Asse wil nieuwe tiendeklok.

1742. Het geduld van de hoofddrossaard, de schepenen, de bedesetters en de regeerders van de ‘Poort en Vrijheid van Asse’ is op. Al geruime tijd verzochten ze de abdij Affligem om hen een nieuwe tiendeklok te bezorgen. Hun huidige klok was al enkele malen gescheurd en hergoten, maar dat had niet geholpen want er zijn weer scheuren en er vallen zelfs stukken af die het gewelf van de kerk kunnen beschadigen. Ze is nu onbruikbaar en dat tot groot ‘ongerief’ van de Assenaren. Als tiendeheffer te Asse is volgens hen de abdij verplicht om voor een nieuwe goede klok te schenken. Hun griffier P. Gheude was al meermaals naar de abdij gegaan om het probleem aan te kaarten, maar hij vond er geen gehoor. Op 21 juni 1742 stapte hij in opdracht van het parochiebestuur naar Affligem met een ultimatum. Als de abdij binnen de drie maanden niet voor een nieuwe tiendeklok zorgde, dienden ze een klacht in bij de Raad van Brabant. Dat maakte weinig indruk op proost Odo De Craecker[1]. Hij antwoordde dat hij de kwestie aan de aartsbisschop en abt van Affligem, Thomas d’ Alsace[2], zou voorleggen.

Omdat op 17 oktober 1742 de abdij nog niet had gereageerd, spande Joannes Emmanuel Loovens een proces aan tegen de abdij bij de Raad van Brabant. Hij stelde dat Affligem jaarlijks de grote tienden inde en bijgevolg moest zorgen dat de parochie een goede tiendeklok had en dat de proost zich niet aan die verplichting had gehouden. Op 27 oktober kwam er een reactie van de aartsbisschop. Een proces tegen de abdij inspannen was zeker niet nodig want hij gaf nog liever twee klokken dan tegen Asse te moeten procederen. Zodra het werk dat toeliet, zou hij de klok laten hergieten. De secretaris van de aartsbisschop reageerde op 27 oktober 1742. Een proces tegen de abdij inspannen was zeker niet nodig want hij gaf nog liever twee klokken dat tegen de parochie te procederen. Zodra het werk het toeliet, zou de proost de klok laten hergieten.

De hoofddrossaard en de andere regeerders vertrouwden de zaak niet. Ze vreesden dat het hergieten van de klok de problemen niet zou oplossen zoals ze in het verleden al hadden ondervonden. Om hun eis voor een nieuwe klok kracht bij te zetten, lieten ze de klok door S. Roelants en Jan Van Laer, twee meester-klokkengieters van Brussel onderzoeken. Hun verslag was klaar op 20 augustus 1743 (zie verder). In een uitgebreid schrijven liet het aartsbisdom op 2 september 1743 weten dat de huidige problemen met de tiendeklok te wijten zijn aan de voorgaande hergietingen die de regeerders van de Vrijheid van Asse lieten uitvoeren. De afwijkende toon ten opzichte van de andere kerkklokken konden ze met geringe kosten zelf laten herstellen. Die oplossing hebben ze afgewezen omdat ze zich lieten beïnvloeden  door de meester-klokgieters om een nieuwe klok te eisen.

Patstelling.

Met het antwoord van het aartsbisdom was het duidelijk dat een oplossing van de Raad van Brabant moest komen. Beide partijen stelden een advocaat aan. Voor Asse was dat J. Henricy en de aartsbisschop koos voor Henry de L’ Escaille. Wat volgde was een drukke correspondentie tussen de advocaten waarbij telkens nieuwe argumenten opdoken. Om onnodige herhalingen te vermijden hebben we alle argumenten verzameld, eerst die van Asse gevolgd door het wederwoord van het aartsbisdom.  P staat voor parochie en A voor abdij/aartsbisdom.

1.P: De abdij heeft de plicht voor een nieuwe klok te zorgen want de jaarlijkse tienden leveren vier- à        vijfduizend gulden op.

    A: Wij hebben voor een klok gezorgd.

2. P: Het resultaat van de hergietingen is dat de boord buiten proportie is met de dikte van de ‘bourdon’ en het materiaal gelijkt meer op  ijzer dan op klokspijs.

    A: De parochie heeft niet te beslissen over de kwaliteit van de spijs van de klok, Als de ‘bourdon’ te dik is in verhouding tot de kuip, de boord buiten proportie met de diameter heeft dat geen belang zolang de klok de parochianen naar de kerk roept,.

3. P: Als het bisdom een klok wil laten gieten met het materiaal van de oude dan zullen de gebreken blijven.

    A: Wij hebben de klok laten hergieten en nog is de parochie niet tevreden.

4. P: De gescheurde klok kan de parochianen niet meer oproepen voor de goddelijke diensten.

    A: De parochianen kunnen de klok wel horen. 

5. P: De meester-klokkengieters hebben de klok niet goed bevonden.

    A: De regeerders hebben zich laten beïnvloeden door de meester-klokkengieters om een nieuwe klok te eisen.

6. P: De tiendeklok is opgelapt en niet meer gelijk aan de originele.

    A: De toon moet niet gelijk zijn aan vroeger.

7. P: De klokspijs is nu bros en grijs.

    A: Het bisdom heeft er geen weet van dat de klok bros en grijs is.

8. P: De abdij had ook experts kunnen aanstellen om de klok te onderzoeken.

9. P: De klank van de tiendeklok harmonieert niet met de andere klokken in de toren.

    A: De abdij is niet verplicht om voor een klok met dezelfde resonantie te zorgen. Een tiendeklok maakt geen deel uit van een beiaard.

10. P: Het aartsbisdom wil alleen het proces vertragen.

      A: Het is niet duidelijk wat de parochie nu wil. Gaat het over het gewicht of de vorm, de discordantie met de andere klokken of de hoorbaarheid in heel de parochie?

11. De parochianen laten zich niet tevreden stellen met appels voor citroenen noch met ketels voor klokken.

De laatste reactie kwam van het aartsbisdom op 12 januari 1745 en luidde: de parochie moet ophouden met te beweren dat ze geen behoorlijke klok heeft. Het vonnis van de Raad van brabant ontbreekt in het document.

Wij ondergeschreven meesters clockgieters binnen de stadt Brussel ende haere cuijpe verclaeren ten versoecke van den hoofddrossaert, schepenen ende regeerders der prochie ende vrijheijdt van Assche gevisiteert te hebben op den thoren van de parochiaele kercke van Assche sekere clocke de welcke men sijde te wesen de thiende clocke hanghende op den voorschreven thoren weghende salvo justo volghens ons oordeel vier duijsent vier hondert ponden de welcke wij bevonden hebben redelijck gegoten naer conste alhoewel de spijse ons bros en grijs dunckt ende dat den boord buijten proportie is van haeren diameter soo dat de selve volghens de dicte van den bordon soude behooren een weijnigh breeder te wesen om goede raisonnantie te geven mede dat den thoon van de voorschreven clocke in accoord niet en correspondeerd met de thoonen van de andere clocken op den voorschreven thoren sijnde maer dat het geluijd van de voorschreven thiende clocke ’t geheel ander geluijd irregulier maeckt ende t’eenemael bederft soo daenighlijck dat men soude segghen een oordeel te wesen ja teecken der waerheijdt hebben wij ten versoecke als vooren dese voorschreven declaratie gegeven met gelofte van de selve te vernieuwen voor alle hoven ende rechters des aensocht sijnde.

Aldus gedaen, gevisiteert ende geëxamineerd desen twintighsten augustus seventhien hondert drijenveertigh ende waeren onderteeckent S. Roelans ende Jan Van Laer.

Accordeert met de originele berustende ter greffie van Assche quod testor als greffier P. Gheude 1743.


[1] Aalstenaar Odo De Craecker ontving in de abdij de priesterwijding op 30 maart 1686. Hij bestuurde als proost de abdij gedurende 46 jaar, verfraaide het hospitium en bouwde de Benedictuspoort en de Voorpoort. Hij overleed in 1743.

[2] Kardinaal Thomas d’ Alsace was de 9de aartsbisschop van Mechelen en de 35ste abt van Affligem. Hij was afkomstig van  Brussel. Hij verbleef negen maanden in de abdij in afwachting van zijn benoeming tot aartsbisschop. Hij was de monnike heel genegen. Na een bestuur van 44 jaar overleed hij in 1759.

Plaats een reactie