Inventaris van de kerk van Teralfene 1622[1].
In 1622 stelde pastoor Joannes De Ruijsschere[2] een lijst op van het kerkbezit.
Een kelk met inscriptie “Sint Jan Evangelist”.
Twee paar stenen amppullen.
Een rokij armesijnen[3] beurs met toebehoren zonder kelkdoek.
Een beurs met knoppen en toebehoren zonder kelkdoek.
Een rode grote gebloemde kazuifel gemaakt anno 1620, kostprijs 24 gulden.
Een kleine rode gebloemde kazuifel met een altaarkleed en nog een stoffen dwaal voor het hoogaltaar.
Nog een rode kazuifel.
Een violette kazuifel uit 1621, kostprijs 16 gulden.
Een slechte bijna versleten kazuifel.
Twee alben[4] met kantwerk aan de hals en aan de mouwen met drie ?? waarvan de beste gemaakt is anno 1621 met twee amicten[5] en twee ronde gedraaide garengondels.
Nog een slechte albe met een amict?
Een antipendium of altaarkleed voor het Onze-Lieve-Vrouwaltaar met een band van rode grote bloemen zoals de beste kazuifel met drie gouden (maar slechte) parementen door gemaakt voor anno 1621, gegeven van de gemeente door het bidden van de pastoor.
Nog een antipendium van dezelfde stof en fatsoen voor Sint-Jansaltaar ook gegeven door de gemeente door het bidden van de pastoor.
Een paar rode armesijnen gordijnen voor het hoogaltaar.
Een paar meijen of bloempotten gekocht anno 1621.
Een tabernakeltje met versiersel om het H. Sacrament op het altaar daerin te zetten. Het versiersel is zoals het antipendium van het hoogaltaare.
Nog drie paar gordijnen, voor elk altaar een paar. Ze zijn van verschillende kleur.
Nog twee antipendia, een aan het hoogaltaar en een aan het Onze-Lieve-Vrouwaltaar die dagelijks hangen.Drie mappen of dwalen[6] voor elk altaar een om boven ende sijn gecocht anno 1621 ende 1622.
Nog twee kleine dwalen, een voor het hoogaltaar en een voor Onze-Lieve-Vrouw.
Daar is nog oud lijnwaad zoals dwalen om onder de beste te leggen.
Twee missalen, een grote en een kleine, de groten gebonden anno 1620 en de andere ook dan gekocht.
Een graduwale[7].
Een antifonaal (muziekboek) gekocht anno 1620.
Een psalterium.
Een processionaal.
Een pastoraal.
Twee kussens voor het hoogaltaar van dezelfde stof zoals het antipendium en de dwalen.
Drie tapijtkussens om voor de celebrant, diaken en subdiaken, gemaakt anno 1621 van een oud tappijt.
Nog versiersel voor het H. Sacramenthuisje.
Een tapijtantipendium voor Sint-Jansaltaar.
Vier kleine metalen kandelaars op het hoogaltaar, twee op het Onze-Lieve-Vrouwaltaar.
Nog 2 kandelaars met lange pinnen op het Sint-Jansaltaar.
Een wierookvat van koper.
Twee schilden aan de gordijnroden van Onze-Lieve-Vrouwe, gemaakt anno 1621.
Drie zilveren buskens voor het H. Oliesel en het chrisma, gemaakt anno 1621 in Mechelen, kostprijs IV gulden.
Een blauw fluwelen doos om met Pasen de geconsacreerde hosties in te doen.
Een wijwatervat.
Een stenen om de handen voor de handwassing tijdens de mis.
Een witte gebloemde rok voor Onze-Lieve-Vrouw voor het klein kindeken Jesu.
Een witte kelkdoek met een kruis door en kantwerk aan de rand.
Een overrok voor de pastoor en een voor de koster.
Twee kanten voor het antipendium van het hoogaltaar en van Onze-Lieve-Vrouw autaer met noch twee om elc banxken met blou luwaet onder gedriecht deze heeft geprocireert (van een jouffrouw) den pastoor anno 1621.
Item noch eenen witten clinkanten keijssers hoet met noch zes groote ronde ende vier cleijne van de selve stoffe met noch andere rondeeltens om te croonen ende noch andere ronde ?? van verscheijde coleuren gegeven anno 1621 van de jonge dochters ende dat door het bidden van de pastoor.
Item noch eenen gedraeijden candelaer daer die mechdelees op staet gemaeckt anno 1620.
Item een groote belle die voor het H. Sacrament gaet als men totte zieken gaet met noch cleijn andere om te clincken onder de misse.
Item ………………. verder heeft de pastoor niets meer genoteerd.
1656. De schenkingen van Geeraert Muylaert[8].
Toen de welgestelde ziek te bed lag en aan zijn overlijden dacht, liet hij een aantal akten opstellen voor de bestemming van zijn goederen.
– Op 24 juli 1656 liet hij twee akten opstellen. De eerste betrof een schenking aan de Kerk van Teralfene van 8 ponden groot om jaarlijks 12 missen voor zijn zielenrust te celebreren op de eerste op de dag van zijn overlijden. Voor elke mis kreeg de pastoor 20 st en de koster 10 st. Wat overbleef was voor de Kerk. De tweede akte betrof een schenking van 40 ponden 5 schellingen groot voor de huisarmen van Teralfene. Dat bedrag moest direct na zijn overlijden aan de pastoor en de advocaat Taelman worden betaald. Zij moesten instaan voor de verdeling ervan. Als onderpand gaf Geeraert:
1.De meers in de Klapstraat, groot 380 r, palend aan Joseph en Adriaen Van vaerenberghe en Jan Van Nieuwenhove.
2.Een meers van 214 r palend aan Jan Van de Maele, de erfgenamen van Pieter Van Vaerenberghe en de straat.
3.De meers Den Appelboom die paalde aan Frans Van Vaerenberghe, de heer Dongelberch en de Wisselmaat gracht.
4. De meers D’Hertstocken, groot 12 r, palend aan Joos Asselman en het bos.
5. Een veld op het Molenveld, groot 60 r, palend aan Cornelis Van Langenhove, Niclaes De Reuse en de beek.
6. Een veld op de Steenberg, groot 84 r, palend aan Ransen Joos, Joos Asselman en de Klapstraat.
7.Een veld achter Den Daal, groot 24 r, palend aan Niclaes Cortvrindt, Geert Eeckhout en de Dender.
8.Een rente van 12 ponden ten laste van meerdere personen van Teralfene, Liedekerke en Denderleeuw. De akte werd ondertekend door Geeraert zelf, pastoor Peeter De Vleeschouwer, baljuw Niclaes Cortvrindt, Geeraert Van Nieuwenhove, Gillis Cricke en P. Eeckhout.
– Op 28 juli 1656 regelde hij de erfenis van zijn goederen. Hij liet de schenking aan de huisarmen verminderen tot 22 ponden groot[9] aan de huisarmen van Teralfene en van 8 ponden groot aan de pastoor. De akte werd ondertekend door burgemeester Gillis Cricke, officier Joos De Bolle en Schepen Pieter Eeckhout.
– Met de akte van 18 augustus 1656, verleden door de meier en de schepenen van de heerlijkheid Erembodegem, regelde hij de overdracht van zijn goederen aan de kinderen van zijn zussen Anna en Marie. De kinderen Jan, Gillis , Geert, Joos, Marie en Cathelijne van Anna en haar man Peeter Van Vaerenberghe kregen de helft van de gronden en de renten, de andere helft ging naar Jan Van Vaerenberghe, de zoon van Marie:
1.De hofstede met huis, schuur en stallen die hij bewoonde en paalde aan Michiel Eeckhout en Jan Van Vaerenberghe, zoon van Geert.
2.Een hofstede gelegen tegenover de eerste en die paalde aan Van Langenhove, Jan Van Vaerenberghe, de zoon van Peeter, en de beek Moicke.
4.Een velde gelegen achter Ten Daele, palend aan de weduwe Geeraert Van Vaerenberghe en aan de erfgenamen Jan Eeckhout.
5. Een perceel gelegen op de Steenberg, palend aan Joos Van Schingen en aan Joos Asselman.
6. Twee d 14 r meers gelegen in Liedekerke, palend aan Jan Van de Maele en aan de erfgenamen Peeter Van Vaerenberghe.
7. Een meers gelegen in Liedekerke, palend aan Francis Van Vaerenberghe, de diensten van Ninove, de heer Dongelberch en de Wisselmaatgracht.
8. Een meers te Liedekerke in de Ertstocken, groot 112 r, palend aan Joos Asselman en de bossen.
9. Een veld op het Molenveld in Liedekerke, groot 60 r, palend aan Cornelis Van Langenhove, Niclaes De Reuse.
10. Een meers in de Klapstraat, groot 3 d 50 r, palend aan Cornelis Segers, Adriaen Van Vaerenberghe, Jan Van Nieuwenhove en het goed van Dillegem.
11. Een rente van 3 ponden tot last van Joos Dirickx, Denderleeuw, en zijn goederen.
12. Een rente van 6 ponden tot last van de weduwe Jan De Bolster, Liedekerke, en haar goederen.
13. Tien gulden 10 st. tot last van Hendrick Snel, Liedekerke, en zijn goederen.
14. Een rente van 6 g tot last van Joos Van Linthout, Teralfene, en zijn goederen.
15. Een rente van 15 g tot last van Adriaen Van Vaerenberghe, Teralfene, en zijn goederen.
16. Een rente van 6 g tot last van Peeter Pauwels, Hekelgem, en zijn goederen.
17. Een rente van 121 g tot last van Niclaes Evenepoel, Liedekerke, en zijn goederen.
De schenkingen zijn op conditie dat de schenker levenslang het usefruct behoudt. In dezelfde akte verminderde hij zijn giften aan de Kerk van Teralfene van 8 naar 4 ponden en de huisarmen kregen nog slechte 10 ponden te betalen door zijn erfgenamen na zijn overlijden, maar ze moesten wel 1 800 g geven aan de pastoor van Teralfene en de advocaat Taelman. Een opmerkelijke bepaling in de akte is de onterving van Geeraert Eeckhout ten voordele van Jan Van de Maele en Jan Van Vaerenberghe voor alle gronden en renten gelegen in de baronie van Liedekerke. Diezelfde Geeraert Eeckhout wachtte nog een tweede onterving. De volgende dag, op 19 augustus, moest hij voor de meier en de burgemeester van Denderleeuw verschijnen om te vernemen dat hij ook geen recht meer had op de rente van 3 ponden groot tot last van Joos Dierickx van denderleeuw en dat ten voordele van van de kinderen van zijn zussen. De akte werd ondertekend door meier Francis Snel en de schepenen Joos Roelant en Jan Steppe.
Die nieuwe beslissing wekte heel wat ongenoegen bij de pastoor en de verantwoordelijken voor de huisarmen. De pastoor, de baljuw NIclaes Cortvrindt, de schepen P. Eeckhout en de kerk- en armenmeesters Joos Asselman en Geeraert Van Nieuwenhove schreven een brief naar aartsbisschop en abt van Affligem, Karel de Croy, met de melding dat Geraert Muylaert volgens hen onwettige veranderingen had aangebracht aan de akten van schenkingen. De rechtsgeleerden die ze hadden geraadpleegd bevestigde hen dat Geeraert zich moest houden aan de bepalingen van zijn eerste schenkingen. Zij verzochten de aartsbisschop de erfgenamen te dwingen zich te houden aan de bedragen van die eerste schenking. Op 10 november volgde de aartsbisschop het standpunt van de rechtsgeleerden en hij werd gevolgd door de heer van Erembodegem op 15 december 1656.

Parenteel van JOANNES MUYLAERT.
I. JOANNES MUYLAERT, † te TERALFENE op 22 april 1654, hij huwde met GERTRUDIS DEKENS, † te TERALFENE op 19 november 1646.
Uit dit huwelijk:
1. ANNA, volgt IIa.
2. MARIA, volgt IIb.
3. PETRUS MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 1 september 1605, † aldaar 1632.
4. GERARDUS MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 22 juni 1613, † aldaar 1656.
IIa. ANNA MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 31 oktober 1599, † aldaar op 14 april 1649, zij huwde te TERALFENE op 28 mei 1619 met PETRUS VAN VARENBERGE, † te TERALFENE op 27 oktober 1662.
Uit dit huwelijk:
1. JOANNES VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 3 maart 1620, † aldaar 1696.
2. MARIA VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 24 januari 1622, † aldaar 1623.
3. PETRUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 1 februari 1624.
4. EGIDIUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 17 december 1626, † aldaar 1698.
5. MARIA VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 6 mei 1629, † aldaar 1665.
6. GERARDUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 12 januari 1632, † aldaar 1707.
7. CATHARINA VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 15 maart 1635, † aldaar 1695.
8. JUDOCUS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 15 november 1637.
9. GERTRUDIS VAN VARENBERGE, gedoopt te TERALFENE op 20 mei 1643, † aldaar 1648.
IIb. MARIA MUYLAERT, gedoopt te TERALFENE op 6 augustus 1602, † aldaar op 8 april 1628, zij huwde te TERALFENE op 26 november 1624 met GUILIELMUS VAN DE MALE.
Uit dit huwelijk:
JOANNES VAN DE MALE, gedoopt te TERALFENE op 25 maart 1626.
De rekeningen van pastoor Peeter (Pieter) De Vleeschoudere[10][11].
Wat er met de schenkingen van Geeraert Muylaert aan de Kerk en armen van Teralfene gebeurde, lezen we samen met andere betalingen in de rekeningen die pastoor De Vleeschoudere presenteerde aan de baljuw en de schepenen van Teralfene.
1.De rekening van 31 december 1646 voor de bouw van een nieuw curenhuis (pastorie).
Ontvangsten.
– Ontvangen van Adriaen Van Nuffel vanwege de aartsbisschop van Mechelen voor de bouw van het curenhuis: 200 – 0 – 0.
– De verkoop van het oud curenhuis op 23 maart 1637 bracht 130 – 0 – 0 op. Van die som gaf Jan Eechout 14 g aan baljuw Eechout[12] die we nog dat bedrag schuldig waren.
– De opbrengst van de kerkhop in 1643 met kerkmeester Franciscus De Buschop, verkocht aan Thomaes De Hert te Aalst, diende om Guillam Van Den Meerssche te betalen.
– De kerkhop van 1644 bracht 51 – 2 – 0 op.
– Van de kerkhop van 1645 met als kerkmeester Jan Eechout werd een partij verkocht aan Jan Van Den Abbeele: 27 – 10 – 0. Er bleef nog 100 hop over, gewogen door Cornelius Van Langhenhove[13] schepen.
– Franciscus De Bisschop betaalde als afkorting van zijn rekening op 1 maart: 1645: 35 – 6 – 0 en Joos Van Schinghene[14] op 4 maart 1645: 16 – 0 – 0.
– Op 12 maart 1644 het oud stro van de pastorie verkocht door de baljuw: 12 – 14 – 0.
– Het schuddelinck van het deckstroo door de baljuw verkocht: 7 – 3 – 0.
– Het block van eenen boom aan de baljuw door Niclaes Meert verkocht: 0 – 14 – 0.
– Op 15 mei 1645 ontving Niclaes Cortvrint van de 20ste penning van zijn koop toebehorende aan de kerk van Teralfene 8 – 0 – 0, van Hendrick De Schrijver over dezelfde 20ste penning 12 – 0 – 0 en van Cornelius Van Langhenhove 3 – 0 – 0.
– Op 12 november 1645 met Jan Eechout, kerkmeester, en schepen Joos Van Varenberghe in de parochie omgehaald 11 – 18 – 2.
– Ontvangen van Jan Eechout 5 – 1 – 0.
– De klei en de kalk van het afgebroken huis verkocht aan Guillam Van Den Meerssche voor 3 g 10 st.
– Joos Van Schinghene betaalde op 18 december 1644 aan mij en aan baljuw Eechout 2 ducatons, 28 g 15 st, Joos ontving 37 g 12 st waarvan de baljuw Eechout 29 g 3 st heeft gekregen, de pastoor 6 g, de koster 2 g voor de uitvaart van de koningin van Spanje, 5 g 12 st werden uitgegeven aan kaarsen voor de uitvaart en voor de kerk, blijft: 13 – 12 – 0.
– Joos gaf mij op 16 november 1646 nog 3 g 10 st en kortte nog 36 voor het jaargetijde van Lieven Motteman.
– Van Joos Van Varenberch 7 – 0 – 0.
– Op 7 april 1646 van baljuw Cortvrint 6 – 0 – 0.
– Van de kerkmeester Joos Van Nuwenhuve ontving de pastoor gelden die dienden voor de betalingen van geleverd werk voor de pastorie: op 21 januari 1646 voor Cypriaen Ghelij, kareelbakker: 14 – 0 – 0, op 3 februari 1646 voor Michiel Meert, slotenmaker te Aalst: 12 – 18 – 0, op 9 november 1646 voor Gheert Eechout: 9 – 3 – 0, op 12 november 1646 voor Michiel Meert: 4 – 10 – 0, op 17 mei voor de daguren van Michiel Van Varenberch, timmerman 5 – 17 – 0, op 17 december voor Michiel Meert voor ijzerwerk thuis geleverd 3 – 12 – 0, op 18 december 1646 voor Gheert Eechout 4 – 10 – 2, op 17 december 1646 voor Jaspar Vermoesen, zoon van Michiel van het kalkhuis te Aalst voor geleverde kalk en stenen 23 – 0 – 0.
– De pastoor leverde bomen uit het curenbos op conditie dat de gemeentenaren 100 g zouden betalen aan de kerk, zij betaalden 66 g 7 st.
Somma van de ontvangsten: 681 – 16 – 2.
Uitgaven.
– Op 28 april 1644 het huis van Guillam Van Den Meerssche gekocht door de baljuw Michiel Eechout en schepen Niclaes Cortvrint: 400 g.
– Aan baljuw Eechout de 200 g van de aartsbisschop Jacobus Boonen overgemaakt.
– Aann Gheert Eechout voor bier voor de gemeentenaren bij de afbraak van het huis: 6 – 0 – 0.
– Op 2 oktober 1644 aan Joos Van Schinghene voor een boom: 14 – 0 – 0.
– Op 22 mei 1644 aan Jan De Meijer en Philips De Clerck om 450 ribben te zagen: 3 – 7 – 2.
– Op 5 juni 1644 aan timmerman Michiel Van Varenberghe voor 14 dagen werk: 12 – 12 – 0.
– Op 27 juni 1644 aan twee werklieden: 1 – 0 – 0.
– Op 24 augustus 1644 aan timmerman Peeter Van Varenberghe voor 12 ½ dagen werk: 11 – 5 – 0.
– Aan gedronken bier bij de timmermannen en de zagers: 2 – 16 – 0.
– Op 6 juni 1644 aan smid Gillis Arijs voor 16 ijzeren staken met een gewicht van 224 pond: 26 – 10 – 0.
– Op 27 juni 1644 aan Niclaes Meert voor twee bundels latten: 1 – 16 – 0.
– Op 3 oktober 1644 aan Niclaes Cortvrint voor 4 bundels latten: 3 – 12 – 0.
– Aan Gheert Eechout voor de jonge eiken boompjes die na taxatie heeft laten staan op de bosjes waar men de bomen van het curenhuis heeft verkocht: 2 – 8 – 0.
– Op 17 september 1644 aan Josijn De Leeuw voor nagels: 2 – 0 – 0.
– Op 20 juni 1644 aan Pieter De Hond, dakbedekker, voor 5 daguren: 3 – 10 – 0.
– Op 3 oktober 1644 aan Jan Arts, de knecht van Pieter De Hond: 2 – 10 – 0.
– Aan twee bundels latten: 1 – 16 – 0.
– Op 25 juni 1644 aan heer Jan Van De Ghylen voor 175 dekstro bij zijn moeder geleverd: 8 – 15 – 0.
– Aan Joos Scheerlinck voor3 potten bier gedronken door Adriaen Van Varenberghe voor het halen van het stro te Erembodeghem met zijn wagen: 0 – 4 – 2.
– Op 16 september 1644 aan Adriaen Michiels voor een lat ijzer: 1 – 10 – 0.
– Op 17 oktober 1644 aan Michiel Vermoesen voor 3 stukken kalk: 2 – 14 – 0.
– Voor het huren van zakken voor twee dagen: 0 – 3 – 0.
– Op 12 oktober 1644 aan Jan De Leeuw, metselaar voor twee dagen werk en voor 3 dagen van zijn diender: 3 – 10 – 0.
– Aan Guillam, de preter[15] van Hekelgem drinkgeld voor ? die op het huis op Hekelgem is gestoken: 0– 6 – 0.
– Op 9 november 1645 aan Jan De Leeuw, metselaar, voor het metselen van de schouw en de kelder: 27 – 0 – 0.
– Aan baljuw Eechout voor 4 jaar huur van zijn stallen wat de gemeente moet betalen: 0 – 0.
– Aan Jan De Leeuw ,metselaar voor het werk: 0 – 7 – 2.
– Aan Michiel de knecht van Gheert Eechout drinkgeld gegeven om een boom te halen in Bauweel op de kluis: 0 – 2 – 0.
– Op 1 maart 1645 aan Peeter Roelant voor 150 dekstro: 6 – 15 – 0.
– Op 25 maart 1645 aan Van Der Poorten te Welle voor 400 dekstro: 18 – 0 – 0.
– Aan Gillis Arijs voor ijzerwerk: 5 – 10 – 0.
– As de gemeentenaren pleisterden en voor 20 schoven stro: 1 – 0 – 0.
– Op 2augustus 1645 aan Michiel Van Varenberghe voor zijn werk aan het huis: 10 – 16 – 0.
– Nog 3 daguren aan diverse personen betaald: 1 – 10 – 0.
– Voor de uitvaart van de koningin van Spanje is door de baljuw Eechout aan de pastoor betaald 6 g en aan de koster 2 g: 8 – 0 – 0.
– Voor de kaarsen van de uitvaart en voor de kerk aan Guillam Van De Mael te Brussel 5 – 12 – 0.
– Aan Michiel Van Varenberch voor 46 voeten bert: 2 – 6 – 0.
– Op 5 november 1645 aan Hendrick Cortvrint voor 30 stukken: 24 – 0 – 0.
– Aan de voerman voor de delen van Aalst tot Teralfene te voeren en tot drinkgeld: 0 – 6 – 0.
– Op 7 november 1645 aan Bartholomeus Van Den Spieghele voor 1550 kareel: 8 – 10 – 2.
– Op 27 juni 1645 aan Franciscus Lambrecht voor 6 kalkzakken: 0 – 15 – 0.
– Op 14 oktober 1645 aan 150 dekstro : 6 – 15 – 0.
– Op 7 november 1645 aan Jan Chenoy voor 400 kareel: 2 – 4 – 0.
– Aan Cypriaen Gheleijn voor 7 707 kareel: 42 – 7 – 0.
– Aan dezelfde Cypriaen voor 300 kareel beloopt – 1 – 13 – 0.
– Op 23 november 1645 aan Michiel Vermoesen voor 400 dubbele Antwerpse pavensteen: 4 – 10 – 0.
– Aan Cornelius Van Langhenhove van Erembodegem betaald voor 200 dekstro: 9 – 14 – 0.
– Aan Andries Raedtmacker op Bouckhout en aan Joos Linthout om diverse stukken te zagen: 4 – 6 – 0.
– Nog betaald aan 4 daguren: 2 – 0 – 0.
– Op 29 november 1645 aan 8 vaten kalk:
– Op 13 november 1645 aan Jan Eeman voor een bundel latten en 7 dagen werk: 4 – 10 – 0.
– Aan Niclaes De Reus voor 3 dagen en een half werk: 1 – 5 – 0.
– Aan dezelfde en aan Cornelius Van Langhenhove voor een bundel latten: 1 – 0 – 0.
– Aan dezelfde en aan Joos Van Nuwenhove voor 5 dagen werk: 2 – 10 – 0.
– Aan dezelfde en aan Jan De Vrindt voor 5 dagen en een half werk: 2 – 5 – 0.
– Nog betaald voor 3 daguren: 1 – 10 – 0.
– Voor twee latten: 0 – 2 – 2.
– Op 29 november 1645 aan Gregoir Dons, steenkapper, voor een dag werk: 0 – 18 – 0.
– Op 27 november 1645 aan timmerman Jacques Sterck voor 22 dagen werk: 17 – 18 – 0.
– Op 8 december 1645 en op 1 maart 1646 aan Jan De Leeuw voor de kamer, keuken, voorvloer, kelder en spiende te paveren en de trappen te metselen etc: 10 – 0 – 0.
– Op 4 januari 1646 aan Josijn De Leeuw voor nagels door haar geleverd: 13 – 2 – 0.
– Aan Micjhiel Vermoesen te Aelst in het kalkhuis: 47 – 11 – 0.
– Peeter Eechout de jonge heeft geleverd: 4 berden door de koster, op 10 oktober 1645 32 voeten bert, gemeten door Jaeck Sterck, timmerman, en op 12 dito nog 60 voeten bert door dezelfde gemeten, op 30 augustus 1645 heeft hij nog geleverd een boom voor 8 g.
– Aan Gheert Eechout: 19 – 8 – 2.
– Aan Michiel Meert, slotenmaker te Aalst: 21 – 0 – 0.
– Op 22 januari 1646 aan Gillis Arijs voor ijzerwerk: 0 – 16 – 0.
– Nog aan 2 lenen, 2 …. , 3 grendels met 2 krammen, een houvast, het kelderslot met de sleutel en aan een sleutel voor de grote kamer: 1 – 11 – 2.
– Aan Jan Bronckost voor een glazen venster op de zolderkamer: 1 – 0 – 0.
– Aan Franciscus Cortvrint over 4 delen ? op 27 november 1645: 3 – 4 – 0.
– Op 13 juni 1646 aan Merten Kuijpers voor wijmen: 2 – 0 – 0.
– Op 30 mei 1646 aan Joos De Pape en Adriaen De Leeuw voor 433 voeten kepers, rijghels ende wormeijnden door hem gezaagd: 3 – 10 – 0.
– Op afkorting en betaling van het gekocht huis door Cornelius Van Langhenhove, schepen, aan Guillam Van Den Meerssche: 33 – 0 – 0.
– Op 4 maart 1645 aan Guillam Van Den Meerssche de volle betaling door de baljuw Eechout en Cornelius Van Langhenhove, schepen te Aalst: 44 – 0 – 0.
– Voor de onkosten door Gilliam Van Den Meerssche voorgeschoten door de baljuw en Langhenhove: 1 – 13 – 0.
– Jan Eechout op afkorting van zijn rekening aan het curenhuis gezaagd hout: 14 – 6 – 0.
– Aan Gheert Eechout voor een stijl 9 voeten lang en een plaat 21 voeten lang: 3 – 0 – 0.
– Op 17 mei 1646 aan Michiel Van Varenberch, timmerman, voor zijn daguren: 5 – 17 – 0.
– Voor de uitvaart van de prins van Spanje Balthasar Carolus[16] voor de pastoor 6 g en voor de koster 2 g: 8 – 0 – 0.
Somma van de uitgaven: 783 – 7 – 2.
De ontvangst was: 681 – 16 – 2.
Ergo meer uitgegeven als ontvangen: 101 – 11 – 0.
Aldus gepasseerd ter presentie van Niclaes Cortvrint baljuw der vierschaar van Erembodegem, Jan Van Varenberghe en Cornelius Van Langhenhove, schepenen op de laatsten dag van december 1646.
Ik onderschreven beken ontvangen te hebben uit handen van Joos Van Nuwenhove op afkorting van het slot van zijn rekening en de betaling van de schulden van het curenhuis van 101 – 11 – 0 de som van 27I g en 6 st. Item uit handen van Gillis Van Varenberghe de som van 74 g 5 st waarmee ik beken voldaan te zijn.
3 Xbris 1648 Ondertekend Peeter De Vleeschoudere pastoor in Teralfene.
2.De rekening van 22 januari 1671.
– Joos Dierickx van Denderleeuw betaalde een rente van 3 ponden groot van 1656 tot 1661.
– Marten Linthout en Jan Van Vaerenberghe namen de rente over van 1662 tot 1666.
– Hendrick De Schrijver en nadien zijn weduwe Jenneken betaalden de rente 10 g 10 st van Hendrick Snel, zoon van Joos uit Liedekerke van 1660 tot 1665.
– Niclaes Evenepoel van Liedekerke betaalde een rente van 2 ponden groot voor 1656 tot 1670.
– De weduwe van Jan De Bolster van Liedekerke betaalde een rente van 6 g tot 1664.
– Gerardus Van Nieuwenhove[17], getrouwd met Anna De Bolster, dochter van Jan, betaalde 6 g voor 1659, 1660 en 1663 .
– Franciscus Van Vaerenberghe betaalde de rente van 6 g voor 1662.
– Adriaen Van Vaerenberghe, zoon van Geerard en man van Jaecquemijne De Reuse, betaalde voor zijn schoonouders Jaecques De reuse en Catlijn De Schrijver, die een rente hadden van 15 g voor 1657 tot 1668.
– Niclaes De Reuse[18] had een rente van 31 g en 5 st in 1656.
– Adriaen Van Nieuwenhove[19] en zijn vrouw Anna Eeckhout, dochter van Peeter leende een bedrag met een rente van 13 g 5 st die ze betaalden van 166 tot 1669.
– Geert Van Nieuwenhove, zoon van Joos had een rente van 15 g in 1671.
– Peeter De Clerck van Erenbodegem had een rente van 11 g van 1657 1663. Vanaf 1664 betaalde Franciscus De Clerck die rente tot 1668.
– Niclaes De Reuse had een rente van 6 g in1656. Hij betaalde de lening af in 1660.
– Op 22 juni 1661 loste in Sint-Kwintens-Lennik schepen Cornelis Van Langenhove een lening af van 250 g.
– Adriaen Van Nyghem betaalde een rente van 7 g van 1663 tot 1665.
– De rente van Gillis Van Blijenberghe uit Sint-Katharina-Lombeek bedroeg 6 g 5 st liep van 1661 tot 1665 en in 1666 betaalde zijn weduwe.
– Jan Van De Maele had een rente van 3 g ½ st en betaalde van 1660 tot 1664.
– Jan De Witte en Cathlijn Eeckhout, zijn vrouw hadden een rente van 6 g volgens de schepenbrief van 20 oktober die liep van 1665 en in 1669 werd afbetaald.
– Joos en Peeter Van Varenberghe, zonen van Adriaen hadden een rente van 6 g vaaf 1667.
– Jan Van Varenberghe, zoon van koster Peeter kreeg een lening van de Kerk en de armen van 15 g 9 st waarvoor hij jaarlijks 19 ½ st moest betalen van 1660 tot 1665..
– Machiel Arijs, zoon van Gillis, betaalde een rente van 30 g vanaf 1666.
Summa van de ontvangsten: 2589 g 4 st 2 o.
Uitgaven.
– Op 19 april 1660 6 g betaald aan Peeter Van Nijghen, zoon van Peeter en zijn vrouw Gillijn Van Den Broeck in tegenwoordigheid van schepen Cornelis Van Langenhove, Niclaes De Reuse en Adriaen Van Nieuwenhove. Later werd het bedrag aan Adriaen Van Nijghen en zijn vrouw Jenne De Peutter betaald.
– Op 10 november 1660 6 5 st betaald aan Gillis Van Blijenberghe in aanwezigheid van de schepenen Michiel Eeckhout en Cornelis Van Langenhove.
– Op 15 februari 1661 ontvingen oud-baljuw Michiel Eeckhout en de schepen Cornelis Van Langenhove van de vierschaar van Erenbodegem, om te voldoen aan rente van 4 ponden groot voor de Kerk van Teralfene
– Aan Smiedts voor het schilderen van God aan ’t kruis, de H. moeder Maria en Sint-Jan, het buitenwerk rondom het hoogaltaar: 30 – 0 – 0.
– Op 27 juli 1661 te Brussel op de vaart aan Bartholomeus Van Turnhout voor 30 geschelpte delen waarmee het koor van Sint-Jan is gelambriseerd: 17 – 5 – 0.
– Op 6 juli 1662 aan dezelfde Bartholomeus Van Turnhout voor 16 geschelpte delen om een helft van het koor van Onze-Lieve-Vrouwkerk te lambriseren: 8 – 16 – 0.
– Op 24 december 1661 aan Jan Coeck, timmerman, voor het lambriseren van Sint-Janskoor en gekruisigde God met Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan tegen de muur van de kerk te plaatsen: 20 – 0 – 0.
– Aan meester Jan Van Den Kroegh, schilder van Antwerpen, op 13 december 1661: voor twee schilderen en door hem geleverd aan de kerk van Teralfene, te weten Christus zittende op de blauwe steen en Onze-Lieve-Vrouw ……….. die in het hoogkoor hangen: 40 – 0 – 0.
– Op 16 december 1661 aan schrijnwerker van Affligem voor de twee lijsten voor de twee schilderijen: 3 – 5 – 0.
– Op 3e maart 1662 aan meester Jan Cortvriendt 350 g voor het altaar Onze-Lieve-Vrouw: 132 – 9 – 0.
-Aan Jan Coeck, timmerman, voor het zagen van bert en rebben voor de kerk op 13 maart, 28 mei en 2 november 1662: 7 – 7 – 3.
– Aan de heer Carel Van De Kerckhove, pastoor van Liedekercke, op 17 december 1661 voor het grote schilderij in het hoogkoor van de kerk: de boodschap van H. Engel Gabriel aan de moeder Gods: 30 – 0 – 0.
– Aan de schrijnwerker van Affligem voor de lijst van deze schilderij: 3 – 0 – 0.
– Aan Jan Van Varenberghe, koster, op 14 october 1662 voor een eijcken bole voor de kerk om daarvan rebben te zagen: 5 – 0 – 0.
– Betaald aan Jan Van Varenberghe, zoon van kerkmeester Geert, om aan de armen uit te delen en de de schulden van de kerk te betalen volgens zijn rekening van 19 december 1662: 89 – 4 – 3.
– Op 12 januari 1663 aan Cornelis Van Nieuwenhove, timmerman, voor het lambriseren van het koor; 19 – 10 – 0.
– Op 20 februari 1663 betaald aan Jan Van Nieuwenhove voor 125 voeten abelen planken: 5 – 12 – 2.
– Voortot het lambriseren van het koor van Sint-Jan aan nagels, planken en rijgels en het wat hij te kort kwam om de deur te maken van de ingang van het Sint-Janskoor om naar boven te gaan: 5 – 17 – 3.
– Op 20 december 1662 betaald aan Jan Van Varenberghe, koster, voor een eiken bole om daarvan 2 schoren te zagen voor het stutten van de balk op de klokzolder in de toren: 2 – 6 – 0.
– Op 20 februari 1663 aan meester Jan Van Den Kroegh, schilder van Antwerpen, voor het altaarstuk van Sint-Jan in de olie te zetten: 84 – 0 – 0.
– Op 27 april 1663 aan Lauwreijs Bolli, steenhouwer te Brussel, voor een schelp van Barbansonsteen voor een wijwatervat voor de kerk: 10 – 0 – 0.
– Op 27 juni 1663 aan Jan Couck, timmerman, om alle balken aan drie zijden te schaven en het hout aan kant die van beneden te zien is en voor het venstergat op de zuidzijde op den zolder twee vensterdeurtjes te maken. Ook voor de plank beneden de zoldering, om een brandgat met een deur in de beuckzolder te maken, om op de hoogste klokzolder de watervensters met de rijghelen te stellen en te nagelen, om 2 schoren te zetten onder de balk in de eerste torenzolder en de balk recht te zetten zodat het anker van buiten de toren recht staat, om de klene klok op te schorssen en te hernagelen, om aan de trap en de deur een vierkante kassijn te maken om van de laagste torenzolder op den beukzolder te gaan: 22 – 0 – 0.
– Aan dezelfde voor anderhalve dag werk in de kerk: de trap af te doen, de winde te maken en voor de nagels: 2 – 0 – 0.
– Op 30 juli 1663 aan Matthieus Van Hecke voor 60 delen planken voor de kerk waarmee de beukzolder gelegd: 35 – 13 – 2.
– Voor 9 balken voor de beukzolder van de kerk: 12 – 12 – 0.
– Op 27 oktober 1663 aan Philips Brack, metselaar voor 4 dagen in de kerk te metselen, te weten: het deurgat te kappen om op de zolder te komen, het oud deurgat toe te metselen, de kerk te witten en alles te repareren met zijn knaap: 6 – 0 – 0.
– Op 30 oktober 1663 aan Adriaen Gillis te Aalst voor 1 100 zolderijzers voor de beukzolder: 3 – 6 – 0.
– Op de 25 maart 1664 aan J. De Coninck, griffier van de bank van de heerlijkheid van Kruikenburg voor een schepenbrief van 6 g 5 st per jaar ten voordele van de kerk en de armen van Teralfene en tot last van Gillis Van Blijenbergh en zijn vrouw Martijne Rollet: 2 – 17 – 0. En aan Merten De Kuijper, preter van Sint- Katherina-Lombeek: 0 – 3 – 0.
– Op 16 augustus 1664 aan Matthieus Van Hecke voor 15 grote delen ? 13 – 14 – 0, het transport met het schip: 0 – 9 – 0.
– Op 19 september 1664 aan Matthieus Van Hecke voor 13 planken voor de kerk: 11 – 4 – 0, voor het transport per schip: 10 st 2 o, voor 12 balken 12 voeten lang voor de laagste zolder van de toren: 14 – 8 – 0.
– Op 23snovember 1664 aan meester Jan Cortvriendt de eerste betaling voor het Sint-Jansaltaar door hem gemaat en geleverd voor 330 g te betalen in drie schijven, hier: 100 – 0 – 0.
– Op 20 oktober 1664 aan Jan De Witte en zijn v rouw Cathlijn Eeckhout de jaarlijckse rente tvoor de kerk en de armen van Teralfen: 96 – 0 – 0.
– Op 28 oktober 1664 aa Jan Couck, timmerman, voorr het leggen van de eersten zolder van de toren: 8 – 0 – 0. Voor de nagels: 1 – 10 – 0.
I- Op 28 oktober 1665 aan meester Jan Cortvriendt de tweede betaling van Sint-Jansaltaar: 100– 0 – 0.
– Op de laatste dag van december 1665 aan meester Jaecques Gaudiciabroies te Aelst voor Machiel Arijs een rente van 30 g ten laste van Michiel Arijs: 80 – 0 – 0.
– voor het verloop van negen maanden en 16 dagen, te weten: van 15 maart 1664 tot 31 december 1665: 23 – 17 – 0. De rente van 30 g verschijnt jaarlijcks op 15 maart en het eerste jaar van betaling is 15 maart 1666 met conditie dat hij deze rente mag lossen in twee schijven, elke keer de helft van de som, te weten 240 g.
– Op 27 maart 1667 aan meester Arnoud De Cock, schrijnwerker van Hekelgem voor een zitbank voor het koor van Sint-Jan, daarin begrepen de mondkosten: 18 – 8 – 0.
– Op 25 mei 1667 aan juffr. Marie Coty, vrouw van meester Jan Cortvriendt op afkorting van de derde betaling van het Sint-Jansaltaar: 51 – 0 – 0.
– Op 18 februari 1669 aan Michiel Arijs voor 124 ponden ijzerwerk, ankers en andersints, voor de pastorie: 15 – 10 – 0.
– Op 7 juni 1669 aan Niclaes Evenepoel voorr 186 voeten planken bij hem geleverd voor de bouw van de pastorie: 6 – 14 – 1.
– Op den 21oktober 1668 betaald aan Francijn Eeckhout, vrouw van Geert Eeckhout[20] voor een populier voor de bouw van de pastorie: 7 – 0 – 0.
– Op 20 mei 1669 aan Jacobus De Ladron voor 3 populieren en 1 abeel voor de bouw van de pastorie: 21 – 15 – 0.
– Op 28 juli 1669 voor een kar en een half kalk voor de bouw van de pastorie te Brussel aan Margriet Buscops: 5 – 5 – 0. Voor de vracht van Brussel naar Teralfene: 1 – 16 – 0.
– Op 9 juni 1669 aan de baljuw Arnoud Cortvriendt voor 7 populieren aan 5 g het stuk en nog 3 populieren aan 3 g het stuk en 50 latte boomen aan 3 g 15 st voor de bouw van de pastorie: 47 – 15 – 0.
– Op 14 juni 1669 te Brussel aan de weduwe van Batholomeus Van Turnhout wonende op de vaart voor 13 delen berders aan 15 st het stuk: 9 – 15 – 0.
– Op 22 maart 1670 aan de griffier Waesbergh voor de rentebrief tot last van Machiel Arijs en de cassatie van de oude rentebrief ten profijte van meester Jaecques Gaudiciabroies: 1 – 10 – 0 en om voor de kerk en de H. Geest van Teralfene een nieuwe brief te schrijven.
– Op 17 oktober 1670 aan meester Jan Cortvriendt op afkorting van het Sint-Jansaltaar: 12 – 0 – 0.
– Op 28 oktober 1670 aan Joos en Peeter Van Varenberghe, broers en zonen van Adriaen waarvoor zij aan de kerk en de H. Geest moeten betalen jaarlijks 6 g, het eerste jaar op 28 oktober 1671: 96 – 0 – 0.
– Op 6 januari 1671 aan pater Vicarius van Muilem voor 5 000 kareelstenen voor de bouw van de pastorie: 31 – 5 – 0.
– Op 28 december 1669 aan Geerard Van Nieuwenhove, zoon van Joos, waarvoor hij aan de kerk en de H. Geest moet betalen een rente van 15 g bepand op zijn hofstede, groot 1 d en 22 r, met het huis, schuur en ast: 240 – 0 – 0.
– Op 20 januari 1671 aan Peeter Schellinck voor de aankoop van 10 bomen, zowel abelen als populieren voor de bouw van de pastorie: 19 – 10 – 0.
– Op 8 april 1670 aan de baljuw van Liedekerke voor de aankoop van een 4 eiken uit Liedekerkebos voor de bouw van de pastorie: 19 – 16 – 0.
– Op 8 oktober 1670 aan Arnoud Cortvriendt voor een eiken bole voor rebben voor de pastorie: 24 – 0 – 0.
– Op 7 november 1670 aan meester Jan Lippens, schilder van Aalst over het ……. van de schilderij van Onze-Lieve-Vrouwaltaar door hem van de Fransen gekocht en voor het repareren en vernissen van de schilderij: 10 – 16 – 0.
– Op 28 november 1670 aan Peeter Eeckhout, zoon van Michiel voor een populieren bole om planken te zagen voor de pastorie: 8 – 10 – 0.
– Op 6 december 1670 te Brussel gehaald 3 karren kalk aan 3 g 10 st per kar met 1 wagen met vier paarden: 12 – 0 – 0.
– is de pastoor ………. over XII jaar: 36 – 0 – 0.
Summa van de uitgaven: 2537 – 17 – 2.
Den ontvangst: 2589 – 4 – 2.
Dus meer ontvangen dan uitgegeven: 51 – 7 – 0.
1660. Een lening aan Gillis Van Bleijenberghe[21].
Op 14 december 1660 verschenen Gillis Van Bleijenberghe en Martijne Pollet voor baljuw Martinus De Coninck en de schepenen van de bank en heerlijkheid van Kruikenburg, Wambeek, Lombeek en Ternat voor de opstelling van de akte van een lening. Pastoor De Vleeschoudere leende hen 100 rijnsgulden met een erfelijke rente van 6 g 5 st te betalen aan de armenmeester van Teralfene. Als pand gaven ze een hofstede en 1 d land gelegen aan De Esschene Winckele en palend aan Andries Timmermans, de erfgenamen Erasmus kieckens en de heer ontvanger.
1702. Testament van Geerart Van der Elst[22].
Pastoor Ludovicus De Clerck stelde op 4 maart 1702 het testament op van de zieke Geerart Van der Elst. Geerart bepaalde dat:
1. Zijn begrafenis moest plaats hebben in Teralfene en dat kort na zijn overlijden 100 missen moeste worden gecelebreerd voor zijn zielenheil.
2. Tijdens de uitvaart er te Erembodegem, Muilem en Essene een kaars moest branden met uitdeling van brood aan de armen van Teralfene voor een bedrag van 15 g..
3. Voor een eeuwigdurend jaargetijde voor hem en zijn broers schonk hij aan de kerk van Teralfene 1 d meers gelegen in de Bollemeersch te Liedekerke. Voor elk jaargetijde zou de pastoor 1 g ontvangen en de koster 10 st.
4. Zijn zus Joanna gaf hij voor haar hulp ½ d bos gelegen in het Elsbos.
Gaspar Van vaerenbergh en Peeter Eeckhout waren de getuigen.
1715. De rekening van pastoor De Cleck[23].
Op 21 mei 1715 legde pastoor Ludovicus De Clerck de Rekeninghe, bewijs ende reliqua voor aan de baluw, de meier en de schepenen ende dat van de penningen die den voornoemde heere pastoor genoten ende ontfangen heeft van diversche kerck ende armmeesters ende den uijtgeef bij den selven daer jegens gedaen
Ontvangsten.
– Van G. Arijs, ontvanger van de kerk en de armen: 574 – 18 – 0.
– Van Peeter Vareman, ontvanger: 37 – 12 – 0.
– Van Adriaen Van Droogenbroeck, ontvanger: 75 – 0 – 0.
– Van Michiel De Busschop, ontvanger: 42 – 0 – 0.
– Van mijnheer Blondel, heer van deze parochie,uit pure jonste voor het maken van een nieuw altaar: 96 – 0 – 0.
– Gehaald uit het offerblok van de H. Drievuldigheid: 30 – 0 – 0.
– Van Adriaen Van Droogenbroeck als kerkmeester: 28 – 6 – 0.
– Van Michiel De Busschop: 49 – 0 – 0.
– Van Peeter Vaereman: 21 – 0 – 0.
– Van Geeraert Eeckhout: 63 – 0 – 0.
– Van de heer proost, gewezen landdeken van Aalst: 28 – 0 – 0.
– Ontvangen van de dochters van deze parochie voor het versieren van het beeld van Onze- Lieve-Vrouw: 17 – 3 – 0.
– Voor den aflegh van Jan Van Nieuwenhove, zoon van Geeraert: 56 – 0 – 0.
– Van Judocus Van Den Abbeele: 9 – 2 – 0.
– Van Michiel De Busschop: 75 – 11 – 0.
– Van Haerenaut Eeckhout: 21 – 4 – 0.
– Van Jan Van Nieuwenhove en Adriaen De Busschop van het verkocht goed van juffr. Meulemans, begijntje: 8 – 0 – 0.
– Van Geeraert Eeckhout: 26 – 2 – 2.
– Van Peeter Vaereman: 17 – 0 – 3.
Uitgaven.
– Een voorschot op het schrijven van een obligatie ten profijte van deze kerk en armen tot last van Peeter De Brand en Jan Van Nieuwenhove, zoon van Geert: 4 – 1 – 0.
– Een obligatie voor Joos Suijs ten profijt van deze kerk en de armen: 60 – 0 – 0.
– Betaald aan een nieuw altaar en twee schilderijen voor het hoogkoor: 670 – 0 – 0.
– Aan nagels, kalk en andere kleine bagatellen: 8 – 18 – 0.
– Voor mondkost van de werklieden van het altaar: 30 – 0 – 0.
– Betaald voor het draaien van de klokzelen: 8 – 15 – 0.
– Betaald aan de glazenmaker om de vensters van de kerk te repareren: 9 – 10 – 0.
– Diverse aalmoezen: 7 – 4 – 0.
– Betaald aan de timmerman en de smid voor het maken van het doksaal en het repareren van de vint?: 21 – 9 – 0.
– Betaald aan de heer Gabriel Verbruggen, ontvanger van de cijnzen van mijnheer Gottignies voor de jaren 1705, 1706, 1707, 1708, 1709 en 1710: 8 – 0 – 1.
– Betaald voor een nieuwe lamp en wierookvat: 14 – 2 – 0.
– Voor een obligatie aan Gillis Cristaens op 26 mei 1713: 56 – 0 – 0.
– Een obligatie tot last van Elisabeth De Veust op 7 februari 1713: 28 – 0 – 0.
– Een obligatie tot last van Adriaen Slachmeulen op 5 maart 1713: 18 – 0 – 0.
– Betaald aan juffr. Schutters voor een kleed van Onze-Lieve-Vrouw: 43 – 0 – 0.
– Aan de heer Franciscus Van Raffelghem van Aalst voorde levering van twee zilveren kronen: 17 – 3 – 0.
– Betaald voor drie gringels: 3 – 0 – 0.
– Betaald aan Peeter De Rooster voor het maken van twee kasten: 98 – 10 – 0.
– Een obligatie op 21 maart 1714 aan Jan Van Nieuwenhove, zoon van Geeraert: 28 – 0 – 0.
– Voor acht dagen kost aan twee werklieden die aan de kasten hebben gewerkt: 8 – 16 – 0.
– Een lening afgelost aan Joos Van Nieuwenhove, zoon van Geeraert: 112 – 0 – 0.
– Voor het maken van de schepenbrief: 2 – 17 – 0.
– In 1714 een obligatie ten profijte van de kerk voor Michiel Meert: 224 – 0 – 0.
– Aankoop van drie alben en amicten en het communiekleed: 53 – 3 – 0.
– Om twee kisten naar Brussel te zenden: 2 – 16 – 0.
– Voor een manuaal om de zieken te administreren: 0 – 18 – 0.
– Voor een nieuw doek met kant; 3 – 6 – 0.
– Gerestitueerd aan Cornelis Arijs dieaan de kerk te veel had betaald: 0 – 15 – 0.
– Voor het marbeliseren van de voet dienend voor het opstellen van het venerabel: 1 – 1 – 0.
– Voor de heer pastoor voor zijn devoren gedaen in vacaties te Mechelen, Brussel als elders voor de kerk van 6 jaren tot nu: 6 – 0 – 0.
– Aan de baljuw en schepenen voor het passeren van deze rekening: 1 – 10 – 0.
– Aan de griffier voor de kopie: 3 – 0 – 0.
– Aan dezelfde voor het passeren en calculeren van deze rekening: 0 – 15 – 0.
Summa van de uitgaven 1554 – 9 – 1.
De ontvangst bedroeg 1475 – 0 – 0.
Dus meer betaald: 79 – 9 – 1.
Aldus wettelijk gepasseerd in de absentie van de heer baljuw met zijn consent ter presentie van Jan Baptist Touriani en Michiel De Busschop schepenen.
1719. Een bos voor Michiel Vertonghen[24].
Op 15 oktober 1719 gaven de pastoor en de baljuw een bos van 75 r in cijns aan Michiel Vertonghen gelegen in de parochie van Erembodegem, palend aan “Den Raesenbosch”, de heer Jan Rogier Caijman[25] voor een termijn van 29 jaar. Het bos behoorde toe aan de pastorie van Teralfene. De cijns bedroeg vier gulden tien stuivers boven de last van een kapoen en twee …. ten profijte van de spijker van Aalst en ook alle andere lasten die vanwege zijne Majesteit daarop zou gevraagd worden. De aanvaarder zal het bos in gebruik kunnen nemen vanaf november 1718. De eerste betaling is voor november 1719. Dat alles op conditie dat de aanvaarder enkele edifitiën op de cijnsgrond mag oprichten. Hij dient de cijns jaarlijks te betalen aan de pastoor. Volgens de authorisatie verleend door de aartsbisschop van Mechelen op 14e 8ber 1719 dient de aanvaarder suffisante borg te geven. Jacobus De Coninck heeft zich met zijn goederen als borg opgegeven, alsook zijn erfgenamen..
De akte werd opgesteld op ? januari 1720 overstaan van Gillis Arijs preter loco meier en de schepenen Adriaen De Schrijver, Peeter Van Den Driessche en Jans Verleijsen.
1703. Testament van Hendrick De Bolle[26].
OP 24 januari 1703 stelde Jaecques Ignatius Willems, openbaar notaris geadmitteerd bij hooge ende moghende heeren van den Raede in Vlaenderen te Aelst residerende het testament op van Hendrick De Bolle[27], zoon van Joos. Zijn uiterste wil is:
1.Begraven te worden in de kerk van Sint-Jan van Teralfene met een zerk op zijn graf van drie voeten in het vierkant.
2. Kort na zijn overlijden zullen tot lafenis van zijn ziel 100 requiemmissen gecelebreerd worden van zes stuivers. Daarvan moeten dertig missen gecelebreerd worden door de paters Karmelieten van Muilem en vierentwintig missen door de paters Kapucienen van Aalst en de resterende missen door de heer pastoor van Teralfene.
3. Tot lafenis van zijn ziel zal jaarlijks en voor eeuwig een jaargetijde gecelebreerd worden.
4. Voor de zielen van zijn ouders, Joos De Bolle en Anna Van Geite, voor Hendrick De Bolle en Marie Van Geite, zijn oom en moijken en de zeven zonen van Joos De Bolle en Anna Van Geite zal eveneens een jaargetijde gecelebreerd worden op de dag van zijn overlijden. Een tweede jaargetijde zal opgedragen worden onder het octaaf van Allerheiligen.
5. Jaarlijks zal op zijn jaargetijde gecelebreerd in Teralfene en dat voor eeuwig aan de armen Teralfene voor twintig stuivers aan brood uitgedeeld worden. Voor die twee jaargetijden zullen de pastoor en de koster samen een gulden zestien stuivers ontvangen en de kerk voor wijn en kaarsen samen veertien stuivers.
6. Voorts wil hij dat voor het beeld van den H. Jozef, dat hij zal laten maken voor de kerk jaarlijks een witte wassen kaars van drie gulden zal branden op alle zondagen en heiligdagen gedurende de mis en dat de kaars in de processie van het H. Sacrament zal gedragen worden door naaste vrienden. De kerkmeester zal hen die kaars overhandigen.
7. Alle vermelde taken moeten volbracht worden door zijn erfgenamen die ook verplicht zijn de twee jaargetijden met het brood, kaarslicht, wijn en de rechten van pastoor en koster en de kaars voor het beeld van de H. Jozef, samen zes gulden tien stuivers per jaar, te bezetten op suffisante panden en gronden tot voldoening van de heren proviseurs van de kerk. Dat moet gebeuren kort na zijn overlijden en vooraleer zijn erfenis wordt verdeeld.
Het testament werd op
gesteld te Aalst in aanwezigheid Ludovicus De Clerck en François Van Den Hauwe op 24 januari 1703.
Aan het testament werd tot tevredenheid van de pastoor en de proviseurs van de der kerk voldaan met de betaling van XXII ponden groot en drie gulden voor de kaars van Sint-Jozef en van vier gulden door Adriaen De Bolle aan de kerk op 6 februari 1716.
Nasleep.
Op 20 april 1730 richtten Adriaen De Bolle en Jan Van de Velde, erfgenamen van Hendrick De Bolle, een schrijven aan de burgemeester en de schepenen van de prochie ende vierschaere van Erembodeghem ende Teralphene met betrekking tot de testament van Hendrick. Op 6 februari 1706 betaalden zij de 22 ponden groot en 13 stuivers voor het jaargetijde van Hendrick zoals bepaald was in zijn testament. Zij wezen erop dat het jaargetijde niet meer werd gecelebreerd evenmin als de uitbdeling van brood aan de armen niettegenstaande hun vriendelijke vermaningen aan pastoor De Clercq en de kerk- en armenmeester Cornelis Arijs. De pastoor en de kerkmeester stelden dat de 22 ponden groot en 13 stuivers onvoldoende waren om de kosten te dekken. Om een proces te vermijden stelden ze voor om uit eigen borse drie ponden groot in de comme van de armenmeester te deponeren op conditie dat daarmee de verplichting om eeuwig het jaargetijde te celebreren met de brooduitdeling zou vervallen. Op 13 februari 1731 ondertekenden Adriaen De Bolle en Jan Van de Velde de overeenkomst.
1734. Het manuaal van pastoor Du Four[28].
Adrianus Philippus Du Four, zoon van Petrus en Catharina Berrevoets, werd gedoopt op vrijdag 6 maart 1693 in Ninove. Hij overleed op woensdag 16 april 1749 in Teralfene, 56 jaar oud.

Het manuaal is ingebonden in een perkamenten boekband.
In 1734 stelde pastoor Du Four zijn handtboeck van inkomsten verbonden aan zijn ambt op. Het ging om alle de pastorale goederen, cijnzen, rechten en molumenten met vermelding van de goederen gelegen in Teralfene, Hekelgem, Liedekerke, Erembodegem en Iddergem die hij op kerstavond 1734 opnieuw verpachtte onder de volgende voorwaarden:
1. De pachters zijn verplicht bovenop de pachtsom ook alle lasten en contributies van de overheid aan de ontvangers van de vermelde parochies te betalen.
2. Als de pacht zes weken na de vervaldag niet is betaald, dan kan de verhuurder de goederen aan een ander verhuren zonder tussenkomst van de twee steden van het Land van Aalst, Aalst en Geraardsbergen of enige andere instantie.
3. De pachters verbinden zich ertoe dat, in het geval zij de hoger vermelde dorpslasten niet betalen, de verhuurder de achterstallige gelden kan verhalen op hun persoon en op hun huidige en toekomstige goederen en dat van hun erfgenamen. Alle kosten daarvan zijn door hen te betalen.
4. De pachters moeten het pachtcontract ondertekenen of hun merkteken zetten in aanwezigheid van twee getuigen.
De pastorale goederen gelegen in Teralfene.
1. Een half bunder land op De Heuvels palend aan palend aan Joos Van Nieuwenhove en Francis De Pauw, met de andere zijde aan Judocus Van Den Abbeele en Guillam Cortvrint. Gepacht door Jan Beeckman voor een termijn van zes jaar voor de som van 14 gulden per jaar plus alle lasten die de majesteit kan opleggen volgens de condities hiervoor vermeld. Bovendien moet hij 14 dagen voor de kermis van Teralfene twee koppel kiekens leveren.
Jan Beeckman sloot dan op kerstavond 1740 een nieuw contact voor 6 jaar af voor 16 g en twee koppel kippen.
2. Een half dagwand meers gelegen achter Den Daal, palend west het goed van Affligem, oost de kerk van Teralfene en de losweg, noord Cornelis Arijs. De pastoor verkocht in 1737 het hooi met de tommaert aan Martinus Tastenoy voor 7 g met een koppel kiekens, in 1738 aan Pieter ? van Hekelgem voor 6 g en de toemaat aan Pieter Steenhout 2 g 2 st, in 1739 aan Bastiaen Van Mol met de toemaat voor 8 g. In 1739 verpacht aan Pieter Van Den Berghe voor 6 jaar voor 7 g en een koppel kippen. Op het einde van de termijn was Pieter de pastoor nog 16 stuivers schuldig en hij noteerde in zijn manuaal: niet meer aen den selven te verhuren als sijnde eenen quaden betaelder. Dient voor memorie.
3. Een meers op Den Dender, groot elf roeden, palend met een zijde aan Arnhout Eeckhout en met de andere zijde aan Charel Van Ginderdeuren. Verpacht aan Pieter Van Den Bergh samen met Het Pesterveld” op Hekelgem.
4. Een hoplochting van 213 r, palend aan Judocus Van Den Abbeele, west de straat, oost de voetweg en zuid Francis Van Vaerenbergh, gebruikt bij de heer pastoor.
5. Een hofstede palend west de straat, noord de weduwe van Joos Van Vaerenbergh, oost de voetweg en zuid Judocus Van Den Abbeele, groot 142 r, verhuurd van jaar tot jaar aan Jacobus Van Den Berghe met alle lasten en contributies voor 12 g en een varkenshesp vanaf de Kerstmis van 1735. Voor de helft verhuurd aan dezelfde tot Kerstmis 1740 voor 6 g en twee koppel kiekens ieder jaar voor kermis. Nu verpacht aan Judocus Koeck en Jan Christiaens voor een termijn van 6 jaar vanaf 1742 voor 15 g en een koppel kiekens te geven 14 dagen voor de kermis.
6. Een land op Den Bremt, groot 60 r, palend noord en west het goed van de abdij, zuid de straat, west Pieter Van Janbeeck, weduwnaar, verhuurd aan Pieter De Coninck voor 6 g en twee koppel kippen vanaf kerstmis 1734 voor 6 jaar.
7. Een land op Den Bocht, 15 r verhuurd aan Joos Vaereman voor een termijn van 6 jaar voor 21 st en een koppel kiekens, vanaf kerstavond 1734, andermaal verhuurd aan Vaereman voor 6 jaar voor 24 st. Zijn zoon betaalde voor 1744 tot 1748.
8. Het bos Den Papenhoek gelegen achter Den Daal, groot 57 r, palend west en noord het goed van Affligem, oost Jan Eeckhout en Michael De Buscop, zuid dezelfde Buscop. De pastoor verhuurt jaarlijks het gras voor 3 g met last van de riolen te ruimen door pachter Hendrick Meuleman op zijn kosten, ingaande Kerstmis 1740.
9. Hendrik Meuleman huurt 1/3 van het gras van Den Bauweel voor de som van 2 g met last van op zijn kosten te rajoullen, ingaande Kerstmis 1742. Hij moet jaarlijks leveren een koppel kiekens 14 dagen voor de kermis. Hij heeft al een stuk varkensvlees van 3 pond à 3 st het pond geleverd.
10. Nog 1/3 van het bos op Den Bauweel, groot 41 2/3 r. Blijft in het bezit van de pastoor en als de bomen worden verkocht is 1/3 voor de pastoor. De Kerk heeft de helft getrokken van de verkoop van een es staande in de kant van de weide verhuurd aan Jan Beeckman. Ik moet dus de helft hebben van de bomen aan het hopveld van Beeckman. Den onderwas van het gras is verhuurd aan Hendrik Meuleman met last van ruimen voor 2 g zonder korting op de pachtsom, ingaande op kerstavond 1742 en alle jaren een koppel kiekens. In 1742 betaalde hij 2 g voor 3 jaar in plaats van de kiekens en de andere jaren bleef hij schuldig.
11. Van het bos Den Daal is het gras verhuurd aan Hendrik Meuleman voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1740 voor de som van 3 g met last van op zijn kosten te roiioulen en alle 3 jaar een koppel kiekens te geven14 dagen voor de kermis. Verkocht aan dezelfde 300 dekstro aan 3 g 5 st1 o het honderd, komt op 9 – 15 – 1.
Ik heb voor Hendrik 2 missen gelezen en in 1743 3 vaten graan gehaald aan 12 st, komt op 1 – 16 – 0. In 1744 haalde de knecht 6 vaten graan aan 12 st, komt op 3 – 12 – 0 en in 1746 nog 5 vaten aan 16 st.
De goederen te Liedekerke.
1.Op De Bordelle een meers groot 1 d 20 r, palend west en oost het goed van Affligem, noord Cornelis Eeckhout, zuid ……….. De pastoor verkocht in 1735 het hooi aan Pieter Droeshout voor 18 g en de toemaat voor 7 g, in 1737 het hooi en de toemaat aan Pieter Van Vaerenbergh en consoorten voor 25 g, in 1738 het hooi voor 18 g aan Jaspar Van Vaerenbergh en de toemaat voor 4 g 10 st aan Jan Boudart. Nadien gebruikte hij zelf het hooi en verkocht alleen de toemaat tot 1745.
2. Een meers van 1 d en 50 r, palend west de eerw. paters Carmelieten van Muilen, noord de Dender, oost het goed van de abdij, zuid ……….. De pastoor verkocht het hooi en hield de toemaat zelf. In 1737 het hooigras verkocht voor 18 g, de toemaat voort 7 g. In 1738 het gras verkocht aan Jaspar Van Vaerenbergh voor 18 g, de toemaat aan Jan Boudart voor 4 – 10 – 0; in 1739 het hooigras verkocht aan Jacobus Van Den Berghe voor 17 g, de toemaat aan dezelfde voor 6 g; in 1740 alleen de toemaat verkocht aan Jacobus Van Den Berghe voor 16 – 14 – 0. In 1741 en 1745 alles zelf gebruikt.
3. Een meers van 1 ½ d, palend west de eerw. paters Carmelieten van Muilem, noord de Dender en oost het goed van de abdij van Affligem, zuid ……….. In 1737 het gras verkocht aan de koster en Jan Van Vaerenbergh voor de som van 18 – 10 – 0, de toemaat aan Joos Vaereman voor 6 – 10 – 0. In 1738 het hooigras verkocht voor 22- 0 – 0, de toemaat aan Adriaen De Reuse voor 8 g; in 1739 het hooigras verkocht voor 23 – 10 – 0, de toemaat 9 – 0 – 0, in 1740 het gras verkocht aan Jan Goossens voor 35 – 0 – 0, de toemaat aan David Verbeecken voor 14 – 0 – 0 en vier schellingen aan knecht en meiden; in 1740 zelf gebruikt.
De goederen te Hekelgem.
1. Een d 7 r land gelegen op Het Pestervelt, palend oost en noord het goed van de abdij van Affligem in pacht bij Gillis Van Den Broeck nu Pieter Van Den Berghe, zuid en west het koutergat en het land van de kerk van Teralfene, verhuurd voor een termijn van 6 jaar voor de 7 g ingaande op kerstavond 1734 en jaarlijks te brengen twee koppel kiekens 14 dagen voor de kermis bovenop de pachtsom. De kiekens geleverd tot het jaar 1738. In 1742 verhuurd aan Judocus Coeck en Jan Christiaens filius Jan voor 12 g met een koppel kiekens.
2. Drie d 50 r land op De Ballei volgens een oud curenboeck, palend west Pieter Eeckhout, de twee ander zijden aan het goed van de abdij komend aan Den Drapdriesch. Verhuurd in drie delen vanaf kerstavond 1734 voor 6 jaar voor 8 g het dagwand waarvan 1 d in gebruik bij koster Jaspar Van Vaerenbergh voor 12 vaten graan volgens het pastoraal boek met last van jaarlijks voor de kermis een koppel kiekens te brengen. Het ander dagwand is verpacht aan de weduwe van Gillis Van Overstraeten voor 8 g voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1734 met ook jaarlijks te leveren een koppel kiekens 14 dagen voor de kermis van Teralfene . Vanaf 1740 verhuurd aan Adriaen Arijs, haar schoonzoon voor 6 jaar voor 10 g met dezelfde condities. Het derde blok verhuurd aan Adriaen Van Vaerenbergh met dezelfde condities en vanaf 1740 en 1746 opnieuw verhuurd aan Adriaan voor 10 g.
De goederen te Erenbodegem.
1.Een land gelegen op Het Hageveld, groot 75 r, palend oost Jan Baptista Van De Maele en erfgenamen van Jan Dedemaecker, west het koutergat, noord Joos Van De Maele filius Jans, verhuurd vanaf kerstavond 1735 aan Joos Beeckman voor 5 g met dezelfde verplichting van jaarlijks een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene. Na de termijn van 6 jaar werd de pacht verlengd met 6 jaar voor dezelfde prijs.
2. Een dagwand 20 roeden land het Ronsevaalveld, verhuurd met dezelfde condities aan Cornelis Arijs voor 6 g en een koppel kapoenen. Vanaf 1737 twee koppel kiekens in plaats van kapoenen.
3. Een voormalig bos van 75 r nu land komend tegen de Kleistraat of Groenstraat en aan de ander zijde De Rozenbos, de andere zijde tegen het goed van Caijman van Aalst, belast in het cijnsboek of spijker van Aalst toebehorend de weduwe De Camps, nu heer De Smet baljuw van het markizaat van Lede met een kapoen en twee deniers per jaar, verhuurd aan Michael Vertonghen en nu overgelaten met consent van de heer pastoor van Teralfene aan Rogier Hutsbaut voor 4 g 10 st 1 kapoen en 2 deniers in de spijker van Aalst en het leveren van een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene.
4. Een dagwand bos op het Letterveldt in het Achter Heijenbroeck, palend oost Francis De Pauw, zuid het goed van de abdij. De pastoor behoudt het bos en kapt het alle acht jaen in twee parcelen. Dient voor gouverne.
Landpacht te Idergem
96 r land, palend oost Jan Lievens, zuid Francis Heeman, west Den Aelsterschen wegh” en noord Francis Heeman. Verhuurd aan Adriaen De Deijnne wonende in Iddergem voor de som van 1 g 8 st en vier vaten koren waarvan hij tweejaarlijks 2 vaten moet geven aan de kerk van Idergem en 2 vaten de kerk van Teralfene en een koppel kiekens te leveren 14 dagen voor de kermis van Teralfene. Op kerstavond verhuurd aan Pieter Sterck voor 6 jaar voor de som van 6 g 10 st en een koppel kiekens te geven 14 dagen voor onze kermis.
1735. Testament van Michael De Biscop[29].
Op 18 juni 1735 liet Michael De Biscop, sieck te bedde liggende nochtans sijn verstand en sinnen wel gebruijckende, zijn testament opstellen doorpastoor Dufour. Hij wenste dat zijn uitvaart gebeurde met een plechtige mis met drie priesters om daarna begraven te worden in gewijde aarde. De dag daarna wil hij een mis in aanwezigheid van al zijn vrienden en buren. Op herdenking van zijn sterfdag zal voor eeuwig een jaargetijde opgedragen worden waarvoor de pastoor 1 g zal krijgen, de koster 10 st. en de kerk 10 st. voor de kaarsen en de wijn. De koster zal op de vooravond en de volgende morgen de klokken luiden. Daarvoor krijgt hij 2 st. Als vergoeding schenkt hij een partij land, zijn huis en erf aan de kerk, palend aan de weduwe van Jan Van Nuwenhove, de weduwe van Guillam Van Vaerenbergh, Jan Van Vaerenbergh, zoon van Matthijs en de pastorie.
Als getuigen traden op Judocus De Biscop, broer van Michael en Jan Van Vaerenbergh.
1742. Testament van Catharina Van Nuwenhove[30].
Nicolaes Rousseau stelde op 2 januari 1742 te Brussel het testament op van Catharina Van Nuwenhove, begijnt in het Groot Begijnhof te Brussel. Als executrice stelde zij begijn Anna Maria Stock aan, met volledige autoriteit zodat ze aan iemand van de erfgenamen verantwoording schuldig is. Voor haar opdracht zal ze vijfentwintig gulden ontvangen. Catharina wenste begraven te worden in de begijnhofkerk. Tot lafenis van haar ziel zullen honderd missen worden opgedragen en de begijnen zullen een elk brood en een stuiver ontvangen. Haar bezittingen liet ze na aan Maria Arijs, dochter van Cornelis en Elisabeth Van der Borght en als zij de erfenis niet kan ontvangen aan de kinderen van Anna Arijs, vrouw van N. De Biscop.
Het testament werd opgesteld in het huis van Catharina in aanwezigheid van de kapelaan van het begijnhof Fredinandus Josephus Steurs en Anthonius Ignatius Josephus De Fraije, advocaat.
1742. Verpachting van kerkgoederen[31].
Op 13 november 1742 hielden pastoor Dufour en kerk- en armenmeester Geeraert Eeckhout[32] een openbare verpachting van de kerkgoederen met volgende condities:
1.De goederen worden verpacht voor een termijn van zes jaar, ingaand op kerstavond 1742.
2. De eerste betaling valt op kerstavond 1743.
3. De grootte van elk perceel is dezelfde als die van de voorgangers.
4. De huurders moeten alle settingen, contributies, de 20ste penning en het wijngeld betalen.
5. Aan de afgaande pachters betalen de nieuwe huurders de prijs van het labeur, de mest en het zaadgoed. Op het einde van de termijn zullen zij dat van de nieuwe huurders ontvangen.
6. In het geval van discussie of onenigheid zullen de burgemeester en de schepenen van de vierschaar als rechters optreden.
7. Als een pachter zich niet naar het oordeel schikt, wordt het gepachte goed hem ontnomen en aan een ander verpacht.
8. Wie meer dan drie jaar pacht aan de kerk of de armen schuldig is, is als pachter uitgesloten.
9. Wie twee met de betaling achter is, verliest het gepachte goed. Het wordt dan een anderen verhuurd.
10. Elke pachter moet twee personen als borg opgeven. In het geval van wanbetaling zullen zij voor de betaling aangesproken worden.
De nieuwe pachters:
– De helft van 1 b meers, gelegen aan De Heuvels en palend aan het goed van de pastorie, Jan Van Vaerenbergh, Thomas Vaereman, laatste pachter Jan Baptista Beeckman: 12 – 0 – 0, plus 16 st wijngeld[33] en ongeld[34]. Borgstellers: Adriaen Meuleman en Jaspar Van Vaerenbergh.
– 1 d 18 r land op De Balleije tegen de Drapdriesch, palend oost het curengoed van Teralfene en het kloostergoed van Affligem, zuid …….. west Peeter Vaereman en anderen en noord Franciscus Van Nieuwenhove, verpacht aan Cornelis Cammu[35], zoon van Michiel, voor 10 – 0 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borgen Peeter Sonck, zoon van Peeter, en Jan Baptista Beeckman.
– 60 r land gelegen op De Balleije”, palend oost Joos Van Vaerenbergh, het goed van Affligem, verpacht aan Adriaen Janssens[36], zoon van Peeter, voor 6 – 10 – 0, plus 6 st wijngeld en ongeld, borgen Peeter De Coninck, zoon van Geeraert, en Franciscus Van Nijghen.
– 62 r land op Het Pestervelt, palend aan het curengoed van Teralfene, de voetweg en ’t kloostergoed van Affligem, verpacht aan Gillis Christiaens[37], zoon van Peeter, voor 7 – 0 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borgen Adriaen Meuleman en Jaspar Van Vaerenberghe.
– 50 r land op Den ?? palend oost de erfgenamen van sieur Hendrick De Smedt, noord de erfgenamen van Peeter Eeckhout en de straat, verpacht aan Gillis Asselman[38], zoon van Cornelis, voor 2 – 15 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borg Franciscus Van Nijghen.
– 1 d land gelegen binnen in Denderleeuw in Den Aelsack, palend oost Joos Van Der Poorten of Jan De Bruijn, west de erfgenamen van Christaen Steppe, verpacht aan Ludovicus Otterbeke voor 5 – 5 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borg Cornelis Schoon[39] zoon van Jan.
– 61 r 10 voeten land liggend in de parochie van Teralfene op De Grootte Cromhaeghe onder De Heuvels, palend aan een zijde Peeter Cortvrindt, de andere zijde de erfgenamen van Geeraert Cortvriendt, verpacht aan Jaspar Van Vaerenbergh, koster voor 6 – 0 – 0, plus 10 st wijngeld en ongeld, borg Adriaen Meuleman en Jan Baptista Beeckman.
– 1 d en 19 voeten land binnen de parochie op De Clijn Cromhaeghe, palend aan Brabant, oost Michiel Meert, noordwest de volgende partij, verpacht aan Judocus Couck, zoon van Gillis, voor 8 – 10 – 0, 14 st wijngeld en ongeld, borg Franciscus Van Nijghen.
– 48 r land op hetzelfde veld, palend zuidoost de voorschreven partij, Den Bauwel” , verpacht aan Jan Van Mieghem, zoon van Jan, voor 6 – 0 – 0, plus 14 st wijngeld en ongeld, borgen Peeter De Coninck, zoon van Geeraert, en Guilliam Arijs, zoon van Cornelis.
– Twee delen van drie van een half bunder meers, nu het bos Den Bauwel, palend aan Brabant zijn bij de voorgaande verhuring niet verpacht geweest maar worden door de kerk en de armen gebruikt. Het resterende derde competeert de pastorie.
– 18 r meers achter Den Daal, palend aan Carel Van Ginderdeuren, zuid Peeter Vaereman, west Geeraert Eeckhout en noord de pastorie, verpacht aan Jan De Gheijnt voor 1 – 10 – 0, plus 3 st wijngeld en ongeld, borg Jan Vaerman.
– 1 d en 20 r roeden land op Den Steenberg, palend aan ’t goed van de erfgenamen Franciscus De Busschop, noordoost Peeter Eeckhout, beneden tegen De Klapstraat, verpacht aan Peeter De Coninck, zoon van Geeraert, voor 10 – 0 – 0, plus 1 g wijngeld enongeld, borgen Guilliam Arijs, zoon van Cornelis, en Adriaen Janssens.
– ½ d meers gelegen op Den Avinnenbergh, palend aan de kloostermeers van Affligem en tegen de Dender, verpacht aan Peeter Van Vaerenbergh, zoon van Cornelis, voor 4 – 0 – 0, plus 8 st wijngeld en ongeld, borg Adriaen Van Den Abbeele.
– 1 d meers gelegen in Liedekerke genoemd de Bollemeers, vorige pachter Geeraert Van Der Elst, nieuwe pachter Joos De Busschop, zoon van Carel, voor 5 – 0 –0, plus 6 st voor wijngeld en ongeld, borg Adriaen Meuleman, zoon van Gillis.
– een bos gelegen in Erembodegem op het Bosveld, groot 70 r en wordt niet verpacht, het is in cijns gegeven.
Alles wettelijk omgeroepen en verpacht door de heer Franciscus De Pauw, baljuw, ten overstaan van Adriaen Van Den Abbeele en Franciscus Van Nijghen, schepenen van Teralfene op dertien november zeventienhonderd tweeënveertig. Was ondertekend F. J. Verbrugghen.
1762. Verkoop van schaarhout[40].
Op 28 oktober 1762 verkochten baljuw Franciscus De Noose en Adriaen Van Den Abbeele en Frans De Doncker schaarhout uit het bos Den Bauweel. 2/3 was eigendom van de kerk en de armen van Teralfene, het resterende 1/3 van de pastoor.
De verkoopsvoorwaarden
1. De kopers betalen de koopsom in handen van de pastoor van Teralfene.
2. Bovendien betalen zij de 20ste penning en 18 st wijngeld voor elke koop.
3. De kopers aanvaarden hun aankoop zoals die geschalmd[41] staan zonder dat de juiste maat 4. De kopers moeten hun gekochte hout kappen met bijl en houwmes voor half maart en het hout voor half mei 1763 wegvoeren op straf van het dubbel van de schade die de verkopers lijden te betalen. Experts zullen de schade bepalen.
5. In het geval van onenigheid met de koper zullen de wethouders van Teralfene een beslissing nemen zonder daarvoor getuigen te moeten ondervragen.
6. De kopers moeten zorgen voor een goede personele borg.
7. Voor het niet onderhouden van alle condities kunnen de respectieve kopers en hun borgen veroordeeld worden, elk in solidium[42].
De verkoop
– De 1ste koop schaarhout: de heer pastoor van Teralfene voor 35 – 0 – 0.
– De tweede koop voor Geerard Haelbrecht voor 35 – 0 – 0. Borg Pieter Kerckhove. Op 27 november 1763 betaalde Judocus Van Varenberghe elf gulden dertien stuivers een oord voor zijn derde part in deze tweede koop met Geerard Albrecht en Peeter Kerckhove. Op 12 januari 1764 heeft Peeter Kerckhove zijn derde part betaald. Op den 25 november 1765 betaalde Geeraert Albrecht zijn resterende derde part, namelijk 11 g 13 st 2 o.
– De derde koop voor Judocus Meert van Erembodegem voor 24 – 0 – 0. Borg Michiel Meert van Erembodegem. Betaald op 16 oktober 1763.
– De vierde was voor Jan Baptist Temmerman voor 27 – 0 – 0. Borg Adriaen Van Den Abbeele. Betaald op 30 oktober 1763.
– De vijfde koop voor Judocus De Schrijver, zoon van Judocus, van Erembodegem voor 35 – 0 – 0. Borg Judocus De Schrijver, zoon van Judocus de jonge van Erembodegem.
– De zesde koop voor Jan Lanckman voor 32 – 0 – 0. Solv; 18 november 1764.
Ales wettelijk verkocht na oproeping door de heer Petrus Franciscus De Noose, baljuw, ten overstaan van Adriaen Van Den Abbeele, Frans De Doncker op 28 8ber 1762.
Ontvangst van deze verkoop: honderdachtentachtig gulden. Vermits hiervan 2/3 de kerk en armen toebehoort en het resterende derde deel aan de pastorje moet de pastoor als ontvanger van de verkoop aan de kerk en de armen honderdvijfentwintig gulden zes stuivers twee oorden.
Ontvangen van de omgehaalde hopbellen in 1764: 50 – 11 – 2.
Totaal: 175 – 18 – 0.
Betaling aan de kerk en de armen:
– Op 15 juni 1764 aan Judocus Van Slaghmeulen 50 g.
– Op 21 augustus 1764: 38 g 9 st 1 o.
Samen 88 g 9 st 1 o en met dat bedrag schrijnhout gekocht te Aedt (Ath) komend van Baumon en Chimay.
– Betaald op 22 augustus 1764 voor 26 jaar achterstal van een half bunder eusel aan de Balleije à 10 deniers per jaar aermede voldaen tot ende met jare 1763 – 0 – 10 – 3/4.
– Op 15 november 1764 betaald aan Judocus Van Den Slaghmolen, meester schrijnwerker van Aalst, de som van vijfentachtig gulden vier stuivers voor 1000 eiken planken die ik als schrijnhout heb gekocht te Ath waarbij vier gulden tien stuivers voor des schipvracht en veertien stuivers losgeld: 85 – 4 – 0.
– Op 9 januari 1765 betaald aan Lucas Beeckman tien schellingen (= 3 g 10 st) voor het halen en bezorgen en planten voor het Bauweelbos.
– Op 25 november 1765 betaald aan Geeraert Albrecht twee gulden zeven en half stuivers voor het uitkappen van verdroogde planten en planten van het plantsoen in 1764.
– Op 15 februari 1766 ontvangen voor de kerk van de hopbellen opgehaald in september 1765: 178 – 17 – 0.
1764. Testament van Ludovicus Van Nieuwenhove
Op 29 maart 1764 stelde pastoor J. Van Overstraeten het testament op van de zieke Ludovicus Van Nieuwenhove.
1. De testateur wil begraven worden op het kerkhof van Teralfene na eenen eerelijcken en treffelijcken lijckdienst geassisteerd door twee paters van Muilem.
2. Hij wil dat er na zijn doods tweehonderd gelezen missen worden opgedragen zoals dat ook is gebeurd voor zijn broer Cornelius en voor zijn zuster Catharina.
3. Aan Ludovicus Van Nieuwenhove[43] zijn kozijn en peter zal men honderd gulden vooraf geven voor zijn goede getrouwe dienst waarvan hij al menige jaren heeft genoten.
4.Aan zijn nicht Maria Anna Van Nieuwenhove[44] die nu al enige jaren bij hem woont en zijn huishouden en affaires trouw heeft beheerd zal men ook honderd gulden vooraf geven zonder de huur omwille van haar devoiren en getrouwe naerstigheijt.
Het testament werd opgesteld in aanwezigheid van de getuigen die mee ondertekenden.

Op 6 september 1764 liet Ludovicus Van Nieuwenhove nog optekenen dat er voor de armen van Teralfene na zijn dood twee zakken koren van elk zes vaten of 8 veertels aan de arme huishoudens zullen uitgedeeld worden naar het goeddunken van de heer pastor tussen zijn dood en de vier of vijf maanden wanneer de nood onder de arme huishoudens het grootst is. Gedaan en gepasseerd voor twee getuigen. De testateur was niet meer in staat te ondertekenen..
J. Van Overstraeten pastor in Teralfene.
1- jaargetijde met het zingen: 3 – 3 – 0.
2- jaargetijde ieder met de libera ofte miserere et profundis, aan de pastoor voor ieder jaargetijde 1 gulden, aan de koster telkens 10 stuivers, samen 3 – 0 – 0.
3- vaten graan met een gemiddelde prijs van 15 stuivers een oord, maakt jaarlijks 2 guldens 5 stuijvers en 12 stuijvers en om het in 12 broden te bakken die gulden per jaar, dus als profijt voor kerk en de armen tot 3 guldens per jaar van de rente die daarvoor gelaten wert. Memorie.
1772 – 1803. Manuaal[45].

Manuale ofte handtboecke van de curegoederen, chijnsen ofte renten competerende de pastorege van de prochie van Ter Alphene. Ontvangstboek van 1772 tot 1803 ??
Ontvangsten.
– Op 27 juni 1758 in de comme[46] gelegd: 227 – 6 – 2 met het kapitaal van een obligatie tot last van Jan ??: 72 – 0 – 0. Samen 299 – 6 – 2.
– Christiaens heeft voldaan voor 1792, 1793 voor de kruismis.
– Joannes Van Nieuwenhove, Adriaen Van Den Bossche en Petronella Jacobs hebben voor de kruismis van 1795, 1796 en 1797 betaald, Angela Van Varenbergh voor 1795, Adriaen Van Den Bossche voor 1796 en 1797, ? Jacob tot het jaar 1802: 8 st en Franciscus Van Nieuwenhove heeft voldaan tot het jaar 1802 inclusief 7 st voor de pastoor voor alle jaren.
-Op 17 december 1758 heeft Guillam Van Den Bossche 93 g betaald als opleg van de koopsom van het huis en de hofstede door hem van de kerk en armen gekocht voor 343 g. Van deze som was een rente op het huis en de hofstede bezet van 250 g. Hij heeft hiermee aan de koopsom voldaan.
– Op 14 december 1758 heb ik samen met de schepenen Adriaen Van Den Abbeele en Francis De Doncker het geld in de comme gelegd, zodat het totaal nu is: 248 – 17 – 0.
Blad 3.
Testament van Lieven Motteman[47] en zijn vrouw Maria Bogaerts.
Op 26 februari 1648 noteerde pastoor Peeter De Vleeschoudere[48] in aanwezigheid van schepen Joos Van Vaerenbergh en Joos Step, beiden ingezetenen van Teralfene, het testament van Lieven Motteman. Hij wil dat er na zijn dood voor euwig een gezongen jaargetijde in de kerk van Teralfene zal gecelebreerd worden voor hem en ook voor zijn vrouw Maria Bogaerts na haar dood. Daartoe schenkt hij een erfelijke rente van 3 g bepand op de hofstede waar hij nu woont, groot omtrent 90 r gelegen Ten Daele, oost de genoemde Joos Step, west de straat, noord Jan Eeckhout.
De pastoor zal voor een gezongen mis 10 st ontvangen en de koster vijf 5 st, de kerk voor licht, wijn en misbrood 10 st, de armen 35 st voor brood. De kerkmeester zal alle jaren aan eigenaars van zijn hofstede de rente vragen en bij gebrek van betaling het geld verhalen op de goederen.
Het testament werd opgesteld in zijn huis op 26 februari 1648. Hij ondertekende en ook de pastoor en de genoemde getuigen.
Concordat cum originali quod attestor Peeter De Vle(e)schoudere pastoor in Ter Alphene. Bij mij Joos Van Vaerenbergh. Bij mij Joos Steppe. 1648.
De kruismissen tijdens de vasten moeten alle vrijdagen in de kerk gezongen worden en betaald worden door: Jan Baptist Christiaens vooor 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796 en 1797: 1 – 10 – 0; Franciscus Van Nieuwenhove heeft voldaan in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796 en 1797 en 1803: 0 – 7 – 0; Adriaen Van Den Bossche in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796, 1797, 1798 en 1799: 1 – 0 – 0. Petronilla Jacob in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796 tot 1802, 1803 en 1804: 0 – 8 – 0; Angelina Van Varenbergh, nu Joannes Van Den Bossche, in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795 tot 1803: 0 – 15 – 0.
Petrus De Bisschop is nog twee jaargetijden schuldig aan de pastoor.
Voor Geraert Van Der Elst werd een mis gefundeerd in de maand maart op een meers van 110 roeden: 3 – 2 – 1. Betaald in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795, 1796.
Lucas Beeckman moet alle jaren voor een jaargetijde op zijn hofstede 10 st geven. Betaald in 1791, 1792, 1793, 1794, 1795.
Voor Lucas Beeckman op 10 november 1805: 2 – 0 – 0 en nog eens 2 – 2 – 0.
Blad 6.
Deze kruismissen zijn herbegonnen in het jaer 1802 als de diensten weer toegelaten waren. De batlingen: Adriaen Van Den Bossche in 1802: 1 – 0 – 0; Petronilla Jacobs in 1803: 0 – 8 – 0; Franciscus Van Nieuwenhove in 1803: 0 – 7 – 0; Joannes Van Den Bossche 0 – 15 – 0 tot het jaar 1803; J. B. Christiaens tot 1803: 1 – 10 – 0, de weduwe Adriaen Van Den Bossche moet hiervan boven de gulden aan de pastoor 10 st geven en aan de koster en de kerk 5 st, in totaal 35 st; Joannes Van Den Bossche loco Angelina Van Varenbergh 15 st voor de pastoor en voor de koster en de kerk 10 ½ st; Petronilla Jacob 8 st aan de pastoor 4 o aan de koster en de kerk; deze Petronilla heeft voldaen tot 1802 incluis; Joannes Baptista Christiaens geeft voor de kruismissen 52 ½ st alle jaeren, 30 st voor pastoor, voor de kerk 7 ½; Franciscus Van Nieuwenhovebetaalt alle jaren 10 ½ st waarvan 7 st voor de pastoor.
Al deze mensen hebben het restant voldaan tot 1802.
Blad 7.
Kruismissen in de vasten ten laste van de volgenden waarvoor een perceel land op De Balleij is belast: 4 g zijn alleen het deel van de pastoor; Jan Baptist Christiaens: 1 – 10 – 0; Franciscus Van Nieuwenhove: 0 – 7 – 0; Adriaen Van Den Bossche, filius Guillielmi, : 1 – 0 – 0; Petronilla Jacobs: 0 – 8 – 0; Angela Van Varenbergh, nu Joannes Van Den Bossche: 0 – 15 – 0.
Summa: 4 – 0 – 0.
Vaten granen die jaarlijks aan de kerk en de armen van Teralfene moeten voldaen worden door: de abdij Affligem: 4; Ludovicus Van Nieuwenhove: 1; de heer pastoor der parochie van Teralfene: 4; Jan Van Den broeck: ½; Joannes Van Nieuwenhove: 2; de heer pastoor van Teralfene nog twee vaten: 2; de erfgenamen van de heer Van Cothem tot Aelst: 3; de erfgenaemen van Joseph Schoon: 2, die werden verkocht aan Hyronimus Van De Perre; Jan Van Mol: ½; Adriaen De Bisschop: ½.
Blad 8.
De vaten graan zijn voldaan door: de abdij Affligem tot het jaar 1793; Ludovicus Van Nieuwenhove tot 1796; de heer pastoor der parochie tot 1796; Jan Van Den broeck tot 1796; Joannes Van Nieuwenhove tot 1796; de erfgenamen van de heer Van Cothem tot 1792; Hyronimus Van De Perre tot 1795 en een vat in 1796; Joseph Schoon tot 1795, en een half vat in 1796; Jan Baptist Vaerman een half vat in 1790, 91, 92, deze drie door verkoping van het land van Joseph Schoon dat belast was met twee vaten; Joannes Van Nieuwenhove, vervanger van Adriaen Van Den Abbeele door kaveling een half vat in 1795 en 1796; Jan Van Mol een half vat voldaan tot 1795 en 1796; Adrianus De Bisschop een half vat in 1795.
De kruismissen van alle vrijdagen van de vasten die bezet zijn op een land op De Ballije worden betaald door: het deel van de pastoor is 4 – 0 – 0 en van de koster 2 – 0 – 0; Jan Baptist Christiaens 1 g 10 st; koster 15 st; kerk 7 st 2 o = 2 – 12 – 2. Voldaan 2 – 5 – 0 – 1804.
De weduwe Adriaen Van Den Bossche, nu Joannes Van Vaerenbergh, voor de pastoor 1 g, voor de koster 10 st, voor deen kerk 5 st = 1 – 15 – 0. Voldaan voor 1803 en 1804.
Joannes Van Den Bossche, loco[49] Angelina Van Vaerenbergh, voor de pastoor 15 st, voor de koster 7 st 2 o, voor de kerk 3 st, dus 1 – 5 – 2. Voldaan in1804.
Franciscus Van Nieuwenhove voor de pastoor 7 st en voor de koster 0 – 3 – 2, in het totaal 0 – 10 – 2. 1804.
Blad 10.
Michael De Bisschop, opvolger van Petronella Jacobs, voor de pastoor 8 st, voor de koster 4 st, voor de kerk 1 st 2 o. Voldaan in1804.
Voor memorie: Rollier[50] pastoor actum 1804.
Vernieuwing van de jaargetijden in de kerk van Teralfene op 6 oktober 1803, opgesteld door Rollier pastoor in Teralfene.
De weduwe Petrus De Bisschop is debet aan de pastoor voor twee jaargetijden voor Gerardus Van Der Elst en één voor zijn vrienden in de maand maart, bij testament voor eeuwig gefundeerd op een meers, groot 110 roeden, aan de pastoor 2 g 2 st 2 o, aan de koster 1 – 1 – 1, de kerk niets. Voldaan tot de maand maart 1803 tot 1806. De weduwe Petrus De Bisschop moet nu alle jaren 2 – 0 – 0 geven. Voldaan tot in maart van 1802 tot 1812. Joanna Van Nuffel, nu getrouwd met Ferdinand Meganck van Aalst als consort van de weduwe Petrus De Bisschop alle jaren 1 – 4 – 0 geven. Voldaan van maart 1807 tot 1812.
De erfgenamen van Judocus Van Overstraeten moeten voor een jaargetijde jaarlijks 5 – 10 – 0 geven en een zak brood aan de armen van onze parochie. De pastoor krijgt hiervoor omtrent Allerheiligen 2 – 0 – 0, de koster 1 – 0 – 0. In maart nog een mis voor dezelfden waarvoor 1 – 0 – 0 voor de pastoor, voor de koster 0 – 10 – 0, voor de kerk 1 – 0 – 0. Dus in het totaal aan de pastoor 3 – 0 – 0, aan de koster 1 – 10 – 0 en aan de kerk 1 – 0 – 0. Voldaan van 1803 tot 1812.
Blad 13. De kruismissen.
Vanaf 1806 moet de pastoor met de koster van de ergenamen Judocus Van Overstraeten 6 g hebben, de rest is voor de kerk. Voldaan van 1806 tot 1808.
Blad 14.
Het jaargetijde van Judocus De Reuse en zijn zuster, begonnen op 18 mei 1787 voor 33 jaar: aan de pastoor 1 – 0 – 0, de koster 10 st en de kerk 10 st. Voldaan in 1807. Vanaf 1808 tot 1819 moet de mis op 30 mei opgedragen worden. Voldaan van 1809 tot 1812. Einde van dit jaargetijde 1819.
Blad 15.
Voor het lof in het octaaf van de hoogwaardige heer Joannes Henricus, bisschop van Mechelen, en na het lof de profundis krijgt de pastoor 2 – 0 – 0, de koster 1 – 0 – 0. Voldaan van 1806 tot 1808 tot last van Joannes Baptista Christiaens van 1807 tot 1810.
Blad 16.
Voor 2 jaargetijden, een voor Michael Cobbaert, het ander voor Anna Van De Maele komt aan de pastoor toe: 1 – 4 – 0, aan de koster 0 – 12 – 0 en dat ten laste van de erfgenamen Gillis Jansens namelijk Joannes De Bisschop en de weduwe Joannes Baptist De Bisschop. De jaargetijden zijn bezet op een d land, palend aan de straat, noord de weduwe Adriaen De Schrijver. Voldaen in 1806 en 1807 tot 1811. J. B. De Bisschop betaalde in 1812 0 – 18 – 0 en de weduwe J. B. De Bisschop 0 – 19 – 3. Voldaan tot 1824.
Blad 17 – nihil.
Blad 18.
Voor het jaargetijde van Joannes De Bolle en Maria Pauwels komt aan de pastoor 0 – 10 – 0 toe, aan de koster 0 – 5 – 0 en dat ten laste van Joannes Baptist Beeckman, bezet op een huis en grond, groot 801 r, palend oost Francis Dierickx, west de straat, zuid Adrianus Asselman en noord De Cromhaege, de kerk en de armen krijgen 3 st. Betaald van 1796 tot 1801.
Blad 19 – nihil.
Blad 20.
Voor het jaargetijde voor Adrianus Franciscus De Schrijver, begonnen in het jaar 1794 voor 25 jaar heeft de pastoor 1 – 0 – 0, de koster 0 – 10 – 0 en de kerk 0 – 2 – 0. Jaarlijks voldaen tot het jaar 1809.
Hetzelfde moet voor 25 jaar gedaen worden voor Anna Cobbaert, de weduwe Adrianus De Schrijver, vanaf haar sterfdag op 22 februari 1810. Voldaan van 1811 tot 1813.
Blad 21.
Voor het jaargetijde en het luiden ’s avonds van de klok van Michael De Bisschop: voor de pastoor 1 g, voor de koster 14 st en voor de kerk 10 st, bezet op zijn hofstede ten laste van Benedictus Temmerman. Voldaan 1807 en 1808.
Blad 22.
Voor het jaargetijde van Barbara Van Vaerenbergh en Jan Baptist Pauwels van Hekelgem, voor de pastoor 1 g, voor de koster 10 st, bezet op een meers genoemd Het Dender Meerschelken ter somme van 1 – 10 – 0 . Gedaan in 1806 en 1807.
Blad 23 – nihil.
Blad 24.
Een rente ten laste van keizer Franciscus[51], het kapitaal bedraagt 600 g in Brabants courant tegen vier g 10 st per cent in Brabants geld, dus 27 g jaarlijks. Valt altijd op 9 februari. Voldaan tot 9 februari van 1805 tot 1807 in Brabants geld 47 – 19 – 3. Voldaen op 9 februari 1808 de som van 11 – 6 – 0.
Blad 26.
Uitgaven van de pastoor gedaan sedert 27 juni 1758 tot 11 oktober ber 1758.
Eerst 151 – 6 – 3.
Betaald voor het beeld van Onze-Lieve- Vrouw: 63 – 0 – 0.
Rest: 214 – 6 – 3.
Blad 27 – nihil.
Blad 28.
Manuaal van de curegoederen, cijnzen, renten van pastorie van de paochie van Teralfene.
N° 1.
1.Een stuk land van 1 d gelegen in Iddergem jaarlijks belast met twee vaten graan aan de kerk van Idderghem en twee vaten graan aan kerk en armen van Teralfene. Is het laatst verhuurd geweest aan Peeter Sterckx op 4 januari 1773 voor zes achtereenvolgende jaren waarvan het eerste aanvangt op kerstavond 1772 op conditie dat de pachter jaarlijks de vaten koren aan de kerk van Iddergem geeft en 8 g betaalt aan de pastoor van Teralfene en alle lasten zoals dat in het pachtcontract is bepaald.
2. Op ? november 1774 betaalde Peeter Sterckx 8 g voor het jaar 1773. Vanaf 1775 heeft de vrouw van Peeter Sterckx, Anja Schoepe de 8 g betaald tot in maart 1778.
Op 26 april 1778 sloot Adrianus Ludovicus Steppe van Iddergem een contract van landpacht met mij Van Overstraeten[52], pastoor van Teralfene voor een partij curegoed van Teralfene gelegen onder Iddergem, groot 1 d voor een termijn van 6 jaar vanaf kerstavond 1777 met de volgende condities dat hij de vaten koren jaarlijk aan de kerk van Iddergem zal leveren en jaarlijk aan de pastoor van Teralfene 10 g betaalt Hij pachtte het land tot 1801.
Blad 30.
De pastoor noteerde in 1801 dat Steppe van Iddergem consideratie van alle pastoors verdient vermits hij zijn pacht aan de pastoor bleef betalen ook al was het perceel in 1797 als kerkgoed door de Fransen aangeslagen.
Blad 32 en 33 – nihil.
Blad 34.
Een land op het Haegeveldt in Erembodegem, groot omtrent 75 r, verpacht aan Michael (De) Raes, getrouwd met de weduwe van Joos Beeckman, de eerste pachter van het perceel voor 6 g 10 st en bovendien te leveren binnen de 14 dagen voor de kermis van Teralfene een koppel kippen en dat voor een termijn van 6 jaar vanaf kertavond 1772. Michael pachtte tot 1792 en betaalde vanaf 1784 7 g en van 1789 8 g.
Blad 35.
Peeter Frans De Beenhouwer nam in 1793 de pacht over voor hetzelfde bedrag.
Blad 36.
Peeter Frans De Beenhouder betaalde vanaf 1797 niet aan de Franse overheid, wel aan pastoor De Mol. Die noteerde: Dit sij memorie voor alle de naersaeten om hem gratieuselijck te handelen en nooit het selve goed te onttrecken.
Blad 37 – nihil.
Blad 38.
N° 3.
Een perceel van 120 r in Erembodegem, de vroegere pachter was Cornelis Arijs en nadien r Petronella N. zijn weduwe voor 7 g en een koppel. Betaald tot 1780.
Blad 39.
Op kerstavond 1781 werd Egidius Ledeghen de nieuwe pachter en hij werd opgevolgd door zijn schoonzus Maria Anna Arijs.
Blad 40.
Op 20 november heeft Egidius Ledeghen de 120 r gepacht voor 11 g zonder de kippen. Betaald tot 1797. Pastoor G. De Mol[53] voegde eraan toe: Men heeft mij geseijt dat den selven Ledeghen dese partije curegoed heeft gecocht van de Fransche Republicke als dese in het jaer 1798 sijn aengeslagen, verdient alvolgens geene gratie en van het selve berooft te worden. Sij dit voor memorie.
Blad 41 – nihil.
Blad 42.
N° 4.
Een land van 75 r gelegen aan de Groenstraat in Erembodegem gepacht door Guilielmus De Koninck voor een termijn van zes jaar waervan vanaf kerstavond 1772 voor 6 g, een koppel kippen te leveren omtrent 14 daghen voor de kermis van Teralfene en de cijns van een kapoen en 2 deniers aan het spijker van Aalst. Guillelmus bleef huren tot 1796.
Blad 43.
Nadien betaalde hij niets meer, ook niet aan de Franse overheid.
Blad 44 – nihil.
Blad 45.
N° 5.
Een partij bos, groot 106 r, gelegen op Het Letterveld” in Achter Steijenbroeck in Erembodegem. Het bos was meerdere jaren niet verpacht. De pastoor gebtuikte het houtgewas. De setting betaalde hij aan J. Terlinden, zus van de vrouw van den heer pensionaris Lenaert tot 1766. De opvolger van pastoor Overstraeten, G. De Mol kapte en verkocht het houtgewas..
Blad 46 – nihil.
Blad 47.
N° 6.
Een stuk land, groot 1 d gelegen op Het Pesterveld” boven Den Vogelsanck in Hekelgem tegenwoordig in pacht bij Guilielmus Van Cutsem woonachtig in Den Vogelsanck. De pachtsom bedroeg 8 g
Deze partij werd verhuurd door pastoor Judocus Van Overstraeten in 1785 aan Joanna Maria Van Nieuwenhove voor 6 jaar .
In 1792 op 22 december nam Franciscus Van Hove, getrouwd met Joanna Maria Van Nieuwenhove, de pacht over tot 1799.
Blad 50 – nihil.
Blad 51.
N° 7.
Het 1/3 part van 375 r land gelegen, op de Balleije in Hekelgem, moet aan het cijnsboek van Affligem 2 st en 2 deniers. Werd op kerstavond 1774 in pacht genomen Jan Baptist Verelst[54], koster van Teralfene, voor zes jaar op conditie van jaarlijks in specie te leveren twaalf vaten koren en alle lasten te dragen.
G. De Mol pastoor van Teralfene stelde de pachter vrij van de vaten koren. Nadien verhuurd door de Fransen.
Blad 52 – nihil.
Blad 53.
N° 8.
Een land van ruim 1 d gelegen op De Balleije inHekelgem, gepacht op kerstavond 1772 door Barbara Van Overstraeten, de weduwe van Adriaen Arijs[55] voor 6 jaar voor 10 g 10 st..
Vanaf 1781 betaalde Josephus Arijs[56], zoon van Barbara Van Overstraeten tot 1797.
Blad 54.
Verhuurd door de Fransen.
Blad 55 – nihil.
Blad 56 – nihil.
Blad 57 – 58.
N° 9.
Een perceel van 1 d gelegen op De Balleije in pacht genomen op kertavond 1772 door Jan Van Vaerenberghe, zoon van Adrianus, voor zes jaar voor 10 g 10 st en een koppel kippen.
Deze Jan Van Varenbergh betaalde niets meer nadat de Fransen het goed hadden aangeslagen. Pastoor De Mol moest heel wat beledigingen slikken van de zoon Josephus. Hij werd vervolgd en moest ten slotte de parochie verlaten. Zijn verraders waren erop uit om de bossen van Affligem en van het kapittel van Nijvel te kunnen kopen.
Zijn verraders waren: Judocus Willems, de aansteker van alles en de ergste, Cornelis Steenhout, Joannes Christiaens uit de ast, Josephus De Bisschop, de ondermaire, Josephus Van Varenbergh met zijn broer, Nicolaus Guldemont met zijn zoon in wiens herberg alles was beraamd en die de meeste bomen en het hout van de nationale goederen heeft vervoerd en veel ervan heeft gekocht, en veel mannen van Ten Daele die de bossen hebben gerooid.
In het jaar 1803 heeft Jan Van Varenbergh zijn deel betaald, maar de anderen niet.
Blad 60 – nihil.
Blad 61.
N° 10.
15 r land gelegen op De Mansbroeck in Teralfene in pacht genomen door Joseph Boudart[57] voor 1 g 15 st en voor een termijn van zes jaar vanaf kerstavond 1772.
Josephus Boudart betaalde nog voor 1798 en 1799 niettegenstaende dat de goederen waren aangeslagen.
Voldaen voor het jaer 1814 aan P. Van Broeckhoven[58] deservitor in Teralfene.
Blad 62 – nihil.
Blad 63.
N° 11.
Een land en curestede[59] eertijds hoplochting gelegen Ten Daele, groot 213 r. Pastoor Van Overstraeten bewerkte het land, maar pastoor De Mol ruilde het met de wezen van Joseph Schoon. Bij zijn aantreden als pastoor in 1788 behield hij 14 r die geïncorporeerd waren in de tuin van de pastorie. Wanneer hij de partij achter het kerkhof gelegen van de wezen vroeg, was het al een hoplochting en verkreeg hij het met grote moeite van de voogden die met de ruil de curestede wilden hebben. Ze vroegen 3 r in ruil voor 1 r en uiteindelijk 3 r voor 2 r en dat is met een contract, dat is de pastorie ligt, gepasseerd voor de vierschaar van Erenbodegem.
De hagen en bomen zijn geplant door de pastoor. Als zij die willen hebben, moeten ze alles samen met de prijs van het hof overnemen.
Bijgevolg bleef van de curestede na de ruiverkaveling 75 r groot.
Blad 64.
De curestede is aangeslagen geweest door de Franse Republiek maar zonder tuin. De plaats die op De Daal ligt en door de pastoor werd bewerkt, gaven de Fransen op 12 november 1803 terug aan pastoor Rollier.
7 r op de curestede verhuurd aan Gerardus Arijs waarvoor hij jaarlijks 14 st moet geven plus 3 st 2 o voor de grondlasten. Voldaan tot 1811.
9 r ¼ op de curestede verhuurd aan Joseph Bodaert voor 18 st 2 o. Voldaan van 1804 tot 1812.
Blad 65.
7 r land op de curestede verhuurd aan Josephus Christiaens voor 14 st met 3 st 2 o voor de grondlasten. Voldaan van 1804 tot 1812.
7 r land op de curestede verhuurd voor 17 st 2 o. Voldaan in 1804 en daarna verhuurd aan Josephus Raes tot 1811.
7 r land op de curestede verhuurd aan Cornelius Droeshout voor 17 st 2 o. Voldaan van 1804 tot 1809 en voor 1810 5 st 3 o.
Blad 66 – nihil.
Blad 67.
N° 12.
140 r land gelegen op Ten Daele achter en naast het huis van Jan Baptist Christiaens, tegenwoordig niet verhuurd maar gebruikt door de pastoor. In 1791 verpacht aan Petrus De Bisschop voor 16 g en een voer mest.
Voldaen het jaer 1792 tot 1797.
Blad 68 – nihil.
Blad 69.
N° 13.
Een land, de helft van een oud bunder, waarvan de andere helft competeert aa de kerk en armen van Teralfene. Dit land is ook niet verhuurd maar is voor 2/3 beplant met hop en het derde deel is beplant met schaarhout en is in gebruik bij de pastoor.
Het hopveld is verhuurd aan Jacobus Schoon[60] van Hekelgem voor de som van 21 g. Voldaan van 1788 tot 1797. Daarna gepacht door Josephus Boudaert, Carolus Schouppe en Adrianus De Bolle. Verhuurd door de Fransen en het gras van het bos aan Joannes Permentier voor 1 g. Voldaan van 1803 tot 1811.
Blad 70 – nihil.
Blad 71.
N° 14.
Een land gelegen op De Bremdt palend aan de Hekelgemse Straat in Teralfene, groot 51 r en wordt gebruik door pastoor De Mol. Vanaf 1789 verpacht aan Petrus De Bisschop voor 6 gr. Voldaan tot 1797.
Blad 72 – nihil.
Blad 73.
N° 15.
Een meers, nu schaarbos, van 51 r gelegen achter Den Daele komend tegen een meers van Affligem, wordt ook gebruikt en gekapt door pastoor.
Blad 74 – nihil.
Blad 75.
N° 16.
Een meers gelegen achter Den Daele, groot ½ d in Teralfene in gebruik bij de pastoor.
Hierbij omtrent 11 r meers, een smalle streep palend aan de Dender, gepacht door Joanna Eeckhout, dochter van Arnoldus. In 1791 heeft de pastoor dit perceel zelf gehouden en overgelaten aan Joseph Boudart voor 5 permissie schellingen. Voldaan tot 1797.
Blad 76 – nihil.
Blad 77.
N° 17.
140 r hooimeers gelegen op De Pardelle in Liedekerke tegen de Dender. Dooor het afkalven van de Dender is de oppervlakte veel verminderd. Wordt gebruikt door de pastoor. 33 roeden in 1808.
Blad 78 – nihil.
Blad 79.
N° 18.
118 r meers gelegen in Liedekerke op De Pardelle palend aan de Pardellegracht recht over de Koemeers van Den Vogelsanck, gebruikt door de pastoor.
Verkocht op 6 november 1803 en ontfangen van Francis Van Hove de som van 40 g.
Blad 80 – nihil.
Blad 81 – Cijnzen competerende de pastorie van Teralfene.
Een cijns van 16 st tot last van de abdij Affligem uitgaande op het Hof ter Eijden gelegen in Teralfene. Betaald door de heer Wouters, rentmeester van Affligem tot en met het jaar 1769.
Een cijns 4 st 2 o tot last van de abdij Affligem uitgaande op 60 r land gelegen aan het Hof ter Eijde. Betaald door de heer Wouters rentmeester van Affligem tot en met 1769.
N° 3.
Een cijnsrente van 18 st uitgaande op de hofstede Het Schildeken tot last van Jan Baptist Timmerman, betaald en voldaan tot 1785..
Blad 82.
N° 4.
Een cijnsrente van 1 g tot last van de erfgenamen van Arnaut Eeckhout uitgaande op een meers gelegen achter Den Daele, genoemd Den Dieren Coop. Betaald door Joanna Eeckhout, dochter van Arnoldi tot 1758 met 8 g, nadien betaalde Judocus Couck voor sijn moeije Joanna Eeckhout tot 1787.
Een cijns van 1 g 2 st uitgaande op ¾ land genoem De Duijfhuijse paelende. Deze cijns is volgens het manuaal van de heer Franco eigendom van de kerk en armen van Teralfene.
N° 6.
Een cijns van 10 st tot last van de weduwe Charles De Bisschop[61] uitgaande op een meers gelegen achter Den Daele. Betaald tot 1792.
Nu vervallen bij kavel op Nicolaus Guldemont[62].
Blad 84 – nihil.
Blad 85 – Blad verdwenen? Uitgaven?.
Egidius Droeshout, getrouwd met Petronilla Van Nieuwenhove, met zeven kinderen, ontving op 16 januari 1767 twee gulden, op 24 januari twee gulden 9 ½ stuivers, op 19 februari een gulden acht stuijvers en op 5 april twee guldens 6 1/2 stuijvers.
Besluit
Uit het manuaal blijkt dat de pastorie over 20 d 30 r grond beschikte waarvan de pastoor een deel zelf bewerkte.In 1797 onteigende de Franse overheid alle bezittingen zodat de pastoors geen inkomsten meer hadden. Tot aan het concordaat van Napoleon in 1803 mochten ze geen priesterlijke taken uitvoeren. Vanaf 1803 kregen ze, in ruil voor de gestolen goederen een jaarwedde van de overheid.
1777. Testament van Johannes De Gijndt en Anna Maria Vaerman[63].
Op 24 juni 1777 lieten Johannes De Gijndt[64] en zijn vrouw Anna Maria Vaerman door pastoor Van overstraeten hun testament opstellen. Hun drie kinderen waren toen al overleden.
1. Zij willen begraven worden op het kerkhof van Teralfene na eenen solemnelen kerckelijcken Godts dienst met drij priesters ende drij achtervolghende gesonghen missen ende dat korts naer hun overlijden tot laefenisse van hunne zielen. Zij willen ook dat de pastoor van Teralfene voor hen 300 gelezen missen zal opdragen na hun dood.
2. Tijdens hun uitvaart moeten er in het totaal voor 12 ponden witte kaarsen branden op het hoogaltaar, de zijaltaren en aan de kist.
3. De testateurs willen dat er kort na hun dood de kerk 100 g krijgt waarvoor de kerk 50 opeenvolgende jaeren een plechtig gezongen jaargetijde zal celebreren waarvoor de pastoor 20 st en de koster 10 st zal ontvangen.
4. Hun goederen zullen onder hun erfgenamen worden verdeeld volghens recht ende costume.
De getuigen waren Franciscus De Doncker en Franciscus Van Vrechem

1779. Testament van Adrianus Van Vaerenbergh[65]
Adrianus Van Varenbergh liet op 3 februari 1779 in aanwezigheid van Judocus Willems en griffier Franciscus Philips Lixon zijn testament opstellen.
1. Hij wil na zijn overlijden een eeuwigdurend jaargetijde. Daarvoor zullen zijn erfgenamen 100 g aan de pastoor geven. Voor elk jaargetijde krijgt de pastoor 1 g en de koster 10 st. Bovendien moeten in de kerk kort na zijn dood 200 requiemmissen met de profundis gecelebreerd worden en 50 missen door de paters minderbroeders-recolletten van Aalst en 50 missen door de eerw. paters Lieve-Vrouwe-Broeders van Muilem. Dat tot lafenis van zijn ziel en van zijn overleden ouders en vrienden voor ieder zal 10 st worden betaald.
2. Hij verzoekt begraven te worden op het kerkhof van Teralfene met de hoogste kerkelijke dienst.
1786. Testament van Jan Baptist Verelst en Matie Catharina Asselman[66].
Op 23 juni 1786 stelde pastoor J. Van Overstraeten het testament op van koster Jan Baptist Verelst en zijn vrouw Marie Catharina Asselman.
1.Zij willen begraven worden op het kerkhof van Teralfene na een kerkelijke dienst met drie gezongen missen.
2. Tijdens elke uitvaart willen ze dat er 18 pond wassen kaarsen aan de lijkbaar branden: 8 pond op de lijkbaar, 6 op het hoogaltaar, 4 1/2 op Onze-Lieve-Vrouwaltaar en 4 1/2 op het Sint-Jansaltaar.
3. Kort na de uitvaart willen zij een gezongen mis of een lof.
4. Na de uitvaart begeren zij dat er 30 dertigh dagen een gezongen mis wordt gecelebreerd. Na de mis na de mis moet de profundis gelezen worden waarvoor den pastoor 1 g zal hebben en de koster 12 st.
5. De vrienden moeten op elke uitvaart met hesp, rundvlees en bier getrakteerd worden.
6. Kort na de dood moeten er voor ieder 100 gezongen missen opgedragen worden tot lafenis van hun ziel. Daarvoor zal de pastoor 1 g krijgen, de koster 10 st en de kerk 2 st. voor het licht.
7. Zij willen ook dat kort na hun overlijden voor elk van hen 100 missen worden gelezen door de paters van Onze-Lieve-Vrouw-Broeders van Muilem met na elke mis het de profondus.
8. Op elke uitvaart zullen 5 zakken graan aan de armen worden uitgedeeld
9. Hun slechte kleren, de helft van hun hemden en de helft van hun mutsen moeten aan de armen worden gegeven tot lafenis van hun zielen.
10. De langst levende zal al de meubelen van de keuken, de kamer en de voorvloer, het vlees, boter, smout, tin en koper heel zijn leven behouden.
11. Marie Catharina Asselman wil dat haar gouden kruis met de schuifsteen aan Onze- Lieve-Vrouw van Teralfene wordt gegeven.
De getuigen waren Joannes Van Nieuwenhove en Adriaen Francis De Schrijver.
1786. Parochianen[67] communicanten binnen de prochie van Ter Alphene.

Parochianen[68] communicanten binnen de prochie van Ter Alphene.
| Communicanten | Minderjarige kinderen | |
| Jan Baptist Christiaens, sijn huijsvrouwe en 6 kinderen | 4 | 4 |
| Engelbertus Touriani, sijn huijsvrouwe en 4 voorkinderen | 6 | 0 |
| Michael De Bisschop, sijn huijsvrouwe en 6 kinderen | 4 | 4 |
| Michael Van Varenbergh, sijn huijsvrouwe en 4 kinderen | 5 | 1 |
| Franciscus Eeman, sijn huijsvrouwe en 4 kinderen | 4 | 2 |
| De weduwe Petrus Christiaens | 3 | 1 |
| De weduwe Cornelis De Reuse | 5 | 2 |
| Jacobus Van Den Bossche, sijn huijsvrouwe en 3 kinderen | 3 | 2 |
| Joannes Arijs, sijn huijsvrouwe en 5 kinderen | 4 | 3 |
| Joannes Van Vaerenbergh, sijn huijsvrouwe en 7 kinderen | 4 | 5 |
| Petrus Permentier | 1 | 0 |
| Cornelius De Bisschop | 4 | 3 |
| Josephus Van Nijghem met broeder en suster en dienstmaerte | 4 | 0 |
| De weduwe Franciscus Van Nieuwenhove, 3 sonen en dienstmaerte | 5 | 0 |
| De weduwe Petrus Raes met sone en dochter | 3 | 0 |
| Franciscus Cougneau, sijn huijsvrouwe | 2 | 3 |
| Cornelius Seminckx en sijn huijsvrouwe | 3 | 1 |
| De weduwe Gillis Van Vaerenbergh | 5 | 0 |
| Sebastianus Christiaens en sijn huijsvrouwe | 4 | 1 |
| Judocus De Reuse | 3 | 0 |
| Adrianus Van Den Bossche en sijn huijsvrouwe | 4 | 2 |
| Adrianus De Bisschop en sijn huijsvrouwe | 5 | 3 |
| Franciscus De Doncker en huijsvrouw | 4 | 3 |
| Victor Van Vaerenbergh en huijsvrouw | 3 | 3 |
| Adriaen Van Nijghen en huijsvrouw | 8 | 1 |
| Petrus De Bisschop en huijsvrouw | 4 | 0 |
| Carolus Steenhout en huijsvrouw | 5 | 2 |
| Petrus Arijs en huijsvrouw | 2 | 4 |
| Peeter De Bisschop en huijsvrouw | 5 | 2 |
| Judocus Willems en huijsvrouw | 4 | 4 |
| Adrianus Meulemans en huijsvrouw | 2 | 2 |
| Judocus De Reuse en huijsvrouw | 3 | 3 |
| Christianus Callebaut en huijsvrouw | 3 | 4 |
| Cornelius Van Den Berghe en huijsvrouw | 2 | 2 |
| De weduwe Carolus De Bisschop | 5 | 0 |
| Judocus Van Valckenberg en huijsvrouw | 2 | 1 |
| Joannes Asselman | 2 | 0 |
| Nicolaus Guldemont en huijsvrouw | 2 | 3 |
| Judocus Van Vaerenbergh en huijsvrouw | 5 | 3 |
| Andreas Eeman en huijsvrouw | 2 | 0 |
| Andreas Van Den Berghe en huijsvrouw | 3 | 0 |
| Guilielmus De Bisschop en huijsvrouw | 4 | 1 |
| Judocus Van Vaerenbergh en huijsvrouw | 2 | 1 |
| Joannes Baptista Timmerman en huijsvrouw | 8 | 1 |
| Guillam De Bisschop en huijsvrouw | 2 | 2 |
| Joannes Franciscus Schoonjans en huijsvrouw | 2 | 0 |
| Joannes Van Mol en huijsvrouw | 6 | 0 |
| Joannes Christiaens en huijsvrouw | 2 | 2 |
| Mattheus Christiaens en huijsvrouw | 4 | 1 |
| Egidius Janssens | 2 | 0 |
| Adrianus Franciscus De Schrijver en huijsvrouw – 1 incapabel | 4 | 1 |
| Josephus Bondart en huijsvrouw | 3 | 2 |
| Joannes Baptist Verelst en huijsvrouw | 3 | 0 |
| Pastoor parochie | 3 | 0 |
| Guillam Beeckman | 3 | 0 |
| Josephus Arijs en huijsvrouw | 2 | 0 |
| Weduwe Judocus Suijs | 2 | 0 |
| Josephus De Groote en huijsvrouw | 2 | 5 |
| Joannes Van Vaerenbergh en huijsvrouw | 3 | 1 |
| Judocus Van Vaerenbergh | 3 | 2 |
| Weduwe Carolus De Bisschop | 4 | 0 |
| Michael De Bisschop en huijsvrouw | 4 | 0 |
| Joannes Van Nieuwenhove en huijsvrouw | 7 | 1 |
| Gillis Meuleman en huijsvrouw | 4 | 0 |
| Henricus Van Den Bossche | 1 | 0 |
| Joannes Van Den Bossche en huijsvrouw | 2 | 1 |
| Jan Baptist Steenhout en huijsvrouw | 4 | 4 |
| Adrianus De Bolle en huijsvrouw | 3 | 4 |
| Weduwe Petrus Van Vaerenbergh | 2 | 1 |
| Weduwe Guilielmus Van Den Abbeele | 4 | 0 |
| Egidius Christiaens en huijsvrouw | 2 | 4 |
| Weduwe Josephus Schoon | 5 | 2 |
| Jan Christiaens en huijsvrouw | 4 | 3 |
| Ludovicus Gijsens en huijsvrouw | 2 | 1 |
| Weduwe De Cuijper | 8 | 3 |
| Joos Meuleman en huijsvrouw | 2 | 2 |
| Franciscus Arijs en huijsvouw | 2 | 3 |
| Jan Arijs en huijsvrouw | 3 | 3 |
| Franciscus Van Nieuwenhove en huijsvrouw | 6 | 0 |
| Adrianus, Michael, Petronella Van Der Maele | 4 | 0 |
| Weduwe Adrianus Van Nieuwenhove | 4 | 0 |
| Franciscus Van Vaerenbergh en huijsvrouw | 3 | 3 |
| Joannes Permentier en huijsvrouw | 2 | 6 |
| Gerardus Arijs en huijsvrouw | 2 | 2 |
| Judocus Van Nieuwenhove en huijsvrouw | 4 | 1 |
| Gerardus Van Blijdenberg en huijsvrouw | 4 | 1 |
| Joannes Baptist Christiaens en huijsvrouw | 8 | 3 |
| Michael Van Vaerenbergh en huijsvrouw | 2 | 3 |
| Paulus Lannoy | 1 | 0 |
| Joannes Luijsterman en huijsvrouw | 2 | 1 |
| Joanna Van Mieghem | 1 | 0 |
| Gerardus Albrechrt en huijsvrouw | 6 | 0 |
| Lucas Beeckman en huijsvrouw | 5 | 1 |
| Joannes Baptist Schoon en huijsvrouw | 3 | 3 |
| Adrianus Asselman en huijsvrouw | 4 | 2 |
| Joanna Eeckhout | 3 | 0 |
| Judocus De Bisschop en huijsvrouw | 3 | 4 |
| Jan Van Miegem en huijsvrouw | 4 | 1 |
| Petrus Suijs en huijsvrouw | 7 | 1 |
| Judocus Eeckhout en huijsvrouw | 2 | 3 |
| Weduwe Petrus Vaerman | 5 | 1 |
| Jan Van Den Bossche en huijsvrouw | 4 | 0 |
| Josephus Steenhout en huijsvrouw | 2 | 1 |
| Franciscus D’Haese en huijsvrouw | 2 | 3 |
| Ludovicus Van Gucht en huijsvrouw | 4 | 1 |
| Adrianus Van Den Bossche en huijsvrouw | 3 | 1 |
| Jacobus Van Den Berge en huijsvrouw | 4 | 0 |
| Michael Heckeman en huijsvrouw | 6 | 0 |
| Jan Tastenoy en huijsvrouw | 4 | 2 |
| Judocus Langhman | 4 | 3 |
| Petrus Kerckhove | 3 | 0 |
| Judocus Collier | 4 | 1 |
| Guilielmus Meuleman | 3 | 0 |
| Michael Suijs en huijsvrouw | 2 | 2 |
| Jan Van Den Broeck en huijsvrouw | 5 | 0 |
| Josephus ? en huijsvrouw | 3 | 4 |
| Josephus De Raes en huijsvrouw | 2 | 3 |
| Ludovicus Van Nieuwenhove en huijsvrouw | 5 | 2 |
| Totaal | 418 | 187 |
1787. Testament van Judocus De Reuse[69].
Pastoor J. Van Overstraeten stelde op 17 mei 1787 het testament op van de zieke Judocus De Reuse[70].
1. Zoals de meeste testateurs wil Judocus begraven worden op het kerkhof van Teralfene na een uitvaert met drie priesters en 16 kaarsen.
2. Omtrent zijn sterfdag moet er 33 jaar lang een jaargetijde voor hem en voor zijn zuster Elisabeth opgedragen worden waarvoor de pastoor 10 st, aan de koster 10 st en 10 st aan de kerk voor het icht en deornamenten.
3. Kort na zijn overlijden zullen in zijn parochiale kerk 100 missen gelezen worden voor 8 st volgens reglement van het bisdom tot lafenis van zijn ziel en die van zijn zuster.
4.Voorts wil hij dat Adriaen en Catharina De Reuse, zijn neef en nicht voor hun getrouwe dienst en hulpvaardigheid van vele jaeren boven op hun loon ieder 100 g ontvangen.
5. Al zijn resterende goederen zullen aan zijn wettige erfgenamen toekomen.
De getuigen waren de eerw. heer Egidius Van Ophem coadjutor van Teralfene en Cornelius De Bisschop.
1787. Testament van pastoor J. Van Overstraeten[71].
Anthon Jan Eeman notaris publicq royal geadmitteerd in sijnen Majesteijts Raede tot Brussel binnen de stad Aelst residerende, stelde op 11 oktober 1787 het testament op van Judocus Van Overstraeten pastoor[72] van Teralfene.
1. Hij beveelt dat, zo haast hij zal komen te sterven en zijn ziel aan God, zijn schepper en zaligmaker is toevertrouwd, zijn lichaam in de gewijde aarde van het kerkhof wordt begraven dicht achter het hoogkoor onder een blauwe zerksteen van tenminste zeven voeten lang en met een breedte in verhouding en met als opschrift zijn naam, sterfdag en ouderdom.
2. Zijn uivaart moet gebeuren met een gewone dienst en aan de lijkbaar moeten er achttien wassen kaarsen branden, ieder van anderhalf pond en van vierentwintig pond aan het altaar.
3. Aan de armen van Teralfene zullen er na de dienst de broden van vijftien vaten koren uitgedeeld worden door de twee kerkmeesters en de koster.
4. Aan de inwoners van de parochie worden vier tonnen groot bier in vier distincte herbergen gegeven en 60 mastellen van twee oorden stuk en in iedere herberg een hesp van twaalf pond met korenbrood naar behoefte. Iedere herbergier van de vier herbergen krijgt twee guldes boven het gemelde bier, de mastellen, de hesp en het brood.
5. Daarna zal in de parochiale kerk een dertigste gecelebreerd worden met de profundis[73]. na iedere mis. De celebrant ontvangt daarvoor 9 stuivers en de koster 1 stuiver.
6. Na het dertigste zal in de parochiale kerk op vijftig opeenvolgende donderdagen een gezongen mis worden gecelebreerd. In de kerk zal het Allerheiligste worden uitgestald ter intentie van de testateur en ter lafenis van zijn ziel. Daarvoor zal de celebrant een gulden ontvangen, de kerk tien stuivers voor de kaarsen en de koster voor het assisteren en zingen tien stuivers.
7. Gedurende drie opeenvolgensde jaren worden elk jaar nog 100 missen gelezen in de parochiale kerk,voor elke mis 8 stuivers.
9. De paters karmelieten van Muilem zullen in hun klooster vijftig gelezen missen opdragen à acht stuivers ter intentie van de testateur.
10. De testateur wil dat er na zijn overlijden een eeuwigdurend jaargetijde tot lafenis van zijn ziel zal opgedragen worden. Dan zal men nocturnes van het officium defunctorum met de lauden zingen waarvoor de celebrant twee gulden zal ontvangen, de koster een gulden voor het assisteren en zingen en de kerk voor kaarsen en licht tien stuivers. Aan de armen die op de uitvaart aanwezig waren zal men op dezelfde dag zes vaten koren uitdelen.
11. Een tweede jaargetijde tot lafenis van de zielen van zijn ouders en van zijn vrienden zal gezongen worden in de maand mei en daarvoor ontvangt de celibrant celebrant tien stuivers, de koster tien stuivers en ook de kerk voor wijn en kaarsen.
12. Het staat zijn erfgenamen vrij een andere kerk te kiezen dan die van Teralfene voor de gevaagde missen.
13. Al zijn goederen komen aan zijn wettelijke erfgenamen toe op voorwaarde dat zij en hun nakomelingen zijn testament uitvoeren. Daarom wil hij dat er in de pastorie en in de kerkcomme een kopie van zijn testament wordt bewaard.
Het testament werd opgesteld in de pastorie in aanwezigheid van de eerw. heer Egidius Van Ophem, prietser en coadjutor en van Joannes Baptiste Verelst, koster.

Overlijdensregister van Teralfene.
1790. Akte van de ergenamen van pastoor van Overstraeten.
Op 15 april 1790 verschenen Nicolaus Van Overstraeten, jongman en ingezetene van de Borggravie van Lombeke en zijn zuster juffrouw Anna Van Overstraeten, beggijntje in het beggijnhof in de stad Brussel en bijgestaan door Philiphus Jacobus De Backer voor Livinus Meert, officier loco van de baljuw en meier, en de schepenen Judocus Evenepoel, Peeter Franciscus Menschaert, Jan Baptist Van Vaerenbergh en Jacobus Eylenbosch van de vierschaar van de Borggravie. Zij legden het testament van pastoor Judocus Van Overstraeten voor en lieten een nieuwe akte opstellen waarin ze een meers in Lombeek gelegen en genoemd Den Dierickx Meersch, groot twee dagwand dertig roeden, palend aan de beek, Joannes Van Overstraeten en Het Dierickxveld ter beschikking stelden voor de uitvoering van het testament.
1788. Ruil van grond[74].
Voor Bruno Jacop, officier en vertegenwoordiger van de heer baljuw, de burgemeester Livinus Van Vaerenbergh en de schepenen van de heerlijkheid van Erembodegem en Teralfene Philippus Mattens en Franciscus De Doncker verschenen op vijf november 1788 enerzijds Jacobus Schoon van Hekelgem en Joannes Van Nieuwenhove van Teralfene, respectivelijk pater en maternele voogden van de meerderjarige wees Adriana Schoon, dochter van Josephus[75] en van wijlen Maria Anna Van Nieuwenhove. De voogden waren geassisteerd door Peeter Josephus Schouppe, in huwelijk met Catharina Schoon, zuster van Maria Anna en anderzijds de heer Guilielmus De Mol, pastoor van Teralfene.
De comparanten waren overeengekomen gronden te ruilen. De eerste comparanten boden een partij van 75 r aan dat deels in de pastorietuin lag en waarvan 54 r een hopveld op Het Kerkveldt lag, palend oost Gillis Christiaens, zuid Joannes Schoon, west de straat en noord het curengoed en het kerkhof. Pastoor De Mol bood een partij land en hoplochting van eveneens 75 r aan uit een groter geheel in het gehucht Ten Daele, De Curenstede genoemd. Het deel paalde oost Geeraerd Arijs, zuid de straat, west Jan Baptista Christiaens en noord De Cromhaeghe. De mangeling gebeurde op de volgende voorwaarden:
1. De ruil blijft geldig zolang de pastoor leeft.
2. Dat ieder neemt de lasten die op de grond rusten voor zich.
3. De waarde van het hout dat op de percelen staat, zal door een expert worden bepaald en aan ieder vergoed.
4. Dat is ook het geval voor fruitbomen, legumen en de haag van de actuele hof van de pastorie.
5. Aan de grond van de pastoor ligt een voetweg waarvan de oppervlakte, 3 r, wordt geruild voor 2 r.
6. De ruil is gebeurd zonder opleg van geld.
7. Op het einde van de ruilovereenkomst die grond weer in cultuur brengt.

Desen seghel dient tot de annexe copije authentique van eene gebruijck mangelinge van land gedaen tusschen den heere Guilielmus De Mol pastor van Teralphenen ende Jacobus Schoon, Joannes Van Nieuwenhove, als voogden over de meerderjaerige innocente[76] weese Adriana Schoon midtsgaeders als naeste bestaenden aen de voorseijde weese causa uxoris, Peeter Josephus Schouppe wel gepasseert den 5de 9ber 1700 achtententachentigh.
Ondertekenden de overeenkomst: Jacobus Schoon, Joannes Van Nieuwenhove, Peeter Josephus Schouppe, Guilielmus De Mol, Bruno Jacop, Livinus Van Vaerenbergh met parafe 1788, Philippus Mattens, F. De Doncker met parafe 1788.
1789. Aanvraag bouw van de kerkhofmuur[77].
Pastoor De Mol schreef in 1789 een brief naar baljuw, de burgemeester, de schepenen van Teralfene. Daarin legt hij uit dat een deel van het kerkhof langs de kant van de pastorie niet ommuurd is. Er staat alleen een haag. Het zou beter zijn dat de ommuring van het hele kerkhof wordt voltooid want aan de bestaande muur zijn tanden gelaten voor de aanbouw. Voor hem en zijn opvolgers kan deze nieuwe muur nog nuttig zijn om er fruitbomen aan te planten of om er een remise tegen op te trekken. Daarom wil hij ¼ van de kosten betalen. In de marge stond het antwoord op datum van 13 februari 1789 van de baljuw en de schepenen. Zij gaan akkoord met het voorstel van de pastoor en zeggen toe dat de kerkhof muur nog hetzelfde seizoen zal worden gebouwd.
Getekend: P. F. Denoose, F. De Doncker 1789, Joannes Van Nieuwenhove.
1789. Verplaatsing kerkweg[78].
Geeraert Arijs, Franciscus Van Nieuwenhove en bij afwezigheid van de baljuw en meier de burgemeester en de schepenen Franciscus De Doncker en Joannes Van Nieuwenhove lieten weten dat ingevolge het kerkgebod van 1 maart, zij op 3 maart 1789 om 3 u. naar de tuin achter de pastorie zijn gegaan ten einde de kerkweg te verplaatsen gezien er na het kerkgebod niemand een bezwaar daartegen had ingediend. Zij hebben de weg aan de straat zuidwaarts langs het goed van Joannes Schoon[79], zoon van Josephus geleid tot aan de nieuwe hof van de pastorie aan de oostkant. De nieuwe weg paalt nu noordwaarts van aan de straat tot aan de nieuwe hof van Joannes Schoon.
Ondertekend door Geeraerdt Arijs, Franciscus Van Nieuwenhove, Franciscus De Doncker met parafe 1789 en Joannes Van Nieuwenhove.

Deesen seghel dient tot annexe verplaetsing van den kerckwegh wettelijck gedaen den 3de meert 1789.
Tegelijk stonden ze aan de pastoor toe dat hij de beek, die zuitwaarts langs het kerkhof en naast de hof van de pastorie tot aan de straat loopt, dwars door zijn hof en onder het curengoed zou leiden en dit zo lang het de pastoor of zijn opvolgers zal gelieven. Zo kan het water blijven stromen zoals het al van oude tijden deed.
1794. Lening voor de pastoor[80].
Aan al die dit zullen zien, lezen of horen lezen lieten burgemeester en de schepenen van de parochie en de vierschaar van Erembodegem en Teralfene weten de in de griffie de volgende akte is ondergebracht.
Voor de meijer, burgemeester en de schepenen van de parochie en de heerlijkheid van Erembodegem en Teralfene verscheen de heer Guilielmus De Mol, pastoor van Teralfene, die verklaarde dat hij van de kerk- en armenmeesters van Teralfene een som van zeshonderd gulden had ontvangen. Daarvoor verkreeg hij de toelating van de aartsbisschop van Mechelen. Als pand gaf hij de pastorle goederen gelegen binnen de parochie van Teralfene om in geval van achterstallige betalingen die te verhalen op de goederen. Ondertekend in de vergadering van 20 mei 1794: J. B. Van Nieuwenhove, J. B. Christiaens en Ludovicus Van Nieuwenhove,
1795. Testament van Adriaen De Schrijver en Maria Cobbaert[81].
Op 19 april 1795 stelde pastoor Guillelmus De Mol weer een testament op. Ditmaal voor de zieke Adriaen Franciscus De Schrijver en zijn vrouw Maria Anna Cobbaert. De pastoor gebruikte daarvoor een modeltestament, het eerste deel van het testament komt altijd terug: de erflater is ziek, maar nog bij zijn volle verstand, de dood komt onverwachts en de testateur wil op het kerkhof begraven worden,. Dan volgt, volgens zijn wens, hoeveel missen er na het overlijden zullen gecelebreerd worden met de kosten daarvan, het aantal kaarsen tijdens de uitvaart en een gift voor de armen wordt niet vergeten.
Adriaen De Schrijver en zijn vrouw wensten te worden begraven met een gezongen mis met 18 pond kaarsen waarvan 8 pond aan de kist, 6 op het hoogaltaar, 4 ½ op het altaar van O.-L.-Vrouw en hetzelfde op het altaar van Sint-Jan, nadien volgen er nog drie gezongen missen. De vrienden zullen getrakteerd worden met bier en hesp. Kort na hun overlijden zal de pastoor 100 gezongen missen opdragen tot lafenis van hun zielen.Voor elke mis ontvangt de pastoor 1 gulden, de koster 10 stuivers en de kerk 2 stuivers voor licht en wijn. De paters van Muilem werden niet vergeten. Zij worden gevraagd 100 missen op te drgagen en de psalm de profundis te bidden.
Hun slechte kleren, de helft van hun hemden en de helft van hun mutsen moet uitgedeeld worden aan de armen van Teralfene. Op elke uitvaart zullen 5 zakken graan aan de armen worden gegeven. De langstlevende behoudt zijn kleren, lijnwaad, zilveren gesp, kist en zijn bed, alle meubelen van de keuken, in de kamer en op de voorvloe, vlees, boter, smout, tin, koper en stoelen gedurende hun leven.
1795. Het settingboek van Teralfene.
In 1794 veroverden de Franse revolutionairen het gebied dat nu België is en in 1795 werd het bij Frankrijk ingelijfd. Teralfene maakte dan deel uit van het kanton Asse. De Franse overheid wilde al onmiddellijk de inkomsten van de inwoners kennen om de voor haar broodnodige belastingen te kunnen innen. M. Gruber, commissaris van de uitvoerende macht van het kanton Asse, legde de gemeente een belasting op van 2236 gulden. De gemeentelijke administratie[82]moest een lijst opmaken van de inwoners met hun inkomsten van velden, weiden en bossen. Die belasting moest voor 31 juli voldaan worden ten comptoire generael.
De resolutie[83] (het besluit) over het settingboeck vanTeralfene over 1795 werd overgemaakt aan de borger P. J. E. Van Der Heijden. Hij kreeg als vergoeding 64 – 0 – 0 en voor de gemeentelijke administratie 970 – 11 – 6. Daar Teralfene in het totaal 172 bunder aan akkers, weiden en bossen had, werd een belasting van 13 gulden per bunder opgelegd om aan een bedrazg van 2236 gulden te komen[84].
De agent municipael adjoint en de commissaris der uijtvoerende macht, J. B. Vaerman een M. Gruber ondertekenden op 19de fructidor 4de republikeins jaar (5 september 1796).
Deze belasting werd geheven op de oppervlakte die men in gebruik had. Doe oppervlakte werd uitgedrukt in de oude maten en in het nieuwe tiendelig stelsel met hetaren, aren en centiaren. De belaste personen werden alfabetisch gerangschikt.

| Naam | Opp – roeden | Opp – ha, a, ca | guldens |
| Aelbrecht Geeraert | 248 1/2 | 76 a 40 ca | 8 – 2 – 1 |
| Arijs Adriaen | 125 | 38 a 43 ca | 1 – 3 – 3 |
| Arijs Frans | 107 1/2 | 33 a 5 ca | 3 – 10 – 0 |
| Arijs Geeraert | 210 1/4 | 64 a 64 ca | 6 – 16 – 3 |
| Arijs Jan filius Adriaen – op Den Dael | 197 | 60a 57 ca | 6 – 9 – 0 |
| Arijs Jan filius Martinus (Portegiesstraet° | 333 1/2 | 1 ha 2 a 54 ca | 10 – 17 – 0 |
| Arijs Josephus | 211 | 64 a 87 ca | 6 – 17 – 1 |
| Arijs Peeter | 267 3/4 | 82 a 32 ca | 8 – 13 – 1 |
| Asselman Adriaen | 1155 | 3 ha 55 a 11 ca | 37 – 10 – 3 |
| Asselman Joannes | 557 | 1 ha 71 a 25 ca | 18 – 2 – 1 |
| Beekman Guilliam | 893 | 2 ha 74 a 56 ca | 29 – 1 – 2 |
| Beekman Lucas filius Jan | 422 | 1 ha 29 a 75 ca | 13 – 14 – 3 |
| Boddaert Josephus | 239 3/4 | 73 a 71 ca | 7 – 16 – 0 |
| Brewie Jan (Welle) | 51 | 15 a 68 ca | 1 – 17 – 1 |
| Callebaut Christiaen | 601 1/2 | 1 ha 84 a 93 ca | 19 – 11 – 0 |
| Christiaens Gillis | 249 | 76 a 56 ca | 8 – 2 – 2 |
| Christiaens Jan Baptist filius Jan | 1657 1/4 | 5 ha 9 a 61 ca | 53 – 7 – 1 |
| Christiaens Jan Baptist filius Geert – wed. | 561 1/2 | 1 ha 72 a 64 ca | 18 – 5 – 1 |
| Christiaens Jan filius Gillis | 629 3/4 | 1 ha 93 a 62 ca | |
| Christiaens Joannes filius Jan | 637 1/4 | 1 ha 95 a 93 ca | 20 – 14 – 2 |
| Christiaens Joannes filius Sebastiaen | 473 | 1 ha 45 a 43 ca | 15 – 8 – 1 |
| Christiaens Josephus | 139 1/4 | 42 a 81 ca | 4 – 10 – 3 |
| Christiaens Josephus | 65 1/2 | 20 a 14 ca | 2 – 2 – 3 |
| Christiaens Josephus filius Peeter | 31 1/2 | 9 a 68 ca | 1 – 0 – 3 |
| Christiaens Peeter filius Jan – weduwe | 132 | 40 a 58 ca | 4 – 6 – 0 |
| Claes Judocus | 27 | 8 a 30 ca | 0 – 17 – 3 |
| Collijns Jan (Denderleeuw) | 73 | 22 a 44 ca | 2 – 8 – 2 |
| Congnau Frans | 281 | 86 a 40 ca | 9 – 2 – 3 |
| Couck Judocus | 390 1/2 | 1 ha 20 a 6 ca | 12 – 14 – 1 |
| Coucke Adriaen Frans | 74 | 22 a 75 ca | 2 – 8 – 2 |
| D’Haese Frans | 195 | 59 a 95 ca | 6 – 7 – 3 |
| D’Hont Joannes | 40 1/2 | 12 a 45 ca | 1 – 6 – 3 |
| De Backer Geeraert | 210 | 33 a 82 ca | 3 – 11 – 3 |
| De Bisschop Adriaen filius Judocus | 636 1/4 | 1 ha 95 a 62 ca | 20 – 14 – 0 |
| De Bisschop Carel filius Joos – weduwe | 45 | 13 a 84 ca | 1 – 9 – 2 |
| De Bisschop Cornelis | 605 | 1 ha 86 a 2 ca | 19 – 13 – 1 |
| De Bisschop Frans filius Michiel | 118 | 36 a 28 ca | 3 – 1 – 1 |
| De Bisschop Guiliam filius Adriaen | 997 | 3 ha 6 a 53 ca | 32 – 9 – 0 |
| De Bisschop Guilielmus filius Carel | 582 | 1 ha 78 a 94 ca | 18 – 18 – 2 |
| De Bisschop Jan Baptist | 38 | 11 a 68 ca | 1 – 5 – 0 |
| De Bisschop Josephus filius Carel | 27 1/2 | 8 a 46 ca | 0 – 18 – 0 |
| De Bisschop Josephus filius Carel | 60 | 18 a 45 ca | 1 – 19 – 1 |
| De Bisschop Josephus filius Peeter | 351 | 1 ha 7 a 92 ca | 11 – 8 – 1 |
| De Bisschop Michiel filius Adriaen | 140 | 43 a 4 ca | 4 – 11 – 3 |
| De Bisschop Michiel filius Joos | 396 1/2 | 1 ha 21 a 91 ca | 12 – 17 – 0 |
| De Bisschop Michiel filius Judocus | 964 1/2 | 2 ha 96 a 54 ca | 31 – 7 – 3 |
| De Bisschop Peeter filius Joos | 180 | 55 a 34 ca | 5 – 17 – 0 |
| De Bisschop Peeter filius Michiel | 1176 1/2 | 3 ha 61 a 72 ca | 38 – 4 – 3 |
| De Bolle Adriaen | 592 | 1 ha 82 a 1 ca | 19 – 5 – 0 |
| De Bolle Hendrick (de hoirs) | 206 | 63 a 34 ca | 6 – 14 – 0 |
| De Bolle Joannes | 259 | 79 a 63 ca | 8 – 8 – 2 |
| De Bolle Judocus | 316 1/2 | 97 a 31 ca | 10 – 6 – 0 |
| De Cuijper Michiel weduwe | 1521 | 4 ha 67 a 64 ca | 49 – 9 – 0 |
| De Groot Josephus | 73 1/2 | 22 a 60 ca | 2 – 8 – 2 |
| De koning Andries | 61 | 18 a 75 ca | 1 – 19 – 3 |
| De Koning Jan Baptist | 162 1/2 | 49 a 96 ca | 5 – 5 – 3 |
| De Leeuw Joannes | 58 | 17 a 83 ca | 2 – 15 – 2 |
| De Paep Gillis (Lombeke) | 206 1/2 | 63 a 49 ca | 6 – 14 – 1 |
| De Pauw Jan (Liedekerke) | 82 | 25 a 21 ca | 2 – 13 – 2 |
| De Reuse Adriaen | 679 1/2 | 2 ha 8 a 92 ca | 22 – 1 – 3 |
| De Reuse Joannes filius Cornelis | 1065 3/4 | 3 ha 27 a 67 ca | 34 – 13 – 0 |
| De Reuse Judocus | 454 1/2 | 1 ha 39 a 74 ca | 14 – 15 – 2 |
| De Reuse Judocus filius Cornelis | 398 | 1 ha 22 a 37 ca | 12 – 19 – 3 |
| De Rijck Joannes | 36 | 11 a 7 ca | 1 – 3 – 3 |
| De Rijck Peeter | 248 | 76 a 25 ca | 8 – 1 – 3 |
| De Schrijver Frans | 1069 | 3 ha 28 a 67 ca | 34 – 16 – 2 |
| De Smet Jan Baptist | 276 | 84 a 86 ca | 8 – 19 – 2 |
| Diependael Josephus | 70 1/2 | 21 a 68 ca | 2 – 7 – 2 |
| Diericx Frans | 127 1/2 | 39 a 20 ca | 4 – 3 – 0 |
| Diericx Joseph | 94 1/2 | 29 a 5 ca | 3 – 3 – 2 |
| Droeshout Michiel | 245 | 75 a 33 ca | 7 – 19 – 3 |
| Droeshout Peeter filius Jan | 139 | 42 a 74 ca | 4 – 10 – 3 |
| Eckeman Josephus | 313 | 96 a 23 ca | 10 – 3 – 3 |
| Eckeman Michiel | 301 1/4 | 92 a 62 ca | 9 – 15 – 3 |
| Eeckhout Judocus | 253 1/2 | 77 a 94 ca | 8 – 4 – 3 |
| Eeman Frans | 673 | 2 ha 6 a 92 ca | 21 – 18 – 2 |
| Ghijsels Ludovicus | 264 3/4 | 81 a 40 ca | 8 – 12 – 1 |
| Goedvinck Guilliam | 731 1/2 | 2 ha 24 a 90 ca | 23 – 15 – 3 |
| Guldemont Nicolaus | 142 | 43 a 66 ca | 4 – 12- 3 |
| Itterbeek Adriaen | 76 1/2 | 23 a 52 ca | 2 – 9 – 2 |
| Janssens Gillis | 268 1/2 | 82 a 55 ca | 8 – 14 – 3 |
| Kerk van Teralphene | 67 | 20 a 60 ca | 2 – 5 – 1 |
| Kestens Mattheus | 152 1/2 | 46 a 89 ca | 4 – 19 – 1 |
| Lannoy Pauwel | 272 3/4 | 83 a 86 ca | 8 – 19 – 0 |
| Luijsterman Joannes | 230 3/4 | 70 a 95 ca | 7 – 10 – 1 |
| Mattens Philippus | 189 | 58 a 11 ca | 6 – 3 – 0 |
| Meert Jacobus | 700 1/2 | 2 ha 15 a 37 ca | 22 – 15 – 1 |
| Meuleman Adriaen filius Adriaen | 160 | 49 a 19 ca | 5 – 4 – 1 |
| Meuleman Adriaen filius Gillis | 167 | 51 a 34 ca | 5 – 5 – 3 |
| Meuleman Gillis – weduwe | 487 | 1 ha 49 a 73 ca | 15 – 16 – 3 |
| Meuleman Guillam | 150 | 46 a 12 ca | 4 – 17 – 2 |
| Meuleman Joos | 130 | 39 a 97 ca | 4 – 4 – 3 |
| Pauwels Joannes | 326 | 1 ha 23 ca | 10 – 12 – 0 |
| Pauwels Peeter Frans | 278 | 85 a 47 ca | 9 – 0 – 3 |
| Permentier Joannes filius Robert | 227 1/4 | 69 a 87 ca | 7 – 8 – 0 |
| Permentier Peeter | 11 1/2 | 3 a 54 ca | 0 – 7 – 3 |
| Pollet Thomas | 227 1/2 | 69 a 95 ca | 7 – 8 – 0 |
| Raes Peeter | 136 | 41 a 81 ca | 4 – 8 – 3 |
| Schoon Jacobus | 137 | 42 a 12 ca | 4 – 9 – 2 |
| Schoon Jan Baptist | 264 1/4 | 81 a 25 ca | 8 – 16 – 0 |
| Schoon Joannes | 354 1/2 | 1 ha 8 a 99 ca | 11 – 10 – 2 |
| Schouppe Carolus | 160 | 49 a 19 ca | 5 – 3 – 1 |
| Schouppe Josephus | 317 | 97 a 46 ca | 10 – 6 – 1 |
| Semink Cornelis – weduwe | 200 | 61 a 49 ca | 6 – 10 – 0 |
| Semink Guil. | 19 | 36 a 59 ca | 2 – 11 – 2 |
| Smet Carel (Erpe) | 100 | 30 a 75 ca | 3 – 5 – 0 |
| Sonck Jan Baptist | 62 1/2 | 19 a 22 ca | 2 – 0 – 3 |
| Steenhout Carel | 254 | 78 a 9 ca | 8 – 5 – 1 |
| Steenhout Jan Baptist | 282 | 86 a 70 ca | 12 – 8 – 2 |
| Steenhout Josephus | 96 | 29 a 52 ca | 3 – 3 – 2 |
| Steppe Hendrick | 275 1/2 | 84 a 70 ca | 8 – 19 – 0 |
| Suijs Guilielmus | 358 1/4 | 1 ha 10 a 15 ca | 11 – 13 – 0 |
| Suijs Michiel | 280 1/2 | 86 a 24 ca | 9 – 2 – 2 |
| Suijs Peeter filius Joos | 277 | 85 a 17 ca | 9 – 0 – 0 |
| Tack Joannes | 81 1/2 | 25 a 6 ca | 2 – 16 – 0 |
| Tassenoy Jacobus | 465 1/4 | 1 ha 43 a 4 ca | 15 – 8 – 3 |
| Tassenoy Jan filius Martinus | 573 1/4 | 1 ha 76 a 33 ca | 18 – 13 – 0 |
| Temmerman Jan Baptist | 1618 | 4 ha 97 a 46 ca | 52 – 18 – 2 |
| Touriani Engel | 177 | 54 a 42 ca | 5 – 15 – 0 |
| Vaerman Jan Baptist | 87 1/2 | 26 a 90 ca | 2 – 17 – 0 |
| Vaerman Jan Baptist (costumier?) | 242 3/4 | 74 a 63 ca | 7 – 18 – 3 |
| Vaer(e)man Judocus | 122 | 37 a 51 ca | 3 – 19 – 3 |
| Vaerman Philip Jacobus | 278 1/2 | 85 a 63 ca | 9 – 1 – 0 |
| Van Bleijenberg Geeraert | 215 1/2 | 66 a 68 ca | 7 – 2 – 1 |
| Van Cutsem Guilliam | 1130 1/2 | 3 ha 47 a 58 ca | 36 – 15 – 0 |
| Van De Maele Guiliam (de hoirs) | 644 | 1 ha 98 a | 20 – 19 – 0 |
| Van De Perre ? filius Andries | 346 1/2 | 1 ha 6 a 53 ca | 11 – 5 – 3 |
| Van De Perre Jacobus | 30 | 9 a 22 ca | 0 – 19 – 3 |
| Van De Putte Philippus – weduwe | 568 1/2 | 1 ha 74 a 79 ca | 18 – 9 – 3 |
| Van De Velde Jan | 523 1/2 | 1 ha 60 a 95 ca | 17 – 0 – 3 |
| Van De Velde Hendrick filius Adriaen | 62 | 19 a 6 ca | 2 – 0 – 3 |
| Van Den Abbeele Adriaen | 675 1/4 | 2 ha 7 a 61 ca | 21 – 19 – 0 |
| Van Den Berge Andries | 382 3/4 | 1 ha 17 a 68 ca | 12 – 12 – 3 |
| Van Den Berge Cornelis filius Jacobus | 176 | 54 a 11 ca | 5 – 14 – 2 |
| Van Den Berge Jacobus | 319 1/4 | 98 a 16 ca | 10 – 7 – 3 |
| Van Den Berge Peeter filius Jacobus | 248 | 76 a 25 ca | 8 – 1 – 3 |
| Van Den Bossche Adriaen filius Guil. | 413 1/4 | 1 ha 27 a 6 ca | 13 – 8 – 3 |
| Van Den Bossche Adriaen filius Peeter | 408 1/4 | 1 ha 25 a 52 ca | 13 – 5 – 3 |
| Van Den Bossche Frans | 30 | 9 a 22 ca | 0 – 19 – 3 |
| Van Den Bossche Hendrick filius Guil. | 472 1/2 | 1 ha 45 a 27 ca | 15 – 8 – 3 |
| Van Den Bossche Jacobus | 360 3/4 | 1 ha 10 a 91 ca | 11 – 14 – 3 |
| Van Den Bossche Jan | 175 | 53 a 80 ca | 5 – 14 – 3 |
| Van Den Bossche Jan | 455 | 1 ha 39 a 89 ca | 14 – 16 – 0 |
| Van Den Broeck Jan | 403 1/2 | 1 ha 24 a 6 ca | 13 – 2 – 1 |
| Van Den Broeck Peeter | 50 | 15 a 37 ca | 1 – 12 – 2 |
| Van Der Borgt Adriaen | 34 | 10 a 45 ca | 1 – 2 – 2 |
| Van Der Gucht Philippus – weduwe | 355 | 1 ha 9 a 15 ca | 11 – 10 – 3 |
| Van Der Mijnsbrugge Josephus | 152 | 46 a 73 ca | 4 – 18 – 3 |
| Van Droogenbroek Jan | 58 1/2 | 17 a 99 ca | 1 – 18 – 1 |
| Van Kerckhoven Frans (de hoirs) | 373 | 1 ha 14 a 68 ca | 12 – 2 – 1 |
| Van Migom Jan | 80 | 24 a 60 ca | 2 – 12 – 0 |
| Van Mol G. – pastoor | 1747 | 5 ha 37 a 13 ca | 56 – 16 – 0 |
| Van Mol Jan | 279 1/4 | 85 a 86 ca | 9 – 1 – 3 |
| Van Mol Peeter | 34 3/4 | 10 a 68 ca | 1 – 3 – 0 |
| Van Nieuwenborg Nicolaus David | 48 | 14 a 76 ca | 2 – 1 – 3 |
| Van Nieuwenhove Frans | 292 1/2 | 89 a 93 ca | 9 – 10 – 2 |
| Van Nieuwenhove Frans – weduwe | 949 | 2 ha 91 a 78 ca | 30 – 17 – 2 |
| Van Nieuwenhove Jan filius Frans | 350 | 1 ha 7 a 61 ca | 11 – 7 – 2 |
| Van Nieuwenhove Joannes | 2848 | 8 ha 75 a 63 ca | 92 – 11 – 3 |
| Van Nieuwenhove Josephus | 17 | 5 a 23 ca | 0 – 11 – 1 |
| Van Nieuwenhove Judocus | 981 1/2 | 3 ha 1 a 77 ca | 31 – 18 – 0 |
| Van Nieuwenhove Ludovicus | 2275 1/2 | 6 ha 99 a 62 ca | 73 – 19 – 0. |
| Van Nieuwenhove Peeter | 617 1/2 | 1 ha 89 a 85 ca | 20 – 1 – 3 |
| Van Nijgen Adriaen | 1628 1/2 | 5 ha 69 ca | 52 – 18 – 3 |
| Van Nijgen Judocus (de hoirs) | 1085 | 3 ha 33 a 59 ca | 35 – 5 – 2 |
| Van Vaerenbergh Adriaen filius Michiel | 33 | 10 a 15 ca | 1 – 1 – 3 |
| Van Vaerenberg Carolus | 62 1/2 | 19 a 22 ca | 2 – 0 – 3 |
| Van Vaerenberg Engelbertus | 91 1/2 | 28 a 13 ca | 2 – 19 – 3 |
| Van Vaerenberg Frans | 85 | 26 a 13 ca | 2 – 15 – 2 |
| Van Vaerenberg Gillis – weduwe | 373 | 1 ha 14 a 68 ca | 12 – 3 – 1 |
| Van Vaerenberg Jacobus (Erembodegem) | 240 | 73 a 79 ca | 7 – 16 – 2 |
| Van Vaerenberg Jan filius Adriaen | 273 1/2 | 84 a 9 ca | 8 – 18 – 3 |
| Van Vaerenberg Jan filius Geert | 514 1/2 | 1 ha 58 a 19 ca | 16 – 14 – 3 |
| Van Vaerenberg Joannes | 806 1/2 | 2 ha 47 a 96 ca | 26 – 4 – 3 |
| Van Vaerenbergh Joos | 778 1/4 | 2 ha 39 a 28 ca | 25 – 6 – 0 |
| Van Vaerenberg Joos | 85 1/2 | 26 a 29 ca | 2 – 15 – 3 |
| Van Vaerenberg Judocus (Steenberg) | 390 | 1 ha 19 a 91 ca | 12 – 13 – 3 |
| Van Vaerenberg Josephus | 69 1/2 | 21 a 37 ca | 2 – 6 – 3 |
| Van Vaerenberg Judocus filius Geert | 648 1/2 | 1 ha 99 a 39 ca | 21 – 2 – 0 |
| Van Vaerenberg Livinus (de hoirs) | 46 | 14 a 14 ca | 1 – 10 – 2 |
| Van Vaerenberg Michiel | 60 | 18 a 45 ca | 1 – 19 – 1 |
| Van Vaerenberg Michiel filius Peeter | 351 | 1 ha 7 a 92 ca | 11 – 8 – 1 |
| Van Vaerenbergh Victor | 412 | 1 ha 26 a 67 ca | 13 – 8 – 0 |
| Verbeken Jan Frans | 100 | 30 a 75 ca | 3 – 5 – 0 |
| Verelst Joannes Baptist – coster | 568 1/4 | 1 ha 74 a 71 ca | 18 – 9 – 3 |
| Vonck Peeter (Hekelgem) | 106 | 32 a 59 ca | 3 – 9 – 0 |
| Willems Judocus | 190 3/4 | 58 a 65 ca | 6 – 4 – 1 |
Het geheel emport van desen boeck beloopt op ende ter somme van f. 2242 – 0 – 0.
Tantième = 64 – 1 – 0.
180?. Rekenig ende bewijs[85] die mits dezen doende de borgers Josephus Van Nijghem, Joannes Asselman, Ludovicus Van Nieuwenhove, Francies De Reuse ende Petrus Van Nieuwenhove als commissarissen van Weldadigheid der gemeijnte van Teralphene, arrondissement van Assche, departement der Dijle.
Mooi voorbeeld van de overgang van de zorg voor de armen van de kerkelijke instelling Den Armen ook H. Geesttafel genoemd, naar de controle door de gemeente. Met de inlijving van de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk kreeg de ‘openbare onderstand’ (de overheidszorg voor armen) een nieuw gezicht. Het belang van het religieuze verkleinde. De wetten van 16 vendémaire an 5 (7 oktober 1796) en 7 frimaire an 5 (27 november1796) voorzagen in de oprichting van “les Commissions des Hospices Civils” (Commissie van Burgerlijke Godshuizen) en “les Bureaux de Bienfaisance” (Burelen van Weldadigheid). De hospices zouden steun verlenen aan de mensen die in een instelling verbleven en de Burelen van Wekdadigheid zouden steun geven aan de huisarmen ter vervanging van de armendis. Het duurde een aantal jareneer de Franse overheid de administratie op orde had, onder meer ook omdat ze voortdurend haar beslissingen wijzigde. Daardoor werd er tijdens het Directiore weinig betaald zoals hieronder blijkt.
Ontvangsten van landpacht.
– Gillis Janssens twintig gulden voor de helft van 62 roeden land gelegen in Teralphene op De Ballije over vijf jaar.
– Van Jan Tassenoy vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden land gelegen op ?
– Van Geeraerd Aelbrecht 30 gulden voor zes jaar pacht van 1/3 van de helft van twee partijen land, d’eerste groot 30 r gelegen op De Cromhaege en de 2de 60 r op De Waterleede, de twee resterende derden zijn in gebruik bij Judo De Schrijver en Francis Hoefs:
– Van de weduwe Van Nieuwenhove vijf gulden en vijf stuivers voor vijf jaar pacht van de helft van achttien roeden meer gelegen in Teralfene.
– Ontvangen van Michiel De Bisschop van dertien gulden voor vier jaar pacht van de helft van 60 roeden land gelegen op De Cromhaege.
– Van Judocus De Reuse vijftien gulden voor zes jaar pacht van 1/3 van de helft van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg.
– Van Charel Schouppe zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van 78 roeden land gelegen in Teralfene.
– Van Adriaen Cobbaert achttien gulden zeven stuivers en twee oorden voor zeven jaar pacht van de helft van vijftig roeden meers gelegen Den Avinneberg, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800)..
– Van Judocus De Schrijver zes gulden voor vier jaar pacht van 1/3 van de helft van twee partijen land, de eerste dertig roeden op De Cromhaege onder de Hemdenbosch en de tweede op De Waterleede, groot zestig roeden waarvan de resterende 2/3 in gebruik zijn bij Francis Hoefs en Geeraerd Aelbrecht, laatst op vijf nivôse negende jaar (25 december 1800).
– Van Frans Hoefs zes gulden voor vier jaar pacht van het resterende derde van de helft van de voorschreven twee partijen land, laatst verschenen als voorgaende.
– Gillis Janssens vier gulden voor de helft van tweeënzestig roeden land gelegen op De Ballije, voor vijf jaar, laatst leste verschenen vijf nivôse tiende jaar, 25ste december 1801, de som van twintig gulden.
– Van Jan Tassenoy vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden land, laatst verschenen als de voorgaande.
– Van Geeraerd Aelbrecht de som van negen gulden voor zes jaar pacht van 1/3 van de helft van twee partijen land, de eerste 30 roeden gelegen op De Cromhaege en de 2de 60 roeden op De Waterleede, dit zijn de twee resterende derden in gebruik bij Judo De Schrijver en Francis Hoefs, laatst verschenen als voren.
– Van de weduwe Franciscus Van Nieuwenhove vijf gulden en vijf stuivers voor vijf jaar pacht van de helft van achttien roeden meers, laatst verschenen ut ante[86].
– Van Jan Christiaens zeventien gulden voor vier jaar pacht van de helft van tweeënzestig roeden land gelegen op Het Pesterveld onder Hekelgem, laatst verschenen als voren.
– Van dezelfde Jan Christiaens vijf gulden en tien stuivers voor vier jaar pacht van de helft van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als de voren.
– Van de weduwe Gillis Meuleman zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van twee- honderd roeden land gelegen op De Heuvels.
– Van Peeter Van Den Berghe elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar landpacht van een vierde van 118 roeden land gelegen op De Ballije, laatst verschenen als de voorgaande.
– Van Peeter ? twaalf gulden voor vier jaar pacht van een vierde van honderd roeden land gelegen in Denderleeuw, laatst verschenen vijf nivôse tiende jaar (25 december 1801).
– Van Guillam De Vrind zes gulden voor vier jaar pacht van de helft van 1/3 honderd roeden meers gelegen in Liedekerke, genoemd Het Wolfshoofd, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800) dus 6 – 0 – 0.
– Van Cornelis Stijleman vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden hofstede en hoplochting gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen ut ante.
– Van Geeraerd Arijs elf gulden en vijf stuivers voor vijf jaar pacht van de helft van honderd zeventien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als voorgaande.
– Van dezelfde Arijs twaalf gulden en tien stuivers voor vijf jaar pacht van 1/3 van de helft van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen als voren 5 nivôse negende jaar (25 december 1800).
– Van Josephus De Groot van twee gulden en tien stuivers voor een jaar pacht van een derde van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen vijf nivôse vijfde jaar (25 december 1796).
– Van de weduwe Philippus Van De Gucht elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar pacht van ¼ van honderd en achttien roeden land gelegen op De Balleije onder Hekelgem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaer (25 december 1800).
– Van de weduwe Peeter Droeshoudt zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van zeventig roeden land gelegen in Erembodegem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar.
– Van dezelfde Jan Christiaens vijf gulden en tien stuivers voor vier jaar pacht van de helft van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als de voren.
– Van de weduwe Gillis Meuleman zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van twee- honderd roeden land gelegen op De Heuvels.
– Van Peeter Van Den Berghe elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar landpacht van een vierde van 118 roeden land gelegen op De Ballije, laatst verschenen als de voorgaande.
– Van dezelfde Jan Christiaens vijf gulden en tien stuijvers voor vier jaar pacht van de helft van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als de voren.
– Van de weduwe Gillis Meuleman zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van twee- honderd roeden land gelegen op De Heuvels, laatst verschenen ut ante.
– Van Peeter Van Den Berghe elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar landpacht van een vierde van 118 roeden land gelegen op De Ballije, laatst verschenen als de voorgaande.
– Van Peeter ? twaalf gulden voor vier jaar pacht van een vierde van honderd roeden land gelegen in Denderleeuw, laatst verschenen vijf nivôse tiende jaar (25 december 1801).
– Van Guillam De Vrind zes gulden voor vier jaar pacht van de helft van 1/3 van honderd roeden meers gelegen in Liedekerke, genoemd Het Wolfshoofd, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800).
– Van Cornelis Stijleman vijftien gulden voor vijf jaar pacht van de helft van vijftig roeden hofstede en hoplochting gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen ut ante.
– Van Geeraerd Arijs elf gulden en vijf stuijvers voor vijf jaar pacht van de helft van honderd en zeventien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen als voorgaande.
– Van de zelfde Arijs twaalf gulden en tien stuivers voor vijf jaar pacht van 1/3 van de helft van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst verschenen als voren 5 nivôse negende jaer (25 december 1800).
– Van Josephus De Groot twee gulden en tien stuivers voor een jaar pacht van een derde van honderd en tien roeden land gelegen op Het Steenberg, laatst vijf nivôse vijfde jaar (25 december 1796).
– Van de weduwe Philippus Van De Gucht elf gulden en vijf stuivers voor drie jaar pacht van ¼ van honderd en achttien roeden land gelegen op De Balleije onder Hekelgem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800).
– Van de weduwe Peeter Droeshoudt zestien gulden voor vier jaar pacht van de helft van zeventig roeden land gelegen onder Erembodegem, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar.
– Van de weduwe Jan Arijs een gulden zeven stuivers en twee oorden voor een jaar pacht van de helft van ¼ van honderd negentien roeden land gelegen op De Cleijne Cromhaege, laatst verschenen vijf nivôse zesde jaar (25 december 1797).
Van de borger Graindorge voor Frans Van Den Winckel achttien gulden voor zes jaar pacht van ¼ van honderd roeden land gelegen onder Denderleeuw in Den Haelsack, laatst verschenen vijf nivôse elfde jaar (25 december 1802).
– Van de erfgenamen van wijlen Jacobus Schoon achttien gulden voor negen jaar cijns ofte emphiteuse pacht van de helft van ? roeden land gelegen onder Hekelgem op De Balleije, palend oost de weduwe Carel Eeckhout, zuid dezelfde, west de Balleistraat” en noord het goed der gewezen abdij Affligem, uitgegeven voor een termijn van negenentwintig jaar vanaf 25 december 1780, laatst verschenen op vijf nivôse achtste jaar (25ste december 1799).
Summa 1 van de ontvangsten beloopt tweehonderd zevenennegentig gulden en vijf stuivers.
Ontvangsten van de renten:
– Van Sebastiaen Christiaens zeven gulden zeventien stuivers en twee oorden voor drie jaar rente van de helft van een lening van honderd vijftig gulden, laatst verschenen 20 pluviose 6de jaar (9 februari 1798 uitgaande op een land gelegen onder Essene van tweeënvijftig roeden genoemd Het Hooghuijs blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor schepenen van Affligem op negentien februari 1781 en geteekend door griffier B. E. De Witte.
– Van Francis Dierickx negen gulden voor drie jaar rente van de helft van een lening van honderd vijftig gulden, laatst verschenen veertien prairial achtste jaar (3 junii 1800) bezet ent op een behuisde hofstede van zestig roeden gelegen onder Teralfene blijkens den constitutiebrief gepasseerd voor meijer en schepenen van Erembodegem en Teralfene op den 3 juni 1791. Geteekend door griffier J. B. Wagon.
– Van Joannes Van Vaerenbergh zestig gulden voor vijf jaar rente van de helft van een lening van zeshonderd gulden, laatst verschenen op 19de pluviose tiende jaar (8 februari 1802), bezet op een hofstede met huis en andere edificiën van negentig roeden gelegen in De Portugiese Straete en op een meers en gelegen omtrent De Drijstraete, groot honderd roeden blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de hiervoor genoemde schepenen op 14 februari 1793. Geteekend door J. B. Wagon.
– Van Geeraert Arijs zeventien gulden tien stuivers voor vijf jaar rente van de helft van een lening van tweehonderd gulden, laatst verschenen op 20 germinal 8ste jaar (10 april 1800), bezet op een behuisde hofstede van 44 roeden, gelegen op Ten Daele blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op 11 april 1782. Ggetekend door Lixon.
– Van Francis Eeman zevenenveertig gulden en vijf stuivers voor zes jaar rente van de helft van een lening van vierhonderd vijftig gulden, laatst verschenen op 1 fructidor 8ste jaar (19 augustus 1800), bezet op 1) negenenveertig roeden en een half meers gelegen in Teralfene en 2) een hofstede met huis en andere edificiën gelegen aan de Portugiese Straete blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op 19 augustus 1779? Ondertekend Lixon.
– Van de weduwe Jan Arijs tien gulden en tien stuivers voor drie jaar rente van de helft van een lening van tweehonderd gulden, laatst verschenen op 4 oktober 1787, bezet 1) op een behuisde hofstede op TenDaele, groot achtendertig roeden en 2) op vijfentwintig roeden land ofe hoplochting gelegen Ten Daele blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op vijf mei 1774. Getekend adoor de geëede klerk J. B. De Moor. Zij hebben devoiren gedaen tot recouver van den achterstel.
– Van Josephus Christiaens twintig gulden voor vier jaar rente van de helft van een lening twee onderd vijftig gulden, laatst verschenen op 12 prairial 8ste jaar (1 juni 1800), bezet op de helft van een behuisde hofstede gelegen aan de Portugiese Straet blijkens de constitutiebrief gepasseerd voor de schepenen op twintig juni 1793. Getekend J. B. Wagon.
– Van Jan Van Haever, voorheen Joannes Van Gijsegem uit Erembodegem, twaalf gulden voor vier jaar rente van de helft van een lening geld laatst verschenen op vijf germinal 8ste jaar (26 maart 1800), bezet op een land gelegen onder Erembodegem omtrent Den Peirboom, groot circa zestig roeden.
– Van de weduwe Philippus Van Guscht acht gulden vijfthien stuivers voor de rente van de helft van een lening van vijfhonderd gulden,i bezet op een behuisde hofstede, groot 130 roeden, palend oost en zuid de straat, west J. B. Christiaens. Niet betaald sinds 1793.
– De provincie van Vlaanderen geeft jaarlijks op 27 september aan de armen een som van 44 – 9 – 4 voor de rente van de helft van een obligatie van f. 2546 – 2 – 10 deniers, maar niet meer betaald 1793. Deze originele obligatie is overgezonden aen de administratie departementaal volgens preuve de date 19 ventose 7de jaer.
– Dezelfde provincie moet nog achttien gulden per jaar voor de rente van de helft van een lening van negenhonderd gulden op 25 juni. Niet betaals sinds 1793. Idem en is deze originele obligatie overgezonden aen de administratie departementaal volgens preuve de date 19 ventose 7de jaer.
– Totaal van de ontvangsten door de borger Van Der Heijden van Aalst, gewezen ontvanger van Teralfene: honderd tweeëntwintig gulden achttien stuivers een oord
Summa 2 van de ontvangsten: driehonderd zeven gulden en drie oorden.
Ontvangsten van cijnzen en jaargetijden.
– Jan Baptist Christiaens, Jan Van Vaerenberg en Gillis Van Vaerenberg moeten jaarlijks tien stuijvers voor de helft van de cijns van 31 roeden land op De Balleije en nog 70 roeden op hetzelfde veld palend oost de kerk en de armengoederen van Teralfene, zuid de gewezen abdij Afflighem, west Gillis Van Den Wijngaerde en noord de abdij voor wijnbrood en andere voor de dienst van de H. Kruismissen. Nota: de genoemden Christiaens en Jan Van Vaerenbergh betalen voor hun deel in de voorschreven cijns 3 ¾ stuivers. Geen voldoening sedert 1796.
– Van Gillis Van Vaerenberg 2 ½ stuijvers en geen voldoening sedert 1793.
– Van Peeter De Bisschop, zoon van Michiel …. bepand op en zijn hofstede, groot 116 roeden, gelegen aan Den Grooten Driesch, palend oost Judo De Bolle, zuid Jan Van Nieuwenhove, west de straat en noord de genoemde dries. Idem geen betaling sedert 1790. – De erfgenamen van Paulus De Lannoy moeten jaarlijks de helft van een gulden en twee stuivers bepand op een half dagwand meers en hoplochting in hun erf op Ten Daele, palend oost Adriaen De Bisschop, zuid Petrus Droeshoudt, west idem en noord de straat, laatst verschenen op 2 december 1801 met vier gulden negentien stuijvers.
– De erfgenamen van Amandus Eeckhout moeten jaarlijks de helft van zes stuivers over het licht der maendelijksche misse van requiem voor de zielen van Jan Van Der Slaghmolen bepand op 2/3 van een half bunder meersch achter “Den Daele” paelende oost Guillam De Bisschop, zuid Jan Baptist De Smedt, west de weduwe Judo Asselman, ende noord Peeter Van Vaerenberg ende mits geene voldoening sedert den jaere 1791 alhier gebracht voor bewijs en memorie.
– Jan Baptist Christiaens, zoon van Jan, moet jaarlijks de helft van acht stuivers betalen voor het licht van het jaargetijde van Geeraert Van ?, bepand op een stede gelegen Ten Daele, groot 145 roeden, palend oost het curegoed, zuid de straat, west de sraat en noord De Cromhaege. Geen voldoening sedert 1797.
– Voor Lovicus Van Nieuwenhove de helft van 25 stuivers voor een jaargetijde van Geeraert en Elisabeth Bogaerts bezet op 190 roeden meers achter Den Daele, palend oost Joseph Jacobs, zuid de erfgenamen Adriaen Van Den Abbeel, west Den Maijmeersch en noord Guillam De Bisschop. Geen voldoening sedert 1794. Nota: dat in de vermelde cijns Joos Pauwels uit Hekelgem wegens zijn vrouw en N…….. Van Den Abbeel voor haar vader Adriaen Jaarlijks de helft van ¾ stuijver moeten betalen. Geen voldoening sedert 1795.
– Peeter De Bisschop, zoon van Jan, moet de helft van acht stuivers voor het jaargetijde van Henricus Pensaert, bepand op ¾ van een dagwand stede, vroeger land, gelegen op Ten Daele, palend oost de weduwe Carel Eeckhoudt, zuid de straat en de weduwe Judocus De Wolf. Geen voldoening sedert 1790. Voor het vermelkde jaargetijde moeten Judocus Couck en Cornelis De Bisschop ieder de helft van een stuive. Geen voldoening sedert 1792.
– Adriaen De Bisschop, zoon van Joos, en Judocus Van Vaerenberg voor de weduwe Joos Asselman en Geeraert Van Bleijenberg, moeten jaarlijks de helft van ? stuivers bepand op een half bunder land en stede gelegen opTen Daele, palend oost Jan Van Nieuwenhove, zuid Den Bought, west de erfgenamen Lannoy en noord de straat. Deze cijns moet nu betaald worden door Josephus Steenhoudt. Geen voldoening sedert 1795.
– Philippus Vaerman moet de helft van tien stuivers. Geen voldoening sedert 1792.
– Adriaen Van Den Bossche, zoon van Peeter, moet de helft van acht stuivers bepand op zijn stede gelegen binnen deze gemeente, palend oost en zuid de straat en noord Van Backstael. Geen voldoening sedert 1795. Adriaen De Bisschop, zoon van Judo, betaalt voor Cornelis Asselman de helft van ? die cijns bepand op zijn stede, voorheen meers.
– De erfgenamen van Joannes Tack uit Aalst, voorheen Guillam De Brand en anderen, moeten jaarlijks de helft van tweeëndertig stuivers voor het jaargetijde op vrijdag na Lichtmis van Geeraert Eeckhoudt en Jan Arijs en voor Mottemans en Maria Bogaerts volgens het testament van 21 februari 1698, bepand op de hofstede Het Egdeken, groot 102 roeden palend oost de weduwe Guillam Van Den Abbeel, zuid en west de straat, en noord de dreef van de Callenmeersch. Geen voldoening sedert 1786.
– Judocus Van Den Berghe en de weduwe Gillis Asselman, moeten ieder voor de helft van zes stuivers voor het jaargetijde van heer Jan Arijs op Pinkstermaandag, bepand op hun stede en hop lochting opTen Daele, oost Jan De Ghendt, west de erfgenamen Carel Van Ginderdeuren, en noord de straat. Geen voldoening sedert 1795.
– Lucas Beeckman moet de helft van drie stuivers voor het licht en ornamenten van het jaargetijde van Jan De Bolle en Marie Pauwels, bepand op hun stede, groot omtrent een dagwand gelegen op Ten Daele, paalend oost Peeter Van De Maele, zuid de straat, west het straAtje lopend van Den Vogelensang en de Cromhaege; geen voldoening sedert 1796.
– Voor Guillam Van De Maele, zoon van Guillam, geldt de helft van twaalf stuivers voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Geeraert De Reuse uitgaand op een dagwand en half meers. Geen voldoening sedert 1793.
– Voor Laureijs De Boom voor zijn vrouw en Adriaen Meert uit Erembodegem geldt jaarlijks de helft van 3 gulden 12 stuivers voor het jaargetijde van Jan Van Vaerenberg en Catharina Bruggemans. Geen voldoening sedert 1773.
– Voor Peeter Van Den Bossche wegens zijn vrouw Catharina De Reuse, dochter van Gillis voor haar vader met consoorten geldt jaarlijks de helft van dertig stuivers voor het jaargetijde van Adriaen Moock en Catharina Van Vaerenberg, bepand op hun stede, groot 90 roeden, palend oost en zuid de straat, west Adriaen De Bisschop. Geen voldoening sedert 1792.
– Voor Adriaen Van Nijgem geldt jaarlijks de helft van twee gulden voor het jaargetijde van Peeter Van Den Broeck, te celebreren kort na Lichtmis, bepand op zijn hofstede gelegen aan Den Driessche, palend oost de weduwe Gillis Asselman, zuid en west de voetweg en noord de straat. Geen voldoening sedert 1790.
– Voor Louis Van Nieuwenhove geldt jaarlijks de helft van twee gulden voor twee altijd durende jaargetijden voor de ouders van Peeter Van Den Broeck, te celebreren op het laatste van de maand augustus, bepand op 120 roeden land gelegen op Het Meuleveld, palend oost Joseph De Troyer, zuid Michiel Van Vaerenberg, west Jan Van Nieuwenhove en noord de beek. Geen voldoening sedert 1794.
– Voor Joos Pauwels wegens zijn vrouw geldt jaarlijks de helft van dertig stuivers, bepand op de meers De Bouckxkens, palend aan de Dender. Geen voldoening sedert 1795.
– Voor Gillis Van Vaerenbergh van Essene geldt jaarlijks de helft van drie gulden altijd vallend op 20 oktoberr voor de jaargetijden gefondeerd door Anthoon Taeleman, te celebreren de eerste woensdag na Sint-Jan en de het 2de woendag na H. ?, bepand 1ste op zijn hofstede, groot honderd roeden, palend oost Joannes Van Den Abbeel, zuid de straat, west Hendrick De Pauw en noord de voetweg; 2de op honderd roeden land gelegen ………. palend oost Jan Van Der Slagmolen, noord de straat. Geen betaling sedert 1796.
– Voor de weduwe Peeter Vaerman voor de helft en Judocus Eeckhoudt voor de wederhelf voor Cornelis Meuleman en ? Van Mol voor de helft van dertig stuivers, bepand op hun stede en land. Geen voldoening sedert 1792.
– Voor Joseph Redant, zoon van Jan, en de erfgenamen Jan Baptist Verhelst gelden jaarlijks tien stuivers, te weten de redant 1/3 en de erfgenamen 1/3 voor het licht en de ornamenten van het jaargetijde van Michiel De Bisschop, bepand op hun respectievelijke hofstede. Geen voldoening sedert 1797.
Summa 3 van de ontvangsten beloopt vier gulden en negentien stuivers.
De Franse revolutionairen ageren tegen de godsdienst.
Het valt op dat vanaf het begin van de oorlog van de Fransen tegen de Oostenrijkers de betalingen voor de cijnzen bijna volledig stopten. Daar zijn meerdere redenen voor. Sedert 1789 was er bijna voortdurend oorlog en de Franse overheid plunderde vanaf 1794 het land en voerde een anticlericale politiek:
– Al in augustus 1794 beval het Comité de Salut Public: Overlaad de rijken en de clerus met belastingen, beroof België van alle bestaansmiddelen.
– In oktober besliste de Conventie dat de kerkelijke bezittingen staatseigendom werden.
– In februari 1795 leggen de commissarissen van de Franse krijgsmacht de armendis een verplichte lening op.
– September 1795. Een bijzondere wet schaft alle ordes, kloosters en abdijen af. Alle kerkelijke gioederen met inbegrip van de kapelanieën, de pastorale goederen en de broederschappen worden aangeslagen als nationaal goed. De kerk- en armenmmesters worden uit hun ambt ontzet en zijn verplicht de rekeningboeken en het geld af te geven
– Het decreet van 19 maart 1797 verplichtte de bedienaars van de erediensten de volgende verklaring af te leggen:je reconnais due l’ universalité des citoyens français est le souverain et je promais soumission et obéissabce aux lois de la République. De priesters kregen 10 dagen de tijd om de verklaring af te leggen. Wie daarna nog een kerkelijke functie uitoefende kreeg een boete van 500 pond en 3 maanden gevangenisstraf. De aartsbisschop wou niet dat de priesters de verklaring aflegden.
– In augustus 1797 erkende het Directoire de vrijheid van de eredienst, maar buiten de kerk zijn alle religieuze emblemen verboden. Het kruis op de torens en op kapellen, heiligenbeelden op de openbare weg en in kapellen moeten weg.
-September 1797. Door het decreet van 9 fructidor an 5 ( 5 september) breekt de godsdienstvervolging los. De priesters moeten de eed van haat afleggen: Je jure la haine à la royauté et à l’ anarchie; je jure attachement et fidélité à la république en à la constitution de l’ an 2. Aartsbisschop von Franckenberg verbiedt de priesters de eed af te leggen omdat hij inging tegen de wet van de liefde. Ongeveer 10 ooo priesters weigeren de eed af te leggen. IN december begon een klopjacht op de onbeëdigde priesters die onderdoken De besloten tijd was begonnen.
– E.H. Van den Broeck schreef in de begeleiding van zijn Gezinsboeken dat in zijn familie werd verteld dat zijn grootvader Machiel Van den broeck in 1798 in het geheil op de Oude Molen werd gedoopt.De ouders brachten het kind niet zelf naar de molen, wel enkele moedige vrouwen zoals Barbara Malchos (een schuilnaam) en Anna Maria Cuyper, de vrouw van de Teralfense koster.
– Okotber. De erediensten worden overla stopgezet. De klokken mogen niet meer luiden.
– November. De Fransen beginnen met de verkoop van dekerkelijke goederen. In Teralfene gebeurt dat op 15 maart 1799.
– Januari 1800. De Franse passen de vervolgingswetten minder streng toe. De kerken mogen weer open, maar onbeëdigde priesters krijgen geen toelating om weer in dienst te komen.
– Paus Pius VII ondertekent op 15 augustus het concordaat met Napoleon. De overeenkomst houdt in dat de Franse republiek het katholocisme erkent als de godsdienst van de meerderheid. De nog niet in beslag genomen religieuze gebouwen komen ter beschikking van de clerus. Onteigende kerkelijke goederen blijven in het bezit van de kopers. De clerus heeft geen vervogingen meer te vrezen[87].
Ontvangsten van rogge.
– Voor Ludovicus Van Nieuwenhove geldt jaarlijks een vat rogge, laatst verschenen op vijf nivôse tiende jaar (25 Xber 1801), dus 5 vaten.
– Voor Joannes Van Vaerenberg een vat rogge, laatst verschenen zoals voorgaande, dus vijf vaten.
– Voor de weduwe Jan Van Den Broeck en Joannes Van Nieuwenhove een vat rogge, laatst verschenen als de voorgaande, dus vijf vaten.
– Voor Josephus Schoon 1/2 vat rogge, laatst verschenen zoals voorgaande, dus 2 1/2 vaten.
– Jeroom Van De Perre een vat rogge, laatst verschenen op 5 nivôse 8ste jaer (25 december 1799) dus 2 vaten.
– Jan Baptist Vaerman 1/2 vat rogge, laatst verschenen op vijf nivôse Xde jaar (25 december) 1802, dus 3 vaten.
– Joannes Van Nieuwenhove twee vaten rogge uitgaande op zijn hofstede, laatst verschenen vijf nivôse negende jaar (25 december 1800), dus 8 vaten.
– Francis Van Nieuwenhove met consoorten 7/8 van een vat rogge, laatst verschenen vijf nivôse Xde jaar (25 december 1801), dus 4 3/8 vaten.
De gehele ontvangst van rogge van 34 7/8 vaten werd aan de armen uitgedeeld..
Uitgaven.
– Aan de borger D’Herdt van Aalst drie gulden en drij stuivers voor de levering van drie registers voor het noteren van de ontvangsten en uitgaven van de armen: 3 – 3 – 0.
– Aan Geeraert Arijs twee gulden voor zijn devoiren ten dienste van de armen: 2 – 0 – 0.
– Aan de borger Janssen, chirurgijn te Erembodegem voor gedane visites en levering van medicijnen aan verscheidene arme zieken: 8 – 6 – 0.
– Aan port voor een brief op 9 frimaire 7de jaar: 0 – 10 – 0.
– Aan Gillis Dierickx, garde champetter, voor zijn devoiren voor de armen: 1 – 0 – 0.
– Aan port voor een brief van 15 thermidor 7de jaar: 0 – 7 – 0.
– Aan de borger Gaspar voor levering van tien werkdekens voor de armen: 13 – 0 – 0.
– Aan Peeter Van De Maele voor levering van enige stoffen en kousen ten dienste van de armen: 18 – 4 – 2.
– Aan Matheus Rosenol voor het maken en repareren van verscheidene kleren van de arme kinderen: 1 – 5 – 0.
– Aan Hendrick De Troch voor het maken van twee paar nieuwe schoenen van twee arme mensen: 3 – 17 – 0.
– Aan een hoed voor de zoon van de weduwe Coigneau: 1 – 1 – 0.
– Aan de voorschreven borger Gaspar voor de levering van acht dekens voor de armen: 9 – 9 – 0.
– Aan Francis Dierickx voor het maken van twee lichgters voor de begrafenis van de vrouw van Josephus Eekeman en het kind van Frans D’Haese: 4 – 0 – 0.
– Aan Engel Van Vaerenbergh voor het onderwijzen van de arme kinderen 1779: 4 – 13 – 3
– Aan Adriana Van Nijghem op 14 juli 1800 voor het leveren van veertien vaten koren voor distributie aan de arme lieden: 19 – 5 – 0.
– Aan Matheus Rosenol voor het maken en repareren van kleren van de armen: 0 – 12 – 0.
– Aan de voorschreven Janssens voor zijn visites en levering van medicamenten voor verscheidene arme mensen: 6 – 16 – 2.
– Aan Jan Baptist De Bisschop voor de levering van winkelwaren aan de weduwe Franciscus D’Haese: 3 – 3 – 0.
– Aan N. Guldemont voor de levering van enig brandhout, brandewijn en café(?) voor een arme onbekende persoon ziek liggend ten huize van Josephus De Bisschop: 1 – 16 – 3.
– Aan de genoemde Gillis Dierickx voor enige vermaningen aan de debiteurs van de armen: 0 – 7 – 0.
– Aan Adriana Deleu van Borglombeek voor de levering van drie dekens voor de armen: 4 – 14 – 2.
– Aan Engel Vaerenberg voor zijn devoiren in het leren lezen en schrijven van de arme kinderen in 1800 en 1801: 7 – 5 – 0.
– Aan N. Guldmont voor levering van brood en bier aan de weduwe van Frans D’Haese: 0 – 18 – 3.
– Op 10 mei 1802 aan Louis Van Nieuwenhove voor de levering van negen vaten rogge voorde armen: 21 – 0 – 0.
– Op 20 juni aan dezefde voor de levering van drie vaten rogge: 7 – 10 – 0.
– Aan Jan Baptist Christiaens voor de levering van drie zakken rogge: 45 – 0 – 0.
– Aan Josephus Van Nijghem voor del evering van 4 ½ vaten rogge: 11 – 5 – 0.
– Aan Hendrick De Troch voor het maken van een paar schoenen voor de zoon van Joseph De Raese: 2 – 2 – 0.
– Op 11 juli 1802 aan N. Guldemont voor de levering van brood en bier aan de weduwe Frans D’Haese: 2 – 14 – 0.
– Op 19 juli aan Michiel Eekeman voor de levering van een vat en half rogge voor Josephus De Raese: 2 – 17 – 0.
– Aan Josephus De Bisschop voor de levering van een vat en half pataten en twee paar houten schoenen aan de weduwe D’Haese: 1 – 0 – 0
– Op 23 juli aan Gillis Dierickx aan Frans Van de Winckel uit Denderleeuw voor de opzeg van de goederen van de armen die hij in gebruik had: 0 – 5 – 0.
– Op 27 juli aan N. Guldemont voo de levering van brood en bier aan de weduwe D’Haese: 2 – 17 – 0.
– Aan pastoor De Mol voor het begraven en de uijtvaart van de weduwe D’Haese: 6 – 6 – 0.
– Aan Frans Dierickx voor het leveren van een lichter voor de weduwe: 3 – 0 – 0.
– Op 2 augustus 1802 aan Gillis Dierickx voor zijn devoiren in het oproepen en verkopen van de vruchten op een land van armen gelegen onder Denderleeuw en in het gebruik geweest bij Frans Van Den Winckel: 0 – 7 – 0.
– Aan Janssens voor het behandelen van verscheidene arme mensen en levering van medicijnen: 17 – 14 – 2.
– Aan Peeter Van De Maele van Aalst voor de levering van drie ellen stof, twee paar koussen en een voorschoot voor enige arme lieden: 4 – 12 – 0.
– Aan twee hemden, een rok en corset voor de wees van wijlen Frans D’Haese: 4 – 7 – 2.
– Aan Matheus Rosenol voor het maken en repareren van enige kleren voor de kinderen van D’Haese: 1 – 1 – 0.
– Aan de borger Van Der Heijden voor de grondcontributie van de armen van het jaar vijf : 14 – 3 – 3. De huurders moeten hetzelfde bedrag betalen.
– Voor de inscriptie van een lening ten laste van Joseph Christiaens: 3 – 19 – 2.
– Voor de inschrijving van een rente ten laste van de weduwe Philippus Van De Gucht: 4 – 0 – 1.
Summa van de uitgaven: 274 – 19 – 1.
Andere uitgaven
– Aan de armen uitgedeeld: op vier floréal 7de republikeins jaer 41 – 0 – 0; op 26 prairial van hetzelfde jaar 39 – 3 – 0; op 18 februari, 23 april en 3 juni 1801: 21 – 16 – 2; op 20 7ber, 10 8ber, 16 en 29 9ber van hetzelfde jaar 26 – 18 – 3; op 20 Xber 1801, op 5, 11 en 18 januari 1802: 45 – 4 – 0; op 17 februari, 2 en 22 maart 1802 aan de weduwe Frans D’Haese: 2 – 4 – 1; op 12, 13 en 28 april aan drie arme mensen 8 – 1 – 0; aan de zieke vrouw van Jan Camu op 18 juni 1802: 3 – 3 – 0; op 22 juli: 48 – 5 – 0; op twee augustus: 56 – 4 – 0.
Summa van deze uitgaven: 291 – 19 – 2.
Distributie van rogge.
– Op 21 mei 1800 gedistribueerd aan de armen vijftien vaten en een vierde rogge.
– Op 16 juli 1801 negentien vaten een vierde rogge.
De gehele uitgaven voor de rogge: 34 1/2 vaten.
Finale uitgaven van de rendant
– Aan de borger Petrus Van Nieuwenhove de tantième van de ontvangsten en de distributie van de penningen van de armen en de twintigste penning. Vermits die belopen zeshonderd negen gulden vier stuivers en drie oorden, bedraagt de tantième 30 – 9 – 1.
– Voor het opstellen van deze rekening, examinatie van de papieren en de bescheiden: 11 – 8 – 0.
– Voor de kopie voor de rendant: 5 – 14 – 0.
Summa 3° van de uitgaven 47 – 11 – 1.
Summa summarum van de uitgaven 600 – 6 – 1.
De ontvangsten bedroegen 609 – 4 – 3.
De rendant heeft meer ontvangen dan uitgegeven 8 – 18 – 2.
Aldus gedaen, gerekent ende gesloten onder allen &, coram de ondergeteekende binnen Assche dezen 7de floréal 11de jaer, waeren geteekent Josephus Van Nijghem, P. Van Nieuwenhove, L. Van Nieuwenhove Jan Asselman, Joannes De Reuse, J. De Bisschop adj. Gruber maire, J. F. Gillis juge de paix en P. Fieremans.
1807. Teruggave van gronda an de kerkmeesters[88]..
Toen de kerkmeesters vernamen dat een perceel van 30 a 42 ca palend aan het goed van de vroegere abdij Affligem, aan de pastorie en aan Francis Van Nieuwenhove, toebehorend aan de kerk op 6 december zou worden verkocht, stuurden ze een brief naar de prefect te Brussel. In hun schrijven vroegen ze de teruggave van het perceel omdat het belast was met fundaties ten voordele van de kerkfabriek. Het veld was als domaine nationale aangeslagen. Op 3 maart 1807 ging de prefect in op hun verzoek.
1810[89].
Napoléon par la grâce de Dieu et les constitutions de l’empire, empereur des Français, roi d’Italie, protecteur de la confédération du Rhin &a à tous présent et à venir, salut, faisons savoir que :
Dat Jacques Maximilien Catoir, notaris te Brussel voor dokter Jean De Loecker uit de Eikstraat n° 1373 te Brussel op 20 oktober 1810 de verkoopakte opstelde van zijn bos te Teralfene, groot 18 a 80 ca. Het bos paalde aan 1° een hopveld in gebruik bij Adrien De Bolle, 2° de weduwe Adrien De Schrijver, 3° Josse De Bisschop, 4° une lisière de raspe de l’église de Teralphene in het bezit van Adrien et Guillaume Meulemans. De koper was François Rollier, pastoor te Teralfene en de koopsom bedroeg 180 fr.
1811. Oprechten staat van goederen soo land en weiden, bosschen, renten[90].
Op 22 juni 1811 maakte iemand (de pastoor?) de inventaris op van de bezittingen van de kerkfabriek.
Land, weiden en bossen
- Een perceel op de Heuvels, groot 100 roeden. Verhuurd aan Guilielmus Meuleman en Jan Baptist Steenhout voor 16, 50 francs.
- Een land in Hekelgem op De Ballije, groot 118 roeden. Verpacht aan Ludovicus Van Gucht en Petrus Van Den Berghe voor 17,00 fr.
- Een land in Hekelgem op De Ballije, groot 30 roeden. Verpacht aan Jan Baptist De Bisschop voor 8,00 fr.
- Een land in Hekelgem op Het Pesterveld, groot 31 roeden. Verpacht aan Judocus Christiaens voor 8,00 fr.
- Een land op Den Nuffelteurre?. Verpacht aan Jean Tastenoy voor 6,50 fr.
- Een land in Denderleeuw, groot 46 roeden. Verpacht voor 13 francs aan Petrus Borriau.
- Een land op De Cromhaege, groot 27 ½ roeden. Verpacht aan Jan Baptist De Bisschop, zoon van Michael voor 8,00 fr.
- 59 roeden op De Heuvels. Verpacht aan Gillis Dierickx, Michael Arijs en Judocus Christiaens samen voor 9,50 fr.
- 39 roeden op De Klein Cromhaege. Verpacht aan Ludovicus Van Gucht voor 8,50 fr.
- Een meers van 8 ½ roeden achter Den Daele. Verpacht aan Petrus Van Nieuwenhove, zoon van Franciscus voor 2,50 fr.
- 57 roeden op de Steenberg. Verpacht aan Judocus De Reuse, Gerardus Arijs, Jan Permentier voor 15,00 fr.
- Een meers van 25 roeden op Den Avinneberg. Verpacht aen Jan Tack voor 6,00 fr.
- Een hofstede van 25 roeden op de Steenberg. Verpacht aan Cornelis Steyleman voor 5,44 fr.
- 55 roeden op De Klein Cromhaege. Verpacht aan Gerardus Arijs, Jan Baptist Schoon, Gillis Dierickx voor 12,00 fr.
- 35 roeden in Erembodegem. Verpacht aan de weduwe Petrus Droeshout voor 8,00 fr.
- Een meers in Liedekercke genoemd Het Wolfshoofd, groot 16 ½ roeden. Verpacht aan Guilielmus De Vrind voor 3,50 fr.
- Een land van 30 roeden De Cromhaege. Verpacht aan Judocus De Schrijver en Franciscus Hoefs voor 7,00 fr.
- 15 roeden op De Kleine Cromhaege. Verpacht aan Carolus Albrecht voor 3,50 fr.
- Een land van 31 roeden in Hekelgem op De Ballije. Verpacht aan Amandus Vertongen voor 3,60 fr.
- 100 roeden in Hekelgem op De Ballije. Verpacht aan Judocus Heeremans belast jaarlijks met 4 vaten koren aan de armen van Teralfene voor 14,50 fr.
Renten.
- Een rente op 100 gulden geeft jaarlijks 6,50 verkregen op 4 mei 1774 tot last van Jan Arijs, Michael Arijs en Petrus De Backer (1) bepand op een behuisde hofstede, groot 38 roeden op Ten Daele, palend oost Francis Arijs, zuid Mansbroekveld, west Francis Van Nieuwenhove, noord de straat, (2) bepand op 31 roeden meers in ?, palend zuid Jan Baptist Christiaens, west Den Avinneberg, noord de weduwe Frans Van Nieuwenhove, (3) nog 25 roeden land in Teralfene, palend oost Ludovicus Geysens, zuid Affligem, west Jan Christiaens, noord dezelfde, gegoed voor de wet van Erembodegem ((= de schepenbank) volgens de akten alhier berustend
- Een rente op 75 gulden geeft jaarlijks 4,75 verkregen op 9 februari 1781 tot last van Sebastianus Christiaens en Josephus Christiaens, bepand op een land van 52 roeden genoemd Het Hooghuijs in Essene, oost de straat, zuid de beek, west de erfgenamen Joos Van Der Biest, gegoed voor de wet van Affligem alhier berustend.
- Een rente op 100 gulden geeft jaarlijks 6,34 ten laste van Gerardus Arijs van Teralfene, bepand op een behuisde hofstede van 44 roeden op Ten Daele, palend oost de wezen Francis Arijs, zuid de straat, west de pastorie, noord de voetweg, gegoed door de wet van Erembodegem, gelicht 10 april 1782 volgens akten alhier berustend.
- Een rente op 75 gulden geeft jaarlijks 5,44 ten laste van Petrus Snel tot Mijlbeek, bepand op land in Erembodegem omtrent Den Peirenboom, groot circa 60 roeden. Deze rente is niet gehypothequeerd, ook geen constitutiebrief.
- Een rente op 250 gulden geeft jaarlijcks 13,60 ten laste van Philip, nu Ludovicus, bepand op een behuisde hofstede van 131 roeden, palend oost en zuid de straat, west Jan Baptist Christiaens, noord Adrianus Van Den Bossche, nu Jan Baptist Van Vaerenberg, van 18 februari 1788, gegoed voor de wet van Erembodegem volgens de akte alhier berustend.
- Een rente op 750 gulden ten laste van Francis Dierickx, bepand op een behuisde hofstede van 60 roeden, palend oost het wederdeel van deze, zuid de straat, west de erfgenamen van Petrus Van Vaerenbergh, nu Michael De Bisschop, noord Den Breedeweg,ingaande op 3 juni 1794 voor de wet van Erembodegem volgens de akte.
- Een rente op 12 gulden geeft jaarlijks 3,70 tot last van Joannes Baptist Christiaens, nu Josephus, bepand op 150 roeden, oost het goed van de abdij Affligem, zuid De Portegiese straete, west de weduwe Petrus Christiaens, noord de erfgenamen Judocus Van Neijgem, ingaande op ? juni 1793, gegoed voor de wet van Erembodegem volgens de akten alhier berustend.
Ontvangst van cijnzen.
- Een land van 31 roeden in Hekelgem op De Ballije, belast met 2 francs 37 cent waarvan 1,35 fr. voor de pastoor, 68 cent voor de koster 68 cent en voor de kerk 34 cent tot last van Jan Baptist Christiaens. Vernieuwd in 1811 over een ten deel van de kruismissen ten tijde van de vasten.
- Een land in Hekelgem op De Ballije, belast met drie francs 17 cent waarvan 1,90 fr. voor de pastoor, voor de koster 98 cent en voor de kerk 22 cent, tot last van Joannes Van Vaerenberg, zoon van Judocus, over een deel van de kruismissen ten tijde van de vasten. Vernieuwd op 7 floreal jaar 11 en laatst vernieuwd in juni 1811.
- Een land op De Ballije in Hekelgem, ten laste van Petronella Jacobs, jaarlijks belast door een deel der kruismissen ten tijde van de vasten met 1 franc 21 cent, voor de pastoor 67 cent, de koster 38 cent en de kerk 5 cent.
- Een land op De Ballije in Hekelgem ten laste van Francis Van Nieuwenhove, jaarlijks belast met ? voor een deel van de kruismissen ten tijde van de vasten. Vernieuwd op 9 juni 1811.
- Een land op De Ballije ten laste van Joannes Van Den Bossche, in plaats van Angelina Van Vaerenbergh, jaarlijks belast met 2 francs 30 cent, waarvan 1, 26 fr. voor de pastoor, voor de koster 63 cent en voor de kerk 40 cent, voor een deel van de kruismissen ten tijde van de vasten. Vernieuwd 29 juni 1811.
- Een land op Den Dries, groot 116 roeden, palend oost Petrus Van Neijgem, zuid Jan Van Nieuwenhove, west de straat naar de dries, jaarlijks belast één franc 16 (cent) ten laste van Joannes Christiaens en Ludovicus De Bisschop. Vernieuw in 1811.
- Een hofstede op Ten Daele, palend oost Judocus Christiaens, zuid Petrus Van Nieuwenhove en de weduwe Timmerman, west Judocus Couck, noord de straat, groot 50 roeden, ten laste van Paulus Lannoy voor 1 fr.
- Een meers achter Den Daele, palend oost Guilielmus De Bisschop, zuid Jan Baptist De Smet, west de weduwe Judocus Asselman, noord Petrus Van Vaerenbergh, ten laste van Judocus Couck, groot 133 roeden, geeft jaerlijkx 27 cent voor licht en ornamenten van het jaargetijde van Jan Van Der Slagmolen.
- Een hofstede op Den Daele, groot 145 roeden, palend oost de pastorie, zuid de straat, west het pastoreel goed, noord De Cromhaege, ten laste van Joannes Baptist Christiaens, zoon van Jan, voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Gerardus Van Schingen en Elisabeth Petermans, geeft jaarlijks 1,72 fr., waarvan 90 cent voor de pastoor, voor de koster 45 cent en voor de kerk 36 cent. Vernieuwd 1811.
- Een meers achter Den Daele, groot 190 roeden, palend oost Joseph Jacobs nu Joannes Baptist Christiaens, zuid Adrianus Van Den Abeele, west Den Meijmeersch, noord Guilielmus De Bisschop, ten laste van Ludovicus Van Nieuwenhove voor het jaargetijde van Gerardus en Elisabeth Bogaer(t)s, geeft jaarlijks 1,13 fr. Vernieuwd ? Ludovicus Van Nieuwenhove geeft alle jaren 75 cent en Judocus Van Blijenbergh 38 cent.
- Een hofstede aan Den Grooten Driessche ten laste van Petrus Van Neijgem voor het jaargetijde van Petrus Van Den Broek, geeft jaarlijks 1,81 fr. Vrnieuwd.
- Een land van 120 roeden in Liedekerke op Het Molenveld, ten laste van Ludovicus Van Nieuwenhove, jaarlijks belast met 1,81 fr. voor twee jaargetijden in de maand augustus voor de ouders van Petrus van Den Broek.
- Een meers gelegen achter Den Daele tegen de Dender, ten laste van Henricus De ? uit Hekelgem voor het jaargetijde van Barbara Van Vaerenbergh, geeft jaalijks 1,26 fr.
- Een hofstede en een land in Essene, groot 100 roeden, palend oost de straat, zuid de straat, west de weduwe van Gillis De Pauw, noord de voetweg. Nog 100 roeden palend aan Jan Van Der Slagmolen, noord de straat, waarvan een deel voor de H. Geest, de rente is 2,71 fr. ten laste van de weduwe van Gillis De Pauw voor het jaargetijde van Carolus Steppe, komt uit de rekening van 1768 en vernieuwd in 1811.
- Een hofstede op Den Mollenhoek, palend oost Jan Baptist Vaerman, zuid Joannes Christiaens, west Petrus De Naijer, noord het losgat van De Mansbroek, ten laste van Petrus De Rijck voor een cijns van 67 cent, komt uit de rekening van het jaar 1768.
- Een hofstede gelegen in Den Mollenhoek, palend oost Hendrick Van ?, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Adriaen Asselman, en noord de weduwe Benedictus Timmerman, jaarlijks belast met de helft van 67 cent.
- Een land gelegen in Den Mollenhoek, palend oost de voetweg, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Judocus Eekhout en noord het goed van de pastorie, belast met de helft van 67 ct, komt uit de rekening van het jaar 11 en vernieuwd.
- Een land en hofstede van de weduwe Benedictus Timmerman, palend oost de straat, zuid de voetweg, west Guilliam ? en noord Michael Van Vaerenbergh, jaarlijks belast met 45 cent voor licht en ornamenten van ’t jaargetijde van Michael De Bisschop, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
- Een land gelegen achter Den Daele aan Den Schullenberg, groot 102 roeden, palend oost Jan Baptist Van Nieuwenhove, zuid en west de straat en noord Joannes Vaerman en Jan Baptist Van Nieuwenhove, tot last van Jonnes Tack uit Aalst, jaarlijks belast met 1 fr. 45 cent voor het jaargetijde op vrijdag na Lichtmis, volgens het testament van 21 juli 1698, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd
20- Een hofstede palend oost De Klapstraete, zuid de straat, west Jan Baptist Gijsens, noord Petrus Van Neijgem tot laste van de weduwe van Adriaen Van Den Bossche, zoon van Peeter met sijn consoorten jaarlijks belast met 36 centimen aan de kerk, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
21-Een hofstede van 90 roeden, palend oost en zuid de straat, west Joannes Baptist Gijsens en noord Petrus Van Neijgem, tot last van de weduwe Adriaen Van Den Bossche, is belast met1 fr. 36 cent voor het jaargetijde van Adriaen Moock en Catharina Van Vaerenbergh, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
22- Een hofstede van Judocus Christiaens belast 31 ct, de erfgenamen van Joseph Steenhout betalen 6 cent, de weduwe van Benedictus Timmerman ook 16 cent, te samen 63 cent, bezet op hun hofsteden en land, palend oost Jan Baptist Van Nieuwenhove, zuid de voetweg, west Paulus Lannoy en noord de straat, komt uit de rekening van 11. Vernieuwd.
23- Een hofstede op Ten Daele aan de Leemput, tot last van de erfgenamen van Petrus Van Den Bergh, jaarlijks belast met 13 cent voor het jaargetijde op pinkstermaandag van sieur Jean Arijs, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
24-Een hoplochting op Ten Daele tot last van Christiaen Van Vaerenbergh uit Erembodegem, is jaarlijks belast met 13 cent voor het jaargetijde Jean Arijs, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd
25- Een hofstede van Frans De Vis in Hekelgem vanwege zijn vrouw en Michael Van Vaerenbergh ook vanwege zijn vrouw, jaarlijks belast op hun hofsteden gelegen op Ten Daele, palend oost de erfgenamen van Petrus Van Den Bergh, zuid de straat, west Joanna Catharina De Wolf en noord de voetweg, met een cijns van 36 cent voor de zielenrust van Hendrick Pissaert, komt uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
26- Een hoplochting en land gelegen op Ten Daele aan Den Leemput tot last van de weduwe van Jan Baptist Beeckman, de erfgenamen van Petrus Van Den Bergh, jaarelijks belast met acht cent, voor de weduwe Jan Baptist Beeckman vier cent, Jan Baptist Schoon en de erfgenamen van Peeter Van Den Bergh ieder twee cent voor het jaargetijde van Hendrick Pissaert. De hoplochting paalt oost Ludovicus Van Nieuwenhove, zuid de straat, west Frans De Vis en noord de voetweg.
- Een hofstede gelegen op Ten Daele tot last van Jan Baptist Beeckman, zoon van Lucas, palend oost Frans Dierickx, zuid de straat, west het straatje lopende naar Den Vogelensang en noord de voetweg, jaarlijks belast met 27 cent voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Jean De Bolle en Marie Pauwels, komt uit de laatste rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
- 150 roeden meers tot last van Elisabeth Van De Maele, palend aan Den Avinnenbergh, is jaarlijks belast 56 cent voor licht en ornamenten voor het jaargetijde van Gerardus Dekens, komt uit de laatste rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
- Een hofstede tot last van de weduwe van Benedictus Timmerman, palend oost de straat, zuid de voetweg, west Guilliaume Goetvinck en noord Egidius Christiaens en Michael Van Vaerenbergh, jaarlijks belast 3 fr. 53 cent, waarvan de pastoor 2 fr 3 cent krijgt, koster 1 fr. 2 cent en de kerk 45 cent.
Ontvangsten van wijn.
- Een hofstede en hoplochting gelegen in Den Mollenhoek, palend oost de weduwe van Benedictus Timmerman, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Guilliam De Bisschop en noord Judocus Couc, tot last van Joannes Droeshout, Petrus Van Den Bossche, Joseph Christiaens, Guilliam De Bisschop en Judocus Couck, samen jaarlijks belast met een half pint wijn, komt op 22 cent, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
- Een hoplochting gelegen in Den Mollenhoek, palend oost Petrus Van Nieuwenhove, zuid de erfgenamen van Petrus Suijs, west Petrus Van Den Bossche, Joannes Droeshout, Joseph Christiaens, belast een half pint wijn voor 22 cent, jaarlijks te voldoen door de weduwe van Benedictus Timmerman en de weduwe van Jan Baptist Timmerman, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
- Een hoplochting in Den Mollenhoek, palend oost de weduwe Benedictus Timmerman, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west de weduwe Benedictus Timmerman en noord de voetweg, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent tot last van Petrus Van Nieuwenhove, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
- Een hoplochting gelegen in Den Mollenhoek, palend oost Jacobus Lankman, Judocus Eeckhout, zuid het losgat van Het Mansbroekveld, west Petrus Van Nieuwenhove en noord de voetweg, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent tot last van de weduwe Benedictus Timmerman en Adriaen Asselman, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
- Een hofstede in Hekelgem, palend oost Franciscus Hoef, west het losgat van Het Pesterveld en noord Petrus Van Bleijenbergh, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent tot last van Guillielmus Van Vaerenbergh, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
- Een hofstede en bos in Hekelgem, palend oost en zuid Franciscus Hoef, west het losgat van Het Pesterveld, noord Guil. Van Vaerenbergh, jaarlijks belast met een half pint wijn of 22 cent, tot last van Petrus Van Bleijenbergh, Jan Baptist De Bolle, zoon van Hendrick, en Guil. Goetvinck, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
- Een hofstede gelegen aan de Potaerdestraet, palend aan Judocus Van Vaerenbergh, zuid de straat, west de heer Van Kerckhoven en noord de weduwe van Adriaen Meuleman, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent, tot last van Hieronymus Van Der Perre, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
- Een hofstede en hoplochting gelegen aan de Potaerdestraet, palend aan oost Ludovicus Van Nieuwenhove, zuid de straat, west Hieronymus Van Der Perre, en noord Michael Van Vaerenbergh en Michael Suijs, jaarlijks belast met een half pint wijn tot 22 cent, tot last van Joannes Baptista en Judocus Van Vaerenbergh, uit de rekening van het jaar 11. Vernieuwd.
Copie[91] van het extract afgeleverd door den heer procureur des konings van ’t gerechtshof van eersten aanleg en correctie van het arrondissement van Brussel van het onderzoek door hem gedaan van de registers van den burgerlijke stand der gemeente van Teralphene over ’t jaar 1823 ten eijnde daar nevens voor den meijer der zelve gemeente gebracht te worden zijne bedenkingen als volgt:
| Extract van ‘t proces-verbaal van de heer procureur des konings. | Antwoord en bedenkingen van den meijer. | |
| Advies staetsraed van 6 juni 1807. | De secretaris die geen bevoegdheid voor de akten van de burgerlijke stand heeft, bekent dat en wordt op het einde genoemd. | De secretaris tekent op de akten van de burgerlijke stand ingevolge art. 3 van een instructie voorgeschreven voor de secretarissen door de deputatie der staten gebracht in de memoriaal der administratie van het jaar 1919 en n° 19 pag. 212 wat door deze gemeente is gevolgd. |
| Art. 34 en 57 van het burgerlijk wetboek. | De akten vermelden de leeftijd van de moeders niet en meestal is er ook geen vermelding van geboorte of woonplaats, en van de geboorteplaats van het kind. | De akten zijn gemaakt ingevolge een model of project in ’t Vlaams uitgegeven door de deputatie der staten aan de meiers van de provincie wat niet werd vermeld. |
| Art. 42 | Op bladzijde 2 is er een verzending goedgekeurd met parafen in plaats van met handtekeningen goedgekeurd. | Men heeft gemeend dat het kon omdat een renvoy in een notariële akte geen handtekening vereist. In de toekomst zal men het doen zoals het behoort. |
| Art. 70-71 burgerlijk wetboek. | Op de bladz. 3 en 5 verso zijn akten van notoriteit als vonnissen van rectificatie voor akten van geboorten ingeschreven, de akten van notoriteit kunnen slechts voor het aangaan van huwelijken worden aangenomen. | De akten van notoriteit zijn behoorlijk gehomologeerd voor de rechtbanken van eerste aanleg. Men meende dat het zo moest. |
| Art. 43 | Het register is niet gesloten doch het laatste blad is gekruist. | Men meende dat dit wel het geval was. |
| Art. 43 | Afkondigingen. Men heeft het beroep en de woonplaats der echtgenoten of andere akten 3 verso in de laatste niet vermeld. Er is een los niet ingebonden blad bijgevoegd, er is geen slot en na de laatste akte is het papier gekruist. Er is geen tafel. | In het model is de woonplats der ouders niet voorgeschreven. Het moet bij vergetentheid zijn, dat dit blad niet ingebonden is. Zoals eerder is vermeld. |
| Art. 76 en 150. Advies van de staatsraad van 4 thermidor 13. | Huwelijken. Men vindt blanco’s aan de alinea blz. 3 en de akten op het einde van het blad zijn niet gedaan op blz. 2 verso en 3. | Als de zin ten einde is, zal men in de toekomst de blanco vakken met een pen doorstrepen. |
| Art. 148 burgerlijk wetboek. | Als vader en moeder overleden zijn, wordt er van de toestemming of het overlijden van grootvader en grootmoeder geen gewag gemaakt, zie blz. 2 verso. Op blz. 4 heeft de familieraad de toestemming gegeven zonder vermelding van het overlijden van grootvader en –moeder. Op blz. 3 leven vader en moeder nog en is er slechts van de vader toestemming melding gemaakt. | Men zal zorgen van in de toekomst dit uitvoert lzoals het hoort. |
| Art. 43 | Geen slot. | Men meende dat dit er wel was. |
| Art. 43 | Overlijden. Het register is niet gesloten | Zoals voren werd vermeld. |
Aldus beantwoord door de ondergeteekende schepenen van den burgerlijke stand der gemeente van Teralphene den 10de Xber 1824. J. B. Vaerman.
Register der patentschuldigen in Teralfene behorend tot de 6de rang voor 1825. Ontvangen door dej controleur op 17mei 1825[92].
In de bevolkingsregisters van de 19de eeuw vinden we telkens een momerntopname van de bevolking per gezin met een opgave van de uitgeoefende beroepen. De textielnijverheid was na de landbouw en de veehouderij de belangrijkste bron van inkomsten. Wie in die sectoren zijn kost niet verdiende, werd opgenomen in patentregisters. Met een patent kreeg men, onder bepaalde voorwaarden, de bevoegdheid om een bedrijf uit te oefenen. Oefende iemand twee niet verwante beroepen uit, of waarvan het samengaan geen normale zaak was, dan moest die tweemaal het patentrecht betalen. In de patentregisters kunnen de gemeentenaren dus dubbel voorkomen. Niet iedereen was evenwel belastingplichtig. Geestelijken, ambtenaren, renteniers, mensen die in de agrarische sector werkzaam waren en jongens en meisjes beneden de leeftijd van twintig jaar, die voor fabrieken of trafieken werkten hoefden geen belasting te betalen. Ook het huispersoneel was vrijgesteld, terwijl het met de inschrijving van wevers en spinsters wat vreemd gesteld was, omdat het weven en spinnen deel konden uitmaken van het dagelijkse werk op de boerderij. En dat was vrijgesteld van belasting[93].
| Naam | Woonplaats | Beroep |
| Arijs Guilielmus | Hoek | Beenhouwer – slachter. |
| Baeijens Josephus | Driessche | Schoenmaeker zonder knecht. |
| Callebaut Josephus | Driessche | Schoolmeester – onderwijzer |
| Christiaens Franciscus | Aen den eijke | Slachter. |
| De bisschop Josephus | ? | Herbergier. |
| De Bisschop Judocus | Cappelleken | Beenhouwer of slachter. |
| De Bisschop Peeter | Aen den driessche | Slachter. |
| De bolle Franciscus | Aan de kerk | Herbergier. Winkelier. |
| De Bolle Jan Baptist | Aan de kerk | Herbergier. Broodbakker. Winkelier. |
| Eckemans Jan Baptist | Draijboom | Herbergier in het klein. |
| Goedvinck Guilielmus | Draijboom | Herbergier. |
| Goedvinck Judocus | Daele | Koopman in houillie koolen |
| Guldemont Nicolaas | Driessche | Herbergier. Pel-molenaar met een ? voor het malen van boekweit. |
| Guldemont Peeter | Driessche | Broodbakker. Winkelier. |
| Sterckx Jan Baptista | Schettenberg | Koopman in hout. |
| Van Cauter Constantinus | Cappelleken | Smid zonder werkman. Herbergier. |
| Van Den Broeck Pieter Josephus | Schettenberg | Beenhouwer of slachter. |
| Van Neijghem Peeter | Driessche | Brouwer. Herbergier. |
| Van Overdeijn maria Anna | Hoogstraet | Winkelierster. |
Register der patentschuldigen van Teralfene van de 6de rang. Controle te Asse, 1838.
| Naam | Woonplaats | Beroep |
| André Petrus | Kleijnen Dries | Kleermaker, alleen. |
| Arijs Jean | Hoogstraet | Winkelier beide soorten. |
| Arijs Joseph | Potaerdestraet | Slachter, alleen. |
| Baeijens Josephus | Grooten Dries | Schoenmaker, alleen. |
| Callebaut Joseph | Grooten Dries | Onderwijzer. |
| Christiaens Jan Baptist | Kerk | Winkelier van de 2de soort. Koopman in dranken. Verkoopt uit de dranken met vat, kan en ½ kan. |
| De Bisschop Dominique | Hoogstraet | Kolenhandelaar. |
| De Bolle Dominicus | Kerkstraet | Herbergier. |
| De Bolle Jan Baptist | Kerkstraet | Herbergier. Broodbakker. Winkelier beide soorten. |
| De Meersman Petrus | Mollenhoeck | Herbergier. |
| De Ridder Frans | Dael | Herbergier. Winkelier beide soorten. |
| De Wagter Joannes | Kerkstraet | Herbergier. |
| Goedvinck Frans | Hoogstraet | Hertbergier. |
| Goedvinck Jacobus | Hoogstraet | Handeldrijver in steenkolen. |
| Goedvinck Jan Baptist | Hoogstraet | Herbergier. Koopman in lijnzaad, koopt in met tonnen. |
| Goedvinck Josse | ? | Winkelier beide soorten. |
| Guldemont Nicolaus | Grooten Dries | Molenaar van boekweit met een paard. Herbergier. |
| Guldemont Petrus | Grooten Dries | Winkelier beide soorten. |
| Guldemont Willem | Kerk | Onderwijzer. |
| Heremans Dominique | Kerk | Waskarsenmaker. |
| Steppé Judocus | Terelst | Herbergier. |
| Suijs Judocus | Grooten Dries | Winkelier beide soorten. |
| Van Cauter Constant | Kerkstraet | Paardensmid, alleen. Herbergier. |
| Van Den Bergh Cornelius | Kerkstraet | Winkelier beide soorten. |
| Van Den Broeck Michel | Dael | Beenhouwer. |
| Van Den Broeck P. Joseph | Portugiestraet | Slachter, alleen. |
| Van Den Houte André | Hoogstraet | Timmerman met een gast. |
| Van Den Plas Ferdinand | Grooten Dries | Brouwer. |
| Van Gucht Frans | Klapstraet | Kleermaker, alleen. |
| Van Gucht Jean | Grooten Dries | Herbergier. |
| Van Nieuwenhove Felix | Dael | Winkelier beide soorten. |
| Wambacq Benedictus | Kerkstraet | Winkelier beide soorten. |
Aldus opgemaakt en gesloten den tegenwoordige register door ons burgemeester en zetters der gemeente Teralphene mitsgaders door den heer controleur der directe belastingen der afdeling van Assche. Te Teralphene den 15de januari 1838.
Register der patentschuldigen van Teralfene van de 6de rang. Controle te St.-Jans- Molenbeek, 1846.
| Naam | Woonplaats | Beroep |
| Arijs Jean Baptist | Winkelier. | |
| Arijs Joseph | Slachter. Werkt alleen | |
| Baeijens Joseph | Schoenmaker, alleen. | |
| Baetens Joseph | Wagenmaker. Timmerman, alleenl. | |
| Buijs Cornielle | Kuiper, alleen. | |
| Callebaut Jean Baptist fils Joseph | Schoolmeester. | |
| Christiaens Jean Baptist | Winkelier. | |
| Christiaens Jean Baptist | Likeurhandelaar. | |
| Christiaens Jean Baptist | Facteur van hop[94]. | |
| De Bisschop Joseph | Herbergier. | |
| De Bisschop Josse | Slachter, alleen. | |
| De Bisschop Nicolas | Slager. | |
| De Bolle Dominique | Herbergier. | |
| De Bolle Jean Baptiste | Winkelier. Bakker. Herbergier. | |
| De Wachter Josse | Herbergier. | |
| Goetvinck François | Herbergier. | |
| Goetvinck Jean Baptist | Herbergier. | |
| Goedvinck Josse | Winkelier. | |
| Guldemont Nicolas | Heeft een boekweitmolen met een paard en herbergier. | |
| Guldemont Pierre Jean | Winkelier. Bakker. Slotenmaker. | |
| Heremans Dominique | Lijnwaadhandelaar. | |
| Schoon Jean François | Commissaris. | |
| Steppe Joseph | Herbergier. Schoenmaker, alleen. | |
| Van Cauter Constantin | Hoefsmid, alleen. Herbergier. | |
| Van Den Bergh Corneille | Winkelier. | |
| Van Den Broeck Amand | Kolenhandelaar. | |
| Van Den Broeck Michel | Bakker. | |
| Van Den Broeck Pierre Joseph | Slachter, alleen. | |
| Van Den Houte André | Timmerman, alleen. | |
| Van Den Plas Ferdinand François | Brouwer. | |
| Van Gucht Jean | Herbergier. Winkelier. | |
| Van Nieuwenhove Felix | Winkelier. | |
| Van Vaerenbergh Pierre Jean | Winkelier. | |
| Verbeiren Pierre | Winkelier. | |
| Wambacq Pierre Benoit – veuve | Winkelier. |
Arrêté le présent registre des patentables au nombre de trente cinq patentables inscrits.
A Teralphene le 15 janvier 1846.
Overzicht van de verschillende beroepen
Beroep 1825 18381 1846
Bakker 2 1 3
Beenhouwer/slager 2 1 1
Brouwer 1 1 1
Commissaris – – 1
Facteur – – 1
Handelaar in dranken – 1 –
Handelaar in lijnzaad – – –
Herbergier 6 11 9
Hoefsmid – – 1
Houthandelaar 1 – –
Kaarsenmaker – 1 –
Kleermaker – 2 –
Kolenhandelaar 1 2 1
Kuiper – 1 –
Likeurhandelaar – – 1
Lijnwaadhandelaar 1 – 1
Molenaar 1 1 1
Onderwijzer 1 2 1
Paardensmid – 1 –
Schoenmaker 1 1 2
Slachter 1 2 3
Slotenmaker – – –
Smid 1 – –
Timmerman – 1 2
Winkelier 4 9 10
Wagenmaker – – 1
Besluit.
In Teralfene vinden we in het midden van de 19de eeuw 25 verschillende beroepen naast de boeren en de textielbewerkers. Het hoge aantal herbergiers en winkeliers is te verklaren door het feit dat bakker, slagers, smeden en anderenambachtlieden behalve hun eigen beroep ook een café of winkel hadden.
1826. Prijzij van de vruchten in de pastorietuin[95].
Op 5 september 1826 vergaderden in de pastorie van Teralfene Joseph De Doncker, pachter en gevolmachtigde van Carolus Amandus Van Broeckhoven, particulier in Geel en broer en enige erfgenaam van wijlen de eerwaarde heer Jan Baptist Van Broeckhoven[96], overleden pastoor van Teralfene, Petrus Joannes Coppens[97] coadjutor en Jan Baptist Van Nieuwenhove[98] burgemeester. Ze wilden de waarde bepalen van de vruchten en van de gebruite meststoffezn in twee tuinen van de pastorie. Het was gebruikelijk dat de nieuwe pastoor de groenten, de meststoffen, het schaarhout en het fruit van de bomen aan de erfgenamen van de overleden pastoor betaalde. De fruitbomen zelf waren eigendom van de passtorie en de pastoor was alleen de gebruiker.
– De legumen, aardappels, asperzen en de meststoffen in de tuin van circa 24 roeden werden geschat op 13 – 15 – 0.
– De waarde van de vruchten in de buitenhof ten zuiden van ’t kerkhof, circa 18 roeden groot, werde geschat op 6 – 2 – 0.
– Het schaarhout in een bos in gebruik door …. groot 60 roeden gelegen op De Heuvels: 28 – 5 – 0. Het schaarhout in een bosje gelegen in de Achterdael, groot circa 50 roeden: 21 – 10 – 0.
Totaal = 69 – 12 – 0.
Aldus gedaan en geëvalueerd op de declaratie van Joseph Arijs, bijgenaamd koninklijk werkman in deze pastorie.
Ondertekend door C. A. Van Broeckhoven, P. J. Coppens coadjutor, J. B. Van Nieuwenhove, J. De Doncker.
Den voormelde en ondergeteekende Joseph De Doncker als geautoriseerde van den voornoemden Carolus Amandus Van Broeckhoven bij procuratie van date vijfden september 1826 behoorlijk geregistreerd in den bureau van Assche den negensten der zelve maand bekend bij dezen ontfangen te hebben van de voormelde heere Coppens actuelijk pastor van ’t voornoemde Teralphene de voorenstaende prijs.
Te Teralphene den 15de december 1826. J. De Doncker.
1833. Openbare verkoop van schaarhout[99].
Op 8 oktober 1833 stelden notaris Josephus Angelus Augustus Crick van Asse ende leden van de kerkfabriek van Teralfene, Asselman, P. J. Coppens pastoor, J. B. De Bolle, D. De Bisschop, D. J. Heeremans, de voorwaarden op voor de openbare verkoop van bomen en schaarhout uit het bos Den Braweel. De condities waren:
1. De verkoping geschiedt in fr.
2. De kopers betalen het bedrag in handen en in de woning van de thesaurier van de gemelde kerkfabriek binnen de maand oktober achttien honderd vierendertig. Wie niet tijdig betaalt, zal voor elke vermaning van de ontvanger vijftig centiemen betalen en in het geval van wettelijke vervolging zullen de vervolgden tot twaalf fr. fixe en de andere kosten van vervolging betalen.
3. De kopers zullen contant de onkosten van de verkoop, namelijk 10% van hun koopsom en bovendien 1, 50 fr. per koop betalen, waarvoor ze kunnen genieten van een kan bier per koop, dit alles volgens gebruik der plaatse.
4. De nabeschreven kopen schaarhout worden verkocht zoals ze zijn zonder garantie over kwaliteit of kwantiteit en zo haast zij toegewezen zijn, zijn de kopen hun verantwoordelijkheid.
5. De kopers moeten hun kopen kappen en van de grond weren voor de eerste maart achttienhonderd vierendertig.
6. De kopers zijn verantwoordelijk voor alle schade die zij of hun werklieden veroorzaken door het kappen, het vallen of het vervoeren van hun gekocht hout, ’t zij aan de kerk, ’t zij aan alle andere aangrenzende eigendommen.
7. De kopers moeten op alle verzoek zelfs mondeling van het bijzittende lid of van de notaris een of meer goede en welgekende borgen geven die in het kanton van Asse wonen. Kan een koper geen borg stellen dan zal die koop of kopen herverkocht worden en de lagere prijs zal verhaald worden op de gebrekkige kopers en het meergeldende blijft ten profijte van de kerk van Teralfene.
Vu et approuvé par la députation des états de Brabant, Bruxelles le 21 octobre 1833 signé J. De Coppin par ordonnance, le secrétaire général, signé Du Thène.
Enregistré à Assche le six novembre 1833,
Bureel van enregistrement te Assche, extract uit den register der verklaeringen tot openbaere verkoopingen van roerende voorwerpen.
De openbare verkoop ging door op 13 november achttienhonderd driëndertig om twee uur in de herberg van Jan Baptist De Bolle.
Eerste koop Jacobus Goetvinck[100], borg Dominicus Heeremans, beide landbouwers te Teralfene: 33,00.
Tweede koop Jacobus Goetvinck, borg Dominicus Heeremans: 26,00.
Derde koop Franciscus Bogaert[101], borg Judocus Van Bleijenberg beide landbouwers te Teralfene die niet konden schrijven: 30,00.
Vierde koop Dominicus Heeremans[102], borg Jacobus Goetvinck: 32,00.
Vijfde koop Benedictus De Bisschop[103], borg Jan Baptist Arijs beide landbouwers te Teralfene, de eerste heeft verklaard niet te kunnen schrijven, de tweede heeft getekend: 30,00.
Zesde koop Dominicus Heeremans, borg Jacobus Goetvinck: 32,00.
Zevende koop Frans De Reuse[104], borg Joseph Callebaut beide landbouwers te Teralfene: 33,00.
Achtste koop Adriaen Frans Asselman[105], landbouwer te Teralfene: 35,00.
Negende koop Adriaen Frans Asselman, 29,00.
Tiende koop Joannes De Gheijndt, borg Jan Baptist Arijs, beide landbouwers te Teralfene, De Gheijndt heeft verklaard niet te kunnen schrijven, Arijs heeft getekend: 16,00.
Elfde koop Guilielmus De Bisschop[106], borg Frans Christiaens, beide landbouwers te Teralfene: 25,00.
Twaalfde koop Jan Baptist Arijs, borg Dominicus Heeremans: 32,00.
Totaal van de verkoop: 353,00.
10% van de verkoopsom: 35,30.
1,50 fr. per koop: 18,00.
Samen vierhonderd zes fr. en dertig centiemen: 406,30.
De verborgde kopen bedroegen 289,00.
Alles is contant betaald.
Het verhaalschrift werd gesloten omtrent vier uur ten huize van Jan Baptist De Bolle in tegenwoordigheid van Joannes Baptista Rossignol, veldwachter van Teralfene en van Jan Francis Christiaens, landbouwer. Na voorlezing tekenden met de kopers en hun borgen, de heer Jan Baptist De Bolle voorzittend lid van voormeld kerkfabriek, de notaris met uitzondering van de kopers en de borgen die verklaard hebben niet te kunnen schrijven. Getekend: D. Heeremans, A. F. Asselman, J. F. Christiaens, G. De Bisschop, J. B. Arijs, J. Goetvinck, Joseph Callebaut, Frans De Reuse, J. B. Rossignol, J. F. Christiaens, J. B. De Bolle, J. A. A. Crick notaris.
1834. Verkoop verzwegen domeinen[107].
Op 7 februari 1834 verkocht notaris Josephus Angelus Augustus Crick in aanwezigheid van de getuigen Josephus Eeckhout landbouwer en Joannes Baptista Rossignol veldwachter en op verzoek van Petrus Joannes Coppens pastoor en Adriaenus Franciscus Asselman, burgemeester, Dominicus Judocus Heremans koster, Michael Suijs landbouwer, David Couck landbouwer en Joannes Baptista De Bolle herbergier, allen inwoners van Teralfene en uitmakend de meerderheid van de leden van de kerkraad. Ingevolge het decreet van dertig december achttienhonderd en negen en het koninklijk besluit van zeven januari achttienhonderd vierendertig wilden ze in het bezit komen van de hierna vermelde goederen voortkomend van de pastorie van Teralfene en tot op heden aan de domeinen verzwegen geweest. Ze waren in gebruik van pastoor Coppens die heeft verklaard ze ter beschikking van de kerkfabriek te willen stellen.
1. Een land en hoplochting van 36 roeden 31 ellen gelegen oo Ten Daele, palend oost de erfgenamen van Adriana Schoon, zuid de straat, west Geerard Van Varenberg, noord Jan Baptist Van Nieuwenhove en de erfgenamen Van Den Hote.
2. Een maaimeers van vijftien roeden achtendertig ellen gelegen Den Daele, palend oost ander goed van de kerk van Teralfene, zuid Joseph De Smet, west Geerard Van Vaerenberg, noord de kinderen van Adriaen De Bolle.
De vernoemde heren van de kerkraad hebben verklaard dat de eigendom van de beschreven goederen tot heden van de pastorie van Teralfene waren. Dat is nooit betwist geweest en bijgevolg dient voorhandige akte om het bezit in voordeel van de kerkfabriek te behouden en te bekrachtigen.
In de marge: transcrit littéralement au bureau des hypothèques à Bruxelles le dix sept février 1800 quarante deux vol. 997 n° 21. Reçu suivant détail ci-contre deux francs vingt deux centimes.
1834. Verkoop gronden[108].
Op zaterdag 26april 1834 verschenen voor notaris Carolus Benedictus Hendrickx koninklijke notaris met residentie de stad Aalst geassisteerd van voor de verkoping van de volgende goederen bij vonnis verleend door de rechtbank van eerste aanleg van Brussel op vijftien maart achttienhonderd vierendertig
1° de heer Petrus Joannes Rollier, pachter en grondeigenaar wonend in Essene, in eigen naam als in de hoedanigheid van gemachtigde wegens juffrouw Joanne Marie Rollier en haar man de heer Emanuel Joseph Heyvaert, pachters en grondeigenaars wonend in Opwijk; de heer Franciscus Bernardus Beeckman, grondeigenaar wonend in Aalst; Joannes Franciscus Plas, particulier wonend in Hekelgem; juffrouw Maria Amelia Plas, meerderjarige dochter wonend te Brussel en juffrouw Catharina ? meerderjarige dochter van Josephus en van wijlen Barbara Plas, particuliere wonend te Hekelgem.
2° de heer en meester Josephus Judocus Beeckman, notaris wonend in Wichelen, in eigen naam als in de hoedanigheid van toeziend voogd van de wezen De Buijsscher en voorts in kwaliteit van gemachtigde wegens de heer Petrus Franciscus De Buijsscher, ontvanger der directe belastingen wonend in Ninove, in kwaliteit van vader en wettige voogd over Carolus Alexander Bernardus Ghislenis en Marie Francisca Cornelia De Buijsscher, alle vier zijn minderjarige kinderen met wijlen juffrouw Joanna Francisca Beeckman; sieur Gillis Plas pachter wonend in Hekelgem, in eigen naam als in kwaliteit van eerste toeziend voogd van de wees Boonen en ten tweede als voogd over Seraphina en Ghislenus Elias Verbeecken, beide minderjarige kinderen van wijlen Jacobus Amandus en Joanna Catharina Plas; sieur Nicolaus Hendrickx, pachter wonend in Liedekerke in kwaliteit van toeziend voogd van dezelfde wezen Verbeecken; juffrouw Marie Elisabeth Plas en haar man sieur Judocus Van Der Heijden, pachter wonend in Hekelgem in eigen naam en als toeziend voogd over de wezen De Smet; juffvrouw Carolina Judoca Plas en haar man sieur Joannes Hubertus Schoon, ook pachters wonend te Hekelgem in eigen naam en als toeziend voogd van Petrus Emanuael Plas; juffrouw Marie Philippina Plas en haar man de heer Jan Baptist Linthoudt, pachters wonend in Essene, in eigen naam en als voogd over Petrus Emanuael Plas; sieur Henri Robijns landbouwer wonend te Hekelgem als bijzondere toeziend voogd van de laatst gemelde wees; sieur Josephus Boonen, bakker wonend te Brussel in de Pastoorstraat, wijk vijf, numero dertien, in kwaliteit van vader en wettige voogd over Amelia Boonen zijn alnog minderjarige dochter van zijn huwelijk met wijlen Barbara Plas en sieur Jan Baptiste De Smedt, landbouwer wonend te Hekelgem in hoedanigheid van vader en wettige voogd over Joanna Maria en Joanna Albertina De Smedt, zijn twee minderjarige kinderen gewonnen met wijlen Joanna Catharina Plas in haar tweede huwelijk.
De openbare verkoop door notaris Hendrickx in aanwezigheid van de heer vrederechter van het kanton Aalst.
Eerste koop.
Gemeente Munte enz.
Eenendertigste koop.
Gemeente Teralfene.
Een kapbos gelegen in Teralfene, groot achttien roeden vierentachentig ellen, palend ten eerste aan een hoplochting in gebruik bij Adriaen De Bollen, ten tweede de weduwe Adriaen De Schrijver, ten derde Judocus De Bisschop, ten vierde aan een streep bos van de kerk van Teralfene in gebruik bij Adriaen en Guillielmus Meulemans.
Tweeëndertigste koop.
De voorschreven goederen, vrij van alle hypotheken en inschrijvingen behoren aan hen toe als enige erfgenamen van hun oom en oudoom wijlen de heer Adriaen Francis Rollier[109] in zijn leven pastoor, gestorven te Gooik op twee augustus achttienhonderd drieëndertig.
Condities der verkoping.
Deze goederen worden verkocht met alle bomen, catheilen[110], gebouwen, droge en groene catheijlen, aerd, wortel en nagelvast daarop staande en met alle hun zichtbare en onzichtbare servituten, actieve en passieve en de kopers moeten het gekochte nemen in de staa waarin het zich bevindt ……….
Den eenendertigste koop werd definitief toegewezen aan de heer Franciscus Asselman burgemeester te Teralfene alhier tegenwoordig en aanvaardend voor rekening van de kerkfabriek van Teralfenevoor tweehonderd twintig fr. boven de condities en heeft dito Asselman na lezing de aan hem gedaan alhier getekend A. F. Asselman.
1841. Kohier der lasten en voorwaerden der aenbesteding der te doene werken van vergrooting aen de kerk der gemeente Teralphene, arrondissement Brussel, provincie Brabant[111].
In 1840 was de Teralfense bevolking aangegroeid tot ca 900 en de kerk was te klein geworden. Bovendien was ze in slechte staat. Pasroor Coppens liet de kerk vergroten. Het schip van de kerk werd ca 8 m groter, er kwamen 2 zijbeuken en een nieuw koor met twee sacristies[112].
Samenstelling der loten.
- Eerste lot. Bestaande in het afbreken van al het oud metselwerk, het maken van al het nieuw metselwerk in witte arduinsteen en kareelsteen daarin begrepen de pilaren, bogen en fundering. De grachten voor de funderingen zullen door de gemeente gemaakt worden.
- Tweede lot. Bestaande in het afbreken van al het oud timmerwerk, zo nodig het wegnemen der kerkmeubels, het maken van al het nieuw timmerwerk, inbegrepen het leggen van het schalieberd en het maken der centers en bogen.
- Derde lot. Het afnemen der oude schaliën, het leggen van nieuwe schaliën per vierkante meter oppervlakte.
- Vierde lot. Het verkappen van al de arduinsteen, harden en weken per vierkante meter oppervlakte.
- Vijfde lot. Het maken van het pleisterwerk van plafonds, kroonlijsten, binnen en buiten en de muren, daarin begrepen het nagelen der latten.
- Zesde lot. Het verwerken van oud en nieuw ijzer per kilo.
- Zevende lot. Het leveren van zes ijzeren ramen volgens plan.
- Achtste lot. Het wegnemen van het oud glas in massa en het inzetten van halfwit glas en leveren van plaster per vierkante meter.
Lasten en voorwaarden.
- De kerkfabriek levert alle bouwstoffen, elke aannemer zal zich moeten voorzien van nodige gereedschappen als bogen, centers, stellingen, koorden, ladders, kuipen enzovoorts.
- Al de werken geschieden onder het opzicht van de heer Spaak, arrondissements- bouwmeester of zo nodig onder het toezicht van een andere bouwmeester hiertoe gecommitteerd naar wiens bevelen elke aannemer zich stipt zal moeten gedragen.
- Elke aannemer wordt verondersteld het plan goed te begrijpen en ook den devis estimatief.
- Alle afbraak za met de grootste zorgvuldigheid moeten geschieden, namelijk degene aangewezen bij letter A. De kalk zal door de gemeente geleverd worden.
- Al de oude steen, houtwerk, schaliën, ijzer enzovoorts, moeten voor zover de bouwmeester het zal goedvinden, hergebruikt worden.
- De oude schaliën moeten herkapt en verwerkt worden op de aangewezen plaatsen, deze en de nieuwe schaliën moeten op tenminste 1/3 gelegd worden en zowel de nieuwe als de oude worden met twee nagels vastgehecht.
- In drie lagen wordt de pleister aangebracht met eiken latten voor het gewelf, de moluren, de cornichen en de muren naast de binnenkant. De grondlaag zal gemaakt worden van zoveel kalk als zavel, de tweede laag van zes zesden kalk en vijf zesden zavel en de derde laag grond in witte Naamse kalk met het nodige bruin en wit haar door de kerkfabriek te leveren.
- Voor het verwerken van het oud ijzer en ander door de kerkfabriek te leveren zal dit een verlies betekenen van tien ten honderd. Het verwerkte ijzer zal gewogen worden.
- Alle werken moeten volgens de regels der kunst verricht worden. De onregelmatige werken en alle slechte constructies worden afgebroken en hermaakt op kosten van de aannemer die voor de kerk verantwoordelijk blijft voor schade en interest. Alle onbekwame werklieden mogen worden afgedankt.
- De aanbesteding zal plaets hebben in fr. aan de minstbiedende bij gesloten brief getekend door de bieders, de verlaging mag gevraagd worden zo dikwils als de kerk en gemeenteraad het goedvinden, de toewijzing zal geschieden aan een der laatste minstbiedende.
- De werken zullen beginnen vijf dagen na de goedkeuring der aanbesteding ten uiterste op tien mei aanstaande, zij zullen moeten beëindigd zijn als volgt: het metselwerk tot het opzetten van het dak voor de vijftiende juli aanstaande, de kap met de centering voor de welfsels en het schaliënberd voor den vijftiende augustus aanstaande en het leggen der schaliën voor de vijftiende september daarop volgend. De pleisterwerken voor het leggen van de eerste laag moeten gedaan zijn binnen de maand november aanstaande, de twee laatste lagen het toekomende jaar in de maand april of vroeger zodanig dat heel het pleisterwerk zal voltrokken zijn voor de vijftiende mei achttienhonderd tweeënveertig. Dat alles op straf ten laste van den aannemer met een boete van tien fr. voor elke dag vertraging.
- Vooraleer de aannemers betaling vragen, moeten de werken goedgekeurd zijn door een bouwmeester. Daarna zullen de aannemers het beloop van hun aanneming bekomen als volgt: een derde nadat de metselwerken tot vijf meter boven de grond gemetseld zijn, een derde nadat het dak gedekt en het metselwerk zal voltrokken zijn en het resterende derde twee maanden nadat de pleisterwerken voltrokken zijn in de maand mei van het aanstaande jaar.
- Alle aannemers moeten bekwame en wel gekende borgen hebben tot voldoening van de administraties die met de aannemers solidair verbonden zijn.
- Al wat bij het plan, bestek en uitleg aangewezen is, wordt aanzien als deel uit te maken van het tegenwoordig lastenkohier en de aannemers zullen zich hieraan stipt moeten houden.
- Alle hoegenaamde contestaties die kunnen ontstaan tussen de aannemers en de belanghebbende administraties, worden als zaken van openbare administratie aanzien en worden volgens deze regelgeving beslist, indien nodig door de permanente deputatie van den provincieraad van Brabant.
- Alle hoegenaamde onkosten als het registreren van dit lastenkohier en andere stukken die kunnen ontstaan door het aanleggen van een rechterlijke vervolging namens een of meer aannemers moeten door hen betaald worden aan de kerkfabriek.
- De belanghebbende administraties reserveren zich de faculteit van de voor uitgedrukte werken in een, twee of meer massa’s of in een massa aan te besteden en de aanbesteding in het geheel of ten dele op te schorsen.
- Het is verboden op de zondagen en feestdagen te werken.
- De aannemer van het vijfde lot, het pleisterwerk, zal de kalk moeten beslagen, de zavel zal door de gemeente geleverd worden.
- In alles zullen de aannemers en hun borgen zich moeten gedragen naar het tegenwoordig lastenkohier, verbindend hierover hun personen en goederen onder renunciatie als naar recht. Er wordt ook wederzijds gerenuncieerd aan art. 1325 van het burgerlijk wetboek zodat dit kohier in een origineel voor allen zal verplichtend zijn.
Aldus gedaan te Teralfene de twintigste april achttienhonderd eenenveertig.
Proces-Verbaal van aanbesteding.
Op dinsdag 27 april 1841 ondertekenden de leden van de gemeente- en de kerkraad van Teralfene ingevolge de aanplakbrieven afgekondigd in deze omstreken op de twee laatste zondagen de openbare aanbesteding van de uit te voeren werken van de vergroting van de kerk de van Teralfene volgens hier geannexeerd plan en na behoorlijke voorlezing voor het publiek van het lastenkohier en de voorwaarden, vastgesteld op de wintigste dezer maand met duidelijke aanwijzing van de samenstelling van ieder lot.
1ste lot.
Het afbreken van het oud metselwerk en het maken van het nieuw metselwerk, nader uitgelegd in het kohier der lasten, is toegewezen aan Franciscus Couck metselaar wonende te Denderleeuw voor de som van veertienhonderd zeventig fr. De aannemer verklaarde het plan en het kohier goed te begrijpen en stelde voor borg Joannes Couck, wonende te Denderleeuw en na voorlezing hebben beide getekend.
Het afbreken van het oud timmerwerk en het maken van het nieuw timmerwerk volgens plan en condities is toegewezen aan Jan Baptist Couck, timmerman te Denderleeuw voor de som van zeshonderd vijfennegentig fr. Hij verklaarde het plan en het lastenkohier goed te begrijpen, stelde als borg Frans Couck voor, metselaar te Denderleeuw en beiden hebben getekend.
3de lot.
Het afnemen in massa der oude schaliën en het leggen van nieuwe schaliën per vierkante meter oppervlakte volgens de condities, is toegewezen aan Peeter Jean Faut, schaliedekker te Denderleeuw voor de som van dertig centiemen per vierkante meter, stelde voor borg Emanuel Dierickx, veldwachter te Denderleeuw voor. Beiden hebben getekend.
4de lot.
Het verkappen van de arduinsteen per vierkante meter, is toegewezen aan Antoon Frans Van Frachem steenhouwer te Asse voor een frank tachentig centiemen per vierkante meter, stelde voor borg Joseph Vasteravondt particulier te Asse en hebben getekend.
5de lot.

Proces-Verbael van aenbesteding.
Op heden dijnsdag zevenentwintigsten april duijzend acht honderd eenenveertig ten een ure naermiddag.
Wij ondergeteekende leden van den gemeente- ende kerkeraad der gemeente van Teralphene arrondissement Brussel, ingevolge aenplakkingsbrieven afgekondigd in deze omstreken op de twee laetste zondagen ons begeven hebben aldaer voortgegaen tot de openbaere aenbesteding der te doene werken van vergrooting aen de kerk dezer gemeente volgens plan hier geannexeerd en naer behoorlijke voorlezing aen het publiek van het voorgaende kohier der lasten en voorwaerden, vastgesteld den twintigsten dezer maend aenwijzende duidelijk den samenstel van ieder lot is deze aenbesteding gedaen geweest als volgt:
1ste lot.
Het afbreken van het oud metswerk en het maken van het nieuw metswerk nader uijtgeleijd in het kohier der lasten is toegewezen geweest aen Franciscus Couck metser woonende te Denderleeuw voor de somme van veertien honderd zeventig franks, verklarende zeer wel te verstaen het plan en het kohier der lasten, stellende voor borg Joannes Couck woonende te Denderleeuw en naer voorlezing hebben beide geteekent.
2de lot.
Het afbreken van het oud timmerwerk en het maken van het nieuw timmerwerk volgens plan en condities is toegewezen geweest aen Jan Baptist Couck timmerman te Denderleeuw voor de somme van zes honderd vijfennegentig franks, verklarende zeer wel te verstaen het plan en lastenkohier, stelde voor borg Frans Couck metselaar te Denderleeuw en hebben beide getekend.
3de lot.
Het afnemen in massa der oude schaliën en het leggen der ,ieuwe schaliën per vierkante meter oppervlakte volgens condities is toegewezen aen Peeter Jean Faut schaliedekker te Denderleeuw voor de somme van dertig centiemen per meter vierkant, stellende voor borg Emanuel Dierickx veldwagter te Denderleeuw, heeft getekend.
4de lot.
Het verkappen van den arduinsteen per vierkante meter is toegewezen aen Antoon Frans Van Frachem steenhouwer te Assche voor een frank tachentig centiemen per vierkante meter, stellende voor borg Joseph Vasteravondt particulier te Assche en hebben getekend.
5de lot.
Het maken van al het plekwerk is toegewezen geweest volgens plan aen Franciscus Couck metser te Denderleeuw aennemer van het eerste lot voor de somme van twee hodnerd vijfennegentig franks, stellende borg Jan Couck te Denderleeuw en hebben geteekend.
6de lot.
Het verwerken van het oud ijzer en het leveren van het nieuw ijzer per kilo is toegewezen geweest aen Constant Van Cauter smid te Teralphene als volgt: het verwerken van het oud ijzer voor vier centiemen per kilo en het leveren verwerkt het nieuw ijzer voor vijfendertig centiemen per kilo, stellende voor borg Jan Baptist Rossignol veldwagter te Teralphene en hebben beide geteekend.
7de lot.
Het leveren zes ijzeren raemen volgens plan is toegewezen geweest aen Jan Baptist Jacobs Donderwolke, ijzerwinkelier te Ninove op den hoek de Bever en Biesestraet, voor een totale somme van honderd vijfenvijftig franks voor de zes ramen. Stellend voor solidaire borg Dominicus De Bisschop landbouwer te Teralphene en hebben beide geteekend.
8ste lot.
Het uitnemen van het oud glas in massa en het leveren en inzetten van nieuw half wit glas per vierkante meter is toegewezen geweest aen Adriaen Gerardi glazenmaker te Aelst voor de somme van een frank per vierkante meter, stellende voor borg Frans Couck metser te Denderleeuw en hebben met ons geteekend.
Alle de aennemers en hunne borgen hebben verklaert wel te verstaen het kohier der lasten, doende ter uitvoering dezer alle verkiezing van woonste ten huize van den Eerw. Heer Coppens pastoor te Teralphene en naer voorlezing hebben alle geteekend ter uitzondering van sieur Faut ongeleerd zijnde te Teralphene, date als vooren ten vijf uren naermiddag.
Al de aannemers en hun borgen hebben verklaard het lastenkohier wel te verstaan, allen kiezen woonst ten huize van de Eerw. Heer Coppens, pastoor te Teralfene en na voorlezing hebben allen getekend met uitzondering van sieur Faut, ongeleerd zijnde te Teralfene.
1840. Goedkeuring van de aanvraag van de kerkfabriek voor de verbouwing van de kerk.
Op 13 oktober 1840 ontving de kerkfabriek van het ministerie van justitie de vegunning voor de verbouwingswerken aan de kerk.
1841. Toezegging van een subsidie.
Op 3 maart 1841 ontving de kerkfabriek de toezegging van een subsidie van 2000 fr. voor de bouwwerken aan de kerk.

De toale kosten voor de verbouwing liepen op tot 14.491,54 fr. De staat en de provincie gaven een subsidie van 2000 fr, het gemeentebestuur gaf 250 fr[113].
1840. Een merkwaardige brief.
Mijnheer den burgemeester[114],
Eijndelijk neme ik de penne in de hand om U te onderrigten over mijne positie, God zij gedankt, ik ben tevreden. Dit is het eerste en het laetste dat ik kan zeggen zoo meijne ik dat het met U ook gesteld is en dan kan men niet meer verlangen. Ik wensche U dat gij zoude seffens een onderpastoor hebben.
Ik ben verwonderd dat ik zoo lang naer dat geld moet wachten, te weten naer die 25 francs welke ik nog moet hebben. Ik verhope dat het niet lang meer zal dueren want ik oorden noodig hebbe.
Hiermede hebbe de eer te zijn met alle achting.
Uwen dienaar L. J. Tambuijse.
Sint Agatha Berchem, 31 meert 1840.
1866. Uit de correspondentie van pastoor Benedictus Verheyden[115].
Aartsbisdom van Mechelen.
Mechelen den 26ste mei 1866.
Eerweerde heer pastoor[116],
Pastoor Verheyden had op 11 april 1866 aan het aartsbisdom een reductie van het aantal jaargetijden gevraagd. In zijn antwoord zegt de vicaris-generaal dat hij de akte van 27 of 29 maart 1839 heeft nagekeken en ook de inventaris van 1829 en als gevolg daarvan formuleert hij enige aanmerkingen.
1ste Het jaargetijde van Joannes De Bolle en Maria Pauwels is vermeld in de inventaris maar niet in de brieven van Mr. Coppens noch in de akte van 1839. Men is hier te goeder trouw geweest. Zijne Eminentie Cardinaal keurt goed wat u hebt gedaan.
Ge schrijft in uw brief dat men 15 stuivers betaalt voor de celebrant en 3 voor de kerk, maar worden die 15 stuivers niet betaald voor de celebrant en de koster of ontvangt de koster een afgezonderd stipendium?
2de Geen der twee jaargetijden van Antonius Taelman staat in de inventaris en men zou twee dingen moeten weten: ten eerste op welke wijze is het kapitaal van 54,40 fr. weer aangebracht en hoeveel brengt het jaarlijks op? Ten tweede heeft men jaargetijden gecelebreerd voor de achterstel of blijven er nog te celebreren?
3de In den inventaris van 1829 wordt er maar gewag gemaakt van een jaargetijde voor de eerw. heer De Bolle en zijn ouders, nochtans gij spreekt er van twee waarvan een voor de pastoor en een voor zijn ouders. Zijt gij wel zeker dat er twee zijn?
Ik verwacht uw antwoord op deze vragen eerweerde heer pastoor vooraleer de akte van reductie toe te zenden. Gelieve te aanvaarden de verzekering van mijn ware achting.
M. C. Vanderlinden Vic. Gen.
Nota: Na dit heb ik de oude inventaris der jaargetijden naar het bisdom opgezonden en zo hebben ze zelf kunnen oordelen. Verheijden.
Het antwoorde van het aartsbisdom volgde op 3 juni 1866.
Mr. Verheijden, pastoor van Teralpfne heeft ons voorgesteld:
1ste Dat het jaargetijde van Joannes De Bolle en Maria Pauwels maar betaald wordt met 15 stuivers voor de celebrant (en de koster) en 3 stuivers voor de kerk.
2de Dat 2 jaargetijden à 15 stuivers voor Antonius Taelman die sedert 1832 niet meer betaald geweest zijn in 1866 afgelegd zijn met 30 guldens en dat in die tijd de achterstel betaald werd aan Mr. Coppens, voorzaat van Mr. Verheijden.
3de Dat 2 jaargetijden, het ene voor de eerw. Egidius De Bolle, pastoor van Berchem, en het andere voor zijn ouders worden betaald à rato van 24 stuivers elk.
Het stipendium voor die jaargetijden te laag zijnde, hebben wij goed gevonden het celebreren der jaargetijden te regelen als volgt:
1ste Dat van Joannes De Bolle en Maria Pauwels zal maar eens om de 2 jaar en die van Antonius Taelman zullen verenigd en 4 maal op 5 jaar gecelebreerd worden op de voet van 30 stuivers.
2de Die van de eerw. Hr. Egidius De Bolle en zijn ouders viermaal op vijf jaar.
3de Het stipendium van de koster zal gelijkvormig zijn aan onze akte van 27 maart 1839 en men zal trachten jaarlijks te celebreren hetzelfde getal jaargetijden tot nu toe gedaan.
Gegeven te Mechelen den 3de juni 1866.
Aertsbisdom van Mechelen.
Mechelen den 13de juni 1866. (aan Mr. Verheijden pastoor te Teralfene).
Eerweerde heer pastoor, de inventaris van 1829 geeft geen inlichting over het zingen van jaargetijden op gestelde dagen.
Volgens de door u gegeven uitleg en het voorzien van het gezonden register en rol heeft men u een akte van reductie voor enige jaargetijden kunnen geven.
Nu zoudt gij een nieuw register moeten maken in welke gij ten eerste moet inschrijven het register geheel en gans dan ook al wat op de rol staat na dezelve volledig gemaakt te hebben want er ontbreekt voor juli, augustus en september. Voorts zult gij er bijvoegen het afschrift van de twee akten van reductie als ook een nieuwe lijst der jaargetijden voor het toekomende opmaken met zorg van er de jaargetijden in op te tekenen naar mate zij zullen gezongen worden.
Hierbij zult gij enige bemerkingen vinden waarvan gij zult kunnen gebruik maken.
Aanveerd eerweerde heer pastoor de verzekering mijner ware achting.
M. C. Vanderlinden Vic. Gen.
1887. Zitting van de raad van de kerkfabriek.
Op zondag twee oktober 1887 vergaderde de raad van de kerkfabriek over het testament van pastoor Judocus Van Overstraeten[117] verleden voor den notaris Eeman te Aalst op 11 oktober 1787. In het testament schonk de pastoor jaarlijks een zak koren aan de armen en stichtte hij twee jaargetijden te celebreren in de kerk van Teralfene tegen jaarlijkse betaling van vijf gulden tien stuivers, in toenmalige geldwaarde tien frank. Die lasten werden door de erfgenamen erkend zijn en tot zekerheid ingeschreven op pand van een weide gelegen te Borcht-Lombeek ter plaatse gekend als Dierickx Meersch, groot twee dagwand en dertig roeden, in huidige landmaat ca negenenvijftig aren bij akte verleden voor burgemeester en schepenen der Borggrave van Lombeek onder dagtekening 15 april 1790.
Die jaargetijden werden nog altijd gecelebreerd en de raadsleden willen de erfgenamen van verplichten een de aangegane verplichting te vernieuwen. Zij komen overeen de raad van het weldadigheidsbureel te vragen de nodige pogingen aan te wenden om een verlenging te bekom en. Hun zullen hunbeslissing ter goedkeuring naar de bestendige deputatie zenden en de heer Bursers, ontvanger van gemeld bureau machtigen die zaak in naam van de kerkfabriek te behandelen en zelfs in de gevallen voorzien bij art. 1912 van het burgerlijk wetboek de aflossing van het kapitaal te eisen en dat alles ten laste der schuldenaren.
Aldus gedaan en ondertekend op dag en plaats als ten hoofde gemeld.
De voorzitter J. B. Plas.
De leden B. De Bolle, J. L. Couck, Callebaut, Bosteels ……
Onvoldoende inkomsten.
In de 19de eeuw werd het duidelijk dat de inkomsten voor de vroeger gestichte jaargetijden onvoldoende waren geworden. In 1897 en 1923 deed de pastoor opnieuw aanvragen om het aantal jaargetijden te mogen verminderen. Hieronder het antwoord van de aartsbisschoppen Goossens en Mercier.
1882. Geen onderpastoor meer voor Teralfene[118].
Op 30 juli 1882 schreven de gemeenteraadsleden van Teralfene een brief naar koning Leopold II. De minister van justitie had het besluit genomen dat de gemeenten met minder dan 1500 inwoners niet meer het recht hadden op een onderpastoor. Zoals het toen passend was, schreven de dat ze de eer hadden U met veel eerbied te vertoonen en somden de redenen op om toch te pleiten voor het behoud van een onderpastoor.
Aan zijne Majesteit Leopold II koning der Belgen.
Sire,
De ondergetekenden leden van den gemeenteraad te Teralphene, arrondissement Brussel, hebben de eer U met veel eerbied te vertoonen.
Dat volgens een besluit van den heer minister van justitie de plaats van onderpastoor wordt afgeschaft te beginnen met 1 januari 1883 in de plaatsen van min dan duizend vijf honderd inwoners.
Daar zij met reden vrezen dat die maatregel ook hunne gemeente zal treffen nemen zij hunne toevlucht tot Uwe Majesteit en komen U smeken niet toe te laten dat die plaats bij hun zou worden ingetrokken.
De ontbering van eenen onderpastoor zou de bevolking in eenen zeer moeilijke toestand plaatsen en zich drukkend doen gevoelen om de volgende reden:
- De gemeente telde dan 1454 inwoners en de raadsleden verwachtten dat tegen 1 januari 1884 het vereiste getal van 1500 zal bereikt zijn.
- De kerk heeft een oppervlakte van tweehonderd vierenvijftig vierkante meter en is veel te klein om ineens al de gelovigen die verplicht zijn de goddelijke diensten bij te wonen een plaats te geven.
- Zo’n tweehonderd personen van gehuchten van buurgemeenten die te ver van hun parochiekerk wonen, komen regelmatig de diensten in Teralfene bijwonen.
- Het koninklijk besluit een onderpastoor aan Teralfene te verlenen, dagtekent van 1839 toen de gemeente amper negenhonderd inwoners telde.
- De afschaffing van het ambt van onderpastoor zal nadelig zijn voor de bevolking want: De bevolking is braaf, werkzaam, maar weinig door het fortuin bedeeld en zeer verkleefd aan den godsdienst en zou zich door de gevolgen van die maatregel smartelijk getroffen gevoelen in hunne dierbaarste belangen.
Wij bidden met veel ootmoed Uwe Majesteit de verzekering te willen aanvaarden van den diepen eerbied der genen die zich noemen.
Van Uwe Majesteit de zeer nederige, gehoorzame en trouwe dienaars.
Teralphene den 30ste juli 1882.
In de marge:
N.B. moet op een geheel blad geschreven worden.
De tussenkomst van de gemeenteraad had succes. Na Alfons Voordeckers in 1876 werd in 1898 Karel Reyniers onderpastoor
1883. Boedellijst van de kerk van Teralfene[119].
Deze boedellijst werd opgemaakt op 2 juli 1883 overeenkomstig het art. 55 van het decreet van 1809 door de voorzitter van de kerkmeesters en kapelaan Goelen.
| NR | Beschrijving voorwerp | Afmeting | Verkrijging | Wijze |
| 1 | Kelk met pateen, verguld zilver | 20 cm hoog | 1865 | Gift |
| 2 | Kelk wit zilver, pateen verguld zilver | 28 cm hoog | Aankoop | |
| 3 | Kelk, voet koper, verguld zilver, idem pateen | 22 cm hoog | 1880 | Aankoop |
| 4 | Zilveren ciborie met zilveren scheel | 34 cm hoog | 1882 | Gift |
| 5 | Koperen ciborie met zilveren scheel | 35 cm hoog | ||
| 6 | Twee zilveren hostie dozen | |||
| 7 | Zilveren (re)monstrans met opschrift Ecclesia Teralphene. | 70 cm hoog | ||
| 8 | Wierookvat met schaal, zilver | 1875 | Gift | |
| 9 | Wierookvat met schaal, koper | |||
| 10 | 2 zilveren wijn pottekens | |||
| 11 | Verzilverde offerschotel, langwerpig | |||
| 12 | 3 autaar tabellen met verzilverde lijst | |||
| 13 | Kroon O.L.V. verguld zilver met scepter | 1868 | Gift | |
| 14 | Kroon O.L.V. met scepter, wit zilver | |||
| 15 | Kroon Sint Anna, wit zilver | |||
| 16 | Lessenaar voor misboek in rood fluweel met zilveren beslag | 34 cm hoog | Gift | |
| 17 | Misboek rood leder met zilveren sloten | |||
| 18 | Misboek rood leder koperen sloten | |||
| 19 | Gewoon misboek met koperen sloten | |||
| 20 | 2 kleine misboeken voor lijkmissen | |||
| 21 | 2 ceremonieboeken klein | |||
| 22 | 2 gradualen en 2 vesperale met 4 kleine en koorzang | |||
| 23 | 6 kandelaren met verzilverd kruis, item 2 armkandelaren en 2 koorkandelaren | 83 cm hoog | ||
| 24 | 4 kandelaren in kopergoud met kruis | 85 cm hoog | ||
| 25 | 4 kandelaren verzilverd koper | 50 cm hoog | ||
| 26 | 4 koperen kandelaren met kruis, autaar O.L.V. | 57 cm hoog | ||
| 27 | 4 koperen kandelaren | 48 cm hoog | ||
| 28 | 4 koperen kandelaren op hoogautaar met 2 arm- en 2 koorkandelaren | Divers | ||
| 29 | Koperen koorlamp verzilverd | |||
| 30 | Wit misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken met koorkap met goud geborduurd. | 1879 | Gift | |
| 31 | Wit misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken met koorkap | |||
| 32 | Rood misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken. | |||
| 33 | Purper misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken en koorkap. | |||
| 34 | Zwart misgewaad, 1 kazuifel, 2 dalmatieken en koorkap. | |||
| 35 | Item, 1 kazuifel, 2 dalmatieken en koorkap. | |||
| 36 | 1 witte kazuifel met goud geborduurd. | 1882 | Gift | |
| 37 | Een kazuifel grond goud | |||
| 38 | 1 witte kazuifel zondag gewaad | |||
| 39 | 2 witte kazuifels dagelijks gewaad | |||
| 40 | 2 rode kazuifels zondag gewaad | |||
| 41 | 2 rode kazuifels dagelijks gewaad | |||
| 42 | 2 purperen kazuifels zondag gewaad | |||
| 43 | 2 purperen kazuifels dagelijks gewaad | |||
| 44 | 2 zwarte kazuifels dagelijks gewaad | |||
| 45 | 1 groene kazuifel | |||
| 46 | 2 schouder klederen | |||
| 47 | 6 linnen alben met gewone kanten van 45 cm. | |||
| 48 | 6 linnen alben voor zondags gebruik | |||
| 49 | 6 linnen alben voor zondags gebruik | |||
| 50 | 3 beste roketten met kanten | |||
| 51 | 6 zondagse en 6 dagelijkse roketten. 4 roketten voor koster, 12 voor de misdienaars. 12 voor kruis-, vaandragers en zangers. | |||
| 52 | 6 linnen alben voor dagelijks gebruik | |||
| 53 | 3 rode en 3 zwarte togen voor de misdienaars. | |||
| 54 | 6 zwarte togen voor koster, voor lanteern-, kruisdragers en zangers. | |||
| 55 | 9 altaardoeken voor de altaren | |||
| 56 | 15 linnen schouder klederen | |||
| 57 | 25 kelkdoeken, 15 corporalen, 15 singels. | |||
| 58 | 2 linnen communie klederen | |||
| 59 | 2 witte stolen voor feestdagen, 2 witte zondagse, 2 witte dagelijkse, 2 purperen en 1 rode dagelijkse. | |||
| 60 | Fluwelen mantel O.L.V. kleed met goud borduursel. | 1867 | Gift | |
| 61 | Witte mantel Sint Anna met gouden boord. Wit kleed geborduurd. | |||
| 62 | Rood tapijt. | 5,5 m lang 3,5 m breed | ||
| 63 | Klein rood tapijt | 2 m² | ||
| 64 | Traptapijt | 7 m lang | ||
| 65 | 2 beelden, H. Hart van Jesus en Maria met de twee voetstukken. | 1,4 m hoog | ||
| 66 | Beeld O.L.V. onbevlekt ontvangen | 1,2 m hoog | ||
| 67 | Beeld H. Hypolitus | 1,2 m hoog | ||
| 68 | Groep verbeeldende de H. Drievuldigheid. | 0,9 m hoog | 1873 | Gift |
| 69 | Beeld H. Joseph | 1,2 m hoog | ||
| 70 | Beeld H. Anna en H. Eligius | 0,5 m hoog | ||
| 71 | Beeld H. Joannes Berchmans | 1 m hoog | ||
| 72 | Beeld H. Kindsheid. | 0,9 m hoog | ||
| 73 | Beeld H. Joannes Evangelist. | 0,9 m hoog | ||
| 74 | Schilderij hoog altaar verbeeld den H. Joannes Evangelist | 2 m hoog 1,8 m breed | ||
| 75 | Houten kruis met Christusbeeld hangende in het midden der koor | 4 m hoog | ||
| 76 | 14 staties van de kruisweg uitgekapt in witte steen | 1,7 m hoog 0,9 m breed | Gift | |
| 77 | Voetstuk H. Hypolitus | 1,5 m hoog 1 m breed | ||
| 78 | Voetstuk met vergulde troon O.L.V. | 3 m hoog 0,8 m breed | ||
| 79 | Draaghemel voor processie | 2,6 m hoog | ||
| 80 | Voetstuk met troon H. Drievuldigheid | 1,6 m hoog 0,7 m breed | ||
| 81 | Koperen processiekruis | 1,7 m hoog | ||
| 82 | Verzilverd processiekruis | |||
| 83 | 2 verzilverde processie lantaarns | 0,7 m hoog | ||
| 84 | Wit voorstuk hoogaltaar | 1 m hoog 2,1 m breed | ||
| 85 | Gebronsd voorstuk hoogaltaar | 1 m hoog | ||
| 86 | Zwart voorstuk hoogaltaar | 1 m hoog | ||
| 87 | Twee lijkbaar kleden | |||
| 88 | 8 houten kandelaars | 1,2 m hoog | ||
| 89 | 2 voetstukken voor koorkandelaars | 0,8 m hoog | ||
| 90 | Een zwart en blauw vaan | |||
| 91 | Zes meter zwart behangsel | |||
| 92 | Twee stellingen voor lijkbaar | |||
| 93 | Drij koorstoelen | |||
| 94 | Vier knielkussen | |||
| 95 | Drij houten lessenaars voor misboek | |||
| 96 | Twee altaar tabellen met vergulde lijst | |||
| 97 | Honderd grootte en 200 kleine kerkstoelen |
1884. Tweede boedellijst
Op 26 mei 1884 vergeleken de voorzitter van de kerkfabriek en kapelan Goelen de boedellijst van de kerkvoorwerpen met de lijst van 1883.
Zij bevestigden dat alles ongeschonden en in volmaakte staat van bewaring was behalve de voorwerpen van de nummers:
– 19 het gewoon misboek met koperen sloten is onbruikbaar;
– 28 vier koperen kandelaars op het hoogaltaar zijn onbruikbaar;
– 46 twee schouderkleren waarvan een versleten is.
Bijgvolg dient de boedellijst van 1883 als volgt gewijzigd te worden:
nr. 19 schrappen, nr. 28 wordt twee arm- en twee koorkandelaars, en nr. 46 een beste wit schouderkleed.

Lijst[120] der eigenaars van kerkstoelen (van 1879 tot 1883).
Lijst der stoelen – Potjaarstraat.
- 2 – Weduwe Francis Van Nieuwenhove.
- 1 – Bernardus Van Nieuwenhove.
- 1 – Carolus Van Vaerenbergh.
- 1 – Jan Baptist Suijs vrouw Seraphina.
- 1 – Vrouw Bernardus Dierickx.
- 4 – Xaverus Callebaut.
- 2 – Jan Baptist Heeremans – Clementina Guldemont.
- 1 – Vrouw Franciscus Plas – Martha Guldemont.
- 1 – Dominicus Heeremans.
- 1 – André De Bisschop – Ida André.
- 2 – Jan Baptist Plas en vrouw.
Daal.
- 2 – drij zusters Rossignol.
- 1 – Joseph Van Den Broeck – Maria Anna Heeremans.
- 1 – Vrouw Dominicus Goetvinck.
- 2 – Bernardus De Prijck.
- 1 – Vrouw Christaen Gijzens.
- 2 – Ludovicus Goetvinck en vrouw.
- 1 – Petrus De Bolle.
- 1 – Van Neijghem vrouw en broeders Jean – Joseph.
- 1 – Eugene Van Neijghem en vrouw.
- 3 – Dominicus De Bolle – vrouw en kinderen.
- 1 – Maria De Gheijm.
- 2 – Aug. Van Neijghem – vrouw Sophia De Bolle.
- 2 – Constant Lanckman en vrouw.
- 1 – Elisabeth Couck.
- 1 – Fredericus Van Nieuwenhove.
- 1 – weduwe Petrus Arijs.
- 1 – Michael Eckman.
- 1 – Dominicus Rossignol.
- 1 – Judocus De Bisschop – vrouw Hortentia Christiaens.
- 2 – weduwe Felix Van Nieuwenhove – Sophia Heeremans.
- 2 – Jean Van Den Broeck en vrouw.
- 1 – J. B. Suijs.
- 1 – Maria Benedicta Asselman.
- 3 – Jean Couck, vrouw en kinderen.
- 2 – weduwe Felix Van Nieuwenhove.
- 1 – Benedicta Van Nieuwenhove.
- 1 – weduwe Albert Guldemont.
- 1 – Jan Baptist Guldemont, vrouw Judoca Arijs.
- 1 – Leo Callebaut.
- 1 – Isabella Tastenoy.
- 2 – Michiel Van Den Broeck en vrouw.
- 1 – Joseph Van Den Broeck – Doka Suijs.
- 2 – August Guldemont – Theresia De Bolle.
- 1 – Joanna Eckman.
- 1 – Jan Baptist Van Nieuwenhove – vrouw Colleta Couck.
Molhoek.
- 2 – Dominicus Van Vaerenbergh.
- 1 – Josepha De Rijck.
- 2 – weduwe Egidius Lenssens.
Tuimelaar.
- 1 – Joannes Steppé.
- 1 – Joannes Van De Winkel.
- 1 – Fredericus Van De Winkel.
- 2 – Dominicus Van Den Broeck en vrouw.
- 1 – De Rijck – Van De Perre – Hekelgem.
- 1 – Maria Joanna Van Vaerenbergh – Erembodegem.
- 1 – Joseph De Smedt – Hekelgem.
- 2 – Adrianus Van Den Bossche, vrouw en kinderen – Hekelgem.
- 1 – August Callebaut – Beatrix Van Den Broeck.
Breeweg.
- 1 – Jan Baptist Asselman.
- 2 – Joannes Joos en vrouw.
- 2 – weduwe Arijs en kinderen.
- 1 – ? Asselman.
- 1 – Albertina Dierickx.
- 6 – De zusters Annuntiaten.
Ter Elst.
- 4 – Joseph Van Nieuwenhove en Sophia Suijs – Hekelgem.
- 3 – Petrus Vertongen – Hekelgem.
- 2 – Bernardus De Bolle.
- 2 – Egidius De Geijzeleer.
- 1 – Benedictus De Reuse – vrouw Isabella Rossignol.
- 1 – Felix Van Den Bossche – vrouw Francisca Van Neijghem.
Kerkstraat.
- 1 – Catharina Messens? Pastorij.
- 1 – W. Van Der Mijnsbrugge.
- 3 – Jan Baptist Asselman – vrouw Rosa Guldemont.
- 3 – Franciscus De Bolle.
- 1 – weduwe Van Vaerenberg – Joanna De Bisschop.
- 1 – L. Bussens – Sidonia Poodt.
- 2 – Jan Baptist Rossignol.
- 1 – Coleta Van Ransbeeck.
- 1 – Franciscus De Raes – vrouw Sophia Van Ransbeeck.
- 2 – Ludovicus Van Nieuwenborgh.
- 4 – Bernardus Callebaut.
- 1 – Christiaens – Joanna Van Den Broeck.
- 1 – Petrus Christiaens – vrouw Maria De Bisschop.
Processiebaan.
- 4 – Jean Van Nieuwenhove – vrouw en kinderen.
- 1 – Franciscus Lanckman – vrouw Seraphina Van Den Bosch.
- 1 – Joseph Van Vaerenbergh.
- 1 – Arijs ?
- 1 – Amatus De Reuse en vrouw.
- 1 – Felix Christiaens.
- 1 – Joannes Van Den Houwe en vrouw Francisca De Leeuw.
- 3 – Adrianus Callebaut en kinderen.
- 1 – Joanna Catharina Arijs.
Van ’t huizeke naar Dries.
- 1 – Franciscus Temmerman en vrouw Celestina.
- 1 – Adrianus De Bisschop en vrouw Felicia De Reuse.
- 2 – Benoit De Bisschop – vrouw en kinderen.
- 3 – J. B. Guldemont – vrouw en kinderen.
- 1 – Joanna De Bisschop.
- 1 – Felix D’Haezeleer.
- 2 – weduwe Carolus De Bisschop en dochter.
- 1 – Joannes Van Vaerenberg en vrouw.
- 2 – weduwe Jean Callebaut en kinderen.
- 1 – Benedicta Suijs.
- 1 – De Wilde.
- 2 – weduwe Jan Baptist Christiaens en zoon.
- 3 – Godefridus De Reuse – vrouw en kinderen.
- 2 – Joannes De Leu – vrouw en kinderen.
Klein Dries.
- 2 – Jan Baptist Mertens – Amerijckx.
- 2 – Romanus André en kinderen.
- 5 – Romanus Pollet – vrouw en kinderen.
- 1 – Jacobus De Rijck – vrouw Cecilia Van Gucht.
- 2 – Plas – Rollier.
- 1 – ? Christiaens.
- 1 – weduwe Joseph Van Den Bossche.
- 1 – weduwe ?
- 3 – Dominicus Geijssens.
- 4 – Louis Bosteels – vrouw Isabella Christiaens.
- 1 – Franciscus Claes – vrouw Philomena Van Nieuwenhove.
- 1 – Leontina Sonck.
- 1 – Angelica Beeckman.
- 3 – Donatus Machiels.
- 1 – Maria Theresia Guldemont.
- 1 – Seraphina De Reuse.
- 1 – Dominicus Van Varenbergh.
- 1 – Amandus Van Der Borgt.
- 2 – J. B. Christiaens.
- 1 – Franciscus Arijs.
- 1 – Judoca Arijs – vrouw Rossignol.
- 1 – Joseph De Raes.
- 1 – Franciscus De Reuse.
- 1 – Amandus Van Den Broeck.
Kei.
- 2 – Joannes Snel.
- 1 – Joannes Meert en zuster.
- 1 – weduwe Franciscus De Bolle – Barbara De Reuse.
- 1 – Jean De Bolle – Isabella Van Den Broeck.
- 1 – Felicia Van Vaerenbergh.
- 1 – Benoit Meert – sluis Esschene, zijne dochter Leonia.
- 1 – J. B. Goetvinck.
- 1 – Judocus Mertens.
Op ouden lijst Judocus Arijs – puto loco = Judoca.
1894. Teralfene. Selectie van documenten uit een lijvig dossier over werken aan de kerk[121].
Op 12 maart 1876 teisterde een zwaar onweer de kerk. Pastoor Verheyden schreef:
Buitengewoon tempeest dat geduurd heeft van 3 tot 7 uur namiddag. De schaliën der kerk, met honderden zag men ze als zwaluwen door de lucht vliegen. Menigvuldige bomen werden uitgerukt. Vele kerken zijn ingestort. Meer dan 1000 werd gedood door ‘t orkaan[122].
Als gevolg van het stormweer was de toren niet meer stabiel. Men kon hem zien bewegen. De klokken, de horloge en het orgel werden ontruimd en de kerk was alleen nog toegankelijk via een achterdeur. Herstellingen waren dringend nodig, maar omdat de kosten zo hoog opliepen, besloot men de kerk te vergroten en een nieuwe toren te bouwen.Een drukke correspondentie volgde om de nodige vergunnen en de noodzakelijke financiële steun te bekomen.
Wij hebben hier de originele tekst van de documenten behouden
Teralphene, den 28ste januari 1894.
Mijnheer de minister,
Moesten de bestendige afvaardiging van den provincieraad van Brabant en uw departement den toestand kennen waarin wij oms bevinden door het afbreken van den toren van Teralphene dan zouden zij zeker niet meer aarzelen om ons ter hulp te komen ten einde tot zijnen heropbouw te kunnen overgaan.
Onze drij klokken zijn op zijde gezet, ons orgel is uiteengedaan, de daken zijn beschadigd door het vallen der stenen welk men onmogelijk kon beletten tijdens het afbreken van den toren.
Het voorlopig dak der basis van dezen toren kan het indringen van het water niet tegenhouden.
In een woord, onze bevolking beklaagt dezen betreurenswaardige toestand ten zeerste. Moest men de toelage des kerkfabriek en der gemeente tot het beloop van een derde des uitgave brengen dan zouden wij onze laatste geldmiddelen uitputten om tot dezen uitslag te komen, de tussenkomst van provincie en staat tot een beloop van het derde gedeelte voor beiden.
In afwachting van een gunstig besluit noemen wij ons, mijnheer de minister, een zeer nederige en verkleefden dienaar.
Prov. de Brabant, Bruxelles, le 12 mars 1984.
Messieurs,
Comme suite à votre lettre du 20 février dernier n° 303, j’ai l’honneur de vous faite connaître que la députation permanente en séance du 28 des même mois a décidé d’accorder sur les fonds provinciaux un subside de 1650,33 frs représentant le sixième de la dépense qu’entrainera la démolition et la reconstruction de la tour de l’église de votre commune. Cette décision a été prise sous la réserve du maintien au budget provincial de 1895 du crédit ordinaire de 10 000 frs destiné aux travaux de l’espèce.
A l’occasion de la proposition de subside qui lui a été faite pour le même objet.
Monsieur le ministre de la justice viens de me réclama le plan den double des travaux à effectuer.
Je vous prie messieurs faire déposer le plan et de me l’adresser dans le plus bref délai possible.
Le gouverneur, Aug. Vergote.
Schaerbeek 2 augustus 1894.
Mijnheer den pastoor, (= pastoor Goelen)
Ik heb mijnheer Peeters verschillige keren versocht te werken te beginnen. Hij heeft mij altijd voor antwoord gegeven dat het schip stenen nog niet aangekomen was.
Ik heb hem vandaag geschreven voor hem te laten weten dat zonder foute het werkvolk moet bezig zijn toekomende maanden en dat ik dijnsdag namiddag zal gaan zien.
Wilt mijnheer den pastoor de uitdrukking mijne hoogachting ontfangen.
Van Roelen.
F. Van Roelen, architecte, rue Vanderlinden 37, Bruxelles.
Schaarbeek, den 23ste januari 1795.
Mijnheer pastoor,
Mijnheer Kleinen die ik verleden maandag in ’t bisdom gezien heb, heeft mij geraden van zekere leden der comiteit te gaan bezoeken.
Ik heb dit gedaan. Allen zeggen dat zij willen de plannen aannemen in geval de anderen het ook doen. Maar alleen kunnen zij niet.
Toekomende zaterdag moet ik nog een lid bezoeken en als het dan niet lukt, dan is het verlooren en dan blijft mij niets over dan alles te herbeginnen. Ik heb bijzonder aangedrongen op de zes duizend franken dat het meer zal kosten, maar dat dragen ze hun niet aan. Ik heb beweezen dat al dat ik gedaan heb is voor de minsten kost te ……… en alle de heeren zeggen mij dat dat mijn groot ongelijk is. Ge ziet mijnheer pastoor dat men soms nog niet goed doet als men alles doet om wel te doen.
Ik zal nog schrijven toekomende zaterdag.
Aanvaard waarde heer mijne hoogachting.
Van Roelen.
12 februari 1895. Werken aan de toren van de kerk.

Zitting van 7 april 1895.
Uittreksel van het verhaalschrift der zitting van den kerkraad gehouden op zondag zeven april 1800 vijfennegentig.
Aanvraag over toelage van de provincie voor de reeds uitgevoerde werken aan den kerktoren.
Bij koninklijk besluit van 11 juni 1894 is de kerkfabriek van Teralphene bemachtigd geworden om den bouwvallige toren af te breken en herop te bouwen met eener toelage voor dit werk van den staat en de provincie.
Dit ontwerp is niet kunnen uitgevoerd worden om reden van den slechten stand der deelen van het gebouw welke men zich voorstelde te kunnen behouden. De begonnen werken zijn dan op bevel der bevoegde overheid opgeschort geworden, nieuwe plannen en bestekken zijn thans opgemaakt en de regering ter goedkeuring aangeboden.
Uit dien staat van zaken zijn groote onkosten gesproten die redelijker wijze zoo wel door den staat, de provincie en de gemeente als door het kerkfabriek zouden moeten gedragen worden.
De kerkraad dezen toestand overwegende en gezien dat de staat reeds eene toelage heeft verleent van 1333,33 fr. welke som gebruikt is voor de hooger aangehaalde werken.
Besluit: den heer gouverneur zeer eerbiediglijk te verzoeken op het provinciaal fonds eene toelage te willen verleenen tot beloop van een zesde der onkosten die volgens den hierbij gevoegde staat berekend zijn op 11 5363,79 fr.
Aldus gedaan op dag en plaats als ten hoofde. De voorzitter, Bosteels. De schrijver, Goelen. De leden, ? Callebaut, J. B. De Bolle, J. Van Den Broek, J. B. Suijs.
Uittreksel van het register van beraadslagingen der kerkfabriek te Teralfene.
De raad der kerkfabriek te Teralphene vergaderd in zitting van 7 juli 1895.
Dagorde.
- Aanbieding van de begrootingsstaat voor het dienstjaar 1896.
- Wijzigingen toe te brengen aan de begrootingsstaat voor 1895.
Overwegende dat ten einde de dringendste betaling der voorlopige werken uitgevoerd aan de kerk en den toren, het bestuur is verplicht geweest te beschikken over de som van 1128,33 fr. zijnde het overschot van het dienstjaar 1893 om het evenwicht te kunnen behouden bij den rekendienst van het laatst afgeloopen jaar.
Gezien dat het bestuur beschikt over een som van 3321,84 fr. geschonken ten titel van vrijwillige gifte bestemd over de werken uit te voeren aan de kerk en dat er tot dit doel een som dient in uitgave gebracht te worden die met het overschot op de begrooting van voor 1895 voorzien beloopende tot 454,47 fr. kan gebracht worden op 3776,11 fr.
Besluit: bij de bestendige deputatie van den provincialen raad met veel eerbied de toelating te vragen om aan den begrootinsstaat voor 1895 de volgende wijzigingen te mogen toebrengen.
Kerkfabriek van Teralfene – voorwerp: verkoop van afbraak.
De raad der kerkfabriek te Teralphene vergaderd in zitting van 7 juli 1895.
Gezien dat bij de groote herstellingswerken thans in uitvoering aan de kerk en den toren er eene dubbele deur en beschotten in oud eikenhout zijn moeten afgebroken worden, welke voorwerpen toebehooren aan de kerk van kleine waarde zijn en voor de nieuwe werken in het geheel niet meer kunnen dienen.
Gezien het koninklijk besluit van 16 augustus 1824.
Besluit: bij dezen aan den heer gouverneur der provincie met veel eerbied de noodige toelating te vragen om bovengemelde voorwerpen uitte hand te mogen verkoopen.
Aldus gedaan in zitting op dag, plaats als boven.
Zitting van 6 october 1895 – kerkfabriek te Teralfene.
Aanmerkingen en uitleggingen van den fabriekraad.
Reden van de voorgestelde veranderingen.
De raad der kerkfabriek te Teralphene vergaderd in de gewone zaal in zitting van zondag 6 october 1800 vijfennegentig.
Overwegende dat het dak der behouden kruiskoor groot 94,59 vierkante meter gansch versleten is en er aan de vensters en muren van dit deel ook dringende herstellingswerken dienen uitgevoerd te worden.
Gehoord hebbende het gevoelen van den heer Van Roelen bouwmeester te Schaarbeek gelast met de werken thans in uitvoering aan de kerk.
Gezien de plannen en schattend bestek beloopende tot de somme van duizend zeven honderd drijentwintig frank twintig centiemen door gemelde bouwmeester op verzoek aangeboden als volledigingswerk der kerk.
Besluit:
- Het hierbij gevoegd ontwerp met plannen en dubbel der bevoegde overheid tot goedkeuring aan te bieden.
- Het staatsbestuur, de provincie en gemeenteraad met veel eerbied te bidden ook voor dit werk een hulpgeld te willen verleenen.
- Bij deze de toelating te vragen om voorgestelde werken ook door den heer Couck aannemer der tegenwoordige werken te laten uitvoeren.
De raad zal in zijne eerste zitting middelen beramen om in het deel ten zijnen laste te voorzien.
Aldus gedaan in zitting op dag, plaats als boven.

Mechelen, den 30ste juli 1896.
Eerwaarde heer pastoor. Teralphene.
Ik heb de eer Ued den devis te sturen voor een nieuwe horlogie voor uwen nieuwen toren.
Ik beloof Ued van een werk te maken daar de parochie zal over tevreden zijn.
Vandaag nog, hoop ik, de plaat voor de cadran te krijgen van het fabriek. Dan gaan wij seffens aan het werk om dezen af te maken, te schilderen en te vergulden.
Wij zullen om best doen om de horlogie nog deze maand te kunnen stellen.
Gelief intussen te ontvangen eerw. heer pastoor de verzekering mijner hoogachting en bijzondere eerbied.
Ed. Michiels.
Ed. Michiels-Moeremans. Graanmerkt 6 Mechelen.
Mechelen den 18de februari 1897.
Eerwaarde Heer pastoor,
Ziehier mijn gedacht over den klepel uwer klok.
Het ijzerwerk in werking gebracht wordt en door een langdurig gebruik wordt krikkel en soms wel zoo danig dat het breekt gelijk glas.
Dit zal het geval zijn met den klepel in kwestie en ik geloof dat er noodzakelijk eenen splinter nieuwe noodig is.
Indien Ued u wilde wenden bij mijnen zoon te Doornik boulevard du nord. MM Michiels fondeur de clocher. Deze zal u kunnen helpen.
Teralphene bij Denderleeuw, 24 februari (18)97.
Mijnheer Michiels.
Over eenige dagen schreef ik aan uwen achtbare vader te Mechelen om hem te vragen wat mij te doen stond om het breeken te voorkomen van eenen klokklepel die op negen maanden tijd drijmaal aaneen is gezet en nu wederom in stukken ligt.
Vader Michiels gaf mij den raad den klepel naar U te zenden en U te verzoeken eenen nieuwen te verveerdigen.
Heden heb ik den ouden klepel met al wat er toe behoord opgezonden. Gelief hem zoo haast mogelijk af te maken en het beloop ervan per port te ontvangen.
Ziehier eenige aanmerkingen over de klok, zij is van staal en vervaardigd in de gieterij van Bochum wegende omtrent 750 kilogrammen. De middenlijn onder buitenkant is van 1 meter 20.
Kerkfabriek van Teralfene – voorwerp: terugbetaling van borgtocht.
Het bureel der kerkmeesters te Teralphene vergaderd in zitting zondag 14 meert 1897.
Gezien dat de heer Damiaan Couck ondernemer te Denderleeuw als aannemer der werken van heropbouwing en vergrooting van kerk en toren dezer gemeente ten titel van borgtocht in de staatskas een som heeft gestort van ………….
Gezien het verhaalschrift der voorlopige aanneming of keuring der werken door de heer …… provinciaal bouwmeester die plaats gehad heeft den 9de november van het laatst afgelopen jaar waaruit blijkt dat den heer Couck bij uitzondering van eenige kleine verbeteringen aan zijne verbintenissen heeft voldaan.
Gezien art. 795 afd. 5 der algemeene onderrichtingen waerbij bepaald wordt dat den borgtocht aen den ondernemer zal terugbetaald worden een maand na de voorlopige keuring der werken.
Besluit: dat blijkens het bovengemelde er zich niets meer verzet tegen de terugbetaling van de borgtocht door den heer Couck in de staatskas gestort.
Bij dezen met veel eerbied de noodige toelating te verzoeken tot de terugbetaling van de gemelde borgtocht.
Een drij dubbel afschrift dezer beraadslaging zal aan de bevoegde overheid worden toegezonden.
Aldus gedaan in zitting op dag en plaats als ten hoofde.
Teralphene den 9de mei 1897.
Aan mijnheer de gouverneur der provincie Brabant.
Mijnheer de gouverneur,
De ondergetekenden voorzitter en leden van het bureel der kerkmeesters te Teralphene vertoonen met veel eerbied het volgende.
In de eerste helft des jaars 1893 was den toren der kerk bouwvallig geworden en moest na onderzoek door de heer Dumortier provinciale bouwmeester gedeeltelijk afgebroken en heropgebouwd worden.
Dit werk volgens schattend bestek beraamd op een som van 9901,96 fr. werd na goedkeuring der bevoegde overheid toevertrouwd aan de heer Brassinne ondernemer te Brussel en in zitting van den provincialen raad gehouden den 28ste februari 1894 werd er voor dit werk een toelage verleend van een zesde, zij 1650,33 fr. van welke beslissing er bericht werd gezonden bij brief van den heer gouverneur gedagtekend van 12 maart 1894, N° 100573 a 31541.
Gemeld ontwerp is onuitvoerbaar geweest om reden dat het deel van den toren het welk men dacht te kunnen behouden ook in zeer slechte staat bevonden werd. Het werk is dan op bevel gestaakt, nieuwe plannen en bestekken zijn opgemaakt en goed gekeurd volgens de welke een gedeelte der kerk en den toren thans zijn opgebouwd.
De kosten van het plaatsen der stellingen en werken van afbraak ter uitvoering van het eerste ontwerp beliepen tot de som van 5363,79 fr. alles blijkens de staat van rekening waarvan een dubbel is opgezonden aan den heer gouverneur den 7de april 1895.
De toelagen verleend door de staat en de gemeente is door het kerkbestuur reeds ontvangen en het aandeel der provincie beloopende tot de som van 893,96 fr. is tot heden toe niet voldaan geworden.
Op 4 november 1896 bij de voorlopige aanneming der werken van vermeerdering der kerk heropbouwing van den toren zijn de kosten vastgesteld en later door de bestendige deputatie goedgekeurd geworden op een som van 34 680,13 fr.
Hierop was ook een zesde toegestaan door de provincie, zij 5780,02 op welke vergunning er tot heden toe ontvangen is een som van 2500,00 fr.
Uit het voorgaande blijkt dat er door de provincie nog te betalen blijft 893,96 + 5780,02 – 2500,00 = 4173,90fr.
De toelagen verstuurd door de staat en de gemeente zijn reeds ten volle uitbetaald en daar de bepaalde aanneming der werken eerstdaags zal plaats hebben komen zij U bidden mijnheer de gouverneur te willen bevelen dat de toelagen door de provincie verleend zo spoedig mogelijk ook voldaan worden ten einde het kerkbestuur in staat te stellen hunne verplichtingen jegens den aannemer te kunnen voldoen.
Met de hoop dat hun verzoek een gunstig onthaal zal te beurt vallen noemen zij zich met waren eerbied.
[1] Laatste bladzijden register overlijden kerk van Teralfene – 2-2-1600 tot 9-2-1673.
[2] Joannes De Ruijsschere was afkomstig van Aalst. Was pastoor van 1620 tot 1623. P. VAN LIEDEKERKE, teralfene, 209.
[3] Armesijn = benaming voor een soort zijdestof of taf, uit het Oosten ingevoerd en later ook in Europa vervaardigd. De vorm armozijn komt overeen met fr. armoisin, it. ermesino; eng. ormesine. De vorm armozij beantwoordt aan fr. Armoisy (uit rabelais aangehaald bij hatzfeld-darmsteter) en aan sp. ormesi; te Lyon ook armoise (littré 1, 196). De afleiding is onzeker; bij yule-burnell staat (zie het art. Ormesine): ”the name suggests derivation from Ormuz”. Die afleiding is reeds oud, want kil. [1599] geeft: Armesinnen, pannus sericus, vulgo ormuzinus: ex Ormuz insula primum allatus” (zie ook de vries, War. 159). Is de stof inderdaad naar de Perzische stad genoemd, dan is armozij waarschijnlijk de oudere benaming; armozijn beantwoordt dan aan eene Romaansche vervorming, afkomstig uit Italië, vanwaar volgens littré de stof naar noordelijker landen gekomen is.
[4] De albe is het witte onderkleed dat een priester of diaken draagt onder zijn andere gewaden, namelijk de cingel, de stola en de kazuifel.
[5] De amict is een rechthoekige linnen doek met twee lange dunne linten eraan, die in de katholieke liturgie gedragen wordt als halsdoek. De amict is vooral bedoeld om te zorgen dat meer kostbare paramenten, zoals kazuifels en dalmatieken niet bezoedeld worden door het zweet van de celebranten. Tevens zorgt de amict ervoor dat de onderkleding van de geestelijke niet zichtbaar is rond de hals. Zo zorgt de amict tevens ervoor dat de puur liturgische rol van de diegene die het draagt benadrukt wordt. meer los aan de amict bevestigd zodat het, als men de amict wilde wassen, makkelijk te verwijderen was. Bron: Wiklipedia.
[6] Een altaardwaal of dwaal (mappa in het Latijn) is een drievoudig wit linnen doek dat over het altaar wordt gespreid en er langs weerszijden van afhangt.
[7] Het graduale is een gregoriaans gezang of het boek met gregoriaanse muziek. Wikipedia.
[8] R.A. Leuven, archief van de parochie Teralfene, nr.13.
[9] Het Vlaamse pond (ook wel aangeduid als pond Vlaams) was tot circa 1795 een oude munteenheid in Vlaanderen, die ook in de rest van de Nederlanden als betaalmiddel werd gebruikt. Het Vlaamse pond was onderverdeeld in 20 schellingen en in 240 groten (1 schelling was derhalve 12 groten). Wikipedia.
[10] Peter De Vleeschoudere was afkomstig van Brussel.
[11] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 125.
[12] GERARDUS EECKHOUT, zoon van GERARDUS EECKHOUT en ANNA ENGELS. Hij is gedoopt op zondag 20 mei 1601 in TERALFENE. GERARDUS is overleden op maandag 27 januari 1670 in TERALFENE, 68 jaar oud. (1) trouwde, 22 jaar oud, op zondag 4 juni 1623 in TERALFENE met ANNA CORTVRINT. (2) trouwde, 65 jaar oud, op donderdag 26 augustus 1666 in TERALFENE met JUDOCA COOLENS.
[13] CORNELIUS VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt in 1591 in TERALFENE. CORNELIUS is overleden op dinsdag 26 juli 1667 in TERALFENE, 76 jaar oud. CORNELIUS trouwde, 26 jaar oud, op dinsdag 3 oktober 1617 in TERALFENE met CATHARINA VAN VARENBERGE, 24 jaar oud. Zij is gedoopt in 1593 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op dinsdag 24 juni 1659 in TERALFENE, 66 jaar oud.
[14] JUDOCUS VAN SCHINGHENE, zoon van JOANNES VAN SCHINGHENE en CATHARINA GHYSELS. Hij is gedoopt op woensdag 1 januari 1603 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op dinsdag 12 november 1675 in TERALFENE, 72 jaar oud.
[15] Een preter is een toezichter.
[16] Balthasar Karel van Spanje, Prins van Asturië en Portugal, Spaans: Baltasar Carlos, Portugees: Baltazar Carlos (Madrid, 17 oktober 1629 – Zaragoza, 9 oktober 1646) was de oudste zoon, en dus kroonprins, van koning Filips IV van Spanje (in Portugal Filips III) en diens eerste echtgenote, prinses Elisabeth van Frankrijk. Hij droeg de titels prins van Asturië en prins van Portugal.
Hij werd vermoedelijk vermoord in 1646, waarschijnlijk door personen uit de entourage van het koninklijke hof. Het feit schokte de Spaanse koning Filips IV zeer diep. Tot zijn dood (1665) zou deze verbitterd achterblijven, hopende dat het zijn tweede zoon, Karel II van Spanje, beter zou vergaan. Balthasar was in zijn korte leven verloofd met Maria Anna van Oostenrijk, die later trouwde met koning Filips. wikipedia.org.
[17] GERARDUS VAN NIEUWENHOVE, zoon van JOANNES VAN NIEUWENHOVE en PETRINA VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt op donderdag 8 juli 1621 in TERALFENE. GERARDUS is overleden op maandag 2 januari 1702 in TERALFENE, 80 jaar oud. GERARDUS:
(1) trouwde, 32 jaar oud, op vrijdag 24 oktober 1653 in TERALFENE met CATHARINA VAN VAERENBERGH, 23 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 7 maart 1630 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op woensdag 24 september 1659 in TERALFENE, 29 jaar oud.
(2) trouwde, 38 jaar oud, op maandag 26 januari 1660 in LIEDEKERKE met ANNA DE BOLSTER. Zij is een dochter van JOANNES DE BOLSTER. Zij is gedoopt in LIEDEKERKE. ANNA is overleden op vrijdag 17 maart 1702 in TERALFENE.
[17] JACOBA DE REUSE, dochter van JACOBUS DE REUSE en CATHARINA DE SCHRIJVER. Zij is gedoopt op woensdag 12 januari 1628 in TERALFENE. JACOBA is overleden op donderdag 22 april 1688 in TERALFENE, 60 jaar oud. JACOBA trouwde, 22 jaar oud, op zaterdag 4 juni 1650 in TERALFENE met ADRIANUS VAN VAERENBERGH, 23 jaar oud. Hij is een zoon van GERARDUS VAN VAERENBERGH en MAGDALENA EEMAN. Hij is gedoopt op woensdag 2 december 1626 in TERALFENE. ADRIANUS is overleden op woensdag 3 augustus 1689 in TERALFENE, 62 jaar oud.
[18] NICOLAUS DE REUSE. NICOLAUS is overleden op zondag 28 november 1666 in TERALFENE. NICOLAUS trouwde op zondag 16 februari 1620 in TERALFENE met ELISABETH DE SCRYVERE. ELISABETH is overleden op zondag 2 juli 1662 in TERALFENE.
[19] ADRIANUS VAN NIEUWENHOVE, zoon van JOANNES VAN NIEUWENHOVE en PETRINA VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt op woensdag 14 oktober 1626 in TERALFENE. ADRIANUS is overleden in 1679 in TERALFENE, 53 jaar oud. ADRIANUS trouwde, 34 jaar oud, op zaterdag 14 mei 1661 in TERALFENE met ANNA EECKHOUT, 21 jaar oud. Zij is een dochter van PETRUS EECKHOUT en ANNA VAN VARENBERCH. Zij is gedoopt op woensdag 7 september 1639 in TERALFENE.
[20] GERARDUS EECKHOUT. GERARDUS trouwde op vrijdag 25 februari 1661 in TERALFENE met FRANCISCA EECKHOUT.
[21] R.A. Leuven, archief van de parochie Teralfene, nr. 28.
[22] [22] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 14.
[23] R.A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 129.
[24] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 2.
[25] JOANNES ROGERIUS CAYMAN. Hij is gedoopt op zaterdag 25 november 1656 in AALST. JOANNES is overleden op woensdag 12 januari 1746 in AALST, 89 jaar oud. Notitie bij JOANNES: Schepen van Aalst.
JOANNES trouwde, 25 jaar oud, op zondag 7 juni 1682 met CLARA VAN DEN BRANDEN, 28 jaar oud. Zij is gedoopt op maandag 25 augustus 1653 in AALST.
[26] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 25.
[27] HENRICUS DE BOLLE, zoon van JUDOCUS DE BOLLE en ANNA VAN GEITE. Hij is gedoopt op woensdag 9 maart 1633 in TERALFENE. HENRICUS is overleden op dinsdag 2 februari 1706 in TERALFENE, 72 jaar oud. Hij is begraven op donderdag 4 februari 1706 te TERALFENE
[28] R.A. Leuven, archief van de parochie Teralfene, nr. 134.
[29] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 16.
[30] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 17.
[31] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 5.
[32] GERARDUS EECKHOUT, zoon van GERARDUS EECKHOUT en CATHARINA VAN VARENBERGH. Hij is gedoopt op maandag 12 juli 1700 in TERALFENE. GERARDUS is overleden op woensdag 20 januari 1751 in TERALFENE, 50 jaar oud. GERARDUS trouwde, 22 jaar oud, op zaterdag 29 mei 1723 in TERALFENE met MARIA VAN VARENBERGH, 39 jaar oud. Zij is gedoopt op maandag 27 maart 1684 in TERALFENE. MARIA is overleden op maandag 19 maart 1753 in TERALFENE, 68 jaar oud.
[33] Wijngeld: hier betaling voor vertier
[34] Ongeld: kosten
[35] CORNELIUS CAMU. CORNELIUS is overleden op woensdag 14 mei 1755 in TERALFENE. CORNELIUS trouwde op zondag 14 september 1692 in TERALFENE met ELISABETH EECKHOUT, 27 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 12 december 1664 in TERALFENE. ELISABETH is overleden op maandag 21 september 1744 in TERALFENE, 79 jaar oud
[36] ADRIANUS JANSSENS. Hij is gedoopt op donderdag 12 november 1699 in TERALFENE. ADRIANUS is overleden op zondag 26 januari 1777 in TERALFENE, 77 jaar oud. ADRIANUS trouwde, 32 jaar oud, op dinsdag 4 november 1732 in TERALFENE met CATHARINA VAN VALKENBORGH, 27 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 29 mei 1705 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op vrijdag 6 maart 1772 in TERALFENE, 66 jaar oud.
[37] EGIDIUS CHRISTIAENS, zoon van PETRUS CHRISTIAENS en ELISABETH MOVYS. Hij is gedoopt op zaterdag 26 januari 1704 in TERALFENE. EGIDIUS is overleden op maandag 9 juni 1777 in TERALFENE, 73 jaar oud. EGIDIUS trouwde met THERESE DE SCHUTTER. THERESE is overleden op donderdag 12 november 1767 in TERALFENE.
[38] EGIDIUS ASSELMAN, zoon van CORNELIUS ASSELMAN en PETRONELLA VAN NIEUWENHOVE. Hij is gedoopt op zaterdag 7 februari 1693 in TERALFENE. EGIDIUS is overleden op zondag 4 maart 1759 in TERALFENE, 66 jaar oud. EGIDIUS trouwde, 45 jaar oud, op dinsdag 6 mei 1738 in TERALFENE met MARIA VAN MOL, 24 jaar oud. Zij is gedoopt op zondag 6 mei 1714 in TERALFENE. MARIA is overleden op dinsdag 12 januari 1790 in TERALFENE, 75 jaar oud.
[39] CORNELIUS SCHOON, zoon van JOANNES SCHOON en JUDOCA VAN NIEUWENHOVE. Hij is gedoopt op woensdag 18 december 1680 in HEKELGEM. CORNELIUS is overleden, 85 jaar oud. Hij is begraven op vrijdag 22 augustus 1766 te HEKELGEM.
[40] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 8.
[41] Schalmen: markeren
[42] De verbintenis in solidum is de verbintenis waarbij de schuldeiser, bij pluraliteit van schuldenaars, op grond van hun aansprakelijkheid voor eenzelfde schade, van elke schuldenaar de betaling kan vorderen van de gehele schuld, ondanks de afwezigheid van hoofdelijkheid en ondeelbaarheid. De in solidum-gehoudenheid is een creatie van de rechtspraak, omdat het toepassingsgebied van de passieve hoofdelijkheid te beperkt was. Passieve hoofdelijkheid geldt immers enkel voor gevallen bepaald in de wet of een overeenkomst, of uit gewoonte. Voor gevallen van buitencontractuele aansprakelijkheid geldt de passieve hoofdelijkheid niet en is het slachtoffer (de schuldeiser) niet beschermd. De grondslag van de aansprakelijkheid in solidum is de wenselijkheid om aan het slachtoffer een bijzondere waarborg te verlenen wanneer er meerdere schadeverwekkers zijn. Elke schadeverwekker kan voor het geheel worden aangesproken.
[43] LUDOVICUS VAN NIEUWENHOVE, zoon van FRANCISCUS VAN NIEUWENHOVE en JUDOCA VAN EYGEM. Hij is gedoopt op zaterdag 12 mei 1736 in TERALFENE. LUDOVICUS is overleden op donderdag 18 januari 1816 in TERALFENE, 79 jaar oud. LUDOVICUS trouwde met MARIA THERESIA EECKHOUDT. Zij is gedoopt op dinsdag 6 oktober 1739 in TERALFENE. MARIA is overleden op zaterdag 6 juli 1793 in TERALFENE, 53 jaar oud.
[44] MARIA (JO)ANNA VAN NIEUWENHOVE, dochter van FRANCISCUS VAN NIEUWENHOVE en JUDOCA VAN EYGEM. Zij is gedoopt op woensdag 5 augustus 1733 in TERALFENE. MARIA is overleden op zondag 28 september 1794 in TERALFENE, 61 jaar oud. MARIA trouwde, 36 jaar oud, op dinsdag 24 juli 1770 in TERALFENE met JUDOCUS VAN NIEUWENHOVE, 38 jaar oud. Hij is gedoopt op dinsdag 27 november 1731 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op maandag 24 oktober 1796 in TERALFENE, 64 jaar oud.
[45] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 135.
[46] De comme: de koffer in de kerk.
[47] LIVINUS MOTTEMANS is geboren omstreeks 1591. LIVINUS is overleden op zondag 27 september 1665 in TERALFENE, ongeveer 74 jaar oud. LIVINUS:
(1) trouwde, ongeveer 35 jaar oud, op dinsdag 30 juni 1626 in TERALFENE met CATHARINA ASSELMAN. CATHARINA is overleden op woensdag 19 oktober 1633 in TERALFENE.
(2) trouwde, ongeveer 50 jaar oud, op woensdag 6 februari 1641 in TERALFENE met MARIA BOGAERT.
[48] Petrus De Vleeschoudere, geboren in Brussel in 1608, pastoor te Teralfene van 1641 tot 1679. P. Van Liedekerke, Teralfene tuuse alfnam en Affligem, 1985, 209.
[49] Loco: vervanger.
[50] Adrianus Fanciscus Rolier was afkomstig van Pamel. Hij was coadjutor van 1791 tot 1793 en pastoor van 1803 tot 1813.
[51] Frans Jozef Karel van Habsburg-Lotharingen (Florence, 12 februari 1768 – Wenen, 2 maart 1835), zoon van keizer Leopold II, was als Frans II de laatste gekozen keizer van het Heilige Roomse Rijk en als Frans I de eerste erfelijke keizer van Oostenrijk.
[52] Judocus Van Overstraeten was afkomstig van Borcht-Lombeek. Hij was pastoor van 1751 tot 1787 en kwam op tragische wijze aan zijn dood. Hij is dood gevonden tussen Muylhem en de brug die Liedekerke van Teralfene scheidt in eene beek vol slijk, waar hij nauwelijks een voet en half ingezakt was, zodanig dat zijn rug buiten het water stak. P. Van liedekerke, Teralfene tussen Alfnam en Affligem, 1985, 210.
[53] Guillelmus De Mol, afkomstig van Brussel, pastoor van 1788 tot 1803. Hij heeft onder de Franse bezetting veel moeilijkheden gehad. P. Van Liedekerke, o.c., 212.
[54] JOANNES BAPTIST VERELST. JOANNES trouwde op donderdag 1 januari 1761 in TERALFENE met MARIA ASSELMAN, 35 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 3 oktober 1725 in TERALFENE. MARIA is overleden op vrijdag 9 december 1808 in TERALFENE, 83 jaar oud.
[55] ADRIANUS ARIJS. ADRIANUS is overleden op zondag 30 oktober 1768 in TERALFENE. ADRIANUS trouwde op dinsdag 10 januari 1736 in TERALFENE met BARBARA VAN OVERSTRAETEN, 28 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 4 augustus 1707 in TERALFENE. BARBARA is overleden op woensdag 24 augustus 1785 in TERALFENE, 78 jaar oud.
[56] JOSEPHUS ARIJS, zoon van ADRIANUS ARIJS en BARBARA VAN OVERSTRAETEN. Hij is gedoopt op zondag 19 september 1745 in TERALFENE. JOSEPHUS is overleden op zondag 17 juli 1814 in TERALFENE, 68 jaar oud. JOSEPHUS trouwde, 40 jaar oud, op maandag 5 juni 1786 in TERALFENE met JUDOCA DE PADUWA, 27 jaar oud. Zij is gedoopt in 1759. JUDOCA is overleden op woensdag 2 februari 1842 in TERALFENE, 83 jaar oud.
[57] JOSEPHUS BOUDART. Hij is gedoopt in 1740. JOSEPHUS is overleden op zondag 27 juli 1817 in TERALFENE, 77 jaar oud. JOSEPHUS:
(1) trouwde, 30 jaar oud, op dinsdag 20 februari 1770 in TERALFENE met JOANNA SCHOONJANS.
JOANNA is overleden op dinsdag 19 april 1774 in TERALFENE.
(2) trouwde, 34 jaar oud, op dinsdag 31 mei 1774 in TERALFENE met THERESIA ARYS, 31 jaar oud. Zij is gedoopt op zaterdag 25 mei 1743 in TERALFENE. THERESIA is overleden op zaterdag 18 april 1812 in TERALFENE, 68 jaar oud.
[58] P. Van Broekhoven, afkomstig van Geel, was pastoor van 1814 tot 1826. P. Van liedekerke, o.c., 212.
[59] Curestede: de pastorie.
[60] JACOBUS SCHOON, zoon van CORNELIUS SCHOON en JUDOCA PAUWELS. Hij is gedoopt op zondag 6 april 1727 in HEKELGEM. Bij de doop van JACOBUS was de volgende getuige aanwezig: JACOBA PAUWELS (1678-1750). JACOBUS is overleden, 70 jaar oud. Hij is begraven op woensdag 31 mei 1797 te HEKELGEM.
Notitie bij JACOBUS: Bedezetter van Hekelgem 1772 tot 1774 of langer. JACOBUS trouwde met MARIA-ANNA BARBE. MARIA-ANNA is geboren op woensdag 3 december 1738 in GOOIK, dochter van JOANNES BARBE en ELISABETH ABELOOS. MARIA-ANNA is overleden op dinsdag 23 juli 1799 in HEKELGEM, 60 jaar oud.
[61] CAROLUS DE BUSCHOP, zoon van JUDOCUS DE BISSCHOP en CATHARINA DE BOLLE. Hij is gedoopt op vrijdag 5 juli 1715 in TERALFENE. CAROLUS is overleden op vrijdag 19 november 1773 in TERALFENE, 58 jaar oud. CAROLUS trouwde, 32 jaar oud, op donderdag 4 juli 1748 in TERALFENE met CATHARINA EECKHAUT, 24 jaar oud. Bij het kerkelijk huwelijk van CATHARINA en CAROLUS waren de volgende getuigen aanwezig: JUDOCUS DE BISCOP en GERARDUS EECKHOUT. Zij is gedoopt op zaterdag 13 mei 1724 in TERALFENE. CATHARINA is overleden op zaterdag 10 maart 1792 in TERALFENE, 67 jaar oud.
[62] NICOLAUS GULDEMONT is geboren omstreeks 1755. NICOLAUS is overleden op zondag 13 december 1846 in TERALFENE, ongeveer 91 jaar oud. NICOLAUS trouwde met MARIA CATHARINA DE BISSCHOP. Zij is een dochter van CAROLUS DE BUSCHOP en CATHARINA EECKHAUT. Zij is gedoopt op dinsdag 13 augustus 1754 in TERALFENE. MARIA is overleden op dinsdag 10 januari 1815 in TERALFENE, 60 jaar oud.
[63] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 19.
[64] JOANNES DE GHENT. JOANNES is overleden op woensdag 17 maart 1779 in TERALFENE. Hij trouwde op donderdag 24 augustus 1741 in TERALFENE met ANNA MARIA VAEREMAN, 37 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 21 december 1703 in TERALFENE. ANNA is overleden op maandag 6 juli 1778 in TERALFENE, 74 jaar oud.
Kinderen van JOANNES en ANNA:
1- THOMAS DE GHENT. Hij is gedoopt op zondag 15 april 1742 in TERALFENE. THOMAS is overleden in 1742 in TERALFENE, geen jaar oud.
2- CATHARINA DE GHENT. Zij is gedoopt op woensdag 15 april 1744 in TERALFENE.
3- EGIDIUS FRANCISCUS DE GHENT. Hij is gedoopt op zaterdag 28 januari 1747 in TERALFENE. EGIDIUS is overleden in 1747 in TERALFENE, geen jaar oud.
[65] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 20.
[66] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 21.
[67] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 133.
[68] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 133.
[69] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 22.
[70] JUDOCUS DE REUSE, zoon van ADRIANUS DE REUSE en JOANNA VAN LANGENHOVE. Hij is gedoopt op zaterdag 20 juli 1715 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op woensdag 30 mei 1787 in TERALFENE, 71 jaar oud.
[71] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 23.
[72] JUDOCUS VAN OVERSTRAETEN, zoon van CORNELIUS VAN OVERSTRAETEN en BARBARA VAN CUTSEM. Hij is gedoopt omstreeks 1725 in BORCHTLOMBEEK. JUDOCUS is overleden op vrijdag 9 november 1787 in LIEDEKERKE, ongeveer 62 jaar oud.
Notitie bij JUDOCUS: Deze pastoor is op 9 november 1787 een treurig einde beschoren zoals we kunnen lezen in de archieven van Affligem. “Hij is dood gevonden tussen Muylhem en de brug die Liedekerke van Teralfene scheidt, in een beek vol slijk, waar hij nauwelijks een voet en half ingezakt was zodanig dat zijn rug buiten het water stak. (Teralfene tussen Alfnam en Affligem – 1985, Pierre Van Liedekerke, blz. 210).
[73] De profundis = uit de diepte. Dat is het begin van psalm 130: Uit de diepte van ellende… en is een smeking om vergeving.
[74] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 136.
[75] JOSEPHUS SCHOON, zoon van CORNELIUS SCHOON en JUDOCA PAUWELS. Bij de aangifte van de geboorte van JOSEPHUS was de volgende getuige aanwezig: JUDOCUS PAUWELS (1640-1698). Hij is gedoopt op donderdag 17 februari 1724 in HEKELGEM. Bij de doop van JOSEPHUS was de volgende getuige aanwezig: PETRONELLA PAUWELS (geb. 1681). JOSEPHUS is overleden op zondag 7 maart 1784 in TERALFENE, 60 jaar oud. JOSEPHUS trouwde, 27 jaar oud, op dinsdag 30 november 1751 in TERALFENE met MARIA VAN NIEUWENHOVE, 23 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 5 december 1727 in TERALFENE. MARIA is overleden op zondag 28 september 1794 in TERALFENE, 66 jaar oud.
Kinderen van JOSEPHUS en MARIA:
1 JOANNES SCHOON. Hij is gedoopt op zaterdag 22 april 1752 in TERALFENE. JOANNES is overleden op donderdag 4 november 1813 in TERALFENE, 61 jaar oud. JOANNES trouwde, 39 jaar oud, op vrijdag 8 juli 1791 in TERALFENE met ANNA MARIA VAN CUTSEM, 32 jaar oud. Zij is gedoopt in 1759 in WAMBEEK. ANNA is overleden op vrijdag 15 september 1826 in TERALFENE, 67 jaar oud.
2 ISABELLA SCHOON. Zij is gedoopt op donderdag 23 mei 1754 in TERALFENE. ISABELLA is overleden in 1783 in TERALFENE, 29 jaar oud. ISABELLA trouwde met GUILLIELMUS D’HOOFT.
3 PETRUS EMMANUEL SCHOON. Hij is gedoopt op donderdag 4 november 1756 in TERALFENE.
4 PETRUS JUDOCUS SCHOON. Hij is gedoopt op zaterdag 7 januari 1758 in TERALFENE.
5 LUCIA SCHOON. Zij is gedoopt op zaterdag 4 april 1761 in TERALFENE.
6 JOANNA CATHARINA SCHOON. Zij is gedoopt op maandag 7 mei 1764 in TERALFENE. JOANNA is overleden op zaterdag 7 januari 1804 in DENDERLEEUW, 39 jaar oud. JOANNA trouwde, 21 jaar oud, op dinsdag 16 augustus 1785 in TERALFENE met PETRUS JOSEPHUS SCHOUPPE. PETRUS is overleden op maandag 19 december 1791 in TERALFENE.
7 ADRIANA SCHOON. Zij is gedoopt op vrijdag 13 maart 1767 in TERALFENE. ADRIANA is overleden op donderdag 24 juli 1817 in TERALFENE, 50 jaar oud.
8 JUDOCUS SCHOON, geboren op dinsdag 7 augustus 1770 in TERALFENE. JUDOCUS is overleden op dinsdag 29 april 1828 in TERALFENE, 57 jaar oud. JUDOCUS trouwde, 31 jaar oud, op zaterdag 27 februari 1802 in TERALFENE met ANNE MARIE PRIEM, 25 jaar oud. Bij het burgerlijk huwelijk van ANNE en JUDOCUS waren de volgende getuigen aanwezig: JOANNES CHRISTIAENS (1751-1826), GILLES CHRISTIAENS (geb. ±1754), GILLES DIERICKX (geb. ±1766) en PETRUS DE BISSCHOP (geb. 1767). ANNE is geboren op zondag 9 juni 1776 in WAMBEEK. ANNE is overleden op woensdag 23 december 1857 in TERALFENE, 81 jaar oud.
[76] Innocent = 1) Argeloos 2) Naïef 3) Onnozel 4) Onschadelijk 5) Onschuldig 6) Verstandeloos.
[77] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 9.
[78] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 10.
[79] JOANNES SCHOON, zoon van JOSEPHUS SCHOON en MARIA VAN NIEUWENHOVE. Hij is gedoopt op zaterdag 22 april 1752 in TERALFENE. JOANNES is overleden op donderdag 4 november 1813 in TERALFENE, 61 jaar oud. JOANNES trouwde, 39 jaar oud, op vrijdag 8 juli 1791 in TERALFENE met ANNA MARIA VAN CUTSEM, 32 jaar oud. Zij is gedoopt in 1759 in WAMBEEK. ANNA is overleden op vrijdag 15 september 1826 in TERALFENE, 67 jaar oud.
[80] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 30.
[81] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 24.
[82] Volgens het billet van uijtsendinge wegens de administratie van den Lande van Aelst in date 13 nivôse 4de jaer der republiek (3 januari 1796) onderteekent F. De Ruijter president, J. P. Begheijn secretaris,
[83] R. A. Leuven – archief van de gemeente Teralfene, toegang 352/15 nr. 16.
[84] Een bunder = 4 dagwand = 400 roeden. Te Teralfene bedroeg een vierkante roede = 30,7456 ca.
1 gulden = 20 stuivers = 80 oorden. 1 stuiver = 4 oorden.
[85] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 446.
[86] Ut ante: zoals vroeger.
[87] B. VERMOESEN, De parochie hekelgem tijdens het Frans Bewind, in: Jaarboek Belledaal, 2008, 157 – 191.
[88] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 12.
[89] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 163.
[90] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 154.
[91] R. A. Leuven – archief van de gemeente Teralfene nr. 21.
[92] R. A. Leuven – archief van de gemeente Teralfene nr. 17.
[93] Bron
[94] Een facteur kocht voor grote hophandelaars de hop bij de boeren op.
[95] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 429.
[96] Jan Baptist Van Broeckhoven, afkomstig van Geel, was pastoor vanaf 1814. Hij overleed te Teralfen in 1826.
[97] Petrus Joannes Coppens, afkomstig van St.-katharina-Lombeek.
[98] Jan Baptist Van Nieuwenhove was burgemeester van 1825 tot 1829.
[99] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 169.
[100] JACOBUS GOETVINCK is geboren op maandag 15 maart 1790 in TERALFENE. JACOBUS is overleden op woensdag 20 maart 1878 in TERALFENE, 88 jaar oud.
JACOBUS trouwde, 30 jaar oud, op zaterdag 24 februari 1821 in TERALFENE met ANNA CATHARINA VAN DEN EYNDE, 35 jaar oud. Zij is gedoopt op vrijdag 9 september 1785 in WELLE. ANNA is overleden op dinsdag 22 maart 1859 in TERALFENE, 73 jaar oud.
[101] FRANCISCUS BOGAERT. Hij is gedoopt op zondag 8 januari 1786 in TERALFENE. FRANCISCUS is overleden op donderdag 2 december 1847 in TERALFENE, 61 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 25 jaar oud, op dinsdag 5 februari 1811 in TERALFENE met JOANNA CATHARINA POLLET, 23 jaar oud. Zij is een dochter van THOMAS POLLET en PETRONELLA COLLIER. Zij is gedoopt op woensdag 27 juni 1787 in TERALFENE. JOANNA is overleden op dinsdag 6 februari 1838 in TERALFENE, 50 jaar oud.
[102] DOMINICUS JUDOCUS HEEREMANS is geboren op zaterdag 21 april 1804 in TERALFENE. DOMINICUS is overleden op woensdag 5 april 1882 in TERALFENE, 77 jaar oud. Koster te Teralfene. DOMINICUS trouwde, 24 jaar oud, op woensdag 30 juli 1828 in TERALFENE met JOANNA MARIA TEMMERMAN, 24 jaar oud. Zij is gedoopt op donderdag 15 maart 1804 in TERALFENE. JOANNA is overleden op vrijdag 17 januari 1873 in TERALFENE, 68 jaar oud.
[103] BENEDICTUS DE BISSCHOP is geboren op donderdag 12 maart 1801 in TERALFENE, zoon van JOANNES BAPTIST DE BISSCHOP en ANNA CATHARINA CHRISTIAENS. BENEDICTUS is overleden op woensdag 27 december 1882 in TERALFENE, 81 jaar oud. BENEDICTUS trouwde, 27 jaar oud, op woensdag 8 oktober 1828 in TERALFENE met MARIA JOSEPHA ARIJS, 28 jaar oud. Zij is gedoopt op woensdag 4 december 1799 in TERALFENE. MARIA is overleden op vrijdag 15 december 1882 in TERALFENE, 83 jaar oud.
[104] FRANCISCUS DE REUSE. Hij is gedoopt op donderdag 11 november 1784 in TERALFENE. FRANCISCUS is overleden op maandag 10 februari 1851 in TERALFENE, 66 jaar oud. FRANCISCUS trouwde, 28 jaar oud, op maandag 8 februari 1813 in TERALFENE met MARIA CALLEBAUT, 24 jaar oud. Huis aan den Groten driesch. Zij is gedoopt op zondag 31 augustus 1788 in TERALFENE. MARIA is overleden op zaterdag 18 februari 1854 in TERALFENE, 65 jaar oud.
[105] ADRIANUS FRANCISCUS ASSELMAN is geboren op woensdag 21 maart 1804 in TERALFENE, zoon van JOANNES ASSELMAN en JOANNA CATHARINA VAN DEN BOSSCHE. ADRIANUS is overleden op zondag 20 oktober 1878 in TERALFENE, 74 jaar oud. ADRIANUS:
(1) trouwde, 28 jaar oud, op woensdag 16 mei 1832 in TERALFENE met JEANNE CATHERINE CHRISTIAENS, 25 jaar oud. JEANNE is geboren op donderdag 31 juli 1806 in TERALFENE. JEANNE is overleden op dinsdag 14 april 1846 in TERALFENE, 39 jaar oud.
(2) trouwde, 42 jaar oud, op donderdag 5 november 1846 in TERALFENE met JUDOCA SCHOON, 42 jaar oud. JUDOCA is geboren op dinsdag 14 augustus 1804 in TERALFENE, dochter van JUDOCUS SCHOON en ANNE MARIE PRIEM. JUDOCA is overleden op maandag 13 januari 1890 in TERALFENE, 85 jaar oud.
[106] GUILIELMUS DE BISSCHOP. Hij is gedoopt op zondag 14 december 1794 in TERALFENE. GUILIELMUS is overleden op dinsdag 28 april 1840 in HEKELGEM, 45 jaar oud. GUILIELMUS trouwde, 30 jaar oud, op woensdag 28 september 1825 in TERALFENE met THERESIA FONTEYN, 30 jaar oud. Zij is een dochter van JAN DE LA FONTAIN en FRANCISCA DE GEYNT. Zij is gedoopt op zondag 12 juli 1795 in HEKELGEM. THERESIA is overleden op zaterdag 30 mei 1835 in HEKELGEM, 39 jaar oud.
[107] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 165.
[108] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 164.
[109] ADRIANUS FRANCISCUS ROLLIER, zoon van NICOLAAS ROLLIER en JOANNA FRANCISCA VAN DER ELST. Hij is gedoopt op zondag 13 april 1760 in PAMEL. ADRIANUS is overleden op vrijdag 2 augustus 1833 in GOOIK, 73 jaar oud.
[110] Catheilen: vee, ook onroerend goed
[111] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 156.
[112] P. VAN LIEDEKERKE, Teralfene, tuusen Alfnam en Affligem, 189.
[113] P. VAN LIEDEKERKE, 189.
[114] In 1840 was Ferdinand Van den Plas burgemeester.
[115] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 177.
[116] In 1866 was Benedictus Verheyden, afkomstig van Londerzeel pastoor.
[117] Judocus Van Overstraeten was pastoor van 1751 tot 1787.
[118] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 427.
[119] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 172.
[120] R. A. Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 171.
[121] R.A.Leuven – archief van de parochie Teralfene nr. 157.
[122] P. VAN LIEDEKERKE, 189.
