1521. Schenking aan de tafel van de H. Geest[1].
Op 21 maart 1521stelden de rentmeester Skints en de schepenen van de poort ende Vrijheit van Asse, Waijenberghe, Macharije en onleesbaar, een schenkingsakte op voor de Tafel van de H. Geest van Hekelgem. Peeter De Wevere schonk een jaarlijkse rente van 10 stuivers te betalen op 21 maart aan Janne Mijnen en Joannes Van der Moesen, de armenmeesters. Als pand gaf De Wevere een hofstede in Hekelgem palend aan de straat, de goederen van de abdij en die van Jans De Baetseleer. In het geval van wanbetaling mochten de armenmeesters de hoeve in beslag nemen.
1555. Een lening aan Margriete Permentiers[2].
Voor meier en stadhouder Machiele Verleysen en de schepenen Doolaghe en Langenhove van de abdij Affligem verschenen op 20 mei 1555 Margriete Permentiers, dochter van wijlen Robbrechts en weduwe van Machiels Van Berghhen, en Lambrechts Mertens, zoon van Claes. Margriete had van Lambrechts een lening verkregen met een jaarlijkse rente van vier carolus gulden en vier stuivers te betalen op half oogst. Als pand gaf ze al haar goederen en in het bijzonder een hofstede met huis in Hekelgem palend aan de goederen van Bertemeers Vermoesen, de abdijen de straat.
1588. Overdracht van een afgebrande hofstede[3].
Op 10 augustus 1588 stelden de schepenen Michiel De Baetselier en Adriaen Verleijsen van de schepenbank van Affligem een akte op van overdracht van een afgebrande hoeve te Hekelgem. Die hoeve van een half dagwand was gelegen aan de Dorpstraat, de Nieuwstraat, de goederen van Janne De Bruijne en aan die van de kerk van Hekelgem. Heijlwege De Raedt, dochter van Jans met haar man Jannen De Weert, zoon van wijlen Jans droegen de hoeve over aan de koper Raessen De Messiere of aan iemand die van rechtswege zou worden aangesteld. Dat werd dan op 28 september 1588 Adriaen Van Rampelberge, man van Mach… De Raedt.
1600. Kerkmeesters verkopen land[4].
Met het oog op de verkoop van drie dagwand land gelegen in het Mazits stelden pastoor XXXX en de kerkmeesters Geeraert Schoonjans en Adriaen Van Rampelberge de condities op:
1De betaling zal in drie schijven gebeuren: de eerste schijf na de verkoop, de tweede te Sint-Jansmis en de derde met Allerheiligen.
2 De verkoop gebeurt met de palmslag en opbod, elk opbod met drie rijnsgulden waarvan 2/3 ten voordele van de kerk van Hekelgem.
3 De kosten van de kerkgeboden, de proclamaties en de kaars zijn ten laste van de koper.
4 De koper kan pas over twee jaar over de goederen beschikken omdat de pacht nog zo lang loopt. Hij ontvangt wel de pacht van 2, 5 gulden per jaar met Kerstmis 1600 en 1601.
5 Als blijkt dat het land belast is met cijns of renten, hetzij in pluijmen, groene penninckx off anderssins boven de waarde van vier plekken per jaar, dan wordt de koper daarvoor vergoed.
6 De koper moet voldoende garantie geven met gronden en erven.
7 Kan de koper de som niet betalen, dan zullen de drie dagwanden opnieuw worden verkocht. Wat boven de eerste verkoopprijs gaat, komt ten voordele van de kerk en alle lasten zijn voor de eerste koper.
De verkoop had plaats op 10 april 1600 door A. Verleijssen, A. Robijns, Vander Slachmolen, Joos Vander Borcht en Adriaen Vanden Broeck, schepenen van Affligem. De koper was Franchois Lemmens voor 106 gulden.

1603. Verkoop van een onbehuisde hofstede[5].
Op 20 oktober 1603 verkocht Gielis Van Bergen een onbehuisde hofstede te Hekelgem aan Raessen De Merchie en Anna Van den Berge. De hofstede paalde aan de straat, aan de goederen van de kopers, de kerkweg van Bleregem naar Hekelgem en aan Den Haan van Peeter Mertens. De schepenen Verleijsen en Van Den Broecke.van de schepenbank van Affligem stelden de akte op.
1610. Processie Hekelgem[6].
In 1610 richtte pastoor Joannes Bernartius een verzoek aan aartsbisschop Matthias Hovius om de processie van de derde pinksterdag te verplaatsen naar de volgende zondag, de dag der H. Drievuldigheid. Als reden gaf hij op dat de dag na de processie, de eerste quater temperdach, slecht wordt onderhouden. De toestemming kwam er op 10 oktober 1610.
Quatortemperdagen: Bepaalde woensdagen, donderdagen en vrijdagen als dagen van gebed (en boete) met betrekking tot de oogst werden al vroegtijdig verbonden met het begin van elk van de vier jaargetijden. Omwille van deze vier tijden (quattuor tempora) kregen deze dagen de benaming quatertemperdagen. De quatertemperdagen van het voorjaar kwamen zo samen te vallen in de veertigdaagse vastentijd voor Pasen. Het ontstaan van de quatertemperdagen heeft men weleens willen verklaren door een kerstening van heidense feesten, waarbij de goden werden aangeroepen voor de vruchtbaarheid van de aarde. Men heeft waarschijnlijk ook rekening gehouden met de vastentijden van de Joden in de vierde, vijfde, zevende en tiende maand. Bron: Wikipedia.

1615. Testament van Steven Bettens.
Op 12 oktober stelde pastoor Godefridus Wouters het testament op van Steven Bettens. Hij wou dat na zijn dood zijn bezittingen onder al zijn kinderen in gelijke mate werden verdeeld. Merten Carnoy en Michiel De Greve waren de getuigen.
1620? De kerkmeesters tegen Gillis Cricke[7].
Al jaren was er groote swaericheijd tussen de kerkmeesters van Hekelgem en Gillis Cricke over een perceel land dat Gillis had gekocht. Het was eigendom van een bastaard en werd na zijn dood aangeslagen door de vrouwe van Assche. Maar door tussenkomst van Adriaen Rampenbergh kende de meier van Asse het perceel voor tien gulden toe aan de weduwe van de niet bij naam genoemde bastaard die in grote armoede leefde. Zij wou het goed verkopen, wat Adriaen Rampelbergh verhinderde door het aan de kerk te schenken. Daarmee was de zaak nog niet opgelost want iemand verzocht de markiezin van Asse om het perceel aan de arme wezen te schenken. Uiteindelijk moeide de landdeken zich met de zaak. Hij zocht naar een oplossing in der minne. Gillis en zijn vrouw mochten het perceel behouden maar konden het pachten voor 2 gulden of kopen voor 32 gulden. Beide partijen aanvaardden het voorstel en werd van kracht als de aartsbisschop ermee akkoord ging.
1628. Een toeslag voor de pastoor[8].
Met het akkoord van aartsbisschop Jacob Boonen betaalde de rentmeester van de abdij, Charles Snellincq, vanaf 1627 aan de pastoor 26 gulden extra en eenmalig 40 gulden voor de grote en zware reparaties aan de pastorie.
Onderaan werd de opmerking toegevoegd dat er slechts 25 gulden werd betaald.
1628. Nieuwe klokken voor de kerk[9].
Pastoor Jan Bernaerts en de kerkmesters Peeter Van Neervelt en Jan Verlijsen Jan Lauwereijs, Cornelis, Peeter Rampelberch, Rasen De Merchie, Merten Robijns en Joos Van Neervelt gaven op 17 november 1628 aan klokgieter Peeter De Cleck van Mechelen de opdracht om een nieuwe klok te gieten voor de parochiekerk. Ze stelden de volgende eisen:
1- Een klok van 1200 pond van goede aloije en klank en zonder gebreken.
2- Hij moet ook een gescheurde klok van 700 pond hergieten en tot 800 pond brengen met dezelfde klank als voorheen.
3- Hij krijgt ook de opdracht om een schelleken van 150 pond te gieten.
4- Hij zal om de drie jaar instaan voor het onderhoud.
5- Voor elk nieuw pond zal hij 13 ½ pond ontvangen.
6- Voor het hergieten van de gescheurde klok 2 stuivers het pond.
7- De betaling zal als volgt geschieden: met Kerstmis 1628 en 1629 telkens 400 gulden en met Kerstmis 1630 het resterend bedrag.
Peeter De Cleck ging akkoord met deze opdracht: te volle betaelt te wesen. Oirconde mijns naems etc. Peeter De Clerck.
1634. Aanvraag tot het oprichten van een Broederschap van de H. Rozenkrans[10].
Op 5 februari 1634 richtten pastoor Joannes Bernatius, de schepenen Joos Van Neervelt, Peeter Van Rampelbergh, Erasmus De Merchie, Marten Robijns en kerkmeester Michiel Crick in naam van heel de gemeente een verzoek tot de eerw. Ludovicus Caneels, supprior van de eerw. P. Adrianus Paymans, prior en doctor in de H. Godheid van ’t klooster der Predikheren van Brussel. Zij hebben vernomen dat de Broederschap van de H. Rozenkrans van O.-L.-Vrouw veel profijt en geestelijke vruchten voortbrengt op plaatsen waar die wettelijk is opgericht en haar statuten worden onderhouden. Daarom vragen ze om in de Sint-Michielskerk zo’n broederschap op te richten. Zij zullen de kapel van het hoogaltaar ten eeuwigen dage versieren met een tafereel van de 15 mysteries en alle statuten van poinct tot poinct onderhouden. Als de eerw heer prior de iiver en de devotie van de verzoekers tot de H. Moeder en Maagd Maria goed bevindt, wil hij dan met de autoriteit die de paus hem heeft toegekend, Ludovicus Caneels die broederschap met al haar privilegies en aflaten laten instellen met de volgende conditie. Als de predikheren ooit een klooster in Hekelgem zouden hebben, dan zullen zij de broederschap met alle toebehoorten en renten aan het klooster overdragen.


1637. Schenking van een onbehuisde hofstede.
Op 9 februari 1637 stelden meier Charles de la Mars, de schepenen van Affligem Joos Van Neerveld, Joos Van Langhenhove, Merten Robbijns, Melchior Van Den Driessche, Gillis Van Ghinderachtere en Adriaen Van Varenberge met Wambacq als griffier een schenkingsakte op. Schepen Erasmus de Merchy en Amelberghe Verooten zijn vrouw schonken aan Jan Bernaerts, priester licentiaat in de theologie en tegenwoordig pastoor van Hekelghem en aan zijn opvolgers een onbehuisde hofstede gelegen in Hekelgem, groot twee dagwanden zesentwintig roeden, palend aan de Kerkweg van Hekelgem naar Hekelgem, aan de goeden Jan Van Beringhen en aan het curengoed van Hekelgem.
1638. Testament voor heer Jan Bernaerts[11].
Op 7 januari 1638 liet Jan Baptist Bernaerts, pastoor van Teralfene, bij notaris François Wambacq[12] met als getuigen meester Andries De Wever en Jan Janssens zijn testament opstellen.
1 Vooreerst herroept hij alle voorgaande testamenten.
2 Hij wil in de kerk begraven worden.
3 Hij legateert 200 missen tot lafenis van zijn ziel en voor elke mis zal 6 stuivers worden betaald en voor de uitvaart 10 stuivers.
4 Aan de heer Lenardt Moens, priester, geboren te Antwerpe, laat hij zijn pastorale en een zilveren lepel na, waarde vijf gulden
5 Aan David Van Wemmele, licentiaat in de rechten te Buggenhout een zilveren lepel, waarde zes gulden
6 Aan heer Jan Bernaerts, zijn neef en aan zijn zuster Anneken elk drie gulden
7 Zes witte wassen kaarsen, elk van zes stuivers om te zijner intentie te laten branden en zesendertig stuivers eens om te distribueren aan de armen.
8 Hij laat alle de boeken geërfd van zijn heer oom heer Jan Bernaerts na volgens de schikkingen diens testament.
9 Al zijn resterende goederen, meubels en andere laat hij aan Jeroniemus Bernaerts en jufvr. Christina Van Den Heviele? zijn vader en moeder.
10 Als executeurs van zijn testament heeft hij gekozen heer en meester Franciscus Van Passenne, griffier van de Hoge Raad van Mechelen. Hij zal daarvoor een zilveren lepel, waarde zes gulden ontvangen.
Aldus gedaan in Hekelgem ten huize van de heer pastoor.
1660. Jan Vermoesen restaureert de kerk.
Op 8 januari 1660 sloot metselaar Jan Vermoesen uit Moorsel een overeenkomst af met de pastoor en de kerkmeesters van Hekelgem om een aantal herstellingen aan en in de kerk uit te voeren. Zijn werk hield:
1 Vier gaten maken om de vensters en de afhanck[13] te verhogen en al wat daaraan ontbreekt repareren; de vensters plaatsen, van buiten met arduin en van binnen met kareel.en hetzelfde werk aan de noordzijde.
2 De gevel van buiten naast de toren met arduin opmetselen en ook een kleine gevel van kareel zoals de andere is.
3 De afhanck welven zoals de andere is.
4 Voor alle nodzakelijke stellingen zorgen, zowel voor binnen als voor buiten. Hij dient de stellingen in Moorsel te halen en ze na de voltooiing van het werk ze terug te voeren zonder de kosten aan te rekenen.
5 Zijn werklieden moeten de timmerman helpen bij het werk aan het dak van de zijbeuk.
6 Jan Vermoesen aanvaardt ook het kruiswerk noord en zuid binnen de kerk te breken en te repareren.
Voor al dit werk zal de metselaar desom van 17 pond Vlaams ontvangen en tijdens het werk een half ton goed bier. De betaling gebeurt als volgt: de eerste week van het werk twee pond, de tweede week ook twee pond, op het einde van het werk vier pond en de rest een maand na het werk. Al het werk moet gedaan zijn een maand na Pasen op boete van twee pond Vlaams.
R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 3.
1651. Een lening voor Peeter Schoep[14].
Op 13 januari 1651 stelden notaris Franchois Wambacq en de schepenen van Affligem een akte van lening op voor Michiel De Bisschop. Peeter Schoep van Essene ontving 488 gulden 19 ½ stuiver en moest jaarlijks aan Jan Wouters, bosmeester van Affligem, 18 gulden 1 stuiver 1 oord betalen. Als pand gaf hij:
1 Een hofstede met huis, schuur en stallen in Essene waar Peeter nog woont. De hofstede paalt aan de straat, Joos De Jonghe, De Moorter en de erfgenamen Adriaen Van Vaerenberghe.
2 Een onbehuisde hofstede in Essene gelegen aan Den Creckelendriesch, Jan De Meij en Stevens.
3 Twee en half dagwand land op De Moorter en Foost.
4 Twee en half dagwand land op “De Moorter en “Foost.
Meier Charles de la Mars en schepen Peeter Van Langenhove registrreerden de akte voor de schepenbank van Affligem op 18 maart 1652.
1663. Gillis Vermoesen koopt land[15][16].
Op 6 maart 1663 kocht brouwer Gillis Vermoesen[17] uit het Mazits twee percelen land. Het eerste perceel, groot omtrent 1 dagwand, werd Het Verleijsen Vijverken genoemd en was eigendom van de H. Geest van Hekelgem. Het paalde aan de voetweg van Boekhout naar Aalst, aan Michiel De Kegel, de straat en het kerkgoed van Hekelgem en was belast met twee sisteren rogge jaarlijks aan de pastoor te geven. Het tweede perceel was van de kerk van Hekelgem, ook omtrent 1 dagwand groot en paalde aan Het Verleijsen Vijverken, de straat, Gillis Verhoeven, Adriaen De Schrijver en Joos De Greve. Samen brengen de percelen 10 gulden 6 stuivers pacht op.
Gillis kocht de percelen voor 700 gulden waarvan 300 gulden onkwijtbaar met een rente van 18 gulden 15 stuivers en de twee sisteren rogge. Dezelfde rente gold ook voor het tweede perceel. Gillis kon die 400 gulden in twee schijven afbetalen.
Pastoor Bernaerts en Gillis Vermoesen vroegen de aartsbisschop Andreas Creusen[18], hem ooijtmoedelijck biddende om zijn toestemming voor de verkoop die die hij deed tot groot prouffijte van de voorschreven kerck ende huijsarmen.
Op verzoek van de pastoor gingen Michiel Wambacq en Nicolaes Robijns de percelen bekijken en oordeelden dat de verkoop zeker de huisarmen zou ten goede komen. Het voorstel werd aan landdeken De Walssche voorgelgd en die gaf zijn fiat op 16 maart 1663. Nu diende aartsbisschop Creusen nog akkoord te gaan. Hij stelde op 23 april 1663 als voorwaarde dat, wanneer de 400 gulden werden afbetaald, de som terstond werd belegd en dat de landdeken jaarlijks de opbrengst zou contrleren.
Maar tegen de geplande verkoop kwam er protest. Nog voor de verkoop kon plaats vinden was Gillis overleden en erfden de wezen van Jan Vermoesen van hun oom de hofstede met de brouwerij. Franchois Vermoesen, broer van Gillis en Jan vroeg de aartsbisschop om in het belang van de wezen de aankoop niet te laten doorgaan. Hij werd in zijn verzoek gesteund door heel wat gemeentenaren: Merten Robijns, Adriaen Van Rampelberch, Racen De Merchy, de weduwe Aert Robijns, Adriaen De Leeuw, Peeter Van Neervelt, Henderick De Donder, Michiel De Keghel, Joos De Greff end, Pauwels Van Den Eijnde, Jan Van Den Driessche, Jan De Vis, Henderick De Decker, Michiel Carnoy, Merten Van Den Berch en Enghel Verhoeven. Het advies dat de landdeken hen op 19 april liet weten was dat de verkoop van de percelen ten voordele van de huisarmen en de kerk toch zal doorgaan met als openbare verkoop aan de meest biedende.

1667. Uitvoering van het testament van bosmeester Jan Wouters[19].
Op 8 februari 1667 verscheen Jan Van Nuffel, erfgenaam van Jan Wouters voor de schepenbank van Affligem met schepen Philips Van Gete, die optrad als vervanger van meier Michiel Wambacq en de schepenen Nicolaes Robijns, Adriaen Van Nuffel en meester Andries De Wever. Als enige erfgenaam en uitvoerder van het testament dat de bosmeester op 21 februari 1661 door Michiel De Bisschop had laten opstellen, had hij de volgende opdrachten:
1- Een som van 48 gulden bestemmen voor twee wekelijkse missen in de kerk van Hekelgem. De eerste op donderdag ter ere van het H. Sacrament en de tweede op vrijdag ter ere van het H. Kruis.
2- 18 gulden zijn bestemd voor de armen
De mis op vrijdag moet door de pastoor van Hekelgem worden opgedragen en daarvoor zal hij jaarlijks 21 gulden trekken, de koster 1 gulden en 2 gulden voor de kerk
3- De pastoor van Hekelgem zal van Peeter Van Neervelt jaarlijks een rente van 17 gulden 12 ½ stuivers ontvangen op 4 februari volgens de constitutiebrief van 28 januari 1661 van de Affligemse schepenbank.
4- Van de weduwe Geraerdt De Corte zal hij een rente van 6 gulde 10 stuivers ontvangen op 23 november.
5- De pastoor en de armenmeester Peeter De Clercq kunnen jaarlijks 18 gulden 1 stuiver 1 oord aan de huisarmen geven op 1 oktober
1667. Testament van Machiel De Keghel[20].
Pastoor Martinus Van den Nest stelde op 26 augustus 1667 het testament op van Michiel De Keghel. Machiel schonk zijn kinderen Hendrik, Elisabeth en Michiel elk 200 gulden. Hendrik en Michiel mogen zijn pacht overnemen zonder tussenkomst van de andere kinderen. Machiel zal van alle andere kinderen 3 gulden ontvangen voor het vlas dat zij hebben gezaaid en Michiel niet. Hendrik en Michiel krijgen elk een wollen hemd, Elisabeth een lijfken ende kovel naer staet en tenslotte wil hij dat er na zijn dood 30 zielenmissen worden opgedragen.
R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 244.
1667. Testament van Daniël Sickel[21].
Op 27 december 1667 liet Daniël Sickel pastoor Van den Nest zijn testament opstellen.
Aan Catharina Maes van Aalst schenkt hij 100 gulden, maar als zij voor hem komt te sterven gaan de 100 gulden naar Adriaen Maes van Asse. Hij wil dat er voor eeuwig drie jaargetijden worden gezongen, de 1ste op 31 augustus, de 2de op 13 november, de derde op de dag van zijn overlijden. Als het jaargetijde wordt gezongen, zal men drie zakken koren bakken voor de armen. Voor elk vat koren bestemt hij een gulden. Voor het luiden tijdens zijn uitvaart bezet hij een schelling. Na zijn overlijden wil hij dat er 2 vaten koren worden gebakken voor de armen, een vat tarwe voor de Kapucienen van Aalst als ze naar de uitvaart komen, ook een vat tarwe voor de Karmelieten van Muilem als ze naar de uitvaart komen. Voorts wwil hij 100 missen voor zijn zielenrust en schenkt hij vijf pond groot aan de eerw. heren van Affligem en vijf pond groot voor …….
Als al deze dingen betaald zijn, kan het overschot dienen voor missen voor de armen. Tot slot vraagt hij de pastoor van Hekelgem dit alles te volbrenghen en geeft hem daarvoor zes pond groot.
Dit alles is geschied sonder eenighe fraude ende met mijnen vollen verstande ter presentie van Adriaen De Ridder ende Jan Meijsman.
1667. Uit de nalatenschap van Erasmus De Merchy en Amelberghe Verooten[22].
Voor de schepenen en meier Philippe Wambacq van de schepenbank van de abdij verscheen op 4 april 1667 Philips Van Gete, schepen en chirurgijn van de abdij als voogd van de kinderen van Erasmus De Merchy en Adriana De Merchy. Waren ook aanwezig: Peeter Pauwels, weduwnaar van Jaecquemijne De Merchy; Guilliam Cadron?? Man van Anna De Wever, dochter van Petronella De Merchy; Joos Van Opstal, man van Jaecquemijne De Bisschop; Peeter Mannaert, man van Anna Van Den Houte, dochter van Anna De Merchy. Zij waren kinderen en erfgenamen van wijlen Eraesmus De Merchy en Amelberghe Verooten. In hun testament hadden zij de volgende schikkingen getroffen:
De pastoor van Hekelgem, Martinus Van Den Nest, kreeg rente van 30 stuivers van een hofstede in Essene, palend aan de straat, de erfgenamen van sieur Hendrick Wellens, de goeden van Franchois Willems en aan de goeden van de erfgenamen Gillis Van Den Broecke. Van de pastoor werd verwacht dat hij en zijn opvolgers gedurende 50 jaar elk jaar twee gezongen missen tot lafenis van hun zielen zou opdragen. Van de 30 stuivers waren er 20 bestemd voor de pastoor en 10 voor de koster.
Die gegeven ende gepasseerd sijn op den vierden dach der maend van april int jaer ons Heeren als men schreeff duijsent sesse hondert sevenentsestich.
1667. Testament van Elisabeth De Leeuw[23].
Op 9 november 1667 liet de zieke Elisabeth De Leeuw[24], dochter van Jan, in haar huis haar testament opstellen door notaris Martinus Wambacq. Zij was weduwe van Jan Schockaert en voorheen weduwe van Jan Baeyman. Zij wou in de kerk van Hekelgem een ‘behoorlijke’ uitvaart met begrafenis op het kerkhof aldaar. Haar bezittingen verdeelde zijn als volgt:
1- Zes gulden voor de paters Karmelieten van Aalst om 12 requiemmissen te celebreren.
2- Drie gulden aan de pastoor van Hekelgem, afkomstig van de huur van de windmolen op de Boekhoutberg, om jaarlijks twee requiemmissen voor haar overleden echtgenoten op te dragen. Van dat bedrag is 20 stuivers voor de pastoor, 10 stuivers voor de koster, 10 stuivers voor het gebruik van de ornamenten van de kerk en de resterende 20 stuivers zullen uitgedeeld worden in brood voor de huisarmen.
3- Zij verpacht de windmolen aan Guilliam De Vis en zijn vrouw voor een termijn van negen jaar vanaf 9 november 1667 voor 30 ponden groten Vlaams.
4- Schenkt aan Guilliam De Vis en zijn vrouw de helft van de windmolen met het huis, de schuur, de stallingen en alle andere edificiën, groot een dagwand en half, palend aan de straat, Geerardt Carnoy, meester Philips Tielman en Pauwels Van Den Eijnde.
5- Een dagwand en half land op Boeckhoudt gelegen voor haar universele erfgenamen.
Als executeurs koos ze broers en zuster.
Als getuigen tekenden Geeraerdt Carnoy en Geerardt Pauwels, Elisabeth, die niet kon schrijven, tekende met een kruis.
1669. Volmacht[25].
Op 22 april 1669 gaven Michael Cornelis[26] en Anna De Smet aan elkaar de volmacht om in het geval van het overlijden van een van beiden, de overlevende de volmacht had om hun goederen te verkopen of om hun schulden te betalen. Pastoor Martinus Van den Nest stelde dee tekst op in aanwezigheid van Peeter Areijs ende Jan Areijs.
MICHAEL CORNELIS, zoon van JOANNES CORNELIS en BARBARA WAMBACQ. Hij is gedoopt op zondag 6 juli 1636 in HEKELGEM. MICHAEL trouwde, 20 jaar oud, op zondag 24 juni 1657 in HEKELGEM met ANNA SMET, 22 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 1 november 1634 in HEKELGEM. ANNA is overleden op maandag 16 december 1697 in HEKELGEM, 63 jaar oud.

1671. Lijst van de goederen van de cure van Hekelgem[27].
Op vraag van de aartsbisschop van Mechelen tevens abt van Affligem stelde pastoor Martinus Van den Nest op 4 november 1671 een lijst op van de bezittingen van de pastorie.
1- Het derde deel van de gehele tiende van dese parochie.
2- Een huis met een vleughe met de wallen, groot vijf dagwand en half, palend aan Andries De Wever, de kerkweg van Bleregem, een voetweg en de straat van de Fossel naar de kerk.
3- Een hofstede met een vijver, groot drie dagwand 33 roeden, palend de straat, Andries De Wever en het curegoed.
4- Een dagwand land palend aan de heer Joannes Baptista Bernaerts, meester Andries De Wever en de goeden van Affligem.
5- Een dagwand land palend met twee zijden aan de straat rechtover de pastorie, Jan De Valck en Michiel De Boitselier.
6- Een droge weide, groot zes dagwand, palend aan de kerkweg van Bleregem, ’t goed van de H. Geest van Hekelgem, Raesen De Merchy en de goederen van Affligem.
7- Op het ‘Verlijsen Vijverken’ heeft de pastoor twee sisteren rogge.
8- Op een stuk land geheten ‘Den Capruijn’ twee sisteren rogge.
9- De Kerk van Hekelgem geeft jaarlijks aan de pastoor een rente van zes gulden, voor het zingen van twee jaargetijden van de vrienden van Anthoon De Clerck en Jacob De Block ontvangt de pastoor jaarlijks twintig stuijvers, voor het zingen van het lof van O.- L.- Vrouw 32 stuivers, voor het zingen van het lof van het H. Sacrament 20 stuivers, voor een jaargetijde voor meester Merten ?
10- De H. Geest geeft jaarlijks een rente van vier gulden 16 stuivers.
11- Een jaarlijkse rente van 21 gulden voor een wekelijkse mis van het H. Sacrament.
Subscriptie 4 november 1671. M. Van Den Nest pastor in Hekelghem.
1671. Testament van Jan De leeuw[28].
Op 24 november 1671 liet de zieke Jan De leeuw[29] zijn testament opstellen, wellicht door de pastoor. Hij wil begraven worden rechtover de lijkdeur na een uitvaart met drie gezongen missen en vijf kaarsen. Voor zijn zielenheil wil hij 20 gezongen missen.
Zijn goederen moeten gelijk onder zijn kinderen wordenverdeeld, behalve voor zijn dochter Maria. Zij krijgt vooraf het achtste deel van een hofstede in de Bosstraat. Zijn zoon Jan zal vooraf 30 gulden krijgen.
Jan tekende met een kruis.
1672. Verhuur van de kerk- en armengoederen[30].
Condities waarop de pastoor, kerk- en armenmeesters van Hekelgem ten overstaan van de drossaard en de schepenen van het markiezaat, vrijheid en het Land van Assehun goederen aan de meestbiedende kunnen verhuren
1- De velden en weiden worden verhuurd met palmslagh ende hoogen. 2/3 van het opbod is door de huurder te betalen, 1/3 is voor de huurder.
2- De verhuurders zullen pas de palmslag geven als het bod hoog genoeg is. Wie de palmslag heeft, kan anderen nog laten bieden.
3- Wie huurder blijft, moet na de laatste stokslag de palmslag betalen en het opbod.
4- De goederen worden verhuurd met de opgegeven afmetingen en voor een termijn van zes jaar vanaf Kerstmis 1673..
5- Als van sommige percelen niet geweten is wanneer de pacht afloopt, dan kunnen de huurders nog drie jaar over het goed beschikken.
6- De huurders moeten het goed achterlaten in de staat die ze hebben aangetroffen bij het begin van het huurcontract.
7- De huurders van weiden en beemden moeten de bramen en doornen verwijderen en de grachten en beken open houden.
8- De akkers moeten minstens tijdens de laatste drie jaren van de huurtermijn tweemaal bemest en bezaaid worden.
9- De huurders moete de kanten beplanten.
10- Zij moeten de straten, beken, bruggen en waterlopen onderhouden op hun kosten.
11- Zij moeten alle bedeb, subsidies en andere lasten betalen.
12- Op de vervaldag of uiterlijk zes weken daarna betalen zij de pacht in de handen van de kerkmeesters en de huisarmenmeesters hetzij in geld of graan dat behoorlijk is gewand.
13- De huurders mogen het gepachte goed niet aan anderen verhuren zonder het consent van de verhuurder.
14- De huurders mogen de voor van de scheiding met andere percelen niet veranderen op boete van 23 stuivers..
15- De huurders hebben geen recht op het hout tenzij dat van de tronken dat zij eenmaal mogen kappen.
16- De huurders moeten na de laatste stokslag voor elk dagwand een jaar pacht betalen en zes stuivers voor de kosten.
17- De huurders moeten voor voldoende pand zorgen, het zij met personen of met gronden en erven
18- Wie daarvan in gebreke blijft, verliest de huur. Het goed wordt dan opnieuw verhuurd en als de huurprijs hoger ligt, dan is het profijt voor de verhuurder.
19- De verhuurders mogen zich houden aan het laatste opbod tot de palmslag.
20- Deze condities blijven geldig tot het einde van de termijn.
1673. Testament van Peeter Van Rampelbergh[31].
Op 27 mei 1673 stelde pastoor Martinus Van den Nest in aanwezigheid van Joos Eeman en Aert De Vis het testament op van Peeter Van Rampelbergh. Na de gebruikelijke vermelding dat Peeter ziek is, maar nog bij zijn volle verstand en de sekerheijt van de dood ende de onsekerheijt van de uere van de selve beveelt naer sijne dood sijne siele aen Godt den heere, de heijlighe maeghet Maria ende het geheel hemelsch geselschap ende sijn lichaem aen de aerde het welck hij begeert begraeven te hebben op het kerckhof van de parochiekerck van Hekelghem (ist dat hij aldaer comt te sterven) met een eerlijcke uijtvaert naer advenant sijnen staet, volgt de verdeling van zijn goederen.
Zijn vrouw Anna Clauwaert is zijn enige erfgenaam van alle goederen die hij van zijn moeder Maria Van der Hoeven erfde. Voor een jaarlijks jaargetijde op de dag van zijn overlijden schenkt hij vijf schellingen per jaar
[1] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 279.
[2] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 346.
[3] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 6.
[4] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 6.
[5] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 348.
[6] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 223.
[7] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 7.
[8] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 191.
[9] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 24.
[10] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 224.
[11] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 35.
[12] FRANCISCUS WAMBACQ is geboren omstreeks 1580 in ESSENE, zoon van MICHIEL WAMBACQ en BARBARA DE WEVER. FRANCISCUS is overleden op donderdag 30 juni 1661 in ESSENE, ongeveer 81 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, ongeveer 33 jaar oud, op dinsdag 3 september 1613 in ASSE met CATHARINA DE TROCH, ongeveer 26 jaar oud. Zij is een dochter van JAN DE TROCH en CATHELIJNE T’SAS. Zij is gedoopt omstreeks 1587.
[13] Afhanck: uitbouw.
[14] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 349.
[15] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 349.
[16] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 9.
[17] EGIDIUS VERMOESEN huwde op zaterdag 19 februari 1661 in HEKELGEM met CATHARINA UYTENDENOLIE. CATHARINA is overleden op zaterdag 2 juli 1678 in HEKELGEM
[18] Andreas Creusen, ook Cruesen of Crusens (Maastricht, 1591 – Brussel, 9 november 1666) was de vierde bisschop van Roermond van 1651 tot 1657 en de vijfde aartsbisschop van Mechelen. Zijn wapenspreuk was:Victrix fortunae sapientia (Wijsheid overwint het lot). Op zijn graftombe in de Sint-Romboutskathedraal wordt hij Andreas Cruesen genoemd.
[19] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 226.
[20] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 244.
[21] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 245.
[22] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 37.
[23] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 38.
[24] ELISABETH DE LEEUW, dochter van JOANNES DE LEEUW en MARIA CORNELIS. Zij is gedoopt op zondag 9 juli 1606 in HEKELGEM. ELISABETH is overleden op dinsdag 15 november 1667 in HEKELGEM, 61 jaar oud.
[25] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 236.
[26] MICHAEL CORNELIS, zoon van JOANNES CORNELIS en BARBARA WAMBACQ. Hij is gedoopt op zondag 6 juli 1636 in HEKELGEM. MICHAEL trouwde, 20 jaar oud, op zondag 24 juni 1657 in HEKELGEM met ANNA SMET, 22 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 1 november 1634 in HEKELGEM. ANNA is overleden op maandag 16 december 1697 in HEKELGEM, 63 jaar oud.
[27] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 199.
[28] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 248.
[29] JOANNES DE LEEUW. Hij is gedoopt op woensdag 6 augustus 1614 in HEKELGEM. JOANNES is overleden op donderdag 10 december 1671 in HEKELGEM, 57 jaar oud. JOANNES trouwde met MARGARETA DE CLERCQ. MARGARETA is overleden op zondag 13 januari 1669 in HEKELGEM
[30] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 10.
[31] R.A. Leuven, parochie Hekelgem, toegang 620, nr. 249.

Beste,
i.v.m. voetnoot 17: het jongste kind van Egidius Vermoesen en Catharina Uyttenolie (Elisabeth) werd geboren op 29 maart 1675. Catharina staat bij haar overlijden in 1678 geregistreerd als ‘uxor’. Zou het dan geen andere Egidius Vermoesen zijn geweest die in 1663 2 percelen land in het Mazits kocht?
LikeLike
Goedemorgen,
In Hekelgem komen er maar drie Egidius Vermoesen voor in de 17de eeuw waarvan deze de meest waarschijnlijke, gehuwd in 1661, daarna kinderen.
Dat bij het overlijden geschreven staat vrouw van Egidius Vermoesen?
LikeLike
Ja inderdaad: https://agatha.arch.be/data/images/518/518_0219_000_00008_000/0_0009
transcriptie: 2 julij\ obijt Catharina uytenolie uxor egidii v[er]moesen
LikeLike