Essene 1702: Kohier van hoofd-en beestengeld[1].


[1] RA Vorst, Staten van Brabant, kartons, toegang T25 nr.395/3

Strijd om de Spaanse Nederlanden.

Op 2 oktober 1700 liet de Spaanse koning Karel II de Spaanse Nederlanden na aan de hertog van Anjou, een kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV. In Brussel was men blij met die beslissing omdat zo een Franse annexatie werd vermeden. Maar dat was zonder Lodewijk XIV gerekend. Op 4 december verkreeg hij van zijn kleinzoon de volmacht voor de heerschappij over de Nederlanden en hij liet zijn troepen bij verrassing de belangrijkste versterkte steden in de Spaanse Nederlanden innemen. Dat zinde de Verenigde Provinciën, Engeland en Oostenrijk niet en zij sloten een verdrag om het gebied te heroveren. Zij wilden een barrière tussen Frankrijk en de Verenigde Provinciën. Zo werd ons land weer de speelbal in handen van de grote Europese mogendheden. In mei 1702 was het opnieuw oorlog die gekend staat als de Spaanse Successieoorlog en tot 1713 duurde. De abdij Affligem en de hele omgeving had heel wat te lijden toen in 1707 de legeraanvoerders Malborough en Wittenberg er hun intrek namen en de soldaten alles plunderden.

Kohier van hoofd- en beestengeld.

Oorlog betekende voor de mensen vernielingen, opeisingen en meer belastingen en voor de overheid extra uitgaven en nieuwe inkomsten zoeken. De Staten van Brabant vaardigden op 2 juni 1702 een plakkaat uit voor persoons- en beestenbelastingen. De officier, schepenen en bestuurders van de parochies moesten de lijsten opstellen. Het geld is uitgedrukt in gulden (g), stuivers (st) en oorden (o).

Het interessante aan de lijst is dat hij een beeld geeft van de sociaaleconomische toestand van de bevolking: de gezinssamenstelling, het beroep van het gezinshoofd, het aantal kinderen, meiden en of knechten in dienst, de veestapel. De grootverdieners betaalden het meest, de armen waren vrijgesteld.

Het gezinshoofd betaalde minimum 1 g afhankelijk van het beroep, de echtgenote was vrijgesteld, een weduwe 10 st, een volwassen kind (vanaf 14 jaar!) 1 g, een paard 1 g, een koe 16 st, een vaars 8 st, een varken en een schaap 3st. Een ploeg was dan weer zwaarder belast.

1. De pastoor: 8-0-0 (dit bedrag werd doorstreept en niet betaald?)

2.  De pastoorsmeid: 1-0-0.

3. Jacobus Van der Elst, pachter met een half ploeg, zijn vrouw Catelijne, een meisje van 12 jaar, een paard en twee koeien en een rund: 5-10-0.

4. Joos Van der Elst, weduwnaar, arbeider, een meisje van 13 jaar en twee runderen: 1-16-0

5. Jan De Smeth, officier van Affligem, zijn vrouw, een koe: 1-16-0.

6. Gillis De Smeth, zijn vrouw, een ploeg, zijn zoon Gillis 9 jaar, zijn dochter Barbara 13 jaar zijn knechten Joos en Anthoon, de meiden Anna en Peeternelle, drie paarden, twee veulens, zeven koeien, vijf runderen en vijf varkens: 21-7-0.

7. Laurijs Van  Mijlsbrugges, arbeider, zijn vrouw, zijn zonen Jan en Franciscus 12 en 10 jaar, een koe: 1-17-0.

8. De weduwe Jacques Van Droogenbroeck, molenares van twee molens, drie zonen, drie knechten, twee meiden, drie paarden, twee veulens, zes koeien en acht varkens: 26-0-0.

9. Jan Pauwels, arbeider, zijn vrouw, een zoon, zijn dochter Peeternelle, een koe en een rund: 5-4-0.

10. Peeter Verbeeren, arbeider, zijn vrouw, zijn zoon Geeraert 15 jaar, een koe en een rund: 3-4-0.

11. Jan Van Vaerenbergh, pachter, een ploeg, zijn vrouw, drie knechten, twee meiden, twee paarden, twee veulens, zeven koeien, drie runderen en twee varkens: 20-2-0.

12. Merten Van den Abbeele, arbeider, een koe, een rund en een varken: 1-7-0.

13. Gillam Van Vaerenbergh, arbeider, zijn vrouw, zijn zonen van 10 en 12 jaar, drie koeien en een rund: 3-16-0.

14. Gillis Van den Abbeele, arbeider, zijn vrouw, twee runderen: 2-4-0.

15. Michiel (onleesbaar), arbeider, zijn vrouw, een dochter, een zoon van twaalf en een koe: 3-12-0.

16. Jan De Clerck, kleermaker, doende lanslabeur, zijn schoonzoon Philips, zijn vrouw en een koe: 2-16-0.

17. Joos De Loose, arbeider, zijn vrouw, een koe en een rund: 2-4-0.

18. Carel Steppe, schoenmaker, doende lanslabeur, zijn vrouw en een koe: 1-16-0.

19. Gillis Van der Guchte, arbeider, zijn vrouw, twee koeien en een varken: 2-15-0.

20. Anthoon Taeleman, strodekker, doende lanslabeur, zijn vrouw, een zoon van 7, twee koeien: 2-12-0.

21. Caerel Van der Borght, arbeider, zijn vouw, een koe: 1-16-0.

22. Laurijs Arijs, arbeider, zijn vrouw, een dochter van 16 en een van drie, twee koeien en een rund: 4-0-0.

23.Peeter Goossens, een ploeg, zijn vrouw, een zoon van 11 en een dochter van 14, een paard en twee koeien: 6-2-0.

24.Peeter Timmerman, arbeider, zijn vrouw, een koe: 1-16-0.

25.Franciscus Tirron, arbeider, zijn vrouw, een knecht: 2-0-0.

26. Michiel De Cort: arbeider, zijn vrouw, twee zonen, twee koeien en een rund: 5-0-0.

27. Franciscus Van de Putte, knecht op de Avernellenmolen, zijn vrouw, een koe: 1-16-0.

28. Joos De Geijnt, arbeider, zijn vrouw, een koe, een rund, zijn zoon Michiel, een dochter, twee kinderen onder de 14: 4-4-0.

29. Franciscus De Geijnt, arbeider, zijn vrouw, een koe: 1-16-0.

30. Daneel Caemerman, herbergier, doende lanslabeur, zijn vrouw, twee dochters, een koe en een rund; 4-4-0.

31. Hendrick De Witte, arbeider, zijn vrouw: 1-0-0.

32. De weduwe Andries Van der Straeten, een brouwerij, twee paarden, twee veulens, vijf koeien, haar zoon Steven, een knecht, een meid, vier varkens en drie runderen: 16-16-0.

33. Merten Wambacq, arbeider, zijn vrouw, een koe en een rund: 2-4-0.

34. Laurijs De Moore, arbeider, zijn vrouw, zijn dochter Catharina, nog een dochter van 16, twee koeien, een rund en een kalf: 5-6-0.

35. Hendrick De Smeth, arbeider, zijn vrouw, zijn zoon Jan 16, twee koeien: 3-12-0.

36. De weduwe Gillis Van Onsem, boer, haar zoon Joos, een paard, een koe en een rund: 3-14-0.

37. Peeter De Meij, arbeider, zijn vrouw: 1-0-0.

38. Arnout De Meij, arbeider, zijn vrouw, zijn zoon Gillis 13 jaar, een koe en een rund: 2-4-0.

39. Joos De Coster, arbeider, zijn vrouw, een koe en een rund: 2-4-0.

40. Gillis Van den Weijngaert, herbergier en doende lanslabeur, zijn vrouw, zoon Michiel 18 jaar, twee koeien: 3-12-0.

41. Jan De Jonghe, arbeider, zijn vrouw, zijn zonen Michiel 17 jaar en Philips 10 jaar, een koe en een rund: 4-4-0.

42. Franciscus Wambacq, pachter met een half ploeg, zijn vrouw, een paard, twee koeien, twee runderen: 5-8-0.

43. Bartholomeus Caemerman, pachter met een half ploeg, zijn vrouw, twee paarden, een veulen, vijf koeien, twee runderen, een varken, zijn knecht Merten en zijn meid Anna: 11-9-0.

44. Peeter Wambacq, brouwer, zijn vrouw, zijn knechten Joos, Franchois en Lucas, zijn meiden Anna en Elisabeth, drie paarden, drie koeien, vijf runderen en drie varkens: 21-5-0.

45. Lucas Bruijlant, pachter met een ploeg, zijn vrouw, zijn zonen Jan 7 jaar en Nicolaes 8 jaar, zijn knechten Jan, Philips en Jan, een meid, drie koeien, drie runderen, drie paarden en een veulen,een varken:   16-1-0.

46. Jan Caemerman, herbergier en doende lanslabeur, zijn vrouw, zijn dochter François 17 jaar, zijn zoon Bertel 12 jaar, een koe: 2-16-0.

47. Nicolaes Meert, pachter met een half ploeg, zijn vrouw, zijn zonen Franciscus, Gillis 18 jaar en nog een zoon van 13 jaar, twee paarden, twee koeien, 9-2-0.

48.Gillis De Bus, herbergier en doende lanslabeur, zijn vrouw, zijn dochter Anna Marie (+ 14 jaar), een koe en een rund: 3-4-0.

49. (onleesbaar), paardensmid en doende lanslabeur, zijn vrouw, zijn ongetrouwde zoon koster, Catharina zijn meid,  zijn zonen Philips en Andries, zijn meid Catharina, een koe: 4-16-0.

50. Jacobus Van (onleesbaar), pachter met een half ploeg, zijn vrouw, zijn meid Joanna, zijn knecht Franciscus 18 jaar, twee koeien, een rund en twee paarden: 8-10-0.

51. Nicolaes Dauman, winkelier en doende lanslabeur, zijn vrouw, twee kinderen, 4 en 9 jaar: 2-0-0.

52. Franciscus Van der Slachmolen, wagenmaker en doende lanslabeur, zijn vrouw, een koe: 1-16-0.

53. Gelaudis Batholomeus, winkelier en herbergier, zijn vrouw: 2-0-0.

54. Baltasar De Bus, arbeider, zijn vrouw, een knecht van 20 jaar, een koe en een rund: 3-4-0.

55. Peeter Van den Wijngaert, schoenmaker en doende lanslabeur, zijn vrouw: 1-0-0.

56. Gillam Van Vaerenbergh, kuiper en doende lanslabeur, zijn vrouw, een koe: 1-16-0.

57. Jacobus De Meij, pachter met een half ploeg, zijn vrouw, zijn knecht Jan, zijn meid van 13 jaar, twee koeien, een rund, een paard en een veulen: : 7-0-0.

58. Aernoudt De Smedt, pachter met een half ploeg, zijn vrouw, zijn meid Marge, een paard, twee koeien en een rund: 6-10-0.

59. Peeter  Wilms, arbeider, zijn vrouw, een meid van 30 jaar, een koe en een rund: 3-4-0.

60. Gillis Coppens, arbeider, zijn vrouw, een koe en een rund: 2-4-0.

61. Jan Van Neervelt, officier van Essene, zijn vrouw, zijn dochters Joanna 17 jaar en Marie 12 jaar, zijn knecht Jan 18 jaar, een koe en een rund: 5-0-0.

62. Michiel Van den Houte, arbeider, zijn vrouw en een koe: 1-16-0..

63. Aernout Boon, arbeider, zijn vrouw: 1-0-0

64. Jan Steppe, officier van Essene, zijn vrouw, een koe en een kalf: 2-4-0.

Totaal van de belastingen: 327-0-0. Op 11 augustus 1702 ondertekenden de ‘regeerders’ van de parochie dit kohier: Lucas Bruijlants, Francis Wambacq, Antoon Taelman en de gezworen klerk Gillis De Smeth.

Cohier der prochie van Esschene van hooft, peerde ende beeste gelt voor de nieuwe subsidie van desen jaere 1702 volghens de instructie vuijtgesonden bij de heeren staeten van brabant.

Ellende door oorlogsgeweld.

De Franse koning Lodewijk XIV had, met zijn ambitie om Frankrijk natuurlijke grenzen te geven, zijn veroveringsoorlogen tijdens de Negenjarige Oorlog (1689 – 1697) in de Zuidelijke Nederlanden uitgevochten. Voor onze streken betekende dat extra belastingen, contributies, opeisingen, plunderingen en verwoestingen. Dat Essene in de schaduw lag van de beroemde en rijke abdij Affligem bracht veel voordelen mee. Maar in oorlogstijd was dat een groot nadeel. De troepen, zowel de aanvallende Fransen als onze zogenaamde bevrijders, de Spanjaarden, Nederlanders, Engelsen, Brandenburgers …, wisten heel goed dat de abdij een rijke buit was en kwamen maar al te graag, plunderend en brandstichtend naar Affligem en Essene deelde mee in de klappen. Dom Bernard beschreef nogal beeldrijk hoe het leven in die tijd was voor de abdij en het omliggende[2]:

Toen gevoelde Affligem meer dan ooit de ongelukken van der oorlogen; geen dag zonder soldaten; geen morgend zonder vrees; geen avond zonder schrik; nauwelijks mochten wij ons verheugen over het vertrek van éénen soldaat of wij moesten ons bedroeven over de aankomst van velen: hooi en haver hadden wij in overvloed en nogthans weldra was alles verdwenen en men voedde de peerden met gerst en tarwe; voor de soldaten kon men geen bier of wijn genoeg opdienen; het droge hout voor vele jaren, werd op eenige maanden verbrand. Alle rust was voor de monniken verloren, de onbeschoftheid en de woede der soldaten was ons dagelijks brood en het water der bitterheid onze drank; somtijds waren drij of vier benden peerdenvolk en zooveel benden voetvolk met hunne oversten onze medebewooners en iedereen zal gemakkelijk begrijpen hoe spoedig al wat er in het klooster was, verteerd werd. Men haalde geld op, men kocht nieuwe levensmiddelen, maar altijd hetzelfde gebrek.

Enkele voorbeelden om duidelijk te maken wat dom Bernard bedoelde:

– Op 11 juni 1691 dringen 50 Franse soldaten de abdij binnen. Ze eisen er bier en eten en vertrekken dan naar Meldert. Ze komen diezelfde nacht terug om de paarden te stelen.

– Heel de zomer wordt er rond de abdij gevochten tussen Spanjaarden en Fransen. Op 7 juli steken de Fransen Meldert in brand omdat de oorlogsbelasting nog niet was betaald.

– 13 september. Fransen steken in Meldert 2 huizen en het Hof te Mutsereel in brand.

– 1695. Na de beschieting van Brussel van 13 tot 15 augustus kwamen enige Franse soldaten naar de abdij en roofden gedurende 2 dagen al wat ze konden wegnemen en staken het verblijf van de aartsbisschop in brand. Het Ankerhof werd volledig vernield

– 4 mei 1696. Graaf Noyailles vestigt zich in de abtswoning.  Gevolg: het gebouw brandt af.

De verhalende bronnen over de oorlog leren ons dat niet alleen de abdij, maar ook de omliggende dorpen Asse, Baardegem, Essene, Hekelgem en Meldert zwaar werden getroffen. Uit het overzicht van de schadeclaims van 1696 voor de Negenjarige Oorlog, uitgebroken in 1689, blijkt dat Essene voor 189 765 g 9 st aan schade claimde waarvan 25 000 gulden voor brand en 553 839 g voor logementen[3]. Geen wonder dat het kohier van de armen zo lang is. Al mogen we niet vergeten dat Vlamingen en belastingen betalen niet goed samengaat.

Lijst van de arme ‘schamele menschen’ die uit schaamte geen hulp van de Tafel van de H. Geest willen ontvangen.

1. De weduwe De Messemaker, twee kinderen, een koe met een rund.

2. Merten Raese, arbeider, zijn vrouw met drie kleine kinderen onder de zeven jaar, een koe

3. Geerart Tiron, arbeider, zijn vrouw.

4. Gillis De Jonghe,  weduwenaar met drie ‘platte’ kinderen.

5. Peeter Van Den Bossche, arbeider, zijn vrouw, twee oude lieden.

6. De weduwe Melchior Van Den Driessche met twee kleine kinderen onder de 14 jaar, een zoon van  18 jaar die de kostwinnaar is, een koe.

7. Nicolaes Stevens, arbeider, zijn vrouw, beiden ‘onbequaem om hunnen kost te winnen’, twee kinderen oud tussen de 7 en 17 jaar, de zoon van 17 zorgt voor de ouders, een koe.

8. Joos Van Den Bossche, arbeider, zijn vrouw, een kind van 7 jaar, een zoon van 20 jaar, een koe.

9. De weduwe Jan Rosiers, arbeidster, drie kleine kinderen, een zoon van 25 jaar, de moeder is de kostwinner, een koe met een rund.

10. Peeter Stevens, arbeider, en zijn vrouw, een dochter van 9 jaar.

11. Joos Van Cauwenbergh, arbeider, zijn vrouw, zij bezitten niets.

12. Geeraert Caemerman, arbeider, zijn vrouw, twee kleine kinderen, een koe.

Lijst van de armen die hulp van de Tafel van de H. Geest of van goede lieden ontvangen.

1. De weduwe Andries Van Rooyde den oude, een oude vrouw van omtrent 70 jaar met een gehandicapte dochter, een koe, een zoon die zijn moeder bijstaat.

2. Peeter De Boitselier, arbeider, zijn vrouw met drie kleine kinderen en een koe.

3. Michiel De Jonghe en zijn vrouw,  beiden oud en een koe.

4. Adriaen De Jonghe en zijn vrouw.

5. Caerel Van Rooyde en zijn vrouw die niets hebben.

6. Merten Pauwels,  weduwenaar met drie kleine kinderen en een koe.

7. De weduwe Lucas Jacop, een oude vrouw, een dochter die haarmoeder bijstaat en een koe.

8. Franciscus Rogge, arbeider, en zijn vrouw die weinig hebben.

9. De weduwe Cornelis De Weese, een oude vrouw,  een zoon van 16 jaar,  een rund.

10. Nicolaes Symons, arbeider, met zijn vrouw.

11. Geerart Van Neervelt, arbeider, met zijn vrouw en een koe.

12. Daneel Van Braechem, arbeider, met zijn vrouw, een rund.

13. De weduwe Adriaen De Ridder, een oude vrouw met een koe.

14. Aernout Schellinck, arbeider, met zijn vrouw en drie kleine kinderen.

15. Jan Van Den Broeck met zijn vrouw met drie kleine kinderen en een koe.

16. Franciscus Verberen, arbeider, met zijn vrouw.

17. Hendrick De Ridder, weduwenaar met drie ‘platte’ kinderen.

18. Joos Van Langenhove met zijn vrouw en een rund.

19. Gillis Van ? met zijn vrouw, een dochter van 10 jaar, een koe.

20. Joos Van Den Bossche met zijn vrouw.

21. Geerart Schoeman, arbeider, met zijn vrouw, een kind van 9 jaar, een rund.

22. Adriaen Van Den Abbeele, arbeider, met zijn vrouw, een koe.

23. Gillis Van Den Abbeele, arbeider, met zijn vrouw.

24. Peeter Van Ransbeeck, arbeider, met zijn vrouw, een dochter van 13 jaar, een koe.

25. Jacques Vermatten, arbeider, met zijn vrouw, een dochter van 13 jaar, een rund.

26. Mattheus De Cort, arbeider, met zijn vrouw, een dochter van 12 jaar.

De lijst werd voor waar verklaard en ondertekend door J. Van Haecht, pastoor van Essene.

In Essene waren er 16 verschillende beroepen:

-arbeider: 30.

-boer: 1.

-brouwer: 2.

-herbergier: 5.

-kleermaker: 1.

-kuiper: 1.

-officier van de gemeente: 3.

-molenaar: 1.

-pachter: 11.

-paardensmid: 1.

-schoenmaker: 1.

-strodekker: 1.

-wagenmaker: 1.

-winkelier: 1.

Besluit.

In tegenstelling tot Hekelgem is er hier maar 1 vermelding van boer, kleine landbouwer vergeleken met de grote boeren, de pachters. Maar de kleermaker, de schoenmaker, de herbergiers, de paardensmid, de winkelier en de kuiper bewerken ook het land. Van de 63 gezinnen waarvan het beroep is gekend zijn er 30 aangeduid als arbeider. De ploeg was bijzonder belangrijk voor de boeren. Ze was ook duur want meerdere boeren deelden er een met een collega. Het meest opvallende aan dit kohier is dat 38 gezinnen in armoede leefden en ondersteuning nodig hadden. De opeenvolgende oorlogen hadden daar zeker schuld aan.


[1] RA Vorst, Staten van Brabant, kartons, toegang T25 nr.395/3

[2] Dom Bernard, Geschiedenis der Benedictijner Abdij van Affligem, Gent, A. Siffer, 1890,  284.

[3] R. Vermoesen, ‘De negenjarige Oorlog’, Eigen Schoon en De Brabander, jg. <LXXXV, (2002) 436.

Plaats een reactie