1800. Lijsten opgesteld tijdens de 18de eeuw[1].
Pastoor Rumoldus De Cuyper maakte in 1744 een inventaris van het archief van de pastorie op ten behoeve van de aartsbisschop Thomas d’ Alsace en zond de lijst in 1774 ook naar aartsbisschop Joannes Henricus van Franckenberg.
Eerste lijst.
1- 14 requesten over verscheidene zaken in verband met de jaarlijkse betaling van 200 gulden vanaf 1779. Een kopie ervan ligt bij de landdeken te moorsel.
2- Vrijstelling van patrouille van de knecht van de pasoor. Privilege verkregen van prins Karel, gouverneur van de Nederlanden.
3- Zeven registers van dopen, huwelijken en overlijdens en nog drie in de maak.
4- Originele meting van de parochie en van de tienden.
5- Contract met de parochianen van Hekelgem over het spelen van het orgel en het contract van het onderhoud.
6- De betalingen en de ontvangsten van de pastoor van de kerk, van de armen, van jaargetijden, renten en cijnzen.
7- Advies voor de armen van Hekelgem in hun geschil met M. Wamback etc.
8- Proces tegen de drossaard van Asse over zijn aanwezigheid bij de opstelling van de rekening van kerk en armen waarvoor hij niets ontvangt maar die wel moet tekenen voor de landdeken en de pastoor.
9- Status animarum van de parochie door R. De Cuijper en P. De Laddersous, actuele pastoor.
10- De meting van de grootte van de hof en van het land rondom de wallen en enig ander land en weiden.
11- Declaratie van de gescheurde weide door Petrus Bosteels tegen den weg naar Teralfene, welke tiende Affligem pretendeert maa die aan de pastoor toekomt.
12- Kopie van scheiding tussenvan Hekelgem en Essene.
13- Extract uit het cohier van 1686 over de XXste penningen.
14- Attestaties van de relikwieën in de kerk van Hekelgem.
15- Alle rekeningen en rentebrieven van de kerk en de armen
16- Enkele contracten voot gezongen jaargetijden en een manuaal.
Tweede lijst.
1- Contract van de confrerie van de rozenkrans.
2- De staat van goederen, cijnzen competerende de pastorie.
3- Vrijstelling van parouille voor de knecht van de pastoor verleend door landvoogd prins Karel.
4- Ondertekening van de oude conferentie van1749.
5- Enkele plakkaten en een sermoen over het ……. in de oorlog.
6- Originele meting van de parochie van Hekelgem.
7- Executie van de subsidie als de waarde 300 gulden bedraagt en enkele brieven over de kwitantie van de gelichte penningen op het curenhuis.
8- Lijst van de arme mensen van de parochie van Hekelghem.
9- Het contract voor het bespelen het spelen van het orgel in Hekelgem.
10- Vraag en antwoord van pastoor van 8 maart 1779 aan Zijn Excellentie Joannes Henricus van Frankenberg.
11- Het contract voor het onderhoud van het orgel.
12- Requesten voor de aartsbisschop, een voor den onderpastoor van 20 oktober 1752, het ander voor het curenhuis van 3 juni 1770.
13- Betalingen voor de pastorie en ontvangsten van de armen, de kerk, jaargetijden, renten, cijnzen etc.
14- Aangaande de school van Hekelgem.
15- Dispensatie en decreten van de bisschop van Mechelen.
16- Wat de pastoor moet betaelen voor zijn huis, hof, meers etc.
17- De tiendenwijken van de pastorie de verpachting met meting van 1743.
18- Een erfelijke rente ten laste van Peeter Pirong voor 4 gelezen missen.
19- Recht van twee sisteren rogge voor de cure op ‘Het Verlijsen Vijverken’ waarvoor 1/3 aan de kerk is afgestaan.
20- Status animarum parochie Hekelgem.
21- Kopie van een advies voor het restaureren van het curehuis.
22- Een apostille van de Raad van Brabant over de vrijstelling van de curegoederen zelfs als ze gehuurd worden.
23- De verkop van het curegoed tot ……..
24- Vraag over de XXste penning van de pastoor van Hekelgem.
25- Testament van Joannes Bernaerts pastoor van Hekelgemen het gegeven land aan de cure voor een jaargetijde.
26- Specificatie van de tenden van Affligem in Hekelgem en de scheiding met Meldert.
27- Kopie van de scheiding van Hekelghem en Essene.
28- Extract uit het cohier van 1686 over de twintigste penningen.
29- Plakkaat van de armen die in een ander parochie wonenen het decreet van 1780.
30- Attestatie van relikwieën.
31- Advies over de vondelingen.
32- Originele meting van enige tienden waaronder begrepen de weide van P. Bosteels.
33- Attestatie dat den pastoor met soldaten gebilleteerd is.
34- Advies voor een bastaard en de conventie daarover.
1806. Condities en verpachting van de kerkgoederen[2].
Op 4 juli 1806 maakten de kerkmesters L. Van Roy, H. De Bailliu en Amandus Vertonghen, aangesteld door de prefect van het departement van de Dijle de voorwaarden bekend waarop de kerkgoederen verpacht worden. Frans André leidde de verpachting diezelfde dag de verpachting. De moest met franken en centiemen
1- Alle nieuwe pachters moeten de afgaande pachters behoorlijk vergoeden voor mestvet, arbeid e;a. Experts zullen de waarde bepalen..
2- Alle pachgters moeten zich houden aan de grootte zoals nu in gebruik is.
3- De pachters moeten de straten en losgaten onderhouden en de grachten ruimen. Boeten voor nalatigheid zijn voor de pachters
4- Als de vruchten door fourage beschadigd worden, kunnenn de pachters geen kwijtschelding van pacht krijgen.
5- De pachgters mogen de opgaande bomen niet snoeien tenzij het hun door de kermeesters wordt toegestaan.
6- De pachters moeten solvente borg geven tot voldoening van de kermeesters die, als de pachter in gebreke van betaling komt, betaling van de borgsteller eisen.
7- De pachters moeten alle contributies betalen.
8- De pachters betalen voor de kerkgeboden, zegels en vacaties elf centiemen per frank en het enregistrement.
9- De kerkmeesters zijn vrij om na afzeggen van de partij een van de twee hoogste bieders of de vorige pachter te nemen.
10- Als de veldwachter of de oproeper zich vergist in ’t oproepen, dan kan hij zijn oproep herhalen.
11- De goederen worden verpachg voor een termijn van drie, zes of negen jaar ingaande vanaf Kerstmis 1807. De pacht wordt betaald op de vervaldag of uiterlijk zes weken daarna in handen van de rentmeester op straf van pachtbreuk
Aan al deze condities zal ieder zich moeten houden.
Nummer 1: 194 r land palend aan de kleine baan van Boekhout langs ‘Den Hulstbosch’, de armen van Hekelgem, J. B. Van Nieuwenborg en Bernardus Van Geite, en nog een land en bos van 195 r palend aan de kleine baene, de erfgenamen Joannes Van Lierde, de H. Geest en de kerk van Hekelgem. Gebleven aan Andries Everaert voor 30 – 00.
Nummer 2: 153 r land op ‘Den Cluijscauter’ palend aan J. B. Verleijsen, Affligem, Henderik De Gols en J. B. Van Den Wijngaerdt. Ook met dezelfde grootte palend aan Affligem, weduwe Jacobus Meersman, Hendrik De Gols en de weduwe P. Vonck Petronilla De Nil. Gebleven aan de weduwe Peeter Vonck voor 22 – 00.
Nummer 3: 179 r land waarvan de helft van de kerk en de helft van de armen, gelegen op Eerembodegem, palend aan de kassei, de erfgenamen Frans De Gendt en J. B. Van Nieuwenhove. Gebleven aan Andries Everaert voor 17 – 00.
Nummer 4: 75 r op ‘De Moret’ palend aan de voetweg, de armen van Asse, P. De Wever en Gillis De Ridder. Gebleven aan Nicolaus David Van Nieuwenborg voor 19 – 00..
Nummer 5: 123 r op ‘Den Hoogenpael’ palend aan Fernand Meert, het koutergat, het curegoed en de erfgenamen J. Van Lierde. Gebleven aan Joseph Serrier voor 21 – 00. 53 ½ r op ‘Den Hekelgemkouter’ palend aan de voetweg, A. Cappuijns, Frans Van Nieuwenhove en de weduwe J. B. De Smedt. Gebleven aan Pauwel Mergan voor 11 – 00.
Nummer 7: 102 r op ‘Den Mattenlogting’ palend aan de straat, ‘Den Buijcauter en de erfgenamen Fernand Meert. Gebleven aan Gillis Verbeken voor 27 – 00.
Nummer 8: 25 r op ‘Den Hekelgemcauter’ palend aan Gillis Verleijsen, het Kapelrijgoed, de erfgenamen M. Robijns en de kerkweg. Gebleven aan Anna Maria Crols voor 5 – 00. Nummer 9: 150 r op ‘Den Asscherenbosch’ palend aan de weduwe Peeter Vasseur, J. B. Van Den Wijngaerde, Affligem en Joannes De Gendt. Gebleven aan Frans Van Varenberg voor 32 – 00..
Nummer 10: 92 ½ r genoemd ‘Den Eijerdop’ palend aan Affligem, G. Verbeken en de straat. Gebleven aan Joannes Verleijsen voor 8 – 00.
Nummer 11: 152r op ‘De Capruijn’ palend aan Affligem, de armen, de voetweg en Joannes Verleijsen. Gebleven aan Jan Baptista De Schrijver voor 32 – 00. .
Nummer 12: 48 rhofstede in de Langestraat palend aan de straat, de H. Geest van Hekelgem, Hendrik Van Buiten en de kerk van Hekelgem. Gebleven aan Jan Baptista Van Den Wijngaerd voor 9 – 00.
Nummer 13: 96 r hofstede in de Langestraat palend aan de straat, de kerk van Hekelgem, G. Bernauw en J. De Schrijver, de weduwe J. Boterberg. Gebleven aan Jan Baptist De Schrijver voor 21 – 00.
Nummer 14: 120 r land en bos op ‘Het Leenvelt’ palend aan de kassei, A. De Meersman, B. E. De Witte en P. Van Ransbeek. Gebleven aan Benedictus De Pauw voor 22 – 00. Nummer 15: 75 r op ‘De Keukenshaege’ palend aan Joannes Van Vaerenberg en Affligem. Gebleven aan Christiaen Arijs voor 25 – 00
Nummer 16: 89 r meers genoemd ‘Kerken Huijsselken’ palend aan de dreef, Affligem en J. Van Der Schueren. Gebleven aan Petrus Verleijsen voor 60 – 00.
1807. Over achterstallige betalingen[3].
Chaban, prefect van het departement van de Dijle antwoordde op 16 februari 1807 – in het Frans – op een vraag van de burgemeester van Hekelgem. Het betrof de achterstallige betalingen aan het Bureau van Liefdadigheid en de vraag luidde: Wat moeten ze doen om de achterstallige betalingen te recupereren? Volgens de prefect was dart een zaak van justitie en de verantwoordelijken dienden een klacht in te dienen met de vermelding van de nodige gegevens: wie betaalde niet, het bedrag van de achterstallen en de opgelopen rente.
Bruxelles, le 16 février année 1807. Je vous salue, Chaban.
In een tweede brief met dezelfde datum stelde le maître des requêtes voor dat de kerkontvanger de klacht zou indienen.
1812. Witten van de kerk[4].
Op 16 augustus 1812 lieten pastoor De malander en kerkmeester J.B. Robijns aan Joseph Palliandi een Italiaanse verver, weten dat zij akkoord gaan met zijn voorstel om de kerk te witten voor 120 gulden Brabants geld. Behalve de kerk witten moet hij de zijkanten en de pilaren met olieverf behandelen, het houtwerk van het okzaal, het orgel en de deur van het portaal onder het okzaal met melkverf instrijken. Hij moet ook de pastorie witten. Het werk moet eind augustus beginnen.
De Malander pastoor in Hekelghem. J. B. Robijns. Joseph Paliandi.
1812. Lijst van de kerkmeubelen[5].
Het zilverwerk.
- Een zilveren remonstrans.
- Twee zilveren kelken.
- Een derde kelk met een zilveren kap en koperen voet.
- Drie zilveren tabellen.
- Twee missaals gegarnierd in zilver.
- Een kleine ciborie voor de publieke ziekenzalvingen.
- Twee zilveren potjes met voet voor de H. Oliën.
- Twee zilveren doosjes voor de ziekenzalvingen.
- Twee zilveren kronen voor ’t beeld van Maria en ’t kindje met zilveren bolletjes.
- Twee zilveren relikwieën, een van St.-Blasius en een van St.-Barbara.
- Een zilveren kruis met voet voor de relikwie van het H. Kruis.
Koperwerk.
- Een ciborie vanbinnen verguld.
- Een doosje voor de geconsacreerde hosties der remonstrans.
- Een wierookvat, schop en bel.
- Een wijwaterketel.
- Twee koperen kruisen voor de processies.
- Twee kronen hangend in ’t midden van de kerk.
- Vier kandelaars voor roetkaarsen.
- Een pannetje voor de kerkmeesters.
- Een lamp in het koor aan de berging.
- Een deksel van de doopvont.
- Drie ….. een voor elk altaar.
- Zes grote en vier kleinere altaarkandelaars.
- Vier gegoten kandelaars, vier blakers en twee kandelaars voor de choralen.
- Een lantaarn voor de processies.
- Een Christus gekruist in de sacristie.
- Twee kronen voor Maria en ’t kindje, item scepter.
- Twee kaarssnijders.
- Twee lezenaars voor het altaar.
- Twee metalen bellen.
- Een missaal met koperen sloten.
- Acht pinnkandelaars.
- Een boor voor de grafmaker.
- Een kroon staande voor het altaar van O.-L.-Vrouw.
- Een voet van een lezenaar staande op het okzaal.
- Een grote horologie op de toren.
- Een vorm voor de grote hostie der remonstrans.
- Een snutter, domper en twee blakers.
- Een lantaarn.
- Een vuurslag.
Ornamenten.
- Beste wit met dalmatica, koorkap, velum en antipendium.
- Gemeender wit met dalmatica en koorap.
- Beste zwart met dalmatica en koorkap different.
- Gemeender zwartt met dalmatica en koorkap.
- Een afhangsel voor het badactum?
- Een overtreksel voor de relikwiekast van St.-Cornelis.
- Drie baarklederen, een beste zwart, gemeen en een wit.
- Een kazuifel, het kruis van wit ivoor.
- Een beste rood met koorkap different.
- Drie kazuifels wit gemeen.
- Drie rood gemeen.
- Twee violetten en een koorkap.
- Twee groene.
- Een beste zwart gelijk n° 3.
- Drie zwarte gemeen.
- Drie bekleedsels rood voor de communiebank.
- 5 rode togen voor de koralen.
- Een knielkussen.
- Drie deksels voor de drie altaren.
- Een best kleed van O.-L.-V.
- Nog twee bovenklederen.
- Twee voolen?
Lijnwaad.
- 14 alben, 4 goede alle andere al gerepareerd.
- 9 grote overrokken.
- 9 kleine overrokken.
- 16 amicten.
- 12 singels.
- 15 mappen.
- 12 handdoeken.
- 5 benedictiedoeken.
1813. rekening van kerkmeester J.B. Robijns[6].
De rekening gaat over de periode van 1 april 1812 tot 1 april 1813.
Ontvangsten.
- Vooreerst wordt in rekening gebracht als ontfvangsten ’t slot van rekening van 1812 gepasseerd op 5 april 1812: 113 – 11 – 1.
- Van de schaal 71 – 19 – 3.
- Van de rest die Judo Van Vaerenberg debet was van de pacht van stoelen van 1811: 28 – 2 – 0.
- De pacht van stoelen van 1812 verpacht à 80 gulden 39 – 2 – 1.
- Over de beste klederen voor de uitvaarten 9 – 13 – 2.
- Levering van was voor de uitvaarten 29 – 10 – 0.
- 21 pond oud was verkocht 20 – 2 – 0.
- Van de relikwieën 31 – 18 – 0.
- Van den ommegang van hop 44 – 0 – 0.
- Van de jaargetijden 8 – 14 – 0.
- 1/3 van het zuivelgeld 1 – 8 – 0.
- Van de offerblokken 3 – 2 – 0.
- Van kaarsen in het octaaf van Barbara 4 – 0 – 0.
Totaal ontvangsten = 405 – 2 – 3.
Uitgaven
- Aan 24 ellen kloosterdoek voor drie alben 32 – 8 – 0.
- Voor de zomerwas 10 – 10 – 0.
- Voor reparatie van lijnwaad 2 – 0 – 0.
- Voor 4 paar schoenen voor de koralen 7 – 7 – 0.
- Voor kanten van de drie nieuwe alben 18 – 18 – 0.
- Voor 20 zakken kalk, pannen e.a. 18 – 13 – 0.
- Voor 3000 kareelstenen 21 – 0 – 0.
- Voor vervoer van stenen en vertier 6 – 13 – 0.
- Voor reparatie aan de pomp 9 – 19 – 0.
- Voor de heer pastoor: rente, cijns, e.a 28 – 12 – 0.
- Aan de koster, jaargeld e.a 17 – 19 – 0.
- Voor het bespelen van het orgel 10 – 10 – 0.
- Maken van drie alben e.a 13 – 7 – 0.
- Aan Joannes Benedictus Vermoesen meestermetselaar 18 – 1 – 1.
- Aan Jacobus Van Den berg metser knecht – 10 – 0 – 0.
- Aan J. B. Robijns voor geleverd hout 6 – 17 – 0.
- Aan Gillis Verbeken voot ’t zelfde 5 – 2 – 0.
- Aan Peeter De Vis voor 190 voet planken 10 – 10 – 0.
- Aan Thomas Libaert, smid 5 – 4 – 2.
- Aan J. B. Ledegen, timmerman 14 – 17 – 0.
- Voor spaans groene litargeverf 16 – 8 – 0.
- Voor wit lood 6 – 0 – 0.
- Op rekening van Paliarde, verver 20 – 0 – 0.
- Voor winterwas 10 – 10 – 0.
- Voor twee stenen rode kaarsen 5 – 12 – 0.
- Aan Cornelis De Geijnt, smid 4 – 6 – 0.
- Aan de zangers volgens gewoonte 6 – 6 – 0.
- Aan een steen rode kaarsen 2 – 8 – 0.
- Voor geleverde kalk 4 – 10 – 0.
- Voor een jaar miswijn 33 – 0 – 0.
- Voorr een jaar misbrood, groot en klein 10 – 10 – 0.
- Voor een jaar wierook 7 – 0 – 0.
- Voor papier, pennen, inkt, port van brieven van ’t bisdom, deken e.a. 8 – 16 – 1.
Totaal uitgaven = 403 – 14 – 2.
Boni = 1 – 8 – 1.
Dus blijkt dat er 1 guldden 8 stuivers 1 oord meer is ontvangen dan er is uitgegeven. Aldus gedaan op 9 april 1813 ter presentie van Guilielmus De Smet president, De Malander pastoor, F. De Doncker mayer, Martinus Vasseur en Petrus De Vis.
1813. Registers in de kom van de kerk[7].
Met een schrijven van 15 december 1813 zonder vermelding van de bestemmeling, lieten pastoor P. J. De Malander, onderpastoor J. B. Gemoets en olieslager en oud-griffier van Affligem B. E. De Witte weten dat burgemeester J. De Doncker de parochie- en gemeenteregister naar de kom van de kerk had overgebracht. De bedoeling was om ze in veiligheid te brengen voor het geval dat vreemde troepen het land binnen vielen of voor andere accidenten.
Parochieregisters.
N° 1. Un register met de akten van geboorte, huwelijken en overlijdens van 1604 tot 1635 waarvan 4 bladzijden van de geboorten en huwelijken zijn weggesneden.
N° 2. De geboorten vanaf 1636 tot 1660, huwelijken vanaf 1636 tot 1662 en de overlijdens vanaf 1636 tot 1675 met nog 7 lege bladzijden zijn aangehecht.
N° 3. Overlijdens vanaf 1676 tot mei 1725.
N° 4. Geboorten en huwelijken vanaf 1661 en 1663 tot 1687.
N° 5. Geboorten en huwelijken vanaf 1688 tot 1716.
N° 6. Geboorten vanaf 1717 tot 1763.
N° 7. Overlijdens vanaf 1726 tot 1788 en huwelijken vanaf 1733 tot 1788.
N° 8. Geboorten van 1763 tot 1790.
N° 9. Geboorten van 1790 tot oktober 1796.
N° 10. Huwelijken van 1789 tot 1796.
N° 11. Overlijdens van 1789 tot 1796.
Gemeentelijke registers.
N° 12. Drie van geboorten, huwelijken en overlijdens van het jaar 5 en 6 van de Republiek.
N° 13. Twee geboortenregisters en overlijdens van het jaar 7.
N° 14. Twee dezelfde van het jaar 8.
N° 15. Drie registers van geboorten, huwelijken en overlijdens van het jaar 9.
N° 16. Drie van het jaar 10.
N° 17. Drie tienjarige tabellen van geboorten, huwelijken en overlijdens van het jaar 1 tot 10.
N° 18. Drie van geboorten, huwelijken en overlijdens van het jaar 11.
N° 19. Drie dezelfde van het jaar 12.
N° 20. En van het jaar 13.
N° 21. Vier registers met huwelijksbeloften van de jaren 9, 10, 11 & 12 van de Republiek.
N° 22. Drie van geboorten, huwelijken en overlijdens van het jaar 14 ( 1806).
N° 23. Idem van 1807.
N° 24. Idem van 1808.
N° 25. Idem van 1809.
N° 26. Idem van 1810.
N° 27. Idem van 1811.
N° 28. Idem van 1812.
1817. Terstament van Judocus Clauwaert[8].
J.C. De Deken, notaris te Ternat, stelde op 21 september 1817 het testament op van Judocus Clauwaert, zoon van Petrus en Joanna Maria Bastien, Judocus woonde op Boekhout aan de steenweg. Hij wil dat op de dag van zijn uitvaart voor tien halve hectoliters gebakken korenbroden aan de armen worden uitgedeeld. Een jaar na zijn overlijden moeten 12 gezongen requiemmissen, een per maand, worden gecelebreerd tot lafenis van zijn ziel en na elke mis zal men voor de aanwezige armen twee halve hectoliters en ¼ gebakken korenbroden uitdelen. Bovendien zal men nog 300 requiemmissen voor zijn zielenheil opdragen.
Het testament werd opgesteld in het huis van Judocus waar hij ziek te bed lag. Getuigen waren Franciscus Verhasselt, Joannes Baptista De Gheijndt, zoon van Cornelis, Joannes Baptista Van De Perre, zoon van wijlen Michiel en van Joannes De Smedt. De getuigen waren alle vier landbouwers die op Boekhout woonden.
JUDOCUS CLAUWAERT, zoon van PETRUS JOSEPHUS CLAUWAERT en JOANNA MARIA BASTIEN. Hij is gedoopt op vrijdag 20 maart 1744 in HEKELGEM. JUDOCUS is overleden op donderdag 16 oktober 1817 in HEKELGEM, 73 jaar oud.
Getekend: J. Clauwaert, Franciscus Verhasselt, Jan Baptiste De Geijndt, Joannes Baptista Van De Perre, Joannes De Smedt en J. C. De Deken notaris.
1817. Eigendom kerkfabriek van Hekelgem[9].
| N° | Situation des biens. | Nature des biens. | ha | a | ca |
| 1 | Hekelghem | Bewerkte grond | 60 | 98 | |
| 2 | Id | Id | 48 | 10 | |
| 3 | Boekhoutberg Erembodegem | Id | 27 | 15 | |
| 4 | Hekelgem | Id | 23 | 57 | |
| 5 | Id | Id | 98 | 15 | |
| 6 | Id | Id | 16 | 82 | |
| 7 | Mattenslochting | Hopveld | 32 | 05 | |
| 8 | Hekelghem | Berwerkte grond | 7 | 85 | |
| 9 | Asscherenbos | Id | 47 | 14 | |
| 10 | Eijzendop | Id | 28 | 92 | |
| 11 | Capruijn | id | 17 | 78 | |
| 12 | Langestraat sous Hekelghem | Id | 15 | 9 | |
| 13 | Id | Id | 30 | 18 |
1817. Renten kerkfabriek van Hekelgem[10].
| ° | Bedrag | Naam en woonplaats van de debiteur. |
| 1 | 7,25 | Jean Van De Perre à Hekelgem |
| 2 | 26,55 | Gilles Boom à Essene |
| 3 | 23/65 | Gerard ………. Essene |
| 4 | 10,34 | Jean Baptiste Robijns à Hekelgem |
| 5 | 5,44 | Bernard Van Geete et Gillis De Gols à Hekelgem |
| 6 | 0,32 | François Ruijssinck et consoorten à Hekelgem |
| 7 | 2,18 | André Everaert et consoorten à Hekelgem |
| 8 | 0,36 | Weduwe van Jean Baptiste Van Der Perre à Hekelgem. |
| 9 | 2,90 | Erfgenamen van François Roseleth |
| 10 | 0,15 | Jean Baptiste Meert à Hekelgem |
| 11 | 2,71 | De erfgenamen van Josse Clauwaert à Hekelgem |
| 12 | 1,81 | Josse De Wever à Hekelghem |
| 13 | 0,19 | Jean Baptiste Pauwels en Benoit Cooreman à Hekelgem |
| 14 | 1,09 | Josse De Wever en erfgenamen |
| 15 | 0,36 | Josse Verleijsen à Erembodegem |
| 16 | 3,35 | De kinderenvan Pierre Van Nieuwenborgh à Meldert |
| 17 | 0,09 | De kinderen van Laurent Robijns à Meldert |
| 18 | 0,36 | François De Baetselier à Hekelgem |
| 19 | 0,68 | De erfgenamen van de Martinus Robijns à Hekelgem |
Voor echt verklaard: de leden van de kerkfabriek van Hekelgem op 14 november 1817.
P. J. De Malander, pastoor, J; De Doncker, G. De Smedt, F. Droeshout, J. Roseleth.
1821. Verzekering[11].
Verzekeringspolis van de Compagnie D’Assurance verzekert tegen brand in het algemeen en in het bijzonder wat volgt :
Aan de leden van de kerkfabriek van Hekelgem die optreden voor rekening van de gemeeente met dezelfde naam de som van twintigduizend vijhonderd Hollandse gulden.
- Zestienduizend gulden voor de kerk met sacristie en klokkentoren te Hekelgem, gebouwd met zandsteen en baksteen en bedekt met leien.
- Vierduizend vijfhonderd gulden voor de pastorie bestaande uit 1ier de voordeur en twee zijdelingse gebouwen dienend als bergplaats, gebouwd met bakstenen en bedekt met pannen, ieder geschat op 250 gulden. 2ième een woning na een kleine binnenplaats tussen de twee bergplaatsen, gebouwd met bakstenen en bedekt met leien, geschat op 4000 guldens. Totaal 4 500.
Totaal = 20 500.
De gebouwen zijn geschat zonder de waarde van de grond. De verzekeringspolis geldt voor zeven jaar vanaf deze dag met een jaarlijkse betaling van 16,50 gulden
1823. Verpachting van de kerkstoelen[12].
De 100 stoelen worden verpacht voor een jaar te rekenen vanaf de eerste februari aenstaande en eindigt op 31 januari 1824.
- De pachter voor het gebruik van iedere stoel een oord per keer vragen alle de dagen van ’t jaar als zij worden gebruikt.
- De verhuring wordt gedaan in Brabants geld en gewisseld met Nederlandse gulden Het stoelgeld wordt op de eerste zondag van de maand na de hoogmis aan de pastoor betaald.
- De pachter zorgt voor goede suffisante borg tot tevredenheid van de pastoor en de kerkmeesters.Deze borg geldt vanaf de ondertekening van dit document en zal in geval van gebrek van betaling, aangesproken worden zonder voorgaandelijke op de pachter. In dat geval zullen alle de onkosten van vervolging ten zijne laste zijn. zijnen koste.
- De pachter zal alle maandagen en in geval van een heiligdag op dinsdag de kerk behoorlijk uitvegen met borstels die hij van de kerk zal krijgen en nadien de stoelen op hun gewone plaats zetten volgens de opdrachten van de pastoor en de kerkmeesters.
- De pachter zal de kleine reparaties of het onderhoud van de stoelen doen zoals aan de ‘spetten’, bruggen en de leuningen. Het vlechten is voor de kerk. Op het einde van de pachttermijn zullen alle stoelen in goede staat moeten zijn.
- De handstoelen mogen bezet worden in alle de goddelijke diensten door iemand van ’t huis behalve van de knechten of meiden zonder dat de pachter daarvoor iets zal mogen vragen.
- In het geval dat de pachter twee maanden niet betaalt, dan zal men de stoelen herverpachten voor het restant van zijn termijn. Is er een meerinkomen, dan komt dhet extra bedrag ten goede van de kerk. Is het bedrag lager, dan moet de eerste pachter het ontbrekende bedrag bijpassen. De pastoor en de kerkmeesters zijn vrij om de borg aan te spreken voor de onbetaalde maanden. De kosten zijn ten laste van de eerste pachter of de borg
De condities werden voorgelezen en na oproeping en meerdere biedingen werd sieur Jan De Schrijver, herbergier en landbouwer in het Hekelgem de nieuwe pachter voor de som van zesentachentig gulden zevenenvijftig cent of honderd en een gulden. Borg werd sieur Andries Cortemans, landbouwer in Hekelgem. Hij werd aanvaard. Het document in tweevoud werd ondertekend door de pachter en door de pastoor en de kerkmeesters op 29 januari 1823 om acht uur in de voormiddag voormiddag.
Op donderdag 29 januari 1824 om 8.30 u. ‘s morgens zijn de stoelen verpacht aan Jan De Schrijver, herbergier en landbouwer in Hekelghem voor een som van zevenenzestig gulden eenenzeventig cent. Borg werd opnieuw sieur Andries Courtemans
Dit X is het merk van Jan De Schrijver, A. Cortemans. P. J. Reijntens pastoor, J. F. Schoon en J. B. Clauwaert als getuigen.
1824. Over de kerkbesturen en de kerkelijke administratie[13].
Besluit nr. 45 van 16 augustus 1824 over de kerkbesturen en de kerkelijke administraties:
Vanaf 16 augustus 1824 kunnen de kerkbesturen en kerkelijke administraties geen beslissingen nemen over onderwerpen die niet door de wetten, reglementen of verordeningen zijn bepaald.
Wij Willem bij de gratie Gods, koning der Nederlanden, prins van Oranje Nassau, groothertog van Luxemburg enz. enz.
In aanmerking nemend dat enkele kerkbesturen uit het oog hebben verloren dat zij slechts beheerders van de kerkgoederen zijn en dat hun daden zich niet verder dan tot die van een eenvoudig beheer beperken.
Op de voordracht van de directeur-generaal voor de zaken van den Rooms-Katholieke eredienst van 30 januari en 9 maart dit jaar n° 3 en 17.
Gezien het rapport van onze staatsraaddirecteur-generaal voor de zaken der hervormde kerk van 28 februari laatstleden n° 9.
Gezien het rapport van onze minister voor het publieke onderwijs der nationale nijverheid en de kolonies van 24e maart laatstleden n° 6.
Gelet op het rapport van onze minister van justitie van 15 april laatstleden n° 57.
De Raad van State gehoord advies van 10 augustus 1824 n° 1.
Hebben besloten en besluiten.
Art 1.
Alle kerkbesturen en kerkelijke administraties zullen vermijden om bestellingen te doen of beschikkingen te maken omtrent onderwerpen waarvan de bezorging hun niet uitdrukkelijk bij bestaande wetten, reglementen, orders of instructies is opgedragen.
Art 2.
Zonder onze toestemming te hebben verkregen is het niet geoorloofd zijn om nieuwe kerken of gebouwen voor de beoefening van de openbare eredienst te stichten of te bouwen noch om de bestaande te herbouwen of een andere inrichting te geven. De kerkbesturen moeten zich beperken tot de werken van noodzakelijk onderhoud die de instandhouding der gebouwen bevorderen.
Art 3.
Bij de aanvragen om onze toestemming tot de stichting, opbouw, herbouw of het veranderen van de inrichting of ten uitvoer brengen van andere werken die noodzakelijk zijn tot onderhoud der kerken en gebouwen van de openbare eredienst bestemd, moeten voorzien zijn van een opgave van de daartoe vereiste kosten en van de middelen welke voorhanden zijn om die kosten te kunnen betalen.
Art 4.
Zonder daartoe alvorens onze toestemming te hebben verkregen zal het niet geoorloofd zijn om enige nieuwe kerkelijke gemeenten op te richten of in te stellen.
Art 5.
Evenmin zal het geoorloofd zijn om zonder daartoe onze toestemming of de toekenning der openbare machten uit de kerken weg te breken, te vervoeren of te vervreemden of om zich enige andere beschikking te veroorloven met opzicht tot de in de kerken geplaatste voorwerpen van kunst of geschiedkundige gedenkstukken van welke aard die ook mogen zijn, voor zover zij niet toebehoren aan bijzondere genootschappen of bijzondere personen.
Onze minister van justitie en van Binnenlandse Zaken, Onderwijs en Waterstaat en de directeur-generaal van de zaken van de Rooms-Katholieke en van de hervormden eredienst zijn belast met de uitvoering van het tegenwoordig besluit het welk in het staatsblad zal worden geplaatst.
Gegeven te ’S Gravenhage op 16 augustus 1824 en van onze regering het elfde, getekend Willem, vanwege de koning geteekend J. G. De Meij Van Streefkerk, uitgegeven op 23 augustus 1824, de secretaris van staat geteekend J. G. De Meij Van Streefkerk.
Voor gelijkvormig extract afgeleverd ingevolge de circulaire van den heer gouverneur der provincie van Zuid-Brabant in datum van 13 september 1824 gebracht in de N° 66 van de memoriaal van administratie door de ondergetekende meier der gemeente van Hekelgem aan ’t kerkbestuur tot informatie en nazicht.
J. De Doncker, F. Dierickx.
1824. Besluit aangaande de benoeming van de commissie voor de jaarlijkse kerkrekeningen[14].
Extractuit een besluijt van de heer gouverneur van de provincie van Zuid-Brabant aangaande de benoeming van de commissie voor het onderzoek van de jaarlijkse kerkrekeningen en begrotingen als volgt:
Memoriaal van administratie n° 63.
N° 115. De aanstelling van een gemengde commissie voor het onderzoek van de jaarlijkse rekeningen en begrotingen van kerkfabrieken.
Besluit.
De gouverneur:
Gezien het decreet van 31 december 1809 betrekkelijk de administratie der kerkfabrieken.
Gezien het verslag van zijne hoogheid de aartsbisschop van Mechelen van 15 januari en 4 februari laatstleden.
Gezien de missive van zijne excellentie de directeur-generaal voor de zaken van de Rooms-Katholieke eredienst van 14 april laatstleden.
Overwegende dat niet alle de administraties der kerkfabrieken in het opmaken van hun rekeningen en begrotingen de gewenste zorg en nauwkeurigheid aanwenden en dat de onderscheidenen bij herhaling gegeven instructies niet genoegzaam waren nagekomen en dat dientengevolge vele rekeningen en begrotingen van kerkfabrieken slechts als onvolmaakte verslagen worden beschouwd.
Dat tot voorkoming dezer ongeregeldheden en om met juiste kennis van zaken omtrent de voordrachten van de genoemde administraties te kunnen oordelen hetzij tot bekomen van onderstand van zijne majesteit, hetzij tot subsidie uit de provinciale of gemeentefondsen het noodzakelijk wordt maatregelen daartegen te stellen om de bedoelde rekeningen en begrotingen zorgvuldig te onderzoeken.
Met gemeen overleg van zijne hoogheid de aartsbisschop van Mechelen en gedeputeerde staten dezer provincie heeft goedgevonden te bepalen:
In de hoofdplaats van ieder arrondissement en in elke stad zal een gemengde commissie van drie leden worden aangesteld bestaande:
Voor ieder arrondissement:
- Uit de heer arrondissementscommissaris.
- Uit de heer landdeken voor de kerkfabrieken in zijn dekenij.
- Uit een aanzienlijke persoon in het arrondissement woonachtig.
En voor elke stad:
- Uit de heer burgemeester.
- Uit het hoofd van de geestelijken in de stad.
- Uit een aanzienlijke inwoner der stad of omtrek.
Art. 2.
De commissies zullen vergaderen voor de gemeenten in het commissariaat van de respectieve arrondissementen en voor de steden in het stadhuis.
De commissies zullen met het eerste onderzoek der jaarlijkse rekeningen en begrotingen van alle kerkfabrieken in hun ressort zullen de rekeningen en begrotingen aan zijne hoogheid de aartsbisschop van Mechelen worden onderworpen met de aanmerkingen en vervolgens na door gezegde prelaat te zijn goedgekeurd zullen ze aan gedeputeerde staten der provincie medegedeeld.
Art. 4.
De heren landdekens zullen voor kosten van verplaatsing een schadeloosstelling genieten even gelijk met die bij het reglement door besluit van zijne majesteit van 25 juli 1818 n° 47 goedgekeurd aan de openbare ambtenaren toegestaan.
De schadeloosstelling zal ieder jaar worden uitbetaald door de kerkfabrieken in deze respectieve dekenijen gelegen volgens een verdeling die ze zelf opmaken naar evenredigheid van de gewone inkomsten.
Art. 5.
Op voordracht van de heren arrondissementscommissarissen en door de stedelijke regeringen worden bij deze tot derde lid der meergemelde commissies benoemd de volgende personen, te weten:
- Voor het arrondissement Brussel de heer J. B. J. baron de Viron, vader.
- Voor het arrondissement Leuven de heer C. M. baron de Rijckman.
- Voor het arrondissement Nijvel de heer Dangomau burgemeester der stad Nijvel.
- Voor de stad Brussel de heer ………….. lid der provinciale staten en van de raad der regering.
- Voor de stad Leuven de heer Poullet schepen.
- Voor de stad Thienen de heer J. A. Pardon.
- Voor de stad Nijvel de heer Auguste Deprelle.
- Voor de stad Diest de heer Joannes Andreas Cantillon.
- Voor de stad Halle de heer C. J. Van Der Cammen notaris.
- Voor de stad Waver de heer Jean Charles Hallaux.
- Voor de stad Aarschot de heer Matheus Cornelius Van Calster.
Art. 6.
De tegenwoordige ordonnantie zal in het memoriaal van administratie worden geplaatst, de stedelijke regeringen en de meiers der gemeenten zijn belast met de uitvoering ervan en om daarvan een afschrift aan iedere administratie van kerkfabrieken af te leveren tot nazicht.
En zal afschrift ervan aan zijne hoogheid de aartsbisschop van Mechelen worden toegezonden tot informatie.
Brussel 2 september 1824 getekend burggraaf Du Bus de Gisignies.
Voor gelijkvormig afschrift afgeleverd door de ondergetekende meier der gemeente van Hekelgem aan de administratie van het kerkfabriek.
J. De Doncker.
Charles Mathias Jean de Ryckman de Betz (Diest, 24 augustus 1784 – Leuven, 23 december 1837)
DANGONAU Jean Baptiste (Auxonne 1770 – Baulers 1854) 1ste burgemeester van Nijvel bij Koninklijk Besluit van 25 juli 1817 tot 22 oktober 1830
1824. Nieuwe overeenkomst met de koster[15].
Volgens het kerkarchief kwamen op 30 november 1824 de kerkmeesters van Hekelgem in een buitengewone algemene vergadering samen om de vergoedingen van de koster te bepalen. Er was onenigheid ontstaan met Anthonius Cappuyns (koster en organist van 1776 tot 1812) en diens zoon Henricus (koster en organist vanaf 1812) omdat de kwitanties voor de betalingen aan de koster niet vermeldden voor welke prestaties die vergoedingen waren. Om in de toekomst alle geschillen te vermijden, wou men precies bepalen wat voor welke prestaties diende te worden betaald.
- Voor de dienst als koster waaronder het behoorlijk schikken en net houden van de sacristie, koor, altaren en okzaal naar het goeddunken van de heer pastoor zal 15 gulden 12 stuivers worden betaald te beginnen van Sint-Jansmis 1824.
- Voor het spelen van ’t orgel in alle parochiale diensten op zondag en heiligdagen voor een jaar ook vanaf Sint-Jansmis 1824 zal 10 gulden 10 stuivers worden betaald. Bovendien moet de organist voor die som het orgel onderhouden en stemmen.
- Voor het borstelen van de kerk, tweemael per week volgens de vraag van de heer pastoor, voor het plaatsen en wegzetten van de banken van de kinderen voor en na de catechismus is de vergoeding 17 gulden en tien stuivers Brabants courant. Voor het borstelen van de kerk en het plaatsen van de banken kan de heer pastoor zelf een persoon kiezen.
- Voortaan mag er in de kerk of pastorie niets geplaatst worden zonder toesremming en het oud was zal ter beschikking zijn van de heer pastoor tot profijt van de kerk.
Aldus gedaan en besloten in onze extraordinaire vergadering en in het teken der waaheid hebben wij het eigenhandig ondertekend. De Doncker, P. J. Reijntens pastoor, D. De Cooman, J. F. Schoon, J. B. Clauwaert, J. Pauwels.
1825. Kerkrekening[16].
kerkrekening door de heer pastoor van Hekelghem van ontvangsten en uitgaven in Brabants courant geld ter presentie van de eerw. heer landdeken en leden van de kerkraad van oktober 1823 tot 26 juli 1825.
Ontvangsten.
- Slot van de laatste rekening van de inkomsten der kerk van 30 december 1823 door Joannes Bosteels daartoe geautoriseerd door de erfgenamen van de eerw. heer J. B. Gemoets de som van vierhonderd veertien gulden en dertien stuivers, dus 414 – 13 – 0.
- Ontvangsten voor de kerk gedaen door mijnheer Consgen in kwaliteit van deservitor van Hekelgem in augustus en september van 1823 de som van achtien gulden en acht stuivers daarin zestien gulden zestien stuivers betaald door J. B. De Schrijver om de kleine stoelen van de kerk uit te zetten in juni en juli van 1823, een frank voor de stoel van Cath. De Kock voor een half jaar, een gulden en een stuiver van offer en jaargetijden, dus 18 – 8 – 0. Totaal = 433 – 1 – 0.
- In oktober, november en december 1823 achtien gulden zestien stuivers en zes deniers uit de schaal en offerblok, dus 18 – 16 – 6.
- Tien stuivers voor twee gezongen missen, te weten voor Petronilla Clauwaert en Michiel Van Der Schueren, dus 0 – 10 – 0.
- Tien stuivers voor het jaargetijde van Guill. Van Neervelt en Paschasia De Paep, dus 0 – 10 – 0.
- Vier gulden voor was op de uitvaart van Joanna Callebaut, dus 4 – 0 – 0.
- De vier eerste maanden van 1824 ontvngen uit de schaal en offerblokken zestien gulden negentien stuivers en zes deniers, dus 16 – 19 – 6.
- Van J. B. De Schrijver, stoelzetter, tweeënzestig gulden en acht stuivers waarmee hij het restant van zijn pacht van de kleine stoelen van de kerk voor 1823 kwijt: honderd en een gulden, dus 62 – 8 – 0. J. B. De Schrijver heeft tot afkorting van de pachtschuld aan de heer pastoor Gemoets drieëndertig gulden twaalf stuivers betaald die in de laatste rekening van de inwendige revenu van de kerk als ontvangsten zijn ingebracht en dat hij op die pacht vijf gulden Brabants courant korting van de kerkraad heeft bekomen om de schade te vergoeden die hij geleden heeft omdat er in het jaar op verscheidene zondagen maar een mis is geweest.
- Zevenendertig gulden een stuiver van de stoelen in de kerk in 1823, dus 37 – 1 – 0.
- Twee gulden vijftien stuivers zes deniers van de jaargetijden voor J. B. Crick, voor Petronilla Van Neervelt en Maria Anna Crick voor 1823, dus 2 – 13 – 6.
- Drieëndertig stuivers voor de beste klederen op de uitvaart van Isabella Vonck, dus 1 – 13 – 0.
- In mei, juni en augustus van 1824 ontvngen uit de schaal en offerblok de som van drieënvijftig gulden een stuiver negen deniers, dus 53 – 1 – 9.
- Vier gulden voor was op de uitvaart van Antonia Wamback, dus 4 – 0 – 0.
- Een gulden voor de mis van Maria Anna Van Der Schueren voor 1824, dus 1 – 0 – 0.
- Zes stuivers voor de twee missen voor Egid De Keghel en Anna Clauwaert voor 1824, dus 0 – 6 – 0.
- Drieëndertig stuivers voor de beste klederen op de uitvaart van Judoca Schollaert, dus 1 – 13 – 0.
- Vier gulden voor was op de uitvaart van Frederica Van Ransbeeck, dus 4 – 0 – 0.
- In de vier laatste maanden van 1824 ontvangen uit de schael en offerblok eenentwintig gulden twee stuivers negen deniers, dus 21 – 2 – 9.
- Van de opgehaalde hop achtentachtig gulden vijf stuivers drie deniers, dus 88 – 5 – 3.
- Tien stuivers voor het jaargetijde van Guill. Van Neervelt en Paschasia De Paep, dus 0 – 10 – 0.
- Tien stuivers voor twee jaargetijden voor Petronilla Clauwaert en Michiel Van Der Schueren, dus 0 – 10 – 0.
- Twaalf stuivers voor jaargetijden betaeld door mijnheer De Wit(te) griffier, dus 0 – 12 – 0.
- Acht gulden voor was van twee uitvaarten te weten: van Franciscus Wauters en Judocus De Ridder, dus 8 – 0 – 0.
- In de vier eerste maanden van 1825 ontvangen uit de schaal en offerblok achtentwintig gulden zeven stuivers zes deniers, dus 28 – 7 – 6.
- Van J. B. De Schrijver negenenzeventig gulden voor zijn pacht van de stoelen voor 1824, dus 79 – 0 – 0.
- Van de standstoelen zesenviertig gulden dertien stuivers zeven deniers, dus 46 – 13 – 7.
- Twaalf gulden voor was op drie uijvaarten, te weten: van Joannes De Batselier, van Judocus Van Oudenhove, en van Anna Cath. Van Nieuwenborgh, dus 12 – 0 – 0.
- Dertien gulden tien stuivers voor het uitzetten van de kleine stoelen voor februari en maart 1825 van Peeter Scheerlinckx, dus 13 – 10 – 0.
- In mei en juni 1825 ontvangen uij de schaal en offerblokken e.a vierenvijftig gulden veertien stuivers drie deniers, dus 54 – 14 – 3.
- Van stoelzetter Peeter Scheerlinckx dertien gulden tien stuivers voor het uitzetten van de stoelen in april en mei 1825, dus 13 – 10 – 0.
- Acht gulden voor was op twee uitvaarten, te weten: van Regina De Meester en van Henricus De Nil, dus 8 – 0 – 0.
- Zes stuivers voor de missen voor Egid De Keghel en Anna Clauwaert voor 1825, dus 0 – 6 – 0.
- In juli 1825 ontvangen uit de schaal en offerblok e.a negen gulden en viertien stuivers Zes deniers, dus 9 – 14 – 6.
- Van Peeter Scheerlinckx zes gulden vijftien stuivers voor het zetten van de kleine stoelen in juni, dus 6 – 15 –
Totaal ontvangsten = 1033 – 6 – 1.
Uitgaven
- Gerembourseerd aan onderpastoor Consgen de betaeling tot last van de kerk die hij deed toen hij in augusts en september 1823 deservitor was, de som van twintig gulden drie stuivers twee deniers waarin begrepen zijn veertien stuivers voor het port van brieven van het bisdom, drie gulden en vier stuivers voor uitgedeed brood aan de armen, veertien gulden zeventien stuivers acht deniers voor gefundeerde missen en achtentwintig stuivers voor miswijn, dus 20 – 3 – 2.
- In de drie laatste maanden van 1823 heeft de rendant aan J. F. Ledegen negen gulden zes deniers betaald voor geleverd hout aan de kerk en gedane arbeid volgens kwitantiee, 9 – 0 – 6.
- Voor de kerkvisitatie aan de heer deken vijfendertig stuivers, dus 1 – 15 – 0.
- Vijftien gulden veertien stuivers zes deniers aan Liv. Callebaut voor arbeid en glas voor de kerk en pastorie volgens kwitantie, 15 – 14 – 6.
- Vijfendertig stuivers voor wierook, 1 – 15 – 0.
- Zeven gulden veertien stuivers aan Peeter Callebaut voor vier paar schoenen voor de koralen e.a volgens kwitantie, 7 – 14 – 0.
- Aan J. H. Schoon negen gulden twaalf stuivers voor het tractement van de kerkmeesters, misdienaars op de feestdag van Cecilia, 9 – 12 – 0.
- Aan Joannes Bosteels vijfentwintig gulden voor miswijn geleverd door de heer pastoor J. B. Gemoets, 25 – 0 – 0.
- Voor lint en reparatie aan het kerklijnwaad drie gulden, dus 3 – 0 – 0.
- Aan Joannes Bosteels voor de erfgenamen van de heer pastoor Gemoets zeven gulden zeventien stuivers zes deniers voor zeven maanden intrest van een rente en cijns, te weten: van de 1 januari tot 31 juli 1823, dertien gulden en tien stuivers aan de cure competerende ten laste van de kerk, 7 – 17 – 6.
- Aan mijnheer Cousgen als deservitor een gulden en twee stuivers zes deniers voor intrest van augustus 1823 van de gemelde rente en cijns, 1 – 2 – 6.
- Aan de rendant als pastoor van Hekelghem komt vier gulden tien stuivers van de gemelde rente en cijns voor de vier laatste maanden van 1823, 4 – 10 – 0.
- Voor de winterwas van kerklijnwaad tien gulden, 10 – 0 – 0.
- Voor miswijn voor de vier laatste maanden van 1823 acht gulden tien stuivers, 8 – 10 – 0.
- In de vier eerste maanden van 1824 heeft de rendant aan E. Meert van Aalst negen gulden betaald voor een jaar misbrood e.a voo 1823 volgens kwitantie, 9 – 0 – 0.
- Aan Joseph Van De Perre, vaandrager dertig stuivers, 1 – 10 – 0.
- Voor brieven van ’t bisdom, papier, pennen, ink e.a voor de vier laatste maanden van 1823 twee gulden, 2 – 0 – 0.
- Aan de koster achtentwintig gulden zeven stuivers zes deniers voor geleverd en verwerkt was 28 – 7 – 6.
- Aan J. B. Ledegen voor geleverd hout en arbeid gedaan voor de kerk drie gulden twee stuivers zes deniers volgens kwitantie 3 – 2 – 6.
- In de mei, juni, juli en augustus 1824 aan J. B. Ledegen vijfentwintig gulden zestien stuivers drie deniers voor arbeid en geleverd hout voor de kerk en pastorie, 25 – 16 – 3.
- Achtentwintig stuivers voor de H. Olien 1 – 8 – 0.
- Aan J. Eeman zeven gulden viertien stuivers drie deniers voor verf en olie voor de pastorie volgens kwitantie, 7 – 14 – 3.
- Aan Joannes Verleijsen voor een slot en andere objecten voor de pastorie negen gulden drie stuivers volgens kwitantie, 9 – 3 – 0.
- Aan Livin Callebaut voor het borstelen van de der kerkmuren, kuisen van het glas twaalf gulden zestien stuivers volgens kwitantie, 12 – 16 – 0.
- Aan mijnheer de deken voor de visitatie van de kerk vijfendertig stuiver en voor het bijwonen der kerkrekening twee gulden en zestien stuivers, 4 – 11 – 0.
- Aan de koster eenentwintig gulden veertien stuivers negen deniers voor geleverd was e.a volgens kwitantie, 21 – 14 – 9.
- Zes gulden zeventien stuivers voor reparatie aan het kerklijnwaad, kazuivels e.a aan garen en lint, 6 – 17 – 0.
- Voor borstels en bezems,, voor vier ellen opneemdoeken voor de kerk drie gulden vijf stuivers, 3 – 5 – 0.
- Zeven gulden elf stuivers aan Peeter Callebaut voor vier paar schoenen voor de koralen volgens kwitantie, 7 – 11 – 0.
- Een rente van zes gulden, een cijns van zeven gulden tien stuivers voor 1824, samen 13 – 10 – 0.
- Dertig gulden voor miswijn aan de kerk overgelaten voor 1824, 30 – 0 – 0.
- Twintig gulden voor het wassen van het kerklijnwaad in 1824, 20 – 0 – 0.
- Elf gulden twaalf stuivers Zes deniers voor 91/2 pond waskaarsen aan de kerk overgelaten à vijfentwintig stuivers het pond, 11 – 12 – 6.
- Elf gulden voor port van brieven van ’t bisdom e.a, voor port van de vergulde kelk, van de remonstrans, van Sint-Cornelius en andere objecten van de kerk, van pennen, papier, inkt e.a voor 1824, 11 – 0 – 0.
- In de vier eerste maanden van 1825 heeft de rendant aan schrijnwerker Joannes Brand voor geleverd hout en arbeid voor de kerk en pastorie negenenvijftig gulden een stuiver drie deniers betaald volgens kwitantie, 59 – 1 – 3.
- Aan J. Fontijn voor ijzer en arbeid voor de sacristie, kapellejes en pastorie elf gulden een stuiver, blijft onverlet.
- Aan J. B. Adam vier gulden twee stuivers deniers voor geleverd blik en arbeid aan de kerk en pastorie volgens kwitantie, 4 – 2 – 6.
- Voor wierook, misbrood e.a zeventien gulden vijf stuivers, 17 – 5 – 0.
- Aan J. Maes, zilversmid zesendertig gulden achttien stuijver voor ’t vergulden van een kelk, het maken van een zilveren pateen e.a, 36 – 18 – 0.
- In mei, juni en juli van 1825 betaald aan zilversmid J. Maes vijftig frank of zevenentwintig gulden elf stuivers drie deniers voor een vergulde hoorn volgens kwitantie, 27 – 11 – 3.
- Aan J. Lenssens voor arbeid en leveringe voor de kerk, kapelletjes en pastorie tweeënzestig gulden vier stuivers negen deniers, 62 – 4 – 9.
- Aan Peeter Callebaut zeven gulden negentien stuivers voor vier paar schoenen voor de misdienaars volgens kwitantie, 7 – 19 – 0.
- Aan Livin Callebaut voor glas en arbeid aan de kerk en pastorie tweeënvijftig gulden veertien stuivers volgens kwitantie, 52 – 14 – 0.
- Aan H. Cappuijns dertien gulden zes stuivers voor geleverd en verwerkt was volgens kwitantie, 13 – 6 – 0.
- Aan H. Cappuijns zesentwintig gulden twee stuivers als koster en organist in 1824 tot 1825 volgens kwitantie, 26 – 2 – 0.
- Aan schrijnwerker P. J. Brand tachtig gulden op afkorting van een meerdere som voor geleverde ramen, ijzerwerk, arbeid e.a voor de kerk en pastorie volgens kwitantie, 80 – 0 – 0.
- Aan H. Cappuijns voor het zingen in tien gefundeerde jaargetijden tot laste van de kerk vijf guldens thien stuivers en drie deniers, 5 – 10 – 3.
- Aan Joanna Van Eeckhout en Peeter Scheerlinckx zeventien gulden en tien stuivers van 1824 tot 1825, 17 – 10 – 0.
- Nog schuldig aan de kerk voor 1825 eerst vijftien gulden voor de miswijn van de zes eerste maaden, 15 – 0 – 0.
- Zes gulden en dertien stuivers voor de mondkosten en logies van P. J. Brand voor negentien dagen tijdens zijn werk voor kerk en pastorie à zeven stuivers daags, 6 – 13 – 0.
- Elf gulden voor tien gefundeerde jaargetijden, 11 – 0 – 0.
Totale uitgave = 1088 – 16 – 11.
De rendant heeft 55 – 10 – 10 meer uitgegeven dan ontvangen.
Aldus overgegeven door de pastoor aan de zeer eerweerde heer deken van Asse en aan de leden van de kerkraad van Hekelgem di de rekening contrleerden en goedkeurden en tekenden op 26 juli 1825.

1825. Kopie van een deliberatie van de kerkraad[17].
De leden van de kerkraad van Hekelgem, dekenschap en kanton van Asse vergaderden om ingevolge een brief van de heer Forgeur, vicaris-generael van het aartsbisdom Mechelen van 3 augustus, de tresorier van de kerk van Hekelgem de opdracht te geven tot betaling van 141 gulden 75 cent (300 francs) voor supplement van tractement aan de heer pastoor voor 1824 of hun redenen voor de weigering bekend te maken. De leden van de kerkraad zijn van mening het supplement niet te betalen:
- Omdat de pastoor al voldoende inkomsten geniet als pastoor van een parochie van 1700 zielen.
- Omdat een van zijn voorgangers, wijlen de heer pastoor De Malander in 1806 of 1807 niet meer heeft gevraegt voor tractement en supplement dan wat de actuele heer pastoor tegenwoordig geniet van het gouvernement, te weten 800 fr. Indien het gouvernement hem slechts 400 fr. betaalde hij van de gemeente een toeslag van 400 zou geven. .
- Omdat de parochianen door omstandigheden het zeer moeilijk hebben om hun lasten te betalen er rekeningmee houden dat de parochianen die toeslag moeten geven omdat zij de kerk moeten ondersteunen als zij te kort komt.
in vergadering van den tiende augustus 1825.
Was onderteken J. F. Louis, D. De Cooman, J. F. Schoon, J. B. Clauwaert en J. Pauwels.
1826. Rekening van ontvangsten en uitgaven in de drie laatste maanden 1826 van de inwendige inkomsten van de kerk[18].
Op 3 oktober 1826 legde de pastoor zijn rekeningen voor aan de deken van Asse en de leden van de kerkraad.
Ontvangsten.
- Het slot van de voorgaande rekening tot oktober 1826 honderd zesenveertig gulden ezstien stuivers tien deniers, dus 146 – 16 – 10.
- Negentig fr. zeven stuivers zes deniers of negenenveertig gulden negentien stuivers negen deniers van de standstoelen – 49 – 19 – 9.
- Achtendertig gulden vijf stuivers van de kerkstoelen voor de vijf laatste maanden van de pacht van 1826, afgetrokken tien stuivers omdat er op een zondag maer een mis gedan is – 38 – 5 – 0.
- Drieëntwintig gulden vier stuivers offer-en schaalgeld – 23 – 4 – 0.
- Achttien gulden voor het geleverd was en gebruik van de beste klederen op de uitvaat van Leonora Pauwels, Joannes De Rijck, Cath. Verdood, Anna Maria Janssens, Peeter Van Bleijenbergh, Cath. Belmans en Cath. De Gols – 18 – 0 – 0.
- Zevenenzestig gulden sestien stuivers negen deniers van de hopomhaling – 67 – 16 – 9.
Totaal ontvangsten: 344 – 2 – 4.
Uitgaven.
- Voor misbrood en hosties voor de communie negen gulden volgens kwitantiequittantie – 9 – 0 – 0.
- Vijftien gulden voor miswijn van de laatste maanden van 1826 – 15 – 0 – 0.
- Tien gulden voor acht ponden was à 25 stuivers per pond – 10 – 0 – 0.
- Drie gulden voor wierook – 3 – 0 – 0.
- Voor de winterwas, de reparatie van het kerklijnwaad, tien gulden tien stuivers – 10 – 10 – 0.
- Achtendertig gulden voor een groene kazuifell met alle toebehoorten volgens kwitantie – 38 – 0 – 0.
- Aan Peeter Scheerlinckx om tweemaal in de week de kerkvloer te vegen in de zes laatste maanden van 1826 acht gulden vijftien stuivers à rato van zeventien gulden tien stuivers per jaar – 8 – 15 – 0.
- Aan dezelfde een gulden vijf stuivers om het vaandel te dragen de zeven en half laatste maanden van 1826 – 1 – 5 – 0.
- Aan H. Cappuijns dertien gulden een stuiver voor het bedienen van de kosterij en het spelen van het orgel op zondagen e.a de zes laatste maanden van 1826 volgens kwitantie – 13 – 1 – 0.
- Voor de H. Olie, pennen, papier, port van mandementen, brieven e.a acht gulden – 8 – 0 – 0.
- Aan P. J. Lensens drie gulden voor reparatie aan de steenput van de der pastorie en leverantie …….. volgens kwitantie – 3 – 0 – 0.
- Eenendertig gulden negentien stuivers negen deniers voor gefundeerde jaargetijden, loven en uitdeling van brood aan de armen – 31 – 19 – 9.
- Negen gulden voor het tractement van de kerkmeesters op Cecilia – 9 – 0 – 0.
- Aan de heer landdeken voor de kerk visitatie en bijwonen van de kerkrekening vier gulden elf stuivers – 4 – 11 – 0.
Totale uitgaven: – 165 – 1 – 9.
Overschot 179 – 0 – 7.
Aldus voorgeled door de heer pastoor van Hekelgem aan de heer deken van Asse en aan de leden van de kerkraad die de rekening goedkeurdenop 18 juni 1827.
1833. Hekelgemnaren niet op de kieslijst[19].
Een aantal hekelgemnaren vonden hun naam niet op de lijst van de kiesgerechtigden voor de kamer van volksvertegenwoordigers niettegenstaande ze voldoende kiescijns betaalden. Ze schreven op 24 mei 1833 een brief naar de provincieraad om toch het stemrecht te bekomen. De brief is voor allen dezelfde en is duidelijk opgesteld door een advocaat of door Alexis Lespirt de secretaris van de gemeente. Hieronder een voorbeeld.
Aen de heeren gedeputeerde staeten der provincie Brabant.
Mijnheeren,
Vertoond met alle eerbied Guillielmus De Bisschop landbouwer woonende te Hekelgem district Brussel provincie Brabant dat hij ingevolge van ’t gemeijntebestuur hunne verklaering hierbij gevoegd heeft de vereijschte hoedaenigheden ingevolge den 1ste artikel der wet van den 3de meert 1831 om kiezer der volksvertegenwoordigers te zijn.
Oorsaeke door sijne onwetendheijd en dat er geenen exacte lijst der gene die den kieschijns betaelen aen het gemeijntebestuur van Hekelgem is toegezonden.
Dat hij sijne contributies om tot dit kieschijns te komen betaeld in de gemeijnte Teralphene heeft het voornoemd bestuur den vertooner op den lijst der kiezers niet kunnen stellen.
Den vertooner neemt sijnen toevlugt tot U lieden autoriteijt ten eijnde om stemregt te bekomen.
’T is de gratie.G. De Bisschop. Hekelgem den 24ste mei 1833.
Judocus De Bisschop en Benedictus Cooreman gaven dezelfde verklaring en Franciscus vermeldde dat hij zijn contributies in Erembodegem betaalde.


1854. Register van de goederen van de kerk van Hekelgem met vermelding van de pachters en de pachtsom, de renten en grondcijnzen met de namen van de verschuldigden, de ontvangsten van pachten, cijnzen en intresten[20].
N° 1.
Franciscus De Ridder[21] Hekelgem huurt een partij land groot dertig roeden negenenveertig ellen gelegen aan ’t Verleijsen Vijverken voor vijftien fr. Een partij land en bos gelegen op Erembodegem op de Boekhoutberg, groot zevenentwintig roeden en vijftig ellen voor 8,50 frs.
Totaal drieëntwintig fr. – 23,50 – is betaeld 1827.
| Betalingen | Som |
| 22 9ber 1835 vier jaren pacht 1828, 1829, 1930 en 1831 de som van 94 fr. | 94,00 |
| 7de Xber 1836 pacht van 1832: drieëntwintig fr vijftig centiemen. | 23,50 |
| 10de Xber 1837 pacht van 1833 de som van drieëentwintig fr vijftig centiemen. | 23,50 |
| 10de Xber 1838 pacht van 1834 de som van drieëentwintig fr vijftig centiemen. | 23,50 |
| 7de 8ber 1839 pacht van 1835 de som van drieëentwintig fr vijftig centiemen. | 23,50 |
| 14de 8ber 1839 pach van 1836, 1837 en 1838 de som van zeventig fr vijftig centiemen. | 70,50 |
| 10de Xber 1840 pacht van 1839 de som van drieëntwintig fr vijftig centiemen. | 23,50 |
| Frans De Ridder huurt twee partijen land een van 33 roeden 19 ellen voor zesentwintig frs en de andere van 26 roeden 5 ellen te Erembodegem aan den Boekhoutberg voor vijftien frs. Samen eenenveertig frs. Het eerste jaer verschenen op 24 Xber 1840. | |
| 19de 9ber 1841pacht van 1840 eenenveertig fr | 41,00 |
| 4de maart 1843 het jaar 1841 eenenveertig fr | 41,00 |
| 5de Xber 1843 het jaar 1842 eenenveertig fr | 41,00 |
| 27ste Xber 1844 het jaar 1843 eenenveertig fr | 41,00 |
| 16de Xber 1846 het jaar 1844 eenenveertig fr | 41,00 |
| 24ste 9ber 1847 het jaar 1845 eenenveertig fr | 41,00 |
| 12de Xber 1848 de jaren 1846 en 1847 tweeëntachtig fr | 82,00 |
| 3de 9ber 1850 het jaar 1848 eenenveertig fr | 41,00 |
| 1849 verhoging van de pacht tot 45 fr | |
| 14de 7ber 1851 het jaar 1849 vijfenveertig fr | 45,00 |
| 10de januari 1852 het jaar 1850 vijfenveertig fr | 45,00 |
| 29ste juni 1853 het jaar 1851 vijfenveertig fr | 45,00 |
| 20ste Xber 1853 het jaar 1852 vijfenveertig fr | 45,00 |
| 20ste Xber 1854 het jaar 1853 vijfenveertig fr | 45,00 |
| 11de Xber 1855 het jaar 1854 vijfenveertig fr | 45,00 |
| 26ste februari 1857 het jaar 1855 vijfenveertig fr | 45,00 |
| 16de Xber 1857 het jaar 1856 vijfenveertig fr | 45,00 |
| 4de februari 1859 het jaar 1857 vijfenveertig fr | 45,00 |
| 1860 de pacht bedraagt nu vijftig fr. | |
| 22ste februari 1860 het jaar 1858 vijftig fr | 50,00 |
| 6de februari 1861 het jaar 1859 vijftig fr | 50,00 |
| 1ste februari 1862 het jaer 1860 vijftig fr | 50,00 |
| 31ste januuari 1863 het jaar 1861 vijftig fr | 50,00 |
| 15de januuari 1864 het jaar 1862 vijftig fr | 50,00 |
| 23ste Xber 1864 het jaar 1863 vijftig fr | 50,00 |
| 27ste Xber 1865 het jaar 1864 vijftig fr | 50,00 |
| 28ste 9ber 1866 het jaar 1865 vijftig fr | 50,00 |
| 27ste Xber 1867 het jaar 1866 vijftig fr | 50,00 |
De weduwe Franciscus D’Haeselaer te Hekelgem huurt vijftien roeden vierentwintig ellen vijftig palmen – 48 1/2 roeden – gelegen het Verleijsen Vijverken voor zeven fr vijftig centiemen , dus 7,50 volgens de rekening van 1830..
| Betalingen | Som |
| 21ste 9ber 1833 voor 1831 en 1832 de som van 15 fr | 15,00 |
| 9de januari 1835 voor 1833 de som van 7 fr 50 centiemen. | 7,50 |
| 3de Xber 1837 voor 1834, 1835 en 1836 de som van 22 fr 50 centiemen. | 22,50 |
| 15de 7ber 1839 voor 1837 en 1838 de som van 15 fr. | 15,00 |
| 22ste 9ber 1840 voor 1839 de som van 7 fr 50 centiemen. | 7,50 |
| Charles Van De Perre te Hekelgem opvolger van D’Haeselaer (en J. B. De Schrijver) huurt eenentwintig roeden negentien ellen voor zestien fr vanaf 1840. | |
| 14de 9ber 1841 voor 1840 zestien fr. | 16,00 |
| 8ste Xber 1842 voor 1841 zestien fr. | 16,00 |
| 13de 8ber 1844 voor 1842 en 1843 tweeëndertig fr. | 32,00 |
| 17de Xber 1846 voor 1846 zestien fr. | 16,00 |
| 30ste januari 1848 voor 1845 en 1846 tweeëndertig fr. | 32,00 |
| 3de Xber 1848 voor 1847 zestien fr. | 16,00 |
| 24ste 9ber 1850 voor 1848 zestien fr. | 16,00 |
| 18de 9ber 1851 voor 1849 en 1850 tweeëndertig fr | 32,00 |
| 13de 9ber 1853 voor 1851 en 1852 tweeëndertig fr. | 32,00 |
| 28ste 9ber 1854 voor 1853 zestien fr | 16,00 |
| 3de Xber 1855 voor 1854 zestien fr. | 16,00 |
| 5de 9ber 1856 voor 1855 en 1856 tweeëndertig fr. | 32,00 |
| 23ste Xber 1858 voor 1857 zestien fr. | 16,00 |
| Verhoging tot negentien fr. | |
| 2de 9ber 1859 voor 1858 negentien fr. | 19,00 |
| 16de januari 1861 voor 1859 negentien fr | 19,00 |
| 6de februari 1862 voor 1860 negentien fr. | 19,00 |
| 8ste Xber 1862 voor 1861 negentien fr. | 19,00 |
| 25ste januari 1864 voor 1862 negentien fr. | 19,00 |
| 20ste 9ber 1864 voor 1863 negentien fr. | 19,00 |
| 1ste 9ber 1865 voor 1864 negentien fr. | 19,00 |
| 13de 9ber 1866 voor 1865 negentien fr. | 19,00 |
| 28ste 9ber 1867 voor 1866 negentien fr. | 19,00 |
N° 3.
Jan Baptista de Schrijver[22] mandenmaker Hekelgem huurt vijftien roeden vierentwintig ellen vijftig palmen – 48 1/2 roeden – geleg ook een partij land gelegen op de Capruijn groot zevenenveertig roeden zevenenzeventig ellen – 152 roeden – voor tweeëndertig fr dus 32,00.
Totaal negenendertig frs vijftig centiemen 39,50 waarop volgens de rekening is betaald het jaar 1829.
| Betaelingen | Som |
| 9de 7ber 1832 voor 1830 de som van 39 fr 50 centiemen. | 39,50 |
| 24ste Xber 1832 voor 1831 39 fs 50 centiemen. | 39,50 |
| 23ste Xber 1832 voor 1832 39 fr 50 centiemen. | 39,50 |
| 22ste februari 1836 voor 1833 negenendertig fr vijftig centiemen | 39,50 |
| 9de Xber 1837 voor twee jaar negenenzeventig fr | 79,00 |
| 15de Xber 1838 voor 1836 negenendertig fr vijftig centiemen | 39,50 |
| 14de 8ber 1839 voor 1837 en 1838 negenenzeventig fr | 79,00 |
| 22ste Xber 1841 voor 1839 negenendertig fs vijftig centiemen | 39,50 |
| 1840 Joannes Vertonghen, de pacht is nu vijfendertig fr | |
| 22ste 9ber 1842 voor 1840 vijfendertig fr, en zeventien fr vijftig centiemen op rekening van 1841 | 52,50 |
| 26ste mei 1843 voor 1841 zeventien fr vijftig centiemen | 17,50 |
| 26ste mei 1843 voor 1842 vijfendertig fr | 35,00 |
| 23ste januari 1844 voor 1843 vijfendertig fr | 35,00 |
| 10de maart 1845 voor 1844 vijfendertig fr | 35,00 |
| 28ste januari 1846 voor 1845 vijfendertig fr | 35,00 |
| 6de februari 1847 voor 1846 vijfendertig fr | 35,00 |
| 25ste februari 1848 voor 1847 vijfendertig fr | 35,00 |
| 1ste 7ber 1849 voor 1848 vijfendertig fr | 35,00 |
| Nu Jan Baptist Callebaut[23] en J. Egide Van Lierde[24]. De pacht tweeënveertig frs. | |
| 17de Xber 1850 voor 1849 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 28ste 9ber 1851 voor 1850 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 9de meert 1853 voor 1851 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 4de Xber 1853 voor 1852 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 6de 9ber 1854 voor 1853 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 26ste 9ber 1855 voor 1854 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 15de Xber 1856 voor 1855 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 16de 9ber 1857 voor 1856 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 20ste Xber 1858 voor 1857 tweeënveertig fr | 42,00 |
| Jan Baptist Callebaut en Michiel De Meeter[25], nu vijftig fr | |
| 18de 9ber 1859 voor 1858 vijftig fr | 50,00 |
| 13de Xber 1860 voor 1859 vijftig fr | 50,00 |
| 25ste 9ber 1861 voor 1860 vijftig fr | 50,00 |
| 6de Xber 1862 voor 1861 vijftig fr | 50,00 |
| 4de 9ber 1863 voor 1862 vijftig fr | 50,00 |
| 7de Xber 1864 voor 1863 vijftig fr | 50,00 |
| 23ste 9ber 1865 voor 1864 vijftig fr | 50,00 |
| 19de 9ber 1866 voor 1865 vijftig fr | 50,00 |
| 8ste oktober 1867 voor 1866 vijftig fr | 50,00 |
Joannes Roseleth[26] pachter heeft in huur twee partijen land op de Kluiskouter van achtendertig roeden achtendertig ellen voor tweeëntwintig fr dus 22,00 volgens de rekening is betaald 1829.
| Betalingen | Som |
| 23ste mei 1832 voor 1830 22 fr. | 22,00 |
| 14de 7ber 1833 voor 1831 22 fr. | 22,00 |
| 24ste 8ber 1834 voor 1832 22 fr. | 22,00 |
| 15de april 1835 voor 1833 22 fr. | 22,00 |
| 11de februari 1836 voor 1834 22 fr. | 22,00 |
| 22ste januari 1837 voor 1835 22 fr. | 22,00 |
| 19de februari 1838 voor 1836 22 fr. | 22,00 |
| 11de januari 1839 voor 1837 22 fr. | 22,00 |
| 16de 8ber 1839 voor 1838 22 fr. | 22,00 |
| 4de januari 1841 voor 1839 22 fr. | 22,00 |
| Nu J. Frans Roseleth heeft in huur een partij land voor 24 fr, het eerste jaar op 24ste Xber 1840. | |
| 7de januari 1842 voor 1840 vierentwintig fr | 24,00 |
| 28ste Xber 1842 voor 1841 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 8ste januari 1844 voor 1842 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 9de Xber 1844 voor 1843 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 19de januari 1846 voor 1844 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 23ste januari 1847 vààr 1845 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 31ste januari 1848 voor 1846 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 3de 9ber 1848 voor 1847 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 29ste januari 1850 voor 1848 vierentwintig fr. | 24,00 |
| Nu zesentwintig fr | |
| 29ste januari 1851 voor 1849 zesentwintig fr. | 26,00 |
| 19de 9ber 1851 voor 1850 zesentwintig fr. | 26,00 |
| 7de januari 1853 voor 1851 zesentwintig fr. | 26,00 |
| 5de januari 1854 voor 1852 zesentwintig fr. | 26,00 |
| 8ste januari 1855 voor 1853 zesentwintig fr. | 26,00 |
| 1ste februari 1856 voor 1854 zesentwintig fr. | 26,00 |
| 27ste juli 1857 voor 1855 en 1856 tweeënvijftig fr. | 52,00 |
| 20ste Xber 1857 voor 1857 zesentwintig fr. | 26,00 |
| Nu dertig fr voor J. Frans Roseleth | |
| 26ste 9ber 1858 voor 1858 dertig fr. | 30,00 |
| 15de Xber 1859 voor 1859 dertig fr. | 30,00 |
| 8ste juli 1861 voor 1860 dertig fr. | 30,00 |
| 26ste november 1861voor 1861 dertig fr. | 30,00 |
| 26ste Xber 1862 voor 1862 dertig fr. | 30,00 |
| 30ste 9ber 1863 voor 1863 dertig fr. | 30,00 |
| 30ste Xber 1864 voor 1864 dertig fr. | 30,00 |
| 6de januari 1866 voor 1865 dertig fr. | 30,00 |
| 28ste augustus 1867 voor 1866 dertig fr. | 30,00 |
Peeter Van Nieuwenborgh[27] zoon Nicolaus heeft in huur een partij land gelegen op De Moret van drijentwintig roeden zevenenvijftig ellen – 75 roeden- voor negentien frs, dus 19,00 waarop het laatst is betaald in 1828.
| Betalingen | Som |
| 29ste 8ber 1832 voor 1829, 1830, 1831 57 fr. | 57,00 |
| 24ste februari 1834 voor 1832 negentien fr. | 19,00 |
| 26ste juli 1836 voor 1833 en 1834 achtendertig fr. | 38,00 |
| 23ste 9ber 1837 voor 1835 en 1836 achtendertig fr. | 38,00 |
| 4de Xber 1838 voor 1837 negentien fs. | 19,00 |
| 15de 8ber 1839 voor 1838 negentien fr. | 19,00 |
| 6de januari 1841 voor 1839 negentien fr | 19,00 |
| 1840 De pacht is nu achttien fr | |
| 12de 9beri 1841 voor 1840 achttien fr. | 18,00 |
| 25ste februari 1843 voor 1841 achttien fr. | 18,00 |
| 11de 9ber 1843 voor 1842 achttien fr. | 18,00 |
| 2de 9ber 1844 voor 1843 achttien fr. | 18,00 |
| 24ste 9ber 1845 voor 1844 achttien fr. | 18,00 |
| 8ste mei 1847 voor 1845 achttien fr. | 18,00 |
| 22ste februari 1848 voor 1846 achttien fr. | 18,00 |
| 9de 8ber 1848 voor 1847 achttien fr. | 18,00 |
| 23ste Xber 1849 voor 1848 achttien fr. | 18,00 |
| Nu Jan Baptist Herzeel[28] | |
| 22ste Xber 1850 voor 1849 achttien fr. | 18,00 |
| 1ste 8ber 1851 voor 1850 achttien fr. | 18,00 |
| 18de 8ber 1852 voor 1851 achttien fr. | 18,00 |
| 23ste 8ber 1853 voor 1852 achttien fr. | 18,00 |
| 22ste 8ber 1854,voor 1853 achttien fr | 18,00 |
| 20ste januari 1856 voor 1854 achttien fr. | 18,00 |
| 16de 9ber 1856 voor 1855 achttien fr. | 18,00 |
| 18de 8ber 1857 voor 1856 achttien fr. | 18,00 |
| 4de februari 1858 voor 1857 achttien fr. | 18,00 |
| 1859 Nu vierentwintig fr | |
| 20ste 9ber 1859 voor 1858 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 24ste Xber 1860 voor 1859 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 4de Xber 1861 voor 1860 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 19de 9ber 1862 voor 1861 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 9de Xber 1863 voor 1862 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 9de 9ber 1864 voor 1863 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 29ste 9ber 1865 voor 1864 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 13de 9ber 1866 voor 1865 vierentwintig fr. | 24,00 |
| 20ste 9ber 1867 voor 1866 vierentwintig fr. | 24,00 |
N° 6.
Joannes Judocus Cappuijns[29] heeft in huur een partij land op “Den Hoogenpael van achtendertig roeden vijfenzestig ellen – 122 roeden- voor eenentwintig frs, dus 21,00 waarvan de rekening van 1830 is betaald.
| Betalingen | Som |
| 13de Xber 1832 voor 1831 21 fr | 21,00 |
| 24ste januari 1834 voor 1832 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 13de 7ber 1835 voor 1833 en 1834 tweeënveertig fr. | 42,00 |
| 28ste januari 1836 voor 1835 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 22ste februari 1837 voor 1836 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 15de 8ber 1838 voor 1837 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 9de juni 1839 voor 1838 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 4de juni 1841 voor 1839 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 11de juni 1842 voor 1840 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 6de 9ber 1842 voor 1841 eenentwintig frs. | 21,00 |
| 28ste juli 1844 voor 1842 en 1843 tweeënveertig fr. | 42,00 |
| 17de 8ber 1845 voor 1844 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 25ste juli 1846 voor 1845 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 30ste juli 1847 voor 1846 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 28ste april 1849 voor 1848 eenentwintig fr. | 21,00 |
| 1849 Julie De Doncker en Joannes Judo Cappuijns. De pacht is nu achtentwintig fs. | |
| 9de april 1850 voor 1849 achtentwintig fr. | 28,00 |
| 1ste mei 1851 voor 1850 achtentwintig fr. | 28,00 |
| 14de maart 1853 voor 1851 en 1852 56 fr. | 56,00 |
| 31ste januari 1854 voor1853 achtentwintig fr. | 28,00 |
| 4de mei 1855 voor 1854 achtentwintig fr. | 28,00 |
| 24ste februari 1856 voor 1855 achtentwintig fr. | 28,00 |
| 10de mei 1857 voor 1856 achtentwintig fr. | 28,00 |
| 4de februari 1858 voor 1857 achtentwintig fr. | 28,00 |
| 1859 De pacht is nu dertig fr | |
| 17de januari 1859 voor 1858 dertig fr | 30,00 |
| 12de maart 1860 voor 1859 dertig fr | 30,00 |
| 1ste maart 1861 voor 1860 dertog fr | 30,00 |
| 9de maart 1862 voor 1861 dertig fr | 30,00 |
| 8ste maart 1863 voor 1862 dertig fr | 30,00 |
| 8ste april 1864 voor 1863 dertig fr | 30,00 |
| 23ste april 1865 voor 1864 dertig fr | 30,00 |
| 10de januari 1866 voor 1865 vijftien fr | 15,00 |
| 11de mei 1866 voor 1865 vijftien fr | 15,00 |
| 3de januari 1867 voor 1866 vijftien fr | 15,00 |
| 12de april 1867 voor 1866 vijftien fr | 15,00 |
N° 7.
Joseph Callebaut[30] landbouwer te Hekelgem huurt kerk een partij land gelegen op de Hekelgemkouter, groot zestien roeden tweeëntachentig ellen – 53 1/2 roeden – voor elf frs – 11,00. Rekening is betaald in 1825.
| Betalingen | Som |
| 6de januari 1834 voor 1826, 1827, 1828 en 1829 vierenveertig fr. | 44,00 |
| 20ste 7ber 1835 voor 1830 en 1831 tweeëntwintig fr. | 22,00 |
| 23ste 9ber 1837 voor 1832 en 1833 tweeëntwintig fr. | 22,00 |
| 11de Xber 1837 voor 1834 en 1835 tweeëntwintig fr | 22,00 |
| 26ste 9ber 1838 voor 1838 elf fr. | 11,00 |
| 8ste 8ber 1839 voor 1837 en 1838 tweeëntwintig fr. | 22,00 |
| 20ste 9ber 1840 voor 1839 elf frs. | 11,00 |
| 1842 Nu is de pacht vijftien fr 21ste februari 1842 voor 1840 vijftien fr | 15,00 |
| 18de januari 1844 voor 1841 en 1842 dertig fr. | 30,00 |
| 11de 8ber 1844 voor 1843 vijftien fr. | 15,00 |
| 19de Xber 1846 voor 1844 vijftien fr. | 15,00 |
| 5de Xber 1848 voor 1845 en 1846 dertig fr. | 30,00 |
| 12de Xber 1848 voor 1847 vijftien fr. | 15,00 |
| 1ste 7ber 1849 voor 1848 vijftien fr. | 15,00 |
| 1851 De pacht is nu zestien fr. | |
| 26ste juli 1851 voor 1849 zestien fr. | 16,00 |
| 21ste Xber 1851 voor 1850 zestien fr. | 16,00 |
| 3de Xber 1853 voor 1851 en 1852 tweeëndertig fr. | 32,00 |
| 23ste 9ber 1854 voor 1853 zestien fr. | 16,00 |
| 3de 9ber 1856 voor 1854 en 1855 tweeëndertig fr. | 32,00 |
| 3de Xber 1857 voor 1856 zestien fr. | 16,00 |
| 4de 9ber 1859 voor 1857 zestien fr. | 16,00 |
| 1861 De pacht is nu 21 fr | |
| 12de meert 1861 voor 1858 21 fr | 21,00 |
| 2de november 1861 voor 1859 21 fr | 21,00 |
| 17de augustus 1862 voor 1860 eenentwintig fr | 21,00 |
| 20ste augustus 1863 voor 1861 eenentwintig fr | 21,00 |
| 19de 9ber 1863 voor 1862 eenentwintig fr | 21,00 |
| 23ste 9ber 1864 voor 1863 eenentwintig fr | 21,00 |
| 5de 8ber 1865 voor 1864 eenentwintig fr | 21,00 |
| 26ste 8ber 1866 voor 1865 eenentwintig fr | 21,00 |
| 22ste 9ber 1867 voor 1866 eenentwintig fr | 21,00 |
N° 10.
Antonius De Ridder en Francis Van Den Wijngaert landbouwers te Hekelgem hebben in huur een partij land op het Asserenbosveld van drijentwintig roeden zevenenvijftig ellen voor zestien fr – 16,00. Rekening is betaald 1828.
| Betalingen | Som |
| 16de 7ber 1832 voor 1829 en 1830 tweeëndertig fr. | 32,00 |
| 28ste 8ber 1833 voor 1831 16 fr | 16,00 |
| 9 9ber 1833 voor 1832 16 fr | 16,00 |
| 20ste 9ber 1836 voor 1833 16 frs | 16,00 |
| 31ste januari 1837 voor 1834 en 1835 ter somme van tweeëndertig fr | 32,00 |
| 17de Xber 1837 voor 1836 16 fr | 16,00 |
| 14de 8ber 1839 voor 1837 en 1838 tweeëndertig fr | 32,00 |
| 27ste februari 1842 voor 1839 16 fr | 16,00 |
| 1840 De pacht is nu 21 fr | |
| 27ste februari 1842 voor 1840 eenentwintig fr | 21,00 |
| 20ste februari 1843 voor 1841 eenentwintig fr | 21,00 |
| 1ste Xber 1844 voort 1842 eenentwintig fr | 21,00 |
| 1ste Xber 1846 voor 1843 eenentwintig fr | 21,00 |
| 21ste Xber 1846 voor 1844 en 1845 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 10de Xber 1848 voor 1846 en 1847 tweeënveertig f | 42,00 |
| 14de april 1851 voor 1848 eenentwintig fr | 21,00 |
| 14de april 1851 voor 1849 eenentwintig fr | 21,00 |
| 22ste meert 1852 voor 1850 en 1851 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 3de februari 1854 voor 1852 en 1853 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 28ste 8ber 1856 voor 1854 en 1855 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 16de Xber 1857 voor 1856 eenentwintig fr | 21,00 |
| 26ste Xber 1859 voor 1857 eenentwintig fr | 21,00 |
| 1858 De pacht is nu zesentwintig fr. Nieuwe pachters Antoon Verleijsen en Frans Van Den Wijngaert | |
| 26ste Xber 1859 voor 1858 zesentwintig fr | 26,00 |
| 26ste Xber 1860 voor 1859 en 1860 – 52 fr | 52,00 |
| 31ste meert 1862 voor 1861 – 26 fr | 26,00 |
| 16de Xber 1863 voor 1862 en 1863 – 52 fr | 52,00 |
| 18de Xber 1865 voor 1864 en 1865 – 52 fr | 52,00 |
| 16de februari 1868 voor 1866 – 26 fr | 26,00 |
N° 11.
Joannes Van den Biesen[31] landbouwer te Hekelgem heeft in huur een partij land op het Asserenbosveld, groot drijentwintig roeden vijftig ellen – 75 roeden – voor zestien fr – 16,00 waarvan is betaald 1829.
| Betalingen | Som |
| 1ste 7ber 1832 voor 1830 en 1831 tweeëndertig fr. | 32,00 |
| 22ste februari 1834 voor 1832 16 fr | 16,00 |
| 20ste 7ber 1834 voor 1833 en verschijnen zal 1834 32 fr | 32,00 |
| 18de Xber 1837 voor 1835 16 fr | 16,00 |
| 8ste 7ber 1839 voor 1836 16 fr | 16,00 |
| 15de 8ber 1839 voor 1837 16 fr | 16,00 |
| 17de 8ber 1839 voor 1838 16 fr | 16,00 |
| 12de Xber 1840 voor 1839 16 fr | 16,00 |
| 1840 De pacht is nu negentien fr. Nieuwe pachter de weduwe Joannes Van Den Biesen | |
| 7de 9beri 1841 voor 1840 negentien fr | 19,00 |
| 6de augustus 1841 voor 1841 negentien fr | 19,00 |
| 24ste Xber 1844 voor 1842 negentien fr | 19,00 |
| 26ste 7ber 1847 voor 1843 en 1844 achtendertig fr | 38,00 |
| 24ste meert 1848 voor 1845 negentien fr | 19,00 |
| 21ste 9ber 1848 voor 1846 negentien fr | 19,00 |
| 5de mei 1850 voor 1847 negentien fr | 19,00 |
| 26ste juli 1851 voor 1848 negentien fr | 19,00 |
| Nu Joannes Egide Van Lierde | |
| 10de 9ber 1851 voor 1849 en 1850 achtendertig fr | 38,00 |
| 4de Xber 1853 voor 1851 negentien fr | 19,00 |
| 19de augustus 1854 voor 1852 negentien fr | 19,00 |
| 16de Xber 1855 voor 1853 negentien fr | 19,00 |
| 22ste 9ber 1856 voor 1854 en 1855 38 fr | 38,00 |
| 2de Xber 1857 voor 1856 negentien fr | 19,00 |
| 16de 9ber 1858 voor 1857 negentien fr | 19,00 |
| 1858 De pacht is nu vierentwintig fr. Nieuwe pachter Egidius Nevens[32] – Van Biesen | |
| 24ste juli 1859 voor 1858 vierentwintig fr | 24,00 |
| 18de november 1860 voor 1859 vierentwintig fr | 24,00 |
| 22ste september 1861 voor 1860 vierentwintig fr | 24,00 |
| 19de 8ber 1862 voor 1861 vierentwintig fr | 24,00 |
| 5de 8ber 1863 voor 1862 vierentwintig fr | 24,00 |
| 16de 8ber 1864 voor 1863 vierentwintig fr | 24,00 |
| 8ste 8ber 1865 voor 1864 vierentwintig fr | 24,00 |
| 14de 8ber 1866 voor 1865 vierentwintig fr | 24,00 |
| 13de oktober 1867 voor 1866 vierentwintig fr | 24,00 |
Joannes Van den Wijngaert[33] landbouwer van Hekelgem huurt zijn hofstede op de Langestraat, groot vijftien roeden acht ellen – 48 roeden – voor negen r – 9,00. Rekening is betaald voor 1824.
| Betalingen | Som |
| 8ste 8ber 1832 voor 1825 en 1826 achttien fr. | 18,00 |
| 9de 9ber 1833 voor 1827 en 1828 achttien fr. | 18,00 |
| 17de 9ber 1833 voor 1829 9 fr | 9,00 |
| 12de januari 1837 voor 1830 en 18231 achttien fr. | 18,00 |
| 1ste Xber 1837 voor 1832 negen fr | 9,00 |
| 16de augustus 1838 voor 1838 vierenvijftig fr | 54,00 |
| Nu de kinderen van J. B. Vonck en Frans De Brakeleer | |
| 5de 9ber 1840 voor 1839 – 9 fr | 9,00 |
| 1840 De pacht is nu tien fr | |
| 6de 8ber 1841 voor 1840 tien fr | 10,00 |
| 5ste 7ber 1842 voor 1841 tien fr | 10,00 |
| 23ste Xber 1843 voor 1842 tien fr | 10,00 |
| 21ste 9ber 1844 voor 1843 tien fr | 10,00 |
| 18de Xber 1847 voor 1844 tien fr | 10,00 |
| 31ste 8ber 1848 voor drie jaar dertig fr | 30,00 |
| 18de Xber 1849 voor 1848 tien fr | 10,00 |
| 1849. De pacht is nu twaalf fr. Nieuwe pachters Frans De Braekeleer en Judocus Pieters. | |
| 5de 9ber 1851 voor 1849 – twaalf fr | 12,00 |
| 3de maart 1853 voor 1850 – twaalf fr | 12,00 |
| 20ste 8ber voor 1851 en 1852 – vierentwintig fr | 24,00 |
| 25ste februari 1855 voor1853 – twaalf fr | 12,00 |
| 6de 9ber 1856 voor 1854 – twaalf fr | 12,00 |
| 12de Xber 1857 voor 1855 en 1856 – 24 fr | 24,00 |
| 25ste 9ber 1858 voor 1857– 12 fr | 12,00 |
| 1859 De pacht is nu zeventien fr 50 centiemen. Nieuwe pachters: J. Vonck en J. Pieters. | |
| 1ste 9ber 1859 voor 1858 | 17,50 |
| 17de Xber 1860 voor 1859 | 17,50 |
| 20ste Xber 1861 voor 1860 | 17,50 |
| 28ste Xber 1862 voor 1861 | 17,50 |
| 19de Xber 1863 voor 1862 | 17,50 |
| 23ste 8ber 1864 voor 1863 | 17,50 |
| 15de 8ber 1865 voor 1864 | 17,50 |
| 4de 9ber 1866 voor 1865 | 17,50 |
| 8ste februari 1868 voor 1866 | 17,50 |
Joseph De Greve landbouwer te Hekelgem heeft in huur een behuisde hofstede aan de Langestraat, groot drtig roeden achttien ellen – 96 roeden – voor eenentwintig fr – 21,00 waarvan laatst is betaald 1830.
| Betalingen | Som |
| 22ste juli 1832 voor 1831 21 fr. | 21,00 |
| 18de 9ber 1833 voor 1832 21 fr | 21,00 |
| 1ste Xber 1834 voor 1833 21 fr | 21,00 |
| 19de januari 1836 voor 1834 21 fr. | 21,00 |
| 26ste 9ber 1837 voor 1835 21 fr. | 21,00 |
| 16de 7ber 1838 voor 1836 21 fr | 21,00 |
| 15de 8ber 1839 voor 1837 en 1838 – 42 fr. | 42,00 |
| 27ste Xber 1840 voor 1839 21 fr. | 21,00 |
| 24ste januari 1842 voor 1840 21 fr. | 21,00 |
| 8ste meert 1843 voor 1841 21 fr. | 21,00 |
| 27ste maart 1844 voor 1842 21 fr. | 21,00 |
| 16de Xber 1848 vooreren 1843 en 1844 tweeënveertig fr. | 42,00 |
| 30ste mei 1850 voor 1845, 1846 en 1847 drieënzestig fr. | 63,00 |
| 24ste meert 1851 voor 1848 21 fr. | 21,00 |
| Niewe pachter: Joannes Frans Roseleth[34] | |
| 13de 9ber 1851 voor 1849 en 1850 tweeënveertig fr | 42,00 |
| 3de januari 1854 voor 1851 en 1852 tweeënveertig fr. | 42,00 |
| 15de januari 1855 voor 1853 21 fr. | 21,00 |
| 19de april 1856 voor 1854 21 fr | 21,00 |
| 27ste 9ber 1856 voor 1855 21 fr. | 21,00 |
| 24ste 9ber 1857 voor 1856 21 fr. | 21,00 |
| 4de januari 1859 voor 1857 21 fr. | 21,00 |
| 1858 De pacht is nu achtentwintig fr Nieuwe pachters: de kinderen van Joseph De Greef | |
| 25ste 9ber 1859 voor 1858 28 fr. | 28,00 |
| 20ste 9ber 1860 voor 1859 28 fr. | 28,00 |
| 21ste Xber 1861 voor 1860 28 fr. | 28,00 |
| 22ste Xber 1862 voor1861 28 fr. | 28,00 |
| 13de 9ber 1863 voor 1862 28 fr. | 28,00 |
| 1ste Xber 1864 voor 1863 28 fr. | 28,00 |
| 7de Xber 1865 voor 1864 28 fr. | 28,00 |
| 21ste 9ber 1866 voor 1865 28 fr. | 28,00 |
| 5de Xber 1867 voor 1866 28 fr. | 28,00 |
N° 14.
Joannes De Pauw vleeshouwer te Hekelgem huurt een partij land en bos gelegen op de Fosse” groot negentien roeden drieëndertig ellen – voor elf fr – 11,00 waarvan de rekening laatst is betaald in 1830.
| Betalingen | Som |
| 29ste april 1832 voor 1831 11 fr. | 11,00 |
| 10de januari 1833 voor 1832 11 fr. | 11,00 |
| 20ste januari 1834 voor 1833 11 fr. | 11,00 |
| 12de januari 1835 voor 1834 11 fr. | 11,00 |
| 19de januari 1836 voor 1835 11 fr. | 11,00 |
| 3de januari 1837 voor 1836 11 fr. | 11,00 |
| 28ste Xber 1837 voor 1837 11 fr. | 11,00 |
| 14de januari 1839 voor 1838 11 fr. | 11,00 |
| 30ste Xber 1839 voor 1839 11 fr | 11,00 |
| 3de januari 1841 voor 1840 11 fr. | 11,00 |
| 26ste januari 1842 voor 1841 11 fr. | 11,00 |
| 20ste Xber 1843 voor 1842 11 fr. | 11,00 |
| 1ste februari 1847 voor 1843 11 fr. | 11,00 |
| 31ste 8ber 1847 voor 1844 11 fr. | 11,00 |
| 3de 9ber 1848 voor 1845 11 fr. | 11,00 |
| 7de 9beri 1849 voor 1846 11 fr. | 11,00 |
| 22ste februari 1851 voor 1847 11 fr. | 11,00 |
| 20ste Xber 1851 voor 1848 11 fr. | 11,00 |
| 1849 De pacht is nu tien fr. Nieuwe pachter: J. E. Van Lierde | |
| 29ste Xber 1852 voor 1849 – tien fr. | 10,00 |
| 11de Xber 1853 voor 1850 – tien fr. | 10,00 |
| 5de Xber 1854 voor 1851 – tien fr. | 10,00 |
| 19de meert 1856 voor 1852 – tien fr. | 10,00 |
| 23ste Xber 1856 voor 1855 en 1856 – twintig fr. | 20,00 |
| 1853 en 1854werden kwijtgescholden volgens deliberatie van de kerkraad door achterstellen van zijn voorganger. | |
| 24ste 9ber 1857 voor 1857 – tien fr. | 10,00 |
| 1859 De pacht is nu elf fr. Nieuwe pachter: Paulus De Boeck[35] | |
| 10de januari 1859 voor 1858 – elf fr. | 11,00 |
| 6de 8ber 1859 voor 1859 – elf fr. | 11,00 |
| 15de 9ber 1860 voor 1860 – elf fr. | 11,00 |
| 27ste 7ber 1862 voor 1861 – elf fr. | 11,00 |
| 13de 9ber 1862 voor 1862 – elf fr. | 11,00 |
| 25ste 9ber 1864 voor 1863 en 1864 – 22 fr | 22,00 |
| 21ste 9ber 1865 voor 1865 – elf fr. | 11,00 |
| 22ste Xber 1866 voor 1866 – elf fr. | 11,00 |
Amandus Vertonghen[36] zoon Jan landbouwer te Hekelgem huurt een partij land en bos op de Fossel, groot negentien roeden drieëndertig ellen – voor elf fr – 11,00 waarvan volgens de rekening laatst is betaald in 1821.
| Betalingen | Som |
| 15de januari 1834 voor 1822 tot 1827 zesenzestig fr. | 66,00 |
| 18de 9ber 1835 voor 1828 tot 1830 drieëndertig fr. | 33,00 |
| 11de Xber 1837 voor 1831 tot 1835 vijfenvijftig fr. | 55,00 |
| 16de 8ber 1839 voor 1836 en 1837 tweeëntwintig fr. | 22,00 |
| 16de 8ber 1839 voor 1838 elf fr | 11,00 |
| 2de mei 1841 voor 1839 elf fr | 11,00 |
| Niewe pachter: de weduwe Michael De Meersman | |
| 2de mei 1841 voor 1840 elf fr | 11,00 |
| 17de januari 1843 voor 1841 en 1842 tweeëntwintig fr | 22,00 |
| 22ste 9ber 1844 voor 1843 elf fr | 11,00 |
| 5de februari 1846 voor 1844 elf fr | 11,00 |
| 23ste 8ber 1847 voor 1845 en 1846 tweeëntwintig fr | 22,00 |
| 5de 9ber 1848 voor 1847 elf fr | 11,00 |
| 16de januari 1850 voor 1848 elf fr | 11,00 |
| Joanna Vertongen, weduwe van M. De Meersman[37], huurt twee partijen land, een van twaalf fr en de andere partij vijftien fr, te betalen vanaf 1849, samen 27 fr | |
| …. 1851 voor 1849 en 1850 vierenvijftig fr | 54,00 |
| 27ste 9ber 1853 voor 1851 zevenentwintig fr | 27,00 |
| 20ste 8ber 1854 voor 1852 en 1853 vierenvijftig fr | 54,00 |
| 5de Xber 1856 voor 1854 zevenentwintig fr | 27,00 |
| 8ste 9ber 1857 voor 1855 en 1856 vierenvijftig fr | 54,00 |
| 21ste 9ber 1858 voor 1857 zevenentwintig fr | 27,00 |
| 1859 De pacht is nu achtentwintig fr. Nieuwe pachter: Dominicus Schoonjans | |
| 23ste 9ber 1859 voor 1858 achtentwintig fr | 28,00 |
| 23ste januari 1861 voor 1859 achtentwintig fr | 28,00 |
| 17de 9ber 1861 voor 1860 achtentwintig fr | 28,00 |
| 8ste 9ber 1862 voor 1861 achtentwintig fr | 28,00 |
| 8ste 9ber 1863 voor 1862 achtentwintig fr | 28,00 |
| 30ste 8ber 1864 voor 1863 achtentwintig fr | 28,00 |
| 24ste 7ber 1865 voor 1864 achtentwintig fr | 28,00 |
| 16de 7ber 1866 voor 1865 achtentwintig fr | 28,00 |
| 17de 9ber 1867 voor 1866 achtentwintig fr | 28,00 |
N° 16.
Christianus Arijs[38] landbouwer te Hekelgem heeft in huur een partij land groot drieëntwintig roeden zevenenvijftig ellen – 75 roeden – gelegen op Keukenshaag voor twintig fr – 20,00 waarvan volgens rekening laatst is betaald 1829.
| 18de Xber 1832 voor 1830 tot 1831 40 fr. | 40,00 |
| 25ste januari 1833 voor 1832 20 fr | 20,00 |
| 8ste januari 1834 voor 1833 20 fr | 20,00 |
| 29ste Xber 1834 voor 1834 20 fr | 20,00 |
| 19de januari 1836 voor 1835 20 fr | 20,00 |
| 7de januari 1837 voor 1836 20 fr | 20,00 |
| 8ste januari 1838 voor 1837 20 fr | 20,00 |
| 31ste januari 1839 voor 1838 20 fr | 20,00 |
| 15de januari 1840 voor 1839 20 fr | 20,00 |
| 15de januari 1841 voor 1840 20 fr | 20,00 |
| 11de januari 1842 voor 1841 20 fr | 20,00 |
| 30ste 8ber 1842 voor 1842 20 fr | 20,00 |
| 10de januari 1844 voor 1843 20 fr | 20,00 |
| 28ste Xber 1844 voor 1844 20 fr | 20,00 |
| 5de januari 1846 voor 1845 20 fr | 20,00 |
| 16de januari 1847 voor 1846 20 fr | 20,00 |
| 21ste januari 1848 voor 1847 20 fr | 20,00 |
| 19de februari 1849 voor 1848 20 fr 1849 De pacht is nu drieëntwintig fr | 20,00 |
| 21ste februari 1851 voor 1849 en 1850 – 46 fr | 46,00 |
| 7de januari 1852 voor 1851 drieëntwintig fr | 23,00 |
| 31ste januari 1853 voor 1852 drieëntwintig fr | 23,00 |
| 2de januari 1854 voor 1853 drieëntwintig fr | 23,00 |
| 28ste Xber 1854 voor 1854 drieëntwintig fr | 23,00 |
| 14de januari 1856 voor 1855 drieëntwintig fr | 23,00 |
| 19de januari 1857 voor 1856 drieëntwintig fr | 23,00 |
| 30ste Xber 1857 voor 1857 drieëntwintig fr | 23,00 |
| 1859 De pacht is nu zesentwintig fr. Nieuwe pachter: Peeter Arijs | |
| 22ste januari 1859 voor 1858 zesentwintig fr | 26,00 |
| 9de januari 1860 voor 1859 zesentwintig fr | 26,00 |
| 4de januari 1861 voor 1860 zesentwintig fr | 26,00 |
| 2de januari 1862 voor 1861 zesentwintig fr | 26,00 |
| 7de januari 1863 voor 1862 zesentwintig fr | 26,00 |
| 7de januari 1864 voor 1863 zesentwintig fr | 26,00 |
| 11de januari 1865 voor 1864 zesentwintig fr | 26,00 |
| 8ste januari 1866 voor 1865 zesentwintig fr | 26,00 |
| 7de januari 1867 voor 1866 zesentwintig fr | 26,00 |
N° 17.
Joannes Bernardus Verleysen[39] landbouwer te Hekelgem heeft in huur een partij land op de Boekhoutberg, groot eenentwintig roeden 90 ellen – 52 roeden – voor acht fr – 8,00 waarvan volgens de rekening laatst is betaald in 1830.
| Betalingen | Som |
| 11de 9ber 1832 voor 1831 8 fr. | 8,00 |
| 8ste 9ber 1833 voor 1832 8 fr. | 8,00 |
| 21ste Xber 1834 voor 1833 8 fr. | 8,00 |
| 8ste 9ber 1835 voor 1834 8 fr. | 8,00 |
| 13de 9ber 1836 voor 1835 8 fr. | 8,00 |
| 8ste Xber 1837 voor 1836 8 fr. | 8,00 |
| 27ste 9ber 1838 voor 1837 8 fr. | 8,00 |
| 14de 8ber 1839 voor 1838 8 fr. | 8,00 |
| 5de 9ber 1840 voor 1839 8 fr. | 8,00 |
| 1840 De pacht is nu tien fr | |
| 28ste 9ber 1841 voor 1840 – tien fr. | 10,00 |
| 26ste 7ber 1842 voor 1841 – tien fr | 10,00 |
| 3de Xber 1843 voor 1842 – tien fr. | 10,00 |
| 27ste 8ber 1844 voor 1843 – tien fr. | 10,00 |
| 9de 9ber 1845 voor 1844 – tien fr. | 10,00 |
| 8ste 9ber 1846 voor 1845 – tien fr. | 10,00 |
| 7de 9ber 1847 voor 1846 – tien fr. | 10,00 |
| 5de 9ber 1848 voor 1847 – tien fr. | 10,00 |
| 16de 9ber 1849 voor 1848 – tien fr. | 10,00 |
| 12de januari 1851 voor 1849 – tien fr. | 10,00 |
| 16de 9ber 1851 voor 1850 – tien fr. | 10,00 |
| 14de 9ber 1852 voor 1851 – tien fr. | 10,00 |
| 11de Xber 1853 voor 1852 – tien fr. | 10,00 |
| 28ste Xber 1854 voor 1853 – tien fr. | 10,00 |
| 19de 9ber 1855 voor 1854 – tien fr. | 10,00 |
| 16de 9ber 1856 voor 1855 – tien fr. | 10,00 |
| 25ste 8ber 1857 voor 1856 – tien fr. | 10,00 |
| 11de 9ber 1858 voor 1857 – tien fr. | 10,00 |
| 1859 De pacht is nu vijftien fr. Pachter de weduwe Joannes Bernardus Verleysen | |
| 13de 9ber 1859 voor 1858 – vijftien fr. | 15,00 |
| 16de Xber 1860 voor 1859 – vijftien fr. | 15,00 |
| 17de november 1861 voor 1860 – vijftien fr. | 15,00 |
| 16de 9ber 1862 voor 1861 – vijftien fr. | 15,00 |
| 25ste 8ber 1863 voor 1862 – vijftien fr. | 15,00 |
| 13de 9ber 1864 voor 1863 – vijftien fr. | 15,00 |
| 29ste 8ber 1865 voor 1864 – vijftien fr. | 15,00 |
| 19de 9ber voor 1865 – vijftien fr. | 15,00 |
N° 18.
Joannes Hubertus Schoon[40] pachter te Hekelgem heeft in huur een partij meers gelegen in de Bosstraat of Bekkenelen” groot negenentwintig roeden zevenennegentig ellen – 95 1/2 roeden – voor veertig fr – 40,00 waarvan volgens de rekening laatst is betaald in 1828.
| Betalingen | Som |
| 7de Xber 1833 voor 1829, 1830, 1831 en 1832 honderd zestig fr . | 160,00 |
| 6de Xber 1834 voor 1833 40 fr | 40,00 |
| 12de Xber 1835 voor 1834 40 fr | 40,00 |
| 13de Xber 1836 voor 1835 40 fr | 40,00 |
| 13de Xber 1837 voor 1836 40 fr | 40,00 |
| 21ste 9ber 1838 voor 1837 40 fr | 40,00 |
| 17de 8ber 1839 voor 1838 40 fr | 40,00 |
| 4de Xber 1840 voor 1839 40 fr | 40,00 |
| 1840 De pacht is nu zevenendertig fr | |
| 24ste Xber 1841 voor 1840 – zevenendertig fr | 37,00 |
| 11de 9ber 1842 voor 1841 – zevenendertig fr | 37,00 |
| 6de Xber 1843 voor 1842 – zevenendertig fr | 37,00 |
| 14de 9ber 1844 voor 1843 – zevenendertig fr | 37,00 |
| 11de 9ber 1845 voor jaer 1844 – zevenendertig fr | 37,00 |
| 18de 9ber 1846 voor 1845 – zevenendertig fr | 37,00 |
| 23ste 9ber 1847 voor 1846 – zevenendertig fr | 37,00 |
| 7de 9ber 1848 voor 1847 – zevenendertig fr | 37,00 |
| 12de 9ber 1849 voor 1848 – zevenendertig fr | 37,00 |
| 1849 De pacht is nu veertig fr | |
| 8ste 9ber 1850 voor 1849 – veertig fr | 40,00 |
| 26ste 9ber 1851 voor 1850 – veertig fr | 40,00 |
| 8ste augustus 1851 voor 1851 – veertig fr | 40,00 |
| 8ste februari 1853 voor 1852 – veertig fr | 40,00 |
| 10de januari 1854 voor 1853 – veertig fr | 40,00 |
| 2de januari 1855 voor 1854 – veertig fr | 40,00 |
| 15de januari 1856 voor 1855 – veertig fr | 40,00 |
| 8ste januari 1857 voor 1856 – veertig fr | 40,00 |
| 7de januari 1858 voor 1857 – veertig fr | 40,00 |
| 29ste Xber 1858 voor 1858 – veertig fr | 40,00 |
| 6de Xber 1859 voor 1859 – veertig fr | 40,00 |
| 21ste januari 1861 voor 1860 – veertig fr | 40,00 |
| 4de Xber 1861 voor 1861 – veertig fr | 40,00 |
| 9de Xber 1862 voor 1862 – veertig fr | 40,00 |
| 8ste januari 1864 voor 1863 – veertig fr | 40,00 |
| 29ste Xber 1864 voor 1864 – veertig fr | 40,00 |
| 30ste Xber 1865 voor 1865 – veertig fr | 40,00 |
| 17de Xber 1866 voor 1866 – veertig fr | 40,00 |
oannes Vertonghen is verschuldigd aan de kerk een kapitale rente van vijfentachentig gulden eenenzeventig cent à vier % of drie gulden tweeënveertig cent – 3,42 – in fr zeven fr vijfentwintig ct – 7,25 fr. waarvan volgens de rekening laatst is betaald in 1828.
| Betalingen | Som |
| 3de 8ber 1832 voor 1829, 1830, 1831 de som van 21 fr 75 ct | 21,75 |
| Deze rente is afbetaald door Joannes Vertonghen op 23 mei 1834 en ook de intrest betaald van 1832 en 1833: de som van veertien fr eenenvijftig ct, te weten de jaeren 1832 en 1833 | 14,51 |
N° 19.
Guillielmus De Meersman heeft in huur een partij land gelegen op de Kluiskouter, groot 15 roeden 60 ellen bekend bij het kadaster onder n° 106 der sectie A voor negen fr. Het eerste jaar is 1840.
| Betalingen | Som |
| 11de 9ber 1840 voor 1840 negen fr. | 9,00 |
| 26ste Xber 1841 voor 1841 – negen fr. | 9,00 |
| 3de Xber 1842 voor 1842 – negen fr. | 9,00 |
| 3de januari 1844 voor 1843 – negen fr. | 9,00 |
| 19de Xber 1844 voor 1844 – negen fr. | 9,00 |
| 28ste Xber 1845 voor 1845 – negen fr. | 9,00 |
| 4de februari 1847 voor 1846 – negen fr. | 9,00 |
| 11de Xber 1847 voor 1847 – negen fr. | 9,00 |
| 30ste 9ber 1848 voor 1848 – negen fr. | 9,00 |
| 1849 Nu is de pacht twaalf fr. Nieuwe pachter Guillielmus De Meersman. | |
| 17de 9ber 1850 voor 1849 – twaalf fr. | 12,00 |
| 11de Xber 1851 voor 1850 – twaalf fr. | 12,00 |
| 29ste 8ber 1853 voor 1851 en 1852 –vierentwintig fr. | 24,00 |
| 24ste 8ber 1854 voor 1853 – twaalf fr. | 12,00 |
| 21ste 9ber 1855 voor 1854 – twaalf fr. | 12,00 |
| 4de 9ber 1856 voorr 1855 – twaalf fr. | 12,00 |
| 12de 8ber 1857 voor 1856 – twaalf fr. | 12,00 |
| 18de Xber 1858 voor 1857 – twaalf fr. | 12,00 |
| 1859 De pacht is nu vijftien fr. Nieuwe pachter de weduwe De Meersman | |
| 30ste 8ber 1859 voor 1858 – vijftien fr. | 15,00 |
| 22ste 8ber 1860 voor 1859 – vijftien fr. | 15,00 |
| 15de 8ber 1861 voor 1860 – vijftien fr. | 15,00 |
| 24ste 8ber 1862 voor 1861 – vijftien fr. | 15,00 |
| 22ste 8ber 1863 voor 1862 – vijftien fr. | 15,00 |
| 3de 9ber 1864 voor 1863 – vijftien fr. | 15,00 |
| 2de 8ber 1865 voor 1864 – vijftien fr | 15,00 |
| 16de 9ber 1866 voor 1865 – vijftien fr. | 15,00 |
| 19de 9ber 1866 voor 1866 – vijftien fr. | 15,00 |
N° 20.
De erfgenamen Gerardus De Backer – nu Peeter De Bolle Essene – hebben een schuld van vijftien guldentweeënveertig ct voor een rente en kapitaal van zes honderd vijfentwintig gulden eenenzeventig ct dus 15,42.
In fr veertienhonderd eenenvijftig fr 24 ct volgens de rekening betaald in 1818.
| Betalingen | Som |
| 12de Xber 1833 de som van honderd vijfenveertig fr twaalf ct voor de vervallen intresten bij moderatie voldaa tot 18 december 1800 eenendertig. | 145,12 |
| 8ste Xber 1834 voor 1832 drieënveertig fr drieënvijftig ct | 43,53 |
| 23ste 9ber 1836 voor 1833 drieënveertig fs vierenvijftig ct. | 43,54 |
| 10de 9ber 1838 voor 1834 drieënveertig fr vierenvijftig ct. | 43,54 |
| 25ste 8ber 1839 honderd fr daarmee voldaan de intrest van 1835 en 1836 blijft op rekening betaald twaalf fr drie ct voor 1837. | 100,00 |
| 9de 9ber 1840 voor het restant van 1837 eenendertig francs eenenvijftig ct. | 31,51 |
| 7de 9ber 1841 voor 1838 en 1839 zevenentachtig fr acht ct. | 87,08 |
| 3de 9ber 1842 voor 1840 vijfenzestig fr eenendertig ct, 1840 blijft op rekening 21 fr 77 ct van 1841. | 65,31 |
| 25ste februari 1843 drieënveertig fr vierenvijftig ct voor 1841, blijft op rekening van 1842 21 fr 77 ct. | 43,54 |
| 8ste Xber 1845 drieënveertig fr vierenvijftig ct voor 1842 en blijft op rekening 21 fr 77 ct van 1843. | 43,54 |
| 24ste 8ber 1847 drieënveertig fr vierenvijftig ct voor 1843 en blijft op rekening 21 fr 77 ct van 1844. | 43,54 |
| 1ste juli 1849 vierenvijftig fr voor 1844 | 54,00 |
| 19de 9ber 1849 drieënveertig fr vierenvijftig ct voor 1845 en blijft op rekening 32 fr 23 ct van 1846 | 43,54 |
| 10de 9ber 1850 het restant van ’1846 elf fr 31 ct. | 11,31 |
| 6de januari 1851 voor 1847 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 24ste 8ber 1851 voor 1848 en het half jaar 1849 65 fr 31 ct. | 65,31 |
| 20ste 8ber 1852 65 fr 31 ct voor de rest van 1849 en 1850. | 65,31 |
| 5de 9ber 1853 intrest van 1851 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| Ontvangen eenentwintig fr 77 ct voor 1852 | 21,77 |
| 11de 8ber 1854 65 fr 31 ct voor 1852 en 1853 | 65,31 |
| 4de 9ber 1855 voor 1854 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 2de 9ber 1856 voor 1855 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 17de 8ber 1857 voor 1856 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 18de Xber 1858 voor 1857 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 1ste 9ber 1859 voor 1858 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 11de 9ber 1860 voor 1859 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 26ste october 1861 voor 1860 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 16de 8ber 1862 voor 1861 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 23ste 8ber 1863 voor 1862 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 15de 8ber 1864 voor 1863 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 14de 8ber 1865 voor 1864 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 27ste 8ber 1866 voor 1865 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
| 10de 8ber 1867 voor 1866 – 43 fr 54 ct. | 43,54 |
N° 21.
Josephus Robijns pachter te Hekelgem is verschuldigd een rente van vier gulden achtentachtig ct In fr 10,33.
Voldaa r 1823.
| Betalingen | Som |
| Geen inschrijvingen |
N° 22.
De weduwe Joseph De Doncker[41] te Hekelgem is verschuldigd voor cijnsrenten waarover zij verantwoord heeft in haar laatste rekening van 29 december 1831 voor de volgende personen:
- Bernardus Van Gheite en Gillis De Gols, landbouwers te Hekelgem, twee gulden zesenvijftig ct – 2,56.
- Jan Baptist Clauwaert en de kinderen Francis Roseleth, landbouwers, een gulden en zevenendertig ct, dus 1,37.
- Andries Coppens, landbouwer, een gulden achtentwintig ct – 1,28.
- Benedictus Cooreman, landbouwer, twee ct – 0,02.
- De weduwe Peeter De Schrijver, landbouwster, zeventien ct – 0,17.
- Francis De Boitselier zeventien ct – 0,17.
- De kinderen Jan Baptist Robijns tweeëndertig ct – 0,32.
Geheel vijf gulden en negenentachtig ct – 5,89. De laatste betaling is gedaan in 1830.
| Betalingen | Som | |
| 13de Xber 1832 voor 1831 12 fr 45 ct. | 12,45 | |
| Dezelfde dag voor 1832 12 fr 45 ct. | 12,45 | |
| 24ste januari 1834 voor 1833 12 fr 45 ct. | 12,45 | |
| 29ste 8ber 1835 vierendertig fr eenenveertig ct intrest van 1833, 1834 en 1835 tot 29ste 8ber | 21,96 | |
| Dezelfde dag zijn deze cijnzen betaald met een som van twee honderd negenenveertig fr twintig ct. | 249,20 |
N° 23.
Franciscus Ruijssinck en consoorten te Hekelgem zijn verschuldigd een cijns van zeven en half ct (in gulden) dus 07 1/2 waarvan de laatste betaling is gedaan in 1812:
| Betalingen | Som |
| 20ste 8ber 1833 ontvangen van Francis Ruijjsinck een fr achtenvijftig ct voor 1813 tot 1822. | 1,58 |
N° 24.
Franciscus De Ridder[42] en Joannes De Gijseleer,landbouwers te Hekelgem, zijn verschuldigd een cijns van een gulden twee ct en half dus 01 2 ½, laatste betaald in 1824:
| Betalingen | Som |
| 22ste 9ber 1833 ontvangen van Francis De Ridder zeven fr 63 ct voor 1825 tot 1831. | 7,63 |
| Ontvangen van Joannes De Geijseleer zes fr drieënvijftig ct voor 1822 tot 1827 | 6,53 |
| 7de Xber 1836 ontvngen van Frans De Ridder twee fr 18 ct voor 1832 en 1833. | 2,18 |
| 17de Xber 1837 ontvangen van Joannes De Geijseleer drie jaar cijns 1828 tot 1830 drie fr 27 ct. | 3,27 |
| 28ste 8ber 1838 ontvangen van Joannes De Geijseleer vijf jaar cijns vijf fr vijfenveertig ct. | 5,45 |
| 10de Xber 1838 van Frans De Ridder intrest voor1834 een fr 8 ct. | 1,08 |
| 3de 9ber 1840 van Joannes De Geijseleer vier jaar cijns vier fr 36 ct. | 4,36 |
| 10de Xber 1840 van Frans De Ridder een fr 8 ct voor 1835. | 1,08 |
| 28ste 8ber 1844 van Joannes De Geijseleer cijns van 1840, 1841 en 1842 drie fr 27 ct. | 3,27 |
| 27ste Xber 1844 van de weduwe Frans De Ridder cijns voor 1836, 1837 en 1838 drie fr 27 ct. | 3,27 |
| 22ste 9ber 1847 van Joannes De Geijseleer cijns voor 1843, 1844 en 1845 drie fr 26 ct. | 3,26 |
| 24ste 9ber 1847 van de weduwe Frans De Ridder zeven jaar cijns lzeven fr 61 ct. | 7,61 |
| 6de 9ber 1851 van Joannes De Geijseleer cijns 4 fr 35 ct. | 4,35 |
| 8ste 9ber 1853 van Joannes De Geijseleer cijns van 1842 – drie fr 27 ct. | 3,27 |
| 5de januari 1854 van Joannes De Geijseleer cijns – vier fr 36 ct. | 4,36 |
N° 25.
De heer De Witte olieslager te Hekelgem voor de weduwe Jan Baptist Van De Perre die verschuldigd is een cijns van zeventien ct 00 – 17 laatt betaald in 1806:
| Betalingen | Som |
| Geen aantekeningen. |
De erfgenaemen Jan Baptist Meert te Hekelgem zijn verschuldigd een cijns van zeventien ct en half, dus 0,7 1/2 is laatst betaald in 1804:
| Betalingen | Som |
| Geen aantekeningen. |
Jan Franciscus De Wever pagcher te Hekelgem is verschuldigd twee cijnsen – 1° voor zijn hofstede een fr21 ct, 2° voor zijn boomgaard vierenvijftig ct. Samen twee fr vijfendertig cten, dus 2,35 is laatst betaald in1827:
| Betalingen | Som |
| Geen aantekeningen. |
N° 28.
Franciscus Gowie smid te Hekelgem is verschuldigd een cijns van zesentwintig ct dus voor de kinderen Thomas Everaert 0,26 (gulden),is ’t laast betaald in 1812:
| Betalingen | Som |
| 18de januari 1834 ontvangen vier fr vierendertig ct daarmee voldaan tot 1833. | 4,34 |
N° 29 niet aanwezig.
N° 30.
De kinderen Peeter Van Nieuwenborgh te Hekelgem zijn verschuldigd een cijns van een gulden achtenvijftig ct en half, dus 1,58 1/2 (gulden), is laatst betaald in 1815:
| Betalingen | Som |
| 9de Xber 1833 ontvangen zesendertig fr eenennegentig ct bij moderatie daarmee voldaan tot 1831. | 26,91 |
| 19de meert 1834 ontvangen het kapitaal van deze cijns de som van zevenendertig gulden Brabants courant en intrest van 1832 en 1833 de som van zes fr eenenzeventig ct dus van Jan Baptist De Coster. | 6,71 |
N° 31.
De erfgenaemen Laureijs Robijns te Meldert zijn verschuldigd een cijns van vier gulden waarvan het laatste is betaald in 1814:
| Betalingen | Som |
| Geen aantekeningen. |
1834. Goederen aan de domeinen verzwegen[43].
Op 26 februari 1834 verschenen voor notaris Angelus Augustus Crick te Asse pastoor Petrus Joannes Reijntjens en de landbouwers Petrus Plas, Judocus De Schrijver en Petrus Raes, samen vormen ze de meerderheid van de kerkraad van Hekelgem. Ze handelen ingevolge het decreet van dertig december achttienhonderd negen en het koninklijk besluit van zeven januari achttien honderdvierendertig. Ze verklaren in bezit te nemen voor de kerkfabriek van Hekelgem de volgende goederen hebbende die een religieuze oorsprong hebben en tot de dag van heden aan de domeinen verzwegen waren, te weten:
1-Een partij land groot dertig roeden zesenzeventig ellen voortkomend van de abdij Affligem gelegen in de gemeente van Moorsel omtrent de Aalsterse Dreef, palend aan de dreef, de kerk of armengoed van Moorsel, de baan en de heer De Clecq, in bezit en gebruikt door Joannes Vermoesen te Moorsel.
2-Eenpartij land, groot dertig roeden zesenzeventig ellen voortkomend van de abdij Affligem gelegen onder de gemeente van Moorsel omtrent de voorschreven partij, palend aan de Aalsterse Dreef, Judocis De Ridder als huurder, de baan en de kerk of armen van Moorsel, in bezit en gebruikt door Bernardus De Bisschop te Moorsel.
De inbezitneming is gedaan op declaratie en overgeving der panden en bezitters gedaan door de heer Guillielmus De Bisschop, landbouwer te Hekelgem hier present.
Waarvan akte gepasseerd in de gemeente van Hekelgem in de pastorie op zesentwintig februari achttienhonderd vierendertig in de tegenwoordigheid van Jan Baptist De Vis en Petrus Scheirlinckx, beide landbouwers te Hekelgem, als getuigen die na voorlezing hebben getekend met de heeren comparanten.
3-Een partij land en bos gelegen onder Hekelgem op de Hoogenpaal groot tweeënzestig roeden zevenentachtig ellen, palend aan Jan Baptist De Vis met goederen voortkomend van de abdij Affligem, de kinderen Bosteels, andere goederen door de domeinen verkocht en Jan Frans Van Lierde, tegenwoordig gebruikt door Jan Baptist De Vis.
De heren comparanten hebben verklaard de inbezitneming der voorschreven partij te doen zonder de minste restrictie van de drie andere.
4- Een partij land groot een bunder vijfentwintig roeden voortkomend van de abdij Affligem gelegen in op de Molenkouter” doorsneden met de dreef naar de abdij, palend oost de Fosselstraat, zuid de kinderen Graindorge, west de straat, en noord de heer Servais, in bezit en gebruikt door Dominicus De Cooman te Hekelgem.
Waarvan akte gepasseerd in Hekelgem in de pastoriel op zesentwintig februari achttien- honderd vierendertig in de tegenwoordigheid van Jan Baptist De Vis en Petrus Scheirlinckx, beide landbouwers wonend in Hekelgem, als getuigen de na voorlezing hebben getekend met de heren comparanten en de notaris.
1838. Rekening van James Bastien, klokkengieter te Bergen[44].
Klok gegoten op 20 juli 1838.
Ontvangen van de kerk van Hekelgem de som van tweeduizend zeventig fr negen ct van een rekening van vierduizend driehonder drieëntachtig fr die de kerk mij verschuldigd is voor een nieuwe klok die ik voor de kerk heb gegoten.
Hekelgem, tien augustus 1838 Bastien James.
Ik bevestig de ontvangst van de gemeente Hekelgem van de som vijftienhonderd fr op de rekening die de kerk mij verschuldigd is..
Hekelgem, tien augustus 1838. Bastien James.
Ontvangen achthonderd fr, de rest van de schuld ,van de kerk van Hekelgem voor de nieuwe klok. Hekelgem 19 november 1839. Bastien James.
1838. Betwisting van een rente van 200 gulden[45].
Op 25 juli richtte Stockmans, secretaris van de notaris in naam van Josephus De Doncker, tresorier van de kerkfabriek van Hekelgem een schrijven aan de leden van die kerkfabriek. Uit de rekeningen bleek dat J. B. Robijns gedurende 15 jaar, van 1809 tot 1823 een rente van 200 gulden aan 5 gulden 14 stuivers per jaar, samen 25 gulden 10 stuivers onwettig heeft betaald.
Philippus De Donder[46] en zijn echtgenote Josine Van De Velde hadden een lening van 200 gulden aangegaan bij Cornelius Van Lierde[47] en Anne Segers bij akte verleden voor de schepenen van Affligem op 18 april 1730, maar eigendom van de kerk sedert 1746. De lening was bepand op:
1- Een partij land gelegen in Meldert op ?? groot 112 1/2 roeden. Het was ten dele leengoed en ten dele cijnsgoed palend aan de straat, de erfgenamen Jan De Ridder, Gillis Van Nuffel en de erven van Jan Van Mulder. Door aankoop waren de bepanders Peeter De Kegel en Anna Van Nuffel.
2-Een behuisde hofstede gelegen te Hekelgem. Het goed was verkregen door wijlen Andries Robijns[48] en Maria Anna De Bailliu en haar tweede man Peeter Ceuppens. Zij had twee kinderen:
- Martin Robijns getrouwd met Francisca Resteau,
- Adriaen Ceuppens, in zijn leven onderpastoor in Schendelbeke.
- 114 roeden land gelegen te Meldert op het Queddelsveld palend volgens de kavelbrief gepasseerd voor notaris Van Der Schueren te Meldert op 8 januari 1777 tussen Martin Robijns en de eerwaarde priester Ceuppens, aan Jan De Ridder, Jan Willems, Hendrick Van Brempt en de kinderen wijlen Philippus De Donder. Door aankoop verkregen van Jan Van Nuffel en Peeter De Kegel volgens goedenissebrief gepasseerd voor de schepenen van Affligem op 150oktober 1742 welk perceel land het enigste is op die kouter dat te kavel is gevallen aa priester Ceuppens.
Uit de beschrijving van de palen van de genoemde partijen blijkt dat die rente nooit ten laste van wijlen Martinus Robijns was en ook niet ten laste van zijn halfbroer, de heer Ceuppens.
De ouders van de kavelanten kochten op 15 oktober 1742 het kwestieus land Queddelsveld delen van het goed op 8 januari 1777 zonder dat er van de rente gewag werd gemaakt, Philippus De Donder betaalde de intresten en daarna zijn zoon Guillielmus en nadien de erfgenamen sedert 1731 tot en met 1798. Op dat tijdstip waren de ouders van Adriaen Ceuppens en hij al in bezit van de 114 roeden sedert 56 jaren en indien zij rentgelders waren, betaalde de familie De Donder de intresten.
Anna Maria Resteau betaalde de intresten 1799, 1800 en 1801. Dan werd zij tresorier en ontving de intresten! Sedert 1801 tot 1829 betaalde J. B. Robijns. In de rekening van 1826 vindt men de fout en men zegt dat Joseph Robijns als opvolger van Henri Robijns de rente moet betalen wat bij vergissing met echtheid heeft aangemerkt.
Uiit het aangehaalde resulteert (zie figuur hieronder) dat de familie Robijns – Ceuppens nooit die rente verschuldigd was noch de hypotheek bezat. Dat betekent dat de kerkfabriek de rente 22 jaar, in het totaal 125 gulden 8 stuivers, aan de kinderen J. B. Robijns dient te restitueren. Die som moet binnen de 8 dagen betaald worden anders zal ik, als hun gevolmachtigde met alle middelen van recht het bedrag opeisen, temeer omdat De Doncker die jaren een deel ervan aan J. B. Robijns heeft verantwoord en dat zijn kinderen met de weduwe De Doncker tot geen vereffening kunnen komen voor de restitutie. Gelieve uw antwoord aan Cappuijns tegen zondag te geven en die zal mij uw antwoord geven.
Ch. Stockmans clerc van notaris.
Korte beschrijving van de rente van 200 gulden courant eerst geconstitueerd door Philip De Donder en Josina Van De Velde ten behoeve van Cornelius Van Lierde en Anna Segers bij akte gepasseerd voor schepenen van Affligem op 18 april 1730 thans ten behoeve van de kerk van Hekelgem
Deze goederen zijn volgens de constitutiebrief in hypotheek gegeven met kanten en gedesigneerd zoo volgt:
- Het goed verkregen door Martinus Robijns en zijn huijsvrouw Francoise Resteau is gelegen te Meldert op “Het Quedderveld” groot 114 roeden paelende ter eendere Jan De Ridder, ter 2de Jan Willems, ter 3de Hendrick Van Brempt, ter 4de de kinderen wijlen Philip De Donder hun competerende bij koop tegen Jan Van Nuffel en Peeter De Kegel volgens goedenissebrief Een partij land gelegen onder Meldert op het Querdersvelt groot omtrent 112 1/2 roeden, deels leengoed en deels cjnsgoed
- 19 roeden hofstede met het huis gelegen in Hekelgem palend aan de straat van Affligem naar Meldert, de erfgenamen van Martin De Coster, Peeter Van Den Wijngaerde vanwege zijn vrouw en Michiel De Donder met het wederdeel gescheiden van de comparant verkregen bij successie van 15april 1729.
De Donder kocht van Peeter De Kegel en Anna Van Nuffel en het pand werd belast in 1730 terwijl Martin Robijns het goed in 1742 kocht van Jan Van Nuffel en Peeter De Kegel. Dan werd Philip De Donder d houder van de hypotheek. De weduwe Resteau en haar opvolgers hebben van 1799 tot en met 1823 de intresten betaald die zij nooit schuldig waren. In 1777 werd van die rente niet gesproken. Martinus Robijns, man van Francoise Resteau kavelt op 8 januari 1777 voor notaris J. B. Van Der Schueren te Meldert met zijn halfbroer, de eerwaardige heer Adriaenus Ceuppens, zoon van Peeter en Maria Anna De Bailliu en ook moeder van Martin Robijns uit haar huwelijk met Andries Robijns.
Het Queddersveld is te kavel gevallen aan de priester Ceuppens, toen onderpastoor te Schendelbeke. Martin Robijns en Adrianus Ceuppens waren de wee enige kinderen van Anna Maria De Bailliu.
1841. Amandus Vertonghen betaalt schuld[49].
Op 23 april 1841 kwam Amandus Vertonghen, oud-tresorier van de kerkfabriek van Hekelgem, met de volgende leden van de kerkfabriek, namelijk Petrus Joannes Reijntjens pastoor, Joannes Bosteels, burgemeester en grondeigenaar, Petrus Plas, landbouwer en Franciscus Roggeman landbouwer, 5de Cornelius Vermoesen landbouwer, 6de Joannes Baptista Robijns, landbouwer en Seraphien De Meersman, bakker, allen wonend in Hekelgem, overeen om zijn schuld af te betalen door middel van een schenking. Notaris Crick stelde de akte op.
Amandus Vertonghen[50] kwam aan het slot van zijn rekening van 17 augustus 1812 en stond daarvoor een partij land af gelegen op de Morette, sectie A nummer 909, groot vijftien aren negen centiaren palend aan Jan Baptist Clauwaert, dezelfde Clauwaert en de weduwe Jan Baptist De Smedt, de kinderen van Petrus Jacobus Van Lierde en de kinderen van Jan Baptist Mattens. Het goed werd geschat op vijfhonderd fr. Deze partij land behoorde toe aan Amandus Vertonghen bij verkaveling uit de successie van wijlen zijn ouders Joannes Vertonghen en Maria Theresia De Keghel, bij akte 13 april 1795, geregistreerd te Asse op 30 oktober 1807. De comparant Vertonghen verklaarde dat het land onbelast is van alle schulden en hypotheken. In ruil hebben de leden van de kerkfabriek aan Amandus Vertonghen de volle en definitieve kwittantie en ontlasting van zijn schuld gegeven.
De raad van de kerkfabriekkan te allen tijde het land in bezit nemen en gebruiken zonder vergoeding voor vetten of culturerechten.
Waarvan akte gepasseerd in Hekelgem, in de pastorie op 23 april 1841, in de tegenwoordigheijd van Carolus Hellinckx en Petrus Scheirlinckx, beide landbouwers te Hekelgem, als getuigen.
Op 3 augustus 1841 gaf Amandus Vertonghen aan de kerk van Hekelgem een hoplochting gelegen op de De Morette, palend aan oost J. B. Clauwaert, dezelfde en de weduwe J. B. De Smedt, de kinderen Petrus Jacobus Van Lierde en de kinderen J. B. Mattens, groot vijftig roeden oude maat. De hoplochting erfde Vertonghen van zijn ouders Joannes Vertongen en Maria Theresia De Kegel waarvan de kerk van Hekelgem nu de volle eigendom zal genieten vanaf de eerste kerstdag na zijn overlijden zonder enige amelioratie of mestvetten te moeten betalen, zonder de hopstaken.
1843. Een eeuwigdurende rente voor de kerk[51].
Op 10 maart 1843 ompareerden Michiel Van Den Bossche[52] en zijn vrouw Francisca De Smedt, landbouwers te hekelgem voor nota ris Crick te Asse. Als eigenaars van een hofstede vernieuwden ze in het voordeel van de kerk een eeuwig durende rente met een kapitaal van duizend achtentachtig fr vierenveertig ct met een intrest van 4 ½ % verminderd tot 4¨ ingeval van betaling binnen de zes weken na elke vervaldag op 2 juni. De rente was oorspronkelijk aangegaan door Judocus De Smedt en Catharina De Gheijndt, ouders van de comparante Francisca De Smedt. Van het kapitaal was negenhonderd zevenennegentig fr vierenzeventig ct ten behoeve van de eerwaarde heer Petrus De Laddersous, in leven pastoor van Hekelgem. De akte was verleden door notaris Jacobus De Smedt te Asse op 2 juni 1792 en geregistreerd door schepenen van Affligem op 30 juni. De resterende negentig fr zeventig ct werden na de dood van de eerwaarde heer De Laddersous aan de eerwaarde heer De Malander overgedragen, in leven ook pastoor te Hekelgem, op 11 november achttien- honderd vier met een bijzondere hypotheek op de hofstede door de comparanten Van Den Bossche. Zij wonen op de hofstede gelegen in Terlinden en omvat een huis en andere edificiën, groot van grond drieëntwintig aren negentig centiaren, palend aan noordoost de Terlindenstraat, zuidoost vroeger Petrus De Schrijver nu Petrus Joannes Verleijsen, zuidwest den armen van Asse, en noordwest vroeger Henricus Bernauw nu Joannes Baptista Van De Perre.
De vermelde kapitale rente van duizend achtentachtig fr en vierenveertig ct maakt deel uit van een fundatie door de eerwaarde heren De Laddersous en De Malander gesticht in de kerk van Hekelgem en waarvan de intresten jaarlijks aan de kerkfabriek worden betaald voor zes missen in het octaaf van de gelovige zielen met de overschot voor licht en ornamenten.
Petrus Joannes Reijntens, tegenwoordig pastoor van Hekelgem en er wonend en lid van de kerkfabriek, heeft verklaard de vernieuwing ten voordele van de kerkfabriek te aenvaarden zonder in iets te veranderen aan de condities van de fundatiebrieven.
Waarvan akte gepasseerd in de gemeente van Hekelgem in het huis van de echtlieden Van Den Bossche op 10 maart 1843, in de tegenwoordigheijd van Engelbertus Van Gheite en Petrus Joannes Verleijsen, beide landbouwers te Hekelgem, getuijgen die na voorlezing hebben getekend met de eerwaarde heer P. J. Reijntens en de notaris met uitzondering van de echtlieden Van Den Bossche die verklaard hebben niet te kunnen schrijven. P. J. Reijntens, E. Van Gheite, P. J. Verleijsen en J. A. A. Crick notaris.
1843 Reglement van de zondagsschool[53].
- De school werd opgericht door zijne eminentie Engelbertus, kardinaal en aartsbisschop van Mechelen in 1840 en wordt bestuurd door de geestelijken van de parochie.
- Zij is gesteld onder de bescherming van O.-L.-V. koningin van alle H. H. en van den H. Jozef patroon der jeugd.
- Zij zal beginnen op zondag 20 december 1840 voor de jongens onmiddellijk na de hoogmis en voor de meisjes onmiddellijk na de rozenkrans. Ieder zorgt ervoor om op tijd te komen om de gratie van de H. Geest af te smeken en het onze vader en het weestgegroe te bidden en de geloofsbelijdenis, de 10 geboden van God en de 5 geboden van de H. Kerk op te zeggen.
- Het is verboden in de school te spreken of met luide stem te leren.
- Na de christelijke lering bidt men de akten van geloof, hoop en liefde en een akte van berouw. Alle leerlingen verlaten zonder te lopen en zonder lawaai de school.
- Alle leerlingen zullen proper zijn en geen modieuze of ongeschikte kleren dragen.
- Leerlingen die anderen bespotten, beschimpen of verwijten, die vechten, vloeken, vuile klap spreken, die anderen naroepen, die ongemaniertheden bedrijven, zullen met liefde vermaand worden en willen zij zich niet bekeren dan moeten zij thuis blijven.
- Niemand mag zonder wettige reden van de school wegblijven anders zullen zij een zwarte nota of een ‘crabbe’ krijgen.
- Ale leerlingen moeten hun meesters en meesteressen eren en gehoorzamen, wie daarin te kort schiet, zal men wegzenden en vermits zij geen tijdelijke beloning ontvangen voor hun liefde, verdienen zij beloond te worden door de gebeden der leerlingen.
Ita est P. J. Reijntens pastor in Hekelghem.
Project aangaende de zondagsschool voorgelezen op Pinksteren 1844.
De zondagsschool is gesloten door het verwerken van de akten. Het voordeel dat daeruit volgt is:
- Alle kinderen van de school die de W nog niet kunnen lezen, zullen op dezelfde tijd de wijze van leren lezen de W leren om te begrijpen wat zij lezen en om kracht aan de woorden te kunnen geven.
- Alle kinderen die het goede willen, zullen inzien hoe voordelig en vermakelijk het is nu en dan wat tijd door te brengen met een schoon boek te lezen of een stichtende historie. Dat zal hen aansporen om de school met meerder ijver bij te wonen en meer aendacht te geven aan de manier van lezen die hun meesteressen hun voorhouden.
- Kinderen gij zult zo een zedenles naar huis meedragen die veel kan leren en u voordeliger kan zijn dan al het tijdelijke dat gij door geleerdheid kunt bekomen.
1848. Klacht tegen Egidius Plas[54].
Op 20 december 1848 zonden de burgemeester en de leden van de kerkfabriek een schrijven – in het Frans – naar de arrondissementscommissaris van Brussel om toelating te vragen om Egidius Plas te kunnen vervolgen. Gillis Plas, pachter te Hekelgem van 1839 tot Kerstmis 1848 van de kerkfabriek hofstede huurde, gelegen aan de Bellestraet,groot 13 aren 30 centiaren, bekend bij het kadaster onder N° 262 tot en met 266 der sectie D, palend aan de Bellestraat, Benedictus Meert en andere met daarop een batiment dat al lang van de eigenaars is. Daar de pachttermijn is verlopen heeft de huurder het recht volgens lands- gebruik om de waarde van de mestvetten te laten schatten en het bedrag op te eisen. Om tot die schatting over te gaan stelden de burgemeester en de kerkraad Petrus Ludovicus Prégaldino, deurwaarder bij de rechtbank van eerste aenleg zitting houdend te Brussel en gehuisvest te Asse aan om Gillis Plas te dagvaarden. Op 19 maart 1849 ging met Petrus Reijntjens, voorzitter van de kerkraad en van de ontvanger Judocus De Schrijver bij Gillis Plas om hem te dagvaarden om op 22 maart om twee u. naar de hofstede te gaan ten einde over te gaan tot de schatting van de prijzij.
Op 22 maart trof de deurwaarder Petrus Ludovicus Prégaldino[55] de zoon van Gillis Plas Cornelius[56] op de hofstede aan. Hij trad op in naam van zijn vader. De deurwaarder bepaalde de prijzij als volgt:
- Drie aren hof grond geschat zes fr – 6,00.
- Drie aren sloren geschat zes frs – 6,00.
- Vijfhonderd veertien kuilen hop geschat op zesenveertig frs zesentwintig ct – 46, 26.
- Het houtgewas op de hagen – 7,00.
Samen vijfenzestig frs zesentwintig ct – 65,26.
Maar Cornelius Plas weigerde prijzij te aanvaarden omdat zijn vader nog niet akkoord was met de schatting van het batiment op de gemelde grond. De kerkfabriek wou voor de prijzij 57 fr betalen en was akkoord om voor het gebouw schatters aan te stellen volgens het lastencohier van openbare verpachting van de leden van de kerkraad van 17 oktober 1839 en goedgekeurd door de gemeenteraad.
De ondergetekende Gillis Plas pacher te Hekelgem bekent ontvangen te hebben uit handen van de eerw. heer P. J. Reijntens, pastoor van Hekelgem en voorzitter van de kerkfabriek de som van zevenenvijftig fr in voldoening van een prijzj van mestvet van een land op de Mattenlochting eertijds gebruikt door de bovengenoemde Gillis Plas.
Hekelgem 22 augustus 1849.
1849. Stichting van jaargetijden[57].
Op 19 april 1849 liet Paula Joanna Francisca De Witte,[58] rentenierster wonend in Hekelgem, dochter van wijlen Benedictus Emmanuael De Witte en Catharina Paula De Lantsheere door notaris Crick de akte opstellen van de stichting van 5 eeuwigdurende jaargetijden voor haar ouders. Daarvoor had ze uit de liquidatie van de erfenis van haar ouders en met toestemming van haar mede-erfgenamen een som van vier honderd fr gelicht om daarmee de gezongen jaargetijden te stichten en ze met de intresten daarvan te betaelen. De jaargetijden moeten in de maand mei gecelebreerd worden in de kerk van Hekelgem tot lafenis van de zielen van haar ouders en van hun nakomelingen in de eerste graad. De betaling zal elk jaar gebeuren aan de tresorier van de kerk zolang de kosten niet hoger liggen dan 20 fr voor de 5 jaargetijden. Paula De Witte gaf als pand een weide gelegen op Bleregem, groot 31 a 10 ca, palend noord Amandus Vertonghen, oost de erfgenamen van Gillis De Ridder, zuid de kinderen Van Der Stocken-Tack en west Joannes Franciscus De Wever. De weide was een erfenis van de ouders bij de akte van verdeling van notaris Crick gepasseerd op 16 maart 1848. Er zal op deze weide ten voordele van de kerkfabriek voor de jaargetijden een hypothecaire inschrijving mogen opgesteld worden gedurende de dertig eerste jaren van 800 fr met een intrest van vijf ten hondert. Constantinus Alexander De Witte, ook rentenier te Hekelgem en zoon van Benedictus Emmanuel De Witte en Catharina Paula De Lantsheere verklaarde de schikking te aanvaarden voor hem en voor zijn zussen en broers.
De akte werd opgetseld in het huis van Paula De Witte in de tegenwoordigheijd van Petrus Joannes Verleijsen en Joannes Baptista Verleijsen, beiden landbouwers te Hekelgem, als , getuigen.
1853. Aankoop van een nieuw orgel[59].
De kerkfabriek van Hekelgem kocht op 2 januari 1853 een nieuw orgel van de heer Cappuijns Policarpe Florentin wonende tot Mechelen bestaande als volgende met kas, blaasbalken enz.
Met overneming der oude orgel en kas zo nochtans dat het kerkfabriek zal liber zijn van de kas te houden aan dertig franks en het positief aan vijftig franks.
Den transport tot laste van de kerk, te weten: vijfendertig franks met afhaling met een peerd tot aan de Laekepoort als ook veertien dagen logie, kost en drank op de maaltijden tot placeren der nieuwe orgel ook vier dagen een schrijnwerker.
En ook zal het orgel moeten geplaceert worden zo nochtans er sterfgeval voorviel van wederzijds en zullen kerkfabriek daarvoor betalen aan den boven gemelde heer Cappuijns de somme van drij duizend vijftig franken en welke betalingen zullen moeten geschieden, te weten:
Twee duizend vijftig franken als zij geplaceert en goed gekeurd is en het overig duizend francs een jaar later en ook beloofd en verbind den heer Cappuijns responsabel te zijn een jaar voor alles wat aan het orgel of toebehoorten zoude kunnen miskomen en eens te stellen als ook nog vier jaar responsabel aangaande de constructie.
Ook is er geconditioneerd dat de toppen en zeker den pelicaan van de oude orgelkas al aan de kerk blijven.
Gedaan in dobbel te Hekelgem 2 januari 1853.
1868. Voorwaarden voor de herstellingswerken aan de pastorie van Hekelgem.
De aanbesteding zal geschieden in een lot met de hierna beschreven werken.
- Omtrent honderd vijftig meters (kubiek) grond uitgraven voor een kelder onder de voornaamste zaal.
- Omtrent honderd tien kubieke meters metselwerken in kareelsteen. De mortel moet samengesteld zijn uit de helft Doornikse kalk en de helft …..?
- Omtrent vijf kubieks meters blauwe arduinsteen voor dorpels, plinten enz.
- Omtrent duizend kilogram ijzeren ribben.
- Omtrent tachtig vierkante meter kelderwelfsels, een steen dik.
- Omtrent negentig meter vloer in de kelders in kareelsteen.
- Het verlagen van achttien vensterdorpels.
Timmerwerken.
- Omtrent elf kubiek meter dennenhout voor de timmerwerken.
- Omtrent honderd tien vierkante meter plankenvloer in dennenhout zonder knoesten.
- Omtrent honderd vierkante meter plankenvloer in wit hout.
- Omtrent dertig lopende meter dakgoot in dennenhout te plaatsen op de consoles in steen.
Zinkwerken.
- Omtrent dertig vierkante meter zinkgoten van nr. 14 te plaatsen in de dakgoten.
- Omtrent veertig meter afloopgoten in zink van nr. 12.
Dakwerken.
- Omtrent veertig vierkante meter dekking in schaliën.
- Omtrent dertig vierkante meter dekking in blauwe pannen voor het washuis, strijken inbegrepen.
- Omtrent honderd kilogram ijzeren ankers en nagels.
Bezoldering en plaasterwerken.
- Omtrent drij honderd twintig vierkante meter bezoldering met eiken latten en mortel met koeienhaar.
- Omtrent acht honderd vierkante meter plaasterwerk.
- Omtrent veertig vierkante meter dakgootmoluren.
- Een rosette voor de zaal van dertig fr.
Schrijnwerkerij.
- Achttien ramen in eikenhout van twee duimen dik, een meter twintig centimeter breed en twee meter 50 centimeter hoogte erin begrepen het glas en verven.
- Acht koppel luiken, verven inbegrepen.
- Twaalf binnendeuren in dennenhout met drie panelen, inbegrepen de omlijsting, een slot met twee krukken en verven.
- Een dubbele deur voor de zaal ook alles inbegrepen.
- De voordeur in eikenhout alsook de achterdeur.
- Een trap van tweeëntwintig treden in eikenhout tot aan de eerste verdieping, de leuning inbegrepen.
- Een trap in beukenhout van twintig treden van de eerste verdieping naar de zolder, de balustrade tevens inbegrepen.
- Omtrent drij honderd vierkante meter verven met lijnolie (viermaal).
Steenhouwerij.
- Omtrent twintig vierkante meter vloer in zwarte steen voor den gang.
- Een schouw voor de zaal in marmer van 150 fr.
- Zes schouwen in granietsteen van 25 fr stuk.
- Achttien venstertabletten in granietsteen.
Algemene bepalingen.
Art. 1. De onderneming zal plaats hebben bij prijsborderel. De aannemers zullen in hun offerte de prijs per kubiek – vierkante meter of per stuk voor iedere soort van werken.
Art. 2. De onderneming geschiedt door aanneming.
Art. 3. De ondernemers zullen als goede werkbazen moeten erkend worden door de kerkfabriek die zich het recht behoudt van tussen de drie laagste offertes degene te kiezen die de beste waarborg aanbiedt voor de goede uitvoering der werken.
Art. 4. De werken zullen moeten verricht worden volgens plan opgemaakt door de heer Spaak, bouwkundige opzichter van het arrondissement Brussel en de voorwaarden van de aanneming en daarenboven al de regels van de kunst volgen onder straf van afbreking en heropbouwing ten koste van de aannemer.
Art. 5. De bouwstoffen die van geen goede hoedanigheid erkend worden, zullen afgewezen en door andere vervangen worden ten laste van de aannemers.
Art. 6. Alle de afbraakwerken zijn ten laste van de aannemers.
Art. 7. De kerkfabriek behoudt zich het recht voor de werken van het tegenwoordig gebouw die in goede zijn te behouden doch mits aftrek en afrekening met de aannemer volgens de opmeting.
Art. 8. De werken zullen aanvang nemen op vijftiend maart aanstaande en zullen moeten voltrokken zijn op de eerste september daarop volgend op straf van tien fr boete voor elke dag vertraging.
Art. 10. De werken zullen na hun voltrekking gemeten worden door een gezworen landmeter door de kerk aan te stellen en waarvan de onkosten volgens gebruik gezamenlijk zullen gedragen worden.
Art. 11. De betalingen zullen op volgende wijze geschieden. Een derde nadat de werken de helft zullen voltrokken zijnn, een tweede derde na het einde der werken en het laatste zes maanden daarna.
Art. 12. De aannemer zal in zijn offerte de prijs of dagloon van metselaar, dienders, timmerman, schrijnwerker en plakker vermelden voor de herstellingen die per dag kunnen gedaan worden.
Art. 13. De zegel en inschrijvingskosten zijn ten laste van de aannemers.
Art. 14. De aanneming zal slechts volledig zijn na de goedkeuring der bevoegde overheid.
Gedaan te Hekelgem in zitting van 5 januari 1868.
Proces-verbaal van aanbesteding[60].
1868, 18 maart om twee uur.
Wij leden van de kerkfabriek van Hekelgem, arrondissement Brussel, ingevolge kohier van lasten en voorwaarden goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 12 februari laatstleden en door de bestendige deputatie van de provincieraad in zitting van vier maart. Na berichten aangeplakt in al de omliggende steden en gemeenten, alsook afkondigingen alhier op de twee laatst afgelopen zondagen gedaan, hebben we ons begeven naar het gemeentehuis en zijn daar in de tegenwoordigheid van de heer Spaak, bouwkundige opzichter van het arrondissement en na voorlezing van de voorwaarden overgegaan tot de openbare aanbesteding vazn de herstelling en veranderingswerken te verrichten aan de pastorie van onze gemeente. Na de opening van de aanbiedingen werd Joseph De Bisschop, ondernemer te Hekelgem, gekozen om de werken te doen voor de som van negenduizend zeshonderd eenenveertig frs en Petrus Tistaert, schrijnwerker te Asse voor de som van negenduizend achthonderd zesendertig fr tien ct.
1874. Vergadering van de raad van de kerkfabriek[61].
Aanvraag van Petrus Judocus Evenepoel,[62] landbouwer Hekelgem, voor teruggave te mogen doen van een fundatie met kapitaal van vierhonderd frs gegesticht bij act verleden voor de notaris Crick te Assche op 19 april 1849[63] door juffrouw Paula Joanna Francisca De Witte[64] voor het voor het celebreren van vijf jaargetijden voor haar familie en bepand op een perceel weide te Hekelgem op gehucht Bleregem, nu eigendom van de verzoeker, ingeschreven ten kantoor van grondpanden te Brussel op 8 juni 1849 boek 769 nr. 39.
Besluit:
De heer Baeten, tresorier van de raad van de kerkfabriek, wordt gemachtigen om het kapitaal te ontvangen en er kwijting en ontlasting van te geven.
Te Hekelgem in zitting van 4 oktober 1874.
Namens de raad van de kerkfabriek raad, de secretaris Roseleth, de voorzitter T’Kint.
Vu et approuvé par le conseil communal d’Hekelgem en séance du 24 décembre 1874.
R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 394.

1923. Proces-verbaal van schatting.
De ondergetekenden:
- Camille Germanes landmeter en schatter wonende te Merchtem.
- Camille Van Ginderachter landmeter en schatter wonende te Asse.
Gezien de aanvraag van mijnheer Theofiel Roseleth eigenaar wonende te Hekelgem tot de aankoop van een perceel land gelegen onder de gemeente van Hekelgem toebehorende aan de kerkfabriek dezer gemeente waarvan beschrijf zie onder.
Verklaren ons ter plaatse te hebben begeven op 15 oktober 1923.
Beschrijf van het goed:
Een perceel land gelegen onder de gemeente van Hekelgem voornoemd ter plaatse genaamd Mazits gekend op het kadaster onder nummer 802a der wijk A voor een grootte van 21 aren 90 centiaren, palende aan: 1° De steenpoelweg niet begrepen en daarover de heer De Geijselaer, 2° De Braeckeleer Benoit, 3° de aanvrager mijnheer Theofiel Roseleth, en 4° het bureau van weldadigheid der gemeente Hekelgem.
Schatting: na de nodige afmetingen en onderzoek hebben wij de waarde ervan vastgesteld er inbegrepen het derde deel voor meerdere waarde volgens de wet op de som van tweeduizend acht- honderd frank.
Waarvan proces-verbaal van schatting opgemaakt te Asse datum als voren.
Germanes, Van Ginderachter.
1924. Zitting van de kerkfabriek van Hekelgem.
Op 6 juli 1924 vergaderden de leden van de kerkfabriek, Eduard De Schrijver voorzitter, Coppens Frans, Evenepoel Xavier, Scheerlinckx H., De Troy Louis en Willems Isidoor, over de aanvraag van Theofiel Roseleth om een perceel land aan te kopen, gelegen in Mazits, wijk A, n° 801, 802, met een oppervlakte 21 aren 90 centiaren, voor de som van 2800 fr..
De kerkfabriek zocht financiële middelen om meubelen bij te koopen in de nieuwe opgebouwde kerk, het plaatsen van elektriciteit, kasten in de sacristie, enz. Daar er geen tegenkantingen waren gekomen na het onderzoek de commodo en incommodo besliste de raad met eenparigheid van stemmen het perceel te verkopen.
De gemeenteraad van Hekelgem keurde tijdens de zitting van 16 december 1924 de verkoop goed voor de som van drieduizend frank.
Voor de raad: de secretaris Vertonghen, de burgemeester De Witte.
1924. Kerkfabriek van Hekelgem[65].
Notaris Stas stelde op 6 juli 1924 de verkoopsakte op in aanwezigheid van Eduard De Schrijver, Coppens Frans en Evenepoel Xavier,voorzitter, ontvanger en lid van de kerkfabriek van Hekelgem en samen de meerderheid van de raad en inegevolge de beraadslaging van het bureau van de kerkfabriek op 6 juli 1924, goedgekeurd door de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarvan een afschrift hieraan zal gehecht blijven. Zij verklaren te verkopen voor vrij, zuiver en onbelast en met waarborg tegen alle stoornissen en beletsels aan mijnheer Theopfiel Benedictus Roseleth grondeigenaar te Hekelgem,[66] een perceel land gelegen te Hekelgem ter plaatse Mazits, wijk A, n° 801 groot 21 aren 90 centiaren. Het perceel land was sinds lang eigendom van de kerkfabriek en openbaar bezit sedert meer dan dertig jaar. De koper zal zich moeten vergenoegen met dit bewijs van eigendom en geen andere titels mogen eisen dan een afschrift dezer.
Het perceel wordt verkocht voor vrij, zuiver en onbelast van schulden en pachtrechten zoals het zich bevindt met als zijn voordelige en nadelige gekende en ongekende erfdienstbaarheden en gerechtigheden zonder waarborg over maat.
Het goed is verhuurd tot de dertigste november 1929 door de openbare verhuring door de notaris Stas te Asse opgemaakt op vijf oktober 1920 aan Petrus Robijns, Mazits voor 52 frank 50 centiemen.
1919. Inventaris van de Verslagen van de Eerste Wereldoorlog van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel en de Bisdommen Brugge, Doornik, Gent en Luik.
- Gemeente en parochie Hekelgem provincie Brabant arrondissement Brussel, kanton Assche, dekenij Asse.
De gemeente Hekelgem is gelegen op het uiteinde van Brabant palende aan Oost-Vlaanderen.
- Bij de inval van de vijand heeft de geestelijke overheid enige bijzondere voorwerpen der kerk in veiligheid gebracht zoals de bijzonderste kelk, remonstrants en de registers van de kerk. Aan de kerkfabriek is geen schade toegebracht. Bij de inval hebben Duitse soldaten enkele gesloten huizen ingebeukt. De tramlijn hebben de Duitsers doen springen op 21 augustus.
- Onze soldaten zijn blijmoedig ten strijde getrokken, 7 vrijwilligers in de gemeente waaronder 4 jongelingen van de lichting 1914.
- In het begin van de oorlog was de bevolking vol geestdrift en vertrouwen. De gelovigen, aangespoord door de overheid, gaven grote blijken van godsdienst. Elke avond vergaderden zij talrijk in de kerk waar de rozenkrans werd gebeden en vaderlandse en godsdienstige liederen werden gezongen. De heilige mis werd redelijk goed bijgewoond en dagelijks zag men talrijke personen, die men vroeger maar zelden opmerkte, tot de H. Tafel naderen. Elke avond had een boetprocessie plaats en men zag een grote schaar volk al biddend de priester vergezellen.
- Op 21 augustus 1914 om 7 u. ’s morgens verscheen onverwachts de voorwacht van de vijand langs het gehucht Mazits en trok naar Teralfene. Deze onverwachte inval maakte een akelige indruk op ons volk dat zeer terneergeslagen scheen.
Om 9 u. kwam een Duitse legerafdeling, bestaande uit ulanen, van Meldert afgestormd en trok langs de Fossel en Kerkstraat naar Terafhene en verder naar Ninove. Die doortocht duurde van 9 tot 5 u. in de namiddag. Men schatte dat ongeveer 8000 manschappen was doorgetrokken met alle soorten van oorlogsmateriaal. Hierbij was de kroonprins in ee prachtige auto gezeten omringd van zijn bijzondere wacht bestaande uit een twaalftal prachtige ruiters, allen gezeten op sneeuwwitte dravers.
Op hun doortocht hebben zij in verschillende huizen ingebroken en alle soort van voorraad meegenomen zoals vlees, eetwaren voor paarden enz. zelfs dit alles met geweld opgeëist.
De vlag die op onze kerktoren nog fier wapperde, moest ook spoedig op Duits bevel weggenomen worden en sindsdien bleef ze weggestopt tot 11 november 1918.
Schade van enige waarde is niet veroorzaakt geweest in de gemeente.
Op 1 september waren er enige schermutselingen tussen Belgische soldaten en Duitse voorposten. Misschien alles samen werden een tiental geweerschoten gelost zonder iemand te kwetsen, dit is alles.
Op 3 september werd verbod gegeven van nog met de klokken te luiden.
- Niets aan te merken.
- Van 10 tot 24 april 1915 kreeg de gemeente een straf van de Duitse overheid omdat op zekere nacht op het grondgebied van de parochie de telegraafdraad was doorgesneden.
Straf: van begin tot het einde van de grote steenweg op hekelgem moest dag en nacht een wacht circuleren op alle … afgewisseld voor de bewaking van de draad. Of onze wandelende jongens vermaak hadden!.
- Niets.
- a- Rechtstreeks door kanonballen, bommen, ontploffingen van de oorlog heeft onze kerk niet geleden. Alles was gereed voor de oorlog om de herstelling der kerk te beginnen. Daar de goddelijke diensten niet meer op behoorlijke wijze konden gedaan worden door den slechten staat der muren en der daken en daar zelfs het bovenste deel dreigde in te storten, zijn wij verplicht geweest, op aanraden den provinciale bouwmeester, de gedeeltelijke herstelling der kerk te doen gedurende de oorlog.
Hieraan zijn wij begonnen op 28 juni 1918. De middenbeuk, twee zijbeuken, kleine toren, bovenste deel van de toren zijn prachtig herteld geweest. Voor die herstelling heeft men de goedkeuring bekomen van geestelijke overheid, gemeentelijke overheid, van de afgevaardigde der deputatie en ook heeft men de toelating moeten vragen bij de Duitse overheid.
b- De goddelijke diensten zijn niet onderbroken geweest, slechts een zondag, de laatste van september 1914, heeft men zich moeten beperken tot een gelezen hoogmis waarin slechts een tiental personen aanwezig waren. Geen enkele Duitse godsdienstige plechtigheid is er geschied.
c- Het voorlezen van den bisschoppelijke brief van Nieuwjaar 1915 is verboden geweest op de vooravond van de voorlezing. Om 9 1/2 u. ’s avonds kwam een Duitse officier nog aanbellen en heeft de brief van zijne eminentie opgeëist en meegenomen. Na een …. gepredikt door een pater redemptorist werd een plechtige processie naar de grot van O. L. V. te Teralfene gepland en aangekondigd. Daar zou gepredikt worden, maar op bevel van de Duitse commandatuur werd de processie wel toegelaten, maar het sermoen in openbare lucht werd verboden. Datt werd gezien aan een meting en niet als een godsdienstige plechtigheid. Voor het overige hebben wij geen last gehad, wij hebben zelfs onze jaarlijkse processie der kerk regelmatig gedaan zonder hindernis.
d- Het bijwonen der goddelijke diensten gedurende de bezettingsjaren liet wel te wensen over door de onverschilligheid der gelovigen. Te zeer bekommerd om hun tijdelijke, hebben zij zich gans onverschillig getoond voor hun geestelijke noodwendigheden door ’s nachts eetwaren en andere voorwerpen uit de Vlaanderen naar Brabant te smokkelen. Ook ’s zaterdagsnacht en ’s morgens waren zij afgemat en gaven zich de niet de moeite om ’s zondags de H. Mis bij te wonen. Zo langzamerhand is er een onverschilligheid onder het volk gekomen en daaruit volgde het verwaarlozen der zondagmis die op verschrikkelijke schaal is aangegroeid. Hieruit volgt ook natuurlijk het verwaarlozen der sacramenten. Het bijwonen der oefeningen voor congregaties en christen moeders is gezakt. Thans na den wapenstilstand en na een warme oproep, begint God dank alles wat te herleven. De plechtige communie der kinderen kende zijn gewone gang, geen kinderen zijn achtergebleven. De plechtigheid heeft haar vroegere luister bewaard en is zelfs meer toegenomen onder den oorlog.
De openbare zedelijkheid, wat droeve en onaangename regels moeten hierover neergeschreven worden. Hier hebben in den oorlog (jaren 1916, 17, 18) tonelen plaats gehad waaraan men voor den oorlog zelfs niet had durven denken en die de verontwaardiging van elke weldenkende burger hebben ontstoken. Geldverkwistingen, braspartijen, dansvergaderingen die plaatsgrepen niet alleen op zondag maar ook drie, vier dagen in de week. Men zag daar zwieren en draaien, ganse troepen Duitse soldaten samen met onze jongens en jonge dochters, ja met kinderen vanaf 15 jaar. Dagen waren er dat het beloop der ingangskaarten steeg tot 500 en 600 fr in verschillende danszalen en dat er bovendien nog verschillende honderden fr werden verbrast aan drank. Herhaalde sermoenen over de losbandigheid, over de ontering der vaderlandse gevoelens, over de verschrikkelijke gevolgen voor onze jeugd. Huiselijk bezoek bij de ouders om hun kinderen te bewaken, verbod der gemeentelijke overheid, niets hielp om die meeslepende stroom naar genot en vermaak te weerhouden. Meer dan vroeger bij een kermisdag zag men de jonkheid langs alle kanten, zelfs der omliggende dorpen, naar die verderfelijke en onvaderlandse vergaderingen met ganse benden toestromen. Het zal eeuwigdurende schande voor de jonkheid van Hekelgem blijven en bijzonder voor die patronen die dan na verbod der Belgische overheid de toelating gingen vragen bij de Duitse overheid om hun zedenbederfelijk werk te mogen voortzetten. De leuze der Duitsers was immers: onze soldaten en de Belgische jeugd moeten zich vermaken in de oorlog.
De oorzaak van dit alles? Er was te veel geld in de handen onzer jonkheid! Er werd veel geld gewonnen door het smokkelen dat moest lichtzinnig verteerd worden. Dit licht gewonnen geld werd door de kinderen achtergehouden, er waren vele rijke kinderen met arme ouders.
Vergelijkende tafels der communies.
1913 – zijn er 21 950 communies uitgedeeld in de parochiekerk buiten de kerk der abdij van Affligem.
1914 – 31 550.
1915 – 35 400.
1916 – 39 600.
1917 – 35 500.
1918 – 34 325.
e- Maximum programma der lagere scholen voertaal Vlaamsch.
Gewoon toezicht: meester Leflot? meester De Paepe, meester Lambrechts.
Buitengewoon: geen.
De gewone jaarwedde is regelmatig betaald geweest. Als buitengewone toelage is er aan iedere onderwijzeres der lagere school 100 fr voor duurtebijslag betaald geweest in het jaar 1917 en 1918.
Onderwijzend personeel:
Zuster Marie Verhulst
Zuster Josephine Engels.
Zuster Lamberte Van Nijverseel.
Zuster Norberte De Wandeleer.
Zuster Gerarde De Rijck.
Bewaarschool:
Zuster Magdalena Osterath.
Zuster Leonarda Verbeken.
f- Niets bijzonder op te merken.
De catechismussen van volharding, vroeger talrijk en regelmatig bijgewoond hebben onder de oorlog veel geleden, de oorzaak ligt in bovengemeld artikel d.
g- Geen enkel feit voor deze parochie.
h- 1- In oktober 1914 werd door de geestelijken een rondhalen gedaan ten huize der inwoners met een opbrengst van ongeveer 2100 fr. Met die som werd te Gent bloem en meel gekocht om reeds van oktober 1914 brood aan de noodlijdende families uit te delen. Dit bedroeg 2 tot 4 broden per week en huisgezin volgens de noodwendigheden en dit heeft geduurd tot de officiële oprichting van de commiteiten.
2- Op 8 november 1914 hebben wij hier bij de eerw. zusters de schoolsoep opgericht uitsluitend voor de arme schoolkinderen. Aan de kinderen van de zusterschool en de gemeenteschool werd elke middag volledige rantsoenen soep uitgedeeld met boterhammen zodanig dat de ouders hun kinderen ’s middags niet moesten voeden. De kinderen bleven in de scholen van 9 tot 4 uren, ’s middag onder de waakzaamheid der zusters of van een surveillant.
Dit schoon werk heeft geduurd van 8 november 1914 tot 1916 wanneer deze maaltijden dan officieel vervangen werden door de volkssoep.
Dit schone werk had de grootste bijval bij de arme families. Het werd gestuurd door de eerw. zusters onder geleide van de geestelijke overheid. Voor onderhoud der kosten werd elke zondag een omhaling gedaan in de kerk door de geestelijken. Later dan van in 1915 kregen wij ook bijzondere onderstand van het commité. Het getal kinderen voor dit middagmaal, begonnen met ongeveer 125, steeg weldra tot het schoon getal van 300 à 325.
3- In 1915 hebben wij bij de zusters met verschillende juffr. der gemeente vergaderd die bereidwillig hun hulp hebben verleend tot vervaardigen van honderden kostuumpjes voor arme schoolkinderen. De stof was een bijzondere gift.
4- Uitdeling op verschillende tijdstippen van wel 2500 paar blokken aan arme schoolkinderen, gekocht met het geld van particuliere giften.
5- Daarna zijn de commité begonnen en sedert is alles met de commités samengesmolten.
i-Niets.
10 Niets voor geestelijken of kloosterlingen (zie rapport van de abdij Affligem)
72 soldaten werden onder de wapens geroepen.
7 vrijwilligers hebben zich bij het leger aangesloten.
Geen enkel gesneuvelde in de oorlog.
Geen enkel serieus verminkte.
2 soldaten zijn na den wapenstilstand overleden in Duitsland, een van de griep, de andere is in een krankzinnigenhuis overleden.
Beide waren krijgsgevangen.
Geboorten. overlijdens.
1913 76 geboorten 66 overlijdens.
1914 82 geboorten. 41 overlijdens.
1915 71 geboorten. 45 overlijdens.
1916 42 geboorten 51 overlijdens.
1917 47 geboorten 54 overlijdens.
- 59 geboorten 75 overlijdens.
Niettegenstaande het verzet van de heer pastoor hebben twee Duitse soldaten met de sleutel, bij toeval gevonden in het huis van de koster, de kerk binnengedrongen op het ogenblik dat de koster op de toren moest zijn en zo hebben zij de klokken en het orgel genoteerd, doch er is later geen inbeslagneming geschied.
- In de parochie is niets merkwaardig gebeurd, geen bijzondere daden van vaderlandsliefde, ook geen tekortkomingen, slechts hier of daar een afzonderlijk feit van enige gemeenschap met Duitse soldaten.
Geen bijzondere vaderlandse betogingen in de gemeente tenzij de plechtige diensten in de kerk op de feestdagen van H. Jozef en van het H. Hart. De jaarlijkse plechtige lijkdienst voor de gesneuvelde soldaten.
- De ontruiming is hier tamelijk kalm afgelopen, veel Duitsers zijn hier terneergeslagen en mismoedig doorgetrokken. Bij hun vertrek hebben zij nog getracht omal wat zij eetwaren konden vinden mee te pakken. Een feit zo dient aangemerkt te worden: in Hekelgem kwam een commandatuur. Op Allerzielen 1918, onder het lof, werd bevel gegeven dat het armengesticht binnen de 2 uren moest ontruimd zijn. Droevig was het om zien wanneer al die ouderlingen en zieken naar de klassen van de zusters, die zo goed mogelijk in ziekenzalen waren veranderd, werden gedragen. Droevig schouwspel met als gevolg het berechten van twee zieken en het overlijden van twee.
Dit verhuizen en het verblijf der Duitse soldaten in het gasthuis heeft een grote schade aangericht. Ook verschillende voorwerpen moesten te hunner beschikking blijven en werden later niet meer teruggevonden. De schade werd geschat is op 2700 fr.
- Nauwelijks vernamen we de goede tijding der bevrijdinge of aanstonds werden onze driekleurige vlaggen, zo lang verborgen, weerom te voorschijn gehaald en wapperden zij vrolijk aan de huizen.
Bij de intrede van onze eerste troepen was de geestdrift groot en algemeen, den 1ste zondag na de ontruiming werd hier een plechtige stoet ingericht met vaderlandse vlaggen, vlaggen van de verschillende maatschappijen zonder onderscheid, voorafgegaan schoolkinderen, alle maatschappijen en een talrijke menigte burgers vormden den stoet. Indrukwekkend was de doortocht door de straten der gemeente onder het spelen van de muziekmaatschappijen en het zingen van vaderlandse liederen.
In de kerk, na de ontruiming, heeft een plechtige mis van dankzegging plaatsgehad op Sint-Jozef, op die dag ’s morgenswas de algemene communie wel gelukt.
’s Anderdaags een plechtige zielendienst voor de gesneuvelde soldaten.
Van gedenkteken is hier nog geen serieuze bespreking geweest om reden dat er van de gemeente geen gesneuvelden zijn. (zie 10)
Waarschijnlijk zal er toch wel een gedenkteken van denoorlog in de kerk of op het kerkhof opgericht worden.
Aldus opgemaakt te Hekelgem door meester Is. Willems, pastoor, bijgestaan en ingelicht door m. De Witte, burgemeester en door m. Roseleth Henri, eigenaar in de gemeente welke drie personen bovenstaande beantwoording als rechtzinnig opgemaakt ondertekenen.
[1] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 188.
[2] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 13.
[3] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 361.
[4] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 367.
[5] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 368.
[6] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 402.
[7] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 669.
[8] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 382.
[9] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 383.
[10] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 383.
[11] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 369.
[12] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 369.
[13] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 384.
[14] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 384.
[15] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 364. Info Belledaal, september 2011, nr. 5, blz 12.
[16] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 408.
[17] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 361.
[18] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 409.
[19] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 685.
[20] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 385.
[21] FRANCISCUS DE RIDDER. Hij is gedoopt op zaterdag 28 september 1782 in HEKELGEM. FRANCISCUS is overleden op maandag 21 december 1840 in HEKELGEM, 58 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 29 jaar oud, op dinsdag 14 april 1812 in HEKELGEM met THERESIA EVERAERT, 22 jaar oud. Notitie bij FRANCISCUS en THERESIA: Huis in ’t Mazits.
Zij is gedoopt op zondag 11 april 1790 in HEKELGEM. THERESIA is overleden op maandag 30 oktober 1871 in HEKELGEM, 81 jaar oud.
[22] JOANNES BAPTIST DE SCHRIJVER, zoon van MICHAEL DE SCHRIJVER en ANNA MARIA LANSON. Hij is gedoopt op maandag 2 maart 1778 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op woensdag 30 oktober 1861 in HEKELGEM, 83 jaar oud. Notitie bij JOANNES: Huis op bouckhout.
JOANNES trouwde, 31 jaar oud, op zaterdag 11 november 1809 in HEKELGEM met ELISABETH DE RIDDER, 29 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 10 juni 1780 in HEKELGEM. ELISABETH is overleden op donderdag 6 september 1849 in HEKELGEM, 69 jaar oud.
[23] JOANNES BAPTIST CALLEBAUT is geboren op maandag 10 maart 1806 in EREMBODEGEM, zoon van JOSEPHUS CALLEBAUT en COLETTE MERGAN. JOANNES is overleden op maandag 31 januari 1887 in EREMBODEGEM, 80 jaar oud. JOANNES trouwde, 29 jaar oud, op woensdag 22 juli 1835 in HEKELGEM met VICTORIA DE VOS, 25 jaar oud.
VICTORIA is geboren op zaterdag 13 januari 1810 in HEKELGEM. VICTORIA is overleden op vrijdag 27 mei 1881 in HEKELGEM, 71 jaar oud.
[24] JAN EGIDIUS VAN LIERDE is geboren op zondag 10 maart 1811 in HEKELGEM, zoon van PETRUS JACOBUS VAN LIERDE en JUDOCA CAROLINA PLAS. Van de geboorte is aangifte gedaan op vrijdag 11 maart 1808. JAN is overleden op maandag 30 augustus 1869 in HEKELGEM, 58 jaar oud.
[25] MICHIEL DE MEETER is geboren op zondag 23 februari 1806 in HEKELGEM, zoon van PETRUS DE MEETER en CATHARINA SCHELLINCKX. MICHIEL is overleden op zaterdag 6 februari 1892 in HEKELGEM, 85 jaar oud. MICHIEL trouwde met MARIA JOSEPHINA TAELEMANS. MARIA is geboren op woensdag 21 april 1813 in HEKELGEM, dochter van CAROLUS TAELEMANS en MARIA JOANNA DE SCHRIJVER. MARIA is overleden op dinsdag 27 oktober 1846 in HEKELGEM, 33 jaar oud.
[26] JOANNES FRANCISCUS ROSELETH is geboren op zondag 3 april 1796 in HEKELGEM, zoon van JAN BAPTIST ROSELETH en ANNA MARIA BOTERBERGH. JOANNES is overleden op donderdag 16 februari 1865 in HEKELGEM, 68 jaar oud. JOANNES trouwde, 22 jaar oud, op donderdag 23 juli 1818 in HEKELGEM met MARIA THERESIA DE SMEDT, 20 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van MARIA en JOANNES waren de volgende getuigen aanwezig: JEAN BAPTISTE ROBYNS (1780-1830), JEAN BAPTISTE LEDEGEN (geb. ±1786), HENRICUS CAPPUYNS (1791-1873) en JOANNES BAPTIST DE SMEDT (geb. 1796). MARIA is geboren op vrijdag 16 februari 1798 in HEKELGEM, dochter van JAN BAPTIST DE SMEDT en ANNA MARIA CROLS. MARIA is overleden op donderdag 26 mei 1836 in HEKELGEM, 38 jaar oud.
[27] PEETER VAN NIEUWENBORGH. Hij is gedoopt op zondag 31 maart 1782 in HEKELGEM. PEETER is overleden op maandag 21 maart 1842 in HEKELGEM, 59 jaar oud. PEETER trouwde met MARIA DE VOS. Zij is gedoopt op dinsdag 2 november 1779 in HEKELGEM. MARIA is overleden op zondag 10 december 1848 in HEKELGEM, 69 jaar oud.
[28] JAN BAPTIST HERZEEL is geboren op zaterdag 3 mei 1817 in HEKELGEM, zoon van PETRUS VAN HERZEEL en THERESIA ARIJS. JAN is overleden op woensdag 23 december 1885 in HEKELGEM, 68 jaar oud.Notitie bij JAN: Kleermaker (1860)
JAN trouwde, 24 jaar oud, op woensdag 4 augustus 1841 in HEKELGEM met IZABELLA VAN NIEUWENBORGH, 26 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van IZABELLA en JAN waren de volgende getuigen aanwezig: FRANCOIS ANDRE (geb. ±1777), CAROLUS JOSEPHUS HELLINCKX (±1803-1856), MARTINUS DE SMEDT (geb. 1803) en SERAPHIEN DE MEERSMAN (geb. ±1807). IZABELLA is geboren op zaterdag 17 september 1814 in HEKELGEM, dochter van PEETER VAN NIEUWENBORGH en MARIA DE VOS. IZABELLA is overleden op maandag 10 januari 1881 in HEKELGEM, 66 jaar oud.
[29] JOANNES JUDOCUS CAPPUYNS, zoon van ANTOINE CAPPUYNS en JOANNA JUDOCA SCHOONJANS. Hij is gedoopt op dinsdag 25 december 1792 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op dinsdag 4 juli 1865 in HEKELGEM, 72 jaar oud. JOANNES trouwde, 43 jaar oud, op zaterdag 16 april 1836 in HEKELGEM met CECILIA BEGGA PLAS, 49 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van CECILIA en JOANNES waren de volgende getuigen aanwezig: JAN HUBERT SCHOON (1789-1863), JOANNES BOSTEELS (geb. ±1792), CONSTANTINUS ALEXANDER DE WITTE (1800-1882) en SERAPHIEN DE MEERSMAN (geb. ±1807). Zij is een dochter van JOANNES ANTONIUS PLAS en PETRONILLA PLAS. Zij is gedoopt op donderdag 23 november 1786 in HEKELGEM. CECILIA is overleden op zondag 16 februari 1845 in HEKELGEM, 58 jaar oud. Zij is weduwe van JOSEPHUS DE DONCKER (1780-1831). Notitie bij CECILIA: Winkelierster te Hekelgem – 1835.
[30] JOSEPHUS CALLEBAUT, zoon van JOANNES FRANCISCUS CALLEBAUT en ANNA CATHARINA DE RYCK. Hij is gedoopt op vrijdag 13 februari 1784 in EREMBODEGEM. JOSEPHUS is overleden op woensdag 18 juni 1862 in HEKELGEM, 78 jaar oud. JOSEPHUS trouwde, 23 jaar oud, op vrijdag 15 januari 1808 in EREMBODEGEM met COLETTE MERGAN. COLETTE is overleden op donderdag 28 november 1872 in HEKELGEM.
[31] JOANNES VAN DEN BIESEN. Hij is gedoopt op vrijdag 16 mei 1777 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op zondag 28 juli 1839 in HEKELGEM, 62 jaar oud. JOANNES trouwde met ELISABETH GOOSENS. Zij is gedoopt in 1781. ELISABETH is overleden op maandag 19 februari 1855 in HEKELGEM, 74 jaar oud.
[32] EGIDIUS NEVENS is geboren op vrijdag 19 mei 1809 in ESSENE. EGIDIUS is overleden op maandag 27 juni 1892 in HEKELGEM, 83 jaar oud. EGIDIUS trouwde, 22 jaar oud, op woensdag 21 september 1831 in ESSENE met ANNA MARIA DE GOLS, 25 jaar oud. ANNA is geboren op woensdag 2 juli 1806 in HEKELGEM. ANNA is overleden op vrijdag 6 december 1867 in HEKELGEM, 61 jaar oud.
[33] JOANNES VAN DEN WIJNGAERT is geboren op vrijdag 24 mei 1799 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op maandag 4 juni 1838 in HEKELGEM, 39 jaar oud. Notitie bij JOANNES: Huis aan de langestraat. JOANNES trouwde, 19 jaar oud, op vrijdag 19 februari 1819 in HEKELGEM met JOANNA DE PAUW, 29 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 16 januari 1790 in HEKELGEM.
[34] JOANNES FRANCISCUS ROSELETH is geboren op zondag 3 april 1796 in HEKELGEM, zoon van JAN BAPTIST ROSELETH en ANNA MARIA BOTERBERGH. JOANNES is overleden op donderdag 16 februari 1865 in HEKELGEM, 68 jaar oud. JOANNES trouwde, 22 jaar oud, op donderdag 23 juli 1818 in HEKELGEM met MARIA THERESIA DE SMEDT, 20 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van MARIA en JOANNES waren de volgende getuigen aanwezig: JEAN BAPTISTE ROBYNS (1780-1830), JEAN BAPTISTE LEDEGEN (geb. ±1786), HENRICUS CAPPUYNS (1791-1873) en JOANNES BAPTIST DE SMEDT (geb. 1796). MARIA is geboren op vrijdag 16 februari 1798 in HEKELGEM, dochter van JAN BAPTIST DE SMEDT en ANNA MARIA CROLS. MARIA is overleden op donderdag 26 mei 1836 in HEKELGEM, 38 jaar oud.
[35] PAULUS DE BOECK is geboren op zaterdag 29 oktober 1803 in HEKELGEM, zoon van GUILLAUME EMANUEL DE BOECK en MARIA ANNA DE PAUW. PAULUS is overleden in 1874, 71 jaar oud.
[36] AMANDUS VERTONGHEN, zoon van JOANNES VERTONGEN en MARIA THERESIA DE KEGEL. Hij is gedoopt op vrijdag 10 januari 1766 in HEKELGEM. AMANDUS is overleden op dinsdag 7 april 1846 in HEKELGEM, 80 jaar oud. Notitie bij AMANDUS: Tresorier van het kerkfabriek van Hekelgem tot 1812. AMANDUS trouwde, 29 jaar oud, op donderdag 22 januari 1795 in HEKELGEM met MARIA JUDOCA VAN ITTERBEECK, 33 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 30 augustus 1761 in HEKELGEM. MARIA is overleden op donderdag 8 januari 1829 in HEKELGEM, 67 jaar oud.
[37] MICHIEL DE MEERSMAN is geboren op zaterdag 9 januari 1796 in HEKELGEM. MICHIEL is overleden op vrijdag 30 april 1847 in HEKELGEM, 51 jaar oud. MICHIEL trouwde, 33 jaar oud, op woensdag 9 september 1829 in HEKELGEM met JOANNA VERTONGHEN, 33 jaar oud. JOANNA is geboren op donderdag 2 juni 1796 in HEKELGEM, dochter van AMANDUS VERTONGHEN en MARIA JUDOCA VAN ITTERBEECK. JOANNA is overleden op vrijdag 15 januari 1864 in HEKELGEM, 67 jaar oud.
[38] CHRISTIAEN ARYS is geboren op dinsdag 1 mei 1764 in EREMBODEGEM. CHRISTIAEN is overleden op zondag 16 juni 1850 in HEKELGEM, 86 jaar oud. CHRISTIAEN:
(1) trouwde, 27 jaar oud, op dinsdag 19 juli 1791 in HEKELGEM met MARIA CATHARINA LELY, 20 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 6 januari 1771 in HEKELGEM. MARIA is overleden op zondag 19 februari 1804 in HEKELGEM, 33 jaar oud.
(2) trouwde, 43 jaar oud, op donderdag 9 juli 1807 in HEKELGEM met ANNA CATHARINA DE PAUW, 52 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 10 juli 1754 in ESSENE.
[39] JOANNES BERNARDUS VERLEYSEN. Hij is gedoopt op vrijdag 30 oktober 1761 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op maandag 24 februari 1840 in HEKELGEM, 78 jaar oud. JOANNES trouwde, 50 jaar oud, op donderdag 10 september 1812 in HEKELGEM met BARBARA DE SMEDT, 24 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 13 april 1788 in HEKELGEM. BARBARA is overleden op woensdag 21 september 1864 in HEKELGEM, 76 jaar oud.
[40] JAN HUBERT SCHOON, zoon van BENEDICTUS EMMANUËL SCHOON en (JO)ANNA FRANCISCA VAN LIERDE. Hij is gedoopt op dinsdag 3 november 1789 in HEKELGEM. Bij de doop van JAN waren de volgende getuigen aanwezig: ANNA-MARIA VAN LIERDE en JOANNES-BAPTIST VAN VAERENBERGH. JAN is overleden op vrijdag 13 februari 1863 om 09:00 in HEKELGEM, 73 jaar oud. Van het overlijden is aangifte gedaan op maandag 14 februari 1763. Bij de aangifte van het overlijden van JAN waren de volgende getuigen aanwezig: ALEXIS LESPIRT (1809-1865) en PHILIPPUS AUGUSTUS DE VOGHEL (1826-1916). JAN trouwde, 32 jaar oud, op woensdag 29 mei 1822 in HEKELGEM met JUDOCA CAROLINA PLAS, 42 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van JUDOCA en JAN waren de volgende getuigen aanwezig: FRANCISCUS LEDEGEN, JOANNES BAPTIST LEDEGEN (geb. ±1786), JOANNES BOSTEELS (geb. ±1792) en JAN-BAPTIST ROBIJNS (geb. ±1801). Het kerkelijk huwelijk vond plaats op zondag 9 juni 1822 in HEKELGEM. Bij het kerkelijk huwelijk van JUDOCA en JAN waren de volgende getuigen aanwezig: EGIDIUS PLAS en BENEDICTUS SCHOON
(1782-1854).
[41] JOSEPHUS DE DONCKER, zoon van FRANCISCUS DE DONCKER en CATHARINA ASSELMAN. Hij is gedoopt op donderdag 24 februari 1780 in TERALFENE. JOSEPHUS is overleden op vrijdag 12 augustus 1831 in HEKELGEM, 51 jaar oud. JOSEPHUS trouwde met CECILIA BEGGA PLAS. Zij is een dochter van JOANNES ANTONIUS PLAS en PETRONILLA PLAS. Zij is gedoopt op donderdag 23 november 1786 in HEKELGEM. CECILIA is overleden op zondag 16 februari 1845 in HEKELGEM, 58 jaar oud. Zij trouwde later op zaterdag 16 april 1836 in HEKELGEM met JOANNES JUDOCUS CAPPUYNS (1792-1865). Notitie bij CECILIA: Winkelierster te Hekelgem – 1835.
[42] FRANCISCUS DE RIDDER. Hij is gedoopt op zaterdag 28 september 1782 in HEKELGEM. FRANCISCUS is overleden op maandag 21 december 1840 in HEKELGEM, 58 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 29 jaar oud, op dinsdag 14 april 1812 in HEKELGEM met THERESIA EVERAERT, 22 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 11 april 1790 in HEKELGEM. THERESIA is overleden op maandag 30 oktober 1871 in HEKELGEM, 81 jaar oud. Notitie bij FRANCISCUS en THERESIA: Huis in ’t Mazits.
[43] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 386.
[44] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 371.
[45] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 371.
[46] PHILIPPUS DE DONDER. Hij is gedoopt op woensdag 23 januari 1697 in HEKELGEM. PHILIPPUS is overleden op donderdag 2 maart 1730 in HEKELGEM, 33 jaar oud. PHILIPPUS trouwde, 30 jaar oud, op donderdag 15 mei 1727 in HEKELGEM met JUDOCA VAN DE VELDE. JUDOCA is overleden op dinsdag 28 augustus 1838 in HEKELGEM.
[47] CORNELIUS VAN LIERDE, zoon van JACOBUS VAN LIERDE en JOSYNE DE HOOGE. Hij is gedoopt op donderdag 24 februari 1689 in ZELE. CORNELIUS is overleden op vrijdag 13 december 1765 in HEKELGEM, 76 jaar oud. CORNELIUS trouwde, 25 jaar oud, op woensdag 14 november 1714 in HEKELGEM met ANNA SEGERS, 28 jaar oud. Bij het kerkelijk huwelijk van ANNA en CORNELIUS waren de volgende getuigen aanwezig: Rev. DOM THOMAS VERGYLEN en JOANNES MEERT (geb. vóór 1690). Zij is een dochter van ANDRIES SEGHERS en JACQUELINA ROBIJNS. Zij is gedoopt op woensdag 2 januari 1686 in HEKELGEM. Bij de doop van ANNA waren de volgende getuigen aanwezig: ANNA ROBYNS en JUDOCUS PAUWELS (1688-1753). ANNA is overleden, 56 jaar oud. Zij is begraven op dinsdag 19 juni 1742 te HEKELGEM.
[48] ANDREAS ROBYNS, zoon van FRANCISCUS ROBIJNS en MARGARETA CLAUWAERT. Hij is gedoopt op woensdag 8 oktober 1698 in HEKELGEM. ANDREAS is overleden op maandag 25 mei 1733 in HEKELGEM, 34 jaar oud. ANDREAS trouwde, 28 jaar oud, op woensdag 2 juli 1727 in ASSE met MARIA ANNA DE BAILLIU, 31 jaar oud. Zij is gedoopt op maandag 5 september 1695 in ASSE. MARIA is overleden op dinsdag 4 juni 1776 in HEKELGEM, 80 jaar oud.
[49] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 388.
[50] AMANDUS VERTONGHEN, zoon van JOANNES VERTONGEN en MARIA THERESIA DE KEGEL. Hij is gedoopt op vrijdag 10 januari 1766 in HEKELGEM. AMANDUS is overleden op dinsdag 7 april 1846 in HEKELGEM, 80 jaar oud. Notitie bij AMANDUS: Tresorier van het kerkfabriek van Hekelgem tot 1812. AMANDUS trouwde, 29 jaar oud, op donderdag 22 januari 1795 in HEKELGEM met MARIA JUDOCA VAN ITTERBEECK, 33 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 30 augustus 1761 in HEKELGEM. MARIA is overleden op donderdag 8 januari 1829 in HEKELGEM, 67 jaar oud.
[51] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 389.
[52] MICHIEL VAN DEN BOSSCHE, zoon van WILHELMUS VAN DEN BOSSCHE en ELISABETH DE CORT. Hij is gedoopt op zondag 24 oktober 1784 in ESSENE. MICHIEL is overleden op donderdag 19 juli 1849 in HEKELGEM, 64 jaar oud. MICHIEL trouwde, 30 jaar oud, op donderdag 13 april 1815 in HEKELGEM met ANNA FRANCISCA DE SMEDT, 23 jaar oud. Zij is een dochter van JUDOCUS JOZEF DE SMEDT en CATHARINA DE GEYNDT. Zij is gedoopt op donderdag 22 september 1791 in HEKELGEM. ANNA is overleden op zondag 29 november 1868 in HEKELGEM, 77 jaar oud.
[53] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 677.
[54] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 390.
[55] PETRUS LUDOVICUS PREGALDINO is geboren op maandag 20 januari 1800 in ASSE, zoon van BARTHOLOMEUS ARMINIUS BANAVENTURA PREGALDINO en MARIA JOANNA DE DEKEN. PETRUS is overleden op zaterdag 4 november 1876 in ASSE, 76 jaar oud. PETRUS trouwde, 22 jaar oud, op maandag 12 augustus 1822 in ASSE met ANNE MARIE DE PAUW, 20 jaar oud. ANNE is geboren op donderdag 14 januari 1802 in ASSE. ANNE is overleden op zondag 10 april 1853 in ASSE, 51 jaar oud.
Notitie bij PETRUS: Deurwaarder te Asse.
[56] CORNELIUS JOSEPHUS PLAS is geboren op maandag 27 februari 1809 in HEKELGEM, zoon van EGIDIUS PLAS en ELISABETH MEERT. CORNELIUS is overleden op zaterdag 12 januari 1889 in HEKELGEM, 79 jaar oud.
[57] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 391.
[58] PAULA CATHARINA FRANCISCA DE WITTE, dochter van BENEDICTUS EMMANUËL DE WITTE en CATHARINA PAULA DE LANTSHEERE. Zij is gedoopt op donderdag 12 maart 1789 in HEKELGEM. PAULA is overleden op zondag 16 juli 1871 in HEKELGEM, 82 jaar oud.
[59] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 373.
[60] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 376.
[61] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 394.
[62] PETRUS JUDOCUS EVENEPOEL is geboren op dinsdag 9 juli 1833 in STRIJTEM, zoon van ANTONIUS PETRUS EVENEPOEL en ANNA CATHARINA DE BACKER. PETRUS is overleden op maandag 20 augustus 1888 in HEKELGEM, 55 jaar oud. PETRUS trouwde, 33 jaar oud, op zondag 20 januari 1867 in HEKELGEM met PHILOMENA VERMEIREN, 26 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van PHILOMENA en PETRUS waren de volgende getuigen aanwezig: JOANNES FRANCISCUS BOSTEELS (1809-1898), JOANNES FRANCISCUS VAN VAERENBERGH (geb. ±1811), HIPPOLITUS BORNAUW (1834-1887) en JAN BAPTIST THEODOOR BOSTEELS (1840-1926). PHILOMENA is geboren op dinsdag 7 april 1840 in HEKELGEM, dochter van PETRUS VERMEIREN en MARIA CATHARINA ROBYNS. PHILOMENA is overleden op dinsdag 6 november 1894 in HEKELGEM, 54 jaar oud.
[63] Zie – H_P_1849_4_19_De_Witte.
[64] PAULA CATHARINA FRANCISCA DE WITTE, dochter van BENEDICTUS EMMANUËL DE WITTE en CATHARINA PAULA DE LANTSHEERE. Zij is gedoopt op donderdag 12 maart 1789 in HEKELGEM. PAULA is overleden op zondag 16 juli 1871 in HEKELGEM, 82 jaar oud.
[65] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 399.
[66] THEOPHIEL BENEDIKT ROSELETH is geboren op maandag 13 juli 1863 in HEKELGEM, zoon van PETRUS JOSEPHUS ROSELETH en AMELIA SCHOON. THEOPHIEL is overleden op zondag 7 juli 1940 in HEKELGEM, 76 jaar oud. THEOPHIEL trouwde, 26 jaar oud, op dinsdag 20 augustus 1889 in WIEZE met JUSTINA VAN ROY, 34 jaar oud. JUSTINA is geboren op donderdag 11 januari 1855 in WIEZE. JUSTINA is overleden op woensdag 24 januari 1923 in HEKELGEM, 68 jaar oud. Zij is begraven op zaterdag 27 januari 1923 te HEKELGEM.
