Rechtszaken te Hekelgem in de 19de eeuw.

1825 – Hekelgem, een pv van burgemeester De Doncker[1].

Op 3 oktober 1825 stelde burgemeester Joseph De Doncker een Pro Justitia op over een vechtpartij in zijn gemeente in de herberg van de weduwe Ledegen. Op die zondag deed hij samen met Joannes Bosteels, eerste assessor[2] van de gemeente, sieur Ferdinandus Pernot, marechaussée van de brigade van Asse die gevraagd was als steun voor de politie bij gelegenheid van de kermis en veldwachter Francis André de controle op de sluiting van de herbergen om 10 u. zoals voorzien in het politiereglement. Bij het pv voegde hij volgend schrijven. De spelling hebben wij om de leesbaarheid te vergroten aangepast:

Hekelgem den 3de 8ber 1825.

Wij hebben de eer hier nevens te zenden proces-verbaal van zaken die ons voorgevallen zijn in de executie van onze functie.  Alzo zult u zien. Wij hebben ook de eer te observeren dat de genoemde Judocus De Bailliu een grote bavard en stouterik is waar hij gedurende het dispuut met De Witte en Van Oudenhove 4 à 5 maal is binnen geweest, zonder twijfel met de goede (!) intentie van de marechaussée aan te randen en wat de gemelde De Witte en Van Oudenhove aangaat, deze zijn geheel brutale stouteriken die daarmee aan de kleine volkeren doen geloven dat er geen autoriteit of politie is. Dus verzoeken wij deze zaak ten opzichte van deze drie promptelijk te doen vervolgen opdat het publiek zou zien dat er autoriteit en politie is. Anderszins zou het met deze zeer slecht gaan. Wij kunnen uw en ons misnoegen in deze zaak niet genoeg uitdrukken daar wij nochtans niet anders betrachten dan het gemeen welvaren en rust dewelke zulke slechte personen door hun stoutigheden trachten te beletten.

Wij nemen ook de liberteit uw door dezen te vragen of in ’t toekomende men zulke stouteriken, en om beter te zeggen schobbejakken, met ’t geweld niet mag doen vertrekken opdat men aldus met ons niet zou moeten lachen. Anderszins moet de politie zeer slecht handelen want zulke stouteriken zouden anderen opmaken om benevens hen te zitten zolang zij dat willen en aldus daardoor de autoriteiten willen kooyjongens / vachers / maken. Dus verzoeken wij hierover UE antwoord opdat wij ons daaraan in ’t toekomende zouden kunnen reguleren.

De burgemeester en 1ste assessor der gemeente van Hekelgem.

Het pv van de burgemeester.

Om kwart voor elf kwamen ze aan de herberg van de weduwe Peeter Ledegen. Er waren nog zo’n twaalftal bezoekers. Na enige tijd verzocht hij de aanwezigen hun glas leeg te drinken, te betalen en te vertrekken. Niemand gaf een gevolg aan zijn oproep en de burgemeester had de indruk dat men de politie wou uitlachen door te zeggen dat hij beter zou naar huis gaan. Daarop hebben zij Benedictus Schoon, die bij zijn broer Francis woont, bij de haren gegrepen en heeft Ferdinandus Pernot hem enkele slagen met zijn sabel gegeven. Dan zijn alle klanten naar buiten gesprongen behalve Judocus De Bailliu[3] die bij zijn moeder woont, de weduwe van Jan Baptist De Bailliu. Die verzette zich en werd met geweld naar buiten geduwd waar enkele harde woorden vielen tussen hem en de marechaussée. Ondertussen verzocht Joannes Bosteels Constantinus De Witte[4], een jonge man van 23 à 24 jaar die bij zijn vader de heer Benedictus Emanuel De Witte, olieslager en pachter woont, en pachter Jan Baptist Van Oudenhove[5] de herberg te ontruimen. Zij antwoordden dat ze niet vertrokken en ze gingen zitten. De assessor greep De Witte vast om hem buiten te zetten. Die verdedigde zich Van Oudenhove greep de assessor zodanig vast  dat hij niet weg kon. De burgemeester hoorde het lawaai en liep naar binnen en zag hen vechten. Tegen Van Oudenhove zei hij :”Malheureuzen wat gaet gij doen tegen de politie vegten”. Hij antwoordde al vloekend:  “Het is gelijk, het is eenen schelen, hij moet er aen”, De burgemeester zag dat er niets aan te zeggen was, greep hem bij  de kraag, draaide hem om en met de hulp van anderen werd het gevecht gestopt. Daar ze bleven weigeren het huis te verlaten, verwittigde de burgemeester hen dat ze voor het vechten en de weigering om hun verzoek op te volgen geverbaliseerd zullen worden. Zij antwoordden: “Doet al wat gij kond en wilt, men draegt ons geen politie aen”. Dat belette ons om onze ronde voort te zetten want zodra we zouden vertrekken, zouden de anderen weer binnenkomen en enkelen waren al dronken. Uiteindelijk zijn De Witte en Van Oudenhove rond één uur naar huis gegaan.

Bevel tot aanhouding.

Joannes Declercq rechter ter instructie van het arrondissement Brussel, provincie Zuid-Brabant, gaf aan alle deurwaarders of agenten der openbare macht, mits zich aan de wet te houden, te dagvaarden:

1ste Judocus De Bailliu wonend bij zijn moeder, weduwe De Bailliu.

2de Constantinus De Witte, zoon van Benedictus.

3de Jan Baptist Van Oudenhove, pachter.

Allen inwoners van Hekelgem, voor belediging en mishandeling van de heer burgemeester &a ten einde over het hen ten  laste gelegde gehoord te worden. Verzoeken alle bewaarders der openbare macht om, zulks gevorderd wordende, de sterke hand te lenen ter uitvoering van dit tegenwoordig bevel hetwelk wij getekend en met onzen zegel bekrachtigd hebben.

Gedaan in ons kabinet in het Paleis van Justitie te Brussel de 6de 8ber 1825.

Bezorging van de dagvaarding.

Op 9 oktober 1825 bezorgden drie rijkwachters van de brigade van Asse, Joannes Scheemaker, brigadier, Louis Dirickx en Ferdinand Pernot marechaussées, samen met schepen Vertonghen een afschrift van het bevel van de heer Procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, aldaar zijn woonstede verkiezende, in het parket ten Paleize van Justitie aan Judocus De Bailliu en Jan Baptista Van Oudenhove te Hekelgem Constantinus De Witte was niet thuis, maar zijn vader verzekerde hen dat zijn zoon het bevel zou opvolgen.

Het verhoor.

Op 10 oktober sloot deurwaarder Florentius Josephus Olivier de twee gedaagden op in de gevangenis van Brussel. Ze werden nog dezelfde dag verhoord door rechter Joannes De Clercq bijgestaan door griffier Lebrun. Judocus De Bailliu kwam als eerste aan de beurt. Op de vraag welke reden hij had om de burgemeester en de schepen in de nacht van 2 op 3 oktober 1825 te beledigen en te mishandelen, antwoordde hij dat hij niets kwalijks had gedaan wat getuigen kunnen bevestigen. Hij heeft alleen om een glas bier gevraagd. Het waren De Witte en Van Oudenhove die weigerden weg te gaan. Als de anderen naar buiten gingen, heeft hij dat ook gedaan. Op de opmerking dat het pv vermeldde dat hij een slechterik is, zei hij dat die opmerking niet van hem komt. J. B. Van Oudenhovehield tijdens zijn verhoor staande dat hij niemand beledigde. Het was de schepen die hem wegtrok en hij heeft De Witte tegen gehouden.

Constantiuns De Witte was zich pas gaan aanmelden op 19 oktober. Deurwaarder Jan Hannotien sloot hem op in de gevangenis.

Ruzie voor een kerkstoel[6].

Op Pasen 19 april 1829 wou Joannes Alexis Vereecken het lof bijwonen. Hij was een zoon van Judocus, onderwijzer en broer van hoofdonderwijzer van Hekelgem Joannes Benedictus Vereecken. In de kerk ging hij op de stoel van zijn moeder zitten. Jan Baptist De Schrijver, stoelzetter en herbergier, kwam bij hem en vroeg hem of hij weer thuis woonde. Joannes Alexis bevestigde dat, maar de stoelzetter trok de stoel weg met zo’n geweld dat Joannes Alexis op de vloer viel. Toen De Schrijver met de stoel wou weggaan, eiste Joannes Benedictus die terug, wat De Schrijver weigerde. Hij beet de hoofdonderwijzer toe dat hij hem nog meer  schandaal zou bezorgen want het bleek dat de moeder van de broers al drie jaar niet meer had betaald en hij eiste een onmiddellijke betaling. Dat was niet correct want het geld moet aan de kerkmeesters worden gegeven. De discussie ontstemde de kerkgangers. Na het voorval gingen de twee broers naar de herberg van Jan Baptist waar ze hem allerlei verwijten naar het hoofd slingerden. Die heeft echter geen klacht tegen hen ingediend.

Joannes Benedictus deed dat wel en voegde er een getuigenis van de landbouwers Franciscus Van den Bossche en Everardus De Brandt aan toe. Op 21 april 1829 antwoordde vrederechter J. De Pauw aan de rechter dat er door het voorval slechts weinigen waren gestoord en Joannes Benedictus had het recht de stoel terug te eisen. Zijn broer had dat recht niet want hij was geen inwoner van Hekelgem. Een andere broer van Joannes Benedictus, ook een onderwijzer die niet in Hekelgem woonde, had al eerder zijn moeders stoel bezet en ook hij weigerde stoelgeld te betalen. Het bleek toen dat de moeder al drie jaar niet meer voor de stoel betaalde. Toen hebben de kerkmeesters de stoel in de sacristie gezet, maar kort daarop was hij vermist of gestolen. De Vereeckens brachten hem naar de kerk terug zonder te betalen. Volgens vrederechter De Witte van Hekelgem wou de stoelzetter allen dat er correct werd betaald.

De rechtbank van eerste aanleg te Brussel was van oordeel dat er onvoldoende bezwaren waren om de stoelzetter te veroordelen.


[1] R. A. Vorst, Tribunal de première instance de Bruxelles. Tribunal correctionnel. Dossiers des affaires jugées. Série I, an III-1897, Toegang I 993, nr. 435/14.

[2] Letterlijk betekent het begrip ‘assessor’ bijzitter of helper. Met assessors krijg je onder meer te maken in het onderwijs, tijdens een assessment of in protestantse kerken. In België kan de assessor bijvoorbeeld lid zijn van de rechtbank van eerste aanleg of van het hof van beroep.Bron: Wikipedia.

[3] JUDOCUS DE BAILLIU is geboren op vrijdag 8 mei 1801 in HEKELGEM, zoon van JOANNES BAPTIST DE BAILLIU en MARIA JUDOCA DE SMEDT. JUDOCUS is overleden op vrijdag 22 april 1881 in HEKELGEM, 79 jaar oud. JUDOCUS trouwde, 28 jaar oud, op maandag 3 augustus 1829 in HEKELGEM met ANNA MARIA COPPENS, 33 jaar oud. ANNA is geboren op maandag 11 januari 1796 in HEKELGEM, dochter van ANDRIES COPPENS en JOANNA MARIA CLAUWAERT. ANNA is overleden op woensdag 30 april 1862 in HEKELGEM, 66 jaar oud.

[4] CONSTANTINUS ALEXANDER DE WITTE is geboren op maandag 29 september 1800 in HEKELGEM, zoon van BENEDICTUS EMMANUËL DE WITTE en CATHARINA PAULA DE LANTSHEERE. CONSTANTINUS is overleden op dinsdag 14 maart 1882 in HEKELGEM, 81 jaar oud. Hij is begraven op zaterdag 18 maart 1882 te HEKELGEM.

[5] JAN BAPTIST (BRUTUS) VAN HOUDENHOVE, zoon van FRANCISCUS VAN (H)OUDENHOVE en ANNA MARIA HEREMAN. Hij is gedoopt op donderdag 17 september 1789 in MELDERT. JAN is overleden op vrijdag 18 oktober 1850 in HEKELGEM, 61 jaar oud. JAN:

(1) trouwde, 24 jaar oud, op vrijdag 19 augustus 1814 in HEKELGEM met MARIA LUDOVICA JOSEPHINA LIBAR (LIBER), ongeveer 33 jaar oud. Het kerkelijk huwelijk vond plaats op donderdag 29 mei 1823 in HEKELGEM. Zij is een dochter van JEAN JACQUES (JOANNES JACOBUS) LIBAR (LIBER) en JEANNE DE MARTIN. Zij is gedoopt omstreeks 1781. MARIA is overleden op zaterdag 7 juni 1823 in HEKELGEM, ongeveer 42 jaar oud. Zij begon eerder een relatie met JEAN CHARLES MARIN MICHEL de GUEROULT de la Pallière.

(2) trouwde, 49 jaar oud, op woensdag 12 juni 1839 in HEKELGEM met CATHARINA HUBERTINA DE WITTE, 48 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van CATHARINA en JAN waren de volgende getuigen aanwezig: FRANCOIS ANDRE (geb. ±1777), SERAPHIEN DE MEERSMAN (geb. ±1807), ALEXIS LESPIRT (1809-1865) en CAROLUS

[6] R. A. Vorst, Tribunal de première instance de Bruxelles. Tribunal correctionnel. Dossiers des affaires jugées. Série I, an III-1897, Toegang I 993, nr. 586/12.

Plaats een reactie