In 1780[1] dienden de ‘gegoeijde ende gemeijntenaeren’, de belangrijkste burgers van Asse een klacht in tegen ‘regeerders’ van Asse, namelijk de drossaard Joannes Dominicus Gheude, Joannes Dominicus Josephus Gheude, griffier, Jan Baptiste De Nil en de weduwe van Petrus Van Den Bossche, schepenen van Asse. De drossaard en de schepenen hadden al meerdere jaren de rekeningen van de parochie niet meer ter controle voorgelegd. Nochtans waren ze volgens het plakkaat van 13 september 1687 daartoe verplicht. In 1780 was het voor de vooraanstaanden van Asse duidelijk dat de regeerders zaken in rekening brachten waarop ze geen recht hadden. De belangrijkste burgers hadden tevergeefs verzocht om die rekeningen te kunnen inkijken .en uiteindelijk dienden ze bij de Raad van Brabant een klacht in tegen de drossaard en de schepenen. Het duurde tot 18 mei 1785 voor het Hof besliste dat de vooraanstaanden de rekeningen mochten examineren .en op 4 december kwam het verdict dat de regeerders van Asse alle documenten niet alleen moesten voorleggen, maar ook de onterecht geïnde sommen met intrest moesten terugbetalen. Het bepaalde ook welke vergoeding de drossaard, de griffier en de schepen kregen voor hun ambtelijke taken:
- Voor betalingen van renten en schulden mag de drossaard geen vergoeding aanrekenen.
- Voor het verspreiden van plakkaten en ordonnanties krijgt de drossaard 12 stuivers waarvan hij de vorster en de griffier een deel geeft.
- Geen vergoeding voor het ‘billetteren’ van soldaten tenzij ze met meer dan 25 zijn en voor het opvorderen van karren, wagens en paarden ten dienste van het land. Zijn ze daarmee meer dan een halve dag bezig dan is er een vergoeding van 3 gulden 3 stuivers, d.w.z. 1 gulden 1 stuiver voor de drossaard,de griffier en de schepen.
- Geen vergoeding voor toezicht op straatwerken, het ruimen van poelen en dergelijke.
- Drossaard en griffier mogen niet meer dan 12 stuivers per uur aanrekenen voor ambtelijke opdrachten. Voor opdrachten buiten het Land van Asse 3 gulden 10 stuivers per dag en voor die binnen het Land van Asse 2 gulden 2 stuivers.
- Voor ieder geschreven blad zullen ze 3 stuivers ontvangen.
Op 12 december 1790 besliste de Raad nog dat de drossaard 1 215 gulden moest restitueren aan Asse, de griffier 883 gulden, de schepen De Nil 230 gulden en de weduwe Van den Bossche 70 gulden. De regeerders betaalden 2/3 van de proceskosten, Asse 1/3.

Die gegoeijde ende gemeijntenaeren van Assche geteeckent hebbende de procuratie supplianten – Joannes Dominicus Gheude drossaerd, Joannes Dominicus Josephus Gheude greffier, Jan Baptiste De Nil ende de weduwe van Petrus Van Den Bossche schepenen van het selve Assche rescribenten .
[1] RA Vorst, inventaris van het archief van de Raad van Brabant: Deel 1: Archief van de griffies, toegang I 18 nr. 1098, blz. 32, nr. 18.
