Essene Roede = 31,4375 ca.
Abdij Affligem, nr. 136.
Beschrijving van de goederen: zes bunder (7 ha 54 a 50 ca) weide gelegen te Essene en gebruikt door de monniken zelf. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Twee bunder (2 ha 51 a 50 ca) gelegen op het veld vermoedelijk genoemd “Paardenmeersch”grenzend aan een zijde aan de weg van Lombeek naar Essene, 2de aan de beek, 3de & 4de aan de weiden.
2- Eén bunder twee dagwand (1 ha 88 a 62 ca) weide gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan de “Bellebeek”, 2de aan burger Zacharias De Wever, 3de & 4de aan het voorgaande perceel.
3- Twee bunder twee dagwand (3 ha 14 a 38 ca) weide gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan een zijde aan de “Bellebeek”, aan de goederen van de begijnen van Brussel, 3de aan de goederen van de gemeente Lombeek, en 4de aan burger Henri Croesse.
Het PV van de schatting werd niet genoteerd. Geschat door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 250 gulden, en de verkoopprijs op £ 10 200, inbegrepen 34 hoogstammige bomen geschat op 100 gulden. Deze weiden werden door de monniken zelf gebruikt.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 7 artikel 6 – 6de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 4 650 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 420 000 pond aan burger Jean Benoit Vermandele, handelaar, wonende te Aalst in de Molenstraat.
Abdij Affligem, nr. 137.
Beschrijving van de goederen: zeven bunder twee dagwand (9 ha 43 a 12 ca) weide gelegen te Essene en gebruikt door de monniken zelf, grenzend aan een zijde aan de weg naar Teralfene, 2de aan het goed van burger Henri De Bolle, 3de aan de beek van de Bellemolen naar de Dender genaamd “Bellebeek”, 3de aan burger Joseph ’t Kint en François Linthout, 5de aan de beek genaamd “Kabeke”.
Het PV van de schatting werd niet genoteerd. Geschat door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 400, en de verkoopprijs op £ 8 400, inbegrepen 100 hoogstammige bomen geschat op 200 gulden. Deze weide werden door de monniken zelf gebruikt.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 75 artikel 6 – 7de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 6 300 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 700 000 pond aan burger Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene. Hij betaalde onmiddellijk het gedeelte voorzien in klinkende munt en op 29 nivôse jaar 7 werd de volledige som van deze toewijzing betaald.
Abdij Affligem, nr. 265.
Beschrijving van de goederen: zeven dagwand (2 ha 20 a 6 ca) waarop zich drie vijvers bevinden die in verbinding staan met elkaar, genaamd “De Heeremannekens”[1], waarvan er twee vijvers vis bevatten en de derde vijver droog staat, gelegen te Essene op het veld genaamd “Greffendries”[2] grenzend langs een zijde aan de weg naar Teralfene, 2de aan de weide verpacht aan burger Rollier, 3de aan de “Kabeke”, 4de aan de weide verpacht aan François Linthout, 5de aan dezelfde, en 6de aan burger Rollier.
Opmerking: op de twee vijvers met vis vindt men alleen maar jonge karpers en andere vissen die dienen om de andere vijvers van vis te voorzien, de waarde bedraagt £ 100.
Het PV van de schatting werd niet vermeld. Geschat door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 70 gulden, en de verkoopprijs £ 1400, de 200 hoogstammige bomen, essen en eiken, die zich aan de rand van de vijvers bevonden, werden geschat op £ 400, samen £ 1 800. Deze vijvers werden door de monniken zelf gebruikt voor hun bevoorrading aan vis.
De verkoop had plaats te Brussel op 27 mei 1799 om 10 uur volgens de affiche nr. 173 artikel 24. Het bieden ving aan met een openingsbod van 940 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1000 frank aan burger Honoré Joseph + wonende te Brussel, rue de Namur nr. 929, stroman die kocht met een volmacht van Charles Louis Joseph Terrace.
Abdij Affligem, nr. 271.
Beschrijving van de goederen: zes dagwand (1 ha 88 a 63 ca) bos gelegen te Essene, genaamd “Ouden Vijver” grenzend langs een zijde aan de “Bosbeek”, 2de aan de beek van Sluisvijver, 3de aan een weide, 4de aan burger Pierre Verbeeke, 5de aan Jean Baptiste Van Linthout, en 6de aan de weduwe Pierre De Vogel.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 12 augustus 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 60, en de verkoopprijs £ 1200 voor de grond. In dit bos bevonden zich 15 jonge hoogstammige bomen die werden geschat op £ 60. Op de helft van het perceel bevond zich schaarhout van 5 jaar oud, en op de andere helft schaarhout van 1 jaar oud, samen geschat op £ 750, totale verkoopprijs £ 2010. Dit bos werd door de monniken gebruikt voor het schaarhout waarmee mutsaards werden gemaakt.
De verkoop had plaats te Brussel op 6 juli 1799 om 10 uur volgens de affiche nr.181 artikel 18. Het bieden ving aan met een openingsbod van 800 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 805 frank aan burger Jean François Callebaut wonende te Hekelgem, stroman die kocht voor zichzelf en met een volmacht van Charles Louis Joseph Terrace, wonende te Asse.
Abdij Affligem, nr. 423.
Beschrijving van de goederen: een landhuis gelegen te Essene en genaamd “Le Petit château de Belle et Sluijsvijvers”. Het heeft een mooie zaal van 32 voet lang en 22 voet breed[3] (8,824 m op 6,0665), een andere kamer, keuken, een kleine kamer, kelder, en meerdere mansardekamers. Dit alles gebouwd in natuursteen en baksteen, bedekt met leien, staand op een terrein van 60 roeden (15 a 31 ca) koer en tuin inbegrepen, grenzend langs twee kanten aan de weg van Essene naar Muylem.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 7 augustus 1798 door Eugène Melsnijder, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 1000 pond, en de verkoopprijs op 20 000 pond, 150 jonge bomen die zich op de dijken bevonden, inbegrepen. Het huis was niet verhuurd.
De verkoop had plaats te Brussel op 19 mei 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 325 artikel 9. Het bieden ving aan met een openingsbod van 12 000 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 115 000 frank aan burger François Joseph Callebaut wonende te Aalst, zoutstraat, sectie B, nr. 99, stroman die kocht met een volmacht van Guillaume De Clercq, handelaar, wonende te Aalst.
Geschiedenis.
Het prachtige herenhuis De Sluis heeft een oude geschiedenis. Op de sluysdamme aan de Sluisvijver waarvan al sprake is in 1170, 16 bunder groot, door een opgehoogde weg in twee verdeelt en omringd door dammen, een dubbele rij bomen en een ringgracht, bouwden de monniken een huisje voor de preter, de boswachter, die ook de visvijver bewaakte. Rond 1720 – 1725 werd het lemen huis grondig verbouwd en kwam er ook een kamer bij waar de monniken een tot tweemaal per jaar konden komen voor hun ontspanning. Dat gebeurde voor het eerst in 1731 zoals een anker naast de deur met dat jaartal aangeeft. De bosmeester kreeg dan 6 schellingen drinkgeld en zijn maerte 2 schellingen. In 1735 liet men de vijver leeg lopen en de grond werd bezaaid met zomertarwe en gerst. Nadien kwam er een hoplochting.

In 1751, na de afbraak van de lemen woning, bouwden de monniken er een stenen huis met kapel. Zij vierden er in 1775 het 700-jarig bestaan van de abdij.. Bij het huis hoorden ook de 2 vijvers met dijken (21 bunder) en 3 kleine vijvers met 150 jonge bomen. De geschatte waarde bedroeg 20 000 ponden. Op 12 mei 1802 kocht Guillaume De Clercq, handelaar uit Aalst het goed. Tot 1942 bleef het familiebezit. De Sluis veranderde nadien nog meerdere malen van eigenaar maar gelukkig bleef het fraaie uitzicht bewaard.
Abdij Affligem, nr. 531.
Beschrijving van de goederen: een bos gelegen te Essene naast de steenweg van Brussel naar Gent en genaamd “Den Nieuwenbosch” groot 23 ha 86 a 40 ca, grenzend langs een zijde aan de “Mollestraet”[4], 2de met de oude baan van Brussel naar Aalst aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste Le Noir, de goederen van Jean Baptiste De Wever, Philippe Vermoesen en Jean Baptiste Meert, aan het goed van de abdij Affligem verpacht aan Bernardine Fieremans, Baduin Velge, aan het goed van de erfgenamen Jean Baptiste Van Linthout verpacht aan Guillaume Londies, aan het goed van de erfgenamen Joseph Van Lierde verpacht aan Michel Verlijsen, het goed van François De Greef verpacht aan Jean Wambacq, aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste Van Mulder, Jean Wambacq en Josse De Wever, 3de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Baduin Velge, 4de aan een boord schaarhout van de weide van de abdij verpacht aan Jean De Cort en aan de “Nieuwenboschcauter”.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 3 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 465 frank en de verkoopprijs op 9 400 frank plus 1 540 eiken en beuken die geschat werden samen op 10 000 frank, het schaarhout werd geschat op 300 frank. Totaal 19 700 frank.
Niet verpacht, het werd beheerd door monniken zelf, en na de confiscatie door de ontvanger der domeinen van Asse (registernr. 15 te Asse).
Burgemeester Jean Baptiste Van De Putte liet noteren dat het bos in het jaar 1701 een oppervlakte had van 18 ha 43 a 40 ca, de oude baan van Brussel naar Aalst die het bos doorsneed niet meegerekend. De bomen die zich langs deze weg bevonden maakten wel deel uit van de toewijzing.
Boswachter Claude Buté had Gille Verloes, de veldwachter van Asse, opgedragen het bos te bewaken.
« Note sur le bois dit « Nieuwenbosch », sous la commune d’Esschene, ci-devant canton d’Assche, arrondissement de Bruxelles, faite par moi soussigné G. De Becker, demeurant à Bruxelles, cul de sac de la rue de la loi, section 7, n° 190, le 9 pluviôse an 9 républicaine.
Le bois nommé « den Nieuwenbosch » est situé à trois quarts de lieu de la commune d’Assche, sous la commune d’Esschene, derrière l’hameau d’Assche Ter Heijden, séparée de la chaussée de Bruxelles à Gand, par une pièce de terre, il ne contient que dix huit bonniers trois journaux à raison de vingt pied la verge d’après arpentage fait par le citoyen De Decker, arpenteur à Assche, dans le courant de l’an sept.
Ce bois forme une lisière, la largeur n’est que d’un coup de carabine, il est planté d’une grande quantité des jeunes hêtres et chênes de deux, trois à quatre pieds de tour, je présume qu’il a aux environs quatre mille hêtres et deux mille chênes, il se trouve encore par ci et là des hêtres de cinq, six à sept pieds de tour nommément du côté du midi, joignant la rue qui fait partie de ce bois, j’ai calculé que les arbres au taux actuel peuvent valoir deux francs la pièce pour les abattre et trois francs pour les lui per en bois, la raspe est détruite et de nulle valeur.
Le terrain est bon, lequel j’ai calculé valoir pour la superficie quatre mille cinq cent francs, étant très bon à être dérodé puis qu’alors on pourrait louer le bonnier quarante francs pour les premiers années et cinquante francs pour les suivantes.
Ce bois ayant été vendu les acquéreurs qu’on dit être les citoyens Van Itterbeek, notaire et président de l’ex municipalité d’Assche, Crick, agent de la dite commune et notaire De Pauw, percepteur de ladite commune et le citoyen Allard, receveur des Domaines ont vendus publiquement en trois différentes séances par-devant ledit notaire Van Itterbeek à Assche, quatre cent marchés d’arbres essence chêne et hêtres sur ledit bois ou présume que le produit de ces ventes a monté à douze mille florins de Brabant mais c’est une chose a vérifier d’après les conditions de vente.
Esschene, ce 9 pluviôse an 9, Républicaine. De Becker.
De verkoop had plaats te Brussel op 21 juni 1806 om 12 uur volgens de affiche nr. 526 artikel 26. Het bieden ving aan met een openingsbod van 19 700 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 22 300 frank aan Antoine Leva, wonende te Brussel, “Grande Place”, stroman die kocht met een volmacht van Guillaume De Clercq wonende te Aalst.
Henri Bastaerts, nr. 126.
Henri was afkomstig van Lebbeke en overleed te Essene op 16 april 1808. Hij trouwde te Essene met Maria Judoca De Voghel, te Essene gedoopt op 17 december 1747 en er overleden op 7oktober 1791. Zij hadden 8 kinderen: Joannes Baptist (°23 augustus 1774), Barbara (°13 januari 1776), Joanna Maria (°28 juni 1777), Josephus (°10 mei 1779), Joannes (°14 maart 1781), Isabella Catharina (°6 januari 1783), Petrus (°19 september 1789) en Joanna Rosa (°24 maart 1789).
Beschrijving van de goederen: vier bunder drie dagwand 16 roeden (6 ha 2 a 34 ca) gelegen te Essene, kanton Asse, verpacht aan Henri Bastaerts voor een jaarlijkse pachtsom van 120 gulden, lasten inbegrepen.
1- Eén bunder 34 roeden (1 ha 36 a 44 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op het veld genaamd “Hagenbergh” grenzend aan een zijde aan het goed van burger Philippe De Troch, 2de aan de goederen van de voormalige eigenares, barones De Parck, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
2- Eén bunder 84 roeden (1 ha 52 a 16 ca) landbouwgrond waarvan er ongeveer twee dagwand beplant is met schaarhout, gelegen op het “Aschbroeck” grenzend aan een zijde aan de kleine weg naar de molen van Belle, 2de aan de weduwe van Joseph Van Der Mijnsbrugghe”, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
3- Eén bunder twee dagwand 88 roeden (2 ha 16 a 29 ca) weide gelegen op het “Voshoolen”[5] grenzend aan een zijde aan de weg van de molen van Belle naar Teralfene, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
4- Drie dagwand (94 a 31 ca) landbouwgrond gelegen op de “Steenbrugge” grenzend aan een zijde aan de weg naar Lombeek, 2de aan de weduwe De Wit, 3de aan burger Jean Van Vaerenbergh, en 4de aan de weg naar Lombeek.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 29 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 190 gulden, en de verkoopprijs op £ 4 500, inbegrepen de 30 hoogstammige eiken geschat op £ 45. De percelen vond men van een gemiddelde kwaliteit. Verpacht aan burger Henri Bastaerts, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, voor een jaarlijkse pachtsom van 90 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 1ste lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 3375 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 117 000 pond aan burger Antoine Gabriël Perrin Damier wonende te Brussel, rue de l’Etuve, rechtover de Lombard, stroman van een onbekende opdrachtgever.
François Berlo, nr. 525.
Franciscus werd te Essene gedoopt op 3 september 1765 en overleed er op 14 december 1838. Hij trouwde te Essene op 18 februari 1813 met Maria Anna Van Vaerenbergh, te Essene gedoopt op 8 augustus 1775 en er overleden op 23 januari 1814. Hun zoon Joannes Baptist werd te Essene gedoopt op 19 december 1713.
Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gelegen te Essene op “De Veldekens”, groot 61 a 54 ca, grenzend langs een zijde, met de helft van de losweg aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Gille & Jean Boom, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Linthout, 3de aan het goed van de weduwe Pierre Merckx, aan Mathieu Merckx en Jean Van Vaerenberg, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Adrien De Gijseleer.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 10 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 15 frank en de verkoopprijs op 300 frank. Verpacht vanaf 1 december 1800 aan François Berlo, landbouwer, wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding door de burgemeester van Asse (registernr. 83 te Asse), voor een jaarlijkse pachtsom van 17,12 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1806 2 uur volgens de affiche nr. 514 atikel 10. Het bieden ving aan met een openingsbod van 300 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 730 frank aan Jean Jacques Philippe Duchatellier, wonende te Brussel, “Grande Place”, stroman die kocht met een volmacht van Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene.
Jean Boom en consorten, nr. 597.
Beschrijving van de goederen: één ha 60 a 45 ca weide gelegen te Essene op “Het Veldeken” grenzend langs een zijde aan de goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan Jean François Linthout, 2de aan een gracht van een weide van de voormalige abdij Affligem verpacht aan de weduwe De Vogel, 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste De Vinck, 4de aan de losweg naast de goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste Van Den Bergh, Adrien De Gijselaer en François Berlo. Op dit perceel bevindt zich een hoek beplant met schaarhout.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 15 april 1807 door Guillaume De Becker, expert, wonende te Brussel, en J. F. Linthoudt, adjunct burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 50 frank en de verkoopprijs op 1 000 frank. Verpacht vanaf 22 december 1800 aan Jean Boom en consorten wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding (registernr. 85 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 47 frank, belastingen niet inbegrepen.
De goederen werden gebruikt voor 1/5 door Gilles Boom, voor 2/5 door Jean Boom en, voor 2/5 door de weduwe Gillis Van Cauwenbergh.
De verkoop had plaats te Brussel op 19 september 1807 om 12 uur volgens de affiche nr. 590 artikel 13.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 000 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 375 frank aan Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene.
B. Bosteels, nr. 314.
Beschrijving van de goederen: zes bunder één dagwand 9 roeden (7 ha 88 a 77 ca) land en weide gelegen te Hekelgem, verpacht aan Bosteels voor een jaarlijkse pachtsom van 220 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Eén bunder 36 roeden (1 ha 37 a 7 ca) weide gelegen te Hekelgem, de naam was niet te ontcijferen, grenzend langs een zijde aan de weg van Ninove naar Mechelen, 2de aan de goederen van burger Mercart, 3de aan burger Fr. Verbeek, en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
2- Eén bunder twee dagwand (1 ha 88 a 62 ca) weide, door de gemeenschap te gebruiken na Sint-Jan, gelegen te Essene, grenzend langs een zijde aan de Avenellebeek, 2de aan burger Jacques Schouppe, 3de aan burger Jean Vansante?, en 4de aan burger Philippe Charon.
3- Drie bunder 49 roeden (3 ha 92 a 65 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem grenzend langs een zijde aan Benoit Clauwaert, 2de aan de weduwe Joannes Baptist Smets, 3de aan burger Antoine Cappuijns, en 4de aan het voetpad naar de kerk.
4- Twee dagwand 24 roeden (70 a 42 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “La terre du moulin” grenzend langs een zijde aan de weg naar Teralfene, 2de aan burger Jacques Clauwaert, 3de aan de weduwe Michel Clauwaert.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 19 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 120 gulden, en de verkoopprijs op 4 800 pond. Op het perceel bevonden zich ook 15 hoogstammige bomen geschat op 45 pond, samen 4 845 pond. Verpacht aan B. Bosteels, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 8 oktober 1795, en eindigend op 9 oktober 1804, voor een pachtsom van 120 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 9 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 228 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 2 000 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 525 frank aan burger Antoine Vauthier wonende te Brussel, rue Egalité nr. 1042, stroman die kocht met een volmacht van Joseph Roch, wonende te Parijs, rue d’Amboise.
De weduwe Camermans, nr 59.
Beschrijving van de goederen: één bunder één dagwand 6 roeden (1 ha 59 a 7 ca) weide gelegen te Essene, genaamd “Kerreblocken”, grenzend aan een zijde aan de weg, langs de drie andere zijden aan de voormalige abdij Affligem. Verpacht aan Charles Steppe en de weduwe Camermans met een pachtcontract eindigend op 11 november 1803 voor een jaarlijkse pachtsom van f. 35 – 19 – 0.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 november 1796 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Philippe Van Itterbeke, lid van de municipale administratie van Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 58 gulden, en de verkoopprijs op £ 2320, inbegrepen 25 hoogstammige bomen geschat op 25 gulden. Verpacht aan burgers Charles Steppe & weduwe Camermans, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, op 8 februari 1793, (van kracht op 11 november 1794) en eindigend op 11 november 1803, voor een jaarlijkse pachtsom van f. 28.
De verkoop had plaats te Brussel op 22 december 1797 om 10 uur volgens de affiche nr. 53 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1780 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 13 100 pond aan burger F. M. Van Laethem, wonende te Brussel op de Nieuwe Graanmarkt. Hij betaalde na de aankoop onmiddellijk de totaliteit van de aankoopsom.
Opmerking[6].
De verkochte goederen werden in 1722 gemeten met exact dezelfde grootte en palend aan de voetweg.
Pierre Dauwe en Pierre Van Den Bossche, nr. 327.
Beschrijving van de goederen: vier bunder 65 roeden (5 ha 23 a 43 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem en Essene, verpacht aan Van De Velde en consorten voor een jaarlijkse pachtsom van 148 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Vijf dagwand (1 ha 57 a 19 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “Koyweijde” grenzend langs een zijde aan de “Koyweg”, 2de aan burger Corneille Van Houte, 3de aan burger Joseph Robijns, en 4de aan burger Joseph Clauwaert.
2- Drie dagwand 65 roeden (1 ha 14 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “De Weijde” grenzend langs een zijde aan de weg, 2de aan burger Thomas Raes, 3de aan burger Pierre Raes, en 4de aan de weduwe Josse Vonck.
3- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op “Den Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de “Nieuwenbosch”, 2de aan burger Josse Van Nieuwenhove, 3de aan burger François De Clercq, en 4de aan burger Josse Clauwaert.
4- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “De Koyweijde” grenzend langs een zijde aan burger Pierre Van Den Bossche, 2de aan de weduwe François Plas, 3de aan burger Jean De Vis, en 4de aan burger Joseph De Decker.
Er werden vier proces-verbalen van schatting samengevoegd tot een proces-verbaal van toewijzing.
1) PV van de schatting werd opgemaakt op 31 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 25 gulden, en de verkoopprijs op 1 008 pond, 4 hoogstammige bomen geschat op 8 pond inbegrepen. Verpacht aan Gillis Van De Velde wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 25 gulden. Dit proces-verbaal betreft het nr. 1 van de beschrijving van de goederen.
2) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 28 november 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 42,60 frank, en de verkoopprijs op 340,80 frank. Verpacht aan Michel Van Den Weijngaert wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 9 november 1793, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 15 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.
3) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 21 gulden, en de verkoopprijs op 840 pond. Verpacht aan de weduwe François Plas wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 21 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 3 van de beschrijving van de goederen.
4) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 december 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 53,90 frank, en de verkoopprijs op 431,20 frank. Verpacht aan Pierre Dauwe en Pierre Van Den Bossche wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 november 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 pond. Dit proces-verbaal betreft nr. 4 van de beschrijving van de goederen.
De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 232 artikel 39. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Jean Baptiste Beauvais, ondernemer die instond voor de verwarming en licht van de troepen van de Republiek. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 150 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel
François De Clerck, nr. 272.
Beschrijving van de goederen: zeventien bunder één dagwand 90 roeden (21 ha 97 a 48 ca) landbouwgrond en weide gelegen te Essene, verpacht aan François De Clerck voor een jaarlijkse pachtsom van 600 frank. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Zestien bunder één dagwand 90 roeden (20 ha 71 a 73 ca) landbouwgrond gelegen op de “Eijdenbosschecauter” grenzend langs een zijde aan de “Mollestraete”, 2de aan burger Vermoesen, 3de aan burger M. Van Den Houte, 4de aan burger François De Clerck, en 5de aan de kinderen van G. Van Den Houte.
2- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) weide gelegen te Essene op “Belle” grenzend langs een zijde aan de Bellebeek, 2de aan burgeres weduwe Van De Putte, 3de aan de vijvers van “Sluysvijver”, en 4de aan burger Joseph Rollier.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 12 augustus 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 338 gulden, en de verkoopprijs 13 520 pond, plus 30 hoogstammige bomen geschat op 60 pond, samen 13 580 pond. Verpacht aan François De Clerck, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 8 oktober 1793, in voege vanaf 8 oktober 1794 en eindigend op 8 oktober 1803 voor een pachtsom van 338 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 6 juli 1799 om 10 uur volgens de affiche nr.181 artikel 20. Het bieden ving aan met een openingsbod van 4 860 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 4 985 frank, aan burger Cornelis Meert wonende te Asse.
Adrien De Gijseleer, nr. 527.
Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gelegen te Essene op “De Veldekens”, groot 30 a 77 ca, grenzend langs een zijde, met de helft van de losweg aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Boon en de weduwe Gilles Van Cauwenbergh, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Berlo, 3de aan het goed van Joseph Arijs en de weduwe Gilles Verbeeren, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste Van Den Bergh.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 4 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 7,50 frank en de verkoopprijs op 150 frank. Verpacht vanaf 1 december 1800 aan Adrien De Gijseleer, wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding door de burgemeester van Asse (registernr. 82 te Asse), voor een jaarlijkse pachtsom van 8,61 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1806 om 12 uur volgens de affiche nr. 514 artikel 12. Het bieden ving aan met een openingsbod van 150 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 270 frank aan Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene.
Guillaume De Pauw, nr. 478.
Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond en schaarhout gelegen te Essene op “De Droogeweijde”, groot 1 ha 64 a 12 ca, grenzend langs een zijde aan het bos van Josse Plas, dat van Jean Baptiste Van Mulders, de losweg van deze percelen en de weide verpacht aan Jean Wambacq, 2de aan de weide verpacht aan Jean Baptiste Van Mulders, 3de aan de “Raspailliestraat” die Essene verbindt met Ternat, en de goederen van de pastorij van Essene verpacht aan Michel Clijkert, Gille Boom en de weduwe Pierre Meert, en 4de aan de weduwe Martin Wambacq en de goederen van de Armen van Essene verpacht aan Josse Verbeken. Dit perceel wordt doorsneden door drie voetpaden.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 oktober 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Hekelgem. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 60 frank en de verkoopprijs op 1 200 frank, plus 19 beuken, 7 eiken, en één populier geschat op 50 frank, samen 1 250 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan de burgers Guillaume De Pauw en Pierre Stevens wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 7 april 1801 (registernr. 1516 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 41,72 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 12 mei 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 416 artikel 12. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 575 frank aan burger Joseph Piret wonende te Mechelen, in het aartsbisschoppelijk paleis.
Josse De Smedt, nr. 492.
Beschrijving van de goederen: een weide gelegen te Essene op “De Bocht”[7], groot 3 ha 3 a 43 ca, verpacht zonder pachtcontract aan Josse De Smedt voor een jaarlijkse pachtsom van 130 frank, belastingen niet inbegrepen, grenzend langs een zijde aan de beek die naar de Bellemolen stroomt, 2de aan de weg naar Lombeek, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 25 februari 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 71 – 9 – 0 gulden, en de verkoopprijs op 4 000 pond, plus 30 eiken geschat op 60 gulden. Verpacht aan burger Josse De Smedt, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, op 23 juni 1787, en eindigend op 11 november 1797, voor een jaarlijkse pachtsom van 62 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 15 december 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 447 artikel 27. Het bieden ving aan met een openingsbod van 2 699,40 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 825 frank aan burger Jacques Herman Marichal wonende te Brussel, rue de la Violette, vermoedelijk als stroman.
De weduwe De Voghel, Anna Maria Meert, nr. 130.
Petrus werd te Essene gedoopt op 13 januari 1713 en overleed er op 20 december 1786. Hij trouwde te Essene op 28 juni 1742 met Anna Maria Meert, te Essene gedoopt op 7 juni 1721 en er overleden op 9 septmener 1810. Zij hadden 10 kinderen: Catharina Antonia (°27 mei 1743), Jacobus (°22 april 1745), Maria Judoca (°17 december 1747), Joannes Baptist (°27 oktober 1748), Isabella (°29 januari 1752), Cornelia (°6 mei 1754), Maria Joanna (°21 februari 1756), Maria Anna (°13 maart 1758); Petrus Joannes 3 april 1760) en Philippus Josephus (°7 september 1763).
Beschrijving van de goederen: negenentwintig bunder één dagwand 81 roeden (37 ha 3 a 65 ca) land, weide en bos gelegen te Essene, verpacht aan weduwe De Voghel voor een jaarlijkse pachtsom van 477 gulden, vier mudden gerst en drie mudden haver, lasten niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Drie bunder één dagwand 96 roeden (4 ha 38 a 87 ca) landbouwgrond gelegen op “Het Heyken”[8] grenzend aan een zijde aan de weg van Essene naar Hekelgem, 2de aan een kleine weg naar Essene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
2- Vijf bunder één dagwand 83 roeden (6 ha 86 a 28 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend langs alle zijden aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
3- Twee bunder drie dagwand 46 roeden (3 ha 60 a 27 ca) landbouwgrond gelegen op “Belledael” grenzend aan een zijde aan de weg van Essene naar Hekelgem, 2de & 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 4de aan burger?
4- Eén dagwand 87 roeden (58 a 79 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan burger Pierre Weijenbergh, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
5- 80 roeden (25 a 15 ca) weide die gemeenschappelijk gebruikt wordt na Sint-Jan, gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan Adrien De Smet, 2de aan het klooster – onleesbaar – , 3de aan de beek naar Avernelle, en 4de aan de weduwe ’t Kins.
6- Twee bunder drie dagwand 97 roeden (3 ha 76 a 31 ca) weide gelegen op het veld “Steenbrugge” grenzend aan een zijde aan de Bellebeek, 2de & 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, en 4de aan de weg van de “Pont de Steenbrugge” naar Essene.
7- Eén bunder drie dagwand 40 roeden (2 ha 32 a 64 ca) weide gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan de weg van Lombeek naar Essene, 2de aan de “Sluijsvijver”, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
8- Eén dagwand 36 roeden (42 a 75 ca) landbouwgrond gelegen op de “Grossaert” grenzend aan een zijde aan de weg van Essene naar Hekelgem, 2de aan Philippe De Troch, 3de aan de baan, en 4de aan burger Wambacq.
9- Eén dagwand (31 a 44 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan burger Besaert, 2de aan een kleine weg naar Hekelgem, 3de & 4de aan burger Wambacq.
10- Twee dagwand (62 a 87 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Moortel”[9] grenzend aan een zijde aan de goederen van de Armen van Essene, 2de aan burger Coloma, 3de aan de goederen van het voormalig “Roode Clooster”, 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
11- Één bunder 63 roeden (1 ha 45 a 55 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan Camermans, 2de aan de goederen van het voormalig “Roode Clooster”, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
12- Eén bunder één dagwand 6 roeden (1 ha 59 a 7 ca) weide waarvan de helft (79 a 54 ca) beplant is met schaarhout, gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan de hoeve van Henri Bastaerts, 2de aan de weduwe Wambacq, 3de aan een kleine weg naar de molen van Belle.
13- Eén bunder één dagwand 20 roeden (1 ha 63 a 47 ca) weide gelegen op het “Hontsgat” grenzend aan een zijde aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 2de aan de weduwe Wambacq, 3de aan Martin Linthoudt, 4de & 5de aan een kleine weg van “Hontsgat” naar de molen van Belle.
14- Vier bunder één dagwand 18 roeden (5 ha 40 a 10 ca) landbouwgrond gelegen op het “Hontsgat” grenzend aan een zijde aan de scheiding van Essene en de gemeente Hekelgem, 2de aan een kleine weg naar Teralfene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
15- Drie dagwand 88 roeden (1 ha 21 a 98 ca), de helft landbouwgrond en de helft schaarhout gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan burger Charles Rogiers, 2de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 3de aan het veld genaamd “Hontsgat”[10], 4de aan de scheiding van de gemeente Hekelgem met Essene.
16- Twee bunder 21 roeden (2 ha 58 a 10 ca) landbouwgrond gelegen op het “Hontsgat” grenzend aan een zijde aan de weg van de molen van Belle naar de “Exterenbergh”, 2de aan het “Hontsgat”, 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 4de aan een andere weg naar de molen van Belle.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 16 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 1160 gulden, en de verkoopprijs op £ 23 200, inbegrepen 200 kleine en grote hoogstammige bomen geschat op 300 gulden. Verpacht aan burgeres weduwe De Vogel, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 11 november 1793 door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, en eindigend op 11 november 1803 voor een jaarlijkse pachtsom van 477 gulden. Per jaar diende de pachteres ook nog vier mudden gerst en drie mudden haver te leveren. Deze graanlevering werd geschat op een waarde van 54 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 5de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 17 700 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 495 000 pond aan burger Thomas Gillet wonende te Brussel, rue Egalité nr. 249, stroman van een onbekende opdrachtgever.
Opmerking[11].
De verkochte goederen werden gemeten en beschreven als volgt:
1- (blz. 164 nr. 30) lant opt veldt genoempt het Heijken soo op Esschene als op Eckelghem. Palende aan: 1. den Houde hairbaene, 2. den voetwegh, 3. een stuck Afflighem compde, 4. de twee naervolghende stucken. Groot 3 bunder 1 dagwand 96 roeden.
6- (blz. 160 nr. 11) den Biscop Meersch bij de Steenebrugghe. Palende aan: 1. de Belle Beke, 2. de straete van van de Steenebrugghe naer Esschene. Groot 2 bunder 3 dagwand 97 roeden.
7- (blz. 160 nr. 17) weijde bij de voors. meerschen. Palende aan: 1. den voors. meersch, 2. de straete, 3. den naervolghende meersch. Groot 1 bunder 3 dagwand 40 roeden.
8- (blz. 158 nr. 1) lant onder Esschene opt veldt genaempt den Grosshaert. Palende aan de straete. Groot 1 dagwand 36 roeden.
9- (blz. 158 nr. 2) lant opt selve veldt. Palende aan: 1. N. Besaert, 2. den voetwegh. Groot 1 dagwand.
10- (blz. 158 nr. 3) lant opt selve veldt genaempt den Moortel. Palende aan: 1. de kercke oft armen van Esschene, 2. Mijnheer Calomnia, 3. het het Rooclooster, 4. het begijnte Linthaut, 5. den voetwegh. Groot 2 dagwand.
11- (blz. 158 nr. 4) lant opt selve veldt. Palende aan: het Rooclooster[12], Steven van der Straeten. Groot 1 bunder 63 roeden.
12- (blz. 158 nr. 9) weijde palende aan: den voetwegh. Groot 1 bunder 1 dagwand 6 roeden.
13- (blz. 158 nr. 10) broeck teghen het voorschreven. Palende aan: 1. de voorschreve weijde, 3. het naervolghende broeck. Groot 1 bunder 1 dagwand 20 roeden.
14- (blz. 160 nr. 30) lant opt Honts gadt. Palende aan: 1. de voorschreve weijde ofte broeck, 2. het scheijden van Esschene ende Ekelghem, 3. de naervolghende stucken, 4. den voetwegh. Groot 4 bunder 1 dagwand 18 roeden.
15- (blz. 160 nr. 31) lant ende Bosch teghen het Hontsgadt. Palende aan: 1. Carel Rogiers, 3. het naervolghende, 4. het Hontsgadt, 5. het voorschreven stuck. Groot 3 dagwand 88 roeden.
16- (blz. 160 nr. 33) lant teghen het voorschreven Hontsgadt. Palende aan: de baene van Belle naer den Exterenbergh, het Hontsgadt, het voorschreven stuck landts. Groot 2 bunder 21 roeden.
De weduwe Jacques De Vis, nr. 331.
Beschrijving van de goederen: drie bunder twee dagwand 8 roeden (4 ha 42 a 64 ca) landbouwgrond waarvan ongeveer één dagwand gewezen schaarhout en één dagwand weide, gelegen te Essene op de “Veldekens” grenzend langs een zijde aan de goederen van de kinderen Josse Vinck, 2de aan de voormalige abdij Affligem, 3de aan dezelfde, en 4de aan burger François Linthoudt.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 30 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 65 gulden, en de verkoopprijs op 1 400 pond. Verpacht aan de weduwe Jacques De Vis, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796, en eindigend op 10 oktober 1805, voor een pachtsom van 65 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 3 april 1800 om 11u. volgens de affiche nr. 233 artikel 33. Het bieden ving aan met een openingsbod van 920 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, plaatsvervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Louis Badin, die burger Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger, verving. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 275 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.
Josse De Wever, nr. 437.
Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gelegen te Essene op “Couwaze”, groot 1 ha 88 a 40 ca, grenzend langs een zijde aan de “Nieuwenbosch”, 2de aan de gronden van Vermoesen, 3de & 4de aan de steenweg.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 9 augustus 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Crick, vervanger van de burgemeester te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 60 frank en de verkoopprijs op 600 frank. Verpacht aan Josse De Wever, voor drie zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding op 26 juli 1801 door de burgemeester van Asse voor een jaarlijkse pachtsom van 60 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 16 oktober 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 338 artikel 23. Het bieden ving aan met een openingsbod van 660 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 425 frank aan burger Guillaume Graindorge wonende te Asse, stroman die kocht met een volmacht van een onbekende opdrachtgever.
Bernardine Fieremans, nr. 596.
Beschrijving van de goederen: vier ha 99 a 88 ca landbouwgrond en weide gelegen te Asse en Essene. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Twee ha 51 a 20 ca landbouwgrond gelegen te Essene op de “Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de steenweg van Brussel naar Gent, 2de aan de goederen van de abdij verpacht aan Coppens, 3de aan de “Nieuwenbosch”, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Van Den Bossche.
2- 94 a 20 ca landbouwgrond gelegen te Essene op de “Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de steenweg van Brussel naar Gent, 2de aan de goederen van de abdij verpacht aan Zacharias De Wever, 3de aan de goederen van de abdij verpacht aan Henri Van Linthout, 4de aan de goederen van de abdij verpacht aan Gilles Van Den Branden.
3- 94 a 20 ca landbouwgrond gelegen te Asse, gehucht Asse-Ter-Heide, op “Den Oostcauter” grenzend langs een zijde aan het bos van de weduwe Sas, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Martin De Smet, 3de met de helft van het voetpad gaande van Asse-Ter-Heide naar Affligem aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Bernardine Fieremans.
4- 60 a 28 ca weide gelegen te Asse, gehucht Asse-Ter-Heide, op “Den Oostcauter” grenzend langs een zijde aan de losweg, 2de aan een weide van de abdij Affligem verpacht aan Bernardine Fieremans gescheiden langs die kant door een losweg naast de beek, 3de aan de beek waar geknotte bomen naast geplant staan naast de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Bernardine Fieremans, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Raes.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 15 april 1807 door Guillaume De Becker, expert, wonende te Brussel, en J. F. Linthoudt, adjunct burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 160 frank en de verkoopprijs op 3 300 frank. De hoogstammige bomen die zich op het perceel bevonden, 100 frank geschat, inbegrepen. Verpacht vanaf 26 december 1802 aan Bernardine Fieremans wonende te Asse, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding (registernr. 70 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 140 frank, belastingen niet inbegrepen.
De verkoop had plaats te Brussel op 19 september 1807 om 12 uur volgens de affiche nr. 590 artikel 15. Het bieden ving aan met een openingsbod van 3 300 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 4 000 frank aan Vissault des Ferrières wonende te Brussel.
Josse Herseel, nr. 530.
Beschrijving van de goederen: tweeënzestig a 80 ca landbouwgrond gelegen te Essene op de “Nieuwenboschcauter”. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- 31 a 40 ca landbouwgrond grenzend langs een zijde aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Josse Vermoesen, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Raes, 3de met de gracht aan steenweg van Brussel naar Gent, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Josse Clauwaert.
2- 31 a 40 ca landbouwgrond grenzend langs een zijde met de gracht aan de steenweg van Brussel naar Gent, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan François Raes, 3de aan de gracht van de “Nieuwenbosch”, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Josse Clauwaert.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 9 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 25 frank en de verkoopprijs op 500 frank. Verpacht vanaf 26 december 1800 aan Josse Herseel, wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding door de burgemeester van Asse (registernr. 75 te Asse), voor een jaarlijkse pachtsom van 21,76 frank.
De verkoop had plazats te Brussel op 12 april 1806 om 12 uur volgens de affiche nr. 516 artikel 10. Het bieden ving aan met een openingsbod van 500 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 590 frank aan Jean Jacques Philippe Duchatellier wonende te Brussel, Grande Place.
De weduwe Jean Baptiste (Van) Linthout, nr. 270.
Beschrijving van de goederen: een bunder (1 ha 25 a 75 ca) weide gelegen te Essene op het veld genaamd “Kerrebrug” grenzend langs een zijde aan burger Pierre Verbeke, 2de aan burger Jacques Van Brimdt (Van Brempt?), 3de aan burger Wedewijn, 4de aan het voetpad naar Sint-Katharine-lombeek, en 5de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 15 september 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 20 gulden, en de verkoopprijs £ 800, plus 1 hoogstammige boom geschat £ 10, samen £ 810. Verpacht aan de weduwe Jean Baptiste Van Linthout, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 9 oktober 1795 en eindigend op 10 oktober 1804 voor een pachtsom van 20 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 16 juni 1799 om 10 uur volgens de affiche nr. 177 artikel 14. Het bieden ving aan met een openingsbod van 360 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 450 frank, aan burger Jean Bourdon wonende te Groot Bijgaarden.
François Linthout, nr. 122.
Franciscus werd te Essene gedoopt op 14 december 1730 en overleed er op 23 februari 1801. Hij trouwde te Essene op 9 oktober 1757 met Joanna Van der Schueren, te Hekelgem gedoopt op 27 januari 1730 en te Essene overleden op 22 augustus 1765. Zij hadden 6 kinderen: Joannes Baptist (°23 oktober 1758), Joanna Petronella (°28 februari 1760), Joannes Franciscus (°12 mei 1761), Martinus Josephus (°10 juli 1762), Joannes Franciscus (°29 september 1763) en Benedeictus (°12 mei 1765).
Beschrijving van de goederen: tweeëndertig bunder één dagwand 89 roeden (40 ha 83 a 42 ca) landbouwgrond, weide en bos, verpacht aan burger François Linthout voor een jaarlijkse pachtsom van 792 gulden, deels in geld en deels met granen, lasten inbegrepen. Kan de graanprijs het groot verschil in pacht t.o.v. de schatting verklaren? Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) weide gelegen op het “Voshol”, grenzend aan een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan Jean (Van Der) Mijnsbrugge, 3de aan de Bellebeek, 4de aan het veld genaamd “Speurrevelt”.
2- Drie bunder één dagwand 32 roeden (4 ha 18 a 75 ca) landbouwgrond, grenzend aan een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan de Bellebeek, 3de aan burger Jean Van Der Mijnsbrugge, 4de aan het veld genaamd “Speurrevelt”[13].
3- Twee bunder twee dagwand 60 roeden (3 ha 33 a 23 ca) weide gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan de Bellebeek, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
4- Drie dagwand 80 roeden (1ha 19 a 46 ca) weide gelegen op de “Koyweyde”, grenzend aan een zijde aan het goed genaamd “Hoyweyde”, 2de aan de weg van Teralfene naar Essene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
5- Eén bunder twee dagwand 90 roeden (2 ha 16 a 92 ca) landbouwgrond op de “Grefdries”, grenzend aan een zijde aan de weg van Teralfene naar Essene, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
6- Vier bunder 2 roeden (5 ha 3 a 63 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan een kleine weg naar de kerk van Essene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
7- Vijf bunder 36 roeden (6 ha 40 a 7 ca) weide en schaarhout gelegen op het “Hontsgat & Bellecauter”, grenzend aan een zijde aan de “Herremansvijver”, 2de aan de beek, 3de aan het “Hontsgat”, 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
8- Drie bunder één dagwand 90 roeden (4 ha 36 a 98 ca) landbouwgrond gelegen op het “Hontsgat”, grenzend aan een zijde aan een kleine weg naar Essene, 2de aan de weg naar Belle, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
9- Drie bunder twee dagwand 27 roeden (4 ha 48 a 61 ca) landbouwgrond gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan een kleine weg naar Essene, 2de aan de weg naar Belle, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
10- Vier bunder één dagwand 65 roeden (5 ha 23 a 43 ca) landbouwgrond en bos, waarvan er drie dagwand beplant werd met schaarhout wegens de slechte kwaliteit van de grond, grenzend aan een zijde aan het “Hontsgat”, 2de aan de weg naar de “Exterberg”, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
11- Twee bunder één dagwand (2 ha 82 a 94 ca) weide gelegen te Lombeek op het veld genaamd “Kerrebroecken” grenzend aan een zijde aan de beek genaamd “Kerrebroecken”, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 14 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 2560, en de verkoopprijs op £ 51 200, inbegrepen de 300 kleine en grote hoogstammige bomen geschat op £ 400.
Verpacht aan burger François Linthout, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, op 14 november 1796 en eindigend op 11 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 436 gulden.
Pachter François Linthout weigerde de akte van de schatting te ondertekenen. Een gedeelte van de pacht moest betaald worden in natura. Per jaar diende de pachter twee mudden 2/6 tarwe, zeven mudden 5/6 rogge en drie mudden 1/6 haver te leveren. Deze graanlevering werd geschat op een waarde van 164 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 22 maart 1798 om 9 uur ’s morgens volgens de affiche nr. 7 artikel 20 – 1ste lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 38 400 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 662 000 pond aan burger Raphaël De Coster wonende te Brussel “rue des sables” nr. 1041, stroman die kocht met een volmacht van François Linthout pachter van de toegewezen goederen.
Opmerking[14].
De verkochte goederen werden gemeten en beschreven als volgt:
2- (blz. 160 nr. 7) lant . Palende aan: 1. de straete, 3. het naervolghende stuck, 4. de Belle Beke, 5. het voors. Stucklant, 6. Jan van Mijnsbrugghe. Groot 3 bunder 1 dagwand 32 roeden.
4- (blz. 162 nr. 22) weijde teghen de Coeijweijde. Palende aan: 1. de Coeijweijde, 2. de beke, 3. de straete, 4. de voors. weijde. Groot 3 dagwand 80 roeden.
5- (blz. 158 nr. 12) lant teghen den Gresdriessche. Palende aan: 1. de straete, 2. het cautergadt, 3. de weijde gecarteert n°23. Groot 1 bunder 2 dagwand 90 roeden.
6- (blz. 158 nr. 13) lant op den Gresdriessche. Palende aan: 1. de straete, 2. het naervolghende stuck, 3. den voetwegh, 4. het cautergadt. Groot 4 bunder 2 roeden.
7- (blz. 158 nr. 23) weijde tusschen het Honts gadt ende den Belle Cauter. Palende aan: 1. de vijvers gecarteert nr. 16 ende 17, 2. de beke, 3. het voors. broeck, 4. het veldt genaempt het Honts gadt, 5. het stuck landt gecarteert n° 12. Groot 5 bunder 36 roeden.
8- (blz. 158 nr. 25) lant opt voorschreven Honts gadt. Palende aan: 1. het naervolghende, 2. den voetwegh, 3. het voors. stuck, 4. de baene loopende van Belle naer den Exterenbergh. Groot 3 bunder 1 dagwand 90 roeden.
9- (blz. 158 nr. 27) lant opt voors. Honts gadt. Palende aan: 1. de baene van Belle naer den Exterenbergh, 2. de weijde gecarteert n° 23, 3. het naervolghende stuck. Groot 3 bunder 2 dagwand 27 roeden.
10- (blz. 158 nr. 28) lant opt geseijt Honts gadt. Palende aan: 1. den voetwegh, 2. de baene van Belle naer den Exterenbergh, 3. het voorschreven stuck, 4. het broeck ende weijde gecarteert n° 22 ende 23. Groot 4 bunder 1 dagwand 65 roeden.
De weduwe François Plas, nr. 327.
Beschrijving van de goederen: vier bunder 65 roeden (5 ha 23 a 43 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem en Essene, verpacht aan Van De Velde en consorten voor een jaarlijkse pachtsom van 148 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Vijf dagwand (1 ha 57 a 19 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “Koyweijde” grenzend langs een zijde aan de “Koyweg”, 2de aan burger Corneille Van Houte, 3de aan burger Joseph Robijns, en 4de aan burger Joseph Clauwaert.
2- Drie dagwand 65 roeden (1 ha 14 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “De Weijde” grenzend langs een zijde aan de weg, 2de aan burger Thomas Raes, 3de aan burger Pierre Raes, en 4de aan de weduwe Josse Vonck.
3- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op “Den Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de “Nieuwenbosch”, 2de aan burger Josse Van Nieuwenhove, 3de aan burger François De Clercq, en 4de aan burger Josse Clauwaert.
4- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “De Koyweijde” grenzend langs een zijde aan burger Pierre Van Den Bossche, 2de aan de weduwe François Plas, 3de aan burger Jean De Vis, en 4de aan burger Joseph De Decker.
Er werden vier proces-verbalen van schatting samengevoegd tot een proces-verbaal van toewijzing.
1) PV van de schatting werd opgemaakt op 31 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 25 gulden, en de verkoopprijs op 1 008 pond, 4 hoogstammige bomen geschat op 8 pond inbegrepen. Verpacht aan Gillis Van De Velde wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 25 gulden. Dit proces-verbaal betreft het nr. 1 van de beschrijving van de goederen.
2) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 28 november 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 42,60 frank, en de verkoopprijs op 340,80 frank. Verpacht aan Michel Van Den Weijngaert wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 9 november 1793, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 15 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.
3) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 21 gulden, en de verkoopprijs op 840 pond. Verpacht aan de weduwe François Plas wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 21 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 3 van de beschrijving van de goederen.
4) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 december 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 53,90 frank, en de verkoopprijs op 431,20 frank. Verpacht aan Pierre Dauwe en Pierre Van Den Bossche wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 november 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 pond. Dit proces-verbaal betreft nr. 4 van de beschrijving van de goederen.
De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 232 artikel 39. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Jean Baptiste Beauvais, ondernemer die instond voor de verwarming en licht van de troepen van de Republiek. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 150 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.
Pierre Joseph Rollier, nr. 131.
Petrus Josephus overleed te Essene op 10 november 1816. Hij trouwde met Anna Crolina Van Bever, te Essene overleden op 14 oktober 1808. Zij hadden 2 kinderen: Petrus Joannes (°24 mei 1793) en Joanna Maria (°25 augustus 1795).
Beschrijving van de goederen: éénendertig bunder drie dagwand 87 roeden (40 ha 19 a 91 ca) land, weide en bos gelegen te Essene, kanton Asse, verpacht aan burger Pierre Joseph Rollier voor een jaarlijkse pachtsom van 464 gulden, en drie mudden rogge en drie mudden haver, lasten niet inbegrepen.
1- Twee bunder (2 ha 51 a 50 ca) weide gelegen op de “Boetboom” grenzend aan een zijde aan de “Sluijsvijver”, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
2- Drie dagwand 80 roeden (1 ha 19 a 46 ca) weide grenzend aan een zijde aan de “Boetboom”, 2de aan de weg naar Teralfene, 3de aan de “Koestraat”.
3- Eén bunder twee dagwand 43 roeden (2 ha 2 a 14 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Grefdriesch” grenzend aan een zijde aan aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 2de aan de weg naar Belle, 3de aan de kleine weg naar de vijvers.
4- Drie dagwand 94 roeden (1 ha 23 a 86 ca) landbouwgrond gelegen op de “Bellecauter” grenzend aan een zijde aan de beek, 2de ook aan de beek, 3de aan de weduwe Jacques Meert, en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
5- Veertien bunder 65 roeden (17 ha 60 a 50 ca) landbouwgrond en weide gelegen op de “Bellecauter” grenzend aan een zijde aan de vijver, 2de aan de weg naar Teralfene, 3de aan de hoeve van de weduwe Jacques Meert, en 4de aan een kleine weg naar de beek.
6- Vijf bunder 18 roeden (6 ha 34 a 41 ca) landbouwgrond gelegen op de “Bellecauter” grenzend aan een zijde aan de kleine weg naar Hekelgem, 2de aan de scheiding van de gemeente Hekelgem met Essene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
7- Drie dagwand 97 roeden (1 ha 24 a 81 ca) weide en schaarhout grenzend aan een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan het “Hontsgat”, 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 4de aan de beek.
8- Eén bunder 43 roeden (1 ha 39 a 27 ca) landbouwgrond gelegen op het “Hontsgat” grenzend aan een zijde aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 2de aan een kleine weg naar Essene, 3de aan de weg van Belle naar de Exterenbergh.
9- Twee bunder één dagwand 20 roeden (2 ha 89 a 22 ca) landbouwgrond gelegen op het “Hontsgat” grenzend aan een zijde aan het veld genaamd “Moortel”, 2de aan de weg naar Essene, 3de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 4de aan de weg van Belle naar de Exterenbergh”.
10- Twee bunder drie dagwand 27 roeden (3 ha 54 a 30 ca) de helft (1 ha 77 a) weide en de andere helft schaarhout gelegen te Essene, grenzend aan een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan de scheiding Hekelgem met Essene, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 11 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Philippe Van Itterbeke, lid van de municipale administratie van Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 1240 gulden, en de verkoopprijs op £ 49 600, inbegrepen 300 kleine en grote hoogstammige bomen geschat op 350 gulden. Verpacht aan burger Pierre Joseph Rollier, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 11 november 1791 door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, en eindigend op 11 november 1800 voor een jaarlijkse pachtsom van 464 gulden. Per jaar diende de pachter ook nog drie mudden rogge en drie mudden haver te leveren. Deze graanlevering werd geschat op een waarde van 126 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 6de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 20 025 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 511 000 pond aan burger Auguste Joseph Constant Carton en Charles Désiré Carton, twee broers, wonende te Brussel, de 1ste rue de Ruysbroeck en de 2de rue de Nôtre Seigneur nr. 721, stromannen die kochten met een onrechtstreekse volmacht van Pierre Joseph Rollier, wonende te Essene die zich liet vertegenwoordigen door burger Raphaël De Coster, wonende te Brussel in het huis van de voormalige kapucijnen
Opmerking[15].
De verkochte goederen werden gemeten en beschreven als volgt:
3- (blz. 158 nr. 14) lant op den voorschreven Gresdriessche. Palende aan: 1. het voorschreven stuck, 2. de straete, 3. den voetwegh ofte vijvers. Groot 1 bunder 2 dagwand 43 roeden.
4- (blz. 158 nr. 18) lant op den Belle Cauter te vooren oppelochten geweest. Palende aan: 1. de beke 2. het naervolghende stuck landts. Groot 3 dagwand 94 roeden.
5- (blz. 158 nr. 19) lant ende een deel weijde op den Belle Cauter. Palende aan: 1. den vijver, 2. de straete, 3. de hofstede van …., 4. den voetwegh, 5. de beke. Groot 14 bunder 18 roeden.
6- (blz. 158 nr. 20) lant op den voorschreven Belle Cauter. Palende aan: 1. den voetwegh 2. het scheijden van Ekelghem en Esschene, 3. het naervolghende. Groot 5 bunder 18 roeden.
7- (blz. 158 nr. 22) broeck teghen het Hondts gadt: 1. de straete, 2. het Honts gadt, 3. het naervolghende, 4. de beke. Groot 3 dagwand 97 roeden.
8- (blz. 158 nr. 24) lant opt veldt genaempt het Hondtsgat. Palende aan: 1. het naervolghende stuck, 2. den voetwegh, 3. de baene van Belle naer den Exterenbergh. Groot 1 bunder 45 roeden. (verschil van 2 roeden!)
9- (blz. 158 nr. 26) lant opt voorschreven veldt. Palende aan: 1. het veldt genaempt den Moortel, 2. den voetwegh, 3. het voors. stuck, 4. de baene van Belle naer den Exterenbergh. Groot 2 bunder 1 dagwand 20 roeden.
De weduwe Rosier, nr. 405.
Beschrijving van de goederen: zes dagwand 49 roeden (2 ha 4 a 3 ca) land en bos gelegen te Hekelgem (in feite Essene), verpacht zonder pachtcontract aan de weduwe Rosier voor een jaarlijkse pachtsom van 78 frank, belastingen inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Vijf dagwand 24 roeden (1 ha 64 a 73 ca) bos gelegen te Essene op de “Droogeweijde” grenzend zuid aan Van Mulders, 2de aan burger Gilis Van Cambergh, 3de aan de weg van Essene naar Ternat, 4de aan burger Martin Wambacq, 5de aan burger Jacob De Ridder, en 6de aan burger Judo Verbeeke.
2- Eén dagwand 25 roeden (39 a 30 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op het “Het Horeken”[16] grenzend zuid aan burger ?, 2de aan burger Judo Plas, 3de aan Gilis De Bus, en 4de aan het voetpad naar de kerk van Hekelgem.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 27 februari 1800 door Charles Louis Joseph Terrace, Mathias Gruber burgemeester te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 69,80 frank en de verkoopprijs op 548,40 frank. Verpacht aan weduwe Rosier wonende te Essene, zonder pachtcontract, voor een jaarlijkse pachtsom van 51,40 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1801 om 12 uur volgens de affiche nr. 303 artikel 6. Het bieden ving aan met een bod van 560 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 500 frank aan burger Jean Charles Marin Michel Guéroult de La Pallière wonende te Brussel, rue de la Montagne die ook de abdijgebouwenhad gekocht.
Deze goederen waren reeds toegewezen op 14 maart 1801, zie toewijzing nr. 402, en waren gelegen op het grondgebied van Essene i. p. v. Hekelgem.
Charles Steppe & weduwe Camermans, nr 59
Carolus werd te Essene gedoopt op 14 mei 1748 en overleed er op 16 februari 1818. Hij trouwde te Essene op 7 augustus 1776 met Anna Catharina Van de Velde, te Essene gedoopt op 26 maart 1748 en er overleden op 31 oktober 1787. Zij hadden 5 kinderen: Judocus (°31 december 1776), Maria Anna (°7 februari 1778), Joannes Baptist (°14 april 1780), Josephus (°8 juni 1782); Carolus Antonius (°13 oktober 1784). Na de dood van Anna Catharina hertrouwde Carolus te Essene op 8 april 1788 met Carolina Boom, te Essene gedoopt op 11 maart 1761 en er overleden op 14 maart 1803. Er kwamen nog 6 kinderen: Joannes Baptist (°2 februari 1789), Petrus (°3 augustus 1790), Joannes (°13 oktober 1792), Petrus Franciscus (°14 maart 1795), Joanna (°10 augustus 1798) en Anna catharina (°28 juli 1802).
Beschrijving van de goederen: één bunder één dagwand 6 roeden (1 ha 59 a 7 ca) weide gelegen te Essene, genaamd “Kerreblocken”[17], grenzend aan een zijde aan de weg, langs de drie andere zijden aan de voormalige abdij Affligem. Verpacht aan Charles Steppe en de weduwe Camermans met een pachtcontract eindigend op 11 november 1803 voor een jaarlijkse pachtsom van f. 35 – 19 – 0.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 november 1796 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Philippe Van Itterbeke, lid van de municipale administratie van Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 58 gulden, en de verkoopprijs op £ 2320, inbegrepen 25 hoogstammige bomen geschat op 25 gulden. Verpacht aan burgers Charles Steppe & weduwe Camermans, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, op 8 februari 1793, (van kracht op 11 november 1794) en eindigend op 11 november 1803, voor een jaarlijkse pachtsom van f. 28.
De verkoop had plaats te Brussel op 22 december 1797 om 10 uur volgens de affiche nr. 53 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1780 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 13 100 pond aan burger F. M. Van Laethem, wonende te Brussel op de Nieuwe Graanmarkt. Hij betaalde na de aankoop onmiddellijk de totaliteit van de aankoopsom.
Opmerking[18].
De verkochte goederen werden in 1722 gemeten en beschreven als volgt:
1- (blz. 158 nr. 9) weijde teghen het voorschreven. Palende aan: 1. het voorschreven, het naervolghende, den voetwegh. Groot 1 bunder 1 dagwand 6 roeden.
Pierre Stevens, nr. 478.
Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond en schaarhout gelegen te Essene op “De Droogeweijde”, groot 1 ha 64 a 12 ca, grenzend langs een zijde aan het bos van Josse Plas, dat van Jean Baptiste Van Mulders, de losweg van deze percelen en de weide verpacht aan Jean Wambacq, 2de aan de weide verpacht aan Jean Baptiste Van Mulders, 3de aan de “Raspailliestraat”[19] die Essene verbindt met Ternat, en de goederen van de pastorij van Essene verpacht aan Michel Clijkert, Gille Boom en de weduwe Pierre Meert, en 4de aan de weduwe Martin Wambacq en de goederen van de Armen van Essene verpacht aan Josse Verbeken. Dit perceel wordt doorsneden door drie voetpaden.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 oktober 1803 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Mathias Gruber, burgemeester te Hekelgem. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 60 frank en de verkoopprijs op 1 200 frank, plus 19 beuken, 7 eiken, en één populier geschat op 50 frank, samen 1 250 frank. Verpacht vanaf 26 december 1801 aan de burgers Guillaume De Pauw en Pierre Stevens wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 7 april 1801 (registernr. 1516 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 41,72 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 12 mei 1804 om 12 uur volgens de affiche nr. 416 artikel 12. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 575 frank aan burger Joseph Piret wonende te Mechelen, in het aartsbisschoppelijk paleis.
Jean Baptiste Van Den Bergh, nr. 526.
Joannes Baptist werd te Essene gedoopt op 18 januari 1757 en overleed er op 18 april 1810. Hij trouwde te Essene op 9 mei 1780 met Maria Anna De Mey, te Essene gedoopt op 30 juli 1744 en er overleden op 25 december 1800. Zij hadden 2 kinderen: Anna Catharina (°17 augustus 1783) en (°Anna Francisca (°7 september 1789). Na de dood van Maria Anna hertrouwde Joannes Baptist te Essene op 30 oktober 1801 met Anna De Block. Er kwamen nog 2 kinderen: Egidius (°10 augustus 1803) en Theresia (°23 juli 1805).
Beschrijving van de goederen: een perceel landbouwgrond gelegen te Essene op “De Veldekens”[20], groot 30 a 77 ca, grenzend langs een zijde, met de helft van de losweg aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan de weduwe Gilles Van Cauwenbergh, 2de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Adrien De Gijseleer, 3de aan het goed van Joseph Arijs, de weduwe Guillaume Stijlemans en Martin Clement, en 4de aan de goederen van de abdij Affligem verpacht aan Jean Baptiste Devrindt.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 6 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel, en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 7,50 frank en de verkoopprijs op 150 frank. Verpacht vanaf 1 december 1800 aan Jean Baptiste Van Den Bergh, wonende te Essene, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding door de burgemeester van Asse (registernr. 84 te Asse), voor een jaarlijkse pachtsom van 8,61 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1806 om 12 uur volgens de affiche nr. 514 artikel 11. Het bieden ving aan met een openingsbod van 150 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 330 frank aan Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene.
François Van Den Bossche, nr. 598.
Beschrijving van de goederen: één ha 25 a 60 ca landbouwgrond gelegen te Essene op Den Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de steenweg van Brussel naar Gent, 2de aan goederen van de voormalige abdij Affligem verpacht aan Bernardine Fieremans, 3de aan de “Nieuwenbosch”, en 4de aan goederen van de voormalige abdij Affligem. Vverpacht aan André Courteman.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 20 februari 1807 door Guillaume De Becker, expert, wonende te Brussel, en G. Petrus ‘T Kint, adjunct burgemeester te Hekelgem. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 50 frank en de verkoopprijs op 1 000 frank. Verpacht vanaf 26 december 1799 aan François Van Den Bossche wonende te Hekelgem, voor drie, zes of negen jaar, tijdens een openbare aanbesteding (registernr. 65 te Asse), door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 36 frank, belastingen niet inbegrepen.
De verkoop had plaats te Brussel op 19 september 1807 om 12 uur volgens de affiche nr. 590 artikel 14. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 000 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 025 frank aan Guillaume De Becker wonende te Brussel, stroman die kocht met een volmacht van monsieur Latteur, wonende te Brussel, die op zijn beurt handelde in opdracht van Vissault des Ferrières.
François Van den Hout, nr. 332.
Beschrijving van de goederen: drie bunder 8 roeden (3 ha 79 a 77 ca) land en weide gelegen te Essene, verpacht aan Van den Hout. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Twee bunder twee dagwand (3 ha 14 a 38 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op de “Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde, zuid, aan de steenweg van Aalst naar Brussel, 2de aan burger Josse Herzeel, 3de aan burger Josse Vermoesen, en 4de aan de “Nieuwenbosch”.
2- Twee dagwand 8 roeden (65 a 39 ca) weide gelegen te Asse op het “Hof te Put” grenzend langs een zijde, zuid, aan burger Jean Baptiste Van Linthout, 2de aan burger Henri Fieremans, 3de aan de “rue des vaches” naar de weiden, en 4de aan burger Henri Fieremans.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 7 juli 1799 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 105 frank, en de verkoopprijs op 840 frank. Verpacht aan François Van den Hout, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 24 december 1794, in voege vanaf 25 december 1794, en eindigend op 25 december 1803, voor een jaarlijkse pachtsom van 102,85 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 3 april 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 233 artikel 34. Het bieden ving aan met een openingsbod van 840 frank door burger Louis Marie Artan wonende te Brussel, plaatsvervanger van burger Etienne Marie Joseph Bourgeois, die bood met een volmacht van Jean Baptiste Bauvais, ondernemer die instond voor de verwarming en licht van de troepen van de Republiek. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 850 frank aan burger Louis Marie Artan.
Michel Van Den Weijngaert , nr. 327.
Michael werd te Essene gedoopt op 29 oktober 1725 en overleed er op 28 april 1805. Hij trouwde met Maria Bastiaens, te Essene overleden op 15 september 1794. Zij hadden 7 kinderen: Petrus (°14 maart 1749), Joannes (°8 juli 1751), Nicolaus (°22 november 1753), Joanna Maria (°30 juli 1755), Joannes Baptist (°11 augustus 1758), en Joannes Baptist (°1 februari 1760) en Guillelmus (°16 augustus 1763).
Beschrijving van de goederen: vier bunder 65 roeden (5 ha 23 a 43 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem en Essene, verpacht aan Van De Velde en consorten voor een jaarlijkse pachtsom van 148 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Vijf dagwand (1 ha 57 a 19 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “Koyweijde” grenzend langs een zijde aan de “Koyweg”, 2de aan burger Corneille Van Houte, 3de aan burger Joseph Robijns, en 4de aan burger Joseph Clauwaert.
2- Drie dagwand 65 roeden (1 ha 14 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “De Weijde” grenzend langs een zijde aan de weg, 2de aan burger Thomas Raes, 3de aan burger Pierre Raes, en 4de aan de weduwe Josse Vonck.
3- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op “Den Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de “Nieuwenbosch”, 2de aan burger Josse Van Nieuwenhove, 3de aan burger François De Clercq, en 4de aan burger Josse Clauwaert.
4- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “De Koyweijde” grenzend langs een zijde aan burger Pierre Van Den Bossche, 2de aan de weduwe François Plas, 3de aan burger Jean De Vis, en 4de aan burger Joseph De Decker.
Er werden vier proces-verbalen van schatting samengevoegd tot een proces-verbaal van toewijzing.
1) PV van de schatting werd opgemaakt op 31 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 25 gulden, en de verkoopprijs op 1 008 pond, 4 hoogstammige bomen geschat op 8 pond inbegrepen. Verpacht aan Gillis Van De Velde wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 25 gulden. Dit proces-verbaal betreft het nr. 1 van de beschrijving van de goederen.
2) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 28 november 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 42,60 frank, en de verkoopprijs op 340,80 frank. Verpacht aan Michel Van Den Weijngaert wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 9 november 1793, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 15 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.
3) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 21 gulden, en de verkoopprijs op 840 pond. Verpacht aan de weduwe François Plas wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 21 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 3 van de beschrijving van de goederen.
4) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 december 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 53,90 frank, en de verkoopprijs op 431,20 frank. Verpacht aan Pierre Dauwe en Pierre Van Den Bossche wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 november 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 pond. Dit proces-verbaal betreft nr. 4 van de beschrijving van de goederen.
De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 232 artikel 39. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Jean Baptiste Beauvais, ondernemer die instond voor de verwarming en licht van de troepen van de Republiek. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 150 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.
Gillis Van De Velde, nr. 327.
Beschrijving van de goederen: vier bunder 65 roeden (5 ha 23 a 43 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem en Essene, verpacht aan Van De Velde en consorten voor een jaarlijkse pachtsom van 148 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Vijf dagwand (1 ha 57 a 19 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “Koyweijde” grenzend langs een zijde aan de “Koyweg”, 2de aan burger Corneille Van Houte, 3de aan burger Joseph Robijns, en 4de aan burger Joseph Clauwaert.
2- Drie dagwand 65 roeden (1 ha 14 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op het veld genaamd “De Weijde” grenzend langs een zijde aan de weg, 2de aan burger Thomas Raes, 3de aan burger Pierre Raes, en 4de aan de weduwe Josse Vonck.
3- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op “Den Nieuwenboschcauter” grenzend langs een zijde aan de “Nieuwenbosch”, 2de aan burger Josse Van Nieuwenhove, 3de aan burger François De Clercq, en 4de aan burger Josse Clauwaert.
4- Eén bunder (1 ha 25 a 75 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “De Koyweijde” grenzend langs een zijde aan burger Pierre Van Den Bossche, 2de aan de weduwe François Plas, 3de aan burger Jean De Vis, en 4de aan burger Joseph De Decker.
Er werden vier proces-verbalen van schatting samengevoegd tot een proces-verbaal van toewijzing.
1) PV van de schatting werd opgemaakt op 31 juli 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 25 gulden, en de verkoopprijs op 1 008 pond, 4 hoogstammige bomen geschat op 8 pond inbegrepen. Verpacht aan Gillis Van De Velde wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 25 gulden. Dit proces-verbaal betreft het nr. 1 van de beschrijving van de goederen.
2) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 28 november 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 42,60 frank, en de verkoopprijs op 340,80 frank. Verpacht aan Michel Van Den Weijngaert wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, op 9 november 1793, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 15 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 2 van de beschrijving van de goederen.
3) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 augustus 1798 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 21 gulden, en de verkoopprijs op 840 pond. Verpacht aan de weduwe François Plas wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden 9 oktober 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 oktober 1796 en eindigend op 9 oktober 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 21 gulden. Dit proces-verbaal betreft nr. 3 van de beschrijving van de goederen.
4) Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 december 1797 door Louis Joseph Terrace, expert, en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 53,90 frank, en de verkoopprijs op 431,20 frank. Verpacht aan Pierre Dauwe en Pierre Van Den Bossche wonende te Hekelgem, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 9 november 1793 door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem, in voege vanaf 9 november 1796 en eindigend op 9 november 1805, voor een jaarlijkse pachtsom van 20 pond. Dit proces-verbaal betreft nr. 4 van de beschrijving van de goederen.
De verkoop had plaats te Brussel op 29 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 232 artikel 39. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Jean Baptiste Beauvais, ondernemer die instond voor de verwarming en licht van de troepen van de Republiek. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 2 150 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel
De weduwe Philippus Van De Putte, nr. 135.
Philippus werd te Essene gedoopt op 21 januari 1724 en overleed er op 8 februari 1780. Hij trouwde met Barbara Eeman te Essene overleden op 22 oktober 1806. Zij hadden 5 kinderen: Joannes Baptist (°13 januari1771), Joanna Maria (°9 januari 1773), Guillelmus Josephus (°1 mei 1775), Anna Catharina (°19 april 1776) en Judocus (°24 januari 1779).
Beschrijving van de goederen: een hoeve bestaande uit een woonhuis, schuur, paardenstallen & een watermolen voor het malen van graan met daaraan gekoppeld een oliemolen & twaalf bunder twee dagwand 33 roeden (15 ha 82 a 25 ca) land en weide gelegen te Essene, verpacht aan de weduwe Philippe Van De Putte voor een jaarlijkse pachtsom van 666 gulden met een pachtcontract eindigend in het jaar 1804. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Een hoeve bestaande uit een woonhuis, schuur, paardenstallen, stallen, enz. gelegen op het gehucht Belle, op een domein, groot één dagwand 50 roeden (47 a 16 ca) inbegrepen de groentetuin en een hopveld.

2- Een watermolen grenzend aan het woonhuis gebouwd in steen en leem en in zeer goede staat, met daarin vier paar molenstenen vervaardigd in Holland en Frankrijk, en drie waterraderen buiten.
3- Een oliemolen grenzend aan het woonhuis gebouwd in steen en leem, met daarin in een uitstekende staat, een paar molenstenen om te pletten van Frans fabricaat, grenzend aan een zijde aan de hoeve van burger Rollier, 2de aan de vijver genaamd “Molenvijver”, 3de aan de beek genaamd “Molenbeke”, en 4de aan de straat van Essene naar Muylem. Al deze gebouwen zijn gedekt met stro.
4- Een vijver genaamd “Molenvijver” gelegen te Essene, groot ongeveer twee dagwand (62 a 87 ca) grenzend aan een zijde aan de goederen van de abdij Affligem, 2de aan het bos genaamd “Jongenbosch”, 3de aan de goederen van de abdij Affligem, 4de aan de beek genaamd “Molenbeke”.
5- Een boomgaard en weide in een stuk, groot één bunder twee dagwand 15 roeden (1 ha 93 a 34 ca) genaamd “Stampmeersch”[21] grenzend aan een zijde aan de beek genaamd “Molenbeke”, 2de aan de weide verpacht aan burger Declercq, 3de aan de “Sluijsvijver”, 4de aan de hoeve en aan de “Molenbeke”.
6- Vier bunder twee dagwand 95 roeden (5 ha 95 a 74 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op het “Speurreveld” grenzend aan een zijde aan het bos genaamd “Jongenbosch”, 2de aan de “Bellestraete”, 3de aan de goederen van de erfgenamen Jean Stevens.
7- Twee bunder 85 roeden (2 ha 78 a 22 ca) landbouwgrond gelegen op het “Polderslandt” grenzend aan een zijde aan het bos genaamd “Vossenhoolen”, 2de aan de beek genaamd “Molenbeke”, 3de aan de goederen van de abdij Affligem, 4de aan de dezelfde goederen.
8- Twee bunder 50 roeden (2 ha 67 a 22 ca) landbouwgrond gelegen op de “Droogeweijde” grenzend aan een zijde aan de goederen van burger Jacques Van Der Mijnsbrugen”, 2de aan de goederen verpacht aan burger Van Der Mijnsbrugen, 3de aan de “Molenbeke”, 4de aan de goederen van burger François Linthoudt.
9- Eén bunder 38 roeden (1 ha 37 a 70 ca) weide gelegen te Sint Katharina Lombeek op de plaats genaamd “Pierrebroeke” grenzend aan een zijde aan de “Molenbeke”, 2de aan de goederen en hoeve van burger Josse Clauwaert, 3de aan het bos genaamd “Overalphene”, 4de aan een weide verpacht aan burger François Verbeke.

Het PV van de schatting werd opgemaakt op 13 februari 1797 door Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op £ 1240, en de verkoopprijs op £ 25 670, inbegrepen 72 hoogstammige bomen geschat op £ 210. Weduwe Van De Putte liet in het proces-verbaal noteren dat de inboedel van de molens (o.a. de molenstenen) hun eigendom waren en dat bij verkoop de waarde van deze inboedel door twee schatters diende geschat te worden en vergoed door de volgende eigenaar. Door de aankoop, zie verder, van de molen door Jean Baptiste Van De Putte werd dit vermeden.
Verpacht aan burger Philippe Van De Putte, voor negen jaar, met een oud pachtcontract dat dateerde van voor zijn dood, en eindigende op 25 december 1804 voor een jaarlijkse pachtsom van 666 gulden. Pachter Philippus Van De Putte was reeds in 1780 overleden, het proces-verbaal van de schatting werd aan ook ondertekend door Jean Baptiste Van De Putte, zijn opvolger en zoon, in naam van zijn moeder.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 april 1798om 10 uur volgens de affiche nr. 75 artikel: 6 – 3de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 19 255 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 430 000 pond aan burger Jean Baptiste Van De Putte wonende te Essene, pachter van deze goederen. Hij betaalde onmiddellijk het gedeelte voorzien in klinkende munt en op 29 nivôse jaar 7 werd de volledige som van deze toewijzing betaald.
Geschiedenis. Volgens een akte van 1189 lieten de monniken van de abdij in 1149 de Bellemolen bouwen. Om het verval te verhogen lieten ze een nieuwe gracht van 2 km graven om het water van de Alfene af te leiden vanaf de monding van de Asbeek (vroeger Avenellebeek) op een hoogte van 14 m boven de zeespiegel. Noord-oost van de molen werd een grote vijver aangelegd om de watertoevoer beter te kunnen regelen. Voorbij de molen stroomde het water naar de oude bedding terug. De oudste benaming was “Molen te Belle” en was ontleend aan een belle of balie wat slagboom of afsluiting betekent. Wellicht kwam de naam van het Pirresbeloc, dit is een ingesloten stuk land.
Al was de omgeving van de Bellemolen uiterst geschikt voor een watermolen, toch blijft de vraag waarom de monniken daar een watermolen bouwden. Bovendien waren aanzienlijke werken nodig, namelijk het graven van een nieuwe bedding voor de Bellebeek. De enige verklaring is dan dat de molen nodig was om het graan van het Hof te Belle te malen. Dat was een aanzienlijke landbouwexploitatie. De oudste vermelding van het hof is van 1189. Het hof en de Bellemolen vormden toen een geheel, maar het hof was waarschijnlijk ouder.
De oudst vermelde pachter is Jan De Muldere: In 1459is de weduwe van Claus Wouts nog op de molen[i]. Gheeraerd Van Vaerenbergh was pachter in 1507 samen met het Hof te Belle. Zijn zoon Franchoys, gehuwd met Maria Wambacq, volgde hem op in 1529. Na de dood van Franchoys trouwde zijn weduwe met Jan Verleysen die in 1549 als pachter bekend staat. In 1556 was Thomas De Bruyne de pachter. De molen bevond zich dan in slechte staat.
Jan Van den Eeckhout, zoon van Geert, kwam op de molen in 1561. Na hem was de familie Van Vaerenbergh weer aan de beurt, nl. Geeraerd, de zoon van Franchoys. Hij was ook boer op het Hof te Belle en verliet het bedrijf waarschijnlijk na een plundering. Zijn schoonzoon Gillis De Witte volgde hem op in 1573. Voor hij zich op de Bellemolen vestigde, was hij molenaar op de IJzerbeekmolen te Asse. De godsdienstoorlogen brachten decennia van plundering en verwoesting. De Bellemolen, een bekende en belangrijke molen, kon daar niet aan ontsnappen. Hij was eigenlijk een dubbele molen. Naast de graanmolen was er ook een oliestamperij. De korenmolen maalde het graan voor de bloem en het meel. De stampmolen stampte het raapzaad tot raapkoek en raapolie en het vlaszaad tot lijnkoek en lijnolie. In 1682 werd zelfs een derde rad aangebracht, het hoesmoleken, dit is een scheprad waarbij de platte legplankjes vervangen zijn door hoesbakjes die het water opvangen.
In 1697 pachtte de weduwe van Jacques Van Droogenbroeck voor 510 ponden parisis de molen met de boomgaard, landen en weiden, maar zonder de molenvijver. De oudst gekende molenaar van de familie Van de Putte op de Bellemolen is Jasper die waarschijnlijk de molen huurde vanaf 1707. Molenaar was een heel specifiek beroep dat van vader op zoon(s) overging en dat was zo ook in de familie Van de Putte. Ze kocht de molen van de Franse overheid en bleef er tot in de eerste helft van de 20ste eeuw.
Jean Baptiste Van Mulders, nr. 127.
Joannes Baptist overleed te Essene op16 juni 1811. Hij trouwde te Essene op 4 februari 1777 met Joanna Theresia Van Vaerenbergh, te Essene gedoopt op 15 december 1753 en er overleden op 25 maart 1813. Zij hadden 13 kinderen: Anna Maria (°2 november 1777), Joanna (°24 november 1778), Joanna Maria Theresia (°17 januari 1780), Petrus Emanuel (°24 december 1780), Maria Anna (°17 april 1782), Joannes Baptist (°21 augustus 1783), Joanna (°13 januari 1785), Joanna Catharina (°27 januari 1786), Franciscus Josephus (°20 maart 1807), Joannes Benedictus (°4 november 1788), Joannes Judocus (°17 juli 1790), Barbara (°23 november 1791) en Ludovicus (°10 mei 1794).
Beschrijving van de goederen: Elf bunder drie dagwand 71 roeden (14 ha 99 a 88 ca) land, weide en bos gelegen te Essene verpacht aan burger J. B. Van Mulders met een pachtcontract eindigend in het jaar 1803 voor een pachtsom van 310 gulden. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Vijf bunder 90 roeden (6 ha 57 a 4 ca) landbouwgrond gelegen op de “Moortel”[22] grenzend aan een zijde aan de kleine weg naar de kerk van Essene, 2de aan burger Lambert Linthoudt, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
2-Eén dagwand (31 a 44 ca) schaarhout gelegen op hetzelfde veld, grenzend aan een zijde aan J. H. Van Der Mijnsbrugge, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
3- Drie bunder drie dagwand 81 roeden (4 ha 97 a 2 ca) waarvan twee bunder (2 ha 51 a 50 ca) beplant met schaarhout en één bunder drie dagwand 81 roeden (2 ha 45 a 53 ca) landbouwgrond gelegen op het “Steenberghblock” te Essene, grenzend aan een zijde aan burger Van Vaerenbergh, 2de aan burger Van Den Heede, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
4- Twee bunder twee dagwand (3 ha 14 a 37 ca) weide genaamd “La petite prairie” gelegen te Essene, grenzend aan een zijde aan de weduwe Ph. Van Der Mijnsbrugge, 2de aan burger Josse Plas, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 4 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 476 gulden, en de verkoopprijs op £ 19 000, inbegrepen 35 kleine hoogstammige bomen geschat op 35 gulden.
Verpacht aan burger Jean Baptiste Van Mulders, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 11 oktober 1794 door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, en eindigend op 11 oktober 1803 voor een jaarlijkse pachtsom van 230 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 2de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 9055 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 225 000 pond aan burger August Ernest Joseph Loizelet wonende te Brussel, rue de Madeleine nr. 415, stroman die kocht met een volmacht van Marie Cathérine Michiels & Henriette Migeot wonende te Brussel. Zie verder.
Jean Baptiste Van Mulders en een tweede persoon waarvan de naam niet te ontcijferen was, nr. 128.
Beschrijving van de goederen: negen bunder 73 roeden (11 ha 54 a 70 ca) land en weide gelegen te Essene, kanton Asse, verpacht aan Jean Baptiste Van Mulders & ? voor een jaarlijkse pachtsom van 241 – 6 – 0 gulden, lasten inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Vijf bunder (6 ha 28 a 75 ca) landbouwgrond gelegen op het “Breuckerveldt”[23] grenzend aan een zijde aan burger Martin Wambacq, 2de aan Jean Baptiste Van Mulders, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
2- Vier bunder 73 roeden (5 ha 25 a 95 ca) gelegen op hetzelfde veld, waarvan zeven dagwand (2 ha 20 a 6 ca) weide en twee bunder één dagwand 73 roeden (3 ha 5 a 89 ca) landbouwgrond, grenzend langs alle zijden aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 1 maart 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 360 gulden, en de verkoopprijs op £ 7 200, inbegrepen 26 kleine hoogstammige bomen geschat op 26 gulden.
Verpacht aan burger Jean Baptiste Van Mulders en een tweede persoon waarvan de naam niet te ontcijferen was, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 14 oktober 1795 door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, en eindigend op 11 oktober 1805 voor een jaarlijkse pachtsom van 180 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 3de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 5440 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 220 000 pond aan burger Jean Joseph Thirion wonende te Brussel, op de “Grand Sablon” bij de timmerman Huyot, stroman die kocht met een volmacht van Marie Anne Josephe Maskens & weduwe Jeanne Van Der Meylen. Zie verder.
Judocus Van Nieuwenhove, nr. 308.
Beschrijving van de goederen: vier bunder land (4 ha 97 a 46 ca) gelegen te Teralfene & Essene, verpacht aan Judocus Van Nieuwenhove voor een jaarlijkse pachtsom van 144 frank, belastingen niet inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Twee bunder (2 ha 51 a 50 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op de “Bellecauter” grenzend langs een zijde aan de “Bellestraet”, 2de aan burger Joannes Christiaens, 3de aan de “Nieuwenbosch”, en 4de aan burger Zacharias De Wever. Goede grond.
2- Twee bunder (2 ha 45 a 96 ca) landbouwgrond gelegen te Teralfene op de “Bellecauter” grenzend langs een zijde aan de “Bellestraet”, 2de aan burger Jean Christiaens, 3de aan burger Joseph Rollier, en 4de aan burgeres weduwe Jacques Meert. Grond van 2de kwaliteit.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 juli 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 80 gulden, en de verkoopprijs op 3 200 pond. Verpacht aan Judocus Van Nieuwenhove, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 26 mei 1791, in voege vanaf 6 mei 1793 en eindigend op 6 mei 1801, voor een pachtsom van 80 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 12 februari 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 223 artikel 28. Het bieden ving aan met een openingsbod van 1 250 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Louis Badin, die burger Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger, verving. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 950 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.
Baudewijn Velge, nr. 15.
Beschrijving van de goederen: negenentwintig bunder twee dagwand 35 roeden (37 ha 20 a 63 ca) landbouwgrond, gelegen te Asse, verpacht voor negen jaar eindigend op 11 november 1803 aan burger met een pachtcontract verleden op 20 juni 1793 door de voormalige ontvanger van de abdij Affligem D’Huet voor een jaarlijkse pachtsom van 600 gulden. Deze gronden zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Twee bunder 60 roeden (2 ha 70 a 36 ca) landbouwgrond gelegen op het “Trommelveld”[24], grenzend aan Fançois Wambacq, 2de aan de goederen van de Armen van Asse, 3de & 4de zijde Josse Van De Perre.
2- Twee bunder 20 roeden (2 ha 57 a 79 ca) gelegen op de “Koyweijde”, grenzend aan de “Eeckweijde”, 2de de hoge weg, 3de het vorig perceel, 4de het “Trommelveld”.
3- Veertien bunder één dagwand 82 roeden (18 ha 17 a 72 ca) landbouwgrond gelegen op het “Trommelveld”, grenzend aan Josse Van De Perre, 2de Josse De Smedt, 3de burger Steenlandt, 4de Jean Leemans.
4- Eén bunder drie dagwand 92 roeden (2 ha 48 a 98 ca) weide gelegen op het Schaepheusel”, grenzend aan de grote weg, 2de aan het “Zwartveld”, 3de & 4de aan het veld genaamd “Cruijsveld”.
5- Twee bunder 54 roeden (2 ha 68 a 48 ca) landbouwgrond gelegen te Asse grenzend aan de kerk van Asse, en de drie andere zijden de voormalige abdij Affligem.
6- Drie dagwand 85 roeden (1 ha 21 a 3 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op het “Trommelveld”, grenzend aan het voetpad van Doment naar Essene, 2de aan de goederen van de weduwe ’t Sas, 3de & 4de aan deze van Leemans. Op dit perceel bevinden zich 5 hoogstammige bomen geschat op 35 gulden.
7- Twee bunder één dagwand (2 ha 82 a 94 ca) weide gelegen te Essene genaamd “Sluysdammen”, grenzend aan de goederen van de abdij, 2de aan de boord van de “Sluysvijver”, 3de aan de abdij, 4de de Bellebeek.
8- Vier bunder één dagwand 42 roeden (5 ha 47 a 64 ca) land gelegen te Hekelgem op de “Schaepschuur”, grenzend aan de steenweg van Aalst naar Brussel en langs de drie andere zijden aan de voormalige abdij Affligem. Op dit perceel bevinden zich 9 hoogstammige bomen geschat op 13 gulden.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 25 november 1796 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Philippe Van Itterbeke, lid municipale administratie van Asse. De verkoopprijs werd geschat op £ 32575. De jaarlijkse opbrengst op £ 1565 – 10 – 0. Er bevonden zich ook 19 hoogstammige eiken op deze percelen die geschat werden samen op 78 – 10 – 0 gulden.
Een gedeelte van de pacht moest betaald worden in natura. Per jaar dienden er vijf mudden gerst geleverd te worden. Deze graanlevering werd geschat op waarde van 96 pond.
De verkoop had plaats te Brussel op 6 februari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 20. artikel 3. Het bieden ving aan met een openingsbod van 24 000 pond door burger De Wint. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 140 000 pond aan burger Englebert Joseph Herbiniaux met een volmacht van burger Jean George Herbiniaux wonende te Brussel.
Aantekening in de marge:
Voor ons, voorzitter en leden van de Centrale Administratie van het departement van de Dijle, de burger Jean George Herbiniaux, koper van het goed beschreven in het proces-verbaal, voor hem of in opdracht …………… als zijn opdrachtgever de burger Michel Ange Susane, wonende te Parijs, rue de Lille nr. 499 hier vertegenwoordigd door burger Jeanneret, wonende in hetzelfde huis als zijn opdrachtgever en drager van een volmacht verleden te Parijs en geregistreerd. Burger Jeanneret aanvaard en verplicht zich ertoe alle voorwaarden na te komen voorzien volgens de wet als gevolg van deze aankoop.
Opmerking[25].
De verkochte goederen werden in 1722 gemeten en beschreven als volgt:
1- (blz. 44 nr. 1) lant onder de prochie van Assche opt Trommelveldt. Palende aan: 1. Francis Wamback, 2. den Armen van Assche, 3. Joos van den Perre, 4. het naervolghend. Groot 2 bunder 60 roeden.
2- (blz. 44 nr. 2) de Coeijweijde. Palende aan: 1. Deeckhaut weijde, 2. den hooghen wegh, 3. ’t voors. stuck, 4. ‘t Trommelveldt. Groot 2 bunder 20 roeden.
3- (blz. 44 nr. 3) lant opt Trommelveldt. Palende aan: 1. Joos van den Perre, 2. Jan Smedt, 3. Mijnheer Steenlant, 4. Jan Leemans, 5. de begijn Cempeneer, 6. Adriaen Linthaut, 7. de Oude herbane, 8. Jan van Himbeke, 9. het Sweertlandt, 10. de voorschreve weijde. Groot 14 bunder 1 dagwand 82 roeden.
4- (blz. 44 nr. 4) het schaephuijsel (weide) voor het hof van Jan Leemans. Palende aan: 1. de straete, 2. het Swertlandt, 3. het Cruijsveldt oft den Boecht. Groot 1 bunder 3 dagwand 92 roeden.
5- Niet gevonden in het kaartboek.
6- (blz. 164 nr. 26) lant opt Trommelveldt. Palende aan: A. den ..wegh van Domen naer Esschene, verder niet genoteerd.
7- (blz. 160 nr. 24) meersch teghens Sluijs Damme. Palende aan: A. het voorschreven, B. …, C. den dam van Sluijs vijver, D. den naervolghenden meersch, E. de Belle Beke. Groot 2 bunder 1 dagwand.
8- Niet gevonden in het kaartboek.
François Verbeiren & consorten, nr. 359.
Beschrijving van de goederen: twee bunder 61 roeden (2 ha 70 a 68 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op de “Steenberg” grenzend langs een zijde aan de weg naar Essene, 2de aan burger Adrien Dejonge, 3de aan J. Pienbroeck, en 4de aan het goed van de voormalige abdij Affligem.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 7 maart 1797 door: Charles Louis Joseph Terrace expert, Philippe Van Itterbeke, lid van de municipale administratie te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 28 – 15 – 0 gulden, en de verkoopprijs op 1 200 pond.
Verpacht aan François Verbeiren & consorten, eeuwigdurend, met een pachtcontract verleden op 26 maart 1707 door notaris Egide Crick en hernieuwd op 20 februari 1736 voor de schepenbank van de abdij Affligem, voor een pachtsom van 16 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 11 juli 1800 om 12 uur volgens de affiche nr. 252 artikel 13. Het bieden ving aan met een openingsbod van 480 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 630 frank aan burger Everard Tops wonende te Brussel, Longue rue Neuve nr. 158. Vermoedelijk was hij stroman voor een onbekende opdrachtgever.
Pierre Joseph Verbeken, nr. 716.
Beschrijving van de goederen: 90 a 68 ca landbouwgrond gelegen te Essene op “De Cleijn Capelle”, grenzend langs een zijde met het voetpad aan het goed van Gilles De Bout en Pierre & Michel Caemermans, 2de aan de goederen van Théodore Boom, 3de aan het goed van Joseph Calewaert en de goederen van monsieur Coloma verpacht aan Josse Van Der Veken, 4de aan de goederen van het “Rouge Cloitre” verpacht aan Adrien Camermans en de erfgenamen Pierre De Clerck. Dit perceel wordt doorsneden door het voetpad naar Sint-Katherina-Lombeek.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 7 januari 1806 door Guillaume De Becker, expert wonende te Brussel en Jean Baptiste Van De Putte, burgemeester te Essene. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 28 frank, en de verkoopprijs op 560 frank. Verpacht vanaf 25 december 1801 aan Pierre Joseph Verbeken wonende te Essene, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 27,21 frank.
De verkoop had plaats te Brussel op 23 maart 1811 om 12 uur volgens de affiche nr. 693 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 560 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 1 125 frank aan Guillaume Redelborght wonende te Brussel, rue du Chêne.
Guillaume Vermoesen, nr. 438.
Beschrijving van de goederen: land, weide en bos, groot 57 a 10 ca, gelegen te Hekelgem en Essene, bestaande uit twee delen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- 23 a 59 ca bos gelegen te Essene op het “Meckelenbosch” grenzend aan de gronden “Menedenbosch”, 2de & 3de aan Jean Hellinckx, en 4de aan de weduwe Robijns.
2- 23 a 59 ca landbouwgrond gelegen te Hekelgem op “De Weije” grenzend langs een zijde aan Pierre Van Den Bosch, 2de aan het cautergat, 3de & 4de aan Laurent Van Roy.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 9 augustus 1802 door Pierre Aubugeois, expert wonende te Brussel, en Crick, vervanger van de burgemeester te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 18 frank en de verkoopprijs op 180 frank. Verpacht aan Guillaume Vermoesen, voor drie zes of negen jaar, tijdens de openbare aanbesteding van 26 juli 1801, door de burgemeester van Asse, voor een jaarlijkse pachtsom van 14,51 frank.
De ontvanger der domeinen te Asse verklaarde dat het eerste perceel begroeid was met schaarhout waarvan de huurder het vruchtgebruik had.
De verkoop had plaats te Brussel op 16 oktober 1802 om 12 uur volgens de affiche nr. 338 artikel 22. Het bieden ving aan met een openingsbod van 198 frank. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 820 frank aan burger Jean François Callebaut, landbouwer, wonende te Hekelgem. Voor een onbekende opdrachtgever?
Philippe Vermoesen, nr. 16. Gemeenten: Asse, Asbeek, en Essene.
Beschrijving van de goederen: negenentwintig bunder één dagwand 85 roeden (36 ha 46 a 75 ca) land en weide, gelegen te Asse, verpacht aan burger Philippe Vermoesen, voor negen jaar, eindigend op 11 november 1804 met een pachtcontract verleden op 17 juni 1794 door de voormalige ontvanger van de abdij Affligem, D’Huet, voor een jaarlijkse pachtsom van 540 gulden. Deze gronden zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Een weide gelegen in het gehucht Asbeek, genaamd “Buysemeerschen”, groot twee dagwand 80 roeden (88 a 2 ca), grenzend aan de “Torfput”, de andere zijden aan de voormalige abdij Affligem en de beek.
2- Één dagwand 13 roeden (35 a 52 ca) weide gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan de “Torfput”[26], aan de voormalige abdij Affligem, en aan de andere twee zijden aan de weiden van de voormalige abdij Affligem.
3- Een dagwand 60 roeden (50 30 ca) weide gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan twee zijden aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, en aan Jean Leemans.
4- Elf bunder 44 roeden (13 ha 97 a 8 ca) landbouwgrond genaamd “Klein Swertlant”, grenzend aan Adrien Linthoudt, aan de straat, de weide genaamd “Schaephuyselweijde” en langs de andere zijde aan de oude weg van Asse naar Aalst.
5- Drie bunder twee dagwand 33 roeden (4 ha 50 a 50 ca) weide, genaamd “de Semelaer”[27], grenzend aan de “Oostcauter aan Lotens”, aan de straat genaamd “ Mollestraete”, aan het bos genaamd “Semelaer” en aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
6- Een bos, groot twee dagwand 21 roeden (69 a 48 ca), gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan het bos genaamd “Semelaer”, langs de andere zijden de voorgaande weide.
7- Drie dagwand 37 roeden (1 ha 5 a 95 ca) landbouwgrond gelegen te Essene, grenzend aan de steenweg, aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, en aan het veld genaamd “Demeuterveldt”.
8- Zeven bunder één dagwand 92 roeden (9 ha 40 a 61 ca) landbouwgrond, de steenweg gaat er dooreen, gelegen te Essene, grenzend aan het bos genaamd “Nieuwenbosch” en aan de andere zijden de voormalige abdij Affligem.
9- Drie bunder (3 ha 77 a 25 ca) weide, gemeenschappelijk goed, dit wil zeggen alle inwoners mogen hun dieren laten weiden na Sint-Jan, grenzend aan Jean Van Hoeke, aan N. Van Santen, aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, en aan de goederen toebehorend aan het klooster genaamd “Roodeclooster
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 16 november 1796 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Philippe Van Itterbeke, lid municipale administratie van Asse. De verkoopprijs werd geschat op 19 740 gulden. De jaarlijkse opbrengst op 1619 gulden. Er bevonden zich ook 18 hoogstammige bomen op deze percelen die geschat werden samen op 40 gulden.
Opmerking: de woning en de uitbatinggebouwen erop staande zijn geen eigendom van de voormalige abdij Affligem, enkele percelen liggen ingesloten, het een door het andere. Volgens de schatters was het goede landbouwgrond.
Een gedeelte van de pacht moest betaald worden in natura. Per jaar dienden er vijf mudden gerst en vier mudden haver geleverd te worden. Deze graanlevering werd geschat op waarde van 137 pond.”
De verkoop had plaats te Brussel op 11 februari 1797 om 9 uur volgens de affiche nr. 21 artikel 16.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 61 000 pond door burger Herbiniaux. Tijdens het branden van de tweede kaars toegewezen voor het eindbod van 61 000 pond aan burger Jean George Herbiniaux wonende te Brussel.
In de rand vermeld: de koper heeft met een kwitantie voldaan aan de betaling van het deel voorzien in klinkende munt.
Aantekening in de marge:
Vandaag, vijf fructidor jaar 6 zijn verschenen voor ons, voorzitter en leden van de Centrale Administratie van het departement van de Dijle, de burger Jean George Herbiniaux, koper van het goed beschreven in het proces-verbaal, voor hem of in opdracht …………… als zijn opdrachtgever de burger Michel Ange Susane, wonende te Parijs, rue de Lille nr. 499 hier vertegenwoordigd door burger Jeanneret, wonende in hetzelfde huis als zijn opdrachtgever en drager van een volmacht verleden te Parijs en geregistreerd. Burger Jeanneret aanvaard en verplicht zich ertoe alle voorwaarden na te komen voorzien volgens de wet als gevolg van deze aankoop.
Opmerking[28].
De verkochte goederen werden in 1722 gemeten en beschreven als volgt:
1- (blz. 48 nr. 36) meers in de Buijse meerschen. Palende aan: 1. de gemeynte genaempt den Teurpput, 2. het naervolghende, 3. de Maucaese, 4. de beke. Groot 2 dagwand 80 roeden.
2- (blz. 48 nr. 38) meersch in de Buijse meerschen. Palende aan: 1. de gemeijnte genaempt den Teurpput, 2. het goet onser Abdije, 3. ende, 4. den voorschreven meersch. Groot 1 dagwand 13 roeden.
3- (blz. 48 nr. 40) in de selve Buijse meerschen eenen meersch. Palende aan: 1. het goet onser abdije, 2. het voorschreven, 3. Jan Leemans, 4. den Maucausen. Groot 1 dagwand 60 roeden.
4- (blz. 44 nr. 8) het Clijn Swertlandt. Palende aan: 1. Adriaen Linthaut, 2. de straete, 3. het groot Schaephuijsel weijde, 4. het groot Swertlandt, 5. de Oude herbaene. Groot 11 bunder 44 roeden.
5- (blz. 44 nr. 14) Weijde teghen den oost oft Heijcauter teghen den Semelaer (bos). Palende aan: 1. den oost ofte Heijcauter, 2. de Poten, 3. de Mollestraete, 4. den Bosch genoempt den Semelaer, 5. een clijen Bosch Afflighem competerende, 6. een weijde Afflighem competerende. Groot 3 bunder 2 dagwand 33 roeden.
6- (blz. 44 nr. 15) Bosch aldaer. Palende aan: 1. den Bosch genaempt den Semeleer, 2. de voorschreve weijde. Groot 2 dagwand 21 roeden.
7- Niet gevonden in het kaartboek.
8- (blz. 162) Vermoedelijk een samenvoegen van de nummers 11 en 14 waarvan er geen oppervlakte genoteerd werd.
9- Niet in het kaartboek.
Jean Baptiste Vinck, nr. 313
Beschrijving van de goederen: zeven dagwand (2 ha 20 a 6 ca) landbouwgrond waarvan er een half dagwand in gebruik als weide, gelegen te Essene op de “De Wellekels?” grenzend langs een zijde aan burgeres weduwe Pierre De Wangle, 2de aan burger Gille Van Cauwenberg, 3de aan burger François Linthout, en 4de aan burger Vinck.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 4 augustus 1798 door Charles Louis Joseph Terrace expert, Mathias Gruber commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 40 gulden, en de verkoopprijs op 1 600 pond. Op het perceel bevonden zich ook 6 hoogstammige bomen geschat op 12 pond, samen 1 612 pond. Verpacht aan Jean Baptiste Vinck, met een pachtcontract waarvan de termijn verstreken was.
De verkoop had plaats te Brussel op 9 maart 1800 om 11 uur volgens de affiche nr. 228 artikel 20. Het bieden ving aan met een openingsbod van 640 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Bacquet die bood met een volmacht van Louis Badin, die burger Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger, verving. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 670 frank aan burger Jean Baptiste Weemaels, wonende te Brussel.
De weduwe van Martinus Wambacq Petronella Van Opdenbosch, nr. 129
Martinus Ernestus werd te Essene gedoopt 12 juni 1735 en overleed er op 3 februari 1798. Hij trouwde met Petronella Van Opdenbosch uit Meerbeke. Zij overleed te Essene op 6 augustus 1804. Zij hadden 13 kinderen: Nicolaus Josephus (°14 maart 1759), Franciscus Henricus (°14 maart 1759), Maria Elisabeth (°30 november 1760), Philippus Josephus (°4 april 1762), Joannes Baptist (°25 januari 1764), Joanna Francisca (°23 oktober 1765), Maria Anna (°13 mei 1767), Elisabeth Josepha (°20 december 1768), Maria Angelina (°9 augustus 1770), Catharina (°10 mei 1772), Barbara (°6 november 1774), Cornelius (°24 februari 1777) en Joannes Baptist (°11 februari 1780).
Beschrijving van de goederen: tien bunder twee dagwand 10 roeden (13 ha 23 a 52 ca) land en weide verpacht aan de weduwe Wambacq voor een jaarlijkse pachtsom van 263 gulden, lasten inbegrepen. Deze goederen zijn gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Twee bunder twee dagwand 16 roeden (3 ha 19 a 40 ca) landbouwgrond gelegen op het veld “Dix Journaux” grenzend aan een zijde aan burger Van Weijenbergh, 2de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem, 3de aan burger Van Varenbergh, en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
2- Eén bunder twee dagwand 69 roeden (2 ha 10 a 32 ca) landbouwgrond gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan een zijde aan de weg naar Afflighem, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
3- Een bunder één dagwand 40 roeden (1 ha 69 a 76 ca) landbouwgrond gelegen op dezelfde plaats, grenzend aan een zijde aan een kleine weg naar de steenweg op Aalst, 2de aan de goederen van de gemeente Essene, 3de aan Pierre Wambacq, en 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
4- Drie bunder twee dagwand 65 roeden (4 ha 60 a 56 ca) weide gelegen op het veld “Vaerenheuvel”, grenzend aan een zijde aan burger Van Hocht, 2de aan de goederen van de gemeente Essene, 3de aan de weg naar de “Steenbrug”, 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
5- Eén bunder één dagwand 20 roeden (1 ha 63 a 47 ca) schaarhout gelegen op het “Ha(a)sbroeck”, grenzend aan een zijde aan burger Van Nieuwenhove, 2de, 3de & 4de aan de goederen van de voormalige abdij Affligem.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 26 februari 1797 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 420 gulden, en de verkoopprijs op £ 16 800, inbegrepen 40 kleine en grote hoogstammige bomen geschat op 120 gulden. Verpacht aan burgeres weduwe Wambacq, voor negen jaar, met een pachtcontract verleden op 14 oktober 1795 door burger D’Huet, voormalig ontvanger van de abdij, en eindigend op 11 oktober 1805 voor een jaarlijkse pachtsom van 200 gulden.
De verkoop had plaats te Brussel op 6 april 1798 om 10 uur volgens de affiche nr. 74 artikel 1 – 4de lot. Het bieden ving aan met een openingsbod van 7605 pond. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 210 000 pond aan burger André Hermans wonende te Brussel, fossé aux Loups. Voor zichzelf? Hij betaalde wel het totale bedrag in een keer.
Opmerking[29].
De verkochte goederen werden gemeten en beschreven als volgt:
1- (blz. 164 nr 28) de Thien dagwand (land). Palende aan: 1. den voetweghen, 2. Peeter van Wijenbergh, 3. Judocus van Varenbergh, 4. d’Erf. Koninck, 5. Judocus van Varenbergh. Groot 2 bunder 2 dagwand 16 roeden.
2- (blz. 164 nr 32) lant opt selve veldt. Palende aan: 1. en 2. compt aen Afflighem, 3. vidua Peeter Wamback, 4. de straete. Groot 1 bunder 2 dagwand 69 roeden.
3- (blz. 164 nr 33) lant opt selve veldt. Palende aan: 1. den voetwegh, 2. den…, 3. vidua Peeter Wamback, 4. Afflighem. Groot 1 bunder 1 dagwand 40 roeden.
4- (blz. 156 nr 12) het Varenhuijssel (meers). Palende aan: 1. de heer Jan van Hocht, 2. de gemeijnte, 3. de straete. Groot 3 bunder 2 dagwand 65 roeden.
5- (blz. 158 nr 10 of 11 ?) , Groot 1 bunder 1 dagwand 20 roeden.
Niet verpacht, nr. 285
Beschrijving van de goederen: drieëntwintig bunder twee dagwand (28 ha 92 a 25 ca) drooggelegde vijver, heden gebruikt als landbouwgrond en gedeeltelijk weide, genaamd “Sluijsvijvers” gelegen te Essene, niet verpacht, grenzend zuid aan de weg naar Liedekerke, 2de aan de weduwe Van De Putte, 3de aan Corneille Meert, 4de aan de beek die de vijvers scheidt van het bos genaamd “Oud Vijver”, 5de aan de Boschbeek”.
Het PV van de schatting werd opgemaakt op 12 augustus 1798 door Charles Louis Joseph Terrace, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst werd geschat op 646 frank, en de verkoopprijs op 7383 frank voor de grond. Op de boorden van de drooggelegde vijver bevonden zich 225 hoogstammige bomen, eiken, olmen en populieren, die werden geschat op 480 frank, totale verkoopprijs 7 863 frank. Niet verpacht.
De verkoop had plaats te Brussel op 10 oktober 1799 om 10 uur volgens de affiche nr. 199 artikel 4. Het bieden ving aan met een openingsbod van 5 400 frank door burger Jean Baptiste Weemaels, vervanger van burger Alexandre Badin die bood met een volmacht van Victor Badin, ondernemer van diverse diensten voor het Italiaans leger. Tijdens het branden van de laatste kaars toegewezen voor het eindbod van 5 425 frank aan burger François Serevisse, wonende te Brussel, op de Vismarkt.
Besluit.
De abdij bezat uitgebreide bezittingen in de drie deelgemeenten van Affligem:
In Essene op een totale oppervlakte van 713 ha bezat de abdij 405 ha 63 a 87 ca (57%) waarvan:
– 232 ha 42 a 71 ca landbouwgrond met 4 hopvelden = 33% van de totale oppervlakte van Essene. Hierbij zijn inbegrepen de percelen met een dubbele benaming, bijv. landbouwgrond en weide.
– 91 ha 69 a 83 ca weiden = 13%.
– 33 ha 69 a 76 ca bos = 5%, hierbij ook de aanduidingen met schaarhout..
De abdij had daarvan ook nog 45 ha 90 a 17 ca (6%) in eigen beheer, namelijk 2 ha 82 a 93 ca aan vijvers (de Sluisvijver en de drie Heeremannekens), 61 a 47 ca voor twee gebouwen, namelijk de Bellemolen ( 46 a 16 ca) en de Sluys (15 a 31 ), 16 ha 97 a 62 ca aan weiden en 25 ha 75 a 03 ca aan bos.
12 pachters huurden meer dan 5 ha: Henri Bastaerts, B. Bosteels, François De Clerck, Anna Maria Meert, weduwe De Voghel, François Linthout, de weduwe François Plas, Pierre Joseph Rollier, Michael Van den Wijngaert, Gillis Van de Velde, de weduwe Phlippe Van de Putte, Jan Baptist Van Mulders en Baudewijn Velge. De grootste pachters waren François Linthout met 40 ha 83 a 42 ca, Pierre Joseph Rollier met 40 ha 19 a 91 ca, Baudewijn Velge met 37 ha 20 a 63 ca, de weduwe Phillipe Van de Putte met 15 ha 82 a 25 ca en Jan Baptist Van Mulders met 14 ha 99 a 88 ca.
In Hekelgem bezat de abdij op een totale oppervlakte van 809 ha 354 ha 11 a 71 ca (44%) waarvan
– 269 ha 57 a 11 ca landbouwgrond met 4 hopvelden = 33% van de totale oppervlakte van Hekelgem.
– 57 ha 37 a 27 ca bos = 7%.
– 25 ha 2 a 95 ca weiden = 3%.
– 2 ha 13 a 78 ca aan vijvers = 0,4%.
Daarvan had de abdij voor eigen gebruik 32 ha 97 a 20 ca bos (41%), 2 ha 13 a 78 ca aan vijvers en aan weiden 1 ha 10 a 3 ca.
De boeren die meer dan 5 ha pachtten waren: B. Bosteels, Jacobus Clauwaert, Michel Cuyper, Jean Baptiste De Bailliu, Guillaume De Smedt, de weduwe Jan Bapyist De Smedt, de weduwe Michel Droeshout en Jean Droeshout, Ferdinand Meert, Pierre François Pauwels, de weduwe Gerard Plas, Jacobus Schoon, Gaspard ’t Kint, Adrien Van Nijghen en Pierre Vonck. De grootste pachter was de weduwe Gerard Plas van de Blakmeershoeve met 47 ha 78 a 50 r, gevolgd door Jean Baptiste De Bailliu van het Hof ter Saele met 21 ha 14 a 49 ca, Gaspard ’t Kint met 19 ha 79 a 22 ca, Pierre François Pauwels met 16 ha 12 a 74 ca en Pierre Vonck met 11 ha 81 a 95 ca.
In Teralfene op een totale oppervlakte van 245 ha bezat de abdij 65 ha 32 a 72 ca (27%). Opvallend: geen bos, wel 7 hopvelden.
– 41 ha 87 a 10 ca landbouwgrond met 7 hopvelden = 17%.
– 24 ha 45 a 62 ca weiden = 10%.
– geen bos.
Boeren pachtten meer dan 5 ha van de abdij: Jean Christiaens, de weduwe Michel De Cuyper, Michel Droeshout en Joannes Van Nieuwenhove. De grootste pachter was Michel Droeshout met 11 ha 64 a 94 ca.
Als we de drie deelgemeenten vergelijken dan stellen we vast dat de abdij in Essene de meeste bezittingen had, dat daar de grootste boerderijen lagen en er de meeste weiden voorkwamen. Hekelgem was de bosrijkste gemeente in verhouding tot de totale oppervlakte en Teralfane had de kleinste percelen en geen bos.

De ferrariskaart met een zicht op de bosrijke omgeving rond de abdij.

[1] Heeremannekens: dialect jeiremannekens , oorspronkelijk drie vijvers.
[2] Greffendries: greffen, greppel = verwijst naar een drassige bodem. Kan ook een verwijzing naar de persoonsnaam Grijp zijn.
[3] Voet = 0,27575 m.
[4] Mollestraat: molle dialectvorm van molen.
[5] Vosholen: genoemd naar de vossen die er woonden.
[6] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 158 nr. 9 en 159.
[7] Bocht had oorspronkelijk betrekking op een omheind stuk grond waar het ronddwalende vee dat binnen de akkers gebroken was, kon worden opgesloten tot de eigenaar de schade en de boete betaald had. Naderhand verruimde de betekenis zich tot ‘omheind stuk grond’ wat o.m. blijkt uit een toponiem als Vitsenbocht. Vitsen is een dialectwoord voor de wikke, een voedergewas dat buiten het terrein van de open kouters werd gekweekt op kleine privéakkers die in de regel met houtgewas omheind waren (P. Lindemans 1952 I: 425). Bocht is echter niet geëvolueerd tot specifieke akkernaam (zoals blok en veldeken), want het kan ook worden toegepast op een afgesloten stukje grond waarop men kippen houdt (zie ons toponiem Kiekenbocht), en in de tegenwoordige Brabantse dialecten komt het voor als benaming voor een beschot binnen een stal waar een kalf kan ingesloten worden ( Van Durme 1986 II(1): 104; Lindemans 1932:13). IngridD’Haese, Bijdrage tot de toponymie van Essene, 1995, 81.
[8] Het Heyken: een perceel op de heide, een open niet gecultiveerde en met heidegewas begroeide vlakte.
[9] Moortel: verwant met moer, moor = slijk, modder. Kan ook zware kleverige grond betekenen. Ingrid D’Haese, 127 – 128.
[10] Hondsgat: duidt meestal op een slechte, te natte bodem; gat is een toegang tot een veld of weide. Willy Beeckman, De Affligemstraat, 2011, 15.
[11] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 156, 157, 158, 159, 160, 161,164, 165.
[12] Het Rood Klooster of Rooklooster was een augustijnerpriorij in het Zoniënwoud, nabij het dorp Oudergem (Brussel). Het vormt met zijn vijvers, moerassen en beschermd natuurreservaat aan de rand van het Zoniënwoud, een ware oase van rust en natuurpracht.
[13] Speurveld: Speurie, sporie of spurrie is een groenvoedergewas voor het vee dat vooral gewonnen werd op zandgrond. Het werd ingezaaid na de oogst van de rogge en leverde vlug opbrengst. Boter en melk, afkomstig van het melkvee dat met spurrie gevoederd was, genoot hoge waardering voor de aangename smaak. Willy Beeckman, Woorden voor de Affligemse oorden, 2013, 85.
[14] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 158, 159, 160, 161, 162, 163.
[15] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz.158, 159.
[16] Horeken of Doreken: Doreken is het diminutief van doorn ( Helsen 1944: 76) dat teruggaat op Germaans *thurnu ‘doorn’ (Gyss.TW: 255). Wellicht qaat het hier om een doorn die als grensboom fungeerde. Ingrid D’Haese, 29.
[17]Kereblok en Kerrebroek : naam van een zeer drassige meers, die vroeger een broek was. Het Kerrebroek is wellicht genoemd naar het beboste deel ervan het Kerbos. Kerre is ook het dialectwoord van kar. Een verkaring in die richting is minder waarschijnlijk wegens het verband van het Kerrebroek met het Kerbos. Ingrid D’Haese, 110.
[18] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 158,159.
[19] Raspaillestraat: straat waar gemeen volk woonde.
[20] Veldeken is de diminutiefvorm van veld. In woordenboeken wordt veldeken, voor zover afzonderlijk vermeld, semantisch altijd verbonden met veld. Toch valt uit toponymisch onderzoek af te leiden dat veldeken, althans in Z.O.-Vlaanderen, iets anders is gaan betekenen dan ‘een klein veld’. Volgens Devos (1991 : 228) en Van Durme (1986 I :268) duidde veldeken ongeveer hetzelfde aan als blok. De « veldekens » waren betrekkelijk kleine percelen, voorzien van een omheining, die vaak dicht bij de woning lagen en privégeëxploiteerd werden. Ze lagen buiten het kader van het drieslagstelsel en werden gereserveerd voor speciale teel ten. Ingrid D’Haese, 110.
[21] Stampmeers: meers, weide gelegen bij de stampmolen van de Bellemolen.
[22] Moortel: verwant met moer wat slijk, modder betekent. Duidt ook een zware, kleverige grond aan. Ingrid D’Haese, 127 – 128.
[23] Breuckersveld: land genoemd naar de familie De Breucker.
[24] Trommelveld= rommelveld. Een verwijzing naar Rome en de Romeinse bezetting. Op het Trommelveld werd Romeins puin en Romeinse munten gevonden. Ingrid D’Haese, 102.
[25] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 44,45, 160, 163,164.
[26] Torfput: turfput, groeve waar turf werd gewonnen.
[27] Semeleer of semelaar: Romaans toponiem voor voerman.
[28] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 44, 45, 46, 47, 48.
[29] Zie Kaartboek van de Abdij Affligem, Jaak Ockeley, 2003, D/2003/0531/41, blz. 156, 157, 164, 165.
