De naam Clauwaert komt van de klauwaard, de Vlaamsgezinde, naar de klauwende leeuw in het wapen van Vlaanderen[1]. Tijdens het geschil tussen het Gentse gewone volk en de rijke Franstaligen uit Brugge, rukten de Gentenaars op met een zwarte vlag met drie witte leeuwenklauwen. Zij werden de Clauwaerts genoemd. Grote concentraties van de familie Clauwaert vindt men rond Gent, rond Aalst en in de omgeving van de abdij Affligem.
I- PETRUS.
De oudste Clauwaert in Hekelgem is Petrus, waarschijnlijk geboren te Hekelgem ca 1535. Hij was buitenpoorter van Aalst.
Hij had drie kinderen te Hekelgem gedoopt:
1.Petrus, volgt II.
2. Maria, geboren ca 1580, getrouwd met Gaspar Verberen, overleden te Hekelgem op 28 september 1624.
3. Margaretha, geboren ca 1580, getrouwd ca 1600 te Hekelgem met Nicolaus Camby, overleden op 14 december 1622.
II- PETRUS.
Petrus werd te Hekelgem gedoopt omstreeks 1565 en overleed er op 23 oktober 1637. Hij huwde met Elisabeth Ophalvens, gedoopt te Hekelgem in 1570.
Uit dit huwelijk:
1. Maria, geboren voor 1600, trouwde op 17 juli 1612 met Nicolaus Mattens die te Hekelgem overleed op 18 november 1637. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Judoca, gedoopt op 27 mei 1613.
2. Petrus, gedoopt op 24 februari 1615, overleden te Hekelgem in 1673. Hij trouwde eerst met Joanna Verleysen en een tweede maal met Judoca Versinck.
3. Barbara, gedoopt op 20 april 1617.
4. Judocus, gedoopt op 16 april 1620, huwelijk met Anna De Leeuw.
5. Michael, gedoopt op 8 november 1622.
6. Elisabeth, gedoopt op 12 november 1628.
7. Guilielma, gedoopt op 9 juli 1634.
2. Joanna, gedooptvoor 1600, getrouwd te Hekelgem op 18 juni 1628 met Joannes Van Boven. Zij hadden 5 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Elisabeth, gedoopt op 22 april 1629.
2. Antonius, gedoopt op 22 februari 1632.
3. Nicolaus, gedoopt op 19mei 1634.
4. Joannes, gedoopt op 23 november 1636.
5. Joanna, gedoopt op 28 augustus 1639.
3.Petrus, volgt IIIa.
4. Arnoldus, volgt IIIb.
De naam Petrus Clauwaert komt voor in de kerkrekeningen van Hekelgem, 1589/90 en 1596.
– 1589: pag 6: “item ghegeven Pieter Clauwaert den ioenghen over een halffen daech Sinte Machiels coer te meyesten als de meyesters daer waeren”
– 1596: pag 3: “ontfang van Pieter Clauwaert voor het fruit van het kerkhof over’t jaer sesenneghentigh”. De eerste vermelding slaat zeker op deze Petrus daar er slechts twee in Hekelgem waren op dat ogenblik en de benaming “de jongere” slechts gebruikt wordt als de oudere nog in leven is. Bij de laatste vermelding bestaat geen zekerheid of het hier over deze Pieter gaat of over zijn vader[2].
– 1597: Petrus koopt nog eens het fruit van het kerkhof voor 4 g 6 st.
– 1603: aen Peeter Clauwaert die verschoten hadde XVIII stuivers aende officieren die gevangen hadden eene creupelen waele daer op dat suspicie genomen was dat hy soude hantdadich geweest hebben int berooven van de kercke dwelck so niet en is gebleecken en also de gevangenen persoon laten lossen. Daer vooren vanwegen de kerckmeesters es beaelt XVIII stuivers.
– 1607: Peter koopt het hout van den Vrijlaet.
– 1626: Hij koopt het fruit van het kerkhof.
IIIa- PETRUS.
Petrus werd gedoopt in 1605 en overleed in 1655. Hij huwde een 1ste maal te Hekelgem op 22 oktober 1631 met Elisabeth Van Neervelt. Elisabeth overleedte Hekelgem op 16 augustus 1642. Zij hadden 4 kinderen te Hekelgem gedoopt:
Uit het eerste huwelijk:
1. Catharina, gedoopt op 1 augustus 1632 en overleden op 27 maart 1670. Zij trouwde met Joannes Verleysen op 25 oktober 1653.
1. Petrus, gedoopt op 11 oktober 1654, huwelijk met Elisabeth Van Ghete.
2. Franciscus, gedoopt op 12 juli 1657.
3. Elisabeth, gedoopt op 11 april 1660. Zij trouwde met Joannes Eeman.
4. Martinus, gedoopt op 11 juli 1666.
Na de dood van Joannes hertrouwde Catharina met Judocus De Wolf te Hekelgem op 2 mei 1667. Uit dit huwelijk werd Joannes geboren. Hij werd te Hekelgem gedoopt op 28 april 1669.
2. Judocus, gedoopt op 20 februari 1635.
3. Anna, gedoopt op 29 mei 1638, overleden te Hekelgem op 22 maart 1691, trouwde te Hekelgem op 5 mei 1672 met Petrus De Boetselier in 1660. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Guilielmus, gedoopt op 27 augustus 1660.
2. Andreas, gedoopt op 1 augustus 1663, huwde met Anna Robijns, overleden in 1731.
3. Martinus, gedoopt op 2 mei 1666.
4. Judoca, gedoopt op 20 juni 1669.
5. Elisabeth, gedoopt op 11 oktober 1671.
4. Paschasia, gedoopt op 14 januari 1641.
Na de dood van Elisabeth Van Neervelt hertrouwde Petrus te Hekelgem op 16 augustus 1642 met Joanna Verleysen, te Hekelgem gedoopt op 2 oktober 1616 en er overleden op 26 november 1667. De kinderen uit het tweede huwelijk te Hekelgem gedoopt:
5. Joanna, gedoopt op 2 augustus 1643 en overleden in 1667. Zij trouwde met Lucas Crick.
6. Judoca, gedoopt op 13 mei 1649.
7. Margareta, gedoopt op 10 november 1653, overleden in 1727. Zij trouwde met Franciscus Robijns te Hekelgem op 23 september 1679, gedoopt te Hekelgem op 22 januari 1653 en er overleden op 18 augustus 1698. Zij huwde een 2de maal te Hekelgem op 19 december 1700 met Egidius Wambacq, gedoopt te Essene op 1 september 1671 en overleden te Hekelgem op 27 juli 1721, zoon van Martinus en Anna Vranckx.
Arnoldus, gedoopt te Hekelgem op 21 mei 1606 en aldaar overleden op 7 september 1632. Hij huwde te Hekelgem op 25 juni 1627 met Margareta De Greve, gedoopt te Hekelgem op 8 oktober 1605, dochter van Michaël en Catharina Quaribbe.
Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt::
1. Petrus, volgt IV.
2. Maria, gedoopt op 30 juni 1630, zij huwde met Joos Berlange.
3. Michael, gedoopt op 23 februari 1632.
Arnold was koster en onderwijzer vanaf 1627. Hij volgde in die functie zijn schoonvader Machiel De Greve op. De koster behoorde toen tot de geestelijke stand. Hij ontving een speciale wijding en droeg de tonsuur. Bij het ontvangen van de kruinschering kreeg hij van de bisschop bewijsbrieven en daarmee kon hij in dienst treden. De provinciale synode van Mechelen legde de taken van de koster vast: tijdens de week de mis dienen, op zon- en feestdagen hoogmis en vespers zingen, de pastoor assisteren bij doopsels en begrafenissen, zorgen voor de kerkgewaden, de kerk openen en sluiten, ze proper houden, driemaal per dag het angelus kleppen, op zon- en feestdagen luiden voor de mis en bij het toedienen van de laatste sacramenten de priester voorafgaan met bel en licht. Hij diende ook “het licht te luiden”, dit verwijst naar een gewoonte die tot de jaren vijftig van de 19de eeuw doorliep: ‘s morgens en ‘s avonds werden de klokken geluid om het begin en het einde van de arbeidsdag aan te kondigen. Bij de uitoefening van zijn dienst diende hij een superplie te dragen. De koster was niet tot het celibaat verplicht maar eens gewijd was het hem verboden om na de dood van zijn vrouw een tweede huwelijk aan te gaan, tenzij met dispensatie van de bisschop. De inkomsten van de koster waren gering en daarom kreeg hij een vrijstelling van belasting ter waarde van 10 st. en uit de armenrekening een supplement van 25 g. Hij had ook het recht met Pasen in het dorp eieren rond te halen. Tijdens de oogst mocht hij ook enkele schoven per gezin ophalen. Voor zijn lessen betaalden de bemiddelden 1 stuiver per jaar per kind. Daar hij niet over een eigen woning beschikte, gaf hij les in de kerk. De gemeenschap vroeg toelating om 2 of 3 bomen van de armendis te mogen gebruiken om zijn huis te herstellen[3].
De kerkrekening van 1620 vermeldt dat Aert Clauwaert het gras van het kerkhof gratis krijgt als vergoeding om het morgen- en avondlicht te luiden en als tegemoetkoming voor t cleyn proffyt der costerije.
IV- PETRUS.
Petrus werd gedoopt op 5 maart 1628 en overleed te Hekelgem op 22 januari 1677 op 48-jarige leeftijd. Hij had zijn ondertrouw te Meldert op 19 december 1654 en trouwde op 23 januari 1655 te Meldert met Catharina Robijns, gedoopt te Meldert op 4 april 1632, overleden te Hekelgem op 14 december 1666. Kinderen uit het huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Petrus, volgt Va.
2. Franciscus, gedoopt op 21 december 1655.
3. Maria, gedoopt op 4 april 1657, zij huwde een 1ste maal te Hekelgem op 25 april 1677 met Judocus Berlange, gedoopt te Hekelgem op 4 april 1657 en aldaar overleden op 25 november 1679. Zij huwde een 2de maal te Hekelgem op 28 februari 1680 met Joannes Blondeel, gedoopt te Hekelgem in 1655 en aldaar overleden op 28 augustus 1681.
4. Michael, gedoopt 10 juni 1660, volgt Vb
Petrus huwde een 2de maal te Meldert op 25 mei 1667 met Elisabeth De Visch gedoopt te Meldert in 1645 en overleden na 1679. Kinderen uit dit 2de huwelijk te Hekelgem gedoopt:
5. Joannes, gedoopt op 12 april 1669, trouwde te Meldert met Gertrudis Verdoodt. Werd de tak Meldert.
6. Catharina, gedoopt op 3 oktober 1670.
7. Franciscus, gedoopt op 19 februari 1673.
8. Guillelmus, gedoopt op 24 februari 1675.
9. Elisabeth, gedoopt op 2 maart 1677, overleden te Meldert op 25 december 1737.
Na de dood van Catharina zorgde Petrus voor de toekomst van zijn kinderen.
– Op 19 februari 1663 verkreeg Peter een lening van Joannes Bernaerts, priester ende pastoir der prochie van Hekelghem met een rente van 6 g. F. Wambacq van de schepenbank van de abdij stelde de akte op.
– Op 9 maart 1671 kocht hij een kleine hofstede voor zijn kinderen die hij had met Catharina Robijns. De hofstede was gelegen te Meldert aan de Nieveldries. Meier Michiel Wambacq stelde de akte op.
– Op 21 mei 1674 kregen de kinderen van Peter en Catharina een erfelijke rente van 8 g, een erfenis van hun moeder. Die rente was bepand op een behuisde hofstede te Essene, gelegen aan de Grote Domentse Dries en 1 d land gelegen op het Domentveld. Schepen Jan Van langenhove van de schepenbank van de abdij stelde de akte op. Philips Van Gete, Niclaes Robijns, Gillis De Bailliu en Peter Geerstman tekenden.
– Op 16 december 1776 was Joos Van den Driessche nog 28 g schuldig aan de kinderen van Catharina en Petrus. Dat was een restant van een vroegere lening met een rente van 3 g. Als pand had hij een hofstede met huis gegeven, gelegen te Nievel en palend aan De Vuijlbuijck. Het pand was belast met een grondcijns aan de abdij. Op 21 oktober 1721 werd de lening afbetaald.
– Op 6 maart 1679 kocht Elisabeth, dan al weduwe, 1 d elsbroek van Peter Schoon. Het perceel paalde aan goederen van de abdij en aan Merten Robijns. Schepen Jan Van Langenhove van de abdij stelde de akte op. De schepenen Gillis De Bailly, Adrien Van Nuffel, Peter Geerstman, Jan Van Seebroeck en Jan Kieckens ondertekenden de akte.
Uit de verdeling van de erfenis van Petrus en Catharina (Cathelijne) Robijns op 22 februari 1680 blijkt dat ze welvarend waren.
Maria erfde:
– een meers met bomen van 82 r, gelegen te Bleregem en palend aan de erfgenamen van wijlen den heere secretaris Steenwinckel en belast met een cijns aan de abdij van 15 st.
– 1 d 4 r land gelegen op het Domentveld te Essene, palend aan de erfgenamen Melchior Carnoy en Joos Van den Houter.
– een erfelijke rente van 6 g ten laste van Geert Lambrechts van een lening van 96 g.
– een bijdrage van 23 g 1st. van haar broer Michaël.
Michaël (Michiel) erfde:
– een hofstede met huis te Bleregem, palend aan de straat, de Molenkouter en de hofstede van Michiel Mertens.
– de ½ van 3 d 15 r broek met schaarhout en boompjes te Asbeek, Den Rottincam genoemd, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en de voetweg.
– de ½ van 2 d 32 r land te Asbeek, Den Geestcauter genoemd, palend aan Jan Van Boven en de jezuïeten.
– een perceel van 1 d 91 r op Den Rottincam, palend aan Jan De Coster, Thomas Verbeken, Cornelis De Backer en Peter De Smet.
– 94 r land op Den Cleijnen Esschenen Elst, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en den heere fiscael Coloma.
– een weide van 2 28 r te Hekelgem palend aan Gillis De Schrijver, Adriaan Van Nieuwenhove en de Nieuwstraat. Het was belast met een grondcijns aan de abdij.
– Michiel moest aan zijn broer Franchois 278 g 2 st 1 bl.
De erfenis van Petrus:
-1 d 18 r land met hout op het Schepersveld te Hekelgem, palend aan Andries Segers, Michiel Van de Putte en de straat.
– een hopveld van 35 r op Nievel te Meldert, palend aan de Molenkouter, de Nieveldries en de hofstede van Jan Segers.
– rente van 8 g ten laste van Jacques Vermatten voortkomend van een lening van 128 g.
– een rente van 6 g ten laste van Michiel Mertens, voortkomend van een lening van 96 g.
– een rente van 3 g ten laste van Joos Van den Driessche.
– een bijdrage van Michiel (Michaël) van 45 g.
Va- PETRUS.
Petrus, gedoopt te Hekelgem omstreeks 1655, en aldaar overleden op 11 september 1723. Hij huwde te Hekelgem op 14 mei 1689 met Joanna Cornelis, gedoopt te Hekelgem in 1665 en aldaar overleden op 27 september 1722. Zij woonden nabij de abdij.
Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Anna Francisca, gedoopt op 21 januari 1690 en begraven te Hekelgem op 23 mei 1762. Zij huwde te Hekelgem op 23 februari 1720 met Egidius De Kegel, gedoopt te Hekelgem op 8 april 1674, begraven aldaar op 1 maart 1731, zoon van Judocus De Kegel en Joanna Van den Bruel.
Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Anna Maria, gedoopt op 15 december 1720, aldaar overleden op 10 mei 1754.
2. Joanna Catharina, gedoopt op 30 november 1722, aldaar overleden op 21 juni 1796. Zij trouwde te Hekelgem op 15 mei 1747 met Josephus Cornelis Van Lierde, gedoopt te Hekelgem op 12 mei 1720, begraven aldaar op 1 februari 1785, zoon van Cornelis en Anna Segers.
3. Josephus, gedoopt op 5 februari 1725
4. Francisca Petronella, gedoopt op 20 oktober 1727, overleden te Hekelgem in 1798. Zij schonk op 19 april 1781 een boerderij op Boekhout aan haar neef Joannes Franciscus Van Lierde. De akte werd verleden bij notaris Jacobus De Smedt te Asse. Deze boerderij had zij op haar beurt geërfd van haar ouders op 17 november 1762 volgens de akte verleden bij notaris M. Van Itterbeke te Asse.
5. Petrus Joannes Baptist, gedoopt op 20 februari 1730, overleden te Hekelgem in 1777.
Op 4 april 1740 kocht Anna, dan al weduwe, een weide van 88 r te Bleregem voor 208 g van de kinderen Guillam Berlange.
2. Petrus Josephus, gedoopt op 20 april 1693, volgt VIa
3. Franciscus, gedoopt op 21 augustus 1696 volgt VIb.
4. Joannes Baptist, volgt VIc.
5. Joanna Catharina, gedoopt op 6 december 1700, overleden op 14 maart 1736, trouwde met Peter Droeshout te Hekelgem op 25 juli 1720. Hij werd te Hekelgem gedoopt op 8 augustus 1689 en overleed aldaar op 11 december 1769. Zij hadden 8 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Joanna Maria, gedoopt op 14 november 1721, overleden te Hekelgem in 1812.
2. Petrus, gedoopt op 31 januari 1723.
3. Joannes Baptist, gedoopt op 14 oktober 1724, overleden te Hekelgem in 1771.
4. Anna Maria, gedoopt op 20 december 1726, overleden te Hekelgem in 1784. Zij trouwde met Joannes Bellemans.
5. Michaël Benedictus, gedoopt op 25 juli 1727.
6. Barbara, gedoopt op 19 juli 1732.
7. Petronella, gedoopt op 6 januari 1734, overleden te Hekelgem in 1794. Zij trouwde met Ferdinand Meert.
8. Michaël, gedoopt op 26 februari 1736, overleden te Hekelgem in 1806. Hij trouwde met Elisabeth Verelst.
Op 19 oktober 1723 erfde Joanna Catharina van haar ouders:
– de helft van 3 d 15 r broek te Asbeek op de Rottingcam palend aan hendrik De Bailliu, Franchois van Linthout, de heere fiscael Coloma en de voetweg.
– de helft van 3 d 32 r land op de Geestkouter te Asbeek, palend aan Joannes Van Bever, de erfgenamen van advocaat Horenbeke, Louis Van Handenhove en de jezuïeten.
– 93 r land op de Montil te Essene, palend aan Adriaan Van Linthout en de Dokkenstraat. Op 14 januari 1727 verkochten Joanna Catharina en haar man Peter Droeshout dit perceel aan Livinus Dauman en Peternilla De Nil voor 312 g 13 st 1 bl. Notaris Crick stelde de akte op.
– 3 d 60 r land op de Hoge Paal te Hekelgem, palend aan de Oude Heerbaan, de voetweg van Bleregem naar de kerk van Hekelgem en de erfgenamen Franchois Robijns.
– van Franchois Clauwaert 230 g 12 st.
– van Peter Clauwaert 5 g 12 st 1 bl.
6. Michaël, gedoopt op 21 mei 1703, overleden te Brussel op 20 januari 1748. Hij huwde te Brussel op 28 november 1738 met Margarita Nicolai. Op 29 mei 1743 ging hij een lening aan van 200 g met een rente van 10 g (5%) bij griffier Jacobus De Witte en zijn vrouw Joanna Maria Clauwaert. Als pand gaf hij een weide van 2 d 28 r palend aan de Nieuwstraat. Op 18 augustus 1775 was de lening volledig terugbetaald.
Michiel erfde van zijn ouders:
-De helft van 3 d 15 r broek op de Rottincam te Asbeek, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en de heere fiscael Coloma en de voetweg.
– de helft van 2 d 32 r land op de Geestkouter te Asbeek, palend aan Jan Van Bever, de erfgenamen van advocaat Louis Van Handenhove en Guillam Bastaert.
– 1 d 91 r land op de Rottincam, palend aan Jan De coster, Thomas Verbeken.
– een perceel op de Cleijnen Esschenen Elst, 94 r, palend aan Hendrik De Bailliu, Franchois Linthout en Coloma.
– een weide gelegen te Hekelgem van 2 d 28 r, palend aan de Nieuwstraat en Franchois Resteau.
In 1687 was Petrus / Peter paardenknecht in de abdij. In 1687 kwam hij in moeilijkheden na een klacht van de pastoor Adolf Droesbeeck van Erembodegem bij de aartsbisschop A. de Berghes tegen de knechten van de abdij. Volgens hem hadden zij zich onbetamelijk gedragen na de processie van O.-L.-Vrouw Hemelvaart in de herberg De Drie Koningen. Als gevolg van de aanklacht ondervroeg proost Vedastus Van Nuffel, bijgestaan door notaris Jan De Witte van Meldert al het mannelijk dienstpersoneel van de abdij. Dat waren er 23 waarvan de meesten nog vrij jong waren. Enkele oudere knechten waren misschien niet meer actief maar mochten in de abdij van kost en inwoning genieten. De aanklacht luidde dat ze in De Drie Koningen bij de speelman waren geweest en daar hadden gedanst, gesprongen, gekust ende geleckt. Ook de waard en de waardin, nl. Guillam Cornelis, die niet kon schrijven, en Elisabeth Robijns, werden gedagvaard. Proost Vedastus dagvaardde 23 knechten en onder hen de paardenknecht Peter Clauwaert, een wagenmaker, een kuiper, een schoenmaker, een smid, een hovenier, een mulder, een kok en een schommelcock (een occassionele kok), een kleermaker, een portier en een organist. Peter Clauwaert verklaarde dat hij op 15 augustus mis had gehoord, gebiecht en gecommuniceerd, nadien aanwezig was in de vespers en bij de preek. Hij had deelgenomen aan de processie en was daarna met enige eerelycke jonkmans naar De Drij Coninghen gegaan bij zijn oom en moye (tante) Elisabeth. Zij was de zus van zijn moeder waar hij na de dood van zijn moeder was opgegroeid. Hij was er ongeveer anderhalf uur gebleven, doch niet bij de speelman, die hij wel had gehoord in een andere kamer. Daar waren nog 18 a 19 jonkmans en enige dochters, onder wie de zusters van de pastoor van Erembodegem, vergezeld van de pastorieknecht. Peter Clauwaert was bereid zijn verklaring met een eed te bekrachtigen. Bij het ontvangen van de dagvaarding antwoordde de waardin, Elisabeth Robijns, aan de pedel dat zij zich niet bekommerde om dergelijke zaken en er met de proost, die haar verwant was, over gesproken had. Zij diende 5 st. of zo iets aan de pedel te betalen en de anderen werden door de tussenkomst van de proost niet verontrust[4].
Vanaf 1688 werd Peter in de kerkrekeningen vermeld als pachter van kerkgoederen en nog in dat jaar leverde hij aan koster Andries Segers een koe die hij zelf bereidde voor het dodenmaal van de broer van Andries. In 1696 was hij kerkmeester samen met zijn broer Michiel. Na de dood van Elisabeth Robijns verwierf hij de afspanning De Drij koningen. In de kerkrekeningen vinden we de volgende vermeldingen:
– In 1693 en 1696: betaald aan Peter 3 g voor het vertier in zijn huis voor het winnen van eenen silveren keeghel.
– 1697 en 1700: betaald aan Peter 9 g 3 st voor het vertier van de kerkmeesters na het omhalen van de kerkhop en het winnen van eenen silveren voghel ende eenen keeghel.
Hij en Joanna waren welstellende mensen. Hij was ook een grote boer die niet minder dan 35 d 65 r gronden huurde[5]. Derhalve was hij een belangrijke figuur in de gemeente. Van 1711 tot 1723 ondertekende hij als schepen van de schepenbank van Asse meerdere documenten en ook de rekeningen van de parochie. Zij konden ook nog land bijkopen.
– Op 22 februari 1712 kochten Peeter (Petrus) en Joanna Cornelis 117 r elsbroek te Bleregem voor 200 g. De verkoper was Laureijs De Greve. Het elsbroek paalde aan Francis Robijns, Hendrik De Kegel en Michiel Clauwaert. De grondcijns aan de abdij beliep 1 st. Meier Guilliam De Baetselier van de Affligemse schepenbank stelde de akte op. De schepenen Peter Van Langenhove, Michiel Clauwaert en Andries De Witte ondertekenden de akte.
– 8 juli 1720: Peter en Joanna kopen 1 d land te Hekelgem op de Hoge Paal van Jaspar De Keijser en Anna Theresia De Maeseneer. Het goed paalde aan de voetweg naar de kerk en aan Jan Meert. Het was belast met een grondcijns van 3 st aan de abdij. Notaris Crick stelde de akte op.
– Na de dood van (Egidius) Gillis kocht Anna Francisca op 4 april 1740 nog een weide van 80 r voor 208 g van Guilliam Berlange. De weide lag op Bleregem en paalde aan advocaat ’t Kint en was belast met een grondcijns van 16 st aan de abdij. Meier Martinus Linthout van de abdij stelde de akte op en de schepenen Judocus Godefroij, Hendrik De Voghel, Jan De Vis en Jan Meert ondertekenden de akte.
– Op 24 januari 1743 gaf Anna Francisca een lening van 200 g aan Catharina Mannaert uit Meldert, de weduwe van Peeter Goetvinck. De rente bedroeg 5%. Indien Catharina de rente binnen de drie maanden na de vervaldag betaalde kreeg ze een korting van 2 g. Als onderpand gaf ze een hofstede met huis van 1 d aan de Domentstraat te Meldert en 59 r bos in Den Oensbosch te Meldert gelegen. Op 30 oktober 1745 werd de lening terugbetaald.
– Op 29 november 1750 kocht Josephus Van Lierde, de schoonzoon van Anna Francisca, voor haar 98 r land op de Morette te Hekelgem. De verkopers waren de kinderen van wijlen Jan Everaert. Het land paalde aan de steenweg, aan een eigen perceel, Carel Everaert en de voetweg. Het was belast met een grondcijns aan de abdij.
VIa- PETRUS JOSEPHUS, de tak Petrus Josephus – Joanna Maria Bastien.
Petrus Josephus, te Hekelgem gedoopt op 20 april 1693 overleed aldaar op 12 april 1785. Hij huwde een 1ste maal te Hekelgem in 1724 met Maria Cooremans, gedoopt te Hekelgem in 1695 en aldaar overleden op 20 juni 1727. Petrus Josephus hertrouwde te Liedekerke op 18 april 1728 met Joanna Maria Bastien, gedoopt te Liedekerke in 1702, overleden te Hekelgem op 2 januari 1785.
Kinderen uit het eerste huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1.Joanna Catharina, gedoopt op 18 april 1725, overleden te Hekelgem in 1808.
2. Joannes Franciscus, gedoopt op 18 april 1725, overleden te Hekelgem in 1782.
Kinderen uit het tweede huwelijk met Joanna Maria Bastien te Hekelgem gedoopt:
3. Michaël, gedoopt op 21 december 1728, overleden te Hekelgem vóór 1734.
4. Anna Maria, gedoopt op 11 januari 1730, overleden te Hekelgem in 1802.
5. Petrus, gedoopt op 13 maart 1732, overleden te Hekelgem in 1754.
6. Michaël, volgt VIIa.
7. Benedictus, gedoopt op 15 juli 1735, te Hekelgem overleden in 1800.
8. Joannes Baptist, gedoopt op 4 oktober 1736, zie verder “Dramatisch ongeval”.
9. Petrus Franciscus, gedoopt op 13 april 1738.
10. Ferdinand, gedoopt op 11 februari 1740.
11. Jacobus, volgt VIIb.
12. Judocus, gedoopt op 20 maart 1744, overleden te Hekelgem in 1817.
Petrus Josephus erfde van zijn ouders:
– een broek van 1 d 4 r te Asse, palend aan de Droge Weide, Carel Rogiers, het klooster van Jericho en Jan Leemans.
– 2 d 70 r land te Asbeek, ook op de Droge Weide gelegen en palend aan de beek.
– 1 d 16 r land genoemd Den Quaden Meersch, palend aan de beek en Jan Leemans.
– 1 d 15 r broek en bos te Bleregem, palend aan Jan Baptist Robijns, Arnout De Vis en de erfgenamen Michiel Clauwaert.
– 1 d 1r land op de Kluiskouter, palend aan Philips Robijns, Michiel Crick, Gillis Lenssens en de abdij.
– 1 d 20 r land op Het Schepersveld, palend aan Cornelis Van Lier, Aernout Van Droogenbroeck en de straat.
– Een hofstede met huis en land, groot 2 d 15 r op Boekhout, palend aan de steenweg en de hofstede van Geeraert Van Den Biesen. De hofstede was belast met 5 g 12 st 1 bl grondcijns aan de abdij.
– Elke erfgenaam van Petrus en Joanna Cornelis moest elk jaar 1 pattacon geven aan zuster Bernardine van het gasthuis te Asse en 1 pattacon aan Jan Baptist Clauwaert, religieus van Bogaarden te Brussel.
Petrus / Peter was collecteur van Hekelgem van 1756 tot 1769 en bedesetter 1722 tot 1732. In 1758 betaalde hij als welstellende boer voor de 20ste penning 25 g 9 st 1 o voor 7 b 58 r land, een woning en een nerick of commerschap (brouwerij en taverne).

De handtekeningen van Jan Baptist ’t Sas, M. Van der Schueren, Michiel Bellemans en Peeter Clauwaert onder de rekening van 1733.
Peter was in staat om zijn bedrijf uit te breiden.
– Op 1 maart 1728 kocht Peter (Petrus) voor 167 g een onbehuisde hofstede op Boekhout, palend aan de steenweg, de weduwe Philips Verleysen, Carel Stevens. De hofstede was belast met een cijns van 3 st aan de abdij en 30 st aan de kerk van Hekelgem.
– Op 17 december 1736 stond hij een lening van 200 g toe aan Gillis Van Nieuwenhove met een rente van 20 g. Als onderpand gaf Gillis zijn woning met hof en hopveld, groot 59 r en palend aan de Mazitsstraat, Barbara Gole en Francis Verleysen. Het goed was belast met een cijns aan de Kerk van Hekelgem van 12 st.
– Op 9 oktober 1747 aankoop door Peter en Joanna Maria Bastien van een hofstede van 2 d aan de steenweg te Hekelgem voor 2040 g en 20 g voor hopstaken. Het goed paalde aan de erfgenamen Lieven Daens, Peter De Keghel, Geeeraert Van den Biesen en Andries Van Ghete. De verkopers waren Jan Droeshout en zijn vrouw Joanna Van Rampelbergh uit Erembodegem. De verkopers mochten nog het loof en de klaveren weghalen. De hofstede was belast met een cijns aan de abdij en een cijns van 16 st aan de Kerk van Hekelgem. Er rustte nog een lening op van 600 g, een bedrag dat de kopers in mindering mochten brengen. Griffier Jacobus De Witte stelde de akte op als vervanger voor meier Hendrik ’t Sas. De schepenen Jan Meert en Louis Van den Bossche ondertekenden de akte.
Volgens de gemeentetelling van 27 december 1754 bestond het gezin van Peeter Clauwaert, herbergier en brouwer-pachter met sijne huijsvrouwe met seven kinderen, 1 van 28 jaer, 1 van 23 jaer, 1 van 20 jaer, 1 van 17 jaer, 1 van 15 jaer, 1 van 11 jaer, 1 van 10 jaer. Hij had een herberg waar de bedesetters regelmatig vergaderden, net zoals die dat ook deden in het Bourgoins Cruijs bij de familie Roseleth en later in De Kaaszak bij Zacharias De Wever. Voor het vertier ontving hij een vergoeding. Een selectie uit de rekeningen van de bedesetters:
– 3 juli 1753: vergadering over de vergoeding van de drossaard.
– In 1754 vergaderden de bedesetters meermaals over het aandeel van Hekelgem in een verloren proces tegen enkele meierijen.
– 30 augustus 1755: beraadslaging over de betaling van een deurwaarder.
– 8 maart 1758: betaling van 8 g voor het vertier van de gildebroeders van Meldert tijdens de kermis van Hekelgem.
– Op 25 december 1767 maakten de bedesetters een lijst op van de korporaals van de wacht. Zij verteerden voor 2 g.
– Op 25 januari 1768 vergaderden ze over de 20ste penning en verteerden voor 4 g.
Als een van de grote boeren van Hekelgem behoorde hij tot de selecte groep die voor de overheid bepaalde opdrachten moest uitvoeren. Op 17 mei 1744 waren Franse troepen Vlaanderen binnengedrongen en verdreven de Hollanders uit de Barrièresteden. Op 23 november zochten Hollandse ruiters logement in Hekelgem. Peter moest 6 ruiters met een kwartiermeester-generaal onderdak bieden. Ze hadden ook 16 paarden bij. Nadien volgden nog verplichte leveringen:
– Op 30 januari 1743 ontving hij van de rendant van de parochie 11 g 8 st voor de levering van een wagen bespannen met 4 paarden voor het transport van bagage van sijne Majesteijt van Brussel naar Tibies (Tubize?). Dat was ook nog eens het geval op 19 december 1743.
– Voor de levering van een koe aan het Franse leger ontving hij in 1747 40 g.
– In 1748 leverde hij voor 9 g 16 st 2 o hooi aan de geallieerden.
– Op 8 januari 1748 ontving hij 60 g 12 st 2 o voor hooi, stro, eetwaren en vervoer gedaan in 1745.
– Voor logementen in 1749 ontving hij 11 g 11 st en 183 g volghens den voorschreven leest ende ordonnantie.
– Voor de levering van 50 bussels hooi op 10 oktober 1745 en nog eens 7 bussels op 10 december 1745 aan de geallieerden betaalde collecteur Andries Daens 9 g 15 st.
– Op 2 mei 1758 voerde Peter in opdracht van de bedesetters van Hekelgem enkele gevangenen naar Brussel. Als vergoeding kreeg hij 6 g 4 st plus 1 g 18 st voor het vertier van de gevangenen bij hem thuis.
– In opdracht van de drossaard vervoerde Peter in 1759 enkele vrachten ten dienste van sijne Coninclijke Majesteijt waarvoor de rendant van Hekelgem hem 60 g gaf.
– Op 24 maart 1763 voerde hij met een wagen getrokken door 4 paarden de bagage van het regiment van Piëmont naar Halle en naar Tubeke voor een vergoeding van 21 g.
-Op 9 december 1779 ontving Peter 13 g voor het transport van een wagen bespannen met 2 paarden naar Genappe en naar Mechelen met de bagage van de kanonniers. De reis duurde 3 dagen.
– Op 20 oktober 1763 trok de toen 72-jarige Peter, pachter en brouwer, naar Brussel om te getuigen in een proces dat door Peter Bosteels was aangespannen tegen Jan Baeck die een carte figuratief van Hekelgem had getekend. Peter was, samen met de pastoor, de armenmeesters en de rendant, gedagvaard door officier Jan Cauckens ten huize van de schepen en rechtsgeleerde Theijs. Het ging om een aantal geschillen zoals de verkeerde vermelding van de eigenaar of de betwisting of er voor een bepaald perceel al of niet een losgat was.
– Op 29 december 1767 ontving Peter 8 g 15 st, de rente van een obligatie ten laste van de gemeente.
– 27 juni 1770. Peter gaf op vraag van de bedesetters en regeerders der prochie van Hekelgem een lening van 500 g met een rente van 17 g 10 st (3,5%). De lening moest binnen de 3 jaar terugbetaald worden en diende om een eerdere lening aan sieur Willicx af te lossen. De akte werd ondertekend door Peter Em. Schoon, J.B. Vonck, Ferdinand Meert, J.C. De Ridder, Gillis Plas, Peter Ceuppens, Franciscus Meert, Zacharias De Wever en J. Van Lierde. De lening werd in 2 schijven afgelost, nl. op 23 november 1770 en 31 mei 1783.
Dramatisch ongeval voor Jan Baptist.
Op 28 april 1781 reed Jan Baptist op vraag van de econoom van de abdij met paard en kar naar Aalst om een lading kalk. Op de terugweg, hij was al nabij zijn ouderlijk huis op de Boekhoutberg, wilde hij iets van de wagen nemen, viel eraf en kwam onder de wagen terecht. Zijn buik werd verpletterd door het achterwiel. Buurbewoners brachten hem naar zijn thuis. Hij was er erg aan toe en iemand liep naar de pastorie om de pastoor te verwittigen. Die was afwezig, maar de onderpastoor kwam direct mee om Jan baptist de ziekenzalving te geven. Hij stierf nog dezelfde nacht.
Toen de onderpastoor ’s morgens het overlijden vernam, verbood hij de familie om het lijk naar de abdij over te brengen waar Jan Baptist in dienst was. Terwijl men nog bezig was om het lijk op de wagen te plaatsen, kwam de officier van het Land van Asse daar voorbij. Hij stelde van het ongeval een proces verbaal op en verbood ook om het lijk te vervoeren. Ondertussen was proost Beda Regaus van het ongeval en van het verbod van de onderpastoor op de hoogte gebracht. Hij zond een notaris naar de onderpastoor van Hekelgem om te protesteren tegen het verbod. De notaris wees de geestelijke op de mogelijke gevolgen als die verbod bleef handhaven. De onderpastoor liet daarop het lijk naar de abdij overbrengen. Daar de pastoor nog altijd afwezig was, zocht hij de pastoor van Meldert op om zich beter te informeren over de plaatselijke toestand. Door de Meldertse pastoor overtuigd van het recht van de proost ging hij naar de abdij om zijn excuses aan te bieden. Aan Beda Regaus verklaarde hij dat zijn verbod maar tijdelijk was. Hij wou zich eerst bij een confrater op de hoogte stellen van de plaatselijke gebruiken. De abdij behoorde niet tot de parochie van Hekelgem of Meldert en het dienstpersoneel was feitelijk parochiaan van de abdij. Die situatie ging terug tot een oorkonde uit 1121 van hertog Godfried met de Baard. Alle personen die in regelmatige dienst van de abdij stonden, waren onderworpen aan de rechtsmacht en het gezag van de abt. Wanneer knechten of meiden een daad stelden waarbij het kerkelijk gezag moest tussenbeide komen, was het de abt of de proost als zijn vervanger, die het gezag vertegenwoordigde. Zo moesten ze bijv. hun paasplicht in de abdijkerk houden.
Daarmee was het probleem nog niet opgelost. Diezelfde middag van 29 april kwam de drossaard van Asse naar de abdij en even later bood de officier die het proces verbaal had opgesteld zich ook aan bij de proost. De drossaard wees erop dat het ongeval plaats had in zijn rechtsgebied en dat er een lijkschouwing moest gebeuren. Beda Regaus beval dan om het lijk buiten het abdijdomein te brengen voor de lijkschouwing. Zo kon de drossaard geen daad van rechtsmacht op het domein van de abdij stellen. Na de lijkschouwing bracht men het lijk terug naar de abdij en kon de ongelukkige Jan Baptist op het abdijkerkhof worden begraven[6].
VIIa- MICHAEL.
Michaël, de zoon van Petrus Josephus en Maria Bastien werd te Hekelgem gedoopt op 2 februari 1734, overleed er op 10 oktober 1782. Hij huwde te Hekelgem op 4 november 1761 met Anna Petronella Droeshout, gedoopt te Hekelgem op 17 november 1726 en er overleden op 31 december 1808, dochter van Joannes en Barbara Van Vaerenbergh. Zij hadden 4 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Barbara Petronella, gedoopt op 24 november 1761 en te Hekelgem overleden in 1761.
2. Joanna Maria, gedoopt op 14 december 1764, overleden te Hekelgem in 1835. Zij trouwde met Andreas Coppens te Hekelgem op 5 november 1794. Andreas overleed te Hekelgem op 23 januari 1842. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Anna Maria, gedoopt op 11 januari 1796, overleden te Hekelgem in 1862. Zij trouwde te Hekelgem met Judocus De Bailliu.
2. Joanna, gedoopt op 21 mei 1797.
3. Balduinus, gedoopt op 28 augustus 1798, overleden te Hekelgem in 1809.
4. Joannes Baptist, gedoopt op 5 november 1800.
5. Joanna Catharina, gedoopt op 25 juni 1803.
6. Petrus Franciscus, gedoopt op11 april 1806.
7. Maria Josepha, gedoopt op 30 december 1808, trouwde met Petrus ’t Kint.
3. Maria Judoca, gedoopt op 4 december 1767, overleden te Hekelgem in 1790.
4. Maria Catharina, gedoopt op 13 januari 1771, overleden te Hekelgem in 1833. Zij trouwde op 9 februari 1808 te Hekelgem met Petrus Bosteels, te Hekelgem gedoopt op 11 mei 1751 en er overleden op 15 april 1830. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Joannes Franciscus, gedoopt op 21 januari 1809.
2. Andreas, gedoopt op 30 april 1812, overleden te Hekelgem in 1820.
Michaël (Michiel) was collecteur van de schepenbank van Hekelgem van 1767 tot 1770 en bedesetter van 1772 tot1777.
Op 14 december 1764 betaalde Judocus Van de Perre, voogd van de Joanna, Fidelis, Henricus, Maria Theresia Van de Perre, minderjarige kinderen van Franciscus en Catharina Van Nieuwenborgh 485 g 14 st 3 deniers aan Joanna Maria en Maria Catharina Clauwaert, meerderjarige kinderen van Michiel en Anna Petronella Droeshout. Anna Petronella kreeg 74 g 5 st 9 deniers. Daarmee was een lening van 560 g afgelost die Franciscus Van de Perre en Catharina Van Nieuwenborgh waren aangegaan op 17 juni 1792.
VIIb- JACOBUS.
Jacobus, zoon van Petrus Josephus en Maria Bastien, werd te Hekelgem gedoopt op 20 december 1741 en overleed er in 1805. Hij huwde te Hekelgem op 24 november 1783 met Maria Theresia Bellemans, te Hekelgem gedoopt op 2 april 1759 en er overleden op 20 mei 1800. Zij was een dochter van Joannes Baptist en Anna Maria Droeshout. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Petrus Franciscus, gedoopt op 8 april 1782, overleden te Hekelgem in 1783. Onwettig kind, ouders 19 maanden later getrouwd.
2. Benoit, volgt VIIla.
3. Jan Baptist, volgt VIIIb.
4. Judocus, gedoopt op 5 mei 1789 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.
5. Judocus, gedoopt op 25 april 1790.
6. Jacobus Bernardus, gedoopt op 9 juli 1792 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.
7. Petrus Joannes, gedoopt op 29 januari 1794 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.
8. Petrus Ferdinand, gedoopt op 1 augustus 1795 en aldaar nog hetzelfde jaar overleden.
In het huis van Jacobus woonden ook Joanna Catharina en Joannes Bellemans, kinderen van competenten ouderdom van Jan Baptist Bellemans en Anna Maria Droeshout. Jacobus verkocht voor 548 g 2 st een behuisde hofstede van 8 r aan Frans Verleyen. Het goed paalde aan de Langestraat, de erfgenamen Petrus Mattens, Frans Clauwaert en Hendrik Van Nieuwenborgh[7]
Op 16 juni 1798 werden de geconfisqueerde goederen die Jacobus pachtte van de abdij in een verkoopzaal te Brussel openbaar verkocht[8]. De lijst geeft een duidelijk beeld van de omvang van de boerderij van Jacobus. De goederen waren 8 mei 1798 geschat door Jean Valentin Cordier, expert en Mathias Gruber, commissaris te Asse. De jaarlijkse opbrengst was geschat op £ 306, en de verkoopprijs op £ 6120, de 105 hoogstammige bomen werden geschat op £ 320, samen £ 6440. Ze waren verpacht aan burger Josse Clauwaert, voor negen jaar voor een pachtsom van £ 139 met een onderhandse akte verleden door Hieronymus Haenen, syndicus van de abdij Affligem. De pacht eindigde op 25 december 1805. Jacobus liet de schatters noteren dat het schaarhout op de percelen nr. 4 en 6 zijn eigendom was.
Beschrijving van de goederen:
Zes bunder 51 roeden (7 ha 70 a 53 ca) land, weide en bos gelegen te Hekelgem, kanton Asse, verpacht voor een jaarlijkse som van 139 gulden, lasten niet inbegrepen. Deze goederen waren gelegen en opgedeeld als volgt:
1- Één dagwand 88 roeden (59 a 10 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Hekelghemcauter” grenzend aan een zijde aan het goed van de pastorij van Hekelgem, 2de idem, 3de aan het steegje genaamd “Het Losgat”, en 4de aan de goederen van burger Jean Verleijsen.
2- Twee dagwand 55 roeden landbouwgrond gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Het Hooghde” grenzend aan een zijde aan de straat genaamd “Kerkstraat”, 2de & 3de aan de goederen van de pastorij van Hekelgem en 4de aan de goederen van burger Josse Lelie.
3- Drie dagwand 60 roeden (1 ha 13 a 17 ca) landbouwgrond gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Schaepschuur” grenzend langs drie zijden aan de goederen van de abdij Affligem en 4de aan de steenweg van Asse naar Aalst.
4- Één bunder één roede (1 ha 26 a 6 ca) weide en bos gelegen te Hekelgen op de plaats genaamd “Den Dome Driesch” (Domentdries) grenzend aan twee zijden aan de straat genaamd “den Driesch”, 3de aan de goederen van de abdij Affligem, en 4de aan de goederen van burger Pierre Accoleijen.
5- Één bunder 40 roeden (1 ha 38 a 32 ca) landbouwgrond gelegen te Essene op de plaats genaamd “Heyenboschcauter” grenzend langs drie zijden aan de goederen van de abdij Affligem, en 4de aan de steenweg van Asse naar Aalst.
6- Één bunder 47 roeden (1 ha 40 a 52 ca) landbouwgrond en bos gelegen te Essene op de plaats genaamd “Mertelinckxbosch” grenzend aan een zijde aan de vijver genaamd “Cauwenbergvijver”, 2de aan de steenweg van Brussel naar Gent, 3de & 4de aan de goederen van de abdij Affligem.
7- Drie dagwand 60 roeden (1 ha 13 a 18 ca) weide gelegen te Sint-Katharina-Lombeek op de plaats genaamd “Kerrebroeken”, grenzend langs drie zijden aan de goederen van de abdij Affligem, en 4de aan de “Molenbeek”.
Het bieden ving aan met een openingsbod van 4 830 pond. Burger A. Camusel bood daar als laatste 88 000 pond, dit was niet genoeg volgens de administratie. Een nieuwe toewijzing werd vastgelegd een decade later op 26 juni 1798. Daar werden de goederen opnieuw aangeboden en dan toegewezen voor een eindbod van 89 000 pond aan burger Everard Tops uit te Brussel. Vermoedelijk was hij een stroman voor een onbekende opdrachtgever[9].
Op 18 juli 1791 verkochten Jacobus en zijn vrouw Maria Theresia Bellemans een behuisde hofstede van 8 r en gelegen aan de Langestraat aan Frans Verleysen voor 548 g 2 st. De hofstede paalde aan de erfgenamen Petrus Mattens, Frans Clauwaert en Hendrik Van Nieuwenborgh. In dat jaar woonden Joanna Catharina en Joannes Bellemans, jongeren van competenten ouderdom, zus en broer van Maria Theresia bij hen in.
VIIIa- BENOIT.
Benoit (Benedictus) werd te Hekelgem geboren op 23 juli 1785 en overleed er op 11 april 1837. Hij trouwde te Hekelgem op 7 juli 1806 met Angelina Francisca t’Kint, te Hekelgem geboren op 11 december 1778 en er overleden op 2 april 1813. Zij was de dochter van Gaspar Petrus en Elisabeth Schelkens. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:
1.Pierre Benoit, volgt IX.
2. Gaspar Joseph, geboren op 17 mei 1810.
3. Jeanne Marie, geboren op 10 december 1812.
Na de dood van Angelina Francisca ging Benoit een tweede huwelijk aan te Hekelgem op 25 augustus 1815 met Elisabeth Ringoot. Elisabeth was teWouw geboren op 14 december 1793 en overleed te Hekelgem op 28 februari 1820. Zij was de dochter van Joannes Baptist en Cornelia Deblaey. Er werden nog 3 kinderen te Hekelgem geboren:
4. Marie Thérèse, geboren op 10 november 1815.
5. Seraphine, geboren op 27 juli 1818 en te Hekelgem overleden op 31 maart 1824.
6. André, geboren op 16 januari 1820 en te Hekelgem overleden op 19 februari 1820.
In 1832 werd Benedictus burgemeester na het overlijden van Joseph De Doncker. Emmanuel ’t Kint was schepen. Hij bleef burgemeester tot de verkiezingen van 1836. Dan werden hij en zijn schepen Emmanuel ’t Kint niet verkozen. J. Bosteels werd de nieuwe burgemeester.
IX- PIERRE BENOIT.
Pierre Benoit geboren te Hekelgem op 8 mei 1807 en er overleden op 20 december 1878. Hij trouwde met Barbara Joanna Callebaut te Hekelgem op 9 maart 1837. Zij was te Aalst geboren op 9 september 1811 en overleed te Hekelgem op 12 november 1890. Barbara was de dochter van Josephus en Colleta Mergan. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:
1. Hortensia, geboren op 12 april 1837.
2. Augustus, geboren op 2 oktober 1838, volgt Xa.
3. Cecilia, geboren op 15 mei 1841.
4. Emmanuel, geboren op 4 februari 1842.
Volgens de poppkaart bezat hij in 1860 een huis op 2 a grond in de Langestraat rechtover de Warande van de abdij met daarbij een weide van 9 a 20 ca.
X- AUGUSTUS.
August werd te Hekelgem geboren op 2 oktober 1838 en overleed er op 8 augustus 1888. Hij trouwde te Hekelgem op 2 juni 1869 met Henrica Clocheret, te Hekelgem geboren op 9 januari 1843 en er overleden op 19 maart 1891. Henrica was de dochter van Carolus en Sophie Verleysen. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem geboren:
1. Sophia Josepha, geboren op 29 maart 1870.
2. Barbara Celina, geboren op 27 september 1872.
3. Eugenius Joannes, geboren op 22 december 1876.
4. Benedictus Leopoldus, geboren op 22 december 1878.
5. Jan Baptist, geboren op 5 december 1881.
VIIIb- JAN BAPTIST.
Landbouwer Jan Baptist werd te Hekelgem geboren op 30 december 1786 en overleed er op 4 december 1870. Hij trouwde te Hekelgem op 7 juni 1820 met Cecilia Roseleth, te Hekelgem geboren op 20 november 1783 en er overleden op 6 juli 1865. Zij was de dochter van Franciscus en Maria Anna Droeshoudt. Zij hadden een dochter Maria Benedicta, te Hekelgem geboren op 20 september 1824.
Volgens het register van Popp bezat Jan Baptist op de Boekhoutberg nr. 914 zijn huis, nr. 915 tuin, nr.913 hopveld. Voorts nog 3 ha 7 a 7 ca land verspreid over 11 percelen, 41 a 70 ca bos verspreid over 4 percelen en een tui van 9 a 70 ca.
Popp vermeldt een tweede Jan Baptist die in Hekelgem 1 ha 56 a 8 ca aan landerijen bezit maar er niet woont.

Poppkaart ca 1860.
Vb- MICHAEL / MICHIEL.
Michaël werd te Hekelgem gedoopt op 10 juni 1660 als zoon van Petrus en Catharina Robijns. Hij overleed er op 14 juni 1716. Hij trouwde met Anna Buggenhout, te Hekelgem overleden op 31 maart 1739. Zij hadden 7 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Francisca, gedoopt op 27 december 1682.
2. Joannes, gedoopt op 27 december 1682.
3. Joanna Maria, gedoopt op 1 oktober 1684, overleden te Hekelgem in 1751, huwelijk met Jacobus De Witte op 19 januari 1707. Jacobus was griffier van de abdij en overleed te Hekelgem op 8 mei 1750. Zij hadden 9 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Adriana, gedoopt op 22 oktober 1707.
2. Joannes Baptist, gedoopt op 11 oktober 1708, overleden te Hekelgem in 1772, huwelijk met Theresia Meert. Zijn dooppeter was E. H. Joannes Baptist De Witte.
3. Jacobus, gedoopt op 26 augustus 1710.
4. Anna Maria, gedoopt op 4 juni 1712.
5. Benedictus, gedoopt op 21 maart 1714. Zijn dooppeter was dom Odo De Craecker, proost van de abdij en zijn doopmeter domna Gertrudis Vinck, abdis van de abdij Ten Rozen.
6. Joanna Petronella, gedoopt op 8 maart 1716, overleden te Hekelgem in 1787, gehuwd met Petrus Schoon.
7. Bernardus Hiëronymus, gedoopt op 26 januari 1718.
8. Maria Theresia, gedoopt op 2 mei 1719.
9. Anna Catharina, gedoopt op19 augustus 1723.
4. Adriana, gedoopt op 3 april 1687.
5. Petrus, gedoopt op 16 december 1689, overleden te Hekelgem in 1703.
6. Andreas, gedoopt op 3 oktober 1692.
7. Petronella, gedoopt op 17 november 1697, trouwde met Michaël Van der Schueren te Hekelgem op 17 december 1720. Michaël overleed te Hekelgem op 15 december 1763 en werd in de kerk begraven. Zij hadden 10 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Maria Anna, gedoopt op 26 oktober 1721, begijn in het Groot Begijnhof te Brussel.
2. Job, gedoopt op 30 januari 1723.
3. Alexander, gedoopt op 30 januari 1723.
4. Anna Maria, gedoopt op 7 augustus 1724.
5. Joanna Maria Ludovica, gedoopt op 21 februari 1726.
6. Theresia, gedoopt op 3 februari 1728.
7. Joanna, gedoopt op 29 januari 1730.
8. Anna Catharina, gedoopt op 11 januari 1732.
9. Joannes Franciscus, gedoopt op 30 augustus 1733.
10. Joannes Baptist, gedoopt op 23 juni 1737.

Handtekening van Michiel onder een dorpsrekening[10]
In 1703, bij de verkoop van een grond werd Michiel genoemd als schepen van Affligem en in 1714 als meier. Hij woonde met Anna op een hofstede in Bleregem. Michiel en Anna boerden goed en konden hun bezittingen gestaag uitbreiden.
– Op 30 augustus kochten Michiel en Anna 3 d zaailand en bos te Hekelgem. De verkoper was Guilliam De Raedt. Het goed paalde aan Adriaan Van Rampelbergh en Franchois Robijns. Het was belast met een grondcijns van 9 st aan de abdij. Meier Michiel Wambacq stelde de akte op.
– Op 25 februari 1687 kochten ze ½ d land op het Domentveld te Essene van Melchoir Carnoy. Het paalde aan De Neuckers, de wezen Joos Berlange en de erfgenamen van Joos Van den Houte. Michiel Wambacq stelde de akte op.
– Op 19 augustus 1687 kochten ze 1 d op Bleregem van de voogden en wezen van Anthoon Antheunis en Maria Meert. Het perceel grensde aan Joos Van den Bossche, Adriaan De Baetselier en de straat. Het was belast met een cijns van 10 mijten Artios, 17 schellingen 9 penningen, 2 kapoenen en 4 hennen aan de abdij.
– Op 29 december 1687 kochten ze van Barbara De Decker en Joos Raspoet 1 d 20 r land te Hekelgem. Het stuk paalde aan de straat, Guilliam Cornelis en de wezen Anthoon Anbthonus. De cijns aan de abdij bedroeg 17 schellingen 1 blank 2 kapoenen en 4 hennen.
– Op 16 mei 1694 kende Michiel een lening van 300 g toe met een looptijd van 2 jaar aan de parochie van Hekelgem. De rente bedroeg 18 g 15 st. De bedesetters Peter Clauwaert, Guilliam De Valck en Peter De Kegel ondertekenden de akte.
– Op 27 september 1706 volgde de aankoop van 1 d op de Cleinen Hoogenpael aan de Fossel, palend aan de erfgenamen Jan De Lieuw, François Verhoeven, de abdijgoederen. en Hendrik De Valck. De verkoper was François Cornelis. Schepen Peter Van Langenhove van de Affligemse schepenbank stelde de akte op.
– 3 januari 1707 aankoop van een huis, mouterij, schuur, stallingen, ast en hoplochting, groot 6 d 69 r. Het goed lag in de Langestraat. De verkopers waren de erfgenamen van Jan Van Nuffel. Hun dochter Joanna Maria en haar man Jacobus De Witte, dan meier van Affligem, namen er later hun intrek.
– 6 februari 1713: aankoop van 90 r land van de kinderen De Meschmaecker. Het land paalde aan Jan De Clercq, Franchois Verleysen, Joos Van den Eynde en de straat en was belast met een grondcijns aan de abdij en een rente van 6 g aan de weduwe Jan Van Nuffel. Guilliam De Baetselier stelde de akte op.
– 27 februari 1713: aankoop van een hofstede van 90 r op de Hoge Paal te Bleregem, palend aan de abdijgoederen, de straat en Jacobus Van Ransbeeck. De verkoper was Peter Van den Biesen; 100 r land op de Molenkouter, palend aan Merten Cornelis en de erfgenamen Michiel Mertens; 53 r land op de Hoge Paal, palend aan de voetweg van Bleregem naar de kerk van Hekelgem, Franchois Robijns en de erfgenamen van Andries Segers. Het perceel was belast met een grondcijns aan de abdij en een rente van 100 g aan juffrouw Beeckmans, begijn te Aalst.
Michiel en Anna waren ook actief op de financiële markt als leengever:
– Op 8 februari 1695 gaf Michiel een lening van 72 g met een rente van 4 g 10 st aan de minderjarige kinderen van Fraciscus De Vis en Maria Clauwaert. Het geld diende voor het onderhoud van de kinderen. De drossaard Mortgat, de schepenen Andries Segers en Jan Van Seebroeck hadden de transactie goedgekeurd. Als pand verkreeg Michiel 1 d land op het Wouwveld, palend aan de abdijgoederen, Michiel Mertens en Joos Van den Houte.
– 6 april 1712: een lening van 78 g aan Gillis Van den Bossche uit Meldert. De rente bedroeg 4 g 17 st (6,25%). Gillis gaf als onderpand een perceel van 72 r op Het Cromphout te Meldert.
– 9 januari 1713: een lening van 200 g aan Jasper Van Huijnegem met een rente van 12 g 10 st. Als onderpand gaf Jasper 2 d 1 r palend aan de Grote Dries te Meldert. Als getuigen waren aanwezig Peter Van Langenhove, Peter Van den Bossche en Andries De Baetselier, de erflaters van het laathof van de abdij te Baardegem.
– 16 januari 1714: lening van 400 g aan Martinus Cornelis met een rente van 25 g (6,5%) met een korting tot 5% bij betaling binnen de 6 weken na de vervaldag. Als onderpand gaf Martinus een hofstede met huis van 3 d 34 r te Bleregem, palend aan de straat, de erfgenamen Franchois Dauwe, de erfgenamen Michiel Mertens en Michiel Clauwaert. Notaris Crick stelde de akte op. De lening werd afgelost op 24 maart 1721.
– 21 januari 1715: een tweede lening aan Martinus Cornelis, nu van 150 g met een rente van 9 g 7 ½ st (6,25%). Als onderpand gaf Martinus dezelfde hofstede als voor de lening van 16 januari 1714. Meier Guilliam De Baetselier stelde de akte op.
– 18 februari 1715: een lening van 400 g aan Michiel Van Nieuwenborgh met een rente van 6,25%. Als onderpand gaf hij een hofstede met huis te Meldert op Nievel. De hofstede paalde aan de Nieveldries en Jan Laus en was belast met een grondcijns aan de abdij.
– 18 januari 1715: een lening van 500 g aan Peter Goeffinck en Catharina Van den Houte met een rente van 25 g (5%). Als onderpand gaven zij een hofstede met huis te Nievel, palend aan de Nieveldries en de goederen van de abdij en een tweede hofstede met huis, palend aan voorgaande. De lening werd afgelost op 4 november 1718.
– 11 februari 1716 aankoop van 2 d broek te Bleregem van Peter Van Brempt voor 200 g.
– 7 mei 1725: Na de dood van Michiel gaf Anna nog een lening van 72 g aan Peter Buggenhout uit Meldert. De rente bedroeg 3 g 12 st. Als onderpand gaf Peter een hofstede van 50 r, gelegen te Meldert en palend aan Joos Buggenhout, de straat van Affligem naar Baardegem en de wezen Joanna Buggenhout.
Michiel en Anna stonden meerdere leningen toe aan de parochie van Hekelgem zoals blijkt uit de betalingen van de renten. : in 1703 en 1704 ging het om 75 g tot zelfs 83 g 15 st in 1711 en 127 g 10 st in 1714. Vanaf 1715 tot na het overlijden van Michiel tot 1734 telkens 60 g per jaar.
Op 10 februari 1716 kregen Michiel en Anna een gift van Guillam De Vis, vrijgezel en zoon van Franchois en Marie Clauwaert. Het was een hofstede van 20 r te Bleregem en palend aan de erfgenamen Andries Segers , Joos Bossaer en Franchois De Vis.
Testament van Michiel en Anna.
Op 9 juni 1716 kwam notaris Crick naar hun huis om het testament te noteren. Michiel was toen bedlegerig. Zij wilden begraven worden in het koor van de St.-Michielskerk van Hekelgem onder eenen vasten marbere sercksteen. Zij wilden elk jaar een jaargetijde op de dag van hun overlijden en daarvoor moesten hun erfgenamen 30 stuivers betalen. Het broek dat ze in februari hadden aangekocht diende als pand voor die betaling. Als erfgenamen duidden ze hun dochters Joanna Maria, Anna en Peternella aan. Dom Antheunis Jouvina van de abdij en Jan Baptista Geerstman waren de getuigen.
Op 12 januari 1717 werd Peter De Keyser, meester-beenhouwer van Asse veroordeeld tot de betaling van 52 g 11 st 1 blank. Anna Van Buggenhout, dan weduwe, had tegen hem een proces aangespannen bij de schepenbank van Asse omdat hij haar nog 25 g schuldig was voor de vette beesten die zij hem had geleverd. De beenhouwer werd driemaal voor de schepenbank gedaagd, maar kwam niet opdagen.
VIb- FRANCISCUS.
Franciscus werd te Hekelgem gedoopt op 21 augustus 1696 en te Hekelgem overleden op 17 augustus 1732. Hij trouwde met Anna Van der Slagmeulen, te Hekelgem overleden op 14 juli1743. Na zijn dood hertrouwde Anna met Joannes Ceurtvriendt. Zij hadden 3 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Joannes Baptist, gedoopt op 24 juni 1726.
2. Petrus, gedoopt op 12 augustus 1728.
3. Michael, gedoopt op 8 juli 1731.
Franchios erfde van zijn ouders:
-Het huis genoemd De Drij Coninghen met schuur, stallen, ast, brouwerij, stokerij met de ketels, kuip, leback, slang, balance onderhandt, stuijckmannen, drije riecken, eenen hacker, eenen bierboom, ende oock alle de schelfboomen behalvens in de nast, coets op de kelderkamer ende schappraye, coets op de slaepkamer, de schappraye in de keuken ende oock de stellingen die daer sijn huijsinghe hopstaecken daerop staende, groot van grond volgens de prochie metinghe 73 r. Het huis was belast met een cijns aan de abdij, met een jaargetijde in de kerk van Hekelgem met uitdelen van een gulden brood.
– Franchois moest opleggen aan zijn broer Michiel 278 g 2 st 1 bl en aan zijn zus Joanna 233 g 12 st.
Regeling van de inkomsten en uitgaven voor de kinderen van Francis en Anna.[11]
Peter Clauwaert, de broer vanFraciscus, stelde, als voogd van de kinderen van Francis en Anna de balans op van de ontvangsten en de uitgaven na het overlijden van beide ouders. Vermits het laatste gedeelte van de map ontbreekt, kennen we de juiste datum niet, wel het jaar, namelijk 1747.
De ontvangsten.
-voor de verhuur van De Drij Coninghen, huizen en een meers van 1744 tot 1747: 400-0-0
-verhuur van ½ b meers voor het jaar 1747: 23-0-0
–verkoop van hopstaken: 13-0-0
Totaal van de ontvangsten: 436 gulden.
Uitgaven.
Van de lange lijst met uitgaven noteerden we alleen de namen en de bedragen als ook de reden van betaling werd vermeld.
– aan P. Snagels voor leveringen: 3 – 0 – 2.
– aan Maximilian Spinnael voor leveringen: 5 – 0 – 0 en voor zijn werk: 7 – 16 – 0.
– aan Petrus Engelken om een nieuw stuk aan de slangh te zetten: 6 – 0 – 0.
– aan Pauwel Gregoir voor zijn werk: 3 – 0 – 0.
– aan Jan Baptist Clauwaert, zoon van Francis voor geleverd laken: 2 dukaten of 11 – 18 – 0.
– aan koster F. Resteau tot voldoening van zijn de kerkrechten bij de uitvaart van Peter Clauwaert, zoon van Francois: 3 – 7 – 0.
– aan pastoor De Cuyper tot voldoening van de uitvaart van Peter Clauwaert: 5 – 19 – 0.
– aan W. Van Bostraet voor de geleverde medicijnen voor Jan Baptist Clauwaert: 1 – 18 – 2.
– aan zuster Josina Pieters voor de medicijnen: 1 – 14 – 0.
– aan M. Meganck voor 2 ellen laken en vijf vierendeelen lijnwaert: voor Francis: 2 – 11 – 2.
– aan J. De Witte voor een jaar cijns ten behoeve van Afflighem: 5 – 18 – 0.
– aan Ign. Fr. Lindemans voor 3 en een halve maand schoolgeld, voorschot aan boeken, kaarsen enz: 26 – 7 – 0.
– aan A. Diericx voor een jaar rente op 14 november 1744: 28 – 0 – 0.
Totaal van deze uitgaven: 255 – 5 – 2.
Andere uitgaven
– aan de wethouders voor het afnemen van de beden als voogd en aan Hendrik Dauwe ook als voogd: 1 – 11 – 0.
– aan notaris Van Itterbeke voor het opstellen van het request: 1 – 7 – 0.
– aan J. B. Clauwaert voor het coopen van knopen: 0 – 10 – 0.
– aan Hendrik Dauwe voor een paar schoenen: 1 – 18 – 0.
– aan Hendrik Dauwe voor een paar schoenen en het lappen van een ander paar: 2 – 0 – 0.
– aan Borremans voor het maken van een broek en een jurk: 1 – 8 – 0.
– voor een paar kousenn voor Jan Baptist Clauwaert: 1 – 6 – 0.
– acht manden kalk gekocht voor de wezen van Franciscus Clauwaert aan 7½ st om de vloer te plavijen en de steenput te repareren: 3 – 0 – 0.
– 700 plavijen en honderd clomkens gekocht aan 14 st de 100: 5 – 12 – 0.
– voor het maken van een jurk en een broek aan Fr. Snaegels te Brussel en aan sieur Spinnael: 8 – 1 – 2.
– aan sieur Meganck van Aalst voor lakenstof: 2 – 11 – 0.
– aan Jan Baptist Verleijsen voor het maken van een broek: 0 – 15 – 0.
– aan Peeternelle Guns voor sijn ziekte en voor het wassen: 2 – 2 – 0.
– aan advocaet Bodry voor een schriftelijk advies: 2 – 16 – 0.
– een paar kousen gekocht: 1 – 5 – 0.
– aan Jan Baptist Clauwaert gegeven op 8 april 1747: 4 – 4 – 2.
– voor 28 voeten bert voor het repareren van de schuur, voor het werk, en nagels: 1 – 16 – 0.
– voor het jaargetijde van Elisabeth Robijns en Guillam Cornelis op 22 januari 1747: 2 – 2 – 2.
– aan Jan Baptist Clauwaert op 8 april 1747: 4 – 4 – 0.
– voor 3 bussels latten à 12 st de bussel voor het dak van het huis der wezen volgens certificatie van Philippus Van Den Bossche: 1 – 16 – 0.
– aan Peter Van Den Winckel voor het aansteken van de brandewijnketel: 0 – 15 – 0.
– aan Michiel Clauwaert voor het voorschot aan Jan Baptist Clauwaert: 6 – 17 – 2.
– door de rendant betaald: 9 – 6 – 3.
– betaald voor de wees Michiel Clauwaert: 3 – 13 – 0.
– aan Martinus Taffenier voor zijn werk: 9 – 1 – 0.
– gegeven aan Michiel Clauwaert, zoon van Franciscus voor in diverse opdrachten: 1 – 11 – 2.
– aan J. B. Clauwaert op 17 september 1747: 13 – 0 – 0.
– aan stenen voor de reparatie van de stal; 1 – 5 – 0.
– voor Michiel Clauwaert[12] een callemande calson en lijnwaert om ’t selve te voeren met het maken: 3 – 3 – 0.
– voor Michiel Clauwaert een el lijnwaad gekocht voor een paar ?? en het maken: 0 – 16 – 2.
– aan Michiel Clauwaert om sokken en blockschoenen (klompen) te kopen: 0 – 14 – 0.
– voor Michiel Clauwaert voor lijnwaad en voor zijn onderhoud: 5 – 17 – 2.
– aan Michiel Clauwaert voor het maken van een juppon en broek met lijnwaad: 2 – 12 – 0.
– gegeven aan Jan Baptist Clauwaert op 28 januari 1748: 1 – 1 – 0.
– voor een jaargetijde op 28: 2 – 2 – 0.
– gegeven aan Jan Baptist Clauwaert om een casack te kopen: 7 – 0 – 0.
Totaal van de uitgaven: 121 – 19 – 1.
VIc- JOANNES BAPTIST, de tak Joannes Baptist – Catharina Pensionaris.
Joannes Baptist gedoopt op 19 november 1698, overleden te Hekelgem. Hij trouwde met Catharina Pensionaris, te Hekelgem gedoopt op 22 maart 1719 en er overleden op 12 november 1814. Zij hadden 2 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Franciscus, volgt VII.
2. Joanna Catharina, gedoopt op 20 juni 1753.
In 1726 en 1727 ondertekende hij de rekeningen van de parochie.
VII- FRANCISCUS.
Franciscus werd te Hekelgem gedoopt op 28 januari 1751 en overleed er op 10 januari 1798. Hij trouwde met Joanna Brys en zij woonden nabij de abdij. Kinderen uit dit huwelijk te Hekelgem gedoopt:
1. Egidius, gedoopt op2 juni 1787, volgt VIII.
2. Joannes Baptist, gedoopt op 18 februari 1792.
3. Maria Joanna, gedoopt op 17 september 1794.
VIII- EGIDIUS.
Egidius werd te Hekelgem gedoopt op 2 juni 1787 en overleed er op 18 maart 1857. Hij trouwde te Hekelgem op 22 april 1817 met Maria Theresia Schoon. Zij werd te Hekelgemgedoopt op 19 april 1794 als dochter van Benedictus en Anna Francisca Van Lierde. Zij woonden in de Langestraat nabij de abdij en hadden 5 kinderen te Hekelgem gedoopt:
1. Joanna, geboren op 22 september 1817.
2. Anna Maria, geboren op 26 maart 1819 en te Hekelgem overleden op 25 januari 1826.
3. Carolus Ludovicus, geboren op 31 januari 1820, overleden te Hekelgem op 14 april 1829.
4. Joanna Benedicta, op 4 augustus 1822, overleden te Hekelgem op 26 december 1828.
5. Sophia, geboren te Hekelgem op 4 augustus 1822, overleden te Hekelgem op 23 december 1838.
6. Joannes Hubertus, geboren op 7 maart 1825 en overleden te Hekelgem op 3 oktober 1872.
7. Petrus Emanuel, geboren op 20 oktober 1827.
8. Benedictus Carolus, geboren op 14 mei 1829 en te Hekelgem overleden op 2 december 1881.
9. Fredericus, geboren op 5 februari 1832.
10. Franciscus Henricus, geboren op 12 mei 1835 en te Hekelgem overleden op 1 maart 1836.
Volgens de poppkaart bezat Egidius een huis met tuin, 6 a 10 ca groot aan het begin van de Fosselstraat. In 1813 was Egidius een van de eerste muzikanten van de Koninklijke Harmonie Ste-Cecilia.
[1] F. DE BRABANDERE, Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk, Gemeentekrediet, 1993, 276.
[2] http://www.clauwaert.be/indexNederlands.htm.
[3] B. VERMOESEN, De parochie van Hekelgem tot 1792, in: Jaarboek Belledaal, 2007, 92 – 93.
[4] W. VERLEYEN, Uitspattingen in de Drie Koningen, in: ESDB, 1993
[5] Bron: Geneat De familie Clauwaert te Hekelgem.
[6] PETRUS VAN AELST, Een dramatisch ongeval, in: De Mariagroet, 1948, 108 – 109.
[7] R.A. Leuven, notaris Egidius De Coster, toegang 882/729.
[8] Affiche nr. 91, artikel 1.
[9] Enregistré à Bruxelles le 7 thermidor an 6, reçu un franc. Smets.
Et le huit messidor an six, Nous, Administrateurs du département de la Dyle, accompagnés du citoyen Mallarmé, commissaire du Directoire exécutif, avons réexposé le bien désigné ci-dessus en adjudication définitive, lequel ayant été porté à la somme de quatre vingt neuf mille livres, offerte par le Citoyen Tops, il a été allumé un dernier feu pendant la durée duquel il n’a plus été fait aucune enchère, l’Administration à adjugé ledit bien au citoyen Everard Tops, demeurant à Bruxelles, aux charges, clauses et conditions énoncées de l’autre part.
L’acquéreur Everard Tops justifié par quittance du 7 floréal an 6, avoir soldé le prix de son acquisitation. Expédition délivrée le 13 floréal au citoyen Tops.
Van Helmont, Mallarmé, P. Annemans, A. J. Olderen. Enregistré à Bruxelles le 7ième thermidor an 6 de la République française. Fol. 48, reçu quatre-vingt neuf francs.
[10] E. SCHOON, De Dorpsfinanciën van Hekelgem, dl 4.
[11] R.A. Leuven, Schepenbank van Asse, toegang 94, nr. 5115.
[12] MICHAEL CLAUWAERT, zoon van FRANCISCUS CLAUWAERT en ANNA VAN DER SLAGHMOLEN. Hij is gedoopt op zondag 8 juli 1731 in HEKELGEM.
