Hekelgem 1702: kohier van het hoofd-en beestengeld.

Strijd om de Spaanse Nederlanden[1].

Op 2 oktober 1700 liet de Spaanse koning Karel II de Spaanse Nederlanden na aan de hertog van Anjou, een kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV. In Brussel was men blij met die beslissing omdat zo een Franse annexatie werd vermeden. Maar dat was zonder Lodewijk XIV gerekend. Op 4 december verkreeg hij van zijn kleinzoon de volmacht voor de heerschappij over de Nederlanden en hij liet zijn troepen bij verrassing de belangrijkste versterkte steden in de Spaanse Nederlanden innemen. Dat zinde de Verenigde Provinciën, Engeland en Oostenrijk niet en zij sloten een verdrag om het gebied te heroveren. Zij wilden een barrière tussen Frankrijk en de Verenigde Provinciën. Zo werd ons land weer de speelbal in handen van de grote Europese mogendheden. In mei 1702 was het opnieuw oorlog die gekend staat als de Spaanse Successieoorlog en tot 1713 duurde. De abdij en de hele omgeving had heel wat te lijden toen in 1707 de legeraanvoerders Malborough en Wittenberg er hun intrek namen en de soldaten alles plunderden.

Kohier van hoofd- en beestengeld.

Oorlog betekende voor de mensen vernielingen, opeisingen en meer belastingen en voor de overheid extra uitgaven en nieuwe inkomsten zoeken. De Staten van Brabant vaardigden op 2 juni 1702 een plakkaat uit voor persoons- en beestenbelastingen. De officier, schepenen en bestuurders van de parochies moesten de lijsten opstellen. Het geld is uitgedrukt in gulden (g), stuivers (st) en oorden (o).

Het interessante aan de lijst is dat hij een beeld geeft van de sociaaleconomische toestand van de bevolking: de gezinssamenstelling, het beroep van het gezinshoofd, het aantal kinderen, meiden en of knechten in dienst, de veestapel. De grootverdieners betaalden het meest, de armen waren vrijgesteld:

– het gezinshoofd minimum 1 g afhankelijk van het beroep, de echtgenote was vrijgesteld en wordt in deze lijst niet vermeld.

– een weduwe 10 st.

– per volwassen kind 1 g.

– een paard 1 g.

– een koe 16 st, een vaars 8 st.

1. De pastoor hoefde niets te betalen omdat zijn inkomsten minder waren dan 300 g.

2. Gilliam De Valck, arbeider met een paard en twee koeien: 3-12-0.

3. De weduwe Joos Van den Bossche, haar zoon Franciscus en twee koeien: 3-2-10.

4. Andries Willems, arbeider, zijn zoon Philips, een koe en een vaars: 3-4-0.

5. Gillis Wambacq, neringdoender, tapper van bier, zijn zoon Michiel, een paard, twee koeien: 5-12-0.

6. Jan De Vis, vrijgezel, een meid, een koe en een vaars: 3-4-0.

7. Hendrick Michiels, pachter, zijn zonen Jan Baptist en Jacobus, twee meiden, twee paarden en een     veulen, vijf koeien en een vaars, een os, twee kalveren en een half ploeg; 14-8-0.

8. Adriaen Van Bellingen, bakker en winkelier: 5-0-0.

9. Peeter De Vis, een koe: 1-16-0.

10. De weduwe Joos Van den Wijngaert, twee koeien en een vaars: 2-10-0.

11. Peeter Clauwaert, brouwer, twee knechten, een meid, twee paarden, drie koeien en een vaars: 15-16-0.

12. Judocus Godefroije, chirugijn: 5-0-0.

13. Andries Cornelis, pachter, twee paarden, drie koeien en vier vaarzen, een half ploeg: 6-10-0.

14. Jan Baptist Crick, brouwer, twee knechten, twee meiden, twee paarden, vier koeien en een vaars, een varken: 17-15-0.

15. Gillis Van den Bergh, arbeider, een koe en een vaars: 2-14-0.

16. Andries Serteel, boer, een knecht, een paard, twee koeien en twee vaarzen: 5-8-0.

17. Peeter Pirongh, werkman, een koe 1-16-0.

18. Peeter De Keghel, zijn zoon, twee koeien en een vaars: 4-0-0.

19. Peeter Van den Bossche, werkman, zijn moeder, een meid, een koe en een vaars: 4-4-0.

20. De weduwe Jan Verhoeven, haar zoon en twee koeien: 3-2-0.

21. Weduwnaar Jan Verleijsen, boer, twee zonen en een dochter, twee koeien en een vaars: 6-0-0.

22. Michiel De Cort, werkman, zijn vader, twee koeien: 3-12-0.

23. Cornelis Houtsebaut, winkelier, een koe en een vaars, een kalf, een varken: 3-13-0.

24. Peeter Vonck, brouwer, een dochter, een knecht, twee paarden, twee koeien en een vaars, een varken14-3-0.

25. Gillis Jacops, werkman, een zoon, twee vaarzen: 2-16-0.

26. Michiel Crick, neringdoender, tapper van bier, een koe: 2-16-0.

27. Jan Vermoesen, vrijgezel, neringdoender, tapper van bier, zijn broer Adriaen, zijn zus Elisabeth, een paard, een koe en een vaars: 6-4-0.

28. Geert De Schrijver, werkman, twee koeien: 2-12-0.

29. Joos Vermoesen, werkman, een koe en een vaars: 2-4-0.

30. Peeter Verhoeven, werkman, een koe: 1-16-0.

31. Peeter Vermoesen, werkman, een koe: 1-16-0.

32. Joos Van den Eijnde, werkman, twee koeien: 2-12-0.

33. De weduwe Gillis Verhoeven: 0-10-0.

34. Thomaes Verleijsen, werkman, zijn zus Elisabeth, een koe: 2-16-0.

35. Weduwnaar Gillis Linssens, werkman, zijn dochter Anna, twee koeien: 3-12-0.

36. De weduwe Carel Everaert, haar zonen Jan en Laureijs, een meid, twee koeien, een varken: 5-5-0.

37. Michiel Van Gete, werkman, zijn dochter Elisabeth, een koe: 2-16-0.

38. Joos Verleijsen, werkman, een koe en een vaars: 2-4-0.

39. Peeter Verleijsen, werkman, een meid, een koe en een vaars:3-4-0.

40. Pauwel Ledeghen, werkman, een koe en een vaars: 2-4-0.

41. Gillis De Schrijver, werkman, een koe en een vaars: 2-4-0.

42. Jan Schelffhout, pachter, een knecht, een meid, een paard met een veulen, drie koeien en een vaars: 7-16-0.

43. Adriaen Carnoije, werkman, een koe: 1-16-0.

44. Joos De Sadeleir, werkman, zijn zoon Michiel, een koe en een vaars: 3-4-0.

45. Pauwel de Vos, werkman, twee koeien en een vaars: 3-0-0.

46. Gillis Verleijsen, werkman, twee koeien: 2-12-0.

47. Gerstiaen Suijs, boer, zijn zonen Franciscus en Jan, zijn dochter Marieanna, twee paarden en een koe: 6-16-0.

48. Jan Mertens, smid, een knecht, een koe: 5-16-0.

49. Peeter De Raet, radenmaker, een koe: 4-16-0.

50. Peeter Van den Biesen, werkman, een koe en een vaars: 2-14-0.

51. Barbara Van den Eede, neringdoender, tapper van bier, haar zonen Adriaen en Laureijs, twee koeien: 5-12-0.

52.Jacobus Steenwinckel, een knecht, een meid, twee paarden, drie koeien, een half ploeg: 8-8-0.

53. Jan Pensionaeris, werkman, een koe: 1-16-0.

54. Franciscus Dauwe, schoenmaker, een meid, twee koeien: 4-12-0.

55. Ambrosius Robrechts, werkman, een meid, twee koeien: 3-12-0.

56. Aert De Vis, timmerman, een koe, een vaars, een kalf en een varken: 5-13-0.

57. Andries Ledegen, werkman, een koe en een vaars: 2-4-0.

58. Gillis De Decker, werkman, een koe en een vaars, 1-4-0.

59. Peeter De Roeije, werkman, een koe: 2-16-0.

60. Peeter Mertens, werkman, zijn moeder Marie Verhoeven, een koe: 2-16-0.

61. Michiel Clauwaert, boer, een knecht, twee koeien: 3-12-0.

62. Domicus De Bus, werkman, een koe: 1-16-0.

63. Inghel Carnoije, een koe en een vaars: 2-4-0.

64. ? Van den Driessche, werkman, een koe en een vaars: 2-4-0.

65. Andries De Boitselier, boer, een knecht, een koe, een vaars en een varken: 3-7-0.

66. Adriaen Hellinckx, pachter, een zoon, twee paarden, twee koeien en een vaars, een half ploeg: 7-10-0.

67. Jacobus Van Ransbeeck, pachter, een knecht, twee paarden, twee koeien en een vaars, een varken, een half ploeg: 7-13-0.

68. Franciscus Willems, pachter, een paard en een veulen, twee koeien, een half ploeg: 5-12-0.

69. Philips Fransen, pachter, twee paarden, drie koeien, een vaars, een kalf, een varken een knecht, een meid, een half ploeg: 14-15-0.

70. Merten Cornelis, pachter, drie knechten, een meid, drie paarden en een veulen, vijf koeien en een vaars, 50 schapen, een half ploeg: 25-19-0.

71. Joos Eeman, pachter, een zoon en een dochter, twee paarden en een veulen, drie koeien en een vaars, een varken, een half ploeg: 9-17-0.

72. Franciscus Cornelis, pachter, een knecht, een meid, een paard en een veulen, twee koeien en een vaars, een half ploeg: 7-10-0.

73. Jan Schoon, boer, zijn zoon Peeter, een meid, twee paarden, drie koeien die grazen op een weide in Teralfene (Vlaanderen) en daar belast worden: 5-0-0.

74. Nicolaes Kieckens, brouwer, twee knechten, een meid, twee paarden, vier koeien en 60 schapen die grazen op een weide in Teralfene en daar belast worden: 13-0-0.

75. Peeter Van Nieuwenhove, weduwnaar en pachter, twee dochters, een knecht, twee paarden, een half ploeg: 7-0-0.

76. De weduwe Peeter Van den Brouck, een knecht, een meid, een varken, twee koeien die grazen op een weide in Teralfene en daar belast worden: 2-13-0.

77. Gerstiaen Droeshout, boer, zijn dochters Peetronelle en Marie, een knecht, een paard, een varken, twee koeien die grazen op een weide in Erembodegem (Vlaanderen) en daar belast worden:  5-3-0.

78. Jan Van de Velde, boer, een paard, twee koeien die grazen op een weide in Erembodegem daar belast worden: 2-0-0.

79. Hendrick De Keghel, weduwnaar en werkman, zijn zoon Michiel, twee koeien die grazen op een weide in Erembodegem en daar worden belast: 2-0-0.

80. Jan Van Nieuwenhove, boer, een knecht, twee paarden, twee koeien die ook grazen in Erembodegem: 4-0-0.

81. Jan Blondeel, pachter, een knecht, een meid, twee paarden, een varken, een half ploeg, drie koeien die grazen in Erembodegem: 7-18-0.

82. Jan De Vis, molenaar, zijn zoon Gilliam, een dochter, twee koeien en een kalf 11-18-0.

83. Peeter De Vis, officier, een koe, een vaars, een kalf en een varken: 1-13-0.

De lijst, met een bedrag van 418 gulden 19 stuivers werd ondertekend op 20 juli 1702 door officier Peeter De Vis, schepen van het Land van Asse en meester Andries De Boitselier, de bedesetters Joos Eeman, Gerstiaen Droeshout, Jan Baptista Crick, Jacobus Van Ransbeeck en de gezworen klerk Peeter De Keghel. Op de lijst komen 14 verschillende beroepen voor:

– arbeider/werkman: 32.

– bakker en winkelier: 1.

– boer (kleine boer): 9.

– brouwer: 4.

– chirurgijn: 1.

– molenaar: 1.

– officier: 1.

– pachter (grote boer): 12.

– radenmaker: 1.

– schoenmaker: 1.

– smid: 1.

– tapper: 4.

– timmerman: 1.

– winkelier: 1.

Opmerking: soms was het beroep niet ingevuld en dat is ook het geval bij weduwen.

Ellende door oorlogsgeweld.

De Franse koning Lodewijk XIV had, met zijn ambitie om Frankrijk natuurlijke grenzen te geven, zijn veroveringsoorlogen tijdens de Negenjarige Oorlog (1689 – 1697) in de Zuidelijke Nederlanden uitgevochten. Voor onze streken betekende dat extra belastingen, contributies, opeisingen, plunderingen en verwoestingen. Dat Hekelgem in de schaduw lag van de beroemde en rijke abdij Affligem bracht veel voordelen mee. Maar in oorlogstijd was dat een groot nadeel. De troepen, zowel de aanvallende Fransen als onze zogenaamde bevrijders, de Spanjaarden, Nederlanders, Engelsen, Brandenburgers …, wisten heel goed dat de abdij een rijke buit was en kwamen maar al te graag, plunderend en brandstichtend naar Affligem en Meldert deelde mee in de klappen. Dom Bernard beschreef nogal beeldrijk hoe het leven in die tijd was voor de abdij en het omliggende[2]:

Toen gevoelde Affligem meer dan ooit de ongelukken van der oorlogen; geen dag zonder soldaten; geen morgend zonder vrees; geen avond zonder schrik; nauwelijks mochten wij ons verheugen over het vertrek van éénen soldaat of wij moesten ons bedroeven over de aankomst van velen: hooi en haver hadden wij in overvloed en nogthans weldra was alles verdwenen en men voedde de peerden met gerst en tarwe; voor de soldaten kon men geen bier of wijn genoeg opdienen; het droge hout voor vele jaren, werd op eenige maanden verbrand. Alle rust was voor de monniken verloren, de onbeschoftheid en de woede der soldaten was ons dagelijks brood en het water der bitterheid onze drank; somtijds waren drij of vier benden peerdenvolk en zooveel benden voetvolk met hunne oversten onze medebewooners en iedereen zal gemakkelijk begrijpen hoe spoedig al wat er in het klooster was, verteerd werd. Men haalde geld op, men kocht nieuwe levensmiddelen, maar altijd hetzelfde gebrek.

Enkele voorbeelden om duidelijk te maken wat dom Bernard bedoelde:

– Op 11 juni 1691dringen 50 Franse soldaten de abdij binnen. Ze eisen er bier en eten en vertrekken dan naar Meldert. Ze komen diezelfde nacht terug om de paarden te stelen.

– Heel de zomer wordt er rond de abdij gevochten tussen Spanjaarden en Fransen. Op 7 juli steken de Fransen Meldert in brand omdat de oorlogsbelasting nog niet was betaald.

– 13 september. Fransen steken in Meldert 2 huizen en het Hof te Mutsereel in brand.

– 1695. Na de beschieting van Brussel van 13 tot 15 augustus kwamen enige Franse soldaten naar de abdij en roofden gedurende 2 dagen al wat ze konden wegnemen en staken het verblijf van de aartsbisschop in brand.

– 4 mei 1696. Graaf Noyailles vestigt zich in de abtswoning.  Gevolg: het gebouw brandt af.

De verhalende bronnen over de oorlog leren ons dat niet alleen de abdij, maar ook de omliggende dorpen Asse, Baardegem, Essene, Hekelgem en Meldert zwaar werden getroffen. Geen wonder dat het kohier van de armen zo langis. Al mogen we niet vergeten dat Vlamingen en belastingen betalen niet goed samengaat.

Kohier van de arme huishoudens en andere armen van de parochie van Hekelgem die onmogelijk het hoofdgeld konden betalen daar zij dagelijks van aalmoezen leven die hun door de pastoor en de abdij Affligem worden gegeven.

  1. Michiel De Donder en zijn vrouw.
  2. Adriaen Kerstiaens en zijn huisvrouw.
  3. Joanna Van Den Bossche.
  4. Peeter De Meschmaecker, weduwenaar  en zijn dochter.
  5. Gillis Van De Velde en zijn vrouw.
  6. De weduwe Gilliam Van Den Bos en haar zoon.
  7. De weduwe Adriaen Schoon en haar twee zonen.
  8. Gillis Daus en zijn vrouw.
  9. De weduwe Geert Verhoeven en haar dochter.
  10. Aert Jansens en zijn vrouw.
  11. De weduwe Jan Van Den Dries met haar dochter.
  12. Carel Pirongh met zijn dochter.
  13. Adriaen Ruijsinck en zijn vrouw.
  14. Joos Smeth en zijn vrouw.
  15. Jan De Clercq en zijn vrouw.
  16. Franciscus Ledegen en zijn vrouw.
  17. De weduwe Jan Stock.
  18. Josina Van Den Biesen.
  19. Franciscus Pensionaris en zijn vrouw.
  20. Nicolaes Stevenijens en zijn vrouw.
  21. Joos De Pelsmaecker en zijn vrouw.
  22. Peeter Van Den Velde en zijn vrouw met zijn dochter.
  23. Laurijs Jacop en zijn vrouw.
  24. De weduwe Inghel Van Den Driessche.
  25. De weduwe Merten Schoon met haar zoon.
  26. Peeter Arijs en  zijn vrouw.
  27. De weduwe Cornelis Everaert.
  28. Jacobus Van Den Wijngaert en zijn vrouw.
  29. Peeter Lanson en zijn zoon.
  30. Franciscus Van Nieuwenborght en zijn vrouw met hun zoon.
  31. Michiel Schoonejans en zijn vrouw.
  32. Franciscus Restiaeu koster en zijn vrouw.
  33. De weduwe Michiel De Keghel.
  34. Jan De Clercq en zijn vrouw.
  35. Franciscus Verlijsen en zijn vrouw.
  36. Jan Ledeghen en zijn vrouw en hun zoon.
  37. Gilliam Van Varenbergh en zijn vrouw.
  38. Peeter Ledeghen en zijn vrouw.
  39. Peeter Van Rampelbergh en zijn vrouw.
  40. Merten Mattens en zijn vrouw.
  41. Adriaen Van Latem en zijn vrouw.
  42. De weduwe Peeter De Vos.
  43. Jan Baptista Roseleth en zijn vrouw.
  44. ? Carnoije en zijn vrouw en dochter.
  45. Jan Schoonjans enzijn vrouw.
  46. Laurijs Verlijsen en zijn vrouw.
  47. Adriaen De Leeuw en zijn vrouw.
  48. Michiel Stevens en zijn  vrouw en zoon.
  49. Hendrick Van Eijghen en zijn vrouw.
  50. Geert Bellemans en zijn vrouw.
  51. Tieleman Vasseur en zijn vrouw.
  52. De weduwe Jan Van De Perre.
  53. Jan Mertens de oude en zijn vrouw.
  54. Jacques De Sadeleir en zijn vrouw.
  55. Elisabeth Raes en Joanna De Ageleir haar grootmoeder.
  56. Gillis Van De Perre en zijn vrouw en zoon.
  57. Joanna De Bolle, weduwe De Vis, met een zoon.
  58. Michiel Eeckhout en zijn vrouw.
  59. Merten De Vuijst en zijn zoon en dochter.
  60. Anthoon Van Gete.
  61. De weduwe Merten Van Den Biesen met haar zoon.
  62. Hendrick Step en zijn vrouw.
  63. Casen De Rest en zijn vrouw.
  64. De weduwe Michiel De Boitselier en haar dochter.
  65. De weduwe Michiel Jansens.
  66. Carel Step en zijn vrouw.
  67. Adriaen Vertongen en zijn vrouw.
  68. Peeter De Ridder en zijn vrouw.
  69. Gillis Lambert en zijn vrouwe.
  70. Peeter Van Varenbergh en zijn vrouw.
  71. Melsen Mattens en zijn vrouw.
  72. Jan Arijs en zijn vrouw.
  73. ? Eeckhout en zijn vrouw.
  74. Peeter Van Den Bossche filius Michiels en zijn vrouw.
  75. Jacques Taveniers en zijn vrouw.
  76. Hendrick De Lanoije en zijn vrouw.
  77. Jan Clauwaert en zijn vrouw.
  78. Jan De Vis en zijn vrouw.
  79. Peeter Pensionaris en zijn vrouw.
  80. Jan De Keghel en zijn vrouw.
  81. De Bruecker en zijn vrouwe.

Pastoor N. Van den Nest bevestigde dat de vermelde families arm zijn en “miserabele mensen” die leven van aalmoezen van goede lieden en van het inkomen van de H. Geest.


[1] RA Vorst, Staten van Brabant, kartons, toegang T25 nr.395/3

[2] Dom Bernard, Geschiedenis der Benedictijner Abdij van Affligem, Gent, A. Siffer, 1890,  284.

Plaats een reactie