De Familie Vonck te Hekelgem (van de 17de tot eind 19de eeuw).

In Hekelgem vinden we van de 17de tot eind 19de eeuw 8 generaties Vonck. In deze bijdrage beperken we ons tot de zonen, de naamdragers, die in Hekelgem zijn blijven wonen. Voor de dochters beperkten we ons tot de namen van de echtgenoten en die van hun kinderen om het geheel enigszins overzichtelijk te houden. De oudste verwant van de Hekelgemse familie Vonck is Jan.

I- Jan, gedoopt te Aalst omstreeks 1585 en aldaar overleden op 26 januari 1647. Hij huwde te Erembodegem op 20 oktober 1609 met Petronella Van den Broeck. Zij hadden een zoon Petrus.

II- Petrus, gedoopt te Aalst op 27 maart 1624 en overleden te Hekelgem op 4 maart 1673. Hij huwde te Hekelgem op 13 augustus 1644 (ondertrouw op 11 juli 1644) met Catharina Van Der Hoeven, gedoopt te Hekelgem op 19 juli 1627 en aldaar overleden op 4 maart 1682. Hij bracht de naam Vonck naar Hekelgem.

11 juli (1644 te Hekelgem) hebben zich in mijn tegenwoordigheid verloofd Petrus Vonck en Catharina Van Der Hoeven, getuigen Joannes Vonck en Gaspard Van Der Hoeven.

Op 13 augustus zijn ze gehuwd met dezelfde getuigen.

Kinderen uit dit huwelijk:

1. Anna, gedoopt te Hekelgem op 13 oktober 1644 en aldaar overleden op 9 januari 1678. Zij huwde te Hekelgem op 22 september 1672 met Michael De Keghel, gedoopt te Hekelgem op 18 februari 1629 en aldaar overleden op 10 oktober 1681.

2. Franciscus, gedoopt te Essene op 4 september 1646 te Essene, volgt IIIb.

3. Joannes, gedoopt te Hekelgem op 8 september 1648 en aldaar overleden op 4 februari 1672. Hij trouwde te Hekelgem op 27 maart 1670 met Anna De Greve te Hekelgem overleden op 8 mei 1671.

4. Petronella, gedoopt te Hekelgem op 24 maart 1652 en aldaar overleden op 1 augustus 1685. Zij huwde te Hekelgem op 3 februari 1677 met Joannes Pauwels, overleden te Hekelgem op 19 mei 1692.

5. Antonia, gedoopt te Hekelgem op 30 juli 1654.

6. Petrus, gedoopt te Hekelgem op 26 september 1656, volgt IIIa.

7. Susanna, gedoopt te Hekelgem op 30 oktober 1660.

8. Maria, gedoopt te Hekelgem op 21 juni 1663.

Petrus was kerkmeester in 1658.

IIIa – Petrus.

Petrus, te Hekelgem overleden op 12 september 1708 was aldaar getrouwd met Maria Van den Wijngaert op 6 februari 1683. Maria overleed op 6 juli 1711. Petrus Vonck was de brouwer van Den Kalecoenschen Haen. De verdeling van hun erfenis volgde op 12 september 1714. Officier  Jan Van Huijnegem verving de drossaard van het Land van Asse, Hubert Mo(o)rtgat, om de akte op te stellen. Peter Clauwaert en Joannes Van den Bossche, de schepenen van het Land van Asse tekenden de akte. Petrus en Maria hadden nog 7 kinderen in leven: Elisabeth, Franciscus, Joannes, Petrus, Anna, Maria, Judoca, Petronella, Maria Anna en Philippus Ludovicus. Vooraf was, na voorgaande adviezen, bepaald dat wie de kavel A had, gehouden was om Elisabeth Vonk, de zus van hun vader en hun moijken, heel haar leven te onderhouden van eten drincken ende cleeren, soo bij sieckte als in gesontheijt. Hun vader had dat ook gedaan en had daarvoor het genot van haar erfenis. De helft van die erfenis kwam bij kavel A zolang Elisabeth leefde en na haar dood moest de bezitter van kavel A aan de andere kinderen eenmalig 50 gulden geven. De verdeling toont duidelijk hoe de velden in kleinere percelen werden verdeeld om elk kind een deel te kunnen geven.

Zij hadden een zoon Jodocus die elders is geboren en 11 kinderen te Hekelgem gedoopt.

1- Petronella, gedoopt op 25 juli 1684 en overleden voor 1700.

2- Elisabeth, gedoopt op 21 februari 1686 en te Hekelgem overleden op 1 maart 1721. Zij trouwde te Hekelgem op 3 januari 1706 met Joannes De Vis, gedoopt te Hekelgem op 17 januari 1669. Zij hadden 9 kinderen te Hekelgem gedoopt.

1- Petrus, gedoopt op 6 april 1706.

2- Anna Maria, gedoopt op 25 augustus 1707.

3- Franciscus, gedoopt op 27 november 1709 en overleden te Hekelgem in 1768.

4- Joanna Catharina, gedoopt op 17 december 1711.

5- Catharina, gedoopt op 26 december 1713.

6- Joanna Gertrudis, gedoopt op 23 oktober 1715.

7- Barbara, gedoopt op 27 februari 1717 en te Hekelgem overleden in 1772.

8- Petronella, gedoopt op 19 december 1718.

9- Anna Francisca, gedoopt op 27 februari 1721.

Elisabeth erfde van haar ouders:

– Een perceel land met houtwas op Den Vossel te Erembodegem, groot 2 d 12 r, palend aan de straat van Affligem naar Aalst.

– 43 r land op de Boekhoutberg palend aan Jan Vonck, belast met een cijns van 6 st 1 o aan de markiezin.

– Een som van 272 g 14 st 1 blank van Franchois.

3- Franciscus, volgt IVa.

4- Joannes, volgt IVb.

5- Petrus, gedoopt op 12 januari 1694 en er overleden in 1756. Hij trouwde met Anna Vermoesen, te Hekelgem gedoopt op 27 augustus 1686 en er overleden op 6 februari 1772.

Zij hadden 6 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Elisabeth, gedoopt op 5 maart 1718

2- Joanna Maria, gedoopt op 9 februari 1719, huwelijk met Petrus Van den Broeck

3- Judocus, gedoopt op 3 oktober 1721

4- Anna Catharina, gedoopt top 6 oktober 1723

5- Petrus Ignatius, gedoopt op 31 juli 1727

6- Joannes Baptist, gedoopt op 4 september 1729 en overleden in 1792. Hij trouwde met Joanna Droeshout. Vanaf 1751 inde Jan Baptist een rente van 21 g voor zijn vader die aan de parochie een lening had toegestaan. Zelf kende hij op 26 november 1774 aan de parochie een lening toe van 300 g. De rente bedroeg 10 g 10 st.[1] Van 1768 tot 1770 was hij bedesetter.

Petrus erfde:

– Een meers van 1 d 4 r op de Molenmeers te Meldert, belast met een grondcijns van 14 st aan de abdij.

– Een veld en een hopveld van 50 r op de Kluiskouter, palend aan de Langesstraat, belast met een grondcijns aan de abdij van 9 st 4 ½ mijten.

– De ast op de hofstede.

– Het brandewijn gereck.

– 56 r land op de Boekhoutberg, palend aan zijn broer Jan en zijn zus Anna Maria; belast met 6 st 1 o aan de markiezin.

– Een som van 240 g 14 ½ st van Franchois.

6- Anna, gedoopt 23  maart 1696, overleden in 1761. Anna trouwde met Andreas Verleysen op 10 oktober 1714. Andreas werd te Hekelgem gedoopt op 3 november 1687. Hij was een zoon van Petrus en Elisabeth Van Geite. Zij stierf in hun vierde huwelijksjaar. Zij hadden 4 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Petrus, gedoopt 29 december 1715

2- Franciscus, gedoopt op 11 december 1726, trouwde met Joanna Maria Beeckman uit Denderbelle

3- Jacobus, gedoopt op 28 mei 1729(?)

4- Joannes, gedoopt op 3 november 1738.

Anna erfde:

– Een veld van 98 r op de Kluiskouter, belast met 2 st aan de abdij.

– Een land van 1 d 30 r bos gelegen in de Hulstbos, belast met een cijns van 11 st aan de abdij.

– Een land van 43 r op de Boekhoutberg, palend aan zijn broer Petrus, belast met een cijns van 6 st aan de markiezin.

– Een som 64 g 2 st van zijn broer Franchois.

7- Maria, gedoopt op 13 september 1698 en overleden voor 1714.

8- Judoca, gedoopt op 13 september 1698 en overleden voor 1714.

9- Petronella, gedoopt op 23 februari 1700.

De erfenis van Petronella omvatte:

– Een weide van 3 d 66 r in de Nieuwstraat, belast met een cijns van 11 ½ st aan de abdij.

– Een perceel van 43 r op de Boekhoutberg, palend aan Anna en Maria Anna Vonck, belast met een cijns van 6 st aan de markiezin.

– Een schuur. Petronella moet opleggen aan haar zus Anna 62 g 10 st 1b en aan haar zus Maria Anna 83 g 9 st.

In 1735 en1736 ondertekende een peeternellen vonck de kerkrekeningen, daartoe geconvoceerd. Het is merkwaardig dat zij als vrouw de rekeningen mocht ondertekenen en dat zij kon schrijven. Het is ook mogelijk dat het om Petronella, de dochter van Francis (IIIb) gaat.

10- Maria Anna, gedoopt op 5 februari 1702.

Maria Anna erfde:

– Een blok van 3 d 27 r gelegen op het Segershof, palend aan de straat. Het perceel was belast met een cijns van 5 g 16 st aan de abdij.

– Een perceel van 43 r op de Boekhoutberg, palend aan de grens met Vlaanderen en belast met een cijns van 6 st aan de markiezin.

11- Philipus Ludovicus, gedoopt op 8 juli 1705 en overleden voor 1714.

Petrus was kerkmeester van 1675 tot 1679.

De Langestraat op de poppkaart, ca 1860. Den Kalecoenschen Haen op de hoek van de Langestraat en de Steenpoelweg, nrs. 725 en 726. Rechts de gewezen brouwerij van Joannes Boterbergh, nr. 127.

IIIb – Franciscus.

Franciscus overleed te Hekelgem op 29 september 1697. Hij trouwde op 1 november 1673 met Anna Mattens en had met haar 6 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Joannes, gedoopt op 16 oktober 1674.

2- Joannes, gedoopt op 12 september 1675 en overleden in 1678.

3- Petrus, gedoopt op 30 november 1677.

4- Catharina, gedoopt op 29 november 1680.

5- Petronella, gedoopt op 15 september 1682.

6- Joannes, gedoopt op 31 oktober 1687.

Na de dood van Anna hertrouwde Franciscus te Hekelgem op 25 februari 1691 met Catharina Acostes. Haar naam is een mooi staaltje van volksetymologie en verwijst naar de beroepsnaam koster. Catharina overleed te Hekelgem op 13 januari 1696. Zij hadden 3 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Judoca, gedoopt op 24 november 1691, overleden op 15 oktober 1776. Zij trouwde met Franciscus Pensionaris te Hekelgem op 20 oktober 1712. Franciscus werd te Hekelgem gedoopt op 1 januari 1688 en overleed te Hekelgem op 29 februari 1720. Zij hadden 3 dochters te Hekelgem gedoopt:

1- Anna Maria, gedoopt op 12 september 1713

2- Elisabeth, gedoopt op 2 juni 1716

3- Catharina, gedoopt op 22 maart 1719. Zij trouwde Joannes Clauwaert, te Hekelgem gedoopt op 19 november 1698. Met hem had ze 2 kindeen te Hekelgem gedoopt: Fraciscus, gedoopt op 28 januari 1751 en overleden in 1798 en Joanna Catharina, gedoopt op 20 juni 1753. Na de dood van Joannes hertrouwde Catharina met Egidius Beeckman.

Na de dood van Franciscus Pensionaris hertrouwde Judoca met Franciscus Van de Perre op 30 januari 1720, te Hekelgem gedoopt op 17 oktober 1701 en aldaar overleden op 8 augustus 1780. Met hem had Judoca nog 6 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Joannes Baptist, gedoopt op 22 maart 1722 en overleden in 1779, huwelijk met Joannes Plas.

2- Andreas, gedoopt op 14 augustus 1725, overleden in 1794, huwelijk met Petronella Verdoodt.

3- Petrus, gedoopt op 19 oktober 1728.

4- Joanna Catharina, gedoop top 13 maart 1731, huwelijk met Petrus Vassaet.

5- Anna, gedoopt op 28 maart 1734, huwelijk met Joannes De Smedt, tweede huwelijk met Judocus De Bailliu en derde huwelijk met Zacharias De Wever, overleden in 1795.

6- Franciscus, gedoopt op 16 oktober 1738, overleden in 1744.

2 Maria, gedoopt op 14 augustus 1693

3 Egidius, gedoopt op 9 juni 1695.

IVa – De tak Franciscus.

De tak Franciscus, zoon van Petrus en Catharina Van den Wjngaert, gaat over Franciscus (IVa), zijn zoon Joannes (V), zijn zonen Petrus (VIa) en Jan Baptist (VIb) en de zoon van Petrus, nl. Bernardus (VIII).

Franciscus, gedoopt te Hekelgem op 12 januari 1688en overleden te Hekelgem op 8 februari 1722. Hij trouwde een 1ste maal voor 1713 met Catharina Van Wies, overleden te Hekelgem voor 1716 en huwde een 2de maal met Catharina Van der Bisen, overleden te Hekelgem op 26 september 1752.

Uit zijn 1ste huwelijk had Franciscus een zoon, Joannes, volgt V.

Met zijn tweede vrouw had Franciscus nog 3 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Franciscus, gedoopt op 16 februari 1716, trouwde met Elisabeth Dauw.

2- Anna Maria, gedoopt op 3 februari 1719, trouwde met Petrus Plas.

3- Petronella, gedoopt op 29 april 1729.

 Franchois erfde kavel A, namelijk:

– sekere hoffstede soo ende gelijck de selve gestaen ende gelegen is binnen de prochie van Hekelgem met den hoppelochtinck daer aen gelegen, groot 1 d 53 r, genoemd Den Kalecoenschen Haen. De hofstede paalde aan juffrouw Longien, Jan Vonck en de straat van Affligem naar Aalst (de Langestraat) en was belast met een oord cijns aan de abdij.

– Het huis met twee kamers en de poort, twee kelders, de borreput en het varkenskot.

– De goedbierketel, de brouwerij, de bak en de kuip, de onderbakken, leeckbakken, hetrooster en de tonnen.

– De helft van de hopstaken, de lindeboom en alle fruitbomen.

– 43 r land op de Boekhoutberg, palend aan de steenweg en Jan Vonck. Het perceel was belast met een grondcijns van 6 st 1 o aan de markiezin van Asse.

Van die kavel moest Franchois 91 g 17 ½ st aan zijn broer Jan geven, en aan de anderen272 g 19 st 1 blank zodat zijn erfenis 1682 g 2 st bedroeg, hetzelfde bedrag van de andere kinderen.

V – Joannes, de zoon van Franciscus, werd gedoopt op 1 oktober 1713 en overleed te Hekelgem op 18 december 1780. Hij trouwde met Catharina Timmermans, overleden te Hekelgem op 21 december 1761, in het kinderbed. Kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Martinus, gedoopt op 17 maart 1750 en nog hetzelfde jaar overleden

2- Jacoba, gedoopt op 5 juli 1751 en te Hekelgem overleden in 1828. Zij trouwde met Joannes Bernard Tavenier, gedoopt te Hekelgem op 28 februari 1744 en er overleden op 23 juni 1796. Zij woonden in de Langestraat en hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Catharina, gedoopt op 18 juli 1777, trouwde met Petrus De Vis, overleden in 1785.

2- Michael, gedoopt op 26 maart 1779, overleden in 1779.

3- Joanna, gedoopt op 30 september 1780, overleden in 1785.

4- Petrus, gedoopt op 22 februari 1783, overleden in 1783.

5- Joannes Baptist, gedoopt op 22 oktober 1785, overleden in 1822.

6- Martinus, gedoopt op 11 september 1789, overleden in 1823.

7- Petronella, gedoopt op 4 augsutus 1792, overleden in 1832.

3- Petrus, gedoopt op 19 november 1753,  volgt VIa.

4- Maria Anna, gedoopt op1 november 1755 en nog hetzelfde jaar overleden

5- Joanna Maria Christina, gedoopt op 30 oktober 1756, overleden in 1832, huwelijk met Joannes Mattens te Hekelgem op 6 november 1781. Zij woonden in het Mazits en hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Michael, gedoopt op 29 september 1782 en overleden in 1858.

2- Petrus, gedoopt op 24 januari 1784 en overleden in 1790.

3- Theresia, gedoopt op 24 januari 1786 en overleden in 1788.

4- Joannes, gedoopt op 6 augustus 1788, overleden in 1792.

5- Franciscus, gedoopt op 6 augustus 1788, overleden in 1788.

6- Petrus Franciscus, gedoopt op 15 augustus 1790 en overleden in 1810.

7- Joanna Petronella, gedoopt op 19 november 1792, overleden in 1845, trouwde met Judocus Sonck en hertrouwde met Judocus De Cort.

6- Francisca, gedoopt op 18 maart 1759 en nog het zelfde jaar overleden

7- Egidius, gedoopt op 6 april 1760 en nog hetzelfde jaar overleden

8- Jacobus, gedoopt op 15 december 1761 en hetzelfde jaar overleden.

Na de dood van Catharina Timmermans hertrouwde Joannes op 4 mei 1762 met Catharina Van Gheite. Zij werd te Hekelgem gedoopt op 24 oktober 1726 en overleed er op 25 maart 1783. Hun dochter Joanna Catharina, geboren op 12 juni 1765 werd niet in Hekelgem gedoopt. Drie kinderen werden te Hekelgem gedoopt:

1- Maria Theresia, gedoopt op 14 juni 1763 en overleden op 25 februari 1836. Zij trouwde met Petrus De Schrijver, gedoopt te Hekelgem op 22 november 1749 en overleden op 14 april 1806. Zij hadden vier kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Maria Petronella, gedoopt op 7 oktober 1798, overleden in 1799.

2- Judocus, gedoopt op 29 novermber 1799.

3- Joannes, gedoopt op 4 februari 1803, overleden in 1806.

4- Petrus, gedoopt op 17 november 1805, overleden in 1806.

Op 4 juli 1818 kocht Maria Theresia 36 a 14 ca land met de naam Brilhaert, gelegen aan de Kruisstraat voor 800 fr. De verkoper was Judocus Verleysen. Notaris Jacobus Carolus De Deken uit Ternat stelde de akte op. In 1826, op 30 augustus, kon ze nog een onbehuisde hofstede in de Boekhoutstraat kopen, groot 10 r 21 ellen 72 palmen (Nederlandse maten) voor 105 Nederlandse gulden. De hofstede was afgescheiden van een andere van 23 r 57 ellen 81 palmen.

2- Isabella, gedoopt op 2 mei 1767, overleden in 1824.

3- Joannes Baptist, gedoopt op 5 juli 1769, volgt VIb.

Op 28 februari 1764 gingen Joannes en Catharina een lening aan van 300 g bij Gillis Plas en Elisabeth Goossens. De rente bedroeg 10 g 10 st. Als pand gaven ze de helft van 2,5 d land palend aan de Boekhoustraat en de Morette en 1 d land op Erembodegem gelegen. Griffier Benedictus E. De Witte stelde de akte op.

Joannes was bedesetter van 1744 tot 1747 en nog eens in 1755[2]. Om zijn devoiren gedaan als bedesetter betaalde de rendant van de parochie hem op 7 mei 1749 de som van 12 g.

In de periode 1744 tot 1748, de tijd van de Franse bezetting tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog, was hij verplicht meerdere taken uit te voeren:

– Op 23 oktober 1744  moest hij 4 ruiters logies geven.

– In 1749 ontving hij van de rendant van de kerkrekeningen 15 g en nog eens 26 g voor de wagenvrachten door hem geleverd in 1745.

– Voor logementen van soldaten ontving hij achtereenvolgens 3 g 18 st, 3 g 12 st en 2 g 8 st  – Volgens de generale ordonnantie de dathe 13de november 1748 ontving Joannes 134 g 8 st en daarna nog eens 145 g in 1749.

– Voor een opdracht op 7 mei 1749 ontving hij 40 g.

– Voor leveringen op 17 december 1748 de som van 12 g en nog eens 48 g 12 st.[3]

VIa – Petrus.

Petrus, de zoon van Joannes en Catharina Timmermans, werd gedoopt te Hekelgem op 19 november 1753 en overleed er op 5 februari 1805. Hij huwde een 1ste maal te Hekelgem op 21 augustus 1782 met Anna Catharina Haegeman, gedoopt omstreeks 1763, overleden te Hekelgem op 18 augustus 1785. Zij hadden twee kinderen:

1- Petrus, gedoopt op 29 november 1783.

2- Judocus, gedoopt op 13 augustus 1785 en overleden op 28 augustus 1788.

Petrus hertrouwde te Hekelgem met Petronella De Nil, gedoopt te Hekelgem op 16 januari 1755 en er overleden op 18 januari 1836. Petrus was pachter en ook brouwer van Den Kalecoenschen Haen, gelegen in de Langestraat rechtover de brouwerij van Johannes Boterbergh. Petronilla hertrouwde op 20 augustus 1806 met Jan Baptist Roseleth. Jan Baptist was eerst getrouwd geweest met Anna Maria Boterbergh op 5 juni 1795. Zij was de dochter van brouwer Joannes en Petronilla Temmerman. Die hadden zich gevestigd als brouwers in de Langestraat bijna rechtover Den Calcoenschen Haen. Anna Maria overleed op 16 mei 1797. Jan Baptist werd na zijn huwelijk met Petronilla De Nil in 1806 de brouwer van Den Calcoenschen Haen. Samen met zijn zoon uit zijn eerste huwelijk, Joannes Franciscus, gedoopt te Hekelgem op 3 april 1796, zette hij de zaak voort. Op 17 maart 1840 kocht hij de brouwerij over. Later werd de brouwerij Bourgoniemans genoemd omdat Jan Baptist uit het Bourgondisch Kruis kwam.

Kinderen uit het huwelijk van Petrus en Petronilla te Hekelgem gedoopt:

1- Jacobus, gedoopt op 14 september 1786, aldaar overleden in 1786.

2- Joannes Bernard, gedoopt op 15 november 1787, aldaar overleden in 1787.

3- Henricus, gedoopt op 11 augustus 1789, aldaar overleden op 19 april 1847. Hij huwde te Hekelgem op 3 februari 1819 met Isabella De Nil geboren te Hekelgem op 13 november 1802. Zij hadden een huis aan de Dorpstraat. Twee kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Petronella, gedoopt op 14 december 1818, overleden in 1818

2- Constantia, gedoopt op 7 november 1819.

4- Anna Maria, gedoopt op 19 april 1791, aldaar overleden in 1792.

5- Petrus Joannes, gedoopt op 30 november 1793, aldaar overleden in 1797.

6- Joanna, gedoopt op 24 juni 1795, overleden te Iddergem op 12 november 1851. Zij trouwde te Iddergem op 15 juli 1824 met Bernardus De Luyck, gedoopt te Iddergem op 10 juli 1788, aldaar overleden op 19 april 1847 op 15 januari 1849.

7- Anna Catharina, geboren op 15 november 1799, aldaar overleden op 9 maart 1862. Zij trouwde te Hekelgem op 28 mei 1823 met Judocus De Wever, geboren te Hekelgem op 16 januari 1800, aldaar overleden op 11 februari 1853, zoon van Gillis (Egidius) en Joanna Maria Droeshoudt. Anna Catharina en Judocus hadden 6 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Nathalie, geboren op 15 maart 1824, overleden in 1883, huwelijk met Joannes Franciscus Van Onchem te Hekelgem op 29 april 1859. Hij werd op 18 december 1810 geboren als zoon van Josephus en Petronilla Van Kerkhoven.

2- Jan Baptist, geboren op 11 september 1826, trouwde met Clementia Van Malderen te Hekelgem op 21 februari 1884. Zij werd te Essene geboren op 18 februari 1858, dochter van Petrus Josephus en Joanna Van den Biesen.

3- Maria Josephina, geboren op 27 februari 1829, trouwde te Hekelgem met Benedictus Willems op 13 mei 1863. Hij werd te Wieze geboren op 15 augustus 1834.

4- Constantinus, geboren op 4 september 1831 en aldaar overleden in 1893. Hij trouwde te Essene op 13 december 1861 met Berlindis Wambacq, geboren te Essene op 2 februari 1827, dochter van Nicodemus en Barbara De Smedt.

5- Ursula, geboren in 1835

6- Henrica, geboren in 1842 en overleden in 1844.

Op 3 maart 1790 betaalde de rendant van Hekelgem 60 g aan de weduwe Anna Maria Plas voor een gestorven paard. Op bevel van de drossaard en de bedesetters van 27 november 1789 was het aan de keijserlijcke trouppen geleverd en gestorven door fatiguen.

VIb – Joannes Baptist.

Gedoopt op 5 juli 1769, overleden op 21 december 1818. Hij trouwde met Elisabeth De Coninck, gedoopt te Hekelgem op 17 augustus 1771 en overleed op 23 november 1818. Zij hadden 8 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1- Maria Theresia, gedoopt op 30 juli 1797, aldaar overleden op 5 februari 1830.

2- Joannes Baptist, gedoopt op 19 oktober 1798.

3- Andreas, gedoopt op 15 maart 1800.

4- Jacoba, gedoopt op 26 april 1801.

5- Maria Anna, gedoopt op 4 februari 1806, nog hetzelfde jaar overleden op 10 februari

6- Franciscus, gedoopt op 12 november 1810.

7- Bernardus, volgt VII.

VII – Bernardus.

Gedoopt op 17 februari 1817 en overleden te Hekelgem op 28 december 1896. Hij trouwde te Hekelgem op 13 februari 1851 met Maria Josepha Scheirlinckx, geboren te Hekelgem op 19 december 1821 en er overleden op 9 februari 1885, dochter van Petrus en Elisabeth Maria De Bolle. Zij hadden 5 kinderen te Hekelgem geboren:

1- Jan Baptist, geboren op 3 februari 1853 en te Hekelgem overleden op 24 oktober 1854.

2- N.N., geboren op 16 augustus 1855 en nog dezelfde dag overleden.

3- Joanna Maria Hortensia, geboren op 21 juli 1857.

4- Franciscus, geboren op 30 mei 1859.

5- Jacobus, geboren op 7 oktober 1863 en twee dagen later overleden.

Bernard en Maria Josepha woonden in de Langestraat net voorbij de Kruiskouterlos, hun huis is nr. 165 a en de tuin nr. 170 op de poppkaart.

IVb – De tak Joannes.

Joannes gedoopt op 5 september 1689 en overleden te Hekelgem op 3 december 1757. Joannes trouwde te Hekelgem met Elisabeth Suys op 19 januari 1712, dochter van Christianus Suys en Catharina Carnoy. Zij werd te Hekelgem gedoopt op 3 februari 1686 en overleed er op 27 januari 1751. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1- Joannes, gedoopt op 24 juli 1712.

2- Maria Catharina, gedoopt op 14 augustus 1714, aldaar overleden op 22 juni 1783. Zij huwde in 1741 met Petrus Verleysen, gedoopt te Hekelgem op 3 februari 1712 en aldaar overleden op 5 februari 1794, zoon van Petrus en Catharina De Valck.

3- Franciscus, gedoopt op 26 juli 1717.

4- Petrus, gedoopt op 24 februari 1720 en aldaar overleden in 1750.

5- Elisabeth, gedoopt op 7 november 1722, overleden in 1780, huwelijk met Thomas Everaert.

6- Judocus, volgt V.

7- Anna Maria, gedoopt op 13 juli 1727, overleden in 1808, huwelijk met Joannes De Mey

8- Maria Anna, gedoopt op 25 juni 1732, huwelijk met Joannes Meersman.

Joannes (Jan) kreeg als erfenis:

– Een hofstede met hop en land, groot 2 d 14 r, palend aan Franchois en juffrouw Longien en de Langestraat en belast met een grondcijns aan de abdij van 7 st 1 blank

– De helft van de hopstaken, nl. 1106 staken.

– De appelbomen.

– 43 r land op de Boekhoutberg, palend aan Franchois, belast met een cijns van 6 st 1 o aan de markiezin van Asse.

– Een som van 91 g 17 1/2  st van Franchois.

Joannes betaalde in 1721 en in 1747 23 g belastingen[4]. Hij was ook kerkmeester van 1748 tot 1752.

V – Judocus.

Gedoopt op 13 februari 1725 en aldaar overleden op 10 september 1785. Hij huwde een 1ste maal (ondertrouw te Hekelgem op 10 oktober) 1758 met Joanna Verleysen, gedoopt te Hekelgem op 6 oktober 1728, aldaar overleden op 9 februari 1763. Zij hadden 4 kinderen:

1- Elisabeth, gedoopt te Hekelgem op 11 juni 1759, aldaar overleden in 1809, huwelijk met Benedictus De Ridder.

2- Alexander, gedoopt te Hekelgem op 1 november 1760, aldaar overleden in 1760.

3- Joannes, gedoopt te Hekelgem op 1 november 1760, aldaar overleden in 1760.

4- Joannes Baptist, gedoopt op 18 september 1761, aldaar overleden in 1765.

Judocus hertrouwde te Hekelgem op 3 mei 1763 met Anna Maria Francisca Plas, gedoopt te Hekelgem op 15 oktober 1739, aldaar overleden op 22 januari 1803, dochter van Judocus en Catharina Verleysen. Zij kregen dispensatie voor 4de graads bloedverwantschap.

Zij hadden 9 kinderen.

5- Anna Catharina, gedoopt  op 19 april 1764.

6- Joanna Maria, gedoopt op 9 maart 1766, aldaar ovrleden op 5 april 1822, zij huwde te Hekelgem op 13 april 1793 met Egidius Wambacq, gedoopt te Hekelgem op 4 november 1766, aldaar overleden op 19 april 1836, zoon van Franciscus en Anna Maria Herremans. Zij hadden 5 kinderen te Hekelgem geboren:

1- Joannes Baptist, geboren op 3 september 1794, hij huwde te Hekelgem op    25 juli 1827 met Joanna Catharina Plas.

2- Isabella, geboren op 5 september 1796, zij huwde te Hekelgem op 26 mei 1827 met Petrus Verleysen, gedoopt te Hekelgem op 1 januari 1792, zoon van Petrus Joannes en Joanna Maria Van Vaerenbergh.

3- Joannes Benedictus, geboren op 6 mei 1798, overleden te Teralfene op 22 juli 1839, hij huwde te Teralfene op 16 april 1825 met Joanna De Mol.

4- Henricus, geboren op 22 maart 1800, hij huwde te Hekelgem op 11 juni 1830 met Maria Joanna Paulina Callebaut, geboren te Hekelgem op 12 juli 1797, dochter van Peeter en Anna Maria Van Ransbeeck.

5- Maria, geboren op 9 juli 1802, aldaaroverleden op 25 december 1834, zij huwde te Erembodegem op 23 november 1827 met Andreas Van Holsbeeck, geboren te Erembodegem op 31 januari 1802.

7- Isabella, gedoopt  op 3 oktober 1767, aldaar overleden in 1832.

8- Maria Francisca, gedoopt op 19 september 1769.

9- Joannes Baptist, gedoopt op 2 september 1771, aldaar overleden op 9 september 1840.

Hij trouwde met Maria De Schrijver te Hekelgem op 14 april 1812. Maria was te Hekelgem gedoopt op 11 juli 1781 en er overleden op 12 augustus 1818. Zij woonden in de Langestraat en hadden 2 kinderen te

Hekelgem geboren:

1- Joanna Maria, geboren op 11 februari 1802, overleden te Hekelgem in 1824

2- Petrus Joannes, geboren op 13 februari 1817, trouwde in 1844 met De Braekeleer Francisca.

Na de dood van Maria hertrouwde Joannes Baptist met Anna Maria Verhoeven. Hij bleef in de Langestraat wonen. Zij kregen 2 dochters, te Hekelgem geboren:

1- Joanna Catharina, geboren op 9 september 1819

2- Isabella, geboren op 22 maart 1821.

10- Anna Maria, gedoopt op 20 augustus 1773.

11- Petrus Joannes, gedoopt op 20 maart 1775.

Judocus was kerkmeester van 1760 tot 1767.

12- Benedictus, volgt VI.

13- Franciscus Josephus Joannes, gedoopt op 9 januari 1779, overleden in 1861. François huwde te Hekelgem op 20 mei 1812 met Elisabeth Van Geite, gedoopt te Hekelgem op 3 augustus 1784 en aldaar overleden op 10 november 1864. Zij was een dochter van Joannes Baptist en Isabella De Bisschop. Op 4 oktober 1836 stelde notaris Petrus Josephus Hamerijckx te Asse zijn testament op. Hij liet al zijn bezittingen na aan zijn vrouw Elisabeth. De meubele goederen behelsden de meubels, het akkerbouwalaam, de vruchten op struik, het zaad, stro, mest, het fruit van de bomen en de houtwas. Van de immeubele goederen kreeg ze het vruchtgebruik. Haar viel ook ten laste de schulden van zijn nalatenschap en de rente van een speciale hypotheek.

14- Judocus, gedoopt 18 maart 1786, nog hetzelfde jaar overleden.

Judocus was bedesetter in 1768.

VI – Benedictus.

Gedoopt te Hekelgem op 15 augustus 1776, aldaar overleden op 30 mei 1848. Hij huwde te Hekelgem op 28 april 1808 met Anna Catharina Van den Wijngaert, gedoopt te Hekelgem op 13 oktober 1781, aldaar overleden op 24 juni 1828, dochter van Michael en Catharina Van Nieuwenborgh.

Uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:

1- Joannes Baptist geboren op 16 juni 1808.

2- Joannes Baptist Victor, geboren op 21 april 1810.

3- Felix, volgt VIIa.

4- Joanna Maria, geboren op 9 december 1816, overleden op13 april 1824.

5- Petrus Joannes, volgt VIIb.

6- Maria Josepha, geboren op 18 februari 1825.

Na de dood van Anna Catharina hertrouwde Benedictus te Hekelgem op 6 september 1831 met Anna Maria Verleysen, geboren te Hekelgem op 28 juli 1797. Zij had een dochter, Lucia Verleysen, geboren op 11 april 1829. Anna Maria overleed op 13 februari 1834 en Benedictus trouwde voor de derde maal met Joanna Van der Poorten te Meldert. Zij was in 1794 geboren als dochter van Petrus en Maria Josepha Van den Berg. Zij overleed te Hekelgem op 19 april 1858.

Ca. 1860 woonden de kinderen van Benedictus in de Langestraat in nr. 165a rechtover de Mazitsstraat.

De Langestraat op de poppkaart. Aan het kruispunt Langestraat- Mazitsstraat-Kruiskouterlos met de Steense Meers: de kinderen Benedictus met het huis nr.165a en de tuin nr.170.

VIIa. – Felix.

Geboren te Hekelgem op 15 augustus 1813, aldaar overleden op 11 maart 1869. Hij trouwde te Hekelgem op 1 mei 1852 met Maria Josepha Valckeniers, geboren te Hekelgem op 30 oktober 1814, aldaar overleden op 27 november 1885, dochter van Anna Valckeniers. Zij sloten een huwelijkscontract bij notaris Joannes De Schaepdryver te Nieuwerkerken op 29/04/1852.

Uit dit huwelijk te Hekelgem geboren

1- Constantia, geboren op 26 maart 1853 en aldaar overleden op 17 juni 1916. Zij huwde te Hekelgem op 19 maart 1879 met Benedictus Clocheret, geboren te Hekelgem op 3 november 1844 en aldaar overleden op 18 juni 1916, zoon van Carolus en Sophia Verleysen. Zij sloten een huwelijkscontract bij notaris Boone te Aalst op 15/03/1879. Zij hadden 6 kinderen te Hekelgem geboren:

1- Maria Catharina, geboren op 21 juni 1880

2- Sophia Clementia, geboren op 14 februari 1882

3- Leopold Theophiel, geboren op 28 december 1885

4- Maria hortensia, geboren op 20 april 1888, overleden op 24 februari 1891

5- Jan Baptist, geboren op 14 oktober 1891

6- Frans Eugeen, geboren op 2 september 1894.

2- Joanna Catharina, geboren op 7 februari 1855, overleden te Hekelgem op 7 augustus 1883. Zij huwde te Hekelgem op 20 december 1882 met Petrus Emmanuel Verleysen, geboren te Hekelgem op 26 juni 1859. Zij sloten een huwelijkscontract bij notaris Delwart te Assche op 12/12/1882. Zij hadden een dochter, Constantia, te Hekelgem geboren op 1 augustus 1883.

VIIb – Petrus Joannes.

Geboren op 25 oktober 1819 en te Hekelgem overleden op 27 januari 1879. Hij trouwde op 10 oktober 1855 met Lucia Van Holsbeeck, te Hekelgem geboren op 17 september 1828, dochter van Andreas en Maria Wambacq. Zij hadden 5 kinderen te Hekelgem geboren:

1- Clementia, geboren op 25 februari 1860.

2- Joanna Maria, geboren op 28 februari 1862.

3- Gustaaf, geboren op 18 juli 1864 en overleden te Hekelgem op 11 augustus 1877.

4- Maria Josephina, geboren op 3 september 1868 en te Hekelgem overleden op 14 januari 1891.

5- Jan Baptist, volgt VIII.

VIII – Jan Baptist.

Geboren op 5 juni 1871. Hij trouwde te Hekelgem op 10 augsutus 1898 met Maria Christina Droeshoudt, geboren te Essene als dochter van Franciscus Ferdinand en Rosalia Verbeeren. Zij hadden 3 kinderen te Hekelgem geboren:

1- Frans, geboren op 22 november 1898.

2- NN, geboren op 28 november 1899 en nog dezelfde dag te Hekelgem overleden.

3- Rosalia, geboren op 30 oktober 1900.

Besluit.

Opvallend in deze geschiedenis van de familie Vonck is het hoge aantal kinderen dat stierf voor dat ze de volwassen leeftijd bereikten. Bij Petrus (III) stieven 4 van zijn 11 kinderen, bij Joannes (V) 5 van de 11, bij Petrus (VIa) 5, bij Bernardus 3 van de 5 en bij Judocus (V)4 van de 14. Een kind baren hield voor vrouwen een groot risico in. Catharina Van Wies stierf na de geboorte van haar eerste kind, Anna Catharina Haegeman na de geboorte van haar 2de kind. Opvallend is ook de verdeling in kleinere percelen van de akkers om bij de verkaveling ieder kind een deel van de erfenis te kunnen geven. Tenslotte is het ook opvallend dat meerdere leden van de familie kerkmeesters waren in Hekelgem, ook al woonden ze ver van het dorpscentrum.


[1] E. SCHOON, De dorpsfinanciën van Hekelgem in de 18de eeuw, dl V, 5.

[2] E. SCHOON, De dorpsfinanciën van Hekelgem in de 18de eeuw, dl II, 103

[3] IBIDEM.

[4] Rol belastingen schepengriffie Brussel.

De familie Clauwaert te Hekelgem.

De naam Clauwaert komt van de klauwaard, de Vlaamsgezinde, naar de klauwende leeuw in het wapen van Vlaanderen[1]. Tijdens het geschil tussen het Gentse gewone volk en de rijke Franstaligen uit Brugge, rukten de Gentenaars op met een zwarte vlag met drie witte leeuwenklauwen. Zij werden de Clauwaerts genoemd. Grote concentraties van de familie Clauwaert vindt men rond Gent, rond Aalst en in de omgeving van de abdij Affligem.

I- PETRUS.

De oudste Clauwaert in Hekelgem is Petrus, waarschijnlijk geboren te Hekelgem ca 1535. Hij was buitenpoorter van Aalst.

Hij had drie kinderen te Hekelgem gedoopt:

1.Petrus, volgt II.

2. Maria, geboren ca 1580, getrouwd met Gaspar Verberen, overleden te Hekelgem op 28 september 1624.

3. Margaretha, geboren ca 1580, getrouwd ca 1600 te Hekelgem met Nicolaus Camby, overleden op 14 december 1622.

II- PETRUS.

Petrus werd te Hekelgem gedoopt omstreeks 1565 en overleed er op 23 oktober 1637. Hij huwde met Elisabeth Ophalvens, gedoopt te Hekelgem in 1570.

Uit dit huwelijk:

1. Maria, geboren voor 1600, trouwde op 17 juli 1612 met Nicolaus Mattens die te Hekelgem overleed op 18 november 1637. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Judoca, gedoopt op 27 mei 1613.

2. Petrus, gedoopt op 24 februari 1615, overleden te Hekelgem in 1673. Hij trouwde eerst met Joanna Verleysen en een tweede maal met Judoca Versinck.

3. Barbara, gedoopt op 20 april 1617.

4. Judocus, gedoopt op 16 april 1620, huwelijk met Anna De Leeuw.

5. Michael, gedoopt op 8 november 1622.

6. Elisabeth, gedoopt op 12 november 1628.

7. Guilielma, gedoopt op 9 juli 1634.

2. Joanna, gedooptvoor 1600, getrouwd te Hekelgem op 18 juni 1628 met Joannes Van Boven. Zij hadden 5 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Elisabeth, gedoopt op 22 april 1629.

2. Antonius, gedoopt op 22 februari 1632.

3. Nicolaus, gedoopt op 19mei 1634.

4. Joannes, gedoopt op 23 november 1636.

5. Joanna, gedoopt op 28 augustus 1639.

3.Petrus, volgt IIIa.

4. Arnoldus, volgt IIIb.

De naam Petrus Clauwaert komt voor in de kerkrekeningen van Hekelgem, 1589/90 en 1596.

– 1589: pag 6: “item ghegeven Pieter Clauwaert den ioenghen over een halffen daech Sinte Machiels coer te meyesten als de meyesters daer waeren”

– 1596: pag 3: “ontfang van Pieter Clauwaert voor het fruit van het kerkhof over’t jaer sesenneghentigh”. De eerste vermelding slaat zeker op deze Petrus daar er slechts twee in Hekelgem waren op dat ogenblik en de benaming “de jongere” slechts gebruikt wordt als de oudere nog in leven is. Bij de laatste vermelding bestaat geen zekerheid of het hier over deze Pieter gaat of over zijn vader[2].

– 1597: Petrus koopt nog eens het fruit van het kerkhof voor 4 g 6 st.

– 1603: aen Peeter Clauwaert die verschoten hadde XVIII stuivers aende officieren die gevangen hadden eene creupelen waele daer op dat suspicie genomen was dat hy soude hantdadich geweest hebben int berooven van de kercke dwelck so niet en is gebleecken en also de gevangenen persoon laten lossen. Daer vooren vanwegen de kerckmeesters es beaelt XVIII stuivers.

– 1607: Peter koopt het hout van den Vrijlaet.

– 1626: Hij koopt het fruit van het kerkhof.

IIIa- PETRUS.

Petrus werd gedoopt in 1605 en overleed in 1655. Hij huwde een 1ste maal te Hekelgem op 22 oktober 1631 met Elisabeth Van Neervelt. Elisabeth overleedte Hekelgem op 16 augustus 1642. Zij hadden 4 kinderen te Hekelgem gedoopt:

Uit het eerste huwelijk:

1. Catharina, gedoopt op 1 augustus 1632 en overleden op 27 maart 1670. Zij trouwde met Joannes Verleysen op 25 oktober 1653.

1. Petrus, gedoopt op 11 oktober 1654, huwelijk met Elisabeth Van Ghete.

2. Franciscus, gedoopt op 12 juli 1657.

3. Elisabeth, gedoopt op 11 april 1660. Zij trouwde met Joannes Eeman.

4. Martinus, gedoopt op 11 juli 1666.

Na de dood van Joannes hertrouwde Catharina met Judocus De Wolf te Hekelgem op 2 mei 1667. Uit dit huwelijk werd Joannes geboren. Hij werd te Hekelgem gedoopt op 28 april 1669.

2. Judocus, gedoopt op 20 februari 1635.

3. Anna, gedoopt op 29 mei 1638, overleden te Hekelgem op 22 maart 1691, trouwde te Hekelgem op 5 mei 1672 met Petrus De Boetselier in 1660. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Guilielmus, gedoopt op 27 augustus 1660.

2. Andreas, gedoopt op 1 augustus 1663, huwde met Anna Robijns, overleden in 1731.

3. Martinus, gedoopt op 2 mei 1666.

4. Judoca, gedoopt op 20 juni 1669.

5. Elisabeth, gedoopt op 11 oktober 1671.

4. Paschasia, gedoopt op 14 januari 1641.

Na de dood van Elisabeth Van Neervelt hertrouwde Petrus te Hekelgem op 16 augustus 1642 met Joanna Verleysen, te Hekelgem gedoopt op 2 oktober 1616 en er overleden op 26 november 1667. De kinderen uit het tweede huwelijk te Hekelgem gedoopt:

5. Joanna, gedoopt op 2 augustus 1643 en overleden in 1667. Zij trouwde met Lucas Crick.

6. Judoca, gedoopt op 13 mei 1649.

7. Margareta, gedoopt op 10 november 1653, overleden in 1727. Zij trouwde met Franciscus Robijns te Hekelgem op 23 september 1679, gedoopt te Hekelgem op 22 januari 1653 en er overleden op 18 augustus 1698. Zij huwde een 2de maal te Hekelgem op 19 december 1700 met Egidius Wambacq, gedoopt te Essene op 1 september 1671 en overleden te Hekelgem op 27 juli 1721, zoon van Martinus en Anna Vranckx.

IIIb- ARNOLDUS.

Arnoldus, gedoopt te Hekelgem op 21 mei 1606 en aldaar overleden op 7 september 1632. Hij huwde te Hekelgem op 25 juni 1627 met Margareta De Greve, gedoopt te Hekelgem op 8 oktober 1605, dochter van Michaël en Catharina Quaribbe.

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt::

1. Petrus, volgt IV.

2. Maria, gedoopt op 30 juni 1630, zij huwde met Joos Berlange.

3. Michael, gedoopt op 23 februari 1632.

Arnold was koster en onderwijzer vanaf 1627. Hij volgde in die functie zijn schoonvader Machiel De Greve op. De koster behoorde toen tot de geestelijke stand. Hij ontving een speciale wijding en droeg de tonsuur. Bij het ontvangen van de kruinschering kreeg hij van de bisschop bewijsbrieven en daarmee kon hij in dienst treden. De provinciale synode van Mechelen legde de taken van de koster vast: tijdens de week de mis dienen, op zon- en feestdagen hoogmis en vespers zingen, de pastoor assisteren bij doopsels en begrafenissen, zorgen voor de kerkgewaden, de kerk openen en sluiten, ze proper houden, driemaal per dag het angelus kleppen, op zon- en feestdagen luiden voor de mis en bij het toedienen van de laatste sacramenten de priester voorafgaan met bel en licht. Hij diende ook “het licht te luiden”, dit verwijst naar een gewoonte die tot de jaren vijftig van de 19de eeuw doorliep: ‘s morgens en ‘s avonds werden de klokken geluid om het begin en het einde van de arbeidsdag aan te kondigen. Bij de uitoefening van zijn dienst diende hij een superplie te dragen. De koster was niet tot het celibaat verplicht maar eens gewijd was het hem verboden om na de dood van zijn vrouw een tweede huwelijk aan te gaan, tenzij met dispensatie van de bisschop. De inkomsten van de koster waren gering en daarom kreeg hij een vrijstelling van belasting ter waarde van 10 st. en uit de armenrekening een supplement van 25 g. Hij had ook het recht met Pasen in het dorp eieren rond te halen. Tijdens de oogst mocht hij ook enkele schoven per gezin ophalen. Voor zijn lessen betaalden de bemiddelden 1 stuiver per jaar per kind. Daar hij niet over een eigen woning beschikte, gaf hij les in de kerk. De gemeenschap vroeg toelating om 2 of 3 bomen van de armendis te mogen gebruiken om zijn huis te herstellen[3].

De kerkrekening van 1620 vermeldt dat Aert Clauwaert het gras van het kerkhof gratis krijgt als vergoeding om het morgen- en avondlicht te luiden en als tegemoetkoming voor t cleyn proffyt der costerije.

IV- PETRUS.

Petrus werd gedoopt op 5 maart 1628 en overleed te Hekelgem op 22 januari 1677 op 48-jarige leeftijd. Hij had zijn ondertrouw te Meldert op 19 december 1654 en trouwde op 23 januari 1655 te Meldert met Catharina Robijns, gedoopt te Meldert op 4 april 1632, overleden te Hekelgem op 14 december 1666. Kinderen uit het huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Petrus, volgt Va.

2. Franciscus, gedoopt op 21 december 1655.

3. Maria, gedoopt op 4 april 1657, zij huwde een 1ste maal te Hekelgem op 25 april 1677 met Judocus Berlange, gedoopt te Hekelgem op 4 april 1657 en aldaar overleden op 25 november 1679. Zij huwde een 2de maal te Hekelgem op 28 februari 1680 met Joannes Blondeel, gedoopt te Hekelgem in 1655 en aldaar overleden op 28 augustus 1681.

4. Michael, gedoopt 10 juni 1660, volgt Vb

Petrus huwde een 2de maal te Meldert op 25 mei 1667 met Elisabeth De Visch gedoopt te Meldert in  1645 en overleden na 1679. Kinderen uit dit 2de huwelijk te Hekelgem gedoopt:

5. Joannes, gedoopt op  12 april 1669, trouwde te Meldert met Gertrudis Verdoodt. Werd de tak Meldert.

6. Catharina, gedoopt op 3 oktober 1670.

7. Franciscus, gedoopt op 19 februari 1673.

8. Guillelmus, gedoopt op 24 februari 1675.

9. Elisabeth, gedoopt op 2 maart 1677, overleden te Meldert op 25 december 1737.

Na de dood van Catharina zorgde Petrus voor de toekomst van zijn kinderen.

– Op 19 februari 1663 verkreeg Peter een lening van Joannes Bernaerts, priester ende pastoir der prochie van Hekelghem met een rente van 6 g. F. Wambacq van de schepenbank van de abdij stelde de akte op.

– Op 9 maart 1671 kocht hij een kleine hofstede voor zijn kinderen die hij had met Catharina Robijns. De hofstede was gelegen te Meldert aan de Nieveldries. Meier Michiel Wambacq stelde de akte op.

– Op 21 mei 1674 kregen de kinderen van Peter en Catharina een erfelijke rente van 8 g, een erfenis van hun moeder. Die rente was bepand op een behuisde hofstede te Essene, gelegen aan de Grote Domentse Dries en 1 d land gelegen op het Domentveld. Schepen Jan Van langenhove van de schepenbank van de abdij stelde de akte op. Philips Van Gete, Niclaes Robijns, Gillis De Bailliu en Peter Geerstman tekenden.

– Op 16 december 1776 was Joos Van den Driessche nog 28 g schuldig aan de kinderen van Catharina en Petrus. Dat was een restant van een vroegere lening met een rente van 3 g. Als pand had hij een hofstede met huis gegeven, gelegen te Nievel en palend aan De Vuijlbuijck. Het pand was belast met een grondcijns aan de abdij. Op 21 oktober 1721 werd de lening afbetaald.

– Op 6 maart 1679 kocht Elisabeth, dan al weduwe, 1 d elsbroek van Peter Schoon. Het perceel paalde aan goederen van de abdij en aan Merten Robijns. Schepen Jan Van Langenhove van de abdij stelde de akte op. De schepenen Gillis De Bailly, Adrien Van Nuffel, Peter Geerstman, Jan Van Seebroeck en Jan Kieckens ondertekenden de akte.

Uit de verdeling van de erfenis van Petrus en Catharina (Cathelijne) Robijns op 22 februari 1680 blijkt dat ze welvarend waren.

Maria erfde:

– een meers met bomen van 82 r, gelegen te Bleregem en palend aan de erfgenamen van wijlen den heere secretaris Steenwinckel en belast met een cijns aan de abdij van 15 st.

– 1 d 4 r land gelegen op het Domentveld te Essene, palend aan de erfgenamen Melchior Carnoy en Joos Van den Houter.

– een erfelijke rente van 6 g ten laste van Geert Lambrechts van een lening van 96 g.

– een bijdrage van 23 g 1st. van haar broer Michaël.

Michaël (Michiel) erfde:

– een hofstede met huis te Bleregem, palend aan de straat, de Molenkouter en de hofstede van Michiel Mertens.

– de ½ van 3 d 15 r broek met schaarhout en boompjes te Asbeek, Den Rottincam genoemd, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en de voetweg.

– de ½ van 2 d 32 r land te Asbeek, Den Geestcauter  genoemd, palend aan Jan Van Boven en de jezuïeten.

– een perceel van 1 d 91 r op Den Rottincam, palend aan Jan De Coster, Thomas Verbeken, Cornelis De Backer en Peter De Smet.

– 94 r land op Den Cleijnen Esschenen Elst, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en den heere fiscael Coloma.

– een weide van 2 28 r te Hekelgem palend aan Gillis De Schrijver, Adriaan Van Nieuwenhove en de Nieuwstraat. Het was belast met een grondcijns aan de abdij.

– Michiel moest aan zijn broer Franchois 278 g 2 st 1 bl.

De erfenis van Petrus:

-1 d 18 r land met hout op het Schepersveld te Hekelgem, palend aan Andries Segers, Michiel Van de Putte en de straat.

– een hopveld van 35 r op Nievel te Meldert, palend aan de Molenkouter, de Nieveldries en de hofstede van Jan Segers.

– rente van 8 g ten laste van Jacques Vermatten voortkomend van een lening van 128 g.

– een rente van 6 g ten laste van Michiel Mertens, voortkomend van een lening van 96 g.

– een rente van 3 g ten laste van Joos Van den Driessche.

– een bijdrage van Michiel (Michaël) van 45 g.

Va- PETRUS.

Petrus, gedoopt te Hekelgem omstreeks 1655, en aldaar overleden op 11 september 1723. Hij huwde te Hekelgem op 14 mei 1689 met Joanna Cornelis, gedoopt te Hekelgem in  1665 en aldaar overleden op 27 september 1722. Zij woonden nabij de abdij.

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Anna Francisca, gedoopt op 21 januari 1690 en begraven te Hekelgem op 23 mei 1762. Zij huwde te Hekelgem op 23 februari 1720 met Egidius De Kegel, gedoopt te Hekelgem op 8 april 1674, begraven aldaar op 1 maart 1731, zoon van Judocus De Kegel en Joanna Van den  Bruel.

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Anna Maria, gedoopt op 15 december 1720, aldaar overleden op 10 mei 1754.

2. Joanna Catharina, gedoopt op 30 november 1722, aldaar overleden op 21 juni 1796. Zij trouwde te Hekelgem op 15 mei 1747 met Josephus Cornelis Van Lierde, gedoopt te Hekelgem op 12 mei 1720, begraven aldaar op 1 februari 1785, zoon van Cornelis en Anna Segers.

3. Josephus, gedoopt op 5 februari 1725

4. Francisca Petronella, gedoopt op 20 oktober 1727, overleden te Hekelgem in 1798. Zij schonk op 19 april 1781 een boerderij op Boekhout aan haar neef Joannes Franciscus Van Lierde. De akte werd verleden bij notaris Jacobus De Smedt te Asse. Deze boerderij had zij op haar beurt geërfd van haar ouders op 17 november 1762 volgens de akte verleden bij notaris M. Van Itterbeke te Asse.

5. Petrus Joannes Baptist, gedoopt op 20 februari 1730, overleden te Hekelgem in 1777.

Op 4 april 1740 kocht Anna, dan al weduwe, een weide van 88 r te Bleregem voor 208 g van de kinderen Guillam Berlange.

2. Petrus Josephus, gedoopt op 20 april 1693, volgt VIa

3. Franciscus, gedoopt op 21 augustus 1696 volgt VIb.

4. Joannes Baptist, volgt VIc.

5. Joanna Catharina, gedoopt op 6 december 1700, overleden op 14 maart 1736, trouwde met Peter Droeshout te Hekelgem op 25 juli 1720. Hij werd te Hekelgem gedoopt op 8 augustus 1689 en overleed aldaar op 11 december 1769.  Zij hadden 8 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Joanna Maria, gedoopt op 14 november 1721, overleden te Hekelgem in 1812.

2. Petrus, gedoopt op 31 januari 1723.

3. Joannes Baptist, gedoopt op 14 oktober 1724, overleden te Hekelgem in 1771.

4. Anna Maria, gedoopt op 20 december 1726, overleden te Hekelgem in 1784. Zij trouwde met Joannes Bellemans.

5. Michaël Benedictus, gedoopt op 25 juli 1727.

6. Barbara, gedoopt op 19 juli 1732.

7. Petronella, gedoopt op 6 januari 1734, overleden te Hekelgem in 1794. Zij trouwde met Ferdinand Meert.

8. Michaël, gedoopt op 26 februari 1736, overleden te Hekelgem in 1806. Hij trouwde met Elisabeth Verelst.

Op 19 oktober 1723 erfde Joanna Catharina van haar ouders:

de helft van 3 d 15 r broek te Asbeek op de Rottingcam palend aan hendrik De Bailliu, Franchois van Linthout, de heere fiscael Coloma en de voetweg.

– de helft van 3 d 32 r land op de Geestkouter te Asbeek, palend aan Joannes Van Bever, de erfgenamen van advocaat Horenbeke, Louis Van Handenhove en de jezuïeten.

– 93 r land op de Montil te Essene, palend aan Adriaan Van Linthout en de Dokkenstraat. Op 14 januari 1727 verkochten Joanna Catharina en haar man Peter Droeshout dit perceel aan Livinus Dauman en Peternilla De Nil voor 312 g 13 st 1 bl. Notaris Crick stelde de akte op.

– 3 d 60 r land op de Hoge Paal te Hekelgem, palend aan de Oude Heerbaan, de voetweg van Bleregem naar de kerk van Hekelgem en de erfgenamen Franchois Robijns.

– van Franchois Clauwaert 230 g 12 st.

– van Peter Clauwaert 5 g 12 st 1 bl.

6. Michaël, gedoopt op 21 mei 1703, overleden te Brussel op 20 januari 1748. Hij huwde te Brussel op 28 november 1738 met Margarita Nicolai. Op 29 mei 1743 ging hij een lening aan van 200 g met een rente van 10 g (5%) bij griffier Jacobus De Witte en zijn vrouw Joanna Maria Clauwaert. Als pand gaf hij een weide van 2 d 28 r palend aan de Nieuwstraat. Op 18 augustus 1775 was de lening volledig terugbetaald.

Michiel erfde van zijn ouders:

-De helft van 3 d 15 r broek op de Rottincam te Asbeek, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en de heere fiscael Coloma en de voetweg.

– de helft van 2 d 32 r land op de Geestkouter te Asbeek, palend aan Jan Van Bever, de erfgenamen van advocaat Louis Van Handenhove en Guillam Bastaert.

– 1 d 91 r land op de Rottincam, palend aan Jan De coster, Thomas Verbeken.

– een perceel op de Cleijnen Esschenen Elst, 94 r, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en Coloma.

– een weide gelegen te Hekelgem van 2 d 28 r, palend aan de Nieuwstraat en Franchois Resteau.

In 1687 was Petrus / Peter paardenknecht in de abdij. In 1687 kwam hij in moeilijkheden na een klacht van de pastoor Adolf Droesbeeck van Erembodegem bij de aartsbisschop A. de Berghes tegen de knechten van de abdij. Volgens hem hadden zij zich onbetamelijk gedragen na de processie van O.-L.-Vrouw Hemelvaart in de herberg De Drie Koningen. Als gevolg van de aanklacht ondervroeg proost Vedastus Van Nuffel, bijgestaan door notaris Jan De Witte van Meldert al het mannelijk dienstpersoneel van de abdij. Dat waren er 23 waarvan de meesten nog vrij jong waren. Enkele oudere knechten waren misschien niet meer actief maar mochten in de abdij van kost en inwoning genieten. De aanklacht luidde dat ze in De Drie Koningen bij de speelman waren geweest en daar hadden gedanst, gesprongen, gekust ende geleckt. Ook de waard en de waardin, nl. Guillam Cornelis, die niet kon schrijven, en Elisabeth Robijns, werden gedagvaard. Proost Vedastus dagvaardde 23 knechten en onder hen de paardenknecht Peter Clauwaert, een wagenmaker, een kuiper, een schoenmaker, een smid, een hovenier, een mulder, een kok en een schommelcock (een occassionele kok), een kleermaker, een portier en een organist. Peter Clauwaert verklaarde dat hij op 15 augustus mis had gehoord, gebiecht en gecommuniceerd, nadien aanwezig was in de vespers en bij de preek. Hij had deelgenomen aan de processie en was daarna met enige eerelycke jonkmans naar De Drij Coninghen gegaan bij zijn oom en moye (tante) Elisabeth. Zij was de zus van zijn moeder waar hij na de dood van zijn moeder was opgegroeid. Hij was er ongeveer anderhalf uur gebleven, doch niet bij de speelman, die hij wel had gehoord in een andere kamer. Daar waren nog 18 a 19 jonkmans en enige dochters, onder wie de zusters van de pastoor van Erembodegem, vergezeld van de pastorieknecht. Peter Clauwaert was bereid zijn verklaring met een eed te bekrachtigen. Bij het ontvangen van de dagvaarding antwoordde de waardin, Elisabeth Robijns, aan de pedel dat zij zich niet bekommerde om dergelijke zaken en er met de proost, die haar verwant was, over gesproken had. Zij diende 5 st. of zo iets aan de pedel te betalen en de anderen werden door de tussenkomst van de proost niet verontrust[4].

Vanaf 1688 werd Peter in de kerkrekeningen vermeld als pachter van kerkgoederen en nog in dat jaar leverde hij aan koster Andries Segers een koe die hij zelf bereidde voor het dodenmaal van de broer van Andries. In 1696 was hij kerkmeester samen met zijn broer Michiel. Na de dood van Elisabeth Robijns verwierf hij de afspanning De Drij koningen. In de kerkrekeningen vinden we de volgende vermeldingen:

– In 1693 en 1696: betaald aan Peter 3 g voor het vertier in zijn huis voor het winnen van eenen silveren keeghel.

– 1697 en 1700: betaald aan Peter 9 g 3 st voor het vertier van de kerkmeesters na het omhalen van de kerkhop en het winnen van  eenen silveren voghel ende eenen keeghel.

Hij en Joanna waren welstellende mensen. Hij was ook een grote boer die niet minder dan 35 d 65 r gronden huurde[5]. Derhalve was hij een belangrijke figuur in de gemeente. Van 1711 tot 1723 ondertekende hij als schepen van de schepenbank van Asse meerdere documenten en ook de rekeningen van de parochie. Zij konden ook nog land bijkopen.

– Op 22 februari 1712 kochten Peeter (Petrus) en Joanna Cornelis 117 r elsbroek te Bleregem voor 200 g. De verkoper was Laureijs De Greve. Het elsbroek paalde aan Francis Robijns, Hendrik De Kegel en Michiel Clauwaert. De grondcijns aan de abdij beliep 1 st. Meier Guilliam De Baetselier van de Affligemse schepenbank stelde de akte op. De schepenen Peter Van Langenhove, Michiel Clauwaert en Andries De Witte ondertekenden de akte.

– 8 juli 1720: Peter en Joanna kopen 1 d land te Hekelgem op de Hoge Paal van Jaspar De Keijser en Anna Theresia De Maeseneer. Het goed paalde aan de voetweg naar de kerk en aan Jan Meert. Het was belast met een grondcijns van 3 st aan de abdij. Notaris Crick stelde de akte op.

– Na de dood van (Egidius) Gillis kocht Anna Francisca op 4 april 1740 nog een weide van 80 r voor 208 g van Guilliam Berlange. De weide lag op Bleregem en paalde aan advocaat ’t Kint en was belast met een grondcijns van 16 st aan de abdij. Meier Martinus Linthout van de abdij stelde de akte op en de schepenen Judocus Godefroij, Hendrik De Voghel, Jan De Vis en Jan Meert ondertekenden de akte.

– Op 24 januari 1743 gaf Anna Francisca een lening van 200 g aan Catharina Mannaert uit Meldert, de weduwe van Peeter Goetvinck. De rente bedroeg 5%. Indien Catharina de rente binnen de drie maanden na de vervaldag betaalde kreeg ze een korting van 2 g. Als onderpand gaf ze een hofstede met huis van 1 d aan de Domentstraat te Meldert en 59 r bos in Den Oensbosch te Meldert gelegen. Op 30 oktober 1745 werd de lening terugbetaald.

– Op 29 november 1750 kocht Josephus Van Lierde, de schoonzoon van Anna Francisca, voor haar 98 r land op de Morette te Hekelgem. De verkopers waren de kinderen van wijlen Jan Everaert. Het land paalde aan de steenweg, aan een eigen perceel, Carel Everaert en de voetweg. Het was belast met een grondcijns aan de abdij.

VIa- PETRUS JOSEPHUS, de tak Petrus Josephus – Joanna Maria Bastien.

Petrus Josephus, te Hekelgem gedoopt op 20 april 1693 overleed aldaar op 12 april 1785. Hij huwde een 1ste maal te Hekelgem in 1724 met Maria Cooremans, gedoopt te Hekelgem in 1695 en aldaar overleden op 20 juni 1727. Petrus Josephus hertrouwde te Liedekerke op 18 april 1728 met Joanna Maria Bastien, gedoopt te Liedekerke in 1702, overleden te Hekelgem op 2 januari 1785.

Kinderen uit het eerste huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1.Joanna Catharina, gedoopt op 18 april 1725, overleden te Hekelgem in 1808.

2. Joannes Franciscus, gedoopt op 18 april 1725, overleden te Hekelgem in 1782.

Kinderen uit het tweede huwelijk met Joanna Maria Bastien te Hekelgem gedoopt:

3. Michaël, gedoopt op 21 december 1728, overleden te Hekelgem vóór 1734.

4. Anna Maria, gedoopt op 11 januari 1730, overleden te Hekelgem in 1802.

5. Petrus, gedoopt op 13 maart 1732, overleden te Hekelgem in 1754.

6. Michaël, volgt VIIa.

7. Benedictus, gedoopt op 15 juli 1735, te Hekelgem overleden in 1800.

8. Joannes Baptist, gedoopt op 4 oktober 1736, zie verder “Dramatisch ongeval”.

9. Petrus Franciscus, gedoopt op 13 april 1738.

10. Ferdinand, gedoopt op 11 februari 1740.

11. Jacobus, volgt VIIb.

12. Judocus, gedoopt op 20 maart 1744, overleden te Hekelgem in 1817.

Petrus Josephus erfde van zijn ouders:

– een broek van 1 d 4 r te Asse, palend aan de Droge Weide, Carel Rogiers, het klooster van Jericho en Jan Leemans.

– 2 d 70 r land te Asbeek, ook op de Droge Weide gelegen en palend aan de beek.

– 1 d 16 r land genoemd Den Quaden Meersch, palend aan de beek en Jan Leemans.

– 1 d 15 r broek en bos te Bleregem, palend aan Jan Baptist Robijns, Arnout De Vis en de erfgenamen Michiel Clauwaert.

– 1 d 1r land op de Kluiskouter, palend aan Philips Robijns, Michiel Crick, Gillis Lenssens en de abdij.

– 1 d 20 r land op Het Schepersveld, palend aan Cornelis Van Lier, Aernout Van Droogenbroeck en de straat.

– Een hofstede met huis en land, groot 2 d 15 r op Boekhout, palend aan de steenweg en de hofstede van Geeraert Van Den Biesen. De hofstede was belast met 5 g 12 st 1 bl grondcijns aan de abdij.

– Elke erfgenaam van Petrus en Joanna Cornelis moest elk jaar 1 pattacon geven aan zuster Bernardine van het gasthuis te Asse en 1 pattacon aan Jan Baptist Clauwaert, religieus van Bogaarden te Brussel.

Petrus / Peter was collecteur van Hekelgem van 1756 tot 1769 en bedesetter 1722 tot 1732. In 1758 betaalde hij als welstellende boer voor de 20ste penning 25 g 9 st 1 o voor 7 b 58 r land, een woning en een nerick of commerschap (brouwerij en taverne).

De handtekeningen van Jan Baptist ’t Sas, M. Van der Schueren, Michiel Bellemans en Peeter Clauwaert onder de rekening van 1733.

Peter was in staat om zijn bedrijf uit te breiden.

– Op 1 maart 1728 kocht Peter (Petrus) voor 167 g een onbehuisde hofstede op Boekhout, palend aan de steenweg, de weduwe Philips Verleysen, Carel Stevens. De hofstede was belast met een cijns van 3 st aan de abdij en 30 st aan de kerk van Hekelgem.

– Op 17 december 1736 stond hij een lening van 200 g toe aan Gillis Van Nieuwenhove met een rente van 20 g. Als onderpand gaf Gillis zijn woning met hof en hopveld, groot 59 r en palend aan de Mazitsstraat, Barbara Gole en Francis Verleysen. Het goed was belast met een cijns aan de Kerk van Hekelgem van 12 st.

– Op 9 oktober 1747 aankoop door Peter en Joanna Maria Bastien van een hofstede van 2 d aan de steenweg te Hekelgem voor 2040 g en 20 g voor hopstaken. Het goed paalde aan de erfgenamen Lieven Daens, Peter De Keghel, Geeeraert Van den Biesen en Andries Van Ghete. De verkopers waren Jan Droeshout en zijn vrouw Joanna Van Rampelbergh uit Erembodegem. De verkopers mochten nog het loof en de klaveren weghalen. De hofstede was belast met een cijns aan de abdij en een cijns van 16 st aan de Kerk van Hekelgem. Er rustte nog een lening op van 600 g, een bedrag dat de kopers in mindering mochten brengen. Griffier Jacobus De Witte stelde de akte op als vervanger voor meier Hendrik ’t Sas. De schepenen Jan Meert en Louis Van den Bossche ondertekenden de akte.

Volgens de gemeentetelling van 27 december 1754 bestond het gezin van Peeter Clauwaert, herbergier en brouwer-pachter met sijne huijsvrouwe met seven kinderen, 1 van 28 jaer, 1 van 23 jaer, 1 van 20 jaer, 1 van 17 jaer, 1 van 15 jaer, 1 van 11 jaer, 1 van 10 jaer. Hij had een herberg waar de bedesetters regelmatig vergaderden, net zoals die dat ook deden in het Bourgoins Cruijs bij de familie Roseleth en later in De Kaaszak bij Zacharias De Wever. Voor het vertier ontving hij een vergoeding. Een selectie uit de rekeningen van de bedesetters:

– 3 juli 1753: vergadering over de vergoeding van de drossaard.

– In 1754 vergaderden de bedesetters meermaals over het aandeel van Hekelgem in een verloren proces tegen enkele meierijen.

– 30 augustus 1755: beraadslaging over de betaling van een deurwaarder.

– 8 maart 1758: betaling van 8 g voor het vertier van de gildebroeders van Meldert tijdens de kermis van Hekelgem.

– Op 25 december 1767 maakten de bedesetters een lijst op van de korporaals van de wacht. Zij verteerden voor 2 g.

– Op 25 januari 1768 vergaderden ze over de 20ste penning en verteerden voor 4 g.

Als een van de grote boeren van Hekelgem behoorde hij tot de selecte groep die voor de overheid bepaalde opdrachten moest uitvoeren. Op 17 mei 1744 waren Franse troepen Vlaanderen binnengedrongen en verdreven de Hollanders uit de Barrièresteden. Op 23 november zochten Hollandse ruiters  logement in Hekelgem. Peter moest 6 ruiters met een kwartiermeester-generaal onderdak bieden. Ze hadden ook 16 paarden bij. Nadien volgden nog verplichte leveringen:

– Op 30 januari 1743 ontving hij van de rendant van de parochie 11 g 8 st voor de levering van een wagen bespannen met 4 paarden voor het transport van bagage van sijne Majesteijt van Brussel naar Tibies (Tubize?). Dat was ook nog eens het geval op 19 december 1743.

– Voor de levering van een koe aan het Franse leger ontving hij in 1747 40 g.

– In 1748 leverde hij voor 9 g 16 st 2 o hooi aan de geallieerden.

– Op 8 januari 1748 ontving hij 60 g 12 st 2 o voor hooi, stro, eetwaren en vervoer gedaan in 1745.

– Voor logementen in 1749 ontving hij 11 g 11 st en 183 g volghens den voorschreven leest ende ordonnantie.

 – Voor de levering van 50 bussels hooi op 10 oktober 1745 en nog eens 7 bussels op 10 december 1745 aan de geallieerden betaalde collecteur Andries Daens 9 g 15 st.

– Op 2 mei 1758 voerde Peter in opdracht van de bedesetters van Hekelgem enkele gevangenen naar Brussel. Als vergoeding kreeg hij 6 g 4 st plus 1 g 18 st voor het vertier van de gevangenen bij hem thuis.

– In opdracht van de drossaard vervoerde Peter in 1759 enkele vrachten ten dienste van sijne Coninclijke Majesteijt waarvoor de rendant van Hekelgem hem 60 g gaf.

– Op 24 maart 1763 voerde hij met een wagen getrokken door 4 paarden de bagage van het regiment van Piëmont naar Halle en naar Tubeke voor een vergoeding van 21 g.

-Op 9 december 1779 ontving Peter 13 g voor het transport van een wagen bespannen met 2 paarden naar Genappe en naar Mechelen met de bagage van de kanonniers. De reis duurde 3 dagen.

– Op 20 oktober 1763 trok de toen 72-jarige Peter, pachter en brouwer, naar Brussel om te getuigen in een proces dat door Peter Bosteels was aangespannen tegen Jan Baeck die een carte figuratief van Hekelgem had getekend. Peter was, samen met de pastoor, de armenmeesters en de rendant, gedagvaard door officier Jan Cauckens ten huize van de schepen en rechtsgeleerde Theijs. Het ging om een aantal geschillen zoals de verkeerde vermelding van de eigenaar of de betwisting of er voor een bepaald perceel al of niet een losgat was.

– Op 29 december 1767 ontving Peter 8 g 15 st, de rente van een obligatie ten laste van de gemeente.

– 27 juni 1770. Peter gaf op vraag van de bedesetters en regeerders der prochie van Hekelgem een lening van 500 g met een rente van 17 g 10 st (3,5%). De lening moest binnen de 3 jaar terugbetaald worden en diende om een eerdere lening aan sieur Willicx af te lossen. De akte werd ondertekend door Peter Em. Schoon, J.B. Vonck, Ferdinand Meert, J.C. De Ridder, Gillis Plas, Peter Ceuppens, Franciscus Meert, Zacharias De Wever en J. Van Lierde. De lening werd in 2 schijven afgelost, nl. op 23 november 1770 en 31 mei 1783.

Dramatisch ongeval voor Jan Baptist.

Op 28 april 1781 reed Jan Baptist op vraag van de econoom van de abdij met paard en kar naar Aalst om een lading kalk. Op de terugweg, hij was al nabij zijn ouderlijk huis op de Boekhoutberg, wilde hij iets van de wagen nemen, viel eraf en kwam onder de wagen terecht. Zijn buik werd verpletterd door het achterwiel. Buurbewoners brachten hem naar zijn thuis. Hij was er erg aan toe en iemand liep naar de pastorie om de pastoor te verwittigen. Die was afwezig, maar de onderpastoor kwam direct mee om Jan baptist de ziekenzalving te geven. Hij stierf nog dezelfde nacht.

Toen de onderpastoor ’s morgens het overlijden vernam, verbood hij de familie om het lijk naar de abdij over te brengen waar Jan Baptist in dienst was. Terwijl men nog bezig was om het lijk op de wagen te plaatsen, kwam de officier van het Land van Asse daar voorbij. Hij stelde van het ongeval een proces verbaal op en verbood ook om het lijk te vervoeren. Ondertussen was proost Beda Regaus van het ongeval en van het verbod van de onderpastoor op de hoogte gebracht. Hij zond een notaris naar de onderpastoor van Hekelgem om te protesteren tegen het verbod. De notaris wees de geestelijke op de mogelijke gevolgen als die verbod bleef handhaven. De onderpastoor liet daarop het lijk naar de abdij overbrengen. Daar de pastoor nog altijd afwezig was, zocht hij de pastoor van Meldert op om zich beter te informeren over de plaatselijke toestand. Door de Meldertse pastoor overtuigd van het recht van de proost ging hij naar de abdij om zijn excuses aan te bieden. Aan Beda Regaus verklaarde hij dat zijn verbod maar tijdelijk was. Hij wou zich eerst bij een confrater op de hoogte stellen van de plaatselijke gebruiken. De abdij behoorde niet tot de parochie van Hekelgem of Meldert en het dienstpersoneel was feitelijk parochiaan van de abdij. Die situatie ging terug tot een oorkonde uit 1121 van hertog Godfried met de Baard. Alle personen die in regelmatige dienst van de abdij stonden, waren onderworpen aan de rechtsmacht en het gezag van de abt. Wanneer knechten of meiden een daad stelden waarbij het kerkelijk gezag moest tussenbeide komen, was het de abt of de proost als zijn vervanger, die het gezag vertegenwoordigde. Zo moesten ze bijv. hun paasplicht in de abdijkerk houden.

Daarmee was het probleem nog niet opgelost. Diezelfde middag van 29 april kwam de drossaard van Asse naar de abdij en even later bood de officier die het proces verbaal had opgesteld zich ook aan bij de proost. De drossaard wees erop dat het ongeval plaats had in zijn rechtsgebied en dat er een lijkschouwing moest gebeuren. Beda Regaus beval dan om het lijk buiten het abdijdomein te brengen voor de lijkschouwing. Zo kon de drossaard geen daad van rechtsmacht op het domein van de abdij stellen. Na de lijkschouwing bracht men het lijk terug naar de abdij en kon de ongelukkige Jan Baptist op het abdijkerkhof worden begraven[6].

VIIa- MICHAEL.

Michaël, de zoon van Petrus Josephus en Maria Bastien werd te Hekelgem gedoopt op 2 februari 1734, overleed er op 10 oktober 1782. Hij huwde te Hekelgem op 4 november 1761 met Anna Petronella Droeshout, gedoopt te Hekelgem op 17 november 1726 en er overleden op 31 december 1808, dochter van Joannes en Barbara Van Vaerenbergh. Zij hadden 4 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Barbara Petronella, gedoopt op 24 november 1761 en te Hekelgem overleden in 1761.

2. Joanna Maria, gedoopt op 14 december 1764, overleden te Hekelgem in 1835. Zij trouwde met Andreas Coppens te Hekelgem op 5 november 1794. Andreas overleed te Hekelgem  op 23 januari 1842. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Anna Maria, gedoopt op 11 januari 1796, overleden te Hekelgem in 1862. Zij trouwde te Hekelgem met Judocus De Bailliu.

2. Joanna, gedoopt op 21 mei 1797.

3. Balduinus, gedoopt op 28 augustus 1798, overleden te Hekelgem in 1809.

4. Joannes Baptist, gedoopt op 5 november 1800.

5. Joanna Catharina, gedoopt op 25 juni 1803.

6. Petrus Franciscus, gedoopt op11 april 1806.

7. Maria Josepha, gedoopt op 30 december 1808, trouwde met Petrus ’t Kint.

3. Maria Judoca, gedoopt op 4 december 1767, overleden te Hekelgem in 1790.

4. Maria Catharina, gedoopt op 13 januari 1771, overleden te Hekelgem in 1833. Zij trouwde op 9 februari 1808 te Hekelgem met Petrus Bosteels, te Hekelgem gedoopt op 11 mei 1751 en er overleden op 15 april 1830. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Joannes Franciscus, gedoopt op 21 januari 1809.

2. Andreas, gedoopt op 30 april 1812, overleden te Hekelgem in 1820.

Michaël (Michiel) was collecteur van de schepenbank van Hekelgem van 1767 tot 1770 en bedesetter van 1772 tot1777.

Op 14 december 1764 betaalde Judocus Van de Perre, voogd van de Joanna, Fidelis, Henricus, Maria Theresia Van de Perre, minderjarige kinderen van Franciscus en Catharina Van Nieuwenborgh 485 g 14 st 3 deniers aan Joanna Maria en Maria Catharina Clauwaert, meerderjarige kinderen van Michiel en Anna Petronella Droeshout. Anna Petronella kreeg 74 g 5 st 9 deniers. Daarmee was een lening van 560 g afgelost die Franciscus Van de Perre en Catharina Van Nieuwenborgh waren aangegaan op 17 juni 1792.

VIIb- JACOBUS.

Jacobus, zoon van Petrus Josephus en Maria Bastien, werd te Hekelgem gedoopt op 20 december 1741 en overleed er in 1805. Hij huwde te Hekelgem op 24 november 1783 met Maria Theresia Bellemans, te Hekelgem gedoopt op 2 april 1759 en er overleden op 20 mei 1800. Zij was een dochter van Joannes Baptist en Anna Maria Droeshout. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Petrus Franciscus, gedoopt op 8 april 1782, overleden te Hekelgem in 1783. Onwettig kind, ouders 19 maanden later getrouwd.

2. Benoit, volgt VIIla.

3. Jan Baptist, volgt VIIIb.

4. Judocus, gedoopt op 5 mei 1789 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.

5. Judocus, gedoopt op 25 april 1790.

6. Jacobus Bernardus, gedoopt op 9 juli 1792 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.

7. Petrus Joannes, gedoopt op 29 januari 1794 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.

8. Petrus Ferdinand, gedoopt op 1 augustus 1795 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.

 In het huis van Jacobus woonden ook Joanna Catharina en Joannes Bellemans, kinderen van competenten ouderdom van Jan Baptist Bellemans en Anna Maria Droeshout. Jacobus verkocht voor 548 g 2 st een behuisde hofstede van 8 r aan Frans Verleyen. Het goed paalde aan de Langestraat, de erfgenamen Petrus Mattens, Frans Clauwaert en Hendrik Van Nieuwenborgh[7]

Op 16 juni 1798 werden de geconfisqueerde goederen die Jacobus pachtte van de abdij in een verkoopzaal te Brussel openbaar verkocht[8]. De lijst geeft een duidelijk beeld van de omvang van de boerderij van Jacobus. De goederen waren 8 mei 1798 geschat door Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst was geschat op £ 306, en de verkoopprijs op £ 6120, de 105 hoogstammige bomen werden geschat op £ 320, samen £ 6440. Ze waren verpacht aan burger Josse Clauwaert, voor negen jaar voor een pachtsom van £ 139 met een onderhandse akte verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem. De pacht eindigde op 25 december 1805. Jacobus liet de schatters noteren dat het schaarhout op de percelen nr. 4 en 6 zijn eigendom was.

Beschrijving van de goederen:

Zes bunder 51 roeden (7 ha 70 a 53 ca) land, weide en bos gelegen te Hekelgem, kanton Asse, verpacht voor een jaarlijkse som van 139 gulden, lasten niet inbegrepen. Deze goederen waren gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Één dagwand 88 roeden (59 a 10 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Hekelghemcauter” grenzend aan een zijde aan het goed van de pastorij van Hekelgem, 2de idem, 3de aan het steegje genaamd “Het Losgat”, en 4de aan de goederen van burger Jean Verleijsen.

2- Twee dagwand 55 roeden landbouwgrond gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Het Hooghde” grenzend aan een zijde aan de straat genaamd “Kerkstraat”, 2de & 3de aan de goederen van de pastorij van Hekelgem en 4de aan de goederen van burger Josse Lelie.

3- Drie dagwand 60 roeden (1 ha 13 a 17 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Schaepschuur” grenzend langs drie zijden aan de goederen van de abdij Affligem en 4de aan de steenweg van Asse naar Aalst.

4- Één bunder één roede (1 ha 26 a 6 ca) weide en bos gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Den Dome Driesch” (Domentdries) grenzend aan twee zijden aan de straat genaamd “den Driesch”, 3de aan de goederen van de abdij Affligem, en 4de aan de goederen van burger Pierre Accoleijen.

5- Één bunder 40 roeden (1 ha 38 a 32 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op de plaats genaamd “Heyenboschcauter” grenzend langs drie zijden aan de goederen van de abdij Affligem, en 4de aan de steenweg van Asse naar Aalst.

6- Één bunder 47 roeden (1 ha 40 a 52 ca) landbouwgrond en bos gelegen te Essene op de plaats genaamd “Mertelinckxbosch” grenzend aan een zijde aan de vijver genaamd “Cauwenbergvijver”, 2de aan de steenweg van Brussel naar Gent, 3de & 4de aan de goederen van de abdij Affligem.

7- Drie dagwand 60 roeden (1 ha 13 a 18 ca) weide gelegen te Sint-Katharina-Lombeek op de plaats genaamd “Kerrebroeken”, grenzend langs drie zijden aan de goederen van de abdij Affligem, en 4de aan de “Molenbeek”.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 4 830 pond. Burger A. Camusel bood daar als laatste 88 000 pond, dit was niet genoeg volgens de administratie. Een nieuwe toewijzing werd vastgelegd een decade later op 26 juni 1798. Daar werden de goederen opnieuw aangeboden en dan toegewezen voor een eindbod van 89 000 pond aan burger Everard Tops uit te Brussel. Vermoedelijk was hij een stroman voor een onbekende opdrachtgever[9].

Op 18 juli 1791 verkochten Jacobus en zijn vrouw Maria Theresia Bellemans een behuisde hofstede van 8 r en gelegen aan de Langestraat aan Frans Verleysen voor 548 g 2 st. De hofstede paalde aan de erfgenamen Petrus Mattens, Frans Clauwaert en Hendrik Van Nieuwenborgh. In dat jaar woonden Joanna Catharina en Joannes Bellemans, jongeren van competenten ouderdom, zus en broer van Maria Theresia bij hen in.

VIIIa- BENOIT.

Benoit (Benedictus) werd te Hekelgem geboren op 23 juli 1785 en overleed er op 11 april 1837. Hij trouwde te Hekelgem op 7 juli 1806 met Angelina Francisca t’Kint, te Hekelgem geboren op 11 december 1778 en er overleden op 2 april 1813. Zij was de dochter van Gaspar Petrus en Elisabeth Schelkens. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:

1.Pierre Benoit, volgt IX.

2. Gaspar Joseph, geboren op 17 mei 1810.

3. Jeanne Marie, geboren op 10 december 1812.

Na de dood van Angelina Francisca ging Benoit een tweede huwelijk aan te Hekelgem op 25 augustus 1815 met Elisabeth Ringoot. Elisabeth was teWouw geboren op 14 december 1793 en overleed te Hekelgem op 28 februari 1820. Zij was de dochter van Joannes Baptist en Cornelia Deblaey. Er werden nog 3 kinderen te Hekelgem geboren:

4.  Marie Thérèse, geboren op 10 november 1815.

5. Seraphine, geboren op 27 juli 1818 en te Hekelgem overleden op 31 maart 1824.

6. André, geboren op 16 januari 1820 en te Hekelgem overleden op 19 februari 1820.

In 1832 werd Benedictus burgemeester na het overlijden van Joseph De Doncker. Emmanuel ’t Kint was schepen. Hij bleef burgemeester tot de verkiezingen van 1836. Dan werden hij en zijn schepen Emmanuel ’t Kint niet verkozen. J. Bosteels werd de nieuwe burgemeester.

IX- PIERRE BENOIT.

Pierre Benoit geboren te Hekelgem op 8 mei 1807 en er overleden op 20 december 1878. Hij trouwde met Barbara Joanna Callebaut te Hekelgem op 9 maart 1837. Zij was te Aalst geboren op 9 september 1811 en overleed te Hekelgem op 12 november 1890. Barbara was de dochter van Josephus en Colleta Mergan. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:

1. Hortensia, geboren op 12 april 1837.

2. Augustus, geboren op 2 oktober 1838, volgt Xa.

3. Cecilia, geboren op 15 mei 1841.

4. Emmanuel, geboren op 4 februari 1842.

Volgens de poppkaart bezat hij in 1860 een huis op 2 a grond in de Langestraat rechtover de Warande van de abdij met daarbij een weide van 9 a 20 ca.

X- AUGUSTUS.

August werd te Hekelgem geboren op 2 oktober 1838 en overleed er op 8 augustus 1888. Hij trouwde te Hekelgem op 2 juni 1869 met Henrica Clocheret, te Hekelgem geboren op 9 januari 1843 en er overleden op 19 maart 1891. Henrica was de dochter van Carolus en Sophie Verleysen. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:

1. Sophia Josepha, geboren op 29 maart 1870.

2. Barbara Celina, geboren op 27 september 1872.

3. Eugenius Joannes, geboren op 22 december 1876.

4. Benedictus Leopoldus, geboren op 22 december 1878.

5. Jan Baptist, geboren op 5 december 1881.

VIIIb- JAN BAPTIST.

Landbouwer Jan Baptist werd te Hekelgem geboren op 30 december 1786 en overleed er op 4 december 1870. Hij trouwde te Hekelgem op 7 juni 1820 met Cecilia Roseleth, te Hekelgem geboren op 20 november 1783 en er overleden op 6 juli 1865. Zij was de dochter van Franciscus en Maria Anna Droeshoudt. Zij hadden een dochter Maria Benedicta, te Hekelgem geboren op 20 september 1824.

Volgens het register van Popp bezat Jan Baptist op de Boekhoutberg nr. 914 zijn huis, nr. 915 tuin, nr.913 hopveld. Voorts nog 3 ha 7 a 7 ca land verspreid over 11 percelen, 41 a 70 ca bos verspreid over 4 percelen en een tui van 9 a 70 ca.

Popp vermeldt een tweede Jan Baptist die in Hekelgem 1 ha 56 a 8 ca aan landerijen bezit maar er niet woont.

Poppkaart ca 1860.

Vb- MICHAEL / MICHIEL.

Michaël werd te Hekelgem gedoopt op 10 juni 1660 als zoon van Petrus en Catharina Robijns. Hij overleed er op 14 juni 1716. Hij trouwde met Anna Buggenhout, te Hekelgem overleden op 31 maart 1739. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Francisca, gedoopt op 27 december 1682.

2. Joannes, gedoopt op 27 december 1682.

3. Joanna Maria, gedoopt op 1 oktober 1684, overleden te Hekelgem in 1751, huwelijk met Jacobus De Witte op 19 januari 1707. Jacobus was griffier van de abdij en overleed te Hekelgem op 8 mei 1750. Zij hadden 9 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Adriana, gedoopt op 22 oktober 1707.

2. Joannes Baptist, gedoopt op 11 oktober 1708, overleden te Hekelgem in 1772, huwelijk met Theresia Meert. Zijn dooppeter was E. H. Joannes Baptist De Witte.

3. Jacobus, gedoopt op 26 augustus 1710.

4. Anna Maria, gedoopt op 4 juni 1712.

5. Benedictus, gedoopt op 21 maart 1714. Zijn dooppeter was dom Odo De Craecker, proost van de abdij en zijn doopmeter domna Gertrudis Vinck, abdis van de abdij Ten Rozen.

6. Joanna Petronella, gedoopt op 8 maart 1716, overleden te Hekelgem in 1787, gehuwd met Petrus Schoon.

7. Bernardus Hiëronymus, gedoopt op 26 januari 1718.

8. Maria Theresia, gedoopt op 2 mei 1719.

9. Anna Catharina, gedoopt op19 augustus 1723.

4. Adriana, gedoopt op 3 april 1687.

5. Petrus, gedoopt op 16 december 1689, overleden te Hekelgem in 1703.

6. Andreas, gedoopt op 3 oktober 1692.

7. Petronella, gedoopt op 17 november 1697, trouwde met Michaël Van der Schueren te Hekelgem op 17 december 1720. Michaël overleed te Hekelgem op 15 december 1763 en werd in de kerk begraven. Zij hadden 10 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Maria Anna, gedoopt op 26 oktober 1721, begijn in het Groot Begijnhof te Brussel.

2. Job, gedoopt op 30 januari 1723.

3. Alexander, gedoopt op 30 januari 1723.

4. Anna Maria, gedoopt op 7 augustus 1724.

5. Joanna Maria Ludovica, gedoopt op 21 februari 1726.

6. Theresia, gedoopt op 3 februari 1728.

7. Joanna, gedoopt op 29 januari 1730.

8. Anna Catharina, gedoopt op 11 januari 1732.

9. Joannes Franciscus, gedoopt op 30 augustus 1733.

10. Joannes Baptist, gedoopt op 23 juni 1737.

Handtekening van Michiel onder een dorpsrekening[10]

In 1703, bij de verkoop van een grond werd Michiel genoemd als schepen van Affligem en in 1714 als meier. Hij woonde met Anna op een hofstede in Bleregem. Michiel en Anna boerden goed en konden hun bezittingen gestaag uitbreiden.

– Op 30 augustus kochten Michiel en Anna 3 d zaailand en bos te Hekelgem. De verkoper was Guilliam De Raedt. Het goed paalde aan Adriaan Van Rampelbergh en Franchois Robijns. Het was belast met een grondcijns van 9 st aan de abdij. Meier Michiel Wambacq stelde de akte op.

– Op 25 februari 1687 kochten ze ½ d land op het Domentveld te Essene van Melchoir Carnoy. Het paalde aan De Neuckers, de wezen Joos Berlange en de erfgenamen van Joos Van den Houte. Michiel Wambacq stelde de akte op.

–  Op 19 augustus 1687 kochten ze 1 d op Bleregem van de voogden en wezen van Anthoon Antheunis en Maria Meert. Het perceel grensde aan Joos Van den Bossche, Adriaan De Baetselier en de straat. Het was belast met een cijns van 10 mijten Artios, 17 schellingen 9 penningen, 2 kapoenen en 4 hennen aan de abdij.

– Op 29 december 1687 kochten ze van Barbara De Decker en Joos Raspoet 1 d 20 r land te Hekelgem. Het stuk paalde aan de straat, Guilliam Cornelis en de wezen Anthoon Anbthonus. De cijns aan de abdij bedroeg 17 schellingen 1 blank 2 kapoenen en 4 hennen.

Op 16 mei 1694 kende Michiel een lening van 300 g toe met een looptijd van 2 jaar aan de parochie van Hekelgem. De rente bedroeg 18 g 15 st. De bedesetters Peter Clauwaert, Guilliam De Valck en Peter De Kegel ondertekenden de akte.

– Op 27 september 1706 volgde de aankoop van 1 d op de Cleinen Hoogenpael aan de Fossel, palend aan de erfgenamen Jan De Lieuw, François Verhoeven, de abdijgoederen.  en Hendrik De Valck. De verkoper was François Cornelis. Schepen Peter Van Langenhove van de Affligemse schepenbank stelde de akte op.

– 3 januari 1707 aankoop van een huis, mouterij, schuur, stallingen, ast en hoplochting, groot 6 d 69 r. Het goed lag in de Langestraat. De verkopers waren de erfgenamen van Jan Van Nuffel. Hun dochter Joanna Maria en haar man Jacobus De Witte, dan meier van Affligem, namen er later hun intrek.

– 6 februari 1713: aankoop van 90 r land van de kinderen De Meschmaecker. Het land paalde aan Jan De Clercq, Franchois Verleysen, Joos Van den Eynde en de straat en was belast met een grondcijns aan de abdij en een rente van 6 g aan de weduwe Jan Van Nuffel. Guilliam De Baetselier stelde de akte op.

– 27 februari 1713: aankoop van een hofstede van 90 r op de Hoge Paal te Bleregem, palend aan de abdijgoederen, de straat en Jacobus Van Ransbeeck. De verkoper was Peter Van den Biesen; 100 r land op de Molenkouter, palend aan Merten Cornelis en de erfgenamen Michiel Mertens; 53 r land op de Hoge Paal, palend aan de voetweg van Bleregem naar de kerk van Hekelgem, Franchois Robijns en de erfgenamen van Andries Segers. Het perceel was belast met een grondcijns aan de abdij en een rente van 100 g aan juffrouw Beeckmans, begijn te Aalst.

Michiel en Anna waren ook actief op de financiële markt als leengever:

– Op 8 februari 1695 gaf Michiel een lening van 72 g met een rente van 4 g 10 st aan de minderjarige kinderen van Fraciscus De Vis en Maria Clauwaert. Het geld diende voor het onderhoud van de kinderen. De drossaard Mortgat, de schepenen Andries Segers en Jan Van Seebroeck hadden de transactie goedgekeurd. Als pand verkreeg Michiel 1 d land op het Wouwveld, palend aan de abdijgoederen, Michiel Mertens en Joos Van den Houte.

– 6 april 1712: een lening van 78 g aan Gillis Van den Bossche uit Meldert. De rente bedroeg 4 g 17 st (6,25%). Gillis gaf als onderpand een perceel van 72 r op Het Cromphout te Meldert.

– 9 januari 1713: een lening van 200 g aan Jasper Van Huijnegem met een rente van 12 g 10 st. Als onderpand gaf Jasper 2 d 1 r palend aan de Grote Dries te Meldert. Als getuigen waren aanwezig Peter Van Langenhove, Peter Van den Bossche en Andries De Baetselier, de erflaters van het laathof van de abdij te Baardegem.

– 16 januari 1714: lening van 400 g aan Martinus Cornelis met een rente van 25 g (6,5%) met een korting tot 5% bij betaling binnen de 6 weken na de vervaldag. Als onderpand gaf Martinus een hofstede met huis van 3 d 34 r te Bleregem, palend aan de straat, de erfgenamen Franchois Dauwe, de erfgenamen Michiel Mertens en Michiel Clauwaert. Notaris Crick stelde de akte op. De lening werd afgelost op 24 maart 1721.

– 21 januari 1715: een tweede lening aan Martinus Cornelis, nu van 150 g met een rente van 9 g 7 ½ st (6,25%). Als onderpand gaf Martinus dezelfde hofstede als voor de lening van 16 januari 1714. Meier Guilliam De Baetselier stelde de akte op.

– 18 februari 1715: een lening van 400 g aan Michiel Van Nieuwenborgh met een rente  van 6,25%. Als onderpand gaf hij een hofstede met huis te Meldert op Nievel. De hofstede paalde aan de Nieveldries en Jan Laus en was belast met een grondcijns aan de abdij.

– 18 januari 1715: een lening van 500 g aan Peter Goeffinck en Catharina Van den Houte met een rente van 25 g (5%). Als onderpand gaven zij een hofstede met huis te Nievel, palend aan de Nieveldries en de goederen van de abdij en een tweede hofstede met huis, palend aan voorgaande. De lening werd afgelost op 4 november 1718.

– 11 februari 1716 aankoop van 2 d broek te Bleregem van Peter Van Brempt voor 200 g.

– 7 mei 1725: Na de dood van Michiel gaf Anna nog een lening van 72 g aan Peter Buggenhout uit Meldert. De rente bedroeg 3 g 12 st. Als onderpand gaf Peter een hofstede van 50 r, gelegen te Meldert en palend aan Joos Buggenhout, de straat van Affligem naar Baardegem en de wezen Joanna Buggenhout.

Michiel en Anna stonden meerdere leningen toe aan de parochie van Hekelgem zoals blijkt uit de betalingen van de renten. : in 1703 en 1704 ging het om 75 g tot zelfs 83 g 15 st in 1711 en 127 g 10 st in 1714. Vanaf 1715 tot na het overlijden van Michiel tot 1734 telkens 60 g per jaar.

Op 10 februari 1716 kregen Michiel en Anna een gift van Guillam De Vis, vrijgezel en zoon van Franchois en Marie Clauwaert. Het was een hofstede van 20 r te Bleregem en palend aan de erfgenamen Andries Segers , Joos Bossaer en Franchois De Vis.

Testament van Michiel en Anna.

Op 9 juni 1716 kwam notaris Crick naar hun huis om het testament te noteren. Michiel was toen bedlegerig. Zij wilden begraven worden in het koor van de St.-Michielskerk van Hekelgem onder eenen vasten marbere sercksteen. Zij wilden elk jaar een jaargetijde op de dag van hun overlijden en daarvoor moesten hun erfgenamen 30 stuivers betalen. Het broek dat ze in februari hadden aangekocht diende als pand voor die betaling. Als erfgenamen duidden ze hun dochters Joanna Maria, Anna en Peternella aan. Dom Antheunis Jouvina van de abdij en Jan Baptista Geerstman waren de getuigen.

Op 12 januari 1717 werd Peter De Keyser, meester-beenhouwer van Asse veroordeeld tot de betaling van 52 g 11 st 1 blank. Anna Van Buggenhout, dan weduwe, had tegen hem een proces aangespannen bij de schepenbank van Asse omdat hij haar nog 25 g schuldig was voor de vette beesten die zij hem had geleverd. De beenhouwer werd driemaal voor de schepenbank gedaagd, maar kwam niet opdagen.

VIb- FRANCISCUS.

Franciscus werd te Hekelgem gedoopt op 21 augustus 1696 en te Hekelgem overleden op 17 augustus 1732. Hij trouwde met Anna Van der Slagmeulen, te Hekelgem overleden op 14 juli1743. Na zijn dood hertrouwde Anna met Joannes Ceurtvriendt. Zij hadden 3 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Joannes Baptist, gedoopt op 24 juni 1726.

2. Petrus, gedoopt op 12 augustus 1728.

3. Michael, gedoopt op 8 juli 1731.

Franchios erfde van zijn ouders:

-Het huis genoemd De Drij Coninghen met schuur, stallen, ast, brouwerij, stokerij met de ketels, kuip, leback, slang, balance onderhandt, stuijckmannen, drije riecken, eenen hacker, eenen bierboom, ende oock alle de schelfboomen behalvens in de nast, coets op de kelderkamer ende schappraye, coets op de slaepkamer, de schappraye in de keuken ende oock de stellingen die daer sijn huijsinghe hopstaecken daerop staende, groot van grond volgens de prochie metinghe 73 r. Het huis was belast met een cijns aan de abdij, met een jaargetijde in de kerk van Hekelgem met uitdelen van een gulden brood.

– Franchois moest opleggen aan zijn broer Michiel 278 g 2 st 1 bl en aan zijn zus Joanna 233 g 12 st.

Regeling van de inkomsten en uitgaven voor de kinderen van Francis en Anna.[11]

Peter Clauwaert, de broer vanFraciscus, stelde, als voogd van de kinderen van Francis en Anna de balans op van de ontvangsten en de uitgaven na het overlijden van beide ouders. Vermits het laatste gedeelte van de map ontbreekt, kennen we de juiste datum niet, wel het jaar, namelijk 1747.

De ontvangsten.

-voor de verhuur van De Drij Coninghen, huizen en een meers van 1744 tot 1747: 400-0-0

-verhuur van ½ b meers voor het jaar 1747: 23-0-0

verkoop van hopstaken: 13-0-0

Totaal van de ontvangsten: 436 gulden.

Uitgaven.

Van de lange lijst met uitgaven noteerden we alleen de namen en de bedragen als ook de reden van betaling werd vermeld.

– aan P. Snagels voor leveringen: 3 – 0 – 2.

– aan Maximilian Spinnael voor leveringen: 5 – 0 – 0 en voor zijn werk: 7 – 16 – 0.

– aan Petrus Engelken om een nieuw stuk aan de slangh te zetten: 6 – 0 – 0.

– aan Pauwel Gregoir voor zijn werk: 3 – 0 – 0.

– aan Jan Baptist Clauwaert, zoon van Francis voor geleverd laken: 2 dukaten of 11 – 18 – 0.

– aan koster F. Resteau tot voldoening van zijn de kerkrechten bij de uitvaart van Peter  Clauwaert, zoon van Francois: 3 – 7 – 0.

– aan pastoor De Cuyper tot voldoening van de uitvaart van Peter Clauwaert: 5 – 19 – 0.

– aan W. Van Bostraet voor de geleverde medicijnen voor Jan Baptist Clauwaert: 1 – 18 – 2.

– aan zuster Josina Pieters voor de medicijnen: 1 – 14 – 0.

– aan M. Meganck voor 2 ellen laken en vijf vierendeelen lijnwaert: voor Francis: 2 – 11 – 2.

– aan J. De Witte voor een jaar cijns ten behoeve van Afflighem: 5 – 18 – 0.

– aan Ign. Fr. Lindemans voor 3 en een halve maand schoolgeld, voorschot aan boeken, kaarsen enz: 26 – 7 – 0.

– aan A. Diericx voor een jaar rente op 14 november 1744: 28 – 0 – 0.

Totaal van deze uitgaven: 255 – 5 – 2.

Andere uitgaven

– aan de wethouders voor het afnemen van de beden als voogd en aan Hendrik Dauwe ook als voogd: 1 – 11 – 0.

– aan notaris Van Itterbeke voor het opstellen van het request: 1 – 7 – 0.

– aan J. B. Clauwaert voor het coopen van knopen: 0 – 10 – 0.

– aan Hendrik Dauwe voor een paar schoenen: 1 – 18 – 0.

– aan Hendrik Dauwe voor een paar schoenen en het lappen van een ander paar: 2 – 0 – 0.

– aan Borremans voor het maken van een broek en een jurk: 1 – 8 – 0.

– voor een paar kousenn voor Jan Baptist Clauwaert: 1 – 6 – 0.

– acht manden kalk gekocht voor de wezen van Franciscus Clauwaert aan 7½ st om de vloer te plavijen en de steenput te repareren: 3 – 0 – 0.

– 700 plavijen en honderd clomkens gekocht aan 14 st de 100: 5 – 12 – 0.

– voor het maken van een jurk en een broek aan Fr. Snaegels te Brussel en aan sieur Spinnael: 8 – 1 – 2.

– aan sieur Meganck van Aalst voor lakenstof: 2 – 11 – 0.

– aan Jan Baptist Verleijsen voor het maken van een broek: 0 – 15 – 0.

– aan Peeternelle Guns voor sijn ziekte en voor het wassen: 2 – 2 – 0.

– aan advocaet Bodry voor een schriftelijk advies: 2 – 16 – 0.

– een paar kousen gekocht: 1 – 5 – 0.

– aan Jan Baptist Clauwaert gegeven op 8 april 1747: 4 – 4 – 2.

– voor 28 voeten bert voor het repareren van de schuur, voor het werk, en nagels: 1 – 16 – 0.

– voor het jaargetijde van Elisabeth Robijns en Guillam Cornelis op 22 januari 1747: 2 – 2 – 2.

– aan Jan Baptist Clauwaert op 8 april 1747: 4 – 4 – 0.

– voor 3 bussels latten à 12 st de bussel voor het dak van het huis der wezen volgens certificatie van Philippus Van Den Bossche: 1 – 16 – 0.

– aan Peter Van Den Winckel voor het aansteken van de brandewijnketel: 0 – 15 – 0.

– aan Michiel Clauwaert voor het voorschot aan Jan Baptist Clauwaert: 6 – 17 – 2.

– door de rendant betaald: 9 – 6 – 3.

– betaald voor de wees Michiel Clauwaert: 3 – 13 – 0.

– aan Martinus Taffenier voor zijn werk: 9 – 1 – 0.

– gegeven aan Michiel Clauwaert, zoon van Franciscus voor in diverse opdrachten: 1 – 11 – 2.

– aan J. B. Clauwaert op 17 september 1747: 13 – 0 – 0.

– aan stenen voor de reparatie van de stal; 1 – 5 – 0.

– voor Michiel Clauwaert[12] een callemande calson en lijnwaert om ’t selve te voeren met het maken: 3 – 3 – 0.

– voor Michiel Clauwaert een el lijnwaad gekocht voor een paar ?? en het maken: 0 – 16 – 2.

– aan Michiel Clauwaert om sokken en blockschoenen (klompen) te kopen: 0 – 14 – 0.

– voor Michiel Clauwaert voor lijnwaad en voor zijn onderhoud: 5 – 17 – 2.

– aan Michiel Clauwaert voor het maken van een juppon en broek met lijnwaad: 2 – 12 – 0.

– gegeven aan Jan Baptist Clauwaert op 28 januari 1748: 1 – 1 – 0.

– voor een jaargetijde op 28: 2 – 2 – 0.

– gegeven aan Jan Baptist Clauwaert om een casack te kopen: 7 – 0 – 0.

Totaal van de uitgaven: 121 – 19 – 1.

VIc- JOANNES BAPTIST, de tak Joannes Baptist – Catharina Pensionaris.

Joannes Baptist gedoopt op 19 november 1698, overleden te Hekelgem. Hij trouwde met Catharina Pensionaris, te Hekelgem gedoopt op 22 maart 1719 en er overleden op 12 november 1814. Zij hadden 2 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Franciscus, volgt VII.

2. Joanna Catharina, gedoopt op 20 juni 1753.

In 1726 en 1727 ondertekende hij de rekeningen van de parochie.

VII- FRANCISCUS.

Franciscus werd te Hekelgem gedoopt op 28 januari 1751 en overleed er op 10 januari 1798. Hij trouwde met Joanna Brys en zij woonden nabij de abdij. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Egidius, gedoopt op2 juni 1787, volgt VIII.

2. Joannes Baptist, gedoopt op 18 februari 1792.

3. Maria Joanna, gedoopt op 17 september 1794.

VIII- EGIDIUS.

Egidius werd te Hekelgem gedoopt op 2 juni 1787 en overleed er op 18 maart 1857. Hij trouwde te Hekelgem op 22 april 1817 met Maria Theresia Schoon. Zij werd te Hekelgemgedoopt op 19 april 1794 als dochter van Benedictus en Anna Francisca Van Lierde. Zij woonden in de Langestraat nabij de abdij en hadden 5 kinderen te Hekelgem gedoopt:

1. Joanna, geboren op 22 september 1817.

2. Anna Maria, geboren op 26 maart 1819 en te Hekelgem overleden op 25 januari 1826.

3. Carolus Ludovicus, geboren op 31 januari 1820, overleden te Hekelgem op 14 april 1829.

4. Joanna Benedicta, op 4 augustus 1822, overleden te Hekelgem op 26 december 1828.

5. Sophia, geboren te Hekelgem op 4 augustus 1822, overleden te Hekelgem op 23 december 1838.

6. Joannes Hubertus, geboren op 7 maart 1825 en overleden te Hekelgem op 3 oktober 1872.

7. Petrus Emanuel, geboren op 20 oktober 1827.

8. Benedictus Carolus, geboren op 14 mei 1829 en te Hekelgem overleden op 2 december 1881.

9. Fredericus, geboren op 5 februari 1832.

10. Franciscus Henricus, geboren op 12 mei 1835 en te Hekelgem overleden op 1 maart 1836.

Volgens de poppkaart bezat Egidius een huis met tuin, 6 a 10 ca groot aan het begin van de Fosselstraat. In 1813 was Egidius een van de eerste muzikanten van de Koninklijke Harmonie Ste-Cecilia.


[1] F. DE BRABANDERE, Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk, Gemeentekrediet, 1993, 276.

[2] http://www.clauwaert.be/indexNederlands.htm.

[3] B. VERMOESEN, De parochie van Hekelgem tot 1792, in: Jaarboek Belledaal, 2007, 92 – 93.

[4] W. VERLEYEN, Uitspattingen in de Drie Koningen, in: ESDB, 1993

[5] Bron: Geneat De familie Clauwaert te Hekelgem.

[6] PETRUS VAN AELST, Een dramatisch ongeval, in: De Mariagroet, 1948, 108 – 109.

[7] R.A. Leuven, notaris Egidius De Coster, toegang 882/729.

[8] Affiche nr. 91, artikel 1.

[9]  Enregistré à Bruxelles le 7 thermidor an 6, reçu un franc. Smets.

Et le huit messidor an six, Nous, Administrateurs du département de la Dyle, accompagnés du citoyen Mallarmé, commissaire du Directoire exécutif, avons réexposé le bien désigné ci-dessus en adjudication définitive, lequel ayant été porté à la somme de quatre vingt neuf mille livres, offerte par le Citoyen Tops, il a été allumé un dernier feu pendant la durée duquel il n’a plus été fait aucune enchère, l’Administration à adjugé ledit bien au citoyen Everard Tops, demeurant à Bruxelles, aux charges, clauses et conditions énoncées de l’autre part.

L’acquéreur Everard Tops justifié par quittance du 7 floréal an 6, avoir soldé le prix de son acquisitation. Expédition délivrée le 13 floréal au citoyen Tops.

Van Helmont, Mallarmé, P. Annemans, A. J. Olderen. Enregistré à Bruxelles le 7ième thermidor an 6 de la République française. Fol. 48, reçu quatre-vingt neuf francs.

[10] E. SCHOON, De Dorpsfinanciën van Hekelgem, dl 4.

[11] R.A. Leuven, Schepenbank van Asse, toegang 94, nr. 5115.

[12] MICHAEL CLAUWAERT, zoon van FRANCISCUS CLAUWAERT en ANNA VAN DER SLAGHMOLEN. Hij is gedoopt op zondag 8 juli 1731 in HEKELGEM.

De familie Plas te Hekelgem.

De eerste van de familie Plas te Hekelgem was Jan (Joannes). Hij was boer van het Hof ten Blakmeers. Joannes was dezoon van Adrianus en Elisabeth De Smet. De familie Plas was afkomstig van Mazenzele.

ADRIANUS PLAS.

Adrianus werd gedoopt te Mazenzele omstreeks 1648 en overleed te Hekelgem op 29 januari 1724. Hij trouwde te Meuzegem – Wolvertem op 4 augustus 1674 met Elisabeth De Smet, gedoopt te Mazenzele op 18 september 1656 en aldaar overleden op 17 oktober 1713.

Kinderen uit dit huwelijk te Mazenzele gedoopt:

1. Barbara, gedoopt op 19 mei 1675 en overleden te Mazenzele op 28 oktober 1741. Zij huwde te Mazenzele op 5 februari 1701 met Laurentius Van Huyneghem, gedoopt te Asse op 2 februari 1668 en aldaar overleden op 3 november 1741.

2. Gillis, gedoopt op 18 april 1677. Hij huwde te Mazenzele op 30 augustus 1716 met Petronilla Michiels, gedoopt te Mazenzele op 29 januari 1692 en aldaar overleden op 3 mei 1742. Een notitie van 6 december 1729 geeft aan dat Gillis meisenier was te Grimbergen.

3. Hendrick, gedoopt op 3 december 1679 en overleden op 21 januari 1754. Hij huwde te Mazenzele op 25 februari 1705 met Petronilla Wouters, gedoopt te Mazenzele op 27 juli 1672 en aldaar overleden op 2 juli 1739.

4. Joannes, volgt IIa.

5. Judocus, volgt IIb.

6. Egidius, gedoopt op 8 september 1688, overleden te Brussegem op 28 mei 1752.

7. Petrus, gedoopt op 5 oktober 1690.

8. Adrianus, gedoopt op 18 oktober 1693, overleden te Mollem op 2 mei 1752. Hij trouwde te Bollebeek op 22 augustus 1724 met Cecilia Jacobs.

9. Petronilla, gedoopt op 29 september 1697.

IIa – JOANNES, de tak van de Blakmeershoeve.

Joannes (Jan) werd gedoopt op maandag 19 mei 1681 in Mazenzele. Hij overleed op vrijdag 15 mei 1744 in Hekelgem, 62 jaar oud. Hij trouwde, 32 jaar oud, op woensdag 21 maart 1714 in Hekelgem met Margaretha Moerenhout, 36 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 10 februari 1678 in Rossem – Wolvertem. Margaretha overleed op donderdag 17 oktober 1715 in Hekelgem, 37 jaar oud. Zij was de weduwe van Egidius Van Ginderachter (1673-±1713), met wie zij trouwde op zaterdag 3 februari 1703 in Rossem-Wolvertem. Met haar eerste man had Margaretha zes kinderen:

1. Henricus, gedoopt op woensdag 12 december 1703 in Rossem-Wolvertem.

2.Joanna Theresia, gedoopt in 1704. Joanna is overleden op dinsdag 9 september 1794 in Kobbegem, 90 jaar oud.

3. Anna Maria, gedoopt in 1705.

4. Anna Catharina, gedoopt op vrijdag 23 december 1707 in Hekelgem

5. Egidius, gedoopt op zondag 14 april 1709 in Hekelgem.

6. Maria, gedoopt op maandag 11 mei 1711 in Hekelgem.

Kinderen van Joannes en Margaretha:

1. Franciscus Benedictus, gedoopt op donderdag 21 maart 1715 in Hekelgem. Franciscus  overleed op vrijdag 27 juli 1798 in Hekelgem, 83 jaar oud. Hij trouwde, 49 jaar oud, op zondag 7 oktober 1764 in Hekelgem met Joanna Verherstraeten, 32 jaar oud. Zij werd gedoopt op donderdag 13 december 1731 in Asse. Joanna overleed op vrijdag 2 november 1810 in Hekelgem, 78 jaar oud.

2. Joanna Maria, gedoopt op donderdag 21 maart 1715 in Hekelgem.

Na de dood van Margaretha trouwde Jan, 35 jaar oud, op zondag 19 juli 1716 in Mollem met Maria Anna Coppens, 34 jaar oud. Zij is gedoopt op dinsdag 3 maart 1682 in Mollem. Maria is overleden op vrijdag 28 maart 1721 in Hekelgem, 39 jaar oud. Met Maria had Jan één kind: Elisabeth, gedoopt op maandag 27 september 1717 in Hekelgem. Elisabeth overleed op vrijdag 16 mei 1794 in Essene, 76 jaar oud. Zij trouwde, 25 jaar oud, op woensdag 7 augustus 1743 in Hekelgem met Joannes Baptist Van De Putte, 31 jaar oud. Hij was een zoon van François en Joanna Van Den Broeck, gedoopt op zondag 9 augustus 1711 in Essene. Joannes overleed op woensdag 22 augustus 1764 in Essene, 53 jaar oud.

Jan trouwde een derde maal, 45 jaar oud, op zaterdag 11 januari 1727 in Hekelgem met Elisabeth Goossens, 20 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 9 juni 1706 in Mazenzele. Elisabeth overleed op zondag 15 november 1772 in Hekelgem, 66 jaar oud. Zij trouwde later op zondag 11 juli 1745 in Hekelgem met Egidius Plas (1703-1778). Kinderen van Elisabeth en Joannes:

1. Judocus, gedoopt op woensdag 19 november 1727 in Hekelgem en overleden op dinsdag 5 september 1815 in Essene, 87 jaar oud. Hij trouwde, 27 jaar oud, op dinsdag 20 mei 1755 in Essene met Barbara Van De Putte, 25 jaar oud.

2. Catharina Theresia, gedoopt op dinsdag 7 juni 1729 in Hekelgem.

3. David, gedoopt op woensdag 11 juli 1731 in Hekelgem. David overleed in 1762, 31 jaar oud.

4. Guillelmus, gedoopt op maandag 15 juni 1733 in Hekelgem.

5. Gerardus, gedoopt op woensdag 3 november 1734 in Hekelgem. Hij overleed op maandag 21 juli 1794 in Hekelgem, 59 jaar oud.

Ferrariskaart 1777.

Boer op de Blakmeershoeve.

De Blakmeershoeve was een van de grote hoeves van de abdij in Hekelgem. De eerste vermelding van een pachter, Geert Schoonjans, was in 1615. Onder Joos Smeth werd in 1649 de hoeve vernieuwd. Hij bewerkte in 1650 zo’n 25 b land en weide en in 1672 betaalde hij 500 gulden voor 28 b 18,50 r.[1] De familie Smeth verliet de hoeve in 1683 en werd opgevolgd door Aart Wambacq. In 1684 kon de abdij verhinderen dat Franse soldaten de hoeve in brand staken. Dat schrijft dom Wilfried Verleyen, de Affligemse historicus[2] en dat in tegenstelling tot Remi De Schrijver die beweerde dat Franse troepen de hele boerderij door brand vernielden. Nadien werd, aldus De Schrijver, een nieuwe hoeve gebouwd 250 m noordwaarts op een hogere en vastere grond[3]. Dom Verleyen die noteerde dat in 1726 een nieuwe paardenstal, een koeienstal en een kelderkamer werden gebouwd. Dat de hoeve van 1684 tot 1726 in puin lag is niet aannemelijk. Een nieuwe schuur kwam er in 1779.

In 1696 werd de weduwe van Aart de laatste maal als pachter vermeld. Zij verliet het Hof ten Blakmeers om met haar tweede man, Frans Willems, de afspanning De Kroon uit te baten.

Hun plaats werd ingenomen door Philip Franssens die er tot 1714 bleef en door Jan Plas werd opgevolgd. De hoeve omvatte toen 37 b land, weide, broekagie met nog de Jongenbos van 5 b en de nieuwenbos van 17 b. Of Jan een uitstekende boer was, weten we niet, wel dat hij geregeld in aanraking kwam met het gerecht zoals blijkt uit de stukken van de schepenbank van Asse.

In de clinch met Guuilliam Cortvrindt.

In 1723 schakelde Jan zijn advocaat Egidius Crick in om bij de schepenbank van Asse een klacht in te dienen tegen Guilliam Cortvrindt uit Hekelgem. Hij had hem meerdere ladingen klaver geleverd maar Cortvrindt maakte geen aanstalten om de rekening te betalen. Het ging om het behoorlijke gedrag van 47 g 12 ½ st. Nadat de schepenbank Cortvrindt tweemaal tevergeefs had gedagvaard , vroeg Crick de schepenen om Cortvrindt te veroordelen tot de betaling van de achterstallige rekening verhoogd met kosten, samen 55 g 14 st. De wanbetaler werd echter nog een derde maal en alweer tevergeefs, gedagvaard, ditmaal ten huize van Jan Louies te Hekelgem op 29 maart 1724. Het vonnis, ondertekend door schepen Ledegen en hoofddrossaard Mortgat, viel op 13 mei 1724: Guilliam moest de 55 g 14 st betalen.

Een klacht tegen Franchois Ledegen.

Franchois Ledegen, collecteur van Hekelgem, eiste van Jan Plas de betaling van 67 g 5 st 1 o als zijn deel in de grondbelasting (het Oncostboeck).Voor de jaren 1724 en 1725 hadden de bedesetters elke bunder land, weide en bos getaxeerd op 1 g 18 st. Voor Jan Plas met een landbouwbedrijf 34 b 2 47 r betekende dat een belasting van 67 g 5 st 1o en dat vond hij te veel. Hij verzette zich tegen de opgegeven oppervlaktes en betaalde niet. Collecteur Ledegen diende, na mislukte pogingen tot een minnelijke schikking, op 26 november 1726 een klacht in bij de schepenbank van Asse. Maar in plaats van te betalen, legde Jan Plas zelf een klacht neer tegen de collecteur. Uit het Oncostboeck blijkt dat in Hekelgem 522 b 58 r in aanmerking kwamen voor die grondbelasting. Dat gaf een bedrag van 991 g 16 st. De lijst was opgesteld op 5 juni 1725 door de bedesetters Thomas Verleysen, Jan Baptista ’t Sas, Peter Verleysen en, merkwaardig, Jan Plas zelf. Daar Plas weigerde te betalen, kwam de zaak op 7 juni 1728 in handen van de hoofddrossaard Jacobus Josephus Jacops. Op 26 oktober 1728 volgde de uitspraak. In gebanne vierschaere beslisten de schepenen Martinus Linthout, Peter Verleysen en Hendrik Voghel dat Jan Plas het verschuldigde bedrag moest betalen. Maar daarmee was de zaak nog niet opgelost. In het archief van de schepenbank vonden we nog een vonnis van 27 mei 1732 waarin de boer van de Blakmeers hoeve nog eens werd veroordeeld voor de betaling van de 67 g 15 st 1 o en bijkomende gerechtskosten. Het vonnis was ondertekend door Jan Van den Bossche, Jan Van Assche, Hendrik De Voghel, Peter Verleysen, Philippe Van Humbeeck en Jacobus Meert. P. Robijns was de griffier.

Was Jan Plas de vader van het kind van Joanna De Smedt?[4]

Tijdens de hoppluk september-oktober 1727 zou Jan Plas, de boer van de Blakmeershoeve een van de pluksters verkracht hebben. Dat gerucht deed de ronde en dat was voor de hoofddrossaard van het Land van Asse, Jacobus Josephus Jacops, de aanleiding om een vooronderzoek in te stellen.

7 juni 1728:

De schepenen van de schepenbank van Asse, Hendrik De Voghel en Martinus Linthout ondervroegen op zijn verzoek Maria Anna Keijmolen. Deze 51-jarige vroedvrouw woonde in Ternat. Zij vertelde aan de schepenen dat in de namiddag van 4 juni 1728 Jan De Pauw, die in een kamer van het huis van wijlen Peter De Smedt op Asse-ter-heide woonde, haar kwam vragen om aanstonds mee te gaan naar het huis van die Peter De Smedt. Maria wou weten of het voor Joanna was, voor de dochter van Peter, van wie men vertelde dat ze zwanger was van Jan Plas, de boer van de Blakmeershoeve. Dat bevestigde Jan De pauw en ze vertrokken dadelijk. Onderweg riep de vrouw van Jan Verhasselt haar toe dat ze verder moesten gaan want zij had het  kind al gedoopt. De vroedvouw hechtte daar geen geloof aan en spoedde zich naar Asse-ter-Heide. In de keuken zag zij Joanna liggen omringd door andere vrouwen. Zij onderzocht haar en stelde vast dat haar water nog niet was gebroken. Maria zei dat ze Joanna wilde helpen bij de geboorte op voorwaarde dat ze bekend maakte wie de vader van het kind was. Joanna legde daarop in haar handen de eed af dat Jan Plas van de Blakmeershoeve de vader was en dat zij nooit vleselijcke conversatie heeft gehad tenzij eenmaal met Jan Plas. Francis Van den Houte en Gerard De Valck waren er getuigen van. Dat gebeurde in zijn schuur in aanwezigheid van twee andere vrouwen. Joanna had hen zelfs om hulp gevraagd, maar zij wilden of durfden haar niet komen helpen. Ook na de geboorte bleef Joanna beweren dat Jan Plas de vader was.

19 april 1728: bijkomende verhoren.

– Anna De Cort, de vrouw van Ingel De Coster, 44 jaar en van Asse-ter-Heide, bevestigde de verklaring van Joanna[5]. Zij voegde er nog aan toe dat Jan Plas gezegd had dat hij haar nek zou breken.

– Petronella De Smedt, de zus van Joanna, was thuis toen de boer en zijn vrienden binnen vielen. Hij schreeuwde en tierde dat hij wou weten wat Joanna van hem vertelde. Een angstige Joanna antwoordde dat ze alleen eer en deugd van hem kon vertellen. Achteraf voegde ze eraan toe dat ze uit schrik niet meer wist wat ze had gezegd.

– Joanna Van Vaerenbergh, de vrouw van Merten Van den Broeck, legde dezelfde getuigenis af als Anna De Cort.

12 juni 1728: Nog meer getuigen.

De schepenen Hendrik De Voghel [6] en Martinus Linthout riepen nog meer getuigen op.

– Petronella De Valck uit Mazenzele, 32 of 33 jaar, was een van de hoppluksters in september 1727. Op de 3de of 4de dag was zij met de andere vrouwen uit de kamer waar zij sliepen weggegaan omwille van de vuijlicheijt van luijsen van Joanna De Smet. Zij, Maria De Blanck en Joanna zijn in de schuur op het hooi gaan liggen. Kort na middernacht kwam de boer binnen en ging bij Joanna liggen. Zij hoorde hem zeggen ick en sal u geen quat doen. Na ongeveer een half uur, toen de honden begonnen te blaffen, ging hij weg.

– Marie De Blanck, 32 jaar, uit Opwijk en vrouw van Joos Verdoodt[7], was een van de pluksters. Aan Joannes Van den Bossche en Peter Van Humbeek zegt ze dat ze met Joanna en Petronella De Smedt in één kamer sliepen.

– Jan De Pauw van Asse-ter-Heide, 40 jaar, heeft Hendrik Plas horen zeggen dat ze het huis van Joanna in brand zullen steken als ze bleef herhalen dat ze was groot gaende van Jan Plas.

7 juni 1728: getuigenis van Joanna De Smedt.

De twee getuigen, Francis Van den Houte, een 52-jarige Assenaar en Gerard De Valck uit Asse-ter-Heide, 32 jaar, bevestigden de verklaring van de vroedvrouw. Joanna zelf werd door officier Carel Rogiers voor de schepenbank gedaagd. Zij was 21 of 22 jaar oud en dochter van Catharina Geeroms. Zij had begin oktober hop geplukt bij Jan Plas. Op een avond, na de maaltijd, was zij, samen met twee andere vrouwen, naar de schuur gegaan om er op het hooi wat te rusten. Zo rond middernacht was Jan Plas bij haar gekomen. Hij had haar nog nooit aangeraakt, maar nu begon hij haar forselijck te verkrachten. Zij heeft zich daartegen verzet en de twee vrouwen om hulp gevraagd, maar die wilden haar niet helpen. Niettegenstaande haar verzet heeft de boer haar forselijck gedefloreert. Na zijn vleselijcken lust volbracht te hebben, dreigde hij ermee dat, als zij zou vertellen wat er was gebeurd, hij haar zou neerschieten. Zes weken geleden was hij naar het huis van haar moeder gekomen, samen met zijn vrouw, zijn knechten, zijn broer Franciscus, Francis Van den Houte, Cornelis De Boeck en nog enkele anderen. Hij greep Joanna bij haar arm en vroeg haar wat zij van hem te vertellen had. Uit angst durfde Joanna alleen maar deugdelijke dingen te zeggen. Hij schreeuwde haar toe dat hij zich zou ophangen als ze bleef vertellen dat ze van hem in verwachting was. Drie weken later kwam Catharina, de dochter van Francis Van den Houte, haar vragen mee te gaan naar haar ouders. Daar toonde ze haar een verklaring die ze moest ondertekenen. Hendrik Plas, een broer van Jan, dreigde ermee haar huis in brand te steken als ze niet tekende. Joanna ondertekende dan het blad met een X.

22 juni 1728: hoofddrossaard vat de feiten ten laste van Jan Plas samen.

Drie hoppluksters sliepen in de schuur van Jan Plas op de Blakmeershoeve. Op een nacht werd Joanna, een van de pluksters, door Jan Plas verkracht. Later ging die samen met zijn kompanen Joanna bedreigen en zijn broer Hendrik verplichtte Joanna een verklaring van Jans onschuld te ondertekenen. Jan Plas was eerder al eens voor een dergelijk feit aangeklaagd.

Uit het doopregister van Asse: 7 (juni 1728 te Asse) is gedoopt Joannes onwettige zoon van Joanna De Smedt die tijdens de bevalling in tegenwoordigheid van de vroedvrouw Maria Anna Kijmolen en de getuigen Franciscus Van Den Houte en Gerardus De Valck verklaarde dat Joannes Plas de vader was.

13 juli 1728: de reactie van Jan Plas.

Volgens hopboer Jan Plas sliepen de drie pluksters samen met zijn dochters en meiden samen in één kamer. Daar zijn dochters kloegen over luizen bij de pluksters verzocht zijn vrouw de drie pluksters in de schuur te gaan slapen. Op een nacht, hij kwam juist uit zijn ast waar hij met de knechten het vuur onderhield om de hop te drogen, hoorde hij lawaai in de schuur. Hij opende de poort en vroeg wie daar was. De drie vrouwen maakten zich bekend en hij ging naar zijn huis. Vijf of zes weken geleden kwam zijn broer Hendrik hem melden dat Joanna De Smedt hem van verkrachting beschuldigde. Zo’n valse aanklacht kon hij niet aanvaarden en daarom trok hij met zijn vrouw, zijn broer en vrienden naar het huis van Joanna. Zij heeft toen openlijk gezegd dat zij geen betrekkingen hebben gehad. Meer nog, in aanwezigheid van Francis Van den Houte en Cornelis De Boeck, ondertekende Joanna een verklaring waarin ze ontkende dat hij de vader van haar kind was. Over die eerdere veroordeling zei hij dat hij toen weduwnaar was en abusief werd veroordeeld. Hij wou toen niet in beroep gaan tegen het vonnis omdat het meisje arm was en geen schadevergoeding kon betalen.

25 augustus 1728: op zoek naar meer bewijzen.

Jan Plas daagde de hoofddrossaard uit om echte bewijzen voor te leggen. Die vroeg op 26 oktoberde getuigen opnieuw te verhoren en om nog meer mensen te ondervragen. De schepenen Martinus Linthout, Peter Verleysen en Hendrik De Voghel gingen in op de vraag van Jan Plas en riepen op 6 december de getuigen op voor een nieuw verhoor. Peter De Bailliu, Joannes Van den Bossche, Peter Van Humbeek en Gillis Van Ginderachter deden de ondervragingen.

– Mariana Keijmolen bleef bij haar eerste getuigenis.

– Francis Van den Houte hield vol dat hij Joanna onder eed en tijdens haar barensweeën hoorde  zeggen dat Jan Plas de vader van haar kind was.

– Gerard De Valck zei hetzelfde.

– Joanna kwam met nieuwe feiten. Jan Plas had in oktober haar verscheide reijsen noch vleselijck bekent in de schuere.

– Anna De Cort vertelde dat Joanna haar eens zei dat ze niet wist wie de vader was, maar later zei ze dat het een man was die geleek op de man van haar moeder. Op 4 juni duidde ze een zekere Joseph uit Bijgaarden aan als de vader. Maar na enig aandringen van Anna gaf ze toe dat het Jan Plas was.

– Petronella De Smedt, de vrouw van Jan De pauw, bevestigde de verklaringen van Anna De Cort.

– Joanna Van vaerenbergh, de vrouw van Merten Van den Broeck van Asse-ter-Heide, wist niet dat Jan Plas Joanna verbood om hem als de vader van het kind aan te duiden en dat hij haar nek zou breken als ze het toch deed. Zij had niet gehoord dat Joanna om hulp riep die nacht in de schuur. Maar ze wis zeker dat Joanna tijdens het baren zei dat een zekere Joseph tijdens de hoppluk met haer besigh hadde geweest, hadde geslapen ende vleesselijcke geconverseert. Later zou ze aan die Joseph hebben voorgesteld om naar de pastoor te gaan en te trouwen.

– Petronella De Valck uit Mazenzele, 32 jaar, wist dat Jan Plas in de schuur is gekomen, maar dat sij niet en is gewaer geworden dat hij bij Joanna was gaan liggen of dat zij om hulp riep.

– Jan De Pauw bleef bij zijn eerste getuigenis. Hij voegde er wel aan toe dat hij Jan Plas en zijn twee knechten in het huis van Joanna hoorde zeggen dat zij het huis van vier kanten in brand zouden steken.

– Marie De Blanc kwam pas op 14 december aan de beurt. Nu wist ze plots dat niet Jan Plas maar een man uit Lebbeke twee of drie nachten bij Joanna was gaan liggen.

– Francis Van den Houte en Cornelis De Boeck bevestigden dat Joanna een verklaring ondertekende waarin ze Jan Plas niets ten laste legde.

– Joanna Marie Van Ingelghem, de vrouw van Francis Van den Houte, waarschuwde Joanna op 19 april 1728 niets te ondertekenen als ze met Jan Plas iets had gehad. Joanna antwoordde haar dat hij noijt aen mij is geweest en heeft noijt met mij vuijtstaens ofte te doen gehadt en dan ondertekende ze de brief.

– Catharina De Bruijn, de vrouw van Govaert Van Brempt van Doment[8], ging in april 1728 naar Asse en onderweg stapte ze bij de moeder van Joanna binnen om voor haar een halve zak zout mee te brengen als ze met haar kerre naar Brussel reed. Aan Joanna Vroeg ze wie de vader van haar kind was en zij antwoordde dat het Joseph uit Bijgaarden was. Op 7 mei was ze weer in het huis van Joanna’s moeder om een ton azijn te bestellen. Ze sprak Joanna nog eens aan over het vaderschap en Joanna hield vol dat Joseph de vader was en dat Jan Plas haar nooit getoucheert had. Joseph was vorige zondag nog bij haar gekomen toen ze naar Asse naar de mis ging. Hij wou haar toen beschunken. Catharina sprak ook nog met Joanna’s moeder omdat die vertelde dat Jan Plas, een eerlijk man volgens Catharina, haar dochter wel had verkracht en dat terwijl Joanna die Joseph als de dader aanwees. De moeder antwoordde dat Jan Verhertbruggen, de armenmeester van Asse, haar had verwittigd dat ze niets meer van de armendis zou krijgen als ze bleef volhouden dat Jan de vader was.

– Marie De Blanc kwam nog eens met een gewijzigde verklaring. Nu beweerde ze dat Joanna in de schuur tussen haar en Petronella De Valck sliep en dat de boer nooit in de schuur was geweest.

– Jan Temmerman, de smid uit Asse-ter-Heide, zag Joanna eens haar woning verlaten met een zekere Joseph. Hij vroeg haar moeder of zij met die Joseph zou trouwen en kreeg als antwoord dat ze met die deugniet niet kon trouwen want zij konden het kind niet onderhouden. Later stelde hij dezelfde vraag aan Joanna en die zei wat soude ick met dien deugniet doen, ick sal wel eenen rijke persoon vinden om als vader te declareren.

– Digna De Bailliu, de vrouw van Jan Verhaselt herinnerde zich nog dat in juni Peternelle, de zus van Joanna, haar kwam vragen om direct mee te gaan naar het huis van haar moeder om Joanna bij te staan tijdens haar bevalling. Haar man was er tegen, maar uit christelijke liefde voor haar evennaaste was ze toch meegegaan. Daar er geen vroedvrouw was, hielp ze Joanna tot Joanna Van den Houte, de vrouw van Cornelis De Boeck binnen kwam. Zij eiste van Joanna dat ze zou zeggen wie de echte vader was, anders zou ze haar niet hepen. Joanna zei, en iedereen kon het horen, dat Joseph van Bijgaarden de vader was en dat Plas haar nooit had aangeraakt. Digna verliet dan het huis en vernam achteraf dat Joanna een soontien had dat in de kerk van Asse werd gedoopt.

– Joanna Van den Houte herhaalde de vorige getuigenis.

– Anna De Cort, de vrouw van Engel De Coster, woonde met haar gezin in een deel van de hofstede van Joanna’s moeder. Zij was ook bij de geboorte en hoorde dat Joanna  Joseph de vader noemde.

– Aan Engel De Coster vertelde Joanna dat ze met Joseph naar Asse was gegaan om te trouwen, maar uiteindelijk bij de pastoor niet wou binnen gaan omdat die soude gaen kijven.

20 juni 1729 nieuwe ondervragingen.

Hendrik De Voghel, Peter Verleysen met griffier P. Robijns ondervroegen nog eens Francis Van den Houte, Cornelis De Boeck, Joanna Maria Van Ingelghem, Maria De Blanc, Catharina De Bruijn en Jan Temmermans. Een dag later kwamen Digna De Bailliu, Anna De Cort en Engel De Coster aan de beurt, maar er kwamen geen nieuwe feiten aan het licht.

Aldus gedaen ende wettelijck verhoord desen 21ste juni 1729 present Joannes Van Den Bossche, Henricus De Voghel ende Peeter Verlijsen schepenen.

28 september 1730: het verzoek van Jan Verhertbruggen.

Jan verhertbruggen, een pachter van Asse, verzocht Carel Rogiers en Peter Ledegen om het kind van Joanna aan Jan Plas toe te wijzen. Zij weigerden tenzij de hoofddrossaard hen daartoe het bevel zou geven.

17 maart 1731: het oordeel van de hoofdrossaard.

De hoofdrossaard was van mening dat er bij delicten nooit duidelijker informatie was ingewonnen dan in dit proces. Het bewijs leverde de vroedvrouw die onder eed vernam dat het kind van Jan Plas was. Dat was in aanwezigheid van Francis Van den Houte en Gerard De Valck. Zij hebben dat bevestigd. Die getuigenissen werden versterkt door de bedreigingen van Jan Plas. Petronella De Valck en Maria De Blanc getuigden dat Jan Plas een half uur bij Joanna was gaan liggen. Jan Plas zelf zei dat hij in de schuur was geweest.

Petronella De Valck en Marie De Blanc ontkenden later dat Jan Plas bij Joanna was gaan liggen ook al ze hadden in hun eerste getuigenis onder eed afgelegd het tegenovergestelde beweerd. Maar ze zaaiden twijfel: waren hun verklaringen geloofwaardig? Ook de eed van Joanna is geene genosghsaeme preuve gezien de tegenstrijdige verklaringen die ze herhaalde malen aflegde. Ook al was het delict een criminele zaak onderworpen aan zware straffen, de hoofdsrossard zag zich verplicht Jan Plas te dechargeren van alle calumnie. Jan Plas, boer op het Hof te Blakmeers ging dus vrijuit.

Waar was de vader van Joanna?

De moeder van Joanna werd herhaaldelijk een weduwe genoemd. Toch was het niet zeker dat haar man dood was. Peter De Smedt, zoon van Cornelis, was afkomstig van Teralfene en woonde in Asse –ter-Heide. Op 3 september 1706 werd hij veroordeeld wegens diefstal. Hij had drie koeien gestolen, een van Peter Cortvrindt uit Denderleeuw, een van Jasper en een van Cornelis, een Fransman uit Ninove. Hij had ze op de markt te Brussel verkocht, maar werd toch gesnapt en zwaar gestraft door de leenmannen van de burcht en kasteel van Liedekerke en substituut Paschier De Brauwer: geseling met scherpe roeden tot bloedens, brandmerking en verbanning uit Vlaanderen voor 15 jaar.

Een milieudelict.

In de zomer van 1733 loosde Jan Plas het vuile water van 6 vlasputten in de Arckeijebeke (Okaaibeek?) met als gevolg dat enkele dieren van de abdij, die van het water van de beek hadden gedronken, ziek werden en een ervan stierf. Ook alle vissen van de beek tot aan de Dender waren dood. Op verzoek van drossaard Joannes Emmanuel Loovens onderzocht Jacobus Van der Elst de zaak. Voor de abdij, als benadeelde partij, stelden schepen Jacobus Meert en meier Martinus Linthout ook een onderzoek in. Het gevolg was dat de drossaard bij de schepenbank een klacht neerlegde tegen Jan Plas. De schepenen Peter Van de Putte, Carel Rogiers oordeelden dat zo’n daad niet gepermitteerd was en noch en mach getolereerd worden ter oorsaecke het voorschreven rioolwater veroorsaeckt sieckten aen het vee ende teenemael vernietight ende ruineert de visscherije. Zij verzochten de hoofdofficieren om Jan Plas een boete op te leggen.

Een lening niet terugbetaald.

De erfgenamen van jonker Olivier Franciscus Limnander eisten van Jan Plas 231 g 14 st 1 o. Was dat voor achterstallige pacht of ging het om de afkorting van een lening, dat is niet duidelijk. Jan werd op 19 april 1735 door officier Gommaert Verloes voor de schepenen gedaagd door hun advocaat Egidius Crick. Advocaat Van Mulders verdedigde Plas met het argument dat het bedrag te hoog was daar zijn cliënt eerder al bedragen had overgemaakt. Crick eiste dat de tegenpartij de bewijzen van eerdere betalingen zou voorleggen. Op 4 mei 1735  toonde Van Mulders bewijzen van vroegere betalingen:

– Hij heeft kwitanties voor 147 g 10 st. tot 16 november 1729.

– Een kwitantie voor vertier van 23 g van posthouder Jacobus Stombaije van Asse en van Jacobus Roselet van Hekelgem.  

– Een getuigenis van Jan Baptist Stoels dat hij 6 p betaalde.

– Een bewijs dat hij in Het Bourgondisch Kruis 30 g betaald.

Het antwoord van Crick volgde op17 mei. Hij vond de kwitanties niet aannemelijk. De advocaten bleven elkaar verwijten toesturen tot de schepenen, na advies, ingewonnen bij de rechtsgeleerden van de Souverynen Raede van Brabant, eisten dat beide partijen op 23 augustus 1735 zouden verschijnen ten huize van advocaat Goijvaerts te Brussel. Op 29 november 1735 volgde een uitspraak ten nadele van Jan Plas. Hij moet het geëiste bedrag betalen. Hendrik De Voghel, Gillis Meert en Peter Verleysen ondertekenden de uitspraak.

Een lening aan Jan Van den Houte.

Jan Van den Houte en zijn vrouw Barbara De Nil uit Meldert gingen op 9 september 1733 bij Jan Plas een lening van 50 g met een intrest van 5% aan bij Jan Plas. Zij moesten binnen de drie jaar de lening terugbetalen.

Na de dood van Jan ging zijn weduwe Elisabeth Goossens een tweede huwelijk aan met Egidius, broer van Jan. Hij overleed op 15 november 1772. Dit huwelijk bleef kinderloos.

IIIa. – FRANCISCUS BENEDICTUS PLAS.

Franciscus Benedictus, zoon van Jan en Margaretha, werd gedoopt op donderdag 21 maart 1715 in Hekelgem. Franciscus overleed op vrijdag 27 juli 1798 in Hekelgem, 83 jaar oud. Hij trouwde, 49 jaar oud, op zondag 7 oktober 1764 in Hekelgem met Joanna Verherstraeten, 32 jaar oud. Zij werd gedoopt op donderdag 13 december 1731 in Asse. Joanna overleed op vrijdag 2 november 1810 in Hekelgem, 78 jaar oud.

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Barbara, gedoopt op 19 augustus 1765, aldaar overleden op 3 april 1854. Zij huwde te Hekelgem op 7 januari 1795 met Jacobus De Coster, gedoopt te Hekelgem op 30 oktober 1767 en aldaar overleden op 8 maart 1837.

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt/ geboren:

1. Gerardus, gedoopt op 28 januari 1800, overleden te Mons (Bergen) op 14 april 1820:

 Décédé suite à une “fièvre gastrique” à l’Hopital Civil de Mons. Il servait dans l’infanterie comme fusillier.

2. Maria Catharina, geboren op 1 oktober 1802, zij huwde te Hekelgem op 11 november 1829 met Petrus De Ridder, geboren te Ternat op 7 december 1799, overleden te Hekelgem op 21 augustus 1866, zoon van Adrianus en Elisabeth Faes.

2. Gerardus, gedoopt op 17 juli 1768, aldaar overleden op 9 januari 1839.

3. Henricus, gedoopt op 24 november 1770, aldaar overleden op 17 april 1814.

4. Thomas, gedoopt op 26 november 1773, aldaar overleden op 29 juni 1811.

IIIb. – ELISABETH.

Elisabeth, dochter van Jan en Margaretha Moerenhout, werd gedoopt te Hekelgem op 27 september 1717 en overleed te Essene op 16 mei 1794. Zij trouwde te Hekelgem op 7 augustus 1743 met Joannes Baptist Van de Putte, gedoopt te Essene op 9 augustus 1711,  aldaar overleden p 22 augustus 1764, zoon van François en Joanna Van den Broeck.

IIIc – JUDOCUS.

Judocus Plas, zoon van Jan en zijn derde vrouw Elisabeth Goossens, gedoopt te Hekelgem op 19 november 1727 overleed Essene op 5 september 1815. Hij trouwde te Essene op 20 mei 1755 met Barbara Van de Putte. Zij werd te Essene gedoopt op 8 december 1729 en overleed er in 1801. Barbara was een dochter van Peter en Maria Pepersack en weduwe van Jacobus De Bus met wie ze een kind had, Phillipus Jacobus De Bus. De hoofdrossard en de schepenen van Asse, als voogden van het kind, hadden hun toestemming gegeven mits de opmaak van een huwelijkscontract. Als Barbara als eerste van het nieuwe huwelijk zou sterven dan moest Judocus het kind opvoeden in de Roomsche catholijcke religie en het onderhouden van cost, drank, cleederen ende lijnwaert naer staet soo in saecke als gesontheijt behoorelijck doen leeren lesen ende schrijven. Op zijn 25 jaar zou hij 250 g ontvangen. Sterft Philippus eerder dan behied Judocus de goederen van de goederen van Jacobus De Bus.

Uit het huwelijk werden 9 kinderen geboren en te Essene gedoopt:

1. Egidius, gedoopt op 28 februari 1756 en overleden te Essene op 19 december 1756.

2. Joanna Maria Berlindis, gedoopt op 1 oktober 1757 en te Opwijk overleden op 18 mei 1820. Zij trouwde te Essene op 26 november 1793 met Hiëronymus Van Malder, gedoopt te Baardegem op 21 juli 1758, † te Opwijk op 17 maart 1839.

3. Maria Elisabeth, gedoopt op 13 oktober 1759 en overleden te Essene op 6 december 1839. Zij huwde te Essene op 22 juni 1791 met Joannes Baptist De Smedt, gedoopt te Essene op 7 januari 1760 en aldaar overleden op 12 mei 1835.

4. Maria Catharina, gedoopt op 22 juli 1761 en overleden te Essene op 18 november 1763.

5.Isabella, gedoopt op 22 april 1763 en overleden te Essene op 21 december 1806.

6. Cecilia, gedoopt op 30 oktober 1764 en overleden te Essene op 27 december 1767.

7. Joanna Catharina, gedoopt op 4 december 1766 en overleden te Lebbeke op 21 februari 1837. Zij huwde een 1ste maal met Joannes Ludovicus De Backer, gedoopt te Lebbeke op 11 juni 1757 en overleden te Lebbeke op 5 augustis 1810, zoon van Phillipus Jacobus en Judoca Van Daelem. Zij trouwde een 2de maal te Lebbeke op 26 augustus 1811 met Petrus Dauwe, gedoopt Lebbeke op 3 november 1750 en aldaar overleden op 23 juni 1826.

8.Maria Theresia, gedoopt op 9 april 1768 en overleden te Essene op 25 november 1824. Zij huwde met Egidius De Pauw, gedoopt te Essene op 5 juli 1757 en aldaar overleden op 18 maart 1808.

9. Joanna Maria, gedoopt op 20 maart 1770 en er overleden op 19 maart 1808, zij huwde te

huwde te Essene op 14 november 1804 met Franciscus De Mesmaecker, gedoopt te Essene op 22 mei 1762 en er overleden op 28 januari 1828

IIId. – GERARDUS.

Gerardus, gedoopt te Hekelgem op 3 november 1734, overleed aldaar op 21 juli 1794. Hij trouwde te Hekelgem op 31 juli 1769 met Joanna Maria Rollier, gedoopt te Pamel op 12 juni 1747, overleden te Hekelgem op 23 januari 1803, dochter van Nicolaas en Joanna Francisca Van der Elst. Gerard nam na de dood van zijn moeder Elisabeth op 15 november 1772 de hoeve over.

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Elisabeth, volgt IVa.

2. Egidius, volgt IVb.

3. Judocus Benedictus, gedoopt op 8 maart 1775, aldaar overleden op 10 januari 1804.

4. Barbara, gedoopt op 18 januari 1778.

5. Judoca Carolina, volgt IVc.

6. Joannes Franciscus, gedoopt op 13 september 1781, aldaar overleden op 1 maart 1837.

7. Francisca Elisabeth, gedoopt op 31 augustus 1783, aldaar overleden op 15 oktober 1783.

8. Cornelius, volgt IVd.

9. Joanna Catharina, volgt IVe.

10. Carolus Franciscus, gedoopt op 20 juni 1790, aldaar overleden op 23 mei 1792.

Gerard en zijn vrouw Joanna Maria boerden goed en konden meerdere leningen toestaan:

– Op 17 februari 1791 leenden ze 800 g aan 3,5% aan Michiel Wambacq, zoon van Peter en zijn vrouw Catharina Willems uit Essene. Als borg gaven Michiel en Catharina 3 d 58 r land gelegen op Het Horeken, palende aan Ludovicus Rogiers, de heer Serclaes, Peter De Weese en Peter Van Vaerenbergh. Het perceel was belast met een grondcijns aan de abdij van 5 o. J. De Smedt was de notaris.

– Twee jaar later stonden ze een lening van 275 g toe aan Peter Monsieur en Franchoise Boom met een rente van 12 g 7 st 2 o per jaar. Werd de rente binnen de 6 weken na de vervaldag betaald, dan kregen ze een korting van 1 g. Als pand stelden ze een behuisde hofstede, groot 47 r, nabij het curenhuis van Hekelgem. Het perceel was ook belast met een grondcijns aan de abdij. Notaris Egidius De Coster stelde de akte op.

Gerard overleed in 1794 maar zijn weduwe tekende op 6 oktober 1795 een nieuwe pachtovereenkomst voor 6 jaar. Ze betaalde 700 g voor 38 b 1 d 55 r. Er was nog een achterstallige pacht van 350 g.

– Op 8 oktober 1795 leenden ze 700 g aan de abdij, die door de Franse bezetters zwaar was belast, met een rente van 28 g. Notaris Van der Schueren stelde de akte op[9].

Op 4 april 1798 bekende Michiel Meert aan notaris Van Itterbeke dat hij  300 g schuldig was aan Joanna Maria Rollier  voor de levering van kareelstenen. Ze beloofde binnen de drie jaar haar schuld te betalen plus een intrest van 3%.

Verkoop van de hoeve.

Vanaf 6 oktober 1795 was de burgerlijke grondwet van de Franse overheid in onze gewesten  van toepassing. Als gevolg van deze wetgeving werden alle kerkelijke goederen in onze contreien geconfisqueerd. In Frankrijk was dat al met de wet van 2 november 1789 gebeurd. De Franse republikeinen wilden immers de katholieke godsdienst uitroeien en met hun wet van 15 fructidor an IV (1 september 1796) werden de abdijen en kloosters in de 9 departementen van wat nu België is, opgeheven De geconfisqueerde goederen werden als nationaal goed in een “Caisse” ondergebracht in afwachting van hun verkoop. Zij dienden als onderpand voor de uitgifte van papiergeld, de assignaten.  De verkoop van het pachthof gebeurde op 26 juni 1798.

Affligem_10_1_2006 008Vooraf had de Franse overheid een beschrijving van de Blakmeershoeve laten opmaken: een hoeve genaamd “Ten Blauwkerse” (Blackmeersch) bestaande uit een woonhuis, schuur, paardenstallen, stallen, gebouwd in baksteen en bedekt met stro, met achtendertig bunder (47 ha 78 a 50 ca) land en weiden, verpacht aan de weduwe Gerard Plas met een pachtcontract eindigend jaar 11 voor een jaarlijkse pachtsom van 580 gulden, lasten niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- 33 ha 95 a 25 ca landbouwgrond in een stuk gelegen op het veld genaamd “Boschcauter”.

2- 5 ha 3 a weide gelegen op de plaats genoemd “Feesttruyn”.

3- 4 ha 40 a 12 ca gelegen op de plaats genaamd “Tijke”, vermoedelijk “Het Heiken”.

4- 1 ha 25 a 75 ca weide gelegen te Essene op de “Steenbrugge”.

Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse stelden het PV van de schatting op 25 mei 1798 op. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 920, en de verkoopprijs op £ 38 000, de 25 hoogstammige bomen werden geschat op £ 60, samen £ 38 060. Alles was voor 9 jaar verpacht aan de weduwe Gerard Plas met een pachtcontract van 25 december 1794 en eindigend op 25 december 1803 voor een jaarlijkse pachtsom van 580 gulden. De weduwe Plas liet  noteren dat de schuur op het erf haar eigendom was.

De verkoop had plaats te Brussel op 26 juni 1798 om 10 uur volgens affiche nr. 94, artikel 4. Het bieden ving aan met een openingsbod van 19 500 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars werden de goederen toegewezen voor het eindbod van 540 000 pond aan burger Josse Adrien De Wolf wonende te Aalst. Joanna Maria werd meermaals aangemaand om het bedrijf te kopen, maar zij weigerde. Was dat onder invloed van Adriaan Rollier, pastoor van Teralfene? De aartsbisschop Johannes von Franckenberg, tevens abt van Affligem, had de gelovigen verboden om kerkelijk goed (zwart goed) te kopen. Alleen de familie Van de Putte van de Bellemolen te Essene kocht de molen die ze pachtte. Egidius (Gillis), de oudste zoon had er nochtans op aangedrongen om de hoeve toch te kopen. Hij kon nadien de gedwongen afstand van het hof moeilijk verkroppen. Met haar 60 ha was de Blakmeershoeve het belangrijkste landbouwbedrijf in Hekelgem. Nu is de semi-gesloten hoeve omgebouwd tot een riant woonhuis, met 24 are bestrijkende bebouwde vertrekken. Voor de restauratie van het schuurdak waren 24 000 dakpannen nodig.

Een nieuw pachtcontract.

Voor borgeresse Joanna Maria Rollier, zat er niets anders op dan met de nieuwe eigenaar een nieuw pachtcontract af te sluiten voor het Hof de Blauwkerre (!). Dat gebeurde op 19 juni 1799 bij notaris Philippe Van Itterbeke en voor een termijn van 6 jaar en bevatte de volgende artikels:

– Het Hof de Blauwkerre met land, weide en bos, groot 34 b werd verpacht voor 1 469 fr. 38 ct. (Frans geld) vanaf 25 december 1798. De pachter betaalt de pacht in de woning van de eigenaar in goud of zilveren speciën.  

– Alle belastingen zijn ten laste van de huurder.

– De pachter moet het land en de weiden behoorlijk bemesten en cultiveren.

– In geval van schade door hagel of overstroming zal de huurder de verhuurder binnen de 24 u. op de hoogte stellen van de schade om kwijtschelding of korting van pacht te bekomen. Een expert zal de schade vaststellen.

– De huurder moet jaarlijks in Charleroi of elders een vracht houille halen met een wagen bespannen met vier paarden en die naar de woning van de verhuurder brengen. Alle kosten van vertier en bareelrechten zijn ten laste van de huurder. De verhuurder zal de wagen aanduiden die de huurder daarvoor moet gebruiken.

– De huurder moet jaarlijks 300 mutsaards, samengesteld uit allerlei soorten hout zoals els, eik, zeselaeren maar geen wilg. leveren ten huize van de verhuurder.

– De huurder moet jaarlijks op verzoek van de huurder op de kanten van velden en weiden poten planten van witze, populieren of abbeelen, 25 voet van elkaar. De middelste poot is voor de pachter en zal dienen als tronkboom. De pachter zal de poten ophalen die de verhuurder zal aanduiden.

– De huurder heeft geen recht op de peplante poten.

– De huurder moet op zijn kosten de aanpalende straten en wegen onderhouden en de beken ruiumen.

– Overlijdt de pachter voor het einde van de pachttermijn, dan hebben de erfgenamen de keuze. Ze kunnen het pachtcontract overnemen of opzeggen. De opzeg moet gebeuren een jaar voor de volgende vervaldag.

– Als de erfgenamen na de pachttijd de hoeve willen verlaten, moeten ze een jaar vooraf hun opzeg meedelen.

– De huurder moet op zijn kosten het huis, de schuur en de stallen onderhouden

IVa – Elisabeth.

Elisabeth, de oudste dochter van Gerard en Joanna Maria, werd op 23 februari 1771 te Hekelgem gedoopt. Zij huwde te Hekelgem op 15 april 1812 met Josse Van der Heyden, gedoopt te Wemmel op 29 december 1781. In 1810 nam de ongetrouwde Elisabeth de Blakmeershoeve over na afrekening met haar broer Cornelis en haar zussen Carolina en Barbara. Met Isabella Josepha Van wambeke, de weduwe van Adriaan De Wolf, sloot Elisabeth een nieuwe pachtovereenkomst voor 6 jaar voor een bedrag van 1300 gulden. De hoeve omvatte toen 45 ha 53 a 36 ca aan land, weiden en bossen. Na haar huwelijk met Josse Van der Heyden in 1812 zetten ze samen uitbating voort tot 1836. Josse stierf op 20 juli in dat jaar en daar ze geen kinderen hadden zag Elisabeth zich genoodzaakt de pacht op te zeggen. De eigenares liet de waarde van de gebouwen schatten en er werd een minderwaarde sinds 1810 van 209 gulden 14 stuivers vastgeteld, bedrag dat Elisabeth moest betalen. Haar dieren, 7 paarden en 20 koeien, en landbouwalaam werd openbaar verkocht op 14 en 15 maart 1837 en bracht 11 264,31 Belgische fr. op. De volgende pachter, Hendrik Ermens uit Steenhuffel betaalde voor de prijzij 4 172,32 fr. en voor de houtwas2 729,32 fr. Daarmee eindigde de geschiedenis van de familie Plas op de Blakmeershoeve.

IVb – Egidius.

Egidius, zoon van Gerard en Joanna Maria, werd gedoopt op 22 februari 1773 en overleed aldaar op 26 september 1855. Hij huwde te Hekelgem op 31 december 1806 met Elisabeth Meert, gedoopt te Hekelgem op 13 ktober 1776, aldaar overleden op 1 juli 1846, dochter van Joannes Baptist en Petronille Van de Velde.

Kindren uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:

1. Joannes Baptist, geboren op 10 mei 1807, overleden te Teralfene op 17 januari 1892. Hij huwde te Hekelgem op 28 november 1838 met Joanna Bernardina Van Nieuwenhove, geboren te Teralfene op 20 september 1797 en aldaar overleden op 4 april 1886, dochter van Joannes Baptista en Joanna Van Cutsem.Joannes Baptist was boer en voorzitter van de kerkraad te Teralfene.

2. Cornelius, geboren op 27 februari 1809, aldaar overleden op 12 januari 1889.

3. Petrus Jacobus, geboren op 8 juli 1810, aldaar overleden op 12 april 1892.

4. Joannes Baptist, geboren op 11 mei 1812, aldaar overleden op 4 september 1812.

5. Petrus Franciscus, geboren op 2 oktober 1813, overleden in 1893. Hij huwde te Teralfene op 4 mei 1859 met Martina Guldemont, geboren te Teralfene op 5 september 1835, aldaar overleden op 19 december 1890.

6. Letitia Paula, geboren op 6 maart 1817.

Bij de dood van zijn moeder rezen er moeilijkheden onder de kinderen. In 1806 volgde een eerste verkaveling, gevolgd door een volledige verdeling van de onroerende nalatenschap in 1809 met een akte van 8 november. De onroerende nalatenschap bestaande uit de 24 koeien en 8 paarden, landbouwalaam, huisraad, waarden  van de vruchten bedroeg op 3 maart 1812 zo’n 12 763 g 10 st 4 deniers[10]. Egidius was toen hij in 1806 trouwde al uit de gemeenschap getreden.

Egidius en zijn zus Carolina, de vrouw van Hubertus Schoon, moederlijcke oom en moey, van Carolina Amelia Boonen, stelden op 6 december 1854 notaris Josephus Angelus Crick aan om de erfenis van Carolina op te sporen. Zij was op 8 oktober 1854 overleden in de Vlierstraat te Brussel. Samen met de notaris werden ook Cornelis Josephus Plas, rentenier te Hekelgem, de echtgenoten Schoon-Plas en Joannes Egidius Van Lierde, rentenier te Hekelgem, aangesteld. Carolina Amelia was de dochter van Gerard Boonen en Barbara Plas, de zus van Egidius en Carolina. De inventaris van haar goederen werd door notaris Elias opgesteld op 8 november 1854. Voor de erfgenamen bleef de vraag of zij de successie zouden aanvaarden of afwijzen. In het laatste geval zou alles verkocht worden.

IVc – JUDOCA CAROLINA.

Judoca werd te Hekelgem gedoopt op 15 januari 1780, overleed aldaar op 5 april 1856. Zij trouwde een 1ste maal te Hekelgem op 29 januari 1807 met Petrus Jacobus Van Lierde, geboren te Hekelgem op 30 juni 1766, aldaar overleden op 8 februari 1821, zoon van Josephus Cornelis en Joanna Catharina De Kegel. Zij huwde een 2de maal te Hekelgem op 29 mei 1822 met Jan Hubert Schoon, gedoopt te Hekelgem op 3 november 1789, aldaar overleden op 13 februari 1863, zoon van Benedictus Emmanuel en (Jo)Anna Francisca Van Lierde.

Op 24 januari 1807 sloten Judoca Carolina en Petrus Jacobus een huwelijkscontract af bij notaris jean Hubert Bouwmans te Asse. Het contract bepaalde dat ze al hun bezittingen, behalve de onroerende, in de gemeenschap brachten. De langstlevende zal, als er geen kinderen zijn, tot zijn dood het vruchtgebruik genieten en al hun bezittingen erven. In het geval er kinderen zijn, zal de langstlevende zich schikken naar de bestaande wetgeving inzake successie.

Kinderen uit het eerste huwelijk te Hekelgem geboren:

1.Jean François, geboren op 7 november 1808

2.Jean Egide, geboren op 10 maart 1811

3.Jeanne Benedicte, geboren op 24 novermber 1813 en overleden te Hekelgem op 20 september 1876.

Kinderen uit het tweede huwelijk:

1.Amelia, geboren op 7 april 1822

2.Joanna Maria, geboren op 2 maart 1825.

Jean François (Joannes Franciscus) kreeg de studiebeurs Franchoys Lemmens-Broeckx uit Meldert. Vanaf 1826 studeerde hij aan het zeer vermaarde groot seminarie Saint Sulpice in Parijs. Priester gewijd te Amiens in 1835 en vanaf 1836 Oratoriaan. Pastoor oratoriaan op het eiland Nordstrand (Denemarken), erflater van de betwiste goederen te Affligem[11].

Jan Egidius werd molenaar en schepen te Hekelgem, ondervoorzitter van de harmonie van 1821 tot 1866 en erevoorzitter 1866-69[12]. Op de algemene vergadering van de Landbouwcomice van Asse in 1860, werd Joannes Egidius Van Lierde, schepen van Hekelgem, verkozen als lid van het vast bureau[13].

IVd – CORNELIS.

Cornelis werd te Hekelgem gedoopt op 4 december 1784 en overleed Essene op 14 juli 1827. Hij trouwde te Hekelgem op 24 oktober 1810 met Annie Robijns, gedoopt te Hekelgem op 30 augustus 1778 en te Essene overleden op 11 juli 1818, dochter van Martinus en Francisca Resteau.

Kinderen uit dit huwelijk:

1. Marie Philippine, geboren te Hekelgem op 19 december 1810, overleden te Essene op 8 augustus 1886.

2. Petrus Emmanuel, geboren te Essene op 13 mei 1817. Hij huwde een 1ste maal met Paulina Van de Velde, overleden te Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek op 24 oktober 1856. Hij huwde een 2de maal te Essene op 16 januari 1839 met Joanna Maria De Clerck, geboren te Essene op 17 juli 1815, aldaar overleden op 23 april 1839. Hij trouwde een 3de maal te Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek op 18 juni 1857 met ReginaVan der Velden, geboren te Herfelingen op 4 februari 1824.

Petrus werd koopman in likeuren te Sint-Jans-Molenbeek. Op 15 februari 1853 verkocht hij aan Joannes Franciscus Bosteels en Maria Catharina Clauwaert 38 a 11 ca land gelegen op de Buikouter. Het perceel paalde aan de kinderen Roseleth en Jan Baptist Clauwaert en was belast met die eeuwigdurende jaargetijden in de kerk van Hekelgem waarvoor jaarlijks 10,88 fr. moest worden betaald.

IVe – JOANNA CATHARINA.

Joanna Catharina werd gedoopt te Hekelgem op 25 november 1787, overleed aldaar op 7 juni 1825. Zij huwde een 1ste maal te Hekelgem op 23 september 1813 met Jacobus Amandus Verbeecke, gedoopt te Hekelgem op 12 mei 1790, aldaar overleden op 24 juli 1817, zoon van François en Elisabeth Van Havermaet. Zij huwde een 2de maal te Hekelgem op 24 mei 1820 met Joannes Baptist De Smedt, geboren te Hekelgem op 12 maart 1796, zoon van Jan Baptist en Anna Maria Crols.

Kinderen uit het eerste huwelijk te Hekelgem geboren:

1. Seraphina, geboren op 23 november 1814

2. Ghislain, geboren op 19 januari 1817.

Kinderen uit het tweede huwelijk te Hekelgem geboren:

1. Anna Marie, geboren op 23 maart 1823.

2. Joanna Huberta, geboren op11 mei 1823.

IIb. – JUDOCUS, de broer van Joannes, pachter van de Blakmeershoeve.

Judocus, broer van Jan, werd gedoopt te Mazenzele op 3 oktober 1686 en overleed te Hekelgem op 7 februari 1745. Hij  was eerst getrouwd te Hekelgem op 27 januari 1723 met Catharina Verleysen, gedoopt te Hekelgem op 16 maart 1699, aldaar overleden op 16 augustus 1775.

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Petrus, volgt IIIa.

2. Joanna Catharina, gedoopt te Hekelgem op 17 december 1725, zij huwde te Hekelgem op 26 november 1748 met Joannes Baptist Van de Perre, gedoopt te Hekelgem op 22 maart 1722, aldaar overleden op 27 april 1779, zoon van Franciscus en Judoca Vonck.

3. Franciscus, gedoopt op 25 november 1728.

4. Franciscus, gedoopt op 8 december 1729, aldaar overleden op 3 april 1773.

5. Henricus, volgt IIIb.

6. Joannes, gedoopt op 28 oktober 1736, aldaar overleden op 23 november 1776.

7. Anna Maria Francisca, volgt IIIc.

IIIa – PETRUS.

Petrus, gedoopt te Hekelgem op 13 februari 1724, aldaar overleden op 8 september 1757, hij huwde te Hekelgem op 24 september 1748 met Anna Maria Vonck, gedoopt te Hekelgem op 3 februari 1719, aldaar op 29 november 1811, dochter van Franciscus en Catharina Van der Biesen

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Joannes, volgt IVa.

2. Joanna Catharina, gedoopt op 9 januari 1752, aldaar overleden op 15 juni 1754.

3. Petronella, gedoopt op 27 januari 1754, aldaar overleden op 10 maart 1830.

4 Franciscus. gedoopt te Hekelgem op 1 oktober 1756, aldaar overleden op 19 januari 1823, hij huwde te Hekelgem op 13 juni 1804 met Elisabeth Pieters, gedoopt te Meldert op 20 oktober 1763, overleden te Hekelgem op 20 juni 1849.

Op 9 december 1748 kochten Petrus en Anna Maria twee oude dagwanden land gelegen te Hekelghemop Den Cluijscauter van Adriana De Witte, weduwe van Guilliam De Baetselier. De meier  van Affligem, Hendrik ’t Sas stelde de akte op. Het perceel paalde aan de steenweg, de kinderen Martinus De Baetselier en Joannes Vonck. Het was belast met een grondcijns aan de abdij. Voor het stuk moesten ze jaarlijks 12 gulden erfrente betalen.

IVa. – JOANNES PLAS,

Joannes werd gedoopt te Hekelgem op 23 juli 1749, aldaar overleden op 5 februari 1830. Hij huwde te Hekelgem op 10 februari 1784 met Susanna De Gols, gedoopt te Hekelgem op 18 mei 1759, aldaar overleden op 6 oktober 1828, dochter van Petrus en Judoca De Wolf.

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Franciscus, gedoopt op 18 november 1784, aldaar overleden op 10 februari 1840.

2. Joannes, gedoopt op 2 oktober 1786, aldaar overleden op 9 maart 1837.

3. Petrus Benedictus, gedoopt op 25 februari 1789. Hij was een dienstplichtige in 1809 en werd als volgt beschreven: Plas Pierre Benoit, lengte: 1,66 m, landbouwer, geboren te Hekelgem op 25 februari 1789, woonplaats Hekelgem, zoon van Plas Jean en De Gols Suzanne. Hij had een broer die toen als conscrit deel uitmaakte van het 112de régiment d’infanterie de ligne.

4. Joanna Catharina, gedoopt op 27 februari 1792. Zij trouwde te Hekelgem op 25 juli 1827 met Joannes Baptist Wambacq.

5. Joannes Franciscus, gedoopt op 29 januari 1795, overleden te Aalst op 7 juni 1847. Hij huwde met Maria Egidia Sienaert, geboren te Aaalst op 12 januari 1807, aldaar overleden op 31 mei 1850.

6. Egidius, gedoopt op 21 augustus 1799, aldaar overleden op 21 oktober 1849.

Joannes en Susanna hadden een huis aan de Langestraat.

IIIb – HENRICUS.

Henricus, gedoopt te Hekelgem op 25 april 1733, aldaar overleden op 16 februari 1797, hij huwde met Joanna Maria De Kegel, gedoopt te Hekelgem op 30 november 1738, aldaar overleden op 23 november 1804.

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:

1. Petrus, volgt IVa.

2. Joannes, gedoopt op 20 april 1779, hij huwde met Izabella Van Nieuwenborgh.

Op 5 juli 1801 bekwamen Petrus en Joannes alle bezittingen van hun tante Catharina De Kegel voor 425 g of 770,97 Franse fr.

IVa. – PETRUS.

Petrus werd gedoopt te Hekelgem 28 maart 1775, overleed aldaar op 6 november 1847. Hij huwde te Hekelgem op 3 augustus 1808 met Maria Raes, gedoopt te Hekelgem op 9 maart 1787, aldaar overleden op 17 december 1853.

Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:

1. Izabella, geboren op 28 januari 1811, zij huwde te Hekelgem op 28 juni 1845 met Henricus De Vis, geboren te Meldert op 6 september 1808, zoon van JoannesBaptist en Petronilla De Leeuw.

2. Henricus, geboren op 16 juli 1819, hij huwde te Hekelgem op 17 november 1858 met Maria Josepha Plas, geboren op 4 augustus 1835, dochter van Judocus en Maria Anna Pieters.

3. Constantinus, geboren op 26 februari 1821, hij huwde te Hekelgem op 13 september 1854 met Apolonia De Bus, geboren Essene op 9 februari 1823.

IIIc – ANNA MARIA FRANCISCA.

Anna Maria Francisca werd gedoopt te Hekelgem op 15 oktober 1739, aldaar overleden op 22 januari 1803. Zij huwde te Hekelgem op 3 mei 1763 met Judocus Vonck, gedoopt te Hekelgem op 13 februari 1725, aldaar overleden op 10 september 1785, zoon van Joannes en Elisabeth Suys en weduwnaar van Joanna Verleysen

Bij hun huwelijk kregen ze dispensatie voor 4de graadbloedverwantschap.


[1] R. DE SCHRIJVER, Geschiedenis van het Hof ten Blakmeers, in: Jaarboek Belledaal, 2004, 29.

[2] W. VERLEYEN, De abdijhoeven in Affligem, Jaarboek Belledaal, XXX, 67.

[3] R. DE SCHRIJVER, art. cit., 29.

[4] R. A. Leuven, schepenbank van Asse, toegang 94, nr. 629.

[5] Anna De Cort trouwde op zaterdag 30 oktober 1717 in Essene met Ingel De Coster.

[6] Hendrik De Voghel was de zoon van Andreas en Maria Van den Meerssche. Hij werd gedoopt op woensdag 17 januari 1685 in Asse en overleed op vrijdag 1 juni 1742 in Asse. Hij trouwde op dinsdag 24 juni 1710 in Meldert met Anna De Clerck, in Meldert gedoopt in 1688 en overleden op woensdag 15 oktober 1738 in Asse.

[7] Marie De Blanck, gedoopt op 7 januari 1681 in Opwijk, trouwde op 5 oktober 1709 in Opwijk met Joos Verdoodt. Zij overleed op 15 februari 1732 in Opwijk. Joos Verdoodt, gedoopt op 7 april 1687 in Opwijk overleed op 10 maart 1749 in Opwijk.

[8] Govaert Van Brempt, gedoopt ca 1673 overleed op vrijdag 23 oktober 1744 in Meldert. Hij trouwde op zaterdag 1 december 1696 te Asse met Catharina De Bruyn, gedoopt ca 1674 en overleden op zondag 17 oktober 1756 in Meldert.

[9] R.A. Leuven, archief abdij Affligem, 700, nr. 4676.

[10] R. DE SCHRIJVER, art. cit.

[11] Zie Ascania 1971-2-48 en Geschiedenis en rechtspositie van het oratorium op Nordstrand door Dr. Bernard Höting vertaald door Willy Beeckman e.a.

[12] Zie Ascania 1971-2-48.

[13] Zie Ascania 2004, nr.1, blz.5

De pachters van de abdij te Teralfene in 1796.

De abdij Affligem bezat in Teralfene meerdere hoeven die in 1796 al verdwenen waren:

– het Hof van Alfene verdween in 1455;

– het Nieuwenhove in de 14de eeuw;

– de hoeve Serjacobs, een schenking van Hendrik ’t Serjacobs, vader van abt Jan ’t Serjacobs, in 1390, de oppervlakte bedroeg 5, 5 d;

– het Hof te Ransenier met 76 b in 1550:

– het Hof ter Heyde met ca 18 b afgebroken in 1629.

Meer info hierover in: W. VERLEYEN, De abdijhoeven in de gemeente Affligem, in: Jaarboek Belledaal, 1986, 40 e.v.

De persoons- en plaatsnamen staan in de oorspronkelijke spelling.

De roede in Teralfene = 30,7456 ca.

Christian Arijs, nr. 426.

Beschrijving van de goederen: Een perceel landbouwgrond gelegen op “Daelhem”[1], groot 62 a 80 ca, waarvan er ongeveer 40 roeden beplant met schaarhout van twee jaar, grenzend langs een zijde aan Jean ?, 2de aan Jean Elinx, 3de aan de weg, en 4de aan een voetpad.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 23 juli 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De verkoopprijs werd geschat op 200 frank. Verpacht aan Christian Arijs, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 19,95 frank. De ontvanger der domeinen te Asse verklaarde dat dit goed verpacht werd sinds 1786 voor een jaarlijkse pachtsom van 10 gulden. Christian Arijs liet optekenen dat hij dit perceel pachtte sinds 16 opeenvolgende jaren.

De verkoop had plaats te Brussel op 14 augustus 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 329 artikel 14. Het bieden ving aan met een openingsbod van 220 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 510 frank aan burger Honoré Joseph Helin wonende te Brussel, rue de Namur nr. 929, en Guillaume Graindorge wonende te Asse.

Guillaume Beeckman, nr. 6.

Guillelmus trouwde te Teralfene op 21 november 1747 met Maria Anna Van Nieuwenhove, te Teralfene gedoopt op 27 juli 1722. Guillelmus overleed te Teralfene op 7 november 1796 en Maria Anna op 19 juli 1766. Zij hadden 7 kinderen: Petrus (°23 februari 1748), Joannes Baptista (°31 december 1749), Adrianus Josephus (°28 januari 1753), Maria Judoca (°19 juni 1755), Adrianus Guillelmus (°5 mei 1758), Joanna Maria (°31 oktober 1760) en Michael (°29 december 1762).

Beschrijving van de goederen: twee bunder (2 ha 45 a 96 ca) weide, gedeeltelijk hopveld, gedeeltelijk schaarhout, grenzend langs twee zijden aan de goederen van de erfgenamen Van Nijgen, 3de aan de beek en 4de aan de erfgenamen van François Van Nieuwenhoven.

Verpacht aan Guillaume Beekman en Adrien Rense, met een pachtcontract afgesloten op 10 oktober 1793 en eindigend op 10 oktober 1803 door de weduwe Wouters, ontvanger van de abdij Affligem voor een pachtprijs van 41 gulden per jaar, de lasten niet inbegrepen.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 18 december 1796 door Philippe Van Itterbeke, expert en Mathias Gruber, commissaris. De verkoopprijs werd geschat op 744 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 49 – 12 – 2. Guillaume Beekman weigerde het proces-verbaal te ondertekenen. De landbouwgrond was van middelmatige kwaliteit

De verkoop had plaats te Brussel op 22 januari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 17 artikel 6.

Het bieden ving aan met een bod van 1500 pond. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 1500 pond aan burger Troussel. Deze persoon was de stroman van Jean Baptiste Paulée wonende te Parijs, rue Boudreau, divisie place de Vendôme. Hij beschikte over een volmacht geregistreerd op 10 december 1796 te Brussel.

In de rand vermeld: burger Troussel gevolmachtigde van burger J. B. Paulée betaalde de helft van het 1ste tiende deel van de prijs en tekende in voor 4 obligaties gelijk aan 8 tienden van de prijs.

Egidius (Gillis) Christiaens, zie ook Jean Van der Borght, nr.369.

Egidius werd te Teralfene gedoopt op 14 november 1754 en overleed er op de Vogelenzang (in het huis van een van de kinderen?) op 24 juni 1824. Hij trouwde met Maria Anna Van Bellinghen, te Teralfene gestorven op 14 oktober 1821 in hun huis Ten Daele. Zij hadden 9 kinderen: Joanna Maria (°10 mei 1775), Cornelia (°3 maart 1777), Rosa (°1 februari 1779), Petrus Franciscus (°4 september 1781), Maria Catharina (°22 januari 1784), Petrus Johannes (°5 juni 1785), Petrus Donatus (°4 januari 1788), Judoca (°8 oktober 1789) en Maria Egidia (°7 juli 1791).

Beschrijving van de goederen: twee bunder 50 roeden (2 ha 61 a 34 ca) land en verpacht aan de burgers Jean Van Der Borght & Gillis Christiaens voor een jaarlijkse pachtsom van 88 frank. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1-Eén bunder 50 roeden (1 ha 38 a 36 ca) landbouwgrond gelegen op “Cortenbosch” grenzend langs een zijde aan de weg naar Erembodegem, 2de aan de “Cortenbosch”, 3de aan burger André Van De Velde, en 4de aan burger Jean Van Der Borght.

2- Eén bunder (1 ha 22 a 98 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Ickel” grenzend langs een zijde aan de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan burger Kerkhove, 3de aan burger Van Neijghen?, en 4de aan de weduwe Adrien De Kerkhove.

Er werden twee proces-verbalen van schatting samengevoegd tot een proces-verbaal.

1) PV van de schatting werd opgemaakt op 3 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 20 gulden, en de verkoopprijs op 800 pond. Verpacht aan burger Jean Van Der Borght wonende te Teralfene, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Fulgentius De Schijn, voormalig ontvanger van de abdij Affligem op op 24 mei 1794, in voege vanaf 24 mei 1796 en eindigend op 24 mei 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 gulden, belastingen niet inbegrepen. Dit PV betreft het nummer 1 van de beschrijving van de goederen.

2) PV van de schatting werd opgemaakt op 30 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 20 gulden, en de verkoopprijs op 800 pond. Verpacht aan burger Gillis Christiaens wonende te Teralfene, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem op 16 mei 1793, in voege vanaf 16 mei 1795 en eindigend op 16 mei 1804, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 gulden. Dit PV betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.

De verkoop had plaats te Brussel op 5 september 1800 om 12 uur volgens de affiche nr. 263 artikel 11. Het bieden ving aan met een openingsbod van 704 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 125 frank aan burger Henry Grundt wonende te Brussel, op de hoek van Cantersteen, stroman die kocht met een volmacht van burger Daniël De Smet wonende te Aalst.

Jean Christiaens, nr.178.

Beschrijving van de goederen: vijf bunder (6 ha 14 a 91 ca) weide op “Den Maensbroeck”[2] grenzend oost aan de weg naar de weide genaamd “Koeijmeersch”, zuid aan dezelfde weide, west aan de weide genaamd “Den Borgwant” en aan de goederen van de weduwe François De Schrijver en anderen.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 20 mei 1798 door Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 250, en de verkoopprijs op £ 5 000. Verpacht aan burger Jean Christiaens, zonder pachtcontract, voor een jaarlijkse pachtsom van 120 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 23 juni 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 93 artikel 1. Het bieden ving aan met een openingsbod van 3750 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 298 000 pond aan burger Philippe François Delcambe wonende te Brussel, rue Egalité nr. 1064, stroman die kocht met een volmacht van Charles Jacques Bagien, wonende te Brussel, rue Egalité nr. 1061, aan het park.

Sébastien Christiaens, nr. 469.

Sebastiaan werd te Teralfene gedoopt op 19 oktober 1728 en overleed er op 21 oktober 1804. Hij trouwde met Barbara D’Haeseleer. Zij hadden 6 kinderen: Josephus (°24 augustus 1758), Joanna (°26 mei 1760), Petrus Franciscus (°16 oktober 1762), Angela (°7 januari 171767), Petrus Fanciscus (°15 maart 1770) en Joannes (°1 februari 1774).

Beschrijving van de goederen: één ha 11 a 74 ca land, weide,  en schaarhout gelegen op “Den Rosier”. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- 83 a 57 ca landbouwgrond, weide en schaarhout grenzend langs een zijde aan het goed verpacht aan Adrien De Bolle, 2de aan het goed verpacht aan de kinderen Henri De Bolle, 3de aan de “Bollemeerschen”[3] verpacht aan Jean De Reus, 4de aan een perceel toegewezen aan burger De Locker, en heden eigendom van Joseph De Bisschop.

2- 28 a 17 ca landbouwgrond grenzend langs twee zijden aan het goed verpacht aan Adrien De Bolle, 3de aan de “Bellebeek” die daar de scheiding vormt Teralfene en Sint-Katherina-Lombeek en 4de aan Jean Van Vaerenbergh, eigenaar.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 23 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 44 frank en de verkoopprijs op 484 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Sébastien Christiaens, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1608 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 30,83 frank. Het kuisen van de “Bellebeek” die daar de scheiding vormt tussen aan een perceel grensde viel ten laste van de pachter.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 6.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 484 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 940 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.

Adriaan De Bolle, nr. 429.

Adriaan werd te Teralfene gedoopt op 12 mei 1748 en is er overleden op 15 april 1818. Hij trouwde te Teralfene op 10 augustus 1773 met Catharina Willems te Teralfene overleden op 7 juli 1798. Zij woonde al in Teralfene voor ze trouwden. Het paar woonde aan de kerk en had 8 kinderen: Joannes Baptista (°6 februari 1774), Josina (°4 juni 1777), Joannes Franciscus (°30 juli 1779), Donatus (°22 november 1782), Elisabeth (°30 juni 1784), Guillelmus (°30 januari 1787), Doantus (°12 september 1789) en Maria Petronella (°29 juni 1792).

Na de dood van zijn eerste vrouw hertrouwde Adriaan op 16 september 1799 met Petronella De Bisschop, te Teralfene gedoopt op 29 juni 1776 en er overleden op 11 september 1815 in hun huis aan de kerk. Daar had zich de Franse soldaat Rossignol verstopt[4]. Met zijn tweede vrouw had Adriaan nog 6 kinderen: Maria Francisca (°21 december 1800), Dominicus (°24 januari 1803), Jacobus (°5 juni 1805), Maria Theresia (°16 september 1807), Petrus Joannes (°18 april 1810) en Beatrix (°17 november 1812).

Beschrijving van de goederen: éen perceel landbouwgrond gelegen op “Kromack”, groot 70 a 10 ca, grenzend langs een zijde aan de weg naar Aalst, 2de aan een kleine weg naar de kerk, 3de aan Adrien Van Den Abeele, en 4de aan Josse Meulemans.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 23 juli 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De verkoopprijs werd geschat op 220 frank. Verpacht aan Adriaan De Bolle, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 21,76 frank. De ontvanger der domeinen te Asse verklaarde dat dit goed verpacht werd sinds 1793 voor een jaarlijkse pachtsom van 11 gulden. Adriaan De Bolle liet optekenen dat hij dit perceel pachtte sinds 19 opeenvolgende jaren en dat de grond zanderig en van slechte kwaliteit was.

De verkoop had plaats te Brussel op 14 augustus 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 329 artikel 17. Het bieden ving aan met een openingsbod van 242 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 510 frank aan burger Adrien De Bolle wonende te Teralfene, landbouwer en pachter van de grond.

Jean De  Bolle, nr. 471.

Joannes werd te Teralfene gedoopt op 31 oktober 1764 en is er overleden op 14 augustus 1821. Hij trouwde te Teralfene op 19 januari 1796 met Catharina Van Vaerenbergh, te Teralfene gedoopt op 14 juli 1756 en er overleden op 24 juni 1827. Zij woonden in d’ Ocye (Okaai) en hadden 3 kinderen: Petrus Joannes (°8 december 1796), Maria Judoca (°12 december 1798) en Petrus Franciscus (°11 november 1802).

Beschrijving van de goederen: een perceel weide en schaarhout gelegen op “Den Rosier”, groot 1 ha 25 a 20 ca, grenzend langs een zijde aan de beek die de scheiding vormt tussen de gemeenten Essene en Teralfene, 2de aan het goed verpacht aan Corneille Stijlemans, 3de aan de percelen verpacht aan Adrien De Bolle en Sébastien Christiaens, en 4de aan het perceel genaamd “Bollemeerschen” verpacht aan Jean De Reus.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 60 frank en de verkoopprijs op 660 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Jean De Bolle, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1693 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 48,97 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403artikel 8.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 660 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 550 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.

De weduwe Michel De Cuyper, nr. 248.

Michael overleed te Teralfene op 25 mei 1786. Hij was te Teralfene getrouwd op 17 mei 1761 met Petronella Cobbaert, te Teralfene gedoopt op 25 februari 1741 en er overleden op 13 februari 1814 in het huis in de Potaardestraat. Zij hadden 8 kinderen: Adrianus Josephus (°4 februari 1762), Anna Maria (°16 december 1763), Petrus Josephus (°30 oktober 1765), Adrianus Franciscus (°9 februari 1769), Isabella Theresia (°7 december 1770), Maria Anna (°18 mei 1775), Joanna Francisca (°11 februari 1779) en Maria Josina (°30 oktober 1782).

Beschrijving van de goederen: vijf bunder één dagwand 92 roeden land en weide gelegen te Hekelgem en Teralfene, verpacht aan de weduwe Michel Cuyper voor een jaarlijkse pachtsom van 183 frank, belastingen niet inbegrepen.

1- Vier bunder twee dagwand (5 ha 65 a 88 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem grenzend langs een zijde aan de weg van Teralfene naar Aalst, 2de aan Joannes Bosteels, 3de aan Michel Drosart (Droeshout?), 4de aan Michel Van Der More?, en 5de aan Cornelis De Schrijver.

2- Drie dagwand 92 roeden (1 ha 20 a 52 ca) weide gelegen te Teralfene, grenzend langs een zijde aan Pierre Jean Bosteels, 2de aan Michel Drousart, 3de aan de rivier genaamd “Dender”, en 4de aan de weduwe Jean Baptiste Smets.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 100 gulden, en de verkoopprijs op £ 4 000, plus de 10 hoogstammige bomen die geschat werden op £ 30, samen £ 4 030. Verpacht aan de weduwe Michel Cuyper, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 10 oktober 1796 en eindigend op 10 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 100 gulden.

De verkoop vond plaats te Brussel op 1 januari 1799 om 10 uur volgens de affiche nr. 142 artikel 19. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1710 frank door André Van Gaver. Nadien werd er geen hoger bod meer uitgebracht en de administratie besliste dat er een decade later een tweede keer een toewijzing plaats moest vinden. Tijdens het branden van de laatste kaars op 11 januari 1799 volgde er dan een tweede toewijzing aan een bod van 1810 frank en werd het goed definitief toegewezen aan burger André Van Gaver wonende te Brussel.

De weduwe van Adrien De Reus, Anna Marie De Bisschop, nr. 460.

Adriaan, overleden te Teralfene op 30 oktober 1801, was te Teralfene getrouwd op 27 december 1787 met Anna Maria De Bisschop. Zij was te Teralfene gedoopt op 23 februari 1755 en er overleden op 5 september 1840 in een huis in de Portugeesstraat. Zij hadden 5 kinderen: Joannes Baptista (°10 februari 1789), Guillelmus (°25 augustus 1790), Maria Anna (°16 februari 1792), Joanna Maria (°26 januari 1794) en Joanna (°9 december 1798).

Beschrijving van de goederen: een perceel van 62 a 60 ca landbouwgrond en weide, grenzend langs een zijde aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Joseph Van Nijghem, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Michel Beekman, 3de aan de “Bellebeek”, scheiding tussen de gemeenten Teralfene en Liedekerke.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 10 augustus 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 39,73 frank en de verkoopprijs op 397,30 frank. Verpacht aan Anne Marie De Bisschop, weduwe van Adrien De Reus, wonende te Teralfene, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1578 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 31,73 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 23 september 1803 om 12 uur volgens de affiche nr. 383 artikel 1. Het bieden ving aan met een openingsbod van 437 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 650 frank aan burger Guillaume Van Der Perren wonende te Teralfene.

Judocus De Reuse, nr. 470.

Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond, weide, schaarhout en hopveld gelegen op “De Bollemeerschen”, groot 2 ha 81 a 70 ca, grenzend langs een zijde aan een perceel toegewezen aan burger De Locker, en heden eigendom van Joseph De Bisschop, 2de naast de weg naar de “Bellemolen”, 3de met de helft van de gracht aan de weiden van de abdij Affligem aangekocht door burger Van De Putte, en 4de aan het goed verpacht aan Jean De Reus.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 120 frank en de verkoopprijs op 1 320 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Jean Van Vaerenbergh & Judocus De Reuse, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1553 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 91 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 7.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 320 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 5 300 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.

Jean De Reuse, nr. 570.

Beschrijving van de goederen: twee ha 51 a 20 ca landbouwgrond, hopveld, weide en schaarhout gelegen op “De Bollemeerschen” grenzend langs een zijde aan de losweg en met de helft van de beek aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, vroeger verpacht aan Jean Van Nieuwenhove en thans aan Pierre Van Neijghem, 2de met de helft van de beek aan de goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan Josse De Reus(e) en Jean De Reuse, 3de met de helft aan de “Occijbeek” die de scheiding vormt van de gemeenten Teralfene en Essene aan de weide van aangekocht door Sieur Van De Putte, en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan de kinderen Henri De Bolle en Sébastien Christiaens. Dit perceel werd doorsneden door een voetpad van Teralfene naar de Bellemolen.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 10 december 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 110 frank en de verkoopprijs op 2 300 frank, de bomen die op het perceel stonden, inbegrepen. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Jean De Reuse wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 367 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 78 frank.

Jean De Reuse liet noteren dat er enkele stukken van dit perceel gebruikt werden door de weduwe Adrien De Bisschop, Jean Christiaens, zoon van Gille, Jacques Tassenoy, Jean Christiaens, zoon van Jean Pierre, Michel Van Vaerenbergh, en Jean De Bolle.

De verkoop had plaats te Brussel op 16 mei 1807 om 12 uur volgens de affiche nr. 572 artikel 9. Het bieden ving aan met een openingsbod van 2 300 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 725 frank aan Joseph De Doncker wonende te Teralfene.

De weduwe van Michel Droeshout, nr. 662.

Beschrijving van de goederen: elf ha 64 a 94 ca landbouwgrond, hopveld, weide en schaarhout gelegen te Hekelgem en Teralfene. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- 53 a 38 ca hopveld gelegen te Hekelgem, gehucht “Ten Bossche”, grenzend langs een zijde aan de weg die de scheiding vormt tussen de gemeenten Erembodegem en Hekelgem, 2de aan de tuin en hopveld van de weduwe Michel Droeshout en het volgende perceel, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Gillis De Wever, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Bosteels.

2- 31 a 40 ca landbouwgrond gelegen te Hekelgem, gehucht “Ten Bossche”, op “Het Lindeken”, grenzend langs een zijde aan de tuin en hopveld van de weduwe Michel Droeshout, 2de met de veldweg aan het volgende perceel, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Henri De Baillieu en Gillis De Wever, en 4de aan het voorgaande perceel.

3- Twee ha 10 a 80 ca landbouwgrond gelegen te Hekelgem, gehucht “Ten Bossche”, op “De Lettecauter”, grenzend langs een zijde aan de goederen van Jean Bosteels, Jean De Rijcke en Jean Van Nuffel, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Michel Droeshout, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Pierre Vonck, en 4de aan de veldweg naast de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Henri De Baillieu en het voorgaande perceel.

4- Drie ha 45 a 40 ca landbouwgrond gelegen te Hekelgem, gehucht “Ten Bossche”, op “De Meerecauter”, grenzend langs een zijde aan aan de goederen van Corneille Cannic, het goed verpacht aan François De Backer, en een gerooid bos van de abdij Affligem, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de weduwe Michel Droeshout, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jacques Lanckman en de kinderen Van Vaerenbergh, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de kinderen Van Vaerenbergh.

5- 94 a 20 ca landbouwgrond gelegen te Hekelgem, gehucht “Ten Bossche”, aan “De Nieuwstraet”, grenzend langs een zijde aan “De Nieuwstraet”, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de kinderen Van Vaerenbergh, 3de & 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Gillis De Wever. Op dit perceel bevonden zich zes beuken.

6- 43 a 96 ca landbouwgrond en schaarhout gelegen te Hekelgem, op “Den Molencauter”, grenzend langs een zijde aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Van Nieuwenhove, 2de aan de goederen verpacht aan de weduwe François Verbeken, 3de & 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François De Smedt.

7- 62 a 80 ca landbouwgrond en weide gelegen te Hekelgem, op “Den Molencauter” dichtbij de windmolen van Boekhout, grenzend langs een zijde aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de kinderen Bosteels, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Van Nieuwenhove, 3de aan de weg van de windmolen van Boekhout naar het gehucht “Ten Bossche”, 4de aan het goed van Jean De Cort verpacht aan Benoit Bombeek, het goed van de weduwe Van Vaerenbergh, François Verhasselt en Guillaume Van Vaerenbergh, en 5de aan het goed van een andere Van Vaerenbergh.

8- Twee ha 19 a 80 ca landbouwgrond en hopveld gelegen te Hekelgem, op de “Drooghuysel” grenzend langs een zijde aan het gerooid bos van de abdij Affligem genaamd “Cortenbosch”, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Bosteels, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de weduwe De Cuyper, en 4de aan de weg van Teralfene naar Aalst. Op dit perceel bevonden zich vier eiken en negen beuken.

9- 94 a 20 ca weide gelegen te Teralfene, op de “Pittantiemeersch”[5] grenzend langs een zijde aan het gerooid bos van de abdij Affligem genaamd “Caviebosch”, 2de aan een perceel weide en schaarhout van Jean Van Der Borght en aan de Dender, 3de aan een weide van de abdij Affligem verpacht aan Jean Bosteels, en 4de aan een weide van de abdij Affligem verpacht aan de weduwe De Cuyper , aan een bos schaarhout van de pastorij van Teralfene, en aan de goederen van Jacques Lanckman. Dit perceel werd doorsneden door een losweg naar de weide van de weduwe De Cuyper.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 februari 1809 door Guillaume De Becker, expert, wonende te Brussel, en Zacharias De Wever, burgemeester te Hekelgem. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 419 frank en de verkoopprijs op 8 438 frank, de hoogstammige bomen geschat 58 frank, inbegrepen. Verpacht aan de weduwe van Michel Droeshout en Jean Droeshout wonende te Hekelgem, voor zes jaar, ingaande op 26 december 1804, tijdens de openbare aanbesteding van 22 maart 1804, door de burgemeester van Asse in naam van de prefect van het departement, voor een jaarlijkse pachtsom van 340 frank, belastingen niet inbegrepen.

De verkoop had plaats te Brussel op 22 juli 1809 om 12 uur volgens de affiche nr. 661 artikel 15. Het bieden ving aan met een openingsbod van 8 438 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 10 200 frank aan Jean François Laurent Tack wonende te Aalst & Pierre Joseph Coppijn wonende te Brussel, rue de l’Hopital.

François Eeman, nr. 74.

Francisus werd te Teralfene gedoopt op 25 mei 1740 en is er overleden op 3 november 1813. Hij trouwde met Elisabeth de Roock, te Teralfene overleden op 29 oktober 1797. Zij hadden 5 kinderen: Andreas (°29 mei 1771), Maria Joanna (°24 augustus 1773), Gerardus (°17 december 1776),  Maria Anna (°31 oktober 1782) en Isabella (°27 juli 1787). Na de dood van Elisabeth hertrouwde Frranciscus op 9 januari 1799 te Teralfene met Petronella Arijs. Zij was 40 jaar weduwe en overleed te Teralfene op 22 november 1853 in het huis van haar schoonzoon Joannes Franciscus Van Nieuwenhove. Zij kregen nog 3 kinderen: Josephus (°1 januari 1800), Maria Theresia (°12 maart 1802) en Franciscus (°23 november 1805).

Beschrijving van de goederen: een perceel land, weide en schaarhout gelegen op “Den Rosier”, groot 1 ha 21 a 15 ca, grenzend langs een zijde met de helft van de gracht aan de weiden van burger Van De Putte, 2de aan de “Bellebeek, 3de aan het goed verpacht aan Adrien De Bolle, en 4de aan het goed verpacht aan Corneille Stijlemans.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 19 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 52 frank en de verkoopprijs op 572 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan François Eeman, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1606 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 34,46 frank. Het kuisen van de “Bellebeek” die die aan het perceel grensde viel ten laste van de pachter.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 11. Het bieden ving aan met een openingsbod van 520 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 350 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.

François Hoefs, nr. 7.

Beschrijving van de goederen: vier bunder twee dagwand (3 ha 7 a 46 ca) weide grenzend aan Guillaume Bisschop, 2de aan de weduwe De Schrijver, 3de aan Pierre Van Varenberg? & anderen en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem. Verpacht aan de burgers Adriaen Van Nijgen, Van Nieuwenhoven en François Hoefs met een pachtcontract afgesloten op 24 oktober 1795 en eindigend op 24 december 1805 door de weduwe Wouters, ontvanger van de abdij Affligem, voor een pachtprijs van 100 gulden per jaar, de lasten niet inbegrepen.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 december 1796 door Philippe Van Itterbeke, expert en Mathias Gruber, commissaris. De verkoopprijs werd geschat op 1506 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 100 – 8 – 0 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 22 januari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 17 artikel 7 Het bieden ving aan met een bod van 2800 pond. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 2800 pond aan burger Troussel. Deze persoon was de stroman van Jean Baptiste Paulée wonende te Parijs, rue Boudreau, divisie place de Vendôme. Hij beschikte over een volmacht geregistreerd op 10 december 1796 te Brussel.

In de rand vermeld: burger Troussel gevolmachtigde van burger J. B. Paulée betaalde de helft van het 1ste tiende deel van de prijs en tekende in voor 4 obligaties gelijk aan 8 tienden van de prijs.

Judocus Lelie, nr. 428.

Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gelegen op “Daelhem”, groot 62 a 80 ca, grenzend langs een zijde aan Jean ?, 2de aan Jean Elinx, 3de aan de weg, en 4de aan een voetpad.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 juli 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De verkoopprijs werd geschat op 200 frank. Verpacht aan Judocus Lelie, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 19,04 frank. De ontvanger der domeinen te Asse verklaarde dat dit goed verpacht werd sinds 1786 voor een jaarlijkse pachtsom van 9 gulden. Judocus Lelie liet optekenen dat hij dit perceel pachtte sinds 16 opeenvolgende jaren. Tijdens de schatting werd er tarwe en klaveren op geteeld.

De verkoop had plaats te Brussel op 14 augustus 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 329 artikel 16. Het bieden ving aan met een openingsbod van 220 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 620 frank aan burger Jean Baptiste Neesen, notaris, wonende te Gent, rue du Raeme nr. 413.

Adrien Rense, nr. 6.

Beschrijving van de goederen: twee bunder (2 ha 45 a 96 ca) weide, gedeeltelijk hopveld, gedeeltelijk schaarhout, grenzend langs twee zijden aan de goederen van de erfgenamen Van Nijgen, 3de aan de beek en 4de aan de erfgenamen van François Van Nieuwenhoven.

Verpacht aan Guillaume Beekman en Adrien Rense, met een pachtcontract afgesloten op 10 oktober 1793 en eindigend op 10 oktober 1803 door de weduwe Wouters, ontvanger van de abdij Affligem voor een pachtprijs van 41 gulden per jaar, de lasten niet inbegrepen.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 18 december 1796 door Philippe Van Itterbeke, expert en Mathias Gruber, commissaris. De verkoopprijs werd geschat op 744 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 49 – 12 – 2. Guillaume Beekman weigerde het proces-verbaal te ondertekenen.

De landbouwgrond was van middelmatige kwaliteit

De verkoop had plaats te Brussel op 22 januari 1797 om– 9 uur volgens de affiche nr. 17 artikel 6.

Het bieden ving aan met een bod van 1500 pond. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 1500 pond aan burger Troussel. Deze persoon was de stroman van Jean Baptiste Paulée wonende te Parijs, rue Boudreau, divisie place de Vendôme. Hij beschikte over een volmacht geregistreerd op 10 december 1796 te Brussel.

In de rand vermeld: burger Troussel gevolmachtigde van burger J. B. Paulée betaalde de helft van het 1ste tiende deel van de prijs en tekende in voor 4 obligaties gelijk aan 8 tienden van de prijs.

J. Schoon, nr.416.

Joannes werd te Teralfene gedoopt op 22 april 1752 en overleed er op 4 november 1813. Hij trouwde te Teralfene op 5 juli 1791 met Anna Maria Van Cutsem, afkomstig van Wambeek en te Teralfene overleden op 15 september 1826. Zij woonden aan de kerk en hadden 3 kinderen: Joannes Baptista (°29 november 1793), Joanna Francisca (°24 februari 1797) en Judocus (°1 maart 1800).

Beschrijving van de goederen: één bunder twee dagwand land en weide, verpacht aan J. Schoon, voor een jaarlijkse pachtsom van 81 frank, belastingen inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Eén bunder 2 roeden (1 ha 26 a 38 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op de “Bellecauter” grenzend langs een zijde aan de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan de goederen van de kinderen Guillaume Beekmans, 3de aan L. Van Nieuwenhove, en 4de aan Jean Van Nieuwenhove.

2- Twee dagwand 37 roeden (72 a 87 ca) weide gelegen te Teralfene op “De Kuyp” grenzend zuid aan burger Jean Van Nieuwenhove, 2de aan burger Jean Baptiste Christiaens, 3de aan de “Bellebeke”, en 4de aan burger Jean Van Nieuwenhove.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 december 1800 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 81,40 frank, en de verkoopprijs op 651,20 frank. Verpacht aan J. Schoon, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Piré Van Beeke, voormalig bosmeester van de abdij Affligem op 25 mei 1793, in voege vanaf 10 november 1793 en eindigend op 9 november 1802, voor een pachtsom van 62,40 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 14 maart 1801 om 12 uur volgensde affiche nr. 306 artikel 5.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 648 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 125 frank aan burger Evrard Tops wonende te Brussel, rue Neuve, stroman die vermoedelijk kocht voor een onbekende opdrachtgever.

Cornelius Steijlemans, nr. 472.

Cornelius werd te Teralfene gedoopt op 23 januari 1766 en overleed er op 15 september 1831. Hij trouwde te Teralfene op 8 januari 1788 met Joanna Catharina Van Valckenbergh, te Teralfene gedoopt op 30 augustus 1765 en er overleden op 23 april 1834. Het echtpaar woonde op  den Hoek. Joanna Catharina stierfin een huis in Okaai. Zij hadden 7 kinderen: Guillelmus (°28 april 1789, niet in Teralfene geboren), Henricus (°22 april 1793), Joannes Baptista (°1 maart 1795), Francisca (°2 oktober 1799), David (°5 maart 1802), Joannes Baptist (°20 januari 1805) en Joannes Baptist (°4 december 1807).

Beschrijving van de goederen: een perceel land, weide en schaarhout gelegen op “Den Rosier”, groot 62 a 60 ca, grenzend langs een zijde aan de beek die de scheiding vormt tussen de gemeenten Essene en Teralfene, 2de aan het goed verpacht aan François Eeman, 3de aan het goed verpacht aan Adrien De Bolle, en 4de aan het goed verpacht aan de kinderen Henri De Bolle.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 21 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 22 frank en de verkoopprijs op 242 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Cornelius Steijlemans, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1609 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 15 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 9.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 242 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 800 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.

Diezelfde dag werd nog een perceel dat Cornelius Steijlemans pachtte, verkocht, nr. 473.

Beschrijving van de goederen: een perceel land, weide en schaarhout gelegen op “Den Rosier”[6], groot 1 ha 11 a 74 ca, grenzend langs een zijde aan het goed verpacht aan de kinderen Henri De Bolle, Coneille Steijlemans, en François Eeman, 2de aan het goed verpacht aan Sébastien Christiaens, 3de aan J. Van Vaerenberg, eigenaar, en 4de aan de “Bellebeek” die de scheiding vormt tussen de gemeenten Teralfene en Sint-Katherina-Lombeek.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 20 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 44 frank en de verkoopprijs op 484 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Cornelius Steijlemans, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1607 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 29,92 frank. Het kuisen van de “Bellebeek” die die aan het perceel grensde viel ten laste van de pachter.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 10. Het bieden ving aan met een openingsbod van 284 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 350 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.

Pierre Van den Brouck, nr.506.

Petrus werd te Teralfene gedoopt op 2 februari 1758 en is er overleden op 1 december 1832. Hij trouwde te Teralfene op 4 maart 1794 met Maria Theresia Christiaens, te Teralfene gedoopt op 12 oktober 1762 en er overleden op 27 mei 1832. Petrus zou de stamvader van de familie Van den Broeck te Teralfene zijn. Zij woonden op den Dael  en hadden 5 kinderen: Joanna (°26 juni 1794), Petrus Josephus (°29 oktober 1795), Michael (°28 oktober 1798), Amandus (°29 november 1800) en Joanna Catharina (°29 juni 1808).

Beschrijving van de goederen: een perceel hopveld, weide en schaarhout gelegen op “De Wallen”, groot 62 a 80 ca, grenzend langs een zijde aan de “Portugaisestraet”, 2de aan de weide van Jean Christiaens, 3de met de helft van de gracht aan de weide van de erfgenamen Van Nieuwenhove en de weide van de abdij Affligem verkocht aan burger Paulée, verpacht aan Michel Beeckman, en 4de met de gracht aan een boord schaarhout van de abdij Affligem verpacht aan Pierre De Bisschop.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 10 oktober 1805 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 30 frank en de verkoopprijs op 620 frank, de bomen die op het perceel stonden, inbegrepen. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan burger Pierre Van Den Brouck, landbouwer, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 80 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 18,14 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 9 november 1805 om 12 uur volgens de affiche nr. 494 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 620 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 630 frank aan burger Pierre Van Den Brouck wonende te Teralfene, huurder van het perceel.

Jean Van der Borght, nr.369.

Beschrijving van de goederen: twee bunder 50 roeden (2 ha 61 a 34 ca) land en verpacht aan de burgers Jean Van Der Borght & Gillis Christiaens voor een jaarlijkse pachtsom van 88 frank. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- één bunder 50 roeden (1 ha 38 a 36 ca) landbouwgrond gelegen op “Cortenbosch” grenzend langs een zijde aan de weg naar Erembodegem, 2de aan de “Cortenbosch”, 3de aan burger André Van De Velde, en 4de aan burger Jean Van Der Borght.

2- éen bunder (1 ha 22 a 98 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Ickel” grenzend langs een zijde aan de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan burger Kerkhove, 3de aan burger Van Neijghen?, en 4de aan de weduwe Adrien De Kerkhove.

Er werden twee proces-verbalen van schatting samengevoegd tot een proces-verbaal.

1) PV van de schatting werd opgemaakt op 3 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 20 gulden, en de verkoopprijs op 800 pond. Verpacht aan burger Jean Van Der Borght wonende te Teralfene, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Fulgentius De Schijn, voormalig ontvanger van de abdij Affligem op op 24 mei 1794, in voege vanaf 24 mei 1796 en eindigend op 24 mei 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 gulden, belastingen niet inbegrepen. Dit PV betreft het nummer 1 van de beschrijving van de goederen.

2) PV van de schatting werd opgemaakt op 30 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 20 gulden, en de verkoopprijs op 800 pond. Verpacht aan burger Gillis Christiaens wonende te Teralfene, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem op op 16 mei 1793, in voege vanaf 16 mei 1795 en eindigend op 16 mei 1804, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 gulden. Dit PV betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.

De verkoop had plaats te Brussel op 5 september 1800 om 12 uur volgens de affiche nr. 263 artikel 11. Het bieden ving aan met een openingsbod van 704 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 125 frank aan burger Henry Grundt wonende te Brussel, op de hoek van Cantersteen, stroman die kocht met een volmacht van burger Daniël De Smet wonende te Aalst.

Jean Van Mol, nr. 427.

Beschrijving van de goederen: Een perceel landbouwgrond gelegen op de “Bellecauter”, groot 31 a 40 ca, grenzend langs een zijde aan de weg naar Hekelgem, 2de aan het voetpad naar de molen, 3de aan het land van Jean Van Nieuwenhove. Langs de weg was het perceel afgeboord met bomen die aan de pachter toebehoorden.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 juli 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De verkoopprijs werd geschat op 100 frank.

Verpacht aan Jean Van Mol, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 9,97 frank. De ontvanger der domeinen te Asse verklaarde dat dit goed verpacht werd sinds 1783 voor een jaarlijkse pachtsom van 5 gulden. Jean Van Mol liet optekenen dat hij dit perceel pachtte sinds 19 opeenvolgende jaren en dat de grond van een middelmatige kwaliteit was en niet veel opbracht.

De verkoop had plaats te Brussel op 14 augustus 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 329 artikel 15. Het bieden ving aan met een openingsbod van 110 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 320 frank aan burger Honoré Joseph Helin wonende te Brussel, rue de Namur nr. 929, en Guillaume Graindorge wonende te Asse.

Van Nieuwenhoven, nr. 7.

Beschrijving van de goederen: vier bunder twee dagwand (3 ha 7 a 46 ca) weide grenzend aan Guillaume Bisschop, 2de aan de weduwe De Schrijver, 3de aan Pierre Van Varenberg? & anderen en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem. Verpacht aan de burgers Adriaen Van Nijgen, Van Nieuwenhoven en François Hoefs met een pachtcontract afgesloten op 24 oktober 1795 en eindigend op 24 december 1805 door de weduwe Wouters, ontvanger van de abdij Affligem, voor een pachtprijs van 100 gulden per jaar, de lasten niet inbegrepen.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 december 1796 door Philippe Van Itterbeke, expert en Mathias Gruber, commissaris. De verkoopprijs werd geschat op 1506 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 100 – 8 – 0 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 22 januari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 17 artikel 7 Het bieden ving aan met een bod van 2800 pond. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 2800 pond aan burger Troussel. Deze persoon was de stroman van Jean Baptiste Paulée wonende te Parijs, rue Boudreau, divisie place de Vendôme. Hij beschikte over een volmacht geregistreerd op 10 december 1796 te Brussel.

In de rand vermeld: burger Troussel gevolmachtigde van burger J. B. Paulée betaalde de helft van het 1ste tiende deel van de prijs en tekende in voor 4 obligaties gelijk aan 8 tienden van de prijs.

François Van Nieuwenhove, nr. 253.

Franciscus werd te Teralfene gedoopt op 27 september 1718 en overleed er op 16 maart 1801. Hij trouwde te Teralfene op 30 augustus 1750 met Anna Droeshout, te Teralfene overleden op 20 april 1809. Zij hadden 6 kinderen: Joanna (°16 juni 1751), Adrianus (°3 december 1753), Maria Petronella (°16 augustus 1756), Petrus (°8 mei 1789), Joannes Baptista (°21 november 1761) en Petrus (°25 mei 1765).

Beschrijving van de goederen: twee bunder twee dagwand land en weide gelegen te Teralfene, Hekelgem en Liedekerke (roede = 30,7456 a), verpacht aan François Van Nieuwenhove voor een jaarlijkse pachtsom van 91 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- 85 roeden (26 a 13 ca) landbouwgrond gelegen te Teralfene op het “Welleken”[7] grenzend langs een zijde aan François Hermans, 2de aan Judocus Van Nijghen, 3de aan dezelfde, en 4de aan de los naar de weiden.

2- Drie dagwand 15 roeden (99 a 3 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem, grenzend langs een zijde aan burger Joannes Schoon, 2de aan de weg van Mechelen naar Ninove, 3de aan Joannes Ph. Rollier, en 4de aan burger Judocus De Reuse.

3- Drie dagwand (92 a 24 ca) landbouwgrond gelegen te Liedekerke, grenzend langs een zijde aan een kleine weg, 2de aan burger M. Custens, 3de aan de Bellebeek, en 4de aan Joannes Christiaens.

4- Drie dagwand (92 a 24 ca) weide gelegen te Liedekerke, grenzend langs een zijde aan een kleine weg, 2de aan burger M. Custens, 3de aan de Bellebeek, en 4de aan Joannes Christiaens

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 23 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 50 gulden, en de verkoopprijs op £ 2 000, plus 12 hoogstammige bomen. Verpacht aan burger François Van Nieuwenhove, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 10 oktober 1795 en eindigend op 10 oktober 1804, voor een jaarlijkse pachtsom van 50 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 7 januari 1799 om 10 uur volgens de affiche nr.144 artikel 27.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 868 frank door André Van Gaver. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 885 frank aan burger André Van Gaver wonende te Brussel.

Joannes Van Nieuwenhove, nr. 320.

Joannes werd te Teralfene gedoopt op 5 februari 1726 en overleed er op 27 augustus 1809. Hij trouwde met Anna pensaert, te Teralfene overleden op 20 december 1773. Zij hadden een dochter: Maria Joanna, gedoopt op 5 februari 1762. Na haar dood hertrouwde Joannes met Maria Judoca Van den Abbeele, te Teralfene gedoopt op3 juni 17431 en er overleden op 6 maart 1815. Zij woonden op het dorp en hadden 3 kinderen: Joannes Baptista (°6 april 1776), Maria Anna (°6 april 1776) en Joannes Baptista (°4 juni 1777).

Beschrijving van de goederen: vijf bunder 70 roeden land, weide en bos gelegen te Teralfene, Hekelgem en Liedekerke, verpacht aan Joannes Van Nieuwenhove voor een jaarlijkse pachtsom van 200 frank. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Drie bunder (3 ha 68 a 95 ca) landbouwgrond gelegen te Teralfene op het veld “De Bremme” [8]grenzend langs een zijde aan de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan het voetpad naar Ninove, 3de aan burger Jean Bresse, en 4de aan burger Louis Van Nieuwenhove.

2- Twee dagwand (62 a 87 ca) landbouwgrond waarvan de helft voordien schaarhout, gelegen te Hekelgem grenzend langs een zijde aan het voetpad naar de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan Jean Van Nieuwenhove, 3de aan burger J. Verbeke, en 4de aan burger Joannes Franciscus Van Hove.

3- Eén bunder 70 roeden (1 ha 47 a 76 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld “Ballae” grenzend langs een zijde aan de kinderen Joannes Pauwels, 2de aan François Van Nieuwenhove, 3de aan burger Lawis, en 4de aan burgeres weduwe Jacques Schoon.

4- Twee dagwand (61 a 49 ca) landbouwgrond en weide gelegen te Liedekerke op het veld “Baudelle” grenzend langs een zijde aan de “Bellebeek” komende van Belle, 2de aan burger Michel De Bisschop, 3de aan burger Joannes Franciscus Van Hove, en 4de aan burger Mertens.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 24 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 100 gulden, en de verkoopprijs op 2 027 pond, 9 hoogstammige bomen geschat op 27 pond inbegrepen. Verpacht aan Joannes Van Nieuwenhove wonende te Teralfene, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 21 mei 1794, in voege vanaf 21 mei 1796 en eindigend op 21 mei 1805, voor een pachtsom van 80 gulden.

Land van gemiddelde kwaliteit.

De verkoop had plaats te Brussel op 14 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 229 artikel 15.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 600 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Louis Badin, die burger Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger, verving. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 3 225 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.

Drie dagen later werd nog een perceel dat Jean Van Nieuwenhove pachtte verkocht, nr. 477.

Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gebruikt als hopveld gelegen op de plaats “onleesbaar”, groot 78 a 3 ca, grenzend langs een zijde aan Jean De Bolle, 2de aan Joseph Christiaens, 3de & 4de onleesbaar.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 24 juli 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Asse. De verkoopprijs werd geschat op 280 frank.

Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Jean Van Nieuwenhove, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 27,21 frank. De ontvanger der domeinen te Asse liet noteren dat het perceel verpacht was sinds 1783 voor een jaarlijkse pachtsom van 14 gulden. De pachter verklaarde dat hij het perceel reeds 19 jaar bewerkte. Het perceel was van een gemiddelde kwaliteit en werd gebruikt als hopveld.

De verkoop had plaats te Brussel op 17 maart 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 408 artikel 22.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 308 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 800 frank aan burger Egide Heijmans wonende te Brussel, “rue de Louvain”.

Judocus Van Nieuwenhove, nr. 308.

Judocus werd te Teralfene gedoopt op 27 november 1731 en is er overleden op 24 oktober 1796. Hij trouwde te Teralfene op 24 juli 1770 met Maria Anna Van Nieuwenhove, gedoopt te Teralfene op 5 augustus 1733 en er overleden op 28 september 1794. Joannes en Maria waren bloedverwanten in de 3de ende 4de graad. Zij hadden 3 kinderen: Joannes Baptista (°20 augustus 1771), Josephus (°26 mei 1774) en Emanuel (°26 december 1777).

Beschrijving van de goederen: vier bunder land (4 ha 97 a 46 ca) gelegen te Teralfene & Essene, verpacht aan Judocus Van Nieuwenhove voor een jaarlijkse pachtsom van 144 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Twee bunder (2 ha 51 a 50 ca) landbouwgrond gelegen te Essene (roede = 31,4375 a) op het veld genaamd “Bellecauter” grenzend langs een zijde aan de “Bellestraet”, 2de aan burger Joannes Christiaens, 3de aan de “Nieuwenbosch”, en 4de aan burger Zacharias De Wever. Goede grond.

2- Twee bunder (2 ha 45 a 96 ca) landbouwgrond gelegen te Teralfene op de  “Bellecauter” grenzend langs een zijde aan de “Bellestraet”, 2de aan burger Jean Christiaens, 3de aan burger Joseph Rollier, en 4de aan burgeres weduwe Jacques Meert. Grond van 2de kwaliteit.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 80 gulden, en de verkoopprijs op 3 200 pond. Verpacht aan Judocus Van Nieuwenhove, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 26 mei 1791, in voege vanaf 6 mei 1793 en eindigend op 6 mei 1801, voor een pachtsom van 80 gulden.

De verkoop vond plaats te Brussel op 12 februari 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 223 artikel 28. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Louis Badin, die burger Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger, verving. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 950 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.

Adriaan Van Nijgen, nr. 7.

Adriaan werd te Teralfene gedoopt op 1 januari 1729 en is er overleden op 15 februari 1815. Hij trouwde met Elisabeth barbé, te Teralfene overleden op 7 augustus 1804. In 1815 woonde Adriaan ten grooten Driessche. Zij hadden 6 kinderen; Elisabeth Joanna (°30 juni 1761), Petrus Plilippus (°11 augustus 1763), Maria Philippina (°22 april 1766), Joanna Francisca (°29 januari 1769), Joannes Baptista (°26 maart 1771) en Maria Philippina (°21 augustus 1778).

Beschrijving van de goederen: vier bunder twee dagwand (3 ha 7 a 46 ca) weide grenzend aan Guillaume Bisschop, 2de aan de weduwe De Schrijver, 3de aan Pierre Van Varenberg? & anderen en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem. Verpacht aan de burgers Adriaen Van Nijgen, Van Nieuwenhoven en François Hoefs met een pachtcontract afgesloten op 24 oktober 1795 en eindigend op 24 december 1805 door de weduwe Wouters, ontvanger van de abdij Affligem, voor een pachtprijs van 100 gulden per jaar, de lasten niet inbegrepen.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 22 december 1796 door Philippe Van Itterbeke, expert en Mathias Gruber, commissaris. De verkoopprijs werd geschat op 1506 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 100 – 8 – 0 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 22 januari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 17 artikel 7 Het bieden ving aan met een bod van 2800 pond. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 2800 pond aan burger Troussel. Deze persoon was de stroman van Jean Baptiste Paulée wonende te Parijs, rue Boudreau, divisie place de Vendôme. Hij beschikte over een volmacht geregistreerd op 10 december 1796 te Brussel.

In de rand vermeld: burger Troussel gevolmachtigde van burger J. B. Paulée betaalde de helft van het 1ste tiende deel van de prijs en tekende in voor 4 obligaties gelijk aan 8 tienden van de prijs.

Judo Van Nijghem nr. 415.

Beschrijving van de goederen: zes dagwand 86 roeden (2 ha 10 a 91 ca) land van 2de kwaliteit, verpacht aan Judo Van Nijghem voor een jaarlijkse pachtsom van 96 frank, belastingen inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Zes dagwand (1 ha 84 a 47 ca) landbouwgrond gelegen op het veld a”Hiemiese” grenzend langs een zijde aan burger Guillaume Beekmans, 2de aan de “Bellebeke”, 3de aan een kleine weg naar de weiden, en 4de aan de weg genaamd “Posegisstraet” (Portugeesstraat?).

2- 86 roeden (26 a 44 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Hiemiese” grenzend langs een zijde aan de weg genaamd “Posegisstraet”. (Portugeesstraat?), 2de aan weduwe Joannes Van Nieuwenhove, 3de aan de kinderen Judocus Van Agen (Van Nijgen?), en 4de aan burger Van Vaerenbergh.

 Het PV van de schatting werd opgemaakt op 25 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 40 gulden, en de verkoopprijs op 1 615 pond, inbegrepen 5 hoogstammige bomen geschat op 15 pond. Verpacht aan Judo Van Nijghem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een pachtsom van 40 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 13 april 1801 om 12 uur volgens de affiche nr. 306 artikel 4.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 688 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 425 frank aan burger George Joseph Van Varenberg wonende te Ninove, stroman die kocht met een volmacht van Cornelis Leva wonende te Brussel, rue de la Loi.

Jean Van Vaerenbergh, nr. 470.

Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond, weide, schaarhout en hopveld gelegen op “De Bollemeerschen”, groot 2 ha 81 a 70 ca, grenzend langs een zijde aan een perceel toegewezen aan burger De Locker, en heden eigendom van Joseph De Bisschop, 2de naast de weg naar de “Bellemolen”, 3de met de helft van de gracht aan de weiden van de abdij Affligem aangekocht door burger Van De Putte, en 4de aan het goed verpacht aan Jean De Reus.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 september 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Joseph De Bisschop, burgemeester te Teralfene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 120 frank en de verkoopprijs op 1 320 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan Jean Van Vaerenbergh & Judocus De Reuse, wonende te Teralfene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801 (registernr. 1553 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 91 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 403 artikel 7.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 320 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 5 300 frank aan burger Pierre Jean De Gheest wonende te Aalst.


[1] Dalhem: Daele: Daal: een laagte, waar de grond afhelt.

[2] Maansbroek: een uitgebreid moerassig gebied langs de Dender.

[3] Bollemeers: ook Bellemeers: een ontwaterd weiland aan de samenvloeiing van de Hollebeek en de Bellebeek op het grondgebied van Liedekerke. Het weiland werd ontwaterd door greppels. Tussen de greppels lag de uitgegraven grond opgehoogd tot bermen. En dat woord leidt naar de Indo-Europese stam “behr” wat omhoogsteken betekent. Cfr. De winterbedden in de moestuin. De Berremeers dankt hoogstwaarschijnlijk zijn aam aan de vorm van zijn oppervlak. W. BEECKMAN, De Affligemstraat, 2011, 54.

[4] A. VAN DEN BROECK, Gezinsboek Teralfene, 94.

[5] Pitancie betekent een extraatje, vooral met betrekking tot de levensmiddelen voor monniken en monialen waarvoor de pitancier inkomsten zocht door de verhuur van bepaalde goederen, bijv. een pitnciemeers. W. BEECKMAN, Woorden voor Affligemse Ooorden, 2013, 73 – 74.

[6] Rosier: Pomaanse plaatsnaam: rietland.

[7] Een wel is een bron

[8] Bremme: komt waarschijnlijk van brem, een plant van de vlinderbloemigen. Die maakte het ontstaan van landbouw mogelijk op arme zandgronden. Brem maakt de grond snel vruchtbaar en was het voornaamste voedsel van schapen.Oude bremstruiken werden gebruikt om steenoverns aan te steken.

De pachters van de abdij Affligem te Essene in 1796.

Essene Roede = 31,4375 ca.

Abdij Affligem, nr. 136.

Beschrijving van de goederen: zes bunder (7 ha 54 a 50 ca) weide gelegen te Essene en gebruikt door de monniken zelf. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Twee bunder (2 ha 51 a 50 ca) gelegen op het veld vermoedelijk genoemd “Paardenmeersch”grenzend aan een zijde aan de weg van Lombeek naar Essene, 2de aan de beek, 3de & 4de aan de weiden.

2- Eén bunder twee dagwand (1 ha 88 a 62 ca) weide gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan de “Bellebeek”, 2de aan burger Zacharias De Wever, 3de & 4de aan het voorgaande perceel.

3- Twee bunder twee dagwand (3 ha 14 a 38 ca) weide gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan een zijde aan de “Bellebeek”, aan de goederen van de begijnen van Brussel, 3de aan de goederen van de gemeente Lombeek, en 4de aan burger Henri Croesse.

Het PV van de schatting werd niet genoteerd. Geschat door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 250 gulden, en de verkoopprijs op £ 10 200, inbegrepen 34 hoogstammige bomen geschat op 100 gulden. Deze weiden werden door de monniken zelf gebruikt.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 7 artikel 6 – 6de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 4 650 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 420 000 pond aan burger Jean Benoit Vermandele, handelaar, wonende te Aalst in de Molenstraat.

Abdij Affligem, nr. 137.

Beschrijving van de goederen: zeven bunder twee dagwand (9 ha 43 a 12 ca) weide gelegen te Essene en gebruikt door de monniken zelf, grenzend aan een zijde aan de weg naar Teralfene, 2de aan het goed van burger Henri De Bolle, 3de aan de beek van de Bellemolen naar de Dender genaamd “Bellebeek”, 3de aan burger Joseph ’t Kint en François Linthout, 5de aan de beek genaamd “Kabeke”.

Het PV van de schatting werd niet genoteerd. Geschat door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 400, en de verkoopprijs op £ 8 400, inbegrepen 100 hoogstammige bomen geschat op 200 gulden. Deze weide werden door de monniken zelf gebruikt.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 75 artikel 6 – 7de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 6 300 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 700 000 pond aan burger Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene. Hij betaalde onmiddellijk het gedeelte voorzien in klinkende munt en op 29 nivôse jaar 7 werd de volledige som van deze toewijzing betaald.

Abdij Affligem, nr. 265.

Beschrijving van de goederen: zeven dagwand (2 ha 20 a 6 ca) waarop zich drie vijvers bevinden die in verbinding staan met elkaar, genaamd “De Heeremannekens”[1], waarvan er twee vijvers vis bevatten en de derde vijver droog staat, gelegen te Essene op het veld genaamd “Greffendries”[2] grenzend langs een zijde aan de weg naar Teralfene, 2de aan de weide verpacht aan burger Rollier, 3de aan de “Kabeke”, 4de aan de weide verpacht aan François Linthout, 5de aan dezelfde, en 6de aan burger Rollier.

Opmerking: op de twee vijvers met vis vindt men alleen maar jonge karpers en andere vissen die dienen om de andere vijvers van vis te voorzien, de waarde bedraagt £ 100.

Het PV van de schatting werd niet vermeld. Geschat door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 70 gulden, en de verkoopprijs £ 1400, de 200 hoogstammige bomen, essen en eiken, die zich aan de rand van de vijvers bevonden, werden geschat op £ 400, samen £ 1 800. Deze vijvers werden door de monniken zelf gebruikt voor hun bevoorrading aan vis.

De verkoop had plaats te Brussel op 27 mei 1799 om 10 uur volgens de affiche nr. 173 artikel 24. Het bieden ving aan met een openingsbod van 940 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1000 frank aan burger Honoré Joseph + wonende te Brussel, rue de Namur nr. 929, stroman die kocht met een volmacht van Charles Louis Joseph Terrace.

Abdij Affligem, nr. 271.

Beschrijving van de goederen: zes dagwand (1 ha 88 a 63 ca) bos gelegen te Essene, genaamd “Ouden Vijver” grenzend langs een zijde aan de “Bosbeek”, 2de aan de beek van Sluisvijver, 3de aan een weide, 4de aan burger Pierre Verbeeke, 5de aan Jean Baptiste Van Linthout, en 6de aan de weduwe Pierre De Vogel.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 12 augustus 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 60, en de verkoopprijs £ 1200 voor de grond. In dit bos bevonden zich 15 jonge hoogstammige bomen die werden geschat op £ 60. Op de helft van het perceel bevond zich schaarhout van 5 jaar oud, en op de andere helft schaarhout van 1 jaar oud, samen geschat op £ 750, totale verkoopprijs £ 2010. Dit bos werd door de monniken gebruikt voor het schaarhout waarmee mutsaards werden gemaakt.

De verkoop had plaats te Brussel op 6 juli 1799 om 10 uur volgens de affiche nr.181 artikel 18. Het bieden ving aan met een openingsbod van 800 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 805 frank aan burger Jean François Callebaut wonende te Hekelgem, stroman die kocht voor zichzelf en met een volmacht van Charles Louis Joseph Terrace, wonende te Asse.

Abdij Affligem, nr. 423.

Beschrijving van de goederen: een landhuis gelegen te Essene en genaamd “Le Petit château de Belle et Sluijsvijvers”. Het heeft een mooie zaal van 32 voet lang en 22 voet breed[3] (8,824 m op 6,0665), een andere kamer, keuken, een kleine kamer, kelder, en meerdere mansardekamers. Dit alles gebouwd in natuursteen en baksteen, bedekt met leien, staand op een terrein van 60 roeden (15 a 31 ca) koer en tuin inbegrepen, grenzend langs twee kanten aan de weg van Essene naar Muylem.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 7 augustus 1798 door Eugène Melsnijder, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 1000 pond, en de verkoopprijs op 20 000 pond, 150 jonge bomen die zich op de dijken bevonden, inbegrepen. Het huis was niet verhuurd.

De verkoop had plaats te Brussel op 19 mei 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 325 artikel 9. Het bieden ving aan met een openingsbod van 12 000 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 115 000 frank aan burger François Joseph Callebaut wonende te Aalst, zoutstraat, sectie B, nr. 99, stroman die kocht met een volmacht van Guillaume De Clercq, handelaar, wonende te Aalst.

Geschiedenis.

Het prachtige herenhuis De Sluis heeft een oude geschiedenis. Op de sluysdamme aan de Sluisvijver waarvan al sprake is in 1170, 16 bunder groot, door een opgehoogde weg in twee verdeelt en omringd door dammen, een dubbele rij bomen en een ringgracht, bouwden de monniken een huisje voor de preter, de boswachter, die ook de visvijver bewaakte. Rond 1720 – 1725 werd het lemen huis grondig verbouwd en kwam er ook een kamer bij waar de monniken een tot tweemaal per jaar konden komen voor hun ontspanning. Dat gebeurde voor het eerst in 1731 zoals een anker naast de deur met dat jaartal aangeeft. De bosmeester kreeg dan 6 schellingen drinkgeld en zijn maerte 2 schellingen. In 1735 liet men de vijver leeg lopen en de grond werd bezaaid met zomertarwe en gerst. Nadien kwam er een hoplochting.

In 1751, na de afbraak van de lemen woning, bouwden de monniken er een stenen huis met kapel. Zij vierden er in 1775 het 700-jarig bestaan van de abdij.. Bij het huis hoorden ook de 2 vijvers met dijken (21 bunder) en 3 kleine vijvers met 150 jonge bomen. De geschatte waarde bedroeg 20 000 ponden. Op 12 mei 1802 kocht Guillaume De Clercq, handelaar uit Aalst het goed. Tot 1942 bleef het familiebezit. De Sluis veranderde nadien nog meerdere malen van eigenaar maar gelukkig bleef het fraaie uitzicht bewaard.

Abdij Affligem, nr. 531.

Beschrijving van de goederen: een bos gelegen te Essene naast de steenweg van Brussel naar Gent en genaamd “Den Nieuwenbosch” groot 23 ha 86 a 40 ca, grenzend langs een zijde aan de “Mollestraet”[4], 2de met de oude baan van Brussel naar Aalst aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste Le Noir, de goederen van Jean Baptiste De Wever, Philippe Vermoesen en Jean Baptiste Meert, aan het goed van de abdij Affligem verpacht aan Bernardine Fieremans, Baduin Velge, aan het goed van de erfgenamen Jean Baptiste Van Linthout verpacht aan Guillaume Londies, aan het goed van de erfgenamen Joseph Van Lierde verpacht aan Michel Verlijsen, het goed van François De Greef verpacht aan Jean Wambacq, aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste Van Mulder, Jean Wambacq en Josse De Wever, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Baduin Velge, 4de aan een boord schaarhout van de weide van de abdij verpacht aan Jean De Cort en aan de “Nieuwenboschcauter”.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 3 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 465 frank en de verkoopprijs op 9 400 frank plus 1 540 eiken en beuken die geschat werden samen op 10 000 frank, het schaarhout werd geschat op 300 frank. Totaal 19 700 frank.

Niet verpacht, het werd beheerd door monniken zelf, en na de confiscatie door de ontvanger der domeinen van Asse (registernr. 15 te Asse).

Burgemeester Jean Baptiste Van De Putte liet noteren dat het bos in het jaar 1701 een oppervlakte had van 18 ha 43 a 40 ca, de oude baan van Brussel naar Aalst die het bos doorsneed niet meegerekend. De bomen die zich langs deze weg bevonden maakten wel deel uit van de toewijzing.

Boswachter Claude Buté had Gille Verloes, de veldwachter van Asse, opgedragen het bos te bewaken.

« Note sur le bois dit « Nieuwenbosch », sous la commune d’Esschene, ci-devant canton d’Assche, arrondissement de Bruxelles, faite par moi soussigné G. De Becker, demeurant à Bruxelles, cul de sac de la rue de la loi, section 7, n° 190, le 9 pluviôse an 9 républicaine.

Le bois nommé « den Nieuwenbosch » est situé à trois quarts de lieu de la commune d’Assche, sous la commune d’Esschene, derrière l’hameau d’Assche Ter Heijden, séparée de la chaussée de Bruxelles à Gand, par une pièce de terre, il ne contient que dix huit bonniers trois journaux à raison de vingt pied la verge d’après arpentage fait par le citoyen De Decker, arpenteur à Assche, dans le courant de l’an sept.

Ce bois forme une lisière, la largeur n’est que d’un coup de carabine, il est planté d’une grande quantité des jeunes hêtres et chênes de deux, trois à quatre pieds de tour, je présume qu’il a aux environs quatre mille hêtres et deux mille chênes, il se trouve encore par ci et là des hêtres de cinq, six à sept pieds de tour nommément du côté du midi, joignant la rue qui fait partie de ce bois, j’ai calculé que les arbres au taux actuel peuvent valoir deux francs la pièce pour les abattre et trois francs pour les lui per en bois, la raspe est détruite et de nulle valeur.

Le terrain est bon, lequel j’ai calculé valoir pour la superficie quatre mille cinq cent francs, étant très bon à être dérodé puis qu’alors on pourrait louer le bonnier quarante francs pour les premiers années et cinquante francs pour les suivantes.

Ce bois ayant été vendu les acquéreurs qu’on dit être les citoyens Van Itterbeek, notaire et président de l’ex municipalité d’Assche, Crick, agent de la dite commune et notaire De Pauw, percepteur de ladite commune et le citoyen Allard, receveur des Domaines ont vendus publiquement en trois différentes séances par-devant ledit notaire Van Itterbeek à Assche, quatre cent marchés d’arbres essence chêne et hêtres sur ledit bois ou présume que le produit de ces ventes a monté à douze mille florins de Brabant mais c’est une chose a vérifier d’après les conditions de vente.

Esschene, ce 9 pluviôse an 9, Républicaine. De Becker.

De verkoop had plaats te Brussel op 21 juni 1806 om 12 uur volgens de affiche nr. 526 artikel 26. Het bieden ving aan met een openingsbod van 19 700 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 22 300 frank aan Antoine Leva, wonende te Brussel, “Grande Place”, stroman die kocht met een volmacht van Guillaume De Clercq wonende te Aalst.

Henri Bastaerts, nr. 126.

Henri was afkomstig van Lebbeke en overleed te Essene op 16 april 1808. Hij trouwde te Essene met Maria Judoca De Voghel, te Essene gedoopt op 17 december 1747 en er overleden op 7oktober 1791. Zij hadden 8 kinderen: Joannes Baptist (°23 augustus 1774), Barbara (°13 januari 1776), Joanna Maria (°28 juni 1777), Josephus (°10 mei 1779), Joannes (°14 maart 1781), Isabella Catharina (°6 januari 1783), Petrus (°19 september 1789) en Joanna Rosa (°24 maart 1789).

Beschrijving van de goederen: vier bunder drie dagwand 16 roeden (6 ha 2 a 34 ca) gelegen te Essene, kanton Asse, verpacht aan Henri Bastaerts voor een jaarlijkse pachtsom van 120 gulden, lasten inbegrepen.

1- Eén bunder 34 roeden (1 ha 36 a 44 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op het veld genaamd “Hagenbergh” grenzend aan een zijde aan het goed van burger Philippe De Troch, 2de aan de goederen van de voormalige eigenares, barones De Parck, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

2- Eén bunder 84 roeden (1 ha 52 a 16 ca) landbouwgrond waarvan er ongeveer twee dagwand beplant is met schaarhout, gelegen op het “Aschbroeck” grenzend aan een zijde aan de kleine weg naar de molen van Belle, 2de aan de weduwe van Joseph Van Der Mijnsbrugghe”, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

3- Eén bunder twee dagwand 88 roeden (2 ha 16 a 29 ca) weide gelegen op het “Voshoolen”[5] grenzend aan een zijde aan de weg van de molen van Belle naar Teralfene, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

4- Drie dagwand (94 a 31 ca) landbouwgrond gelegen op de “Steenbrugge” grenzend aan een zijde aan de weg naar Lombeek, 2de aan de weduwe De Wit, 3de aan burger Jean Van Vaerenbergh, en 4de aan de weg naar Lombeek.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 29 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 190 gulden, en de verkoopprijs op £ 4 500, inbegrepen de 30 hoogstammige eiken geschat op £ 45. De percelen vond men van een gemiddelde kwaliteit. Verpacht aan burger Henri Bastaerts, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, voor een jaarlijkse pachtsom van 90 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 1ste lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 3375 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 117 000 pond aan burger Antoine Gabriël Perrin Damier wonende te Brussel, rue de l’Etuve, rechtover de Lombard, stroman van een onbekende opdrachtgever.

François Berlo, nr. 525.

Franciscus werd te Essene gedoopt op 3 september 1765 en overleed er op 14 december 1838. Hij trouwde te Essene op 18 februari 1813 met Maria Anna Van Vaerenbergh, te Essene gedoopt op 8 augustus 1775 en er overleden op 23 januari 1814. Hun zoon Joannes Baptist werd te Essene gedoopt op 19 december 1713.

Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gelegen te Essene op “De Veldekens”, groot 61 a 54 ca, grenzend langs een zijde, met de helft van de losweg aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Gille & Jean Boom, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Linthout, 3de aan het goed van de weduwe Pierre Merckx, aan Mathieu Merckx en Jean Van Vaerenberg, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Adrien De Gijseleer.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 10 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 15 frank en de verkoopprijs op 300 frank. Verpacht vanaf 1 december 1800 aan François Berlo, landbouwer, wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding door de burgemeester van Asse (registernr. 83 te Asse), voor een jaarlijkse pachtsom van 17,12 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1806 2 uur volgens de affiche nr. 514  atikel 10. Het bieden ving aan met een openingsbod van 300 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 730 frank aan Jean Jacques Philippe Duchatellier, wonende te Brussel, “Grande Place”, stroman die kocht met een volmacht van Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene.

Jean Boom en consorten, nr. 597.

Beschrijving van de goederen: één ha 60 a 45 ca weide gelegen te Essene op “Het Veldeken” grenzend langs een zijde aan de goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan Jean François Linthout, 2de aan een gracht van een weide van de voormalige abdij Affligem verpacht aan de weduwe De Vogel, 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste De Vinck, 4de aan de losweg naast de goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste Van Den Bergh, Adrien De Gijselaer en François Berlo. Op dit perceel bevindt zich een hoek beplant met schaarhout.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 15 april 1807 door Guillaume De Becker, expert, wonende te Brussel, en J. F. Linthoudt, adjunct burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 50 frank en de verkoopprijs op 1 000 frank. Verpacht vanaf 22 december 1800 aan Jean Boom en consorten wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding (registernr. 85 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 47 frank, belastingen niet inbegrepen.

De goederen werden gebruikt voor 1/5 door Gilles Boom, voor 2/5 door Jean Boom en, voor 2/5 door de weduwe Gillis Van Cauwenbergh.

De verkoop had plaats te Brussel op 19 september 1807 om 12 uur volgens de affiche nr. 590 artikel 13.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 000 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 375 frank aan Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene.

B. Bosteels, nr. 314.

Beschrijving van de goederen: zes bunder één dagwand 9 roeden (7 ha 88 a 77 ca) land en weide gelegen te Hekelgem, verpacht aan Bosteels voor een jaarlijkse pachtsom van 220 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Eén bunder 36 roeden (1 ha 37 a 7 ca) weide gelegen te Hekelgem, de naam was niet te ontcijferen, grenzend langs een zijde aan de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan de goederen van burger Mercart, 3de aan burger Fr. Verbeek, en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

2- Eén bunder twee dagwand (1 ha 88 a 62 ca) weide, door de gemeenschap te gebruiken na Sint-Jan, gelegen te Essene, grenzend langs een zijde aan de Avenellebeek, 2de aan burger Jacques Schouppe, 3de aan burger Jean Vansante?, en 4de aan burger Philippe Charon.

3- Drie bunder 49 roeden (3 ha 92 a 65 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem grenzend langs een zijde aan Benoit Clauwaert, 2de aan de weduwe Joannes Baptist Smets, 3de aan burger Antoine Cappuijns, en 4de aan het voetpad naar de kerk.

4- Twee dagwand 24 roeden (70 a 42 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “La terre du moulin” grenzend langs een zijde aan de weg naar Teralfene, 2de aan burger Jacques Clauwaert, 3de aan de weduwe Michel Clauwaert.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 19 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 120 gulden, en de verkoopprijs op 4 800 pond. Op het perceel bevonden zich ook 15 hoogstammige bomen geschat op 45 pond, samen 4 845 pond. Verpacht aan B. Bosteels, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 8 oktober 1795, en eindigend op 9 oktober 1804, voor een pachtsom van 120 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 9 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 228 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 2 000 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 525 frank aan burger Antoine Vauthier wonende te Brussel, rue Egalité nr. 1042, stroman die kocht met een volmacht van Joseph Roch, wonende te Parijs, rue d’Amboise.

De weduwe Camermans, nr 59.

Beschrijving van de goederen: één bunder één dagwand 6 roeden (1 ha 59 a 7 ca) weide gelegen te Essene, genaamd “Kerreblocken”, grenzend aan een zijde aan de weg, langs de drie andere zijden aan de voormalige abdij Affligem. Verpacht aan Charles Steppe en de weduwe Camermans met een pachtcontract eindigend op 11 november 1803 voor een jaarlijkse pachtsom van f. 35 – 19 – 0.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 november 1796 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Philippe Van Itterbeke, lid van de municipale administratie van Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 58 gulden, en de verkoopprijs op £ 2320, inbegrepen 25 hoogstammige bomen geschat op 25 gulden. Verpacht aan burgers Charles Steppe & weduwe Camermans, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, op 8 februari 1793, (van kracht op 11 november 1794) en eindigend op 11 november 1803, voor een jaarlijkse pachtsom van f. 28.

De verkoop had plaats te Brussel op 22 december 1797 om 10 uur volgens de affiche nr. 53 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1780 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 13 100 pond aan burger F. M. Van Laethem, wonende te Brussel op de Nieuwe Graanmarkt. Hij betaalde na de aankoop onmiddellijk de totaliteit van de aankoopsom.

Opmerking[6].

De verkochte goederen werden in 1722 gemeten met exact dezelfde grootte en palend aan de voetweg.

Pierre Dauwe en Pierre Van Den Bossche, nr. 327.

Beschrijving van de goederen: vier bunder 65 roeden (5 ha 23 a 43 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem en Essene, verpacht aan Van De Velde en consorten voor een jaarlijkse pachtsom van 148 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Vijf dagwand (1 ha 57 a 19 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “Koyweijde” grenzend langs een zijde aan de “Koyweg”, 2de aan burger Corneille Van Houte, 3de aan burger Joseph Robijns, en 4de aan burger Joseph Clauwaert.

2- Drie dagwand 65 roeden (1 ha 14 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “De Weijde” grenzend langs een zijde aan de weg, 2de aan burger Thomas Raes, 3de aan burger Pierre Raes, en 4de aan de weduwe Josse Vonck.

3- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op “Den Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de “Nieuwenbosch”, 2de aan burger Josse Van Nieuwenhove, 3de aan burger François De Clercq, en 4de aan burger Josse Clauwaert.

4- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “De Koyweijde” grenzend langs een zijde aan burger Pierre Van Den Bossche, 2de aan de weduwe François Plas, 3de aan burger Jean De Vis, en 4de aan burger Joseph De Decker.

Er werden vier proces-verbalen van schatting samengevoegd tot een proces-verbaal van toewijzing.

1) PV van de schatting werd opgemaakt op 31 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 25 gulden, en de verkoopprijs op 1 008 pond, 4 hoogstammige bomen geschat op 8 pond inbegrepen. Verpacht aan Gillis Van De Velde wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 25 gulden. Dit proces-verbaal betreft het nr. 1 van de beschrijving van de goederen.

2) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 28 november 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 42,60 frank, en de verkoopprijs op 340,80 frank. Verpacht aan Michel Van Den Weijngaert wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 9 november 1793, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 15 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.

3) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 21 gulden, en de verkoopprijs op 840 pond. Verpacht aan de weduwe François Plas wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 21 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 3 van de beschrijving van de goederen.

4) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 december 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 53,90 frank, en de verkoopprijs op 431,20 frank. Verpacht aan Pierre Dauwe en Pierre Van Den Bossche wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 november 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 pond. Dit proces-verbaal betreft nr. 4 van de beschrijving van de goederen.

De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 232 artikel 39. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Jean Baptiste Beauvais, ondernemer die instond voor de verwarming en licht van de troepen van de Republiek. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 150 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel

François De Clerck, nr. 272.

Beschrijving van de goederen: zeventien bunder één dagwand 90 roeden (21 ha 97 a 48 ca) landbouwgrond en weide gelegen te Essene, verpacht aan François De Clerck voor een jaarlijkse pachtsom van 600 frank. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Zestien bunder één dagwand 90 roeden (20 ha 71 a 73 ca) landbouwgrond gelegen op de  “Eijdenbosschecauter” grenzend langs een zijde aan de “Mollestraete”, 2de aan burger Vermoesen, 3de aan burger M. Van Den Houte, 4de aan burger François De Clerck, en 5de aan de kinderen van G. Van Den Houte.

2- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) weide gelegen te Essene op “Belle” grenzend langs een zijde aan de Bellebeek, 2de aan burgeres weduwe Van De Putte, 3de aan de vijvers van “Sluysvijver”, en 4de aan burger Joseph Rollier.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 12 augustus 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 338 gulden, en de verkoopprijs 13 520 pond, plus 30 hoogstammige bomen geschat op 60 pond, samen 13 580 pond. Verpacht aan François De Clerck, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 8 oktober 1793, in voege vanaf 8 oktober 1794 en eindigend op 8 oktober 1803 voor een pachtsom van 338 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 6 juli 1799 om 10 uur volgens de affiche nr.181 artikel 20. Het bieden ving aan met een openingsbod van 4 860 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 4 985 frank, aan burger Cornelis Meert wonende te Asse.

Adrien De Gijseleer, nr. 527.

Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gelegen te Essene op “De Veldekens”, groot 30 a 77 ca, grenzend langs een zijde, met de helft van de losweg aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Boon en de weduwe Gilles Van Cauwenbergh, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Berlo, 3de aan het goed van Joseph Arijs en de weduwe Gilles Verbeeren, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste Van Den Bergh.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 4 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 7,50 frank en de verkoopprijs op 150 frank. Verpacht vanaf 1 december 1800 aan Adrien De Gijseleer, wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding door de burgemeester van Asse (registernr. 82 te Asse), voor een jaarlijkse pachtsom van 8,61 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1806 om 12 uur volgens de affiche nr. 514 artikel 12. Het bieden ving aan met een openingsbod van 150 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 270 frank aan Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene.

Guillaume De Pauw, nr.  478.

Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond en schaarhout gelegen te Essene op “De Droogeweijde”, groot 1 ha 64 a 12 ca, grenzend langs een zijde aan het bos van Josse Plas, dat van Jean Baptiste Van Mulders, de losweg van deze percelen en de weide verpacht aan Jean Wambacq, 2de aan de weide verpacht aan Jean Baptiste Van Mulders, 3de aan de “Raspailliestraat” die Essene verbindt met Ternat, en de goederen van de pastorij van Essene verpacht aan Michel Clijkert, Gille Boom en de weduwe Pierre Meert, en 4de aan de weduwe Martin Wambacq en de goederen van de Armen van Essene verpacht aan Josse Verbeken. Dit perceel wordt doorsneden door drie voetpaden.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 oktober 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Hekelgem. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 60 frank en de verkoopprijs op 1 200 frank, plus 19 beuken, 7 eiken, en één populier geschat op 50 frank, samen 1 250 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan de burgers Guillaume De Pauw en Pierre Stevens wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 7 april 1801 (registernr. 1516 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 41,72 frank.

De verkoop had plaats  te Brussel op 12 mei 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 416 artikel 12. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 575 frank aan burger Joseph Piret wonende te Mechelen, in het aartsbisschoppelijk paleis.

Josse De Smedt, nr. 492.

Beschrijving van de goederen: een weide gelegen te Essene op “De Bocht”[7], groot 3 ha 3 a 43 ca, verpacht zonder pachtcontract aan Josse De Smedt voor een jaarlijkse pachtsom van 130 frank, belastingen niet inbegrepen, grenzend langs een zijde aan de beek die naar de Bellemolen stroomt, 2de aan de weg naar Lombeek, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 25 februari 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 71 – 9 – 0 gulden, en de verkoopprijs op 4 000 pond, plus 30 eiken geschat op 60 gulden. Verpacht aan burger Josse De Smedt, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, op 23 juni 1787, en eindigend op 11 november 1797, voor een jaarlijkse pachtsom van 62 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 15 december 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 447 artikel 27. Het bieden ving aan met een openingsbod van 2 699,40 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 825 frank aan burger Jacques Herman Marichal wonende te Brussel, rue de la Violette, vermoedelijk als stroman.

De weduwe De Voghel, Anna Maria Meert, nr. 130.

Petrus werd te Essene gedoopt op 13 januari 1713 en overleed er op 20 december 1786. Hij trouwde te Essene op 28 juni 1742 met Anna Maria Meert, te Essene gedoopt op 7 juni 1721 en er overleden op 9 septmener 1810. Zij hadden 10 kinderen: Catharina Antonia (°27 mei 1743), Jacobus (°22 april 1745), Maria Judoca (°17 december 1747), Joannes Baptist (°27 oktober 1748), Isabella (°29 januari 1752), Cornelia (°6 mei 1754), Maria Joanna (°21 februari 1756), Maria Anna (°13 maart 1758); Petrus Joannes 3 april 1760) en Philippus Josephus (°7 september 1763).

Beschrijving van de goederen: negenentwintig bunder één dagwand 81 roeden (37 ha 3 a 65 ca) land, weide en bos gelegen te Essene, verpacht aan weduwe De Voghel voor een jaarlijkse pachtsom van 477 gulden, vier mudden gerst en drie mudden haver, lasten niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Drie bunder één dagwand 96 roeden (4 ha 38 a 87 ca) landbouwgrond gelegen op “Het Heyken”[8] grenzend aan een zijde aan de weg van Essene naar Hekelgem, 2de aan een kleine weg naar Essene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

2- Vijf bunder één dagwand 83 roeden (6 ha 86 a 28 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend langs alle zijden aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

3- Twee bunder drie dagwand 46 roeden (3 ha 60 a 27 ca) landbouwgrond gelegen op “Belledael” grenzend aan een zijde aan de weg van Essene naar Hekelgem, 2de & 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 4de aan burger?

4- Eén dagwand 87 roeden (58 a 79 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan burger Pierre Weijenbergh, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

5- 80 roeden (25 a 15 ca) weide die gemeenschappelijk gebruikt wordt na Sint-Jan, gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan Adrien De Smet, 2de aan het klooster – onleesbaar – , 3de aan de beek naar Avernelle, en 4de aan de weduwe ’t Kins.

6- Twee bunder drie dagwand 97 roeden (3 ha 76 a 31 ca) weide gelegen op het veld “Steenbrugge” grenzend aan een zijde aan de Bellebeek, 2de & 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, en 4de aan de weg van de “Pont de Steenbrugge” naar Essene.

7- Eén bunder drie dagwand 40 roeden (2 ha 32 a 64 ca) weide gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan de weg van Lombeek naar Essene, 2de aan de “Sluijsvijver”, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

8- Eén dagwand 36 roeden (42 a 75 ca) landbouwgrond gelegen op de “Grossaert” grenzend aan een zijde aan de weg van Essene naar Hekelgem, 2de aan Philippe De Troch, 3de aan de baan, en 4de aan burger Wambacq.

9- Eén dagwand (31 a 44 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan burger Besaert, 2de aan een kleine weg naar Hekelgem, 3de & 4de aan burger Wambacq.

10- Twee dagwand (62 a 87 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Moortel”[9] grenzend aan een zijde aan de goederen van de Armen van Essene, 2de aan burger Coloma, 3de aan de goederen van het voormalig “Roode Clooster”, 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

11- Één bunder 63 roeden (1 ha 45 a 55 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan Camermans, 2de aan de goederen van het voormalig “Roode Clooster”, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

12- Eén bunder één dagwand 6 roeden (1 ha 59 a 7 ca) weide waarvan de helft (79 a 54 ca) beplant is met schaarhout, gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan de hoeve van Henri Bastaerts, 2de aan de weduwe Wambacq, 3de aan een kleine weg naar de molen van Belle.

13- Eén bunder één dagwand 20 roeden (1 ha 63 a 47 ca) weide gelegen op het “Hontsgat” grenzend aan een zijde aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 2de aan de weduwe Wambacq, 3de aan Martin Linthoudt, 4de & 5de aan een kleine weg van “Hontsgat” naar de molen van Belle.

14- Vier bunder één dagwand 18 roeden (5 ha 40 a 10 ca) landbouwgrond gelegen op het “Hontsgat” grenzend aan een zijde aan de scheiding van Essene en de gemeente Hekelgem, 2de aan een kleine weg naar Teralfene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

15- Drie dagwand 88 roeden (1 ha 21 a 98 ca), de helft landbouwgrond en de helft schaarhout gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan burger Charles Rogiers, 2de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 3de aan het veld genaamd “Hontsgat”[10], 4de aan de scheiding van de gemeente Hekelgem met Essene.

16- Twee bunder 21 roeden (2 ha 58 a 10 ca) landbouwgrond gelegen op het “Hontsgat” grenzend aan een zijde aan de weg van de molen van Belle naar de “Exterenbergh”, 2de aan het “Hontsgat”, 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 4de aan een andere weg naar de molen van Belle.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 16 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 1160 gulden, en de verkoopprijs op £ 23 200, inbegrepen 200 kleine en grote hoogstammige bomen geschat op 300 gulden. Verpacht aan burgeres weduwe De Vogel, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 11 november 1793 door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, en eindigend op 11 november 1803 voor een jaarlijkse pachtsom van 477 gulden. Per jaar diende de pachteres ook nog vier mudden gerst en drie mudden haver te leveren. Deze graanlevering werd geschat op een waarde van 54 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 5de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 17 700 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 495 000 pond aan burger Thomas Gillet wonende te Brussel, rue Egalité nr. 249, stroman van een onbekende opdrachtgever.

Opmerking[11].

De verkochte goederen werden gemeten en beschreven als volgt:

1- (blz. 164 nr. 30) lant opt veldt genoempt het Heijken soo op Esschene als op Eckelghem. Palende aan: 1. den Houde hairbaene, 2. den voetwegh, 3. een stuck Afflighem compde, 4. de twee naervolghende stucken. Groot 3 bunder 1 dagwand 96 roeden.

6- (blz. 160 nr. 11) den Biscop Meersch bij de Steenebrugghe. Palende aan: 1. de Belle Beke, 2. de straete van van de Steenebrugghe naer Esschene. Groot 2 bunder 3 dagwand 97 roeden.

7- (blz. 160 nr. 17) weijde bij de voors. meerschen. Palende aan: 1. den voors. meersch, 2. de straete, 3. den naervolghende meersch. Groot 1 bunder 3 dagwand 40 roeden.

8- (blz. 158 nr. 1) lant onder Esschene opt veldt genaempt den Grosshaert. Palende aan de straete. Groot 1 dagwand 36 roeden.

9- (blz. 158 nr. 2) lant opt selve veldt. Palende aan: 1. N. Besaert, 2. den voetwegh. Groot 1 dagwand.

10- (blz. 158 nr. 3) lant opt selve veldt genaempt den Moortel. Palende aan: 1. de kercke oft armen van Esschene, 2. Mijnheer Calomnia, 3. het het Rooclooster, 4. het begijnte Linthaut, 5. den voetwegh. Groot 2 dagwand.

11- (blz. 158 nr. 4) lant opt selve veldt. Palende aan: het Rooclooster[12], Steven van der Straeten. Groot 1 bunder 63 roeden.

12- (blz. 158 nr. 9) weijde palende aan:  den voetwegh. Groot 1 bunder 1 dagwand 6 roeden.

13- (blz. 158 nr. 10) broeck teghen het voorschreven. Palende aan: 1. de voorschreve weijde, 3. het naervolghende broeck. Groot 1 bunder 1 dagwand 20 roeden.

14- (blz. 160 nr. 30) lant opt Honts gadt. Palende aan: 1. de voorschreve weijde ofte broeck, 2. het scheijden van Esschene ende Ekelghem, 3. de naervolghende stucken, 4. den voetwegh. Groot 4 bunder 1 dagwand 18 roeden.

15- (blz. 160 nr. 31) lant ende Bosch teghen het Hontsgadt. Palende aan: 1. Carel Rogiers,  3. het naervolghende, 4. het Hontsgadt, 5. het voorschreven stuck. Groot 3 dagwand 88 roeden.

16- (blz. 160 nr. 33) lant teghen het voorschreven Hontsgadt. Palende aan: de baene van Belle naer den Exterenbergh, het Hontsgadt, het voorschreven stuck landts. Groot 2 bunder 21 roeden.

De weduwe Jacques De Vis, nr. 331.

Beschrijving van de goederen: drie bunder twee dagwand 8 roeden (4 ha 42 a 64 ca) landbouwgrond waarvan ongeveer één dagwand gewezen schaarhout en één dagwand weide, gelegen te Essene op de “Veldekens” grenzend langs een zijde aan de goederen van de kinderen Josse Vinck, 2de aan de voormalige abdij Affligem, 3de aan dezelfde, en 4de aan burger François Linthoudt.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 30 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 65 gulden, en de verkoopprijs op 1 400 pond. Verpacht aan de weduwe Jacques De Vis, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796, en eindigend op 10 oktober 1805, voor een pachtsom van 65 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 3 april 1800 om 11u. volgens de affiche nr. 233  artikel 33. Het bieden ving aan met een openingsbod van 920 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, plaatsvervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Louis Badin, die burger Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger, verving. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 275 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.

Josse De Wever, nr. 437.

Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gelegen te Essene op “Couwaze”, groot 1 ha 88 a 40 ca, grenzend langs een zijde aan de “Nieuwenbosch”, 2de aan de gronden van Vermoesen, 3de & 4de aan de steenweg.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 9 augustus 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Crick, vervanger van de burgemeester te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 60 frank en de verkoopprijs op 600 frank. Verpacht aan Josse De Wever, voor drie zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding op 26 juli 1801 door de burgemeester van Asse voor een jaarlijkse pachtsom van 60 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 16 oktober 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 338 artikel 23. Het bieden ving aan met een openingsbod van 660 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 425 frank aan burger Guillaume Graindorge wonende te Asse, stroman die kocht met een volmacht van een onbekende opdrachtgever.

Bernardine Fieremans, nr. 596.

Beschrijving van de goederen: vier ha 99 a 88 ca landbouwgrond en weide gelegen te Asse en Essene. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Twee ha 51 a 20 ca landbouwgrond gelegen te Essene op de “Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de steenweg van Brussel naar Gent, 2de aan de goederen van de abdij verpacht aan Coppens, 3de aan de “Nieuwenbosch”, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Van Den Bossche.

2- 94 a 20 ca landbouwgrond gelegen te Essene op de “Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de steenweg van Brussel naar Gent, 2de aan de goederen van de abdij verpacht aan Zacharias De Wever, 3de aan de goederen van de abdij verpacht aan Henri Van Linthout, 4de aan de goederen van de abdij verpacht aan Gilles Van Den Branden.

3- 94 a 20 ca landbouwgrond gelegen te Asse, gehucht Asse-Ter-Heide, op “Den Oostcauter” grenzend langs een zijde aan het bos van de weduwe Sas, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Martin De Smet, 3de met de helft van het voetpad gaande van Asse-Ter-Heide naar Affligem aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Bernardine Fieremans.

4- 60 a 28 ca weide gelegen te Asse, gehucht Asse-Ter-Heide, op “Den Oostcauter” grenzend langs een zijde aan de losweg, 2de aan een weide van de abdij Affligem verpacht aan Bernardine Fieremans gescheiden langs die kant door een losweg naast de beek, 3de aan de beek waar geknotte bomen naast geplant staan naast de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Bernardine Fieremans, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Raes.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 15 april 1807 door Guillaume De Becker, expert, wonende te Brussel, en J. F. Linthoudt, adjunct burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 160 frank en de verkoopprijs op 3 300 frank. De hoogstammige bomen die zich op het perceel bevonden, 100 frank geschat, inbegrepen. Verpacht vanaf 26 december 1802 aan Bernardine Fieremans wonende te Asse, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding (registernr. 70 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 140 frank, belastingen niet inbegrepen.

De verkoop had plaats te Brussel op 19 september 1807 om 12 uur volgens de affiche nr. 590 artikel 15. Het bieden ving aan met een openingsbod van 3 300 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 4 000 frank aan Vissault des Ferrières wonende te Brussel.

Josse Herseel, nr. 530.

Beschrijving van de goederen: tweeënzestig a 80 ca landbouwgrond gelegen te Essene op de “Nieuwenboschcauter”. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- 31 a 40 ca landbouwgrond grenzend langs een zijde aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Josse Vermoesen, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Raes, 3de met de gracht aan steenweg van Brussel naar Gent, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Josse Clauwaert.

2- 31 a 40 ca landbouwgrond grenzend langs een zijde met de gracht aan de steenweg van Brussel naar Gent, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Raes, 3de aan de gracht van de “Nieuwenbosch”, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Josse Clauwaert.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 9 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 25 frank en de verkoopprijs op 500 frank. Verpacht vanaf 26 december 1800 aan Josse Herseel, wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding door de burgemeester van Asse (registernr. 75 te Asse), voor een jaarlijkse pachtsom van 21,76 frank.

De verkoop had plazats te Brussel op 12 april 1806 om 12 uur volgens de affiche nr. 516 artikel 10. Het bieden ving aan met een openingsbod van 500 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 590 frank aan Jean Jacques Philippe Duchatellier wonende te Brussel, Grande Place.

De weduwe Jean Baptiste (Van) Linthout, nr. 270.

Beschrijving van de goederen: een bunder (1 ha 25 a 75 ca) weide gelegen te Essene op het veld genaamd “Kerrebrug” grenzend langs een zijde aan burger Pierre Verbeke, 2de aan burger Jacques Van Brimdt (Van Brempt?), 3de aan burger Wedewijn, 4de aan het voetpad naar Sint-Katharine-lombeek, en 5de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 15 september 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 20 gulden, en de verkoopprijs £ 800, plus 1 hoogstammige boom geschat £ 10, samen £ 810. Verpacht aan de weduwe Jean Baptiste Van Linthout, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 9 oktober 1795 en eindigend op 10 oktober 1804 voor een pachtsom van 20 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 16 juni 1799 om 10 uur volgens de affiche nr. 177 artikel 14. Het bieden ving aan met een openingsbod van 360 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 450 frank, aan burger Jean Bourdon wonende te Groot Bijgaarden.

François Linthout, nr.  122.

Franciscus werd te Essene gedoopt op 14 december 1730 en overleed er op 23 februari 1801. Hij trouwde te Essene op 9 oktober 1757 met Joanna Van der Schueren, te Hekelgem gedoopt op 27 januari 1730 en te Essene overleden op 22 augustus 1765. Zij hadden 6 kinderen: Joannes Baptist (°23 oktober 1758), Joanna Petronella (°28 februari 1760), Joannes Franciscus (°12 mei 1761), Martinus Josephus (°10 juli 1762), Joannes Franciscus (°29 september 1763) en Benedeictus (°12 mei 1765).

Beschrijving van de goederen: tweeëndertig bunder één dagwand 89 roeden (40 ha 83 a 42 ca) landbouwgrond, weide en bos, verpacht aan burger François Linthout voor een jaarlijkse pachtsom van 792 gulden, deels in geld en deels met granen, lasten inbegrepen. Kan de graanprijs het groot verschil in pacht t.o.v. de schatting verklaren? Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) weide gelegen op het “Voshol”, grenzend aan een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan Jean (Van Der) Mijnsbrugge, 3de aan de Bellebeek, 4de aan het veld genaamd “Speurrevelt”.

2- Drie bunder één dagwand 32 roeden (4 ha 18 a 75 ca) landbouwgrond, grenzend aan een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan de Bellebeek, 3de aan burger Jean Van Der Mijnsbrugge, 4de aan het veld genaamd “Speurrevelt”[13].

3- Twee bunder twee dagwand 60 roeden (3 ha 33 a 23 ca) weide gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan de Bellebeek, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

4- Drie dagwand 80 roeden (1ha 19 a 46 ca) weide gelegen op de “Koyweyde”, grenzend aan een zijde aan het goed genaamd “Hoyweyde”, 2de aan de weg van Teralfene naar Essene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

5- Eén bunder twee dagwand 90 roeden (2 ha 16 a 92 ca) landbouwgrond op de “Grefdries”, grenzend aan een zijde aan de weg van Teralfene naar Essene, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

6- Vier bunder 2 roeden (5 ha 3 a 63 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan een kleine weg naar de kerk van Essene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

7- Vijf bunder 36 roeden (6 ha 40 a 7 ca) weide en schaarhout gelegen op het “Hontsgat & Bellecauter”, grenzend aan een zijde aan de “Herremansvijver”, 2de aan de beek, 3de aan het “Hontsgat”, 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

8- Drie bunder één dagwand 90 roeden (4 ha 36 a 98 ca) landbouwgrond gelegen op het “Hontsgat”, grenzend aan een zijde aan een kleine weg naar Essene, 2de aan de weg naar Belle, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

9- Drie bunder twee dagwand 27 roeden (4 ha 48 a 61 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan een kleine weg naar Essene, 2de aan de weg naar Belle, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

10- Vier bunder één dagwand 65 roeden (5 ha 23 a 43 ca) landbouwgrond en bos, waarvan er drie dagwand beplant werd met schaarhout wegens de slechte kwaliteit van de grond, grenzend aan een zijde aan het “Hontsgat”, 2de aan de weg naar de “Exterberg”, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

11- Twee bunder één dagwand (2 ha 82 a 94 ca) weide gelegen te Lombeek op het veld genaamd “Kerrebroecken” grenzend aan een zijde aan de beek genaamd “Kerrebroecken”, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 14 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 2560, en de verkoopprijs op £ 51 200, inbegrepen de 300 kleine en grote hoogstammige bomen geschat op £ 400.

Verpacht aan burger François Linthout, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, op 14 november 1796 en eindigend op 11 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 436 gulden.

Pachter François Linthout weigerde de akte van de schatting te ondertekenen. Een gedeelte van de pacht moest betaald worden in natura. Per jaar diende de pachter twee mudden 2/6 tarwe, zeven mudden 5/6 rogge en drie mudden 1/6 haver te leveren. Deze graanlevering werd geschat op een waarde van 164 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 22 maart 1798 om 9 uur ’s morgens volgens de affiche nr. 7 artikel 20 – 1ste lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 38 400 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 662 000 pond aan burger Raphaël De Coster wonende te Brussel “rue des sables” nr. 1041, stroman die kocht met een volmacht van François Linthout pachter van de toegewezen goederen.

Opmerking[14].

De verkochte goederen werden gemeten en beschreven als volgt:

2- (blz. 160 nr. 7) lant . Palende aan: 1. de straete, 3. het naervolghende stuck, 4. de Belle Beke, 5. het voors. Stucklant, 6. Jan van Mijnsbrugghe. Groot 3 bunder 1 dagwand 32 roeden.

4- (blz. 162 nr. 22) weijde teghen de Coeijweijde. Palende aan: 1. de Coeijweijde, 2. de beke, 3. de straete, 4. de voors. weijde. Groot 3 dagwand 80 roeden.

5- (blz. 158 nr. 12) lant teghen den Gresdriessche. Palende aan: 1. de straete, 2. het cautergadt, 3. de weijde gecarteert n°23. Groot 1 bunder 2 dagwand 90 roeden.

6- (blz. 158 nr. 13) lant op den Gresdriessche. Palende aan: 1. de straete, 2. het naervolghende stuck, 3. den voetwegh, 4. het cautergadt. Groot 4 bunder 2 roeden.

7- (blz. 158 nr. 23) weijde tusschen het Honts gadt ende den Belle Cauter. Palende aan: 1. de vijvers gecarteert nr. 16 ende 17, 2. de beke, 3. het voors. broeck, 4. het veldt genaempt het Honts gadt, 5. het stuck landt gecarteert n° 12. Groot 5 bunder 36 roeden.

8- (blz. 158 nr. 25) lant opt voorschreven Honts gadt. Palende aan: 1. het naervolghende, 2. den voetwegh, 3. het voors. stuck, 4. de baene loopende van Belle naer den Exterenbergh. Groot 3 bunder 1 dagwand 90 roeden.

9- (blz. 158 nr. 27) lant opt voors. Honts gadt. Palende aan: 1. de baene van Belle naer den Exterenbergh, 2. de weijde gecarteert n° 23, 3. het naervolghende stuck. Groot 3 bunder 2 dagwand 27 roeden.

10- (blz. 158 nr. 28) lant opt geseijt Honts gadt. Palende aan: 1. den voetwegh, 2. de baene van Belle naer den Exterenbergh, 3. het voorschreven stuck, 4. het broeck ende weijde gecarteert n° 22 ende 23. Groot 4 bunder 1 dagwand 65 roeden.

De weduwe François Plas, nr. 327.

Beschrijving van de goederen: vier bunder 65 roeden (5 ha 23 a 43 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem en Essene, verpacht aan Van De Velde en consorten voor een jaarlijkse pachtsom van 148 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Vijf dagwand (1 ha 57 a 19 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “Koyweijde” grenzend langs een zijde aan de “Koyweg”, 2de aan burger Corneille Van Houte, 3de aan burger Joseph Robijns, en 4de aan burger Joseph Clauwaert.

2- Drie dagwand 65 roeden (1 ha 14 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “De Weijde” grenzend langs een zijde aan de weg, 2de aan burger Thomas Raes, 3de aan burger Pierre Raes, en 4de aan de weduwe Josse Vonck.

3- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op “Den Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de “Nieuwenbosch”, 2de aan burger Josse Van Nieuwenhove, 3de aan burger François De Clercq, en 4de aan burger Josse Clauwaert.

4- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “De Koyweijde” grenzend langs een zijde aan burger Pierre Van Den Bossche, 2de aan de weduwe François Plas, 3de aan burger Jean De Vis, en 4de aan burger Joseph De Decker.

Er werden vier proces-verbalen van schatting samengevoegd tot een proces-verbaal van toewijzing.

1) PV van de schatting werd opgemaakt op 31 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 25 gulden, en de verkoopprijs op 1 008 pond, 4 hoogstammige bomen geschat op 8 pond inbegrepen. Verpacht aan Gillis Van De Velde wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 25 gulden. Dit proces-verbaal betreft het nr. 1 van de beschrijving van de goederen.

2) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 28 november 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 42,60 frank, en de verkoopprijs op 340,80 frank. Verpacht aan Michel Van Den Weijngaert wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 9 november 1793, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 15 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.

3) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 21 gulden, en de verkoopprijs op 840 pond. Verpacht aan de weduwe François Plas wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 21 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 3 van de beschrijving van de goederen.

4) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 december 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 53,90 frank, en de verkoopprijs op 431,20 frank. Verpacht aan Pierre Dauwe en Pierre Van Den Bossche wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 november 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 pond. Dit proces-verbaal betreft nr. 4 van de beschrijving van de goederen.

De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 232 artikel 39. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Jean Baptiste Beauvais, ondernemer die instond voor de verwarming en licht van de troepen van de Republiek. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 150 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.

Pierre Joseph Rollier, nr. 131.

Petrus Josephus overleed te Essene op 10 november 1816. Hij trouwde met Anna Crolina Van Bever, te Essene overleden op 14 oktober 1808. Zij hadden 2 kinderen: Petrus Joannes (°24 mei 1793) en Joanna Maria (°25 augustus 1795).

Beschrijving van de goederen: éénendertig bunder drie dagwand 87 roeden (40 ha 19 a 91 ca) land, weide en bos gelegen te Essene, kanton Asse, verpacht aan burger Pierre Joseph Rollier voor een jaarlijkse pachtsom van 464 gulden, en drie mudden rogge en drie mudden haver, lasten niet inbegrepen. 

1- Twee bunder (2 ha 51 a 50 ca) weide gelegen op de “Boetboom” grenzend aan een zijde aan de “Sluijsvijver”, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

2- Drie dagwand 80 roeden (1 ha 19 a 46 ca) weide grenzend aan een zijde aan de “Boetboom”, 2de aan de weg naar Teralfene, 3de aan de “Koestraat”.

3- Eén bunder twee dagwand 43 roeden (2 ha 2 a 14 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Grefdriesch” grenzend aan een zijde aan aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 2de aan de weg naar Belle, 3de aan de kleine weg naar de vijvers.

4- Drie dagwand 94 roeden (1 ha 23 a 86 ca) landbouwgrond gelegen op de “Bellecauter” grenzend aan een zijde aan de beek, 2de ook aan de beek, 3de aan de weduwe Jacques Meert, en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

5- Veertien bunder 65 roeden (17 ha 60 a 50 ca) landbouwgrond en weide gelegen op de  “Bellecauter” grenzend aan een zijde aan de vijver, 2de aan de weg naar Teralfene, 3de aan de hoeve van de weduwe Jacques Meert, en 4de aan een kleine weg naar de beek.

6- Vijf bunder 18 roeden (6 ha 34 a 41 ca) landbouwgrond gelegen op de “Bellecauter” grenzend aan een zijde aan de kleine weg naar Hekelgem, 2de aan de scheiding van de gemeente Hekelgem met Essene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

7- Drie dagwand 97 roeden (1 ha 24 a 81 ca) weide en schaarhout grenzend aan een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan het “Hontsgat”, 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 4de aan de beek.

8- Eén bunder 43 roeden (1 ha 39 a 27 ca) landbouwgrond gelegen op het “Hontsgat” grenzend aan een zijde aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 2de aan een kleine weg naar Essene, 3de aan de weg van Belle naar de Exterenbergh.

9- Twee bunder één dagwand 20 roeden (2 ha 89 a 22 ca) landbouwgrond gelegen op het “Hontsgat” grenzend aan een zijde aan het veld genaamd “Moortel”, 2de aan de weg naar Essene, 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 4de aan de weg van Belle naar de Exterenbergh”.

10- Twee bunder drie dagwand 27 roeden (3 ha 54 a 30 ca) de helft (1 ha 77 a) weide en de andere helft schaarhout gelegen te Essene, grenzend aan een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan de scheiding Hekelgem met Essene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 11 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Philippe Van Itterbeke, lid van de municipale administratie van Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 1240 gulden, en de verkoopprijs op £ 49 600, inbegrepen 300 kleine en grote hoogstammige bomen geschat op 350 gulden. Verpacht aan burger Pierre Joseph Rollier, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 11 november 1791 door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, en eindigend op 11 november 1800 voor een jaarlijkse pachtsom van 464 gulden. Per jaar diende de pachter ook nog drie mudden rogge en drie mudden haver te leveren. Deze graanlevering werd geschat op een waarde van 126 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 6de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 20 025 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 511 000 pond aan burger Auguste Joseph Constant Carton en Charles Désiré Carton, twee broers, wonende te Brussel, de 1ste rue de Ruysbroeck en de 2de rue de Nôtre Seigneur nr. 721, stromannen die kochten met een onrechtstreekse volmacht van Pierre Joseph Rollier, wonende te Essene die zich liet vertegenwoordigen door burger Raphaël De Coster, wonende te Brussel in het huis van de voormalige kapucijnen

Opmerking[15].

De verkochte goederen werden gemeten en beschreven als volgt:

3- (blz. 158 nr. 14) lant op den voorschreven Gresdriessche. Palende aan: 1. het voorschreven stuck, 2. de straete, 3. den voetwegh ofte vijvers. Groot 1 bunder 2 dagwand 43 roeden.

4- (blz. 158 nr. 18) lant op den Belle Cauter te vooren oppelochten geweest. Palende aan: 1. de beke 2. het naervolghende stuck landts. Groot 3 dagwand 94 roeden.

5- (blz. 158 nr. 19) lant ende een deel weijde op den Belle Cauter. Palende aan: 1. den vijver, 2. de straete, 3. de hofstede van …., 4. den voetwegh, 5. de beke. Groot 14 bunder 18 roeden.

6- (blz. 158 nr. 20) lant op den voorschreven Belle Cauter. Palende aan: 1. den voetwegh 2. het scheijden van Ekelghem en Esschene, 3. het naervolghende. Groot 5 bunder 18 roeden.

7- (blz. 158 nr. 22) broeck teghen het Hondts gadt: 1. de straete, 2. het Honts gadt, 3. het naervolghende, 4. de beke. Groot 3 dagwand 97 roeden.

8- (blz. 158 nr. 24) lant opt veldt genaempt het Hondtsgat. Palende aan: 1. het naervolghende stuck, 2. den voetwegh, 3. de baene van Belle naer den Exterenbergh. Groot 1 bunder 45 roeden. (verschil van 2 roeden!)

9- (blz. 158 nr. 26) lant opt voorschreven veldt. Palende aan: 1. het veldt genaempt den Moortel, 2. den voetwegh, 3. het voors. stuck, 4. de baene van Belle naer den Exterenbergh. Groot 2 bunder 1 dagwand 20 roeden.

De weduwe Rosier, nr. 405.

Beschrijving van de goederen: zes dagwand 49 roeden (2 ha 4 a 3 ca) land en bos gelegen te Hekelgem (in feite Essene), verpacht zonder pachtcontract aan de weduwe Rosier voor een jaarlijkse pachtsom van 78 frank, belastingen inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Vijf dagwand 24 roeden (1 ha 64 a 73 ca) bos gelegen te Essene op de “Droogeweijde” grenzend zuid aan Van Mulders, 2de aan burger Gilis Van Cambergh, 3de aan de weg van Essene naar Ternat, 4de aan burger Martin Wambacq, 5de aan burger Jacob De Ridder, en 6de aan burger Judo Verbeeke.

2- Eén dagwand 25 roeden (39 a 30 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op het “Het Horeken”[16] grenzend zuid aan burger ?, 2de aan burger Judo Plas, 3de aan Gilis De Bus, en 4de aan het voetpad naar de kerk van Hekelgem.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 27 februari 1800 door Charles Louis Joseph Terrace, Mathias Gruber burgemeester te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 69,80 frank en de verkoopprijs op 548,40 frank. Verpacht aan weduwe Rosier wonende te Essene, zonder pachtcontract, voor een jaarlijkse pachtsom van 51,40 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1801 om 12 uur volgens de affiche nr. 303 artikel 6. Het bieden ving aan met een bod van 560 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 500 frank aan burger Jean Charles Marin Michel Guéroult de La Pallière wonende te Brussel, rue de la Montagne die ook de abdijgebouwenhad gekocht.

Deze goederen waren reeds toegewezen op 14 maart 1801, zie toewijzing nr. 402, en waren gelegen op het grondgebied van Essene i. p. v. Hekelgem.

Charles Steppe & weduwe Camermans, nr  59 

Carolus werd te Essene gedoopt op 14 mei 1748 en overleed er op 16 februari 1818. Hij trouwde te Essene op 7 augustus 1776 met Anna Catharina Van de Velde, te Essene gedoopt op 26 maart 1748 en er overleden op 31 oktober 1787. Zij hadden 5 kinderen: Judocus (°31 december 1776), Maria Anna (°7 februari 1778), Joannes Baptist (°14 april 1780), Josephus (°8 juni 1782); Carolus Antonius (°13 oktober 1784). Na de dood van Anna Catharina hertrouwde Carolus te Essene op 8 april 1788 met Carolina Boom, te Essene gedoopt op 11 maart 1761 en er overleden op 14 maart 1803. Er kwamen nog 6 kinderen: Joannes Baptist (°2 februari 1789), Petrus (°3 augustus 1790), Joannes (°13 oktober 1792), Petrus Franciscus (°14 maart 1795), Joanna (°10 augustus 1798) en Anna catharina (°28 juli 1802).

Beschrijving van de goederen: één bunder één dagwand 6 roeden (1 ha 59 a 7 ca) weide gelegen te Essene, genaamd “Kerreblocken”[17], grenzend aan een zijde aan de weg, langs de drie andere zijden aan de voormalige abdij Affligem. Verpacht aan Charles Steppe en de weduwe Camermans met een pachtcontract eindigend op 11 november 1803 voor een jaarlijkse pachtsom van f. 35 – 19 – 0.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 november 1796 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Philippe Van Itterbeke, lid van de municipale administratie van Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 58 gulden, en de verkoopprijs op £ 2320, inbegrepen 25 hoogstammige bomen geschat op 25 gulden. Verpacht aan burgers Charles Steppe & weduwe Camermans, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, op 8 februari 1793, (van kracht op 11 november 1794) en eindigend op 11 november 1803, voor een jaarlijkse pachtsom van f. 28.

De verkoop had plaats te Brussel op 22 december 1797 om 10 uur volgens de affiche nr. 53 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1780 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 13 100 pond aan burger F. M. Van Laethem, wonende te Brussel op de Nieuwe Graanmarkt. Hij betaalde na de aankoop onmiddellijk de totaliteit van de aankoopsom.

Opmerking[18].

De verkochte goederen werden in 1722 gemeten en beschreven als volgt:

1- (blz. 158 nr. 9) weijde teghen het voorschreven. Palende aan: 1. het voorschreven, het naervolghende, den voetwegh. Groot 1 bunder 1 dagwand 6 roeden.

Pierre Stevens, nr.  478.

Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond en schaarhout gelegen te Essene op “De Droogeweijde”, groot 1 ha 64 a 12 ca, grenzend langs een zijde aan het bos van Josse Plas, dat van Jean Baptiste Van Mulders, de losweg van deze percelen en de weide verpacht aan Jean Wambacq, 2de aan de weide verpacht aan Jean Baptiste Van Mulders, 3de aan de “Raspailliestraat”[19] die Essene verbindt met Ternat, en de goederen van de pastorij van Essene verpacht aan Michel Clijkert, Gille Boom en de weduwe Pierre Meert, en 4de aan de weduwe Martin Wambacq en de goederen van de Armen van Essene verpacht aan Josse Verbeken. Dit perceel wordt doorsneden door drie voetpaden.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 oktober 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Hekelgem. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 60 frank en de verkoopprijs op 1 200 frank, plus 19 beuken, 7 eiken, en één populier geschat op 50 frank, samen 1 250 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan de burgers Guillaume De Pauw en Pierre Stevens wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 7 april 1801 (registernr. 1516 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 41,72 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 12 mei 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 416 artikel 12. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 575 frank aan burger Joseph Piret wonende te Mechelen, in het aartsbisschoppelijk paleis.

Jean Baptiste Van Den Bergh, nr. 526.

Joannes Baptist werd te Essene gedoopt op 18 januari 1757 en overleed er op 18 april 1810. Hij trouwde te Essene op 9 mei 1780 met Maria Anna De Mey, te Essene gedoopt op 30 juli 1744 en er overleden op 25 december 1800. Zij hadden 2 kinderen: Anna Catharina (°17 augustus 1783) en (°Anna Francisca (°7 september 1789). Na de dood van Maria Anna hertrouwde Joannes Baptist  te Essene op 30 oktober 1801 met Anna De Block. Er kwamen nog 2 kinderen: Egidius (°10 augustus 1803) en Theresia (°23 juli 1805).

Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gelegen te Essene op “De Veldekens”[20], groot 30 a 77 ca, grenzend langs een zijde, met de helft van de losweg aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de weduwe Gilles Van Cauwenbergh, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Adrien De Gijseleer, 3de aan het goed van Joseph Arijs, de weduwe Guillaume Stijlemans en Martin Clement, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste Devrindt.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 6 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 7,50 frank en de verkoopprijs op 150 frank. Verpacht vanaf 1 december 1800 aan Jean Baptiste Van Den Bergh, wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding door de burgemeester van Asse (registernr. 84 te Asse), voor een jaarlijkse pachtsom van 8,61 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1806 om 12 uur volgens de affiche nr. 514 artikel 11. Het bieden ving aan met een openingsbod van 150 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 330 frank aan Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene.

François Van Den Bossche, nr. 598.

Beschrijving van de goederen: één ha 25 a 60 ca landbouwgrond gelegen te Essene op Den Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de steenweg van Brussel naar Gent, 2de aan goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan Bernardine Fieremans, 3de aan de “Nieuwenbosch”, en 4de aan goederen van de voormalige abdij Affligem. Vverpacht aan André Courteman.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 20 februari 1807 door Guillaume De Becker, expert, wonende te Brussel, en G. Petrus ‘T Kint, adjunct burgemeester te Hekelgem. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 50 frank en de verkoopprijs op 1 000 frank. Verpacht vanaf 26 december 1799 aan François Van Den Bossche wonende te Hekelgem, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding (registernr. 65 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 36 frank, belastingen niet inbegrepen.

De verkoop had plaats te Brussel op 19 september 1807 om 12 uur volgens de affiche nr. 590 artikel 14. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 000 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 025 frank aan Guillaume De Becker wonende te Brussel, stroman die kocht met een volmacht van monsieur Latteur, wonende te Brussel, die op zijn beurt handelde in opdracht van Vissault des Ferrières.

François Van den Hout, nr. 332.

Beschrijving van de goederen: drie bunder 8 roeden (3 ha 79 a 77 ca) land en weide gelegen te Essene, verpacht aan Van den Hout. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Twee bunder twee dagwand (3 ha 14 a 38 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op de “Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde, zuid, aan de steenweg van Aalst naar Brussel, 2de aan burger Josse Herzeel, 3de aan burger Josse Vermoesen, en 4de aan de “Nieuwenbosch”.

2- Twee dagwand 8 roeden (65 a 39 ca) weide gelegen te Asse op het “Hof te Put” grenzend langs een zijde, zuid, aan burger Jean Baptiste Van Linthout, 2de aan burger Henri Fieremans, 3de aan de “rue des vaches” naar de weiden, en 4de aan burger Henri Fieremans.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 7 juli 1799 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 105 frank, en de verkoopprijs op 840 frank. Verpacht aan François Van den Hout, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 24 december 1794, in voege vanaf 25 december 1794, en eindigend op 25 december 1803, voor een jaarlijkse pachtsom van 102,85 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 3 april 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 233 artikel 34. Het bieden ving aan met een openingsbod van 840 frank door burger Louis Marie Artan wonende te Brussel, plaatsvervanger van burger Etienne Marie Joseph Bourgeois, die bood met een volmacht van Jean Baptiste Bauvais, ondernemer die instond voor de verwarming en licht van de troepen van de Republiek. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 850 frank aan burger Louis Marie Artan.

Michel Van Den Weijngaert , nr. 327.

Michael werd te Essene gedoopt op 29 oktober 1725 en overleed er op 28 april 1805. Hij trouwde met Maria Bastiaens, te Essene overleden op 15 september 1794. Zij hadden 7 kinderen: Petrus (°14 maart 1749), Joannes (°8 juli 1751), Nicolaus (°22 november 1753), Joanna Maria (°30 juli 1755), Joannes Baptist (°11 augustus 1758), en Joannes Baptist (°1 februari 1760) en Guillelmus (°16 augustus 1763).

Beschrijving van de goederen: vier bunder 65 roeden (5 ha 23 a 43 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem en Essene, verpacht aan Van De Velde en consorten voor een jaarlijkse pachtsom van 148 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Vijf dagwand (1 ha 57 a 19 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “Koyweijde” grenzend langs een zijde aan de “Koyweg”, 2de aan burger Corneille Van Houte, 3de aan burger Joseph Robijns, en 4de aan burger Joseph Clauwaert.

2- Drie dagwand 65 roeden (1 ha 14 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “De Weijde” grenzend langs een zijde aan de weg, 2de aan burger Thomas Raes, 3de aan burger Pierre Raes, en 4de aan de weduwe Josse Vonck.

3- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op “Den Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de “Nieuwenbosch”, 2de aan burger Josse Van Nieuwenhove, 3de aan burger François De Clercq, en 4de aan burger Josse Clauwaert.

4- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “De Koyweijde” grenzend langs een zijde aan burger Pierre Van Den Bossche, 2de aan de weduwe François Plas, 3de aan burger Jean De Vis, en 4de aan burger Joseph De Decker.

Er werden vier proces-verbalen van schatting samengevoegd tot een proces-verbaal van toewijzing.

1) PV van de schatting werd opgemaakt op 31 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 25 gulden, en de verkoopprijs op 1 008 pond, 4 hoogstammige bomen geschat op 8 pond inbegrepen. Verpacht aan Gillis Van De Velde wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 25 gulden. Dit proces-verbaal betreft het nr. 1 van de beschrijving van de goederen.

2) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 28 november 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 42,60 frank, en de verkoopprijs op 340,80 frank. Verpacht aan Michel Van Den Weijngaert wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 9 november 1793, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 15 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.

3) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 21 gulden, en de verkoopprijs op 840 pond. Verpacht aan de weduwe François Plas wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 21 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 3 van de beschrijving van de goederen.

4) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 december 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 53,90 frank, en de verkoopprijs op 431,20 frank. Verpacht aan Pierre Dauwe en Pierre Van Den Bossche wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 november 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 pond. Dit proces-verbaal betreft nr. 4 van de beschrijving van de goederen.

De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 232 artikel 39. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Jean Baptiste Beauvais, ondernemer die instond voor de verwarming en licht van de troepen van de Republiek. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 150 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.

Gillis Van De Velde, nr. 327.

Beschrijving van de goederen: vier bunder 65 roeden (5 ha 23 a 43 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem en Essene, verpacht aan Van De Velde en consorten voor een jaarlijkse pachtsom van 148 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Vijf dagwand (1 ha 57 a 19 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “Koyweijde” grenzend langs een zijde aan de “Koyweg”, 2de aan burger Corneille Van Houte, 3de aan burger Joseph Robijns, en 4de aan burger Joseph Clauwaert.

2- Drie dagwand 65 roeden (1 ha 14 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “De Weijde” grenzend langs een zijde aan de weg, 2de aan burger Thomas Raes, 3de aan burger Pierre Raes, en 4de aan de weduwe Josse Vonck.

3- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op “Den Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de “Nieuwenbosch”, 2de aan burger Josse Van Nieuwenhove, 3de aan burger François De Clercq, en 4de aan burger Josse Clauwaert.

4- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “De Koyweijde” grenzend langs een zijde aan burger Pierre Van Den Bossche, 2de aan de weduwe François Plas, 3de aan burger Jean De Vis, en 4de aan burger Joseph De Decker.

Er werden vier proces-verbalen van schatting samengevoegd tot een proces-verbaal van toewijzing.

1) PV van de schatting werd opgemaakt op 31 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 25 gulden, en de verkoopprijs op 1 008 pond, 4 hoogstammige bomen geschat op 8 pond inbegrepen. Verpacht aan Gillis Van De Velde wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 25 gulden. Dit proces-verbaal betreft het nr. 1 van de beschrijving van de goederen.

2) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 28 november 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 42,60 frank, en de verkoopprijs op 340,80 frank. Verpacht aan Michel Van Den Weijngaert wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 9 november 1793, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 15 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.

3) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 21 gulden, en de verkoopprijs op 840 pond. Verpacht aan de weduwe François Plas wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 21 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 3 van de beschrijving van de goederen.

4) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 december 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 53,90 frank, en de verkoopprijs op 431,20 frank. Verpacht aan Pierre Dauwe en Pierre Van Den Bossche wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 november 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 pond. Dit proces-verbaal betreft nr. 4 van de beschrijving van de goederen.

De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 232 artikel 39. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Jean Baptiste Beauvais, ondernemer die instond voor de verwarming en licht van de troepen van de Republiek. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 150 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel

De weduwe Philippus Van De Putte, nr. 135.

Philippus werd te Essene gedoopt op 21 januari 1724 en overleed er op 8 februari 1780. Hij trouwde met Barbara Eeman te Essene overleden op 22 oktober 1806. Zij hadden 5 kinderen: Joannes Baptist (°13 januari1771), Joanna Maria (°9 januari 1773), Guillelmus Josephus (°1 mei 1775), Anna Catharina (°19 april 1776) en Judocus (°24 januari 1779).

Beschrijving van de goederen: een hoeve bestaande uit een woonhuis, schuur, paardenstallen & een watermolen voor het malen van graan met daaraan gekoppeld een oliemolen & twaalf bunder twee dagwand 33 roeden (15 ha 82 a 25 ca) land en weide gelegen te Essene, verpacht aan de weduwe Philippe Van De Putte voor een jaarlijkse pachtsom van 666 gulden met een pachtcontract eindigend in het jaar 1804. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Een hoeve bestaande uit een woonhuis, schuur, paardenstallen, stallen, enz. gelegen op het gehucht Belle, op een domein, groot één dagwand 50 roeden (47 a 16 ca) inbegrepen de groentetuin en een hopveld.

2- Een watermolen grenzend aan het woonhuis gebouwd in steen en leem en in zeer goede staat, met daarin vier paar molenstenen vervaardigd in Holland en Frankrijk, en drie waterraderen buiten.

3- Een oliemolen grenzend aan het woonhuis gebouwd in steen en leem, met daarin in een uitstekende staat, een paar molenstenen om te pletten van Frans fabricaat, grenzend aan een zijde aan de hoeve van burger Rollier, 2de aan de vijver genaamd “Molenvijver”, 3de aan de beek genaamd “Molenbeke”, en 4de aan de straat van Essene naar Muylem. Al deze gebouwen zijn gedekt met stro.

4- Een vijver genaamd “Molenvijver” gelegen te Essene, groot ongeveer twee dagwand (62 a 87 ca) grenzend aan een zijde aan de goederen van de abdij Affligem, 2de aan het bos genaamd “Jongenbosch”, 3de aan de goederen van de abdij Affligem, 4de aan de beek genaamd “Molenbeke”.

5- Een boomgaard en weide in een stuk, groot één bunder twee dagwand 15 roeden (1 ha 93 a 34 ca) genaamd “Stampmeersch”[21] grenzend aan een zijde aan de beek genaamd “Molenbeke”, 2de aan de weide verpacht aan burger Declercq, 3de aan de “Sluijsvijver”, 4de aan de hoeve en aan de “Molenbeke”.

6- Vier bunder twee dagwand 95 roeden (5 ha 95 a 74 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op het “Speurreveld” grenzend aan een zijde aan het bos genaamd “Jongenbosch”, 2de aan de “Bellestraete”, 3de aan de goederen van de erfgenamen Jean Stevens.

7- Twee bunder 85 roeden (2 ha 78 a 22 ca) landbouwgrond gelegen op het “Polderslandt” grenzend aan een zijde aan het bos genaamd “Vossenhoolen”, 2de aan de beek genaamd “Molenbeke”, 3de aan de goederen van de abdij Affligem, 4de aan de dezelfde goederen.

8- Twee bunder 50 roeden (2 ha 67 a 22 ca) landbouwgrond gelegen op de “Droogeweijde” grenzend aan een zijde aan de goederen van burger Jacques Van Der Mijnsbrugen”, 2de aan de goederen verpacht aan burger Van Der Mijnsbrugen, 3de aan de “Molenbeke”, 4de aan de goederen van burger François Linthoudt.

9- Eén bunder 38 roeden (1 ha 37 a 70 ca) weide gelegen te Sint Katharina Lombeek op de plaats genaamd “Pierrebroeke” grenzend aan een zijde aan de “Molenbeke”, 2de aan de goederen en hoeve van burger Josse Clauwaert, 3de aan het bos genaamd “Overalphene”, 4de aan een weide verpacht aan burger François Verbeke.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 13 februari 1797 door Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 1240, en de verkoopprijs op £ 25 670, inbegrepen 72 hoogstammige bomen geschat op £ 210. Weduwe Van De Putte liet in het proces-verbaal noteren dat de inboedel van de molens (o.a. de molenstenen) hun eigendom waren en dat bij verkoop de waarde van deze inboedel door twee schatters diende geschat te worden en vergoed door de volgende eigenaar. Door de aankoop, zie verder, van de molen door Jean Baptiste Van De Putte werd dit vermeden.

Verpacht aan burger Philippe Van De Putte, voor negen jaar, met een oud pachtcontract dat dateerde van voor zijn dood, en eindigende op 25 december 1804 voor een jaarlijkse pachtsom van 666 gulden. Pachter Philippus Van De Putte was reeds in 1780 overleden, het proces-verbaal van de schatting werd aan ook ondertekend door Jean Baptiste Van De Putte, zijn opvolger en zoon, in naam van zijn moeder.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 april 1798om 10 uur volgens de affiche nr. 75 artikel: 6 – 3de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 19 255 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 430 000 pond aan burger Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene, pachter van deze goederen. Hij betaalde onmiddellijk het gedeelte voorzien in klinkende munt en op 29 nivôse jaar 7 werd de volledige som van deze toewijzing betaald.

Geschiedenis. Volgens een akte van 1189 lieten de monniken van de abdij in 1149 de Bellemolen bouwen. Om het verval te verhogen lieten ze een nieuwe gracht van 2 km graven om het water van de Alfene af te leiden vanaf de monding van de Asbeek (vroeger Avenellebeek) op een hoogte van 14 m boven de zeespiegel.  Noord-oost van de molen werd een grote vijver aangelegd om de watertoevoer beter te kunnen regelen. Voorbij de molen stroomde het water naar de oude bedding terug. De oudste benaming was “Molen te Belle” en was ontleend aan een belle of balie wat slagboom of afsluiting betekent. Wellicht kwam de naam van het Pirresbeloc, dit is een ingesloten stuk land.

Al was de omgeving van de Bellemolen uiterst geschikt voor een watermolen, toch blijft de vraag waarom de monniken daar een watermolen bouwden. Bovendien waren  aanzienlijke werken nodig, namelijk het graven van een nieuwe bedding voor de Bellebeek. De enige verklaring is dan dat de molen nodig was om het graan van het Hof te Belle te malen. Dat was een aanzienlijke landbouwexploitatie. De oudste vermelding van het hof is van 1189. Het hof en de Bellemolen vormden toen een geheel, maar het hof was waarschijnlijk ouder.

De oudst vermelde pachter is Jan De Muldere: In 1459is de weduwe van Claus Wouts nog op de molen[i]. Gheeraerd Van Vaerenbergh was pachter in 1507 samen met het Hof te Belle. Zijn zoon Franchoys, gehuwd met Maria Wambacq, volgde hem op in 1529. Na de dood van Franchoys trouwde zijn weduwe met Jan Verleysen die in 1549 als pachter bekend staat. In 1556 was Thomas De Bruyne de pachter. De molen bevond zich dan in slechte staat.

Jan Van den Eeckhout, zoon van Geert, kwam op de molen in 1561. Na hem was de familie Van Vaerenbergh weer aan de beurt, nl. Geeraerd, de zoon van Franchoys. Hij was ook boer op het Hof te Belle en verliet het bedrijf waarschijnlijk na een plundering. Zijn schoonzoon Gillis De Witte volgde hem op in 1573. Voor hij zich op de Bellemolen vestigde, was hij molenaar op de IJzerbeekmolen te Asse. De godsdienstoorlogen brachten decennia van plundering en verwoesting. De Bellemolen, een bekende en belangrijke molen, kon daar niet aan ontsnappen. Hij was eigenlijk een dubbele molen. Naast de graanmolen was er ook een oliestamperij. De korenmolen maalde het graan voor de bloem en het meel. De stampmolen stampte het raapzaad tot raapkoek en raapolie en het vlaszaad tot lijnkoek en lijnolie. In 1682 werd zelfs een derde rad aangebracht, het hoesmoleken, dit is een scheprad waarbij de platte legplankjes vervangen zijn door hoesbakjes die het water opvangen.

In 1697 pachtte de weduwe van Jacques Van Droogenbroeck voor 510 ponden parisis de molen met de boomgaard, landen en weiden, maar zonder de molenvijver. De oudst gekende molenaar van de familie Van de Putte op de Bellemolen is Jasper die waarschijnlijk de molen  huurde vanaf 1707. Molenaar was een heel specifiek beroep dat van vader op zoon(s) overging en dat was zo ook in de familie Van de Putte. Ze kocht de molen van de Franse overheid en bleef er tot in de eerste helft van de 20ste eeuw.

Jean Baptiste Van Mulders, nr. 127.

Joannes Baptist overleed te Essene op16 juni 1811. Hij trouwde te Essene op 4 februari 1777 met Joanna Theresia Van Vaerenbergh, te Essene gedoopt op 15 december 1753 en er overleden op 25 maart 1813. Zij hadden 13 kinderen: Anna Maria (°2 november 1777), Joanna (°24 november 1778), Joanna Maria Theresia (°17 januari 1780), Petrus Emanuel (°24 december 1780), Maria Anna (°17 april 1782), Joannes Baptist (°21 augustus 1783), Joanna (°13 januari 1785), Joanna Catharina (°27 januari 1786), Franciscus Josephus (°20 maart 1807),  Joannes Benedictus (°4 november 1788), Joannes Judocus (°17 juli 1790), Barbara (°23 november 1791) en Ludovicus (°10 mei 1794).

Beschrijving van de goederen: Elf bunder drie dagwand 71 roeden (14 ha 99 a 88 ca) land, weide en bos gelegen te Essene verpacht aan burger J. B. Van Mulders met een pachtcontract eindigend in het jaar 1803 voor een pachtsom van 310 gulden. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Vijf bunder 90 roeden (6 ha 57 a 4 ca) landbouwgrond gelegen op de “Moortel”[22] grenzend aan een zijde aan de kleine weg naar de kerk van Essene, 2de aan burger Lambert Linthoudt, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

2-Eén dagwand (31 a 44 ca) schaarhout gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan J. H. Van Der Mijnsbrugge, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

3- Drie bunder drie dagwand 81 roeden (4 ha 97 a 2 ca) waarvan twee bunder (2 ha 51 a 50 ca) beplant met schaarhout en één bunder drie dagwand 81 roeden (2 ha 45 a 53 ca) landbouwgrond gelegen op het “Steenberghblock” te Essene, grenzend aan een zijde aan burger Van Vaerenbergh, 2de aan burger Van Den Heede, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

4- Twee bunder twee dagwand (3 ha 14 a 37 ca) weide genaamd “La petite prairie” gelegen te Essene, grenzend aan een zijde aan de weduwe Ph. Van Der Mijnsbrugge, 2de aan burger Josse Plas, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 4 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 476 gulden, en de verkoopprijs op £ 19 000, inbegrepen 35 kleine hoogstammige bomen geschat op 35 gulden.

Verpacht aan burger Jean Baptiste Van Mulders, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 11 oktober 1794 door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, en eindigend op 11 oktober 1803 voor een jaarlijkse pachtsom van 230 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 2de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 9055 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 225 000 pond aan burger August Ernest Joseph Loizelet wonende te Brussel, rue de Madeleine nr. 415, stroman die kocht met een volmacht van Marie Cathérine Michiels & Henriette Migeot wonende te Brussel. Zie verder.

Jean Baptiste Van Mulders en een tweede persoon waarvan de naam niet te ontcijferen was, nr. 128.

Beschrijving van de goederen: negen bunder 73 roeden (11 ha 54 a 70 ca) land en weide gelegen te Essene, kanton Asse, verpacht aan Jean Baptiste Van Mulders & ? voor een jaarlijkse pachtsom van 241 – 6 – 0 gulden, lasten inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Vijf bunder (6 ha 28 a 75 ca) landbouwgrond gelegen op het “Breuckerveldt”[23] grenzend aan een zijde aan burger Martin Wambacq, 2de aan Jean Baptiste Van Mulders, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

2- Vier bunder 73 roeden (5 ha 25 a 95 ca) gelegen op hetzelfde veld, waarvan zeven dagwand (2 ha 20 a 6 ca) weide en twee bunder één dagwand 73 roeden (3 ha 5 a 89 ca) landbouwgrond, grenzend langs alle zijden aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 360 gulden, en de verkoopprijs op £ 7 200, inbegrepen 26 kleine hoogstammige bomen geschat op 26 gulden.

Verpacht aan burger Jean Baptiste Van Mulders en een tweede persoon waarvan de naam niet te ontcijferen was, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 14 oktober 1795 door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, en eindigend op 11 oktober 1805 voor een jaarlijkse pachtsom van 180 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 3de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 5440 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 220 000 pond aan burger Jean Joseph Thirion wonende te Brussel, op de “Grand Sablon” bij de timmerman Huyot, stroman die kocht met een volmacht van Marie Anne Josephe Maskens & weduwe Jeanne Van Der Meylen. Zie verder.

Judocus Van Nieuwenhove, nr. 308.

Beschrijving van de goederen: vier bunder land (4 ha 97 a 46 ca) gelegen te Teralfene & Essene, verpacht aan Judocus Van Nieuwenhove voor een jaarlijkse pachtsom van 144 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Twee bunder (2 ha 51 a 50 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op de “Bellecauter” grenzend langs een zijde aan de “Bellestraet”, 2de aan burger Joannes Christiaens, 3de aan de “Nieuwenbosch”, en 4de aan burger Zacharias De Wever. Goede grond.

2- Twee bunder (2 ha 45 a 96 ca) landbouwgrond gelegen te Teralfene op de “Bellecauter” grenzend langs een zijde aan de “Bellestraet”, 2de aan burger Jean Christiaens, 3de aan burger Joseph Rollier, en 4de aan burgeres weduwe Jacques Meert. Grond van 2de kwaliteit.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 80 gulden, en de verkoopprijs op 3 200 pond. Verpacht aan Judocus Van Nieuwenhove, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 26 mei 1791, in voege vanaf 6 mei 1793 en eindigend op 6 mei 1801, voor een pachtsom van 80 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 12 februari 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 223 artikel 28. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Louis Badin, die burger Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger, verving. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 950 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.

Baudewijn Velge, nr. 15.

Beschrijving van de goederen: negenentwintig bunder twee dagwand 35 roeden (37 ha 20 a 63 ca) landbouwgrond, gelegen te Asse, verpacht voor negen jaar eindigend op 11 november 1803 aan burger met een pachtcontract verleden op 20 juni 1793 door de voormalige ontvanger van de abdij Affligem D’Huet voor een jaarlijkse pachtsom van 600 gulden. Deze gronden zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Twee bunder 60 roeden (2 ha 70 a 36 ca) landbouwgrond gelegen op het “Trommelveld”[24], grenzend aan Fançois Wambacq, 2de aan de goederen van de Armen van Asse, 3de & 4de zijde Josse Van De Perre.

2- Twee bunder 20 roeden (2 ha 57 a 79 ca) gelegen op de “Koyweijde”, grenzend aan de  “Eeckweijde”, 2de de hoge weg, 3de het vorig perceel, 4de het “Trommelveld”.

3- Veertien bunder één dagwand 82 roeden (18 ha 17 a 72 ca) landbouwgrond gelegen op het “Trommelveld”, grenzend aan Josse Van De Perre, 2de Josse De Smedt, 3de burger Steenlandt, 4de Jean Leemans.

4- Eén bunder drie dagwand 92 roeden (2 ha 48 a 98 ca) weide gelegen op het Schaepheusel”, grenzend aan de grote weg, 2de aan het “Zwartveld”, 3de & 4de aan het veld genaamd “Cruijsveld”.

5- Twee bunder 54 roeden (2 ha 68 a 48 ca) landbouwgrond gelegen te Asse grenzend aan de kerk van Asse, en de drie andere zijden de voormalige abdij Affligem.

6- Drie dagwand 85 roeden (1 ha 21 a 3 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op het “Trommelveld”, grenzend aan het voetpad van Doment naar Essene, 2de aan de goederen van de weduwe ’t Sas, 3de & 4de aan deze van Leemans. Op dit perceel bevinden zich 5 hoogstammige bomen geschat op 35 gulden.

7- Twee bunder één dagwand (2 ha 82 a 94 ca) weide gelegen te Essene genaamd “Sluysdammen”, grenzend aan de goederen van de abdij, 2de aan de boord van de “Sluysvijver”, 3de aan de abdij, 4de de Bellebeek.

8- Vier bunder één dagwand 42 roeden (5 ha 47 a 64 ca) land gelegen te Hekelgem op de “Schaepschuur”, grenzend aan de steenweg van Aalst naar Brussel en langs de drie andere zijden aan de voormalige abdij Affligem. Op dit perceel bevinden zich 9 hoogstammige bomen geschat op 13 gulden.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 25 november 1796 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Philippe Van Itterbeke, lid municipale administratie van Asse. De verkoopprijs werd geschat op £ 32575. De jaarlijkse opbrengst op £ 1565 – 10 – 0. Er bevonden zich ook 19 hoogstammige eiken op deze percelen die geschat werden samen op 78  – 10 – 0 gulden.

Een gedeelte van de pacht moest betaald worden in natura. Per jaar dienden er vijf mudden gerst geleverd te worden. Deze graanlevering werd geschat op waarde van 96 pond.

De verkoop had plaats te Brussel op 6 februari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 20. artikel 3. Het bieden ving aan met een openingsbod van 24 000 pond door burger De Wint. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 140 000 pond aan burger Englebert Joseph Herbiniaux met een volmacht van burger Jean George Herbiniaux wonende te Brussel.

Aantekening in de marge:

Voor ons, voorzitter en leden van de Centrale Administratie van het departement van de Dijle, de burger Jean George Herbiniaux, koper van het goed beschreven in het proces-verbaal, voor hem of in opdracht …………… als zijn opdrachtgever de burger Michel Ange Susane, wonende te Parijs, rue de Lille nr. 499 hier vertegenwoordigd door burger Jeanneret, wonende in hetzelfde huis als zijn opdrachtgever en drager van een volmacht verleden te Parijs en geregistreerd. Burger Jeanneret aanvaard en verplicht zich ertoe alle voorwaarden na te komen voorzien volgens de wet als gevolg van deze aankoop.

Opmerking[25].

De verkochte goederen werden in 1722 gemeten en beschreven als volgt:

1- (blz. 44 nr. 1) lant onder de prochie van Assche opt Trommelveldt. Palende aan: 1. Francis Wamback, 2. den Armen van Assche, 3. Joos van den Perre, 4. het naervolghend. Groot 2 bunder 60 roeden.

2- (blz. 44 nr. 2) de Coeijweijde. Palende aan: 1. Deeckhaut weijde, 2. den hooghen wegh, 3. ’t voors. stuck, 4. ‘t Trommelveldt. Groot 2 bunder 20 roeden.

3- (blz. 44 nr. 3) lant opt Trommelveldt. Palende aan: 1. Joos van den Perre, 2. Jan Smedt, 3. Mijnheer Steenlant, 4. Jan Leemans, 5. de begijn Cempeneer, 6. Adriaen Linthaut, 7. de Oude herbane, 8. Jan van Himbeke, 9. het Sweertlandt, 10. de voorschreve weijde. Groot 14 bunder 1 dagwand 82 roeden.

4- (blz. 44 nr. 4) het schaephuijsel (weide) voor het hof van Jan Leemans. Palende aan: 1. de straete, 2. het Swertlandt, 3. het Cruijsveldt oft den Boecht. Groot 1 bunder 3 dagwand 92 roeden.

5- Niet gevonden in het kaartboek.

6- (blz. 164 nr. 26) lant opt Trommelveldt. Palende aan: A. den ..wegh van Domen naer Esschene, verder niet genoteerd.

7- (blz. 160 nr. 24) meersch teghens Sluijs Damme. Palende aan: A. het voorschreven, B. …, C. den dam van Sluijs vijver, D. den naervolghenden meersch, E. de Belle Beke. Groot 2 bunder 1 dagwand.

8- Niet gevonden in het kaartboek.

François Verbeiren & consorten, nr. 359.

Beschrijving van de goederen: twee bunder 61 roeden (2 ha 70 a 68 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op de “Steenberg” grenzend langs een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan burger Adrien Dejonge, 3de aan J. Pienbroeck, en 4de aan het goed van de voormalige abdij Affligem.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 7 maart 1797 door: Charles Louis Joseph Terrace expert, Philippe Van Itterbeke, lid van de municipale administratie te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 28 – 15 – 0 gulden, en de verkoopprijs op 1 200 pond.

Verpacht aan François Verbeiren & consorten, eeuwigdurend, met een pachtcontract verleden op 26 maart 1707 door notaris Egide Crick en hernieuwd op 20 februari 1736 voor de schepenbank van de abdij Affligem, voor een pachtsom van 16 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 11 juli 1800 om 12 uur volgens de affiche nr. 252 artikel 13. Het bieden ving aan met een openingsbod van 480 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 630 frank aan burger Everard Tops wonende te Brussel, Longue rue Neuve nr. 158. Vermoedelijk was hij stroman voor een onbekende opdrachtgever.

Pierre Joseph Verbeken, nr. 716.

Beschrijving van de goederen: 90 a 68 ca landbouwgrond gelegen te Essene op “De Cleijn Capelle”, grenzend langs een zijde met het voetpad aan het goed van Gilles De Bout en Pierre & Michel Caemermans, 2de aan de goederen van Théodore Boom, 3de aan het goed van Joseph Calewaert en de goederen van monsieur Coloma verpacht aan Josse Van Der Veken, 4de aan de goederen van het “Rouge Cloitre” verpacht aan Adrien Camermans en de erfgenamen Pierre De Clerck. Dit perceel wordt doorsneden door het voetpad naar Sint-Katherina-Lombeek.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 7 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 28 frank, en de verkoopprijs op 560 frank. Verpacht vanaf 25 december 1801 aan Pierre Joseph Verbeken wonende te Essene, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 27,21 frank.

De verkoop had plaats te Brussel op 23 maart 1811 om 12 uur volgens de affiche nr. 693 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 560 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 125 frank aan Guillaume Redelborght wonende te Brussel, rue du Chêne.

Guillaume Vermoesen, nr. 438.

Beschrijving van de goederen: land, weide en bos, groot 57 a 10 ca, gelegen te Hekelgem en Essene, bestaande uit twee delen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- 23 a 59 ca bos gelegen te Essene op het “Meckelenbosch” grenzend aan de gronden “Menedenbosch”, 2de & 3de aan Jean Hellinckx, en 4de aan de weduwe Robijns.

2- 23 a 59 ca landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “De Weije” grenzend langs een zijde aan Pierre Van Den Bosch, 2de aan het cautergat, 3de & 4de aan Laurent Van Roy.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 9 augustus 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Crick, vervanger van de burgemeester te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 18 frank en de verkoopprijs op 180 frank. Verpacht aan Guillaume Vermoesen, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 14,51 frank.

De ontvanger der domeinen te Asse verklaarde dat het eerste perceel begroeid was met schaarhout waarvan de huurder het vruchtgebruik had.

De verkoop had plaats te Brussel op 16 oktober 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 338 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 198 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 820 frank aan burger Jean François Callebaut, landbouwer, wonende te Hekelgem. Voor een onbekende opdrachtgever?

Philippe Vermoesen, nr. 16. Gemeenten: Asse, Asbeek, en Essene.

Beschrijving van de goederen: negenentwintig bunder één dagwand 85 roeden (36 ha 46 a 75 ca) land en weide, gelegen te Asse, verpacht aan burger Philippe Vermoesen, voor negen jaar, eindigend op 11 november 1804 met een pachtcontract verleden op 17 juni 1794 door de voormalige ontvanger van de abdij Affligem, D’Huet, voor een jaarlijkse pachtsom van 540 gulden. Deze gronden zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Een weide gelegen in het gehucht Asbeek, genaamd “Buysemeerschen”, groot twee dagwand 80 roeden (88 a 2 ca), grenzend aan de “Torfput”, de andere zijden aan de voormalige abdij Affligem en de beek.

2- Één dagwand 13 roeden (35 a 52 ca) weide gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan de “Torfput”[26], aan de voormalige abdij Affligem, en aan de andere twee zijden aan de weiden van de voormalige abdij Affligem.

3- Een dagwand 60 roeden (50 30 ca) weide gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan twee zijden aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, en aan Jean Leemans.

4- Elf bunder 44 roeden (13 ha 97 a 8 ca) landbouwgrond genaamd “Klein Swertlant”, grenzend aan Adrien Linthoudt, aan de straat, de weide genaamd “Schaephuyselweijde” en langs de andere zijde aan de oude weg van Asse naar Aalst.

5- Drie bunder twee dagwand 33 roeden (4 ha 50 a 50 ca) weide, genaamd “de Semelaer”[27], grenzend aan de “Oostcauter aan Lotens”, aan de straat genaamd “ Mollestraete”, aan het bos genaamd “Semelaer” en aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

6- Een bos, groot twee dagwand 21 roeden (69 a 48 ca), gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan het bos genaamd “Semelaer”, langs de andere zijden de voorgaande weide.

7- Drie dagwand 37 roeden (1 ha 5 a 95 ca) landbouwgrond gelegen te Essene, grenzend aan de steenweg, aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, en aan het veld genaamd “Demeuterveldt”.

8- Zeven bunder één dagwand 92 roeden (9 ha 40 a 61 ca) landbouwgrond, de steenweg gaat er dooreen, gelegen te Essene, grenzend aan het bos genaamd “Nieuwenbosch” en aan de andere zijden de voormalige abdij Affligem.

9- Drie bunder (3 ha 77 a 25 ca) weide, gemeenschappelijk goed, dit wil zeggen alle inwoners mogen hun dieren laten weiden na Sint-Jan, grenzend aan Jean Van Hoeke, aan N. Van Santen, aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, en aan de goederen toebehorend aan het klooster genaamd “Roodeclooster

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 16 november 1796 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Philippe Van Itterbeke, lid municipale administratie van Asse. De verkoopprijs werd geschat op 19 740 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 1619 gulden. Er bevonden zich ook 18 hoogstammige bomen op deze percelen die geschat werden samen op 40 gulden.

Opmerking: de woning en de uitbatinggebouwen erop staande zijn geen eigendom van de voormalige abdij Affligem, enkele percelen liggen ingesloten, het een door het andere. Volgens de schatters was het goede landbouwgrond.

Een gedeelte van de pacht moest betaald worden in natura. Per jaar dienden er vijf mudden gerst en vier mudden haver geleverd te worden. Deze graanlevering werd geschat op waarde van 137 pond.”

De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 21 artikel 16.

Het bieden ving aan met een openingsbod van 61 000 pond door burger Herbiniaux. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 61 000 pond aan burger Jean George Herbiniaux wonende te Brussel.

In de rand vermeld: de koper heeft met een kwitantie voldaan aan de betaling van het deel voorzien in klinkende munt.

Aantekening in de marge:

Vandaag, vijf fructidor jaar 6 zijn verschenen voor ons, voorzitter en leden van de Centrale Administratie van het departement van de Dijle, de burger Jean George Herbiniaux, koper van het goed beschreven in het proces-verbaal, voor hem of in opdracht …………… als zijn opdrachtgever de burger Michel Ange Susane, wonende te Parijs, rue de Lille nr. 499 hier vertegenwoordigd door burger Jeanneret, wonende in hetzelfde huis als zijn opdrachtgever en drager van een volmacht verleden te Parijs en geregistreerd. Burger Jeanneret aanvaard en verplicht zich ertoe alle voorwaarden na te komen voorzien volgens de wet als gevolg van deze aankoop.

Opmerking[28].

De verkochte goederen werden in 1722 gemeten en beschreven als volgt:

1- (blz. 48 nr. 36) meers in de Buijse meerschen. Palende aan: 1. de gemeynte genaempt den Teurpput, 2. het naervolghende, 3. de Maucaese, 4. de beke. Groot 2 dagwand 80 roeden.

2- (blz. 48 nr. 38) meersch in de Buijse meerschen. Palende aan: 1. de gemeijnte genaempt den Teurpput, 2. het goet onser Abdije, 3. ende, 4. den voorschreven meersch. Groot 1 dagwand 13 roeden.

3- (blz. 48 nr. 40) in de selve Buijse meerschen eenen meersch. Palende aan: 1. het goet onser abdije, 2. het voorschreven, 3. Jan Leemans, 4. den Maucausen. Groot 1 dagwand 60 roeden.

4- (blz. 44 nr. 8) het Clijn Swertlandt. Palende aan: 1. Adriaen Linthaut, 2. de straete, 3. het groot Schaephuijsel weijde, 4. het groot Swertlandt, 5. de Oude herbaene. Groot 11 bunder 44 roeden.

5- (blz. 44 nr. 14) Weijde teghen den oost oft Heijcauter teghen den Semelaer (bos). Palende aan: 1. den oost ofte Heijcauter, 2. de Poten, 3. de Mollestraete, 4. den Bosch genoempt den Semelaer, 5. een clijen Bosch Afflighem competerende, 6. een weijde Afflighem competerende. Groot 3 bunder 2 dagwand 33 roeden.

6- (blz. 44 nr. 15) Bosch aldaer. Palende aan: 1. den Bosch genaempt den Semeleer, 2. de voorschreve weijde. Groot 2 dagwand 21 roeden.

7- Niet gevonden in het kaartboek.

8- (blz. 162) Vermoedelijk een samenvoegen van de nummers 11 en 14 waarvan er geen oppervlakte genoteerd werd.

9- Niet in het kaartboek.

Jean Baptiste Vinck, nr.  313 

Beschrijving van de goederen: zeven dagwand (2 ha 20 a 6 ca) landbouwgrond waarvan er een half dagwand in gebruik als weide, gelegen te Essene op de “De Wellekels?” grenzend langs een zijde aan burgeres weduwe Pierre De Wangle, 2de aan burger Gille Van Cauwenberg, 3de aan burger François Linthout, en 4de aan burger Vinck.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 4 augustus 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 40 gulden, en de verkoopprijs op 1 600 pond. Op het perceel bevonden zich ook 6 hoogstammige bomen geschat op 12 pond, samen 1 612 pond. Verpacht aan Jean Baptiste Vinck, met een pachtcontract waarvan de termijn verstreken was.

De verkoop had plaats te Brussel op 9 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 228 artikel 20. Het bieden ving aan met een openingsbod van 640 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Louis Badin, die burger Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger, verving. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 670 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.

De weduwe van Martinus Wambacq Petronella Van Opdenbosch, nr.  129 

Martinus Ernestus werd te Essene gedoopt 12 juni 1735 en overleed er op 3 februari 1798. Hij trouwde met Petronella Van Opdenbosch uit Meerbeke. Zij overleed te Essene op 6 augustus 1804. Zij hadden 13 kinderen: Nicolaus Josephus (°14 maart 1759), Franciscus Henricus (°14 maart 1759), Maria Elisabeth (°30 november 1760), Philippus Josephus (°4 april 1762), Joannes Baptist (°25 januari 1764), Joanna Francisca (°23 oktober 1765), Maria Anna (°13 mei 1767), Elisabeth Josepha (°20 december 1768), Maria Angelina (°9 augustus 1770), Catharina (°10 mei 1772), Barbara (°6 november 1774), Cornelius (°24 februari 1777) en Joannes Baptist (°11 februari 1780).

Beschrijving van de goederen: tien bunder twee dagwand 10 roeden (13 ha 23 a 52 ca) land en weide verpacht aan de weduwe Wambacq voor een jaarlijkse pachtsom van 263 gulden, lasten inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:

1- Twee bunder twee dagwand 16 roeden (3 ha 19 a 40 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Dix Journaux” grenzend aan een zijde aan burger Van Weijenbergh, 2de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 3de aan burger Van Varenbergh, en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

2- Eén bunder twee dagwand 69 roeden (2 ha 10 a 32 ca) landbouwgrond gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan een zijde aan de weg naar Afflighem, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

3- Een bunder één dagwand 40 roeden (1 ha 69 a 76 ca) landbouwgrond gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan een zijde aan een kleine weg naar de steenweg op Aalst, 2de aan de goederen van de gemeente Essene, 3de aan Pierre Wambacq, en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

4- Drie bunder twee dagwand 65 roeden (4 ha 60 a 56 ca) weide gelegen op het veld “Vaerenheuvel”, grenzend aan een zijde aan burger Van Hocht, 2de aan de goederen van de gemeente Essene, 3de aan de weg naar de “Steenbrug”, 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

5- Eén bunder één dagwand 20 roeden (1 ha 63 a 47 ca) schaarhout gelegen op het “Ha(a)sbroeck”, grenzend aan een zijde aan burger Van Nieuwenhove, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 februari 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 420 gulden, en de verkoopprijs op £ 16 800, inbegrepen 40 kleine en grote hoogstammige bomen geschat op 120 gulden. Verpacht aan burgeres weduwe Wambacq, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 14 oktober 1795 door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, en eindigend op 11 oktober 1805 voor een jaarlijkse pachtsom van 200 gulden.

De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 4de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 7605 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 210 000 pond aan burger André Hermans wonende te Brussel, fossé aux Loups. Voor zichzelf? Hij betaalde wel het totale bedrag in een keer.

Opmerking[29].

De verkochte goederen werden gemeten en beschreven als volgt:

1- (blz. 164 nr 28) de Thien dagwand (land). Palende aan: 1. den voetweghen, 2. Peeter van Wijenbergh, 3. Judocus van Varenbergh, 4. d’Erf. Koninck, 5. Judocus van Varenbergh. Groot 2 bunder 2 dagwand 16 roeden.

2- (blz. 164 nr 32) lant opt selve veldt. Palende aan: 1. en 2. compt aen Afflighem, 3. vidua Peeter Wamback, 4. de straete. Groot 1 bunder 2 dagwand 69 roeden.

3- (blz. 164 nr 33) lant opt selve veldt. Palende aan: 1. den voetwegh, 2. den…, 3. vidua Peeter Wamback, 4. Afflighem. Groot 1 bunder 1 dagwand 40 roeden.

4- (blz. 156 nr 12) het Varenhuijssel (meers). Palende aan: 1. de heer Jan van Hocht, 2. de gemeijnte, 3. de straete. Groot 3 bunder 2 dagwand 65 roeden.

5- (blz. 158 nr 10 of 11 ?) , Groot 1 bunder 1 dagwand 20 roeden.

Niet verpacht, nr. 285 

Beschrijving van de goederen: drieëntwintig bunder twee dagwand (28 ha 92 a 25 ca) drooggelegde vijver, heden gebruikt als landbouwgrond en gedeeltelijk weide, genaamd “Sluijsvijvers” gelegen te Essene, niet verpacht, grenzend zuid aan de weg naar Liedekerke, 2de aan de weduwe Van De Putte, 3de aan Corneille Meert, 4de aan de beek die de vijvers scheidt van het bos genaamd “Oud Vijver”, 5de aan de Boschbeek”.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 12 augustus 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 646 frank, en de verkoopprijs op 7383 frank voor de grond. Op de boorden van de drooggelegde vijver bevonden zich 225 hoogstammige bomen, eiken, olmen en populieren, die werden geschat op 480 frank, totale verkoopprijs 7 863 frank. Niet verpacht.

De verkoop had plaats te Brussel op 10 oktober 1799 om 10 uur volgens de affiche nr. 199 artikel 4. Het bieden ving aan met een openingsbod van 5 400 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Badin die bood met een volmacht van Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 5 425 frank aan burger François Serevisse, wonende te Brussel, op de Vismarkt.

Besluit.

De abdij bezat uitgebreide bezittingen in de drie deelgemeenten van Affligem:

In Essene op een totale oppervlakte van 713 ha bezat de abdij 405 ha 63 a 87 ca (57%) waarvan:

– 232 ha 42 a 71 ca landbouwgrond met 4 hopvelden = 33% van de totale oppervlakte van Essene. Hierbij zijn inbegrepen de percelen met een dubbele benaming, bijv. landbouwgrond en weide.

– 91 ha 69 a 83 ca weiden = 13%.

– 33 ha 69 a 76 ca bos = 5%, hierbij ook de aanduidingen met schaarhout..

De abdij had daarvan ook nog 45 ha 90 a 17 ca (6%) in eigen beheer, namelijk 2 ha 82 a 93 ca aan vijvers (de Sluisvijver en de drie Heeremannekens), 61 a 47 ca voor twee gebouwen, namelijk de Bellemolen ( 46 a 16 ca) en de Sluys  (15 a 31 ), 16 ha 97 a 62 ca aan weiden en 25 ha 75 a 03 ca aan bos.

12 pachters huurden meer dan 5 ha: Henri Bastaerts, B. Bosteels, François De Clerck, Anna Maria Meert, weduwe De Voghel, François Linthout, de weduwe François Plas, Pierre Joseph Rollier, Michael Van den Wijngaert, Gillis Van de Velde, de weduwe Phlippe Van de Putte, Jan Baptist Van Mulders en Baudewijn Velge. De grootste pachters waren François Linthout met 40 ha 83 a 42 ca, Pierre Joseph Rollier met 40 ha 19 a 91 ca, Baudewijn Velge met 37 ha 20 a 63 ca, de weduwe Phillipe Van de Putte met 15 ha 82 a 25 ca en Jan Baptist Van Mulders met 14 ha 99 a 88 ca.

In Hekelgem bezat de abdij op een totale oppervlakte van 809 ha 354 ha 11 a 71 ca (44%) waarvan

– 269 ha 57 a 11 ca landbouwgrond met 4 hopvelden = 33% van de totale oppervlakte van Hekelgem.

– 57 ha 37 a 27 ca bos = 7%.

– 25 ha 2 a 95 ca weiden = 3%.

– 2 ha 13 a 78 ca  aan vijvers = 0,4%.

Daarvan had de abdij voor eigen gebruik 32 ha 97 a 20 ca bos (41%), 2 ha 13 a 78 ca aan vijvers en aan weiden 1 ha 10 a 3 ca.

De boeren die meer dan 5 ha pachtten waren: B. Bosteels, Jacobus Clauwaert, Michel Cuyper, Jean Baptiste De Bailliu, Guillaume De Smedt, de weduwe Jan Bapyist De Smedt, de weduwe Michel Droeshout en Jean Droeshout, Ferdinand Meert, Pierre François Pauwels, de weduwe Gerard Plas, Jacobus Schoon, Gaspard ’t Kint, Adrien Van Nijghen en Pierre Vonck. De grootste pachter was de weduwe Gerard Plas van de Blakmeershoeve met 47 ha 78 a 50 r, gevolgd door Jean Baptiste De Bailliu van het Hof ter Saele met 21 ha 14 a 49 ca, Gaspard ’t Kint met 19 ha 79 a 22 ca, Pierre François Pauwels met 16 ha 12 a 74 ca en Pierre Vonck met 11 ha 81 a 95 ca.

In Teralfene op een totale oppervlakte van 245 ha bezat de abdij 65 ha 32 a 72 ca (27%). Opvallend: geen bos, wel 7 hopvelden.

 – 41 ha 87 a 10 ca landbouwgrond met 7 hopvelden = 17%.

– 24 ha 45 a 62 ca weiden = 10%.

– geen bos.

Boeren pachtten meer dan 5 ha van de abdij: Jean Christiaens, de weduwe Michel De Cuyper, Michel Droeshout en Joannes Van Nieuwenhove. De grootste pachter was Michel Droeshout met 11 ha 64 a 94 ca.

Als we de drie deelgemeenten vergelijken dan stellen we vast dat de abdij in Essene de meeste bezittingen had, dat daar de grootste boerderijen lagen en er de meeste weiden voorkwamen. Hekelgem was de bosrijkste gemeente in verhouding tot de totale oppervlakte en Teralfane had de kleinste percelen en geen bos.

De ferrariskaart met een zicht op de bosrijke omgeving rond de abdij.


[1] Heeremannekens: dialect jeiremannekens , oorspronkelijk drie vijvers.

[2] Greffendries: greffen, greppel = verwijst naar een drassige bodem. Kan ook een verwijzing naar de persoonsnaam Grijp zijn.

[3] Voet = 0,27575 m.

[4] Mollestraat: molle dialectvorm van molen.

[5] Vosholen: genoemd naar de vossen die er woonden.

[6] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 158 nr. 9 en 159.

[7] Bocht had oorspronkelijk betrekking op een omheind stuk grond waar het ronddwalende vee dat binnen de akkers gebroken was, kon worden opgesloten tot de eigenaar de schade en de boete betaald had. Naderhand verruimde de betekenis zich tot ‘omheind stuk grond’ wat o.m. blijkt uit een toponiem als Vitsenbocht. Vitsen is een dialectwoord voor de wikke, een voedergewas dat buiten het terrein van de open kouters werd gekweekt op kleine privéakkers die in de regel met houtgewas omheind waren (P. Lindemans 1952 I: 425). Bocht is echter niet geëvolueerd tot specifieke akkernaam (zoals blok en veldeken), want het kan ook worden toegepast op een afgesloten stukje grond waarop men kippen houdt (zie ons toponiem Kiekenbocht), en in de tegenwoordige Brabantse dialecten komt het voor als benaming voor een beschot binnen een stal waar een kalf kan ingesloten worden ( Van Durme 1986 II(1): 104; Lindemans 1932:13). IngridD’Haese, Bijdrage tot de toponymie van Essene, 1995, 81.   

[8] Het Heyken:  een perceel op de heide, een open niet gecultiveerde  en met heidegewas begroeide vlakte.

[9] Moortel: verwant met moer, moor = slijk, modder. Kan ook zware kleverige grond betekenen. Ingrid  D’Haese, 127 – 128.

[10] Hondsgat: duidt meestal op een slechte, te natte bodem; gat is een toegang tot een veld of weide. Willy Beeckman, De Affligemstraat, 2011, 15.

[11] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 156, 157, 158, 159, 160, 161,164, 165.

[12] Het Rood Klooster of Rooklooster was een augustijnerpriorij in het Zoniënwoud, nabij het dorp Oudergem (Brussel). Het vormt met zijn vijvers, moerassen en beschermd natuurreservaat aan de rand van het Zoniënwoud, een ware oase van rust en natuurpracht.

[13] Speurveld: Speurie, sporie of spurrie is een groenvoedergewas voor het vee dat vooral gewonnen werd op zandgrond. Het werd ingezaaid na de oogst van de rogge en leverde vlug opbrengst. Boter en melk, afkomstig van het melkvee dat met spurrie gevoederd was, genoot hoge waardering voor de aangename smaak. Willy Beeckman, Woorden voor de Affligemse oorden, 2013, 85.

[14] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 158, 159, 160, 161, 162, 163.

[15] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz.158, 159.

[16] Horeken of Doreken: Doreken is het diminutief van doorn ( Helsen 1944: 76) dat teruggaat op Germaans *thurnu ‘doorn’ (Gyss.TW: 255). Wellicht qaat het hier om een doorn die als grensboom fungeerde. Ingrid D’Haese, 29.

[17]Kereblok en Kerrebroek : naam van een zeer drassige meers, die vroeger een broek was. Het Kerrebroek is wellicht genoemd naar het beboste deel ervan het Kerbos. Kerre is ook het dialectwoord van kar. Een verkaring in die richting is minder waarschijnlijk wegens het verband van het Kerrebroek met het Kerbos. Ingrid D’Haese, 110.

[18] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 158,159.

[19] Raspaillestraat: straat waar gemeen volk woonde.

[20] Veldeken is de diminutiefvorm van veld. In woordenboeken wordt veldeken, voor zover afzonderlijk vermeld, semantisch altijd verbonden met veld. Toch valt uit toponymisch onderzoek af te leiden dat veldeken, althans in Z.O.-Vlaanderen, iets anders is gaan betekenen dan ‘een klein veld’. Volgens Devos (1991 : 228) en Van Durme (1986 I :268) duidde veldeken ongeveer hetzelfde aan als blok. De « veldekens » waren betrekkelijk kleine percelen, voorzien van een omheining, die vaak dicht bij de woning lagen en privégeëxploiteerd werden. Ze lagen buiten het kader van het drieslagstelsel en werden gereserveerd voor speciale teel ten. Ingrid D’Haese, 110.

[21] Stampmeers: meers, weide gelegen bij de stampmolen van de Bellemolen.

[22] Moortel: verwant met moer wat slijk, modder betekent. Duidt ook een zware, kleverige grond aan. Ingrid D’Haese, 127 – 128.

[23] Breuckersveld: land genoemd naar de familie De Breucker.

[24] Trommelveld= rommelveld. Een verwijzing naar Rome en de Romeinse bezetting. Op het Trommelveld werd Romeins puin en Romeinse munten gevonden. Ingrid D’Haese, 102.

[25] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 44,45, 160, 163,164.

[26] Torfput: turfput, groeve waar turf werd gewonnen.

[27] Semeleer of semelaar: Romaans toponiem voor voerman.

[28] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 44, 45, 46, 47, 48.

[29] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 156, 157, 164, 165.


 

Hendrik Van Laecken schuldig bevonden (1762).

Op 30 maart 1762 werd Hendrik Van Laecken[1] in effigie[2] (zie voetnoot) veroordeeld met eene strope aen den hals aen eene galge ten hoogsten van den daege te worden gehangen ten exemple.

Wat had Hendrik gedaan om de zwaarste straf te krijgen?

Op 14 mei 1761 had Hendrik Van Laecken de zoon van Gillis Lensens naar Catherina Heijvaert gestuurd met het verzoek om onmiddellijk naar zijn huis te komen. Hij dacht dat zijn vrouw stervende was. Toen Catharina bij het bed van zijn vrouw, Catharina Vermoesen, kwam, vermoedde ze dat haar vriendin al dood was. Dat zei ze tegen de onderpastoor en de koster die er al waren om haar te berechten want er liep bloed uit haar rechteroor en ze had een blauw oog. Tijdens haar tweede ondervraging door de schepenen op 26 oktober voegde ze er nog aan toe dat ze Van Laecken had horen zeggen: ze zullen wel zeggen dat ik mijn vrouw heb doodgeslagen. Catharina legde die getuigenis voor de schepenen af op 19 mei.

Cornelis Van den Bergen was de tweede getuige die door de schepenen werd verhoord. Hij woonde in een aanleunend huis en had die nacht van 14 mei keijvagie, dreigementen en slagen gehoord in het huis van Hendrik. Hij is naar Hendrik, zijn oom, gestapt en zag dat Catharina op haar rug op de grond lag. Hendrik trachtte haar recht te krijgen. Toen hij dacht dat er weer vrede was, keerde hij naar zijn huis terug. Hij lag al in bed toen hij Catharina Jezus Maria hoorde roepen. Wat later riep zijn oom hem, hij ging naar binnen en zag Catharina op de grond zitten en Hendrik hield zijn armen om haar heen. Het leek hem dat Catharina tot bewustzijn kwam en hij ging zijn vrouw halen om Catharina te helpen. Zijn vrouw kwam hem meermaals zeggen dat Catharina stervende was en ten slotte dat ze dood was. Cornelis voegde later aan zijn getuigenis nog toe dat het gerucht ging dat Hendrik zijn vrouw had doodgeslagen.

Franchois Lansons, ook een buurman van Hendrik, ging toen hij geroep hoorde,  naar het huis van Hendrik. Hij zag Catharina op een stoel zitten met schuim op haar mond. Hij vroeg Hendrik of de pastoor al verwittigd was, waarop Hendrik hem vroeg om dat te doen. Hij liep naar de pastorie en keerde terug met de onderpastoor en de koster. Bij aankomst zagen ze dat Catharina al dood was. De koster wees iedereen erop dat er bloed uit haar rechteroor kwam. Hendrik antwoordde dat ze uit bed was gevallen. Franchois vertelde aan de schepenen nog dat Catharina bijna dagelijks werd geslagen.

Gillis Lensens, gewekt door het tumult, was naar het huis van Hendrik gegaan en zag zijn vrouw op een pailliasse liggen. Zij was stervende. Hij liep de pastoor tegemoet en vroeg hem zich te haasten want er was perijckel van sterven. Als ze toekwamen, was Catharina al overleden en koster Jan Baptist Resteau merkte op dat ze bloedde. Jezus Maria, riep Van Laecken, ze zullen zeggen dat ik haar doodgeslagen heb. De onderpastoor vroeg hem waarom de mensen dat zouden zeggen, maar hij antwoordde niet.

Joanna Maria De Smedt, vrouw van Cornelis Van den Berghe, werd op 20 mei verhoord. Zij bevestigde dat er in de nacht van 13 mei deftige woorden waren tussen Hendrik en Catharina. Zij hoorde Catharina lamenteren over de slagen die ze kreeg. Joanna vroeg haar man Cornelis om toch eens te gaan kijken. Toen hij terug was, zei hij dat Catharina op de grond lag. Hendrik gaf als uitleg dat ze dempich hadden gegeten. Joanna was er niet gerust in en bleef nog een tijdje op terwijl haar man ging slapen. Even later herbegon de ruzie. Zij hoorde Hendrik schreeuwen gij sult van mijne handen noch sterven, alwaert dat de galge daer gerecht waere. Joanna liep onmiddellijk naar het huis en trachtte Hendrik te kalmeren. Dat lukte niet en ze ging slapen. Het laatste wat ze hoorde, was een harde slag. Niet lang daarna kwam Hendrik hen roepen. Zijn vrouw had iets gekregen, zei hij. Eerst ging haar man en hij zag dat Catharina naar adem snakte en riep Joanna om te komen helpen. Zij zag toen het blauwe oog en het bloed aan haar rechteroor.

Joanna Van de Perre, vrouw van Francis Lanson,  hoorde bijna dagelijks ruzie en slagen en had dikwijls compassie met de vrouw. Die nacht van 13 op 14 mei was de ruzie heel heftig en de slagen waren onverdraegelijck. Voor haar man was dat geen nieuws, het is dagelijks brood, zei hij. Rond drie uur kwam Hendrik hen roepen omdat zijn vrouw wilde sterven. Ze volgden hem tot bij Catharina die op een stoel zat en nauwelijks nog ademde. Ze nam haar in haar armen. Catharina Heijvaert merkte het bloed op en Hendrik antwoordde handenwrijvend ze sullen noch seggen dat ick haer dood geslagen hebbe. Niemand durfde te antwoorden.

Koster Jan Baptist Resteau kwam samen met de onderpastoor in het huis. De onderpastoor gaf haar de absolutie en vroeg hem haar gezicht eens nader te bekijken. Hij zag het bloed en de blauwe plekken en vroeg wat er met haar was gebeurd. Hendrik zei dat ze uit bed was gevallen. Voor Jan Baptist was het duidelijk: Catharina was vermoord en hij stelde voor om de aartsbisschop de toelating te vragen voor een lijkschouwing. Die lijkschouwing

had plaats op 23 mei en werd uitgevoerd door dokter Petrus Van Innes en chirurgijn Savena. Hun besluit was dat Catharina was gestorven aan de gevolgen van een zware slag op haar hoofd met een stok of een ander voorwerp. Ondertussen had drossaard Joannes Loovens de schepenen gevraagd om Hendrik Van Laecken te arresteren, maar die was al gevlucht. Op 2 juni gaf hij het bevel om zijn roerende goederen in beslag te nemen en de onroerende te verhuren. Gezien de zware misdaad door Hendrik begaan, werd het dossier overgemaakt aan de hoofddrossaard te Brussel die het advies van de Raad van Brabant vroeg. Dat kwam er op 13 februari 1762: dood door ophanging. De volgende schepenen ondertekenden op 30 maart het doodvonnis: P. Nulant, N. Van Heqinbeke, M. Van Vaerenbergh, G. Plas, P. Van Den Bossche, P. De Bidou, C. Van Den Houte, J. B. Van De Velde, Guilliam Goossens en Verstappen.

Henricus Van Laecken, trouwde op maandag 11 juli 1740 in Hekelgem met Catharina Vermoesen, 36 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 13 oktober 1703 in Hekelgem en overleed op donderdag 14 mei 1761 in Hekelgem, 57 jaar oud. Zij hadden een zoon Petrus, gedoopt op vrijdag 9 april 1745 in Hekelgem. Petrus overleed in 1747 in Hekelgem, 2 jaar oud.

Edmond Schoon en Ben Vermoesen.


[1] R.A. Leuven, schepenbank van Asse nr. 693.

[2] In effigie: Hendrik was voortvluchtig en in zijn plaats werd een beeld, dat hem moest voorstellen, opgehangen.

Kind onder gevallen boom te Essene – 1738.


Een dramatisch ongeval op 28 mei 1738 beroerde heel Essene. Een vierjarig meisje was op ongelukkige wijze terechtgekomen onder een omgehakte boom. Frans en Guille Van de Putte waren al een hele dag zonder problemen bezig met het omhakken van bomen. Maar ’s avonds liep het mis. Gertrudis[1], het vierjarig dochtertje van Joannes De Ridder[2] en Maria Stevens, kwam onder een vallende Joannes De Ridder en Maria Stevens en was op slag dood. Op het geroep en gehuil kwamen heel wat buren toesnellen, maar niemand had het ongeval zien gebeuren. Toch werden in opdracht van de hoofdrossaard Joannes Emanuel Loovens een aantal mensen ondervraagd en werd een lijkschouwing verricht. Zij kwamen tot de conclusie dat Van Innis licentiaet in de medicijnen ende expert in de chirurgie

Acte van aenschouw gehouden.

Op 29 mei 1738 begeleide officier Carel Rogiers de schepenen Anthoon De Voghel en Petrus Wambacq, vergezeld van Van Innis, licentiaat in de medicijnen en expert in de chirurgie en chirurgijn Petrus Le Touche naar het huis van Jan Wouters. Ze onderzochten het lijkje en stelden vast dat een been drie- tot viermaal was gebroken en dat het hoofd was verpletterd. De dokter en de chirurgijn deden vervolgens de lijkschouwing en kwamen tot de conclusie dat geheel het herssebecken gepletterd ende gemorselt was oock het os pubis (schaambeen)  ende het os femoris (dijbeen)  het gene moet geschied sijn door eenigh swaer gewichte als bij exempel eenen balck, boom, ofte ander diergelijcke materiael waerop de dood ipso facto gevolght is.

Verhoor van getuigen.

Op 7 juni 1738 ondervroegen de schepenen Jan Meert en Anthoon De Voghel  enkele getuigen van een dramatisch voorval. Ridders Truijcke, het 4-jarig dochtertje van Joannes De Ridder en Maria Stevens was op 28 mei onder een vallende boom terechtgekomen en was op slag dood. De eerste opgeroepen getuige was Josina Raspoet, vrouw van Jan Stevens, 40 jaar.  Op 28 mei 1738 was zij ’s morgens naar haar land gegaan op Den Bocht  op het gehucht Hauwijk om er gras te halen (voerderije) voor haar beesten. Zij zag dat Frans en Guillam Van De Putte bezig waren met bomen te kappen aan de hopstal op Hauwijk. Toen zij na de middag nog bezig was met gras te snijden, hoorde zij een geroep en lammentatie op de plaats waar zij Frans en Guillam Van De Putte ’s morgens had gezien. Wat er werd geroepen, kon zij niet verstaan, maar het kind van Carel Van Belle zei haar dat Ridders Truijcke,  het kind van Jan De Ridder, door een omgehakte boom was  gedood. Zij liep naar de plaats en zag het kind op de grond liggen. Iemand zei haar dat het kind onder een boom was terecht gekomen. Meer kon zij over het voorval niet zeggen.

De tweede getuige was Catharina Van Neervelt,  vrouw van Jan Van Nieuwenborgh, oud omtrent 50 jaar. Ze had op 28 mei, voor de middag, van in haar hofstede gezien dat Franciscus ende Guillam Van De Putte,  kinderen Franciscus, bomen kapten aan de hopstal tegen de hofstede van Andries De Cort op Hauweijk. Omtrent 7 u. hoorde ze een geroep van  kinderen. Jan Stevens en Carel Van Belle vertelden dat het kind van Jan De Ridder dood was. Daarop is zij ter plaatse gegaan en zag ze het kind dood ter aarde liggen naast een boom. Die boom was op het kind gevallen, zei men.

Jan Van Nieuwenborgh[3], 47 jaar, zag vanuit het raam van zijn huis op 28 mei ’s morgens Frans ende Guillam Van De Putte bomen kappen aan een hopstal tegen het huis van Andries De Cort op Hauwijk. Na de middag hoorde hij dat ze nog aan het werk waren. Rond zes uur kwam zijn vrouw hem zeggen dat het kind van Jan De Ridder dood was. Hij ging onmiddellijk naar de hopstal. Het kind  lag daar met een boom dwars over haar buik en over de straat. Het kind was gekwetst aan het hoofd en haar buik was geplet. Guille Van De Putte zat op een boom nabij de hoplochting van Andries De Cort. Hij hoorde hem zeggen ons heer straft soo wel buiten als binnen ende mijn bloed is geheel geel geworden maer ick ben nu suijver genesen. Franciscus Van De Putte stond waar het kind op lag. Jan Van Nieuwenborgh ging dan Jan De Ridder, de vader van het kind verwittigen. Toen hij terug kwam, lag het kind op haar rug.

Jan Stevens, schoonbroer van Jan De Ridder, omtrent de 50 jaar, passeerde die dag  voor de noen voorbij het huis van Andries De Cort op Hauwijk. Guille en Franciscus Van De Putte[4] waren bezig met bomen te kappen aan de opstal. Wanneer hij ’s avonds naar huis kwam, hoorde hij onderweg een geroep waaruit hij kon opmaken dat er een ongeval moest gebeurd zijn. Thuis gekomen vernam hij van het zoontje van Jan De Ridder, dat zijn zus Truiken dood was door een omgevallen boom. Hij is direct naar de hopstal gegaan waar hij het kind heeft zien liggen. Een van de zonen van Franciscus Van de Putte zuchtte jae wie can dat goed doenn.

Het vonnis.

Op 6 december 1740 begon het proces van de hoofddrossaard tegen Franciscus en Guillelmus Van de Putte. Het eindigde op 14 maart 1740 met de vrijspraak van de twee broers door de schepenen Joannes Baptista Lahoese, Gillis Meert en Backer in de gebanne vierschaere. Het vonnis was onderteken door P. Robijns


[1] Gertrudis De Ridder, dochter van Joannes en Maria Stevens, gedoopt op woensdag 6 januari 1734 in Essene en overleden op woensdag 28 mei 1738 in Essene, 4 jaar oud.

[2] Joannes De Ridder, gedoopt op zaterdag 18 april 1693 in Essene, overleden op dinsdag 10 februari 1761 in Essene, 67 jaar oud. Hij trouwde, 26 jaar oud, op donderdag 27 april 1719 in Essene met Maria Stevens, 24 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 21 april 1695 in Essene en is overleden op zondag 24 februari 1771 in Essene, 75 jaar oud.

[3] Joannes Van Nieuwenborgh, gedoopt omstreeks 1691 en overleden op zaterdag 31 januari 1739 in Essene, ongeveer 48 jaar oud. Hij trouwde, ongeveer 19 jaar oud, op zondag 5 januari 1710 in Meldert met Catharina Van Neervelt, ongeveer 22 jaar oud. Zij is gedoopt omstreeks 1688 en is overleden op vrijdag 11 mei 1759 in Essene, ongeveer 71 jaar oud.

[4] François Van De Putte, zoon van Joannes en Elisabeth Robijns. Hij is gedoopt op maandag 5 februari 1657 in Essene en is overleden op dinsdag 3 november 1739 in Essene 82 jaar oud. Hij  huwde met Joanna Van Den Broeck. Zij is gedoopt in 1673 in Hekelgem en is overleden op vrijdag 10 maart 1741 in Essene, 68 jaar oud. Kinderen van François en Joanna te Essene gedoopt:

1 Elisabeth, gedoopt op maandag 5 maart 1703, trouwde met Peeter Bruininckx

2 Catharina, gedoopt op woensdag 3 september 1704, is overleden op maandag 15 februari 1779 in Teralfene, 74 jaar oud. Zij trouwde met Judocus Van Neyghen. Hij is gedoopt op woensdag 27 augustus 1704 in Teralfene en is overleden op woensdag 3 oktober 1781 in Essene, 77 jaar oud.

3 Arnold,  is gedoopt op zondag 14 november 1706 en is overleden op zondag 12 september 1723 in Essene, 16 jaar oud.

4 Jacoba, gedoopt op vrijdag 20 april 1708 en is overleden op maandag 23 december 1782 in O.-L.-V.-Lombeek, 74 jaar oud. Jacoba trouwde, 34 jaar oud, op zaterdag 19 januari 1743 in Essene met Simon Geerts. Simon is overleden op zaterdag 30 januari 1751 in O.-L.-V.- Lombeek.

5 Joannes Baptist, is gedoopt op zondag 9 augustus 1711 in Essene. Hij is overleden op woensdag 22 augustus 1764 in Essene, 53 jaar oud.

6 François,. gedoopt op maandag 26 april 1717 in Essene en is overleden op dinsdag 4 januari 1774 in Essene, 56 jaar oud. Hij trouwde, 31 jaar oud, op dinsdag 5 november 1748 in Essene met Barbara Verbeiren, 25 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 7 februari 1723 in Essene en is overleden op woensdag 15 april 1801 in Essene, 78 jaar oud. Een tweeling op dezelfde dag geboren als Franciscus.

7 Guillelmus, gedoopt op maandag 26 april 1717 in Essene en is overleden op zaterdag 23 april 1785 in Teralfene, 67 jaar oud.

[1] R. A. Leuven, schepenbank van Asse nr. 653.

Hekelgem verkoopt gemeenteschool (1872)

Op 4 april 1872 besliste de gemeenteraad om het oude schoolgebouw te verkopen. Na de goedkeuring door de provincieraad nam het schepencollege met burgemeester Adolf De Witte en de schepenen Joseph Plas en Karel Louis De Vis contact op met notaris Alphonsus Delwart van Asse. Het ging om een gebouw met bijgebouwen gelegen op Boekhout, sectie D, nrs. 50c en 51c. Het terrein was 5 a 10 ca groot en grensde west aan de Molenstraat, oost aan Jan Baptist Van den Hove, zuid aan Ferdinand De Smedt en noord aan de Brusselbaan.

De school stond op de hoek van de Brusselbaan en het Molenstraatje

De gemeente had de grond gekocht van Maria Cornelia De Smedt, de vrouw van Jan Baptist Van Houdenhove op 24 maart 1850. De koper kon over het gebouw beschikken zodra de nieuwe schoolgebouwen (achter het voormalig gemeentehuis) in gebruik werden genomen en dat ten laatste op 1 januari 1873. Hij moest 10% van de koopsom uiterlijk drie dagen na de toewijzing betalen en de rest binnen de maand in de handen van vertegenwoordigers van de gemeente in het kantoor van de notaris. Deed hij dat niet, dan kwam er een intrest van 5% bij.

De openbare verkoop had plaats in het café van Pierre Callebaut. Er waren twee koopdagen. De eerste ging door op 25 oktober 1872.  Constantin De Cort bood 3 600 fr. Op de tweede koopdag op 4 november was er een tweede kandidaatkoper, Jan Baptist Callebaut, cabaretier uit Erembodegem. Twaalf maal boden ze tegen elkaar op en verhoogden zo de prijs tot 5 020 fr., het laatste bod van De Cort. Die verklaarde nadien dat hij had gehandeld in opdracht van zijn broer Egidius die in de Zuidstraat nr. 6 te Brussel woonde.

De strijd om de Peelinckvijvers.

Veronderstel eens dat je ouders net zijn gestorven en je broers en zussen vragen je om de erfenis te regelen. Omdat een broer en zijn vrouw ook al dood zijn, verkoop je direct een groot perceel van je ouders. Zo kun je de kinderen van je overleden broer snel hulp bieden. Maar dan blijkt dat je ouders schulden hebben, veel schulden en met de erfenis kom je niet toe om de schulden te betalen. Je verneemt ook dat sommige van de erfgenamen zich tegen de verkoop verzetten. Een schoonbroer denkt: pakken wat kan en haalt een aantal bomen weg van de verkochte grond en besluit daarna om de erfenis te weigeren. Het wordt voor jou een kluwen van problemen want de koper van een groot perceel weigert nu om de helft van de koopsom te betalen vermits de bomen zijn verdwenen. Om uit de moeilijkheden te geraken zie je maar een oplossing: je trekt naar de rechtbank en daarmee begin je een jurdische strijd die heel lang kan duren.

Wat hierboven werd beschreven, overkwam Gillis De Witte, een zoon van Jan en Catharina Van den Eekhout. Hij was griffier van de baronnie van Wemmel en Bodegem en advocaat bij de Raad van Brabant. Om de situatie goed te kunnen begrijpen, schetsen we eerst een beeld van de familie De Witte van Essene.

De familie De Witte te Essene.

De eerste naam De Witte in Essene vinden we in 1574.

I Egidius De Witte, zoon van Jan, trouwde met Barbara Van Vaerenbergh, dochter van Gerard, boer op het Hof te Belle. Hij nam in 1573 de Bellemolen van zijn schoonvader Gerard Van Vaerenbergh over. In 1576 pachtte hij ook het Hof te Belle van de abdij. Gillis was kerkmeester in Essene in 1572, buitenpoorter van Aalst en meisenier van Grimbergen in 1574. Voor hij zich op de Bellemolen vestigde, was hij molenaar op de IJzerbeekmolen te Asse. In 1598 pachtte hij van de abdij 95 b of 118, 75 ha. Gillis overleed te Essene voor 1612, Barbara na 1612. Van zijn broer Jan stammen de griffiers van de abdij af[1]. Kinderen van Egidius en Barbara:

1 Gerard, meisenier in 1607, brouwer te Essene wellicht vader van:

 Catharina, trouwde met Dierick Struelens, brouwer

Josijne, trouwde op 30 augustus 1614 met Michiel Wambacq

2 Marie, trouwde met  Carel De Coninck, cit. 1612

3 Kathelijne, trouwde met Joos Van Ruijssevelt, cit. in 1612 en 1619, hertrouwde met Jan Camerman

4 Anna, trouwde metPeter Van der Beke, 1619

5 Barbara, + voor 1619, trouwde met Jacques Van der Hulst, griffier van Opwijk

6 Adriana, trouwde met Peter Van den Eeckhout, cit. in 1619

7Joannes, trouwde metCatharina Van den Eeckhout, cit. in 1619, zie II

8 Gillis, vermoord in 1594 door Peter Meert.

II Joannes (Jan) De Witte, werd gedoopt omstreeks 1590. Hij trouwde, ongeveer 24 jaar oud, op dinsdag 25 november 1614 in Essene met Catharina Van den Eeckhout, ongeveer 15 jaar oud. Zij is gedoopt omstreeks 1599. Kinderen van Joannes en Catharina te Essene gedoopt:

1 François gedoopt op maandag 17 oktober 1616

2 Gerardus, gedoopt op 17 oktober 1616

3 Arnoldus (Arnoult), gedoopt op woensdag 12 september 1618, griffier van Bodegem, overleden voor 1663. Hij trouwde met Joanna Marie Buvet, overleden na 1669. Een dochter was Joanna Maria en een zoon heette Engelbertus. Egidius (Gillis) was voogd over de kinderen.

4 Anna, gedoopt op 12 mei 1620, trouwde met Joos Meert te Essene

5 Barbara, gedoopt op maandag 21 november 1622 en overleden in 1651 in Essene, 29 jaar

6 Egidius, zie III

7 Maria, gedoopt op maandag 20 november 1628. Maria trouwde, 18 jaar oud, op dinsdag 15 oktober 1647 in Essene met Lucas Geerstman, zoon van Judocus en Gertrudis Van Langenhove. Hij was weduwnaar van Anna Van Vaerenbergh (ovl. vóór 1647), met wie hij trouwde op zaterdag 26 mei 1646 in Essene.

8 Jan, gedoopt op 3 mei 1631, notaris te Essene

9  Franciscus, gedoopt op 9 december 1637

10 Joanna, gedoopt op 21 januari 1642.

Op 4 mei 1652 verkochten Jan De Witte en Catharina Van den Eeckhout sekere hoffstadt metten huijse, nast, hopstaecken, boomen ende andere edefitiën daerop staende alsoo de selve gestaen ende gelegen is in de prochie van Esschene gemeijnelijck geheeten “Den Boonhoff”, groot 4 ½ d, palend aan de goederen van Geerard Van Vaerenberghe, De Peelinckvijvers, de goederen van mijnheer Steenlant en aan de straat, met een grondcijns aan het Godshuis van Affligem. Alle de bomen, houtwas, en andere edifitiën waren in de koop begrepen. De koper was hun zoon Arnoult en zijn vrouw Joanna Maria Buvet en de koopprijs bedroeg 2 461 g 7 ½ st. De koop hield ook in dat aan Arnoult, als oudste (in leven zijnde) zoon na hun dood de vijvers genoemd het Hoff ter Heijden” en de “Carloije Vijver, zouden toekomen. Nu worden ze samen genoemd de Pelinkvijver, groot omtrent 10 d, palend aan de voorschreven hofstad. Als compensatie voor de andere 6 nog levende kinderen stelden Jan en Catharina hun testament op waarin ze bepaalden dat uiterlijk drie maanden na hun dood ieder 360 g zou ontvangen van Arnoult en zijn vrouw.

Na de dood van Jan en Catharina ontstond er een conflict met de kinderen van Arnoult enerzijds en Franchois, Joos Meert, de man Anna De Witte en Lucas Geerstman, de vader en voogd van zijn kinderen anderzijds. Volgens de akte van 4 mei 1652 moest Arnoult na de dood van zijn ouders 360 g aan elk van zijn broers en zussen. Maar Arnoult en zijn vrouw waren inmiddels ook overleden en hun kinderen betaalden niet. Op 15 september 1671 dienden Gillis, Jan en Franchois De Witte, Joos Meert, Anna De Witte en Catharina Geerstman een klacht in tegen de kinderen bij de schepenbank van Asse.

Fricx kaart van 1712: de Pelinkvijvers aan de Essenbeek.

Een grote hoeve

Op 17 maart 1668, na het overlijden van Catharina Van den Eeckhout maakte Joos Van Langenhove, een gezworen landmeter, een staat op hun de onroerende goederen:

1. Een land, gelegen op Den Moorter, groot 52 r, belast met een cijns

2. Een d gelegen op hetzelfde veld, cijnsgrond, 100 r

3. Een veld van 80 r, gelegen op hetzelfde veld, cijnsgrond, 80 r

4. Een veld gelegen op Den Foijst, groot 1 d, cijnsgrond, 100 r.

5. Op hetzelfde veld een perceel van 68 r cijnsgrond

6. Op hetzelfde veld 1 d 32 r, cijnsgrond

7. Een land gelegen op het Rommelveldt, groot 5 d 10 r

8. Een land op hetzelfde veld, groot 1 d 27 r, cijnsgrond

9. Een half b land gelegen op Den Montil, cijnsgrond

10. Een land gelegen op t Gulden Bunder, groot 2 d 50 r

11. Een land gelegen op ‘t zelfde veld, groot 1 d

12. Een land op ‘t zelfde veld, groot 1 d 68 r

13. Een onbehuisde hofstede genoemd Ten Biesen, groot 1 d 40 ½ r, cijnsgrond

14. Een land gelegen in Teralfene, groot 180 r

15. Een blok land gelegen in Sint-Kathelijne-Lombeek, groot met de maten van Essene 1 d 80 r

16. Den Quaeden Bruggen Lochtinck, groot 1 d 91 r, cijnsgrond

17. Een partij van het eussel waar het huis op staat, groot 1 b, cijnsgrond

18. Een ander partij in de Vijvereussel, groot 3 d 74 r, cijnsgrond

19. Nog een partij in dezelfde Vijvereussel, groot 6 d 74 r, cijnsgrond

20. Op Den Esschenen Elsch zowel land als wijde, groot 9 d 19 r.

Totaal 11 bunder 3 d 45 ½ r.

III Egidius, gedoopt op donderdag 5 februari 1626 en overleed voor 1671, griffier van Bodegem, Wemmel,  Kraainem en elders. Hij trouwde met Joanna Servranckx en hertrouwde na haar dood met Catharina Van IJsendijcke, dochter van Gaspar en Catharina de Villers. Catharina overleed voor 1706. Uit het eerste huwelijk werden twee kinderen geboren:

1 Maria Clara, trouwde met Jan de Fraie, haakmeester in het Zoniënwoud

2 Catharina Maria, trouwde met Frans Van Gindertaelen, lic. Rechten, schepen van Brussel, overleden voor 1713

Egidius wil de goedenisse doen.

Op 7 november 1671 compareerden voor notaris David De Smet meester Gillis De Witte,  Jan en Franchois De Witte, Joos Meert en zijn vrouw Anna De Witte als efrgenamen van hun ouders Jan en Catharina. Onder solemnelen eed verklaarden zij van geen andere effecten of schulden van het sterfhuis van wijlen hun ouders weet hebben dan wat in de onderstaande lijst was opgenomen. Uitzondering is gemaakt voor De Peerlinck Vijvers.

Gillis betaalde een aantal rekeningen en schulden van zijn ouders:

– Aan de heer Raad De Dongelberghe, viscomte de Sillebeke 379 g 3 st voor een lening die Joos Meert en zijn vrouw op 5 januari 1669 hadden aangegaan. De rente bedroeg 18 g 15 st en was  de voorbije 4 vier jaar niet betaald. 

– Aan de broederschap en de confrerie van het H. Sacrament in de parochiekerk van Sint- Niklaas te Brussel de som van 612 g 10 st voor een lening met een rente van 25 g die zijn vader Jan De Witte bij diens ouders had aangegaan op 25 februari 1645. De akte was verleden door notaris Arnoult De Witte.

– 75 g aan Joanna van Sinnicq, begijntje te Brusse,l voor een erfelijke rente van 18 g 15 st  waarvan de laatste 4 jaar de rente niet werd betaald.

– Aan de weduwe van wijlen Jaecques de Dongelberghe, visverkoper 12 g.

– Gillis betaalde nog 587 g 9 st voor niet gespecificeerde leningen en renten.

– Aan notaris De Smeth 85 g 7 ½ st.

Totaal van de betalingen: 1751 g  9 ½ st. Deze som moet verminderd worden met het bedrag dat pastoor Van Lint voor de Pelinkvijver betaalde.

– Een erfelijke rente van 50 g van een lening van 800 g. De akte van de lening werd verleden door de schepenbank van Affligem op 31 augustus 1665. Vijf jaar achterstallige rente met een korting van 33 g 8 st, blijft: 216 g  10 ½ st..

– Nog een erfelijke rente van 12 g 10 st van een lening van 200 g. De akte  werd verleden door de schepenen van Affligem eveneens op 31 augustus 1665. De rente werd al 9 jaar niet meer betaald, bleef te vergoeden: 112 g.

– Een derde erfelijke rente van 28 g 2 ½ st. De akte van de lening van 450 g dateert van 31 augustus 1665. De rente was al 8 jaar niet meer betaald, bleef over 225 g.

– Een andere erfelijke rente van 31 g 5 st van een lening van 500 g van 23 februari 1665. De achterstallige rente bedraagt 218 g 15 st.

– Gillis De Witte betaalde voor de goedenisse ende constitutiebrieve van die lening 9 g 6 st. – – Catharina Van Eeckhout ging zelf een lening aan van 450 g met een erfelijke rente van 28 g 2 ½ st. De akte van de lening opgesteld door de wethouders van Brussel op 15 december 1668 en werd belast met een onderpand op 5 d en 10 r land gelegen op het  Trommelvelt. De rente was al 4 jaar verlopen, het achterstal bedroeg 112 g 10 st.

– Een andere rente van 12 g 10 st komt van een lening van 200 g die Catharina aanging op van 16 april 1665. Noataris David De Smeth stelde de akte op. De achterstallige rente bedroeg 87 g  10 st.

Totaal van de schulden: 3582 g  2 ½ st.

– De kosten van de begrafenis: 831 g 12  1/2 st.

– Nog te betalen aan de timmerman en anderen: 167 g 6 ½ st..

 Totaal van alle schulden: 9154 g 0 St.

Gillis had nog met een ander probleem te kampen. Zijn schoonbroer Lucas Geerstman en zijn vrouw Maria hadden op 16 januari 1665 bij hem een lening van 120 g aangegaan met een jaarlijkse rente van 7 g 10 st. Als pand stelden ze hun eigen goederen voor en de toekomstige erfenis van Maria’s ouders, Jan De Witte en Catharina Van den Eeckhout, en van zijn eigen ouders Joos en Geertrui Van Langenhove. Maar Lucas maakte die belofte van de waarborg niet waar en Gillis trok naar de schepenbank met de vraag Lucas te verplichten om effectief voor de nodige waarborg te zorgen of om de lening, vermeerderd met de onbetaalde renten, terug te geven. Op 10 april 1674 veroordeelden de schepenen Lucas tot de verplichte waarborg of de teruggave van de lening en tot de betaling van de helft van de gerechtskosten. Maar er gebeurde niets en op 11 maart 1681 werd Lucas nog eens veroordeeld.

Lucas Geerstman, was een zoon van Judocus uit Meldert en Gertrudis Van Langenhove uit Baardegem. Zijn naam vonden we niet terug in de geboorteregisters van Baardegem, Meldert of Essene. Hij trouwde op 26 mei 1646 met Anna Van Vaerenbergh uit Essene. Anna overleed voor 1647 en Lucas  hertrouwde op dinsdag 15 oktober 1647 in Essene met Maria De Witte, Zij is gedoopt op maandag 20 november 1628 in Essene. Kinderen van Lucas en Maria in Essene gedoopt:

1- Catharina, gedoopt op maandag 16 november 1648

2- Adriana, gedoopt op woensdag 29 november 1651

3- Joanna, gedoopt op maandag 1 oktober 1657

4- Anna, gedoopt op maandag 8 augustus 1667.

Verkoop van de goederen van Jan De Witte en Catharina Van den Eeckhout.

Gesteund door zijn broers Jan en Franchois verkocht Gillis de goederen. Een eerste deel werd te Brussel verkocht. De eerste zitdag werd gehouden met de heere op des amptmans camere gestaen binnen deser stadt Brussel op vrijdag 26 februari 1672  Er werd niet geboden. De tweede zitdag op vrijdag 11 maart verliep zoals de eerste. Op de derde zitdag op 26 maart kwam een bod van  2 600 g. De vierde en laatste  zitdag op 8 april  verliep tumultueus. Er werd voortdurend geboden. Pas na het uitgaan van de vierde kaars werd de koop toegewezen aan David De Smeth die verklaarde dat hij optrad als koper voor een derde persoon. Het ging om 5 percelen.

– Twee d land gelegen op Den Montille palend aan sieur Charles Van Slachmolen, de  huisarmen van Essene, het Rode Klooster en Jan De Witte.

– Een stuk land van 75 r op Den Moortere, palend aan Jan De Maij, de huisarmen van Essene, het Godshuis van Affligem en de voetweg.

– Eén d gelegen op hetzelfde veld, palend aan Affligem, jonker Jan Besar, Guilliam Coppens  de voetweg naar Belle.

– Een huis met schuur, stallen, en andere edifitiën met weiden en dammen, geheten Den Conckel en Het vijvereusel,” groot omtrent 3 b.

– Een andere hofstede met ast, groot ½ b, palend aan de goeden van (onleesbaar), de kerklochting en de straat.

– Een andere lochting gelegen de woning, groot omtrent 1 ½ d, De Quaijbruggen Lochtinck genoemd, palend aan Jan De Witte en de straat.

– 5 d 10 r land met de vruchten erop, palend aan Het Ruijnincxveldeken, de straat, Steenland, de erfgenamen van Hendrick Wellens, het  Godshuis van Affligem en de erfgenamen van Franchois Wambacq.

Het was Gillis die de 5 percelen kocht, in het totaal 5 b 3 d 9 ½ r  voor 3 275 g. Hij diende echter nog de cijns, meestal met achterstel, te betalen. Aan de abdij 168 g 15 st, aan een heer Norderwijck voor Het Vijvereusel 49 g 10 st, aan de heer van Asse voor De Quadebruggen 13 g 15st. De verkoop bracht uiteindelijk 2 994 g 13 ½ st op.

Een tweede verkoop had te Essene plaats. De eerste zitdag werd gehouden op 5 april 1672 in aanwezigheid van vorster Hendrick Van Innichoven en de schepenen Joos Van Ginderachter, Guilliam ’t Kint, Gillis Breem, Merten Robijns en Nicolaes Meert. De tweede zitdag had plaats op 20 april 1672 ten overstaan van vorster Hendrick Van Innichoven en de schepenen Jan Van Der Slachmolen en Merten Robijns. De derde zitdag volgde op 2 mei 1672 met vorster Carel Steppe en de schepenen Jan Van Der Slachmolen en Nicolaes Meert. Waren ook aanwezig meester Gillis De Witte, Jan en Franchois De Witte, Joos Meert, man van Anna De Witte en meester David De Smeth. De vierde en laatste zitdag op 17 mei 1672 met de drossaard Crabeels en de schepenen Joos Van Ginderachter, Jan Van Der Slachmolen, Gillis Breem, Peeter Mortgat en Nicolaes Meert ten overstaan van meester Gillis De Witte, Jan en Franchois De Witte en meester David De Smeth als verkopers en griffier Van Mulders. De verkoop omvatte:

1. Een perceel gelegen op Den Moirte”, groot 80 r, palend aan Franchois Van Varenberghe,  de erfgenamen Wellens, mijnheer Besar en Adriaen Van Den Wijngaert, met een cijns aan de abdij, voor 80 g. Koper: Gillis De Witte.

2. Eén d gelegen op Den Foost, palend aan de straat, Joos Meert, Gillis De Ridder en de huisarmen van Essene;  met een grondcijns aan de abdij. Koper meester Michiel Wambacq voor 78 g.

3. Een stuk land op hetzelfde veld, groot 68 r, palend aan de erfgenamen Dondelbergh, Het Heijcken, mijnheer Besar, en meester Michiel Wambacq, met cijns aan de abdij,. Koper:  meester Michiel Wambacq voor 70 g.

4. Een stuk land, 1 d 32 r, gelegen op hetzelfde veld, palend aan Het Heijcken, het Godshuis van Affligem, Michiel Wambacq  en de erfgenamen Dondelbergh, met cijns aan Godshuis. Koper: meester Michiel Wambacq voor 120 g.

5. Een perceel van 1 d 27 r, gelegen op het  Rommelvelt, palend aan de erfgenamen Geeraert Camerman, Jan De Meij en Peter Van Langenhove, met cijns aan het Godshuis. Koper: meester Gillis De Witte voor 120 g.

6. Een half bunder gelegen op Den Montille, palend aan de straat, mijnheer Besar en Adriaen De Ridder, met dezelfde grondcijns aan ’t Godshuis. Koper: meester Michiel Wambacq voor 210 g

7. Een land, groot 3 d 50 r, gelegen op Het Gulden Bunder,  palend aan mijnheer Besar en de erfgenamen Bertel De Hertoge. Koper: meester Michiel Wambacq voor 460 g.

8. Eén d gelegen op hetzelfde veld, palend aan de erfgenamen Lucas Wambacq, mijnheer Besar, de erfgenamen Hendrick Wellens en Jan Coppens. Koper: meester Michiel Wambacq voor 110 g.

9. Een veld, groot 1 d en 80 r, gelegen in Teralfene, palend aan de erfgenamen Geeraert Eeckhout, Guilliam Gijsens en de abdij Affligem. Koper: meester Gillis De Witte voor 100 g.

10. Een perceel van 1 d 80 r, liggend rondom sijne heijmen in Sint- Kathelijne- Lombeek,  genoemd Den Esschene Winckel,  zonder de ast, palend aan de erfgenamen Andries Timmermans, Martinus Wambacq, de straat en Mertten Van Blijenbergh. Koper: meester Gillis De Witte voor 160 g.

11. Een stuk land, groot 2 b 1 d 19 r, gelegen op Den Esschene Elsch, palend aan de erfgenamen Franchois Van Hemelrijcx, Franchois De Bailliuw, Jaspar Camermans en  Michiel Cornelis, met grondcijns aan de abdij. Is nog in huur bij Adriaen Van Varenbergh  tot Sint-Andriesmis 1674. Daarvan zal de koper genieten 40 g per jaar. Koper: meester Gillis De Witte voor  850 g.

De verkoop van de Pelinkvijver.

De verkoop van Den Peerlinck Vijver bestond uit een weide, een elsbroek en de vijver, groot omtrent 10 d, palend aan De Montil, mijnheer Steenlant, Den Boonhof en de weduwe Gillis De Ridder. Het was deels een leenroerig goed onder het leenhof van de  heerlijkheid tot Asse en deels van de Souvereijnen Leenhove van Brabant[2]. De koper kon in het bezit van het goed komen met Kerstmis 1672. De huur die met Kerstmis werd betaald was nog voor de verkopers zoals dat ook het geval was met de vis van de vijvers. De eerste zitdag werd gehouden op 11 oktober 1672 ten overstaan van de drossaard Crabeels en de schepenen Guilliam ’t Kint, Jan Van Der Slachmolen, Peeter Moortgat, Steven Van Mulders, Michiel Cornelis, en Peter De Meersman. De tweede zitdag volgde op 25 oktober 1672 met  de vorster die de drossaard verving en de schepenen meester Guilliam ’t Kint, Jan Van Der Slachmolen, Peeter De Meersman en Michiel Cornelis. De derde en laatste zitdag viel op 8 november 1672. Waren aanwezig: vorster Hendrick Van Innichoven, de schepenen Guilliam ’t Kint, Michiel Cornelis, en Hendrick Van Onchem. Voor de verkopers tekenden meester Gillis De Witte, Jan en Franchois De Witte en Anna De Witte, de vrouw van Joos Meert. De koper was meester Gillis De Witte voor 1455 – 0 – 0.

Op  22 december 1672 boden Gillis De Witte en Mattheus Van Lint zich bij de griffie van het markizaat en de  vrijheid van het Land van Asse aan. Gillis verklaarde dat hij de koop van De Perelinck Vijvers had gedaan voor Matheus Van Lint, pastoor van de parochie van Essene die de koop aanvaardde. Op 5 januari 1673 gaven Gillis, Franchois en Jan als vertegenwoordigers van alle erfgenamen, hun advocaat David De Smet de opdracht om de verkoop te laten registreren door de Souvereijnen Leenhove van Brabant ende voor stadthouderen ende leenmannen van den leenhove van Assche samen met pastoor Mattheus Van Lint. De verkopen brachten de som op van 2709 g 7 ½ st. Maar notaris David De Smeth had 2794 g 15 st uitgegeven waardoor er een tekort was van 85 g 7 ½ st.

Op 6 januari 1673 schreef Gillis aan pastoor Van Lint[3] dat de verkoop van de Pelinkvijver volledig geregeld was en hij verzocht hem om de koopsom te betalen omdat hij het geld nodig had om de schulden van zijn ouders te betalen. Op 10 januari volgde een tweede brief. Had Van Lint vernomen dat sommige leden van de familie verzet boden tegen de verkoop van de Pelinkvijver? Gillis verzekert hem dat er van enig verzet geen sprake meer is.

Maar dat was duidelijk gelogen. Op 20 januari 1673 liet Joanna Maria, dochter van Arnoldus (Arnoult) en Joanna Maria Buvet (ook Binnet) bij notaris David De Smeth registreren dat zij afzag van haar erfenis van haar grootouders Jan De Witte en Catharina Van den Eeckhout. Zij werd gevolgd door haar broer Engelbertus, griffier van de heerlijkheden Kraainem, St.-Lambrechts- en St.-Pieters-Woluwe. Hij liet bij dezelfde notaris nog registreren dat hij afzag van zijn recht op de Peelinckvijvers. Gillis, die het geld zo snel mogelijk in handen wil hebben, reageerde op die tegenslag met een reeks brieven aan de pastoor. Diens antwoorden ontbreken in het dossier:

9 februari. Gillis wijst Van Lint erop dat, als hij voor 21 februari het resterend bedrag van de koopsom niet heeft voldaan, hij de rente waarmee het goed is belast, moet betalen. Hij verzoekt hem om, als iemand komt vragen of hij alles al heeft betaald, daarop positief te antwoorden.

18 februari. Gillis antwoordt op een brief van de pastoor die nog eenich achterdenken heeft over de verkoop. Mijn broers en ik, schrijft Gillis, hebben als afgevaardigden van de familie notaris De Smeth de opdracht tot de verkoop gegeven en dat volstond. Hij geeft zelfs zijn goederen in Essene gelegen als waarborg en hij nodigt de pastoor uit om met Pasen aanwezig te zijn als hij de schuldeisers vergoedt. Dan kan hij vaststellen dat er van al het geld niets aan hem toekomt. Gillis drukt ook zijn verwondering uit over het feit dat niemand van de paters hem over deze kwestie kwam spreken. Behoorde Van Lint tot een of andere orde?

-7 april. Een antwoord op de brief van Van Lint van 28 maart waarin hij liet verstaan Gillis niet te vertrouwen. Gillis bevestigt zijn voornemen om al zijn goederen in Essene gelegen als waarborg te geven en voegde er nog aan toe dat de lieden van het leenhof van Brabant eerdaags zullen komen en dat de vele kosten hiervan voor de pastoor zijn.

– 14 april. Gillis is verontwaardigd omdat Van Lint geen antwoorden geeft. Hij nodigt hem uit om de volgende maandag samen met hem voor de schepenen van de abdij te verschijnen om de waarborg te regelen zodat er een einde kan komen aan hun affaire.

– 2 mei. Gillis wil nog dezelfde week zijn geld en wijst er nog eens op dat de lieden van het leenhof van Brabant zullen komen wat grote onkosten meebrengt.

Op 2 juni liet Catharina Geerstman, dochter van Lucas en van wijlen Marie De Witte, notaris David De Smeth weten dat ook zij afzag van de erfenis van haar grootouders. Op 27 juni deed meesterEngelbert De Witte, griffier van de heerlijkheden van Kraainem,, Sint- Lambrechts- en Sint- Pieters-Woluwe, zoon van wijlen meester Arnoult De Witte en Johanna Maria Buvet, dezelfde aangifte.

In de clinch met pastoor Van Lint.

Gillis reageerde met een schrijven van 4 juli 1673 aan de wethouders van het markizaat en de vrijheid van Asse. Het sterfhuis van zijn ouders, Jan en Catharina, is belast met veel schulden en daarom heeft hij hun goederen, met toestemming van de wethouders verkocht. Een tweede reden was om de wezen van zijn zus Maria De Witte, getrouwd met Lucas Geerstman, te helpen. Het betrof Den Peerlinckvijvers, groot 10 d. De koper was Mattheus Van Lint, pastoor van Essene. Maar Joos Meert, man van zijn zus Anna, verzette zich tegen de verkoop omdat er meer schulden waren dan de verkoop kon opbrengen. Om dezelfde reden had ook Lucas Geerstman zich tegen de verkoop verzet, hoewel hij eerst akkoord ging. Zijn dochter Catharina Geerstman volhardde na de dood van haar vader in het verzet. Gillis verzocht daarom de schepenen om hem de procuratie te geven om de erfenis voort af te handelen. Enkele dagen later diende hij een klacht in tegen de pastoor omdat hij nog 700 g van de koopsom moest betalen.

In een uitgebreid verweer erkende Van Lint de aankoop van de Pelinkvijver. Bij die aankoop was bepaald dat de verkoper en de koper elkaar binnen de 14 dagen moesten voldoen. Gillis moest hem de vereiste akte bezorgen en hij zou betalen. Maar Gillis kon hem die akte niet bezorgen en hij betaalde slechts een deel van de koopsom. Hij twijfelt  eraan of Gillis wel het recht had om het goed te verkopen. Zo was Catharina, de dochter van Lucas Geerstman en  Maria De Witte, nog geen 28 maar slechts 25 jaar en dan mocht er niets van haar erfenis  worden verkocht zonder 4 getuigen en dat is niet gebeurd. Bovendien bleven de vrouw van zijn broer Franchois en de meid van zijn broer Jan gras maaien op de Pelinkvijver zodat het goed zich niet meer in de originele toestand bevond.

In een replycke van 168 artikels herhaalde Gillis al zijn argumenten en weerlegde hij alle opmerkingen van Van Lint. De kern van zijn betoog was dat hij wel degelijk de procuratie had om de goedenisse van zijn ouders te doen en als Van Lint de volle koopsom betaalt, dan zal hij ook de wettelijke documenten krijgen.

De weerstand van de familie tegen het optreden van Gillis in de erfenis breidde uit. Op 5 augustus ondertekenden Joos Meert en Anna De Witte een document waarin ze stelden dat ze nooit aan Gillis de opdracht hadden gegeven om hun part in de erfenis van de Pelinkvijver en het daaraan gelegen leenroerig goed van het leenhof van Brabant en van  heer tot Asse te verkopen. Zij verzetten zich tegen die verkoop en hadden er de voorkeur aan gegeven dat er andere goeden van hun ouders werden verkocht om de schulden te betalen. Zij ontkennen dat de pastoor van Essene hen zou hebben aangezet om enige bomen of ander hout op de Peirlinck Vijvers of de dammen te kappen. Ze deden dat uit eigen wil om met de  opbrengst de weduwe de la Mars, die was opgelicht door hun ouders, te betalen. Ook om hen uit de nood te helpen want anders moesten ze leven van de tafel van de H. Geest tot groot schandaal van de familie. 

In zijn schrijven van 29 augustus stelt Gillis dat Van Lint een leugenaar is. Hij wil dat de pastoor een verklaring ondertekent dat hij te goeder trouw handelt en dat hij onder eed ontkent dat hij familieleden heeft aangezet om op het verkochte goed bomen te kappen of gras te maaien.

Het laatste document dateert van 5 oktober 1673. Van Lint bevestigt daarin zijn goede trouw en ontkent dat hij heeft aangezet om de bomen te kappen of het gras te maaien. Hij kondigt  aan dat hij zijn aankoop aan anderen wil overlaten op voorwaarde dat hij zijn geld met intrest terug krijgt.

Epiloog.

Op 8 juni 1739 werden de Pelinkvijvers opnieuw afgepaald in aanwezigheid van Joannes Emmanuel Loovens, hoofddrossaard van het Land en Markizaat van Asse, Petrus Van Den Bossche, Gillis Meert, en Joannes Baptista Lahoese, schepenen. Het document was ondertekend door Petrus Van Den Bossche, Gillis Meert, en Joannes Baptista Lahoese. De afpaling gebeurde op verzoek van de paters Live Vrouwenbroeders van het clooster Ter Muijlen. Er werden een aantal houten en stenen palen geplaatst op de scheiding met andere eigenaars:

– Op de scheiding met het goed van N. Van Steenlant. Als de beek die langs de berm op het goed van Van Steenlant loopt, wordt geruimd dan moet de aarde op het goed van Van Steenlant worden gestort. Van Steenlant merkte op dat de paters teveel van zijn grond innamen. Hun bomen moeten binnen het jaar worden verwijderd.


[1] B. VERMOESEN, Een rijke geschiedenis, in: De kracht van water de Bellemolen, 2020, 16.

[2] Een leenhof was bevoegd voor de registratie van transacties en de regeling van conflicten over ‘leengoederen’. Het ging dan meestal om onroerend goed (gronden, kastelen), maar ook om rechten die tot inkomsten konden leiden, zoals tollen, jacht- en visrechten, verplichtingen van jaarlijkse leveringen… Die leengoederen waren in het feodale systeem in de loop der eeuwen ‘in leen gegeven’ door een ‘leenheer’ (meestal de vorst) aan ‘leenmannen’. Een leenman was wel de eigenaar van het leengoed en kon het verkopen of doorgeven aan zijn erfgenamen, maar bij die transacties moest de nieuwe leenman een belasting betalen aan de leenheer (in dit geval de vorst), en ‘leenhulde’ doen. Traditioneel ging dit gepaard met een ceremonie waarin de leenman blootshoofds zijn handen in die van de leenheer legde en een eed van trouw aflegde. Maar zeker vanaf het midden van de 18e eeuw was dit voornamelijk een administratieve handeling. In een leenhof werden die transacties en leenhulden geregistreerd.  Het Leenhof van Brabant was tijdens het ancien regime het hoogste ‘registratiekantoor’ en de hoogste rechtbank van het hertogdom Brabant en de Landen van Overmaas voor zogenaamde ‘leengoederen’. Het Leenhof was ook bevoegd voor rechtszaken over deze leengoederen (ook al gebeurde dit in de loop van de 17e en 18e eeuw steeds vaker door de Raad van Brabant). Het Leenhof was tevens een beroepsrechtbank voor alle lagere leenhoven in het hertogdom Brabant. Bron:Wikipedia.

[3] Mattheus Van Lint was al pastoor te Essene in 1641. In een van zijn brieven spreekt Gillis hem aan als “Eerwaarde Pater”.

Het verhaal van “De Valk”.

De naam van de hoeve De Valck is nauw verbonden met de familie Schoon die de hofstede ruim twee eeuwen bewoonde. Ze bevindt zich in de Langestraat nr. 207 te Hekelgem. Aan de straatkant is er niets meer van de oude geschiedenis te zien want die gevel vernieuwd. Aan de achterkant evenwel zijn er nog gevels opgetrokken met oude Spaanse baksteen en oude, met zandsteen omlijste vensters waarvan sommige zijn dichtgemetseld (zie foto). In het huis bevinden zich nog twee gewelfde kelders, in een ervan is een waterput. In het begin van de jaren 50 van vorige eeuw waren er nog drie oude Vlaamse schouwen in zandsteen en een brede statige trap met een mooie leuning. Dr. Jozef Wijns, toen conservator van Bokrijk, kocht er twee schouwen. Hij vertelt daarover in zijn boek “Het verhaal van ons huis”.

Achtergevel van De Valck. Foto Edmond Schoon.

Toen Jozef Wijns eens met dom Reinerius Podevijn van de abdij op stap was, trok een voorname woning in de Dorpsstraat (nu Langestraat) zijn aandacht. De ankers van de gevel boven de poort vormden het jaartal 1650. Nieuwsgierig als hij was, opende hij de poort en zag er naast het voeder voor de koeien dikke eiken prachtig gedraaide trapbaluster liggen. Hij vermoedde dat er nog meer prachtige dingen te vinden waren en liet dom Reinerius de inwoners beloven niets weg te doen tot zijn terugkomst. Daar het hele binnenhuis was uitgebroken en vernieuwd, kwam dr. Wijns nog meerdere keren terug. Hij kon er vier balusters, koper, tin, moortjes, een mortier en nog wat klein gerief en vooral twee witstenen schouwen kopen. De schouwen plaatste hij in een kamer en de keuken van zijn nieuw huis. Dr. Wijns bestempelde ze als “voorname” stukken waaraan ooit de schepenen van de abdij en misschien ook de abt als bezoekers hebben plaats genomen.

Over de geschiedenis van deze merkwaardige hoeve en haar bewoners gaat deze bijdrage.

Een later schrijven van Dr. Weijns als dank.

Jan Van Nuffel.

De oudste vermelding van De Valk vinden we in een akte van 27 juli 1679. Jan Van Nuffel, de rentmeester van de abdij, kocht toen voor 1 500 g een gemetst huijs ende hoffstede mette mauterije, schuren, stallen, ast en andere edificiën daerop staende, soo ende gelijck ’t selve gestaen ende gelegen is onder de prochie van Hekelgem bij het clooster van Affligem mitsgaders den meersch daeraen gelegen ende tot dijen den hoplochtinck achter insgelijck gelegen, tsamen groot een bunder twee dachwanden LXIX roeden (2 ha 10 a 32 ca), palende voor tegen tsheeren straete, ter tweedere sijn selffs goet ende d’ erffgenaemen Lemmens, ter derdere Guilliam Cornelis ende Jan Verhoeven, ter vierdere in twee sijden Affligem goet, ter vijffdere Lucas Crick ende de weduwe Janssens, alleenlijck belast metten heerlijcken grontchijns daerop uijtgaende aen den Godtshuijse van Affligem ende eenen pot wijn aen de kercke van Hekelgem.

De verkopers waren de kanunniken van de O.-L.-Vrouwkathedraal te Antwerpen: Carolus Joannes De Sourneau, aartsdiaken; Pauwels Van Halmale, aartspriester en officiaal; Carolus Comperus en Anthonius Hoeffslach. Zij waren de provisors van een fundatie voor 12 arme priesters en het geld van de verkoop, 1500 g, was bestemd voor het onderhoud van die priesters. Drie jaar eerder had Ambrosius Capello (1597 – 1676), bisschop van Antwerpen, op 24 maart 1675 die fundatie gesticht. De stichtingsakte werd verleden door notaris Guilielmo De Hase. Volgens de Affligemse schepenen Adriaan Van Nuffel en Jan De Witte was de hofstede door haar goede ligging en deuchtsaemheijt 7 000 g waard. Jan Van Nuffel betaalde voor de hofstede die bekend werd onder de naam “De Valck”. De eerste 6 opeenvolgende jaren moest hij jaarlijks 93 g 15 st betalen en daarna 52 g 10 st wat overeenkwam met een rente van 3,5%. Wanneer de rente uiterlijk 2 maanden na de betaaldag niet was vereffend, konden de provisors comen ende slaen handt aen de voorschreven panden.

Jan Van Nuffel was een zoon van Adriaan en Jacoba Robijns. Adriaan was afkomstig van Wieze en werd bos- en rentmeester en ook schepen van de abdij. Hij trouwde met Jacoba op 31 oktober 1625 in de Sint-Kathelijnekerk te Brussel. Zij hadden vier kinderen te Hekelgem gedoopt[1]:

1 Franciscus, gedoopt op 12 augustus 1630. Hij trad in 1652 te Affligem in 1652 en kreeg als kloosternaam Vedastus. In 1659 werd hij priester gewijd. Dom Vedastus was een briljant latinist en bracht het tot prior, novicemeester en proost. Te Brussel kopieerde hij de charters van de abdij die in het aartsbisschoppelijk paleis werden bewaard.

2 Joannes, gedoopt op 18 maart 1633. Joannes werd zoals zijn vader bosmeester. Hij was ook griffier, stadhouder en ontvanger van het leenhof en ontvanger van het kwartier Mechelen. Hij trouwde met Ursula Van Aken en woonde eerst op het dorp te Meldert. Na zijn dood ontdekte men een tekort op zijn rekeningen en de abdij sloeg zijn goederen aan. Was dat een gevolg van de aankoop van De Valck?

3 Martinus, gedoopt op 21 januari 1635. Hij legde op 5 mei 1658 de geloften af in de cisterciënzerabdij Sint-Bernard-aan-de- Schelde.

4 Judocus trouwde te Hekelgem op 18 november 1675 met Catharina Robijns, geboren te Meldert op 21 juni 1646. Het gezin woonde te Meldert. Judocus overleed op 8 februari 1763 en werd in de kerk van Meldert begraven.

Jacobus De Witte.

Jacobus De Witte, griffier van de abdij, verwierf De Valck op 17 februari 1708. Eigenlijk kocht zijn schoonvader, Michiel Clauwaert, die de hoogsten en lesten verdierdere metten vuijtganck van de berrerder keersse is gebleven, de volledige hofstede voor zijn schoonzoon Jacobus en zijn dochter Joanna Maria. De Affligemse meier Guilliam De Baetselier stelde de akte op in aanwezigheid van de schepenen Peter Van Langenhove en Andries De Witte. De grondcijns bedroeg toen 5 g 5 st ½ mijt, 26 ½ hennen en een kapoen voor de abdij en een pot wijn voor de Kerk van Hekelgem. Na het overlijden van Jacobus werd op 3 november 1751 de inventaris van het sterfhuis opgemaakt. De Valck werd dan als volgt beschreven: sekere hofstede mette steenen huijse, mouterije met de weijde, hof, bogaert ende block, groot int geheel 6 dagwanden 69 roeden, vercreghen bij decrete tegens de proviseurs der fondatie van Capello volgens brieve gepasseert voor schepenen van Afflighem in dathe 17de september 1708.

Jacobus trouwde te Hekelgem op 19 januari 1707 met Joanna Maria Clauwaert, dochter van Michiel en Anna Buggenhout. Voor dat huwelijk kreeg het paar dispensatie wegens bloedverwantschap in de vierde graad. Jacobus overleed in De Valck op 8 mei 1750 en zijn vrouw op 31 december 1751. Ze kregen 9 kinderen, te Hekelgem gedoopt:

1 Adriana, gedoopt op 22 oktober 1707, religieuze in Ten Rozen.

2 Joannes Baptist, gedoopt op 11 oktober 1708. Zijn dooppeter was zijn oom E.H. Jan De Witte. Hij overleed te Hekelgem op 20 november 1785. Hij trouwde met Theresia Meert  te Hekelgem op 20 mei 1747. Hij volgde zijn vader op als griffier van Affligem. Hun zoon Benedictus Emmanuel werd de laatste griffier van de abdij. Het is in zijn huis, ’t Griffiershof, dat de laatste proost Beda Regaus onderdak vond na de verdrijving van de monniken door de Franse overheid.

3 Jacobus, gedoopt op 26 augustus 1710.

4 Anna Maria, gedoopt op 4 juni 1712, trouwde met Martinus Van Vaerenbergh.

5 Benedictus, gedoopt op 21 maart 1714, zijn dooppeter was dom Odo De Craecker, proost van de abdij en zijn doopmeter domna Gertrudis Vinck, abdis. Hij werd priester gewijd ca 1739. Onderpastoor te Asse tot 30 juli 1787.

6 Joanna Petronella, gedoopt op 8 maart 1716, trouwde te Hekelgem op 23 oktober 1751 met Petrus Emmanuel Schoon. Voor de trouw verkreeg het paar dispensatie voor de drie roepen. Pastoor De Cuyper deed de huwelijksviering in de kapel van het Magdalenaklooster te Brussel. Joanna overleed te Hekelgem op 19 november 1787, Petrus op 22 augustus 1778. Hun zoon Benedictus trouwde met Van Lierde Anna Francisca.

7 Bernardus Hiëronymus, gedoopt op 26 januari 1718 door dom Hiëronymus De Wolf, syndicus van de abdij.

8 Maria Theresia, gedoopt op 2 mei 1719.

9 Anna Catharina, gedoopt op 19 augustus 1723.

Jacobus was een welvarend man. Hij kon zijn bezittingen aan onroerende goederen, landbouwgrond, bos, hopveld en 2 hofsteden uitbreiden tot ca 11 ha. Hij stond voor een bedrag van 4 092 gulden leningen toe aan 14 verschillende personen. De lange lijst van de verkoop van zijn roerende goederen op 19 januari 1752 toont ook zijn welstand. Opvallend daarin een staande horloge, 12 Spaanse lederen stoelen en twee schilderijen. Zijn volledige eigendom was een slordige 32 000 gulden waard, of 800 maal het gemiddelde jaarloon van een knecht van de abdij.

Als een van de weinige paardenboeren te Hekelgem, hij had twee paarden, voerde hij bepaalde taken in opdracht van de gemeente uit. Zo leverde hij hooi aan de geallieerden te Vilvoorde in 1745 en ontving daarvoor 17 g 10 st en nog eens 16 g 13 st voor wagen- vrachten, levering van brood en pottagie en voor het logement van huzaren.

De grafsteen van Jacobus ligt naast de kerk van Hekelgem, achter het monument. Hetzelfde familiewapen komt voor op een schilderij in het Brussels Museum voor Oude Kunst. Het is een XVde eeuws Brugs retabel met als schenker Jan De Witte.

Petrus Emmanuel Schoon.

Petrus Emmanuel Schoon, gedoopt te Hekelgem op 25 december 1712 trouwde op 23 oktober 1751 met Joanna Petronella De Witte in het Magdalenaklooster te Brussel. Petrus was de zoon van Cornelius en Judoca Pauwels. Joanna Petronella werd te Hekelgem gedoopt op 8 maart 1716 als dochter van Jacobus en Joanna Maria Clauwaert. Petrus overleed te Hekelgem op 22 augustus 1778 en Joanna op 19 november 1787. Zij hadden een zoon: Benedictus, gedoopt op 26 augustus 1752.

Na de verdeling van de nalatenschap van Jacobus De Witte volgde op 17 februari 1752 een ruil van de kavel van Joanna, de vrouw van Petrus Schoon met de kavel van Anna Maria, de vrouw van Martinus Van Vaerenbergh. Daarmee kwam De Valck in het bezit van Petrus en Joanna. De hofstede De Valck omvatte toen:

1 Een stenen huis, schuur, stallen, waterput en edificiën, groot 33 a 32,4 ca, belast met een grondcijns aan de abdij, waarde 5 660 g 19 ¾ st,  bomen en houtwas geschat op 62 g. Er is geen sprake meer van een mouterij.

 2 Een meers van 86 a 14 ca, belast met een grondcijns aan de abdij, met een geschatte waarde van 1429 g 11 ¼ st, bomen en houtwas voor 190 g 14 st.

3 Het Blok, palende aan de straat en de voetweg, 90 a 85 ca, belast met een grondcijns aan de abdij, 860 g 18 st, bomen en houtwas 114 g 2 st.

4 Een hopveld, palend aan de straat en aan voorgaande, belast met een grondcijns aan de abdij, 475 g7 ¼ st, bomen en houtwas 37 g 3 st.

De hele kavel was 8 830 g 15 st 1 o waard.

In 1752 wordt Petrus vermeld als livreiknecht van de proost van de abdij en kreeg daarvoor als vergoeding 45 gulden. Na zijn huwelijk werd hij schepen van de schepenbank van Affligem en bedesetter van Hekelgem, maar die aanstelling ging niet van een leien dakje. Beda Regaus schreef daarover[2]:

Af en toe hebben sommigen staande gehouden dat onze schepenen niet de functie van bedesetter moeten of kunnen op zich nemen; dienaangaande gebeurde in het jaar 1768 dat de officier van Asse, gezonden door de drossaard op 4 februari bij onze proost kwam om hem te vragen of hij er zich tegen zou verzetten indien Petrus Schoon, onze schepen, als bedesetter zou aangesteld worden (hij had de geheime opdracht in geval dat er verzet zou rijzen af te zien van het gevraagde) aan wie de proost antwoordt dat hij er zich tegen zou verzetten daar beide functies niet voldoende met elkaar te verzoenen zijn, maar weinige dagen later komt Petrus Schoon naar de proost die eerst geweigerd had opdat hij erin zou toestemmen, waarin de proost na overweging en na de raad van anderen te hebben ingewonnen toestemde.

Petrus en Joanna boerden goed want op 2 mei 1769 kochten ze een perceel op de Molenkouter, groot 1 d 7 r voor 440 g 6 st. De verkopers waren Anna Maria De Witte, zus van Joanna en haar man Martinus Van Vaerenbergh. Het land was en deel van de erfenis van de ouders, Jacobus De Witte en Joanna Maria Clauwaert. Jan De Witte, de griffier van de abdij stelde, in afwezigheid van meier Hendrik T’Sas de akte op. Louis Van den Bossche en Hendrik Van Zeebroeck tekenden als schepenen.

In 1771 ontving Petrus 10 g 2 st 2 o over sijne gedaene devoiren als bedesetter deser parochie.

Een akte verleden door notaris M. Van Itterbeke op 20 juli 1767 ging over de verkoop van een hofstede met huijse, schuere, stallinghen ende alle andere edificiën, groot een dagwant drijenseventigh roeden geleghen onder prochie van Hekelgem, gemenelijck genoemt Den Valck. Jan Baptist De Smedt kocht die hoeve van Maria Anna Crick. Merkwaardig is dat het niet over de hoeve van Petrus Schoon ging want de hofstede grensde aan de Langestraat en de Nieuwstraat (nu Boekhoutstraat) en dus praktisch rechtover de “oude” Valck lag. Een vergissing? Had de benaming “De Valck” te maken met het beroep van valkenaar, de beambte belast met de zorg over de voor de jacht afgerichte valken?[3] Een weinig waarschijnlijke hypothese. De omliggende bossen waren in het bezit van de abdij en of ze een valkenaar in dienst had en over jachtpartijen met valken is (tot hiertoe) niets geweten. Een andere mogelijke verklaring is dat De Valck een uithangbord was van een herberg. Veel benamingen van uithangborden hadden diernamen zoals De Wolf, De Beer enz. en verwezen naar het aldaar beoefende beroep. Vermits er een mouterij was, kan er ook een herberg geweest zijn. Verhuisde die naar de overkant wanneer de mouterij stopte? De ligging voor een herberg was ideaal. De Langestraat was in de late middeleeuwen en tot de aanleg van de huidige steenweg in 1704 een belangrijkere verbindingsweg tussen Aalst en Brussel dan de oude heerbaan. Er waren niet alleen talrijke passanten er was ook een bonte bedrijvigheid aan de Voorpoort van de abdij, wat verderop gelegen. Op hoogdagen, bij processies, bedevaarten, begrafenissen van monniken, tijdens de broodbedelingen aan de Voorpoort liep er heel wat volk heen en weer.

Benedictus Schoon.

Als enige zoon van Petrus en Joanna De Witte erfde Benedictus de hoeve De Valck. Hij trouwde met Anna Francisca Van Lierde te Hekelgem op 11 juli 1780. Zij was de dochter van de welstellende molenaar Josephus Van Lierde en Joanna Catharina De Kegel en werd te Hekelgem gedoopt op 7 mei 1756. Benedictus overleed op 19 maart 1808 en Anna Francisca op 13 september 1797. In het gezin werden 12 kinderen geboren en te Hekelgem gedoopt:

1- Joanna Maria, gedoopt op 3 mei 1781, trouwde te Hekelgem met Benedictus Vertonghen op 26 oktober 1807, overleden te Hekelgem op 13 april 1831.

2- Benedictus, gedoopt op 20 oktober 1782, overleden op 28 december 1854

3- Joannes Franciscus, gedoopt op 3 januari 1784, zie verder.

4- Joanna Benedicta, gedoopt op 20 oktober 1785, trouwde te Hekelgem op 18 februari 1835 met Joannes Bosmans en overleed te Moorsel op 26 februari 1852.

5- Joannes Baptist, gedoopt op 28 februari 1787, trouwde te Hekelgem 21 november 1850 met Rosalia Cobbaert, geboren te Denderleeuw en overleed te Hekelgem op 31 juli 1856.

6- Petrus Joannes, gedoopt op 7 juni 1788, overleed te Hekelgem op 7 juni 1788.

7- Joannes Hubertus, gedoopt op 3 november 1789, trouwde te Hekelgem op 29 mei 1822 met Judoca Carolina Plas en overleed aldaar  op 13 februari 1863. Hij hielp op de oude molen bij zijn oom Petrus Van Lierde en zijn tante Carolina Plas. Na de dood van Petrus trouwde Joannes met de weduwe Carolina en ze kregen nog twee kinderen: Amelia en Joanna Schoon. In 1835 werd hij tot schepen verkozen.

8- Catharina Jacoba, gedoopt op 8 juli 1791, trouwde te Hekelgem op 13 mei 1818 Joannes Baptist Vanderbeken uit Erwetegem.

9- Maria Francisca, gedoopt op 16 december 1792 en begraven te Hekelgem op 2 juni 1798.

10- Maria Theresia, gedoopt op 19 april 1794, huwde te Hekelgem op 22 april 1817 met Egidius Clauwaert, te Hekelgem begraven op 25 december 1874.

11- Emmanuel, gedoopt op 7 februari 1796 en overleden te Hekelgem op 25 april 1869.

12- Petronella, gedoopt op 27 augustus 1797 en te Hekelgem overleden op 29 augustus 1798.

Benedictus, hoewel een welstellende boer, werd niet door het leven gespaard. Hij was 45 jaar toen zijn vrouw op 41-jarige leeftijd stierf, twee weken na de geboorte van Petronella. Zijn oudste kind was 16 jaar. Toen Benedictus overleed in 1808 op 55-jarige leeftijd liet hij een gezin achter waarvan een dochter was getrouwd, vier kinderen al waren gestorven en nog zeven in het ouderlijk huis verbleven. Wellicht werden de jongste kinderen in de familie opgevangen Joannes Hubertus die bij zoon oom Petrus Van Lierde verbleef.

Uit het gemeentelijk overlijdensregister:

Benedictus geeft de dood van zijn dochter Petronella aan.

Op 26 november 1779 ontving Benedictus 6 gulden van de schepenbank van Hekelgem als vergoeding voor een transport van drie dagen met twee paarden naar Genappe met de bagagie van hare majesteijts trouppen in de maend van juni lestleden”.

In 1780 vinden we zijn naam terug in een onderzoek van de bedesetters voor het aanstellen van een “rontgast” voor de bewaking van de gewassen te Hekelgem. Hij had toen Hendrik Wambacq als knecht.

 In het Zettingboek van de 20ste penning te Hekelgem van 24 december 1783 werd Hij belast op 8 b 61 r land (10 ha 21 a 81 ca) en betaalde hiervoor 32 g 1st 2 o.

In het register van 1796 van de Franse administratie pachtte hij van de abdij 5 ha 64 a land, het Asserenbos met een oppervlakte van 23 ha 81 a 42 ca en de Cambergvijver die hij waarschijnlijk niet als visvijver gebruikte, maar na de leegloop als natte weide. Het bos pachtte hij voor het onderhout dat in een negenjarige cyclus gehakt werd en verwerkt tot mutsaards voor het stoken van ovens en voor verwarming. Gezien de grootte van het bos zal hij een deel van het onderhout hebben verkocht. De verkoop van de gepachte percelen op 17 januari 1799 te Brussel bracht 2 000 fr. op.

Voor de “Gedwongen Lening” (Emprunt forcée) van de Fransen werd zijn jaarlijks inkomen geschat op 2 650 gulden. Hij werd ingedeeld in rang 12 en diende 900 pond te lenen aan de Franse overheid. Later werd het bedrag teruggebracht tot 600 pond.

Na de uitdrijving van de monniken door de Franse revolutionairen op 11 november 1796 gingen meerdere monniken bij hun schepen Benedictus ontbijten alvorens naar het kasteel Overham te gaan.

Tijdens het neerslaan van  de opstand van baron de Meer aan de abdij op 3 januari 1797 kreeg Pieter Colson, die niet tot de opstandelingen behoorde, een schot in de buik. Hij sleepte zich met veel moeite tot aan De Valck waar hij totaal uitgeput in de schuur neerzonk. Joanna Beneddicta, 12 jaar oud, vond hem daar. Ze meende eerst dat het haar vader was.

Tweemaal ging Benedictus een lening aan. Op 27 oktober 1800 leende hij 400 gulden van Carolus Marckx en Anna Francisca De Troch uit Aalst. Op 28 mei 1796 had hij met zijn vrouw al een lening bij Marckx aangegaan die nu werd afbetaald met een nieuwe lening. Zijn schoonvader Jan Francis Van Lierde, pachter en molder, stelde zich borg. Eenjaar voor zijn dood, op 19 mei 1807, leende hij van Isabelle De Valck, servante te Brussel, 400 gulden. Was dat om het huwelijk van zijn dochter Joanna Maria te bekostigen die op 28 oktober dat jaar zou trouwen? Als pand gaf hij land en bos van 90 a op Het Blok aan de Langestraat gelegen.

Ferrariskaart ca 1770. De Valck is de hofstede in u-vorm aan de Langestraat en rechtover de (huidige) Boekhoutstraat. Achter de gebouwen ligt een groentetuin en rechts een boomgaard. Achter en rechts van De Valck drie vijvers van de abdij.

Joannes Franciscus Schoon.

Na de dood van zijn vader moest Joannes, samen met zijn broer Benedictus de zorg dragen voor de zes andere kinderen en de zaak draaiende houden. Joannes, gedoopt te Hekelgem op 13 januari 1784, overleed er op 10 februari 1869. Hij trouwde een eerste maal te Hekelgem op 24 oktober 1821 met Maria Judoca Schollaert, gedoopt te Welle op 22 december 1785 en overleden te Hekelgem op 12 april 1824. Zij was een dochter van Adrianus en Maria Van der Heyden. Joannes hertrouwde  op 20 oktober 1830 te Hekelgem met Anna Maria Van der Straeten, gedoopt te Essene op 14 februari 1803 en overleden na 1872, dochter van Michael Remigius en Maria Catharina Van Brempt.

Uit het eerste huwelijk werd Maria Joanna te Hekelgem geboren op 14 januari 1823. Zij trouwde te Welle op 25 augustus 1845 met Franciscus Van de Velde.

De kinderen uit het tweede huwelijk te Hekelgem geboren:

1- Joanna Maria, geboren op 28 september 1830 en overleden na 1872.

2- Jan Baptist, geboren 23 oktober 1832, huwde te Hekelgem op 23 april 1872 met Henrica De Wever, geboren te Hekelgem op 11 oktober 1842 en aldaar overleden op 24 september 1876. Zij was de dochter van Jan Baptist en Theresia Verbeiren.

3- Jan Hubert, zie verder.

4- Schoon, levenloze zoon, geboren op 28 augustus 1822.

Het grote landbouwbedrijf van Benedictus werd verkaveld onder de 9 nog levende kinderen van Benedictus. Joannes Franciscus erfde op 24 mei 1818 De Valck. Die hoeve was na de verkaveling nog 33 a 31 ca groot en werd getaxeerd op 2 539 fr. 38 ct., de bomen, houtwas en de mest op 132 fr. 6 ct. Volgens het kadaster van 1833 was hij eigenaar van een huis en land met een oppervlakte van 69 a 30 ca.

Hij was op 1 maart 1813 medestichter van de Koninklijke Harmonie Sinte Cecilia[4]. In juni 1841 verkocht hij een half dagwand gerst aan veldwachter Frans Van Vaerenbergh voor 21 guldens 10 stuivers en een jaar later nog een half dagwand hooi voor 22 guldens[5].

Jan Hubert.

Jan Hubert kocht De Valck op 17 mei 1871, tijdens de tweede openbare verkoopdag in de herberg van Jan Baptist Bellemans. De aankoop omvatte een hofstede met huis, schuur, stallingen en verdere gebouwen, groot 34 a 12 ca, de losbaan ten oosten ervan inbegrepen. De Valck paalde toen noord aan Eugène Reyntjes, oost aan Paulina De Witte, zuid aan de Langestraat of Kloosterstraat en west aan de vrouw van Joannes Baptista Callebaut.

Jan waszoals zijn vader lid van de Koninklijke Harmonie Sinte Cecilia. Maar toen er in 1892 tweedracht ontstond, koos hij voor Petrus Roseleth die de fanfare “De Katholieke Gilde” oprichtte. In 19303 werd hij na de verkiezingen lid van de gemeenteraad.

De Valck op de Poppkaart (ca 1860). De Boekoutstraat ligt niet meer tegenover de hoeve. De gebouwen staan niet meer in u-vorm maar in een vierkant.

Jan Hubert, geboren te Hekelgem op 14 februari 1843 overleed er op 4 april 1930. Hij trouwde te Hekelgem op 30 april 1872 met Catharina Honorina Merckx, geboren te Hekelgem op 30 oktober 1845 en er overleden op 29 mei 1914. Zij was de dochter van Petrus Joannes en Gudula Constantina Vasseur.

Zij kregen 6 kinderen te Hekelgem geboren:

1- Benedictus Robert, geboren op 12 maart en overleden te Hekelgem op 17 februari 1899. Hij was ook lid van de fanfare en van de toneelkring “De Vlaamsche Vrienden”. Daar ze niet over een lokaal beschikten repeteerden ze op een hopkar in De Valck. Na een repetitie begeleidde Robert hun leider Henri Roseleth naar huis. Toen hij via de Boekhoutstraat terugkeerde, werd hij daar aangevallen door een trio van de tegenpartij. Hij overleed een tijd later aan de gevolgen van zijn verwondingen.

2- Johanna Josephina, geboren op 18 augustus 1874 en overleden op 30 december 1964.

3- Theresia, geboren op 25 september 1875 en overleden 17 september 1797.

4- Jan Edmond, zie verder.

5- Jeannete-Emma, geboren op 13 december 1878 en overleden op 6 juli 1953. Jeannette was huishoudster bij de heer D’ Hoe in de Kerkstraat te Hekelgem. Op 22 juni 1953 schreef zij eigenhandig haar testament.

1- Zij wenste een lijkdienst om 10 u. en begraven te worden op de familiegrond van haar ouders met een grafsteen.

2- Kort na haar overlijden moet er een  dienst in de abdijkerk gecelebreerd worden om 9u30 en een gregoriaans dertigste tot lafenis van haar ziel in de abdijkerk.

3- Aan het sterfhuis moet een rouwkapel geplaatst worden en er moeten doodsbrieven worden gedrukt zoals het past bij een lijkdienst van 10 U.

4- Zij schonk aan haar zus Hendrika Frederica, echtgenote van Romain Christiaens, haar huis met andere gebouwen, bebouwde grond, hof, boomgaard en hopgrond, alles gelegen in de Kerkstraat te Hekelgem nr. 30 op conditie van binnen de 6 maanden na haar dood 200 000 fr. te storten in haar nalatenschap.

5- Haar nalatenschap was voor de helft voor haar zus Hendrika en voor de helft voor haar broer Jan Edmond.

Notaris Goossens te Ternat stelde de akte op

6- Amelia, geboren op 28 september 1880 en overleden te Essene op 27 september 1950. Zij trouwde te Hekelgem op 31 augustus 1909 met Henricus Franciscus De Pauw, geboren te Meldert op 13 februari 1886, zoon van August en Francisca Van Nieuwenborgh.

7- Maria Clemencia, geboren op 22 september 1882 en overleden op 17 oktober 1958. Ook Maria stelde een testament op.

1 Zij wou een begrafenis om 10 u. met doodsbrieven en bidprentjes, een dienst om 9 u. in de abdijkerk, 10 jaar lang een gezongen jaargetijde in de kerk van Hekelgem en 5 gezongen missen voor haar broer Robert en haar zus Theresia ook in de kerk van Hekelgem.

2 Zij wou begraven worden op een schone plaats op het kerkhof van Hekelgem. Daarvoor moest grond worden gekocht voor haar en voor “mijne zusters Joanna Dymphna, gewoonlijk genaamd Josephine en voor Maria Severina, gewoonlijk genaamd Severine”.

3 Op het graf wil ze een arduinen grafzerk met haar naam en die van haar zussen.

4 Zij  legateerde aan haar genoemde zussen:

– al haar geld

– het vruchtgebruik van al goederen.

5 Van haar nalatenschap zal de helft naar haar broer Edmond gaan en de andere helft naar haar zus Henriëtte.

8 Henriëtte Frederica, geboren op 13 november 1885 en overleden op 31 oktober 1967. Zij trouwde te Hekelgem met Petrus Romanus Christiaens, geboren te Teralfene op 23 februari 1885 en overleden te Hekelgem op 28 juni 1970.

9 Maria Isabella Severina, geboren op 29 juli 1889 en overleden te Hekelgem op 23 januari 1977.

De drie ongetrouwde dochters, Josephine, Clemence en Severine bleven het huis bewonen. Met de dood van Severine in 1977 eindigt het verhaal van De Valck. De nieuwe eigenaar, tandarts Stassijns liet het huis verbouwen en er bleef alleen nog een woning over. Geen mouterij, herberg of boerderij meer.

De drie zussen Schoon vlnr Henriëtte, Clemence en Severine. Foto  genomen voor WOI.


[1] W. VERLEYEN, Dom Vedastus Van Nuffel (1630 – 1707), Eigen Schoon en De Brabander, 1996, 125 – 127.

[2] B. REGAUS, Directorium Abbatiae Hafflighemensis; R.A. Brussel, 2002, kol. 405. Vertaling van dom Wilfried Verleyen.

[3] F. DE BRABANDERE, Woordenboek van de Familienamen in België en Noord-Frankrijk, Gemeentekrediet, 1993,

[4] E. SCHOON, Een geschiedenis van de familie Schoon, in: Jaarboek Belledaal, 2010, 25; Geschiednis van de Familie Schoon, onuitgegeven artikelenreeks.

[5] B. VERMOESEN, Het cijferboek van Frans Van Vaerenbergh, in: Jaarboek Belledaal, 2005, 81.