDIUS NEVENS is geboren op vrijdag 19 mei 1809 in ESSENE. EGIDIUS is overleden op maandag 27 juni 1892 in HEKELGEM, 83 jaar oud. EGIDIUS trouwde, 22 jaar oud, op woensdag 21 september 1831 in ESSENE met ANNA MARIA DE GOLS, 25 jaar oud. ANNA is geboren op woensdag 2 juli 1806 in HEKELGEM. ANNA is overleden op vrijdag 6 december 1867 in HEKELGEM, 61 jaar oud.

[33] JOANNES VAN DEN WIJNGAERT is geboren op vrijdag 24 mei 1799 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op maandag 4 juni 1838 in HEKELGEM, 39 jaar oud. Notitie bij JOANNES: Huis aan de langestraat. JOANNES trouwde, 19 jaar oud, op vrijdag 19 februari 1819 in HEKELGEM met JOANNA DE PAUW, 29 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 16 januari 1790 in HEKELGEM.

[34] JOANNES FRANCISCUS ROSELETH is geboren op zondag 3 april 1796 in HEKELGEM, zoon van JAN BAPTIST ROSELETH en ANNA MARIA BOTERBERGH. JOANNES is overleden op donderdag 16 februari 1865 in HEKELGEM, 68 jaar oud. JOANNES trouwde, 22 jaar oud, op donderdag 23 juli 1818 in HEKELGEM met MARIA THERESIA DE SMEDT, 20 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van MARIA en JOANNES waren de volgende getuigen aanwezig: JEAN BAPTISTE ROBYNS (1780-1830), JEAN BAPTISTE LEDEGEN (geb. ±1786), HENRICUS CAPPUYNS (1791-1873) en JOANNES BAPTIST DE SMEDT (geb. 1796). MARIA is geboren op vrijdag 16 februari 1798 in HEKELGEM, dochter van JAN BAPTIST DE SMEDT en ANNA MARIA CROLS. MARIA is overleden op donderdag 26 mei 1836 in HEKELGEM, 38 jaar oud.

[35] PAULUS DE BOECK is geboren op zaterdag 29 oktober 1803 in HEKELGEM, zoon van GUILLAUME EMANUEL DE BOECK en MARIA ANNA DE PAUW. PAULUS is overleden in 1874, 71 jaar oud.

[36] AMANDUS VERTONGHEN, zoon van JOANNES VERTONGEN en MARIA THERESIA DE KEGEL. Hij is gedoopt op vrijdag 10 januari 1766 in HEKELGEM. AMANDUS is overleden op dinsdag 7 april 1846 in HEKELGEM, 80 jaar oud. Notitie bij AMANDUS: Tresorier van het kerkfabriek van Hekelgem tot 1812. AMANDUS trouwde, 29 jaar oud, op donderdag 22 januari 1795 in HEKELGEM met MARIA JUDOCA VAN ITTERBEECK, 33 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 30 augustus 1761 in HEKELGEM. MARIA is overleden op donderdag 8 januari 1829 in HEKELGEM, 67 jaar oud.

[37] MICHIEL DE MEERSMAN is geboren op zaterdag 9 januari 1796 in HEKELGEM. MICHIEL is overleden op vrijdag 30 april 1847 in HEKELGEM, 51 jaar oud. MICHIEL trouwde, 33 jaar oud, op woensdag 9 september 1829 in HEKELGEM met JOANNA VERTONGHEN, 33 jaar oud. JOANNA is geboren op donderdag 2 juni 1796 in HEKELGEM, dochter van AMANDUS VERTONGHEN en MARIA JUDOCA VAN ITTERBEECK. JOANNA is overleden op vrijdag 15 januari 1864 in HEKELGEM, 67 jaar oud.

[38] CHRISTIAEN ARYS is geboren op dinsdag 1 mei 1764 in EREMBODEGEM. CHRISTIAEN is overleden op zondag 16 juni 1850 in HEKELGEM, 86 jaar oud. CHRISTIAEN:

(1) trouwde, 27 jaar oud, op dinsdag 19 juli 1791 in HEKELGEM met MARIA CATHARINA LELY, 20 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 6 januari 1771 in HEKELGEM. MARIA is overleden op zondag 19 februari 1804 in HEKELGEM, 33 jaar oud.

(2) trouwde, 43 jaar oud, op donderdag 9 juli 1807 in HEKELGEM met ANNA CATHARINA DE PAUW, 52 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 10 juli 1754 in ESSENE.

[39] JOANNES BERNARDUS VERLEYSEN. Hij is gedoopt op vrijdag 30 oktober 1761 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op maandag 24 februari 1840 in HEKELGEM, 78 jaar oud. JOANNES trouwde, 50 jaar oud, op donderdag 10 september 1812 in HEKELGEM met BARBARA DE SMEDT, 24 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 13 april 1788 in HEKELGEM. BARBARA is overleden op woensdag 21 september 1864 in HEKELGEM, 76 jaar oud.

[40] JAN HUBERT SCHOON, zoon van BENEDICTUS EMMANUËL SCHOON en (JO)ANNA FRANCISCA VAN LIERDE. Hij is gedoopt op dinsdag 3 november 1789 in HEKELGEM. Bij de doop van JAN waren de volgende getuigen aanwezig: ANNA-MARIA VAN LIERDE en JOANNES-BAPTIST VAN VAERENBERGH. JAN is overleden op vrijdag 13 februari 1863 om 09:00 in HEKELGEM, 73 jaar oud. Van het overlijden is aangifte gedaan op maandag 14 februari 1763. Bij de aangifte van het overlijden van JAN waren de volgende getuigen aanwezig: ALEXIS LESPIRT (1809-1865) en PHILIPPUS AUGUSTUS DE VOGHEL (1826-1916). JAN trouwde, 32 jaar oud, op woensdag 29 mei 1822 in HEKELGEM met JUDOCA CAROLINA PLAS, 42 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van JUDOCA en JAN waren de volgende getuigen aanwezig: FRANCISCUS LEDEGEN, JOANNES BAPTIST LEDEGEN (geb. ±1786), JOANNES BOSTEELS (geb. ±1792) en JAN-BAPTIST ROBIJNS (geb. ±1801). Het kerkelijk huwelijk vond plaats op zondag 9 juni 1822 in HEKELGEM. Bij het kerkelijk huwelijk van JUDOCA en JAN waren de volgende getuigen aanwezig: EGIDIUS PLAS en BENEDICTUS SCHOON

 (1782-1854).

[41] JOSEPHUS DE DONCKER, zoon van FRANCISCUS DE DONCKER en CATHARINA ASSELMAN. Hij is gedoopt op donderdag 24 februari 1780 in TERALFENE. JOSEPHUS is overleden op vrijdag 12 augustus 1831 in HEKELGEM, 51 jaar oud. JOSEPHUS trouwde met CECILIA BEGGA PLAS. Zij is een dochter van JOANNES ANTONIUS PLAS en PETRONILLA PLAS. Zij is gedoopt op donderdag 23 november 1786 in HEKELGEM. CECILIA is overleden op zondag 16 februari 1845 in HEKELGEM, 58 jaar oud. Zij trouwde later op zaterdag 16 april 1836 in HEKELGEM met JOANNES JUDOCUS CAPPUYNS (1792-1865). Notitie bij CECILIA: Winkelierster te Hekelgem – 1835.

[42] FRANCISCUS DE RIDDER. Hij is gedoopt op zaterdag 28 september 1782 in HEKELGEM. FRANCISCUS is overleden op maandag 21 december 1840 in HEKELGEM, 58 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 29 jaar oud, op dinsdag 14 april 1812 in HEKELGEM met THERESIA EVERAERT, 22 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 11 april 1790 in HEKELGEM. THERESIA is overleden op maandag 30 oktober 1871 in HEKELGEM, 81 jaar oud. Notitie bij FRANCISCUS en THERESIA: Huis in ’t Mazits.

[43] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 386.

[44] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 371.

[45] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 371.

[46] PHILIPPUS DE DONDER. Hij is gedoopt op woensdag 23 januari 1697 in HEKELGEM. PHILIPPUS is overleden op donderdag 2 maart 1730 in HEKELGEM, 33 jaar oud. PHILIPPUS trouwde, 30 jaar oud, op donderdag 15 mei 1727 in HEKELGEM met JUDOCA VAN DE VELDE. JUDOCA is overleden op dinsdag 28 augustus 1838 in HEKELGEM.

[47] CORNELIUS VAN LIERDE, zoon van JACOBUS VAN LIERDE en JOSYNE DE HOOGE. Hij is gedoopt op donderdag 24 februari 1689 in ZELE. CORNELIUS is overleden op vrijdag 13 december 1765 in HEKELGEM, 76 jaar oud. CORNELIUS trouwde, 25 jaar oud, op woensdag 14 november 1714 in HEKELGEM met ANNA SEGERS, 28 jaar oud. Bij het kerkelijk huwelijk van ANNA en CORNELIUS waren de volgende getuigen aanwezig: Rev. DOM THOMAS VERGYLEN en JOANNES MEERT (geb. vóór 1690). Zij is een dochter van ANDRIES SEGHERS en JACQUELINA ROBIJNS. Zij is gedoopt op woensdag 2 januari 1686 in HEKELGEM. Bij de doop van ANNA waren de volgende getuigen aanwezig: ANNA ROBYNS en JUDOCUS PAUWELS (1688-1753). ANNA is overleden, 56 jaar oud. Zij is begraven op dinsdag 19 juni 1742 te HEKELGEM.

[48] ANDREAS ROBYNS, zoon van FRANCISCUS ROBIJNS en MARGARETA CLAUWAERT. Hij is gedoopt op woensdag 8 oktober 1698 in HEKELGEM. ANDREAS is overleden op maandag 25 mei 1733 in HEKELGEM, 34 jaar oud. ANDREAS trouwde, 28 jaar oud, op woensdag 2 juli 1727 in ASSE met MARIA ANNA DE BAILLIU, 31 jaar oud. Zij is gedoopt op maandag 5 september 1695 in ASSE. MARIA is overleden op dinsdag 4 juni 1776 in HEKELGEM, 80 jaar oud.

[49] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 388.

[50] AMANDUS VERTONGHEN, zoon van JOANNES VERTONGEN en MARIA THERESIA DE KEGEL. Hij is gedoopt op vrijdag 10 januari 1766 in HEKELGEM. AMANDUS is overleden op dinsdag 7 april 1846 in HEKELGEM, 80 jaar oud. Notitie bij AMANDUS: Tresorier van het kerkfabriek van Hekelgem tot 1812. AMANDUS trouwde, 29 jaar oud, op donderdag 22 januari 1795 in HEKELGEM met MARIA JUDOCA VAN ITTERBEECK, 33 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 30 augustus 1761 in HEKELGEM. MARIA is overleden op donderdag 8 januari 1829 in HEKELGEM, 67 jaar oud.

[51] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 389.

[52] MICHIEL VAN DEN BOSSCHE, zoon van WILHELMUS VAN DEN BOSSCHE en ELISABETH DE CORT. Hij is gedoopt op zondag 24 oktober 1784 in ESSENE. MICHIEL is overleden op donderdag 19 juli 1849 in HEKELGEM, 64 jaar oud. MICHIEL trouwde, 30 jaar oud, op donderdag 13 april 1815 in HEKELGEM met ANNA FRANCISCA DE SMEDT, 23 jaar oud. Zij is een dochter van JUDOCUS JOZEF DE SMEDT en CATHARINA DE GEYNDT. Zij is gedoopt op donderdag 22 september 1791 in HEKELGEM. ANNA is overleden op zondag 29 november 1868 in HEKELGEM, 77 jaar oud.

[53] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 677.

[54] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 390.

[55] PETRUS LUDOVICUS PREGALDINO is geboren op maandag 20 januari 1800 in ASSE, zoon van BARTHOLOMEUS ARMINIUS BANAVENTURA PREGALDINO en MARIA JOANNA DE DEKEN. PETRUS is overleden op zaterdag 4 november 1876 in ASSE, 76 jaar oud. PETRUS trouwde, 22 jaar oud, op maandag 12 augustus 1822 in ASSE met ANNE MARIE DE PAUW, 20 jaar oud. ANNE is geboren op donderdag 14 januari 1802 in ASSE. ANNE is overleden op zondag 10 april 1853 in ASSE, 51 jaar oud.

Notitie bij PETRUS: Deurwaarder te Asse.

[56] CORNELIUS JOSEPHUS PLAS is geboren op maandag 27 februari 1809 in HEKELGEM, zoon van EGIDIUS PLAS en ELISABETH MEERT. CORNELIUS is overleden op zaterdag 12 januari 1889 in HEKELGEM, 79 jaar oud.

[57] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 391.

[58] PAULA CATHARINA FRANCISCA DE WITTE, dochter van BENEDICTUS EMMANUËL DE WITTE en CATHARINA PAULA DE LANTSHEERE. Zij is gedoopt op donderdag 12 maart 1789 in HEKELGEM. PAULA is overleden op zondag 16 juli 1871 in HEKELGEM, 82 jaar oud.

[59] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 373.

[60] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 376.

[61] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 394.

[62] PETRUS JUDOCUS EVENEPOEL is geboren op dinsdag 9 juli 1833 in STRIJTEM, zoon van ANTONIUS PETRUS EVENEPOEL en ANNA CATHARINA DE BACKER. PETRUS is overleden op maandag 20 augustus 1888 in HEKELGEM, 55 jaar oud. PETRUS trouwde, 33 jaar oud, op zondag 20 januari 1867 in HEKELGEM met PHILOMENA VERMEIREN, 26 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van PHILOMENA en PETRUS waren de volgende getuigen aanwezig: JOANNES FRANCISCUS BOSTEELS (1809-1898), JOANNES FRANCISCUS VAN VAERENBERGH (geb. ±1811), HIPPOLITUS BORNAUW (1834-1887) en JAN BAPTIST THEODOOR BOSTEELS (1840-1926). PHILOMENA is geboren op dinsdag 7 april 1840 in HEKELGEM, dochter van PETRUS VERMEIREN en MARIA CATHARINA ROBYNS. PHILOMENA is overleden op dinsdag 6 november 1894 in HEKELGEM, 54 jaar oud.

[63] Zie – H_P_1849_4_19_De_Witte.

[64] PAULA CATHARINA FRANCISCA DE WITTE, dochter van BENEDICTUS EMMANUËL DE WITTE en CATHARINA PAULA DE LANTSHEERE. Zij is gedoopt op donderdag 12 maart 1789 in HEKELGEM. PAULA is overleden op zondag 16 juli 1871 in HEKELGEM, 82 jaar oud.

[65] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 399.

[66] THEOPHIEL BENEDIKT ROSELETH is geboren op maandag 13 juli 1863 in HEKELGEM, zoon van PETRUS JOSEPHUS ROSELETH en AMELIA SCHOON. THEOPHIEL is overleden op zondag 7 juli 1940 in HEKELGEM, 76 jaar oud. THEOPHIEL trouwde, 26 jaar oud, op dinsdag 20 augustus 1889 in WIEZE met JUSTINA VAN ROY, 34 jaar oud. JUSTINA is geboren op donderdag 11 januari 1855 in WIEZE. JUSTINA is overleden op woensdag 24 januari 1923 in HEKELGEM, 68 jaar oud. Zij is begraven op zaterdag 27 januari 1923 te HEKELGEM.

Documenten uit het pastoriearchief van Hekelgem, 18de eeuw, deel 2.

1727. Pachters van de cure[1].

Pauwel De Vos – een bosje in het Rot, palend aan Gillis De Keghel, Joos Vermoesen en kanunnik Wambacq,  groot 1 d .

Geeraert Van Den Biesen een weide rechtover de hofstede van Joos Eeman, palend aan  de voetweg, de straat en Peeter Van Den Bossche, groot 1 d  21 1/2 r.

Pauwel De Vos stuk aan St. Antonius op de Hekelgemkouter palend aan Affligem, de straat,  Verhoeven, groot 1 d  63 r. In deze partij heeft de cure 1 d, Egidius Lemmens de rest..

Guilliam De Boitselier een stuk palend aan Peeter De Ridder, het straatje voor de pastorij en  Adriaen Vertonghen met zijn hofstede, groot 1 d.

Joos Eeman een stuk palend aan De Fosselbos, Affligem, Joos Eeman met zijn hofstede, groot 1 b.

Joos Eeman een partij palend aan het straatje tegen de hofstede van Franciscus Cornelis, de straat, Joos Eeman met zijn hofstede, groot 3 d 46 r.

De  pastoor de hofstede met de vijver waar hij woont, groot  2 d 75 r.

Joos De Coster een partij naast voorgaande, groot 1 d 24 r.

Adriaen Vertonghen  wederdeel van die partij, groot 1 d 24 r.

Peeter Van Den Bossche De Drogeweije, palend aan de H. Geest van Hekelgem, Andries De Boitselier de Jonge met zijn hofstede, de weg, groot 3 d 62 r.

Joos Eeman een stuk daarnaast palend aan de voorschreven weide, de weg, een partij van hetzelfde perceel afgescheiden en Het Zetsel, groot 2 d 37 r.

De weduwe Merten Van Den Biesen een deel uit voorgaande palend aan het voorgaande deel, de weg, het kerkgoed van Meldert en Het Zetsel, groot 1 d 14 rR.

De weduwe Adriaen De Ridder houd in pacht van de cure van Hekelghem ende Afflighem een stuck op “Het Guchtvelt” ter 1ste Peeter De Raet, ter 2de de weduwe Michiel Clauwaert, ter 3de Gillis Wambacq, groot 0 B – 0 D – 90 R, dus de helft 0 B – 0 D – 45 R.

Gecolationeert teghen het originele metinghe der prochie van Hekelghem ende is bevonden te accorderen. Actum 22ste februari 1727 – De Keghel.

1727. Lening voor de kerk van Hekelgem[2].

Op 6 juni 1727 lieten Anna Marie Van Diepenbecq en haar man de heer Andreas Josephus Ribeaucourt  door notaris Egidius Crick een akte opstellen van de lening van 350 gulden voor de kerk van Hekelgem. De rente bedroeg 14 gulden 17 1/2 stuivers. Michiel Vermoesen, Andreas Willems, Michiel en Philips De Donder vertegenwoordigden de kerk en betaalden een vorige lening terug die pastoor Broeckmans en rentmeester Peeter Verleysen in 1715 hadden aangegaan. Toen ging het om een bedrag van 250 gulden.

1728. Erfenis voor Peeter De Vis[3].

Na de dood van het echtpaar Peeter De Vis en Catharina Van den Eede lieten hun kinderen de waarde van hun bezittingen bepalen. Andries De Boitselier en Peeter De Raet taxeerden de gronden met landmeter De Keghel, Peeter De Vis en de timmerlieden Nicolaes van Ransbeke de rest. De totale waarde beliep tot 985 gulden zodat voor ieder van de kinderen 197 gulden 1 oord beschikbaar was. Peeter erfde een veld op het Leenveld palend aan de weg van het Zegershof  van naar de kerk en de kassei, groot 85 roeden, iedere roede à drie gulden en 10 stuivers of 182 gulden 10 stuivers. Hij komt 15 gulden tekort die Anna De Vis hem zal geven. De regeling moet binnen de drie jaar gebeuren. Is dat niet het geval dan zal de schuldeiser een intrest van 10 % mogen eisen.

Opgemaakt op 2 december 1728 en ondertekend door landmeter De Keghel, meester Peeter Verlijsen schepenen van het Land van Asse en Peeter De Raedt.

PETRUS DE VIS. PETRUS is overleden op woensdag 17 december 1704 in HEKELGEM. PETRUS trouwde op donderdag 25 juni 1693 in HEKELGEM met CATHARINA VAN (DEN) EEDE.

Kinderen van PETRUS en CATHARINA:

1 GUILIELMUS DE VIS. Hij is gedoopt op zondag 25 april 1694 in HEKELGEM. GUILIELMUS is overleden in 1743 in HEKELGEM, 49 jaar oud.

2 MARIA ANGELINA DE VIS. Zij is gedoopt op donderdag 29 november 1696 in HEKELGEM.

3 JOANNES DE VIS. Hij is gedoopt op woensdag 12 augustus 1699 in HEKELGEM.

4 PETRUS DE VIS. Hij is gedoopt op dinsdag 6 juni 1702 in HEKELGEM.

5 ANNA DE VIS. Zij is gedoopt op zondag 18 januari 1705 in HEKELGEM. ANNA is overleden op donderdag 1 november 1781 in HEKELGEM, 76 jaar oud. ANNA trouwde, 26 jaar oud, op dinsdag 6 november 1731 in HEKELGEM met PETRUS VERMOESEN, 35 jaar oud. Hij is gedoopt op donderdag 22 december 1695 in HEKELGEM. PETRUS is overleden op vrijdag 4 oktober 1743 in HEKELGEM, 47 jaar oud.

Het veld werd aan de armen van Hekelgem geschonken voor het onderhoud van Peeter. Anna De Vis moest de bijdrage niet betalen omdat zij haar zwakzinnige broer Peeter twee maanden had onderhouden volgens H. Van Mulders pastoor in Hekelghem.

1731. Testament van Adriaen Zegers[4].

1- Na zijn uitvaart aan de armen zes zakken korenbrood wordt uitgedeeld.

2- Zijn begrafenis moet gecelebreerd worden door drie priesters met twaalf kaarsen van elk een pond.

3- Er zal een eeuwig jaargetijde voor zijn zielenrust en die van zijn ouders opgedragen worden door de pastoor die daarvoor 4 gulden, de koster twee die daarvoor op de vooravond alle klokken een half uur lang zal luiden.

4- Tijdens het jaargetijde zuulen twaalf kaarsen van een pond branden en daarna zullen de armen drie zakken goed korenbrood ontvangen.

5- .Jan Baptist Resteau, filius Francis, de koster zal voor zijn vriendschap een kleed van dertig gulden krijgen.  

6- Om het testament uit te voeren kunnen al zijn gronden, geërfd van zijn vader Andries, verkocht worden als het zijn moeder Anna De Merchy belieft.

7- Zijn andere goederen laat hij na aan zijn wettige erfgenamen.

Adriaen zegers tekende met een kruis, J. Godefroy. Gillis De Keghel tekenden wel.

De testateur Adriaen Zegers meende dat hij veel goederen had en uit dien hoofde heeft hij zo’n testament gemaakt, maar na zijn dood, na alles te hebben onderzocht en na het advies van rechtsgeleerden, heeft men weinig gevonden en zijn erfgenamen hebben de erfenis geweigerd. Quod attestor Henricus Van Mulders pastor in Hekelghem.

ADRIANUS SEGHERS, zoon van ANDRIES SEGHERS en ANNA THERESIA DE MERCHIE. Hij is gedoopt op dinsdag 24 augustus 1694 in HEKELGEM. ADRIANUS is overleden op donderdag 4 januari 1731 in HEKELGEM, 36 jaar oud.

ANDRIES SEGHERS, zoon van PETRUS SEGERS en ANNA DE WEVER. ANDRIES is overleden op zondag 1 januari 1696 in HEKELGEM. (1) trouwde op donderdag 6 mei 1677 in KAPEL TE NIEVEL – MELDERT [bron: JAARBOEK 1999 HEEMKUNDIGE KRING BELLEDAAL] met JACQUELINA ROBIJNS, nadat zij op zaterdag 24 april 1677 in MELDERT in ondertrouw zijn gegaan. Bij het kerkelijk huwelijk van JACQUELINA en ANDRIES waren de volgende getuigen aanwezig: ANTOON ANTONIS en JAN DE WITTE. Zij is een dochter van PAUWEL ROBIJNS en ADRIANA BREYNAERT. JACQUELINA is overleden op zondag 24 december 1690 in HEKELGEM.

(2) trouwde op maandag 14 september 1693 in HEKELGEM [bron: JAARBOEK 1999 HEEMKUNDIGE KRING BELLEDAAL] met ANNA THERESIA DE MERCHIE, 32 jaar oud. Zij is een dochter van ERASMUS DE MERCHIE en JOANNA VAN DER ELST. Zij is gedoopt op dinsdag 5 oktober 1660 in HEKELGEM. ANNA is overleden op dinsdag 27 mei 1732 in HEKELGEM, 71 jaar oud. Zij trouwde later op vrijdag 7 september 1696 in HEKELGEM met FRANCISCUS CORNELIS (1672-1729).

1737. Testament van Judocus Mertens[5].

Pastoor Henricus Van Mulders stelde op 13 maart 1737 het testament op van de ongehuwde en zieke Judocus mertens die bij zijn halfbroer Jan Mertens inwoonde. Hij laat na:

1 Vier schellingen aan zijn broer Michiel die in Brussel woont.

2 Aan Jan Mertens getrouwd met Elisabeth De Clerck een partij land van 50 roeden gelegen aan de Steenweg en palend aan Gilliam De Batselier.

Aldus gedaan ter presentie van Judocus Godefroy en Hendrick De Raet, getuijgen. .

1740. Een koninklijke opdracht[6].

Met een schrijven van 11 juni 1740 gaf Le Roy de opdracht op verzoek van de proost en de monniken van de abdij om de knecht van de pior van Bornem vrij te laten. Aan wie die opdracht werd gegeven is niet duidelijk.

1742. Verpachting van tienden[7].

Voor de publieke verpachting  van de kerktienden stelde pastoor Rumoldus De Cuyper  op 9 juli 1742 de condities op schrift. Hij voegde er ook een lijst aan toe van de tiendenwijken met de namen van de tiendenpachters, hun borgstellers en het bedrag. Ter vergelijking voegde ik er ook de namen van de pachters en de pachtsommen uit 1724 aan toe. De meest biedende verkreeg de pacht (68).

1) De pachters of tiendenkopers genieten geheel de tienden van murwe en van harde granen en van vruchten zoals vlas enz. zoals dat al van ouds placht vertiend te worden. 

2) De pachters moeten de 20ste penning op hun pachtsom betalen en het wijngeld op iedere wijk.

3) De pachters geven voor iedere gepachte tiende twee goede en voldoende borgen, binnen deze vierschaar justiabel die aansprekers zijn voor de pachtsom als de originele pachter in gebreke blijft en dat tot genoegdoening van de verpachter.

4) Als iemand van een omliggende parochie tienden komt huren, dan zal hij twee voldoende borgen voor de parochie van Hekelgem geven zodat de verhuurder geen dessaillantie zal lijden.  Geven die pachters geen borgen dan kan de verhuurder de tienden opnieuw verpachten.

5) De pachters of kopers betalen de pachtsom in handen van de verhuurder.

6) De pachters ondertekenen hun respectieve wijken eigenhandig.

7) In het geval dar er hooivrachten of fouragementen zijn dan zullen de pachters voor kwijtschelding het voorbeeld van de abdij volgen.

8) De pachters betalen ook alle contributies aan de macht of andere mogendheid op hun gepachte wijken zonder korting van de pachtsom.

9) Als pand gelden de goederen, present en toekomende, van de pachters.

10) De pachters en hun borgen zullen voor de schepenen van het Land van Asse compareren.

De parochie bezat in 14 wijken de tienden.  In de marge staat telkens vermeld: 14 st wijngeld en kiekens betaald bij de betaling van de pachtsom.

– De eerste wijk, de Molenkouter, de zijde van de kouter langs de Brabantse baan tot aan de Kruisweg komende boven tot aan het Kerweselland, 31 d voor 40 g.  P = Hendrik De Raes, B = Jan Cortvrindt.

– De tweede wijk maakte in 1724 nog deel uit van de eerste wijk.  Ligt ook op de Molenkouter lopende langs de Vlaamse lange haag tot onder de Boekhoutberg, komende tot aan de pachting van Frans Van Nieuwenhove, 22 d voor 52 g.  P = Joos De Smedt, B = Jan Plas.  In 1724 P = Joannes Arijs, B = Peter Mattens en Jan Van Nieuwenhove.

Kerkrekening 1748: ontvanghen van Joannes Vonck de some van elf gul ’t jaers van een daghwant en vijf roeden lants comt over de jaeren van 1746 en 1747 twee en twintigh gul

– De derde wijk is het Heyenbroek in de parochie van Erembodegem, 22 d voor 23 g.  P = Francis Van de Velde, B = Francis Van ?  In 1724: P = Peter Droeshoudt en Frans Arijs, B = Michael en Frans Van Michelbeke.

De vierde wijk ligt op de Hekelgemkouter en begint aan de plaats (Dorpsplein?) en loopt tot aan de weg naar Teralfene op de Dries en tot aan de hoogte, 24 d voor 52 g.  P = Peter De Donder, B = Peter Mattens en ? Mattens.  In 1724: P = Frans Arijs en Andries Vertonghen, B = Adriaan De Joonge en Martinus Vertonghen.

– De vijfde wijk begint aan de hoogte tot aan justitie (galg op de Boekhoutberg), 24 d, voor 58 g.  P = Peter Lanson, B = Andries Verleysen en Joos Van Nieuwenhove.  In 1724: P = Gerardus Van Den Bossche en Franciscus Mattens, B =  Gillis De Keghel en Judocus Geestman.

– De zesde wijk in de Kleine Hekelgemkouter en begint achter het kostershuis tot aan het Veldeken en tot aan de Fossel, 15 d, voor 25 g.  P = Frans De Baetselier, P = Gillis De Vis.  In 1724: P = Andries De Baetselier en Gillis Van Nieuwenhove, B = Jan Plas en Frans Van Den Bossche.

 – De zevende wijk is de Hoge Paal, 16 d voor 31 g.  P =  Lucas Verbeiren, B = Martinus Vertonghen en Judocus De Ridder.  In 1724: P = Peter Verhoeven en Adriaan De Jonghe, B = Frans Mattens.

– De achtste wijk is de Veldekens, 17 d voor 44 g.  P = Lucas Verbeiren, B = Martinus Vertonghen en Judocus De Ridder.  In 1724:  P = Peter Callebaut en Judocus De Coster, B = Peter De Vis en Martinus Vertonghen.

– De negende wijk is het Klein Heiken, 17 d voor 35 g.  P = Andries De Baetselier, B = Jan Verleysen en Jan Plas. In 1724: P = Judocus De Coster en Joos Hellinckx, B = Judocus Eeman.

– De tiende wijk is het Groot Heiken, 8 d voor 20 g.  P = Jan Plas, B = Jan Baptist Resteau.  In 1724: P = Jan Plas, B = Andries Van Gase en Joos Plas.

– De elfde wijk bevat de landerijen beneden de Blakmeershoeve, 13 d voor 43 g.  P = Peter Ceuppens, B = niet vermeld.  In 1724: P = Jan Plas, B = Andries Van Gase en Joos Plas.

– De twaalfde wijk is het bos op de mergelput van de Blakmeershoeve, 20 d voor 50 g.  P = Peter Ceuppens, B = Lieven  De (onleesbaar).  In 1724: P = Jan Plas, B = Andries Van Gase en Joos Plas.

– De dertiende wijk is Belledael en het Vossenhol of Camermansweide, 22 d voor 37 g.  P = Andreas De Baetselier, overgelaten aan Jan Plas, B = Lieven De (onleesbaar).  In 1724: P = Peter Verhoeven en Martinus Vertongen, B = Joos De Coster.

– De veertiende wijk is Keukenshaag, 18 d voor 28 g.  P = Frans De Baetselier, B = zoals voorgaande. In 1724: P = Joos De Coster en Gerardus Van Biesen, B = Martinus Vertonghen en Peter Verhoeven.

De verpachting van de tienden bracht in 1742 voor de Kerk 566 g op.

1742. Opmeting van land aan de pastorie[8].

Landmeter H. De Keghel mat op 4 augustus 1742 op verzoek van pastoor R. De Cuyper drie percelen land op aan de wallen rond de pastorie

1- Een partij tegen de pastorie te weten: twee partijen ieder honderd roeden en het derde deel 86 roeden alle bewerkte grond zonder hagen of kanten.

2- Het veldje tegen de wallen in twee verdeeld, ieder deel 105 1/2 roeden.

3- Een deel op De Drogeweide,  116 roeden en nog twee delen van 116 roeden.

1743. Vereffening van rekening[9].

Volgens een verklaring van pastoor Henricus Van Mulders zouden de erfgenamen van Peeter Verleysen nog een lening te goed hebben van 100 gulden met een rente van 14 gulden ¾ stuivers aangegaan door de armenmeesters bij Peeter Verleysen. Anderzijds moest Peeter Verleysen  nog 36 gulden afkorten van een lening bij de armen van Hekelgem van 429 gulden 18 stuivers. Om alle moeilijkheden en processen te vermijden kwamen pastoor R. De Cuyper, landdeken Reinders en Franciscus overeen dat Franciscus 100 gulden zou ontvangen.

Dese som(m)e op de ander seijde vermeldt tot een hondert guldens courandt geldt is mij voldaen desen 22ste 8ber 17473. Frans(ciscus) Verlijsen.

1745. Testament van Petrus De Cort[10].

Pastoor R. De Cuyper stelde op 20 oktober 1745 het testament op van Petrus De Cort, ongehuwde zoon van Michaël. Hij wil dat er kort na zijn dood voor zes ducaten missen worden opgedragen en gedurende 30 jaar een jaargetijde voor zijn zielenrust en die van zijn vader. Daarvoor schenkt hij een dagwand en 84 roeden land met huis dat door Petrus Wambacq is bewoond. Het goed paalt aan de erfgenamen van Adriaen De Schrijver, de kerk of armengoed van Hekelgem, de straat en het goed van Francis Van Biesen. Aan zijn twee halfzusters, Joanna en Maria De Cort, schenkt hij al zijn meubels en huiskateilen uitgenomen al de gezaagde planken, de helft van tin, een brandewijnketeltje, kleren en lijnwaad. Zij krijgen ook de bockstede en het korenveldje. De resterende goederen zijn voor zijn eigen zuster Barbarina De Cort in huwelijk met Petrus Wamback. Gedaan in Hekelgem ter presentie van Jan Verlijsen en Francis Wamback.

BARBARA DE CORT, dochter van MICHAEL DE CORT en ANNA VAN MULDERS. Zij is gedoopt op zondag 4 mei 1710 in HEKELGEM. BARBARA is overleden op vrijdag 24 oktober 1760 in HEKELGEM, 50 jaar oud. BARBARA:

(1) trouwde, 32 jaar oud, op woensdag 11 juli 1742 in HEKELGEM met PETRUS WAMBACQ, 26 jaar oud. (2) trouwde, 38 jaar oud, op donderdag 30 januari 1749 in HEKELGEM met JOHANNES BAPTISTE MATTENS, 32 jaar oud. Hij is een zoon van FRANCISCUS MATTENS en ANNA ROBIJNS. Hij is gedoopt op zondag 16 augustus 1716 in HEKELGEM. JOHANNES is overleden in 1784 in HEKELGEM, 68 jaar oud.

1746. Testament van Petronilla Van den Bosch[11].

Op 18 april 1746 stelde pastoor R. De Cuyper het testament op van Petronilla Van den Bosch, ongehuwde dochter van Petrus Van Den Bosch en Maria De Visch.  Zij laat aan haar zuster Theresia Van Den Bosch en haar man Franciscus De Visch al haar lijnwaaad en voorschoten uitgenomen een stuk nog ongebleekt en ongesneden lijnwaaad dat ze bestemt voor haar broers Michaël en Andries Van Den Bosch. Elisabeth Vertonghen en Petronilla Vertonghen, kinderen van Theresia Van Den Bosch, krijgen haar twee beste klederen bestaande uit twee korteleden en twee rokken. Petronilla Van Den Bosch krijgt ook een kerkboek met een zilveren slot en een zilveren hoofdijzer. Voor Elisabeth Meulemans, vrouw van  Guilliam Van Den Bosch, twee kortlijven en twee rokken, de ene van baeije en de  andere van stof. Theresia Van Den Bosch en Elisabeth Meulemans moetenieder terstond na haar overlijden een gezongen mis laten celebreren in de kerk van Hejelgem tot lafenis van haar ziel. Aan Michaël Van Den Bosch laat ze haar resterende goederen met die conditie dat hij 25 gulden aan Andries Van Den Bosch zal betalen en dat hij jaarlijks twee jaargetijden in de kerk van Hekelgem laat celebreren, een voor de ziel van haar ouders Peeter Van Den Bosch en Maria De Visch het ander voor haar ziel. Daarvoor gaat zij als pand de helft van haar woning met lochting, groot 1 dagwand, een erfenis van haar ouders. Het goed paalt aan  het goed van Francis Resteau, het goed van Jan Eeman en de straat.

Aldus gedaan in Hekelgem ter presentie van Jan Baptist Eeman en Jan Baptist Resteau als getuigen.

Toen Petronilla in 1746 haat testament liet maken was zij ziek, maar zij genas en liet op 9 juni 1759 door pastoor de Cuyper een nieuw testament opstellen. Al haar kleren en lijnwaad schenkt ze aan haar broers Guillam en Michaël voor zover ze die nog niet heeft weggegeven. Een obligatie van 100 gulden en de helft van de woning is voor haar broer Michiel zonder dat hij daarvoor iets moet betalen aan zijn broers Guillam en Andries of zijn zuster Theresia op conditie dat hij gedurende zijn leven een jaargetijde laat celebreren met gezongen mis voor haar ziel en een voor haar ouders. Als Michiel zonder wettige kinderen zou sterven dan wil zij dat haar broers en zuster de obligatie en de helft van de woning krijgen om de jaargetijden daarmee te betalen..

Aldus gedaan in Hekelgem ter presentie van de getuigen Martinus De Ridder ende Gaspar Van Impe.

PETRONELLA VAN DEN BOSSCHE, dochter van PEETER VAN DEN BOSSCHE en MARIA DE VIS. Zij is gedoopt op donderdag 2 april 1716 in HEKELGEM. PETRONELLA is overleden op zondag 17 februari 1771 in HEKELGEM, 54 jaar oud.

THERESIA VAN DEN BOSSCHE, dochter van PEETER VAN DEN BOSSCHE en MARIA DE VIS. Zij is gedoopt op dinsdag 28 januari 1710 in HEKELGEM. THERESIA is overleden op zaterdag 5 januari 1782 in HEKELGEM, 71 jaar oud. THERESIA:

(1) trouwde, 24 jaar oud, op vrijdag 7 januari 1735 in HEKELGEM met MARTINUS VERTONGEN, 39 jaar oud. Hij is gedoopt op zaterdag 12 november 1695 in HEKELGEM. MARTINUS is overleden op maandag 16 juli 1742 in HEKELGEM, 46 jaar oud.

(2) trouwde, 32 jaar oud, op zaterdag 25 augustus 1742 in HEKELGEM met FRANCISCUS DE VISCH, 32 jaar oud. Hij is gedoopt op woensdag 27 november 1709 in HEKELGEM. FRANCISCUS is overleden op dinsdag 5 februari 1788 in HEKELGEM, 78 jaar oud.

1747. Vrijstelling van de 20ste penning[12].

J. Van den Broeck, raadspensionaris van de Staten van Brabant liet op 10 maart 1747 de pastoor weten dat de goederen die hij verhuurt vrijgesteld zijn van de 20ste penning. Tegelijk krijgt hij het verbod om andere goederen in pacht aan te nemen.  

Actum Brussel 10 meert 1747 ende is onderteeckent J. Van Den Broeck.

1748. Jaarlijks inkomen van de pastoor[13].

Jaerelijcx incomen van den heere pastoor der prochie van Hekelgem.

AardJaerlijcksche rendageEen XXste pennink
In thienden250 – 0 – 012 – 10 – 0
In landen – 5 B en 2 D66 – 0 – 03 – 6 – 0
In weijden – 0 B en 0 D
In bosschen – 0 B en 0 D
In vijvers – 0 B en 0 D
Pastorael huijs27 – 0 – 01 – 7 – 0
In geld – renten23 – 0 – 01 – 3 – 0
In graen oft coren
In chijnsen
Totaal366 – 0 – 018 – 6 – 0

Wij pastoor, officier en regeerders van de parochie verklaren op de eed die wij ieder hebben gedaan in het aannemen van ons officio dat het hele inkomen van de goederen van de heer pastoor uit hoofde van zijn pastorie als van enig ander beneficie of fundatie daaraan verbonden beloopt ………..Uit het onderzoek van het cohier van 1686 is gebleken dat de  parochie van de boven beschreven goederen belast met de twintigste penning de som heeft van ………. zonder daarin de onkosten van collecte of andere te rekenen.

Deze oorkonden hebben wij getekend en doen ondertekenen door onze griffier en bevestigd met ons cachet desen ……… M. Van Den Nest, pastoor in Hekelgem, De Raedt, Jacobus Van Aeck, Jan Van Nieuwenhoven, Jan Baptist Crick.

In margine stond: overgebracht ten comptoire der bede in Brussel 1 augustus 1703 op straf van dat na … aan de parochie geen vrijstelling van de voorschreven pastorale goederen zal worden gedaan. Actum  25 juni 1703.

Lasten van de pastorie van Hekelgem: De cure is belast met enige renten en cijnsen samen honderd en acht gulden. De heer pastoor is belast met enige gezongen missen jaarlijks voor 10 gulden 4stuivers. De lasten bedragen samen 118 gulden 4 stuivers. Zo blijkt dat de pastoor over een netto inkomen beschikt van  247 gulden 16 stuivers.

1749. Testament van Joannes Franciscus Franco pastoor in Teralfene[14].

De pastoor wil dat Joannes De Decker en zijn vrouw Maria Franco, wonend in Diest, voor zijn obligatie van 350 gulden na zijn overlijden geen intrest meer moeten betalen. Hij wil dat dan het kapitaal de rente van geleend geld zal hebben. Hij wil ook dat Joannes De Decker na zijn  overlijden geen recht meer heeft op zijn obligatie tot last van het echtpaar Joannes Cockebeke en Elisabeth Franco uit Brussel. Daarvoor laat hij aan Joannes De Decker 150 gulden van het kapitaal van 350 gulden, dat is zoveel als het kapitaal van de obligatie die hij heeft tot last van Joannes Cockebeke. Aan zijn zuster Maria Franco laat hij 50 gulden uit hetzelfde kapitaal van 350 gulden. Van dat kapitaal krijgen zijn zusters Elisabeth en Clara Theresia elk 50 gulden. Zijn broer kapucijn krijgt 25 gulden uit hetzelfde kapitaal. De resterende 25 gulden zijn voor de huisarmen van Diest en uit te reiken door Joannes De Decker en Maria Franco.

1749. Over de burgerwacht[15].

Joannes Van Der Jeught, Laurentius Clauwaert, beiden 50 jaar oud en Francis De Vis en P. De Swert, pastoor van Essene schreven op verzoek van de pastoor Rumoldus De Cuyper van Hekelgem een brief naar de hoofddrossaard van het Land van Asse. Die had hen gevraagd op de knechten van de voorgangers van pastoor de Cuyper ooit wacht had gelopen. Zij verklaarden in hun schrijven dat die knechten nooit de wachten hebben gedaan met uitzondering van Charles Van Hecke. Hij was geen knecht, wel de neef van de heer Van Mulders; de laatst overleden pastoor van Hekelgem bij wie hij inwoonde in 1738. Hij werd aangesteld tot zijn volle contentement als korporaal van de patrouille. Iets anders hebben zij nooit gehoord of gezien en zij waren werklieden van de overleden pastoor. Tot slot voegden zij er nog aan toe dat het goddelijck is in alle rechtveerdighe saecken getuijgenisse der waerheijt te geven .

Actum in Hekelgem 11de 7ber 1749.

De vorster van het Land en het markiezaat van Asse, Van Stichel, noteerde op verzoek van pastoor De Cuyper dat om vier uur op 11 september de hoofdrossaard de brief had ontvangen.

R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 213.

1750. Testament Jacquelina Pauwels.

In den naem ons Heeren amen[16].

Bij desen tegenwoordighen openbaeren instrumente sij kennelijck een iegelijck dat op heden den 2de dagh van augustus In den jaere ons Heeren seventhien hondert ende vijftigh voor mij onderschreven als pastoor van Hekelghem ende in presentie van de getuijghen naergenoemt gecompareerd is de eersaeme Jacqueline Pauwels weduwe wijlen Thomas Gregoir, sieck van lichaem maer haer verstand, memorie ende sinnen nogh wel machtigh wesende en gebruijkende gelijck dit wel scheen en bleke, de welcke overdenckende de broosheid des menschelijck leven, datter niets sekerder is als de dood ende niets onsekerder als de ure der selve heeft gemaeckt ende geordonneerd dit haer testament in forme en manier als volght:

In den eersten beveelt sij testatrice haere ziel aen Godt almachtigh ende haer lichaem aen de gewijde aerde, willende begraeven worden op het kerckhof van Hekelgem en dat korts naer haer overlijden tot laeffenisse van haer siel sullen gedaen worden in de kercke van Hekelgems ses jaergetijden.

Item laet ende maeckt aen haere kinderen gewonnen bij Thomas Gregoir alle haere meubelaire effecten die naer haere dood ten sterfhuijse sullen gevonden worden, geene uijtgesondert met last dat die selve kinderen de voorschreven ses jaergetijden sullen verbonden sijn te doen volbrengen ende oock self te betaelen. Item met last dat die selve kinderen gewonnen bij Thomas Gregoir sullen moeten betaelen alle noodige onkosten tot behoorelijcke uijtvaert van de testatrice ende komende daermede tot de generaele dispositie van alle haere andere resterende goederen, haefve ende erfve hoedanigh sie sijn ende tot wat plaetse die gelegen mogen sijn, heeft sij testatrice alle de selve gelaeten ende gemaeckt aen haere kinderen aen de welcke die van rechtswegen sijn toecomende, die selve kinderen alsoo noemende ende instituerende voor haere rechte ende universele erfgenaemen mits desen met volle recht van justitie, begerende dat dit haer tegenwoordigh testament sal achtervolght worden ende sijn volcomen effect sorteren ’t sij bij forme van testament, codicille, donatie causa mortis oft andersints soo het best can ende magh niettegenstaende eenige constumen oft landsrechten ter contrarie aen de welcke voor soo veel in haer is, is derogerende bij desen.

Aldus gedaen ende gepasseerd binnen Hekelgem ter presentie van Henricus De Raedt ende Nicolaus Van Der Elst als getuijghen hierover geroepen ende gebeden.

Dit is het merck X van de testatrice. De Raedt, Dit is het merck X van Nicolaus Van Der Elst.

JACOBA PAUWELS, dochter van JUDOCUS PAUWELS en JUDOCA VAN DEN BROECK. Zij is gedoopt op maandag 5 december 1678 in HEKELGEM. JACOBA is overleden op zondag 9 augustus 1750 in HEKELGEM, 71 jaar oud. (1) trouwde, 20 jaar oud, op woensdag 6 mei 1699 in HEKELGEM met JOANNES MERTENS, 29 jaar oud. Hij is gedoopt op vrijdag 23 augustus 1669 in HEKELGEM.

Notitie bij JOANNES: Schoenmaker.

(2) trouwde, 35 jaar oud, op zondag 6 mei 1714 in HEKELGEM met THOMAS GREGOIR. THOMAS is overleden op vrijdag 5 april 1743 in HEKELGEM.

Notitie bij THOMAS: Knecht in de abdij Affligem.

1755. Maria Theresia etc[17].

Alsoo aengelegen is dat het edict van den 15de september 1753 raekende de ongeoorloofde acquisities bij de doode handen gemaeckt ter spoedighste uijtgewerckt worde, soo ist dat Wij ordonneren aen alle de gene aen wie Wij wel sullen willen amortisaties verlenen van de acten die daerover gedepecheert sullen worden te lichten binnen de 15 daeghen naer de expeditie der selve, willende dat in cas dat die lichting niet en geschiede op dien gestelde tijd, sij die goederen in de selve acten begrepen sullen hebben te vercoopen binnen den tijd van ses weken op pene van te verbeuren der selve naer dat dien tijd van ses weken verschenen sal sijn. Wij willen insgelijcks dat alle de adviezen die op de requesten der doode handen gevraeght sijn geweest van hunnen t’wegen aen het gouvernement sullen worden gepresenteerd binnen de ses weken op pene dat naer dien tijd geen acht meer genomen en sal worden op hunne requesten en datter tot laste der selve doode handen geageerd sal worden als of sij geene gepresenteerd en hadde.

Eijndelijck ordonneren Wij dat alle de grondgoederen oft die voor sulcks gehouden sijn, de welcke Wij sullen goedvinden te amortiseren onderworpen blijven aen alle de publieke lasten ende impositiën alreede geset en alnoch te setten alsof sij niet geamortiseerd en waeren mitsgaders aen alle heerelijcke rechten, leenrechten, cheijnsgeldingen, pontpenningen, ende alle andere erkentenissen van wat natuer die sijn opdat niemand recht daerdoor verkort en worde tot welcken eijnde Wij hebben goedgevonden van den tijd op den welcken die rechten souden moeten betaelt worden te fixeren op 40 jaeren mits de hellicht der selve avancerende van 20 tot 20 jaeren behoudens in de plaetsen alwaer den termijn daer toestaende anders gereguleerd is bij de costume oft bij eenige besondere wet.

Gegeven den 4de juli 1755.

1755. Testament Joanna Van Den Bossche[18].

In den jare ons Heeren seventhien hondert ende vijfenvijftigh op heden den 27ste dagh van de maendt augustus voor mij onderschreven als pastoor der parochie van Hekelgem Lande van Assche compareerde de eersame Joanna Van Den Bossche geestelijcke dochter sieck van lichaem maer haer verstand, memorie, sinnen noch wel machtigh wesende ende gebruijckende gelijck dat wel scheen en bleke, de welcke overdenckende de broosheijd des menschelijck leven, datter niet sekerder en is als de dood ende niet onsekerder als de ure der selve heeft gemaeckt ende geordonneerd dit haer testament in forme ende manier als volght:

In den eersten beveelt sij testatrice haere siele aen Godt almachtigh ende haer lichaem de gewijde aerde, willende begraeven worden op het kerckhof der parochie van Hekelgem ende een uijtvaert met drie priesters ende eerelijcken dienst.

Item dat kort naer haer overleijden tot laeffenisse van haer siel sullen gecelebreerd worden hondert missen van requiem met eenen de profundis achter elcke mis waervan vijftigh sullen gecelebreerd worden door de heeren pastoor ende onderpastoor van Hekelgem en de andere vijftigh door de heeren religieuzen van Affligem, willende dat voor elcke mis sal betaelt worden acht stuijvers.

Item dat aen Maria Scholastica Van Den Wijngaert jonge dochter haere nicht eens sullen betaelt worden sessendertigh guldens tot vergelding van haeren dienst tot hiertoe gedaen ende alnoch getrouwelijck te doen soo langh sij testatrice sal leven.

Item wilt dat aen Franciscus Van Den Bossche haeren broeder sal succederen ende valideren de cessie en den transport die sij testatrice heeft gedaen van het paert ende deel het welck sij was hebbende in de camer over den achtervloer van het huijs den selven Franciscus Van Den Bossche haeren broeder toebehoorende ende alwaer sij testatrice tegenwoordigh is woonende ende dit alsoo gelijck de selve camer tegenwoordigh gestaen ende gelegen is ende met haer consent ende overstaen hermaeckt is op den eijgen kost van den voornoemden Franciscus Van Den Bossche haeren broeder op conditie nochtans dat sij haer levendaghe langh geduerende haer vrije wooning sal hebben in de selve camer geheel in vollen eijgendom en gebruijck naer beliefte sal toebehooren aen den voorschreven Franciscus Van Den Bossche haeren broeder oft aen de gene die sijn actie sal hebben ter exclusie van haere andere erfgenaemen de welcke over de voorseijde camer geen de minste pretensie oft recht en sullen connen oft mogen formeren, willende dat de voorschreven cessie en transport sijn volcomen effect sal sorteren volgens contract daervan gepasseerd voor getuijgen en instrument daervan geschreven den vierden juni van den jaere duijsent seven hondert en vierenvijftigh.

Ende comende daermede tot de generaele dispositie van alle haere andere resterende goederen, haefve ende erfve hoedanigh die sijn ende tot wat plaetse die gelegen mogen sijn heeft sij testatrice alle de selve gelaeten ende gemaeckt aen Franciscus Van Den Bossche haeren broeder, Margarita Van Den Bossche haere suster en de kinderen van Paulus Van Den Bossche haeren broeder de welcke in erfenis sullen comen bij representatie van hun overleden vader met vrije ende libere dispositie hun alsoo noemende ende instituerende voor haere rechte ende universele erfgenamen mits desen met volle recht van justitie, begeirende dat dit haer tegenwoordigh testament sal achtervolght worden ende sijn volcomen effect sorteren ’t sij bij forme van testament, codicille, donatie causa mortis oft andersints soo het best can en magh niettegenstaende eenige constumen oft landsrechten ter contrarie aen de welcke sij voor soo veel in haer is, is derogerende bij desen.

Aldus gedaen ende gepasseerd binnen de parochie van Hekelgem ter presentie van Henricus Van Brempt ende Egidius Cammaert getuijgen hiertoe geroepen en gebeden.

Mij present als pastoor der parochie van Hekelgem het gene voorschreven is stipulerende. Quod attestor R. De Cuijper pastor in Hekelgem.

JOANNA VAN DEN BOSSCHE, dochter van JUDOCUS VAN DEN BOSSCHE en MARIA MEERSMANS. Zij is gedoopt op vrijdag 2 september 1672 in HEKELGEM. JOANNA is overleden op vrijdag 9 januari 1756 in HEKELGEM, 83 jaar oud.

1755. Oprechten staet van goederen soo landen, hoven, vijvers, meerschen, thienden als renten en andere rechten competerende de pastorij van Hekelgem[19].

Pastoor Rumoldus De Cuyper stelde dit document op ca 1755.

Landen en huijsen.

1- Het curenhuis met een duiventil, stallen en een hof omringd met een wallen, daarachter een vijver met twee partijen land, samen twee bunders negenenzestig roeden, palend oost Peeter Bosteels, zuid een kerkweg naar Bleregem, west een voetweg, noord de straat naar de Fossel. Uit deze partijen land zijn op den 13 januari 1751 voor zes jaren verhuurd: 1 d aan Jan Van Itterbeeck, 78 r aan Peeter Bosteels, 1 d aan Jan Van Der Jeught en 1 d aan Jan Van Varenbergh. Het resterende deel bestaat uit huis en hofstede met de wallen rondom en vijver daarachter. De kanten rondom de verhuurde partijen zijn beplant met schaarhout en tronken en die heb ik gehouden voor eigen gebruik,  belast met een cijns van 15 hennen en 25 schellingen, 20 mijten per jaar voor Affligem.

2- Een land gelegen op De Drogeweide, groot 362 r, voorheen weide maar nu bewerkt, palend aan  oost Den Hoogenpaal” en Het Zetsel, zuid Andries De Baetselier en de H. Geest van Hekelgem, west de heer dokter De Kinder van wege zijn vrouw Maria De Wever, noord de weg naar Bleregem. Uit deze partij zijn op 30 juli 1742 voor zes jaar verhuurd: 1 d aan Gillis Cromphout die huurder bleef tot 13 januari 1751, 2 d aan Joos Nieulant voor een termijn van 6 jaar. Het resterende deel van deze partij bestaat uit de kanten beplant met schaarhout en tronken die ik zelf gebruik.

3- Een land van 351 palend aan oost het kerkgoed van Meldert en het goed van Affligem, zuid het voorgaande land, noord de weg naar Bleregem, verhuurd op 18 mei 1730 voor 9 jaar aan Tieleman Schoon, Peeter Vertonghen en Martinus Vertongen. In hun plaats zijn gekomen  Matthijs Jacob, Jan De Cort en Francis De Vis, en zijn nog altijd de pachters.  De kanten zijn beplant met schaarhout en tronken voor mijn gebruik. Dit land is onbelast.

4- Een land van 400 r palend aan het Fosselbos, de voetweg naar Bleregem, Jan Ringoot en  de H. Geest van Hekelgem, Verhuurd voor 9 jaar vanaf Kerstmis 1729 aan Peeter Van Den Bosch in plaats van Peeter Van Den Bosch, vervolgens de zoon van Michiel Van Den Bosch  die het veld nog altijd pacht en Jan Van Der Jeught. 2 d 65 r ervan genoemd De Steenputten zijn belast met een denier voor de abdij Affligem. Het deel ten oosten is belast met een jaargetijde voor de eerw. heer Joannes Bernaerts, gewezen landdeken en pastoor van Hekelgem, overleden in het jaar 1637. Daarvoor ontvangt de koster  zes stuivers en voor 18 stuivers aan brood wordt aan de armen uitgedeeld.

5- Een meers 100 r palend aan oost Francis De Vis, zuid Martinus De Ridder, west de processieweg, noord de weg naar Bleregem, ligt recht voor het huis van de pastorie. Verhuurd  op 30 juli 1742 voor 6 jaar aan koster Francis Resteau. Deze meers is op het westen en het noorden beplant met wilgen, populieren tronken waarvan de houtkap voor mij is. Nu is de hele weide voor mij en ik verkoop jaarlijks het hooi. Dez meers is onbelast.

Thienden.

De pastorie bezit 1/3 van de tienden van de hele parochie die omtrent 556 bunder groot is. Ook enige tienden op Essene en Erembodegem. De andere 2/3 komen de abdij toe. Voorts de novale tienden en de vleestienden in geheel Hekelgem. Van tienden van de vruchten komt aan de pastorie toe: graan, vlas, zaad, haver, boekweit, gerst, erwten, paardenbonen en vitsen.

In juli 1656 sloot de pastoor een overeenkomst over de tienden met de heer Jacobus Boonen, (aartsbisschop van Mechelen en abt van Affligem). De tienden van de pastorie werden vastgelegd. Het ging om een wijk die zich uitstrekt van de kerk tot enkele gronden op Erembodegem en Essene met hofsteden, hoplochtingen, bossen, weiden, vijvers, samen ? bunder. Onder deze tienden zijn die van 12 bunders van het hof van Hekelgem inbegrepen die geen volle tienden geven, alleen aan de pastoor den 33ste schoof van de zomervruchten en de 66sten  van het harde graan.

Renten en cijnzen.

1- Een kwijtbare rente van 24 gulden van 1667 van sieur Jan Van Nuffel als erfgenaam van sieur Jan Wauters voor een wekelijkse donderdagse mis waarvan 21 gulden voor de pastoor, 2 gulden voor de kerk en 1 gulden voor de koster.  204 gulden van dit kapitaal zijn terugbetaald aan Martinus Van Den Nest, pastoor van Hekelgem, en verwerkt aan de pastorie volgens zijn handboek en daardoor heeft men de kerk nooit meer betaald. De rente van de resterende 182 gulden van het kapitaal werden aan heer Joannes Carolus Broeckmans, pastoor van Hekelgem gegeven en na zijn dood gerestitueerd aan Henricus Van Meulders zijn opvolger na diens overlijden de genoemde resterende penningen aan mij werden gegeven met de opdracht ze uit te geven of aan mijn opvolger door te geven. .

2- Een onkwijtbare rente van 6 gulden tot last van de kerk die vanouds aan de pastorie competeert.

3- Een onkwijtbare rente van twee viertelen koren tot last van de kerk uitgaand van 152 r land gelegen op  den Hekelgemkouter waarvan een derde aan de pastorie toekomt en een derde  aan de armetafel volgens het cijnsboek van Affligem.

4- Om twee jaargetijden te zingen voor de vrienden van Anthonius De Clerck en Jacobus De Block moet de kerk aan de pastoor jaarlijks voor ieder jaargetijde tien stuivers betalen.

5- Voor andere jaargetijden: een met een gezongen mis voor meester Merten Breem jaarlijks vijftien stuivers;  een met een gezongen mis voor Elisabeth Raes jaarlijks achttien stuivers en een voor haar ouders achttien stuivers; een met gezongen mis voor Francis Robijns en zijn vrouw jaarlijks een gulden.

6- Voor gefundeerde loven vanouds jaarlijks twee gulden twaalf stuivers.

7- Een onkwijtbare rente van vier gulden zestien stuivers tot last van de armentafel van Hekelgem vanouds voor  pastorie.

8- Een onkwijtbare graanrente van twee sisteren koren op het dagwand bos van de armentafel, genoemd “Verlijsen Vijverken” in het Mazits.

9- Drie jaargetijden met gezongen mis voor Daniel Schinckel. Men moet van de armentafel aan de pastoor tien stuivers voor elk jaargetijde betalen.

10- Twee jaargetijden met gezongen mis voor meester Merten Breem voor vijftien stuivers. Het eerste jaargetijde is tot last van de kerk.

11- Een jaargetijde voor Guilliam Van Neervelt en voor zijn vrouw Paschijne De Paepe. Komt  voor ieder jaargetijde op 10 stuivers die in 1720 zijn bezet op 75 roeden land gelegen op Den Lammekens Houwe, palend aan het goed van Affligem, Guiliam Van Varenbergh e, Carel Stevens vanwege zijn vrouw volgens de fundatiebrieven in de archieven van de kerk. Zij worden tegenwoordig betaald door Maria Anna Crick wonend in De Valck.

12- Een jaargetijde voor Jan Saeijman en Jan Schockaert voor een gulden. Dit jaargetijde is  bezet in 1667 op de windmolen van Hekelgem op Boekhoutberg volgens fundatiebrieven in de archieven van de kerk. Het wordt tegenwoordig betaald door molenaar Joseph Van Lierde.

13- Een jaergetijde voor Elisabeth Robijns, vrouw van Guilliam Cornelis voor vijftien stuijvers. Dit jaargetijde is bezet in 1684 op de herberg De Drij Coninghen gelegen omtrent de abdij van Affligem volgens fundatiebrieven in de archieven van de kerk. Het wordt tegenwoordig betaald door Jan Baptist Clauwaert wonend in de genoemde herberg.

14- Een jaargetijde voor Jan Segers, een voor zijn ouders en een voor zijn grootouders voor de drie jaargetijden acht schellinghen. Deze drie jaargetijden zijn bezet in 1684 op de hoplochting, eertijds weide, gelegen rechtover de pastorie en palend met twee zijden aan het curengoed en met de derde zijde aan het armengoed volgens fundatiebrieven in de archieven van de kerk. Zij worden tegenwoordig betaald door Jan Meert en Francis Meert beide wonend aan de ker.

15- Twee jaargetijden, het eerste voor de eerw. heer Judocus De Wever, het tweede voor zijn zuster Joanna De Wever voor 15 stuivers voor ieder jaargetijde. Zij zijn in 1666 bezet op een half bunder land gelegen tegen de Domentdries. Volgens de erfgenamen van de weduwe Joos Eeman zou de weduwe aan de vorige pastoor (volgens zijn getuigenis) gezegd hebben dat ze door 100 gulden aan de kerk te geven de jaargetijden voor altijd betaald zijn. Dit half bunder land is nu bezet door Elisabeth De Masenere, weduwe Lenaert Eeman uit Liedekerke.

16- Vier gelezen requiemmissen voor de zielen van Jan Van Breusegem en zijn vrouw Marie Pyron  voor ieder mis 8 stuivers. Deze vier missen zijn bezet in 1710 voor de schepenen van het van Affligem op een hofstede met den huis, schuur en andere edificiën in de Bosstraat palend met twee zijden aan de straat, aan Peeter Van De Velde en aan Peeter De Kegel. Ook nog een behuisde hofstede in de Bosstraat, groot een dagwand palend aan Peeter Van Den Bossche, de erfgenamen Opstal, Affligem en de straat volgens de rentebrief daarvan in mijn bezit. Deze rente valt jaarlijks met Bamis en wordt betaald door Jan Baptist De Schrijver en Cathrien De Vis.

17- Een jaargetijde voor Michiel Clauwaert en een voor zijn vrouw Anna Buggenhout voor ieder jaargetijde een gulden en twee stuivers. Zij zijn bezet op 9 juni 1716 op de helft van een broek van twee dagwanden en …. roeden gelegen in Bleregem. Het broek is nu bezet door Gillis De Smedt en paalt aan Andries Ledeghen, het goed van Affligem, Joos Eeman en  de erfgenamen van meester Andries Segers volgens extract uit het testament daarvan gepasseerd voor notaris Crick te Asse.

18- Een jaargetijde voor Adriaen Segers en voor zijn naaste vrienden die het nodig hebben voor een gulden. Het is bezet op 68 roeden en palend aan de voetweg van Ten Bos naar de kerk, Jan Meert en het goed van Affligem volgens een testament in mijn bezit.

19– Een jaargetijde voor Gillis Hellinx voor 14 stuivers. Het is bezet voor dertig jaar vanaf  1742 op een hofstede van omtrent drie dagwand op Bleregem, palend aan de straat,  Francis De Mesmaker en de weduwe Peeter Bosteels. Het is nu bezet door Judocus Roggeman door aankoop volgens zijn zeggen want in de erfenisbrief is geen termijn vermeld en door de erfgenamen van meester Judocus Godefroy en Maria Mertens volgens de kopie van het testament door Van Itterbeeck te Asse. Het jaargetijde wordt tegenwoordig betaald door Josephus Van Lierde,  broer van Jacobus.

Specificatie van de andere accidentele revenuen.

– Begrafenis op het kerkhof: 6 gulden.

– Voor kinderen met een gezongen requiemmis: 3 gulden.

– Voor kleine kinderen met een gelezen mis: 24 stuivers, zonder mis 16 stuivers doch de  gewoonte is dat men maar 14 stuivers geeft.

– Voor arme lijken betaalt de tafel van den H. Geest 2 gulden 8 stuivers

– Voor arme kinderlijken met een gezongen mis: 24 stuivers.

– Voor arme kinderlijken betaalt de tafel van de H. Geest 12 stuivers.

– Voor de kerklijken: 12 gulden.

– Voor de kinderen die men in de kerk begraaft met een requiemmis: 6 gulden.

– Voor kleine kinderen die men in de kerk begraaft met een gezongen mis de angelis: 8 schellingen.

– Begrafenis in het koor: alles dubbel.

– Voor huwelijken betaalt de bruidegom 8 schellingen en als de bruid van een ander parochie is,  betaalt men maar de helft.

– De koster heeft over deze activiteiten het derde van de pastoor, ook voor de gefundeerde jaergetijden.

– Dopen: niets.

– Voor de kerkgang van de vrouwen: gewoonlijk 1 schelling als de pastoor de kaars doet..

– De pastoor heeft 2/3 en de koster 1/3 van de offergave bij begrafenissen en op hoogdagen.

– Voor gezongen missen die niet bezet of gefundeerd zijn: 14 stuivers.

R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 220.

JOANNES BAPTIST CLAUWAERT, zoon van PETRUS CLAUWAERT en JOANNA CORNELIS. Hij is gedoopt op woensdag 19 november 1698 in HEKELGEM. JOANNES is overleden vóór 1762 in HEKELGEM, ten hoogste 64 jaar oud. JOANNES trouwde, 51 jaar oud, op zondag 14 december 1749 in AALST met ANNA CATHARINA PENSIONARIS, 20 jaar oud.

1756. Jaargetijden voor de familie De Kegel[20].

Op 21 september 1756 lieten de kinderen van Peeter De Kegel en Anna Van Nuffel bij pastoor De Cuyper een aantal jaargetijden vastleggen voor hun familie. Aanwezig waren   Anna Maria De Kegel,  begijntje van op het Klein Begijnhof te Brussel, Peeternelle De Kegel en Maria Theresia De Kegel. Ze wilden dat er in de kerk van Hekelgem de volgende jaargetijden werden gecelebreerd met gezongen mis en het bidden van de miserere en de profundis nar de mis.

1- Een jaargetijde voor de ziel van Peeter De Kegel, een voor de ziel van Anna Van Nuffel en een voor de ziel van hun zoon Francis.

Voor de drie jaargetijden gaven ze als pand een dagwand vijftien roeden land op de  Buikouter palend aan de erfgenamen Joos Eeman, de kapelanie van Bollebeke, Jan Droeshout en Jan Baeck. Zij willen dat het dagwand vijftien roeden ten eeuwigen dage zal belast blijven met de drie jaargetijden en dat daaruit voor ieder jaargetijde 18 stuivers aan de pastoor zal betaald worden, 9 stuivers aan de koster  en 3 stuivers aan de kerk voor het gebruik van licht en ornamenten.

2- In dezelfde kerk zullen ook ten eeuwige  dage twee jaargetijden met gezongen mis en het lezen van de miserere en de profundis na ieder mis gecelebreerd worden voor  de kinderen Peeternelle De Kegel en voor Maria Theresia De Kegel. Die jaargetijden zijn bezet op hun hofstede, groot een dagwand acht roeden gelegen op Boekhout, palend aan de steenweg van Aalst naar Brussel, Hendrick Van Den Biesen, Andries Van Ghete en de weduwe Jan Mattens en Jan Everaert, De vergoedingen voor de pastoor, de koster en de kerk zijn dezelfde als voorgaande.

3- De comparanten willen dat ieder jaargetijde gecelebreerd wordt op de dag van overlijdenng kan zorgen. Zolang een van de comparanten in leven is zal die voor de betaling zorgen.

Aldus gedaan Jan Baptist De Gheijnt en Jan Van Honschem als getuigen.

1756. Rekening van Jan Baptista Resteau, koster van de ontvangsten van oud was, van de lijken, van het wit baarkleed, en van oude geile eijndens[21].

Ontvangsten van lijken.

  • Van Joanna De Jong                         1 – 1 – 0.
  • Van Peeternelle Stevenheijens         2 – 0 – 0.
  • Van de vrouw Peeter Clauwaert       1 – 10 – 0.
  • Van Jacques Verdoot                        2 – 0 – 0.
  • Van Michiel Van De Perre                 2 – 0 – 0.
  • Van Maria Jacop                               1 – 10 – 0.
  • Van Peeter Van De Perre                 3 – 0 – 0.
  • Van Nicolaes Ransbeeck                  2 – 10 – 0.
  • Van Nicolaes Raes                            2 – 0 – 0.
  • Van de vrouw Peeter De ….             2 – 0 – 0.
  • Van Anna Jacop op rekening                        0 – 10 – 0.
  • Van de vrouw Joos Nielant               3 – 0 – 0.
  • Van de vrouw Joannes Vonck          3 – 0 – 0.
  • Van de weduwe Joos De Coster       —
  • Van Franciscus De Vos                     —
  • Van Peeter De Boitselier                   —
  • Van Catharina Breckpot                    —
  • Van Peeter Van Nieuwenborgh         2 – 1 – 0.
  • Van Joanna Pirongh                          2 – 1 – 0.
  • Van de weduwe Henderick               2 – 0 – 0.
  • Van de vrouw van Peireman             3 – 0 – 0.
  • Van Peeter Van Den Steen               3 – 0 – 0.
  • van de weduwe Henderick de Kegel 2 – 10 – 0.
  • Van Michiel Janssens                        2 – 10 – 0.
  • Van Jan Van Den Eijnde                   —

45 – 13 – 0.

Ontfangsten van gebruikte kaarsen:

  • Nog eens vijf pond à 16 stuivers: 4 – 16 – 0.
  • Eens drie pond komt op 2 – 8 – 0.
  • Nog eens vier pond en half komt op 3 – 12 – 0.
  • Nog eens vijf pond komt op 4 – 0 – 0.
  • Zeven pond komt op 5 – 11 – 0.

25 – 3 – 0.

Ontvangsten van het wit baarkleed.

Van de parochie van Essene                        0 – 66 – 0.

Erembodegem                                               0 – 10 – 0.

Essene                                                           0 – 59 – 0.

Baardegem                                                    0 – 14 – 0.

Teralfene                                                       0 – 48 – 0.

Meldert                                                           0 – 52 – 0.

13 – 3 – 0.

Levering van wassen kaarsen voor de flambouwen en het altaar in de kerk van Hekelgem.

In 1756 voor de H. Drievuldigheid in de flambouwen ieder 1 pond nieuw was, dus 4 – 8 – 0.

Altaarkaarsen 3 – 6 – 0.

Bij de kerkwijding in de flambouwen en op het altaar 4 – 8 – 0.

Kaarsen 3 – 6 – 0.

1757 de Paaskaars 2 – 0 – 0.

Voor de kermis in 6 flambouwen 4 – 8 – 0.

Altaarkaarsen 3 – 6 – 0.

1758 de Paaskaars 2 – 0 – 0.

Voor de kermis  in de flambouwen 4 – 8 – 0.

Altaarkaarsen 3 – 6 – 0.

1759 de Paaskaars 2 – 0 – 0.

Voor de kermis  in de flambouwen 4 – 8 – 0.

Altaarkaarsen 3 – 6 – 0.

Bij de kerkwijding in de flambouwen en op het altaar 4 – 8 – 0.

1760 de Paaskaars 2 – 0 – 0.

De kermis in de 6 flambouwen 4 – 8 – 0.

Bij de kerkwijding in de flambouwen en op het altaar 3 – 6 – 0.

1761 voor de H. Drievuldigheid in 6 flambouwen 4 – 8 – 0.

De altaarkaarssen van oud was.

De kerkwijding in 4 flambouwen 3 – 6 – 0.

31 – 10 – 0.

1762 voor de H. Drievuldigheid in 6 flambouwen nieuw was, dus 3 – 6 – 0.

Voor de kerkwijding in de flambouwen en de alaarkaarsen 3 pond nieuw, dus 3 – 6 – 0.

Voor Lichtmis altijd 8 kaarsen voor kerkmeester en de armenmeesters, iedere kaars van een half pond en een half vierendeel zodat zij elk 14 stuivers kosten. Jaarlijks wordt voor drie pond oude kaarsresten genomen zodat de acht kaarsen met nieuw was daarin 2 gulden achttien stuivers kosten.

Dus over 1756 – 2 – 18 – 0.

Over 1757 – 2 – 18 – 0.

Over 1758 – 2 – 18 – 0.

Over 1759 – 2 – 18 – 0.

Over 1760 – 2 – 18 – 0.

Over 1761 – 2 – 18 – 0.

Over 1762 – 2 – 18 – 0.

20 – 18 – 0.

Ontvangsten van het was uit de kerk ten profijte van de kerk voor 1763 en 1764.

Ontvangen van Carline Van Der Jeught  2 – 2 – 0.

Ontvangen van Peeter Pensionaris  2 – 10 – 0.

Ontvangen van de weduwe Gillis Van De Wijngaert  3 – 0 – 0.

Ontvangen van Peeter De Donder 2 – 10 – 0.

Ontvangen van de weduwe Jan De Vis 2 – 10 – 0.

Ontvangen van Jan Baptista De Geijunt 1 – 5 – 0.

16 – 17 – 0.

Ontvangen van Joos Silant 3 – 0 – 0.

Ontvangen van de kinderen Jan Baptista Mattens 2 – 10 – 0.

Ontvangen van Gillis Verhoeven voor de dood van Egidius Verhoeven 1 – 5 – 0.

23 – 12 – 0.

Ontvangen van de weduwe Jan Baeck voor levering van was op de uitvaart van haar man op  17 maart 1765 2 – 8 – 0.

Ontvangen van Gaspar Van Impe op 28 maart 1765 voor levering als voren 2 – 10 – 0.

Ontvangen van de weduwe Francis Van Varenbergh voor levering van was op de uitvaart van haar zoon op 6 mei 1765 3 – 0 – 0.

31 – 10 – 0.

Ontvangst van het wit baarkleed in 1763 en 1764.

Ontvangen van Moorsel – 0 – 14 – 0.

Ontvangen van Teralfene – 0 – 7 – 0.

Ontvangen van Asse – 0 – 5 – 0.

Ontvangen van Moorsel – 0 – 15 – 0.

Ontvangen van Essene – 5 – 18 – 0.

Ontvangen in twee keer 1 – 2 – 0.

9 – 1 – 0.

1759. Testament van Pieter De Leeuw[22].

Pastoor Rumoldus De Cuyper, ijverig in het opstellen van testamenten, noteerde ook de wilsbeschikking van de zieke Pieter De Leeuw op 12 april 1759. Hij wil een uitvaart met drie priesters en begraven worden op het kerkhof van Hekelgem. Aan zijn vader laat hij zijn beste kleed sustacove ende juppon na. Martinus Tavenier, zijn oom krijgt tien gulden en tien stuivers voor zijn zorgen en devoren. Zijn resterende kleren en penningen wil hij laten verkopen door Martinus Tavenier aan de meest biedende familie en dat het geld ervan als ook zijn 100 gulden die Martinus Tavenier bewaart (die heeft bekend niet anders meer te pretenderen) zullen dienen om zijn uitvaart en de tien gulden tien stuivers aan Martinus Tavenier en alle andere schulden te betalen.  De resterende penningen zullen besteed worden na zijn dood voor missen voor zijn ziel en die van zijn moeder Joanna Taveniers in de kerk van Hekelgem.  

Aldus gedaan ter presentie van Pieter Arijs, jongman en Judocus Van Varenbergh ook

PETRUS JACOBUS DE LEEUW, zoon van EGIDIUS DE LEEUW en JOANNA TAVENIERS. Hij is gedoopt op maandag 30 maart 1733 in HEKELGEM.

1759. Verkoop van een hofstede[23].

Op 20 augustus 1759 stelde de schepenbank van Affligem met meier Hendrich T’ Sas en de schepenen Jan De Vis, Jan Meert, Louis Van Den Bossche en Peeter Em. Schoon de verkoopakte op van een hofstede. Tegenwoordig waren Martinus Van Itterbeke als opdrachthouder voor de verkoopster Barbara Christiaens, weduwe van Geeraert Van Der Jeught en nu in huwelijk met Gillis De Cort en Joos Nuelant en Catharina Verleijsen, de kopers. Het ging om een hofstede met huis van 12 ½ roeden in Bleregem palend aan

de weduwe meester Gillis De Keghel en de Blereghemschen Driesch. Het goed was  belast  met drie stuivers grondcijns aan de abdij. Met haar eerst man had zij het goed gekocht van Peeter De Vis. De koopsom bedroeg 178 gulden 13 stuivers.

J. B. De Witter griffier 1759.

GERARDUS VAN DER JEUGHT. GERARDUS is overleden op woensdag 28 april 1756 in HEKELGEM. GERARDUS trouwde met BARBARINA CHRISTIAENS.

JUDOCUS NIEULANDT. JUDOCUS is overleden op dinsdag 21 november 1775 in HEKELGEM. JUDOCUS trouwde op dinsdag 8 januari 1737 in HEKELGEM met CATHARINA VERLYSEN, 23 jaar

oud. Zij is gedoopt op maandag 4 september 1713 in HEKELGEM. CATHARINA is overleden op zaterdag 28 november 1761 in HEKELGEM, 48 jaar oud.

Kinderen van JUDOCUS en CATHARINA:

1 JOANNES BAPTISTA NIEULANDT. Hij is gedoopt op zaterdag 14 september 1737 in HEKELGEM.

2 EGIDIUS NIEULANDT. Hij is gedoopt op donderdag 20 oktober 1740 in HEKELGEM. EGIDIUS is overleden in 1764 in HEKELGEM, 24 jaar oud.

3 PETRUS GERARDUS NIEULANDT. Hij is gedoopt op woensdag 15 april 1744 in HEKELGEM. PETRUS is overleden in 1745 in HEKELGEM, 1 jaar oud.

4 PETRUS BENEDICTUS NIEULANDT. Hij is gedoopt op dinsdag 30 augustus 1746 in HEKELGEM. PETRUS is overleden in 1817 in HEKELGEM, 71 jaar oud.

5 GUILIELMUS NIEULANDT. Hij is gedoopt op dinsdag 20 oktober 1750 in HEKELGEM. GUILIELMUS is overleden in 1750 in HEKELGEM, geen jaar oud.

6 GERARDUS NIEULANDT. Hij is gedoopt op zondag 4 april 1756 in HEKELGEM.

1760. Attest over het recht op doorgang voor de pachters op de Hoogenpael’[24].

Jan Verlijsen, Francis de Mesmaker, Barbarina de Sadelaer en pastoor Rumoldus De Cuijper ondertekenden op 5 september 1760 een attest met de verklaring dat het curenland op de Hogenpaal al 39 jaar land werd bemest met wagens en paarden zonder enige hinder voor de doorgang. Koster Jan Baptist Resteau verklaarde zelfs dat hij dat al 45 jaar zo geweten heeft.

1761. Uit het manuaal van pastoor Van Mulders[25].

– Op 28 oktober 1730 noteerde pastoor Van Mulders dat hij de schuur van de pastorie met eigen geld heeft laten bouwen en hij wil dat na zijn dood zijn erfgenamen of de uitvoerders van zijn testament weten dat die zijn eigendom is. Hij heeft geen bomen gekapt voor brandhout, alleen die droog of schadelijk waren en tronken. Hij heeft ook veel andere bome geplant en de pastorie  merkelijk verbeterd.

– Als hij pastoor van Hekelgem werd, trof hij een onbewoonbare pastorie aan. Alle deuren, vensters en muren waren stuk, de vijver was een stinkend moeras, de wallen waren zo vervuild dat het water stonk. Hij heeft meer dan 4000 voet aarde uitgegraven op 6 jaar tijd  en daarmee ander land dat weinig waard was zo goed verbeterd dat nu wordt verhuurd.

– De kerk en de armen van Erpe en die van Hekelgem zijn hem grote sommen schuldig voor reizen, geschenken aan kinderen etc.

-7 juni 1728. Zijn erfgenamen moeten na zijn dood geen rekening houden met enige ontvangsten van de kerk of de armen, dat is voor de rentmeestervan de kerk- en armenmeesters en alles wordt alle twee jaren verantwoord in de rekeningen.

– Afgerekend met koster Francis Resteau op 5 mei 1726 ook inbegrepen een gulden om de donderdagse mis te dienen. De gulden betaalt op 1 juli 1727, 1728 en 1729, 1730, 1731, 1732 , 1733, 1734 , 1744 tot 1745..

1765. Verkoop van bomen[26].

In 1765 verkocht pastoor De Cuyper samen met de kerk- en armenmeesters een aantal bomen op volgende condities:

1 De betaling gebeurt met gulden en stuivers in handen van de griffier.

2 De kopers moeten de bomen gerooid en weggevoerd hebben voor half maart toekomende zonder schade te veroorzaken.

3 Na de aankoop moeten de kopers nog voor ze vertrekken voldoende borg geven. Kunnen ze dat niet dan zal de verkoop opnieuw gebeuren. Is er dan een meerwaarde dan komt die de verkoper ten goede. In het geval van een mindere opbrengst dan moet de eerste koper het ontbrekende bedrag bijpassen.

4 De kopers moeten de bomen behoorlijk ontgraven met een wijdte van vier voeten in de ronde zonder struiken uit te doen.

5 De kopers kopen alleen de blote bomen. De tronk en de snoei blijft aan de pachters.

6 De kopers moeten de putten volledig vullen. Voor iedere put die niet gevuld is, komt er een boete van 10 stuivers.

7 De kopers moeten zich houden aan de nummers van de afgeroepen bomen.

8 De kopers en de borgstellers moeten deze condities ondertekenen.

De verkoop aan Het Kercken Euselken in pacht bij Peeter Clauwaert.

1ste koop: 4 bomen, Andries Van De Perre, borg Michiel Schoonjans. 9 – 0 – 0.

2de koop: 5 bomen,Adriaen Arijs,Hekelgem, borg Jan Everaert. 10 – 15 – 0.

3de koop: 4 bomen,  Jacobus Stevenijens, borg Franciscus Van Varenbergh. 9 – 0 – 0.

4de koop: 4 bomen, Gillis Ruijssincx, borg Jan Baptista Van Den Bossche. 8 – 15 – 0.

5de koop: 5 bomen, Peeter Raes, borg Guilliam Van De Perre. 10 – 5 – 0.

6de koop: 7 bomen, Jan Baptista Van Den Bossche, borg Gillis Ruijssinck. 9 – 5 – 0.

7de koop: 4 bomen, Gillis De Gols, borg Andries Verhoeven. 9 – 5 – 0.

Summa = 66 – 5 – 0.

De verkoop aan De Casteelstraet aan ’t goed in pacht bij Franciscus De Vis.

1ste koop: 5 bomen,  Michiel Crols. 9 – 0 – 0.

2de koop: 4 bomen, Adriaen Van Der Borght, borg Peeter Droeshoudt. 8 – 0 – 0.

3de koop: 4 bomen op Michiel Crols. 8 – 15 – 0.

In dezelfde straat aan ’t goed in pacht bij Adriaen Michiels.

1ste koop: 5 bomen, Jan Baptista Belleman, borg J. B. Van De Velde. 12 – 5 – 0.

2de koop: 4 bomen, ? De Ridder, borg Jan Joostens. 9 – 10 – 0.

3de koop: 6 bomen, Jan Boom, borg Jan De Coster. 9 – 15 – 0.

4de koop: 4 bomen, Adriaen Van Der Borght, borg ut ante (= zoals vroeger). 9 – 5 – 0.

5de koop aan ’t bosje van Adriaen Michiels: 6 bomen, Jan Baptista De Smedt de jongen. 19 – 0 – 0.

De verkoop aan De Drooge Weijde op ’t goed in pacht bij Franciscus De Vis.

1ste koop: een eik met een beuk, Joseph Van Lierde. 25 – 0 – 0.

2de koop: twee beuken, dezelfde Van Lierde. 22 – 0 – 0.

De verkoop aan de meers in pacht bij Jan Van Der Jeught.

1ste koop: een boom, Judocus Scheirlinck, borg Jan Van Der Jeught. 14 – 5 – 0.

2de koop: 5 bomen, Jan Baptista Godefroye. 6 – 0 – 0.

3de koop: 5 bomen, Judocus Scheirlinck, borg ut supra (zoals hierboven) 7 – 0 – 0.

Aldus verkocht na voorgaand kerkgebod bij oproeping en de gelukwens van Jan Baptista Van De Perre, officier van de parochie en ter presentie van kerkmeester Jan Baptista Van De Velde  en armenmeester Jan Baptista Godefroy op 20 november  1764.

1765. Jaargetijde van Michiel Van der Schueren en Petronilla Clauwaert[27].

Akte van notaris Van Itterbeek van 19 maart 1765 opgeteld op vraag van Petronilla Clauwaert.

1- Zij wil tot lafenis van de ziel van haar man en van haar ziel dat er voor eeuwig twee gezongen jaargetijden in de kerk van Hekelgem gecelebreerd worden.

2- Voor ieder jaargetijde moet  35 stuivers worden betaald, daarvan 20 voor de celebrant, 10 voor de koster en 5 voor de kerk;

3- Daarvoor blijft voor eeuwig een meers met een opstal van 67 roeden beschikbaar die op Bleregem is gelegen palend aan de straat, Jan Frans Van Der Schueren en de goederen van Affligem, Joanna Van Der Schueren en Den Blereghem Driessche

De ondergetekende belooft als begunstigde van deze partij jaarlijks deze jaargetijden te betalen. F. Linthoudt.

FRANCISCUS HENRICUS LINTHOUDT, zoon van MARTINUS LINTHOUT en ELISABETH DE BAILIUW. Hij is gedoopt op donderdag 14 december 1730 in ESSENE. FRANCISCUS is overleden op maandag 23 februari 1801 in ESSENE, 70 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 26 jaar oud, op zondag 9 oktober 1757 in ESSENE met JOANNA VAN DER SCHUEREN, 27 jaar oud. Zij is een dochter van MICHAEL VAN DER SCHUEREN en PETRONELLA CLAUWAERT. Zij is gedoopt op zondag 29 januari 1730 in HEKELGEM. JOANNA is overleden op donderdag 22 augustus 1765 in ESSENE, 35 jaar oud

1765. Testament van Elisabeth en Maria Godefroy[28].

Op 30 september 1765 stelde pastoor De Cuyper het testament op van de ongehuwde zussen Elisabeth en Maria Godefroy, dochters van Guillelmus en Anna Vermoesen. Hun goederen laten ze na aan wie van hen het langst leeft met als conditie dat de een de ander in ziekte zal bijstaan en onderhouden en de uitvaart van de eerst stervende zal betalen.

Aldus gedaan in Hekelgem ter presentie van Jan Baptist Godefroy en Guilielmus De Donder als getuigen.

1766. Verkoop van schaarhout[29].

Pastoor De Cuyper en de armenmeesters verkochten in 1766 schaarhout uit Het zetsel op de volgende condities:

1- Het schaarhout wordt aan de meest biedende verkocht zoals het is op 31 maart 1766.

2- De koper moeten het schaarhout afkappen zonder de struiken of de poten te beschadigen. Voor elke afgekapte poot volgt een boete van 10 stuivers.

3- De betaling gebeurt met gulden en stuivers aan de rentmeester Michiel Crols met Bamis.

4- De kopers moeten onmiddellijk voor voldoende borg zorgen. Voor elke koop moet 7 stuivers worden betaald. Is er geen voldoende borg dan wordt de koop herroepen en in geval van een meerwaarde dan komt die toe aan de verkoper, de minwaarde komt ten laste van de eerste koper.

5- De kopers moeten hun schaarhout ontgraven met een put van een diameter van vier voeten en daarna die putten vullen en de kanten opzetten. Indien dit niet behoorlijk gebeurt dan volgt een boete van twaalf stuivers.

De verkoop schaarhout op Het Zetsel.

1ste koop: de weduwe Michiel Van De Perre, borg Joannes Raes. 16 – 0 – 0.

2de koop: Francis Van Nieuwenborgh, borg Jan Baptist Van De Perre. 16 – 0 – 0.

3de koop: Peeter Raes, borg Jan Baptist Van De Perre. 10 – 10 – 0.

4de koop: Peeter Raes, borg Michiel Van De Perre. 15 – 10 – 0.

5de koop: Franciscus Crick, borg Jan Baptist Van De Perre. 17 – 0 – 0.

6de koop: Judocus Scheirlinck, borg Merten De Ridder. 11 – 0 – 0.

7de koop: Jan Geijssens Erembodegem, borg Peeter Meert. 12 – 10 – 0.

8ste koop: Jan De Backer Erembodegem, borg Cornelis Van Varenbergh. 18 – 0 – 0.

9de koop: Gillis Cromphout, borg Jan De Cort. 20 – 10 – 0.

3de koop: Franciscus Crick, borg J. B. Van de Perre. 11 – 0 – 0.

4de koop: Joseph Serrier, borg Jacobus De Raet. 13 – 0 – 0.

5de koop: Peeter Mahy, borg Adriaen De Jonghe. 11 – 0 – 0.

6de koop: Martinus De Ridder, borg Jan Van Der Jeught. 8 – 10 – 0.

7de koop: de weduwe Michiel Schoonjans, borg Jan Baptist Van Geerte. 13 – 10 – 0.

8ste  koop: Jan Baptist Godefroy, borg Peeter De Ridder. 17 – 10 – 0.

9de koop: Peeter Raes, borg Guillielmus Van De Perre. 17 – 0 – 0.

10de koop: Franciscus De Vis Erembodegem, borg Jan Baptist Van De Velde. 16 – 0 – 0.

11de koop: Michiel Van Den Bossche, borg J. B. Van De Velde. 17 – 0 – 0.

De verkoop van schaarhout op de Exterenberg.

1ste koop: Philips De Nil, borg Judo Vonck. 8 – 0 – 0.

2de koop: Adriaen Van Den Bossche Esschene, borg Gillis Van Den Driesche. 9 – 0 – 0.

3de koop: Gillis Cromphout, borg Jan De Cort. 13 – 0 – 0.

4de coop: Franciscus Plas, borg M. Crols. 12 – 0 – 0.

5de koop: Michiel Clauwaert, borg J. B. De Witte. 16 – 0 – 0.

Aldus verkocht ter presentie van de pastoor, onderpastoor, armenmeester en andere Hekelgemnaren opgeroepen door de officier Jan Baptist Van De Perre.

Actum 7de 9ber 1765.

MICHAËL FRANCISCUS CROLS. MICHAËL is overleden op zondag 1 december 1771 in HEKELGEM. MICHAËL trouwde op zaterdag 30 oktober 1762 in HEKELGEM met JOANNA MARIA RESTEAU, 25 jaar oud. Bij het kerkelijk huwelijk van JOANNA en MICHAËL waren de volgende getuigen aanwezig: JUDOCUS VAN NIEUWENHOVE en AMANDUS VERTONGHEN. Zij is een dochter van JAN BAPTIST RESTEAU en JOANNA CATHARINA VAN NIEUWENHOVE. Zij is gedoopt op vrijdag 16 augustus 1737 in HEKELGEM. JOANNA is overleden op maandag 25 mei 1807 in HEKELGEM, 69 jaar oud.

1771. testament van Barbara Van Gerwen[30].

Op 13 juli 1771 stelde Carolus Jacobus Van Itterbeke, zoon van notaris Van Itterbeke, in haar huis haar testament op met Gillis De Ridder, zoon van Jacobus als getuige. Barbara was weduwe van Jan Baptist Verleijsen.  

Zij wil dat er ten eeuwige dage twee gezongen jaargetijden met een de profundis en miserere in de kerk van Hekelgem worden gecelebreerd tot lafenis van haar en van haar man. Daarvoor zal de pastoor 20 stuivers ontvangen, de koster (onleesbaar) voort zijn gezang en orgelspel en de kerk voor de ornamenten en de kaarsen 10 stuivers. Als pand geeft ze een hopveld  van een half dagwand gelegen aan de straat van Aalst naar Affligem, aan Francis Lowies en Benedictus Schoonjans. Het hopveld is belast met een grondcijns aan de abdij. Zij hadden in 1764 die grond aangekocht van Francis De Gendt en Elisabeth Dauwe.

JAN BAPTIST VERLIJSEN. JAN is overleden op vrijdag 12 april 1771 in HEKELGEM. JAN trouwde op dinsdag 16 augustus 1757 in Moorsel met BARBARA VAN GERWEN, 40 jaar oud. Zij is gedoopt op dinsdag 13 oktober 1716 in Moorsel. BARBARA is overleden op woensdag 2 februari 1785 in HEKELGEM, 68 jaar oud aan de abdij. Zij hadden in 1764 die grond aangekocht van Francis De Gendt en Elisabeth Dauwe.


[1] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 205.

[2] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 31.

[3] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 287.

[4] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 268.

[5] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 263.

[6] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 354.

[7] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 211.

[8] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 207.

[9] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 290.

[10] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 266.

[11] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 266.

[12] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 190.

[13] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 190.

[14] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 353.

[15] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 213.

[16] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 267.

[17] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 190.

[18] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 269.

[19] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 220.

[20] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 47.

[21] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 344.

[22] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 270.

[23] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 356.

[24] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 215.

[25] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 206.

[26] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 20.

[27] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 48.

[28] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 271.

[29] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 20.

[30] RA Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 49.

Documenten uit het pastoriearchief van Hekelgem, 18de eeuw, deel 1.

1706. Testament van pastoor Martinus Van den Nest[1].

Pastoor Martinus Van den Nest, sieck van lichaeme ende te bedde liggende, nochtans sijn verstandt ende vijff sinnen wel machtich wesend, liet op 7 oktober 1706 zij testament opstellen. De naam van de opsteller werd niet vermeld en de handtekening van de getuigen is onleesbaar. Zijn testament en ordonnantie van uitersten wil:

1- Dit testament revoceert[2] alle voorgaande testamenten.

2- Hij  wil begraven worden in de kerk van Hekelgem naast de zerk van den heer landdeken Bernartius op de rechter zijde en op zijn graf een dure  zerksteen zo groot als die van de landdekeen. en met een opschrift.

3- Tot lafenis van zijn ziel wil hij een herelijke uijvaart en een dertigste waartoe zullen geroepen worden al de eerwaardige heren van congregatie, proost der abdij van Affligem met drie andere religieuzen, twee heren der abdij van Ninove en twee paters van Ter Muilen.

4- Tot lafenis van zijn ziel zullen vierhonderd missen van requiem gecelebreerd worden, zes stuivers voor ieder mis te betalen door zijn nagenoemde erfgenamen.

5- Ook nog dertig missen van acht stuivers met miserere en de profundus te lezen over de baar waarvoor de koster vijf schellingen zal ontvangen..

6- De testateur wil dat op de dag van zijn uitvaart voor de armen vier stukken koren gebakken en verdeeld worden. In het geval dat het onvoldoende is, dan krijgt de rest van de armen elk een stuiver.

7- De huisarmen van Hekelgem krijgen eenmalig honderd gulden.

8- Aan  eerw. heren religieuzen van Affligem de som van vierhonderd gulden met de obligatie van voor zijn ziel op de dag van zijn overlijden een eeuwig solemneel jaargetijde op te dragen, achttien gulden eens met obligatie van nog een plechtige mis te celebreren op de dag van zijn sterven en de doodsklok te luiden.

9- Aan het seminarie van Mechelen de som van vier ponden groten eens met obligatie van voor zijn ziel een solemnele mis met diaken en subdiaken op te dragen. Elke theologant die de mis zal bijwonen een wit brood van een stuiver te geven.

10- Aan Anna & Francoise Van Den Nest, dochter van Adriaen, een rente van negen gulden  met obligatie van een jaarlijkse misse voor zijn ziel te laten doen.

11- Aan Franciscus Van Den Nest, zoon van Adriaen, tegenwoordige theologant in het seminarie van Gent achtenveertig ponden groten eens voor de betaling van zijn studies.

12- Aan Joanna Van Der Wee, geestelijke dochter, zijn nicht, een lijfrente van zestig pond groten met obligatie van jaarlijks vier missen voor zijn zielenrust te laten celebreren.  Joanna Van der Wee zal de volgende renten en obligaties ontvangen. Een rente van twaalf gulden en vier stuivers waarvan de andere vijf ten laste zijn van Joos Van Nuffel, Zoon van  Peeters van Hekelgem en zijn vrouw volgens de constitutiebrief van de schepenen van Affligem op  7 februari 1689 die de testateur heeft verkregen bij transport van Joanna Catharina Wambacq en Van Den Wijngaert volgens de transportbrief gepasseert voor de schepenen van Affligem op 22 november 1694. Een rente van negen gulden tot last van Peeter Piron en zijn vrouw en gehypothekeerd op hun goederen volgens de constitutiebrief gepasseerd voor de  schepenen op 21 juni 1700, een rente van negen gulden ten laste van Gillis De Schrijver en Catharina Verleijsen zijn vrouw volgens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op 31 augustus 1699, een rente van achttien gulden vijftien stuivers tot last van meester Gillis Robijns en bepand op zijn goederen volgens de constitutiebrief gepasseerd voor de erflaten van de tafel van den H. Geest van Meldert op 24 juli 1696, een rente van vijfentwintig gulden  tot last van Pauwel De Vos en Petronella De Vuijst, zijn vrouw,  bepand op hun goederen volgens de constitutiebrief gepasseed voor de schepenen van Affligem op  22 maart 1700. De vermelde rentebrieven zijn alle ondertekend: J. De Witte. Door mij notaris in originali  gezien, een obligatie van XVI Rijnsgulden VIII stuivers groten tot laste van de regeerders van Hekelgem volgens akte gepasseerd voor notaris meester Joannes De Witte van Meldert op 30 oktoberr 1696, een obligatie van XVI Rijnsgulden X stuivers  tot last van Joannes Eeman.  

De renten en obligaties honderd gulden en achttien stuivers negen mijten aan Joanna Van Der Wee zullen jaarlijks zestien ponden geven. Er is dus een teveel van IIII Rijnsgulden XVIII stuivers negen mijten die de testateur wil toekennen aan de armen. Ingeval dat enige  renten of obligaties vervallen, dan zullen zijn erfgenamen en Joanna Van Der Wee moeten garanderen dat de renten in handen van de executeur van het testament terecht komen.

13- Aan Joanna Van Der Wee zijn best bed, beste sargie, twee hoofdkussens, twee paar fluwijnen, twee paa van de beste lakens, een half dozijn van de beste servetten, een van de beste ammelakens, twee zlveren ??, en een zilveren beker, zijn slaapkoets, garderobe, en de tafel in Dendermonde in zijn huis op zijn kamer om daamee te doen wat haar geliefd.

14- Aan dezelfde Joanna Van Der Wee haar leven lang woning van de helft van zijn hus in Dendermonde naast de paters Augustijnen. Indien de erfgenamen dat niet willen, zal zij haar leven lang vierentwintg gulden trekken waarvoor de erfgenamen de rente op de goederen gelegen in Brabant als pand moeten geven.

15- De resterende goederen worden verdeeld tussen broeder Jan en Adriaen Van Den Nest

16- Als executeur wil de testateur de eerw. heer Joannes Van Haecht, pastoor in Essene die daarvoor 12 gulden zal ontvangen.

De namen van de getuigen en hun handtekening zijn onleesbaar, zelf tekende de pastoor niet wegens ziekte.

Aantekeningen over Martinus Van Den Nest.

Hij heeft te Sint-Jansmis 1711 van den heer pastoor van Lede voor het curenhuis van Hekelgem 344 gulden zeven stuivers geleend met een rente van 13 gulden 8 stuivers.

Wij konden geen goed werk doen zonder zijn manuaal dat ergens bij de erfgenamen is.

De rentebrieven van de fondatiën en de lasten kennen we dus niet hieruit spruijtende.

1706. Landmeter Joos De Deken aan het werk[3].

Op 29 september verdeelde landmeter Joos De Deken op verzoek van kerk- en armenmeester Peeter Verleijsen en Peeter Clauwaert een perceel van 5 dagwand 96 roeden op de Hoge paal in drie delen.

Het eerste deel, groot 168 roeden paalde aan de erfgenamen van Andries Segers, de straat, de voetweg en meester Adriaen De Maeseneer.

Het tweede deel, groot ½ bunder, palend aan meester Huijghe, Peeter Clauwaert, de kerk en de erfgenamen van Andries Segers.

Het derde deel uit de partij viel ten deel aan Peeter Clauwaert en had een grootte van 210 roeden. Het paalde aan meester Huijghe, de straat en de kerk.

Gemeten met de maat van 20 1/3 voeten de roede en voor de som van 3 gulden 10 stuivers. 

1707. Verhuur land met verplichting een huis te bouwen.

Op 9 augustus 1707 verschenen pastoor Martinus Van den Nest en de kerkmeesters Jan Blondeel en Peeter De Raedt met de getuigen Peeter Clauwaert en Franchois Cornelis voor notaris EG. Crick. Ze wilden voor een termijn van 99 jaar een partij land van 2 dagwand verpachten aan Hendrick Wambacq, zoon van Martinus en zijn vrouw Catharina Verleijsen, inwoners van Hekelgem, voor 15 gulden per jaar. De pacht hield ook de verplichting in om er een huis met vijf gebintes op te bouwen. Dat alles ten voordele van de kerk en met toestemming van de aartsbisschop van Mechelen. Na hun dood konden hun kinderen het huis erven. Indien de rente gedurende zes jaar niet wordt betaald, dan kan men beslag leggen op het huis. De acceptanten moeten ook de jaarlijkse cijns betalen.

De verpachting hield nog andere verplichtingen in:

1– Het huis moet binnen de drie jaar zijn gebouwd.

2- Zij moeten de hofstede beplanten met opgaande bomen ten voordele van de huisarmen.

3- Zij mogen de bomen op het pand kappen om voor de bouw te gebruiken.

4- Als pand geven ze een partij land gelegen in Hekelgem op de De Noenwijde,  palend aan Affligem, Pauwel Ledegen, Den Hulstbos en het kerkgoed van Hekelgem en de straat. De pacht bedraagt 15 gulden.

HENRICUS WAMBACQ, zoon van MARTINUS WAMBACQ en ANNA VRANC(K)X. Hij is gedoopt op dinsdag 30 juli 1669 in ESSENE. HENRICUS is overleden op maandag 19 januari 1750 in HEKELGEM, 80 jaar oud. HENRICUS trouwde, 33 jaar oud, op zaterdag 17 februari 1703 in HEKELGEM met CATHARINA VERLEYSEN, 22 jaar oud. Zij is een dochter van JOANNES VERLEYSEN en MARIA MATTENS. Zij is gedoopt op donderdag 3 oktober 1680 in HEKELGEM. CATHARINA is overleden op zaterdag 13 oktober 1742 in HEKELGEM, 62 jaar oud.

1710. Requiemmissen voor Jan Van Breusegem en Maria Pirony[4].

Voor meier Guilliam De Baetselier en de schepenen van Affligem verscheen op 3 november 1710 Peeter Pirony die aan de pastoor van Hekelgem, Karel Broeckmans, en de schepenen Peeter Van Langenhove, Michiel Clauwaert en Andries De Baetselier. Peeter Piroy beloofde jaarlijks 32 stuivers te geven als betaling om driemaandelijks vier requiemmissen te celebreren voor de zielenrust van Jan Van Breusegem en Maria Pirony. Als pand geeft hij:

1- Een hofstede met huis, schuur en andere edificiën in Hekelgem in de “Bosstraat, palend aan de straat, Peeter Van De Velde en Peeter De Kegel.

2- Een behuisde hofstede, groot een dagwand, palend aan Peeter Van Den Bossche, de erfgenamen Opstal, Affligem en de straat en vrij van cijns.

De Witte greffier 1710.

1712. Opmeting van een hoplochting[5].

Op verzoek van de eerw. heer Joannes Carolus Broeckmans, pastoor van Hekelgem, heb ik H. De kegel, gezworen landmeter bij de Souvereine Raad van Brabant een hopveld opgemeten rechtover de pastorie en aan de pastorie toebehoort. Het hopveld paalde aan  Adriaen Vertonghen, Peeter De Ridder, de processieweg en de straat. De groote bedraagt 102 ½ roeden , de helft van de straat mee gemeten.. Actum  20e april 17112. H. De Keghel.

1715. Verkoop van een huis[6].

Op 7 oktober 1715 verkocht Laurijs De Boitselier, zoon van Michiel en Anna Vermoesen, aan Peeter Verleijsen, rentmeester van de kerk en de huisarmen van Hekelgem ten behoeve van de kerk een hofstede van 6 à 7 roeden uit een groter geheel met een huis. Het perceel lag aan de kerk en paalde aan het goed van de huisarmen, de hofstede van de erfgenamen Arijs, het kerkhof en de straat. Op de hofstede rustte een rente van 9 gulden 10 stuivers voor Caijman uit Aalst en Beeckman uit Wieze, maar de verkoper beloofde die te kwijten binnen de twee jaar. De koopsom bedroeg 125 gulden waarvan de koper onmiddellijk 100 gulden betaalde en de resterende 25 gulden als de rente was afbetaald. Kerkmeester Franchois Goossens en sieur Stephanus Van Mulders, zoon van Peeter waren de getuigen, EG. Crick was de notaris.

LAURENTIUS DE BATSELIER, zoon van MICHAEL DE BATSELIER en ANNA VERMOESEN. Hij is gedoopt op zondag 29 juli 1646 in HEKELGEM.

1716. Testament van Michiel Clauwaert en Anna Buggenhout[7].

Notaris Egidius Crick stelde op 9 juni 1716 het testament op van de zieke Michiel Clauwaert en zijn vrouw Anna Buggenhout. Zij wensten begraven te worden in het koor van de kerk met een marmeren zerksteen op hun graf met de inscriptie van de datum van hun overlijden. Voor de lafenis van hun ziel wensten ze dat er voor eeuwig twee gezongen jaargetijden worden gecelebreerd waarvoor hun erfgenamen 38 stuivers zullen betalen waarvan 22 voor de celebrant, 12 voor de koster en 4 voor de kerk. Het geld zal komen van de helft van een broek van 2 dagwand gelegen in Bleregem en waarvan de andere helft eigendom is van Godefroije en Andries  (onleesbaar). Het broek paalt aan het goed van de abdij, aan Joos Leemans.

Als getuigen waren de eerwaardige heer Anthonius Jouvineau, religieus van Affligem en Jan Baptista Geerstman aanwezig. 

Dom Antonius Jouvineau was ook peter van Petronella, de jongste dochter van Michaël Clauwaert.

1716. De abdij Affligem ruilt gronden met koster Resteau[8].

Op 1 oktober 1716 verklaarde de proost van de abdij Odo de Craecker zich akkoord met een ruil van percelen van de abdij met die van koster Francis Resteau van Hekelgem en zijn vrouw Anna Cornelis. Volgens de overeenkomst van de syndicus van de abdij, Robertus Van de Velde, en de koster van 11 oktober 1706 verkocht de abdij:

1- Een perceel gelegen aan de kerk van Hekelgem palend aan de straat, aan Joannes Baptista Crick en het goed van de abdij.

2- Een 150 roeden gelegen tegen de voorschreven hofstede.

De twee percelen zijn uit de hofstede van Joos Eeman.

De abdij verkocht aan Resteau:

1- Een perceel van een half bunder gelegen op de Hogen Paal palend aan de heirbaan, en het goed van de huisarmen van Hekelghem. Het perceel was een erfenis van Anna Cornelis.

2- Een half dagwand gelegen op Den Buikouter, palend met vier zijden aan het goed van  Affligem.

3- Een partij van een half dagwand op dezelfde kouter.

4- Een half dagwand op dezelfde kouter palend met in vier zijden aan Affligem.

De kerk van Hekelgem moest aan de abdij 50 gulden extra betalen.

Egidius Crick stelde de akte op met als getuigen Egidius Lemmens en Peeter Van den Broeck. Humbertus Guilielmus à Precipiano, aartsbisschop van Mechelen en abt van Affligem keurde de ruil goed op 13 november 1706.

FRANCISCUS RESTEAU. Hij is gedoopt in 1666. FRANCISCUS is overleden op donderdag 13 juli 1752 in HEKELGEM, 86 jaar oud. (1) trouwde, 30 jaar oud, op donderdag 6 september 1696 in HEKELGEM met ANNA CORNELIS, 25 jaar oud, nadat zij op donderdag 6 september 1696 in HEKELGEM in ondertrouw zijn gegaan. Zij is een dochter van PIETER CORNELIS en CATHARINA DE VLEESHOUDER. Zij is gedoopt op dinsdag 30 december 1670 in HEKELGEM. ANNA is overleden op woensdag 17 oktober 1714 in HEKELGEM, 43 jaar oud.

(2) trouwde, minstens 48 jaar oud, na 1714 met CATHARINA VAN VOORDE. CATHARINA is overleden op woensdag 11 maart 1750 in HEKELGEM.

Notitie bij FRANCISCUS: Koster gedurende 56 jaar en schoolmeester te Hekelgem vanaf 20 januari 1697. Zie jaarboek Belledaal 2008 blz. 206.

1718. Ruil van land voor de huisarmen[9].

Notaris Egidius Crick stelde op 13 april 1718 een akte op van de ruil van percelen tussen Anna Segers, dochter van Jacqueline Robijns en haar man Cornelis Van Lierde met pastoor Joannes Carolus Broeckmans en de kerkmeesters Thomas Verleijsen en Franchois Mattens armmeesters van Hekelgem die optraden voor de huisarmen.

Anna Segers en Cornelis Van Lierde ruilden 58 roeden gelegen op het veld genoemd De Hoge Paal, palend aan meester Adriaen De Maeseneer, het curegoed van Hekelgem,  huisarmen en de cureweide met een blank grondcijns aan Affligem. Van de bezittingen van de huisarmen gaven de pastoor en de kerkmeesters 58 roeden gelegen op de Kleine Molenkouter palend aan de Molenbaan, huisarmen, het wederdeel van dit perceel en de eerste comparanten met ook een blank grondcijns aan Affligem.

Peeter Verleijsen en Peeter Van Den Bossche waren getuigen. Thomas Philippus de Alsatia de Boussu, aartsbisschop van Mechelen, gaf zijn toestemming op 25 februari 1719.

ANNA SEGERS, dochter van ANDRIES SEGHERS en JACQUELINA ROBIJNS. Zij is gedoopt op woensdag 2 januari 1686 in HEKELGEM. Bij de doop van ANNA waren de volgende getuigen aanwezig: ANNA ROBYNS en JUDOCUS PAUWELS (1688-1753). ANNA is overleden, 56 jaar oud. Zij is begraven op dinsdag 19 juni 1742 te HEKELGEM. ANNA trouwde, 28 jaar oud, op woensdag 14 november 1714 in HEKELGEM met CORNELIUS VAN LIERDE, 25 jaar oud. Bij het kerkelijk huwelijk van CORNELIUS en ANNA waren de volgende getuigen aanwezig: Rev. DOM THOMAS VERGYLEN en JOANNES MEERT (geb. vóór 1690). Hij is een zoon van JACOBUS VAN LIERDE en JOSYNE DE HOOGE. Hij is gedoopt op donderdag 24 februari 1689 in ZELE. CORNELIUS is overleden op vrijdag 13 december 1765 in HEKELGEM en begraven in de kerk, 76 jaar oud.

1718. Verpachting van land[10].

Op 17 augustus 1718 stelde Josephus J. A. crick, notaris te Asse de akte van verpachting op van een perceel van een dagwand gelegen op de Mattenlochting en palend aan  de Buikouter, Cornelis Van Lierdee, het goed van Affligem en de straat voor de som van 14 gulden. De pachters waren Franchois Goossens en Elisabeth Van Ranst, de verpachters de eerw. heer Joannes Carolus Broeckmans pastoor, Arnoult Verleijsen en Gillis Schoonjans, kerkmeesters en Peeter Verleijsen rentmeester. Voor de verhuur van het perceel had de aartsbisschop van Mechelen zijn akkoord gegeven met de volgende voorwaarden:

1- De acceptanten moeten alle onkosten, beden, subsidies, Xde, XXste, XXXXste penning betalen.  

2- Ook de cijnzen van 12 stuivers per jaar.

3- In het geval van fouragering, hagelslag of ravage het land beschadigt zullen de huurders de jaarlijkse huur moeten betalen.

4- Van heden tot de volgende zes jaar zullen de acceptanten op het pand een een loffelijck gemetsten steenen huijs van zes gebintes, een schuur en stallen moeten bouwen. Het huis zal op het einde van de huur getaxeerd worden door experten en de waarde zal door de kerk van Hekelgem of door de nieuwe pachter prompt aan de acceptanten worden betaald tenzij de huur wordt verlengd volgens nieuwwe condities.

5- De schuur en de stallen zullen de acceptanten t’allen tijde mogen afbreken en wegvoeren.

6- De bomen zullen getaxeerd worden en ook op het einde van de huur. De meer of min waarde zal vergoeds worden.

7- De acceptanten zullen de pacht op de vervaldag betalen. In het geval de huur al drie jaar niet meer is betaald, dan stopt de verhuur.

8- Geschillenzullen door de schepenbank van Asse worden behandeld.

Op donderdag 14 december 1848 kwam Peeter Josephus Callewaert, achtitect-expert het huis schatten samen met timmerman Joannes De Coster en meester metselaar Peeter Joannes Vermoesen wegens stopzetting van het huurcontract. Het stenen huis met een  dak in pannen en stro gedekt en bestaade uit drie kamers en keuken, voorkamer en een klein kamer met een kelder, zoldering en een waterput, schatten zij op 1397 fr. 17 centiemen.

Op 11 juni 1878 kende pastoor Petrus De Laddersous een nieuw pachtcontract toe aan Geeraert, Judocus Plas en Martinus Timmermans, man van Catharina Plas. De akte werd verleden voor notaris F.M. Crick met als getuigen Jan Van Varenbergh en Francis Van Den Bossche en bevatte dezlfde bepalingen als die van 1718.

GERARDUS PLAS, zoon van JOANNES PLAS en ELISABETH GOOSENS. Hij is gedoopt op woensdag 3 november 1734 in HEKELGEM. GERARDUS is overleden op maandag 21 juli 1794 in HEKELGEM, 59 jaar oud. GERARDUS trouwde, 34 jaar oud, op maandag 31 juli 1769 in HEKELGEM met JOANNA MARIA ROLLIER, 22 jaar oud. Zij is een dochter van NICOLAAS ROLLIER en JOANNA FRANCISCA VAN DER ELST. Zij is gedoopt op maandag 12 juni 1747 in PAMEL. JOANNA is overleden op zondag 23 januari 1803 om 18:00 in HEKELGEM, 55 jaar oud.

JUDOCUS PLAS, zoon van JOANNES PLAS en ELISABETH GOOSENS. Hij is gedoopt op woensdag 19 november 1727 in HEKELGEM. JUDOCUS is overleden op dinsdag 5 september 1815 in ESSENE, 87 jaar oud. JUDOCUS trouwde, 27 jaar oud, op dinsdag 20 mei 1755 in ESSENE met BARBARA VAN DE PUTTE, 25 jaar oud. Zij is een dochter van PEETER VAN DE PUTTE en MARIA PEPERSACK. Zij is gedoopt op donderdag 8 december 1729 in ESSENE. Bij de doop van BARBARA waren de volgende getuigen aanwezig: BARBARA PARIDAENS en PHILIPPE VAN NECKEL. BARBARA is overleden in 1801 in ESSENE, 72 jaar oud. Zij is weduwe van JACOBUS DE BUS (1730-1754), met wie zij trouwde op dinsdag 19 februari 1754 in ESSENE.

MARTINUS TIMMERMANS. Hij is gedoopt op vrijdag 22 mei 1722 in TERNAT. MARTINUS is overleden op zondag 25 juli 1784 in TERNAT, 62 jaar oud. MARTINUS trouwde, 28 jaar oud, op dinsdag 10 november 1750 in HEKELGEM met CATHARINA THERESIA PLAS, 21 jaar oud. Zij is een dochter van JOANNES PLAS en ELISABETH GOOSENS. Zij is gedoopt op dinsdag 7 juni 1729 in HEKELGEM. CATHARINA is overleden na 1797 in TERNAT, minstens 68 jaar oud.

1720. Verkoop van land[11].

Egidius Lemmens, pastoor van Moorsel, verkocht op 26 november 1720 een perceel land gelegen op De Lammekens Houwe, groot 75 roeden, palend aan het goed van Affligem,  Guillam Van Vaerenbergh en Carel Stevens voor een onkwijtbare rente van twee gulden en een bedrag van 32 gulden. De rente kwam in de plaats van een rente ten laste van de weduwe en de erfgenamen van Gillis Plas.   Het geld is voor de kerk als betaling voor twee jaargetijden voor Guillam Van Neervelt en zijn vrouw Paschijn De Paepe. De heer pastoor ontvangt daarvoor 10 stuivers, de koster 5 en de kerk ook 5 stuivers. Dat op conditie dat:

1- De pastoor op zondag de jaargetijden aankondigt.

2- De koper aan de verkoper 25 pond groot betaalt.

3- De verkoper nog de pacht van het jaar 1720 ontvangt.

4- Als de koper de twee gulden jaarlijks niet prompt betaalt mag het pand worden verkocht na drie kerkgeboden. Getuigen waren Jan Baptist Crick en Peeter Verlijsen.

EGIDIUS LEMMENS, zoon van CORNELIUS LEMMENS. Pastoor van Moorsel?

PETRUS VAN NEERVELT, zoon van JUDOCUS VAN NEREVELT en JUDOCA PAUWELS. Hij is gedoopt op vrijdag 9 november 1663 in HEKELGEM. PETRUS is overleden op donderdag 20 september 1731 in HEKELGEM, 67 jaar oud. PETRUS trouwde, 56 jaar oud, op dinsdag 30 april 1720 in HEKELGEM met ANNA ROBYNS, 33 jaar oud. Zij is gedoopt op dinsdag 10 december 1686 in HEKELGEM.

GUILIELMUS VAN NEERVELDT. GUILIELMUS trouwde met PASCHASIA DE PAEPE.

1723. Verhuur van een hofstede[12].

Op 23 juni 1723 gingen de pastoor en de kermeesters van Hekelgem, in aanwezigheid van de hoofddrossaard en de schepenen van Asse, over tot de openbare verpachting van een hofstede die paalde aan de straat, Peeter Van Ransbeke, Jacobus De Witte en Judocus Godefroye en Jan De Ridder, groot …… roeden. De huurder heeft geen recht op het graan.  Gillis De Cort deed de opmetingen.

De hofstede kwam vrij door het overlijden van Philippus De Kegel en Catharina Christiaens, ouders van Adrianus, Petronella, Joanna Catharina, Joanna Catharina, Joanna Catharina  en  Joannes Baptist.  De verhuur gebeurde met de volgende condities.

1 De betaling van de pacht gebeurt met gulden en stuivers,  de gulden tot 20 stuivers en de stuiver tot drie plekken of groten Brabants.

2 De verpachtin heeft een looptijd van zes jaar vanaf Kerstmis 1723.

3 De huurder moet het landen het hopveld om de drie jaar bemesten.

4 Alle lasten en kosten zijn ten laste van de huurder. sullen worden geseth naer lands rechte

5 De huurder zal ook de heer hoofddrossaard, schepenen en griffier alle  onkosten betalen.

6 De huurder zal voor voldoende pand zorgen

7 In het geval van wanbetaling zal men de hofstede opnieuw te huur stellen waarvan de huurder de kosten zal dragen.

8 De huurder moet de hofstede onderhouden van recken ende plecken en jaarlijks honderd  gelaije stroije (op het dak) leggen op zijn kosten. De staken zulle twee experten kiezen.

Jan De Cort en Van den Bossche stelden zich garant als borg.

Aldus gedaan en wettelijk verhuurd ten overstaan van Joannes Bloemen, vorster van het  Land van Asse, loco van de heer hoofddrossaard in aanwezigheid van Hendrick Louies en Adriaen Van Linthout,  schepenen aan Gillis De Cort met Kersmis 1728. De nieuwe pachter werd Peeter Clauwaert met dezelfde voorwaarden.

PHILIPPUS DE KEG(H)EL. PHILIPPUS is overleden op dinsdag 15 juni 1723 in HEKELGEM. PHILIPPUS trouwde op zondag 28 mei 1713 in HEKELGEM met CATHARINA CHRISTIAENS, 24 jaar oud. Zij is gedoopt op dinsdag 18 januari 1689 in HEKELGEM. CATHARINA is overleden op zaterdag 19 juni 1723 in HEKELGEM, 34 jaar oud.

Kinderen van PHILIPPUS en CATHARINA:

1 ADRIANUS DE KEG(H)EL. Hij is gedoopt op zondag 4 februari 1714 in HEKELGEM.

2 PETRONELLA DE KEG(H)EL. Zij is gedoopt op zaterdag 29 februari 1716 in HEKELGEM.

3 JOANNA CATHARINA DE KEG(H)EL. Zij is gedoopt op vrijdag 10 september 1717 in HEKELGEM.

4 JOANNA CATHARINA DE KEG(H)EL. Zij is gedoopt op maandag 30 januari 1719 in HEKELGEM.

5 JOANNA CATHARINA DE KEG(H)EL. Zij is gedoopt op dinsdag 17 juni 1721 in HEKELGEM.

6 JOANNES BAPTIST DE KEG(H)EL. Hij is gedoopt op vrijdag 9 april 1723 in HEKELGEM.

1724. Jaargetijde voor Franciscus Robijns en Catharina Wambacq[13].

Op 12 mei 1724 stelde notaris Crick een akte van schenking op voor een eeuwigdurend jaargetijde voor Franciscus Robijns en zijn vrouw Catharina Wambacq. Hun zonen Petrus en Philippus Josephus hadden dat initiatief genomen. Daarvoor gaven ze een half bunder land gelegen op Asserenbosveld, palend aan meester Adriaen De Maeseneer, het Asserenbos van de abdij, Peeter Verleijsen en de Heilige Geest van Hekelgem, belast met een grondcijns aan de abdij. Het perceel kwam hen toe uit de erfenis van hun vader. Als vergoeding zal de pastoor 20 stuivers ontvangen, de koster 10 en op het einde van de mis zal voor 24 stuivers brood aan de armen worden uitgedeeld. De koster krijgt 2 stuivers voor het luiden van de klok. Wat nog overblijft van de huur van het veld is ten voordele van de kerk. Op 22 mei ontving Peeter Verleijsen, rentmeester van de kerk, het eerste geld en de akte. Andries De Witte, Andries De Baetselier, Hendrick De Bailliu en meester Judocus Godefroy, schepenen van Afligem waren de getuigen.

PHILIPPUS JOSEPHUS ROBYNS, zoon van FRANCISCUS ROBYNS en CATHARINA WAMBACQ. Hij is gedoopt op vrijdag 11 september 1682 in HEKELGEM. PHILIPPUS is overleden op vrijdag 2 mei 1732 in ESSENE, 49 jaar oud. PHILIPPUS trouwde, 26 jaar oud, op dinsdag 23 oktober 1708 in BRUSSEL met ELISABETH SASSENUS, 14 jaar oud. Zij is gedoopt op dinsdag 10 augustus 1694 in BRUSSEL.

De tiendenwijken te Hekelgem in 1724[14].

Verklaring van de afkortingen: H: de huurder van het perceel, P: de pachter van de tienden, B: persoon die zich borg stelde, bedrag in gulden, stuiver en oorden.

De eerste wijk: de Molenkouter, Huurder Franciscus Arijs, P: Peeter Mattens voor 14 – 0 – 0, B: Jan Van Nieuwenborgh.

De tweede wijk:Den Eijerbroeck, H: Peeter Droeshout, P: Franciscus Aurijs voor 22 – 0 – 0, B: Franciscus Van Nieuwenborgh.

De derde wijk: Den Hekelgemcauter beginnend van aan het dorpsplein van Hekelgem tot aan de weg naar Teralfene, H: Gillis Arijs, P: Andries Vertongen voor 30 – 0 – 0, B: Martinus Vertonghen.

De vierde wijk: Beginnend van de hoogte tot aan de justitie (de galg), H: Geeraert Van Den Biesen, P: Franciscus Mattens voor 46 – 0 – 0, P: Judocus Geerstman.

De vijfde wijk: Den Clijnen Hekelgemcauter beginnend van achter de koster van Hekelgem tot aan het veldje van Christiaen Suijs en tot aan de Fossel genoemd Den Capruijn, H:  Andries Vertongen, P: Gillis Van Nieuwenborgh voor 27 – 0 – 0, P: Franciscus Van Nieuwenborgh.

De zesde wijk: De Hooghen Pael, H: Peeter Verhoeven, P: Adriaen De Jonghe voor 29 – 0 – 0, B: Franciscus Mattens.

De zevende wijk: De Veldekens alleen, H: Peeter Vertongen voordien Peeter Callebaut, P:  Joos De Custer voor 23 – 0 – 0, B: Martinus Vertonghen.

De aachtste wijk: Het Clijn Heijcken, H: Judocus Ellincx, P: Joos Ellinckx voor 38 – 0 – 0, B:  Joos Eeman.

De negende wijk:Het Groot Heiken, H: Joannes Plas, P: Jan Plas voor 31 – 0 – 0, B: Joos Plas.

De tiende wijk: De partij beneden het hof van De Blakmeers, H: Jan Plas, P: Jan Plas voor  59 – 0 – 0, B: Joos Plas.

De elfde wijk: Het bos of mergelput van het hof  De Blakmeers, H: Jan Plas, P: Jan Plas voor  24 – 0 – 0, B: Joos Plas.

De twaalde wijk: Het Setsel, Belledaal en de wijk genoemd De Vossenholen of Camermans, H: Peeter Verhoeven, P: Martinus Vertongen voor 27 – 0 – 0, B: Joos De Custer.

De dertiende wijk: De Keukenshaag, H: Joos De Ceuster, P: Geeraert Van Den Biesen voor 43 – 0 – 0, B: Peeter Verhoeven.

Ieder wijk zal een stoop bier mogen drinken.

Bedrag van de tienden aan de pastoor van Hekelgem te betalen voor 1743.

De Cappruin: 15 dagwand of de wijk zes achter het huis van de koster, goed voor 30 – 0 – 0.

De Hekelgemkouter: 24 d goed voor 50 – 0 – 0.

Eerste wijk van de grote tienden:  31 d, goed voor 60 – 0 – 0.

De tweede wijk naast de Vlaamse Lange Haag tot aan de windmolen, 22 d, goed voor 42 – 0 – 0.

De Boekhoutberg van aan het gerecht (de galg) tot aan de hoogte, 24 d, goed voor 45 – 0 – 0.

De Kleine Heide, 17 d, goed voor 36 – 0 – 0.

De grote Hei, 8 d, slecht bezet genomen op 18 – 0 – 0.

Belledaal met het Zetsel, 22 d, genomen op 42 – 0 – 0.

De Hoge Paal, 10 d, goed voor 36 – 0 – 0.

De Veldekens, 17 d, goed voor 35 – 0 – 0.

De Keukenshaag, 18 d zware grond en 22 lichte, goed voor 40 – 0 – 0.

Beneden ’t hof van Plas, 13 d, slechts voor 35 – 0 – 0.

De Boskouter, 20 d, wat hoog genomen op 35 – 0 – 0.

De Vlaamse tienden, 22 d, goed voor 42 – 0 – 0.

1726. Het recht om duiven te houden[15].

Waren er klachten tegen pastoor Broeckmans omwille van zijn duiven? Het heeft er alle schijn van want hij vroeg aan proost Odo de Craecker van de abdij en aan Peeter Van den Bossche om te getuigen dat de Hekelgemse pastoors altijd al duiven hadden.

Het getuigenis van Odo de Craecker

De ondergeschreven verklaart mits dezen dat gedurende zijn tijd dat hij is geweest religieus van de abdij van Affligem (welke tijd monteert tot omtrent de zevenenveertig jaar) de eerw. heren pastoors van Hekelgem een kwartier gaan van de abdij van Affligem gelegen altijd zijn geweest in possessie van op een kleine vlugghe (duiventil)te houden enige duiven en bovendien gehoord te hebben dat de voorschreven eerw. heren pastoors in possessie zijn van het voorschreven van over de honderd jaren et ab immemoriali tempore.

De onderschreven verklaart daaenboven als dat de abdij van Affligem, hebbende hare goederen rom en tom de voorschreven vlugghe, daar geen intrest in en is hebbende en voor zoveel de abdij raakt daarin is consenterende.

Actum tot Affligem de 11de januari 1726. Fr. Odo proost van Affligem.

Het getuigenis van peeter Van den Bossche.

De onderschreven, oud vijfenvijftig jaar, verklaart dat hij heel zijn leven gezien heeft dat de eerw. heren pastoors van Hekelgem duiven gehouden hebben op een vleughe al van voor alle mensen gedenkenis staande op de curestede (pastorie) en dat er in de voorgaande jaren wel meer duiven zijn geweest als tegenwoordig. Dat de heren pastoors in geen twintig jaren enig land gecultiveerd hebben en vroeger nooit meer dan drie bunders hadden. Dat hij ook heeft horen zeggen van over 15 à 16 jaar van de laatste overleden heer pastoor Joannes Carolus Broeckmans dat de heer warrandmeester hem hierover aangesproken heeeft maar dat hij nooit een oord boete heeft gekregen.

In teken der waarheid heb ik deze getekend deze 15de februari 1726.

Peeter Van Den Bossche.

1726 Testament van Joos Stevens[16].

Pastoor Henri Van Mulders stelde op 10 september het testament op van Joos Stevens. Hij laat al zijn goederen na aan zijn zuster Anna Stevens met vrije dispositie.  Adriaen Van Nieuwenhove en Geeraerdt Van Den Biesen traden als getuigen op.


[1] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 201.

[2] Revoceren = een uitspraak of beslissing herroepen of intrekken.

[3] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 15.

[4] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 43.

[5] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 202.

[6] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 18.

[7] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 44.

[8] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 16.

[9] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 283.

[10] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 22.

[11] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 46.

[12] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 288.

[13] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 45.

[14] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 203.

[15] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 204.

[16] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 262.

Documenten uit het pastoriearchief van Hekelgem, 16de en 17de eeuw.

1521. Schenking aan de tafel van de H. Geest[1].

Op 21 maart 1521stelden de rentmeester Skints en de schepenen van de poort ende Vrijheit van Asse, Waijenberghe, Macharije en onleesbaar, een schenkingsakte op voor de Tafel van de H. Geest van Hekelgem. Peeter De Wevere schonk een jaarlijkse rente van 10 stuivers te betalen op 21 maart aan Janne Mijnen en Joannes Van der Moesen, de armenmeesters. Als pand gaf De Wevere een hofstede in Hekelgem palend aan de straat, de goederen van de abdij en die van Jans De Baetseleer. In het geval van wanbetaling mochten de armenmeesters de hoeve in beslag nemen.

1555. Een lening aan Margriete Permentiers[2].

Voor meier en stadhouder Machiele Verleysen en de schepenen Doolaghe en Langenhove van de abdij Affligem verschenen op 20 mei 1555 Margriete Permentiers, dochter van wijlen Robbrechts en weduwe van Machiels Van Berghhen, en Lambrechts Mertens, zoon van Claes. Margriete had van Lambrechts een lening verkregen met een jaarlijkse rente van vier carolus gulden en vier stuivers te betalen op half oogst. Als pand gaf ze al haar goederen en in het bijzonder een hofstede met huis in Hekelgem palend aan de goederen van Bertemeers Vermoesen, de abdijen de straat.

1588. Overdracht van een afgebrande hofstede[3].

Op 10 augustus 1588 stelden de schepenen Michiel De Baetselier en Adriaen Verleijsen van de schepenbank van Affligem een akte op van overdracht van een afgebrande hoeve te Hekelgem. Die hoeve van een half dagwand was gelegen aan de Dorpstraat, de Nieuwstraat, de goederen van Janne De Bruijne en aan die van de kerk van Hekelgem. Heijlwege De Raedt, dochter van Jans met haar man Jannen De Weert, zoon van wijlen Jans droegen de hoeve over aan de koper Raessen De Messiere of aan iemand die van rechtswege zou worden aangesteld. Dat werd dan op 28 september 1588 Adriaen Van Rampelberge, man van Mach… De Raedt.

1600. Kerkmeesters verkopen land[4].

Met het oog op de verkoop van drie dagwand land gelegen in het Mazits stelden pastoor XXXX  en de kerkmeesters Geeraert Schoonjans en Adriaen Van Rampelberge de condities op:

1De betaling zal in drie schijven gebeuren: de eerste schijf na de verkoop, de tweede te Sint-Jansmis en de derde met Allerheiligen.

2 De verkoop gebeurt met de palmslag en opbod, elk opbod met drie rijnsgulden waarvan 2/3 ten voordele van de kerk van Hekelgem.

3 De kosten van de kerkgeboden, de proclamaties en de kaars zijn ten laste van de koper.

4 De koper kan pas over twee jaar over de goederen beschikken omdat de pacht nog zo lang loopt. Hij ontvangt wel de pacht van 2, 5 gulden per jaar met Kerstmis 1600 en 1601.

5 Als blijkt dat het land belast is met cijns of renten, hetzij in pluijmen, groene penninckx off anderssins boven de waarde van vier plekken per jaar, dan wordt de koper daarvoor vergoed.

6 De koper moet voldoende garantie geven met gronden en erven.

7 Kan de koper de som niet betalen, dan zullen de drie dagwanden opnieuw worden verkocht. Wat boven de eerste verkoopprijs gaat, komt ten voordele van de kerk en alle lasten zijn voor de eerste koper.

De verkoop had plaats op 10 april 1600 door A. Verleijssen, A. Robijns, Vander Slachmolen, Joos Vander Borcht en Adriaen Vanden Broeck, schepenen van Affligem. De koper was  Franchois Lemmens voor 106 gulden.

1603. Verkoop van een onbehuisde hofstede[5].

Op 20 oktober 1603 verkocht Gielis Van Bergen een onbehuisde hofstede te Hekelgem aan Raessen De Merchie en Anna Van den Berge. De hofstede paalde aan de straat, aan de goederen van de kopers, de kerkweg van Bleregem naar Hekelgem en aan Den Haan van Peeter Mertens. De schepenen Verleijsen en Van Den Broecke.van de schepenbank van Affligem stelden de akte op.

1610. Processie Hekelgem[6].

In 1610 richtte pastoor Joannes Bernartius een verzoek aan aartsbisschop Matthias Hovius om de processie van de derde pinksterdag te verplaatsen naar de volgende zondag, de dag der H. Drievuldigheid. Als reden gaf hij op dat de dag na de processie, de eerste quater temperdach, slecht wordt onderhouden. De toestemming kwam er op 10 oktober 1610.

Quatortemperdagen: Bepaalde woensdagen, donderdagen en vrijdagen als dagen van gebed (en boete) met betrekking tot de oogst werden al vroegtijdig verbonden met het begin van elk van de vier jaargetijden. Omwille van deze vier tijden (quattuor tempora) kregen deze dagen de benaming quatertemperdagen. De quatertemperdagen van het voorjaar kwamen zo samen te vallen in de veertigdaagse vastentijd voor Pasen. Het ontstaan van de quatertemperdagen heeft men weleens willen verklaren door een kerstening van heidense feesten, waarbij de goden werden aangeroepen voor de vruchtbaarheid van de aarde. Men heeft waarschijnlijk ook rekening gehouden met de vastentijden van de Joden in de vierde, vijfde, zevende en tiende maand. Bron: Wikipedia.

1615. Testament van Steven Bettens.

Op 12 oktober stelde pastoor Godefridus Wouters het testament op van Steven Bettens. Hij wou dat na zijn dood zijn bezittingen onder al zijn kinderen in gelijke mate werden verdeeld. Merten Carnoy en Michiel De Greve waren de getuigen.

1620? De kerkmeesters tegen Gillis Cricke[7].

Al jaren was er groote swaericheijd tussen de kerkmeesters van Hekelgem en Gillis Cricke over een perceel land dat Gillis had gekocht. Het was eigendom van een bastaard en werd na zijn dood aangeslagen door de vrouwe van Assche. Maar door tussenkomst van Adriaen Rampenbergh kende de meier van Asse het perceel voor tien gulden toe aan de weduwe van de niet bij naam genoemde bastaard die in grote armoede leefde. Zij wou het goed verkopen, wat Adriaen Rampelbergh verhinderde door het aan de kerk te schenken. Daarmee was de zaak nog niet opgelost want iemand verzocht de markiezin van Asse om het perceel aan de arme wezen te schenken. Uiteindelijk moeide de landdeken zich met de zaak. Hij zocht naar een oplossing in der minne. Gillis en zijn vrouw mochten het perceel behouden maar konden het pachten voor 2 gulden of kopen voor 32 gulden. Beide partijen aanvaardden het voorstel en werd van kracht als de aartsbisschop ermee akkoord ging.

1628. Een toeslag voor de pastoor[8].

Met het akkoord van aartsbisschop Jacob Boonen betaalde de rentmeester van de abdij, Charles Snellincq, vanaf 1627 aan de pastoor 26 gulden extra en eenmalig 40 gulden voor de grote en zware reparaties aan de pastorie.

Onderaan werd de opmerking toegevoegd dat er slechts 25 gulden werd betaald.

1628. Nieuwe klokken voor de kerk[9].

Pastoor Jan Bernaerts en de kerkmesters Peeter Van Neervelt en Jan Verlijsen Jan  Lauwereijs, Cornelis, Peeter Rampelberch, Rasen De Merchie, Merten Robijns en Joos Van Neervelt gaven op 17 november 1628 aan klokgieter Peeter De Cleck van Mechelen de opdracht om een nieuwe klok te gieten voor de parochiekerk. Ze stelden de volgende eisen:

1- Een klok van 1200 pond van goede aloije en klank en zonder gebreken.

2- Hij moet ook een gescheurde klok van 700 pond hergieten en tot 800 pond brengen met dezelfde klank als voorheen.

3- Hij krijgt ook de opdracht om een schelleken van 150 pond te gieten.

4- Hij zal om de drie jaar instaan voor het onderhoud.

5- Voor elk nieuw pond zal hij 13 ½ pond ontvangen.

6- Voor het hergieten van de gescheurde klok 2 stuivers het pond.

7- De betaling zal als volgt geschieden: met Kerstmis 1628 en 1629 telkens 400 gulden en met Kerstmis 1630 het resterend bedrag.

Peeter De Cleck ging akkoord met deze opdracht: te volle betaelt te wesen. Oirconde mijns naems etc. Peeter De Clerck.

1634. Aanvraag tot het oprichten van een Broederschap van de H. Rozenkrans[10].

Op 5 februari 1634 richtten pastoor Joannes Bernatius, de schepenen Joos Van Neervelt, Peeter Van Rampelbergh, Erasmus De Merchie, Marten Robijns en kerkmeester Michiel Crick in naam van heel de gemeente een verzoek tot de eerw. Ludovicus Caneels, supprior  van de eerw. P. Adrianus Paymans, prior en doctor in de H. Godheid van ’t klooster der Predikheren van Brussel. Zij hebben vernomen dat de Broederschap van de H. Rozenkrans van O.-L.-Vrouw veel profijt en geestelijke vruchten voortbrengt op plaatsen waar die wettelijk is opgericht en haar statuten worden onderhouden. Daarom vragen ze om in de Sint-Michielskerk zo’n broederschap op te richten. Zij zullen de kapel van het hoogaltaar ten eeuwigen dage versieren met een tafereel van de 15 mysteries en alle statuten van poinct tot poinct onderhouden. Als de eerw heer prior de iiver en de devotie van de verzoekers tot de H. Moeder en Maagd Maria goed bevindt, wil hij dan met de autoriteit die de paus hem heeft toegekend, Ludovicus Caneels die broederschap met al haar privilegies en aflaten laten instellen met de volgende conditie. Als de predikheren ooit een klooster in Hekelgem zouden hebben, dan zullen zij de broederschap met alle toebehoorten en renten aan het klooster overdragen.

1637. Schenking van een onbehuisde hofstede.

Op 9 februari 1637 stelden meier Charles de la Mars, de schepenen van Affligem Joos Van Neerveld, Joos Van Langhenhove, Merten Robbijns, Melchior Van Den Driessche, Gillis Van Ghinderachtere en Adriaen Van Varenberge met Wambacq als griffier een schenkingsakte op. Schepen Erasmus de Merchy  en Amelberghe Verooten zijn vrouw schonken aan Jan Bernaerts, priester licentiaat in de theologie en tegenwoordig pastoor van Hekelghem en aan zijn opvolgers een onbehuisde hofstede gelegen in Hekelgem, groot twee dagwanden zesentwintig roeden, palend aan de Kerkweg van Hekelgem naar Hekelgem, aan de goeden Jan Van Beringhen en aan het curengoed van Hekelgem.

1638. Testament voor heer Jan Bernaerts[11].

Op 7 januari 1638 liet Jan Baptist Bernaerts, pastoor van Teralfene, bij notaris François Wambacq[12] met als getuigen meester Andries De Wever en Jan Janssens zijn testament  opstellen.

1 Vooreerst herroept hij alle voorgaande testamenten.

2 Hij wil in de kerk begraven worden.

3 Hij legateert 200 missen tot lafenis van zijn ziel en voor elke mis zal 6 stuivers worden betaald en voor de uitvaart 10 stuivers.

4 Aan de heer Lenardt Moens, priester, geboren te Antwerpe, laat hij zijn pastorale en een zilveren lepel na, waarde vijf gulden

5 Aan David Van Wemmele,  licentiaat in de rechten te Buggenhout een zilveren lepel, waarde zes gulden

6 Aan heer Jan Bernaerts, zijn neef en aan zijn zuster Anneken elk drie gulden

7 Zes witte wassen kaarsen, elk van zes stuivers om te zijner intentie te laten branden en zesendertig stuivers eens om te distribueren aan de armen.

8 Hij laat alle de boeken geërfd van zijn heer oom heer Jan Bernaerts na volgens de schikkingen diens testament.

9 Al zijn resterende goederen, meubels en andere laat hij aan Jeroniemus Bernaerts en jufvr. Christina Van Den Heviele? zijn vader en moeder.

10 Als executeurs van zijn testament heeft hij gekozen heer en meester Franciscus Van Passenne, griffier van de Hoge Raad van Mechelen. Hij zal daarvoor een zilveren lepel, waarde zes gulden ontvangen.  

Aldus gedaan in Hekelgem ten huize van de heer pastoor.

1660. Jan Vermoesen restaureert de kerk.

Op 8 januari 1660 sloot metselaar Jan Vermoesen uit Moorsel een overeenkomst af met de pastoor en de kerkmeesters van Hekelgem om een aantal herstellingen aan en in de kerk uit te voeren.  Zijn werk hield:

1 Vier gaten maken om de vensters en de afhanck[13] te verhogen en al wat daaraan ontbreekt repareren; de vensters plaatsen, van buiten met arduin en van binnen met kareel.en  hetzelfde werk aan de noordzijde.

2 De gevel van buiten naast de toren met arduin opmetselen en ook een kleine gevel van kareel zoals de andere is.

3 De afhanck welven zoals de andere is.

4 Voor alle nodzakelijke stellingen zorgen, zowel voor binnen als voor buiten. Hij dient de stellingen in Moorsel te halen en ze na de voltooiing van het werk ze terug te voeren zonder de kosten aan te rekenen.

5 Zijn werklieden moeten de timmerman helpen bij het werk aan het dak van de zijbeuk.

6 Jan Vermoesen aanvaardt ook het kruiswerk noord en zuid binnen de kerk te breken en te repareren.

Voor al dit werk zal de metselaar desom van 17 pond Vlaams ontvangen en tijdens het werk  een half ton goed bier. De betaling gebeurt als volgt: de eerste week van het werk twee pond, de tweede week ook twee pond, op het einde van het werk vier pond en de rest een maand na het werk. Al het werk moet gedaan zijn een maand na Pasen op boete van twee pond Vlaams.

R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 3.

1651. Een lening voor Peeter Schoep[14].

Op 13 januari 1651 stelden notaris Franchois Wambacq en de schepenen van Affligem een akte van lening op voor Michiel De Bisschop. Peeter Schoep van Essene ontving 488 gulden 19 ½ stuiver en moest jaarlijks aan Jan Wouters, bosmeester van Affligem, 18 gulden 1 stuiver 1 oord betalen. Als pand gaf hij:

1 Een hofstede met huis, schuur en stallen in Essene waar Peeter nog woont. De hofstede paalt aan de straat, Joos De Jonghe, De Moorter en de erfgenamen Adriaen Van Vaerenberghe.

2 Een onbehuisde hofstede in Essene gelegen aan Den Creckelendriesch, Jan De Meij en Stevens.

3 Twee en half dagwand land op De Moorter en Foost.

4 Twee en half dagwand land op “De Moorter en “Foost.

Meier Charles de la Mars en schepen Peeter Van Langenhove registrreerden de akte voor de schepenbank van Affligem op 18 maart 1652.

1663. Gillis Vermoesen koopt land[15][16].

Op 6 maart 1663 kocht brouwer Gillis Vermoesen[17] uit het Mazits twee percelen land. Het eerste perceel, groot omtrent 1 dagwand, werd Het Verleijsen Vijverken genoemd en was eigendom van de H. Geest van Hekelgem. Het paalde aan de voetweg van Boekhout naar Aalst, aan Michiel De Kegel, de straat en het kerkgoed van Hekelgem en was belast met twee sisteren rogge jaarlijks aan de pastoor te geven. Het tweede perceel was van de kerk van Hekelgem, ook omtrent 1 dagwand groot en paalde aan Het Verleijsen Vijverken, de straat, Gillis Verhoeven, Adriaen De Schrijver en Joos De Greve. Samen brengen de percelen 10 gulden 6 stuivers pacht op.

Gillis kocht de percelen voor 700 gulden waarvan 300 gulden onkwijtbaar met een rente van 18 gulden 15 stuivers en de twee sisteren rogge. Dezelfde rente gold ook voor het tweede perceel. Gillis kon die 400 gulden in twee schijven afbetalen.

Pastoor Bernaerts en Gillis Vermoesen vroegen de aartsbisschop Andreas Creusen[18], hem ooijtmoedelijck biddende om zijn toestemming voor de verkoop die die hij deed tot groot prouffijte van de voorschreven kerck ende huijsarmen.

Op verzoek van de pastoor gingen Michiel Wambacq en Nicolaes Robijns de percelen bekijken en oordeelden dat de verkoop zeker de huisarmen zou ten goede komen. Het voorstel werd aan landdeken De Walssche voorgelgd en die gaf zijn fiat op 16 maart 1663. Nu diende aartsbisschop Creusen nog akkoord te gaan. Hij stelde op 23 april 1663 als voorwaarde dat, wanneer de 400 gulden werden afbetaald, de som terstond werd belegd en dat de landdeken jaarlijks de opbrengst zou contrleren.

Maar tegen de geplande verkoop kwam er protest. Nog voor de verkoop kon plaats vinden was Gillis overleden en erfden de wezen van Jan Vermoesen van hun oom de hofstede met de brouwerij. Franchois Vermoesen, broer van Gillis en Jan vroeg de aartsbisschop om in het belang van de wezen de aankoop niet te laten doorgaan. Hij werd in zijn verzoek gesteund door heel wat gemeentenaren: Merten Robijns, Adriaen Van Rampelberch, Racen De Merchy, de weduwe Aert Robijns, Adriaen De Leeuw, Peeter Van Neervelt, Henderick De Donder, Michiel De Keghel, Joos De Greff end, Pauwels Van Den Eijnde, Jan Van Den Driessche, Jan De Vis, Henderick De Decker, Michiel Carnoy, Merten Van Den Berch en Enghel Verhoeven. Het advies dat de landdeken hen op 19 april liet weten was dat de verkoop van de percelen ten voordele van de huisarmen en de kerk toch zal doorgaan met als openbare verkoop aan de meest biedende.

1667. Uitvoering van het testament van bosmeester Jan Wouters[19].

Op 8 februari 1667 verscheen Jan Van Nuffel, erfgenaam van Jan Wouters voor de schepenbank van Affligem met schepen Philips Van Gete, die optrad als vervanger van meier Michiel Wambacq en de schepenen Nicolaes Robijns, Adriaen Van Nuffel en meester Andries De Wever. Als enige erfgenaam en uitvoerder van het testament dat de bosmeester op 21 februari 1661 door Michiel De Bisschop had laten opstellen, had hij de volgende opdrachten:

1- Een som van 48 gulden bestemmen voor twee wekelijkse missen in de kerk van Hekelgem. De eerste op donderdag ter ere van het H. Sacrament en de tweede op vrijdag ter ere van het H. Kruis.

2- 18 gulden zijn bestemd voor de armen

De mis op vrijdag moet door de pastoor van Hekelgem worden opgedragen en daarvoor zal hij jaarlijks 21 gulden trekken, de koster 1 gulden en 2 gulden voor de kerk

3- De pastoor van Hekelgem zal van Peeter Van Neervelt jaarlijks een rente van 17 gulden 12 ½ stuivers ontvangen op 4 februari volgens de constitutiebrief van 28 januari 1661 van de Affligemse schepenbank.

4- Van de weduwe Geraerdt De Corte zal hij een rente van 6 gulde 10 stuivers ontvangen op 23 november.

5- De pastoor en de armenmeester Peeter De Clercq kunnen jaarlijks 18 gulden  1 stuiver 1 oord aan de huisarmen geven op 1 oktober

1667. Testament van Machiel De Keghel[20].

Pastoor Martinus Van den Nest stelde op 26 augustus 1667 het testament op van Michiel De Keghel. Machiel schonk zijn kinderen Hendrik, Elisabeth en Michiel elk 200 gulden. Hendrik en Michiel mogen zijn pacht overnemen zonder tussenkomst van de andere kinderen. Machiel zal van alle andere kinderen 3 gulden ontvangen voor het vlas dat zij hebben gezaaid en Michiel niet. Hendrik en Michiel krijgen elk een wollen hemd, Elisabeth een lijfken ende kovel naer  staet en tenslotte wil hij dat er na zijn dood 30 zielenmissen worden opgedragen.

R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 244.

1667. Testament van Daniël Sickel[21].

Op 27 december 1667 liet Daniël Sickel pastoor Van den Nest zijn testament opstellen.

Aan Catharina Maes van Aalst schenkt hij 100 gulden, maar als zij voor hem komt te sterven gaan de 100 gulden naar Adriaen Maes van Asse. Hij wil dat er voor eeuwig drie jaargetijden worden gezongen, de 1ste op 31 augustus, de 2de op 13 november, de derde op de dag van zijn overlijden. Als het jaargetijde wordt gezongen, zal men drie zakken koren bakken voor de armen. Voor elk vat koren bestemt hij een gulden. Voor het luiden tijdens zijn uitvaart bezet hij een schelling. Na zijn overlijden wil hij dat er 2 vaten koren worden gebakken voor de armen, een vat tarwe voor de Kapucienen van Aalst als ze naar de uitvaart komen, ook een vat tarwe voor de Karmelieten van Muilem als ze naar de uitvaart komen. Voorts wwil hij 100 missen voor zijn zielenrust en schenkt hij vijf pond groot aan de eerw. heren van Affligem en vijf pond groot voor …….

Als al deze dingen betaald zijn, kan het overschot dienen voor missen voor de armen. Tot slot vraagt hij de pastoor van Hekelgem dit alles te volbrenghen en geeft hem daarvoor zes pond groot.

Dit alles is geschied sonder eenighe fraude ende met mijnen vollen verstande ter presentie van Adriaen De Ridder ende Jan Meijsman.

1667. Uit de nalatenschap van Erasmus De Merchy en Amelberghe Verooten[22].

Voor de schepenen en meier Philippe Wambacq van de schepenbank van de abdij verscheen op 4 april 1667 Philips Van Gete, schepen en chirurgijn van de abdij als voogd van de kinderen van Erasmus De Merchy en Adriana De Merchy. Waren ook aanwezig: Peeter Pauwels, weduwnaar van Jaecquemijne De Merchy; Guilliam Cadron?? Man van Anna De Wever, dochter van Petronella De Merchy; Joos Van Opstal, man van Jaecquemijne De Bisschop; Peeter Mannaert, man van Anna Van Den Houte, dochter van Anna De Merchy. Zij waren kinderen en erfgenamen van wijlen Eraesmus De Merchy en Amelberghe Verooten. In hun testament hadden zij de volgende schikkingen getroffen:

De pastoor van Hekelgem, Martinus Van Den Nest, kreeg rente van 30 stuivers van een hofstede in Essene, palend aan de straat, de erfgenamen van sieur Hendrick Wellens, de goeden van Franchois Willems en aan de goeden van de erfgenamen Gillis Van Den Broecke. Van de pastoor werd verwacht dat hij en zijn opvolgers gedurende 50 jaar elk jaar twee gezongen missen tot lafenis van hun zielen zou opdragen. Van de 30 stuivers waren er 20 bestemd voor de pastoor en 10 voor de koster.

Die gegeven ende gepasseerd sijn op den vierden dach der maend van april int jaer ons Heeren als men schreeff duijsent sesse hondert sevenentsestich.

1667. Testament van Elisabeth De Leeuw[23].

Op 9 november 1667 liet de zieke Elisabeth De Leeuw[24], dochter van Jan, in haar huis haar testament opstellen door notaris Martinus Wambacq. Zij was weduwe van Jan Schockaert en voorheen weduwe van Jan Baeyman. Zij wou in de kerk van Hekelgem een ‘behoorlijke’ uitvaart met begrafenis op het kerkhof aldaar. Haar bezittingen verdeelde zijn als volgt:

1- Zes gulden voor de paters Karmelieten van Aalst om 12 requiemmissen te celebreren.

2- Drie gulden aan de pastoor van Hekelgem, afkomstig van de huur van de windmolen op de Boekhoutberg, om jaarlijks twee requiemmissen voor haar overleden echtgenoten op te dragen. Van dat bedrag is 20 stuivers voor de pastoor, 10 stuivers voor de koster, 10 stuivers voor het gebruik van de ornamenten van de kerk en de resterende 20 stuivers zullen uitgedeeld worden in brood voor de huisarmen.

3- Zij verpacht de windmolen aan Guilliam De Vis en zijn vrouw voor een termijn van negen jaar vanaf 9 november 1667 voor 30 ponden groten Vlaams.

4- Schenkt aan Guilliam De Vis en zijn vrouw de helft van de windmolen met het huis, de schuur, de stallingen en alle andere edificiën, groot een dagwand en half, palend aan de straat, Geerardt Carnoy, meester Philips Tielman en Pauwels Van Den Eijnde.

5- Een dagwand en half land op Boeckhoudt gelegen voor haar universele erfgenamen.

Als executeurs koos ze broers en zuster.

Als getuigen tekenden Geeraerdt Carnoy en Geerardt Pauwels, Elisabeth, die niet kon schrijven, tekende met een kruis.

1669. Volmacht[25].

Op 22 april 1669 gaven Michael Cornelis[26] en Anna De Smet aan elkaar de volmacht om in het geval van het overlijden van een van beiden, de overlevende de volmacht had om hun goederen te verkopen of om hun schulden te betalen. Pastoor Martinus Van den Nest stelde dee tekst op in aanwezigheid van Peeter Areijs ende Jan Areijs.

MICHAEL CORNELIS, zoon van JOANNES CORNELIS en BARBARA WAMBACQ. Hij is gedoopt op zondag 6 juli 1636 in HEKELGEM. MICHAEL trouwde, 20 jaar oud, op zondag 24 juni 1657 in HEKELGEM met ANNA SMET, 22 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 1 november 1634 in HEKELGEM. ANNA is overleden op maandag 16 december 1697 in HEKELGEM, 63 jaar oud.

1671. Lijst van de goederen van de cure van Hekelgem[27].

Op vraag van de aartsbisschop van Mechelen tevens abt van Affligem stelde pastoor Martinus Van den Nest op 4 november 1671 een lijst op van de bezittingen van de pastorie.

1- Het derde deel van de gehele tiende van dese parochie.

2- Een huis met een vleughe met de wallen, groot vijf dagwand en half, palend aan Andries De Wever, de kerkweg van Bleregem, een voetweg en de straat van de Fossel naar de kerk.

3- Een hofstede met een vijver, groot drie dagwand 33 roeden, palend de straat, Andries De Wever en  het curegoed.

4- Een dagwand land palend aan de heer Joannes Baptista Bernaerts, meester Andries De Wever en de goeden van Affligem.

5- Een dagwand land palend met twee zijden aan de straat rechtover de pastorie, Jan De Valck en  Michiel De Boitselier.

6- Een droge weide,  groot zes dagwand, palend aan de kerkweg van Bleregem, ’t goed van de H. Geest van Hekelgem, Raesen De Merchy en de goederen van Affligem.

7- Op het ‘Verlijsen Vijverken’ heeft de pastoor twee sisteren rogge.

8- Op een stuk land geheten ‘Den Capruijn’ twee sisteren rogge.

9- De Kerk van Hekelgem geeft jaarlijks aan de pastoor een rente van zes gulden, voor het zingen van twee jaargetijden van de vrienden van Anthoon De Clerck en Jacob De Block ontvangt de pastoor jaarlijks twintig stuijvers, voor het zingen van het lof van O.- L.- Vrouw 32 stuivers, voor het zingen van het lof van het H. Sacrament 20 stuivers, voor een jaargetijde voor meester Merten ?

10- De H. Geest geeft jaarlijks een rente van vier gulden 16 stuivers.

11- Een jaarlijkse rente van 21 gulden voor een wekelijkse mis van het H. Sacrament.

Subscriptie 4 november 1671. M. Van Den Nest pastor in Hekelghem.

1671. Testament van Jan De leeuw[28].

Op 24 november 1671 liet de zieke Jan De leeuw[29] zijn testament opstellen, wellicht door de pastoor. Hij wil begraven worden rechtover de lijkdeur na een uitvaart met drie gezongen missen en vijf kaarsen. Voor zijn zielenheil wil hij 20 gezongen missen.

Zijn goederen moeten gelijk onder zijn kinderen wordenverdeeld, behalve voor zijn dochter Maria. Zij krijgt vooraf het achtste deel van een hofstede in de Bosstraat. Zijn zoon Jan zal vooraf 30 gulden krijgen.

Jan tekende met een kruis.

1672. Verhuur van de kerk- en armengoederen[30].

Condities waarop de pastoor, kerk- en armenmeesters van Hekelgem ten overstaan van de drossaard en de schepenen van het markiezaat, vrijheid en het Land van Assehun goederen aan de meestbiedende kunnen verhuren

1- De velden en weiden worden verhuurd met palmslagh ende hoogen. 2/3 van het opbod is door de huurder te betalen, 1/3 is voor de huurder.

2- De verhuurders zullen pas de palmslag geven als het bod hoog genoeg is. Wie de palmslag heeft, kan anderen nog laten bieden.

3- Wie huurder blijft, moet na de laatste stokslag de palmslag betalen en het opbod.

4- De goederen worden verhuurd met de opgegeven afmetingen en voor een termijn van zes jaar vanaf Kerstmis 1673..

5- Als van sommige percelen niet geweten is wanneer de pacht afloopt, dan kunnen de huurders nog drie jaar over het goed beschikken.

6- De huurders moeten het goed achterlaten in de staat die ze hebben aangetroffen bij het begin van het huurcontract.

7- De huurders van weiden en beemden moeten de bramen en doornen verwijderen en de grachten en beken open houden.

8- De akkers moeten minstens tijdens de laatste drie jaren van de huurtermijn tweemaal bemest en bezaaid worden.

9- De huurders moete de kanten beplanten.

10- Zij moeten de straten, beken, bruggen en waterlopen onderhouden op hun kosten.

11- Zij moeten alle bedeb, subsidies en andere lasten betalen.

12- Op de vervaldag of uiterlijk zes weken daarna betalen zij de pacht in de handen van de kerkmeesters en de huisarmenmeesters hetzij in geld of graan dat behoorlijk is gewand.

13- De huurders mogen het gepachte goed niet aan anderen verhuren zonder het consent van de verhuurder.

14- De huurders mogen de voor van de scheiding met andere percelen niet veranderen op boete van 23 stuivers..

15- De huurders hebben geen recht op het hout tenzij dat van de tronken dat zij eenmaal mogen kappen.

16- De huurders moeten na de laatste stokslag voor elk dagwand een jaar pacht betalen en zes stuivers voor de kosten.

17- De huurders moeten voor voldoende pand zorgen, het zij met personen of met gronden en erven

18- Wie daarvan in gebreke blijft, verliest de huur. Het goed wordt dan opnieuw verhuurd en als de huurprijs hoger ligt, dan is het profijt voor de verhuurder.

19- De verhuurders mogen zich houden aan het laatste opbod tot de palmslag.

20- Deze condities blijven geldig tot het einde van de termijn.

1673. Testament van Peeter Van Rampelbergh[31].

Op 27 mei 1673 stelde pastoor Martinus Van den Nest in aanwezigheid van Joos Eeman en Aert De Vis het testament op van Peeter Van Rampelbergh. Na de gebruikelijke vermelding dat Peeter ziek is, maar nog bij zijn volle verstand en de sekerheijt van de dood ende de onsekerheijt van de uere van de selve beveelt naer sijne dood sijne siele aen Godt den heere, de heijlighe maeghet Maria ende het geheel hemelsch geselschap ende sijn lichaem aen de aerde het welck hij begeert begraeven te hebben op het kerckhof van de parochiekerck van Hekelghem (ist dat hij aldaer comt te sterven) met een eerlijcke uijtvaert naer advenant sijnen staet, volgt de verdeling van zijn goederen.

Zijn vrouw Anna Clauwaert is zijn enige erfgenaam van alle goederen die hij van zijn moeder Maria Van der Hoeven erfde. Voor een jaarlijks jaargetijde op de dag van zijn overlijden schenkt hij vijf schellingen per jaar


[1] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 279.

[2] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 346.

[3] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 6.

[4] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 6.

[5] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 348.

[6] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 223.

[7] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 7.

[8] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 191.

[9] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 24.

[10] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 224.

[11] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 35.

[12] FRANCISCUS WAMBACQ is geboren omstreeks 1580 in ESSENE, zoon van MICHIEL WAMBACQ en BARBARA DE WEVER. FRANCISCUS is overleden op donderdag 30 juni 1661 in ESSENE, ongeveer 81 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, ongeveer 33 jaar oud, op dinsdag 3 september 1613 in ASSE met CATHARINA DE TROCH, ongeveer 26 jaar oud. Zij is een dochter van JAN DE TROCH en CATHELIJNE T’SAS. Zij is gedoopt omstreeks 1587.

[13] Afhanck: uitbouw.

[14] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 349.

[15] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 349.

[16] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 9.

[17] EGIDIUS VERMOESEN huwde op zaterdag 19 februari 1661 in HEKELGEM met CATHARINA UYTENDENOLIE. CATHARINA is overleden op zaterdag 2 juli 1678 in HEKELGEM

[18] Andreas Creusen, ook Cruesen of Crusens (Maastricht, 1591Brussel, 9 november 1666) was de vierde bisschop van Roermond van 1651 tot 1657 en de vijfde aartsbisschop van Mechelen. Zijn wapenspreuk was:Victrix fortunae sapientia (Wijsheid overwint het lot). Op zijn graftombe in de Sint-Romboutskathedraal wordt hij Andreas Cruesen genoemd.

[19] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 226.

[20] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 244.

[21] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 245.

[22] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 37.

[23] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 38.

[24] ELISABETH DE LEEUW, dochter van JOANNES DE LEEUW en MARIA CORNELIS. Zij is gedoopt op zondag 9 juli 1606 in HEKELGEM. ELISABETH is overleden op dinsdag 15 november 1667 in HEKELGEM, 61 jaar oud.

[25] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 236.

[26] MICHAEL CORNELIS, zoon van JOANNES CORNELIS en BARBARA WAMBACQ. Hij is gedoopt op zondag 6 juli 1636 in HEKELGEM. MICHAEL trouwde, 20 jaar oud, op zondag 24 juni 1657 in HEKELGEM met ANNA SMET, 22 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 1 november 1634 in HEKELGEM. ANNA is overleden op maandag 16 december 1697 in HEKELGEM, 63 jaar oud.

[27] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 199.

[28] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 248.

[29] JOANNES DE LEEUW. Hij is gedoopt op woensdag 6 augustus 1614 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op donderdag 10 december 1671 in HEKELGEM, 57 jaar oud. JOANNES trouwde met MARGARETA DE CLERCQ. MARGARETA is overleden op zondag 13 januari 1669 in HEKELGEM

[30] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 10.

[31] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 249.

Het manuaal van pastoor Du Four.


Adrianus Philippus Du Four, zoon van Petrus en Catharina Berrevoets, werd gedoopt op vrijdag 6 maart 1693 in Ninove. Hij overleed op woensdag 16 april 1749 in Teralfene, 56 jaar oud.

In 1734 stelde pastoor Du Four zijn handtboeck van inkomsten verbonden aan zijn ambt op. Het ging om alle de pastorale goederen, cijnzen, rechten en molumenten met vermelding van de goederen gelegen in Teralfene, Hekelgem, Liedekerke, Erembodegem en Iddergem die hij op kerstavond 1734 opnieuw verpachtte onder de volgende voorwaarden:

1. De pachters zijn verplicht bovenop de pachtsom ook alle lasten en contributies van de overheid aan de ontvangers van de vermelde parochies te betalen.

2. Als de pacht zes weken na de vervaldag niet is betaald, dan kan de verhuurder de goederen aan een ander verhuren zonder tussenkomst van de twee steden van het Land van Aalst, Aalst en Geraardsbergen of enige andere instantie.

3. De pachters verbinden zich ertoe dat, in het geval zij de hoger vermelde dorpslasten niet betalen, de verhuurder de achterstallige gelden kan verhalen op hun persoon en op hun huidige en toekomstige goederen en dat van hun erfgenamen. Alle kosten daarvan zijn door hen te betalen.

4. De pachters moeten het pachtcontract ondertekenen of hun merkteken zetten in aanwezigheid van twee getuigen.

De pastorale goederen gelegen in Teralfene.

1. Een half bunder land op De Heuvels palend aan palend aan Joos Van Nieuwenhove en Francis De Pauw, met de andere zijde aan Judocus Van Den Abbeele en Guillam Cortvrint. Gepacht door Jan Beeckman voor een termijn van zes jaar voor de som van 14 gulden per jaar plus alle lasten die de majesteit kan opleggen volgens de condities hiervoor vermeld. Bovendien moet hij 14 dagen voor de kermis van Teralfene twee koppel kiekens leveren.

Jan Beeckman sloot dan op kerstavond 1740 een nieuw contact voor 6 jaar af voor 16 g en twee koppel kippen.

2. Een half dagwand meers gelegen achter Den Daal, palend west het goed van Affligem, oost de kerk van Teralfene en de losweg, noord Cornelis Arijs. De pastoor verkocht in 1737 het hooi met de tommaert aan Martinus Tastenoy voor 7 g met een koppel kiekens, in 1738 aan Pieter ? van Hekelgem voor 6 g en de toemaat aan Pieter Steenhout 2 g 2 st, in 1739 aan Bastiaen Van Mol met de toemaat voor 8 g. In 1739 verpacht aan Pieter Van Den Berghe voor 6 jaar voor 7 g en een koppel kippen. Op het einde van de termijn was Pieter de pastoor nog 16 stuivers schuldig en hij noteerde in zijn manuaal: niet meer aen den selven te verhuren als sijnde eenen quaden betaelder. Dient voor memorie.

3. Een meers op Den Dender, groot elf roeden, palend met een zijde aan Arnhout Eeckhout en met de andere zijde aan Charel Van Ginderdeuren. Verpacht aan Pieter Van Den Bergh  samen met Het Pesterveld” op Hekelgem.

4. Een hoplochting van 213 r, palend aan Judocus Van Den Abbeele, west de straat, oost de voetweg en zuid Francis Van Vaerenbergh, gebruikt bij de heer pastoor.

5. Een hofstede palend west de straat, noord de weduwe van Joos Van Vaerenbergh, oost de voetweg en zuid Judocus Van Den Abbeele, groot 142 r, verhuurd van jaar tot jaar aan Jacobus VanDen Berghe met alle lasten en contributies voor 12 g en een varkenshesp vanaf de Kerstmis van 1735. Voor de helft verhuurd aan dezelfde tot Kerstmis 1740 voor 6 g en twee koppel kiekens ieder jaar voor kermis. Nu verpacht aan Judocus Koeck en Jan Christiaens voor een termijn van 6 jaar vanaf 1742  voor 15 g en een koppel kiekens te geven 14 dagen voor de kermis.

6. Een land op Den Bremt, groot 60 r, palend noord en west het goed van de abdij, zuid de straat, west Pieter Van Janbeeck, weduwnaar, verhuurd aan Pieter De Coninck voor 6 g en twee koppel kippen vanaf kerstmis 1734 voor 6 jaar.

7. Een land op Den Bocht, 15 r verhuurd aan Joos Vaereman voor een termijn van 6 jaar voor 21 st en een koppel kiekens, vanaf kerstavond 1734, andermaal verhuurd aan Vaereman voor 6 jaar voor 24 st. Zijn zoon betaalde voor 1744 tot 1748.

8. Het bos Den Papenhoek gelegen achter Den Daal, groot 57 r, palend west en noord het goed van Affligem, oost Jan Eeckhout en Michael De Buscop, zuid dezelfde Buscop. De pastoor verhuurt jaarlijks het gras voor 3 g met last van de riolen te ruimen door pachter Hendrick Meuleman op zijn kosten, ingaande Kerstmis 1740.

9. Hendrik Meuleman huurt 1/3 van het gras van Den Bauweel voor de som van 2 g met last van op zijn kosten te rajoullen,  ingaande Kerstmis 1742. Hij moet jaarlijks leveren een koppel kiekens 14 dagen voor de kermis. Hij heeft al een stuk varkensvlees van 3 pond à 3 st het pond geleverd.

10. Nog 1/3  van het bos op Den Bauweel, groot 41 2/3 r. Blijft in het bezit van de pastoor en als de bomen worden verkocht is 1/3 voor de pastoor. De Kerk heeft de helft getrokken van de verkoop van een es staande in de kant van de weide verhuurd aan Jan Beeckman. Ik moet dus de helft hebben van de bomen aan het hopveld van Beeckman. Den onderwas van het gras is verhuurd aan Hendrik Meuleman met last van ruimen voor 2 g zonder korting op de pachtsom, ingaande op kerstavond 1742 en alle jaren een koppel kiekens. In 1742 betaalde hij 2 g voor 3 jaar in plaats van de kiekens en de andere jaren bleef hij schuldig.

11. Van het bos Den Daal is het gras verhuurd aan Hendrik Meuleman voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1740 voor de som van 3 g met last van op zijn kosten te roiioulen en alle 3 jaar  een koppel kiekens te geven14 dagen voor de kermis. Verkocht aan dezelfde 300  dekstro aan 3 g 5 st1 o het honderd, komt op 9 – 15 – 1.

Ik heb voor Hendrik 2 missen gelezen en in 1743 3 vaten graan gehaald aan 12 st, komt op 1 – 16 – 0. In 1744 haalde de knecht 6 vaten graan aan 12 st, komt op 3 – 12 – 0 en in 1746 nog 5 vaten aan 16 st.

De goederen te Liedekerke.

1.Op De Bordelle een meers groot 1 d 20 r, palend west en oost het goed van Affligem, noord Cornelis Eeckhout, zuid ………..  De pastoor verkocht in 1735 het hooi aan Pieter Droeshout voor 18 g en de toemaat voor 7 g, in 1737 het hooi en de toemaat aan Pieter Van Vaerenbergh en consoorten voor 25 g, in 1738 het hooi voor 18 g aan Jaspar Van Vaerenbergh en de toemaat  voor 4 g 10 st aan Jan Boudart. Nadien gebruikte hij zelf het hooi en verkocht alleen de toemaat tot 1745.

2. Een meers van 1 d en 50 r, palend west de eerw. paters Carmelieten van Muilen, noord de Dender, oost het goed van de abdij, zuid ……….. De pastoor verkocht het hooi en hield de toemaat zelf. In 1737 het hooigras verkocht voor 18 g, de toemaat voort 7 g. In 1738 het gras verkocht aan Jaspar Van Vaerenbergh voor 18 g, de toemaat aan Jan Boudart voor 4 – 10 – 0; in 1739 het hooigras verkocht aan Jacobus Van Den Berghe voor 17 g, de toemaat aan dezelfde voor 6 g; in 1740 alleen de toemaat verkocht aan Jacobus Van Den Berghe voor 16 – 14 – 0. In 1741 en 1745 alles zelf gebruikt.

3. Een meers van 1 ½  d,  palend west de eerw. paters Carmelieten van Muilem, noord de Dender en oost het goed van de abdij van Affligem, zuid ……….. In 1737 het gras verkocht aan de koster en Jan Van Vaerenbergh voor de som van 18 – 10 – 0, de toemaat aan Joos Vaereman voor 6 – 10 – 0. In 1738 het hooigras verkocht voor 22- 0 – 0, de toemaat aan Adriaen De Reuse voor 8 g; in 1739 het hooigras verkocht voor 23 – 10 – 0, de toemaat 9 – 0 – 0, in 1740 het gras verkocht aan Jan Goossens voor 35 – 0 – 0, de toemaat aan David Verbeecken voor 14 – 0 – 0 en vier schellingen aan knecht en meiden; in 1740 zelf gebruikt.

De goederen te Hekelgem.

1. Een d 7 r land gelegen op Het Pestervelt,  palend oost en noord het goed van de abdij van Affligem in pacht bij Gillis Van Den Broeck nu Pieter Van Den Berghe, zuid en west het koutergat en het land van de kerk van Teralfene, verhuurd voor een termijn van 6 jaar voor de 7 g ingaande op kerstavond 1734 en jaarlijks te brengen twee koppel kiekens 14 dagen voor de kermis bovenop de pachtsom. De kiekens geleverd tot het jaar 1738. In 1742 verhuurd aan Judocus Coeck en Jan Christiaens filius Jan voor 12 g met een koppel kiekens.

2. Drie d 50 r land op De Ballei volgens een oud curenboeck,  palend west Pieter Eeckhout, de twee ander zijden aan het goed van de abdij komend aan Den Drapdriesch. Verhuurd in drie delen vanaf kerstavond 1734 voor 6 jaar voor 8 g het dagwand waarvan 1 d in gebruik bij koster Jaspar Van Vaerenbergh voor 12 vaten graan volgens het pastoraal boek met last van jaarlijks voor de kermis een koppel kiekens te brengen. Het ander dagwand is verpacht aan de weduwe van Gillis Van Overstraeten voor 8 g voor een termijn van 6 jaar vanaf  kerstavond 1734 met ook jaarlijks te leveren een koppel kiekens 14 dagen voor de kermis van Teralfene . Vanaf 1740 verhuurd aan Adriaen Arijs,  haar schoonzoon voor 6 jaar voor 10 g met dezelfde condities. Het derde blok verhuurd aan Adriaen Van Vaerenbergh met dezelfde condities en vanaf 1740 en 1746 opnieuw verhuurd aan Adriaan voor 10 g.

De goederen te Erenbodegem.

1.Een land gelegen op Het Hageveld, groot 75 r, palend oost Jan Baptista Van De Maele en erfgenamen van Jan Dedemaecker, west het koutergat, noord Joos Van De Maele filius Jans, verhuurd vanaf kerstavond 1735 aan Joos Beeckman voor 5 g met dezelfde verplichting van jaarlijks een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene. Na de termijn van 6 jaar werd de pacht verlengd met 6 jaar voor dezelfde prijs.

2. Een dagwand 20 roeden land het Ronsevaalveld, verhuurd met dezelfde condities aan Cornelis Arijs voor 6 g en een koppel kapoenen. Vanaf 1737 twee koppel kiekens in plaats van kapoenen.

3. Een voormalig bos van 75 r nu land  komend tegen de Kleistraat of Groenstraat en aan de ander zijde De Rozenbos, de andere zijde tegen het goed van Caijman van Aalst, belast in het cijnsboek of spijker van Aalst toebehorend de weduwe De Camps, nu heer De Smet baljuw van het markizaat van Lede met een kapoen en twee deniers per jaar, verhuurd aan Michael Vertonghen en nu overgelaten met consent van de heer pastoor van Teralfene aan Rogier Hutsbaut voor 4 g 10 st 1 kapoen en 2 deniers in de spijker van Aalst en het leveren van een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene.

4. Een dagwand bos op het Letterveldt in het Achter Heijenbroeck, palend oost Francis De Pauw, zuid het goed van de abdij. De pastoor behoudt het bos en kapt het alle acht jaen in twee parcelen. Dient voor gouverne.

Landpacht te Idergem.

96 r land, palend oost Jan Lievens, zuid Francis Heeman, west Den Aelsterschen wegh” en noord Francis Heeman. Verhuurd aan Adriaen De Deijnne wonende in Iddergem voor de som van 1 g 8 st en vier vaten koren waarvan hij tweejaarlijks 2 vaten moet geven aan de kerk van Idergem en 2 vaten de kerk van Teralfene en een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene. Op kerstavond verhuurd aan Pieter Sterck voor 6 jaar  voor de som van 6 g 10 st en een koppel kiekens te geven 14 dagen voor onze kermis.

Documenten uit het oude archief van Teralfene.

Inventaris van de kerk van Teralfene 1622[1].

In 1622 stelde pastoor Joannes De Ruijsschere[2] een lijst op van het kerkbezit.

Een kelk met inscriptie “Sint Jan Evangelist”.

Twee paar stenen amppullen.

Een rokij armesijnen[3] beurs met toebehoren zonder kelkdoek.

Een beurs met knoppen en toebehoren zonder kelkdoek.

Een rode grote gebloemde kazuifel gemaakt anno 1620, kostprijs 24 gulden.

Een kleine rode gebloemde kazuifel met een altaarkleed en nog een stoffen dwaal voor het hoogaltaar.

Nog een rode kazuifel.

Een violette kazuifel uit 1621, kostprijs 16 gulden.

Een slechte bijna versleten kazuifel.

Twee alben[4] met kantwerk aan de hals en aan de mouwen met drie ?? waarvan de beste gemaakt is anno 1621 met twee amicten[5] en twee ronde gedraaide garengondels.

Nog een slechte albe met een amict?

Een antipendium of altaarkleed voor het Onze-Lieve-Vrouwaltaar met een band van rode grote bloemen zoals de beste kazuifel met drie gouden (maar slechte) parementen door gemaakt voor anno 1621, gegeven van de gemeente door het bidden van de pastoor.

Nog een antipendium van dezelfde stof en fatsoen voor Sint-Jansaltaar ook gegeven door de gemeente door het bidden van de pastoor.

Een paar rode armesijnen gordijnen voor het hoogaltaar.

Een paar meijen of bloempotten gekocht anno 1621.

Een tabernakeltje met versiersel om het H. Sacrament op het altaar daerin te zetten. Het versiersel is zoals het antipendium van het hoogaltaare.

Nog drie paar gordijnen, voor elk altaar een paar. Ze zijn  van verschillende kleur.

Nog twee antipendia, een aan het hoogaltaar en een  aan het Onze-Lieve-Vrouwaltaar die dagelijks hangen.Drie mappen of dwalen[6] voor elk altaar een om boven ende sijn gecocht anno 1621 ende 1622.

Nog twee kleine dwalen, een voor het hoogaltaar en een voor Onze-Lieve-Vrouw.

Daar is nog oud lijnwaad zoals dwalen om onder de beste te leggen.

Twee missalen, een grote en een kleine, de groten gebonden anno 1620 en de andere ook dan gekocht.

Een graduwale[7].

Een antifonaal (muziekboek) gekocht anno 1620.

Een psalterium.

Een processionaal.

Een pastoraal.

Twee kussens voor het hoogaltaar van dezelfde stof zoals het antipendium en de dwalen.

Drie tapijtkussens om voor de celebrant, diaken en subdiaken, gemaakt anno 1621 van een oud tappijt.

Nog versiersel voor het H. Sacramenthuisje.

Een tapijtantipendium voor Sint-Jansaltaar.

Vier kleine metalen kandelaars op het hoogaltaar, twee op het Onze-Lieve-Vrouwaltaar.

Nog 2 kandelaars met lange pinnen op het Sint-Jansaltaar.

Een wierookvat van koper.

Twee schilden aan de gordijnroden van Onze-Lieve-Vrouwe, gemaakt anno 1621.

Drie zilveren buskens voor het H. Oliesel en het chrisma, gemaakt anno 1621 in Mechelen, kostprijs IV gulden.

Een blauw fluwelen doos om met Pasen de geconsacreerde hosties in te doen.

Een wijwatervat.

Een stenen om de handen voor de handwassing tijdens de mis.

Een witte gebloemde rok voor Onze-Lieve-Vrouw voor het klein kindeken Jesu.

Een witte kelkdoek met een kruis door en kantwerk aan de rand.

Een overrok voor de pastoor en een voor de koster.

Twee kanten voor het antipendium van het hoogaltaar en van Onze-Lieve-Vrouw autaer met noch twee om elc banxken met blou luwaet onder gedriecht deze heeft geprocireert (van een jouffrouw) den pastoor anno 1621.

Item noch eenen witten clinkanten keijssers hoet met noch zes groote ronde ende vier cleijne van de selve stoffe met noch andere rondeeltens om te croonen ende noch andere ronde ?? van verscheijde coleuren gegeven anno 1621 van de jonge dochters ende dat door het bidden van de pastoor.

Item noch eenen gedraeijden candelaer daer die mechdelees op staet gemaeckt anno 1620.

Item een groote belle die voor het H. Sacrament gaet als men totte zieken gaet met noch cleijn andere om te clincken onder de misse.

Item ………………. verder heeft de pastoor niets meer genoteerd.

1656. De schenkingen van Geeraert Muylaert[8].

Toen de welgestelde ziek te bed lag en aan zijn overlijden dacht, liet hij een aantal akten opstellen voor de bestemming van zijn goederen.

– Op 24 juli 1656 liet hij twee akten opstellen. De eerste betrof een schenking aan de Kerk van Teralfene van 8 ponden groot om jaarlijks 12 missen voor zijn zielenrust te celebreren op de eerste op de dag van zijn overlijden. Voor elke mis kreeg de pastoor 20 st en de koster 10 st. Wat overbleef was voor de Kerk. De tweede akte betrof een schenking van 40 ponden 5 schellingen groot voor de huisarmen van Teralfene. Dat bedrag moest direct na zijn overlijden aan de pastoor en de advocaat Taelman worden betaald. Zij moesten instaan  voor de verdeling ervan. Als onderpand gaf Geeraert:

1.De meers in de Klapstraat, groot 380 r, palend aan Joseph en Adriaen Van vaerenberghe en Jan Van Nieuwenhove.

2.Een meers van 214 r palend aan Jan Van de Maele, de erfgenamen van Pieter Van Vaerenberghe en de straat.

3.De meers Den Appelboom die paalde aan Frans Van Vaerenberghe, de heer Dongelberch en de Wisselmaat gracht.

4. De meers D’Hertstocken, groot 12 r, palend aan Joos Asselman en het bos.

5. Een veld op het Molenveld, groot 60 r, palend aan Cornelis Van Langenhove, Niclaes De Reuse en de beek.

6. Een veld op de Steenberg, groot 84 r, palend aan Ransen Joos, Joos Asselman en de Klapstraat.

7.Een veld achter Den Daal, groot 24 r, palend aan Niclaes Cortvrindt, Geert Eeckhout en de Dender.

8.Een rente van 12 ponden ten laste van meerdere personen van Teralfene, Liedekerke en Denderleeuw. De akte werd ondertekend door Geeraert zelf, pastoor Peeter De Vleeschouwer, baljuw Niclaes Cortvrindt, Geeraert Van Nieuwenhove, Gillis Cricke en P. Eeckhout.

– Op  28 juli 1656 regelde hij de erfenis van zijn goederen. Hij liet de schenking aan de huisarmen verminderen tot 22 ponden groot[9] aan de huisarmen van Teralfene en van 8 ponden groot aan de pastoor. De akte werd ondertekend door burgemeester Gillis Cricke, officier Joos De Bolle en Schepen Pieter Eeckhout.

– Met de akte van 18 augustus 1656, verleden door de meier en de schepenen van de heerlijkheid Erembodegem, regelde hij de overdracht van zijn goederen aan de kinderen van zijn zussen Anna en Marie. De kinderen Jan, Gillis , Geert, Joos, Marie en Cathelijne van Anna en haar man Peeter Van Vaerenberghe kregen de helft van de gronden en de renten, de andere helft ging naar Jan Van Vaerenberghe, de zoon van Marie:

1.De hofstede met huis, schuur en stallen die hij bewoonde en paalde aan Michiel Eeckhout en Jan Van Vaerenberghe, zoon van Geert.

2.Een hofstede gelegen tegenover de eerste en die paalde aan Van Langenhove, Jan Van Vaerenberghe, de zoon van Peeter, en de beek Moicke.

4.Een velde gelegen achter Ten Daele, palend aan de weduwe Geeraert Van Vaerenberghe en aan de erfgenamen Jan Eeckhout.

5. Een perceel gelegen op de Steenberg, palend aan Joos Van Schingen en aan Joos Asselman.

6. Twee d 14 r meers gelegen in Liedekerke, palend aan Jan Van de Maele en aan de erfgenamen Peeter Van Vaerenberghe.

7. Een meers gelegen in Liedekerke, palend aan Francis Van Vaerenberghe, de diensten van Ninove, de heer Dongelberch en de Wisselmaatgracht.

8. Een meers te Liedekerke in de Ertstocken, groot 112 r, palend aan Joos Asselman en de bossen.

9. Een veld op het Molenveld in Liedekerke, groot 60 r, palend aan Cornelis Van Langenhove, Niclaes De Reuse.

10. Een meers in de Klapstraat, groot 3 d 50 r, palend aan Cornelis Segers, Adriaen Van Vaerenberghe, Jan Van Nieuwenhove en het goed van Dillegem.

11. Een rente van 3 ponden tot last van Joos Dirickx, Denderleeuw, en zijn goederen.

12. Een rente van 6 ponden tot last van de weduwe Jan De Bolster, Liedekerke, en haar goederen.

13. Tien gulden 10 st. tot last van Hendrick Snel, Liedekerke, en zijn goederen.

14. Een rente van 6 g tot last van Joos Van Linthout, Teralfene, en zijn goederen.

15. Een rente van 15 g tot last van Adriaen Van Vaerenberghe, Teralfene, en zijn goederen.

16. Een rente van 6 g tot last van Peeter Pauwels, Hekelgem, en zijn goederen.

17. Een rente van 121 g tot last van Niclaes Evenepoel, Liedekerke, en zijn goederen.

De schenkingen zijn op conditie dat de schenker levenslang het usefruct behoudt. In dezelfde akte verminderde hij zijn giften aan de Kerk van Teralfene van 8 naar 4 ponden en de huisarmen kregen nog slechte 10 ponden te betalen door zijn erfgenamen na zijn overlijden, maar ze moesten wel 1 800 g geven aan de pastoor van Teralfene en de advocaat Taelman. Een opmerkelijke bepaling in de akte is de onterving van Geeraert Eeckhout ten voordele van Jan Van de Maele en Jan Van Vaerenberghe voor alle gronden en renten gelegen in de baronie van Liedekerke. Diezelfde Geeraert Eeckhout wachtte nog een tweede onterving. De volgende dag, op 19 augustus, moest hij voor de meier en de burgemeester van Denderleeuw verschijnen om te vernemen dat hij ook geen recht meer had op de rente van 3 ponden groot tot last van Joos Dierickx van denderleeuw en dat ten voordele van  van de kinderen van zijn zussen. De akte werd ondertekend door meier Francis Snel en de schepenen Joos Roelant en Jan Steppe.

Die nieuwe beslissing wekte heel wat ongenoegen bij de pastoor en de verantwoordelijken voor de huisarmen. De pastoor, de baljuw NIclaes Cortvrindt, de schepen P. Eeckhout en de kerk- en armenmeesters Joos Asselman en Geeraert Van Nieuwenhove schreven een brief naar aartsbisschop en abt van Affligem, Karel de Croy, met de melding dat Geraert Muylaert volgens hen onwettige veranderingen had aangebracht aan de akten van schenkingen. De rechtsgeleerden die ze hadden geraadpleegd bevestigde hen dat Geeraert zich moest houden aan de bepalingen van zijn eerste schenkingen. Zij verzochten de aartsbisschop de erfgenamen te dwingen zich te houden aan de bedragen van die eerste schenking. Op 10 november volgde de aartsbisschop het standpunt van de rechtsgeleerden en hij werd gevolgd door de heer van Erembodegem op 15 december 1656.

Parenteel van JOANNES MUYLAERT.

I. JOANNES MUYLAERT, † te TERALFENE op 22 april 1654, hij huwde met GERTRUDIS DEKENS, † te TERALFENE op 19 november 1646.

Uit dit huwelijk:

1. ANNA, volgt IIa.

2. MARIA, volgt IIb.

3. PETRUS MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 1 september 1605, † aldaar 1632.

4. GERARDUS MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 22 juni 1613, † aldaar 1656.

IIa. ANNA MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 31 oktober 1599, † aldaar op 14 april 1649, zij huwde te TERALFENE op 28 mei 1619 met PETRUS VAN VARENBERGE, † te TERALFENE op 27 oktober 1662.

Uit dit huwelijk:

1. JOANNES VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 3 maart 1620, † aldaar 1696.

2. MARIA VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 24 januari 1622, † aldaar 1623.

3. PETRUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 1 februari 1624.

4. EGIDIUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 17 december 1626, † aldaar 1698.

5. MARIA VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 6 mei 1629, † aldaar 1665.

6. GERARDUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 12 januari 1632, † aldaar 1707.

7. CATHARINA VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 15 maart 1635, † aldaar 1695.

8. JUDOCUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 15 november 1637.

9. GERTRUDIS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 20 mei 1643, † aldaar 1648.

IIb. MARIA MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 6 augustus 1602, † aldaar op 8 april 1628, zij huwde te TERALFENE op 26 november 1624 met GUILIELMUS VAN DE MALE.

Uit dit huwelijk:

JOANNES VAN DE MALE, gedoopt te TERALFENE op 25 maart 1626.

De rekeningen van pastoor Peeter (Pieter) De Vleeschoudere[10][11].

Wat er met de schenkingen van Geeraert Muylaert aan de Kerk en armen van Teralfene gebeurde, lezen we samen met andere betalingen in de rekeningen die pastoor De Vleeschoudere presenteerde aan de baljuw en de schepenen van Teralfene.

1.De rekening van 31 december 1646 voor de bouw van een nieuw curenhuis (pastorie).

Ontvangsten.

– Ontvangen van Adriaen Van Nuffel vanwege de aartsbisschop van Mechelen voor de bouw van het curenhuis: 200 – 0 – 0.

– De verkoop van het oud curenhuis op 23 maart 1637 bracht 130 – 0 – 0 op. Van die som gaf Jan Eechout 14 g aan baljuw Eechout[12] die we nog dat bedrag schuldig waren.

 – De opbrengst van de kerkhop in 1643 met kerkmeester Franciscus De Buschop, verkocht aan Thomaes De Hert te Aalst, diende om Guillam Van Den Meerssche te betalen.

– De kerkhop van 1644 bracht 51 – 2 – 0 op.

– Van de kerkhop van 1645 met als kerkmeester Jan Eechout werd een partij verkocht aan Jan Van Den Abbeele: 27 – 10 – 0. Er bleef nog 100 hop over, gewogen door Cornelius Van Langhenhove[13] schepen.

– Franciscus De Bisschop betaalde als afkorting van zijn rekening op 1 maart: 1645: 35 – 6 – 0 en Joos Van Schinghene[14] op 4 maart 1645: 16 – 0 – 0.

– Op 12 maart 1644 het oud stro van de pastorie verkocht door de baljuw: 12 – 14 – 0.

– Het schuddelinck van het deckstroo door de baljuw verkocht: 7 – 3 – 0.

– Het block van eenen boom aan de baljuw door Niclaes Meert verkocht: 0 – 14 – 0.

– Op 15 mei 1645 ontving Niclaes Cortvrint van de 20ste penning van zijn koop toebehorende aan de kerk van Teralfene 8 – 0 – 0, van Hendrick De Schrijver over dezelfde  20ste penning 12 – 0 – 0 en van Cornelius Van Langhenhove 3 – 0 – 0.

– Op 12 november 1645 met Jan Eechout,  kerkmeester, en schepen Joos Van Varenberghe  in de parochie omgehaald 11 – 18 – 2.

– Ontvangen van Jan Eechout 5 – 1 – 0.

– De klei en de kalk van het afgebroken huis verkocht aan Guillam Van Den Meerssche voor 3 g 10 st.

– Joos Van Schinghene betaalde op 18 december 1644 aan mij en aan baljuw Eechout 2 ducatons, 28 g 15 st, Joos ontving 37 g 12 st waarvan de baljuw Eechout 29 g 3 st heeft gekregen, de pastoor 6 g, de koster 2 g voor de uitvaart van de koningin van Spanje, 5 g  12 st werden uitgegeven aan kaarsen voor de uitvaart en voor de kerk, blijft: 13 – 12 – 0.

– Joos gaf mij op 16 november 1646 nog 3 g 10 st en kortte nog 36 voor het jaargetijde van  Lieven Motteman.

– Van Joos Van Varenberch 7 – 0 – 0.

–  Op 7 april 1646 van baljuw Cortvrint 6 – 0 – 0.

–  Van de kerkmeester Joos Van Nuwenhuve ontving de pastoor gelden die dienden voor de betalingen van geleverd werk voor de pastorie: op 21 januari 1646 voor Cypriaen Ghelij, kareelbakker: 14 – 0 – 0, op 3 februari 1646 voor Michiel Meert, slotenmaker te Aalst: 12 – 18 – 0,  op 9 november 1646 voor Gheert Eechout: 9 – 3 – 0, op 12 november 1646 voor Michiel Meert: 4 – 10 – 0,  op 17 mei voor de daguren van Michiel Van Varenberch, timmerman 5 – 17 – 0, op 17 december voor Michiel Meert voor ijzerwerk thuis geleverd 3 – 12 – 0, op 18 december 1646 voor Gheert Eechout 4 – 10 – 2,  op 17 december 1646 voor  Jaspar Vermoesen, zoon van Michiel van het kalkhuis te Aalst voor geleverde kalk en stenen  23 – 0 – 0.

– De pastoor leverde bomen uit het curenbos op conditie dat de gemeentenaren 100 g zouden betalen aan de kerk, zij betaalden 66 g 7 st.

Somma van de ontvangsten: 681 – 16 – 2.

Uitgaven.

– Op 28 april 1644 het huis van Guillam Van Den Meerssche gekocht door de baljuw Michiel Eechout en schepen Niclaes Cortvrint: 400 g.

– Aan baljuw Eechout de 200 g van de aartsbisschop Jacobus Boonen overgemaakt.

– Aann Gheert Eechout voor bier voor de gemeentenaren bij de afbraak van het huis: 6 – 0 – 0.

– Op 2 oktober 1644 aan Joos Van Schinghene voor een boom: 14 – 0 – 0.

– Op 22 mei 1644 aan Jan De Meijer en Philips De Clerck om 450 ribben te zagen: 3 – 7 – 2.

– Op 5 juni 1644 aan timmerman Michiel Van Varenberghe voor 14 dagen werk: 12 – 12 – 0.

– Op 27 juni 1644 aan twee werklieden: 1 – 0 – 0.

– Op 24 augustus 1644 aan timmerman Peeter Van Varenberghe voor 12 ½ dagen werk: 11 – 5 – 0.

– Aan gedronken bier bij de timmermannen en de zagers: 2 – 16 – 0.

– Op 6 juni 1644 aan smid Gillis Arijs voor 16 ijzeren staken met een gewicht van 224 pond:  26 – 10 – 0.

– Op 27 juni 1644 aan Niclaes Meert voor twee bundels latten: 1 – 16 – 0.

– Op 3 oktober 1644 aan Niclaes Cortvrint voor 4 bundels latten: 3 – 12 – 0.

– Aan Gheert Eechout voor de jonge eiken boompjes die na taxatie heeft laten staan op de bosjes waar men de bomen van het curenhuis heeft verkocht: 2 – 8 – 0.

– Op 17 september 1644 aan Josijn De Leeuw voor nagels: 2 – 0 – 0.

– Op 20 juni 1644 aan Pieter De Hond, dakbedekker, voor 5  daguren: 3 – 10 – 0.

– Op 3 oktober 1644 aan Jan Arts, de knecht van Pieter De Hond: 2 – 10 – 0.

– Aan twee bundels latten: 1 – 16 – 0.

– Op 25 juni 1644 aan heer Jan Van De Ghylen voor 175 dekstro bij zijn moeder geleverd: 8 – 15 – 0.

– Aan Joos Scheerlinck voor3 potten bier gedronken door Adriaen Van Varenberghe voor het halen van het stro te Erembodeghem met zijn wagen: 0 – 4 – 2.

– Op 16 september 1644 aan Adriaen Michiels voor een lat ijzer: 1 – 10 – 0.

– Op 17 oktober 1644 aan Michiel Vermoesen voor 3 stukken kalk: 2 – 14 – 0.

– Voor het huren van zakken voor twee dagen: 0 – 3 – 0.

– Op 12 oktober 1644 aan Jan De Leeuw, metselaar voor twee dagen werk en voor 3 dagen van zijn diender: 3 – 10 – 0.

– Aan Guillam, de preter[15] van Hekelgem drinkgeld voor ? die op het huis op Hekelgem is gestoken: 0– 6 – 0.

– Op 9 november 1645 aan Jan De Leeuw, metselaar, voor het metselen van de schouw en de kelder: 27 – 0 – 0.

– Aan baljuw Eechout voor 4 jaar huur van zijn stallen wat de gemeente moet betalen: 0 – 0.

– Aan Jan De Leeuw ,metselaar voor het werk: 0 – 7 – 2.

– Aan Michiel de knecht van Gheert Eechout drinkgeld gegeven om een boom te halen in Bauweel op de kluis: 0 – 2 – 0.

– Op 1 maart 1645 aan Peeter Roelant voor 150 dekstro: 6 – 15 – 0.

– Op 25 maart 1645 aan Van Der Poorten te Welle voor 400 dekstro: 18 – 0 – 0.

– Aan Gillis Arijs voor ijzerwerk: 5 – 10 – 0.

– As de gemeentenaren pleisterden en voor 20 schoven stro: 1 – 0 – 0.

– Op 2augustus 1645 aan Michiel Van Varenberghe voor zijn  werk aan het huis: 10 – 16 – 0.

– Nog 3  daguren aan diverse personen betaald: 1 – 10 – 0.

– Voor de uitvaart van de koningin van Spanje is door de baljuw Eechout aan de pastoor betaald 6 g en aan de koster 2 g: 8 – 0 – 0.

– Voor de kaarsen van de uitvaart en voor de kerk aan Guillam Van De Mael te Brussel 5 – 12 – 0.

– Aan Michiel Van Varenberch voor 46 voeten bert: 2 – 6 – 0.

– Op 5 november 1645 aan Hendrick Cortvrint voor 30 stukken: 24 – 0 – 0.

– Aan de voerman voor de delen van Aalst tot Teralfene te voeren en tot drinkgeld: 0 – 6 – 0.

– Op 7 november 1645 aan Bartholomeus Van Den Spieghele voor 1550 kareel: 8 – 10 – 2.

– Op 27 juni 1645 aan Franciscus Lambrecht voor 6 kalkzakken: 0 – 15 – 0.

– Op 14 oktober 1645 aan 150 dekstro : 6 – 15 – 0.

– Op 7 november 1645 aan Jan Chenoy voor 400 kareel: 2 – 4 – 0.

– Aan Cypriaen Gheleijn voor 7 707 kareel: 42 – 7 – 0.

– Aan dezelfde Cypriaen voor 300 kareel beloopt – 1 – 13 – 0.

– Op 23 november 1645 aan Michiel Vermoesen voor 400 dubbele Antwerpse pavensteen: 4 – 10 – 0.

– Aan Cornelius Van Langhenhove van Erembodegem betaald voor 200 dekstro: 9 – 14 – 0.

– Aan Andries Raedtmacker op Bouckhout en aan Joos Linthout om diverse stukken te zagen: 4 – 6 – 0.

– Nog betaald aan 4 daguren: 2 – 0 – 0.

– Op 29 november 1645 aan 8 vaten kalk:

– Op 13 november 1645 aan Jan Eeman voor een bundel latten en 7 dagen werk: 4 – 10 – 0.

– Aan Niclaes De Reus voor 3 dagen en een half werk: 1 – 5 – 0.

– Aan dezelfde en aan Cornelius Van Langhenhove voor een bundel latten: 1 – 0 – 0.

– Aan dezelfde en aan Joos Van Nuwenhove voor 5 dagen werk: 2 – 10 – 0.

– Aan  dezelfde en aan Jan De Vrindt voor 5 dagen en een half werk: 2 – 5 – 0.

– Nog betaald voor 3 daguren: 1 – 10 – 0.

– Voor twee latten: 0 – 2 – 2.

– Op 29 november 1645 aan Gregoir Dons, steenkapper, voor een dag werk: 0 – 18 – 0.

– Op 27 november 1645 aan timmerman Jacques Sterck voor 22 dagen werk: 17 – 18 – 0.

– Op 8 december 1645 en op 1 maart 1646 aan Jan De Leeuw voor de kamer, keuken, voorvloer, kelder en spiende te paveren en de trappen te metselen etc: 10 – 0 – 0.

–  Op 4 januari 1646 aan Josijn De Leeuw voor nagels door haar geleverd: 13 – 2 – 0.

– Aan Micjhiel Vermoesen te Aelst in het kalkhuis: 47 – 11 – 0.

– Peeter Eechout de jonge heeft geleverd: 4 berden door de koster, op 10 oktober 1645 32 voeten bert, gemeten door Jaeck Sterck, timmerman, en op 12 dito nog 60 voeten bert door dezelfde gemeten, op 30 augustus 1645 heeft hij nog geleverd een boom voor 8 g.

– Aan Gheert Eechout: 19 – 8 – 2.

– Aan Michiel Meert, slotenmaker te Aalst: 21 – 0 – 0.

– Op 22 januari 1646 aan Gillis Arijs voor ijzerwerk: 0 – 16 – 0.

– Nog  aan 2 lenen, 2 …. , 3 grendels met 2 krammen, een houvast, het kelderslot met de sleutel en aan een sleutel voor de grote kamer: 1 – 11 – 2.

– Aan Jan Bronckost voor een glazen venster op de zolderkamer: 1 – 0 – 0.

– Aan Franciscus Cortvrint over 4 delen ? op 27 november 1645: 3 – 4 – 0.

– Op 13 juni 1646 aan Merten Kuijpers voor wijmen: 2 – 0 – 0.

– Op 30 mei 1646 aan Joos De Pape en Adriaen De Leeuw voor 433 voeten kepers, rijghels ende wormeijnden door hem gezaagd: 3 – 10 – 0.

– Op afkorting en betaling van het gekocht huis door Cornelius Van Langhenhove, schepen, aan Guillam Van Den Meerssche: 33 – 0 – 0.

– Op 4 maart 1645 aan Guillam Van Den Meerssche de volle betaling door de baljuw Eechout en Cornelius Van Langhenhove, schepen te Aalst: 44 – 0 – 0.

– Voor de onkosten door Gilliam Van Den Meerssche voorgeschoten door de baljuw en Langhenhove: 1 – 13 – 0.

– Jan Eechout op afkorting van zijn rekening aan het curenhuis gezaagd hout: 14 – 6 – 0.

– Aan Gheert Eechout voor een stijl 9 voeten lang en een plaat 21 voeten lang: 3 – 0 – 0.

– Op 17 mei 1646 aan Michiel Van Varenberch, timmerman, voor zijn daguren: 5 – 17 – 0.

– Voor de uitvaart van de prins van Spanje Balthasar Carolus[16] voor de pastoor 6 g en voor de koster 2 g: 8 – 0 – 0.

Somma van de uitgaven: 783 – 7 – 2.

De ontvangst was: 681 – 16 – 2.

Ergo meer uitgegeven als ontvangen: 101 – 11 – 0.

Aldus gepasseerd ter presentie van Niclaes Cortvrint baljuw der vierschaar van Erembodegem, Jan Van Varenberghe en Cornelius Van Langhenhove, schepenen op de laatsten dag van december 1646.

Ik onderschreven beken ontvangen te hebben uit handen van Joos Van Nuwenhove op afkorting van het slot van zijn rekening en de betaling van de schulden van het curenhuis van 101 – 11 – 0 de som van 27I g en 6 st. Item uit handen van Gillis Van Varenberghe de som van 74 g 5 st waarmee ik beken voldaan te zijn.

3 Xbris 1648 Ondertekend Peeter De Vleeschoudere pastoor in Teralfene.

2.De rekening van 22 januari 1671.

– Joos Dierickx van Denderleeuw betaalde een rente van 3 ponden groot van 1656 tot 1661.

– Marten Linthout en Jan Van Vaerenberghe namen de rente over van 1662 tot 1666.

– Hendrick De Schrijver en nadien zijn weduwe Jenneken betaalden de rente 10 g 10 st van Hendrick Snel, zoon van Joos uit Liedekerke  van 1660 tot 1665.

– Niclaes Evenepoel van Liedekerke betaalde  een rente van 2 ponden groot voor 1656 tot 1670.

– De weduwe van Jan De Bolster van Liedekerke betaalde een rente van 6 g tot 1664.

Gerardus Van Nieuwenhove[17], getrouwd met Anna De Bolster, dochter van Jan, betaalde 6 g voor 1659, 1660 en 1663 .

– Franciscus Van Vaerenberghe betaalde de rente van 6 g voor 1662.

– Adriaen Van Vaerenberghe, zoon van Geerard en man van Jaecquemijne De Reuse, betaalde voor zijn schoonouders Jaecques De reuse en Catlijn De Schrijver, die een rente hadden van 15 g voor 1657 tot 1668.

– Niclaes De Reuse[18] had een rente van 31 g en 5 st in 1656.

– Adriaen Van Nieuwenhove[19] en zijn vrouw Anna Eeckhout, dochter van Peeter leende een bedrag met een rente van 13 g 5 st die ze betaalden van 166 tot 1669.

– Geert Van Nieuwenhove, zoon van Joos had een rente van 15 g in 1671.

– Peeter De Clerck van Erenbodegem had een rente van 11 g van 1657 1663. Vanaf 1664 betaalde Franciscus De Clerck die rente tot 1668.

– Niclaes De Reuse had een rente van 6 g in1656. Hij betaalde de lening af in 1660.

–  Op 22 juni 1661 loste in Sint-Kwintens-Lennik schepen Cornelis Van Langenhove een lening af van 250 g.

– Adriaen Van Nyghem betaalde een rente van 7 g van 1663 tot 1665.

– De rente van Gillis Van Blijenberghe uit Sint-Katharina-Lombeek bedroeg 6 g 5 st liep van 1661 tot 1665 en in 1666 betaalde zijn weduwe.

– Jan Van De Maele had een rente van 3 g ½ st en betaalde van 1660 tot 1664.

– Jan De Witte en Cathlijn Eeckhout, zijn vrouw hadden een rente van 6 g volgens de schepenbrief van 20 oktober die liep van 1665 en in 1669 werd afbetaald.

– Joos en Peeter Van Varenberghe, zonen van Adriaen hadden een rente van 6 g vaaf 1667.

– Jan Van Varenberghe, zoon van koster Peeter kreeg een lening van de Kerk en de armen van 15 g 9 st waarvoor hij jaarlijks 19 ½ st moest betalen van 1660 tot 1665..

– Machiel Arijs, zoon van Gillis, betaalde een rente van 30 g vanaf 1666.

 Summa van de ontvangsten: 2589 g 4 st  2 o.

Uitgaven.

– Op 19 april 1660 6 g betaald aan Peeter Van Nijghen, zoon van Peeter en zijn vrouw Gillijn Van Den Broeck in tegenwoordigheid van schepen Cornelis Van Langenhove, Niclaes De Reuse en Adriaen Van Nieuwenhove.  Later werd het bedrag aan Adriaen Van Nijghen en zijn vrouw Jenne De Peutter betaald.

– Op 10 november 1660 6 5 st betaald aan Gillis Van Blijenberghe in aanwezigheid van de schepenen Michiel Eeckhout en Cornelis Van Langenhove.

– Op 15 februari 1661 ontvingen oud-baljuw Michiel Eeckhout en de schepen Cornelis Van Langenhove van de  vierschaar van Erenbodegem, om te voldoen aan rente van 4 ponden groot voor de Kerk van Teralfene

 – Aan Smiedts voor het schilderen van God aan ’t kruis, de H. moeder Maria en Sint-Jan, het buitenwerk rondom het hoogaltaar: 30 – 0 – 0.

– Op 27 juli 1661 te Brussel op de vaart aan Bartholomeus Van Turnhout voor 30 geschelpte delen waarmee het koor van Sint-Jan is gelambriseerd: 17 – 5 – 0.

– Op 6 juli 1662 aan dezelfde Bartholomeus Van Turnhout voor 16 geschelpte delen om een helft van het koor van Onze-Lieve-Vrouwkerk te lambriseren: 8 – 16 – 0.

– Op 24 december 1661 aan Jan Coeck, timmerman, voor het lambriseren van Sint-Janskoor en gekruisigde God met Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan tegen de muur van de kerk te plaatsen: 20 – 0 – 0.

– Aan meester Jan Van Den Kroegh, schilder van Antwerpen, op 13 december 1661: voor twee schilderen en door hem geleverd aan de kerk van Teralfene, te weten Christus zittende op de blauwe steen en Onze-Lieve-Vrouw ……….. die in het hoogkoor hangen: 40 – 0 – 0.

– Op 16 december 1661 aan schrijnwerker van Affligem voor de twee lijsten voor de twee schilderijen: 3 – 5 – 0.

– Op 3e maart 1662 aan meester Jan Cortvriendt 350 g voor het altaar Onze-Lieve-Vrouw:  132 – 9 – 0.

-Aan Jan Coeck, timmerman, voor het zagen van bert en rebben voor de kerk op 13 maart,  28 mei en 2 november 1662: 7 – 7 – 3.

– Aan de heer Carel Van De Kerckhove, pastoor van Liedekercke, op 17 december 1661 voor het grote schilderij in het hoogkoor van de kerk: de boodschap van H. Engel Gabriel aan de moeder Gods: 30 – 0 – 0.

– Aan de schrijnwerker van Affligem voor de lijst van deze schilderij: 3 – 0 – 0.

–  Aan Jan Van Varenberghe, koster, op 14 october 1662 voor een eijcken bole voor de kerk om daarvan rebben te zagen: 5 – 0 – 0.

– Betaald aan Jan Van Varenberghe, zoon van kerkmeester Geert, om aan de armen uit te delen en de de schulden van de kerk te betalen volgens zijn rekening van 19 december 1662: 89 – 4 – 3.

– Op 12 januari 1663 aan Cornelis Van Nieuwenhove, timmerman, voor het lambriseren van het koor; 19 – 10 – 0.

– Op 20 februari 1663 betaald aan Jan Van Nieuwenhove voor 125 voeten abelen planken: 5 – 12 – 2.

–  Voortot het lambriseren van het koor van Sint-Jan aan nagels, planken en rijgels en het wat hij te kort kwam om de deur te maken van de ingang van het Sint-Janskoor om naar boven te gaan: 5 – 17 – 3.

– Op 20 december 1662 betaald aan Jan Van Varenberghe, koster, voor een eiken bole om daarvan 2 schoren te zagen voor het stutten van de balk op de klokzolder in de toren: 2 – 6 – 0.

– Op 20 februari 1663 aan meester Jan Van Den Kroegh, schilder van Antwerpen, voor het altaarstuk van Sint-Jan in de olie te zetten: 84 – 0 – 0.

– Op 27 april 1663 aan Lauwreijs Bolli, steenhouwer te Brussel,  voor een schelp van Barbansonsteen voor een wijwatervat voor de kerk: 10 – 0 – 0.

– Op 27 juni 1663 aan Jan Couck, timmerman, om alle balken aan drie zijden te schaven en   het hout aan kant die van beneden te zien is en voor het venstergat op de zuidzijde op den zolder twee vensterdeurtjes te maken. Ook voor de plank beneden de zoldering, om een brandgat met een deur in de beuckzolder te maken, om op de hoogste klokzolder de watervensters met de rijghelen te stellen en te nagelen, om 2 schoren te zetten onder de balk in de eerste torenzolder en de balk recht te zetten zodat het anker van buiten de toren recht staat, om de klene klok op te schorssen en te hernagelen, om aan de trap en de deur een vierkante kassijn te maken om van de laagste torenzolder op den beukzolder te gaan: 22 – 0 – 0.

– Aan dezelfde voor anderhalve dag werk in de kerk: de trap af te doen, de winde te maken en voor de nagels: 2 – 0 – 0.

–  Op 30 juli 1663 aan Matthieus Van Hecke voor 60 delen planken voor de kerk waarmee de beukzolder gelegd: 35 – 13 – 2.

– Voor 9 balken voor de beukzolder van de kerk: 12 – 12 – 0.

–  Op 27 oktober 1663 aan Philips Brack, metselaar voor 4 dagen in de kerk te metselen, te weten: het deurgat te kappen om op de zolder te komen, het oud deurgat toe te metselen, de kerk te witten en alles te repareren met zijn knaap: 6 – 0 – 0.

– Op 30 oktober 1663 aan Adriaen Gillis te Aalst voor 1 100 zolderijzers voor de beukzolder:  3 – 6 – 0.

– Op de 25 maart 1664 aan J. De Coninck, griffier van de bank van de heerlijkheid van Kruikenburg voor een schepenbrief van 6 g 5 st per jaar ten voordele van de kerk en de armen van Teralfene en tot last van Gillis Van Blijenbergh en zijn vrouw Martijne Rollet: 2 – 17 – 0. En aan Merten De Kuijper, preter van Sint- Katherina-Lombeek: 0 – 3 – 0.

– Op 16 augustus 1664 aan Matthieus Van Hecke voor 15 grote delen ? 13 – 14 – 0, het transport met het schip: 0 – 9 – 0.

– Op 19 september 1664 aan Matthieus Van Hecke voor 13 planken voor de kerk: 11 – 4 – 0, voor het transport per schip: 10 st 2 o, voor 12 balken 12 voeten lang voor de laagste zolder van de toren: 14 – 8 – 0.

– Op 23snovember 1664 aan meester Jan Cortvriendt de eerste betaling voor het Sint-Jansaltaar door hem gemaat en geleverd voor 330 g te betalen in drie schijven, hier: 100 – 0 – 0.

– Op  20 oktober 1664 aan Jan De Witte en zijn v rouw Cathlijn Eeckhout de jaarlijckse rente tvoor de kerk en de armen van Teralfen: 96 – 0 – 0.

– Op 28 oktober 1664 aa Jan Couck, timmerman, voorr het leggen van de eersten zolder van de toren: 8 – 0 – 0. Voor de nagels: 1 – 10 – 0.

I- Op 28 oktober 1665 aan meester Jan Cortvriendt de tweede betaling van Sint-Jansaltaar: 100– 0 – 0.

– Op de laatste dag van december 1665 aan meester Jaecques Gaudiciabroies te Aelst voor Machiel Arijs een rente van 30 g ten laste van Michiel Arijs: 80 – 0 – 0.

– voor het verloop van negen maanden en 16 dagen, te weten: van 15 maart 1664 tot 31 december 1665: 23 – 17 – 0. De rente van 30 g verschijnt jaarlijcks op 15 maart en het eerste jaar van betaling is 15 maart 1666 met conditie dat hij deze rente mag lossen in twee schijven,  elke keer de helft van de som, te weten 240 g.

– Op 27 maart 1667 aan meester Arnoud De Cock, schrijnwerker van Hekelgem voor een zitbank voor het koor van Sint-Jan, daarin begrepen de mondkosten: 18 – 8 – 0.

– Op 25 mei 1667 aan juffr. Marie Coty, vrouw van meester Jan Cortvriendt op afkorting van de derde betaling van het Sint-Jansaltaar: 51 – 0 – 0.

– Op 18 februari 1669 aan Michiel Arijs voor 124 ponden ijzerwerk, ankers en andersints, voor de pastorie: 15 – 10 – 0.

– Op 7 juni 1669 aan Niclaes Evenepoel voorr 186 voeten planken bij hem geleverd voor  de bouw van de pastorie: 6 – 14 – 1.

– Op den 21oktober 1668 betaald aan Francijn Eeckhout, vrouw van Geert Eeckhout[20] voor een populier voor de bouw van de pastorie: 7 – 0 – 0.

– Op 20 mei 1669 aan Jacobus De Ladron voor 3 populieren en 1 abeel voor de bouw van de pastorie: 21 – 15 – 0.

– Op 28 juli 1669 voor een kar en een half kalk voor de bouw van de pastorie te Brussel aan Margriet Buscops: 5 – 5 – 0. Voor de vracht van Brussel naar Teralfene: 1 – 16 – 0.

– Op 9 juni 1669 aan de baljuw Arnoud Cortvriendt voor 7 populieren aan 5 g het stuk en nog 3 populieren aan 3 g het stuk en 50 latte boomen aan 3 g 15 st voor de bouw van de pastorie: 47 – 15 – 0.

– Op 14 juni 1669 te Brussel aan de weduwe van Batholomeus Van Turnhout wonende op de vaart voor 13 delen berders aan 15 st het stuk: 9 – 15 – 0.

– Op 22 maart 1670 aan de griffier Waesbergh voor de rentebrief tot last van Machiel Arijs en de cassatie van de oude rentebrief ten profijte van meester Jaecques Gaudiciabroies: 1 – 10 – 0 en om voor de kerk en de H. Geest van Teralfene een nieuwe brief te schrijven.

– Op 17 oktober 1670 aan meester Jan Cortvriendt op afkorting van het Sint-Jansaltaar: 12 – 0 – 0.

– Op 28 oktober 1670 aan Joos en Peeter Van Varenberghe,  broers en zonen van Adriaen waarvoor zij aan de kerk en de H. Geest moeten betalen jaarlijks 6 g, het eerste jaar op 28 oktober 1671: 96 – 0 – 0.

– Op 6 januari 1671 aan pater Vicarius van Muilem voor 5 000 kareelstenen voor de   bouw van de pastorie: 31 – 5 – 0.

– Op 28 december 1669 aan Geerard Van Nieuwenhove, zoon van Joos,  waarvoor hij aan de kerk en de H. Geest moet betalen een rente van 15 g bepand op zijn hofstede, groot 1 d en 22 r, met  het huis, schuur en ast: 240 – 0 – 0.

– Op 20 januari 1671 aan Peeter Schellinck voor de aankoop van 10 bomen, zowel abelen als populieren voor de bouw van de pastorie: 19 – 10 – 0.

– Op 8 april 1670 aan de baljuw van Liedekerke voor de aankoop van een 4 eiken uit Liedekerkebos voor de bouw van de pastorie: 19 – 16 – 0.

– Op 8 oktober 1670 aan Arnoud Cortvriendt voor een eiken bole voor rebben voor de pastorie:  24 – 0 – 0.

– Op 7 november 1670 aan meester Jan Lippens, schilder van Aalst over het ……. van de schilderij van Onze-Lieve-Vrouwaltaar door hem van de Fransen gekocht en voor het repareren en vernissen van de schilderij: 10 – 16 – 0.

– Op 28 november 1670 aan Peeter Eeckhout, zoon van Michiel voor een populieren bole om planken te zagen voor de pastorie: 8 – 10 – 0.

– Op 6 december 1670 te Brussel gehaald 3 karren kalk aan 3 g 10 st per kar met 1 wagen met vier paarden: 12 – 0 – 0.

– is de pastoor ………. over XII jaar: 36 – 0 – 0.

Summa van de uitgaven: 2537 – 17 – 2.

Den ontvangst: 2589 – 4 – 2.

Dus meer ontvangen dan uitgegeven: 51 – 7 – 0.

1660. Een lening aan Gillis Van Bleijenberghe[21].

Op 14 december 1660 verschenen Gillis Van Bleijenberghe en Martijne Pollet voor baljuw Martinus De Coninck en de schepenen van de bank en heerlijkheid van Kruikenburg, Wambeek, Lombeek en Ternat voor de opstelling van de akte van een lening. Pastoor De Vleeschoudere leende hen 100 rijnsgulden met een erfelijke rente van 6 g 5 st te betalen aan de armenmeester van Teralfene. Als pand gaven ze een hofstede en 1 d land gelegen aan De Esschene Winckele en palend aan Andries Timmermans, de erfgenamen Erasmus kieckens en de heer ontvanger.

1702. Testament van Geerart Van der Elst[22].

Pastoor Ludovicus De Clerck stelde op 4 maart 1702 het testament op van de zieke Geerart Van der Elst. Geerart bepaalde dat:

1. Zijn begrafenis moest plaats hebben in Teralfene en dat kort na zijn overlijden 100 missen moeste worden gecelebreerd voor zijn zielenheil.

2. Tijdens de uitvaart er te Erembodegem, Muilem en Essene een kaars moest branden met uitdeling van brood aan de armen van Teralfene voor een bedrag van 15 g..

3. Voor een eeuwigdurend jaargetijde voor hem en zijn broers schonk hij aan de kerk van Teralfene 1 d meers gelegen in de Bollemeersch te Liedekerke. Voor elk jaargetijde zou de pastoor 1 g ontvangen en de koster 10 st.

4. Zijn zus Joanna gaf hij voor haar hulp ½ d bos gelegen in het Elsbos.

Gaspar Van vaerenbergh en Peeter Eeckhout waren de getuigen.

1715. De rekening van pastoor De Cleck[23].

Op 21 mei 1715 legde pastoor Ludovicus De Clerck de Rekeninghe, bewijs ende reliqua voor aan de baluw, de meier en de schepenen ende dat van de penningen die den voornoemde heere pastoor genoten ende ontfangen heeft van diversche kerck ende armmeesters ende den uijtgeef bij den selven daer jegens gedaen

Ontvangsten.

– Van G. Arijs, ontvanger van de kerk en de armen: 574 – 18 – 0.

– Van Peeter Vareman, ontvanger: 37 – 12 – 0.

– Van Adriaen Van Droogenbroeck, ontvanger: 75 – 0 – 0.

– Van Michiel De Busschop, ontvanger: 42 – 0 – 0.

– Van mijnheer Blondel, heer van deze parochie,uit pure jonste voor het maken van een nieuw altaar: 96 – 0 – 0.

– Gehaald uit het offerblok van de H. Drievuldigheid: 30 – 0 – 0.

– Van Adriaen Van Droogenbroeck als kerkmeester: 28 – 6 – 0.

– Van Michiel De Busschop: 49 – 0 – 0.

– Van Peeter Vaereman: 21 – 0 – 0.

– Van Geeraert Eeckhout: 63 – 0 – 0.

– Van de heer proost, gewezen landdeken van Aalst: 28 – 0 – 0.

– Ontvangen van de dochters van deze parochie voor het versieren van het beeld van Onze- Lieve-Vrouw: 17 – 3 – 0.

– Voor den aflegh van Jan Van Nieuwenhove, zoon van Geeraert: 56 – 0 – 0.

– Van Judocus Van Den Abbeele: 9 – 2 – 0.

– Van Michiel De Busschop: 75 – 11 – 0.

– Van Haerenaut Eeckhout: 21 – 4 – 0.

– Van Jan Van Nieuwenhove en Adriaen De Busschop van het verkocht goed van juffr. Meulemans, begijntje: 8 – 0 – 0.

– Van Geeraert Eeckhout: 26 – 2 – 2.

– Van Peeter Vaereman: 17 – 0 – 3.

Uitgaven.

– Een voorschot op het schrijven van een obligatie ten profijte van deze kerk en armen tot last van Peeter De Brand en Jan Van Nieuwenhove, zoon van Geert: 4 – 1 – 0.

– Een obligatie voor Joos Suijs ten profijt van deze kerk en de armen: 60 – 0 – 0.

– Betaald aan een nieuw altaar en twee schilderijen voor het hoogkoor: 670 – 0 – 0.

– Aan nagels, kalk en andere kleine bagatellen: 8 – 18 – 0.

– Voor mondkost van de werklieden van het altaar: 30 – 0 – 0.

– Betaald voor het draaien van de klokzelen: 8 – 15 – 0.

– Betaald aan de glazenmaker om de vensters van de kerk te repareren: 9 – 10 – 0.

– Diverse aalmoezen: 7 – 4 – 0.

– Betaald aan de timmerman en de smid voor het maken van het doksaal en het repareren van de vint?: 21 – 9 – 0.

– Betaald aan de heer Gabriel Verbruggen, ontvanger van de cijnzen van mijnheer Gottignies  voor de jaren 1705, 1706, 1707, 1708, 1709 en 1710: 8 – 0 – 1.

– Betaald voor een nieuwe lamp en wierookvat: 14 – 2 – 0.

– Voor een obligatie aan Gillis Cristaens op 26 mei 1713: 56 – 0 – 0.

– Een obligatie tot last van Elisabeth De Veust op 7 februari 1713: 28 – 0 – 0.

– Een obligatie tot last van Adriaen Slachmeulen op 5 maart 1713: 18 – 0 – 0.

– Betaald aan juffr. Schutters voor een kleed van Onze-Lieve-Vrouw: 43 – 0 – 0.

– Aan de heer Franciscus Van Raffelghem van Aalst voorde levering van twee zilveren kronen: 17 – 3 – 0.

– Betaald voor drie gringels: 3 – 0 – 0.

– Betaald aan Peeter De Rooster voor het maken van twee kasten: 98 – 10 – 0.

– Een obligatie op 21 maart 1714 aan Jan Van Nieuwenhove, zoon van Geeraert: 28 – 0 – 0.

– Voor acht dagen kost aan twee werklieden die aan de kasten hebben gewerkt: 8 – 16 – 0.

– Een lening afgelost aan Joos Van Nieuwenhove, zoon van Geeraert: 112 – 0 – 0.

– Voor het maken van de schepenbrief: 2 – 17 – 0.

– In 1714 een obligatie ten profijte van de kerk voor Michiel Meert: 224 – 0 – 0.

– Aankoop van drie alben en amicten en het communiekleed: 53 – 3 – 0.

– Om twee kisten naar Brussel te zenden: 2 – 16 – 0.

– Voor een manuaal om de zieken te administreren: 0 – 18 – 0.

– Voor een nieuw doek met kant; 3 – 6 – 0.

– Gerestitueerd aan Cornelis Arijs dieaan de kerk te veel had betaald: 0 – 15 – 0.

– Voor het marbeliseren van de voet dienend voor het opstellen van het venerabel: 1 – 1 – 0.

– Voor de heer pastoor voor zijn devoren gedaen in vacaties te Mechelen, Brussel als elders voor de kerk van 6 jaren tot nu: 6 – 0 – 0.

– Aan de baljuw en schepenen voor het passeren van deze rekening: 1 – 10 – 0.

– Aan de griffier voor de kopie: 3 – 0 – 0.

– Aan dezelfde voor het passeren en calculeren van deze rekening: 0 – 15 – 0.

Summa van de uitgaven 1554 – 9 – 1.

De ontvangst bedroeg 1475 – 0 – 0.

Dus meer betaald: 79 – 9 – 1.

Aldus wettelijk gepasseerd in de absentie van de heer baljuw met zijn consent ter presentie van Jan Baptist Touriani en Michiel De Busschop schepenen.

1719. Een bos voor Michiel Vertonghen[24].

Op 15 oktober 1719 gaven de pastoor en de baljuw een bos van 75 r in cijns aan Michiel Vertonghen gelegen in de parochie van Erembodegem, palend aan “Den Raesenbosch”, de heer Jan Rogier Caijman[25] voor een termijn van 29 jaar. Het bos behoorde toe aan de pastorie van Teralfene. De cijns bedroeg vier gulden tien stuivers boven de last van een kapoen en twee …. ten profijte van de spijker van Aalst en ook alle andere lasten die vanwege zijne Majesteit daarop zou  gevraagd worden. De aanvaarder zal het bos in gebruik kunnen nemen vanaf november 1718. De eerste betaling is voor november 1719. Dat alles op conditie dat de aanvaarder enkele edifitiën op de cijnsgrond mag oprichten. Hij dient de cijns jaarlijks te betalen aan de pastoor. Volgens de authorisatie verleend door de aartsbisschop van Mechelen op 14e 8ber 1719 dient de aanvaarder suffisante borg te geven. Jacobus De Coninck heeft zich met zijn goederen als borg opgegeven, alsook zijn erfgenamen..

De akte werd opgesteld op ? januari 1720 overstaan van Gillis Arijs preter loco meier en de schepenen Adriaen De Schrijver, Peeter Van Den Driessche en Jans Verleijsen.

1703. Testament van Hendrick De Bolle[26].

OP 24 januari 1703 stelde Jaecques Ignatius Willems, openbaar notaris geadmitteerd bij hooge ende moghende heeren van den Raede in Vlaenderen te Aelst residerende het testament op van Hendrick De Bolle[27], zoon van Joos.  Zijn uiterste wil is:

1.Begraven te worden in de kerk van Sint-Jan van Teralfene met een zerk op zijn graf van drie voeten in het vierkant.

2. Kort na zijn overlijden zullen tot lafenis van zijn ziel 100 requiemmissen gecelebreerd worden van zes stuivers. Daarvan moeten dertig missen gecelebreerd worden door de  paters Karmelieten van Muilem en vierentwintig missen door de paters Kapucienen van Aalst en de resterende missen door de heer pastoor van Teralfene.

3. Tot lafenis van zijn ziel zal jaarlijks en voor eeuwig een jaargetijde gecelebreerd worden.

4. Voor de zielen van zijn ouders, Joos De Bolle en Anna Van Geite, voor Hendrick De Bolle en Marie Van Geite, zijn oom en moijken en de zeven zonen van Joos De Bolle en Anna Van Geite zal eveneens een jaargetijde gecelebreerd worden op de dag van zijn overlijden.  Een tweede jaargetijde zal opgedragen worden onder het octaaf van Allerheiligen.

5. Jaarlijks zal op zijn jaargetijde gecelebreerd in Teralfene en dat voor eeuwig aan de armen Teralfene voor  twintig stuivers aan brood uitgedeeld worden. Voor die twee jaargetijden zullen de pastoor en de koster samen een gulden zestien stuivers ontvangen en de kerk voor wijn en kaarsen  samen veertien stuivers.

6. Voorts wil hij dat voor het beeld van den H. Jozef, dat hij zal laten maken voor de  kerk jaarlijks een witte wassen kaars van drie gulden zal branden op alle zondagen en heiligdagen gedurende de mis en dat de kaars in de processie van het H. Sacrament zal gedragen worden door naaste vrienden. De kerkmeester zal hen die kaars overhandigen.

7. Alle vermelde taken moeten volbracht worden door zijn erfgenamen die ook verplicht zijn de twee jaargetijden met het brood, kaarslicht, wijn en de rechten van pastoor en koster en de kaars voor het beeld van de H. Jozef, samen zes gulden tien stuivers per jaar, te bezetten op suffisante panden en gronden tot voldoening van de heren proviseurs van de kerk. Dat moet gebeuren kort na zijn overlijden en vooraleer zijn erfenis wordt verdeeld.

Het testament werd op

gesteld te Aalst in aanwezigheid Ludovicus De Clerck en François Van Den Hauwe op 24 januari 1703.

Aan het testament werd tot tevredenheid van de pastoor en de proviseurs van de der kerk  voldaan met de betaling van XXII ponden groot en drie gulden voor de kaars van Sint-Jozef en van vier gulden door Adriaen De Bolle aan de kerk op 6 februari 1716.

Nasleep.

Op 20 april 1730 richtten Adriaen De Bolle en Jan Van de Velde, erfgenamen van Hendrick De Bolle, een schrijven aan de burgemeester en de schepenen van de prochie ende vierschaere van Erembodeghem ende Teralphene met betrekking tot de testament van Hendrick. Op 6 februari 1706 betaalden zij de 22 ponden groot en 13 stuivers voor het jaargetijde van Hendrick zoals bepaald was in zijn testament. Zij wezen erop dat het jaargetijde niet meer werd gecelebreerd evenmin als de uitbdeling van brood aan de armen niettegenstaande hun vriendelijke vermaningen aan  pastoor De Clercq en de kerk- en armenmeester Cornelis Arijs. De pastoor en de kerkmeester stelden dat de 22 ponden groot en 13 stuivers onvoldoende waren om de kosten te dekken. Om een proces te vermijden stelden ze voor om uit eigen borse drie ponden groot in de comme van de armenmeester te deponeren op conditie dat daarmee de verplichting om eeuwig het jaargetijde te celebreren met de brooduitdeling  zou vervallen. Op 13 februari 1731 ondertekenden Adriaen De Bolle en Jan Van de Velde de overeenkomst.

1734. Het manuaal van pastoor Du Four[28].

Adrianus Philippus Du Four, zoon van Petrus en Catharina Berrevoets, werd gedoopt op vrijdag 6 maart 1693 in Ninove. Hij overleed op woensdag 16 april 1749 in Teralfene, 56 jaar oud.

Het manuaal is ingebonden in een perkamenten boekband.

In 1734 stelde pastoor Du Four zijn handtboeck van inkomsten verbonden aan zijn ambt op. Het ging om alle de pastorale goederen, cijnzen, rechten en molumenten met vermelding van de goederen gelegen in Teralfene, Hekelgem, Liedekerke, Erembodegem en Iddergem die hij op kerstavond 1734 opnieuw verpachtte onder de volgende voorwaarden:

1. De pachters zijn verplicht bovenop de pachtsom ook alle lasten en contributies van de overheid aan de ontvangers van de vermelde parochies te betalen.

2. Als de pacht zes weken na de vervaldag niet is betaald, dan kan de verhuurder de goederen aan een ander verhuren zonder tussenkomst van de twee steden van het Land van Aalst, Aalst en Geraardsbergen of enige andere instantie.

3. De pachters verbinden zich ertoe dat, in het geval zij de hoger vermelde dorpslasten niet betalen, de verhuurder de achterstallige gelden kan verhalen op hun persoon en op hun huidige en toekomstige goederen en dat van hun erfgenamen. Alle kosten daarvan zijn door hen te betalen.

4. De pachters moeten het pachtcontract ondertekenen of hun merkteken zetten in aanwezigheid van twee getuigen.

De pastorale goederen gelegen in Teralfene.

1. Een half bunder land op De Heuvels palend aan palend aan Joos Van Nieuwenhove en Francis De Pauw, met de andere zijde aan Judocus Van Den Abbeele en Guillam Cortvrint. Gepacht door Jan Beeckman voor een termijn van zes jaar voor de som van 14 gulden per jaar plus alle lasten die de majesteit kan opleggen volgens de condities hiervoor vermeld. Bovendien moet hij 14 dagen voor de kermis van Teralfene twee koppel kiekens leveren.

Jan Beeckman sloot dan op kerstavond 1740 een nieuw contact voor 6 jaar af voor 16 g en twee koppel kippen.

2. Een half dagwand meers gelegen achter Den Daal, palend west het goed van Affligem, oost de kerk van Teralfene en de losweg, noord Cornelis Arijs. De pastoor verkocht in 1737 het hooi met de tommaert aan Martinus Tastenoy voor 7 g met een koppel kiekens, in 1738 aan Pieter ? van Hekelgem voor 6 g en de toemaat aan Pieter Steenhout 2 g 2 st, in 1739 aan Bastiaen Van Mol met de toemaat voor 8 g. In 1739 verpacht aan Pieter Van Den Berghe voor 6 jaar voor 7 g en een koppel kippen. Op het einde van de termijn was Pieter de pastoor nog 16 stuivers schuldig en hij noteerde in zijn manuaal: niet meer aen den selven te verhuren als sijnde eenen quaden betaelder. Dient voor memorie.

3. Een meers op Den Dender, groot elf roeden, palend met een zijde aan Arnhout Eeckhout en met de andere zijde aan Charel Van Ginderdeuren. Verpacht aan Pieter Van Den Bergh  samen met Het Pesterveld” op Hekelgem.

4. Een hoplochting van 213 r, palend aan Judocus Van Den Abbeele, west de straat, oost de voetweg en zuid Francis Van Vaerenbergh, gebruikt bij de heer pastoor.

5. Een hofstede palend west de straat, noord de weduwe van Joos Van Vaerenbergh, oost de voetweg en zuid Judocus Van Den Abbeele, groot 142 r, verhuurd van jaar tot jaar aan Jacobus Van Den Berghe met alle lasten en contributies voor 12 g en een varkenshesp vanaf de Kerstmis van 1735. Voor de helft verhuurd aan dezelfde tot Kerstmis 1740 voor 6 g en twee koppel kiekens ieder jaar voor kermis. Nu verpacht aan Judocus Koeck en Jan Christiaens voor een termijn van 6 jaar vanaf 1742  voor 15 g en een koppel kiekens te geven 14 dagen voor de kermis.

6. Een land op Den Bremt, groot 60 r, palend noord en west het goed van de abdij, zuid de straat, west Pieter Van Janbeeck, weduwnaar, verhuurd aan Pieter De Coninck voor 6 g en twee koppel kippen vanaf kerstmis 1734 voor 6 jaar.

7. Een land op Den Bocht, 15 r verhuurd aan Joos Vaereman voor een termijn van 6 jaar voor 21 st en een koppel kiekens, vanaf kerstavond 1734, andermaal verhuurd aan Vaereman voor 6 jaar voor 24 st. Zijn zoon betaalde voor 1744 tot 1748.

8. Het bos Den Papenhoek gelegen achter Den Daal, groot 57 r, palend west en noord het goed van Affligem, oost Jan Eeckhout en Michael De Buscop, zuid dezelfde Buscop. De pastoor verhuurt jaarlijks het gras voor 3 g met last van de riolen te ruimen door pachter Hendrick Meuleman op zijn kosten, ingaande Kerstmis 1740.

9. Hendrik Meuleman huurt 1/3 van het gras van Den Bauweel voor de som van 2 g met last van op zijn kosten te rajoullen,  ingaande Kerstmis 1742. Hij moet jaarlijks leveren een koppel kiekens 14 dagen voor de kermis. Hij heeft al een stuk varkensvlees van 3 pond à 3 st het pond geleverd.

10. Nog 1/3  van het bos op Den Bauweel, groot 41 2/3 r. Blijft in het bezit van de pastoor en als de bomen worden verkocht is 1/3 voor de pastoor. De Kerk heeft de helft getrokken van de verkoop van een es staande in de kant van de weide verhuurd aan Jan Beeckman. Ik moet dus de helft hebben van de bomen aan het hopveld van Beeckman. Den onderwas van het gras is verhuurd aan Hendrik Meuleman met last van ruimen voor 2 g zonder korting op de pachtsom, ingaande op kerstavond 1742 en alle jaren een koppel kiekens. In 1742 betaalde hij 2 g voor 3 jaar in plaats van de kiekens en de andere jaren bleef hij schuldig.

11. Van het bos Den Daal is het gras verhuurd aan Hendrik Meuleman voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1740 voor de som van 3 g met last van op zijn kosten te roiioulen en alle 3 jaar  een koppel kiekens te geven14 dagen voor de kermis. Verkocht aan dezelfde 300  dekstro aan 3 g 5 st1 o het honderd, komt op 9 – 15 – 1.

Ik heb voor Hendrik 2 missen gelezen en in 1743 3 vaten graan gehaald aan 12 st, komt op 1 – 16 – 0. In 1744 haalde de knecht 6 vaten graan aan 12 st, komt op 3 – 12 – 0 en in 1746 nog 5 vaten aan 16 st.

De goederen te Liedekerke.

1.Op De Bordelle een meers groot 1 d 20 r, palend west en oost het goed van Affligem, noord Cornelis Eeckhout, zuid ………..  De pastoor verkocht in 1735 het hooi aan Pieter Droeshout voor 18 g en de toemaat voor 7 g, in 1737 het hooi en de toemaat aan Pieter Van Vaerenbergh en consoorten voor 25 g, in 1738 het hooi voor 18 g aan Jaspar Van Vaerenbergh en de toemaat  voor 4 g 10 st aan Jan Boudart. Nadien gebruikte hij zelf het hooi en verkocht alleen de toemaat tot 1745.

2. Een meers van 1 d en 50 r, palend west de eerw. paters Carmelieten van Muilen, noord de Dender, oost het goed van de abdij, zuid ……….. De pastoor verkocht het hooi en hield de toemaat zelf. In 1737 het hooigras verkocht voor 18 g, de toemaat voort 7 g. In 1738 het gras verkocht aan Jaspar Van Vaerenbergh voor 18 g, de toemaat aan Jan Boudart voor 4 – 10 – 0; in 1739 het hooigras verkocht aan Jacobus Van Den Berghe voor 17 g, de toemaat aan dezelfde voor 6 g; in 1740 alleen de toemaat verkocht aan Jacobus Van Den Berghe voor 16 – 14 – 0. In 1741 en 1745 alles zelf gebruikt.

3. Een meers van 1 ½  d,  palend west de eerw. paters Carmelieten van Muilem, noord de Dender en oost het goed van de abdij van Affligem, zuid ……….. In 1737 het gras verkocht aan de koster en Jan Van Vaerenbergh voor de som van 18 – 10 – 0, de toemaat aan Joos Vaereman voor 6 – 10 – 0. In 1738 het hooigras verkocht voor 22- 0 – 0, de toemaat aan Adriaen De Reuse voor 8 g; in 1739 het hooigras verkocht voor 23 – 10 – 0, de toemaat 9 – 0 – 0, in 1740 het gras verkocht aan Jan Goossens voor 35 – 0 – 0, de toemaat aan David Verbeecken voor 14 – 0 – 0 en vier schellingen aan knecht en meiden; in 1740 zelf gebruikt.

De goederen te Hekelgem.

1. Een d 7 r land gelegen op Het Pestervelt,  palend oost en noord het goed van de abdij van Affligem in pacht bij Gillis Van Den Broeck nu Pieter Van Den Berghe, zuid en west het koutergat en het land van de kerk van Teralfene, verhuurd voor een termijn van 6 jaar voor de 7 g ingaande op kerstavond 1734 en jaarlijks te brengen twee koppel kiekens 14 dagen voor de kermis bovenop de pachtsom. De kiekens geleverd tot het jaar 1738. In 1742 verhuurd aan Judocus Coeck en Jan Christiaens filius Jan voor 12 g met een koppel kiekens.

2. Drie d 50 r land op De Ballei volgens een oud curenboeck,  palend west Pieter Eeckhout, de twee ander zijden aan het goed van de abdij komend aan Den Drapdriesch. Verhuurd in drie delen vanaf kerstavond 1734 voor 6 jaar voor 8 g het dagwand waarvan 1 d in gebruik bij koster Jaspar Van Vaerenbergh voor 12 vaten graan volgens het pastoraal boek met last van jaarlijks voor de kermis een koppel kiekens te brengen. Het ander dagwand is verpacht aan de weduwe van Gillis Van Overstraeten voor 8 g voor een termijn van 6 jaar vanaf  kerstavond 1734 met ook jaarlijks te leveren een koppel kiekens 14 dagen voor de kermis van Teralfene . Vanaf 1740 verhuurd aan Adriaen Arijs,  haar schoonzoon voor 6 jaar voor 10 g met dezelfde condities. Het derde blok verhuurd aan Adriaen Van Vaerenbergh met dezelfde condities en vanaf 1740 en 1746 opnieuw verhuurd aan Adriaan voor 10 g.

De goederen te Erenbodegem.

1.Een land gelegen op Het Hageveld, groot 75 r, palend oost Jan Baptista Van De Maele en erfgenamen van Jan Dedemaecker, west het koutergat, noord Joos Van De Maele filius Jans, verhuurd vanaf kerstavond 1735 aan Joos Beeckman voor 5 g met dezelfde verplichting van jaarlijks een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene. Na de termijn van 6 jaar werd de pacht verlengd met 6 jaar voor dezelfde prijs.

2. Een dagwand 20 roeden land het Ronsevaalveld, verhuurd met dezelfde condities aan Cornelis Arijs voor 6 g en een koppel kapoenen. Vanaf 1737 twee koppel kiekens in plaats van kapoenen.

3. Een voormalig bos van 75 r nu land  komend tegen de Kleistraat of Groenstraat en aan de ander zijde De Rozenbos, de andere zijde tegen het goed van Caijman van Aalst, belast in het cijnsboek of spijker van Aalst toebehorend de weduwe De Camps, nu heer De Smet baljuw van het markizaat van Lede met een kapoen en twee deniers per jaar, verhuurd aan Michael Vertonghen en nu overgelaten met consent van de heer pastoor van Teralfene aan Rogier Hutsbaut voor 4 g 10 st 1 kapoen en 2 deniers in de spijker van Aalst en het leveren van een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene.

4. Een dagwand bos op het Letterveldt in het Achter Heijenbroeck, palend oost Francis De Pauw, zuid het goed van de abdij. De pastoor behoudt het bos en kapt het alle acht jaen in twee parcelen. Dient voor gouverne.

Landpacht te Idergem

96 r land, palend oost Jan Lievens, zuid Francis Heeman, west Den Aelsterschen wegh” en noord Francis Heeman. Verhuurd aan Adriaen De Deijnne wonende in Iddergem voor de som van 1 g 8 st en vier vaten koren waarvan hij tweejaarlijks 2 vaten moet geven aan de kerk van Idergem en 2 vaten de kerk van Teralfene en een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene. Op kerstavond verhuurd aan Pieter Sterck voor 6 jaar  voor de som van 6 g 10 st en een koppel kiekens te geven 14 dagen voor onze kermis.

1735. Testament van Michael De Biscop[29].

Op 18 juni 1735 liet Michael De Biscop, sieck te bedde liggende nochtans sijn verstand en sinnen wel gebruijckende, zijn testament opstellen doorpastoor Dufour. Hij wenste dat zijn uitvaart gebeurde met een plechtige mis met drie priesters om daarna begraven te worden in gewijde aarde.  De dag daarna wil hij een mis in aanwezigheid van al zijn vrienden en buren. Op herdenking van zijn sterfdag zal voor eeuwig een jaargetijde opgedragen worden waarvoor de pastoor 1 g zal krijgen, de koster 10 st. en de kerk 10 st. voor de kaarsen en de wijn. De koster zal op de vooravond en de volgende morgen de klokken luiden. Daarvoor krijgt hij 2 st. Als vergoeding schenkt hij een partij land, zijn huis en erf aan de kerk, palend aan de weduwe van Jan Van Nuwenhove, de weduwe van Guillam Van Vaerenbergh, Jan Van Vaerenbergh, zoon van Matthijs en de pastorie.

Als getuigen traden op Judocus De Biscop, broer van Michael en Jan Van Vaerenbergh.

1742. Testament van Catharina Van Nuwenhove[30].

Nicolaes Rousseau stelde op 2 januari 1742 te Brussel het testament op van Catharina Van Nuwenhove, begijnt in het Groot Begijnhof te Brussel. Als executrice stelde zij begijn Anna Maria Stock aan, met volledige autoriteit zodat ze aan iemand van de erfgenamen verantwoording schuldig is. Voor haar opdracht zal ze vijfentwintig gulden ontvangen. Catharina wenste begraven te worden in de begijnhofkerk. Tot lafenis van haar ziel zullen honderd missen worden opgedragen en de begijnen zullen een elk brood en een stuiver ontvangen. Haar bezittingen liet ze na aan Maria Arijs, dochter van Cornelis en Elisabeth Van der Borght en als zij de erfenis niet kan ontvangen aan de kinderen van Anna Arijs, vrouw van N. De Biscop.

Het testament werd opgesteld in het huis van Catharina in aanwezigheid van de kapelaan van het begijnhof Fredinandus Josephus Steurs en Anthonius Ignatius Josephus De Fraije, advocaat.

1742. Verpachting van kerkgoederen[31].

Op 13 november 1742 hielden pastoor Dufour en kerk- en armenmeester Geeraert Eeckhout[32] een openbare verpachting van de kerkgoederen met volgende condities:

1.De goederen worden verpacht voor een termijn van zes jaar, ingaand op kerstavond 1742.

2. De eerste betaling valt op kerstavond 1743.

3. De grootte van elk perceel is dezelfde als die van de voorgangers.

4. De huurders moeten alle settingen, contributies, de 20ste penning en het wijngeld betalen.

5. Aan de afgaande pachters betalen de nieuwe huurders de prijs van het labeur, de mest en het zaadgoed. Op het einde van de termijn zullen zij dat van de nieuwe huurders ontvangen.

6. In het geval van discussie of onenigheid zullen de burgemeester en de schepenen van de vierschaar als rechters optreden.

7. Als een pachter zich niet naar het oordeel schikt, wordt het gepachte goed hem ontnomen en aan een ander verpacht.

8. Wie meer dan drie jaar pacht aan de kerk of de armen schuldig is, is als pachter uitgesloten.

9. Wie twee met de betaling achter is, verliest het gepachte goed. Het wordt dan een anderen verhuurd.

10. Elke pachter moet twee personen als borg opgeven. In het geval van wanbetaling zullen zij voor de betaling aangesproken worden.

De nieuwe pachters:

– De helft van 1 b meers, gelegen aan De Heuvels en palend aan het goed van de pastorie, Jan Van Vaerenbergh, Thomas Vaereman, laatste pachter Jan Baptista Beeckman: 12 – 0 – 0, plus 16 st wijngeld[33] en ongeld[34]. Borgstellers: Adriaen Meuleman en Jaspar Van Vaerenbergh.

– 1 d 18 r land op De Balleije tegen de Drapdriesch, palend oost het curengoed van Teralfene en het kloostergoed van Affligem, zuid …….. west Peeter Vaereman en anderen en noord Franciscus Van Nieuwenhove, verpacht aan Cornelis Cammu[35], zoon van Michiel, voor 10 – 0 – 0, plus  10 st wijngeld en ongeld, borgen Peeter Sonck, zoon van Peeter, en Jan Baptista Beeckman.

– 60 r land gelegen op De Balleije”, palend oost Joos Van Vaerenbergh, het goed van Affligem, verpacht aan Adriaen Janssens[36], zoon van Peeter, voor 6 – 10 – 0, plus 6 st wijngeld en ongeld, borgen Peeter De Coninck, zoon van Geeraert, en Franciscus Van Nijghen.

– 62 r land op Het Pestervelt, palend aan het curengoed van Teralfene, de voetweg en ’t kloostergoed van Affligem, verpacht aan Gillis Christiaens[37], zoon van Peeter, voor 7 – 0 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borgen Adriaen Meuleman en Jaspar Van Vaerenberghe.

– 50 r land op Den ?? palend oost de erfgenamen van sieur Hendrick De Smedt, noord de erfgenamen van Peeter Eeckhout en de straat, verpacht aan Gillis Asselman[38], zoon van Cornelis, voor 2 – 15 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borg Franciscus Van Nijghen.

– 1 d land gelegen binnen in Denderleeuw in Den Aelsack, palend oost Joos Van Der Poorten of Jan De Bruijn, west de erfgenamen van Christaen Steppe, verpacht aan Ludovicus Otterbeke voor 5 – 5 – 0, plus  10 st wijngeld en ongeld, borg Cornelis Schoon[39] zoon van Jan.

– 61 r 10 voeten land liggend in de parochie van Teralfene op De Grootte Cromhaeghe onder De Heuvels, palend aan een zijde Peeter Cortvrindt, de andere zijde de erfgenamen van   Geeraert Cortvriendt, verpacht aan Jaspar Van Vaerenbergh, koster voor 6 – 0 – 0, plus  10 st  wijngeld en ongeld, borg Adriaen Meuleman en Jan Baptista Beeckman.

– 1 d en 19 voeten land binnen de parochie op De Clijn Cromhaeghe, palend aan Brabant,  oost Michiel Meert, noordwest de volgende partij, verpacht aan Judocus Couck, zoon van Gillis,  voor 8 – 10 – 0, 14 st  wijngeld en ongeld, borg Franciscus Van Nijghen.

– 48 r land op hetzelfde veld,  palend zuidoost de voorschreven partij, Den Bauwel” , verpacht aan Jan Van Mieghem, zoon van Jan, voor 6 – 0 – 0, plus 14 st wijngeld en ongeld, borgen Peeter De Coninck, zoon van Geeraert, en Guilliam Arijs, zoon van Cornelis.

– Twee delen van drie van een half bunder meers, nu het bos Den Bauwel, palend aan  Brabant zijn bij de voorgaande verhuring niet verpacht geweest maar worden door de kerk en de armen gebruikt. Het resterende derde competeert de pastorie.

– 18 r meers achter Den Daal, palend aan Carel Van Ginderdeuren, zuid Peeter Vaereman, west Geeraert Eeckhout en noord de pastorie, verpacht aan Jan De Gheijnt voor 1 – 10 – 0, plus 3 st wijngeld en ongeld, borg Jan Vaerman.

– 1 d en 20 r roeden land op Den Steenberg, palend aan ’t goed van de erfgenamen Franciscus De Busschop, noordoost Peeter Eeckhout, beneden tegen De Klapstraat, verpacht aan Peeter De Coninck, zoon van Geeraert, voor 10 – 0 – 0, plus 1 g wijngeld  enongeld, borgen Guilliam Arijs, zoon van Cornelis, en Adriaen Janssens.

– ½ d meers gelegen op Den Avinnenbergh, palend aan de kloostermeers van Affligem  en tegen de Dender, verpacht aan Peeter Van Vaerenbergh, zoon van Cornelis, voor 4 – 0 – 0,  plus 8 st wijngeld en ongeld, borg Adriaen Van Den Abbeele.

– 1 d meers gelegen in Liedekerke genoemd de Bollemeers, vorige pachter Geeraert Van Der Elst, nieuwe pachter Joos De Busschop, zoon van Carel, voor 5 – 0 –0, plus 6 st voor  wijngeld en ongeld, borg Adriaen Meuleman, zoon van Gillis.

– een bos gelegen in Erembodegem op het Bosveld, groot 70 r en wordt niet verpacht, het is in cijns gegeven.

Alles wettelijk omgeroepen en verpacht door de heer Franciscus De Pauw, baljuw, ten overstaan van Adriaen Van Den Abbeele en Franciscus Van Nijghen, schepenen van Teralfene op dertien november zeventienhonderd tweeënveertig. Was ondertekend F. J. Verbrugghen.

1762. Verkoop van schaarhout[40].

Op 28 oktober 1762 verkochten baljuw  Franciscus De Noose en Adriaen Van Den Abbeele en Frans De Doncker schaarhout uit  het bos Den Bauweel. 2/3 was eigendom van de kerk en de armen van Teralfene, het resterende 1/3 van de pastoor.

De verkoopsvoorwaarden

1. De kopers betalen de koopsom in handen van de pastoor van Teralfene.

2. Bovendien betalen zij de 20ste penning en 18 st wijngeld voor elke koop.

3. De kopers aanvaarden hun aankoop zoals die geschalmd[41] staan zonder dat de juiste maat 4. De kopers moeten hun gekochte hout kappen met bijl en houwmes voor half maart en het hout voor half mei 1763 wegvoeren op straf van het dubbel van de schade die de verkopers lijden  te betalen. Experts zullen de schade bepalen.

5. In het geval van onenigheid met de koper zullen de wethouders van Teralfene een beslissing nemen zonder daarvoor getuigen te moeten ondervragen.

6. De kopers moeten zorgen voor een goede personele borg.

7. Voor het niet onderhouden van alle condities kunnen de respectieve kopers en hun borgen veroordeeld worden, elk in solidium[42].   

De verkoop

–  De 1ste koop schaarhout: de heer pastoor van Teralfene voor 35 – 0 – 0.

– De tweede koop voor Geerard Haelbrecht voor 35 – 0 – 0. Borg Pieter Kerckhove. Op 27 november 1763 betaalde Judocus Van Varenberghe elf gulden dertien stuivers een oord voor zijn derde part in deze tweede koop met Geerard Albrecht en Peeter Kerckhove. Op 12 januari 1764 heeft Peeter Kerckhove zijn derde part betaald. Op den 25 november 1765 betaalde  Geeraert Albrecht zijn resterende derde part, namelijk 11 g 13 st 2 o.

– De derde koop voor Judocus Meert van Erembodegem voor 24 – 0 – 0. Borg Michiel Meert van Erembodegem. Betaald op 16 oktober 1763.

– De vierde was voor Jan Baptist Temmerman voor 27 – 0 – 0. Borg Adriaen Van Den Abbeele. Betaald op 30 oktober 1763.

– De vijfde koop voor Judocus De Schrijver, zoon van Judocus, van Erembodegem voor 35 – 0 – 0. Borg Judocus De Schrijver, zoon van Judocus de jonge van Erembodegem.

– De zesde koop voor Jan Lanckman voor 32 – 0 – 0. Solv; 18 november 1764.

Ales wettelijk verkocht na oproeping door de heer Petrus Franciscus De Noose, baljuw,  ten overstaan van Adriaen Van Den Abbeele, Frans De Doncker op 28 8ber 1762.

Ontvangst van deze verkoop: honderdachtentachtig gulden. Vermits hiervan 2/3 de kerk en armen toebehoort en het resterende derde deel aan de pastorje moet de pastoor als ontvanger van de verkoop aan de kerk en de armen honderdvijfentwintig gulden zes stuivers twee oorden.

Ontvangen van de omgehaalde hopbellen in 1764: 50 – 11 – 2.

Totaal: 175 – 18 – 0.

Betaling aan de kerk en de armen:

– Op 15 juni 1764 aan Judocus Van Slaghmeulen 50 g.

– Op 21 augustus 1764: 38 g 9 st 1 o.

Samen 88 g 9 st 1 o en met dat bedrag schrijnhout gekocht te Aedt (Ath) komend van Baumon en Chimay.

– Betaald op 22 augustus 1764 voor 26 jaar achterstal van een half bunder eusel aan de Balleije à 10 deniers per jaar aermede voldaen tot ende met jare 1763 – 0 – 10 – 3/4.

– Op 15 november 1764 betaald aan Judocus Van Den Slaghmolen, meester schrijnwerker van Aalst, de som van vijfentachtig gulden vier stuivers voor 1000 eiken planken die ik als  schrijnhout heb gekocht te Ath waarbij vier gulden tien stuivers voor des schipvracht en veertien stuivers losgeld: 85 – 4 – 0.

– Op 9 januari 1765 betaald aan Lucas Beeckman tien schellingen (= 3 g 10 st) voor het halen en bezorgen en planten voor het Bauweelbos.

– Op 25 november 1765 betaald aan Geeraert Albrecht twee gulden zeven en half stuivers  voor het uitkappen van verdroogde planten en planten van het plantsoen in 1764.

– Op 15 februari 1766 ontvangen voor de kerk van de hopbellen opgehaald in september 1765:  178 – 17 – 0.

1764. Testament van Ludovicus Van Nieuwenhove

Op 29 maart 1764 stelde pastoor J. Van Overstraeten het testament op van de zieke Ludovicus Van Nieuwenhove.

1. De testateur wil begraven worden op het kerkhof van Teralfene na eenen eerelijcken en treffelijcken lijckdienst geassisteerd door twee paters van Muilem.

2. Hij wil dat er na zijn doods tweehonderd gelezen missen worden opgedragen zoals dat ook is gebeurd voor zijn broer Cornelius en voor zijn zuster Catharina.

3. Aan Ludovicus Van Nieuwenhove[43] zijn kozijn en peter zal men honderd gulden vooraf  geven voor zijn goede getrouwe dienst waarvan hij al menige jaren heeft genoten.

4.Aan zijn nicht Maria Anna Van Nieuwenhove[44] die nu al enige jaren bij hem woont en zijn huishouden en affaires trouw heeft beheerd zal men ook honderd gulden vooraf geven zonder de huur omwille van haar devoiren en getrouwe naerstigheijt.

Het testament werd opgesteld in aanwezigheid van de getuigen die mee ondertekenden.

Op 6 september 1764 liet Ludovicus Van Nieuwenhove nog optekenen dat er voor de armen van Teralfene na zijn dood twee zakken koren van elk zes vaten of 8 veertels aan de arme huishoudens zullen uitgedeeld worden naar het goeddunken van de heer pastor tussen zijn dood en de vier of vijf maanden wanneer de nood onder de arme huishoudens het grootst is.  Gedaan en gepasseerd voor twee getuigen. De testateur was niet meer in staat te ondertekenen..

J. Van Overstraeten pastor in Teralfene.

1- jaargetijde met het zingen: 3 – 3 – 0.

2- jaargetijde ieder met de libera ofte miserere et profundis,  aan de pastoor voor ieder jaargetijde 1 gulden, aan de koster telkens 10 stuivers, samen 3 – 0 – 0.

3- vaten graan met een gemiddelde prijs van 15 stuivers een oord, maakt jaarlijks 2 guldens 5 stuijvers en 12 stuijvers en om het in 12 broden te bakken die gulden per jaar, dus als  profijt voor kerk en de armen tot 3 guldens per jaar van de rente die daarvoor gelaten wert. Memorie.

1772 – 1803. Manuaal[45].

Manuale ofte handtboecke van de curegoederen, chijnsen ofte renten competerende de pastorege van de prochie van Ter Alphene. Ontvangstboek van 1772 tot 1803 ??

Ontvangsten.

Blad 1.

– Op 27 juni 1758 in de comme[46] gelegd: 227 – 6 – 2 met het kapitaal van een obligatie tot last van Jan ??: 72 – 0 – 0. Samen 299 – 6 – 2.

– Christiaens heeft voldaan voor 1792, 1793 voor de kruismis.

– Joannes Van Nieuwenhove, Adriaen Van Den Bossche en Petronella Jacobs hebben voor de kruismis van 1795, 1796 en 1797 betaald, Angela Van Varenbergh voor 1795, Adriaen Van Den Bossche voor 1796 en 1797, ? Jacob tot het jaar 1802:  8 st en Franciscus Van Nieuwenhove heeft voldaan tot het jaar 1802 inclusief 7 st voor de pastoor voor alle jaren.

Blad 2.

-Op 17 december 1758 heeft Guillam Van Den Bossche 93 g betaald als opleg van de koopsom van het huis en de hofstede door hem van de kerk en armen gekocht voor 343 g. Van deze som was een rente op het huis en de hofstede bezet van 250 g. Hij heeft hiermee  aan de koopsom voldaan.

– Op 14 december 1758 heb ik samen met de schepenen Adriaen Van Den Abbeele en Francis De Doncker het geld in de comme gelegd, zodat het totaal nu is:  248 – 17 – 0.

Blad 3.

Testament van Lieven Motteman[47] en zijn vrouw Maria Bogaerts.

Op 26 februari 1648 noteerde pastoor Peeter De Vleeschoudere[48] in aanwezigheid van schepen Joos Van Vaerenbergh en Joos Step, beiden ingezetenen van Teralfene, het testament van Lieven Motteman. Hij wil dat er na zijn dood voor euwig een gezongen jaargetijde in de kerk van Teralfene zal gecelebreerd worden voor hem en ook voor zijn vrouw Maria Bogaerts na haar dood. Daartoe schenkt hij een erfelijke rente van 3 g bepand op de hofstede waar hij nu woont, groot omtrent 90 r gelegen Ten Daele, oost de genoemde Joos Step, west de straat, noord Jan Eeckhout.

Blad 4.

De pastoor zal voor een gezongen mis 10 st ontvangen en de koster vijf 5 st, de kerk voor licht, wijn en misbrood 10 st, de armen 35 st voor brood. De kerkmeester zal alle jaren aan eigenaars van zijn hofstede de rente vragen en bij gebrek van betaling het geld verhalen op de goederen.

Het testament werd opgesteld in zijn huis op 26 februari 1648. Hij ondertekende en ook de pastoor en de genoemde getuigen.

Concordat cum originali quod attestor Peeter De Vle(e)schoudere pastoor in Ter Alphene. Bij mij Joos Van Vaerenbergh. Bij mij Joos Steppe. 1648.

Blad 5.

De kruismissen tijdens de vasten moeten alle vrijdagen in de kerk gezongen worden en betaald worden door: Jan Baptist Christiaens vooor 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796 en 1797: 1 – 10 – 0; Franciscus Van Nieuwenhove heeft voldaan in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796 en 1797 en 1803: 0 – 7 – 0; Adriaen Van Den Bossche in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796, 1797, 1798 en 1799: 1 – 0 – 0. Petronilla Jacob in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796 tot 1802, 1803 en 1804:  0 – 8 – 0; Angelina Van Varenbergh, nu Joannes Van Den Bossche, in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795 tot 1803: 0 – 15 – 0.

Petrus De Bisschop is nog twee jaargetijden schuldig aan de pastoor.

Voor Geraert Van Der Elst werd een mis gefundeerd in de maand maart op een meers van  110 roeden: 3 – 2 – 1. Betaald in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796.

Lucas Beeckman moet alle jaren voor een jaargetijde op zijn hofstede 10 st geven. Betaald in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795.

Voor Lucas Beeckman op 10 november 1805:  2 – 0 – 0 en nog eens 2 – 2 – 0.

Blad 6.

Deze kruismissen zijn herbegonnen in het jaer 1802 als de diensten weer toegelaten waren. De batlingen: Adriaen Van Den Bossche in 1802: 1 – 0 – 0; Petronilla Jacobs in 1803: 0 – 8 – 0; Franciscus Van Nieuwenhove in 1803: 0 – 7 – 0; Joannes Van Den Bossche  0 – 15 – 0 tot het jaar 1803; J. B. Christiaens tot 1803: 1 – 10 – 0, de weduwe Adriaen Van Den Bossche moet hiervan boven de gulden aan de pastoor 10 st geven en aan de koster en de kerk 5 st, in totaal 35 st; Joannes Van Den Bossche loco Angelina Van Varenbergh 15 st voor de pastoor en voor de koster en de kerk 10 ½ st; Petronilla Jacob 8 st aan de pastoor 4   o aan de koster en de kerk; deze Petronilla heeft voldaen tot 1802 incluis; Joannes Baptista Christiaens geeft voor de kruismissen 52 ½ st alle jaeren, 30 st voor pastoor, voor de kerk 7 ½; Franciscus Van Nieuwenhovebetaalt  alle jaren 10 ½ st waarvan 7 st voor de pastoor.

Al deze mensen hebben het restant voldaan tot 1802.

Blad 7.

Kruismissen in de vasten ten laste van de volgenden waarvoor een perceel land op De Balleij is belast:  4 g zijn alleen het deel van de pastoor; Jan Baptist Christiaens: 1 – 10 – 0; Franciscus Van Nieuwenhove: 0 – 7 – 0; Adriaen Van Den Bossche, filius Guillielmi, : 1 – 0 – 0; Petronilla Jacobs: 0 – 8 – 0; Angela Van Varenbergh, nu Joannes Van Den Bossche: 0 – 15 – 0.

Summa: 4 – 0 – 0.

Vaten granen die jaarlijks aan de kerk en de armen van Teralfene moeten voldaen worden door: de abdij Affligem: 4; Ludovicus Van Nieuwenhove: 1; de heer pastoor der parochie van Teralfene: 4; Jan Van Den broeck: ½; Joannes Van Nieuwenhove: 2; de heer pastoor van Teralfene nog twee vaten: 2; de erfgenamen van de heer Van Cothem tot Aelst: 3; de erfgenaemen van Joseph Schoon: 2, die werden verkocht aan Hyronimus Van De Perre; Jan Van Mol: ½;  Adriaen De Bisschop: ½.

Blad 8.

De vaten graan zijn voldaan door: de abdij Affligem tot het jaar 1793; Ludovicus Van Nieuwenhove tot 1796; de heer pastoor der parochie tot 1796; Jan Van Den broeck tot  1796; Joannes Van Nieuwenhove tot 1796; de erfgenamen van de heer Van Cothem tot  1792; Hyronimus Van De Perre tot 1795 en een vat in 1796; Joseph Schoon tot 1795, en een half vat in 1796; Jan Baptist Vaerman een half vat in 1790, 91, 92, deze drie door verkoping van het land van Joseph Schoon dat  belast was met twee vaten; Joannes Van Nieuwenhove, vervanger van Adriaen Van Den Abbeele door kaveling een half vat in 1795 en 1796; Jan Van Mol een half vat voldaan tot 1795 en 1796; Adrianus De Bisschop een half vat in 1795.

Blad 9.

De kruismissen van alle vrijdagen van de vasten die bezet zijn op een land op De Ballije  worden betaald door: het deel van de pastoor is 4 – 0 – 0 en van de koster 2 – 0 – 0; Jan Baptist Christiaens 1 g 10 st; koster 15 st; kerk 7 st 2 o = 2 – 12 – 2. Voldaan 2 – 5 – 0 – 1804.

De weduwe Adriaen Van Den Bossche, nu Joannes Van Vaerenbergh, voor de pastoor 1 g, voor de koster 10 st, voor deen kerk 5 st = 1 – 15 – 0. Voldaan voor 1803 en 1804.

Joannes Van Den Bossche, loco[49] Angelina Van Vaerenbergh, voor de pastoor 15 st, voor de koster 7 st 2 o, voor de kerk 3 st, dus 1 – 5 – 2. Voldaan in1804.

Franciscus Van Nieuwenhove voor de pastoor 7 st en voor de koster 0 – 3 – 2, in het totaal 0 – 10 – 2. 1804.

Blad 10.

Michael De Bisschop, opvolger van Petronella Jacobs, voor de pastoor 8 st, voor de koster 4 st, voor de kerk 1 st 2 o. Voldaan in1804.

Voor memorie: Rollier[50] pastoor actum 1804.

Blad 11.

Vernieuwing van de jaargetijden in de kerk van Teralfene op 6 oktober 1803, opgesteld door Rollier pastoor in Teralfene.

De weduwe Petrus De Bisschop is debet aan de pastoor voor twee jaargetijden voor Gerardus Van Der Elst en één voor zijn vrienden in de maand maart, bij testament voor eeuwig gefundeerd op een meers, groot 110 roeden, aan de pastoor 2 g 2 st 2 o, aan de koster 1 – 1 – 1, de kerk niets. Voldaan tot de maand maart 1803 tot 1806. De weduwe Petrus De Bisschop moet nu alle jaren 2 – 0 – 0 geven. Voldaan tot in maart van 1802 tot 1812. Joanna Van Nuffel, nu getrouwd met Ferdinand Meganck van Aalst als consort van de weduwe Petrus De Bisschop alle jaren 1 – 4 – 0 geven. Voldaan van maart 1807 tot 1812.

Blad 12.

De erfgenamen van Judocus Van Overstraeten moeten voor een jaargetijde jaarlijks 5 – 10 – 0 geven en een zak brood aan de armen van onze parochie. De pastoor krijgt hiervoor omtrent Allerheiligen 2 – 0 – 0, de koster 1 – 0 – 0. In maart nog een mis voor dezelfden waarvoor 1 – 0 – 0 voor de pastoor, voor de koster 0 – 10 – 0, voor de kerk 1 – 0 – 0. Dus in het totaal aan de pastoor 3 – 0 – 0, aan de koster 1 – 10 – 0 en aan de kerk 1 – 0 – 0. Voldaan van 1803 tot 1812.

Blad 13. De kruismissen.

Vanaf 1806 moet de pastoor met de koster van de ergenamen Judocus Van Overstraeten 6 g hebben, de rest is voor de kerk. Voldaan van 1806 tot 1808.

Blad 14.

Het jaargetijde van Judocus De Reuse en zijn zuster, begonnen op 18 mei 1787 voor 33 jaar: aan de pastoor 1 – 0 – 0, de koster 10 st en de kerk 10 st. Voldaan in 1807. Vanaf 1808 tot 1819 moet de mis op 30 mei opgedragen worden. Voldaan van 1809 tot 1812. Einde van dit jaargetijde 1819.

Blad 15.

Voor het lof in het octaaf van de hoogwaardige heer Joannes Henricus, bisschop van Mechelen, en na het lof de profundis krijgt de pastoor 2 – 0 – 0, de koster 1 – 0 – 0. Voldaan van 1806 tot 1808 tot last van Joannes Baptista Christiaens van 1807 tot 1810.

Blad 16.

Voor 2 jaargetijden, een voor Michael Cobbaert, het ander voor Anna Van De Maele komt aan de pastoor toe: 1 – 4 – 0, aan de koster 0 – 12 – 0 en dat ten laste van de erfgenamen Gillis Jansens namelijk Joannes De Bisschop en de weduwe Joannes Baptist De Bisschop. De jaargetijden zijn bezet op een d land, palend aan de straat, noord de weduwe Adriaen De Schrijver. Voldaen in 1806 en 1807 tot 1811. J. B. De Bisschop betaalde in 1812  0 – 18 – 0 en de weduwe J. B. De Bisschop 0 – 19 – 3. Voldaan tot 1824.

Blad 17 – nihil.

Blad 18.

Voor het jaargetijde van Joannes De Bolle en Maria Pauwels komt aan de pastoor 0 – 10 – 0 toe, aan de koster 0 – 5 – 0 en dat ten laste van Joannes Baptist Beeckman,  bezet op een huis en grond, groot 801 r, palend oost Francis Dierickx, west de straat, zuid Adrianus Asselman en noord De Cromhaege,  de kerk en de armen krijgen 3 st. Betaald van 1796 tot 1801.

Blad 19 – nihil.

Blad 20.

Voor het jaargetijde voor Adrianus Franciscus De Schrijver, begonnen in het jaar 1794 voor 25 jaar heeft de pastoor 1 – 0 – 0, de koster 0 – 10 – 0 en de kerk 0 – 2 – 0. Jaarlijks voldaen tot het jaar 1809.

Hetzelfde moet voor 25 jaar gedaen worden voor Anna Cobbaert, de weduwe Adrianus De Schrijver, vanaf haar sterfdag op 22 februari 1810. Voldaan van 1811 tot 1813.

Blad 21.

Voor het jaargetijde en het luiden ’s avonds van de klok van Michael De Bisschop: voor de  pastoor 1 g, voor de koster 14 st en voor de kerk 10 st, bezet op zijn hofstede ten laste van Benedictus Temmerman. Voldaan 1807 en 1808.

Blad 22.

Voor het jaargetijde van Barbara Van Vaerenbergh en Jan Baptist Pauwels van Hekelgem, voor de pastoor 1 g, voor de koster 10 st, bezet op een meers genoemd Het Dender Meerschelken ter somme van 1 – 10 – 0 . Gedaan in 1806 en 1807.

Blad 23 – nihil.

Blad 24.

Een rente ten laste van keizer Franciscus[51], het kapitaal bedraagt 600 g in Brabants courant tegen vier g 10 st per cent in Brabants geld, dus 27 g jaarlijks. Valt altijd op 9 februari. Voldaan tot 9 februari van 1805 tot 1807 in Brabants geld 47 – 19 – 3. Voldaen op 9 februari 1808 de som van 11 – 6 – 0.

Blad 25 – nihil.

Blad 26.

Uitgaven van de pastoor gedaan sedert 27 juni 1758 tot 11 oktober ber 1758.

Eerst 151 – 6 – 3.

Betaald voor het beeld van Onze-Lieve- Vrouw: 63 – 0 – 0.

Rest: 214 – 6 – 3.

Blad 27 – nihil.

Blad 28.

Manuaal van de curegoederen, cijnzen, renten van  pastorie van de paochie van Teralfene.

N° 1.

1.Een stuk land van 1 d gelegen in Iddergem jaarlijks belast met twee vaten graan aan de kerk van Idderghem en twee vaten graan aan kerk en armen van Teralfene. Is het laatst verhuurd geweest aan Peeter Sterckx op 4 januari 1773 voor zes achtereenvolgende jaren waarvan het eerste aanvangt op kerstavond 1772 op conditie dat de pachter jaarlijks de vaten koren aan de kerk van Iddergem geeft en 8 g  betaalt aan de pastoor van Teralfene en alle lasten zoals dat in het pachtcontract is bepaald.

2. Op ? november 1774 betaalde Peeter Sterckx 8 g voor het jaar 1773. Vanaf 1775 heeft de vrouw van Peeter Sterckx, Anja Schoepe de 8 g betaald tot in maart 1778.

Blad 29.

Op 26 april 1778 sloot Adrianus Ludovicus Steppe van Iddergem een contract van  landpacht met mij Van Overstraeten[52],  pastoor van Teralfene voor een partij curegoed van Teralfene gelegen onder Iddergem, groot 1 d voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1777 met de volgende condities dat hij de vaten koren jaarlijk aan de kerk van Iddergem zal leveren en jaarlijk aan de pastoor van Teralfene 10 g betaalt Hij pachtte het land tot 1801.

Blad 30.

De pastoor noteerde in 1801 dat Steppe van Iddergem consideratie van alle pastoors verdient vermits hij zijn pacht aan de pastoor bleef betalen ook al was het perceel in 1797 als kerkgoed door de Fransen aangeslagen.

Blad 32 en 33 – nihil.

Blad 34.

N° 2.

Een land op het Haegeveldt in Erembodegem, groot omtrent 75 r, verpacht aan Michael (De) Raes, getrouwd met de weduwe van Joos Beeckman, de eerste pachter van het perceel  voor 6 g 10 st en bovendien te leveren binnen de 14 dagen voor de kermis van Teralfene een koppel kippen en dat voor een termijn van 6 jaar vanaf kertavond 1772. Michael pachtte tot 1792 en betaalde vanaf 1784  7 g en van 1789 8 g.

Blad 35.

Peeter Frans De Beenhouwer nam in 1793 de pacht over voor hetzelfde bedrag.

Blad 36.

Peeter Frans De Beenhouder betaalde vanaf 1797 niet aan de Franse overheid, wel aan pastoor De Mol. Die noteerde: Dit sij memorie voor alle de naersaeten om hem gratieuselijck te handelen en nooit het selve goed te onttrecken.  

Blad 37 – nihil.

Blad 38.

N° 3.

Een perceel van 120 r in Erembodegem, de vroegere pachter was Cornelis Arijs en nadien r Petronella N. zijn weduwe voor 7 g en een koppel. Betaald tot 1780.

Blad 39.

Op kerstavond 1781 werd Egidius Ledeghen de nieuwe pachter en hij werd opgevolgd door zijn schoonzus Maria Anna Arijs.

Blad 40.

Op 20 november heeft Egidius Ledeghen de 120 r gepacht voor 11 g zonder de kippen. Betaald tot 1797. Pastoor G. De Mol[53] voegde eraan toe: Men heeft mij geseijt dat den selven Ledeghen dese partije curegoed heeft gecocht van de Fransche Republicke als dese in het jaer 1798 sijn aengeslagen, verdient alvolgens geene gratie en van het selve berooft te worden. Sij dit voor memorie.

Blad 41 – nihil.

Blad 42.

N° 4.

Een land van 75 r gelegen aan de Groenstraat in Erembodegem gepacht door Guilielmus De Koninck voor een termijn van zes jaar waervan vanaf kerstavond 1772 voor 6 g, een koppel kippen te leveren omtrent 14 daghen voor de kermis van Teralfene en de cijns van een kapoen en 2 deniers aan het spijker van Aalst. Guillelmus bleef huren tot 1796.

Blad 43.

Nadien betaalde hij niets meer, ook niet aan de Franse overheid.

Blad 44 – nihil.

Blad 45.

N° 5.

Een partij bos, groot 106 r, gelegen op Het Letterveld” in Achter Steijenbroeck in Erembodegem. Het bos was meerdere jaren niet verpacht. De pastoor gebtuikte het houtgewas. De setting betaalde hij aan J. Terlinden,  zus van de vrouw van den heer pensionaris Lenaert tot 1766. De opvolger van pastoor Overstraeten,  G. De Mol kapte en verkocht het houtgewas..

Blad 46 – nihil.

Blad 47.

N° 6.

Een stuk land, groot 1 d gelegen op Het Pesterveld” boven Den Vogelsanck in Hekelgem tegenwoordig in pacht bij Guilielmus Van Cutsem woonachtig in Den Vogelsanck. De pachtsom bedroeg 8 g  

Blad 48.

Deze partij werd verhuurd door pastoor Judocus Van Overstraeten in 1785 aan Joanna Maria Van Nieuwenhove voor 6 jaar .

Blad 49.

In 1792 op 22 december nam Franciscus Van Hove, getrouwd met Joanna Maria Van Nieuwenhove, de pacht over tot 1799.

Blad 50 – nihil.

Blad 51.

N° 7.

Het 1/3 part van 375 r land gelegen, op de Balleije in Hekelgem, moet aan het  cijnsboek van Affligem 2 st en 2 deniers. Werd op kerstavond 1774 in pacht genomen Jan Baptist Verelst[54], koster van Teralfene, voor zes jaar op conditie van jaarlijks in specie te leveren twaalf vaten koren en alle lasten te dragen.

G. De Mol pastoor van Teralfene stelde de pachter vrij van de vaten koren. Nadien verhuurd door de Fransen.

Blad 52 – nihil.

Blad 53.

N° 8.

Een land van ruim 1 d gelegen op De Balleije inHekelgem, gepacht op kerstavond 1772 door Barbara Van Overstraeten, de weduwe van Adriaen Arijs[55] voor 6 jaar voor 10 g 10 st..

Vanaf 1781 betaalde Josephus Arijs[56], zoon van Barbara Van Overstraeten tot 1797.

Blad 54.

Verhuurd door de Fransen.

Blad 55 – nihil.

Blad 56 – nihil.

Blad 57 – 58.

N° 9.

Een perceel van 1 d gelegen op De Balleije in pacht genomen op kertavond 1772 door Jan Van Vaerenberghe, zoon van Adrianus, voor zes jaar voor 10 g 10 st en een koppel kippen.  

Deze Jan Van Varenbergh betaalde niets meer nadat de Fransen het goed hadden aangeslagen. Pastoor De Mol moest heel wat beledigingen slikken van  de zoon Josephus. Hij werd vervolgd en moest ten slotte de parochie verlaten. Zijn verraders waren erop uit om de bossen van Affligem en van het kapittel van Nijvel te kunnen kopen.

Zijn verraders waren: Judocus Willems, de aansteker van alles en de ergste,   Cornelis Steenhout, Joannes Christiaens uit de ast, Josephus De Bisschop, de ondermaire,  Josephus Van Varenbergh met zijn broer, Nicolaus Guldemont met zijn zoon in wiens  herberg alles was beraamd en die de meeste bomen en het hout van de nationale goederen heeft vervoerd en veel ervan heeft gekocht, en veel mannen van Ten Daele die de bossen hebben gerooid.

In het jaar 1803 heeft Jan Van Varenbergh zijn deel betaald, maar de anderen niet.

Blad 60 – nihil.

Blad 61.

N° 10.

15 r land gelegen op De Mansbroeck in Teralfene in pacht genomen door Joseph Boudart[57] voor 1 g 15 st en voor een termijn van zes jaar vanaf kerstavond 1772.

Josephus Boudart betaalde nog voor 1798 en 1799 niettegenstaende dat de goederen waren aangeslagen.

Voldaen voor het jaer 1814 aan P. Van Broeckhoven[58] deservitor in Teralfene.

Blad 62 – nihil.

Blad 63.

N° 11.

Een land en curestede[59] eertijds hoplochting gelegen Ten Daele, groot 213 r. Pastoor Van Overstraeten bewerkte het land, maar pastoor De Mol ruilde het met de wezen van Joseph Schoon. Bij zijn aantreden als pastoor in 1788 behield hij 14 r die geïncorporeerd waren in de tuin van de pastorie. Wanneer hij de partij achter het kerkhof gelegen van de wezen vroeg, was het al een hoplochting en verkreeg hij het met grote moeite van de voogden die met de ruil de curestede wilden hebben. Ze vroegen 3 r in ruil voor 1 r en uiteindelijk 3 r voor 2 r en dat is met een contract, dat is de pastorie ligt,  gepasseerd voor de vierschaar van Erenbodegem.

De hagen en bomen zijn geplant door de pastoor. Als zij die willen hebben, moeten ze alles samen met de prijs van het hof overnemen.

Bijgevolg bleef van de curestede na de ruiverkaveling 75 r groot.

Blad 64.

De curestede is aangeslagen geweest door de Franse Republiek maar zonder tuin. De plaats die op De Daal ligt en door de pastoor werd bewerkt, gaven de Fransen op 12 november 1803 terug aan pastoor Rollier.

7 r op de curestede verhuurd aan Gerardus Arijs waarvoor hij jaarlijks 14 st moet geven plus  3 st 2 o voor de grondlasten. Voldaan tot 1811.

9 r ¼ op de curestede verhuurd aan Joseph Bodaert voor 18 st 2 o. Voldaan van 1804 tot 1812.

Blad 65.

7 r land op de curestede verhuurd aan Josephus Christiaens voor 14 st met 3 st 2 o voor de  grondlasten.  Voldaan van 1804 tot 1812.

7 r land op de curestede verhuurd voor 17 st 2 o. Voldaan in 1804 en daarna verhuurd aan  Josephus Raes tot 1811.

7 r land op de curestede verhuurd aan Cornelius Droeshout voor 17 st 2 o. Voldaan van  1804 tot 1809 en voor 1810  5 st 3 o.

Blad 66 – nihil.

Blad 67.

N° 12.

140 r land gelegen op Ten Daele achter en naast het huis van Jan Baptist Christiaens, tegenwoordig niet verhuurd maar gebruikt door de pastoor. In 1791 verpacht aan Petrus De Bisschop voor 16 g en een voer mest.

Voldaen het jaer 1792 tot 1797.

Blad 68 – nihil.

Blad 69.

N° 13.

Een land, de helft van een oud bunder, waarvan de andere helft competeert aa de kerk en armen van Teralfene. Dit land is ook niet verhuurd maar is  voor 2/3 beplant met hop en het derde deel is beplant met schaarhout en is in gebruik bij de pastoor.

Het hopveld is verhuurd aan Jacobus Schoon[60] van Hekelgem voor de som van 21 g. Voldaan van 1788 tot 1797. Daarna gepacht door Josephus Boudaert, Carolus Schouppe en Adrianus De Bolle. Verhuurd door de Fransen en het gras van het bos aan Joannes Permentier voor 1 g. Voldaan van 1803 tot 1811.

Blad 70 – nihil.

Blad 71.

N° 14.

Een land gelegen op De Bremdt palend aan de Hekelgemse Straat in Teralfene,  groot 51 r en  wordt gebruik door pastoor De Mol. Vanaf 1789 verpacht aan Petrus De Bisschop voor 6 gr. Voldaan tot 1797.

Blad 72 – nihil.

Blad 73.

N° 15.

Een meers, nu schaarbos, van 51 r gelegen achter Den Daele komend tegen een meers van Affligem, wordt ook gebruikt en gekapt door pastoor.

Blad 74 – nihil.

Blad 75.

N° 16.

Een meers gelegen achter Den Daele,  groot ½ d in  Teralfene in gebruik bij de pastoor.

Hierbij omtrent 11 r meers, een smalle streep palend aan de Dender, gepacht door Joanna Eeckhout, dochter van Arnoldus. In 1791 heeft de pastoor dit perceel zelf gehouden en overgelaten aan Joseph Boudart voor 5 permissie schellingen. Voldaan tot 1797.

Blad 76 – nihil.

Blad 77.

N° 17.

140 r hooimeers gelegen op De Pardelle in Liedekerke tegen de Dender. Dooor het afkalven van de Dender is de oppervlakte veel verminderd. Wordt gebruikt door de pastoor. 33 roeden in 1808.

Blad 78 – nihil.

Blad 79.

N° 18.

118 r meers gelegen in Liedekerke op De Pardelle palend aan de Pardellegracht recht over de Koemeers van Den Vogelsanck, gebruikt door de pastoor.

Verkocht op 6 november 1803 en ontfangen van Francis Van Hove de som van 40 g.

Blad 80 – nihil.

Blad 81 – Cijnzen competerende de pastorie van Teralfene.

N° 1.

Een cijns van 16 st tot last van de abdij Affligem uitgaande op het Hof ter Eijden gelegen in Teralfene. Betaald door de heer Wouters, rentmeester van Affligem tot en met het jaar 1769.

Een cijns 4 st 2 o tot last van de abdij Affligem uitgaande op 60 r land gelegen aan het Hof ter Eijde. Betaald door de heer Wouters rentmeester van Affligem tot en met 1769.

N° 3.

Een cijnsrente van 18 st uitgaande op de hofstede Het Schildeken tot last van Jan Baptist Timmerman, betaald en voldaan tot 1785..

Blad 82.

N° 4.

Een cijnsrente van 1 g tot last van de erfgenamen van Arnaut Eeckhout uitgaande op een  meers gelegen achter Den Daele, genoemd Den Dieren Coop. Betaald door Joanna Eeckhout, dochter van Arnoldi tot 1758 met 8 g, nadien betaalde Judocus Couck voor sijn moeije Joanna Eeckhout tot 1787.

Een cijns van 1 g 2 st uitgaande op ¾ land genoem De Duijfhuijse paelende. Deze cijns is volgens het manuaal van de heer Franco eigendom van de kerk en armen van Teralfene.

N° 6.

Een cijns van 10 st tot last van de weduwe Charles De Bisschop[61] uitgaande op een  meers  gelegen achter Den Daele. Betaald tot 1792.

Nu vervallen bij kavel op Nicolaus Guldemont[62].

Blad 83 – nihil.

Blad 84 – nihil.

Blad 85 – Blad verdwenen? Uitgaven?.

Egidius Droeshout, getrouwd met Petronilla Van Nieuwenhove, met zeven kinderen, ontving  op 16 januari 1767 twee gulden, op 24 januari twee gulden 9 ½ stuivers, op 19 februari een gulden acht stuijvers en op 5 april twee guldens 6 1/2 stuijvers.

Besluit

Uit het manuaal blijkt dat de pastorie over 20 d 30 r grond beschikte waarvan de pastoor een deel zelf bewerkte.In 1797 onteigende de Franse overheid alle bezittingen zodat de pastoors geen inkomsten meer hadden. Tot aan het concordaat van Napoleon in 1803 mochten ze geen priesterlijke taken uitvoeren. Vanaf 1803 kregen ze, in ruil voor de gestolen goederen een jaarwedde van de overheid.

1777. Testament van Johannes De Gijndt en Anna Maria Vaerman[63].

Op 24 juni 1777 lieten Johannes De Gijndt[64] en zijn vrouw Anna Maria Vaerman door pastoor Van overstraeten hun testament opstellen. Hun drie kinderen waren toen al overleden.

1. Zij willen begraven worden op het kerkhof van Teralfene na eenen solemnelen kerckelijcken Godts dienst met drij priesters ende drij achtervolghende gesonghen missen ende dat korts naer hun overlijden tot laefenisse van hunne zielen. Zij willen ook dat de pastoor van Teralfene voor hen 300 gelezen missen zal opdragen na hun dood.

2. Tijdens hun uitvaart moeten er in het totaal voor 12 ponden witte kaarsen branden op het hoogaltaar, de zijaltaren en aan de kist.

3. De testateurs willen dat er kort na hun dood de kerk 100 g krijgt waarvoor de kerk 50  opeenvolgende jaeren een plechtig gezongen jaargetijde zal celebreren waarvoor de pastoor 20 st en de koster 10 st zal ontvangen.

4. Hun goederen zullen onder hun erfgenamen worden verdeeld volghens recht ende costume.

De getuigen waren Franciscus De Doncker en Franciscus Van Vrechem

1779. Testament van Adrianus Van Vaerenbergh[65]

Adrianus Van Varenbergh liet op 3 februari 1779 in aanwezigheid van Judocus Willems en griffier Franciscus Philips Lixon zijn testament opstellen.

1. Hij wil na zijn overlijden een eeuwigdurend jaargetijde. Daarvoor zullen zijn erfgenamen  100 g aan de pastoor geven. Voor elk jaargetijde krijgt de pastoor 1 g en de koster 10 st. Bovendien moeten in de kerk kort na zijn dood 200 requiemmissen met de profundis gecelebreerd worden en 50 missen door de paters minderbroeders-recolletten van Aalst en 50 missen door de eerw. paters Lieve-Vrouwe-Broeders van Muilem. Dat tot lafenis van zijn ziel en van zijn overleden ouders en vrienden voor ieder zal 10 st worden betaald.

2. Hij verzoekt begraven te worden op het kerkhof van Teralfene met de hoogste kerkelijke dienst.

1786. Testament van Jan Baptist Verelst en Matie Catharina Asselman[66].

Op 23 juni 1786 stelde pastoor J. Van Overstraeten het testament op van koster Jan Baptist Verelst en zijn vrouw Marie Catharina Asselman.

1.Zij willen begraven worden op het kerkhof van Teralfene na een kerkelijke dienst met drie gezongen missen.

2. Tijdens elke uitvaart willen ze dat er 18 pond wassen kaarsen aan de lijkbaar branden: 8 pond op de lijkbaar, 6 op het  hoogaltaar, 4 1/2 op Onze-Lieve-Vrouwaltaar en 4 1/2 op het Sint-Jansaltaar.

3. Kort na de uitvaart willen zij een gezongen mis of een lof.

4. Na de uitvaart begeren zij dat er 30 dertigh dagen een gezongen mis wordt gecelebreerd. Na de mis na de mis moet de profundis gelezen worden waarvoor den pastoor 1 g zal hebben en de koster 12 st.

5. De vrienden moeten op elke uitvaart met hesp, rundvlees en bier getrakteerd worden.

6. Kort na de dood moeten er voor ieder 100 gezongen missen opgedragen worden tot lafenis van hun ziel. Daarvoor zal de pastoor 1 g krijgen, de koster 10 st en de kerk 2 st. voor het licht.

7. Zij willen ook dat kort na hun overlijden voor elk van hen 100 missen worden gelezen door de paters van Onze-Lieve-Vrouw-Broeders van Muilem met na elke mis het de profondus.

8. Op elke uitvaart zullen 5 zakken graan aan de armen worden uitgedeeld

9. Hun slechte kleren, de helft van hun hemden en de helft van hun mutsen moeten aan de armen worden gegeven tot lafenis van hun zielen.

10. De langst levende zal al de meubelen van de keuken, de kamer en de voorvloer,  het vlees, boter, smout, tin en koper heel zijn leven behouden.

11. Marie Catharina Asselman wil dat haar gouden kruis met de schuifsteen aan Onze- Lieve-Vrouw van Teralfene wordt gegeven.

De getuigen waren Joannes Van Nieuwenhove en Adriaen Francis De Schrijver.

1786. Parochianen[67] communicanten binnen de prochie van Ter Alphene.

Parochianen[68] communicanten binnen de prochie van Ter Alphene.

 CommunicantenMinderjarige kinderen
Jan Baptist Christiaens, sijn huijsvrouwe en 6 kinderen44
Engelbertus Touriani, sijn huijsvrouwe en 4 voorkinderen60
Michael De Bisschop, sijn huijsvrouwe en 6 kinderen44
Michael Van Varenbergh, sijn huijsvrouwe en 4 kinderen51
Franciscus Eeman, sijn huijsvrouwe en 4 kinderen42
De weduwe Petrus Christiaens31
De weduwe Cornelis De Reuse52
Jacobus Van Den Bossche, sijn huijsvrouwe en 3 kinderen32
Joannes Arijs, sijn huijsvrouwe en 5 kinderen43
Joannes Van Vaerenbergh, sijn huijsvrouwe en 7 kinderen45
Petrus Permentier10
Cornelius De Bisschop43
Josephus Van Nijghem met broeder en suster en dienstmaerte40
De weduwe Franciscus Van Nieuwenhove, 3 sonen en dienstmaerte50
De weduwe Petrus Raes met sone en dochter30
Franciscus Cougneau, sijn huijsvrouwe23
Cornelius Seminckx en sijn huijsvrouwe31
De weduwe Gillis Van Vaerenbergh50
Sebastianus Christiaens en sijn huijsvrouwe41
Judocus De Reuse30
Adrianus Van Den Bossche en sijn huijsvrouwe42
Adrianus De Bisschop en sijn huijsvrouwe53
Franciscus De Doncker en huijsvrouw43
Victor Van Vaerenbergh en huijsvrouw33
Adriaen Van Nijghen en huijsvrouw81
Petrus De Bisschop en huijsvrouw40
Carolus Steenhout en huijsvrouw52
Petrus Arijs en huijsvrouw24
Peeter De Bisschop en huijsvrouw52
Judocus Willems en huijsvrouw44
Adrianus Meulemans en huijsvrouw22
Judocus De Reuse en huijsvrouw33
Christianus Callebaut en huijsvrouw34
Cornelius Van Den Berghe en huijsvrouw22
De weduwe Carolus De Bisschop50
Judocus Van Valckenberg en huijsvrouw21
Joannes Asselman20
Nicolaus Guldemont en huijsvrouw23
Judocus Van Vaerenbergh en huijsvrouw53
Andreas Eeman en huijsvrouw20
Andreas Van Den Berghe en huijsvrouw30
Guilielmus De Bisschop en huijsvrouw41
Judocus Van Vaerenbergh en huijsvrouw21
Joannes Baptista Timmerman en huijsvrouw81
Guillam De Bisschop en huijsvrouw22
Joannes Franciscus Schoonjans en huijsvrouw20
Joannes Van Mol en huijsvrouw60
Joannes Christiaens en huijsvrouw22
Mattheus Christiaens en huijsvrouw41
Egidius Janssens20
Adrianus Franciscus De Schrijver en huijsvrouw  – 1 incapabel41
Josephus Bondart en huijsvrouw32
Joannes Baptist Verelst en huijsvrouw30
Pastoor parochie30
Guillam Beeckman30
Josephus Arijs en huijsvrouw20
Weduwe Judocus Suijs20
Josephus De Groote en huijsvrouw25
Joannes Van Vaerenbergh en huijsvrouw31
Judocus Van Vaerenbergh32
Weduwe Carolus De Bisschop40
Michael De Bisschop en huijsvrouw40
Joannes Van Nieuwenhove en huijsvrouw71
Gillis Meuleman en huijsvrouw40
Henricus Van Den Bossche10
Joannes Van Den Bossche en huijsvrouw21
Jan Baptist Steenhout en huijsvrouw44
Adrianus De Bolle en huijsvrouw34
Weduwe Petrus Van Vaerenbergh21
Weduwe Guilielmus Van Den Abbeele40
Egidius Christiaens en huijsvrouw24
Weduwe Josephus Schoon52
Jan Christiaens en huijsvrouw43
Ludovicus Gijsens en huijsvrouw21
Weduwe De Cuijper83
Joos Meuleman en huijsvrouw22
Franciscus Arijs en huijsvouw23
Jan Arijs en huijsvrouw33
Franciscus Van Nieuwenhove en huijsvrouw60
Adrianus, Michael, Petronella Van Der Maele40
Weduwe Adrianus Van Nieuwenhove40
Franciscus Van Vaerenbergh en huijsvrouw33
Joannes Permentier en huijsvrouw26
Gerardus Arijs en huijsvrouw22
Judocus Van Nieuwenhove en huijsvrouw41
Gerardus Van Blijdenberg en huijsvrouw41
Joannes Baptist Christiaens en huijsvrouw83
Michael Van Vaerenbergh en huijsvrouw23
Paulus Lannoy10
Joannes Luijsterman en huijsvrouw21
Joanna Van Mieghem10
Gerardus Albrechrt en huijsvrouw60
Lucas Beeckman en huijsvrouw51
Joannes Baptist Schoon en huijsvrouw33
Adrianus Asselman en huijsvrouw42
Joanna Eeckhout30
Judocus De Bisschop en huijsvrouw34
Jan Van Miegem en huijsvrouw41
Petrus Suijs en huijsvrouw71
Judocus Eeckhout en huijsvrouw23
Weduwe Petrus Vaerman51
Jan Van Den Bossche en huijsvrouw40
Josephus Steenhout en huijsvrouw21
Franciscus D’Haese en huijsvrouw23
Ludovicus Van Gucht en huijsvrouw41
Adrianus Van Den Bossche en huijsvrouw31
Jacobus Van Den Berge en huijsvrouw40
Michael Heckeman en huijsvrouw60
Jan Tastenoy en huijsvrouw42
Judocus Langhman43
Petrus Kerckhove30
Judocus Collier41
Guilielmus Meuleman30
Michael Suijs en huijsvrouw22
Jan Van Den Broeck en huijsvrouw50
Josephus ? en huijsvrouw34
Josephus De Raes en huijsvrouw23
Ludovicus Van Nieuwenhove en huijsvrouw52
Totaal418187

1787. Testament van Judocus De Reuse[69].

Pastoor J. Van Overstraeten stelde op 17 mei 1787 het testament op van de zieke Judocus De Reuse[70].

1. Zoals de meeste testateurs wil Judocus begraven worden op het kerkhof van Teralfene na een uitvaert met drie priesters en 16 kaarsen.

 2. Omtrent zijn sterfdag moet er 33 jaar lang een jaargetijde voor hem en voor zijn zuster Elisabeth opgedragen worden waarvoor de pastoor 10 st, aan de koster 10 st en 10 st aan de kerk voor het icht en deornamenten.

3. Kort na zijn overlijden zullen in zijn parochiale kerk 100 missen gelezen worden voor 8 st  volgens reglement van het bisdom tot lafenis van zijn ziel en die van zijn zuster.

4.Voorts wil hij dat Adriaen en Catharina De Reuse, zijn neef en nicht voor hun getrouwe dienst en hulpvaardigheid van vele jaeren boven op hun loon ieder 100 g ontvangen.

5. Al zijn resterende goederen zullen aan zijn wettige erfgenamen toekomen.

De getuigen waren de eerw. heer Egidius Van Ophem coadjutor van Teralfene en Cornelius De Bisschop.

1787. Testament van pastoor J. Van Overstraeten[71].

Anthon Jan Eeman notaris publicq royal geadmitteerd in sijnen Majesteijts Raede tot Brussel binnen de stad Aelst residerende, stelde op 11 oktober 1787 het testament op van     Judocus Van Overstraeten pastoor[72] van Teralfene.

1. Hij beveelt dat, zo haast hij zal komen te sterven en zijn ziel aan God, zijn schepper en zaligmaker is toevertrouwd, zijn lichaam in de gewijde aarde van het kerkhof wordt begraven  dicht achter het hoogkoor onder een blauwe zerksteen van tenminste zeven voeten lang en met een breedte in verhouding en met als opschrift zijn naam, sterfdag en ouderdom.

2. Zijn uivaart moet gebeuren met een gewone dienst en aan de lijkbaar moeten er achttien wassen kaarsen branden, ieder van anderhalf pond en van vierentwintig pond aan het altaar.

3. Aan de armen van Teralfene zullen er na de dienst de broden van vijftien vaten koren uitgedeeld worden door de twee kerkmeesters en de koster.

4. Aan de inwoners van de parochie worden vier tonnen groot bier in vier distincte herbergen gegeven en 60 mastellen van twee oorden stuk en in iedere herberg een hesp van twaalf pond met korenbrood naar behoefte. Iedere herbergier van de vier herbergen krijgt twee guldes boven het gemelde bier, de mastellen, de hesp en het brood.

5. Daarna zal in de parochiale kerk een dertigste gecelebreerd worden met de profundis[73]. na iedere mis. De celebrant ontvangt daarvoor 9 stuivers en de koster 1 stuiver.

6. Na het dertigste zal in de parochiale kerk op vijftig opeenvolgende donderdagen een gezongen mis worden gecelebreerd. In de kerk zal het Allerheiligste worden uitgestald ter intentie van de testateur en ter lafenis van zijn ziel. Daarvoor zal de celebrant een gulden ontvangen, de kerk tien stuivers voor de kaarsen en de koster voor het assisteren en zingen tien stuivers.

7. Gedurende drie opeenvolgensde jaren worden elk jaar nog 100 missen gelezen in de parochiale kerk,voor elke mis 8 stuivers.

9. De paters karmelieten van Muilem zullen in hun klooster vijftig gelezen missen opdragen à acht stuivers ter intentie van de testateur.

10. De testateur wil dat er na zijn overlijden een eeuwigdurend jaargetijde tot lafenis van zijn ziel zal opgedragen worden. Dan zal men nocturnes van het officium defunctorum met de lauden zingen waarvoor de celebrant twee gulden zal ontvangen, de koster een gulden voor het assisteren en zingen en de kerk voor kaarsen en licht tien stuivers. Aan de armen die op de uitvaart aanwezig waren zal men op dezelfde dag zes vaten koren uitdelen.  

11. Een tweede jaargetijde  tot lafenis van de zielen van zijn ouders en van zijn vrienden zal gezongen worden in de maand mei en daarvoor ontvangt de celibrant celebrant tien stuivers, de koster tien stuivers  en ook de kerk voor wijn en kaarsen.

12. Het staat zijn erfgenamen vrij een andere kerk te kiezen dan die van Teralfene voor de gevaagde missen.

13. Al zijn goederen komen aan zijn wettelijke erfgenamen toe op voorwaarde dat zij en hun nakomelingen zijn testament uitvoeren. Daarom wil hij dat er in de pastorie en in de kerkcomme een kopie van zijn testament wordt bewaard.

Het testament werd opgesteld in de pastorie in aanwezigheid van de eerw. heer Egidius Van Ophem, prietser en coadjutor en van Joannes Baptiste Verelst,  koster.

Overlijdensregister van Teralfene.

1790. Akte van de ergenamen van pastoor van Overstraeten.

Op 15 april 1790 verschenen Nicolaus Van Overstraeten, jongman en ingezetene van de  Borggravie van Lombeke en zijn zuster juffrouw Anna Van Overstraeten, beggijntje in het beggijnhof in de stad Brussel en bijgestaan door Philiphus Jacobus De Backer voor Livinus Meert, officier loco van de baljuw en meier, en de schepenen Judocus Evenepoel, Peeter Franciscus Menschaert, Jan Baptist Van Vaerenbergh en Jacobus Eylenbosch van de vierschaar van de Borggravie. Zij legden het testament van pastoor Judocus Van Overstraeten voor en lieten een nieuwe akte opstellen waarin ze een meers in Lombeek gelegen en genoemd Den Dierickx Meersch, groot twee dagwand dertig roeden, palend aan de beek,  Joannes Van Overstraeten en Het Dierickxveld ter beschikking stelden voor de uitvoering van het testament.

1788. Ruil van grond[74].

Voor Bruno Jacop, officier en vertegenwoordiger van de heer baljuw, de burgemeester  Livinus Van Vaerenbergh en de schepenen van de heerlijkheid van Erembodegem en Teralfene Philippus Mattens en Franciscus De Doncker verschenen op vijf november 1788 enerzijds Jacobus Schoon van Hekelgem en Joannes Van Nieuwenhove van Teralfene, respectivelijk pater en maternele voogden van de meerderjarige wees Adriana Schoon, dochter van Josephus[75] en van wijlen Maria Anna Van Nieuwenhove. De voogden waren geassisteerd door Peeter Josephus Schouppe, in huwelijk met Catharina Schoon, zuster van Maria Anna en anderzijds de heer Guilielmus De Mol, pastoor van Teralfene.

De comparanten waren overeengekomen gronden te ruilen. De eerste comparanten boden een partij van 75 r aan dat deels in de pastorietuin lag en waarvan 54 r een hopveld op Het Kerkveldt lag, palend oost Gillis Christiaens, zuid Joannes Schoon, west de straat en noord het curengoed en het kerkhof. Pastoor De Mol bood een partij land en hoplochting van eveneens 75 r aan uit een groter geheel in het gehucht Ten Daele,  De Curenstede genoemd. Het deel paalde oost Geeraerd Arijs, zuid de straat, west Jan Baptista Christiaens en noord De Cromhaeghe. De mangeling gebeurde op de volgende voorwaarden:

1.  De ruil blijft geldig zolang de pastoor leeft.

2. Dat ieder neemt de lasten  die op de grond rusten voor zich.

3. De waarde van het hout dat op de percelen staat, zal door een expert worden bepaald en aan ieder vergoed.

4. Dat is ook het geval voor fruitbomen, legumen en de haag van de actuele hof van de pastorie.

5. Aan de grond van de pastoor ligt een voetweg waarvan de oppervlakte, 3 r, wordt geruild voor 2 r.

6. De ruil is gebeurd zonder opleg van geld.

7. Op het einde van de ruilovereenkomst die grond weer in cultuur brengt.

Desen seghel dient tot de annexe copije authentique van eene gebruijck mangelinge van land gedaen tusschen den heere Guilielmus De Mol pastor van Teralphenen ende Jacobus Schoon, Joannes Van Nieuwenhove, als voogden over de meerderjaerige innocente[76] weese Adriana Schoon midtsgaeders als naeste bestaenden aen de voorseijde weese causa uxoris, Peeter Josephus Schouppe wel gepasseert den 5de 9ber 1700 achtententachentigh.

Ondertekenden de overeenkomst: Jacobus Schoon, Joannes Van Nieuwenhove, Peeter Josephus Schouppe, Guilielmus De Mol, Bruno Jacop, Livinus Van Vaerenbergh met parafe 1788, Philippus Mattens, F. De Doncker met parafe 1788.

1789. Aanvraag bouw van de kerkhofmuur[77].

Pastoor De Mol schreef in 1789 een brief naar baljuw, de burgemeester, de schepenen van Teralfene. Daarin legt hij uit dat een deel van het kerkhof langs de kant van de pastorie niet ommuurd is. Er staat alleen een haag. Het zou beter zijn dat de ommuring van het hele kerkhof wordt voltooid want aan de bestaande muur zijn tanden gelaten voor de aanbouw.  Voor hem en zijn opvolgers kan deze nieuwe muur nog nuttig zijn om er fruitbomen aan te planten of om er een remise tegen op te trekken. Daarom wil hij ¼ van de kosten betalen. In de marge stond het antwoord op datum van 13 februari 1789 van de baljuw en de schepenen. Zij gaan akkoord met het voorstel van de pastoor en zeggen toe dat de kerkhof muur nog hetzelfde seizoen zal worden gebouwd.

Getekend: P. F. Denoose, F. De Doncker 1789, Joannes Van Nieuwenhove.

1789. Verplaatsing kerkweg[78].

Geeraert Arijs, Franciscus Van Nieuwenhove en bij afwezigheid van de baljuw en meier de burgemeester en de schepenen Franciscus De Doncker en Joannes Van Nieuwenhove lieten weten dat ingevolge het kerkgebod van 1 maart, zij op 3 maart 1789 om 3 u. naar de tuin achter de pastorie zijn gegaan ten einde de kerkweg te verplaatsen gezien er na het kerkgebod niemand een bezwaar daartegen had ingediend. Zij hebben de weg aan de straat zuidwaarts langs het goed van Joannes Schoon[79], zoon van Josephus geleid tot aan de nieuwe hof van de pastorie aan de oostkant. De nieuwe weg paalt nu noordwaarts van aan de straat tot aan de nieuwe hof van Joannes Schoon.

Ondertekend door Geeraerdt Arijs, Franciscus Van Nieuwenhove, Franciscus De Doncker met parafe 1789 en Joannes Van Nieuwenhove.

Deesen seghel dient tot annexe verplaetsing van den kerckwegh wettelijck gedaen  den 3de meert 1789.

Tegelijk stonden ze aan de pastoor toe dat hij de beek, die zuitwaarts langs het kerkhof  en naast de hof van de pastorie tot aan de straat loopt, dwars door zijn hof en onder het curengoed zou leiden en dit zo lang het de pastoor of zijn opvolgers zal gelieven. Zo kan het water blijven stromen zoals het al van oude tijden deed.

1794. Lening voor de pastoor[80].

Aan al die dit zullen zien, lezen of horen lezen lieten burgemeester en de schepenen van de parochie en de vierschaar van Erembodegem en Teralfene weten de in de griffie de volgende akte is ondergebracht.

Voor de meijer, burgemeester en de schepenen van de parochie en de heerlijkheid van Erembodegem en Teralfene verscheen de heer Guilielmus De Mol, pastoor van Teralfene, die verklaarde dat hij van de kerk- en armenmeesters van Teralfene een som van zeshonderd gulden had ontvangen. Daarvoor verkreeg hij de toelating van de aartsbisschop van Mechelen.  Als pand gaf hij de pastorle goederen gelegen binnen de parochie van Teralfene om in geval van achterstallige betalingen die te verhalen op de goederen. Ondertekend in de vergadering van 20 mei 1794: J. B. Van Nieuwenhove, J. B. Christiaens en Ludovicus Van Nieuwenhove,

1795. Testament van Adriaen De Schrijver en Maria Cobbaert[81].

Op 19 april 1795 stelde pastoor Guillelmus De Mol weer een testament op. Ditmaal voor de zieke Adriaen Franciscus De Schrijver en zijn vrouw Maria Anna Cobbaert. De pastoor gebruikte daarvoor een modeltestament, het eerste deel van het testament komt altijd terug: de erflater is ziek, maar nog bij zijn volle verstand, de dood komt onverwachts en de testateur wil op het kerkhof begraven worden,. Dan volgt, volgens zijn wens, hoeveel missen er na het overlijden zullen gecelebreerd worden met de kosten daarvan, het aantal kaarsen tijdens de uitvaart en een gift voor de armen wordt niet vergeten.

Adriaen De Schrijver en zijn vrouw wensten te worden begraven met een gezongen mis met 18 pond kaarsen waarvan 8 pond aan de kist, 6 op het hoogaltaar, 4 ½ op het altaar van O.-L.-Vrouw en hetzelfde op het altaar van Sint-Jan, nadien  volgen er nog drie gezongen missen. De vrienden zullen getrakteerd worden met bier en hesp. Kort na hun overlijden zal de pastoor 100 gezongen missen opdragen tot lafenis van hun zielen.Voor elke mis ontvangt de pastoor 1 gulden, de koster 10 stuivers en de kerk 2 stuivers voor licht en wijn. De paters van Muilem werden niet vergeten. Zij worden gevraagd 100 missen op te drgagen en de psalm de profundis te bidden.

Hun slechte kleren, de helft van hun hemden en de helft van hun mutsen moet uitgedeeld worden aan de armen van Teralfene. Op elke uitvaart zullen 5 zakken graan aan de armen worden gegeven. De langstlevende behoudt zijn kleren, lijnwaad, zilveren gesp, kist en zijn bed, alle meubelen van de keuken, in de kamer en op de voorvloe, vlees, boter, smout, tin, koper en stoelen gedurende hun leven.

1795. Het settingboek van Teralfene.

In 1794 veroverden de Franse revolutionairen het gebied dat nu België is en in 1795 werd het bij Frankrijk ingelijfd. Teralfene maakte dan deel uit van het kanton Asse. De Franse overheid wilde al onmiddellijk de inkomsten van de inwoners kennen om de voor haar broodnodige belastingen te kunnen innen. M. Gruber, commissaris van de uitvoerende macht van het kanton Asse, legde de gemeente een belasting op van 2236 gulden. De gemeentelijke administratie[82]moest een lijst opmaken van de inwoners met hun inkomsten van velden, weiden en bossen. Die belasting moest voor 31 juli voldaan worden ten comptoire generael.

De resolutie[83] (het besluit) over het settingboeck vanTeralfene over 1795 werd overgemaakt aan de borger P. J. E. Van Der Heijden. Hij kreeg als vergoeding 64 – 0 – 0 en voor de gemeentelijke administratie 970 – 11 – 6. Daar Teralfene in het totaal 172 bunder aan akkers, weiden en bossen had, werd een belasting van 13 gulden per bunder opgelegd om aan een bedrazg van 2236 gulden te komen[84].

De agent municipael adjoint en de commissaris der uijtvoerende macht, J. B. Vaerman een M. Gruber ondertekenden op 19de fructidor 4de republikeins jaar (5 september 1796).

Deze belasting werd geheven op de oppervlakte die men in gebruik had. Doe oppervlakte werd uitgedrukt in de oude maten en in het nieuwe tiendelig stelsel met hetaren, aren en centiaren. De belaste personen werden alfabetisch gerangschikt.

NaamOpp – roedenOpp – ha, a, caguldens
Aelbrecht Geeraert248 1/276 a 40 ca8 – 2 – 1
Arijs Adriaen12538 a 43 ca1 – 3 – 3
Arijs Frans107 1/233 a 5 ca3 – 10 – 0
Arijs Geeraert210 1/464 a 64 ca6 – 16 – 3
Arijs Jan filius Adriaen – op Den Dael19760a 57 ca6 – 9 – 0
Arijs Jan filius Martinus (Portegiesstraet°333 1/21 ha 2 a 54 ca10 – 17 – 0
Arijs Josephus21164 a 87 ca6 – 17 – 1
Arijs Peeter267 3/482 a 32 ca8 – 13 – 1
Asselman Adriaen11553 ha 55 a 11 ca37 – 10 – 3
Asselman Joannes5571 ha 71 a 25 ca18 – 2 – 1
Beekman Guilliam8932 ha 74 a 56 ca29 – 1 – 2
Beekman Lucas filius Jan4221 ha 29 a 75 ca13 – 14 – 3
Boddaert Josephus239 3/473 a 71 ca7 – 16 – 0
Brewie Jan (Welle)5115 a 68 ca1 – 17 – 1
Callebaut Christiaen601 1/21 ha 84 a 93 ca19 – 11 – 0
Christiaens Gillis24976 a 56 ca8 – 2 – 2
Christiaens Jan Baptist filius Jan1657 1/45 ha 9 a 61 ca53 – 7 – 1
Christiaens Jan Baptist filius Geert – wed.561 1/21 ha 72 a 64 ca18 – 5 – 1
Christiaens Jan filius Gillis629 3/41 ha 93 a 62 ca 
Christiaens Joannes filius Jan637 1/41 ha 95 a 93 ca20 – 14 – 2
Christiaens Joannes filius Sebastiaen4731 ha 45 a 43 ca15 – 8 – 1
Christiaens Josephus139 1/442 a 81 ca4 – 10 – 3
Christiaens Josephus65 1/220 a 14 ca2 – 2 – 3
Christiaens Josephus filius Peeter31 1/29 a 68 ca1 – 0 – 3
Christiaens Peeter filius Jan – weduwe13240 a 58 ca4 – 6 – 0
Claes Judocus278 a 30 ca0 – 17 – 3
Collijns Jan (Denderleeuw)7322 a 44 ca2 – 8 – 2
Congnau Frans28186 a 40 ca9 – 2 – 3
Couck Judocus390 1/21 ha 20 a 6 ca12 – 14 – 1
Coucke Adriaen Frans7422 a 75 ca2 – 8 – 2
D’Haese Frans19559 a 95 ca6 – 7 – 3
D’Hont Joannes40 1/212 a 45 ca1 – 6 – 3
De Backer Geeraert21033 a 82 ca3 – 11 – 3
De Bisschop Adriaen filius Judocus636 1/41 ha 95 a 62 ca20 – 14 – 0
De Bisschop Carel filius Joos – weduwe4513 a 84 ca1 – 9 – 2
De Bisschop Cornelis6051 ha 86 a 2 ca19 – 13 – 1
De Bisschop Frans filius Michiel11836 a 28 ca3 – 1 – 1
De Bisschop Guiliam filius Adriaen9973 ha 6 a 53 ca32 – 9 – 0
De Bisschop Guilielmus filius Carel5821 ha 78 a 94 ca18 – 18 – 2
De Bisschop Jan Baptist3811 a 68 ca1 – 5 – 0
De Bisschop Josephus filius Carel27 1/28 a 46 ca0 – 18 – 0
De Bisschop Josephus filius Carel6018 a 45 ca1 – 19 – 1
De Bisschop Josephus filius Peeter3511 ha 7 a 92 ca11 – 8 – 1
De Bisschop Michiel filius Adriaen14043 a 4 ca4 – 11 – 3
De Bisschop Michiel filius Joos396 1/21 ha 21 a 91 ca12 – 17 – 0
De Bisschop Michiel filius Judocus964 1/22 ha 96 a 54 ca31 – 7 – 3
De Bisschop Peeter filius Joos18055 a 34 ca5 – 17 – 0
De Bisschop Peeter filius Michiel1176 1/23 ha 61 a 72 ca38 – 4 – 3
De Bolle Adriaen5921 ha 82 a 1 ca19 – 5 – 0
De Bolle Hendrick (de hoirs)20663 a 34 ca6 – 14 – 0
De Bolle Joannes25979 a 63 ca8 – 8 – 2
De Bolle Judocus316 1/297 a 31 ca10 – 6 – 0
De Cuijper Michiel weduwe15214 ha 67 a 64 ca49 – 9 – 0
De Groot Josephus73 1/222 a 60 ca2 – 8 – 2
De koning Andries6118 a 75 ca1 – 19 – 3
De Koning Jan Baptist162 1/249 a 96 ca5 – 5 – 3
De Leeuw Joannes5817 a 83 ca2 – 15 – 2
De Paep Gillis (Lombeke)206 1/263 a 49 ca6 – 14 – 1
De Pauw Jan (Liedekerke)8225 a 21 ca2 – 13 – 2
De Reuse Adriaen679 1/22 ha 8 a 92 ca22 – 1 – 3
De Reuse Joannes filius Cornelis1065 3/43 ha 27 a 67 ca34 – 13 – 0
De Reuse Judocus454 1/21 ha 39 a 74 ca14 – 15 – 2
De Reuse Judocus filius Cornelis3981 ha 22 a 37 ca12 – 19 – 3
De Rijck Joannes3611 a 7 ca1 – 3 – 3
De Rijck Peeter24876 a 25 ca8 – 1 – 3
De Schrijver Frans10693 ha 28 a 67 ca34 – 16 – 2
De Smet Jan Baptist27684 a 86 ca8 – 19 – 2
Diependael Josephus70 1/221 a 68 ca2 – 7 – 2
Diericx Frans127 1/239 a 20 ca4 – 3 – 0
Diericx Joseph94 1/229 a 5 ca3 – 3 – 2
Droeshout Michiel24575 a 33 ca7 – 19 – 3
Droeshout Peeter filius Jan13942 a 74 ca4 – 10 – 3
Eckeman Josephus31396 a 23 ca10 – 3 – 3
Eckeman Michiel301 1/492 a 62 ca9 – 15 – 3
Eeckhout Judocus253 1/277 a 94 ca8 – 4 – 3
Eeman Frans6732 ha 6 a 92 ca21 – 18 – 2
Ghijsels Ludovicus264 3/481 a 40 ca8 – 12 – 1
Goedvinck Guilliam731 1/22 ha 24 a 90 ca23 – 15 – 3
Guldemont Nicolaus14243 a 66 ca4 – 12- 3
Itterbeek Adriaen76 1/223 a 52 ca2 – 9 – 2
Janssens Gillis268 1/282 a 55 ca8 – 14 – 3
Kerk van Teralphene6720 a 60 ca2 – 5 – 1
Kestens Mattheus152 1/246 a 89 ca4 – 19 – 1
Lannoy Pauwel272 3/483 a 86 ca8 – 19 – 0
Luijsterman Joannes230 3/470 a 95 ca7 – 10 – 1
Mattens Philippus18958 a 11 ca6 – 3 – 0
Meert Jacobus700 1/22 ha 15 a 37 ca22 – 15 – 1
Meuleman Adriaen filius Adriaen16049 a 19 ca5 – 4 – 1
Meuleman Adriaen filius Gillis16751 a 34 ca5 – 5 – 3
Meuleman Gillis – weduwe4871 ha 49 a 73 ca15 – 16 – 3
Meuleman Guillam15046 a 12 ca4 – 17 – 2
Meuleman Joos13039 a 97 ca4 – 4 – 3
Pauwels Joannes3261 ha 23 ca10 – 12 – 0
Pauwels Peeter Frans27885 a 47 ca9 – 0 – 3
Permentier Joannes filius Robert227 1/469 a 87 ca7 – 8 – 0
Permentier Peeter11 1/23 a 54 ca0 – 7 – 3
Pollet Thomas227 1/269 a 95 ca7 – 8 – 0
Raes Peeter13641 a 81 ca4 – 8 – 3
Schoon Jacobus13742 a 12 ca4 – 9 – 2
Schoon Jan Baptist264 1/481 a 25 ca8 – 16 – 0
Schoon Joannes354 1/21 ha 8 a 99 ca11 – 10 – 2
Schouppe Carolus16049 a 19 ca5 – 3 – 1
Schouppe Josephus31797 a 46 ca10 – 6 – 1
Semink Cornelis – weduwe20061 a 49 ca6 – 10 – 0
Semink Guil.1936 a 59 ca2 – 11 – 2
Smet Carel (Erpe)10030 a 75 ca3 – 5 – 0
Sonck Jan Baptist62 1/219 a 22 ca2 – 0 – 3
Steenhout Carel25478 a 9 ca8 – 5 – 1
Steenhout Jan Baptist28286 a 70 ca12 – 8 – 2
Steenhout Josephus9629 a 52 ca3 – 3 – 2
Steppe Hendrick275 1/284 a 70 ca8 – 19 – 0
Suijs Guilielmus358 1/41 ha 10 a 15 ca11 – 13 – 0
Suijs Michiel280 1/286 a 24 ca9 – 2 – 2
Suijs Peeter filius Joos27785 a 17 ca9 – 0 – 0
Tack Joannes81 1/225 a 6 ca2 – 16 – 0
Tassenoy Jacobus465 1/41 ha 43 a 4 ca15 – 8 – 3
Tassenoy Jan filius Martinus573 1/41 ha 76 a 33 ca18 – 13 – 0
Temmerman Jan Baptist16184 ha 97 a 46 ca52 – 18 – 2
Touriani Engel17754 a 42 ca5 – 15 – 0
Vaerman Jan Baptist87 1/226 a 90 ca2 – 17 – 0
Vaerman Jan Baptist (costumier?)242 3/474 a 63 ca7 – 18 – 3
Vaer(e)man Judocus12237 a 51 ca3 – 19 – 3
Vaerman Philip Jacobus278 1/285 a 63 ca9 – 1 – 0
Van Bleijenberg Geeraert215 1/266 a 68 ca7 – 2 – 1
Van Cutsem Guilliam1130 1/23 ha 47 a 58 ca36 – 15 – 0
Van De Maele Guiliam (de hoirs)6441 ha 98 a20 – 19 – 0
Van De Perre ? filius Andries346 1/21 ha 6 a 53 ca11 – 5 – 3
Van De Perre Jacobus309 a 22 ca0 – 19 – 3
Van De Putte Philippus – weduwe568 1/21 ha 74 a 79 ca18 – 9 – 3
Van De Velde Jan523 1/21 ha 60 a 95 ca17 – 0 – 3
Van De Velde Hendrick filius Adriaen6219 a 6 ca2 – 0 – 3
Van Den Abbeele Adriaen675 1/42 ha 7 a 61 ca21 – 19 – 0
Van Den Berge Andries382 3/41 ha 17 a 68 ca12 – 12 – 3
Van Den Berge Cornelis filius Jacobus17654 a 11 ca5 – 14 – 2
Van Den Berge Jacobus319 1/498 a 16 ca10 – 7 – 3
Van Den Berge Peeter filius Jacobus24876 a 25 ca8 – 1 – 3
Van Den Bossche Adriaen filius Guil.413 1/41 ha 27 a 6 ca13 – 8 – 3
Van Den Bossche Adriaen filius Peeter408 1/41 ha 25 a 52 ca13 – 5 – 3
Van Den Bossche Frans309 a 22 ca0 – 19 – 3
Van Den Bossche Hendrick filius Guil.472 1/21 ha 45 a 27 ca15 – 8 – 3
Van Den Bossche Jacobus360 3/41 ha 10 a 91 ca11 – 14 – 3
Van Den Bossche Jan17553 a 80 ca5 – 14 – 3
Van Den Bossche Jan4551 ha 39 a 89 ca14 – 16 – 0
Van Den Broeck Jan403 1/21 ha 24 a 6 ca13 – 2 – 1
Van Den Broeck Peeter5015 a 37 ca1 – 12 – 2
Van Der Borgt Adriaen3410 a 45 ca1 – 2 – 2
Van Der Gucht Philippus – weduwe3551 ha 9 a 15 ca11 – 10 – 3
Van Der Mijnsbrugge Josephus15246 a 73 ca4 – 18 – 3
Van Droogenbroek Jan58 1/217 a 99 ca1 – 18 – 1
Van Kerckhoven Frans (de hoirs)3731 ha 14 a 68 ca12 – 2 – 1
Van Migom Jan8024 a 60 ca2 – 12 – 0
Van Mol G. – pastoor17475 ha 37 a 13 ca56 – 16 – 0
Van Mol Jan279 1/485 a 86 ca9 – 1 – 3
Van Mol Peeter34 3/410 a 68 ca1 – 3 – 0
Van Nieuwenborg Nicolaus David4814 a 76 ca2 – 1 – 3
Van Nieuwenhove Frans292 1/289 a 93 ca9 – 10 – 2
Van Nieuwenhove Frans – weduwe9492 ha 91 a 78 ca30 – 17 – 2
Van Nieuwenhove Jan filius Frans3501 ha 7 a 61 ca11 – 7 – 2
Van Nieuwenhove Joannes28488 ha 75 a 63 ca92 – 11 – 3
Van Nieuwenhove Josephus175 a 23 ca0 – 11 – 1
Van Nieuwenhove Judocus981 1/23 ha 1 a 77 ca31 – 18 – 0
Van Nieuwenhove Ludovicus2275 1/26 ha 99 a 62 ca73 – 19 – 0.
Van Nieuwenhove Peeter617 1/21 ha 89 a 85 ca20 – 1 – 3
Van Nijgen Adriaen1628 1/25 ha 69 ca52 – 18 – 3
Van Nijgen Judocus (de hoirs)10853 ha 33 a 59 ca35 – 5 – 2
Van Vaerenbergh Adriaen filius Michiel3310 a 15 ca1 – 1 – 3
Van Vaerenberg Carolus62 1/219 a 22 ca2 – 0 – 3
Van Vaerenberg Engelbertus91 1/228 a 13 ca2 – 19 – 3
Van Vaerenberg Frans8526 a 13 ca2 – 15 – 2
Van Vaerenberg Gillis – weduwe3731 ha 14 a 68 ca12 – 3 – 1
Van Vaerenberg Jacobus (Erembodegem)24073 a 79 ca7 – 16 – 2
Van Vaerenberg Jan filius Adriaen273 1/284 a 9 ca8 – 18 – 3
Van Vaerenberg Jan filius Geert514 1/21 ha 58 a 19 ca16 – 14 – 3
Van Vaerenberg Joannes806 1/22 ha 47 a 96 ca26 – 4 – 3
Van Vaerenbergh Joos778 1/42 ha 39 a 28 ca25 – 6 – 0
Van Vaerenberg Joos85 1/226 a 29 ca2 – 15 – 3
Van Vaerenberg Judocus (Steenberg)3901 ha 19 a 91 ca12 – 13 – 3
Van Vaerenberg Josephus69 1/221 a 37 ca2 – 6 – 3
Van Vaerenberg Judocus filius Geert648 1/21 ha 99 a 39 ca21 – 2 – 0
Van Vaerenberg Livinus (de hoirs)4614 a 14 ca1 – 10 – 2
Van Vaerenberg Michiel6018 a 45 ca1 – 19 – 1
Van Vaerenberg Michiel filius Peeter3511 ha 7 a 92 ca11 – 8 – 1
Van Vaerenbergh Victor4121 ha 26 a 67 ca13 – 8 – 0
Verbeken Jan Frans10030 a 75 ca3 – 5 – 0
Verelst Joannes Baptist – coster568 1/41 ha 74 a 71 ca18 – 9 – 3
Vonck Peeter (Hekelgem)10632 a 59 ca3 – 9 – 0
Willems Judocus190 3/458 a 65 ca6 – 4 – 1

Het geheel emport van desen boeck beloopt op ende ter somme van f. 2242 – 0 – 0.

Tantième = 64 – 1 – 0.

180?. Rekenig ende bewijs[85] die mits dezen doende de borgers Josephus Van Nijghem, Joannes Asselman, Ludovicus Van Nieuwenhove, Francies De Reuse ende Petrus Van Nieuwenhove als commissarissen van Weldadigheid der gemeijnte van Teralphene, arrondissement van Assche, departement der Dijle.

Mooi voorbeeld van de overgang van de zorg voor de armen van de kerkelijke instelling Den Armen ook H. Geesttafel genoemd, naar de controle door de gemeente. Met de inlijving van de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk kreeg de ‘openbare onderstand’ (de overheidszorg voor armen) een nieuw gezicht. Het belang van het religieuze verkleinde. De wetten van 16 vendémaire an 5 (7 oktober 1796) en 7 frimaire an 5 (27 november1796) voorzagen in de oprichting van “les Commissions des Hospices Civils” (Commissie van Burgerlijke Godshuizen) en “les Bureaux de Bienfaisance” (Burelen van Weldadigheid). De hospices zouden steun verlenen aan de mensen die in een instelling verbleven en de Burelen van Wekdadigheid zouden steun geven aan de huisarmen ter vervanging van de armendis. Het duurde een aantal jareneer de Franse overheid de administratie op orde had, onder meer ook omdat ze voortdurend haar beslissingen wijzigde. Daardoor werd er tijdens het Directiore weinig betaald zoals hieronder blijkt.

Ontvangsten van landpacht.

– Gillis Janssens twintig gulden voor de helft van 62 roeden land gelegen in Teralphene op De Ballije over vijf jaar.

– Van Jan Tassenoy vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden land gelegen op ?

– Van Geeraerd Aelbrecht 30 gulden voor zes jaar pacht van 1/3 van de helft van twee partijen land, d’eerste groot 30 r gelegen op De Cromhaege en de 2de 60 r op De Waterleede, de twee resterende derden zijn in gebruik bij Judo De Schrijver en Francis Hoefs:

– Van de weduwe Van Nieuwenhove vijf gulden en vijf stuivers voor vijf jaar pacht van de helft van achttien roeden meer gelegen in Teralfene.

– Ontvangen van Michiel De Bisschop van dertien gulden voor vier jaar pacht van de helft van 60 roeden land gelegen op De Cromhaege.

– Van Judocus De Reuse vijftien gulden voor zes jaar pacht van 1/3 van de helft van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg.

– Van Charel Schouppe zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van 78 roeden land gelegen in Teralfene.

– Van Adriaen Cobbaert  achttien gulden zeven stuivers en twee oorden voor zeven jaar pacht van de helft van vijftig roeden meers gelegen  Den Avinneberg, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800)..

– Van Judocus De Schrijver zes gulden voor vier jaar pacht van 1/3 van de helft van twee partijen land, de eerste dertig roeden op De Cromhaege onder de Hemdenbosch en de tweede op De Waterleede, groot zestig roeden waarvan de resterende 2/3 in gebruik zijn bij Francis Hoefs en Geeraerd Aelbrecht, laatst op vijf nivôse negende jaar (25 december 1800).

– Van Frans Hoefs zes gulden voor vier jaar pacht van het resterende derde van de helft van de voorschreven twee partijen land, laatst verschenen als voorgaende.

– Gillis Janssens vier gulden voor de helft van tweeënzestig roeden land gelegen op De Ballije,  voor vijf jaar, laatst leste verschenen vijf nivôse tiende jaar, 25ste december 1801,  de som van twintig gulden.

– Van Jan Tassenoy vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden land, laatst verschenen als de voorgaande.

– Van Geeraerd Aelbrecht de som van negen gulden voor zes jaar pacht van 1/3 van de helft van twee partijen land, de eerste 30 roeden gelegen op De Cromhaege en de 2de 60 roeden op De Waterleede, dit zijn de twee resterende derden in gebruik bij Judo De Schrijver en Francis Hoefs, laatst verschenen als voren.

– Van de weduwe Franciscus Van Nieuwenhove vijf gulden en vijf stuivers voor vijf jaar pacht van de helft van achttien roeden meers, laatst verschenen ut ante[86].

– Van Jan Christiaens zeventien gulden voor vier jaar pacht van de helft van tweeënzestig roeden land gelegen op Het Pesterveld onder Hekelgem, laatst verschenen als voren.

– Van dezelfde Jan Christiaens vijf gulden en tien stuivers voor vier jaar pacht van de helft van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst  verschenen als de voren.

– Van de weduwe Gillis Meuleman zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van twee- honderd roeden land gelegen op De Heuvels.

– Van Peeter Van Den Berghe elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar landpacht van een vierde van 118 roeden land gelegen op De Ballije, laatst verschenen als de voorgaande.

– Van Peeter ? twaalf gulden voor vier jaar pacht van een vierde van honderd roeden land gelegen in Denderleeuw, laatst verschenen vijf nivôse tiende jaar (25 december 1801).

– Van Guillam De Vrind zes gulden voor vier jaar pacht van de helft van 1/3 honderd roeden meers gelegen in Liedekerke, genoemd Het Wolfshoofd, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800) dus 6 – 0 – 0.

– Van Cornelis Stijleman vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden hofstede en hoplochting gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen ut ante.

– Van Geeraerd Arijs elf gulden en vijf stuivers voor vijf jaar pacht van de helft van honderd zeventien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als voorgaande.

– Van dezelfde Arijs twaalf gulden en tien stuivers voor vijf jaar pacht van 1/3 van de helft van honderd en  tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen als voren 5 nivôse negende jaar (25 december 1800).

– Van Josephus De Groot van twee gulden en tien stuivers voor een jaar pacht van een derde van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen vijf nivôse vijfde jaar (25 december 1796).

– Van de weduwe Philippus Van De Gucht elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar pacht van ¼ van honderd en achttien roeden land gelegen op De Balleije onder Hekelgem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaer (25 december 1800).

– Van de weduwe Peeter Droeshoudt zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van zeventig roeden land gelegen in Erembodegem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar.

– Van dezelfde Jan Christiaens vijf gulden en tien stuivers voor vier jaar pacht van de helft van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als de voren.

– Van de weduwe Gillis Meuleman zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van twee- honderd roeden land gelegen op De Heuvels.

– Van Peeter Van Den Berghe elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar landpacht van een vierde van 118 roeden land gelegen op De Ballije, laatst verschenen als de voorgaande.

– Van dezelfde Jan Christiaens vijf gulden en tien stuijvers voor vier jaar pacht van de helft van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als de voren.

– Van de weduwe Gillis Meuleman zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van twee- honderd roeden land gelegen op De Heuvels, laatst verschenen ut ante.

– Van Peeter Van Den Berghe elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar landpacht van een vierde van 118 roeden land gelegen op De Ballije, laatst verschenen als de voorgaande.

– Van Peeter ? twaalf gulden voor vier jaar pacht van een vierde van honderd roeden land gelegen in Denderleeuw, laatst verschenen vijf nivôse tiende jaar (25 december 1801).

– Van Guillam De Vrind zes gulden voor vier jaar pacht van de helft van 1/3 van honderd roeden meers gelegen in Liedekerke, genoemd Het Wolfshoofd, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800).

– Van Cornelis Stijleman vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden hofstede en hoplochting gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen ut ante.

– Van Geeraerd Arijs elf gulden en vijf stuijvers voor vijf jaar pacht van de helft van honderd en zeventien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als voorgaande.

– Van de zelfde Arijs twaalf gulden en tien stuivers voor vijf jaar pacht van 1/3 van de helft van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen als voren 5 nivôse negende jaer (25 december 1800).

– Van Josephus De Groot twee gulden en tien stuivers voor een jaar pacht van een derde van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst vijf nivôse vijfde jaar (25 december 1796).

– Van de weduwe Philippus Van De Gucht elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar pacht van ¼ van honderd en achttien roeden land gelegen op De Balleije onder Hekelgem, laatst  verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800).

– Van de weduwe Peeter Droeshoudt zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van zeventig roeden land gelegen onder Erembodegem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar.

– Van de weduwe Jan Arijs een gulden zeven stuivers en twee oorden voor een jaar pacht van de helft van ¼ van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen vijf nivôse zesde jaar (25 december 1797).

 Van de borger Graindorge voor Frans Van Den Winckel achttien gulden voor zes jaar pacht van ¼ van honderd roeden land gelegen onder Denderleeuw in Den Haelsack, laatst  verschenen vijf nivôse elfde jaar (25 december 1802).

– Van de erfgenamen van wijlen Jacobus Schoon achttien gulden voor negen jaar cijns ofte emphiteuse pacht van de helft van ? roeden land gelegen onder Hekelgem op De Balleije, palend oost de weduwe Carel Eeckhout, zuid dezelfde, west de Balleistraat” en noord het goed der gewezen abdij Affligem, uitgegeven voor een termijn van negenentwintig jaar vanaf 25 december 1780, laatst verschenen op vijf nivôse achtste jaar (25ste december  1799).

Summa 1 van de ontvangsten beloopt tweehonderd zevenennegentig gulden en vijf stuivers.

Ontvangsten van de renten:

– Van Sebastiaen Christiaens zeven gulden zeventien stuivers en twee oorden voor drie jaar rente van de helft van een lening van honderd vijftig gulden, laatst verschenen 20 pluviose 6de jaar (9 februari 1798 uitgaande op een land gelegen onder Essene van tweeënvijftig roeden genoemd Het Hooghuijs blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor schepenen van Affligem op negentien februari 1781 en geteekend door griffier B. E. De Witte.

– Van Francis Dierickx negen gulden voor drie jaar rente van de helft van een lening van honderd vijftig gulden, laatst verschenen veertien prairial achtste jaar (3 junii 1800) bezet ent op een behuisde hofstede van zestig roeden gelegen onder Teralfene blijkens den constitutiebrief gepasseerd voor meijer en schepenen van Erembodegem en Teralfene op den 3 juni 1791. Geteekend door griffier J. B. Wagon.

– Van Joannes Van Vaerenbergh zestig gulden voor vijf jaar rente van de helft van een lening  van zeshonderd gulden, laatst verschenen op 19de pluviose tiende jaar (8 februari 1802), bezet op een hofstede met huis en andere edificiën van negentig roeden gelegen  in De Portugiese Straete en op een meers en gelegen omtrent De Drijstraete, groot honderd roeden blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de hiervoor genoemde schepenen op  14 februari 1793. Geteekend door J. B. Wagon.

– Van Geeraert Arijs zeventien gulden tien stuivers voor vijf jaar rente van de helft van een lening van tweehonderd gulden, laatst verschenen op 20 germinal 8ste jaar (10 april 1800), bezet op een behuisde hofstede van 44 roeden, gelegen op Ten Daele blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op 11 april 1782. Ggetekend door Lixon.

– Van Francis Eeman zevenenveertig gulden en vijf stuivers voor zes jaar rente van de helft van een lening van vierhonderd vijftig gulden, laatst verschenen op 1 fructidor 8ste jaar (19 augustus 1800),  bezet op 1) negenenveertig roeden en een half meers gelegen in Teralfene en 2) een hofstede met huis en andere edificiën gelegen aan de Portugiese Straete blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op 19 augustus 1779? Ondertekend Lixon.

– Van de weduwe Jan Arijs tien gulden en tien stuivers voor drie jaar rente van de helft van een lening van tweehonderd gulden, laatst verschenen op  4 oktober 1787, bezet 1) op een behuisde hofstede op TenDaele, groot achtendertig roeden en 2) op vijfentwintig roeden land ofe hoplochting gelegen Ten Daele blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de  schepenen op vijf mei 1774. Getekend adoor de geëede klerk J. B. De Moor. Zij hebben devoiren gedaen tot recouver van den achterstel.

– Van Josephus Christiaens twintig gulden voor vier jaar rente van de helft van een lening  twee onderd vijftig gulden, laatst verschenen op 12 prairial 8ste jaar (1 juni 1800), bezet op de helft van een behuisde hofstede gelegen aan de Portugiese Straet blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op twintig juni 1793. Getekend J. B. Wagon.

– Van Jan Van Haever,  voorheen Joannes Van Gijsegem uit Erembodegem, twaalf gulden voor vier jaar rente van de helft van een lening geld laatst verschenen op vijf germinal 8ste jaar (26 maart 1800), bezet op een land gelegen onder Erembodegem omtrent Den Peirboom, groot circa zestig roeden.

– Van de weduwe Philippus Van Guscht acht gulden vijfthien stuivers voor de rente van de helft van een lening van vijfhonderd gulden,i bezet op een behuisde hofstede, groot 130 roeden,  palend oost en zuid de straat, west J. B. Christiaens. Niet betaald sinds 1793.

– De provincie van Vlaanderen geeft jaarlijks op 27 september aan de armen een som van 44 – 9 – 4 voor de rente van de helft van een obligatie van f. 2546 – 2 – 10 deniers, maar niet meer betaald 1793. Deze originele obligatie is overgezonden aen de administratie departementaal volgens preuve de date 19 ventose 7de jaer.

– Dezelfde provincie moet nog achttien gulden per jaar voor de rente van de helft van een lening van negenhonderd gulden op 25 juni. Niet betaals sinds 1793. Idem en is deze originele obligatie overgezonden aen de administratie departementaal volgens preuve de date 19 ventose 7de jaer.

– Totaal van de ontvangsten door de borger Van Der Heijden van Aalst, gewezen ontvanger van Teralfene: honderd tweeëntwintig gulden achttien stuivers een oord

Summa 2 van de ontvangsten: driehonderd zeven gulden en drie oorden.

Ontvangsten van cijnzen en jaargetijden.

– Jan Baptist Christiaens, Jan Van Vaerenberg en Gillis Van Vaerenberg moeten jaarlijks tien stuijvers voor de helft van de cijns van 31 roeden land op De Balleije en nog 70 roeden op hetzelfde veld palend oost de kerk en de armengoederen van Teralfene, zuid de gewezen abdij Afflighem, west Gillis Van Den Wijngaerde en noord de abdij voor wijnbrood en andere voor de dienst van de H. Kruismissen. Nota: de genoemden Christiaens en Jan Van Vaerenbergh betalen voor hun deel in de voorschreven cijns 3 ¾ stuivers. Geen voldoening sedert 1796.

– Van Gillis Van Vaerenberg 2 ½ stuijvers en geen voldoening sedert 1793.

– Van Peeter De Bisschop, zoon van Michiel …. bepand op en zijn hofstede, groot 116 roeden, gelegen aan Den Grooten Driesch, palend oost Judo De Bolle, zuid Jan Van Nieuwenhove, west de straat en noord de genoemde dries. Idem geen betaling sedert 1790. – De erfgenamen van Paulus De Lannoy moeten jaarlijks de helft van een gulden en twee stuivers bepand op een half dagwand meers en hoplochting in hun erf op Ten Daele, palend oost Adriaen De Bisschop, zuid Petrus Droeshoudt, west idem en noord de straat, laatst verschenen op 2 december 1801 met vier gulden negentien stuijvers.

– De erfgenamen van Amandus Eeckhout moeten jaarlijks de helft van zes stuivers over het licht der maendelijksche misse van requiem voor de zielen van Jan Van Der Slaghmolen bepand op 2/3 van een half bunder meersch achter “Den Daele” paelende oost Guillam De Bisschop, zuid Jan Baptist De Smedt, west de weduwe Judo Asselman, ende noord Peeter Van Vaerenberg ende mits geene voldoening sedert den jaere 1791 alhier gebracht voor bewijs en memorie.

– Jan Baptist Christiaens, zoon van Jan, moet jaarlijks de helft van acht stuivers betalen voor het licht van het jaargetijde van Geeraert Van ?, bepand op een stede gelegen Ten Daele, groot 145 roeden, palend oost het curegoed, zuid de straat, west de sraat en noord De Cromhaege. Geen voldoening sedert 1797.

– Voor Lovicus Van Nieuwenhove de helft van 25 stuivers voor een jaargetijde van Geeraert en Elisabeth Bogaerts bezet op 190 roeden meers achter Den Daele, palend oost Joseph Jacobs, zuid de erfgenamen Adriaen Van Den Abbeel, west Den Maijmeersch en noord Guillam De Bisschop. Geen voldoening sedert 1794. Nota: dat in de vermelde cijns Joos Pauwels uit Hekelgem wegens zijn vrouw en N…….. Van Den Abbeel voor haar vader Adriaen Jaarlijks de helft van ¾ stuijver moeten betalen. Geen voldoening sedert 1795.

– Peeter De Bisschop, zoon van Jan, moet de helft van acht stuivers voor het jaargetijde van Henricus Pensaert, bepand op ¾ van een dagwand stede, vroeger land, gelegen op Ten Daele, palend oost de weduwe Carel Eeckhoudt, zuid de straat en de weduwe Judocus De Wolf. Geen voldoening sedert 1790. Voor het vermelkde jaargetijde moeten Judocus Couck en Cornelis De Bisschop ieder de helft van een stuive. Geen voldoening sedert 1792.

– Adriaen De Bisschop, zoon van Joos, en Judocus Van Vaerenberg voor de weduwe Joos Asselman en Geeraert Van Bleijenberg, moeten jaarlijks de helft van ? stuivers bepand op een half bunder land en stede gelegen opTen Daele, palend oost Jan Van Nieuwenhove, zuid Den Bought, west de erfgenamen Lannoy en noord de straat. Deze cijns moet nu betaald worden door Josephus Steenhoudt. Geen voldoening sedert 1795.

– Philippus Vaerman moet de helft van tien stuivers. Geen voldoening sedert 1792.

– Adriaen Van Den Bossche, zoon van Peeter, moet de helft van acht stuivers bepand op zijn stede gelegen binnen deze gemeente, palend oost en zuid de straat en noord Van Backstael. Geen voldoening sedert 1795. Adriaen De Bisschop, zoon van Judo, betaalt voor Cornelis Asselman de helft van ? die cijns bepand op zijn stede, voorheen meers.

– De erfgenamen van Joannes Tack uit Aalst, voorheen Guillam De Brand en anderen, moeten jaarlijks de helft van tweeëndertig stuivers voor het jaargetijde op vrijdag na Lichtmis van Geeraert Eeckhoudt en Jan Arijs en voor Mottemans en Maria Bogaerts volgens het testament van 21 februari 1698, bepand op de hofstede Het Egdeken, groot 102 roeden palend oost de weduwe Guillam Van Den Abbeel, zuid en west de straat, en noord de dreef van de Callenmeersch. Geen voldoening sedert 1786.

– Judocus Van Den Berghe en de weduwe Gillis Asselman, moeten ieder voor de helft van zes stuivers voor het jaargetijde van heer Jan Arijs op Pinkstermaandag, bepand op hun stede en hop lochting opTen Daele, oost Jan De Ghendt, west de erfgenamen Carel Van Ginderdeuren, en noord de straat. Geen voldoening sedert 1795.

– Lucas Beeckman moet de helft van drie stuivers voor het licht en ornamenten van het  jaargetijde van Jan De Bolle en Marie Pauwels, bepand op hun stede, groot omtrent een dagwand gelegen op Ten Daele, paalend oost Peeter Van De Maele, zuid de straat, west het straAtje lopend van Den Vogelensang en de Cromhaege; geen voldoening sedert 1796.

– Voor Guillam Van De Maele, zoon van Guillam, geldt de helft van twaalf stuivers voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Geeraert De Reuse uitgaand op een dagwand en half meers. Geen voldoening sedert 1793.

– Voor Laureijs De Boom voor zijn vrouw en Adriaen Meert uit Erembodegem geldt jaarlijks de helft van 3 gulden 12 stuivers voor het jaargetijde van Jan Van Vaerenberg en Catharina Bruggemans. Geen voldoening sedert 1773.

– Voor Peeter Van Den Bossche wegens zijn vrouw Catharina De Reuse,  dochter van Gillis voor haar vader met consoorten geldt jaarlijks de helft van dertig stuivers voor het jaargetijde van Adriaen Moock en Catharina Van Vaerenberg, bepand op hun stede, groot 90 roeden, palend oost en zuid de straat, west Adriaen De Bisschop. Geen voldoening sedert 1792.

– Voor Adriaen Van Nijgem geldt jaarlijks de helft van twee gulden voor het jaargetijde van Peeter Van Den Broeck, te celebreren kort na Lichtmis, bepand op zijn hofstede gelegen  aan Den Driessche, palend oost de weduwe Gillis Asselman, zuid en west de voetweg en noord de straat. Geen voldoening sedert 1790.

– Voor Louis Van Nieuwenhove geldt jaarlijks de helft van twee gulden voor twee altijd durende jaargetijden voor de ouders van Peeter Van Den Broeck, te celebreren op het laatste van de maand augustus, bepand op 120 roeden land gelegen op Het Meuleveld, palend oost Joseph De Troyer, zuid Michiel Van Vaerenberg, west Jan Van Nieuwenhove en noord de beek. Geen voldoening sedert 1794.

– Voor Joos Pauwels wegens zijn vrouw geldt jaarlijks de helft van dertig stuivers, bepand op de meers De Bouckxkens, palend aan de Dender. Geen voldoening sedert 1795.

– Voor Gillis Van Vaerenbergh van Essene geldt jaarlijks de helft van drie gulden altijd vallend op 20 oktoberr voor de jaargetijden gefondeerd door Anthoon Taeleman, te celebreren de eerste woensdag na Sint-Jan en de het 2de woendag na H. ?, bepand 1ste op zijn hofstede, groot honderd roeden, palend oost Joannes Van Den Abbeel, zuid de straat, west Hendrick De Pauw en noord de voetweg; 2de op honderd roeden land gelegen ………. palend oost Jan Van Der Slagmolen, noord de straat. Geen betaling sedert 1796.

– Voor de weduwe Peeter Vaerman voor de helft en Judocus Eeckhoudt voor de wederhelf voor Cornelis Meuleman en ? Van Mol voor de helft van dertig stuivers, bepand op hun stede en land. Geen voldoening sedert 1792.

– Voor Joseph Redant, zoon van Jan, en de erfgenamen Jan Baptist Verhelst gelden jaarlijks tien stuivers, te weten de redant 1/3 en de erfgenamen 1/3 voor het licht en de ornamenten van het jaargetijde van Michiel De Bisschop, bepand op hun respectievelijke hofstede. Geen voldoening sedert 1797.

Summa 3 van de ontvangsten beloopt vier gulden en negentien stuivers.

De Franse revolutionairen ageren tegen de godsdienst.

Het valt op dat vanaf het begin van de oorlog van de Fransen tegen de Oostenrijkers de betalingen voor de cijnzen bijna volledig stopten. Daar zijn meerdere redenen voor. Sedert 1789 was er bijna voortdurend oorlog en de Franse overheid plunderde vanaf 1794 het land en voerde een anticlericale politiek:

– Al in augustus 1794 beval het Comité de Salut Public: Overlaad de rijken en de clerus met belastingen, beroof België van alle bestaansmiddelen.

– In oktober besliste de Conventie dat de kerkelijke bezittingen staatseigendom werden.

– In februari 1795 leggen de commissarissen van de Franse krijgsmacht de armendis een verplichte lening op.

– September 1795. Een bijzondere wet schaft alle ordes, kloosters en abdijen af. Alle kerkelijke gioederen met inbegrip van de kapelanieën, de pastorale goederen en de broederschappen worden aangeslagen als nationaal goed. De kerk- en armenmmesters worden uit hun ambt ontzet en zijn verplicht de rekeningboeken en het geld af te geven

– Het decreet van 19 maart 1797 verplichtte de bedienaars van de erediensten de volgende verklaring af te leggen:je reconnais due l’ universalité des citoyens français est le souverain et je promais soumission et obéissabce aux lois de la République. De priesters kregen 10 dagen de tijd om de verklaring af te leggen. Wie daarna nog een kerkelijke functie uitoefende kreeg een boete van 500 pond en 3 maanden gevangenisstraf. De aartsbisschop wou niet dat de priesters de verklaring aflegden.

– In augustus 1797 erkende het Directoire de vrijheid van de eredienst, maar buiten de kerk zijn alle religieuze emblemen verboden. Het kruis op de torens en op kapellen, heiligenbeelden op de openbare weg en in kapellen moeten weg.

-September 1797. Door het decreet van 9 fructidor an 5 ( 5 september) breekt de godsdienstvervolging los. De priesters moeten de eed van haat afleggen: Je jure la haine à la royauté et à l’ anarchie; je jure attachement et fidélité à la république en à la constitution de l’ an 2. Aartsbisschop von Franckenberg verbiedt de priesters de eed af te leggen omdat hij inging tegen de wet van de liefde. Ongeveer 10 ooo priesters weigeren de eed af te leggen. IN december begon een klopjacht op de onbeëdigde priesters die onderdoken De besloten tijd was begonnen.

– E.H. Van den Broeck schreef in de begeleiding van zijn Gezinsboeken dat in zijn familie werd verteld dat zijn grootvader Machiel Van den broeck in 1798 in het geheil op de Oude Molen werd gedoopt.De ouders brachten het kind niet zelf naar de molen, wel enkele moedige vrouwen zoals Barbara Malchos (een schuilnaam) en Anna Maria Cuyper, de vrouw van de Teralfense koster.

– Okotber. De erediensten worden overla stopgezet. De klokken mogen niet meer luiden.

– November. De Fransen beginnen met de verkoop van dekerkelijke goederen. In Teralfene gebeurt dat op 15 maart 1799.

– Januari 1800. De Franse passen de vervolgingswetten minder streng toe. De kerken mogen weer open, maar onbeëdigde priesters krijgen geen toelating om weer in dienst te komen.

– Paus Pius VII ondertekent op 15 augustus het concordaat met Napoleon. De overeenkomst houdt in dat de Franse republiek het katholocisme erkent als de godsdienst van de meerderheid. De nog niet in beslag genomen religieuze gebouwen komen ter beschikking van de clerus. Onteigende kerkelijke goederen blijven in het bezit van de kopers. De clerus heeft geen vervogingen meer te vrezen[87].

Ontvangsten van rogge.

– Voor Ludovicus Van Nieuwenhove geldt jaarlijks een vat rogge, laatst verschenen op vijf nivôse tiende jaar (25 Xber 1801), dus 5 vaten.

– Voor Joannes Van Vaerenberg een vat rogge, laatst verschenen zoals voorgaande, dus vijf vaten.

– Voor de weduwe Jan Van Den Broeck en Joannes Van Nieuwenhove een vat rogge, laatst  verschenen als de voorgaande, dus vijf vaten.

– Voor Josephus Schoon 1/2 vat rogge, laatst verschenen zoals voorgaande, dus 2 1/2 vaten.

– Jeroom Van De Perre een vat rogge, laatst verschenen op 5 nivôse 8ste jaer (25 december  1799) dus 2 vaten.

– Jan Baptist Vaerman 1/2 vat rogge, laatst verschenen op vijf nivôse Xde jaar (25 december) 1802, dus 3 vaten.

– Joannes Van Nieuwenhove twee vaten rogge uitgaande op zijn hofstede, laatst  verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800), dus 8 vaten.

– Francis Van Nieuwenhove met consoorten 7/8 van een vat rogge, laatst verschenen vijf nivôse Xde jaar (25 december 1801), dus 4 3/8 vaten.

De gehele ontvangst van rogge van 34 7/8 vaten werd aan de armen uitgedeeld..

Uitgaven.

– Aan de borger D’Herdt van Aalst drie gulden en drij stuivers voor de levering van drie registers voor het noteren van de ontvangsten en uitgaven van de armen: 3 – 3 – 0.

– Aan Geeraert Arijs twee gulden voor zijn devoiren ten dienste van de armen: 2 – 0 – 0.

– Aan de borger Janssen, chirurgijn te Erembodegem voor gedane visites en levering van medicijnen aan verscheidene arme zieken: 8 – 6 – 0.

– Aan port voor een brief op 9 frimaire 7de jaar: 0 – 10 – 0.

– Aan Gillis Dierickx, garde champetter, voor zijn devoiren voor de armen: 1 – 0 – 0.

– Aan port voor een brief  van 15 thermidor 7de jaar: 0 – 7 – 0.

– Aan de borger Gaspar voor levering van tien werkdekens voor de armen: 13 – 0 – 0.

– Aan Peeter Van De Maele voor levering van enige stoffen en kousen ten dienste van de armen: 18 – 4 – 2.

– Aan Matheus Rosenol voor het maken en repareren van verscheidene kleren van de arme kinderen: 1 – 5 – 0.

– Aan Hendrick De Troch voor het maken van twee paar nieuwe schoenen van twee arme mensen: 3 – 17 – 0.

– Aan een hoed voor de zoon van de weduwe Coigneau: 1 – 1 – 0.

– Aan de voorschreven borger Gaspar voor de levering van acht dekens voor de armen: 9 – 9 – 0.

– Aan Francis Dierickx voor het maken van twee lichgters voor de begrafenis van de vrouw van Josephus Eekeman en het kind van Frans D’Haese: 4 – 0 – 0.

– Aan Engel Van Vaerenbergh voor het onderwijzen van de arme kinderen 1779: 4 – 13 – 3

– Aan Adriana Van Nijghem op 14 juli 1800 voor het leveren van veertien vaten koren voor distributie aan de arme lieden: 19 – 5 – 0.

– Aan Matheus Rosenol voor het maken en repareren van kleren van de armen: 0 – 12 – 0.

– Aan de voorschreven Janssens voor zijn visites en levering van medicamenten voor verscheidene arme mensen: 6 – 16 – 2.

– Aan Jan Baptist De Bisschop voor de levering van winkelwaren aan de weduwe Franciscus D’Haese: 3 – 3 – 0.

– Aan N. Guldemont voor de levering van enig brandhout, brandewijn en café(?) voor een arme onbekende persoon ziek liggend ten huize van Josephus De Bisschop: 1 – 16 – 3.

– Aan de genoemde Gillis Dierickx  voor enige vermaningen aan de debiteurs van de armen:  0 – 7 – 0.

– Aan Adriana Deleu van Borglombeek voor de levering van drie dekens voor de armen: 4 – 14 – 2.

– Aan Engel Vaerenberg voor zijn devoiren in het leren lezen en schrijven van de arme kinderen in 1800 en 1801: 7 – 5 – 0.

– Aan N. Guldmont voor levering van brood en bier aan de weduwe van Frans D’Haese: 0 – 18 – 3.

– Op 10 mei 1802 aan Louis Van Nieuwenhove voor de levering van negen vaten rogge voorde armen: 21 – 0 – 0.

– Op 20 juni aan dezefde voor de levering van drie vaten rogge: 7 – 10 – 0.

– Aan Jan Baptist Christiaens voor de levering van drie zakken rogge: 45 – 0 – 0.

–  Aan Josephus Van Nijghem voor del evering van 4 ½ vaten rogge: 11 – 5 – 0.

– Aan Hendrick De Troch voor het maken van een paar schoenen voor de zoon van Joseph De Raese: 2 – 2 – 0.

– Op 11 juli 1802 aan N. Guldemont voor de levering van brood en bier aan de weduwe Frans D’Haese: 2 – 14 – 0.

– Op 19 juli aan Michiel Eekeman voor de levering van een vat en half rogge voor Josephus De Raese: 2 – 17 – 0.

– Aan Josephus De Bisschop voor de levering van een vat en half pataten en twee paar houten schoenen aan de weduwe D’Haese: 1 – 0 – 0

– Op 23 juli aan Gillis Dierickx aan Frans Van de Winckel uit Denderleeuw voor de opzeg  van de goederen van de armen  die hij in gebruik had: 0 – 5 – 0.

– Op 27 juli  aan N. Guldemont voo de levering van brood en bier aan de weduwe D’Haese:  2 – 17 – 0.

– Aan pastoor De Mol voor het begraven en de uijtvaart van de weduwe D’Haese: 6 – 6 – 0.

– Aan Frans Dierickx voor het leveren van een lichter voor de weduwe: 3 – 0 – 0.

– Op 2 augustus 1802 aan Gillis Dierickx voor zijn devoiren in het oproepen en verkopen van de vruchten op een land van armen gelegen onder Denderleeuw en in het gebruik geweest bij Frans Van Den Winckel: 0 – 7 – 0.

– Aan Janssens voor het behandelen van verscheidene arme mensen en levering van medicijnen: 17 – 14 – 2.

– Aan Peeter Van De Maele van Aalst voor de levering van drie ellen stof, twee paar koussen en een voorschoot voor enige arme lieden: 4 – 12 – 0.

– Aan twee hemden, een rok en corset voor de wees van wijlen Frans D’Haese: 4 – 7 – 2.

– Aan Matheus Rosenol voor het maken en repareren van enige kleren voor de kinderen van  D’Haese: 1 – 1 – 0.

– Aan de borger Van Der Heijden voor de grondcontributie van de armen van het jaar vijf : 14 – 3 – 3. De huurders moeten hetzelfde bedrag betalen.

– Voor de inscriptie van een lening ten laste van Joseph Christiaens: 3 – 19 – 2.

– Voor de inschrijving van een rente ten laste van de weduwe Philippus Van De Gucht: 4 – 0 – 1.

Summa van de uitgaven: 274 – 19 – 1.

Andere uitgaven

– Aan de armen uitgedeeld: op vier floréal 7de republikeins jaer 41 – 0 – 0; op 26 prairial van hetzelfde jaar 39 – 3 – 0; op 18 februari, 23 april en 3 juni 1801:  21 – 16 – 2;  op 20 7ber, 10 8ber, 16 en 29 9ber van hetzelfde jaar 26 – 18 – 3; op 20 Xber 1801, op 5, 11 en 18 januari 1802: 45 – 4 – 0; op 17 februari, 2 en 22 maart 1802 aan de weduwe Frans D’Haese: 2 – 4 – 1; op 12, 13 en 28 april aan drie arme mensen 8 – 1 – 0; aan de zieke vrouw van Jan Camu op 18 juni 1802: 3 – 3 – 0; op 22 juli: 48 – 5 – 0; op twee augustus: 56 – 4 – 0.

Summa van deze uitgaven: 291 – 19 – 2.

Distributie van rogge.

– Op 21 mei 1800 gedistribueerd aan de armen vijftien vaten en een vierde rogge.

– Op 16 juli 1801 negentien vaten een vierde rogge.

De gehele uitgaven voor de rogge: 34 1/2 vaten.

Finale uitgaven van de rendant

– Aan de borger Petrus Van Nieuwenhove de tantième van de ontvangsten en de distributie van de  penningen van de armen en de twintigste penning. Vermits die belopen zeshonderd negen gulden vier stuivers en drie oorden, bedraagt de tantième 30 – 9 – 1.

– Voor het opstellen van deze rekening, examinatie van de papieren en de bescheiden: 11 – 8 – 0.

– Voor de kopie voor de rendant: 5 – 14 – 0.

Summa 3° van de uitgaven 47 – 11 – 1.

Summa summarum van de uitgaven 600 – 6 – 1.

De ontvangsten bedroegen 609 – 4 – 3.

De rendant heeft meer ontvangen dan uitgegeven 8 – 18 – 2.

Aldus gedaen, gerekent ende gesloten onder allen &, coram de ondergeteekende binnen Assche dezen 7de floréal 11de jaer, waeren geteekent Josephus Van Nijghem, P. Van Nieuwenhove, L. Van Nieuwenhove Jan Asselman, Joannes De Reuse, J. De Bisschop adj. Gruber maire, J. F. Gillis juge de paix en P. Fieremans.

1807. Teruggave van gronda an de kerkmeesters[88]..

Toen de kerkmeesters vernamen dat een perceel van 30 a 42 ca palend aan het goed van de vroegere abdij Affligem, aan de pastorie en aan Francis Van Nieuwenhove, toebehorend aan de kerk op  6 december zou worden verkocht, stuurden ze een brief naar de prefect te Brussel. In hun schrijven vroegen ze de teruggave van het perceel omdat het belast was met fundaties ten voordele van de kerkfabriek. Het veld was als domaine nationale aangeslagen. Op 3 maart 1807 ging de prefect in op hun verzoek.

1810[89].

Napoléon par la grâce de Dieu et les constitutions de l’empire, empereur des Français, roi d’Italie, protecteur de la confédération du Rhin &a à tous présent et à venir, salut, faisons savoir que :

Dat Jacques Maximilien Catoir, notaris te Brussel voor dokter Jean De Loecker uit de Eikstraat n° 1373 te Brussel op 20 oktober 1810 de verkoopakte opstelde van zijn bos te Teralfene, groot 18 a 80 ca. Het bos paalde aan 1° een hopveld in gebruik bij Adrien De Bolle, 2° de weduwe Adrien De Schrijver, 3° Josse De Bisschop, 4° une lisière de raspe de l’église de Teralphene in het bezit van Adrien et Guillaume Meulemans. De koper was François Rollier, pastoor te Teralfene en de koopsom bedroeg 180 fr.

1811. Oprechten staat van goederen soo land en weiden, bosschen, renten[90].

Op 22 juni 1811 maakte iemand (de pastoor?) de inventaris op van de bezittingen van de kerkfabriek.

Land, weiden en bossen

  1. Een perceel op de Heuvels, groot 100 roeden. Verhuurd aan Guilielmus Meuleman en Jan Baptist Steenhout voor 16, 50 francs.
  2. Een land in Hekelgem op De Ballije, groot 118 roeden. Verpacht aan Ludovicus Van Gucht en Petrus Van Den Berghe voor 17,00 fr.
  3. Een land in Hekelgem op De Ballije, groot 30 roeden. Verpacht aan Jan Baptist De Bisschop voor 8,00 fr.
  4. Een land in Hekelgem op Het Pesterveld, groot 31 roeden. Verpacht aan Judocus Christiaens voor 8,00 fr.
  5. Een land op Den Nuffelteurre?. Verpacht aan Jean Tastenoy voor  6,50 fr.
  6. Een land in Denderleeuw, groot 46 roeden. Verpacht voor 13 francs aan Petrus Borriau.
  7. Een land op De Cromhaege, groot 27 ½ roeden. Verpacht aan Jan Baptist De Bisschop, zoon van Michael voor 8,00 fr.
  8. 59 roeden op De Heuvels. Verpacht aan Gillis Dierickx, Michael Arijs en Judocus Christiaens samen voor 9,50 fr.
  9.  39 roeden  op De Klein Cromhaege. Verpacht aan Ludovicus Van Gucht voor 8,50 fr.
  10. Een meers van 8 ½ roeden achter Den Daele. Verpacht aan Petrus Van Nieuwenhove, zoon van Franciscus voor 2,50 fr.
  11. 57 roeden op de Steenberg. Verpacht aan Judocus De Reuse, Gerardus Arijs, Jan Permentier voor 15,00 fr.
  12. Een meers van 25 roeden op Den Avinneberg. Verpacht aen Jan Tack voor 6,00 fr.
  13. Een hofstede van 25 roeden op de Steenberg. Verpacht aan Cornelis Steyleman voor  5,44 fr.
  14. 55 roeden op De Klein Cromhaege. Verpacht aan Gerardus Arijs, Jan Baptist Schoon, Gillis Dierickx voor 12,00 fr.
  15. 35 roeden in Erembodegem. Verpacht aan de weduwe Petrus Droeshout voor 8,00 fr.
  16. Een meers in Liedekercke genoemd Het Wolfshoofd, groot 16 ½ roeden. Verpacht aan Guilielmus De Vrind voor 3,50  fr.
  17. Een land van 30 roeden De Cromhaege. Verpacht aan Judocus De Schrijver en Franciscus Hoefs voor 7,00 fr.
  18. 15 roeden op De Kleine Cromhaege. Verpacht aan Carolus Albrecht voor 3,50 fr.
  19. Een land van 31 roeden in Hekelgem op De Ballije. Verpacht aan Amandus Vertongen voor  3,60 fr.
  20. 100 roeden in Hekelgem op De Ballije. Verpacht aan Judocus Heeremans belast jaarlijks met 4 vaten koren aan de armen van Teralfene voor 14,50 fr.

Renten.

  • Een rente op 100 gulden geeft jaarlijks 6,50 verkregen op 4 mei 1774 tot last van Jan Arijs, Michael Arijs en Petrus De Backer (1) bepand op een behuisde hofstede, groot 38 roeden op Ten Daele, palend oost Francis Arijs, zuid Mansbroekveld, west Francis Van Nieuwenhove, noord de straat, (2) bepand op 31 roeden meers in ?, palend zuid Jan Baptist Christiaens, west Den Avinneberg, noord de weduwe Frans Van Nieuwenhove, (3) nog 25 roeden land in Teralfene, palend oost Ludovicus Geysens, zuid Affligem, west Jan Christiaens, noord dezelfde, gegoed voor de wet van Erembodegem ((= de schepenbank) volgens de akten alhier berustend
  •  Een rente op 75 gulden geeft jaarlijks 4,75 verkregen op 9 februari 1781 tot last van Sebastianus Christiaens en Josephus Christiaens, bepand op een land van 52 roeden genoemd Het Hooghuijs in Essene, oost de straat, zuid de beek, west de erfgenamen Joos Van Der Biest, gegoed voor de wet van Affligem alhier berustend.
  • Een rente op 100 gulden geeft jaarlijks 6,34 ten laste van Gerardus Arijs van Teralfene, bepand op een behuisde hofstede van 44 roeden op Ten Daele, palend  oost de wezen Francis Arijs, zuid de straat, west de pastorie, noord de voetweg, gegoed door de wet van Erembodegem, gelicht 10 april 1782 volgens akten alhier berustend.
  • Een rente op 75 gulden geeft jaarlijks 5,44 ten laste van Petrus Snel tot Mijlbeek, bepand op land in Erembodegem omtrent Den Peirenboom, groot circa 60 roeden.  Deze rente  is niet gehypothequeerd, ook geen constitutiebrief.
  • Een rente op 250 gulden geeft jaarlijcks 13,60 ten laste van Philip, nu Ludovicus, bepand op een behuisde hofstede van 131 roeden, palend oost en zuid de straat, west Jan Baptist Christiaens, noord Adrianus Van Den Bossche, nu Jan Baptist Van Vaerenberg, van 18 februari 1788, gegoed voor de wet van Erembodegem volgens de akte alhier berustend.
  • Een rente op 750 gulden ten laste van Francis Dierickx, bepand op een behuisde hofstede van 60 roeden, palend oost het wederdeel van deze, zuid de straat, west de erfgenamen van Petrus Van Vaerenbergh, nu Michael De Bisschop, noord Den Breedeweg,ingaande op 3 juni 1794 voor de wet van Erembodegem volgens de akte.
  • Een rente op 12 gulden geeft jaarlijks 3,70 tot last van Joannes Baptist Christiaens, nu Josephus, bepand op 150 roeden, oost het goed van de abdij Affligem, zuid De Portegiese straete, west de weduwe Petrus Christiaens, noord de erfgenamen Judocus Van Neijgem, ingaande op ? juni 1793, gegoed voor de wet van Erembodegem volgens de akten alhier berustend.

Ontvangst van cijnzen.

  1. Een land van 31 roeden in Hekelgem op De Ballije, belast met 2 francs 37 cent waarvan 1,35 fr. voor de pastoor, 68 cent voor de koster 68 cent en voor de kerk 34 cent tot last van Jan Baptist Christiaens. Vernieuwd in 1811 over een ten deel van de kruismissen ten tijde van de vasten.
  2. Een land in Hekelgem op De Ballije, belast met drie francs 17 cent waarvan 1,90 fr. voor de pastoor, voor de koster 98 cent en voor de kerk 22 cent, tot last van Joannes Van Vaerenberg, zoon van Judocus, over een deel van de kruismissen ten tijde van de vasten. Vernieuwd op 7 floreal jaar 11 en laatst vernieuwd in juni 1811.
  3. Een land op De Ballije in Hekelgem, ten laste van Petronella Jacobs, jaarlijks belast door een deel der kruismissen ten tijde van de vasten met 1 franc 21 cent, voor de pastoor 67 cent, de koster 38 cent en de kerk 5 cent.
  4. Een land op De Ballije in Hekelgem ten laste van Francis Van Nieuwenhove, jaarlijks belast met ?  voor een deel van de kruismissen ten tijde van de vasten. Vernieuwd op 9 juni 1811.
  5. Een land op De Ballije ten laste van Joannes Van Den Bossche, in plaats van Angelina Van Vaerenbergh,  jaarlijks belast met 2 francs 30 cent, waarvan 1, 26 fr. voor de pastoor, voor de koster 63 cent en voor de kerk 40 cent,  voor een deel van de kruismissen ten tijde van de vasten. Vernieuwd 29 juni 1811.
  6. Een land op Den Dries, groot 116 roeden, palend oost Petrus Van Neijgem, zuid Jan Van Nieuwenhove, west de straat naar de dries, jaarlijks belast één franc 16 (cent) ten laste van Joannes Christiaens en Ludovicus De Bisschop. Vernieuw in 1811.
  7. Een hofstede op Ten Daele, palend oost Judocus Christiaens, zuid Petrus Van Nieuwenhove en de weduwe Timmerman, west Judocus Couck, noord de straat, groot 50 roeden, ten laste van Paulus Lannoy voor 1 fr.
  8. Een meers achter Den Daele, palend oost Guilielmus De Bisschop, zuid Jan Baptist De Smet, west de weduwe Judocus Asselman, noord Petrus Van Vaerenbergh, ten laste van Judocus Couck, groot 133 roeden, geeft jaerlijkx 27 cent voor licht en ornamenten van het jaargetijde van Jan Van Der Slagmolen.
  9. Een hofstede op Den Daele, groot 145 roeden, palend oost de pastorie, zuid de straat, west het pastoreel goed, noord De Cromhaege, ten laste van Joannes Baptist Christiaens, zoon van Jan, voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Gerardus Van Schingen en Elisabeth Petermans, geeft jaarlijks 1,72 fr., waarvan 90 cent voor de pastoor, voor de koster 45 cent en voor de kerk 36 cent. Vernieuwd 1811.
  10. Een meers achter Den Daele, groot 190 roeden, palend oost Joseph Jacobs nu Joannes Baptist Christiaens, zuid Adrianus Van Den Abeele, west Den Meijmeersch, noord Guilielmus De Bisschop, ten laste van Ludovicus Van Nieuwenhove voor het jaargetijde van Gerardus en Elisabeth Bogaer(t)s, geeft jaarlijks 1,13 fr. Vernieuwd ?  Ludovicus Van Nieuwenhove geeft alle jaren 75 cent en Judocus Van Blijenbergh 38 cent.
  11. Een hofstede aan Den Grooten Driessche ten laste van Petrus Van Neijgem voor het jaargetijde van Petrus Van Den Broek, geeft jaarlijks 1,81 fr. Vrnieuwd.
  12. Een land van 120 roeden in Liedekerke op Het Molenveld, ten laste van Ludovicus Van Nieuwenhove, jaarlijks belast met 1,81 fr. voor twee jaargetijden in de maand augustus voor de ouders van Petrus van Den Broek.
  13. Een meers gelegen achter Den Daele tegen de Dender, ten laste van Henricus De ? uit Hekelgem voor het jaargetijde van Barbara Van Vaerenbergh, geeft jaalijks 1,26 fr.
  14. Een hofstede en een land in Essene, groot 100 roeden, palend oost de straat, zuid de straat, west de weduwe van Gillis De Pauw, noord de voetweg. Nog 100 roeden  palend aan Jan Van Der Slagmolen, noord de straat, waarvan een deel voor de H. Geest, de rente is 2,71 fr. ten laste van de weduwe van Gillis De Pauw voor het jaargetijde van Carolus Steppe, komt uit de rekening van 1768 en vernieuwd in 1811.
  15. Een hofstede op Den Mollenhoek, palend oost Jan Baptist Vaerman, zuid Joannes Christiaens, west Petrus De Naijer, noord het losgat van De Mansbroek, ten laste van Petrus De Rijck voor een cijns van 67 cent, komt uit de rekening van het jaar 1768.
  16. Een hofstede gelegen in Den Mollenhoek, palend oost Hendrick Van ?, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Adriaen Asselman, en noord de weduwe Benedictus Timmerman, jaarlijks belast met de helft van 67 cent.
  17. Een land gelegen in Den Mollenhoek, palend oost de voetweg, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Judocus Eekhout en noord het goed van de pastorie,  belast met de helft van 67 ct, komt  uit de rekening van het jaar 11 en vernieuwd.
  18. Een land en hofstede van de weduwe Benedictus Timmerman, palend oost de straat, zuid de voetweg, west Guilliam ? en noord Michael Van Vaerenbergh, jaarlijks belast met 45 cent voor licht en ornamenten van ’t jaargetijde van Michael De Bisschop, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
  19. Een land gelegen achter Den Daele aan Den Schullenberg, groot 102 roeden, palend oost Jan Baptist Van Nieuwenhove, zuid en west de straat en noord Joannes Vaerman en Jan Baptist Van Nieuwenhove, tot last van Jonnes Tack uit Aalst, jaarlijks belast met 1 fr. 45 cent voor het jaargetijde op vrijdag na Lichtmis, volgens het testament van 21 juli 1698, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd

20- Een hofstede palend oost De Klapstraete, zuid de straat, west Jan Baptist Gijsens,     noord Petrus Van Neijgem tot laste van de weduwe van Adriaen Van Den Bossche, zoon van Peeter met sijn consoorten jaarlijks belast met 36 centimen aan de kerk, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.

21-Een hofstede van 90 roeden, palend oost en zuid de straat, west Joannes Baptist         Gijsens en noord Petrus Van Neijgem, tot last van de weduwe Adriaen Van Den   Bossche, is belast met1 fr. 36 cent voor het jaargetijde van Adriaen Moock en Catharina Van Vaerenbergh, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.

22- Een hofstede van Judocus Christiaens belast 31 ct, de erfgenamen van Joseph Steenhout betalen 6 cent, de weduwe van Benedictus Timmerman ook 16 cent, te samen 63 cent, bezet op hun hofsteden en land, palend oost Jan Baptist Van Nieuwenhove, zuid de voetweg, west Paulus Lannoy en noord de straat, komt uit de rekening van 11. Vernieuwd.

 23- Een hofstede op Ten Daele aan de Leemput, tot last van de erfgenamen van Petrus Van Den Bergh, jaarlijks belast met 13 cent voor het jaargetijde op pinkstermaandag van sieur Jean Arijs, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.

24-Een hoplochting op Ten Daele tot last van Christiaen Van Vaerenbergh uit Erembodegem,  is jaarlijks belast met 13 cent voor het jaargetijde Jean Arijs, komt uit   de rekening van het jaar 11. Vernieuwd

25- Een hofstede van Frans De Vis in Hekelgem vanwege zijn vrouw en Michael Van Vaerenbergh ook vanwege zijn vrouw, jaarlijks belast op hun hofsteden gelegen op Ten Daele, palend oost de erfgenamen van Petrus Van Den Bergh, zuid de straat, west Joanna Catharina De Wolf en noord de voetweg, met een cijns van 36 cent voor de zielenrust van Hendrick Pissaert, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.

26- Een hoplochting en land gelegen op Ten Daele aan Den Leemput tot last van de  weduwe van Jan Baptist Beeckman, de erfgenamen van Petrus Van Den Bergh, jaarelijks belast met acht cent, voor de weduwe Jan Baptist Beeckman vier cent, Jan Baptist Schoon en de erfgenamen van Peeter Van Den Bergh ieder twee cent voor het jaargetijde van Hendrick Pissaert. De hoplochting paalt oost Ludovicus Van Nieuwenhove, zuid de straat, west Frans De Vis en noord de voetweg.

  • Een hofstede gelegen op Ten Daele tot last van Jan Baptist Beeckman, zoon van Lucas, palend oost Frans Dierickx, zuid de straat, west het straatje lopende naar Den Vogelensang en noord de voetweg, jaarlijks belast met 27 cent voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Jean De Bolle en Marie Pauwels, komt uit de laatste rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
  • 150 roeden meers tot last van Elisabeth Van De Maele, palend aan Den Avinnenbergh, is jaarlijks belast 56 cent voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Gerardus Dekens, komt uit de laatste rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
  • Een hofstede tot last van de weduwe van Benedictus Timmerman, palend oost de straat, zuid de voetweg, west Guilliaume Goetvinck en noord Egidius Christiaens en Michael Van Vaerenbergh, jaarlijks belast 3 fr. 53 cent, waarvan de pastoor 2 fr 3 cent krijgt, koster 1 fr. 2 cent en de kerk 45 cent.

Ontvangsten van wijn.

  1. Een hofstede en hoplochting gelegen in Den Mollenhoek, palend  oost de weduwe van Benedictus Timmerman, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Guilliam De Bisschop en noord Judocus Couc, tot last van Joannes Droeshout, Petrus Van Den Bossche, Joseph Christiaens, Guilliam De Bisschop en Judocus Couck, samen jaarlijks belast met een half pint wijn, komt op 22 cent, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
  • Een hoplochting gelegen in Den Mollenhoek, palend oost Petrus Van Nieuwenhove, zuid de erfgenamen van Petrus Suijs, west Petrus Van Den Bossche, Joannes Droeshout, Joseph Christiaens, belast een half pint wijn voor 22 cent, jaarlijks te voldoen door de weduwe van Benedictus Timmerman en de weduwe van Jan Baptist Timmerman, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
  • Een hoplochting in Den Mollenhoek, palend oost de weduwe Benedictus Timmerman, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west de weduwe Benedictus Timmerman en noord de voetweg, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent tot last van Petrus Van Nieuwenhove, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
  • Een hoplochting gelegen in Den Mollenhoek, palend oost Jacobus Lankman, Judocus Eeckhout, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Petrus Van Nieuwenhove en noord de voetweg, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent tot last van de weduwe Benedictus Timmerman en Adriaen Asselman, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
  • Een hofstede in Hekelgem, palend oost Franciscus Hoef, west het losgat van Het Pesterveld en noord Petrus Van Bleijenbergh, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent tot last van Guillielmus Van Vaerenbergh, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
  • Een hofstede en bos in Hekelgem, palend oost en zuid Franciscus Hoef, west het losgat van Het Pesterveld, noord Guil. Van Vaerenbergh, jaarlijks belast met een half pint wijn of 22 cent, tot last van Petrus Van Bleijenbergh, Jan Baptist De Bolle, zoon van Hendrick, en Guil. Goetvinck, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
  • Een hofstede gelegen aan de Potaerdestraet, palend aan Judocus Van Vaerenbergh, zuid de straat, west de heer Van Kerckhoven en noord de weduwe van Adriaen Meuleman, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent, tot last van Hieronymus Van Der Perre, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
  • Een hofstede en hoplochting gelegen aan de Potaerdestraet, palend aan oost Ludovicus Van Nieuwenhove, zuid de straat, west Hieronymus Van Der Perre, en noord Michael Van Vaerenbergh en Michael Suijs, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent, tot last van Joannes Baptista en Judocus Van Vaerenbergh, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.

Copie[91] van het extract afgeleverd door den heer procureur des konings van ’t gerechtshof van eersten aanleg en correctie van het arrondissement van Brussel van het onderzoek door hem gedaan van de registers van den burgerlijke stand der gemeente van Teralphene over ’t jaar 1823 ten eijnde daar nevens voor den meijer der zelve gemeente gebracht te worden zijne bedenkingen als volgt:

 Extract van ‘t proces-verbaal van de heer procureur des konings.Antwoord en bedenkingen van den meijer.
Advies staetsraed van 6 juni 1807.De secretaris die geen bevoegdheid voor de akten van de burgerlijke stand heeft, bekent dat en wordt op het einde genoemd.De secretaris tekent op de akten van de burgerlijke stand ingevolge art. 3 van een instructie voorgeschreven voor de secretarissen door de deputatie der staten gebracht in de memoriaal der administratie van het jaar 1919 en n° 19 pag. 212 wat door deze gemeente is gevolgd.
Art. 34 en 57 van het burgerlijk wetboek.De akten vermelden de leeftijd van de  moeders niet en  meestal is er ook geen vermelding van geboorte of woonplaats, en van de geboorteplaats van het kind.De akten zijn gemaakt ingevolge een model of project in ’t Vlaams uitgegeven door de deputatie der staten aan de meiers van de provincie wat niet werd vermeld.
Art. 42Op bladzijde 2 is er een verzending goedgekeurd met parafen in plaats van met handtekeningen goedgekeurd.Men heeft gemeend dat het kon omdat een renvoy in een notariële akte geen handtekening vereist. In de toekomst zal men het doen zoals het behoort.
Art. 70-71 burgerlijk wetboek.Op de bladz. 3 en 5 verso zijn akten van notoriteit als vonnissen van rectificatie voor akten van geboorten  ingeschreven, de akten van notoriteit kunnen slechts voor het aangaan van huwelijken worden aangenomen.De akten van notoriteit zijn behoorlijk gehomologeerd voor de rechtbanken van eerste aanleg. Men meende dat het zo moest.
Art. 43Het register is niet gesloten doch het laatste blad is gekruist.Men meende dat dit wel het geval was.
Art. 43Afkondigingen. Men heeft het beroep en de woonplaats der echtgenoten of andere akten 3 verso  in de laatste niet vermeld. Er is een los niet ingebonden blad bijgevoegd, er is geen slot en na de laatste akte is het papier gekruist. Er is geen tafel.In het model is de woonplats der ouders niet voorgeschreven.   Het moet bij vergetentheid zijn, dat dit blad niet ingebonden is.   Zoals eerder is vermeld.
Art. 76 en 150. Advies van de staatsraad van 4 thermidor 13.Huwelijken. Men vindt blanco’s aan de alinea blz. 3 en de akten op het einde van het blad zijn niet gedaan op blz. 2 verso en 3.  Als de zin ten einde is, zal men in de toekomst de blanco vakken met een pen doorstrepen.
Art. 148 burgerlijk wetboek.Als vader en moeder overleden zijn, wordt er van de toestemming of het overlijden van grootvader en grootmoeder geen gewag gemaakt, zie blz. 2 verso. Op blz. 4 heeft de familieraad de toestemming gegeven zonder vermelding van het overlijden van grootvader en –moeder. Op blz. 3 leven vader en moeder nog en is er slechts van de vader toestemming melding gemaakt.Men zal zorgen van in de toekomst dit uitvoert lzoals het hoort.
Art. 43Geen slot.Men meende dat dit er wel was.
Art. 43Overlijden. Het register is niet geslotenZoals voren werd vermeld.

Aldus beantwoord door de ondergeteekende schepenen van den burgerlijke stand der gemeente van Teralphene den 10de Xber 1824. J. B. Vaerman.

Register der patentschuldigen in Teralfene behorend tot de 6de rang voor 1825. Ontvangen door dej controleur op 17mei 1825[92].

In de bevolkingsregisters van de 19de eeuw vinden we telkens een momerntopname van de bevolking per gezin met een opgave van de uitgeoefende beroepen. De textielnijverheid was na de landbouw en de veehouderij de belangrijkste bron van inkomsten. Wie in die sectoren zijn kost niet verdiende, werd opgenomen in patentregisters. Met een patent kreeg men, onder bepaalde voorwaarden, de bevoegdheid om een bedrijf uit te oefenen. Oefende iemand twee niet verwante beroepen uit, of waarvan het samengaan geen normale zaak was, dan moest die tweemaal het patentrecht betalen. In de patentregisters kunnen de gemeentenaren dus dubbel voorkomen. Niet iedereen was evenwel belastingplichtig. Geestelijken, ambtenaren, renteniers, mensen die in de agrarische sector werkzaam waren en jongens en meisjes beneden de leeftijd van twintig jaar, die voor fabrieken of trafieken werkten hoefden geen belasting te betalen. Ook het huispersoneel was vrijgesteld, terwijl het met de inschrijving van wevers en spinsters wat vreemd gesteld was, omdat het weven en spinnen deel konden uitmaken van het dagelijkse werk op de boerderij. En dat was vrijgesteld van belasting[93].

NaamWoonplaatsBeroep
Arijs GuilielmusHoekBeenhouwer – slachter.
Baeijens JosephusDriesscheSchoenmaeker zonder knecht.
Callebaut JosephusDriesscheSchoolmeester – onderwijzer
Christiaens FranciscusAen den eijkeSlachter.
De bisschop Josephus?Herbergier.
De Bisschop JudocusCappellekenBeenhouwer of slachter.
De Bisschop PeeterAen den driesscheSlachter.
De bolle FranciscusAan de kerkHerbergier. Winkelier.
De Bolle Jan BaptistAan de kerkHerbergier. Broodbakker. Winkelier.
Eckemans Jan BaptistDraijboomHerbergier in het klein.
Goedvinck GuilielmusDraijboomHerbergier.
Goedvinck JudocusDaeleKoopman in houillie koolen
Guldemont NicolaasDriesscheHerbergier. Pel-molenaar met een ? voor het malen van boekweit.
Guldemont PeeterDriesscheBroodbakker. Winkelier.
Sterckx Jan BaptistaSchettenbergKoopman in hout.
Van Cauter ConstantinusCappellekenSmid zonder werkman. Herbergier.
Van Den Broeck Pieter JosephusSchettenbergBeenhouwer of slachter.
Van Neijghem PeeterDriesscheBrouwer. Herbergier.
Van Overdeijn maria AnnaHoogstraetWinkelierster.

Aldus opgemaakt ende gesloten door den ondergeteekende meijer, schepenen ende zetters der voornoemde gemeente van Teralphene den 28ste meert 1800 vijfentwintig.

Register der patentschuldigen van Teralfene van de 6de rang. Controle te Asse, 1838.

NaamWoonplaatsBeroep
André PetrusKleijnen DriesKleermaker, alleen.
Arijs JeanHoogstraetWinkelier beide soorten.
Arijs JosephPotaerdestraetSlachter, alleen.
Baeijens JosephusGrooten DriesSchoenmaker, alleen.
Callebaut JosephGrooten DriesOnderwijzer.
Christiaens Jan BaptistKerkWinkelier van de 2de soort. Koopman in dranken. Verkoopt uit de dranken met vat, kan en ½ kan.
De Bisschop DominiqueHoogstraetKolenhandelaar.
De Bolle DominicusKerkstraetHerbergier.
De Bolle Jan BaptistKerkstraet  Herbergier. Broodbakker. Winkelier beide soorten.
De Meersman PetrusMollenhoeckHerbergier.
De Ridder FransDaelHerbergier. Winkelier beide soorten.
De Wagter JoannesKerkstraetHerbergier.
Goedvinck FransHoogstraetHertbergier.
Goedvinck JacobusHoogstraetHandeldrijver in steenkolen.
Goedvinck Jan BaptistHoogstraetHerbergier. Koopman in lijnzaad, koopt in met tonnen.
Goedvinck Josse?Winkelier beide soorten.
Guldemont NicolausGrooten DriesMolenaar van boekweit met een paard. Herbergier.
Guldemont PetrusGrooten DriesWinkelier beide soorten.
Guldemont WillemKerkOnderwijzer.
Heremans DominiqueKerkWaskarsenmaker.
Steppé JudocusTerelstHerbergier.
Suijs JudocusGrooten DriesWinkelier beide soorten.
Van Cauter ConstantKerkstraetPaardensmid, alleen. Herbergier.  
Van Den Bergh CorneliusKerkstraetWinkelier beide soorten.
Van Den Broeck MichelDaelBeenhouwer.
Van Den Broeck P. JosephPortugiestraetSlachter, alleen.
Van Den Houte AndréHoogstraetTimmerman met een gast.
Van Den Plas FerdinandGrooten DriesBrouwer.
Van Gucht FransKlapstraetKleermaker, alleen.
Van Gucht JeanGrooten DriesHerbergier.
Van Nieuwenhove FelixDaelWinkelier beide soorten.
Wambacq BenedictusKerkstraetWinkelier beide soorten.

Aldus opgemaakt en gesloten den tegenwoordige register door ons burgemeester en zetters der gemeente Teralphene mitsgaders door den heer controleur der directe belastingen der afdeling van Assche. Te Teralphene den 15de januari 1838.

Register der patentschuldigen van Teralfene van de 6de rang. Controle te St.-Jans- Molenbeek, 1846.

NaamWoonplaatsBeroep
Arijs Jean Baptist Winkelier.
Arijs Joseph Slachter. Werkt alleen
Baeijens Joseph Schoenmaker, alleen.
Baetens Joseph Wagenmaker. Timmerman, alleenl.
Buijs Cornielle Kuiper, alleen.
Callebaut Jean Baptist fils Joseph Schoolmeester.
Christiaens Jean Baptist Winkelier.
Christiaens Jean Baptist Likeurhandelaar.
Christiaens Jean Baptist Facteur van hop[94].
De Bisschop Joseph Herbergier.
De Bisschop Josse Slachter, alleen.
De Bisschop Nicolas Slager.
De Bolle Dominique Herbergier.
De Bolle Jean Baptiste Winkelier. Bakker. Herbergier.
De Wachter Josse Herbergier.
Goetvinck François Herbergier.
Goetvinck Jean Baptist Herbergier.
Goedvinck Josse Winkelier.
Guldemont Nicolas Heeft een boekweitmolen met een paard en herbergier.
Guldemont Pierre Jean Winkelier. Bakker. Slotenmaker.
Heremans Dominique Lijnwaadhandelaar.  
Schoon Jean François Commissaris.
Steppe Joseph Herbergier. Schoenmaker, alleen.
Van Cauter Constantin Hoefsmid, alleen. Herbergier.
Van Den Bergh Corneille Winkelier.
Van Den Broeck Amand Kolenhandelaar.
Van Den Broeck Michel Bakker.
Van Den Broeck Pierre Joseph Slachter, alleen.
Van Den Houte André Timmerman, alleen.
Van Den Plas Ferdinand François Brouwer.
Van Gucht Jean Herbergier. Winkelier.
Van Nieuwenhove Felix Winkelier.
   
Van Vaerenbergh Pierre Jean Winkelier.
Verbeiren Pierre Winkelier.
Wambacq Pierre Benoit – veuve Winkelier.

Arrêté le présent registre des patentables au nombre de trente cinq patentables inscrits.

A Teralphene le 15 janvier 1846.

Overzicht van de verschillende beroepen

Beroep                                    1825                18381              1846

Bakker                                      2                      1                       3

Beenhouwer/slager                  2                      1                       1

Brouwer                                    1                      1                       1

Commissaris                             –                      –                       1

Facteur                                      –                      –                       1

Handelaar in dranken               –                      1                       –

Handelaar in lijnzaad                 –                       –                       –

Herbergier                                6                      11                     9

Hoefsmid                                   –                      –                       1

Houthandelaar                          1                       –                       –

Kaarsenmaker                          –                      1                      –

Kleermaker                               –                      2                      –

Kolenhandelaar                        1                       2                      1

Kuiper                                       –                       1                       –

Likeurhandelaar                       –                        –                      1

Lijnwaadhandelaar                   1                        –                      1

Molenaar                                  1                        1                     1

Onderwijzer                              1                        2                     1

Paardensmid                             –                       1                      –

Schoenmaker                          1                         1                    2

Slachter                                    1                        2                    3

Slotenmaker                              –                        –                      –

Smid                                          1                        –                      –

Timmerman                               –                       1                     2

Winkelier                                   4                        9                    10

Wagenmaker                            –                         –                     1

Besluit.

In Teralfene vinden we in het midden van de 19de eeuw 25 verschillende beroepen naast de boeren en de textielbewerkers. Het hoge aantal herbergiers en winkeliers is te verklaren door het feit dat bakker, slagers, smeden en anderenambachtlieden behalve hun eigen beroep ook een café of winkel hadden.

1826. Prijzij van de vruchten in de pastorietuin[95].

Op 5 september 1826 vergaderden in de pastorie van Teralfene Joseph De Doncker, pachter  en gevolmachtigde van Carolus Amandus Van Broeckhoven, particulier in Geel en broer en enige erfgenaam van wijlen de eerwaarde heer Jan Baptist Van Broeckhoven[96], overleden pastoor van Teralfene, Petrus Joannes Coppens[97] coadjutor en Jan Baptist Van Nieuwenhove[98] burgemeester. Ze wilden de waarde bepalen van de vruchten en van de gebruite meststoffezn in twee tuinen van de pastorie. Het was gebruikelijk dat de nieuwe pastoor de groenten, de meststoffen, het schaarhout en het fruit van de bomen aan de erfgenamen van de overleden pastoor betaalde. De fruitbomen zelf waren eigendom van de passtorie en de pastoor was alleen de gebruiker.

– De legumen, aardappels, asperzen en de meststoffen in de tuin van circa 24 roeden werden geschat op 13 – 15 – 0.

– De waarde van de vruchten in de buitenhof ten zuiden van ’t kerkhof, circa 18 roeden groot, werde geschat op 6 – 2 – 0.

– Het schaarhout in een bos in gebruik door …. groot 60 roeden gelegen op De Heuvels:  28 – 5 – 0. Het schaarhout in een bosje gelegen in de Achterdael, groot circa 50 roeden: 21 – 10 – 0.

Totaal = 69 – 12 – 0.

Aldus gedaan en geëvalueerd op de declaratie van Joseph Arijs, bijgenaamd koninklijk werkman in deze pastorie.

 Ondertekend door C. A. Van Broeckhoven, P. J. Coppens coadjutor, J. B. Van Nieuwenhove, J. De Doncker.

Den voormelde en ondergeteekende Joseph De Doncker als geautoriseerde van den voornoemden Carolus Amandus Van Broeckhoven bij procuratie van date vijfden september 1826 behoorlijk geregistreerd in den bureau van Assche den negensten der zelve maand bekend bij dezen ontfangen te hebben van de voormelde heere Coppens actuelijk pastor van ’t voornoemde Teralphene de voorenstaende prijs.

Te Teralphene den 15de december 1826. J. De Doncker.

1833. Openbare verkoop van schaarhout[99].

Op 8 oktober 1833 stelden notaris Josephus Angelus Augustus Crick van Asse ende leden van de kerkfabriek van Teralfene, Asselman, P. J. Coppens pastoor, J. B. De Bolle, D. De Bisschop, D. J. Heeremans, de voorwaarden op voor de openbare verkoop van bomen en schaarhout uit het bos Den Braweel. De condities waren:

1. De verkoping geschiedt in fr.

2. De kopers betalen het bedrag in handen en in de woning van de thesaurier van de gemelde kerkfabriek binnen de maand oktober achttien honderd vierendertig. Wie niet tijdig betaalt, zal voor elke vermaning van de ontvanger vijftig centiemen betalen en in het geval van  wettelijke vervolging zullen de vervolgden tot twaalf fr. fixe en de andere kosten van vervolging betalen.

3. De kopers zullen contant de onkosten van de verkoop, namelijk 10% van hun koopsom en bovendien 1, 50 fr. per koop betalen, waarvoor ze kunnen genieten van een kan bier per koop, dit alles volgens gebruik der plaatse.

4. De nabeschreven kopen schaarhout worden verkocht zoals ze zijn zonder garantie over kwaliteit of kwantiteit en zo haast zij toegewezen zijn, zijn de kopen hun verantwoordelijkheid.

5. De kopers moeten hun kopen kappen en van de grond weren voor de eerste maart achttienhonderd vierendertig.

6. De kopers zijn verantwoordelijk voor alle schade die zij of hun werklieden veroorzaken door het kappen, het vallen of het vervoeren van hun gekocht hout, ’t zij aan de kerk, ’t zij aan alle andere aangrenzende eigendommen.

7. De kopers moeten op alle verzoek zelfs mondeling van het bijzittende lid of van de  notaris een of meer goede en welgekende borgen geven die in het kanton van Asse wonen. Kan een koper geen borg stellen dan zal die koop of kopen herverkocht worden en de lagere prijs zal verhaald worden op de gebrekkige kopers en het meergeldende blijft ten profijte van de kerk van Teralfene.

Vu et approuvé par la députation des états de Brabant, Bruxelles le 21 octobre 1833 signé J. De Coppin par ordonnance, le secrétaire général, signé Du Thène.

Enregistré à Assche le six novembre 1833,

Bureel van enregistrement te Assche, extract uit den register der verklaeringen tot openbaere verkoopingen van roerende voorwerpen.

De openbare verkoop ging door op 13 november achttienhonderd driëndertig om twee uur  in de herberg van Jan Baptist De Bolle.

Eerste koop Jacobus Goetvinck[100], borg Dominicus Heeremans, beide landbouwers te Teralfene: 33,00.

Tweede koop Jacobus Goetvinck, borg Dominicus Heeremans: 26,00.

Derde koop Franciscus Bogaert[101], borg Judocus Van Bleijenberg beide landbouwers te Teralfene die niet konden schrijven: 30,00.

Vierde koop Dominicus Heeremans[102], borg Jacobus Goetvinck: 32,00.

Vijfde koop Benedictus De Bisschop[103], borg Jan Baptist Arijs beide landbouwers te Teralfene, de eerste heeft verklaard niet te kunnen schrijven, de tweede heeft getekend:  30,00.

Zesde koop Dominicus Heeremans, borg Jacobus Goetvinck: 32,00.

Zevende koop Frans De Reuse[104], borg Joseph Callebaut beide landbouwers te Teralfene:  33,00.

Achtste koop Adriaen Frans Asselman[105], landbouwer te Teralfene: 35,00.

Negende koop Adriaen Frans Asselman, 29,00.

Tiende koop Joannes De Gheijndt, borg Jan Baptist Arijs, beide landbouwers te Teralfene, De Gheijndt heeft verklaard niet te kunnen schrijven, Arijs heeft getekend: 16,00.

Elfde koop Guilielmus De Bisschop[106], borg Frans Christiaens, beide landbouwers te Teralfene: 25,00.

Twaalfde koop Jan Baptist Arijs, borg Dominicus Heeremans: 32,00.

Totaal van de verkoop: 353,00.

10% van de verkoopsom: 35,30.

1,50 fr. per koop: 18,00.

Samen vierhonderd zes fr. en dertig centiemen: 406,30.

De verborgde kopen bedroegen 289,00.

Alles is contant betaald.

Het verhaalschrift werd gesloten omtrent vier uur ten huize van Jan Baptist De Bolle in tegenwoordigheid van Joannes Baptista Rossignol, veldwachter van Teralfene en van Jan Francis Christiaens, landbouwer. Na voorlezing tekenden met de kopers en hun borgen, de heer Jan Baptist De Bolle voorzittend lid van voormeld kerkfabriek, de notaris met  uitzondering van de kopers en de borgen die verklaard hebben niet te kunnen schrijven. Getekend: D. Heeremans, A. F. Asselman, J. F. Christiaens, G. De Bisschop, J. B. Arijs, J. Goetvinck, Joseph Callebaut, Frans De Reuse, J. B. Rossignol, J. F. Christiaens, J. B. De Bolle, J. A. A. Crick notaris.

1834. Verkoop verzwegen domeinen[107].

Op 7 februari 1834 verkocht notaris Josephus Angelus Augustus Crick in aanwezigheid van de  getuigen Josephus Eeckhout landbouwer en Joannes Baptista Rossignol veldwachter en op verzoek van Petrus Joannes Coppens pastoor en Adriaenus Franciscus Asselman, burgemeester, Dominicus Judocus Heremans koster, Michael Suijs landbouwer, David Couck landbouwer en Joannes Baptista De Bolle herbergier, allen inwoners van Teralfene en uitmakend de meerderheid van de leden van de kerkraad. Ingevolge het decreet van dertig december achttienhonderd en negen en het koninklijk besluit van zeven januari achttienhonderd vierendertig wilden ze in het bezit komen van de hierna vermelde  goederen voortkomend van de pastorie van Teralfene en tot op heden aan de domeinen verzwegen geweest. Ze waren in gebruik van pastoor Coppens die heeft verklaard ze ter beschikking van de kerkfabriek te willen stellen.

1. Een land en hoplochting van 36 roeden 31 ellen gelegen oo Ten Daele, palend oost de erfgenamen van Adriana Schoon, zuid de straat, west Geerard Van Varenberg, noord Jan Baptist Van Nieuwenhove en de erfgenamen Van Den Hote.

2. Een maaimeers van vijftien roeden achtendertig ellen gelegen Den Daele, palend oost ander goed van de kerk van Teralfene, zuid Joseph De Smet, west Geerard Van Vaerenberg, noord de kinderen van Adriaen De Bolle.

De vernoemde heren van de kerkraad hebben verklaard dat de eigendom van de beschreven goederen tot heden van de pastorie van Teralfene waren. Dat is nooit betwist  geweest en bijgevolg dient voorhandige akte om het bezit in voordeel van de kerkfabriek te behouden en te bekrachtigen.

In de marge: transcrit littéralement au bureau des hypothèques à Bruxelles le dix sept février 1800 quarante deux vol. 997 n° 21. Reçu suivant détail ci-contre deux francs vingt deux centimes.

1834. Verkoop gronden[108].

Op zaterdag 26april 1834 verschenen voor notaris Carolus Benedictus Hendrickx koninklijke notaris met residentie de stad Aalst geassisteerd van voor de verkoping van de volgende goederen bij vonnis verleend door de rechtbank van eerste aanleg van  Brussel op  vijftien maart achttienhonderd vierendertig

1° de heer Petrus Joannes Rollier, pachter en grondeigenaar wonend in Essene, in eigen naam als in de hoedanigheid van gemachtigde wegens juffrouw Joanne Marie Rollier en haar man de heer Emanuel Joseph Heyvaert, pachters en grondeigenaars wonend in Opwijk; de heer Franciscus Bernardus Beeckman, grondeigenaar wonend in Aalst; Joannes Franciscus Plas, particulier wonend in Hekelgem; juffrouw Maria Amelia Plas, meerderjarige dochter wonend te Brussel en juffrouw Catharina ? meerderjarige dochter van Josephus en van wijlen Barbara Plas, particuliere wonend te Hekelgem.

2° de heer en meester Josephus Judocus Beeckman, notaris wonend in Wichelen, in eigen naam als in de hoedanigheid van toeziend voogd van de wezen De Buijsscher en voorts in kwaliteit van gemachtigde wegens de heer Petrus Franciscus De Buijsscher, ontvanger der directe belastingen wonend in Ninove, in kwaliteit van vader en wettige voogd over Carolus Alexander Bernardus Ghislenis en Marie Francisca Cornelia De Buijsscher, alle vier zijn minderjarige kinderen met wijlen juffrouw Joanna Francisca Beeckman; sieur Gillis Plas pachter wonend in Hekelgem, in eigen naam als in kwaliteit van eerste toeziend voogd van de wees Boonen en ten tweede als voogd over Seraphina en Ghislenus Elias Verbeecken, beide minderjarige kinderen van wijlen Jacobus Amandus en Joanna Catharina Plas; sieur Nicolaus Hendrickx, pachter wonend in Liedekerke in kwaliteit van toeziend voogd van dezelfde wezen Verbeecken; juffrouw Marie Elisabeth Plas en haar man sieur Judocus Van Der Heijden, pachter wonend in Hekelgem in eigen naam en als toeziend voogd over de wezen De Smet; juffvrouw Carolina Judoca Plas en haar man sieur Joannes Hubertus Schoon, ook pachters wonend te Hekelgem in eigen naam en als toeziend voogd van Petrus Emanuael Plas; juffrouw Marie Philippina Plas en haar man de heer Jan Baptist Linthoudt, pachters wonend in Essene, in eigen naam en als voogd over Petrus Emanuael Plas; sieur Henri Robijns landbouwer wonend te Hekelgem als bijzondere toeziend voogd van de laatst gemelde wees; sieur Josephus Boonen, bakker wonend te Brussel in de Pastoorstraat, wijk vijf, numero dertien, in kwaliteit van vader en wettige voogd over Amelia Boonen zijn alnog minderjarige dochter van zijn huwelijk met wijlen Barbara Plas en sieur Jan Baptiste De Smedt, landbouwer wonend te Hekelgem in hoedanigheid van vader en wettige voogd over Joanna Maria en Joanna Albertina De Smedt, zijn twee minderjarige kinderen gewonnen met wijlen Joanna Catharina Plas in haar tweede huwelijk.

De openbare verkoop door notaris Hendrickx in aanwezigheid van de heer vrederechter van het kanton Aalst.

 Eerste koop.

Gemeente Munte enz.

Eenendertigste koop.

Gemeente Teralfene.

Een kapbos gelegen in Teralfene, groot achttien roeden vierentachentig ellen, palend ten eerste aan een hoplochting in gebruik bij Adriaen De Bollen, ten tweede de weduwe Adriaen De Schrijver, ten derde Judocus De Bisschop, ten vierde aan een streep bos van de kerk van Teralfene in gebruik bij Adriaen en Guillielmus Meulemans.

Tweeëndertigste koop.

De voorschreven goederen, vrij van alle hypotheken en inschrijvingen behoren aan hen toe als enige erfgenamen van hun oom en oudoom wijlen de heer Adriaen Francis Rollier[109] in zijn leven pastoor, gestorven te Gooik op twee augustus achttienhonderd drieëndertig.

Condities der verkoping.

Deze goederen worden verkocht met alle bomen, catheilen[110], gebouwen, droge en groene catheijlen, aerd, wortel en nagelvast daarop staande en met alle hun zichtbare en onzichtbare servituten, actieve en passieve  en de kopers moeten het gekochte nemen in de staa waarin het zich bevindt ……….

Den eenendertigste koop werd definitief toegewezen aan de heer Franciscus Asselman burgemeester te Teralfene alhier tegenwoordig en aanvaardend voor rekening van de kerkfabriek van Teralfenevoor tweehonderd twintig fr. boven de condities en heeft dito Asselman na lezing de aan hem gedaan alhier getekend A. F. Asselman.

1841. Kohier der lasten en voorwaerden der aenbesteding der te doene werken van vergrooting aen de kerk der gemeente Teralphene, arrondissement Brussel, provincie Brabant[111].

In 1840 was de Teralfense bevolking aangegroeid tot ca 900 en de kerk was te klein geworden. Bovendien was ze in slechte staat. Pasroor Coppens liet de kerk vergroten. Het schip van de kerk werd ca 8 m groter, er kwamen 2 zijbeuken en een nieuw koor met twee sacristies[112].

Samenstelling der loten.

  1. Eerste lot. Bestaande in het afbreken van al het oud metselwerk, het maken van al het nieuw metselwerk in witte arduinsteen en kareelsteen daarin begrepen de pilaren, bogen en fundering. De grachten voor de funderingen zullen door de gemeente gemaakt worden.
  2. Tweede lot. Bestaande in het afbreken van al het oud timmerwerk,  zo nodig het wegnemen der kerkmeubels, het maken van al het nieuw timmerwerk, inbegrepen het leggen van het schalieberd en het maken der centers en bogen.
  3. Derde lot. Het afnemen der oude schaliën, het leggen van nieuwe schaliën per vierkante meter oppervlakte.
  4. Vierde lot. Het verkappen van al de arduinsteen, harden en weken per vierkante meter oppervlakte.
  5. Vijfde lot. Het maken van het pleisterwerk van plafonds, kroonlijsten, binnen en buiten en de muren, daarin begrepen het nagelen der latten.
  6. Zesde lot. Het verwerken van oud en nieuw ijzer per kilo.
  7. Zevende lot. Het leveren van zes ijzeren ramen volgens plan.
  8. Achtste lot. Het wegnemen van het oud glas in massa en het inzetten van halfwit glas en leveren van plaster per vierkante meter.

Lasten en voorwaarden.

  1. De kerkfabriek levert alle bouwstoffen, elke aannemer zal zich moeten voorzien van nodige gereedschappen als bogen, centers, stellingen, koorden, ladders, kuipen enzovoorts.
  2. Al de werken geschieden onder het opzicht van de heer Spaak, arrondissements- bouwmeester of zo nodig onder het toezicht van een andere bouwmeester hiertoe gecommitteerd naar wiens bevelen elke aannemer zich stipt zal moeten gedragen.
  3. Elke aannemer wordt verondersteld het plan goed te begrijpen en ook den devis estimatief.
  4. Alle afbraak za met de grootste zorgvuldigheid moeten geschieden, namelijk degene aangewezen bij letter A. De kalk zal door de gemeente geleverd worden.
  5. Al de oude steen, houtwerk, schaliën, ijzer enzovoorts, moeten voor zover de bouwmeester het zal goedvinden, hergebruikt worden.
  6. De oude schaliën moeten herkapt en verwerkt worden op de aangewezen plaatsen, deze  en de nieuwe schaliën moeten op tenminste 1/3 gelegd worden en zowel de nieuwe als de oude worden met twee nagels vastgehecht.
  7. In drie lagen wordt de pleister aangebracht met eiken latten voor het gewelf, de moluren, de cornichen en de muren naast de binnenkant. De grondlaag zal gemaakt worden van zoveel kalk als zavel, de tweede laag van zes zesden kalk en vijf zesden zavel en de derde laag grond in witte Naamse kalk met het nodige bruin en wit haar door de kerkfabriek te leveren.
  8. Voor het verwerken van het oud ijzer en ander door de kerkfabriek te leveren zal dit een verlies betekenen van tien ten honderd. Het verwerkte ijzer zal gewogen worden.
  9. Alle werken moeten volgens de regels der kunst verricht worden. De onregelmatige werken en alle slechte constructies worden afgebroken en hermaakt op kosten van de aannemer die voor de kerk verantwoordelijk blijft voor schade en interest. Alle onbekwame werklieden mogen worden afgedankt.
  10. De aanbesteding zal plaets hebben in fr. aan de minstbiedende bij gesloten brief getekend door de bieders, de verlaging mag gevraagd worden zo dikwils als de kerk en gemeenteraad het goedvinden, de toewijzing zal geschieden aan een der laatste minstbiedende.
  11. De werken zullen beginnen vijf dagen na de goedkeuring der aanbesteding ten uiterste op tien mei aanstaande, zij zullen moeten beëindigd zijn als volgt: het metselwerk tot het opzetten van het dak voor de vijftiende juli aanstaande, de kap met de centering voor de welfsels en het schaliënberd voor den vijftiende augustus aanstaande en het leggen der schaliën voor de vijftiende september daarop volgend. De pleisterwerken voor het leggen van de eerste laag moeten gedaan zijn binnen de maand november aanstaande, de twee laatste lagen het toekomende jaar in de maand april of vroeger zodanig dat heel het pleisterwerk zal voltrokken zijn voor de vijftiende mei achttienhonderd tweeënveertig. Dat alles op straf ten laste van den aannemer met een boete van tien fr. voor elke dag vertraging.
  12. Vooraleer de aannemers betaling vragen, moeten de werken goedgekeurd zijn door een bouwmeester. Daarna zullen de aannemers het beloop van hun aanneming bekomen als volgt: een derde nadat de metselwerken tot vijf meter boven de grond  gemetseld zijn, een derde nadat het dak gedekt en het metselwerk zal voltrokken zijn en het resterende derde twee maanden nadat de pleisterwerken  voltrokken zijn in de maand mei van het aanstaande jaar.
  13. Alle aannemers moeten bekwame en wel gekende borgen hebben tot voldoening  van de administraties die met de aannemers solidair verbonden zijn.
  14. Al wat bij het plan, bestek en uitleg aangewezen is, wordt aanzien als deel uit te maken van het tegenwoordig lastenkohier en de aannemers zullen zich hieraan stipt moeten houden.
  15. Alle hoegenaamde contestaties die kunnen ontstaan tussen de aannemers en de belanghebbende administraties, worden als zaken van openbare administratie aanzien en worden volgens deze regelgeving beslist, indien nodig door de permanente deputatie van den provincieraad van Brabant.
  16. Alle hoegenaamde onkosten als het registreren van dit lastenkohier en andere stukken die kunnen ontstaan door het aanleggen van een rechterlijke vervolging namens een of meer aannemers moeten door hen betaald worden aan de kerkfabriek.
  17. De belanghebbende administraties reserveren zich de faculteit van de voor uitgedrukte werken in een, twee of meer massa’s of in een massa aan te besteden en  de aanbesteding in het geheel of ten dele op te schorsen.
  18. Het is verboden op de zondagen en feestdagen te werken.
  19. De aannemer van het vijfde lot, het pleisterwerk, zal de kalk moeten beslagen, de zavel zal door de gemeente geleverd worden.
  20. In alles zullen de aannemers en hun borgen zich moeten gedragen naar het tegenwoordig lastenkohier, verbindend hierover hun personen en goederen onder renunciatie als naar recht. Er wordt ook wederzijds gerenuncieerd aan art. 1325 van het burgerlijk wetboek zodat dit kohier in een origineel voor allen zal verplichtend zijn.

Aldus gedaan te Teralfene de twintigste april achttienhonderd eenenveertig.

Proces-Verbaal van aanbesteding.

Op dinsdag 27 april 1841 ondertekenden de leden van de gemeente- en de kerkraad van  Teralfene ingevolge de aanplakbrieven afgekondigd in deze omstreken op de twee laatste zondagen de openbare aanbesteding van de uit te voeren werken van de vergroting van de kerk de van Teralfene volgens hier geannexeerd plan en na behoorlijke voorlezing voor het publiek van het lastenkohier en de voorwaarden, vastgesteld op de wintigste dezer maand met duidelijke aanwijzing van de samenstelling van ieder lot.

1ste lot.

Het afbreken van het oud metselwerk en het maken van het nieuw metselwerk, nader uitgelegd in het kohier der lasten, is toegewezen aan Franciscus Couck metselaar wonende te Denderleeuw voor de som van veertienhonderd zeventig fr. De aannemer verklaarde het  plan en het kohier goed te begrijpen en stelde voor borg Joannes Couck, wonende te Denderleeuw en na voorlezing hebben beide getekend.

2de lot.

Het afbreken van het oud timmerwerk en het maken van het nieuw timmerwerk volgens plan en condities is toegewezen aan Jan Baptist Couck, timmerman te Denderleeuw voor de som van zeshonderd vijfennegentig fr. Hij verklaarde het plan en het lastenkohier goed te begrijpen, stelde als borg Frans Couck voor, metselaar te Denderleeuw en beiden hebben  getekend.

3de lot.

Het afnemen in massa der oude schaliën en het leggen van nieuwe schaliën per vierkante meter oppervlakte volgens de condities, is toegewezen aan Peeter Jean Faut, schaliedekker te Denderleeuw voor de som van dertig centiemen per vierkante meter, stelde voor borg Emanuel Dierickx, veldwachter te Denderleeuw voor. Beiden hebben getekend.

4de lot.

Het verkappen van de arduinsteen per vierkante meter, is toegewezen aan Antoon Frans Van Frachem steenhouwer te Asse voor een frank tachentig centiemen per vierkante meter, stelde voor borg Joseph Vasteravondt particulier te Asse en hebben getekend.

5de lot.

Proces-Verbael van aenbesteding.

Op heden dijnsdag zevenentwintigsten april duijzend acht honderd eenenveertig ten een ure naermiddag.

Wij ondergeteekende leden van den gemeente- ende kerkeraad der gemeente van Teralphene arrondissement Brussel, ingevolge aenplakkingsbrieven afgekondigd in deze omstreken op de twee laetste zondagen ons begeven hebben aldaer voortgegaen tot de openbaere aenbesteding der te doene werken van vergrooting aen de kerk dezer gemeente volgens plan hier geannexeerd en naer behoorlijke voorlezing aen het publiek van het voorgaende kohier der lasten en voorwaerden, vastgesteld den twintigsten dezer maend aenwijzende duidelijk den samenstel van ieder lot is deze aenbesteding gedaen geweest als volgt:

1ste lot.

Het afbreken van het oud metswerk en het maken van het nieuw metswerk nader uijtgeleijd in het kohier der lasten is toegewezen geweest aen Franciscus Couck metser woonende te Denderleeuw voor de somme van veertien honderd zeventig franks, verklarende zeer wel te verstaen het plan en het kohier der lasten, stellende voor borg Joannes Couck woonende te Denderleeuw en naer voorlezing hebben beide geteekent.

2de lot.

Het afbreken van het oud timmerwerk en het maken van het nieuw timmerwerk volgens plan en condities is toegewezen geweest aen Jan Baptist Couck timmerman te Denderleeuw voor de somme van zes honderd vijfennegentig franks, verklarende zeer wel te verstaen het plan en lastenkohier, stelde voor borg Frans Couck metselaar te Denderleeuw en hebben beide getekend.

3de lot.

Het afnemen in massa der oude schaliën en het leggen der ,ieuwe schaliën per vierkante meter oppervlakte volgens condities is toegewezen aen Peeter Jean Faut schaliedekker te Denderleeuw voor de somme van dertig centiemen per meter vierkant, stellende voor borg Emanuel Dierickx veldwagter te Denderleeuw, heeft getekend.

4de lot.

Het verkappen van den arduinsteen per vierkante meter is toegewezen aen Antoon Frans Van Frachem steenhouwer te Assche voor een frank tachentig centiemen per vierkante meter, stellende voor borg Joseph Vasteravondt particulier te Assche en hebben getekend.

5de lot.

Het maken van al het plekwerk is toegewezen geweest volgens plan aen Franciscus Couck metser te Denderleeuw aennemer van het eerste lot voor de somme van twee hodnerd vijfennegentig franks, stellende borg Jan Couck te Denderleeuw en hebben geteekend.

6de lot.

Het verwerken van het oud ijzer en het leveren van het nieuw ijzer per kilo is toegewezen geweest aen Constant Van Cauter smid te Teralphene als volgt: het verwerken van het oud ijzer voor vier centiemen per kilo en het leveren verwerkt het nieuw ijzer voor vijfendertig centiemen per kilo, stellende voor borg Jan Baptist Rossignol veldwagter te Teralphene en hebben beide geteekend.

7de lot.

Het leveren zes ijzeren raemen volgens plan is toegewezen geweest aen Jan Baptist Jacobs Donderwolke, ijzerwinkelier te Ninove op den hoek de Bever en Biesestraet, voor een totale somme van honderd vijfenvijftig franks voor de zes ramen. Stellend voor solidaire borg Dominicus De Bisschop landbouwer te Teralphene en hebben beide geteekend.

8ste lot.

Het uitnemen van het oud glas in massa en het leveren en inzetten van nieuw half wit glas per vierkante meter is toegewezen geweest aen Adriaen Gerardi glazenmaker te Aelst voor de somme van een frank per vierkante meter, stellende voor borg Frans Couck metser te Denderleeuw en hebben met ons geteekend.

Alle de aennemers en hunne borgen hebben verklaert wel te verstaen het kohier der lasten, doende ter uitvoering dezer alle verkiezing van woonste ten huize van den Eerw. Heer Coppens pastoor te Teralphene en naer voorlezing hebben alle geteekend ter uitzondering van sieur Faut ongeleerd zijnde te Teralphene, date als vooren ten vijf uren naermiddag.

Al de aannemers en hun borgen hebben verklaard het lastenkohier wel te verstaan, allen kiezen woonst ten huize van de Eerw. Heer Coppens, pastoor te Teralfene en na voorlezing hebben allen getekend met uitzondering van sieur Faut, ongeleerd zijnde te Teralfene.

1840. Goedkeuring van de aanvraag van de kerkfabriek voor de verbouwing van de kerk.

Op 13 oktober 1840 ontving de kerkfabriek van het ministerie van justitie de vegunning voor de verbouwingswerken aan de kerk.

1841. Toezegging van een subsidie.

Op 3 maart 1841 ontving de kerkfabriek de toezegging van een subsidie van 2000 fr. voor de bouwwerken aan de kerk.

De toale kosten voor de verbouwing liepen op tot 14.491,54 fr. De staat en de provincie gaven een subsidie van 2000 fr, het gemeentebestuur gaf 250 fr[113].

1840. Een merkwaardige brief.

Mijnheer den burgemeester[114],

Eijndelijk neme ik de penne in de hand om U te onderrigten over mijne positie, God zij gedankt, ik ben tevreden. Dit is het eerste en het laetste dat ik kan zeggen zoo meijne ik dat het met U ook gesteld is en dan kan men niet meer verlangen. Ik wensche U dat gij zoude seffens een onderpastoor hebben.

Ik ben verwonderd dat ik zoo lang naer dat geld moet wachten, te weten naer die 25 francs welke ik nog moet hebben. Ik verhope dat het niet lang meer zal dueren want ik oorden noodig hebbe.

Hiermede hebbe de eer te zijn met alle achting.

Uwen dienaar L. J. Tambuijse.

Sint Agatha Berchem, 31 meert 1840.

1866. Uit de correspondentie van pastoor Benedictus Verheyden[115].

Aartsbisdom van Mechelen.

Mechelen den 26ste mei 1866.

Eerweerde heer pastoor[116],

Pastoor Verheyden had op 11 april 1866 aan het aartsbisdom een reductie van het aantal jaargetijden gevraagd. In zijn antwoord zegt de vicaris-generaal dat hij de akte van 27 of 29 maart 1839 heeft nagekeken en ook de inventaris van 1829 en als gevolg daarvan formuleert hij enige aanmerkingen.

1ste Het jaargetijde van Joannes De Bolle en Maria Pauwels is vermeld in de inventaris maar niet in de brieven van Mr. Coppens noch in de akte van 1839. Men is hier te goeder trouw geweest. Zijne Eminentie Cardinaal keurt goed wat u hebt gedaan.

Ge schrijft in uw brief dat men 15 stuivers betaalt voor de celebrant en 3 voor de kerk, maar worden die 15 stuivers niet betaald voor de celebrant en de koster of ontvangt de koster een afgezonderd stipendium?

2de Geen der twee jaargetijden van Antonius Taelman staat in de inventaris en men zou twee dingen moeten weten: ten eerste op welke wijze is het kapitaal van 54,40 fr. weer aangebracht en hoeveel brengt het jaarlijks op? Ten tweede heeft men jaargetijden gecelebreerd voor de achterstel of blijven er nog te celebreren?

3de In den inventaris van 1829 wordt er maar gewag gemaakt van een jaargetijde voor de eerw. heer De Bolle en zijn ouders, nochtans gij spreekt er van twee waarvan een voor de pastoor en een voor zijn ouders. Zijt gij wel zeker dat er twee zijn?

Ik verwacht uw antwoord op deze vragen eerweerde heer pastoor vooraleer de akte van reductie toe te zenden. Gelieve te aanvaarden de verzekering van mijn ware achting.

M. C. Vanderlinden Vic. Gen.

Nota: Na dit heb ik de oude inventaris der jaargetijden naar het bisdom opgezonden en zo hebben ze zelf kunnen oordelen. Verheijden.

Het antwoorde van het aartsbisdom volgde op 3 juni 1866.

Mr. Verheijden, pastoor van Teralpfne heeft ons voorgesteld:

1ste Dat het jaargetijde van Joannes De Bolle en Maria Pauwels maar betaald wordt met 15 stuivers voor de celebrant (en de koster) en 3 stuivers voor de kerk.

2de Dat 2 jaargetijden à 15 stuivers voor Antonius Taelman die sedert 1832 niet meer betaald geweest zijn in 1866 afgelegd zijn met 30 guldens en dat in die tijd de achterstel betaald werd aan Mr. Coppens, voorzaat van Mr. Verheijden.

3de Dat 2 jaargetijden, het ene voor de eerw. Egidius De Bolle, pastoor van Berchem, en het andere voor zijn ouders worden betaald à rato van 24 stuivers elk.

Het stipendium voor die jaargetijden te laag zijnde, hebben wij goed gevonden het celebreren der jaargetijden te regelen als volgt:

1ste Dat van Joannes De Bolle en Maria Pauwels zal maar eens om de 2 jaar en die van Antonius Taelman zullen verenigd en 4 maal op 5 jaar gecelebreerd worden op de voet van 30 stuivers.

2de Die van de eerw. Hr. Egidius De Bolle en zijn ouders viermaal op vijf jaar.

3de Het stipendium van de koster zal gelijkvormig zijn aan onze akte van 27 maart 1839 en men zal trachten jaarlijks te celebreren hetzelfde getal jaargetijden tot nu toe gedaan.

Gegeven te Mechelen den 3de juni 1866.

Aertsbisdom van Mechelen.

Mechelen den 13de juni 1866. (aan Mr. Verheijden pastoor te Teralfene).

Eerweerde heer pastoor, de inventaris van 1829 geeft geen inlichting over het zingen van jaargetijden op gestelde dagen.

Volgens de door u gegeven uitleg en het voorzien van het gezonden register en rol heeft men u een akte van reductie voor enige jaargetijden kunnen geven.

Nu zoudt gij een nieuw register moeten maken in welke gij ten eerste moet inschrijven het register geheel en gans dan ook al wat op de rol staat na dezelve volledig gemaakt te hebben want er ontbreekt voor juli, augustus en september. Voorts zult gij er bijvoegen het afschrift van de twee akten van reductie als ook een nieuwe lijst der jaargetijden voor het toekomende opmaken met zorg van er de jaargetijden in op te tekenen naar mate zij zullen gezongen worden.

Hierbij zult gij enige bemerkingen vinden waarvan gij zult kunnen gebruik maken.

Aanveerd eerweerde heer pastoor de verzekering mijner ware achting.

M. C. Vanderlinden Vic. Gen.

1887. Zitting van de raad van de kerkfabriek.

 Op zondag twee oktober 1887 vergaderde de raad van de kerkfabriek over het testament van pastoor Judocus Van Overstraeten[117] verleden voor den notaris Eeman te Aalst op 11 oktober 1787. In het testament schonk de pastoor jaarlijks een zak koren aan de armen en stichtte hij twee jaargetijden te celebreren in de kerk van Teralfene tegen jaarlijkse betaling van vijf gulden tien stuivers, in toenmalige geldwaarde tien frank. Die lasten werden door de erfgenamen erkend zijn en tot zekerheid ingeschreven op pand van een weide gelegen te Borcht-Lombeek ter plaatse gekend als Dierickx Meersch, groot twee dagwand en dertig roeden, in huidige landmaat ca negenenvijftig aren bij akte verleden voor burgemeester en schepenen der Borggrave van Lombeek onder dagtekening 15 april 1790.

Die jaargetijden werden nog altijd gecelebreerd en de raadsleden willen de erfgenamen van verplichten een de aangegane verplichting te vernieuwen. Zij komen overeen de raad van het weldadigheidsbureel te vragen de nodige pogingen aan te wenden om een verlenging te bekom en. Hun zullen hunbeslissing ter goedkeuring naar de bestendige deputatie zenden  en de heer Bursers, ontvanger van gemeld bureau machtigen die zaak in naam van de  kerkfabriek te behandelen en zelfs in de gevallen voorzien bij art. 1912 van het burgerlijk wetboek de aflossing van het kapitaal te eisen en dat alles ten laste der schuldenaren.

Aldus gedaan en ondertekend op dag en plaats als ten hoofde gemeld.

De voorzitter J. B. Plas.

De leden B. De Bolle, J. L. Couck, Callebaut, Bosteels ……

Onvoldoende inkomsten.

In de 19de eeuw werd het duidelijk dat de inkomsten voor de vroeger gestichte jaargetijden onvoldoende waren geworden. In 1897 en 1923 deed de pastoor opnieuw aanvragen om het aantal jaargetijden te mogen verminderen. Hieronder het antwoord van de aartsbisschoppen Goossens en Mercier.

1882. Geen onderpastoor meer voor Teralfene[118].

Op 30 juli 1882 schreven de gemeenteraadsleden van Teralfene een brief naar koning Leopold II. De minister van justitie had het besluit genomen dat de gemeenten met minder dan 1500 inwoners niet meer het recht hadden op een onderpastoor. Zoals het toen passend was, schreven de dat ze de eer hadden U met veel eerbied te vertoonen en somden de redenen op om toch te pleiten voor het behoud van een onderpastoor.

 Aan zijne Majesteit Leopold II koning der Belgen.

Sire,

De ondergetekenden leden van den gemeenteraad te Teralphene, arrondissement Brussel, hebben de eer U met veel eerbied te vertoonen.

Dat volgens een besluit van den heer minister van justitie de plaats van onderpastoor wordt afgeschaft te beginnen met 1 januari 1883 in de plaatsen van min dan duizend vijf honderd inwoners.

Daar zij met reden vrezen dat die maatregel ook hunne gemeente zal treffen nemen zij hunne toevlucht tot Uwe Majesteit en komen U smeken niet toe te laten dat die plaats bij hun zou worden ingetrokken.

De ontbering van eenen onderpastoor zou de bevolking in eenen zeer moeilijke toestand plaatsen en zich drukkend doen gevoelen om de volgende reden:

  1. De gemeente telde dan 1454 inwoners en de raadsleden verwachtten dat tegen 1 januari 1884 het vereiste getal van 1500 zal bereikt zijn.
  2. De kerk heeft een oppervlakte van tweehonderd vierenvijftig vierkante meter en is  veel te klein om ineens al de gelovigen die verplicht zijn de goddelijke diensten bij te wonen een plaats te geven.
  3. Zo’n tweehonderd personen van gehuchten van buurgemeenten die te ver van hun parochiekerk wonen, komen regelmatig de diensten in Teralfene bijwonen.
  4. Het koninklijk besluit een onderpastoor aan Teralfene te verlenen, dagtekent van 1839 toen de gemeente amper negenhonderd inwoners telde.
  5. De afschaffing van het ambt van onderpastoor zal nadelig zijn voor de bevolking want: De bevolking is braaf, werkzaam, maar weinig door het fortuin bedeeld en zeer verkleefd aan den godsdienst en zou zich door de gevolgen van die maatregel smartelijk getroffen gevoelen in hunne dierbaarste belangen.

Wij bidden met veel ootmoed Uwe Majesteit de verzekering te willen aanvaarden van den diepen eerbied der genen die zich noemen.

Van Uwe Majesteit de zeer nederige, gehoorzame en trouwe dienaars.

Teralphene den 30ste juli 1882.

In de marge:

N.B. moet op een geheel blad geschreven worden.

De tussenkomst van de gemeenteraad had succes. Na Alfons Voordeckers in 1876 werd in 1898 Karel Reyniers onderpastoor

1883. Boedellijst van de kerk van Teralfene[119].

Deze boedellijst werd opgemaakt op 2 juli 1883 overeenkomstig het art. 55 van het decreet van 1809 door de voorzitter van de kerkmeesters en kapelaan Goelen.

NRBeschrijving voorwerpAfmetingVerkrijgingWijze
1Kelk met pateen, verguld zilver20 cm hoog1865Gift
2Kelk wit zilver, pateen verguld zilver28 cm hoog Aankoop
3Kelk, voet koper, verguld zilver, idem pateen22 cm hoog1880Aankoop
4Zilveren ciborie met zilveren scheel34 cm hoog1882Gift
5Koperen ciborie met zilveren scheel35 cm hoog  
6Twee zilveren hostie dozen   
7Zilveren (re)monstrans met opschrift Ecclesia Teralphene.70 cm hoog  
8Wierookvat met schaal, zilver 1875Gift
9Wierookvat met schaal, koper   
102 zilveren wijn pottekens   
11Verzilverde offerschotel, langwerpig   
123 autaar tabellen met verzilverde lijst   
13Kroon O.L.V. verguld zilver met scepter 1868Gift
14Kroon O.L.V. met scepter, wit zilver   
15Kroon Sint Anna, wit zilver   
16Lessenaar voor misboek in rood fluweel met zilveren beslag34 cm hoog Gift
17Misboek rood leder met zilveren sloten   
18Misboek rood leder koperen sloten   
19Gewoon misboek met koperen sloten   
202 kleine misboeken voor lijkmissen   
212 ceremonieboeken klein   
222 gradualen en 2 vesperale met 4 kleine en koorzang   
236 kandelaren met verzilverd kruis, item 2 armkandelaren en 2 koorkandelaren83 cm hoog  
244 kandelaren in kopergoud met kruis85 cm hoog  
254 kandelaren verzilverd koper50 cm hoog  
264 koperen kandelaren met kruis, autaar O.L.V.57 cm hoog  
274 koperen kandelaren48 cm hoog  
284 koperen kandelaren op hoogautaar met 2 arm- en 2 koorkandelarenDivers  
29Koperen koorlamp verzilverd   
30Wit misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken met koorkap met goud geborduurd. 1879Gift
31Wit misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken met koorkap   
32Rood misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken.   
33Purper misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken en koorkap.   
34Zwart misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken en koorkap.   
35Item, 1 kazuifel, 2 dalmatieken en koorkap.   
361 witte kazuifel met goud geborduurd. 1882Gift
37Een kazuifel grond goud   
381 witte kazuifel zondag gewaad   
392 witte kazuifels dagelijks gewaad   
402 rode kazuifels zondag gewaad   
412 rode kazuifels dagelijks gewaad   
422 purperen kazuifels zondag gewaad   
432 purperen kazuifels dagelijks gewaad   
442 zwarte kazuifels dagelijks gewaad   
451 groene kazuifel   
462 schouder klederen   
476 linnen alben met gewone kanten van 45 cm.   
486 linnen alben voor zondags gebruik   
496 linnen alben voor zondags gebruik   
503 beste roketten met kanten   
516 zondagse en 6 dagelijkse roketten. 4 roketten voor koster, 12 voor de misdienaars. 12 voor kruis-, vaandragers en zangers.   
526 linnen alben voor dagelijks gebruik   
533 rode en 3 zwarte togen voor de misdienaars.   
546 zwarte togen voor koster, voor lanteern-, kruisdragers en zangers.   
559 altaardoeken voor de altaren   
5615 linnen schouder klederen   
5725 kelkdoeken, 15 corporalen, 15 singels.   
582 linnen communie klederen   
592 witte stolen voor feestdagen, 2 witte zondagse, 2 witte dagelijkse, 2 purperen en 1 rode dagelijkse.   
60Fluwelen mantel O.L.V. kleed met goud borduursel. 1867Gift
61Witte mantel Sint Anna met gouden boord. Wit kleed geborduurd.   
62Rood tapijt.5,5 m lang 3,5 m breed  
63Klein rood tapijt2 m²  
64Traptapijt7 m lang  
652 beelden, H. Hart van Jesus en Maria met de twee voetstukken.1,4 m hoog  
66Beeld O.L.V. onbevlekt ontvangen1,2 m hoog  
67Beeld H. Hypolitus1,2 m hoog  
68Groep verbeeldende de H. Drievuldigheid.0,9 m hoog1873Gift
69Beeld H. Joseph1,2 m hoog  
70Beeld H. Anna en H. Eligius0,5 m hoog  
71Beeld H. Joannes Berchmans1 m hoog  
72Beeld H. Kindsheid.0,9 m hoog  
73Beeld H. Joannes Evangelist.0,9 m hoog  
74Schilderij hoog altaar verbeeld den H. Joannes Evangelist2 m hoog 1,8 m breed  
75Houten kruis met Christusbeeld hangende in het midden der koor4 m hoog  
7614 staties van de kruisweg uitgekapt in witte steen1,7 m hoog 0,9 m breed Gift
77Voetstuk H. Hypolitus1,5 m hoog 1 m breed  
78Voetstuk met vergulde troon O.L.V.3 m hoog 0,8 m breed  
79Draaghemel voor processie2,6 m hoog  
80Voetstuk met troon H. Drievuldigheid1,6 m hoog 0,7 m breed  
81Koperen processiekruis1,7 m hoog  
82Verzilverd processiekruis   
832 verzilverde processie lantaarns0,7 m hoog  
84Wit voorstuk hoogaltaar1 m hoog 2,1 m breed  
85Gebronsd voorstuk hoogaltaar1 m hoog  
86Zwart voorstuk hoogaltaar1 m hoog  
87Twee lijkbaar kleden   
888 houten kandelaars1,2 m hoog  
892 voetstukken voor koorkandelaars0,8 m hoog  
90Een zwart en blauw vaan   
91Zes meter zwart behangsel   
92Twee stellingen voor lijkbaar   
93Drij koorstoelen   
94Vier knielkussen   
95Drij houten lessenaars voor misboek   
96Twee altaar tabellen met vergulde lijst   
97Honderd grootte en 200 kleine kerkstoelen   

1884. Tweede boedellijst

Op 26 mei 1884 vergeleken de voorzitter van de kerkfabriek en kapelan Goelen de boedellijst van de kerkvoorwerpen met de lijst van 1883.

Zij bevestigden dat alles ongeschonden en in volmaakte staat van bewaring was behalve de voorwerpen van de nummers:

– 19 het gewoon misboek met koperen sloten is onbruikbaar;

– 28 vier koperen kandelaars op het hoogaltaar zijn onbruikbaar;

– 46 twee schouderkleren waarvan een versleten is.

Bijgvolg dient de boedellijst van 1883 als volgt gewijzigd te worden:

nr. 19 schrappen,  nr. 28 wordt twee arm- en twee koorkandelaars, en nr. 46 een beste wit schouderkleed.

Lijst[120] der eigenaars van kerkstoelen (van 1879 tot 1883).

Lijst der stoelen – Potjaarstraat.

  • 2 – Weduwe Francis Van Nieuwenhove.
  • 1 – Bernardus Van Nieuwenhove.
  • 1 – Carolus Van Vaerenbergh.
  • 1 – Jan Baptist Suijs vrouw Seraphina.
  • 1 – Vrouw Bernardus Dierickx.
  • 4 – Xaverus Callebaut.
  • 2 – Jan Baptist Heeremans – Clementina Guldemont.
  • 1 – Vrouw Franciscus Plas – Martha Guldemont.
  • 1 – Dominicus Heeremans.
  • 1 – André De Bisschop – Ida André.
  • 2 – Jan Baptist Plas en vrouw.

Daal.

  • 2 – drij zusters Rossignol.
  • 1 – Joseph Van Den Broeck – Maria Anna Heeremans.
  • 1 – Vrouw Dominicus Goetvinck.
  • 2 – Bernardus De Prijck.
  • 1 – Vrouw Christaen Gijzens.
  • 2 – Ludovicus Goetvinck en vrouw.
  • 1 – Petrus De Bolle.
  • 1 – Van Neijghem vrouw en broeders Jean – Joseph.
  • 1 – Eugene Van Neijghem en vrouw.
  • 3 – Dominicus De Bolle – vrouw en kinderen.
  • 1 – Maria De Gheijm.
  • 2 – Aug. Van Neijghem – vrouw Sophia De Bolle.
  • 2 – Constant Lanckman en vrouw.
  • 1 – Elisabeth Couck.
  • 1 – Fredericus Van Nieuwenhove.
  • 1 – weduwe Petrus Arijs.
  • 1 – Michael Eckman.
  • 1 – Dominicus Rossignol.
  • 1 – Judocus De Bisschop – vrouw Hortentia Christiaens.
  • 2 – weduwe Felix Van Nieuwenhove – Sophia Heeremans.
  • 2 – Jean Van Den Broeck en vrouw.
  • 1 – J. B. Suijs.
  • 1 – Maria Benedicta Asselman.
  • 3 – Jean Couck, vrouw en kinderen.
  • 2 – weduwe Felix Van Nieuwenhove.
  • 1 – Benedicta Van Nieuwenhove.
  • 1 – weduwe Albert Guldemont.
  • 1 – Jan Baptist Guldemont, vrouw Judoca Arijs.
  • 1 – Leo Callebaut.
  • 1 – Isabella Tastenoy.
  • 2 – Michiel Van Den Broeck en vrouw.
  • 1 – Joseph Van Den Broeck – Doka Suijs.
  • 2 – August Guldemont – Theresia De Bolle.
  • 1 – Joanna Eckman.
  • 1 – Jan Baptist Van Nieuwenhove – vrouw Colleta Couck.

Molhoek.

  • 2 – Dominicus Van Vaerenbergh.
  • 1 – Josepha De Rijck.
  • 2 – weduwe Egidius Lenssens.

Tuimelaar.

  • 1 – Joannes Steppé.
  • 1 – Joannes Van De Winkel.
  • 1 – Fredericus Van De Winkel.
  • 2 – Dominicus Van Den Broeck en vrouw.
  • 1 – De Rijck – Van De Perre – Hekelgem.
  • 1 – Maria Joanna Van Vaerenbergh – Erembodegem.
  • 1 – Joseph De Smedt – Hekelgem.
  • 2 – Adrianus Van Den Bossche, vrouw en kinderen – Hekelgem.
  • 1 – August Callebaut – Beatrix Van Den Broeck.

Breeweg.

  • 1 – Jan Baptist Asselman.
  • 2 – Joannes Joos en vrouw.
  • 2 – weduwe Arijs en kinderen.
  • 1 – ? Asselman.
  • 1 – Albertina Dierickx.
  • 6 – De zusters Annuntiaten.

Ter Elst.

  • 4 – Joseph Van Nieuwenhove en Sophia Suijs – Hekelgem.
  • 3 – Petrus Vertongen – Hekelgem.
  • 2 – Bernardus De Bolle.
  • 2 – Egidius De Geijzeleer.
  • 1 – Benedictus De Reuse – vrouw Isabella Rossignol.
  • 1 – Felix Van Den Bossche – vrouw Francisca Van Neijghem.

Kerkstraat.

  • 1 – Catharina Messens? Pastorij.
  • 1 – W. Van Der Mijnsbrugge.
  • 3 – Jan Baptist Asselman – vrouw Rosa Guldemont.
  • 3 – Franciscus De Bolle.
  • 1 – weduwe Van Vaerenberg – Joanna De Bisschop.
  • 1 – L. Bussens – Sidonia Poodt.
  • 2 – Jan Baptist Rossignol.
  • 1 – Coleta Van Ransbeeck.
  • 1 – Franciscus De Raes – vrouw Sophia Van Ransbeeck.
  • 2 – Ludovicus Van Nieuwenborgh.
  • 4 – Bernardus Callebaut.
  • 1 – Christiaens – Joanna Van Den Broeck.
  • 1 – Petrus Christiaens – vrouw Maria De Bisschop.

Processiebaan.

  • 4 – Jean Van Nieuwenhove – vrouw en kinderen.
  • 1 – Franciscus Lanckman – vrouw Seraphina Van Den Bosch.
  • 1 – Joseph Van Vaerenbergh.
  • 1 – Arijs ?
  • 1 – Amatus De Reuse en vrouw.
  • 1 – Felix Christiaens.
  • 1 – Joannes Van Den Houwe en vrouw Francisca De Leeuw.
  • 3 – Adrianus Callebaut en kinderen.
  • 1 – Joanna Catharina Arijs.

Van ’t huizeke naar Dries.

  • 1 – Franciscus Temmerman en vrouw Celestina.
  • 1 – Adrianus De Bisschop en vrouw Felicia De Reuse.
  • 2 – Benoit De Bisschop – vrouw en kinderen.
  • 3 – J. B. Guldemont – vrouw en kinderen.
  • 1 – Joanna De Bisschop.
  • 1 – Felix D’Haezeleer.
  • 2 – weduwe Carolus De Bisschop en dochter.
  • 1 – Joannes Van Vaerenberg en vrouw.
  • 2 – weduwe Jean Callebaut en kinderen.
  • 1 – Benedicta Suijs.
  • 1 – De Wilde.
  • 2 – weduwe Jan Baptist Christiaens en zoon.
  • 3 – Godefridus De Reuse – vrouw en kinderen.
  • 2 – Joannes De Leu – vrouw en kinderen.

Klein Dries.

  • 2 – Jan Baptist Mertens – Amerijckx.
  • 2 – Romanus André en kinderen.
  • 5 – Romanus Pollet – vrouw en kinderen.
  • 1 – Jacobus De Rijck – vrouw Cecilia Van Gucht.
  • 2 – Plas – Rollier.
  • 1 – ? Christiaens.
  • 1 – weduwe Joseph Van Den Bossche.
  • 1 – weduwe ?
  • 3 – Dominicus Geijssens.
  • 4 – Louis Bosteels – vrouw Isabella Christiaens.
  • 1 – Franciscus Claes – vrouw Philomena Van Nieuwenhove.
  • 1 – Leontina Sonck.
  • 1 – Angelica Beeckman.
  • 3 – Donatus Machiels.
  • 1 – Maria Theresia Guldemont.
  • 1 – Seraphina De Reuse.
  • 1 – Dominicus Van Varenbergh.
  • 1 – Amandus Van Der Borgt.
  • 2 – J. B. Christiaens.
  • 1 – Franciscus Arijs.
  • 1 – Judoca Arijs – vrouw Rossignol.
  • 1 – Joseph De Raes.
  • 1 – Franciscus De Reuse.
  • 1 – Amandus Van Den Broeck.

Kei.

  • 2 – Joannes Snel.
  • 1 – Joannes Meert en zuster.
  • 1 – weduwe Franciscus De Bolle – Barbara De Reuse.
  • 1 – Jean De Bolle – Isabella Van Den Broeck.
  • 1 – Felicia Van Vaerenbergh.
  • 1 – Benoit Meert – sluis Esschene, zijne dochter Leonia.
  • 1 – J. B. Goetvinck.
  • 1 – Judocus Mertens.

Op ouden lijst Judocus Arijs – puto loco = Judoca.

1894. Teralfene. Selectie van documenten uit een lijvig dossier over werken aan de kerk[121].

Op 12 maart 1876 teisterde een zwaar onweer de kerk. Pastoor Verheyden schreef:

Buitengewoon tempeest dat geduurd heeft van 3 tot 7 uur namiddag. De schaliën der kerk, met honderden zag men ze als zwaluwen door de lucht vliegen. Menigvuldige bomen werden uitgerukt. Vele kerken zijn ingestort. Meer dan 1000 werd gedood door ‘t orkaan[122].

Als gevolg van het stormweer was de toren niet meer stabiel. Men kon hem zien bewegen. De klokken, de horloge en het orgel werden ontruimd en de kerk was alleen nog toegankelijk via een achterdeur. Herstellingen waren dringend nodig, maar omdat de kosten zo hoog opliepen, besloot men de kerk te vergroten en een nieuwe toren te bouwen.Een drukke correspondentie volgde om de nodige vergunnen en de noodzakelijke financiële steun te bekomen.

Wij hebben hier de originele tekst van de documenten behouden

Teralphene, den 28ste januari 1894.

Mijnheer de minister,

Moesten de bestendige afvaardiging van den provincieraad van Brabant en uw departement den toestand kennen waarin wij oms bevinden door het afbreken van den toren van Teralphene dan zouden zij zeker niet meer aarzelen om ons ter hulp te komen ten einde tot zijnen heropbouw te kunnen overgaan.

Onze drij klokken zijn op zijde gezet, ons orgel is uiteengedaan, de daken zijn beschadigd door het vallen der stenen welk men onmogelijk kon beletten tijdens het afbreken van den toren.

Het voorlopig dak der basis van dezen toren kan het indringen van het water niet tegenhouden.

In een woord, onze bevolking beklaagt dezen betreurenswaardige toestand ten zeerste. Moest men de toelage des kerkfabriek en der gemeente tot het beloop van een derde des uitgave brengen dan zouden wij onze laatste geldmiddelen uitputten om tot dezen uitslag te komen, de tussenkomst van provincie en staat tot een beloop van het derde gedeelte voor beiden.

In afwachting van een gunstig besluit noemen wij ons, mijnheer de minister, een zeer nederige en verkleefden dienaar.

Prov. de Brabant, Bruxelles, le 12 mars 1984.

Messieurs,

Comme suite à votre lettre du 20 février dernier n° 303, j’ai l’honneur de vous faite connaître que la députation permanente en séance du 28 des même mois a décidé d’accorder sur les fonds provinciaux un subside de 1650,33 frs représentant le sixième de la dépense qu’entrainera la démolition et la reconstruction de la tour de l’église de votre commune. Cette décision a été prise sous la réserve du maintien au budget provincial de 1895 du crédit ordinaire de 10 000 frs destiné aux travaux de l’espèce.

A l’occasion de la proposition de subside qui lui a été faite pour le même objet.

Monsieur le ministre de la justice viens de me réclama le plan den double des travaux à effectuer.

Je vous prie messieurs faire déposer le plan et de me l’adresser dans le plus bref délai possible.

Le gouverneur, Aug. Vergote.

Schaerbeek 2 augustus 1894.

Mijnheer den pastoor, (= pastoor Goelen)

Ik heb mijnheer Peeters verschillige keren versocht te werken te beginnen. Hij heeft mij altijd voor antwoord gegeven dat het schip stenen nog niet aangekomen was.

Ik heb hem vandaag geschreven voor hem te laten weten dat zonder foute het werkvolk moet bezig zijn toekomende maanden en dat ik dijnsdag namiddag zal gaan zien.

Wilt mijnheer den pastoor de uitdrukking mijne hoogachting ontfangen.

Van Roelen.

F. Van Roelen, architecte, rue Vanderlinden 37, Bruxelles.

Schaarbeek, den 23ste januari 1795.

Mijnheer pastoor,

Mijnheer Kleinen die ik verleden maandag in ’t bisdom gezien heb, heeft mij geraden van zekere leden der comiteit te gaan bezoeken.

Ik heb dit gedaan. Allen zeggen dat zij willen de plannen aannemen in geval de anderen het ook doen. Maar alleen kunnen zij niet.

Toekomende zaterdag moet ik nog een lid bezoeken en als het dan niet lukt, dan is het verlooren en dan blijft mij niets over dan alles te herbeginnen. Ik heb bijzonder aangedrongen op de zes duizend franken dat het meer zal kosten, maar dat dragen ze hun niet aan. Ik heb beweezen dat al dat ik gedaan heb is voor de minsten kost te ……… en alle de heeren zeggen mij dat dat mijn groot ongelijk is. Ge ziet mijnheer pastoor dat men soms nog niet goed doet als men alles doet om wel te doen.

Ik zal nog schrijven toekomende zaterdag.

Aanvaard waarde heer mijne hoogachting.

Van Roelen.

12 februari 1895. Werken aan de toren van de kerk.

Zitting van 7 april 1895.

Uittreksel van het verhaalschrift der zitting van den kerkraad gehouden op zondag zeven april 1800 vijfennegentig.

Aanvraag over toelage van de provincie voor de reeds uitgevoerde werken aan den kerktoren.

Bij koninklijk besluit van 11 juni 1894 is de kerkfabriek van Teralphene bemachtigd geworden om den bouwvallige toren af te breken en herop te bouwen met eener toelage voor dit werk van den staat en de provincie.

Dit ontwerp is niet kunnen uitgevoerd worden om reden van den slechten stand der deelen van het gebouw welke men zich voorstelde te kunnen behouden. De begonnen werken zijn dan op bevel der bevoegde overheid opgeschort geworden, nieuwe plannen en bestekken zijn thans opgemaakt en  de regering ter goedkeuring aangeboden.

Uit dien staat van zaken zijn groote onkosten gesproten die redelijker wijze zoo wel door den staat, de provincie en de gemeente als door het kerkfabriek zouden moeten gedragen worden.

De kerkraad dezen toestand overwegende en gezien dat de staat reeds eene toelage heeft verleent van 1333,33 fr. welke som gebruikt is voor de hooger aangehaalde werken.

Besluit: den heer gouverneur zeer eerbiediglijk te verzoeken op het provinciaal fonds eene toelage te willen verleenen tot beloop van een zesde der onkosten die volgens den hierbij gevoegde staat berekend zijn op 11 5363,79 fr.

Aldus gedaan op dag en plaats als ten hoofde. De voorzitter, Bosteels. De schrijver, Goelen. De leden, ? Callebaut, J. B. De Bolle, J. Van Den Broek, J. B. Suijs.

Uittreksel van het register van beraadslagingen der kerkfabriek te Teralfene.

De raad der kerkfabriek te Teralphene vergaderd in zitting van 7 juli 1895.

Dagorde.

  1. Aanbieding van de begrootingsstaat voor het dienstjaar 1896.
  2. Wijzigingen toe te brengen aan de begrootingsstaat voor 1895.

Overwegende dat ten einde de dringendste betaling der voorlopige werken uitgevoerd aan de kerk en den toren, het bestuur is verplicht geweest te beschikken over de som van 1128,33 fr. zijnde het overschot van het dienstjaar 1893 om het evenwicht te kunnen behouden bij den rekendienst van het laatst afgeloopen jaar.

Gezien dat het bestuur beschikt over een som van 3321,84 fr. geschonken ten titel van vrijwillige gifte bestemd over de werken uit te voeren aan de kerk en dat er tot dit doel een som dient in uitgave gebracht te worden die met het overschot op de begrooting van voor 1895 voorzien beloopende tot 454,47 fr. kan gebracht worden op 3776,11 fr.

Besluit: bij de bestendige deputatie van den provincialen raad met veel eerbied de toelating te vragen om aan den begrootinsstaat voor 1895 de volgende wijzigingen te mogen toebrengen.

Kerkfabriek van Teralfene – voorwerp: verkoop van afbraak.

De raad der kerkfabriek te Teralphene vergaderd in zitting van 7 juli 1895.

Gezien dat bij de groote herstellingswerken thans in uitvoering aan de kerk en den toren er eene dubbele deur en beschotten in oud eikenhout zijn moeten afgebroken worden, welke voorwerpen toebehooren aan de kerk van kleine waarde zijn en voor de nieuwe werken in het geheel niet meer kunnen dienen.

Gezien het koninklijk besluit van 16 augustus 1824.

Besluit: bij dezen aan den heer gouverneur der provincie met veel eerbied de noodige toelating te vragen om bovengemelde voorwerpen uitte hand te mogen verkoopen.

Aldus gedaan in zitting op dag, plaats als boven.

Zitting van 6 october 1895 – kerkfabriek te Teralfene.

Aanmerkingen en uitleggingen van den fabriekraad.

Reden van de voorgestelde veranderingen.

De raad der kerkfabriek te Teralphene vergaderd in de gewone zaal in zitting van zondag 6 october 1800 vijfennegentig.

Overwegende dat het dak der behouden kruiskoor groot 94,59 vierkante meter gansch versleten is en er aan de vensters en muren van dit deel ook dringende herstellingswerken dienen uitgevoerd te worden.

Gehoord hebbende het gevoelen van den heer Van Roelen bouwmeester te Schaarbeek gelast met de werken thans in uitvoering aan de kerk.

Gezien de plannen en schattend bestek beloopende tot de somme van duizend zeven honderd drijentwintig frank twintig centiemen door gemelde bouwmeester op verzoek aangeboden als volledigingswerk der kerk.

Besluit:

  1. Het hierbij gevoegd ontwerp met plannen en dubbel der bevoegde overheid tot goedkeuring aan te bieden.
  2. Het staatsbestuur, de provincie en gemeenteraad met veel eerbied te bidden ook voor dit werk een hulpgeld te willen verleenen.
  3. Bij deze de toelating te vragen om voorgestelde werken ook door den heer Couck aannemer der tegenwoordige werken te laten uitvoeren.

De raad zal in zijne eerste zitting middelen beramen om in het deel ten zijnen laste te voorzien.

Aldus gedaan in zitting op dag, plaats als boven.

Mechelen, den 30ste juli 1896.

Eerwaarde heer pastoor. Teralphene.

Ik heb de eer Ued den devis te sturen voor een nieuwe horlogie voor uwen nieuwen toren.

Ik beloof Ued van een werk te maken daar de parochie zal over tevreden zijn.

Vandaag nog, hoop ik, de plaat voor de cadran te krijgen van het fabriek. Dan gaan wij seffens aan het werk om dezen af te maken, te schilderen en te vergulden.

Wij zullen om best doen om de horlogie nog deze maand te kunnen stellen.

Gelief intussen te ontvangen eerw. heer pastoor de verzekering mijner hoogachting en bijzondere eerbied.

Ed. Michiels.

Ed. Michiels-Moeremans. Graanmerkt 6 Mechelen.

Mechelen den 18de februari 1897.

Eerwaarde Heer pastoor,

Ziehier mijn gedacht over den klepel uwer klok.

Het ijzerwerk in werking gebracht wordt en door een langdurig gebruik wordt krikkel en soms wel zoo danig dat het breekt gelijk glas.

Dit zal het geval zijn met den klepel in kwestie en ik geloof dat er noodzakelijk eenen splinter nieuwe noodig is.

Indien Ued u wilde wenden bij mijnen zoon te Doornik boulevard du nord. MM Michiels fondeur de clocher. Deze zal u kunnen helpen.

Teralphene bij Denderleeuw, 24 februari (18)97.

Mijnheer Michiels.

Over eenige dagen schreef ik aan uwen achtbare vader te Mechelen om hem te vragen wat mij te doen stond om het breeken te voorkomen van eenen klokklepel die op negen maanden tijd drijmaal aaneen is gezet en nu wederom in stukken ligt.

Vader Michiels gaf mij den raad den klepel naar U te zenden en U te verzoeken eenen nieuwen te verveerdigen.

Heden heb ik den ouden klepel met al wat er toe behoord opgezonden. Gelief hem zoo haast mogelijk af te maken en het beloop ervan per port te ontvangen.

Ziehier eenige aanmerkingen over de klok, zij is van staal en vervaardigd in de gieterij van Bochum wegende omtrent 750 kilogrammen. De middenlijn onder buitenkant is van 1 meter 20.

Kerkfabriek van Teralfene – voorwerp: terugbetaling van borgtocht.

Het bureel der kerkmeesters te Teralphene vergaderd in zitting zondag 14 meert 1897.

Gezien dat de heer Damiaan Couck ondernemer te Denderleeuw als aannemer der werken van heropbouwing en vergrooting van kerk en toren dezer gemeente ten titel van borgtocht in de staatskas een som heeft gestort van ………….

Gezien het verhaalschrift der voorlopige aanneming of keuring der werken door de heer …… provinciaal bouwmeester die plaats gehad heeft den 9de november van het laatst afgelopen jaar waaruit blijkt dat den heer Couck bij uitzondering van eenige kleine verbeteringen aan zijne verbintenissen heeft voldaan.

Gezien art. 795 afd. 5 der algemeene onderrichtingen waerbij bepaald wordt dat den borgtocht aen den ondernemer zal terugbetaald worden een maand na de voorlopige keuring der werken.

Besluit: dat blijkens het bovengemelde er zich niets meer verzet tegen de terugbetaling van de borgtocht door den heer Couck in de staatskas gestort.

Bij dezen met veel eerbied de noodige toelating te verzoeken tot de terugbetaling van de gemelde borgtocht.

Een drij dubbel afschrift dezer beraadslaging zal aan de bevoegde overheid worden toegezonden.

Aldus gedaan in zitting op dag en plaats als ten hoofde.

Teralphene den 9de mei 1897.

Aan mijnheer de gouverneur der provincie Brabant.

Mijnheer de gouverneur,

De ondergetekenden voorzitter en leden van het bureel der kerkmeesters te Teralphene vertoonen met veel eerbied het volgende.

In de eerste helft des jaars 1893 was den toren der kerk bouwvallig geworden en moest na onderzoek door de heer Dumortier provinciale bouwmeester gedeeltelijk afgebroken en heropgebouwd worden.

Dit werk volgens schattend bestek beraamd op een som van 9901,96 fr. werd na goedkeuring der bevoegde overheid toevertrouwd aan de heer Brassinne ondernemer te Brussel en in zitting van den provincialen raad gehouden den 28ste februari 1894 werd er voor dit werk een toelage verleend van een zesde, zij 1650,33 fr. van welke beslissing er bericht werd gezonden bij brief van den heer gouverneur gedagtekend van 12 maart 1894, N° 100573 a 31541.

Gemeld ontwerp is onuitvoerbaar geweest om reden dat het deel van den toren het welk men dacht te kunnen behouden ook in zeer slechte staat bevonden werd. Het werk is dan op bevel gestaakt, nieuwe plannen en bestekken zijn opgemaakt en goed gekeurd volgens de welke een gedeelte der kerk en den toren thans zijn opgebouwd.

De kosten van het plaatsen der stellingen en werken van afbraak ter uitvoering van het eerste ontwerp beliepen tot de som van 5363,79 fr. alles blijkens de staat van rekening waarvan een dubbel is opgezonden aan den heer gouverneur den 7de april 1895.

De toelagen verleend door de staat en de gemeente is door het kerkbestuur reeds ontvangen en het aandeel der provincie beloopende tot de som van 893,96 fr. is tot heden toe niet voldaan geworden.

Op 4 november 1896 bij de voorlopige aanneming der werken van vermeerdering der kerk heropbouwing van den toren zijn de kosten vastgesteld en later door de bestendige deputatie goedgekeurd geworden op een som van 34 680,13 fr.

Hierop was ook een zesde toegestaan door de provincie, zij 5780,02 op welke vergunning er tot heden toe ontvangen is een som van 2500,00 fr.

Uit het voorgaande blijkt dat er door de provincie nog te betalen blijft 893,96 + 5780,02 – 2500,00 = 4173,90fr.

De toelagen verstuurd door de staat en de gemeente zijn reeds ten volle uitbetaald en daar de bepaalde aanneming der werken eerstdaags zal plaats hebben komen zij U bidden mijnheer de gouverneur te willen bevelen dat de toelagen door de provincie verleend zo spoedig mogelijk ook voldaan worden ten einde het kerkbestuur in staat te stellen hunne verplichtingen jegens den aannemer te kunnen voldoen.

Met de hoop dat hun verzoek een gunstig onthaal zal te beurt vallen noemen zij zich met waren eerbied.


[1] Laatste bladzijden register overlijden kerk van Teralfene –  2-2-1600 tot 9-2-1673.

[2] Joannes De Ruijsschere was afkomstig van Aalst. Was pastoor van 1620 tot 1623. P. VAN LIEDEKERKE, teralfene, 209.

[3] Armesijn = benaming voor een soort zijdestof of taf, uit het Oosten ingevoerd en later ook in Europa vervaardigd. De vorm armozijn komt overeen met fr. armoisin, it. ermesino; eng. ormesine. De vorm armozij beantwoordt aan fr. Armoisy (uit rabelais aangehaald bij hatzfeld-darmsteter) en aan sp. ormesi; te Lyon ook armoise (littré 1, 196). De afleiding is onzeker; bij yule-burnell staat (zie het art. Ormesine): ”the name suggests derivation from Ormuz”. Die afleiding is reeds oud, want kil. [1599] geeft:  Armesinnen, pannus sericus, vulgo ormuzinus: ex Ormuz insula primum allatus” (zie ook de vries, War. 159). Is de stof inderdaad naar de Perzische stad genoemd, dan is armozij waarschijnlijk de oudere benaming; armozijn beantwoordt dan aan eene Romaansche vervorming, afkomstig uit Italië, vanwaar volgens littré de stof naar noordelijker landen gekomen is.

[4] De albe is het witte onderkleed dat een priester of diaken draagt onder zijn andere gewaden, namelijk de cingel, de stola en de kazuifel.

[5] De amict is een rechthoekige linnen doek met twee lange dunne linten eraan, die in de katholieke liturgie gedragen wordt als halsdoek. De amict is vooral bedoeld om te zorgen dat meer kostbare paramenten, zoals kazuifels en dalmatieken niet bezoedeld worden door het zweet van de celebranten. Tevens zorgt de amict ervoor dat de onderkleding van de geestelijke niet zichtbaar is rond de hals. Zo zorgt de amict tevens ervoor dat de puur liturgische rol van de diegene die het draagt benadrukt wordt. meer los aan de amict bevestigd zodat het, als men de amict wilde wassen, makkelijk te verwijderen was. Bron: Wiklipedia.

[6] Een altaardwaal of dwaal (mappa in het Latijn) is een drievoudig wit linnen doek dat over het altaar wordt gespreid en er langs weerszijden van afhangt.

[7] Het graduale is een gregoriaans gezang of het boek met gregoriaanse muziek. Wikipedia.

[8] R.A. Leuven, archief van de parochie Teralfene, nr.13.

[9] Het Vlaamse pond (ook wel aangeduid als pond Vlaams) was tot circa 1795 een oude munteenheid in Vlaanderen, die ook in de rest van de Nederlanden als betaalmiddel werd gebruikt. Het Vlaamse pond was onderverdeeld in 20 schellingen en in 240 groten (1 schelling was derhalve 12 groten). Wikipedia.

[10] Peter De Vleeschoudere was afkomstig van Brussel.

[11] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 125.

[12] GERARDUS EECKHOUT, zoon van GERARDUS EECKHOUT en ANNA ENGELS. Hij is gedoopt op zondag 20 mei 1601 in TERALFENE. GERARDUS is overleden op maandag 27 januari 1670 in TERALFENE, 68 jaar oud. (1) trouwde, 22 jaar oud, op zondag 4 juni 1623 in TERALFENE met ANNA CORTVRINT. (2) trouwde, 65 jaar oud, op donderdag 26 augustus 1666 in TERALFENE met JUDOCA COOLENS.

[13] CORNELIUS VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt in 1591 in TERALFENE. CORNELIUS is overleden op dinsdag 26 juli 1667 in TERALFENE, 76 jaar oud. CORNELIUS trouwde, 26 jaar oud, op dinsdag 3 oktober 1617 in TERALFENE met CATHARINA VAN VARENBERGE, 24 jaar oud. Zij is gedoopt in 1593 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op dinsdag 24 juni 1659 in TERALFENE, 66 jaar oud.

[14] JUDOCUS VAN SCHINGHENE, zoon van JOANNES VAN SCHINGHENE en CATHARINA GHYSELS. Hij is gedoopt op woensdag 1 januari 1603 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op dinsdag 12 november 1675 in TERALFENE, 72 jaar oud.

[15] Een preter is een toezichter.

[16] Balthasar Karel van Spanje, Prins van Asturië en Portugal, Spaans: Baltasar Carlos, Portugees: Baltazar Carlos (Madrid, 17 oktober 1629Zaragoza, 9 oktober 1646) was de oudste zoon, en dus kroonprins, van koning Filips IV van Spanje (in Portugal Filips III) en diens eerste echtgenote, prinses Elisabeth van Frankrijk. Hij droeg de titels prins van Asturië en prins van Portugal.

Hij werd vermoedelijk vermoord in 1646, waarschijnlijk door personen uit de entourage van het koninklijke hof. Het feit schokte de Spaanse koning Filips IV zeer diep. Tot zijn dood (1665) zou deze verbitterd achterblijven, hopende dat het zijn tweede zoon, Karel II van Spanje, beter zou vergaan. Balthasar was in zijn korte leven verloofd met Maria Anna van Oostenrijk, die later trouwde met koning Filips. wikipedia.org.

[17] GERARDUS VAN NIEUWENHOVE, zoon van JOANNES VAN NIEUWENHOVE en PETRINA VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt op donderdag 8 juli 1621 in TERALFENE. GERARDUS is overleden op maandag 2 januari 1702 in TERALFENE, 80 jaar oud. GERARDUS:

(1) trouwde, 32 jaar oud, op vrijdag 24 oktober 1653 in TERALFENE met CATHARINA VAN VAERENBERGH, 23 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 7 maart 1630 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op woensdag 24 september 1659 in TERALFENE, 29 jaar oud.

(2) trouwde, 38 jaar oud, op maandag 26 januari 1660 in LIEDEKERKE met ANNA DE BOLSTER. Zij is een dochter van JOANNES DE BOLSTER. Zij is gedoopt in LIEDEKERKE. ANNA is overleden op vrijdag 17 maart 1702 in TERALFENE.

[17] JACOBA DE REUSE, dochter van JACOBUS DE REUSE en CATHARINA DE SCHRIJVER. Zij is gedoopt op woensdag 12 januari 1628 in TERALFENE. JACOBA is overleden op donderdag 22 april 1688 in TERALFENE, 60 jaar oud. JACOBA trouwde, 22 jaar oud, op zaterdag 4 juni 1650 in TERALFENE met ADRIANUS VAN VAERENBERGH, 23 jaar oud. Hij is een zoon van GERARDUS VAN VAERENBERGH en MAGDALENA EEMAN. Hij is gedoopt op woensdag 2 december 1626 in TERALFENE. ADRIANUS is overleden op woensdag 3 augustus 1689 in TERALFENE, 62 jaar oud.

[18] NICOLAUS DE REUSE. NICOLAUS is overleden op zondag 28 november 1666 in TERALFENE. NICOLAUS trouwde op zondag 16 februari 1620 in TERALFENE met ELISABETH DE SCRYVERE. ELISABETH is overleden op zondag 2 juli 1662 in TERALFENE.

[19] ADRIANUS VAN NIEUWENHOVE, zoon van JOANNES VAN NIEUWENHOVE en PETRINA VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt op woensdag 14 oktober 1626 in TERALFENE. ADRIANUS is overleden in 1679 in TERALFENE, 53 jaar oud. ADRIANUS trouwde, 34 jaar oud, op zaterdag 14 mei 1661 in TERALFENE met ANNA EECKHOUT, 21 jaar oud. Zij is een dochter van PETRUS EECKHOUT en ANNA VAN VARENBERCH. Zij is gedoopt op woensdag 7 september 1639 in TERALFENE.

[20] GERARDUS EECKHOUT. GERARDUS trouwde op vrijdag 25 februari 1661 in TERALFENE met FRANCISCA EECKHOUT.

[21] R.A. Leuven, archief van de parochie Teralfene, nr. 28.

[22] [22] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 14.

[23] R.A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 129.

[24] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 2.

[25] JOANNES ROGERIUS CAYMAN. Hij is gedoopt op zaterdag 25 november 1656 in AALST. JOANNES is overleden op woensdag 12 januari 1746 in AALST, 89 jaar oud. Notitie bij JOANNES: Schepen van Aalst.

JOANNES trouwde, 25 jaar oud, op zondag 7 juni 1682 met CLARA VAN DEN BRANDEN, 28 jaar oud. Zij is gedoopt op maandag 25 augustus 1653 in AALST.

[26] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 25.

[27] HENRICUS DE BOLLE, zoon van JUDOCUS DE BOLLE en ANNA VAN GEITE. Hij is gedoopt op woensdag 9 maart 1633 in TERALFENE. HENRICUS is overleden op dinsdag 2 februari 1706 in TERALFENE, 72 jaar oud. Hij is begraven op donderdag 4 februari 1706 te TERALFENE

[28] R.A. Leuven, archief van de parochie Teralfene, nr. 134.

[29] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 16.

[30] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 17.

[31] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 5.

[32] GERARDUS EECKHOUT, zoon van GERARDUS EECKHOUT en CATHARINA VAN VARENBERGH. Hij is gedoopt op maandag 12 juli 1700 in TERALFENE. GERARDUS is overleden op woensdag 20 januari 1751 in TERALFENE, 50 jaar oud. GERARDUS trouwde, 22 jaar oud, op zaterdag 29 mei 1723 in TERALFENE met MARIA VAN VARENBERGH, 39 jaar oud. Zij is gedoopt op maandag 27 maart 1684 in TERALFENE. MARIA is overleden op maandag 19 maart 1753 in TERALFENE, 68 jaar oud.

[33] Wijngeld: hier betaling voor vertier

[34] Ongeld: kosten

[35] CORNELIUS CAMU. CORNELIUS is overleden op woensdag 14 mei 1755 in TERALFENE. CORNELIUS trouwde op zondag 14 september 1692 in TERALFENE met ELISABETH EECKHOUT, 27 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 12 december 1664 in TERALFENE. ELISABETH is overleden op maandag 21 september 1744 in TERALFENE, 79 jaar oud

[36] ADRIANUS JANSSENS. Hij is gedoopt op donderdag 12 november 1699 in TERALFENE. ADRIANUS is overleden op zondag 26 januari 1777 in TERALFENE, 77 jaar oud. ADRIANUS trouwde, 32 jaar oud, op dinsdag 4 november 1732 in TERALFENE met CATHARINA VAN VALKENBORGH, 27 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 29 mei 1705 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op vrijdag 6 maart 1772 in TERALFENE, 66 jaar oud.

[37] EGIDIUS CHRISTIAENS, zoon van PETRUS CHRISTIAENS en ELISABETH MOVYS. Hij is gedoopt op zaterdag 26 januari 1704 in TERALFENE. EGIDIUS is overleden op maandag 9 juni 1777 in TERALFENE, 73 jaar oud. EGIDIUS trouwde met THERESE DE SCHUTTER. THERESE is overleden op donderdag 12 november 1767 in TERALFENE.

[38] EGIDIUS ASSELMAN, zoon van CORNELIUS ASSELMAN en PETRONELLA VAN NIEUWENHOVE. Hij is gedoopt op zaterdag 7 februari 1693 in TERALFENE. EGIDIUS is overleden op zondag 4 maart 1759 in TERALFENE, 66 jaar oud. EGIDIUS trouwde, 45 jaar oud, op dinsdag 6 mei 1738 in TERALFENE met MARIA VAN MOL, 24 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 6 mei 1714 in TERALFENE. MARIA is overleden op dinsdag 12 januari 1790 in TERALFENE, 75 jaar oud.

[39] CORNELIUS SCHOON, zoon van JOANNES SCHOON en JUDOCA VAN NIEUWENHOVE. Hij is gedoopt op woensdag 18 december 1680 in HEKELGEM. CORNELIUS is overleden, 85 jaar oud. Hij is begraven op vrijdag 22 augustus 1766 te HEKELGEM.

[40] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 8.

[41] Schalmen: markeren

[42] De verbintenis in solidum is de verbintenis waarbij de schuldeiser, bij pluraliteit van schuldenaars, op grond van hun aansprakelijkheid voor eenzelfde schade, van elke schuldenaar de betaling kan vorderen van de gehele schuld, ondanks de afwezigheid van hoofdelijkheid en ondeelbaarheid. De in solidum-gehoudenheid is een creatie van de rechtspraak, omdat het toepassingsgebied van de passieve hoofdelijkheid te beperkt was. Passieve hoofdelijkheid geldt immers enkel voor gevallen bepaald in de wet of een overeenkomst, of uit gewoonte. Voor gevallen van buitencontractuele aansprakelijkheid geldt de passieve hoofdelijkheid niet en is het slachtoffer (de schuldeiser) niet beschermd. De grondslag van de aansprakelijkheid in solidum is de wenselijkheid om aan het slachtoffer een bijzondere waarborg te verlenen wanneer er meerdere schadeverwekkers zijn. Elke schadeverwekker kan voor het geheel worden aangesproken.

[43] LUDOVICUS VAN NIEUWENHOVE, zoon van FRANCISCUS VAN NIEUWENHOVE en JUDOCA VAN EYGEM. Hij is gedoopt op zaterdag 12 mei 1736 in TERALFENE. LUDOVICUS is overleden op donderdag 18 januari 1816 in TERALFENE, 79 jaar oud. LUDOVICUS trouwde met MARIA THERESIA EECKHOUDT. Zij is gedoopt op dinsdag 6 oktober 1739 in TERALFENE. MARIA is overleden op zaterdag 6 juli 1793 in TERALFENE, 53 jaar oud.

[44] MARIA (JO)ANNA VAN NIEUWENHOVE, dochter van FRANCISCUS VAN NIEUWENHOVE en JUDOCA VAN EYGEM. Zij is gedoopt op woensdag 5 augustus 1733 in TERALFENE. MARIA is overleden op zondag 28 september 1794 in TERALFENE, 61 jaar oud. MARIA trouwde, 36 jaar oud, op dinsdag 24 juli 1770 in TERALFENE met JUDOCUS VAN NIEUWENHOVE, 38 jaar oud. Hij is gedoopt op dinsdag 27 november 1731 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op maandag 24 oktober 1796 in TERALFENE, 64 jaar oud.

[45] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 135.

[46] De comme: de koffer in de kerk.

[47] LIVINUS MOTTEMANS is geboren omstreeks 1591. LIVINUS is overleden op zondag 27 september 1665 in TERALFENE, ongeveer 74 jaar oud. LIVINUS:

(1) trouwde, ongeveer 35 jaar oud, op dinsdag 30 juni 1626 in TERALFENE met CATHARINA ASSELMAN. CATHARINA is overleden op woensdag 19 oktober 1633 in TERALFENE.

(2) trouwde, ongeveer 50 jaar oud, op woensdag 6 februari 1641 in TERALFENE met MARIA BOGAERT.

[48] Petrus De Vleeschoudere, geboren in Brussel in 1608, pastoor te Teralfene van 1641 tot 1679. P. Van Liedekerke, Teralfene tuuse alfnam en Affligem, 1985, 209.

[49] Loco: vervanger.

[50] Adrianus Fanciscus Rolier was afkomstig van Pamel. Hij was coadjutor van 1791 tot 1793 en pastoor van 1803 tot 1813.

[51] Frans Jozef Karel van Habsburg-Lotharingen (Florence, 12 februari 1768Wenen, 2 maart 1835), zoon van keizer Leopold II, was als Frans II de laatste gekozen keizer van het Heilige Roomse Rijk en als Frans I de eerste erfelijke keizer van Oostenrijk.

[52] Judocus Van Overstraeten was afkomstig van Borcht-Lombeek. Hij was pastoor van 1751 tot 1787 en kwam op tragische wijze aan zijn dood. Hij is dood gevonden tussen Muylhem en de brug die Liedekerke van Teralfene scheidt in eene beek vol slijk, waar hij nauwelijks een voet en half ingezakt was, zodanig dat zijn rug buiten het water stak. P. Van liedekerke, Teralfene tussen Alfnam en Affligem, 1985, 210.

[53] Guillelmus De Mol, afkomstig van Brussel, pastoor van 1788 tot 1803. Hij heeft onder de Franse bezetting veel moeilijkheden gehad. P. Van Liedekerke, o.c., 212.

[54] JOANNES BAPTIST VERELST. JOANNES trouwde op donderdag 1 januari 1761 in TERALFENE met MARIA ASSELMAN, 35 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 3 oktober 1725 in TERALFENE. MARIA is overleden op vrijdag 9 december 1808 in TERALFENE, 83 jaar oud.

[55] ADRIANUS ARIJS. ADRIANUS is overleden op zondag 30 oktober 1768 in TERALFENE. ADRIANUS trouwde op dinsdag 10 januari 1736 in TERALFENE met BARBARA VAN OVERSTRAETEN, 28 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 4 augustus 1707 in TERALFENE. BARBARA is overleden op woensdag 24 augustus 1785 in TERALFENE, 78 jaar oud.

[56] JOSEPHUS ARIJS, zoon van ADRIANUS ARIJS en BARBARA VAN OVERSTRAETEN. Hij is gedoopt op zondag 19 september 1745 in TERALFENE. JOSEPHUS is overleden op zondag 17 juli 1814 in TERALFENE, 68 jaar oud. JOSEPHUS trouwde, 40 jaar oud, op maandag 5 juni 1786 in TERALFENE met JUDOCA DE PADUWA, 27 jaar oud. Zij is gedoopt in 1759. JUDOCA is overleden op woensdag 2 februari 1842 in TERALFENE, 83 jaar oud.

[57] JOSEPHUS BOUDART. Hij is gedoopt in 1740. JOSEPHUS is overleden op zondag 27 juli 1817 in TERALFENE, 77 jaar oud. JOSEPHUS:

(1) trouwde, 30 jaar oud, op dinsdag 20 februari 1770 in TERALFENE met JOANNA SCHOONJANS.

JOANNA is overleden op dinsdag 19 april 1774 in TERALFENE.

(2) trouwde, 34 jaar oud, op dinsdag 31 mei 1774 in TERALFENE met THERESIA ARYS, 31 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 25 mei 1743 in TERALFENE. THERESIA is overleden op zaterdag 18 april 1812 in TERALFENE, 68 jaar oud.

[58] P. Van Broekhoven, afkomstig van Geel, was pastoor van 1814 tot 1826. P. Van liedekerke, o.c., 212.

[59] Curestede: de pastorie.

[60] JACOBUS SCHOON, zoon van CORNELIUS SCHOON en JUDOCA PAUWELS. Hij is gedoopt op zondag 6 april 1727 in HEKELGEM. Bij de doop van JACOBUS was de volgende getuige aanwezig: JACOBA PAUWELS (1678-1750). JACOBUS is overleden, 70 jaar oud. Hij is begraven op woensdag 31 mei 1797 te HEKELGEM.

Notitie bij JACOBUS: Bedezetter van Hekelgem 1772 tot 1774 of langer. JACOBUS trouwde met MARIA-ANNA BARBE. MARIA-ANNA is geboren op woensdag 3 december 1738 in GOOIK, dochter van JOANNES BARBE en ELISABETH ABELOOS. MARIA-ANNA is overleden op dinsdag 23 juli 1799 in HEKELGEM, 60 jaar oud.

[61] CAROLUS DE BUSCHOP, zoon van JUDOCUS DE BISSCHOP en CATHARINA DE BOLLE. Hij is gedoopt op vrijdag 5 juli 1715 in TERALFENE. CAROLUS is overleden op vrijdag 19 november 1773 in TERALFENE, 58 jaar oud. CAROLUS trouwde, 32 jaar oud, op donderdag 4 juli 1748 in TERALFENE met CATHARINA EECKHAUT, 24 jaar oud. Bij het kerkelijk huwelijk van CATHARINA en CAROLUS waren de volgende getuigen aanwezig: JUDOCUS DE BISCOP en GERARDUS EECKHOUT. Zij is gedoopt op zaterdag 13 mei 1724 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op zaterdag 10 maart 1792 in TERALFENE, 67 jaar oud.

[62] NICOLAUS GULDEMONT is geboren omstreeks 1755. NICOLAUS is overleden op zondag 13 december 1846 in TERALFENE, ongeveer 91 jaar oud. NICOLAUS trouwde met MARIA CATHARINA DE BISSCHOP. Zij is een dochter van CAROLUS DE BUSCHOP en CATHARINA EECKHAUT. Zij is gedoopt op dinsdag 13 augustus 1754 in TERALFENE. MARIA is overleden op dinsdag 10 januari 1815 in TERALFENE, 60 jaar oud.

[63] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 19.

[64] JOANNES DE GHENT. JOANNES is overleden op woensdag 17 maart 1779 in TERALFENE. Hij trouwde op donderdag 24 augustus 1741 in TERALFENE met ANNA MARIA VAEREMAN, 37 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 21 december 1703 in TERALFENE. ANNA is overleden op maandag 6 juli 1778 in TERALFENE, 74 jaar oud.

Kinderen van JOANNES en ANNA:

1- THOMAS DE GHENT. Hij is gedoopt op zondag 15 april 1742 in TERALFENE. THOMAS is overleden in 1742 in TERALFENE, geen jaar oud.

2- CATHARINA DE GHENT. Zij is gedoopt op woensdag 15 april 1744 in TERALFENE.

3- EGIDIUS FRANCISCUS DE GHENT. Hij is gedoopt op zaterdag 28 januari 1747 in TERALFENE. EGIDIUS is overleden in 1747 in TERALFENE, geen jaar oud.

[65] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 20.

[66] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 21.

[67] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 133.

[68] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 133.

[69] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 22.

[70] JUDOCUS DE REUSE, zoon van ADRIANUS DE REUSE en JOANNA VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt op zaterdag 20 juli 1715 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op woensdag 30 mei 1787 in TERALFENE, 71 jaar oud.

[71] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 23.

[72] JUDOCUS VAN OVERSTRAETEN, zoon van CORNELIUS VAN OVERSTRAETEN en BARBARA VAN CUTSEM. Hij is gedoopt omstreeks 1725 in BORCHTLOMBEEK. JUDOCUS is overleden op vrijdag 9 november 1787 in LIEDEKERKE, ongeveer 62 jaar oud.

Notitie bij JUDOCUS: Deze pastoor is op 9 november 1787 een treurig einde beschoren zoals we kunnen lezen in de archieven van Affligem. “Hij is dood gevonden tussen Muylhem en de brug die Liedekerke van Teralfene scheidt, in een beek vol slijk, waar hij nauwelijks een voet en half ingezakt was zodanig dat zijn rug buiten het water stak. (Teralfene tussen Alfnam en Affligem – 1985, Pierre Van Liedekerke, blz. 210).

[73] De profundis = uit de diepte. Dat is het begin van psalm 130:  Uit de diepte van ellende… en is een smeking om vergeving.

[74] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 136.

[75] JOSEPHUS SCHOON, zoon van CORNELIUS SCHOON en JUDOCA PAUWELS. Bij de aangifte van de geboorte van JOSEPHUS was de volgende getuige aanwezig: JUDOCUS PAUWELS (1640-1698). Hij is gedoopt op donderdag 17 februari 1724 in HEKELGEM. Bij de doop van JOSEPHUS was de volgende getuige aanwezig: PETRONELLA PAUWELS (geb. 1681). JOSEPHUS is overleden op zondag 7 maart 1784 in TERALFENE, 60 jaar oud. JOSEPHUS trouwde, 27 jaar oud, op dinsdag 30 november 1751 in TERALFENE met MARIA VAN NIEUWENHOVE, 23 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 5 december 1727 in TERALFENE. MARIA is overleden op zondag 28 september 1794 in TERALFENE, 66 jaar oud.

Kinderen van JOSEPHUS en MARIA:

1 JOANNES SCHOON. Hij is gedoopt op zaterdag 22 april 1752 in TERALFENE. JOANNES is overleden op donderdag 4 november 1813 in TERALFENE, 61 jaar oud. JOANNES trouwde, 39 jaar oud, op vrijdag 8 juli 1791 in TERALFENE met ANNA MARIA VAN CUTSEM, 32 jaar oud. Zij is gedoopt in 1759 in WAMBEEK. ANNA is overleden op vrijdag 15 september 1826 in TERALFENE, 67 jaar oud.

2 ISABELLA SCHOON. Zij is gedoopt op donderdag 23 mei 1754 in TERALFENE. ISABELLA is overleden in 1783 in TERALFENE, 29 jaar oud. ISABELLA trouwde met GUILLIELMUS D’HOOFT.

3 PETRUS EMMANUEL SCHOON. Hij is gedoopt op donderdag 4 november 1756 in TERALFENE.

4 PETRUS JUDOCUS SCHOON. Hij is gedoopt op zaterdag 7 januari 1758 in TERALFENE.

5 LUCIA SCHOON. Zij is gedoopt op zaterdag 4 april 1761 in TERALFENE.

6 JOANNA CATHARINA SCHOON. Zij is gedoopt op maandag 7 mei 1764 in TERALFENE. JOANNA is overleden op zaterdag 7 januari 1804 in DENDERLEEUW, 39 jaar oud. JOANNA trouwde, 21 jaar oud, op dinsdag 16 augustus 1785 in TERALFENE met PETRUS JOSEPHUS SCHOUPPE. PETRUS is overleden op maandag 19 december 1791 in TERALFENE.

7 ADRIANA SCHOON. Zij is gedoopt op vrijdag 13 maart 1767 in TERALFENE. ADRIANA is overleden op donderdag 24 juli 1817 in TERALFENE, 50 jaar oud.

8 JUDOCUS SCHOON, geboren op dinsdag 7 augustus 1770 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op dinsdag 29 april 1828 in TERALFENE, 57 jaar oud. JUDOCUS trouwde, 31 jaar oud, op zaterdag 27 februari 1802 in TERALFENE met ANNE MARIE PRIEM, 25 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van ANNE en JUDOCUS waren de volgende getuigen aanwezig: JOANNES CHRISTIAENS (1751-1826), GILLES CHRISTIAENS (geb. ±1754), GILLES DIERICKX (geb. ±1766) en PETRUS DE BISSCHOP (geb. 1767). ANNE is geboren op zondag 9 juni 1776 in WAMBEEK. ANNE is overleden op woensdag 23 december 1857 in TERALFENE, 81 jaar oud.

[76] Innocent = 1) Argeloos 2) Naïef 3) Onnozel 4) Onschadelijk 5) Onschuldig 6) Verstandeloos.

[77] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 9.

[78] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 10.

[79] JOANNES SCHOON, zoon van JOSEPHUS SCHOON en MARIA VAN NIEUWENHOVE. Hij is gedoopt op zaterdag 22 april 1752 in TERALFENE. JOANNES is overleden op donderdag 4 november 1813 in TERALFENE, 61 jaar oud. JOANNES trouwde, 39 jaar oud, op vrijdag 8 juli 1791 in TERALFENE met ANNA MARIA VAN CUTSEM, 32 jaar oud. Zij is gedoopt in 1759 in WAMBEEK. ANNA is overleden op vrijdag 15 september 1826 in TERALFENE, 67 jaar oud.

[80] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 30.

[81] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 24.

[82] Volgens het billet van uijtsendinge wegens de administratie van den Lande van Aelst in date 13 nivôse 4de jaer der republiek (3 januari 1796) onderteekent F. De Ruijter president, J. P. Begheijn secretaris,

[83] R. A. Leuven – archief van de gemeente Teralfene, toegang 352/15 nr. 16.

[84] Een bunder = 4 dagwand = 400 roeden. Te Teralfene bedroeg een vierkante roede = 30,7456 ca.

1 gulden = 20 stuivers = 80 oorden. 1 stuiver = 4 oorden.

[85] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 446.

[86] Ut ante: zoals vroeger.

[87] B. VERMOESEN, De parochie hekelgem tijdens het Frans Bewind, in:  Jaarboek Belledaal, 2008, 157 – 191.

[88] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 12.

[89] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 163.

[90] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 154.

[91] R. A. Leuven – archief van de gemeente Teralfene nr. 21.

[92] R. A. Leuven – archief van de gemeente Teralfene nr. 17.

[93] Bron

[94] Een facteur kocht voor grote hophandelaars de hop bij de boeren op.

[95] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 429.

[96] Jan Baptist Van Broeckhoven, afkomstig van Geel, was pastoor vanaf 1814. Hij overleed te Teralfen in 1826.

[97] Petrus Joannes Coppens, afkomstig van St.-katharina-Lombeek.  

[98] Jan Baptist Van Nieuwenhove was burgemeester van 1825 tot 1829.

[99] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 169.

[100] JACOBUS GOETVINCK is geboren op maandag 15 maart 1790 in TERALFENE. JACOBUS is overleden op woensdag 20 maart 1878 in TERALFENE, 88 jaar oud.

JACOBUS trouwde, 30 jaar oud, op zaterdag 24 februari 1821 in TERALFENE met ANNA CATHARINA VAN DEN EYNDE, 35 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 9 september 1785 in WELLE. ANNA is overleden op dinsdag 22 maart 1859 in TERALFENE, 73 jaar oud.

[101] FRANCISCUS BOGAERT. Hij is gedoopt op zondag 8 januari 1786 in TERALFENE. FRANCISCUS is overleden op donderdag 2 december 1847 in TERALFENE, 61 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 25 jaar oud, op dinsdag 5 februari 1811 in TERALFENE met JOANNA CATHARINA POLLET, 23 jaar oud. Zij is een dochter van THOMAS POLLET en PETRONELLA COLLIER. Zij is gedoopt op woensdag 27 juni 1787 in TERALFENE. JOANNA is overleden op dinsdag 6 februari 1838 in TERALFENE, 50 jaar oud.

[102] DOMINICUS JUDOCUS HEEREMANS is geboren op zaterdag 21 april 1804 in TERALFENE. DOMINICUS is overleden op woensdag 5 april 1882 in TERALFENE, 77 jaar oud. Koster te Teralfene. DOMINICUS trouwde, 24 jaar oud, op woensdag 30 juli 1828 in TERALFENE met JOANNA MARIA TEMMERMAN, 24 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 15 maart 1804 in TERALFENE. JOANNA is overleden op vrijdag 17 januari 1873 in TERALFENE, 68 jaar oud.

[103] BENEDICTUS DE BISSCHOP is geboren op donderdag 12 maart 1801 in TERALFENE, zoon van JOANNES BAPTIST DE BISSCHOP en ANNA CATHARINA CHRISTIAENS. BENEDICTUS is overleden op woensdag 27 december 1882 in TERALFENE, 81 jaar oud. BENEDICTUS trouwde, 27 jaar oud, op woensdag 8 oktober 1828 in TERALFENE met MARIA JOSEPHA ARIJS, 28 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 4 december 1799 in TERALFENE. MARIA is overleden op vrijdag 15 december 1882 in TERALFENE, 83 jaar oud.

[104] FRANCISCUS DE REUSE. Hij is gedoopt op donderdag 11 november 1784 in TERALFENE. FRANCISCUS is overleden op maandag 10 februari 1851 in TERALFENE, 66 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 28 jaar oud, op maandag 8 februari 1813 in TERALFENE met MARIA CALLEBAUT, 24 jaar oud. Huis aan den Groten driesch. Zij is gedoopt op zondag 31 augustus 1788 in TERALFENE. MARIA is overleden op zaterdag 18 februari 1854 in TERALFENE, 65 jaar oud.

[105] ADRIANUS FRANCISCUS ASSELMAN is geboren op woensdag 21 maart 1804 in TERALFENE, zoon van JOANNES ASSELMAN en JOANNA CATHARINA VAN DEN BOSSCHE. ADRIANUS is overleden op zondag 20 oktober 1878 in TERALFENE, 74 jaar oud. ADRIANUS:

(1) trouwde, 28 jaar oud, op woensdag 16 mei 1832 in TERALFENE met JEANNE CATHERINE CHRISTIAENS, 25 jaar oud. JEANNE is geboren op donderdag 31 juli 1806 in TERALFENE. JEANNE is overleden op dinsdag 14 april 1846 in TERALFENE, 39 jaar oud.

(2) trouwde, 42 jaar oud, op donderdag 5 november 1846 in TERALFENE met JUDOCA SCHOON, 42 jaar oud. JUDOCA is geboren op dinsdag 14 augustus 1804 in TERALFENE, dochter van JUDOCUS SCHOON en ANNE MARIE PRIEM. JUDOCA is overleden op maandag 13 januari 1890 in TERALFENE, 85 jaar oud.

[106] GUILIELMUS DE BISSCHOP. Hij is gedoopt op zondag 14 december 1794 in TERALFENE. GUILIELMUS is overleden op dinsdag 28 april 1840 in HEKELGEM, 45 jaar oud. GUILIELMUS trouwde, 30 jaar oud, op woensdag 28 september 1825 in TERALFENE met THERESIA FONTEYN, 30 jaar oud. Zij is een dochter van JAN DE LA FONTAIN en FRANCISCA DE GEYNT. Zij is gedoopt op zondag 12 juli 1795 in HEKELGEM. THERESIA is overleden op zaterdag 30 mei 1835 in HEKELGEM, 39 jaar oud.

[107] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 165.

[108] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 164.

[109] ADRIANUS FRANCISCUS ROLLIER, zoon van NICOLAAS ROLLIER en JOANNA FRANCISCA VAN DER ELST. Hij is gedoopt op zondag 13 april 1760 in PAMEL. ADRIANUS is overleden op vrijdag 2 augustus 1833 in GOOIK, 73 jaar oud.

[110] Catheilen: vee, ook onroerend goed

[111] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 156.

[112] P. VAN LIEDEKERKE, Teralfene, tuusen Alfnam en Affligem, 189.

[113] P. VAN LIEDEKERKE, 189.

[114] In 1840 was Ferdinand Van den Plas burgemeester.

[115] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 177.

[116] In 1866 was Benedictus Verheyden, afkomstig van Londerzeel pastoor.

[117] Judocus Van Overstraeten was pastoor van 1751 tot 1787.

[118] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 427.

[119] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 172.

[120] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 171.

[121] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 157.

[122] P. VAN LIEDEKERKE, 189.

Testament van Joannes Carolus Broeckmans pastoor te Hekelgem.

Antwerpenaar Jan Karel Broeckmans werd op 20 december 1716 pastoor te Hekelgem. Hij ontving zijn priesterwijding op 42-jarige leeftijd op 3 december 1700. Zijn eerste opdracht was deservitor te Bavegem en vervolgens vanaf 4 december 1701 pastoor te Neigem. Hij was begaan met zijn kerk en liet heel wat werken uitvoeren. Er was na de oorlogen van de Franse koning Lodewijk XIV een tijd van vrede aangebroken en er kwam welvaart. In 1712 werd het houten gewelf van het koor vernieuwd, in 1715 werden het hoogaltaar en twee zijaltaren gemarmerd, kostprijs 430 gulden en in 1716 werd het dak van de kerk in orde gebracht en het interieur gewit. De nieuwe communiebank, aangekocht in 1719, kostte 131 gulden 16 stuivers. Datzelfde jaar liet hij het gebinte en het dak van de toren herstellen en in 1722 kwam er een nieuwe biechtstoel, toegewijd aan O.-L.-Vrouw, voor 470 gulden. De deken had het jaar voordien tijdens de visitatie opgemerkt dat er in de kerk een zeer vuile biechtstoel stond. De Raad van Brabant verbood op 24 september 1721 het gaaischieten op pene van thien pattacons. De schutters schoten naar een vogel die men op een wip uit de kerktoren stak, met nogal wat schade tot gevolg. De pastoor en de kerkmeesters mochten de gaten sluiten waaruit de wip werd gestoken.

Aanvankelijk beoordeelde de deken pastoor Broeckmans als een middelmatig priester (1716). Dat viel hem blijkbaar zwaar want tijdens de volgende visitaties was hij afwezig, in 1717 verbleef hij in Antwerpen en in 1720 in Brussel. We vernemen ook iets over de rivaliteit met de abdij. In 1712 klaagde hij erover dat de parochianen in de abdijkerk de mis gingen bijwonen omdat de paters niet preekten. Van bij zijn aanstelling tot zijn dood in 1724 hield hij een  memorieboek bij waarin hij de landpachten noteerde en allerlei interessante gegevens. Pastoor Broeckmans overleed op 6 augustus 1724[1].

Op 17 juni 1723[2] liet heer ende meester Joannes Carolus Broeckmans, pastoor van Hekelgem, nog gezond van lichaam en geest, door notaris Eg. Crick van Asse zijn testament opstellen. Als hij kwam te overlijden beval hij zijn ziel aan zijn barmhartige zaligmaker Jezus Christus en aan de moeder Gods aan en ook aan zijn geliefde heiligen: Jozef, Joachim en Anna, de aartsengelen Michael en Raphael, Joannes Baptista, Joannes Evangelist, Joannes Chrisostomus, Carolus Borromeus, zijn patronen, en alle andere Gods lieve heiligen. Voorts bepaalde hij dat:

1- Hij wil begraven worden aan de voet van het altaar van de Allerheiligste Rozenkrans in de kerk van Hekelgem en dat op zijn graf een blauwe zerksteen met letters van witte marmer wordt gelegd.

2- Het is zijn wens dat zijn uitvaart kort na zijn dood plaats vindt en dat hij naar zijn graf wordt gedragen door de pastoors van Essene, Meldert, zijn onderpastoor en een andere priester te kiezen door de executrice van zijn testament.

3- Hij wil dar er in zijn sterfhuis na de uitvaart alleen een sober pastorael noenmaal voor de concelebranten, zijn testateurs en vrienden van Antwerpen wordt aangeboden. Dezelfde dag zal er in de kerk van Hekelgem ook een requiemmis worden opgedragen tot lafenis van zijn ziel waarvoor aan iedere priester prompt drie gulden zal ontvangen.

4- Tijdens de uitvaartdienst zullen op het hoogaltaar maar vier kaarsen en ook vier kaarsen aan de baar branden.

5- Na de dienst zal men aan de arme mensen van buiten de parochie die de dienst bijwoonden twee gulden en tien stuivers in de kerk geven en niets buiten de kerk.

6- De armen van Hekelgem die de dienst bijwoonden krijgen tweehonderd witte broden van  een stuiver.

7- Hij wil dat terstond na zijn overlijden 1579 missen van 8 stuivers gecelebreerd worden tot lafenis van zijn ziel zoals hij in een brief heeft opgeschreven. Indien de executrice van zijn testament die brief niet vindt, kan zij de missen laten celebreren naar haar goeddunken.

8- De testateur wil vanaf de derde dag na zijn uitvaart in de kerk van Hekelgem aan het altaar van de Heilige Rozenkrans dertig requiemmissen worden opgedragen en dat daarna aan zijn graf een miserere en de profundis gelezen worden. In de zomer om zeven uur en in de winter om acht uur.  Aan hetzelfde altaar zullen vier kaarsen en aan de baar zes kaarsen van witte was van een pond branden. De kaarsen moeten om de veertien dagen vernieuwd worden. De pastoor of de deservitor zal hiervoor twintig gulden ontvangen, de koster drie gulden op conditie nochtans dat hij de missen heeft gediend met zijn overrok aan.

9- De testateur verlangt dat op de eerste maandag van de maand na zijn overlijden aan  het  altaar van de Heilige Rozenkrans tot lafenis van zijn ziel en die van zijn vrienden en van de overleden broeders en zusters van dezelfde broederschap het officie van de doden en een gezongen requiemmis met de gewone diensten aan de baar gecelebreerd worden. Op de vooravond zullen de doodsklokken worden geluid en op de dag van de dienst driemaal een half uur lang. Aan de baar zullen twaalf kaarsen branden, tien op het hoogaltaar, vier op het altaar van de Heilige Rozenkrans, een voor het beeld van Sint-Jozef, een voor het beeld van de heilige Anna en vier kaarsen op het altaar van de heilige engelbewaarder. Ieder kaars zal een pond wegen.

10- Voor de relieken van Sint-Cornelis moeten twee kaarsen branden en een voor het beeld van Sint-Rochus, iedere kaars van een vierendeel witte was. Die kaarsen zullen de volgende zondagen, zijnde de eerste zondag van de maand als ook op de feestdagen van de Heilige Rozenkrans worden ontstoken en gedurende de goddelijke dienst branden totdat zij opgebrand zijn.

11- Op dezelfde dag krijgen alle broeders en zusters van Rozenkrans een wit brood van zes stuivers en in geld vijftien stuivers. Daarvoor zullen de broeders en zusters tijdig worden verwittigd  zodat zij de dag voordien, zijnde de zondag, een volle aflaat komen verdienen tot lafenis van zijn vrienden en van de broeders en zusters van de Heilige Rozenkrans. Aan de armen van Hekelgem die dan de dienst Gods bijwoonden, worden driehonderd witte broden  van een stuiver uitgedeeld. Als hij testateur zou overlijden omtrent een feestdag van de heilige maagd Maria voor de eerste zondag van de maand dan zullen de dag na de feestdag  de diensten moeten geschieden. Daarvoor zal de pastoor of de deservitor acht gulden ontvangen en de koster samen met het luiden vier gulden.

12- Aan de kerk van Hekelgem legateert de testateur vier van schilderijen, te weten: de boodschap, Christus tussen twee wenende engelen, de driekoningen en Christus gekruisigd. Ze hangen boven de schouw in zijn kamer samen met twintig gulden om de schilderijen te versieren en te bewaren zodat de ze niet bedorven worden. De testateur wil dart ze in de kerk worden gehangen in het koor van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans.

13- Aan Constantia Theresia Van Dipenbeeck, dochter van Abraham en van Joanna Margarita Broeckmans, zijn nicht wonend bij de witzusters te Antwerpen, schenkt hij zestig gulden om daar in de kerk een kleine uitvaart te houden tot lafenis van zijn ziel en de rest voor een recreatie in hun refter.

14- Aan de armste priesters van het college te Antwerpen schenkt hij al zijn zwarte kleren, mantels, zwarte toga, oude dikken nachttambaert, al zijn goede hemden en kragen en voor de bibliotheek van het college enige boeken die hij heeft aangeduid en met zijn naam ondertekend. De boeken moeten daar in de bibliotheek blijven. De crediteuren van het  college hebben er geen recht op en in het geval van onenigheid kan de executrice of haar erfgenamen ze altijd mogen opeisen.

15- De testateur begeert dat er jaarlijks en voor eeuwig tot lafenis van zijn ziel, die van zijn vrienden en van de broeders en zusters van de Heilige Rozenkrans een gezongen jaargetijde in de kerk van Hekelgem zal gecelebreerd worden aan het altaar van de Heilige Rozenkrans in de maand oktober de eerste maandag na de feestdag van de Heilige Rozenkrans. De pastoor zal dat twee zondagen te voren te aankondigen zowel voor als na de middag om ieder aan te sporen tot devotie voor de heilige rozenkrans. Daartoe zullen de klokken een half uur lang luiden op de avond voordien, ’s anderendaags ’s morgens vroeg en tweemaal voor de mis en ook ’s avonds. Daarvoor zal de pastoor drie gulden ontvangen  en de koster dertig stuivers mits hij aan de baar de miserere en de profundis zingt. Op het altaar van de heilige maagd Maria zullen vier kaarsen branden, op het hoogaltaar zes, aan de bar zes, op het altaar van de heilige engelbewaarder vier, voor de beelden van de heilige Jozef en Anna elk een, ieder kaars van een pond, voor de relieken van Sint-Cornelis twee,  voor het beeld van de heilige Rochus een, ieder een vierendeel van witte was. Na de dienst zal ook jaarlijks aan vijftien broeders en zusters van de heilige rozenkrans zeven stuivers met een wit brood van zes stuivers uitgedeeld worden. Wie het geld en het brood jaarlijks zullen genieten, heeft de pastoor al uitgekozen. De namen staan op een blad en na de dood van een van hen zal de pastoor een nieuwe kandidaat aanduiden. De broden moeten voor de mis op de tafel van de provisor van de broederschap liggen en na de dienst worden uitgedeeld. De pastoor, koster en de provisor zullen jaarlijks ook genieten van een der voorschreven witte broden van zes stuivers. Opdat deze fundatie wel eeuwig volbracht kan worden, zal de testateur in de muur naast het altaar onder het beeld van de heilige Jozef  een blauwe steen laten metselen waarin met wit leesbare letters van witte plaaster de datum van het jaargetijde wordt aangebracht met de vermelding dat het jaargetijde voor de lafenis van zijn ziel is en ook de penningen die daarvoor zijn voorzien. Als de steen niet tijdens zijn leven is aangebracht, dan moet de executrice daarvoor de opdracht geven. Daarvoor laat hij de som van honderd dertig gulden na. Aan de Kapel van de Heilige Rozenkrans in de kerk van Hekelgem laat hij de volgende renten na:

– Een rente van 32 gulden van een kapitaal van achthonderd gulden op 12 november tot last van molenaar Peeter Maes mulder, bepand volgens de akte gepasseerd voor schepenen van Affligem op 10 december 1714. ondertekend J. De Witte.

– Een rente van 12 gulden 15 stuivers van een kapitaal van driehonderd vijftig gulden  9 mei tot last van Andries Willems en consoorten, bepand volgens de akte gepasseerd voor voorschreven schepenen van Affligem op de …………

– Een rente van 8 gulden van een kapitaal van 200 gulden op 17 november sprekende tot last van Peeter Verleijsen en Catharina De Valck volgens de akte gepasseerd voor de voorschreven schepenen op 2 december 1715. Ondertekend J. De Witte.

16- Als de lasten betaald zijn dan zal het resterende geld worden gebruikt voor de versiering van het beeld van Onze-Lieve-Vrouw.

17- De testateur heeft aan de kardinaal-aartsbisschop van Mechelen en aan de eerw. heren proost en religieuzen van Affligem beloofd om na zijn dood 600 gulden te doen betalen voor de nieuwbouw van de pastorie van Hekelgem. Zij zullen voor hen ook een gelijke som vinden  als rente van een kapitaal van 7000 gulden. Dat bedrag moet na zijn dood worden betaald.

18- De testateur legateert aan Jan Baptista Van Der Elst en Catharina Constantia Broeckmans, zijn zuster en zwager, hun leven lang 1400 gulden en na hun dood aan Jacobus Van Der Elst, hun zoon. In het geval die komt te overlijden zonder wettig kind of kinderen zal het bedrag toekomen aan Anna Marie, Susanna, Catharina en Maria Constantia Van Diepenbeecq, kinderen van wijlen Abraham en Joanna Margarita Broeckmans.

19 Anna Marie Van Diepenbeecq, dochter van  Abraham en Margarita Broeckmans, weduwe van Lowies Josephus Coeberghen, in zijn leven secretaris van Zantvliet ene Berendrecht ontvangt een som van 1800 gulden.

20- Aan Susanna Van Diepenbeecq acht gulden, aan Marie Constantia Van Diepenbeecq 1700 gulden, Catharina Van Diepenbeecq 1600 gulden, aan Franciscus en Catharina Broeckmans, zijn kozijn en nicht uit Holten in Duitsland 100 gulden.

21- Aan de Philippina en Anna Laporte, geestelijke dochters die in Aalst wonen schenkt hij zijn grote kleerkast, de houten scribaen[3] die in die kast stond en naderhand onder zijn tafel en nog een andere scribaen met twee deuren en 23 laijen met nog 50 gulden.

22- Aan Elisabeth Ravijts, dochter van Laurijs, zijn meid, schenkt hij voor haar trouwe dienst van vele jaren 1170, bedrag haar prompt na zijn dood moet gegeven worden tenzij hij het bedrag voor haar al heeft belegd. Zij krijgt ook een pluimen beddeken waarmee zij gewoonlijk sliep, het beste van de twee oude wollen matrassen, een gestreept garen behangsel, een hoofdkussen doorj haar uit te kiezen, alle de oude fluwijnen en een paar van de beste, de vier beste paar lakens met de naad over het bed, alle de oude dekens uitgenomen een en de twee kleine witte die tot nettigheijt van de beddens dienen, drie kleine hammelaeckens, alle oude servetten met een half dozijn van de beste, al de blauwe en de gedamde doeken met al de voorschoten, vier messen door haar te kiezen, drie lepels en  drie Engels vorken, een zoutvat, mosterdpot en de inlandse peperdoos, zes oude inlandse tinnen talloiren door haar te kiezen, vier middelbare tinnen schotelkens, zijn nachttabbaard, drie paar van de beste kousen, al zijn schoenen, muilen, het ledikant, strozak en de behangsels waarop de testateur gewoon is op te slapen ende al de boter met de kuipen de in zijn sterfhuis worden gevonden.

23- Aan de voorschreven Elisabeth Ravijts laat hij 100 gulden na voor een…… en voor een vol jaar huur 42 gulden.

24- Aan Adriana Goijens van Vlierzele schenkt hij 50 gulden en aan Jan Baptista Resteau, zoon van de koster alhier, 12 gulden.

25- Anna Maria Van Diepenbeecq, zijn erfgenaam en executrice zal na zijn dood zonder uitstel al de kosten van de begrafenis, uitvaert, zielenmissen, de voorschreven legaten gemaakt aan Elisabeth Ravijts, de juffrouwen Laporte, Adriana Goijens, de vrienden van Holten, Jan Baptista Resteau, de rouw en de huur van de voorschreven Elisabeth Ravijts, de onkosten van zijn zerksteen, versiersels van de schilderijen door hem gemaakt aan de kerk van Hekelgem en nog een klein legaat bij de heer comparant op het apart bezet geschreven en bij hem ondertekend. Dat moet eerst gebeuren met contante penningen, met de opbrengst van de resterende meubelen en katteilen in het sterfhuis gevonden en ook met de kapitalen en de renten die men in zijn sterfhuis aantreft.

26- Alle nog resterende goederen komen toe aan de voorschreven juf. Anna Marie Van Diepenbeecq, weduwe van de heer Lowies Josephus Coeberghen, dochter van wijlen de heer Abrahams en Joanna Margarita Broeckmans en na haar dood aan haar kind behouden van de voorschreven man en eventueel nog andere kinderen. Ingeval het kind of de kinderen komen te overlijden zonder wettige kinderen aan Marie Constantia Van Diepenbeecq, ook dochter des voorschreven Abrahams en Joanna Margarita Broeckmans.

Aldus gedaan te Hekelgem in het en woonhuis van de testateur ter presentie van de eerw. heer Ludovicus De Clerck, pastoor van Teralfene en Peeter Van Den Bosch, zoon van Michiel, getuigen.


[1] B. VERMOESEN, De parochie van Hekelgem tot 1792, in: Jaarboek Belledaal, 2008, 84 – 86.

[2] R.A. Leuven, notaris Eg. Crick, toegang 882/522, nr. 21.

[3] Scribaene = Scriban = 1) Kabinet Vlaams 2) Oud-vlaamse schrijftafel 3) Oudvlaamse schrijftafel 4) Schrijfkabinet 5) Schrijftablet 6) Schrijftafel

Volkstelling te Hekelgem in 1755[1].


[1] R. A. Leuven, Schepenbank van Asse, toegang 94, nr. 5752.

Volgens het plakkaat van keizerin Maria Theresia van 27 december 1754 moest er in Hekelgem een volkstelling worden gehouden. Dat gebeurde op 9 en 10 januari 1755. De telling is een interessant document omdat het niet alleen de gezinssamenstelling weergeeft maar ook het beroep van de man. Helaas zijn de laatste bladzijden onleesbaar.

1. De pastoor (Rumoldus De Cuyper) met zijn onderpastoor, 1 knecht, 1 meid.

2. De abdij van Affligem met de proost, de subprior, de hofmeester, de gasten pater, de syndicus, de koster, de lector en nog 22 monniken.

18 domestiquen de pachterije doende in de abdij.

3. Laureijs Leemans bakker in de abdij en winkelier met zijn vrouw en twee kinderen, een van 21 en een van 19 jaar.

4. De weduwe Carel Arijs werkt in het klooster, een kind van 15 jaar.

5. Jan Baeck, smid, met zijn huisvrouw en een kind van 9 jaar.

6. Jacobus Bellemans, broodmaecker en winkelier met zijn vrouw en een kind van 1 1/2 dag oud.

7. Jan Baptist Bellemans, kuijper en winkelier met zijn vrouw en twee kinderen, een van 2 1/2 en  van 1 jaar, een knecht en een meid.

8. Jan Boon, werkman, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn huisvrouw en 3 kinderen, een van 6, een van 4 en een van 1 jaar.

9. Peter Bosteels, pachter met zijn huisvrouw en 3 kinderen, een van 6, een van 3 en een van 12 maanden, 2 knechten, 1 meid.

10. Franciscus Callebaut, knecht in de abdij, met zijn vrouw en een kind van 2 jaar.

11. Gillis Cammaert, kleermakersknecht met zijn vrouw en een kind van 1 1/2 jaar.

12. Engel Carnoij, leeft van de Tafel van den H. Geest met 2 kinderen, een van 16 en een van 10 jaar.

13. Weduwe Peeter Carnoije, clijne cossaert[1] en een zoon van 31 jaar.

14. Jan Baptist Clauwaert, herbergier met zijn vrouw een kind van 1 1/2 jaar.

15. Laureijs Clauwaert, kossaard, met zijn vrouw en een kind van 20 jaar, leeft in armoede.

16. Peter Clauwaert, herbergier, brouwer en pachter, met zijn vrouw met 7 kinderen, een van 28, een van 23, een van 20, een van 17,een van 15, een van 11 en een van 10 jaar.

17. Peter Clauwaert, zoon van Jan, met zijn vrouw, leeft van aalmoezen.

18. Peter Ceuppens, pachter, brouwer en herbergier, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 20 en een  van 16 jaar, en een meid.

19. Hendrick Dauwe, gareelmaker en schoenmaker, met zijn vrouw en een kind van 22 jaar, een knecht en een meid.

20. Jan De Bailliu, pachter, met zijn vrouw, met  zonen, een van 24, een van 22, een van 20 en 1 een van 16 jaar, 1 dochter van 19 jaar en een meid.

21. Michiel De Bisschop, kossaard, met zijn vrouw  en 3 kinderen, een van 26, een van 20 en van 8 jaar, leeft van de Tafel van de H. Geest.

22. Weduwe Andries De Boitselier, kossaard, met huwbare dochters, een van 27 en een van 22 jaar.

23. Francis De Boitselier, kossaard, leeft in armoede van de Tafel van de H. Geest met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 14, een van 10 en een van 3 jaar.

24. Peter De Clercq, zoon van Jan, kossaard, met zijn huisvrouw en een dochter van 27 jaar.

25. Weduwe Peter De Clercq, zoon van Michiel, kossaard, 2 kinderen, een van 39 en een van  20 jaar, met een werkman.

26. Jan De Cort met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 19, een van 17 en een van 12 jaar.

27. Laureijs De Cort, kleine kossaardmet zijn huisvrouw en 4 kinderen, een van 8, een van 6, een van 2 en een van 1 jaar.

28. Joos De Coster, kossaard, leeft van de Tafel van de H. Geest met zoon van 29 en dochter 23 jaar.

29. Gillis Cromphout, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 10 jaar.

30. Guilliam De Donder, herbergier en kossaard, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn huisvrouw en 2 kinderen, een van 25 en een van 17 jaar.

31. Peter De Donder, kleine kossaard, met zijn huisvrouw met 3 kinderen, een van 12, een van 9 en een van 7 jaar.

32. Jan Baptist De Gendt, smid, met zijn huisvrouw en 5 kinderen, een van 11, een van 8, een van 7, een van 4 en een van 8 maanden, 1 knecht.

33. Peter De Gols, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 1 1/2 jaar.

34. Weduwe Geeraert De Kegel, kossaard, een zoon van 20 jaar, 2 dochters van 18 en 14 jaar.

35. Weduwe Gillis De Kegel, kossaard, met 2 kinderen, een van 25, is  onnoosel, een van 22 jaar, 1 knecht, 1 meid.

36. Weduwe Joos De Kegel, kossaard, 1 knecht, 1 meid.

37. Peter De Kegel, kossaard, weduwnaar met 3 kinderen, een van 30, een van 25, een van 20 jaar.

38. Geeraert De Meij, werkman, met zijn huisvrouw, gaan naar Essene wonen, met 2 kinderen, een  van 8 en een van 5 jaar.

39. Pauwel De Meersman, werkman in het klooster, met zijn  vrouw en een kind van 3 jaar.

40. Peter De Meij, kossaard, leeft van de Tafel van den H. Geest, met zijn vrouw en 2 kinderen, een en een van 2 jaar.

41. Francis De Mesmaecker, kleine kossaard, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 27 en een van 14 jaar, leeft in armoede.

42. Francis De Nil, met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 8, een van 5 en een van 3 jaar, grote armoede, leeft van de Tafel van de H. Geest.

43. Philips De Nil, met zijn vrouw en een kind van 5 jaar.

44. Jan Baptist De Pape, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 2 jaar.

45. Weduwe Hendrick De Raedt, met een knecht, raedemaecker en 3 dochters van 19, 17, en 15 jaar.

46. Jacobus De Raedt, kleine kossaard, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 4 en een van 6 dagen.

47. Judocus De Ridder, wever, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 12 en een van 7 jaar.

48. Martinus De Ridder, werkman, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 12 en een van 9 jaar.

49. Peter De Ridder, kossaard, met zijn vrouw, een zoon van 17 en twee dochters van 20 en 17 jaar.

50. Weduwe Francis De Schrijver, pachtersse met 3 kinderen, een van 19, een van 15 en een van 11 jaar, 1 knecht, 1 meid.

51. Jan De Schrijver, kossaard, met zijn huisvrouw, 3 kinderen, een van 4, een van 3 en een van 1 jaar, 1 meid en de vader van zijn vrouw, Geert Van Varenbergh, een oude mens.

52. Gillis De Smedt, pachter en herbergier, met zijn vrouw, met 3 kinderen, een van 23, een van 21 en een van 17 jaar, 2 knechten en J. Verleijsen aldaar uit armoede gehouden.

53. Jan Baptist De Smedt, pachter met zijn vrouw, 2 knechten, een meid.

54. Joos De Smedt, kleine kossaard, met zijn huisvrouw zonder kinderen.

55. Marinus De Smedt, pachterken, met zijn vrouw en een kind van 3 jaar, een knecht.

56. Francis De Vis, kossaard en werkman, met zijn vrouw en 4 kinderen, een van 16, een van 12, een van 7 en een van 1 jaar.

57. Francis De Vis, zoon van Aert, weduwnaar, kleine kossaard en timmermansknecht, met twee kinderen, een van 22 en een van 11 jaar.

58. Jan De Vis, kleine kossaard, met zijn vrouw.

59. Weduwe Peter DeVis, kossaard, met 3 kinderen, een van 40, een van 36 en een van 30 jaar.

60. Peter De Vis, weduwnaar, timmerman, met twee kinderen, een van 32, ziek en een van 31 jaar.

61. Peter De Vis, zoon van Jan, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 2 1/2 jaar. 62. Eene cranckzinnige vrouwspersoon leeft van de Tafel van den H. Geest.

63. Andries De Vos, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 1 jaar.

64. Franciscus De Witte, kossaard, met zijn vrouw.

65. Sieur Jan Baptist De Witte, griffier van Affligem met zijn huisvrouw en 4 kinderen, een van 6, van 5, een van 4 en een van 3 jaar, 2 knechten, 1 meid.

66. Jan Droeshout, kleine pachter, met zijn huisvrouw en 6 kinderen, een van 24, een van 20, een van 18, een van 16, een van 13 en een van 11 jaar, 1 knecht.

67. Peter Droeshout, kleine pachter en herbergier, weduwnaar met 5 kinderen, een van 30, een van 28, een van 26, een van 20 en een van 18 jaar.

68. Philips Druwé, kleermacker in het klooster, met zijn vrouw en met een meid.

69. Peter Everaert, kossaard, met zijn huisvrouw en een kind van 1 jaar.

70. Christiaen Galemaert, pachter, met zijn huisvrouw en 4 kinderen, een zoon van 20, een zoon van 11 en een zoon van 7 jaar, 1 dochter van 12 jaar, een meid en een knecht.

71. Guilliam Goddefroy, kossaard, met 2 kinderen, een van 24 en een van 20 jaar.

72. Peter Guns, werkman met zijn vrouw.

73. Matthijs Jacobs, kleine kossaard, met zijn huisvrouw en een kind van 14 jaar en een ander kind van den armen.

74. Michiel Janssens, krankzinnige oude man, leeft van aalmoezen.

75. Gaspar Koijman, tiendensteker, met zijn vrouw en een kind van 4 jaar.

76. Jan Leemans, kleermaker, met zijn huisvrouw, zonder kinderen.

77. Francis Louis, blockschoenvercooper, met zijn vrouw en een kind van 9 jaar.

78. Christiaen Mattens,  kleine kossaard, met zijn vrouw.

79. Francis Mattens, kossaard, weduwnaar, met zijn zoon van 30 jaar.

80. Weduwe Jan Mattens, kleine kossaard, met een zoon van 40 jaar.

81. Jan Baptist Mattens, kossaard, leeft van de Tafel van den H. Geest, met zijn huisvrouw en 2 kinderen, een van 25 en een van 20 jaar.

82. Peter Mattens, kossaard en winkelier, met zijn vrouw, een meid.

83. Francis Meert, pachter en herbergier, met zijn huisvrouw met 6 kinderen, een van 21, een van 20, een van 14, een van 6, een van 5 en een van 3 jaar.

84. Jan Meert, kleine pachter, weduwnaar, met een zoon van 30 jaar, 2 knechten, 1 meid.

85. Francis Mertens, kossaard, met zijn huisvrouw en 2 kinderen, een van 11 en een van 2 1/2 jaar.

86. Jan Mertens, zoon van  Peter, werkman, met zijn vrouw en een kind van 9 jaar.

87. Jan Moens, kleine kossaard, met zijn huisvrouw.

88. Joos Nieulant, kossaard, met zijn vrouw met 2 kinderen, een van 8 en een van 15 jaar.

89. Weduwe Judocus Pauwels, kleine pachter, met 4 kinderen, een van 30, een van 26, een van 25 en een van 23 jaar.

90. Joannes Pauwels, pachter, met zijn huisvrouw zonder kinderen, 2 knechten, 1 meid.

91. Peter Pensionaris, kleine kossaard, met zijn vrouw en een kind van 13 jaar.

92. Jan Baptist Pereman, kleine kossaard, met zijn vrouw, een zoon, gebreckelijck onnoosel niet connende gaen, oud 22 jaar.

93. Gillis Plas, pachter met zijn huisvrouw, 4 zonen, een van 36, een van 24, een van 22 en een van 19 jaar, een dochter van 15 jaar, 3 knechten, 2 meiden.

94. Hendrick Poels, kossaard, met zijn huisvrouw.

95. De erfgenamen Nicolaas Raes, zoon van 25 jaar, lijnwever, een dochter van 19 jaar.

96. Meester Joannes Baptista Resteau, koster en winkelier, met zijn huisvrouw, 3 kinderen, een van 17, een van 13 en een van 11 jaar, 1 knecht, een andere voor drie maanden.

97. Judocus Roggeman grote kossaard, met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 18, een van 10 en een van 6 jaar, een zieke dochter aldaar gelogeerd uit liefde,  leeft van aalmoezen.

98. Jacobus Roseleth, herbergier, met zijn huisvrouw, een kind van 11 jaar, 1 meid, Philip Roseleth logeert er.

99. Judocus Scheirlinck, werkman, leeft ten dele van de Tafel van de H. Geest met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 5, een van 4 en een van 1 jaar.

100. Carel Schellincx, werkman met zijn vrouw.

101. Cornelis Schoon, pachter, met zijn huisvrouw met 2 kinderen, een van 34 en een van 30 jaar, 1 knecht.

102. Peter Schoon, kleine pachter, met zijn vrouw, een kind van 2 jaar, een knecht en een meid.

103. Benedictus Schoonjans, kossaard, met zijn vrouw en een kind van 4 maanden.

104. Caerel Steven, kossaard, met zijn huisvrouw en een zoon van 35 jaar.

105. Gillis Van Cauter, smid, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 3 en een van 4 dagen, een knecht.

106. Hendrick Van Brempt, kossaard, met zijn vrouw, een vrouw met een kind aldaar logerende als vreemdelingen.

107. Jacobus Van De Perre, kossaard, met zijn huisvrouw en 2 kinderen, een van 5 en een van 2 jaar.

108. De kinderen Jan Van De Perre, Peter Van De Perre oud 46 jaar, Elisabeth Van De Perre 50 jaar

109. Weduwe Hendrick Van De Velde, kossaard, met een zoon van 35 jaar.

110. Jan Baptist Van De Velde, kossaard, met zijn huisvrouw met 3 kinderen, een van 17, een van 12,  onnoosel, en een van 2 jaar, 1 knecht, 1 meid.

111. Jan Baptist Van De Velde, kossaard en werkman, met zijn huisvrouw en een kind oud 2 jaar.

112. Michiel Van De Velde, kossaard, met zijn huisvrouw met twee kinderen, een van 7 en een   van 3 jaar, een knecht bij hem woont, Jan Van De Velde.

113. Geeraert Van Den Biesen, herbergier, met zijn huisvrouw zonder kinderen, 1 meid bij hem inwonend.

114. Francis Van Den Bossche, kossaard, met zijn vrouw en een meid.

115. Michiel Van Den Bossche, kossaard, met zijn huisvrouw, zonder kinderen.

116. Jan Van Den Broeck, kossaard, met zijn vrouw en 3 kinderen, een van 12, een van 9 en een van 6 jaar.

117. Peter Van Den Driessche, kossaard, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 16 en een van 9 jaar.

118. Jan Van Den Eijnd, strodekker,  met zijn huisvrouw een kind van 20 jaar.

 119. Gillis Van Den Weijngaert, kossaard, weduwnaar, 3 kinderen, een van 20, een van 18 en een van 9 jaar.

120. Niclaes Van Der Elst, blockschoenmaecker, met zijn vrouw en een kind van 11 jaar.

121. Jan Van Der Jeught, kossaard, met zijn vrouw en een zoon van 29 jaar en een dochter van 26 jaar.

122. Geeraert Van Der Jeught, is blind, leeft van de Tafel van den H. Geest, met zijn vrouw, armoede.

123. Michiel Van Der Schueren, pachter, met zijn huisvrouw en 2, een van 21 van 18 jaar, een knecht, een meid.

124. Andries Van Geite, kleine kossaard, met zijn vrouw, 3 kinderen, een zoon van 17 geraakt, een van 9 en een van 20 jaar.

125. Jaspar Van Impen, werkman, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn vrouw en een kind van 9 maanden.

126. Jan Van Itterbeke, kossaard, met zijn huisvrouw, een zoon van 25 jaar.

127. Francis Van Langenhove, kleine pachter en herbergier, met zijn huisvrouw met een kind van 7 jaar, drie knechten, een meid.

128. Joseph Van Lierde, molenaar, met zijn huisvrouw met 4 kinderen, een van 6, een van 4,

een van 2 en een van 3 maanden, 1 knecht, 1 meid, zijn vader Cornelis Van Lierde woont er ook.

129. Francis Van Nieuwenborgh, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn vrouw en twee kinderen, een van 10 en een van 8 jaar.

130. Jan Baptist Van Nieuwenhove,  raedemaecker met zijn vrouw zonder kinderen.

131. Jacobus Van Ockeleijen, leeft van de Tafel van den H. Geest met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 14 en een van 6 jaar.

132. Peter Van Onsem, kossaard, met zijn vrouw en een kind van omtrent 8 jaar.

133. Weduwe Joos Van Ransbeke,  werkster met haar dochter van 26 jaar, armoede.

134. Weduwe Nicolaes Van Ransbeke, met een zoon timmermansknecht, oud 24 jaar.

135. Jan Van Varenbergh, kossaard, met zijn huisvrouw, met 3 kinderen, een van 17, een van 13 en een van 8 jaar.

136. Jan Van Varenbergh, zoon van Jan, beenhouwer, met zijn vrouw  en twee kinderen, een van 10 en een van 8 jaar.

137. Hendrick Verdoodt, grote kossaard, met zijn vrouw, met 4 kinderen, een van 17, een van 16, een van 8 en een van 6 jaar, en Henricus Van Ransbeke, aldaar aanbesteed leeft van de Tafel van den H. Geest.

138. Jacques Verdoodt,  werkman, met zijn vrouw en een kind van 17 jaar.

139. Aert Verleijsen, kossaard, met zijn vrouw, een zoon van 28 en een dochter van 31 jaar.

140. Jan Verleijsen, zoon van Michiel, weduwnaar, kleine kossaard, met twee kinderen, een van 35 en een van 23 jaar.

141. Peter Verleijsen, kleine kossaard, met zijn vrouw en 2 kinderen, een van 8 en een van 6 jaar.

Aldus gedaen, gestelt en opgenomen den 9de en 10de januari 1755 coram de ondergeteeckende bedesetteren, Andries De Coninck en Francis Van Langenhove.

Besluit.

De gemeente telde meer dan de hier besproken 141 huishoudens. Daar de laatste bladzijden onleesbaar zijn, vernemen we niets over de families Vermoesen, Vonck, Wambacq en anderen. Toch kunnen we een aantal algemene besluiten trekken.

Het meest opvallende aan de telling is dat de vrouwen niet bij naam worden genoemd. Ze zijn de (huis)vrouw of de weduwe van hun man. Op het gebied van gelijke rechten hadden ze nog een lange weg af te leggen. Een tweede opmerkelijke punt is de grote armoede. De Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748), een oorlog waarin Frankrijk, Pruisen en Spanje tegen de nieuwe Maria Theresia van Oostenrijk en haar bondgenoten vochten, was toch al enkele jaren afgelopen, maar de schade door troepen was enorm. Op 13 juli 1745 waren 2 800 Franse soldaten de abdij binnen gevallen. Ze bleven er zes weken en de omliggende gemeenten moesten instaan voor hun onderhoud. Ze plunderden meerdere huizen en eisten werklieden op voor verdedigingswerken. Dat deden ook de keizerlijke troepen en zeven jaar na de vredesonderhandelingen waren de rampzalige gevolgen van de oorlogen nog merkbaar. Elf gezinnen genoten steun van de H. Geesttafel en twee anderen leefden in armoede. Er waren 11 weduwes en 5 weduwnaars

Van al de gezinnen kennen we de beroepsactiviteit. 82 van de 141 gezinnen hadden een boerderij. De tellers maakten daarbij een onderscheid tussen de pachters, de grote boeren,  en de cossaerts en de cleine cossaerts. De pachers die met 20 waren hadden meestel knechten en meiden in dienst. Vijftiengezinnen hadden 1 knecht, vier gezinnen 2 en 2 gezinnen hadden zelfs 3 knechten in dienst. In twintig gezinnen was er 1 meid, in twee gezinnen waren er 2. Opvallend: in de abdij werkten 18 knechten en 5 die niet in de abdij verbleven. De 42 cossaerts kleine boeren bewerkten minder dan 5 ha en de cleijne cossaerts moesten het stellen met minder dan 1 ha. Sommigen hadden nog andere inkomsten als winkelier, herbergier enz.

Een overzicht van de verschillende beroepen:

Bakker: 2.

Brouwer: 2.

Gareelmaker: 1.

Herbergier: 10.

Kleermaker: 3.

Knecht: 14.

Kuiper:1.

Molenaar: 1.

Radenmaker: 2.

Schoenmaker: 2.

Smid: 3.

Strodekker: 1.

Tiendensteker: 1.

Timmerman: 1.

Verkoper: 1.

Wever: 2.

Winkelier: 4.


[1] Cossaert: keuterboer, met een bedrijf kleiner dan 1 ha.

De weg van Asse naar Aalst: van zandweg tot steenweg.

De term steenweg slaat op een grote verharde weg. Aanvankelijk waren de wegen tussen steden en dorpen onverhard, maar in het centrum van de steden en belangrijke dorpen kwamen de eerste gekasseide wegen al in de 15de eeuw voor. Als we de heirbanen van de Romeinen buiten beschouwing laten, kunnen we stellen dat de eerste verharde wegen buiten de centra in België werden aangelegd tijdens de zestiende eeuw. Het waren verlengingen van de geplaveide wegen van de stad met het doel het transport van het platteland naar de stad te vergemakkelijken. Onder het bestuur van de landvoogden Albrecht van Oostenrijk en Infante Isabella (1598-1633), een periode van vrede, nam het verharden van de wegen sterk toe.

De zandwegen tussen de steden en dorpen werden slecht onderhouden en waren vaak na een zware regenbui en in de wintermaanden onberijdbaar. De Aalsterse Dreef bijvoorbeeld, van aan de abdij tot Aalst, was dat nog tot aan de Tweede Wereldoorlog. Bovendien waren die wegen erg kronkelig met als gevolg dat het transport van goederen traag verliep en soms onmogelijk was. Dan kwam de bevoorrading van de grote steden in het gedrang. Hoe het met de wegen in onze regio was gesteld vernemen we uit enkele documenten uit de 16de en de 17de eeuw. Die geven ons een beeld van de toestand van de belangrijke weg van Brussel naar Aalst. Hij werd toen genoemd de principaelste passagiën van dese lande tot gerieff van inwoonders ende van alle de gene die met wagens, kerren, paerden off te voet rijden. Voor het onderhoud van het gedeelte binnen de Vrijheid van Asse stond Asse zelf in samen metde buitenparochies Baardegem, Essene, Hekelgem, Mazenzele, Meldert en Mollem. Elke parochie moest, volgens haar belang, instaan voor de aanvoer van materialen zoals kasseien en zavel. Alleen de wagenlieden kregen als vergoeding een pot bier zoals blijkt uit volgende extracten[1]:

– Voor de wagenlieden van Mollem die stenen haalden, hebben tot diversche stonden ende in diversche herbergen verteert: 1 gulden 10 st uivers 2 oorden. Betaald op 11 maart 1544.

– De kasseileggers die het werk kwamen aanvaarden, verteerden voor 0-12-0; de knechten van de pachters van Essene die met wagens en paarden stenen haalden, kregen als drinkgeld 0-13-2; de knechten van de pachters van Meldert voor dezelfde karwei: 0-2-0. Betaald op 11 maart 1554.

– Aan die van Mazenzele die stenen haalden: 1-6-0; aan de wagenlieden die stenen en zavel haalden: 1-5-0; Hendrik Van Langenhove, Peter Van den Bossche, Steven De Wagener en Hendrik Van den Houte trakteerden de wagenlieden van Asse om hen te overhalen om de stenen te halen: 4-6-0; aan Willem Middelborch die daarvan een verslag opstelde: 0-9-0. Betaald op 15 maart 1563 door Jacob Van Bellingen en Joos De Mol, kasseimeesters en poorters van Asse.

– Twee traktaties in het huis van Joos De Mol voor de kasseimeesters en de wagenknechten van Mollem en voor de wagenknechten die vier lege wagens haalden om stenen te vervoeren. Betaald op 18 september 1566: 28-9-0.

– Joos Vranckx betaalde op 23 juni 1568 aan de knechten van de pachters van Mazenzele, Mollem, Bollebeek en Krokegem die met 48 paarden stenen haalden voor hun vertier in de Klaarhaag 3-10-0 en voor 8 bezems voor de kasseiers: 0-6-0.

Het valt op dat er praktisch om de tien jaar werken aan de straat nodig waren. Omdat er telkens kasseien werden aangevoerd, veronderstellen we dat het ging om uitbreidingen van de gekasseide weg daar de oorspronkelijke verharding in slechte staat was.

Documenten uit de 17de eeuw brengen hetzelfde verhaal maar met meer informatie. Zo verkregen op 31 juli 1619 de meier, de schepenen en de poorters van de Vrijheid van Asse van het landsbestuur de toelating om op elke aam[2] bier die binnen de Vrijheid van Asse werd verbruikt een extra belasting van 6 stuivers te heffen voor een termijn van 6 jaar met uitzondering van de bieren waarvan de prijs lager lag dan 25 stuivers. Met die opbrengst zou men de weg van Brussel naar Vlaanderen, die op het grondgebied van de Vrijheid, weer eens in zeer slechte staat was, kunnen verbeteren. Zes jaar later was al 2 500 gulden besteed aan de werken, maar er was zeker nog 2 000 gulden nodig voor verdere reparatiewerken en voor een nieuwe waag daar de oude  tijdens de voorbije troebelen was verwoest. De extra belasting bracht jaarlijks tussen de 1 200 en 1 400 gulden op en daarom vroegen de meier en de schepenen in 1625 om de extra heffing op het bier met twee jaar te verlengen. Na raadpleging van de officier fiscael gaf koning Filips II op 30 augustus 1625 de vergunning op voorwaarde dat de opbrengst alleen gebruikt werd voor de noodzakelijke wegenwerken. Bovendien moesten ze binnen de 14 dagen na de verlopen termijn van twee jaar de rekeningen voorleggen en jaarlijks 6 gulden betalen voor het octrooi.

Als antwoord op de vergunning stuurden de meier, de schepenen en de poorters van de Vrijheid op 16 augustus 1626 een verzoek aan de kanselier. Sinds mensenheugenis, zo betoogden ze, hielpen de inwoners van de buitenparochies van Asse bij het herstel van de weg. Ze met hun wagens en karren haalden de stenen en de zavel, elke parochie volgens haar aandeel in de Vrijheid. Maar de pachters van Essene hebben ooit eens geweigerd om hun deel van de taken uit te voeren. Na een proces werden ze toch gedwongen om hun deel te doen. Zij willen nu voorkomen dat het nog eens gebeurt. Zij wezen de kanselier dat er ook op de inwoners van de Vrijheid geen kasseigeld betaalden als ze met hun wagens en karren over de kasseien rijden, hoewel alleen die getoogen van Brabant en anderen volgens een oude ordonnantie waren vrijgesteld. Zij stelden ook vast dat de casseyen andermael soo is vervallen dat er drie roeden nieuwe steen nodig zijn en de kosten zullen meer dan 200 gulden bedragen. Ze zullen verplicht zijn om de inwoners van de Vrijheid opnieuw aan te spreken om de stenen en de zavel aan te halen, maar enige parochies lieten al weten dat ze die taken zullen weigeren daar de opbrengst van het kasseigeld amper 40 gulden bedraagt en er een tekort zou ontstaan van 60 gulden. Het gevolg is dat de casseye lancx hoe meer is vervallende en voor de winter niet meer zal gemaakt geraken. Zij vragen de kanselier om de onwillige buitenparochies te verplichten hun deel van het werk te doen.

Zowat om de tien jaar waren er herstellingen aan de kasseiweg nodig. Na de wegenwerken van 1619-1620 en 1626 waren er in 1634 10 wagens nodig om de kasseien in Vilvoorde te halen en 15 wagens voor de zavel. Voor elke vracht stenen kreeg de pachter 4 gulden en voor de zavel 2 gulden 10 stuivers. Vijf jaar later, in 1639, moest elke parochie op de zaterdag na 19 augustus een wagen bespannen met drie paarden leveren om kasseien en zavel te vervoeren.

Over welke weg gaat het hier? Was het de weg die door Asse liep en verder van Kokegem naar Asse –Terheide en daar een tracé volgde ten zuiden van de huidige steenweg tot aan het Zandtapijt in Hekelgem? Daar wordt hij de “Oude Baan” genoemd en volgens R. De Schrijver was dat de oude Romeinse heerbaan, een deel van de handelsroute van Brugge naar Keulen[3]. Volgens Lindemans[4] echter was Asse in de eerste eeuwen een knooppunt van zes wegen, maar was er geen weg die naar Asse-Terheide liep. Pas in de 8ste eeuw zou er volgens hem een aftakking zijn aangelegd van in Krokegem naar Asse-Terheide en verder door naar Aalst[5]. Verbesselt daarentegen kwam tot het besluit dat pas in de late middeleeuwen de “Oude Baan” werd aangelegd en liep de handelsroute dichter bij de in 1062 gestichte abdij  Affligem. Dat zou dan de huidige Langestraat zijn die aan de grens met Meldert afboog naar Doment en verder richting Asse-Terheide en daar het tracé van de steenweg naar Krokegem volgde[6]. Adriaan Van Marselaer bezocht in 1597 de ruïnes van de abdij en noteerde dat den heerbaene loopende van Aelst naer Brussel voorbijt clooster liep[7]. Ockeley vermeldt nog een andere optie. De verbinding Langestraat met Asse zou over de Heidekouter, Assestraat en Notstraat naar Asse gaan[8]. Wanneer deze weg aan belang inboette en het tracé van de Oude Baan over Essene en Hekelgem ( zie de stippellijn op kaart 1) belangrijker werd, weten we niet precies.

Waar al die herstellingswerken gebeurden kunnen we dus niet exact nagaan. Maar we mogen ervan uitgaan de het kasseien vooral in het centrum van Asse gebeurde en van daaruit naar de buitenparochies. Dat kan de onwil van sommige parochies om een deel van werk op zich te nemen verklaren.

Door de groei van de economie op het einde van de 17de eeuw ontstond de nood aan betere wegen. In opdracht van de Spaanse overheid begon men nieuwe wegen aan te leggen die van uit Brussel vertrokken. Tussen 1704 en 1718 werden de volgende nieuwe grote en verharde wegen aangelegd:

Brussel – Mechelen – Antwerpen;

Brussel – Leuven – Tienen;

Brussel – Halle – Bergen;

Brussel – Asse – Aalst – Gent.

In 1688 ontwierp J. Boulangier, ingenieur en luitenant-generaal bij de artillerie een nieuw tracé voor de verbinding van Brussel naar Gent. J. Ockeley publiceerde in 2018 een grondige studie over de aanleg van de steenweg Brussel-Aalst[9]. Wij beperken ons tot het gedeelte tussen Asse-Terheide en de grens met Vlaanderen op de Boekhoutberg. Hij stelde daarvoor meerdere tracés voor. Een eerste ontwerp volgde de oude weg van Asse-Terheide naar de Heidekouter, Doment, Abdijstraat en Langestraat. Het tweede ontwerp werd uitgevoerd en liep van de Sint-Hubertuskapel van Asse-Terheide rechtdoor tussen twee vijvers van de abdij op Koudenberg tot de Boekhoutberg (kaart 2). In tegenstelling tot de Oude Baan liep de nieuwe weg niet over de heuvelkam maar vanaf Asse-Terheide in de vlakte[10].

Kaart 1. De kaart van Boulangier van Asse-Terheide (rechts) naar Boekhout. De stippellijn is het nieuwe tracé.

Legende: 1 Asse-Terheide, 2 De Oude Baan, 3 Koudenberg, 4 De abdij Affligem,  5 Langestraat,  6 Nu Oud Zandtapijt, 7 De galg (domein Verbrugghen).

De nieuwe steenweg werd 13 m breed waarvan 5 m gekasseid. Langs beide zijdenkwam er een zandweg en een gracht van 1,5 m breed en een diepte van 50 à 60 cm. De kasseien hadden een afmeting van 4 tot 5 duim op 6 tot 7 duim en boordstenen moesten 3 duim dik zijn en 1 ½ voet hoog. De dorpsbesturen waren verplicht om op eigen kosten paarden, wagens en karren ter beschikking te stellen voor het vervoer van de stenen en van zand en een aantal pioniers leveren die moesten helpen bij het uitgraven van de bedding. Dat gold niet alleen voor de dorpen op wiens grondgebied de weg werd aangelegd, maar voor alle dorpen die op een of andere wijze van die weg konden profiteren. Voor het vervoer van 700 000 kasseistenen van Aalst naar Asse-Terheide moesten 10 dorpen instaan. Meldert leverde 3 wagens, Essene en Baardegem 4. Voor het transport van zand waren 5 dorpen verantwoordelijk en Hekelgem stelde daarvoor 5 wagens ter beschikking. Het aantal pioniers voor Essene bedroeg 9, voor Hekelgem 13 en 12 voor Meldert[11]. In Hekelgem aan de Fosselstraat en op de Boekhoutberg was er een werf.

Kaart 2. De nieuwe steenweg van de kapel van Asse-Terheide tot aan de galg op de Boekhoutberg. De windmolen waarvan de naam onleesbaar is, kan niet anders zijn de Oude Molen op de Molenberg, maar hij staat niet op de juiste plaats. Op 26 mei 1706 werd molenaar Petrus De Vis er door Franse soldaten vermoord.

De overheid paste voor de nieuwe steenwegen net zoals in de middeleeuwen het principe toe van de verbruiker betaald. Om de vijf kilometer kwam er een slagbomen en werd er tol geheven. Dat was het geval in Essene. De benaming ’t Bareeltje verwijst er naar. Het bedrag van de tol hing af van het aantal paarden. Voor een paard met ruiter betaalde men 1 stuiver, voor een kar met 1 paard 2 stuivers. Het handelsverkeer nam snel toe dank zij de kortere reistijd, de stiptere uren en de zekerheid van de berijdbaarheid. Er waren ook minder paarden nodig om zware lasten te vervoeren. Een transport met vier paarden van Aalst naar Terhulpen (nabij Waterloo) duurde via de oude wegen één dag, dat kon nu op de nieuwe steenwegen in drie uur tijd en met een paard minder[12]. Daar iedereen aan de slagbomen moest stoppen, groeiden de bareelhuizen al snel uit tot pleisterplaatsen waar men de paarden konden voederen en de mensen iets konden eten en drinken. Ook elders langs de weg rezen herbergen als paddestoelen uit de grond. In Hekelgem waren er twee: de Kaaszak en het Bourgondisch Cruys.

Die laatste afspanning dankte zijn naam aan een Frans officier. Marquis Jean Baptiste Roseleth lag in 1692 in winterkwartier in Hekelgem en maakte er kennis met Anna Goetvinck, een dochter van peer en Catharina Carnoy die een herberg hadden op Boekhout. Het paar trouwde op 13 april 1693. Jean Baptiste verliet uit het leger en nam de herberg van zijn schoonouders over en gaf hem de naam het Burgoins Cruys[13]. Na de aanleg van de steenweg breidde zijn zaak snel uit. In 1715 was er al een standplaats van al de post- en reizigerskoetsen van de geregelde dienst tussen Gent en Brussel. De verzendingen voor Hekelgem, Meldert en andere omliggende gemeenten kwamen in Het Burgoins Cruys toe. In 1777 werden de gebouwen herbouwd en de afspanning vergroot met kamers en nieuwe stallingen[14]. Van Het Bourgondisch Cruys is nu niets meer te zien. In 1797 was het tolbureau van Essene al verhuisd naar De Kaaszak van Zacharias De Wever. Deze landbouwer, brouwer en eigenaar van die afspanning was een man van aanzien in Hekelgem. Van 1785 tot 1795 was hij schepen voor het Land van Asse en bedesetter in Hekelgem. Als municipaal agent schrijft hij op 13 april het eerste gemeentelijk geboorteregister. In zijn herberg ( naast het vroegere gemeentehuis en rechtover het Oud Zandtapijt aan de Brusselbaan) kwam het eerste gemeentehuis van Hekelgem. Aan een zijmuur hing altijd een kaaszak voor de bereiding van “platte kaas”.


[1] R. A. Leuven, schepenbank van Asse, nr. 5625.

[2] Een aam is een oude inhoudsmaat voor wijn en komt ongeveer overeen met 135 tot 160 liter.

[3] R. DE SCHRIJVER, De eerste kasseiwegen in Hekelgem, Jaarboek Belledaal, 2001, 1 – 2.

[4] J. LINDEMANS, Toponymie van Asse, 1950, 120.

[5] J. OCKELEY, Leven onder de Toren, Bijdrage tot de geschiedenis van Asse-Terheide n.a.v. 150 jaar Sint-Hubertusparochie, Asse, 2014, 9 – 10.

[6] J. VERBESSELT, Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw, dl 5, Pittem, 1966, 75.

[7] W. VERLEYEN, Een bezoek aan de abdij Affligem in 1597. Plan van de ruïnes, in: ESDB, 2003, 272 – 274.

[8] J. OCKELEY, o.c., 10.

[9] J. OCKELEY, o;c., 345.

[10] J. BOULANGER, carte figurative de la route de chemin depuis la ville de Bruxelle jusques à celle d’ Alost ij comprenant les abbijes, bourgages, chasteaux, villages scituéés au long dudit chemin jusques ou s’estendant les terres et terroire de la province et duché de Brabant jusques à celle de Flandre.

[11] J. OCKELEY, o;c., 345.

[12] B. BLONDE & R. VERMOESEN, De Steenweg naar Brussel, 118.

[13] Het Burgoins Cruys of Bourgondisch Kruis is in de heraldiek een schuinsgeplaatst kruis van twee knoestige stokken, soms laurierstokken genoemd, vaak eindigend in breed uitlopend omkrullend loofwerk. Het lijkt enigszins op het Andreaskruis, dat uit twee gladde balken bestaat. Andreaskruis en Bourgondisch kruis worden vaak met elkaar verward. De hertogen van Bourgondië voerden in hun vaandels een rood, groot-uitgeschulpt schuin kruis.

[14] J. GRAVEZ,  Stamboom van de familie Roseleth te Hekelgem, deel 2, 2003.

Het Hof ter Saele.

Het Hof ter Saele kent een lange geschiedenis. Het hoorde bij de burcht van Hekelgem die waarschijnlijk was opgericht door een Frankische hoofdman en die zijn naam aan het dorp gaf. De burcht stond op een motte die in 1862 nog te zien was en dan werd afgevoerd om er de vroegere wallen en de vijver mee op te hogen[1]. Die burcht werd een eerste maal verwoest tijdens de oorlog tussen Vlaanderen en Brabant (1333 – 1334). Ze werd heropgebouwd, maar verdween definitief tijdens de godsdienstoorlogen op het einde van de 16de eeuw. Wanneer de burcht werd gebouwd, was niet te achterhalen. Verbesselt meent, te oordelen naar de vorm, de structuur en de ligging, dat het een hoog-middeleeuwse burcht was. Gezien de ligging nabij de grens met Vlaanderen en langs een oude verbindingsweg naar de Dender, zou het een belangrijke versterking zijn geweest. Van hieruit kon men de toegang tot Brabant bewaken. De oudste wegen van het dorp Hekelgem lopen alle richting de motte en bakenen grote kouters af. Het geheel verwijst naar een oorspronkelijke eenheid, een domeingoed, van ca 240 b, zowat de helft van Hekelgem en dat ouder is dan de abdij die in 1062 werd gesticht.

De motte zou zelfs ouder zijn dan de kerk. Dat besluit Verbesselt afgaande op het wegennet. De kerk is niet het centraal punt, maar het mottecomplex. Ook de veldindeling wijst naar de burcht[2].

De Affligemse historicus dom Odo Cambier (+1651) heeft nog de ruïnes van de burcht gezien en schreef daarover:

In de gemeente hadden wij ook een groot kasteel; omringd van water, en oudtijds Saele geheten. Een voorwerp der bewondering van eenieder was de fontein, waaruit het water zeer hoog opsprong en waarvan men heden nog overblijfsels ziet. De gebouwen uit gekapten arduin opgetrokken waren ruim en prachtig, zoals men kan opmerken uit de puinen. Daarneven ligt er nu nog een landgoed, waarschijnlijk vroeger een afhankelijkheid van ’t kasteel,  een neerhof, zoals men dat noemt.

1 de kerk, 2 het Hof ter Saele en 3 de pastorie

Bron: J. Verbesselt, Het parochiewezen in Brabant, 109.

In de 11de eeuw woonde er Heriman (Hermanus) van Heclengem. Hij verbleef er samen met zijn broer Sigerus (Zeger), Thidbaldus de Thidalmont (Doment) en Renizo, de jachtmeester van de graaf, nabij Affligem. Zij stonden als ridders in  dienst van de graaf van Leuven en hadden hun bezittingen in leen van Ingelbertus Calverstert, broer van Herebrandus van Herdersem[3]. Graaf Hendrik III van Leuven schonk voor 1106 zijn achterleen aan de abdij. De oudste gekende pachter is wellicht Boudewijn van Hekelgem die in 1291 een half dagwand heidegrond nabij het hof en de opstal verkreeg. Hij betaalde daarvoor jaarlijks met Kerstmis een denier aan de heer van Asse. De hoeve was toen belast met een cijns van 2 denier aan de heer van Asse en een vierling rogge aan de parochiekerk[4]. Op 23 december 1498 kocht de abdij het volledig omwalde hof van jonker Hendrik van Schoonhove en Jeanne Coteriau[5]. Beda Regaus noteerde[6]: Hierboven is oock gesproken van ’t hoff van Hekelghem, ’t is “Ter Sale”, dan der huijsinge met het heel pachthoff is aen eene besonderen pachter …….. (geschrapt door B. Regaus). Dit hoff “Ter Sale” is gecoght geweest 23 december 1498 van joncker Hendrick van Schoenhove, ende Janne Coteriau voor 100 ponden groot Vlaems, bestaande in landen, weijden, wateringhe en bempden. Inden gracht van ’t hof bijt 1d. 80 r. In 1521 was  Andries van Beringhen pachter en hij had dan 42 bunder 1 dagwand 75 roeden en vanaf 1541 was Jan Nijs op het hof.

De familie Cornelis.

De oudst bekende pachter van ’t Hof ’t Hekelgem (Ter Saele)[7] waarover we meer gegevens hebben, is Laureys Cornelis. Hij overleed te Hekelgem op 8 oktober 1673. Zijn vrouw, Elisabeth Van Neervelt, overleed eveneens te Hekeklgem op 25 maart 1630. Zij hadden 3 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1) Jan, gedoopt op 11 maart 1607, zie verder

2) Anna, gedoopt op 13 oktober 1604, zij trouwde met Michael Crick

3) Adrianus, gedoopt op 17 augustus 1611

In 1611 en 1626 werd Laureys vermeld als kerkmeester en armenmeester. In de rekening van de armenmeester van 1620 vinden we speciale uitgave voor een arme vrouw die in Laureys Cornelis backhuijs woont. In de jaren 1625 en volgende kocht Laureys het fruit op het kerkhof. In 1573 pachtte hij van de abdij Affligem het hof met 54 bunder land en weide en betaalde een cijns van een vierling rogge waarmee het hof was belast ten voordele van de kerk. Vanaf 1578 teisterden de geuzen de hele omgeving. De winter daarop was er een massale aanwezigheid van plunderende soldaten. In 1580, op 16 juni, staken de geuzen de abdij, de kerken van Meldert en Hekelgem en andere gebouwen in brand. De burcht en het Hof ter Saele gingen eveneens in vlammen op. De burcht bleef in puin liggen, maar het hof werd heropgebouwd met materiaal van het kasteel. Het jaartal 1643 in de deuromlijsting herinnert daaraan. In het huis kwam er een grote zaal waar de schepenbank van de abdij vergaderde, althans volgens de Hekelgemse historicus Henri Roseleth. Dom Wilfried Verleyen betwistte deze stelling omdat de schepenen in de Voorpoort aan het begin van de huidige Abdijstraat een eigen lokaal hadden. In 1660 waren er 11 koeien en 100 schapen, in 1624 8 paarden, 15 melkkoeien en 150 schapen[8].

Het Hof vormde toen een vierkant van ca 17 a 3 ca. Het huis stond in het zuiden, ten westen stond een wagenloods, in het noorden de schuur en de paarden-en koeienstal vormden de oostkant.

Inmiddels was Jan Cornelis, gehuwd met Barbara Wambacq, in 1653 zijn vader Laureys[9], als pachter opgevolgd. Jan en Barbara hadden samen 10 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1) Franciscus, gedoopt op 8 december 1632, armenmeester van 1692 tot 1695 en van 1697 tot 1700.

2) Catharina, gedoopt op 3 december 1634

3) Michael, gedoopt op 6 juli 1636, zie verder

4) Joannes, gedoopt op 27 april 1638

5) Petrus, gedoopt op 8 februari 1640, zie verder

6) Guillelmus, gedoopt op 11 september 1642, zijn peter was dom Guillelmus Van der Ost, hij trouwde met Elisabeth Robijns, was armenmeester in 1670 en van 1685 tot 1687. In de  kerkrekeningen lezen we: ontfanghen van Guilliam Cornelis van het euselken ghelegen inde Bosschraet groot ontrent een dachwant vorm alsvooren over sijnen pacht.

7) Arnoldus, gedoopt op 16 november 1644

8) Martinus, gedoopt op 22 augustus 1646, armenmeester in 1662.

9) Catharina, gedoopt op 30 januari 1649

10) Robertus, gedoopt op 10 november 1650

De hoeve omvatte 54 b land en weide. In 1671 bedroeg de jaarlijkse pacht 300 g, 18 mudden koren, 6 mudden gerst en 9 mudden haver. Toen was Jan al opgevolgd door zijn twee zonen Peter en Michiel.

Michael, gedoopt op 7 juni 1636, trouwde op 24 juni 1657 met Anna Smet, gedoopt te Hekelgem in november 1634 en er overleden op 16 december 1697. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1) Franciscus, gedoopt op 21 maart 1658

2) Martinus, gedoopt op 24 april 1660

3) Catharina, gedoopt op 28 november 1662

4) Judoca, gedoopt op 27 december 1665

5) Joannes Baptist, gedoopt op 25 april 1669

6) Andreas, gedoopt op 14 mei 1671, trouwde met Anna Robijns

7) Jacobus Michael, gedoopt op 29 maart 1674

Bij de algemene schatting van de huizen met het oog op het bepalen van de oorlogsbelasting werden gebouwen aangeslagen voor 49 g 10 st; wat tot de hoogste belasting van Hekelgem was[10]. Hij was armenmeester van 1675 tot 1678 en van 1679 tot 1684.

Peter gedoopt op 8 februari 1640 en overleden op 15 december 1700 trouwde met Catharina De Vleeshouder, overleden te Hekelgem op 27 november 1686. Zij hadden 8 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1) Anna, gedoopt op 30 december 1670, zij trouwde met koster Franciscus Resteau.

2) Franciscus, gedoopt op 22 februari 1672, zijn peter was dom Franciscus Cornely (zijn naam komt niet voor in het Necrologium van dom Wildried Verleyen). Franciscus trouwde met Anna De Merchy, weduwe van koster Andries Seghers.

3) Guillelmus, gedoopt op 23 juli 1673

4) Maria, gedoopt op 15 januari 1675

5) Judoca, gedoopt op 1 oktober 1677

6) Martinus, gedoopt op 9 januari 1680. Zijn peter was dom Martinus Cornely

7) Elisabeth, gedoopt op 9 februari 1682

8) Catharina, gedoopt op 29 april 1684.

Peter was armenmeester in 1672

De broers betaalden 300 g voor 31 b 3 d 53 r zaailand en 12 b 3 d 75 r weiland en broekagie en het Fortuyn van 2 b 3 d 36 r. Zij  huurden ook 12 b land en weide op de Keukenshage van de kapelanie van het H. Sacrament in Sint-Goedele te Brussel. Van de parochie huurden ze 236 r land op Geukenshage. Michiel pachtte behalve van de abdij ook van kerk van Hekelgem: 2 d 50 r land op de Buikouter, 1 d 2 r op de Mattenslochting. In 1673 waaide een deel van de schuur af en staken de Fransen de rest in brand[11]. Peter Cornelis behield later een deel van de pacht over en richtte naast de kerk een brouwerij op. Op 17 januari 1684 dreigde er nieuw gevaar. Soldaten van Lodewijk XIV wilden het hof en het Blakmeershoeve in brand steken, maar de hofmeester van de abdij slaagde erin de soldaten met 80 patacons om te kopen. Het Hof was voorlopig gered, maar op 25 september 1689 stonden Franse soldaten aan de abdijpoort om alle gebouwen in brand te steken omdat de abdij de oorlogsschade nog niet had betaald. Dom Celestinus Ghijsbrechts was er echter in geslaagd om van de legerleiding een vrijgeleide te verkrijgen en zo ontsnapte de abdij aan een nieuwe vernieling. Proost Vedastus Van Nuffel, afkomstig van Hekelgem, noteerde dat de soldaten bij hun aftocht enkele huizen en het Hof ter Saele in brand staken. De pachter had met wat smeergeld de brand kunnen voorkomen. Gelukkig voor hem mocht hij zijn intrek nemen in de wasserij van de abdij, het huidige jeugdheem, tot de abdij het nodige geld had voor de herstelling van het hof.

In 1699 liet Michiel zijn bedrijf over aan zijn zoon Martinus.

Martinus, gedoopt op 9 januari 1680 overleed te Hekelgem op 25 augustus 1730. Hij trouwde met Anna Claes en samen hadden ze 11 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1) Michael, gedoopt op 10 oktober 1700

2) Anna, gedoopt op 19 mei 1702

3) Joanna, gedoopt op 26 april 1704

4) Catharina, gedoopt op 19 september 1706

5) Franciscus, gedoopt op 6 juni 1709

6) Petrus, gedoopt op 6 juni 1709

7) Anna Maria, gedoopt op 24 januari 1712

8) Petronella, gedoopt op 10 januari 1714

9) Anna Maria, gedoopt op 26 mei 1716

10) Drisina Francisca, gedoopt op 26 juni 1718

11) Anna Maria, gedoopt op 5 februari 1721

 Hij had een bedrijf van 46 b land en weide. In de dorpsrekeningen vinden we de naam Merten Cornelis die in 1704 16 g van de rentmeester van de parochie ontving voor het transport van een halve wagenvracht van Mechelen naar Zoutleeuw[12].

Pentekening van de oude deur. Paul Lindemans, ESDB, 1928

De familie De Bailliu.

In 1710 verliet Martinus Cornelis[13] verlaat Hof ’t Hekelgem en Geeraad Van Biesen werd de nieuwe pachter, maar slechts voor enkele jaren want in 1717 komt de familie De Bailliu[14] op de hoeve. Deze familie verbleef er meer dan 120 jaar namelijk tot 1839. De naam veranderde in Bailliu’s Hof.

Jan De Bailliu overleed te Hekelgemop 3 maart 1764. Zijn vrouw Josina (Judoca) Dubois overleed ook te Hekelgem op 30 oktober 1783. Zij hadden 12 kinderen te Hekelgem gedoopt :

1) Elisabeth, gedoopt op 7 mei 1717 en overleden te Hekelgem in 1785. Zij trouwde met Franciscus De Witte

2) Henricus, gedoopt op 16 december 1718

3) Anna, gedoopt op 8 december 1720

4) Petronella, gedoopt op 17 januari 1723

5) Franciscus, gedoopt op 26 november 1724

6) Franciscus, gedoopt op 7 december 1725

7) Judocus, gedoopt op 26 december 1727, trouwde met Anna Van de Perre

8) Carolus Henricus, gedoopt op 6 juli 1730

9) Barbara, gedoopt op 9 september 1732

10) Petrus Josephus, gedoopt op 7 november 1734

11) Joannes Baptist, gedoopt op 16 maart 1737

12) Joanna, gedoopt op 2 maart 1739.

Zijn bedrijf was verminderd. Hij had maar 3 of 4 paarden. Van 1721 tot 1724 en in 1735 en 1736 was hij bedesetter. Op 23 oktober 1744 logeerden een kapitein en 4 soldaten met 7 paarden van de Hollandse ruiterij in het Hof ter Saele. Dat was bij de inval van het Franse leger in onze streken. Frankrijk erkende het bestuur van Maria Theresia niet en maakte weer eens aanspraken op de Oostenrijkse Nederlanden.

Engelse en Hollandse soldaten kampeerden toen in  Hekelgem. Op bevel van de overheid leverde Jan wagens en paarden en verzorgde hij het transport voor het leger. Op 14 maart 1748 ontving hij daarvoor en voor de levering van brood 55 g 2 st. Nog datzelfde jaar, op 13 november, kreeg hij 244 g 5 st en nog eens 252 g 2 st ook voor transport met zijn wagens. Op 3 november 1756 reed hij  met bagage van Brussel naar Genappe, een tocht van drie dagen in dienst van hare majesteijts trouppen. In 1780 ontving zijn weduwe voor het logement van 2 ruiters en hun paarden van de compagnie van de drossaard van Brabant 6 st.

Jan Baptist De Bailliu, zoon van Jan, werd te Hekelgem gedoopt op 16 maart 1737. Hij trouwde te Hekelgem op 3 februari 1784 met Maria Judoca De Smedt. Zij was de dochter van Jan Baptist en Anna Van de Perre en was te Hekelgem gedoopt 23 april 1759. Jan Baptist overleed te Hekelgem op 30 januari 1815 en Maria Judoca op 10 september 1839. Zij hadden 9 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1) Joanna Catharina, gedoopt op 23 november 1784

2) Petronella, gedoopt op 9  februari 1786, zij trouwde met Josephus Taelemans, zij werden landbouwers te Hekelgem.

3) Suzanna, gedoopt op 4 april 1788

4) Joannes Baptist, gedoopt op 20 februari 1790 en te Hekelgem overleden op 8 februari 1862.

5) Anna Maria, gedoopt op 9 februari 1792, huwelijk met Franciscus Van Der Straeten, landbouwer te Ternat.  

6) Joanna Petronella, gedoopt op 17 januari 1794, zij trouwde met Judocus De Bailliu, landbouwer te Hekelgem.

7) Anna Catharina, gedoopt op 21 maart 1796, huwelijk met Judocus Arijs, landbouwer te Hekelgem.

8) Guillelmus, gedoopt op 28 april 1798 en overleden te Hekelgem op 20 jnui 1806..

9) Judocus, gedoopt op 8 mei 1801, boer te Hekelgem.

Op 28 oktober 1780 vroeg de drossaard aan de regeerders van de parochie een burgerwacht in te stellen voor een periode van drie vanaf 15 januari 1781. De bedoeling was om patrouilles te organiseren ter bescherming van de inwoners en hun goederen. 46  Hekelgemnaren gingen erop in, meestal de grotere boeren met hun knechten. Jan Baptist stelde zich kandidaat met zijn twee broers en hun knecht.

Op het einde van de 18de eeuw werd de brede dreef van de Kasteelstraat naar het Hof aangelegd. Hij was beplant met bomen en liet toe dat grote wagenvrachten de hoeve bereikten.

De openbare verkoop op 23 juni 1798.

Tot de Franse Revolutie vormde het Hof ter Saele een blok van 12 b ingesloten door de Bellestraat, de Kasteelstraat, de weg naar de Blakmeershoeve en de Geukenhaaglos. De openbare verkoop van het abdijgoed geeft ons een duidelijk van de gebouwen en het landbouwbedrijf.

Op 1 oktober 1795 werden de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik bij de Franse republiek aangehecht en golden hier ook de Franse antikerkelijke wetten. Met de wet van 5 september 1796 werden alle religieuze gemeenschappen opgeheven, hun onroerend goed werd genationaliseerd en verkocht. Daarbij ging de Franse overheid als volgt tewerk. Eerst stelden commissarissen lijsten op van de onroerende goederen van kerken en kloosters. Ze vermeldden voor elk goed de aard (hoeve, land, weide, bos), de grootte, de pachter, de laatste pachttermijn, het bedrag en eventuele achterstallige pacht. Dan kwamen schatters die voor elk goed de jaarlijkse opbrengst, de pachtsom, de ligging noteerden en een verkoopprijs voorstelden.

Het Hof ter Saele werd beschreven als een hoeve met zestien bunder drie dagwand 26 roeden (21 ha 14  a 49 ca) land, weide en bos, verpacht aan Jean Baptiste De Bailliu voor een jaarlijkse pachtsom van 304 gulden, lasten niet inbegrepen. Deze goederen waren opgedeeld in:

1) Het hof bestaande uit een woonhuis, kamers, zolder, kelders, gebouwd in baksteen, gedekt met stro, schuur, bergplaats, paardenstal, stallen in leem, dit alles staande op een erf van één dagwand (31 a 44 ca), de groentetuin inbegrepen.

3) Vier bunder twee dagwand (5 ha 65 a 87 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op de plaats genaamd “Ceukenshaege”,

4) Zeven bunder twee dagwand 26 roeden (9 ha 51 a 30 ca) landbouwgrond.

5) Één bunder drie dagwand (2 ha 20 a 6 ca) weide en bos gelegen te Hekelgem op de plaats genaamd “Polderkens”,

6) Één bunder één dagwand (1 ha 57 a 19 ca) boomgaard en bos, gelegen te Hekelgem op de plaats genaamd “Den Boomgaert”,

Het PV van de schatting werd opgemaakt op  22 mei 1798. De schatters waren Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 920, en de verkoopprijs op £ 18 400, de 54 hoogstammige bomen  op £ 120, samen £ 18 520. De goederen waren door de abdij voor 9 jaar verpacht aan burger Jean Baptiste De Ballieu. De pachter deed de schatters noteren dat hij van het schaarhout op de betrokken percelen het vruchtgebruik had. De schatters noteerden dit, maar schreven erbij dat dit in pachtcontract niet vermeld werd. De verkoop had plaats te Brussel op 23 juni 1798. Het bieden ving aan met een openingsbod van 11 250 pond. Met een bod van 350 000 pond werd Jean François Merckaert, uit Aalst de nieuwe eigenaar.

In 1820 werd baron Filips August de Mevius van Mechelen de volgende eigenaar.

Na de dood van Maria Judoca De Smedt in 1839, zij was toen al 24 jaar weduwe van Jan Baptist, volgde op vraag van de kinderen de openbare verkoop van de roerende voorwerpen op 12 en 13 maart 1840. Notaris Angelus Augustus Crick leidde de verkoop ter plaatse.

Onder de vele voorwerpen die er werden verkocht, waren onder andere 36 taillooren, een oliekaraf, 2 spiegels, 4 melkemmers, een theepot, een boterpot enz. Voorts 2 zwarte merries, 4 koeien, 3 runderen en twee varkens, een keef met kiekens en heel wat alaam zoals een ploeg, een voorderboom, 2 eggen enz.  De eerste verkoopdag bracht de som op van 2 821, 90 fr. De volgende dag begon de verkoop met het hooi, van een hopast die op het hopveld stond en moest worden afgebroken enz.  Die dag werd voor 638, 30 fr. verkocht.

Volgens het kadaster van 1830[15] bezat de weduwe van Jan Baptist de volgende goederen :

– 34 a 60 ca land op de Kwezel

– 29 a 30 ca land op de Boekhoutberg

– 24 a 30 ca land op Bleregem

– 14 a 40 ca bos op Bleregem

– 8 a 10 ca bos op Bleregem

– 14 a 20 ca land op de Kwezel

– 28 a 20 ca land op de Boekhoutberg

– 37 a 80 ca land op Boekhoutberg

– 6 a 80 ca bos in de Kasteelstraat

– 7 a 60 ca land in de Kasteelstraat

– 14 a hop in de Kasteelstraat

– 1 a 80 ca huis in de Kasteelstraat.

Jan Baptist De Wever

Na de dood van zijn moeder liet Jan Baptist, de 49-jarige ongehuwde zoon, in 1839 het bedrijf over aan Jan Baptist De Wever, bijgenaamd “den nieuwen boer”. Zijn kinderen waren in 1879 verplicht de hoeve te verlaten want alles werd openbaar verkocht. Het ging toen om een boerderij met 10 ha 70 a grond, verhuurd voor 2000 fr.

Na de dood van de Mevius ging het hof naar Sophie Caroline Adelaïde de Mevius en haar man Alexandre Louis Dugniolle. In 1860 bezat Alexandre behalve het Hof ter Saele ook een boomgaard verdeeld over twee percelen, voor en rechts van het Hof, respectievelijk van 75 a 70 ca en 38 a 50 ca, in het totaal 1 ha 14 a 40 ca. Om uit onverdeeldheid te geraken verkochten hun kinderen Jules, Louise, Maximilien, Jean, Alexandre en Eugénie ter Saele in 1859 het Hof met de landerijen. Notaris Edouard Auguste Vandenhouten uit Gamlaarden verkocht openbaar de 44 loten waarin de bezittingen waren verdeeld. Lot 1 was het hof zelf met paarden- en koeienstal, schuur, en enkele afhankelijkheden, boomgaard, hopveld en tuin, groot 85 a 70 ca. Bij de 43 andere loten waren er 8 hopvelden met een gezamenlijke grootte van 1 ha 95 a 35 ca, 2 boomgaarden samen 49 a 23 ca groot, 2 bossen, 94 a 46 ca groot, een weide van 25 a en 30 percelen landbouwgrond met een totale oppervlakte van 6 ha 85 a 25 ca of een gemiddelde grootte van 23 a per perceel. Notaris François Le Tellier van Ath kocht de hoeve voor 7500 fr. en een groot aantal percelen. Andere kopers waren onder meer Cornelius Plas, Adrien Arijs, Henri De Smet en Jan Egidius Van Lierde.

Het Hof ter Saele in 1859 met aanduiding van 13 van de 44 loten.

Romain Adolphe de Wolf, handelaar te Aaalst kocht het hof in 1860 en Jan Frans Van Hoorde, man van Theresia De Wolf in 1871. Hij liet de laatste arduinen grondvesten van de burcht uitbreken  en de kasteelheuvel afgraven[16]. Die was begroeid met enkele bomen en houtgewas tussen de overblijfsels van de gebouwen. Er stonden ook fruitbomen. De graafwerken werden gedaan door vreemde arbeiders, polderboeren geheten, en duurden een hele zomer[17]. Henri Roseleth (+1939) heeft de fontein zelf nog gezien. Ze was met arduinstenen omwald en tot het begin van de 20ste eeuw leverde zij nog bij grote droogten, water voor de bevolking van de Kasteelstraat[18].

De familie Plas

Op 16 maart 1876 werd het Hof ter Sale 54 loten verkocht aan verscheidene landbouwers. De familie Plas kocht de eigenlijke hoeve met boomgaard en hoplochting (1, 70 ha). De bouwvallige schuur en stallen werden gesloopt en het woonhuis onderging meerdere veranderingen. Romain Plas maakte van de grote zaal een koeienstal.

Sinds 1965 is het weer een woonhuis. Karel Druwé en Begga D’haese, begonnen met de restauratie. Bij de laatste verbouwing in 1985 onder leiding van architect K. De Neve door radioloog dr. P. D’Haenens, verdween de zandstenen schouw van de opkamer. Het wapenschild van de gemeente is het vroegere zegel van het hof.

Besluit

Het hof ter Saele is eeuwenlang een belangrijk landbouwbedrijf geweest. Van de grote boerderijgebouwen is niets meer overgebleven, het woonhuis bleef gelukkig gespaard. In 197 werd het als volgt beschreven: Heden is het een éénlaags boerenhuis onder zadeldak (pannen) dat voor een groot deel werd gerestaureerd, hiervoor werden o.m. nieuwe Balegegemse steen en van Nieuwerkerken afkomstig afbraakmateriaal (kruiskozijnen) gebruikt. Acht traveeën brred huis met opkamer, opgetrokken uit baksteen op een afdgeschuinde plint van zandsteen. De zware gootsteen, de rondboogdeur in de achtergevel, en de gelijksoortige voordeur met verweerd opschrift “Anna/1643” op de imposten, zijn oorspronkelijk. Eén zijpuntzevel van baksteen zonder vlechtingen,de andere met zandstenen sokkel. Binnenin moerbalken met geprofileerde sloffen en kraagstenen van zandsteen en een schouw met geprofileerde rechtstaanden van zandsteen. Mooie bomendreef vanaf de straat[19].


[1] J. VERBESSELT, Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw, dl V, 1966, 106.

[2] IBIDEM, 110.

[3] IBIDEM, 106.

[4] W. VERLEYEN, Het Hof ter Saele, in: De abdijhoeven in en buiten Affligem, Jaarboek Belledaal, 1987, 45.

[5] W. VERLEYEN, Negen eeuwen Affligem, W. Verleyen, 1983, blz. 224.

[6] B. REGAUS, Bona et Jura monasterii Hafflighemensis, Rijksarchief 2002, D/2002/531/167, blz.188.

[7] H. ROSELETH, Middeleeuwsche Kasteelen te Hekelgem, in : Eigen Schoon en De Brabander, XI, (1928), 230.

[8] W. VERLEYEN, Het Hof ter Saele, 45.

[9] IBIDEM, 230.

[10] H. ROSELETH, Middeleeuwsche Kasteelen te Hekelgem, in : Eigen Schoon en De Brabander, XI, (1928), 230.

[11] J. OCKELEY, Bona et Jura selecta ex Beda Regaus, in: Fontes Affligemensis, nr. 20, 47.

[12] E. SCHOON, De Dorpsfinanciën van Hekelgem in de 18de eeuw, deel 1.

[13] IBIDEM, 230.

[14] IBIDEM, 230.

[15] E. SCHOON, Kadaster van hekelgem 1830 – 1860, 2005, onuitgegeven.

[16] H. ROSELETH, Middeleeuwse kastelen, in: Jaarboek Belledaal 1993, 31.

[17] IBIDEM, 31.

[18] IBIDEM, 31.

[19] Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, 2n, 1975, 261.